ucatieve uitgaven
BIEB
Hoe kan dat?! Inge Bergh
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 2
7
Hoe kan dat?! Vijf ongelofelijke verschijnselen verklaard
1
1
Help, het regent dieren!
Wanneer het heel hard regent, zegt men in Engeland dat het katten en honden regent. Natuurlijk vallen de katten en honden dan niet echt uit de lucht, stel je voor! En toch is het mogelijk. Het kan. En het gebeurde al verschillende keren. Bijna overal ter wereld vielen er al eens dieren uit de lucht. Soms met tientallen tegelijk. Meestal gaat het dan niet om olifanten of andere grote dieren. Maar om vissen. Of kikkers, salamanders, wormen of vogels. Soms leven de dieren nog wanneer ze uit de lucht op de aarde neervallen.
2
Hoe kan zoiets? Vaak worden de dieren door waterhozen1 uit het water gerukt. De waterhoos zuigt de dieren de lucht in. Samen met het water waarin ze zaten. De dieren tollen door de lucht, kilometers ver en meters hoog. Na een tijdje verliest de waterhoos aan kracht. Ze lost de dieren. Die vallen naar beneden. Recht naar de aarde toe. De meeste dieren overleven hun val niet. Ze storten te pletter. En de mensen die het meemaken, geloven vaak hun eigen ogen niet. Er vallen niet elke dag kikkers of vissen uit de lucht.
3
Zo’n dierenregen komt niet vaak voor. Maar wanneer het gebeurt, dan komt het zeker in de krant. Dus wanneer je ooit in de krant leest: ‘Gisteren regende het vissen in de woestijn’, dan weet je dat de reporter niet te veel gedronken heeft.
4
2
Zwervende keien en rotsen
Grote rotsen en loodzware keien die plots gaan zwerven2. Wat een grap! Wie heeft dat verzonnen? En toch bestaan ze. In Noord-Nederland liggen rotsen van honderden kilo’s zwaar die helemaal uit Scandinavië komen. Neen, ze reisden niet achterin in een vrachtwagen. En ook niet per schip. Ze kwamen op eigen kracht naar Nederland gegleden. Wat zeg je? Dat je nog nooit een rots over de snelweg zag rollen? Wel, zo ging het ook niet.
5
6
Hoe dan wel? Het gebeurde allemaal honderdduizenden jaren geleden. Toen het landijs veel verder strekte dan Antarctica en Groenland. De dikke laag ijs strekte zich helemaal uit tot in Noord-Nederland. En dat ijs stuwde en duwde veel steenpuin en rotsen vooruit. Millimeter per millimeter schoven de rotsen en keien verder, mee met het ijs. Honderden jaren lang. Tot het ijs smolt en de stenen bleven liggen. Iets gelijkaardigs gebeurt nu nog in Death Valley. Dat is een woestijn in Amerika. Het is één van de droogste en warmste gebieden op aarde. Het regent er bijna nooit. In die woestijn liggen grote rotsen. Niets abnormaals3, zou je zeggen. Maar het gekke is dat door het zand schuifsporen te zien zijn. En het wordt nog gekker, want elk schuifspoor stopt bij een rots. En sommige van die sporen zijn meer dan driehonderd meter lang!
7
De rotsen verschuiven dus. En dat doen ze helemaal vanzelf. Maar hoe? Wetenschappers braken er jarenlang hun hoofd over. Pas onlangs losten twee onderzoekers van de universiteit van Californië het mysterie op. Zij plaatsten een gps op enkele van de rotsen. Zo kregen ze informatie over waar de stenen zich bevonden en hoe ‘snel’ ze bewogen. Heel lang gebeurde er niets. Maar op een nacht in december zagen ze het plots gebeuren: de stenen bewogen! Die nacht had het gevroren. Door een regenbui had er zich wat ijs rond de stenen gevormd. Toen het weer warmer werd, brak het ijs in grote stukken. De harde woestijnwind duwde de rotsen op het ijs en over een dun laagje water vooruit. Tot alles smolt en verdampte en de stenen weer ‘stilstonden’.
