Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 2 - Thema 8 - N3 - Dora Draak bouwt een nest

Page 1

ucatieve uitgaven

Dora Draak bouwt een nest

BIEB

Kristien Dieltiens

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 3

2


Dora Draak bouwt een nest

Lente: Ik zou wel een borrelhapje lusten. Een bezwete coureur lijkt me wel wat. Heerlijk zout van smaak.

Herfst: Een pastoor zou mij ook wel smaken.

M ja ki sc 1 st ge


Ergens, niet zo ver van hier, woonde Dora Draak. Ze zag er keurig uit voor een draak. Ze was snotgroen en het slijm op haar schubben rook naar schimmelkaas. Ze keek naar de lucht. Het was ideaal weer om een nest te bouwen.

Ze vloog over het gebergte: de Alpen en de Pyreneeën.

Ik wil alleen het allerbeste voor mijn nest.

Niets te vinden. Alleen maar stenen.

Ze vloog over het water: de zee, de oceaan en vele rivieren.

Ze vloog boven een gebied van industrie: fabrieken, hangars en andere, minder mooie landschappen.

Pfff, alleen maar water, daar kan ik geen nest mee maken.

Met die rook ziet een mens geen steek.

Dora Draak hapte naar verse lucht.

En Dries, mijn man, is natuurlijk nergens te zien. Ik mag het klusje weer in mijn eentje klaren! Het is altijd hetzelfde met hem. Altijd een excuus als er gewerkt moet worden. En nu is hij zelfs niet komen opdagen mét een excuus. Waar hangt hij nu weer uit?

2


Dora Draak vloog over de stad. De meeste mensen waren op weg naar huis. Ze keek in het rond of haar man ergens rondhing. Dries Draak was nergens te zien.

Wat een drukte! Hier zal zeker iets te vinden zijn voor mijn nest. Zie ze rennen! Zie ze zich haasten! Haast en spoed is zelden goed! Dat weet het kleinste kind.

Die lastige schoorstenen! Wat bezielt een mens toch om die te bouwen. Jakkes, nu breek ik een nagel! En die smerige rook! Ik heb al zo’n gevoelige huid! Straks moet ik weer een schoonheidsmasker aanbrengen. Misschien een papje van paddenbloed? Die vervelende baksteen toch! Die krijg ik zo moeilijk in brand! Aha, een museum. Eens kijken of ik binnen kan. Zo niet, dan sticht ik een brandje.

Dora Draak houdt niet van half werk. Ze legt de dakpannen op keurige stapeltjes, tot er een gat in het dak te zien is.

Zo, nu kan ik mijn vuurtje maken. De dakbalken zullen geen probleem zijn. Binnen een minuutje of tien ben ik binnen.

3


Een uurtje later

Hoe de brand is kunnen ontstaan, is voor iedereen een raadsel. We vermoeden dat het om een brandstichter gaat. Een getuige zei ons dat ze iets had zien vliegen. Het leek op een draak die het dak in vuur en vlam zette. Aan haar getuigenis wordt zwaar getwijfeld. We hadden sterk het vermoeden dat er ergens een vijsje los zat.

Help! Laat me los! Ik heb echt een draak gezien!

Echt waar! Hij had vleugels! En een zwiepende staart!

En hij droeg zeker ook een bril!

Ja, ja! Je hebt ze zeker zien vliegen!

4


Dora Draak werkte hard door. In het museum had ze enkele topwerken gevonden. Maar voor haar nest was dat niet genoeg. Ze besloot om nog wat zinnige spullen op te halen.

Ook de brandweer maakte overuren. Het ene huis was nog niet geblust, of ze moesten al naar het volgende huis.

Help! Help! Wie wil er mij komen redden? Mijn papegaai is gaan vliegen! Hij moet mee! Hij moet mee! Zonder mijn vogel ben ik niets!

Ik kom eraan, baby!

Ik wil niet met jou mee! Ik wil langs de glijbaan!

Yes! Net als op het kamp van de Chiro! Alleen is dit veel leuker en spannender!

Mijn wasmachine is verdwenen! Ze is misschien in rook opgegaan.

5


Het was een draak zoals in mijn boek. Er kwam vuur uit zijn bek! En hij had twee vleugels! En zijn ogen waren geel en zijn lijf was groen. En hij stonk naar stinkkaas.

Ik heb een draak gezien.

Jij hebt te veel films bekeken. Ga maar vlug naar je mama toe.

Een draak? Wat bedoel je met een draak?

