Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 2 - Kijker 7 - Thema 6 - N2 - De hoed van oma

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

De hoed van oma Inge Misschaert

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 2

7


De hoed van oma

1


De regen tikt zacht op de ruiten. Binnen is het gezellig warm. Maurice en ik logeren bij oma. Dat is altijd erg leuk. Daarnet speelden we monopolie en ik won! Twee keer! Ook al speelde Maurice de hele tijd vals. Broers! Maurice ligt in de luie stoel en leest een stripverhaal. Met zijn benen hoog tegen de leuning. Het is geen gezicht, maar bij oma mag alles. Ik staar een tijdje naar de regen buiten. Wat vervelend dat we niet naar buiten kunnen. Een beetje motregen houdt ons niet tegen, maar dit is regen die je binnen de minuut doorweekt. Ik verveel me, maar dan krijg ik een idee. ‘Oma, mag ik op zolder spelen?’ vraag ik. ‘Ga maar,’ lacht oma.

2


‘Maar niet te veel rommel maken, hoor je!’ ‘Nee hoor,’ gil ik blij. Oma weet dat ik graag op zolder speel. Ik hol snel de trappen op. Het zware luik klemt een beetje. Ik vind de zolder altijd spannend. Misschien woont er wel een spook! Of een enge geest! Een griezel met rammelende kettingen. Ik ril en bijna aarzel ik om verder te gaan.

3


De zolder is een beetje donker. Er hangt vooral stof. Oma mag wel eens schoonmaken! Maar oma is niet als alle andere oma’s. Zij vindt dat zolders stoffig moeten zijn. Vol met vergeten schatten. Ze heeft gelijk, de schat. De spinnenwebben glinsteren in het zonlicht dat door het kleine raampje naar binnen piept. Het is prachtig, maar toch ga ik niet te dichtbij. Stel je voor dat één van die griezels in mijn nek valt. Ik ben banger van een spin dan van een spook! En Maurice zou mij vreselijk uitlachen als ik gillend naar beneden ren. Ik gluur naar buiten. De tuintjes zijn net een deken: allemaal lapjes naast elkaar. Het lijkt een beetje op het lapjeswerk van oma. Voor elk van ons heeft ze zo’n deken gehaakt.

4


Achter mij hoor ik gekraak. Mijn nekhaar komt overeind en ik bevries. Langzaam draai ik me om, maar ik zie niets. Mijn gedachten slaan op hol. Stel dat er toch een spook woont? Een eng spook, dat het op mij gemunt heeft? En dan ploft er iets op de grond. Boem! ‘Wahaaa!’ gil ik. Ik sprint zo snel als ik kan naar het trapgat. Weg hier! Maar dan zie ik de boosdoener. Het is Mol, de kat van oma.

5


‘Hij is zo zwart als het gat van een mol,’ grapt oma altijd. Zo kwam hij ook aan zijn naam. ‘Een zwarte kat brengt ongeluk,’ zei Maurice ooit pesterig. ‘Natuurlijk,’ antwoordde oma geheimzinnig en ze knipoogde naar Maurice. Hij werd bleek en durfde de kat niet meer aan te raken. Maar ik weet wel beter. Mol is gewoon Mol. Een eigenzinnig beest, dat zich door niemand laat aaien, behalve door mij. ‘Mol, je liet me schrikken!’ sakker ik. Opgelucht laat ik me op de grond zakken. Het geeft niet als ik vuil word. ‘Miauw,’ zegt Mol boos en hij springt de zoldertrap weer af. Straks gooit oma toch al onze kleren in de wasmachine. Als mama ons komt halen, blinken we van ver. ‘Iedereen blij,’ knipoogt oma dan. ‘Samenzweerders,’ lacht mama dan, die ons waarschijnlijk allang doorheeft.

6


Nu kijk ik pas goed rond op zolder. Overal staan dozen op elkaar. Achteraan staat een oude, houten kast. Nieuwsgierig loop ik ernaartoe. Wat zou erin zitten?

7


Oma is een echte hamster, ze gooit nooit iets weg. De deur spant een beetje, maar er zit geen sleutel op. Ik trek en ik wrik zo hard als ik kan. En dan schiet de deur plots open. Met een bons val ik op de grond. Even blijf ik luisteren. Zou oma iets gehoord hebben? Alles is stil beneden. Traag glijden de deuren open. Met bonkend hart kom ik overeind. Welke schat zou ik hier vinden? De spoken en geesten ben ik helemaal vergeten. Maar dan zie ik het: de kast is leeg. Teleurgesteld gluur ik in alle lades en in elke hoek. Niets! Wat stom! Maar net als ik de deuren weer wil sluiten, zie ik ze. De bruine doos.

