Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 2 - Thema 7 - N3 - Poppenkast

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Poppenkast Tine Mortier

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 3

2


Poppenkast

1


Poppenspel, en nog veel meer Met poppen spelen is leuk. Voor kleine kinderen, maar ook voor grote. En heel soms zelfs voor volwassenen. Met poppen kun je van alles doen: je kunt er een verhaal mee uitbeelden, papa en mama spelen, poppenkleren maken, met je poppen uit wandelen gaan en nog veel meer. Maar het allerleukste is, wanneer je veel poppen hebt. Heel erg veel. Een hele doos vol, of zelfs nog meer. Want dan kun je poppenkast spelen!

2


In dit boek leer je waar de poppenkast vandaan komt. Maar er is meer! Je leert ook om zelf een poppenkast te maken, met je eigen poppen. Dat is niet alleen prettig om te doen, maar ook heel makkelijk. En soms is het zelfs gewoon lekker! Lekker? Poppen? Ja hoor. Wacht maar af!

3


De eerste poppenkast: niet voor kinderen! Poppenkast bestaat al heel lang. Al ongeveer duizend jaar. In de middeleeuwen werd veel poppenkast gespeeld. Gewoon op straat, of op een plein. Iedere stad had elk jaar een grote markt of een kermis. En daar hoorde een poppenkast bij. Maar die poppenkast was altijd bedoeld voor grote mensen en nooit voor kinderen. Dat lijkt voor ons nu een beetje vreemd, maar toen was het heel normaal. De poppenkast was een soort journaal. Het nieuws, als het ware. Maar dan zonder televisie. Dat komt zo: De meeste mensen in de middeleeuwen konden helemaal niet lezen. Niet omdat ze dom waren. Nee hoor. Er waren toen nog geen scholen voor de gewone mensen. Die moesten werken in plaats van naar school te gaan.

4


5


6


Alleen de mensen van adel1 kregen onderwijs. En de mensen die voor priester leerden. Daardoor waren de meeste mensen analfabeet: ze konden niet lezen of schrijven. Dat was eigenlijk niet zo vreselijk erg: er waren weinig boeken en ook kranten bestonden nog niet. En van een computer of een tablet hadden ze natuurlijk nog helemaal niet gehoord! De mensen wisten dus maar heel weinig. Alleen wat er in hun eigen dorp of stad gebeurde. Dat was alles. Ze wisten helemaal niet wat er gebeurde in de wereld. De poppenkast diende een beetje als krant. Er werden geen sprookjes verteld, maar dingen die echt gebeurd waren. De poppenspelers leerden de mensen op die manier wat er in de wereld aan de hand was.

7


Maak je eigen poppenkast Goed. Je gaat zo meteen je eigen poppenkast maken. Ben je er klaar voor? Daar gaan we dan. Dit is wat je nodig hebt: 1

Een kartonnen doos. Dat mag een schoenendoos zijn, of een doos die nog net iets groter is.

2

Een paar lapjes stof. Een oude zakdoek is perfect. Maar ook met een vod of een kapot T-shirt raak je al een heel eind op weg.

3

Een schaar.

4

Lijm.

5 Twee stukjes touw. 6 Verf of kaftpapier om je poppenkast te versieren.

8


9


1

Neem je doos en snijd een vierkant gat in de onderkant. Blijf ongeveer 3 centimeter weg van de rand. Op die manier heb je een kader voor je poppenkast.

2

Neem je oude zakdoeken of je lapjes stof en snijd ze op de juiste grootte. Het is de bedoeling dat ze samen het gat kunnen bedekken dat je net in je doos hebt gesneden.

3

Zet je doos nu rechtop en kleef je lapjes stof vast aan de bovenkant van het gat. Doe dat aan de binnenkant van je doos. Dat is netter. Je hebt nu de gordijnen van je poppenkast!

10


4

Maak een gaatje aan elke kant naast het gordijn. Steek daar je stukje touw door. Op die manier kun je de gordijnen openhouden tijdens het poppenspel.

5 Versier nu de buitenkant van je poppenkast zoals je zelf wilt. Je kunt de doos schilderen of beplakken met kaftpapier. Of misschien bedenk je zelf nog wel iets mooiers?

11


Zeg niet zomaar ‘sok’ tegen een sok Sokken. Iedereen kent ze, iedereen draagt ze en iedereen heeft er een lade vol van. Rode sokken, blauwe sokken, witte sokken en sokken met bolletjes. Lange sokken of korte sokken. Wintersokken of zomersokken. Sokken met of zonder gaatjes. Veel mensen hebben zelfs een lade vol sokken waarvan ze er maar eentje meer hebben. Dan is de andere zoek2. En ze hopen dat ze die ooit nog eens terug zullen vinden. Dat gebeurt natuurlijk niet. Meestal toch niet. Maar dat is ook niet erg. Wij hebben de perfecte oplossing voor die eenzame sokken!

