Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 2 - Kijker 8 - Thema 5 - N2 - Alles over circus

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Alles over circus Sandrine Lambert

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 2

8


Alles over circus

Je loopt niet zomaar voorbij de borden van het circus. Met daarop een clown, een acrobaat, een paard of een aap. Zie je zo’n bord, dan gaat je hart sneller slaan. Dan komt het circus naar de stad. En zie je in de verte die grote tent? Dan wil je ernaartoe. Dan moet je wel gaan. Het circus is een droom die twee uur duurt. Je ziet er een clown, een acrobaat, een paard … Je eet een suikerspin of popcorn. Na de show doen je handen pijn van het klappen. Circus is echt fantastisch!

1


Wie werkt er in een circus? De circusdirecteur Circusdirecteur is een moeilijk woord. Maar zo heet nu eenmaal de baas van het circus. Hij is de man met het nette pak. En met de hoge hoed. Zijn stem is luid. Dat is normaal, een baas moet kunnen roepen. Hij zorgt ervoor dat alles goed gaat. Loopt er iets mis, dan bedenkt hij wat. Omdat hij de baas is, kiest hij welke nummers er getoond worden. Daarbij houdt hij ook de kassa in de gaten. Dat wil niet zeggen dat al het geld van hem is! De directeur is dus een belangrijk man. Toch lachen de clowns graag met hem. Ze spuiten hem nat. Ze maken hem vuil. Of ze steken zelfs zijn jas in brand. Dan roept hij, maar echt boos wordt hij niet. Hij is best aardig. En clowns zijn wat gek. O ja, en wil jij graag bij het circus? Dan moet je dat aan de directeur vragen.

2


3


De acrobaat Een acrobaat plooit en buigt zoals hij dat wil. Het kan een man zijn of een vrouw. Die doet een salto in de lucht of loopt over een touw. Lenig en in evenwicht. Een show is bijna nooit met één acrobaat. Meestal zijn ze met twee of nog meer. Dan moet alles kloppen. Is de ene één tel te laat? Dan kan de andere vallen. Dan is alles om zeep. Een acrobaat oefent heel veel. Meestal begint hij als kind. Maar ook niet altijd. Hij kan veel kunstjes! Lopen over een bal of over een touw. Dansen in een doek of in de lucht! Of aan een trapeze. Dat is een rek voor acrobaten. Acrobaten lopen soms wel gevaar. Maar ze weten wat ze doen. Alles loopt bijna altijd goed.

4


5


De goochelaar Hij is het die een konijn uit zijn hoed haalt. Of een duif. Hij gebruikt kaarten, ballen, ringen, touw of zelfs vuur. Hoe hij dat allemaal doet? Dat weten we niet. Anders is er niets aan. Een truc die bekend is, is die met de kist. Een vrouw stapt in een grote kist. Die gaat op slot. Dan zaagt de goochelaar die kist in het midden door. De vrouw zit er dan nog in. Toch stapt ze er na de truc gewoon uit. Ze is dan niet eens gewond. Straf! Maar dat is goochelen. Een andere oude truc is balletje-balletje. Dan goochelt de goochelaar balletjes van zijn ene hand in de andere. Dat lijkt simpel. Maar probeer het eens zelf! Ook een goochelaar oefent veel. Als hij geen show geeft, oefent hij. Al moet hij ook eten, drinken en slapen!

6


Wie wil leren goochelen, kan al starten met een goocheldoos. Daar is een boekje bij. Zo kan je lezen hoe het moet. Dan kan je een show geven. Thuis of op school.

7


De clown Het lijkt makkelijk om clown te zijn. Alsof je gewoon dom moet doen. Een beetje foppen, vallen of glijden. Maar vergis je niet. Ook een clown oefent veel. Over elk grapje denkt hij na. Clowns kunnen ook veel verschillende dingen! Oleg Popov was als clown erg beroemd. Hij kon trompet spelen op de slappe koord. Dat zag er gek uit! Het deed de mensen gieren van het lachen. Maar het is wel heel moeilijk. Clowns spelen vaak een verhaal. Soms alleen, soms met twee of drie. Eén clown wil dan iets dat niet mag. Hij vindt de gekste dingen uit om het toch te doen. Dat loopt altijd uit de hand. De mensen vallen dan om van het lachen!