Mama is boodschappen aan het doen.

Mijn papa is weg. Hij is met de noorderzon vertrokken, zegt mijn moeder.

Waar is je papa dan?

6

Blijf hier staan, vooral niet weglopen! Ik heb nog wat te doen.


Als iedereen gered is, stapt de dapperste brandweerman over de daken om te kijken of er niemand is achtergebleven. De jongen heeft geen zin in wachten.

Hij loopt de straat uit en komt aan in een donker bos.

Ik wil ook met de noorderzon verdwijnen. Misschien vind ik dan wel mijn vader terug!

Ik ben nog één ding vergeten. Ik heb takken nodig, veel takken. Zonder takken kan ik geen nest bouwen. Het houdt de boel bijeen.

Dora Draak rukt een halve kruin van een boom. Het jongetje zit tussen de takken verstrengeld.

Gisteren, rond 7 uur ‘s morgens stond de noorderzon daar! Ik wacht hier even. Misschien kan ik hier een dutje doen. Morgenvroeg zal ik de noorderzon zien.

Help! Help! Wat gebeurt er? Ik wil bij de noorderzon blijven.

Dora Draak hoort het geroep niet. Met de takken in haar klauwen vliegt ze weg.

7


Als Dora Draak op haar vaste plaats weer aankomt, begint ze haar nest te bouwen.

Eerst de takken.

PLOF

Help!

Levende takken! Nooit van gehoord. Geen aandacht aan schenken.

Het stinkt hier! Het stinkt hier naar ongewassen sokken. Ik hou niet van schimmelkaas.

Nu de rest erbij. Alles mooi stapelen want ik houd van orde.

KRAK 8

Au!


Eerst wat kunstwerken ophangen. Hier, de mevrouw met de vreemde lach. Ze mag wel eens wat vrolijker kijken. Wacht, ik help haar een handje. Met een scherpe klauw kun je veel.

De draak gaat voor het schilderij staan en bewerkt de Mona Lisa.

Zo, dit is heel wat beter. Ik word er zelfs vrolijk van!

En met deze bloemen ziet alles er veel vrolijker uit.

9


Het beeld van de man mag hier komen te staan. Hij is een tobber, dat zie je zo! Misschien was hij zijn kleren kwijt? Ik bedek hem met wat blaadjes. Bloot is toch maar bloot en mijn pasgeboren kinderen mogen niet te hard schrikken als ze uit hun nest komen gekropen.

Nu moeten er nog wat gaten worden gedicht.

Wat heb ik nog meegenomen? Ik weet niet wat dit alles is, maar het lijkt me wel handig om deze spullen bij te houden.

10


Een leuke rammelaar voor mijn kleintjes?

Aha, hier kan ik ogen mee openen.

Dit is misschien om vliegen weg te jagen?

Dit is zeker om splinters mee uit te trekken?

In dit potje kan ik bloed koken.

Dit is om stinkende scheten te verjagen.

11


Heeft een koe ook niet zoiets aan haar buik hangen?

Dit kan ik zeker goed gebruiken. Ik kan er mijn vis levend in houden. Af en toe verse vis maakt een draak slim.

12

Als mijn kinderen niet luisteren, kan ik ze een pandoering met dit geven. Een klets op hun billen kan nooit geen kwaad.

Hier ben ik niets mee. Waarom zeult de mens zulke domme dingen met zich mee? Ik herinner me dat het huis – heette het niet bib of zoiets? – volgestopt was met dit soort onzin. Ze zouden die bibs beter afschaffen. Maar, ik kan er nog altijd een vuurtje van stoken.

Zou dit een soort vliegende schotel zijn?

Knappe spiegel! Alleen een beetje donker als je het mij vraagt.


Dora Draak bouwde een nest zoals ze altijd al had willen hebben. Een nest dat tegen een stootje kon.

Wasmachine Grafzerk

Poezenkrabpaal

Rubberboot

UFO Piano Beeld

Drilboor

Jongen

Kauwgomtoestel

Aha, dit komt goed van pas. Het past precies op mijn neus als ik nog eens verkouden word. Of als ik te veel vieze rook moet inademen.

13


Dora Draak was eindelijk klaar. Toen begon het echte werk.

Je denkt: ik doe dit even en daarna doe ik wel wat anders. Een ei leggen kan toch niet moeilijk zijn.

Je denkt: dit floept er zomaar uit. Sommige dingen floepen er inderdaad zomaar uit.

Zoals tandpasta uit een nieuwe tube.