12


Sokken zijn namelijk niet alleen goed voor je voeten. Ze zijn ook super om poppen van te maken. Ze zijn zelfs de beste oplossing als je snel en zonder moeite een stel poppen voor je poppenkast nodig hebt. Je hebt er bijna niets voor nodig. En je moet er bijna niets voor kunnen.

13


Dit is wat je nodig hebt: 1

Sokken. Het maakt echt niet uit of er gaten in zitten en of je er twee van hebt of maar eentje. Kies sokken van verschillende kleuren. Dat is leuker: dan heb je poppen die helemaal niet op elkaar lijken.

2

Naald en draad. Dikke draad: die kun je gebruiken om bijvoorbeeld een mond te tekenen. Dunne draad: daarmee kun je een oor aan je pop naaien. Of iets anders.

3

Knopen.

4

Eender welke andere spulletjes. Maak je rommellade maar eens leeg. Daar zit vast nog wel iets in dat je kunt gebruiken. Een lint als das voor een nette heer. Of een oorbel als juweel voor een dame.

14


15


Dit is wat je doet: 1

Kies een sok. Begin met de leukste. Dat maakt het alleen maar makkelijker voor de eerste keer.

2

Steek je hand in de sok en kijk hem aan. Is het een mens of een dier? Braaf of stout? Lelijk of mooi? Grappig of streng? Als je dat weet, kun je aan de slag.

3

Geef je pop ogen en een mond. Dat is het belangrijkste. Met de ogen en de mond kun je de pop een karakter 3 geven. Kies voor boze ogen en een boze mond als je een stoute pop wilt maken. Kies voor blije ogen en een blije mond als je een brave pop wilt maken.

16


4

Heeft je pop armen nodig? Of poten? Maak gaten in de zijkant. Zo kun je er je vingers doorsteken. Wil je liever geen gaten maken? Dat is oké. Je kunt ook armen of poten aan de sok naaien. Dat is een beetje meer werk, maar wel heel mooi. Je kunt daarvoor stukjes stof gebruiken.

5 Werk je pop af. Met alle spulletjes uit de rommellade kun je de pop versieren. Je kunt de pop een hoedje geven of een sjaal. Een schort of een ooglap. Of wat je maar wilt. Alles kan en alles mag!

17


Zeg niet zomaar ‘appel’ tegen een appel Fruit. Je weet wel: die dingen die op een schaal in de keuken liggen? Die dingen waarvan je ouders vinden dat je er veel moet eten? Omdat het zo gezond is en er zo veel vitamines in zitten. Appels, peren, bananen en kiwi’s. Meestal zoet, maar soms ook zuur. Ananas, druiven, pruimen en perziken. Je kunt ze schillen of zo opeten. Je ouders hebben trouwens helemaal gelijk: fruit is supergezond. Dus het is absoluut een goed idee om het op te eten. Zomaar, zonder meer. Maar je kunt er nog wel meer mee doen. Poppen mee maken voor je poppenkast, bijvoorbeeld. Dan kun je ermee spelen. En achteraf kun je het nog opeten ook. Dan is het nog even lekker.

18


19


Dit is wat je nodig hebt: 1

Enkele stukken fruit. Kies verschillende soorten die niet op elkaar lijken. Zo is het makkelijker om ook poppen te maken die niet op elkaar lijken.

2

Een mesje om te schillen.

3 Tandenstokers.

20


Dit is wat je doet: 1

Kies een stuk fruit. Begin met wat jij het lekkerste vindt. Dan kun je die straks ook het eerst opeten.

2

Bekijk je fruit goed. Doe hetzelfde als met de sok: is dit stuk fruit een mens of een dier? Een heks of een monster? Vrolijk of triest? Het is helemaal aan jou!

21


Misschien vind jij een appel wel perfect om piraat te spelen. En een banaan als draak en een kiwi als de vervelende buurman. 3

Neem je mesje en schil daarmee een gezicht op je fruit. Doe de schil weg waar de ogen en de mond moeten zitten.

4

Nog iets extra nodig? Dan kun je het afwerken met tandenstokers. Die zorgen voor prima armen en benen.

Ziezo. Je bent klaar. Je zelfgemaakte poppenkast staat al te wachten op je prachtige poppen. Nodig je ons wel uit om te komen kijken?

22


23


Woorduitleg 1 mensen van adel = mensen die door hun afkomst tot een belangrijke groep behoren 2 zoek zijn = kwijt zijn 3 karakter = wat iemand of iets kenmerkt

24


Met poppen spelen is leuk. Voor kleine kinderen, maar ook voor grote. En heel soms zelfs voor volwassenen. In dit boek lees je waar de poppenkast vandaan komt, en je leert ook zelf een poppenkast te maken, met je eigen poppen. Doe je mee?

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Illustraties: Luc Sauviller Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622825

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 2 - Thema 7 - N3 - Poppenkast by die Keure - Issuu