Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 2 - Kijker 8 - Thema 9 - N3 - Kalila en Dimna: deel 3

Page 1

ucatieve uitgaven

Kalila en Dimna: deel 3

BIEB

Laïla Koubaa

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 2

8


Kalila en Dimna: deel 3

Wat voorafging ... Dimna bedacht een list om Habieb de stier te doden. Kalila probeert zijn broer Dimna ervan te overtuigen dat hij een vreselijke fout zal begaan. Luistert Dimna naar de wijze raad van zijn broer? Ontdek het in deel 3!

1


‘Geloof mij, Dimna, ik ben verloren,’ zegt Habieb. ‘Denk maar aan het verhaal van de leeuw, de kameel, de wolf, de kraai en de jakhals.’ ‘De jakhals?’ ‘Ja, een jakhals, zoals jij en je broer.’

De leeuw, de kameel, de wolf, de kraai en de jakhals Er woonde eens een leeuw in een grot in een klein bos. De leeuw had drie vrienden: de wolf, de jakhals en de kraai. Op een dag kwamen koopmannen met wel honderd kamelen voorbij. Een kameel die niet meer mee kon, ging naar het bos tot bij de leeuw. De leeuw vroeg hem: ‘Waar kom jij vandaan?’ De kameel vertelde wat hem overkomen was en de leeuw wilde weten wat hij in het bos kwam doen.

2


3


‘De vriend van de koning worden,’ zei de kameel. ‘Dat is goed en ik beloof je dat ik over je zal waken,’ zei de leeuw die blij was met zijn nieuwe vriend. De kameel bleef in de buurt van de leeuw. Elke dag ging de leeuw op jacht en hij verdeelde zijn prooi met de kraai, de wolf en de jakhals. Maar op een dag kwam hij een olifant tegen.

4


Na een zwaar gevecht met de olifant kroop de leeuw naar zijn grot waar hij zijn diepe wonden likte. Hij had veel bloed verloren en was heel erg verzwakt. De leeuw kon niet meer op jacht gaan. De wolf, de kraai en de jakhals kregen honger. De dieren werden heel dun. De leeuw sprak hen toe en zei: ‘Vrienden, jullie zien af1, jullie hebben honger.’ ‘We zijn vooral bang voor jou,’ zeiden de wolf, de kraai en de jakhals.

5


6


‘Dat is lief, vrienden, wellicht kunnen jullie een stuk wild vangen waarvan ik ook kan eten.’ De wolf, de jakhals en de kraai trokken zich terug achter een struik. ‘Waarom stellen we niet voor om de kameel op te eten? Wat hebben we met dat grasetende beest?’ stelde de kraai voor. ‘Geen sprake van,’ wierp de jakhals tegen. De koning houdt van de kameel, ook hij is zijn vriend. Zoals je weet verbreekt de koning nooit zijn woord. De kraai ging alleen terug naar de leeuw en de leeuw vroeg aan de kraai: ‘Hebben jullie al iets kunnen vangen?’ ‘O leeuw, het is voor ons lastig, we wilden een dier vangen maar door de grote honger staan we niet meer stevig op onze poten en is elk beest ons te vlug af. Toch weet ik wellicht raad op ons probleem en zullen we eten hebben voor een aantal dagen.’

7


‘Vertel op,’ zei de leeuw. ‘We kunnen de kameel opeten, dat beest dat enkel gras eet dient toch tot niets.’ ‘Schaam je!’ brulde de leeuw boos. ‘Hoe durf je, je weet toch dat ook de kameel mijn vriend is.’ Boos keerde de kraai terug naar de wolf en de jakhals. ‘Ik krijg hem wel,’ kraste de kraai woest. ‘Ik stel voor dat we samen met de kameel de toestand van de leeuw bespreken.’ De wolf, de jakhals en de kraai gingen naar de kameel. ‘De leeuw is altijd gul en goed voor ons geweest, hij zal nu ook van ons iets terug verwachten. We zullen onszelf om beurt aan de leeuw aanbieden, dat zal hem plezier doen. Maar als iemand zich aanbiedt, zal één van ons tussenkomen om de andere te redden.’