8


Ze staat onderaan in de kast, een beetje verstopt. ‘Alsof niemand ze mag vinden,’ fluister ik opgewonden. Mijn vingers trillen als ik ze uit de kast trek. Zo spannend vind ik het. Het deksel glijdt bijna vanzelf van de doos. Het lijkt wel of ze heel vaak open is geweest! Ik wacht even met kijken. Dat doe ik ook altijd met pakjes op mijn verjaardag. Maurice wordt er gek van. ‘Doe open!’ gilt hij dan ongeduldig. Maar ik wil de verrassing zo lang mogelijk laten duren. In de doos zit vast een hele hoop geld. Zo heeft oma nooit meer geldzorgen. Of nee, nog beter, een grote verzameling oude juwelen. Dat levert oma vast ook een aardige duit op. Of misschien wel oude brieven, van iemand die heel beroemd is.

9


Of oude kunstvoorwerpen die heel veel waard zijn. Die komen dan in het museum, waar alle mensen ze kunnen bewonderen. Ik zie het voor me. Het deksel valt op de grond. Een witte wollen doek bedekt de inhoud. Wat zou eronder zitten?

10


Ik knijp mijn ogen tot spleetjes en trek de doek er in één keer af. ‘Hatsjoe!’ nies ik, terwijl het stof rond mij danst. Wat is dit? Ik haal het voorwerp voorzichtig uit de doos. En dan zie ik het. Het is een hoed! Teleurgesteld laat ik mijn handen zakken. Wat moet ik met zo’n oud ding? Ik had een gouden schat of diamanten verwacht. Ik draai de hoed om en om in mijn handen. Dan valt mijn oog op de grote staande spiegel. Er ligt een dikke laag stof op. Ik zet de hoed op en paradeer voor de spiegel heen en weer. Dat stoffige ding, ik zie geen steek. Ongeduldig pak ik mijn zakdoek en maak de spiegel schoon. Dat is beter!

11


Ik zet de hoed wat vaster op mijn hoofd. Het is een mal oud ding van stro met grote stoffen bloemen erop. Zou oma die nog gedragen hebben? Ik stel me oma voor als jong meisje. Met blozende wangen en een kuiltje in haar kin. Opa, zonder snor en zonder baard. Met een hoed op en geen pet. Ik weet hoe ze er toen uitzagen. Oma heeft een hele kast vol met fotoboeken. Van toen ze klein was. Van toen ze opa leerde kennen. Van toen mama en haar zus klein waren. En ook veel fotoboeken van toen Maurice en ik klein waren. Toch is het moeilijk om me hen echt voor te stellen als jonge mensen. Alsof oud zijn hen beter past, als een jas of een hoed.

12


13


Ik maak een rondedansje voor de spiegel. ‘Wilt u deze dans van mij?’ vraag ik met een zware stem. ‘Het zal mij een eer zijn,’ zegt een jonge krakende stem plots achter mij. Ik schrik me te pletter. Met een zwiep draai ik me om. Maar er is niemand te zien. De zolder ziet er nog net zo stoffig uit als daarnet. Bevend speur ik in het halfduister om me heen. Zit er dan toch een spook op deze zolder? De rillingen rennen rondjes over mijn rug. Ik ruk snel de hoed van mijn hoofd. Het stof vliegt op. ‘Hatsjoe!’ nies ik weer. Ik hoor de stem niet meer. Zou ik het me dan allemaal ingebeeld hebben? Ik heb kippenvel en het zweet staat op mijn rug.

14


Ik kijk weer in de spiegel. Ik zie gewoon mezelf: twee ogen, twee oren, een neus en een mond. Twee bruine vlechten, die losgekomen zijn door de hoed. Ik doe de elastiekjes eruit en schud mijn haar los. Mama zegt dat ik soms te veel fantasie heb. Ik begin het te geloven. De hoed bungelt in mijn handen tegen mijn tuinbroek. De zolder is weer stil en rustig. Die hoed is eigenlijk best wel een leuk ding. Misschien krijg ik hem wel van oma. Voor op mijn kamer. Ik zet de hoed nog een keer op mijn hoofd. ‘Aai lof joe,’ kweel ik het laatste popnummer uit de hitlijst na. ‘Wat zeg je?’ vraagt de stem weer achter mij. Ik draai me om, mijn adem stokt in mijn keel. Daar is het spook weer!