8


9


De dierentemmer Wilde dieren zie je bijna niet meer in het circus. Dat is maar goed ook. Een leeuw heeft ruimte nodig om te rennen. Een olifant blijft graag bij zijn kudde. En tijgers moeten kunnen roven. Toch zijn er nog steeds dieren. Honden, katten, duiven, soms zelfs geiten. Die zijn versierd met veren en veel kleuren. Ze doen allerlei kunstjes. Door een hoepel springen bijvoorbeeld. Of over een balk lopen. Of zelfs met een bal spelen. Doet het dier het goed? Dan wordt hij beloond. Dan krijgt hij wat lekkers en een aai. Na de show is de dierentemmer nog niet klaar. Dan zorgt hij voor zijn dieren. Hun hokken worden gepoetst. En de dieren krijgen eten en vers water. Ze moeten hun kunstjes ook goed oefenen.

10


11


De dieren De dieren zelf krijgen natuurlijk ook een plekje in dit boek. Het zou anders echt niet eerlijk zijn. Naar dieren kijken is fijn. Zeker naar wilde dieren. Maar zij horen niet in een circus. Zij hebben veel plaats nodig. De dierenkooien in het circus zijn te klein. Daarom mag dat nu niet meer. Kleine dieren zijn er wel nog. Zij kunnen ook heel wat! Elk dier is een artiest. Een dier in het circus oefent, net als een mens. Welke kunstjes doen de dieren? - Katten: lopen over een smalle balk. Of zelfs over een touw! Soms lopen ze in een rad dat draait. Katten springen ook goed. - Honden: rennen snel en springen goed. Soms spelen ze met de bal. Er zijn honden die kunstjes doen met een paard. Dan staan ze op het paard. Of ze lopen er mooi onder. Af en toe luistert een hond niet naar zijn baasje. Maar dat is ook een kunstje. Iedereen vindt dat grappig. - Duiven: een vogel is mooi, een duif ook. Duiven kunnen zelfs artiesten zijn! Ze zitten bijvoorbeeld op een soort draaimolen. Dat is mooi om te zien.

12


- Geiten: geiten hebben een goed gevoel voor evenwicht. Als ze over een balk lopen, vallen ze niet. Klimmen kunnen ze ook. Maar niet elke geitensoort kan dat even goed. In het circus zijn het berggeiten. - Paarden: dit zijn de enige dieren die niet klein zijn. Maar je ziet ze in elk circus. Paarden zijn prachtig! Zelfs als ze alleen maar rennen, zijn ze mooi. Maar elk circus is anders. De dieren zijn niet altijd hetzelfde. Soms zijn er nog andere dieren. Zoals ratten of konijnen.

13


De jongleur Bijna ieder circus heeft een jongleur. Dat is iemand die dingen gooit en weer vangt. Vaak zijn dat ballen, kegels of borden. Maar niet altijd. Ook de jongleur wil een mooie show. Hij maakt indruk door steeds sneller te zijn. Of door grote dingen te gooien. Zoals stoelen, stokken of hoepels. Maar het publiek houdt van gevaar. Daarom gooit de jongleur ook messen of fakkels met vuur. De jongleur oefent ook veel. Het duurt wel tien jaar om het goed te kunnen. Elke dag oefent hij wel twee uur.

14


15


De technicus Het circus is een show van licht en geluid. Daar zorgt een technicus voor. Die kent de show goed. Die weet wanneer er muziek moet zijn. En welke muziek. Want als hij zich vergist, dan komt de clown op met trieste muziek. En de acrobaat sierlijk op een gekke trompet. Maar de technicus let goed op. Hij dimt het licht. Hij zorgt voor spots. En dus ook voor de muziek. Hij zorgt er ook voor dat alles veilig is. De trapeze mag niet loskomen. De dieren mogen niet in het publiek. In een heel klein circus is er geen technicus. De artiesten zorgen dan voor alles. Als de clown niet op moet, doet hij de muziek. Als dat maar goed komt!

