Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 1 - Thema 8 - N3 - Cavia's? Echte knuffels!

Page 1

ucatieve uitgaven

Cavia’s ? Echte knuffels!

BIEB

Moniek Vermeulen

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 3

1


Cavia’s? Echte knuffels!

Dag beste lezer, aangenaam. Ik ben Edna, een meisje van negen. Blond haar, blauwe ogen, een rist 1 zomersproeten, een schietkraam in mijn mond ...2 Een doodgewoon meisje dus. Moet ik dan een boekje lezen over een doodgewoon meisje, hoor ik je al denken? Maak je maar geen zorgen. Ik wil het verder niet over mezelf hebben. Wel over twee vrienden van mij: Emiel en Edward. Knappe bonken, hoor!

1


2


De ene is rossig, de andere pikzwart. Maar allebei hebben ze lange haren en gitzwarte, blinkende ogen. Af en toe neem ik ze op mijn schoot. En dan aai ik ze lief, tot ze knorren van plezier. Echt waar! Kijk maar eens naar de foto hiernaast om het bewijs te zien. Vrienden, daar zorg je goed voor. Toch!? Ik zorg dus heel goed voor Emiel en Edward. En in ruil voor mijn goede zorgen krijg ik van hen heel veel plezier. Want cavia’s zijn echte knuffels. Als jij zelf ook cavia’s hebt, dan weet je dat het zeker waar is. Heb je er geen? En ben je ondertussen verliefd geworden op Emiel en Edward? Misschien wil je dan wel, na het lezen van dit boekje (waarin je ook zal kennismaken met nog andere cavia’s) ook zulke lieve beestjes als huisdier. Maar Emiel en Edward krijg je niet, want die blijven bij mij!

3


4


Of ze nu lang haar hebben of kort haar of kroezeltjes ... Of ze bruin zijn of rost of zwart of gevlekt ... Of ze rode ogen hebben of zwarte ... Eén ding hebben alle cavia’s gemeen: het zijn stuk voor stuk gezellige beestjes! Dat bewijst ook deze foto van Roos en Misty met hun baasjes Julie en Lukas. 5


Een cavia is een groepsdier Een cavia die alleen zit, voelt zich echt niet gelukkig. Ook al neem je jouw cavia heel vaak op schoot, of knuffel je hem elke dag een paar uur. Jij bent geen cavia. En je bent ook geen vervanging voor een cavia. Je spreekt niet zijn taal. Je kunt ’s nachts niet gezellig dicht bij hem liggen. Je kunt niet lekker achter hem aan hollen ... Een cavia die alleen zit, voelt zich eenzaam en kan uiteindelijk depressief 3 worden. En wat als je je cavia bij je konijn of bij de kippen in de ren zou zetten? Niet doen! Het konijn trapt de cavia, de kip pikt de cavia, ze vreten elkaars eten op (en konijnen- of kippeneten is niet gezond voor cavia’s), ze spreken elkaars taal niet ... Nee ... als je cavia’s wilt houden, neem er dan twee. Of meer!

6


Een cavia kan binnen leven of buiten Een cavia kan perfect buiten leven. Een grasveldje is immers een waar paradijs voor de diertjes. Vraag dat maar aan Edward en Emiel. Die rennen wat af op een dag! Geef cavia’s die buiten moeten leven dan wel de tijd om geleidelijk te wennen aan de buitentemperaturen. Zet een cavia die nog niet buiten leefde dus niet in het putje van de winter in een buitenhok. En doe dat ook niet op de heetste zomerdag. Het beste tijdstip om nieuwe cavia’s te kopen (als ze buiten moeten leven en ze zijn dat niet gewend) is eind april of begin mei. Geef je cavia’s een voldoende groot buitenhok, zodat ze hun pootjes kunnen strekken wanneer ze dat willen.

7


Zorg ervoor dat de ingang van het hok zich zo veel mogelijk uit de wind en uit de tocht bevindt. In het buitenhok moet een nachthok zijn dat van de grond af staat. Daarin kunnen de cavia’s schuilen en slapen wanneer ze daar zin in hebben. Enne... je moet een cavia niet leren trappenlopen, hoor. Cavia’s zijn zeer behendig 4 en kunnen dus zonder problemen het trapje op. En af. Besteed tijdens barre winterdagen of snikhete zomerdagen wat meer zorg aan je cavia’s. Maak in de winter een lekker warm nestje van extra stro. Hang in de zomer een doek over het hok om de felste warmte tegen te houden. Of plaats een parasol. Tegen zowel koude als warmte kun je het hok isoleren. Dat kan heel eenvoudig met bijvoorbeeld het soort panelen waarmee je ook een huis kunt isoleren.