8


9


De dieren vonden het een goed plan en gingen naar de grot van de leeuw. De kraai sprak als eerste en zei: ‘O Sire, u heeft eten nodig om terug op krachten te komen, en het is maar rechtvaardig, na al wat u voor ons gedaan heeft, dat wij u ons leven schenken. Ik wil dat u mij opeet.’ Maar de wolf, de jakhals en de kameel onderbraken hem en zeiden: ‘Wat zeg je nu? Hoe zou jij de koning terug op krachten kunnen brengen? Je bent zelf vel over been2 en je vlees stinkt. Indien de koning jou zou opeten, vrezen we voor zijn leven.’ ‘Dat geldt niet voor mij,’ zei de wolf, ‘eet mij maar op.’ ‘Daar komt niets van in huis, jou opeten doen we niet. Wij stammen immers van dezelfde soort af,’ zei de jakhals.

10


De kameel, die dacht dat de wolf, de kraai en de jakhals ook voor hem een smoes3 zouden bedenken om hem niet op te eten zei: ‘Koning, eet mij maar op, mijn vlees is zacht en gezond en het zal je versterken.’ ‘Heel juist! Wat ben je gul, kameel. Bedankt!’ zeiden de wolf, de jakhals en de kraai en ze aten de kameel op. ***

11


‘Ik ben verloren zoals de kameel,’ snikte Habieb. ‘Ik zal Koning Leeuw niet op andere gedachten kunnen brengen.’ ‘Wat ga je nu doen?’ vroeg Dimna. ‘Ik zal met de koning moeten vechten.’ ‘Veel te gevaarlijk,’ riep Dimna. ‘Je moet het anders aanpakken. Luister naar de raad van je vrienden of het loopt slecht met je af. Luister maar naar het verhaal dat ik je zal vertellen over de twee ganzen en een schildpad.’

12


Dunia Er waren eens twee ganzen, Noor en Biba. Ze woonden samen met Dunia de schildpad aan het meer van de Zwarte Maan. Het gras was er groen en zacht en er zwommen duizend en één vissen in het meer van de Zwarte Maan. Op een dag kwamen mensen. Ze gebruikten het water voor de fabriek en het meer van de Zwarte Maan droogde op. Noor en Biba besloten om te vertrekken. ‘Luister, Dunia,’ zei Noor. ‘Het stinkt hier en onze poten raken verstrikt in het droge gras dat niet te eten is. Morgen vliegen we naar de andere kant van de wereld.’ Dunia snikte: ‘Wat moet ik dan?’ ‘Luister Dunia,’ zei Biba, ‘er is een manier om samen weg te komen, maar beloof ons dat je onderweg niet zal praten.’

13


‘Ik zal zwijgen als een steen,’ beloofde Dunia. ‘Wat is jullie plan?’ Noor en Biba namen een grote stok en gooiden hem aan Dunia’s poten: ‘Bijt je vast in het midden van de stok,’ zei Noor. Dunia aarzelde niet en Noor en Biba namen op hun beurt de stok in hun bek, elk aan een kant. Ze knipoogden naar elkaar en klapten stevig met hun vleugels. Zo vlogen de drie vrienden over steden en woestijnen. Over bergen en zeeën. Over de maan en de sterren. Over witte reuzen, blauwe dwergen en zwarte gaten.

14


Toen ze bijna aan de andere kant van de wereld waren, passeerden ze een veld vol mensen. En toen de mensen de drie vrienden zagen, begonnen ze te lachen: ‘Kijk een schildpad die kan vliegen,’ riep er één. ‘Het is door jullie dat ik hier hang, mij uitlachen, wat denken jullie wel?’ zei de schildpad boos. En Dunia viel. ***

15


‘Ga nu maar naar de koning en je zal zien dat ik de waarheid verteld heb,’ zei Dimna en hij sprak Habieb moed in4. ‘Hoezo?’ ‘Als je bij de koning komt en als hij met zijn staart kwispelt en zijn tong over zijn muil laat gaan, weet dan dat hij je wil doden. Wees dus waakzaam.’ ‘Oei, oei, dat klinkt niet best, maar als ik dat zie, weet ik dat hij mij wil doden,’ snikte Habieb. Nu Dimna Koning Leeuw en Habieb tegen elkaar had opgezet, keerde hij terug naar zijn broer Kalila, die hem vroeg hoe het met hem was.

