ucatieve uitgaven
Het lekkerste eten maak je zelf!
BIEB
Kolet Janssen
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 3
1
Het lekkerste eten maak je zelf!
Woensdag. Mona en Serdil lopen na school naar huis. Ze wonen in twee huizen naast elkaar. Het is niet ver, je bent er op acht minuten precies. Bij Mona thuis wacht oma hen elke week op met pannenkoeken. Tot vorige week. Toen haperde er opeens iets aan haar hart. Nu ligt oma in het ziekenhuis. En daarna zal ze nog lange tijd naar een herstelhuis moeten om weer helemaal op te knappen. Wat moeten ze nu op woensdag? De ouders van Mona komen pas laat terug van hun werk. Jullie mogen wel hier komen, heeft de mama van Serdil gezegd. Maar zij heeft vooraan in het huis een winkel van babykleertjes en speelgoed, en daar is het best druk. Achter de winkel is er niet zo veel te beleven.
1
Papa kwam met een andere oplossing. ‘Oom Bas komt voortaan op woensdag op jullie passen,’ zegt hij. ‘Hij moet pas om zes uur aan het werk, en dan zijn mama en ik al thuis.’ ‘Oom Bas?’ zegt Mona. Ze kent hem niet zo goed. Hij is wel grappig, maar zal het leuk zijn met hem als oppas? ‘Kan hij pannenkoeken bakken?’ vraagt Serdil. ‘Dat kan geen probleem zijn,’ zegt papa. ‘Oom Bas werkt in een restaurant1. Pannenkoeken bakken is voor hem een makkie.’ Als Mona en Serdil er aankomen, zwaait de deur al open. Oom Bas kijkt hen stralend aan. Er hangt een keukenhanddoek om zijn hals. De kinderen hangen hun jassen op. Mona zucht. Was oma maar hier. Die verwende hen altijd een beetje. ‘Geen pannenkoeken,’ fluistert Serdil. Maar dat heeft oom Bas gehoord.
2
‘Dat hangt helemaal van jullie af,’ zegt hij. ‘Kom maar mee. Ik ga jullie leren om zelf pannenkoeken te bakken!’ In de keuken staat de tafel vol. Een grote mengkom, kloppers, lepels en vorken, en pakken met meel en suiker. Er staat ook een doos met eieren. Op het vuur staat de pan al te wachten. Oom Bas bindt hen allebei een handdoek voor. ‘Ziezo, klaar!’ zegt hij. ‘Jullie gaan precies doen wat ik zeg. Dan eten we binnen de kortste keren heerlijke pannenkoeken!’
3
Recept2 voor pannenkoeken Wat heb je nodig? – 3 opgehoopte eetlepels bakmeel (bloem) per persoon – 1 ei per persoon – 2 eetlepels suiker – genoeg melk om het deeg vloeibaar te maken – 1 eetlepel olie (soja– of maïsolie) – margarine3 of olie om in te bakken – een mengkom, een klopper, lepels en vorken, een bakpan met een dikke bodem, een koekenschep – voor op de pannenkoek: witte of bruine suiker, bloemsuiker, stroop, honing, chocopasta, hagelslag, anijshagel4 … Aan de slag! – Schep 3 eetlepels meel per persoon in een grote mengkom. – Gooi er ook de suiker bij. – Giet er wat melk bij en roer alles onder elkaar met de klopper. Doe er genoeg melk bij, zodat het meel er nergens meer ‘droog’ uitziet.
4
– Roer stevig zodat de klonters eruit gaan. – Breek de eieren één voor één op de rand van de kom of met een vork en gooi ze zonder schaal bij het deeg. – Roer alles weer met de klopper onder elkaar. – Voeg er ook de olie bij en roer weer. – Nu moet er beetje bij beetje nog meer melk bij, totdat het deeg in een dun stroompje van de klopper loopt als je die optilt. – Tijd om te bakken! Zet de pan op een middelmatig vuurtje, gooi er een klontje margarine of een scheutje olie in en wacht tot de pan warm is. – Schep 1 grote of 2 kleine pollepels met deeg in de pan. – Wacht tot het deeg gestold is. Gebruik de koekenschep om even te kijken of de onderkant al mooi bruin wordt. – Schuif de koekenschep onder de pannenkoek en draai hem in één beweging om, zodat de bovenkant nu onderaan in de pan ligt. – Laat ook die kant goudbruin bakken. – Schep de pannenkoek op een bord.