8


Emiel en Edward hebben het echt naar hun zin in hun huisje. Zie je de isolatieplaten aan de zijkant van het hok en aan het deurtje? Tijdens een barre winter of op enorm hete zomerdagen zet je er best ook aan de voorkant van het hok. Zo wordt het binnen lekker warm of blijft het zalig fris. De drinkfles is ook geïsoleerd. In de winter kan het water niet bevriezen. En in de zomer blijft het heerlijk koel.

9


Ook Snoepie, de buurcavia van Edward en Emiel woont heel knusjes. Vlak voordat deze foto genomen werd, stierven de twee vriendjes van Snoepie. Maar wanneer jij dit boekje leest, zal hij vast en zeker een nieuwe speelkameraad hebben.

10


Houd je je cavia’s binnen, dan is het belangrijk dat je het hok op een tochtvrije plaats zet. Een cavia kan ook absoluut niet tegen hitte. Plaats het hok dus niet naast de verwarming en ook niet in de volle zon. Geef je cavia’s een ruim hok. Jij hebt toch ook graag wat bewegingsvrijheid. Voor twee cavia’s is een kooi van 1 m bij 80 cm een aanvaardbare afmeting. Doe er 30 cm bij voor iedere extra cavia. Maar ... sluit je cavia’s niet de hele dag op in zo’n kooi! Daarvoor is die echt te klein. Laat je diertjes zeker enkele uren per dag rondlopen. Buiten de kooi dus. In de woonkamer bijvoorbeeld. (Zorg er dan wel voor dat de deugnieten niet aan kabels kunnen knagen en dat er geen giftige planten in de buurt staan!) Of koop een grote ren die je aan je kooi kunt koppelen. Ook cavia’s die binnen leven, hebben graag een nachthok. Dat kun je gemakkelijk zelf maken van een kartonnen doos. Knip in de doos een gat als opening. En is de doos te vies geworden, dan maak je simpelweg een nieuw nachthok. Natuurlijk kun je het nachthok ook maken uit hout. Als je wat handig bent in zagen (met een zaag, bedoel ik dan ), is dat een fluitje van een cent!

11


Zowel aan het houten als aan het kartonnen nachthok zullen je cavia’s graag knagen. Maar dat kan helemaal geen kwaad. Misschien zijn ze wel heel creatief en maken ze in hun huisje zelf wel een achterdeur of enkele ramen.

Roos en Misty vinden het best gezellig in hun binnenkooi. Maar af en toe een stapje in de wereld zetten is ook best leuk.

12


Een cavia is een echte smulpaap5 Soms observeer ik Edward en Emiel. En dan denk ik: houden die nu nooit eens op met eten? Maar Edward en Emiel zijn helemaal niet te dik. Cavia’s eten nu eenmaal de hele dag door. Cavia’s kunnen niet zelf uitkiezen wat ze willen eten. Zeker niet de dieren die binnen zitten. Het is dus de taak van hun baasje om ervoor te zorgen dat er veel variatie in hun voeding zit. Dit moet zeker op het caviamenu staan: hooi, caviavoer en groenten. Cavia’s hebben net als konijnen en knaagdieren tanden en kiezen die steeds maar doorgroeien. Ze moeten op vezelrijk materiaal bijten om te zorgen dat de tanden en kiezen op elkaar afslijten. Hooi bevat veel vezels. Ook voor een goede darmwerking is hooi belangrijk. Daarom moeten cavia’s dagelijks een hoopje vers hooi krijgen.

13


Smikkelen maar! Gras, groenten, fruit, caviavoer ... voor elk wat wils.

14


Geef je cavia’s elke dag ongeveer 30 g caviavoer. Koop caviavoer met extra vitamine C. Vitamine C zorgt onder andere voor een goede weerstand en voor gezonde botten, tanden en bloedvaten. De meeste zoogdieren kunnen in hun lever of nieren zelf vitamine C aanmaken. Een cavia kan dat niet. (Een mens en een aap kunnen dat trouwens ook niet!) Het is dus de taak van het baasje om ervoor te zorgen dat cavia’s voeding krijgen die veel vitamine C bevat. Cavia’s eten graag rauwe (geen gekookte of gestoofde!) groenten en fruit. Edward en Emiel zijn er dol op! En groenvoer is heel gezond voor hen, want heel veel groenten bevatten veel vitamine C. Let wel op! Als je cavia’s hebt die niet gewend zijn aan groenvoer, laat hen dan geleidelijk aan wennen. Anders krijgen ze last van diarree of wind in de darmen. En voortdurend windjes moeten laten, is ook voor dieren niet echt aangenaam. Dat begrijp je wel, zeker?