Soms floepen er woorden uit die op het puntje van je tong liggen en die eindigen op –rik. Vieze…, stomme…, domme…, vuile...

Of als je te veel spruitjes

hebt gegeten, floept het er onderaan ook wel eens heel gemakkelijk uit.

Maar drakeneieren floepen niet. Moeder Draak wachtte.

14


Ze wachtte zeven maanden, acht weken, negen dagen, vijfentwintig uren, vierentachtig minuten. en zesennegentig seconden.

Ze had zeshonderddrieëntwintig vliegtuigen zien passeren.

Daarvan haalde ze er drie naar beneden. De vleugels waren een krokant hapje. Als aperitiefhapje best smakelijk.

Ze peuzelde ook drie ballonvaarders op.

Dit doe ik beter niet, ook al is het een vurig hapje, de draadjes blijven tussen mijn tanden steken.

De ooievaars maakten een omwegje om hun pakje af te leveren. Een draak in de buurt was niet veilig.

15


PRUTSCHEETDOOS!

KAKKERPISTOLET!

MESTKEVERZOT!

SOEPLEPELDEBIEL!

Dora perste en ze duwde uit alle macht. Van haar man was nog steeds geen spoor te zien.

Gelukkig, want ze vloekte zo erg dat het knetterde in de lucht.

MAMAAAAA!!!

PIPIPASPOP!

16


Wat Dora Draak niet wist, was: er zat een jongetje in haar nest en dat jongetje verveelde zich.

Het is hier saai. Ik verveel me.

Hier zal ik mijn pa nooit terugvinden.

Het jongetje blaast een kauwgom op. Het is een roze bal.

Aha! Een ding waar kauwgom uitkomt! Ik kan er met mijn hand zo in!

De bel wordt steeds maar groter en duwt zichzelf in bolle plooien tussen de takken door.

17


Eindelijk waren de eieren er. Dora Draak bekeek ze één voor één. Bij dat laatste ei klopte er iets niet. Het was er ook op het allerlaatste uitgekomen. Ze had het niet eens gevoeld. Een fatsoenlijke draak legt drie eieren. En hier lagen er vier. Heb ik dit ook gelegd? Zo groot en glad?

En het is roze. De akeligste kleur die er bestaat!

Tja, niemand is perfect! Maar wat zullen de buren hiervan zeggen?

Gelukkig wonen ze vierduizend kilometer verder.

Ze bekeek ook haar andere eieren. Ze waren zoals het moest zijn. Rotsachtig met knobbels op. Ze roken nu al naar rotte eieren en beschimmelde preisoep. Hun kleur was perfect. Het groen van een snottebel. Ze waren prachtig.

18


Moeder Draak zette zich op de eieren en broedde. Ook dat duurt lang. Maanden, weken en dagen.

Lente: Ik zou wel een borrelhapje lusten. Een bezwete coureur lijkt me wel wat. Heerlijk zout van smaak.

Zomer: Ik krijg opeens zin in een schoolmeester. Liefst een zure soort. Je krijgt er zo’n heerlijk bittere nasmaak van in je mond. En je kunt er uren op blijven knabbelen.

Winter: Nu heb ik zin in een warme bakker. Zo iemand die zoet en stroperig is. Wat nog lekkerder is, zijn smerige kinderen! Van die pestkoppen. Die smelten als snoepjes op je tong!

Herfst: Een pastoor zou mij ook wel smaken. Zeker als hij een paar glazen wijn heeft gedronken. Dan smaakt zo’n man hemels.

Moeder Draak dacht erover na. Zo jammer dat er tegenwoordig zo weinig kinderen op straat speelden. Ook pastoors, schoolmeesters en warme bakkers waren sterk in aantal verminderd. Als je al het geluk had een kind tegen te komen, was het een eenzaam kind. Niets lekkers aan. Zo’n kind bleef toch maar op je maag liggen.

19


Moeder Draak ging er bij zitten. Op je kinderen wachten vraagt geduld. Af en toe praatte ze tegen de eieren, want draken moeten opgevoed worden voor ze losbreken. Zodra ze het nest verlaten, staan ze op eigen poten en moeten ze de wereld intrekken om iets te verslinden of te vernietigen.

Eindelijk kwamen de eerste barstjes in de eieren.

Ik kan zo al zien dat er afschuwelijke draakjes in zitten.

Roze! Eik! Heb ik jou echt gelegd?

20

Er is iets aan de hand met jou.