8
9
3
Twee zonnen aan de hemel
Iedereen weet dat onze planeet maar één zon heeft. En toch kun je er soms twee zien. De grootste kans om twee zonnen te zien, heb je op een winterse dag. Een dag met een blauwe hemel, een lage zon en enkele sluierwolken. Die sluierwolken zijn erg dun. Ze zijn doorschijnend en ze bestaan uit ijskristallen. Het zonlicht wordt weerkaatst en gebroken door de ijskristallen. Het wordt zo gesplitst in verschillende kleuren. Net zoals dat bij een regenboog gebeurt. Alleen zie je in dit geval geen regenboog maar een tweede zon. Die tweede zon wordt ook wel ‘zonnehond’ genoemd.
10
11
4
Lichtgevende zee
Ben je ooit al eens aan zee geweest? Bleef je daar dan tot heel laat ‘s avonds? Tot je de zee bijna niet meer zag in het donker? Misschien had je geluk en was het volle maan. Dan kon je de golven zachtjes zien deinen4 in het maanlicht. Maar wist je dat de zee ook licht kan geven? Feller dan het maanlicht zelf? En dat golven felblauw kunnen flitsen? Magie? Nee, al doet het wel magisch aan. Het is allemaal de schuld van een heel klein algje. Dat algje heet: ‘Noctiluca scintillans’ of ‘flitsend nachtlichtje’. Het algje is echt heel klein. Zie je de letter ‘o’ op dit blad? Daar passen ongeveer vier algjes in. Om een klein plasje water op te lichten moeten ze echt met duizenden zijn. Vroeger had het algje dan ook de meer passende naam ‘Noctiluca miliaris’. Dat betekent ‘duizend nachtlichtjes’.
12
Maar hoe veroorzaakt zo’n klein algje zo’n groot spektakel? Het is erg moeilijk om uit te leggen hoe het blauwe licht wordt gemaakt. Het algje heeft er eiwit, enzymen5, zuurstof en zout voor nodig. Dat laatste vind je natuurlijk met hopen in de zee. Wanneer al die stoffen op de juiste manier met elkaar reageren, krijg je een soort fluoblauw licht. En omdat de algjes met heel veel zijn, kunnen ze een groot stuk van de zee doen oplichten.
13
Het is geen toeval dat het algje blauw licht maakt. Blauw licht dringt het verst door in water. Bovendien kunnen de meeste vissen enkel blauw licht zien. Een andere kleur heeft voor het algje dus geen nut. Want hij gebruikt zijn licht om zichzelf te beschermen. Met zijn lichtflitsen verblindt hij elke garnaal of vis die hem wil opeten. Of nog maar in zijn buurt komt. Tegelijk wordt die garnaal of vis ook weer zichtbaar als prooi voor grotere roofvissen. Inktvissen, bijvoorbeeld, zien door het blauwe licht de garnalen goed zwemmen. Ze vangen en eten er dus veel meer van dan in donker water. En dat is goed nieuws voor het algje dat anders door die garnalen wordt opgegeten. Klein maar slim, dat algje!
14
15
5
Het meer des doods
Klinkt griezelig, niet? Het zou een meer kunnen zijn uit een griezelverhaal. Een donker en vervloekt meer. Een diepe plas die alle leven uit je zuigt wanneer je erin terechtkomt. Wel, het meer bestaat echt. Maar het is niet eens zo diep. En het is ook niet vervloekt. Wat is er dan wel aan de hand? Je vindt het meer in Tanzania in Afrika. De echte naam van het meer is het Natronmeer en het is amper drie meter diep. In het meer leven veel bacteriën die van zout houden. Die bacteriën kleuren het meer rood. Het water in het meer is dus ongelofelijk zout. Zo zout dat dode dieren die in het water terechtkomen perfect bewaard blijven. Het zout zorgt ervoor dat het vlees niet gaat rotten.