15


Harde groenten, bijvoorbeeld wortelen, zijn het beste. Dan moet de cavia knagen en goed kauwen. Maar ook paprika, witlof, wortel en appel zijn heel geschikt als voedsel voor de cavia’s. Toch zijn er ook groenten en fruit die je het best niet aan cavia’s geeft: rabarber, rode kool, uien, prei, champignons, aardappelschillen, maïs ... Dus als je twijfelt: opzoeken maar!

16


Het mag best gezellig zijn in een caviahok! Als bodembedekking van het hok (zowel binnen als buiten) kun je kiezen voor een tapijtje van zaagsel, houtkrullen (van zuiver hout) of niet te hard stro. Daaronder kun je eventueel kranten leggen. Die absorberen de urine goed. (Bedek de kranten dan helemaal met zaagsel of stro, zodat de cavia’s niet in de verleiding kunnen komen om de kranten op te peuzelen!) Hooi is voedsel, maar geen goede bodembedekker. Als de cavia’s op het hooi plassen, wordt het hooi vies en begint het te stinken. Nat en vies hooi is niet goed voor de diertjes. Ik hoop dat ik je niet duidelijk hoef te maken dat je het hok vaak moet schoonmaken. Trek je je neus op voor vieze geurtjes en ben je bang om je handen vuil te maken? Dan neem je maar beter geen huisdieren. Voorbeeldige baasjes zorgen er immers voor dat hun dieren altijd een proper hok hebben.

17


Je hebt vast al gemerkt dat men in dierenzaken toiletjes voor knaagdieren verkoopt. Maar ... als je je cavia’s wilt leren om hun behoefte in zo’n toiletje te doen, dan moet ik je teleurstellen. Cavia’s zijn van nature geen zindelijke beestjes. Ze zullen zo’n pispotje wel leuk vinden om in te zitten en om in te slapen. Maar poepen en plassen doen ze meestal waar het hen goed uitkomt. Op de vloer in de woonkamer of op je schoot, bijvoorbeeld. Als je veel geluk hebt, doen ze het zo veel mogelijk op dezelfde plaats. Maar je moet al miljoenengeluk hebben als je hen op het potje kunt leren gaan.

18


Plaats een voerbakje in het hok dat zwaar genoeg is, zodat het niet meteen omvalt als de cavia’s er iets willen uitnemen. Of kies een model dat je kunt vastmaken aan de tralies van de kooi. Het spreekt voor zich dat er ook een drinkbakje moet zijn. Het meest handige en meest propere is een drinkflesje. Daarin kan een cavia niet poepen of plassen. Op dat vlak neemt een cavia het immers niet zo nauw. Een drinkflesje bestaat uit een plastic rechte fles, met onderaan een metalen gebogen pijpje. De fles hang je aan de buitenkant van de kooi en het pijpje zit dan vanzelf aan de binnenkant. In het uiteinde van het pijpje zit een balletje. Er komt pas water uit het pijpje als de cavia het balletje omhoog duwt. Als je een cavia kocht die niet gewend is om uit een flesje te drinken, dan zul je het hem moeten leren. Duw zijn snuitje zacht tegen de onderkant van het tuitje van de fles. Zorg dat er wat water uitdruppelt en laat de cavia dat aflikken. Na een aantal keren zal hij er zelf wel met zijn bekje tegenaan duwen.

19


Wat ook leuk is om in een caviahok te voorzien, is speelgoed. Cavia’s houden er van om te luieren in een hangmatje, om verstoppertje te spelen in een berg hooi, om door tunnels en buizen te kruipen ... In dierenzaken vind je een groot aanbod van speelgoed voor cavia’s. Maar heel veel van die dingen kun je zelf maken. Dat is goedkoop en je beleeft er zelf nog wat plezier aan ook. Let op: wat je niet aan je cavia’s mag geven, is een looprad of een loopbol (ook al staat er op de verpakking vermeld dat het ook geschikt is voor cavia’s!) De rug van de cavia is heel teer en door het looprad te gebruiken, komt er te veel druk op de ruggenwervels te staan.