16


‘Het is bijna zover,’ zei Dimna. ‘Ik zal winnen, mijn wraak zal zoet zijn. Hahahahaha!’ ‘Hoe bedoel je?’ ‘Kom maar mee, ik zal je het laten zien.’ Vanop een berg zagen de twee jakhalzen dat Habieb bij de koning was aangekomen.

17


Kalila begreep wat zijn broer had gedaan en riep: ‘Domkop! Wat heb je gedaan, hoe kon je? Je denkt alleen aan jezelf. Jij wil de koning voor jou alleen.’ De koning kwispelde met zijn staart en liet zijn tong over zijn muil gaan. De koning viel Habieb aan en zijn vrienden aten het vlees van de stier op. Enkele dagen later kwam Panter op bezoek. Hij was een goede vriend van Koning Leeuw. Hij hoorde Kalila en Dimna praten in hun hol. Kalila was woest op Dimna en zei: ‘Ik breek met jou, je bent mijn broer en mijn vriend niet meer. Het is jouw schuld dat de koning Habieb gedood heeft. O wee als de koning dat te weten komt.’ Panter die alles gehoord had, haastte zich naar de moeder van de koning en vertelde haar alles. De volgende ochtend ging ze naar haar zoon die stil in een hoekje zat te janken. Ze vertelde hem wat Panter haar was komen zeggen.

18


‘Maar moeder, wie heeft je dat verteld?’ vroeg de koning verdrietig. ‘Dat kan ik je niet vertellen, mijn zoon.’ ‘Ik mag geen tweede keer dezelfde fout maken: wat ik van Dimna over Habieb vernomen heb, waren leugens. Ik moet zeker weten dat het waar is wat je gehoord hebt,’ zei de koning.

19


‘Je hebt gelijk, maar ik dacht dat je mij op mijn woorden zou geloven, zoonlief.’ ‘Moeder, ik twijfel niet aan jou. Vertel mij nu van wie je dit verhaal hebt.’ ‘Ik heb hem mijn woord gegeven.’ Koning Leeuw, die zich diep schaamde voor wat hij Habieb had aangedaan, besloot Dimna bij zich te roepen. ‘Waarom bent u zo triest, Sire?’ vroeg Dimna. ‘Valsaard!’ riep de moeder van de koning. ‘Maar wat heb ik misdaan?’ vroeg Dimna verbaasd terwijl hij een buiging voor haar maakte.

20


‘Je hebt een barbaarse5 misdaad begaan: je hebt mijn zoon een trouwe vriend laten doden.’ Dimna hield vol en ontkende het verhaal en zei dat hij geen enkele reden had om Habieb kwaad te doen.

21


De koning besloot om alles te onderzoeken en Dimna zei listig dat hij er het volste vertrouwen in had en dat het onderzoek zijn onschuld zou bewijzen. ‘Indien ik schuldig zou zijn, dan zou ik al lang gevlucht zijn. Dit is het bewijs van mijn trouw en onschuld. Let op voor zij die mij willen uitschakelen om mijn plaats in te nemen bij de koning.’ ‘Sire, Dimna spreekt deze woorden enkel en alleen om zijn eigen leven te redden,’ zei een raadgever van de koning. Koning Leeuw besloot om Dimna op te sluiten. Kalila ging hem in het geheim opzoeken en zei: ‘O, broer waarom heb je niet naar mijn raad geluisterd? Ik had je het nog zo gezegd.’

22


Dimna werd voor altijd opgesloten en Kalila bezocht hem elke week. Het speet Dimna dat hij niet naar zijn broer had geluisterd …

23


Woorduitleg 1 afzien = het moeilijk hebben 2 vel over been zijn = heel mager zijn 3 smoes = wat je verzint om iets niet te moeten doen 4 iemand moed inspreken = iemand zeggen om niet op te geven 5 barbaars = grof en wreed

24


Dimna bedacht een list om Habieb de stier te doden. Kalila probeert zijn broer Dimna ervan te overtuigen dat hij een vreselijke fout zal begaan. Luistert Dimna naar de wijze raad van zijn broer?

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 2. ISBN 978 90 486 2281 8 Bestelnummer 60 1021 197 KB D/2015/0147/337 NUR 191 Illustraties: Frieke Verlé Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622818

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - Leerjaar 2 - Kijker 8 - Thema 9 - N3 - Kalila en Dimna: deel 3 by die Keure - Issuu