5
– Je kunt de pannenkoek zo opeten of er nog iets op strooien of smeren: witte of bruine suiker, bloemsuiker, honing, stroop, chocopasta … Smakelijk!
6
‘Dat was helemaal niet zo moeilijk!’ zegt Mona. ‘En superlekker!’ Serdil wrijft over zijn buik. ‘Vanaf nu geef ik jullie elke woensdag kookles,’ zegt oom Bas. ‘Is dat geen goed idee?’ ‘Ik doe mee!’ zegt Serdil. ‘Ik ook!’ lacht Mona. ‘Oma zal niet weten wat ze ziet als ze weer beter is!’ De volgende woensdag spurten5 Mona en Serdil meteen na school naar huis. Daar staat oom Bas hen al op te wachten. ‘Vandaag staat er soep op het menu6,’ zegt hij. Op tafel liggen uien en rare knollen die Mona en Serdil niet kennen. ‘Tomatensoep met balletjes?’ vraagt Mona hoopvol. Maar oom Bas grijnst. ‘Dat is saai. Jullie gaan een originele soep koken, gemaakt van zoete aardappelen en pastinaken.’ ‘Pasta…wat?’ vraagt Serdil. ‘Pastinaken zijn een vergeten groente. Vandaag ontdekken jullie die opnieuw. En zoete aardappelen zijn lekker zoet.’
7
Serdil pakt een roodachtige knol van de tafel en ruikt eraan. Mm, benieuwd wat dat voor een soepje zal worden!
8
Recept voor zoete aardappelpastinaaksoep Wat heb je nodig? – een scheutje olijfolie – 2 grote uien – 4 zoete aardappelen – 4 pastinaken – 4 liter bouillon (groente– of kippenbouillonblokjes oplossen in kokend water) – 1 eetlepel zout en een snuifje peper – 1 eetlepel ahornsiroop 7 – een beetje room – een grote kookpan, een dunschiller 8, een staafmixer, snijplankjes en messen Aan de slag! – Schil de uien en snipper ze in kleine stukjes. – Schil de zoete aardappelen en de pastinaken met een dunschiller en snijd ze eerst in repen en daarna in blokjes van ongeveer 3 cm. – Giet de olijfolie in de kookpan en zet hem op een hevig vuur. – Als de olie warm is, gooi je de fijngesnipperde ui erin. Roeren en wachten tot de ui geel is.
9
– Gooi de blokjes zoete aardappel en pastinaak bij de uien. Roeren en 3 minuten laten stoven. – Voeg er de bouillon en het zout bij. – Breng aan de kook: de soep kookt als het aan de oppervlakte stevig bubbelt en er schuim op komt. – Zet het vuur lager, zodat de soep net aan de kook blijft en laat ze 20 minuten zachtjes koken. – Zet het vuur uit en mix de soep grondig met de staafmixer tot alle stukjes fijngemalen zijn. – Roer de ahornsiroop onder de soep. – Proef de soep (pas op, heet!) en doe er een beetje peper bij als je dat lekker vindt. – Schep de soep in borden of kommen en maak er met room een mooie krul bovenop. Smakelijk!