20


Een mooi en verzorgd uiterlijk! Bij langharige cavia’s (zoals Emiel en Edward) moet je dagelijks viezigheid zoals strontjes, strootjes en hooi uit de vacht halen. En je moet de diertjes regelmatig borstelen. Dat verkleint de kans op klitten6 in het haar. Is de vacht toch geklit, probeer dan niet om de klitten eruit te kammen. Meestal doet dat pijn. Knip voorzichtig de klitten uit de vacht voordat je borstelt. Het maakt niet uit of het ene plukje haar wat korter is dan het andere. Pas wel op bij het knippen: het is soms moeilijk te zien waar de vacht van de cavia eindigt en waar zijn huid begint.

21


Emiel is niet echt fan van een kappersbeurt. Bij kortharige cavia’s komen zelden klitten voor in de vacht. Hun haar vraagt dus minder onderhoud. Vieze plekken in de vacht kun je wegwassen met een washandje en wat water. Als de cavia heel erg vies geworden is, mag je hem wassen in een badje (niet in je ligbad). Maar doe dat zeker niet te vaak en enkel als het echt nodig is. Zorg dat het hoofdje niet nat wordt. Gebruik lauw water en shampoo voor cavia’s. (Houd de cavia goed vast: een ingezeepte cavia is glad en kan gemakkelijk ontsnappen!) Spoel de shampoo altijd zorgvuldig uit.

22


Wikkel de cavia in een handdoek en laat het dier drogen op een warme plaats en uit de wind. Of gebruik een haardroger. Is enkel de kont van de cavia vies, dan volstaat een kontbadje. De nagels van cavia’s mogen niet te lang worden. Soms moeten ze dus geknipt worden. Ga er niet van uit dat dat poepsimpel is! In de nagels zitten bloedvaatjes (we noemen dat ook ‘het leven’). Dat is in het rozerode stukje dat vanuit de teen komt. Bij lichtgekleurde nagels zie je duidelijk waar het leven zit. Maar bij donkergekleurde nagels niet. Knip je in dat deel van de nagel, dan doet het pijn en komt er bloed uit. Als je nog nooit cavianageltjes geknipt hebt, laat het dan door een dierenarts doen. Als die het enkele keren voordoet, kun je het later misschien wel zelf. Koop dan een speciaal nagelschaartje bij de dierenarts. Dan ben je er zeker van dat je het juiste instrument gebruikt.

23


Een bezoekje aan de dierenarts. Nagels knippen volstaat. Lakken hoeft niet.

24


Een cavia heeft 4 snijtanden en 16 kiezen die gedurende heel zijn leven doorgroeien. De snijtanden zitten vooraan, boven en onder in de mond. Gezonde tanden zijn wit en scherp. De kiezen krijg je niet te zien. Die zitten immers ver naar achteren, in de mond. Aan de tanden van de cavia heb je normaal gezien weinig onderhoud. Ze slijten en blijven in model doordat het dier knaagt. Maar als een cavia problemen heeft met eten of plots sterk vermagert, dan moet zijn gebit gecontroleerd worden. Dat laat je het best doen door de dierenarts. Soms zijn de snijtanden te weinig afgesleten. Dat kan gebeuren doordat het diertje te weinig hard voedsel krijgt waaraan het kan knagen. En soms heeft een cavia haken op de kiezen, waardoor hij moeilijk kan eten. Jijzelf zal dat niet kunnen vaststellen. Maar de dierenarts wel. Die heeft een apparaat met een lens en een lampje, waarmee hij of zij de kiezen kan bekijken.

25


Tandjes kijken? Emiel denkt er anders over. Hij zet er liever zijn tanden in ...

26


Een cavia laat graag van zich horen ... Wanneer een cavia merkt dat er eten aankomt (door een deur die opengaat of een zakje dat ritselt ...), dan begint hij te ‘fluiten’. Hij maakt dan een hele reeks harde piepgeluidjes die klinken als ‘wiep-wiep-wiep.’ Een blije cavia laat graag weten dat hij er is door zachte, piepende geluidjes te maken. Het lijkt wel of hij een praatje wil maken. Soms spint een cavia. Zoals een kat. Dat doet hij als je hem aait, bijvoorbeeld. Maar een cavia spint ook als hij of zij verliefd is. Knarsetanden doet de cavia als zijn buikje rammelt van de honger. Soms maakt de cavia ook minder leuke geluidjes: bij pijn of ongemak begint hij kreunend te piepen. En een cavia die boos is of schrik heeft, zal klappertanden.

