Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 1 - Thema 5 - N2 - Hallo wie? Halloween!

Page 1

ucatieve uitgaven

Hallo wie ? Halloween!

BIEB

Inge Bergh

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 3

1


Hallo wie ? Halloween!

1


Als ik Halloween zeg. Waar denk jij dan aan? Wat zie je als je je ogen sluit? Een vette spin? Een grote vleermuis? Een huilend spook? Een pompoen met een gemeen gezicht? Of dacht je eerst aan al het lekkers? Bergen koek en snoep. In het donker van deur naar deur. En dan heel luid gillen: snoep of boe! Halloween is een kinderfeest. Met griezels en lichtjes en veel plezier. In Amerika is het erg populair. En ook hier wordt het steeds meer gevierd. Maar is Halloween wel een kinderfeest? En komt het feest echt uit Amerika? Kom, we gaan op onderzoek!

2


3


Op bezoek bij de Kelten1 Zet je schrap! We vliegen een heel eind terug in de tijd. Naar Schotland in de 16e eeuw. Daar vierde men All Hallows Eve. Na een tijdje werd de naam vervormd. All Hallows Eve werd Halloween. Daar komt de naam dus vandaan. Maar hoe zit het met het feest? Wanneer werd dat voor het eerst gevierd? En hoe heette het toen? Om dat te ontdekken moeten we nog verder terug in de tijd. Helemaal naar het begin van onze jaartelling. In die tijd vierden de Kelten Samhain.

4


Samhain Het is 31 oktober en de zon is net onder. Het oogsten is voorbij. De schuren zitten vol graan en het vee staat op stal. Morgen begint de winter. En met die winter ook een nieuw jaar. Want dat begint voor de Kelten op 1 november. Overal branden grote vuren. Iedereen verzamelt rond een groot feestmaal. Men zit er dicht bij elkaar. De Kelten geloven dat op Samhain de deur openstaat. De deur tussen het oude en het nieuwe jaar. Zo kunnen geliefde doden nog eens langskomen. Men brandt een kaars aan het raam. Zo toont men ze de weg naar huis. Aan tafel laat men een stoel voor hen vrij. De doden zijn welkom op het feest. Er is maar één probleem. Zielen kunnen door die deur naar onze wereld. Maar ... demonen2 en duivels kunnen dat ook. Dus moeten de Kelten zich beschermen. Tegen kwelgeesten die een lichaam zoeken. Een mens of een dier om in te wonen. En tegen de demonen en duivels.

5


Want die zijn niets goeds van plan. Daarom proberen de Kelten ze te verjagen. Dat doen ze met veel licht en geluid. Ze zingen en brullen de hele nacht. Bouwen grote vuren. Zetten enge maskers op. En maken hun huizen donker en ongezellig. Zo hopen ze de demonen af te schrikken. En kwelgeesten terug te jagen. Ook in Schotland vieren ze zo Samhain. Wij verkleden ons nog steeds op Halloween. We dragen maskers en zingen luide liedjes. We hollen pompoenen uit en zetten er kaarsen in. Nu weet je hoe dat komt.

6


7


Snoep of boe! In de 9e eeuw komen er priesters. Die geloven in God. Ze vinden Samhain een heidens3 gebruik. Het liefst willen ze dat hele feest afschaffen. Maar dat lukt niet zo goed. De mensen blijven het toch vieren. Ze zijn het al eeuwen zo gewoon. Een slimme paus grijpt in. Hij roept 2 november uit tot de feestdag van alle zielen. Zo kunnen de mensen hun doden herdenken. Maar de mensen vergeten hun oude gebruiken niet. Ze passen ze alleen wat aan. Zo blijven ze Samhain vieren op 31 oktober. Alleen noemen ze het feest nu All Hallows Eve. De kinderen gaan van deur naar deur. Niet meer om hout voor het vuur van Samhain. Maar wel om koeken te verzamelen. Elke koek die ze eten, bevrijdt een ziel. Een ziel die vastzit in het vuur van de hel. Wie niks geeft, krijgt de duivel op bezoek!

8


Kinderen gaan in onze tijd nog steeds van deur naar deur. Ze vragen om koek of snoep. En dreigen: ‘Trick’ (pesterij) or ‘treat’ (lekkers)! Of ook wel: ‘snoep of boe!’ Nu weet je hoe dat komt.