16


17


Vroeger Kinderen zijn altijd dol op circus! Maar grote mensen houden er niet altijd van. (Dat komt omdat ze niet zo slim zijn als jullie.) Vroeger was dat anders. Toen hield echt iedereen van circus! Er was ook niets dat nog leuker was. Mensen gingen niet op reis. De meesten hadden geen tv. En als ze er één hadden, was die in zwartwit. Stel je dat voor … En dan al die kleuren in het circus! Nu is een circus niet zo groot. Vaak werkt er één familie, soms twee. Zo’n honderd jaar terug was een circus véél groter. In Amerika had een circus soms een eigen trein. Met honderd wagons! Zo reisden ze rond, van stad tot stad. Met al die dieren: beren, leeuwen, tijgers of zelfs een olifant of een giraf.

18


Wie in een circus werkte, kon iets aparts. Of soms zag die er anders uit. Je had een vrouw met een baard of zelfs een man zonder armen of benen. Mensen staarden naar hen. Nu zie je dat niet meer in het circus. Het was ook best wel raar … Mensen zijn mensen. Hoe we eruitzien maakt toch niets uit. Er waren ook mensen uit andere landen. Met een andere kleur. En met heel andere kleren. Omdat niemand ooit op reis ging, was dat bijzonder. Er was een tijd dat er niet veel geld was. Dat kwam door de oorlog. Toch gingen de mensen naar het circus! Daar werden ze blij van. Kinderen konden toen een gratis kaartje voor het circus krijgen. Dan moesten ze wel klusjes doen. Maar dat was ook leuk. Ze brachten vers hooi naar de dieren.

19


Of ze moesten iets poetsen. Dat deden ze maar al te graag! En dan waren er ook nog de wilde dieren. Olifanten, giraffen, beren, tijgers, leeuwen … Geen dier was te groot of te wild! Circus bracht de wereld dus bij de mensen. Ze gingen niet op reis, maar konden zo toch veel zien.

20


Als je niet in een huis woont Het circus reist rond. In elke stad maakt het kinderen blij. Daarom wonen de artiesten niet in een echt huis. Hun huis is op wielen, het is een woonwagen. De artiesten van het circus hebben ook kinderen. Soms mogen die helpen in het circus. Zij gaan niet naar een gewone school. Vaak heeft een circus een eigen juf of meester. Die geeft les aan alle kinderen van het circus. Groot en klein zit dan in één klas. Meestal duurt de school maar een halve dag. Want de kinderen moeten ook kunstjes leren voor het circus. Als het circus in een stad aankomt, is er veel werk. Iedereen moet dan helpen. De grote tent moet er staan. De woonwagens krijgen een plaats. En ook de dieren krijgen een plekje.

21


22


De tent Als het circus er is en als elke artiest een plekje heeft. Dan moet de tent er komen. Heb je al eens een tent opgezet? Met je mama of papa? Dat is best moeilijk … De tent van een circus opzetten is nog moeilijker. Dat kan jij niet met je mama of papa. In het circus helpt iedereen mee met de tent. Zo’n tent is groot. Soms erg groot! Soms kunnen er wel 7000 mensen in. Maar dat is veel. Meestal is het minder. Het dak komt eerst. Dan de rest. Staat de tent er, dan is het nog niet klaar. Dan komt er nog een piste. En de loge! Dat zijn de beste zitplaatsen, vlak bij de piste. En de tribune (dat zijn de gewone zitplaatsen). Alles moet ook versierd worden. Weet je dat de artiesten veel versiering zelf maken? Een circustent opzetten duurt wel een hele dag. Je kan zo’n tent ook huren voor een feest. Dat moet wel bijzonder zijn. Jouw eigen feest in een echte circustent.

23


24


Lekkers Als je aan circus denkt, proef je popcorn en zoete suikerspin. Dat past bij het circus. Als je lekkers krijgt, is het niet erg om te wachten. Even wachten voor de show? Eet een suikerspin! En tijdens de pauze? Dan is het tijd voor popcorn. Dat is niet zo gezond. Maar als het circus is, mag het wel. Vaak gaat een kind van een artiest rond met het lekkers. Dat kind is dan verkleed. Als een kleine clown bijvoorbeeld. Maar als het pauze is, wil iedereen een hapje. Dan helpen alle artiesten mee. De clown, de acrobaat en zelfs de directeur. Iedereen verkoopt en deelt uit.