10
Mona blaast over haar soep. Serdil roert erin met zijn lepel. De soep heeft een prachtige oranje kleur en smaakt verrukkelijk. ‘Vonden jullie dit een moeilijk recept?’ wil oom Bas weten. ‘Dat mixen was een beetje eng,’ geeft Serdil toe. ‘Dat kun je altijd vragen aan een volwassene die in de buurt is,’ zegt oom Bas. ‘Ik vond het moeilijk om die zoete aardappelen en die pastinaken te snijden,’ zegt Mona. ‘Ze zijn zo hard!’ ‘Je moet er een groot en scherp mes voor hebben,’ zegt oom Bas. ‘Dan lukt het wel. Oefenen helpt natuurlijk ook. Je zult zien dat het elke week beter gaat.’
11
‘Vandaag eten we spaghetti,’ kondigt oom Bas aan. ‘Waarom liggen er dan zo veel groenten op tafel?’ wil Mona weten. Haar mama draaide bij de spaghetti gewoon een pot tomatensaus open. Best lekker! ‘We maken echte en gezonde spaghettisaus,’ legt oom Bas uit. ‘Daar zitten veel groenten in.’ Serdil kijkt twijfelend. Hij weet niet of hij de spaghetti dan nog wel lekker zal vinden … Op tafel liggen twee snijplankjes en twee nieuwe aardappelmesjes klaar. ‘Jullie gaan de groenten snijden,’ zegt oom Bas. ‘Uien, courgette, paprika en champignons. Als dat klaar is, beginnen we eraan.’
12
Recept van spaghettisaus met groenten Wat heb je nodig? – een half pak (dunne) spaghettisliertjes – een scheutje olijfolie – 1 grote ui – 1 teen knoflook – 500 g gemengd gehakt (kan ook zonder, dan is het vegetarische9 spaghettisaus) – 1 courgette – 1 rode, 1 gele en 1 groene paprika – 12 champignons – 2 blikken tomaten in stukjes – 1 klein blikje tomatenpuree – 1 koffielepel paprikapoeder, een snuifje pilipili10, 1 koffielepel basilicumblaadjes (gedroogd of vers), 1 koffielepel oregano – 1 eetlepel suiker – 1 scheutje rode kookwijn – 100 g kaas (belegen Gouda of Gruyère) – snijplankjes en mesjes, een knoflookpers, een champignonborstel, een blikopener, een kaasrasp, een grote en een kleinere kookpan, een vergiet, een grote lepel om te roeren
13
Aan de slag! – Schil de uien en hak ze fijn. – Schil de knoflook. – Was de courgette en haal de eindjes er aan twee kanten af. – Was de paprika’s, snijd ze doormidden en haal de pitjes en binnenwandjes eruit. – Borstel de champignons (niet wassen!) zodat alle aarde eraf is. – Snijd de courgette, de paprika en de champignons in blokjes of reepjes van ongeveer 2 cm. – Giet de olie in de kleinste kookpan en verwarm flink. – Doe er de gesnipperde ui in en roer. – Knijp de knoflook door de knoflookpers bij de ui. – Laat de ui en de knoflook 3 minuten zachtjes stoven, tot de ui geel is. – Doe het gehakt bij de ui en prak11 het los met een vork. Laat het aan alle kanten bruin bakken, tot je een korrelige massa krijgt.
14
– Doe de kruiden in de kookpan. – Open de blikken tomaten in stukjes en doe de inhoud in de pan. Roer alles door elkaar. – Gooi de in stukjes gesneden courgette en de paprika erbij en roer weer. – Voeg de wijn toe en dan de suiker. – Breng alles aan de kook en laat een kwartier lang zachtjes pruttelen. Roer regelmatig. – Gooi er de champignons bij. – Zet in de grote pan veel water met een beetje zout op voor de spaghettisliertjes. – Doe er de sliertjes in als het water kookt en zet zachter. Laat 5 minuten koken, tot de slierten beetgaar12 zijn. – Intussen is de saus waarschijnlijk ook klaar. – Proef of de paprika gaar genoeg is, dan is de rest dat ook. – Rasp de kaas en zet hem in een kommetje op tafel. – Giet de spaghettisliertjes af in een vergiet en spoel ze met lauw water. Laat ze goed uitlekken. Zet ze op tafel in een kom met een scheutje olijfolie erdoorheen.