9


Amerika Maar hoe kwam dat feest dan in Amerika? Amerika ligt toch ver weg? Helemaal aan de andere kant van de wereld? Goede vraag! In Ierland woonden heel veel boeren. Die kweekten vooral aardappelen. Want aardappelen groeien overal goed. Ook in schrale4 grond. Maar plots werden de aardappelen ziek. Dat gebeurde in het midden van de 19e eeuw. De aardappelen rotten in het veld. De oogst mislukte, jaar na jaar opnieuw. En elk jaar werden de boeren armer. Ze gingen dood van de honger. En wie niet doodging van de honger, die vertrok. Helemaal naar Amerika. Op zoek naar een beter leven. In Amerika blijven die boeren All Hallows Eve vieren. Of kortweg Hallows Eve. En dat klinkt heel erg als ... inderdaad: Halloween! En zo kwam Halloween dus in Amerika terecht.

10


11


Vleermuizen Een vleermuis is een zoogdier. Een klein zoogdiertje met vleugels. Geen zachte vleugels met pluimen. Maar zwarte vleugels gemaakt van vlieghuid. Een vleermuis vliegt enkel ‘s nachts. Overdag slaapt het beestje. Hangend op zijn kop. Een vleermuis brengt onheil, beweerde men vroeger. Het zijn duivelse monsters. Want ze voeden zich met bloed. Net als vampiers! Eigenlijk eten de meeste vleermuizen fruit. Maar dat wist men vroeger niet. Vleermuizen konden ook de toekomst voorspellen. Dat geloofde men echt! Vlogen ze drie keer rond je huis, dan kwam de dood gauw bij je langs. Vlogen ze je huis binnen, dan kreeg je een geest op bezoek.

12


En zag je er één vlak voor Halloween? Dan kreeg je de volgende dag mooi weer! Soms nagelde men een vleermuis op de deur. Zo probeerde men demonen af te schrikken. Dat doen we nog steeds met Halloween. Dan hangen we vleermuizen voor ons raam. Of in etalages van winkels. We drukken ze op kaarten. Of schilderen ze op ons gezicht. Nu weet je hoe dat komt!

13


Zwarte kat Heb je al eens een kat gezien ‘s nachts? Bij volle maan? Of in het licht van je zaklamp? Kattenogen weerkaatsen het licht. Dat kun je goed zien op foto’s. Het lijkt wel of hun ogen zelf licht geven. Een kat kan zich ook geruisloos5 verplaatsen. En als ze valt, dan breekt ze zelden iets. Want ze komt bijna altijd op haar pootjes terecht. Dat vond men vroeger heel erg eng. Een kat leefde bovendien vooral ‘s nachts. Net als de duivel. Mensen waren vroeger verschrikkelijk bijgelovig. Ze waren vooral bang voor zwarte katten. Dat waren heksen of duivels in vermomming6. Ze konden je vervloeken en beheksen. Ze brachten alleen maar ziekte en ongeluk. Dat geloofde men echt. Dus deed men wrede dingen. Men stopte katten in kleine tonnen.

14


15


Die sloeg men dan met een knuppel stuk. En als het arme dier nog leefde? Dan knuppelde men het dood. Of men stookte een groot vuur. Daarop verbrandde men een arme vrouw. De vrouw was een heks, zeiden ze. En haar kat was de duivel. Dus die kat gooiden ze ook op het vuur. En heb je al eens van kattenmuziek gehoord? Daar kon je op kermissen naar gaan luisteren. Dan bond men katten vast. Men trok aan hun poten en staarten. Tot ze miauwden van de pijn. Of men sloeg met een hamer op hun kop. Dat vond men toen erg grappig. Zelfs ‘kattenwerpen’ was populair.. Ook in Ieper. Daar gooide men katten van het belfort. En dat doet men er nog elk jaar opnieuw. Gelukkig gebruikt men nu knuffels in plaats van echte katten. Oef!

16


Zwarte katten blijven zorgen voor bijgeloof. Er zijn nog steeds mensen die geloven dat ze ongeluk brengen. Daarom zie je ze vaak met Halloween. Vaak zitten ze dan op of naast een bezem. Nu weet je hoe dat komt.