Misschien nog even afwachten? Misschien zit er niets in.

Zal ik je uit het nest schoppen?

Ik geef beter mijn aandacht aan deze prachtige eieren.

Het draakje dat het eerst uit het nest komt, zal de sterkste zijn. Dat weet iedere draak.


Een eierschaal kraakte en viel in stukken uit elkaar. Moeder Draak bekeek haar eerste zoon aandachtig.

Wat zie jij er heerlijk afschuwelijk uit!

Kleine draak: Blurp!

En hoe zit het met je staart? Is hij puntig genoeg? En zijn de stekels scherp?

Je lijkt op mijn vader Draconus!

Hij had ook zo van die schattige, rode oogjes! Een beetje slijmerig, met een venijnig geel randje en een zwart streepje als pupil.

Prrrruuuuuutt!!!!

Je staart is niet groot, maar dat is niet erg. Hoe meer je je kwaad zult maken, hoe dikker hij zal worden.

Wat ruik jij verrukkelijk! Wapper eens met je vleugels?

Wow! Jij zult later stormen kunnen veroorzaken!

Blurp! Blurp!

Oh hoe heerlijk! Hij kan al kotsen ook! Wat ruik jij lekker naar rotte eieren! En je hebt zo’n mooie kleur! Je schubben lijken wel op geplette kikkers!

Kleine draak hapte in de staart van zijn moeder om zijn tandjes te scherpen. Hij probeerde ook nog vuur te maken. Behalve enkele plofwolkjes uit zijn neusgaten en een stinkende scheet uit zijn achterwerk, bracht hij er nog niet veel van terecht. Moeder Draak beet het draakje los. Zijn oortjes waren prachtig om te zien. Driehoekig met verrukkelijke stekeltjes op.

21


Dora gaf haar eerste zoon een goeie tik om zijn oren.

S ! PET

Waarom?

22

Waarom?

Je mag niet in de ban van de elfen geraken! Die willen altijd een draak verleiden om er een rijdier van te maken.

Dat hoort zo. De eerste aanraking is ontzettend belangrijk!

Vroeger had ik een verre neef – ik geloof dat hij Laurent heette - het was een zielepoot en een zwakkeling. Een schande voor de familie. Af en toe kwam ik hem tegen in de wolken. Een elf op zijn rug krijste en gaf hem op zijn kop. Ze liet hem naar alle hoeken van de wereld draven. Laurent vond het nog leuk ook! Ik heb zelfs horen vertellen dat hij een attractie was in een pretpark! Stel je voor! Hoe laag kan een draak vallen? Als draak in de Efteling werken!!!!

Wat ze er niet bij vertelde, was dat ze altijd deed alsof ze druk bezig was, als hij in de buurt kwam. Ze keek dan naar haar poot en deed alsof ze een gescheurde klauwnagel had. Of ze stak haar kop in het zand. Met sukkels kon je je maar beter niet inlaten.


Toen de zon onder was, waren de drie draakjes geboren. Alleen het roze ei was nog niet opengebarsten.

Die ochtend komt Dries Draak terug. Dora bekijkt haar man.

Waar was jij de hele tijd? Ik weet waar je was. Er zit een blond haar op je borst.

Je bent net op tijd voor de geboorte van onze vierde zoon.

Ik was even om de hoek, bij de buren. Ze hadden daar net enkele prinsessen gevangen. Het was een smakelijk hapje. Je weet dat ik niet nee kan zeggen tegen een mals billetje.

Inderdaad. Dries Draak was net op tijd om het jong van het vierde ei te zien uitbreken.

23


Is dit van mij?

Een vreemd geval!

Ben jij mijn pa?

Ik denk het.

Waarom ben je met de noorderzon vertrokken?

Ik heb een lekker hapje voor jullie gezocht. Heb je zin in een prinses? Hier een beetje verder zitten er een paar opgesloten in een toren.

Mag ik dan mee op je rug? Ik heb geen vleugels.

Ik zie dat je een beetje anders bent. Dat is niet erg. Ik zal voor je zorgen. Klim maar op mijn rug, mijn zoon.

24


Dora Draak wil eieren leggen. Maar daarvoor heeft ze eerst een goed gebouwd nest nodig. Ze vliegt over de stad en verzamelt van alles het beste. Wat ze niet weet, is dat ze per toeval ook een jongetje meeneemt.

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Illustraties: Seppe Van den Berghe Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622825

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 2 - Thema 8 - N3 - Dora Draak bouwt een nest by die Keure - Issuu