27


Nog enkele leuke en/of interessante caviaweetjes ... - Een cavia eet regelmatig zijn eigen strontjes op. Dat is heel normaal. Er zitten veel eiwitten en vitaminen in. Meestal trekt het diertje die keutels rechtstreeks uit zijn anus (= het gaatje waaruit de strontjes komen). - Soms krijgt de cavia een gekke bui. Hij rent heen en weer en maakt rare sprongetjes. Popcornen noemen we dat. Het diertje is dan heel vrolijk. Laat hem maar doen: gek zijn doet geen zeer! - Een mannetjescavia noemen we een beer(tje). Een vrouwtjescavia een zeug(je). - Wil je weten of je cavia een beertje of een zeugje is? Druk dan zachtjes met je vinger op het achterste deel van de onderbuik. Bij een mannetje zal de penis naar buiten komen. (Bij heel jonge diertjes is dat nog niet te zien! Let dus op als je jonge dieren bij elkaar zet. Soms denk je dat je twee zeugjes of twee beertjes hebt, maar krijg je toch kleintjes ...) - Vrouwtjescavia’s worden beter niet zwanger voor ze 5 maanden oud zijn. Maar houd er rekening mee dat beertjes een vrouwtje al kunnen dekken (= het vrouwtje

28


zwanger maken) als ze 4 weken oud zijn. Haal ze dus op tijd weg bij te jonge zeugjes! - Een zeugje moet haar eerste bevalling hebben voordat ze één jaar wordt. Als een zeugje ongeveer 1 jaar wordt, gaan de beenderen van haar bekken heel vast zitten. Als het vrouwtje op dat moment nog nooit bevallen is, heeft ze te weinig ruimte om de jongen uit haar lijfje naar buiten te persen. - Een zwangerschap bij cavia’s duurt 65 à 70 dagen. - Een cavia wordt tussen de 5 en de 8 jaar oud. - Een volwassen cavia weegt tussen de 1000 en 1500 g. - Een cavia heeft een uitstekend gehoor. En doordat hij zo goed kan horen, schrikt hij vlugger van geluiden dan wij. (Zet je cavia dus niet vlak naast de tv of naast de computer, want die geven ook als ze niet volledig uit zijn nog geluiden weer.) - Een cavia ruikt duizendmaal beter dan de mens. Hij gebruikt zijn neus onder andere om jou te herkennen ... - Een cavia is slim. Wanneer je er de gewoonte van maakt om hem iets te eten te geven als je buitenkomt, zal hij al

29


beginnen te piepen wanneer hij nog maar hoort dat de deur opengaat. - Cavia’s kunnen kleuren onderscheiden. Let dus op als je oranje handschoenen draagt. Misschien denkt je cavia dan wel dat je vingers wortels zijn. - Een cavia is geen goede atleet. Springen is aan hem niet besteed. Als het dier van een meter hoogte springt of valt, kan het ernstige letsels oplopen. Laat je cavia dus niet onbeschermd op een hoger gelegen vlak.

30


Zo, nu weet je al wat meer over cavia’s. Maar ... voor je cavia’s aanschaft, moet je toch eerst nadenken. Goed nadenken! Nog beter nadenken! Ontzettend goed nadenken ... Vraag je af of je tijd en zin genoeg zal hebben om voor de cavia’s te zorgen. Want voor cavia’s moet je tijd kunnen maken. Zoals voor elk dier dat je houdt, trouwens. Je moet er goed voor kunnen zorgen en hen heel graag zien. En niet alleen in het begin. Dag na dag, week na week, maand na maand, jaar na jaar ... Anders mag je echt geen caviabaasje worden! Groetje, Edna En een pootje van Emiel en Edward!

31


Woorduitleg 1 een rist = heel wat 2 een schietkraam in je mond hebben = een beugel dragen 3 depressief = heel triest zijn waardoor je nergens meer zin in hebt 4 behendig = handig 5 smulpaap = een lekkerbek, iemand die graag eet 6 klitten = aan elkaar kleven

32


Misschien heb je zelf cavia’s. Of misschien wil je cavia’s als huisdier. Of misschien ben je een grote dierenvriend en lees je graag over dieren. In dit boekje kom je heel veel aan de weet over cavia’s: hoe ze wonen, wat ze eten, welke verzorging ze nodig hebben ... En ook dat cavia’s heel lief zijn. Echt waar! Als ze maar genoeg liefde krijgen van hun baasje ...

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Foto’s: Frank Pollet Met dank aan dierenarts Helena Brône en de caviabaasjes en -bazinnetjes Joram en Janne Vercammen, Lukas en Julie Cleemput en Liam Kik. Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622825

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 1 - Thema 8 - N3 - Cavia's? Echte knuffels! by die Keure - Issuu