17


Pompoen In Europa kweekten boeren vaak bieten en rapen. Daar maakte men lantaarns van. Men holde ze uit en zette er een kaars in. Met die lantaarns ging men door de straten. De bieten zagen er eng uit. Maar in Amerika kweekten ze pompoenen. Die zijn mooier van vorm. Bovendien hol je een pompoen sneller uit. De bieten werden dus vervangen door pompoenen. Nu gebruiken we nog steeds pompoenen. We snijden er enge gezichten uit. En zetten ze voor onze deur. Ze horen bij Halloween. Maar wie maakte de eerste lantaarn? Dat zou wel eens Jack kunnen zijn!

18


Jack O'Lantern Jack was een Ierse smid. Hij ging elke avond naar de kroeg. Daar dronk hij glas na glas. Tot hij helemaal dronken was. Pas dan ging hij terug naar huis. Op een avond zat de duivel naast hem. Die wou Jacks ziel. Maar Jack was slim. ‘Goed, duivel,’ sprak hij. ‘Mijn ziel mag je hebben. Maar op één voorwaarde: je moet mij nog een laatste glas betalen.’ De duivel ging akkoord. In ruil voor Jacks ziel zou hij trakteren. Hij sprong op de toog. En nam de gedaante van een muntstuk aan. Jack aarzelde niet. Zo snel hij kon, nam hij het muntstuk. Maar hij kocht er geen bier mee. Hij stopte het in zijn geldbeugel. Daar zat een stevig kruisvormig slot op. Nu kon de duivel niet meer ontsnappen. Want een duivel kan niet voorbij een kruis.

19


20


‘Laat mij vrij!’ brulde de duivel. Hij dreigde en smeekte en huilde. Maar Jack liet de duivel zitten waar hij zat. ‘Laat mij vrij!’ gilde de duivel steeds weer. Woest omdat hij zich had laten foppen. Maar Jack deed of hij hem niet hoorde. ‘Laat mij vrij,’ smeekte de duivel opnieuw. ‘Ik beloof je dat ik jou tien jaar met rust laat.’ Dat vond Jack goed en hij liet de duivel vrij. De duivel hield zijn belofte. Tien jaar lang liet hij Jack met rust. Daarna wachtte hij hem op langs de weg. ‘Geef me je ziel, Jack,’ vroeg de duivel. ‘Goed,’ knikte Jack. ‘Je krijgt mijn ziel. Maar geef me eerst nog een appel. Dan ga ik zonder morren7 met je mee.’ De duivel ging akkoord en klom in een boom. Daar zocht hij voor Jack de zoetste appel uit. Maar Jack was snel. Vliegensvlug kerfde8 hij een kruis in de stam van de boom.

21


Nu zat de duivel opnieuw vast. Hij brulde en schreeuwde en ging woest tekeer. ‘Ik laat je gaan,’ beloofde Jack. ‘Maar dan laat je mij voor altijd met rust. Ik wil nooit in de hel belanden. Nu niet. Nooit niet!’ De duivel ging akkoord. ‘Jij zult nooit de hel vanbinnen zien, Jack. Dat beloof ik je. Je bent lastig en gevaarlijk. Ik wil niks meer met je te maken hebben.’ Niet veel later ging Jack dood. Maar hij mocht de hemel niet binnen. ‘Je loog, dronk en bedroog tijdens je leven. Hier is geen plaats voor jou. Ga weg!’ Met tegenzin slofte Jack naar de hel. Daar klopte hij aan bij de duivel. Maar ook die stuurde hem weg. ‘Ik wil niks met jou te maken hebben, Jack. Jij komt de hel niet in, laat dat duidelijk zijn.’ Daar stond Jack dan. Hij was niet welkom in de hemel. En mocht niet binnen in de hel. Hij was gedoemd om eeuwig rond te dwalen.

22


Op de grond lag een gloeiend kooltje. Jack raapte het op en stopte het in een raap. Zo had hij een lantaarn om zijn eeuwig lange en donkere weg te verlichten. Een raap, biet of pompoen met licht noemt men nog steeds een jack-o’-lantern. Nu weet je hoe dat komt.

23


Maar, er bestaat nog een verhaal. En dat, beweren anderen, is het enige ware verhaal. Vergeet de Kelten, zeggen ze. Vergeet Samhain. Dat is al zo lang geleden. En dat van Jack en de duivel? Dat is leuk. Lekker eng. Maar zo gebeurde het niet, beweren ze. Echt niet. Halloween ontstond door twee neven. De ene neef heette Jack. En de andere heette Krom. En dit is hun verhaal.