25


Aandenken Als het pauze is, kan je nog wat anders kopen. Speeltjes! Geen voetbal of bordspel. Maar iets leuks dat je later weer aan het circus doet denken. En dat ook nog leuk is tijdens de show. Dingen met licht. Daar kan je mee zwaaien. Speeltjes met veel kleur. Zoals alles in het circus. Vroeger was dat al zo. Niet met licht maar wel van kleurig plastic. Dat bestond toen al. Of van stof, touw of elastiek. De mensen van het circus vinden altijd wel wat waar kinderen van houden. Soms heeft het speeltje de vorm van een clown. Of van een dier.

26


Ander circus Circus is niet altijd in een tent. Het is ook niet altijd groot. Soms is het echt klein. Bijna honderd jaar terug was er het vlooiencircus. Toen deden vlooien kunstjes. Een koetsje trekken of een molen duwen. Of tegen een bal schoppen. Mensen zagen dat graag. De baas van dit circus had niet veel nodig. Alleen een koffer met kleine spullen. Zo werd hij snel rijk. Maar let op … het was niet echt! Een vlo kan geen kunstjes leren. Maar je kan ze wel doen lopen. Dat wist de baas. Hij bond ze vast met een draad van goud. Springen konden ze dan niet meer. Alleen lopen. Liet de baas zijn circus een beetje trillen? Dan liepen ze. Zagen ze fel licht? Dan liepen ze ook.

27


Soms waren de vlooien zelfs niet echt. Dan waren die ook nep. Dat was niet eerlijk. Toch vonden de mensen het leuk, en dat is ook belangrijk. En hoorde je wel eens van straatcircus? Je ziet dat soms op drukke plaatsen. Een clown die grappen uithaalt met de mensen. Die is niet ontsnapt hoor! Die doet aan straatcircus. Dat gebeurt soms als er feest is in de buurt. Er zijn dan veel mensen op straat. Een clown is dan leuk. Of er is muziek. Of acrobaten. Dan wijst iemand naar de lucht. Je ziet een dik touw waar iemand op loopt. Zomaar in de stad. Daarna loopt iemand met stelten voorbij.

28


29


Er zijn vlaggen. Er zijn hapjes en muziek. Grote mensen lachen en kinderen rennen. Dat is ook circus! Maar dan zonder tent. Circus kan ook wel eens in een zaal. Dat zie je meer en meer. Dan is het niet voor kinderen. Grote mensen maken zich dan op voor een avondje circus. Er is dan muziek, maar toch minder vrolijk. Dieren zijn er niet. Soms wel een soort clown. Verder een acrobaat, of zelfs een hele groep. En dansers in mooie kleren. Er is zelfs toneel! Maar dan voor grote mensen … Kies zelf maar of jij dat echt circus vindt.

30


31


Tot slot Naar het circus gaan is een groot feest! Nu ken je er alles van. Dus kan je zelf circus spelen. Nodig een vriend uit. Versier je kamer. Oefen kunstjes. Oefen goed! Zoek wat gekke kleren en muziek. Zorg voor zoete hapjes. En nodig je ouders en je buren uit. Was het leuk? Doe het dan nog eens! Nodig dan je oma en je opa uit. (Of je oom en tante, of of of …) Want: Groot of klein, circus is altijd fijn! Jong of oud, circus is nooit fout!

32


Hou je ook zo van circus? Wil je er alles van weten? Hoe het vroeger was, en nu. Welke dieren er zijn … Wie er werkt … Circus is het leukste dat er is. Ontdek het zelf!

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 2. ISBN 978 90 486 2281 8 Bestelnummer 60 1021 197 KB D/2015/0147/337 NUR 191 Foto’s: Shutterstock Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622818

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - Leerjaar 2 - Kijker 8 - Thema 5 - N2 - Alles over circus by die Keure - Issuu