15
– Giet de saus in een grote kom en doe er een kleine pollepel in om uit te scheppen. Smakelijk!
16
Serdil ploft in de zetel. ‘Ik heb geen honger vandaag,’ zegt hij. ‘Magnus was jarig en hij deelde wafels uit.’ ‘Dat komt goed uit,’ zegt oom Bas. ‘Want vandaag maken we alleen voorafhapjes. Of beter: twee smeersels om op die dunne beschuitjes te smeren, en dat zijn dan voorafhapjes.’ ‘Waarom heet zoiets voorafhapjes?’ vraagt Mona. ‘Kun je het niet net zo goed achteraf eten?’ ‘De meeste mensen eten liever iets bitters of iets hartigs13 vooraf, daarna een zouter hoofdgerecht en als afsluiter een zoet dessertje14,’ legt oom Bas uit. ‘Het is natuurlijk niet verboden om het omgekeerd te doen, maar je zult zien dat het zo toch het lekkerste is.’
17
Recept voor eiersalade Wat heb je nodig? – 4 eieren – 1 klein uitje – een scheutje citroensap (vers of uit een flesje) – een koffielepel kerriepoeder en een koffielepel mosterd – een koffielepel dille – een snuifje peper en zout – 4 eetlepels mayonaise – 1 pak dunne, knapperige beschuitjes of toastjes – messen, een snijplankje, een mengkom, een vork en een lepel Aan de slag! – Breng water met een beetje zout aan de kook in het pannetje en prik de eieren met een eierprikker of een naald. – Leg de eieren voorzichtig in het kokende water en zet het vuur zachter. – Laat ze 10 minuten koken en haal ze met een lepel uit het water.
18
– Laat de eieren afkoelen in koud water en pel ze voorzichtig. Dat gaat beter als je ze eerst tussen je handen heen en weer rolt en er dan even mee op tafel klopt. – Schil en snipper het uitje. – Snijd de eieren in grote stukken en plet ze met een vork in een mengkom. Doe er ook het uitje bij. – Voeg er de citroensap, de kerrie, de mosterd, de dille, de peper en het zout bij. – Schep er de mayonaise bij en roer alles heel goed onder elkaar. Proef even of het goed smaakt en voeg er eventueel nog wat peper, zout of mosterd bij. – Smeer het smeersel op dunne beschuitjes en versier met verse bieslook of dille.
19
Recept voor zuiders smeersel Wat heb je nodig? – 50 g zwarte ontpitte olijven – 50 g dadels zonder pit – 2 eetlepels pijnboompitten – 2 teentjes knoflook – 10 blaadjes basilicum – 2 zongedroogde tomaatjes – 4 eetlepels vers geraspte belegen kaas – 250 g mascarpone – peper en zout – 1 pak knapperige beschuitjes of toastjes Aan de slag! – Gooi alle ingrediënten (behalve de beschuitjes) bij elkaar in een beker en hak ze fijn met de staafmixer. – Roer het mengsel goed door elkaar. – Smeer het op de beschuitjes of de toastjes. Mona en Serdil leggen de beschuitjes op een grote, platte schaal.
20
‘Mooi hè?’ zegt Mona. ‘Welke vinden jullie de lekkerste?’ vraagt oom Bas. ‘De eiersalade,’ zegt Mona. ‘Ik de andere, het zuiderse smeersel,’ lacht Serdil. ‘Bij ons thuis eten we vaak dadels en olijven.’ ‘Dat vind ik ook wel lekker, maar ik moet er nog een beetje aan wennen,’ bedenkt Mona. ‘Vandaag gaan we niet koken,’ zegt oom Bas. ‘O, waarom niet?’ vraagt Mona teleurgesteld. ‘Nee, vandaag gaan we bakken,’ lacht oom Bas. ‘Dat is toch hetzelfde!’ meent Serdil. ‘Zeker niet!’ legt oom Bas uit. ‘Koken doe je op het vuur, bakken doe je in de oven. En die is nog veel heter, dus vandaag moeten jullie extra goed uitkijken. En altijd ovenwanten aandoen als je iets in de oven wilt steken.’ Op tafel liggen de ovenwanten al klaar. ‘Wat zullen we dan precies bakken?’ wil Serdil weten. ‘Kleine cakejes,’ zegt oom Bas. ‘In papieren vormpjes. Makkelijk en heel lekker!’