24


Jack en Krom Er waren eens twee neven. Ze heetten Jack en Krom. Jack was lang en vrolijk. Hij was een echte levensgenieter. En stond altijd voor iedereen klaar. Hij was enorm geliefd bij al zijn buren. Krom had een bult en een frons9. Hij hield niet van zingen. Had een hekel aan zijn buren. En hij verfoeide10 zijn vrolijke neef Jack. Jack en Krom waren boeren. Ze kweekten allebei pompoenen. Jack deed dat met veel liefde. Hij hield van het land. Van de geur van de aarde. Van het loeien van de wind. Van het stralen van de zon. En van de vrijheid die zijn werk hem gaf. Hij vond zichzelf een grote gelukzak.

25


Krom haatte het werk op het land. De vuile aarde kroop onder je nagels. De wind waaide er te hard. De zon scheen er te fel. De regen viel er te nat. En rijk werd je er ook niet van! Jaar na jaar ging voorbij. Jack strooide zijn zaadjes met zorg. Gaf ze water en stampte ze aan. Zodat ze stevig en sterk wortelden. Krom gooide de zaadjes los in de aarde. Daar moesten ze zelf maar zien te groeien. Wilde planten kregen toch ook geen hulp? Jacks pompoenen werden zwaar en groot. De mensen stonden in de rij om ze te kopen. Kroms pompoenen waren klein en misvormd. Hij raakte ze aan niemand kwijt. En dat vond Krom niet eerlijk. Op vrijdag 13 oktober nam hij een zeis11. Hij sloop achter zijn neef het veld op. Hakte in één haal Jacks hoofd eraf. En ging er toen snel vandoor.

26


Jacks hoofd viel in een kar vol pompoenen. Zijn lichaam viel dood op de grond neer. Maar sterven deed hij niet. Dat kon niet op deze behekste dag.

27


Plots stond Jack weer op. Hij voelde aan zijn nek. Maar zijn hoofd zat er niet meer op. Blind voelde hij in het rond. Op zoek naar het afgehakte hoofd. En toen hij dat plots vond, zette hij het op. Opgelucht wandelde Jack naar huis. Maar o wee! Wat zag hij in de spiegel? Op zijn lichaam zat geen hoofd. Het was een pompoen! Hij kerfde een mond en ogen in de pompoen. Zo kon hij beter zien en spreken. En als een haas rende hij terug naar het veld. Maar de kar was weg. Jacks knecht was ermee naar het dorp. Bij elke deur legde hij pompoenen neer. Net zoveel als de mensen hadden besteld. Jack zocht en zocht. Maar bij geen enkele deur lag zijn hoofd. Misschien lag het al ergens binnen? Klaar om in de soep te gaan? Jack mocht er niet aan denken!

28


Bij een deur zonder pompoenen klopt hij aan. Een meisje deed open. ‘Hallo, een ...,’ stamelde Jack. Maar hij kon zijn zin niet afmaken. Het meisje krijste en gilde. ‘Help! Een pompoenkop! Help!’

29


Jack vluchtte ervandoor. Diep de bossen in. Daar kweekt hij nu nog steeds pompoenen. Maar één keer per jaar komt hij terug. Op zoek naar zijn hoofd. En de mensen? Die vertellen nog steeds het verhaal van de man met de pompoenkop. Trouwens, wat het meisje hoorde: ‘Hallo, een ...’ Dat klinkt best wel een beetje als ‘Halloween’, vind je niet?

30


31


Woorduitleg 1 Kelten = volk dat lang geleden in groot deel van Europa leefde 2 demonen = boze geesten 3 heidens = duivels 4 schraal = ruw en droog 5 geruisloos = in stilte 6 vermomming = verkleding 7 morren = klagen 8 kerven = in iets krassen 9 frons = plooi of rimpel in je voorhoofd 10 verfoeien = haten 11 zeis = werktuig om gras te maaien

32


Hallo wie? Halloween! In Amerika is Halloween erg populair. Dat is een kinderfeest met veel snoep. En ook hier wordt het steeds meer gevierd. Maar waar komt het feest vandaan? Wie vierde het eerst Halloween? Kom, we gaan op onderzoek!

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Foto’s: Shutterstock Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622825

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - Leerjaar 3 - Kijker 1 - Thema 5 - N2 - Hallo wie? Halloween! by die Keure - Issuu