16
Rond het meer zijn ook weinig roofdieren te vinden. De dode dieren die in het meer vallen, spoelen dus aan. Hun lichamen blijven op de oevers liggen. Omdat ze niet rotten, lijkt het wel of ze daar ter plekke dood zijn neergevallen. Vandaar dat de bevolking het rode meer de bijnaam ‘het meer des doods’ gaf.
17
Drie ongelofelijke verschijnselen die nog niet verklaard konden worden 1 Devil’s Kettle Of de ‘ketel van de duivel’. Weer zo’n spannende naam! Het gaat hier om een gat in de rivier Brule. Die rivier stroomt door de Amerikaanse staat Minnesota. Over bijna zijn hele lengte is die rivier eigenlijk gewoon een normale rivier. Maar in het natuurpark Judge C. R. Magney gebeurt er iets heel vreemds. Daar daalt de rivier plots 250 meter over een afstand van 13 kilometer. Op zich nog niks bijzonders. Je krijgt zo natuurlijk wel een heleboel mooie watervallen. Maar ergens over die afstand van 13 kilometer gebeurt het: het water wordt door een grote rots gesplitst. Aan de ene kant valt het water langs een waterval naar beneden en kabbelt het rustig verder. Aan de andere kant valt het in een gat ... en verdwijnt het spoorloos. Je leest het goed: het water dat in het gat verdwijnt, lijkt nergens weer uit te komen.
18
Onderzoekers lieten pingpongballen in het gat verdwijnen. En ze kleurden het water met kleurstof. Maar nergens doken de pingpongballen en de kleurstof weer op. Waar gaat het water heen nadat het in het gat verdween? Dat blijft nog steeds een onopgelost mysterie.
19
2 Crooked Forest Of het ‘kromme bos’, ook wel het ‘bochtige bos’ genoemd. Dat bos bevindt zich in Polen. Eigenlijk is het niet echt een bos. Het zijn vierhonderd kromme naaldbomen. Ze staan in een normaal bos met verder allemaal rechte bomen. De bomen werden vermoedelijk aangeplant in het jaar 1930. Ze waren zo’n zeven tot tien jaar oud toen ze opeens in een bocht begonnen te groeien. Niemand weet hoe dat komt. Al vermoedt men wel dat iemand de bomen met opzet in een sikkelvorm geleid heeft. Zo zou het hout beter geschikt zijn om delen van boten te maken bijvoorbeeld. In 1940 brak de Tweede Wereldoorlog uit. De persoon die de bomen krom deed groeien heeft zijn bomen waarschijnlijk niet meer kunnen omhakken. Zo zijn ze al die jaren blijven groeien.
20
Dat denkt men toch. Want echt zeker is men nog steeds niet. Het blijft raden. Maar ondertussen levert het wel mooie plaatjes op.
21
3 Bliksem bij de Catatumbo De Catatumbo is een rivier in Venezuela. Aan de monding van die rivier onweert het al eeuwenlang zo’n 200 dagen per jaar. Meer dan de helft van het jaar dus. En niet zomaar wat gerommel en wat wind. Nee, de onweren beginnen ’s avonds en duren soms wel tien uur lang. Tijdens het onweer bliksemt het soms wel 26 keer per minuut. De inwoners hebben het over een eeuwigdurende storm. Sommigen beweren dat de gassen die uit het moeras opstijgen de storm veroorzaken. Maar echte bewijzen zijn daar niet voor. Wetenschappers staan nog steeds voor een raadsel.
22
23
Woorduitleg 1 waterhoos = krachtige windstoot die water naar omhoog zuigt 2 zwerven = rondtrekken zonder op een vaste plaats te wonen 3 abnormaal = niet normaal 4 deinen = rustig op en neer gaan 5 enzymen = door het lichaam gemaakte eiwitten
24
In de wereld zijn er heel wat vreemde plaatsen. Een bos met kromme bomen, een rivier waar het bijna altijd stormt en een meer des doods. Benieuwd? Ontdek en lees!
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 2. ISBN 978 90 486 2281 8 Bestelnummer 60 1021 197 KB D/2015/0147/337 NUR 191 Foto’s: Shutterstock Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 622818
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.