21
22
Recept voor vruchtencakejes Wat heb je nodig? – 3 eieren – 200 g suiker – 125 g boter of margarine – 1 citroen (de schil) – 300 g bakmeel (bloem) – 2 theelepels bakpoeder – 100 g rozijnen – 50 g gekonfijt15 fruit (appels, aardbeien, mango …) – 50 g dadels – 1,5 theelepel kaneelpoeder – 1,5 dl melk – papieren bakvormpjes – mengkommen, een klopper, lepels, een rasp, een weegschaal, een snijplankje en een mes Aan de slag! – Verwarm de oven voor op 200 °C (of vraag dat aan een volwassene in de buurt). – Smelt de boter in een kom in de magnetron16 op een lage stand.
23
– Roer er de suiker door, totdat alles goed is opgelost. – Gooi er één voor één de eieren in en meng goed. – Was de citroen en rasp de schil lichtjes (alleen het gele deel, niet het witte). – Doe de citroenrasp bij het eiermengsel. – Snijd het gekonfijt fruit en de dadels in blokjes van maximaal 1 cm. – Meng in een andere kom het bakmeel, het bakpoeder, de rozijnen, het gekonfijte fruit, de dadels en het kaneelpoeder. – Voeg beetje bij beetje de melk toe tot het deeg goed uit te scheppen valt, maar niet te vloeibaar is. Het mag namelijk niet uitlopen als je het in de papieren vormpjes schept. – Laat het deeg even staan en voeg nog een beetje melk toe als het te dik is geworden. – Schep met een soeplepel deeg in de papieren vormpjes, zodat ze voor 2/3 gevuld zijn. Dus niet tot aan de rand, want straks gaat het deeg rijzen en daar moet je dus plaats voor overlaten.
24
– Zet de papieren vormpjes met deeg meteen op een platte bakplaat, en schuif die (met ovenwanten aan!) in de hete oven. – Laat de cakejes ongeveer 15 minuten bakken, of tot ze goudbruin zijn. – Haal met ovenwanten de bakplaat uit de oven en zet de cakejes op een rooster om af te koelen. Smakelijk!
25
‘Ik heb dorst!’ roept Mona uit als ze binnenkomt. ‘Dat komt goed uit,’ zegt oom Bas. ‘Want vandaag maken we een drankje.’ ‘Drankjes kun je gewoon kopen, die hoef je niet te maken,’ zegt Serdil. ‘Cola, limonade, melk, water … Wat valt daaraan te maken?’ ‘Het is ook geen gewoon drankje,’ zegt oom Bas. ‘We maken bananenmilkshake.’ ‘Duurt dat lang? Want ik heb echt véél dorst,’ zegt Mona. ‘Nee hoor, het is heel snel klaar.’
26
Recept voor bananenmilkshake Wat heb je nodig? – 4 rijpe bananen – 4 dikke bollen vanille-ijs – 75 cl ijskoude melk – 1 eetlepel citroensap – 1 zakje vanillesuiker – een staafmixer, een hoge mengbeker, een ijsschep, een citroenpers, een snijplankje en een mes, hoge glazen en rietjes Aan de slag! – Snijd de bananen in dunne plakjes en gooi ze in de mengbeker. – Pers de citroen en giet 1 eetlepel citroensap over de schijfjes banaan. Roer goed onder elkaar. – Schep het vanille-ijs bij de banaan. – Giet de melk eroverheen. – Mix alles gedurende 2 minuten met de mixer tot het goedje vloeibaar en schuimig is. – Voeg er de vanillesuiker bij en roer goed.
27
– Schenk de milkshake in hoge glazen en drink ervan met een rietje. Smakelijk! ‘Mm, dat is goed voor de dorst!’ zucht Mona. ‘Heerlijk,’ zegt ook Serdil. ‘Volgende week is oma terug,’ zegt oom Bas. ‘Fijn dat ze weer beter is,’ zegt Serdil. ‘Maar we zullen onze kooklessen missen!’ ‘We zullen oma verwennen,’ belooft Mona. ‘En over een poosje kom ik wel weer eens een extra kookles geven,’ zegt oom Bas. ‘Intussen kunnen jullie goed oefenen. En nooit onze tips vergeten, hoor!’ ‘Afgesproken!’ zegt Mona.
28
Tips voor koks Elk vak heeft zijn eigen kneepjes. Hieronder staan een paar handige tips die je bij elk recept moet toepassen: – Alles wat je kookt of bakt, komt terecht in de maag van mensen. Het moet dus absoluut schoon zijn! Was daarom altijd je handen met zeep, voordat je begint met koken. Zorg er ook voor dat de tafel of het blad waarop je werkt, goed is schoongemaakt. – Bij elk recept staat vooraan wat je nodig hebt. Kijk eerst goed na of je alles in huis hebt. Misschien moet je eerst nog boodschappen doen. – Als je begint met koken, leg je het best eerst alles klaar. Dat is handiger dan wanneer je met plakkerige vingers straks toch nog in de kast moet duiken. – Als je iets hebt uitgeschept uit een kom of een pan, zet je daar het best meteen een bodempje water in. Dat scheelt straks voor de afwas! – Draai dekseltjes en doppen meteen na gebruik weer op de potjes en flessen waarvan je iets nodig had en zet ze weer op hun plek. Dan wordt het niet te rommelig en heb je minder werk met opruimen achteraf.
29
– Stapel de vuile vaat netjes op of prop hem in de vaatwasser. Laat de keuken niet op een slagveld lijken als jij er bezig bent geweest. Je ouders zullen onder de indruk zijn! Misschien doen zij wel de afwas, nu jij hebt gekookt. – Een leuk gedekte tafel is de helft van het succes van je gerecht. Tafelmatjes en kleurige servetten zien er altijd feestelijk uit. Leg het bestek netjes naast de borden en zet een bloemetje of een kaarsje op tafel. Succes gegarandeerd!
30
Woorduitleg 1 restaurant
plek waar je kunt gaan eten
2 recept
uitleg hoe je een bepaalde soort eten of drinken kunt klaarmaken
3 margarine
kunstboter (vaak gemaakt van planten) om te smeren of te bakken
4 anijshagel
hagelslag gemaakt van suiker en anijszaadjes (anijs is een plant met geurige vruchtjes)
5 spurten
rennen, sprinten
6 menu
maaltijd, soms met verschillende gerechten
7 ahornsiroop
zoetmiddel gemaakt van het sap van de suikerahorn (een soort esdoornboom)
8 dunschiller
mesje waarmee je heel dun kunt schillen
9 vegetarisch
eten dat alleen gemaakt is van planten en niet van dieren
10 pilipili
heel pikante poeder
31
11 prakken
met een vork fijndrukken en door elkaar mengen
12 beetgaar
gaar of mals genoeg om te kunnen kauwen
13 hartig
pittig en zout
14 dessert
nagerecht of toetje
15 gekonfijt
in suiker ingelegd
16 magnetron of microgolfoven
toestel waarmee je met
speciale golven voedsel in heel korte tijd warm of gaar kunt maken
32
Wie houdt er niet van lekker eten? Daarom is het slim om zelf te leren koken. Dan kun je precies maken wat je zelf graag lust. Want het lekkerste eten maak je zelf!
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 3. ISBN 978 90 486 2282 5 Bestelnummer 60 1021 297 KB D/2015/0147/338 NUR 191 Illustraties: Stijn Claes Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 622825
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.