15


‘Wie is daar?’ brul ik hard. Achter mij klinkt gegiechel. Ik storm naar de trap. Daar staar ik recht in het lachende gezicht van Maurice. ‘Gefopt!’ giert hij. ‘Je dacht dat ik een spook was!’ ‘Wacht maar!’ gil ik boos. ‘Ik krijg je nog wel, Maurice!’ Ik stamp op de vloer van boosheid. En ik wil wraak. Maurice plaagt mij altijd. Het is niet eerlijk. Hij lacht me uit omdat hij twee jaar ouder is. Daar kan ik toch niets aan doen! 16


‘Wat ben jij van plan?’ vraagt oma. ‘Je lijkt wel een kip die op een ei broedt.’ Ik schiet in de lach. Maar oma heeft gelijk. Ik broed als een kip. Ik broed op een plan om Maurice een lesje te leren. In de badkamer hoor ik het water stromen. Maurice zit in de douche. En dan krijg ik plots een schitterend idee. ‘Mol! Molletje! Kom eens hier!’ Geduldig lok ik de kat met een schaaltje melk naar me toe. Die Maurice! Dat hij maar oppast. Ik heb een meesterlijke poets bedacht. Hij schrikt zich vast rot. Ik gniffel van de voorpret. Mol likt het hele schoteltje schoon. ‘Jij bent een flinke kat, Mol,’ zeg ik.

17


Ik neem de bloemenhoed van oma en bind de touwtjes rond Mols nek. Zo! Dat zit goed vast. Ik kijk over mijn schouder. Maurice zit nog steeds in de badkamer. ‘Kom, Mol, klaar voor de actie?’ vraag ik lief. In mijn armen houd ik de kat stevig beet. Ze spint en geeft me een lik. Die goeie oude Mol! De deur van de badkamer is dicht. Ik hoor water stromen en ook … zingen? Ik proest het uit. Zingt Maurice als hij onder de douche staat? Voorzichtig doe ik de deur open. ‘Zo stil als een muisje, Mol,’ fluister ik in het oor van Mol. Maurice zingt zo vals als een kat. ‘Wie - ooh - wie - hie …!’ krijst hij.

18


Het water in de douche doet de badkamer stomen. Het lijkt net mist. Heel goed voor mijn plan, denk ik. En dan begin ik. ‘Waaaahaaaaaa! Wooohoooohoooo! Hier is het spoo-hoook van de zolder!’ gil ik zo luid als ik kan.

19


Mol vindt het niet leuk. Ze begint zich uit mijn armen los te wurmen. Ik ruk het gordijn open en laat een krijsende Mol zien. ‘Wahaaa! Ma-maaa!’ gilt Maurice bang. Hij gaat bijna onderuit. Net op tijd kan hij zich aan de douchestang vastgrijpen. Mol springt uit mijn armen en gaat ervandoor. De touwtjes van de hoed laten los. Giechelend raap ik de hoed op. ‘Marthe!’ gilt Maurice woedend. ‘Wacht jij maar, tot …’

20


‘Wat is hier allemaal aan de hand?’ Meteen zijn we allebei stil. Maurice heeft de kraan dichtgedraaid en een handdoek om zich heen geslagen. Oma staat in de deuropening. Hoofdschuddend kijkt ze om zich heen. En dan zien we het. De puinhoop. De badkamer staat helemaal onder water. Alles is nat! Overal druppels. Beteuterd kijk ik Maurice aan. ‘Het is mijn schuld, oma, ik wilde Maurice foppen.’ ‘Nee,’ komt Maurice tussen. ‘Ik was eerst. Ik heb haar eerst doen schrikken.’

21


Even kijkt oma ons fronsend aan. En dan doet ze iets geks. Iets wat alleen oma’s kunnen. Ze barst in lachen uit. Ze lacht zo hard dat ze zich aan de wastafel moet vasthouden. Dan proest Maurice het uit. En daarna ik. We gieren van het lachen tot we niet meer kunnen.

22


’s Avonds zitten we gezellig in de grote sofa, met de dekens over ons heen. Oma heeft chocolademelk gemaakt en we knabbelen er koekjes bij. Oma draait de hoed om en om in haar handen. Haar ogen lachen en huilen tegelijk. ‘Dit is de hoed die ik van jullie opa kreeg.’ Ze kijkt even naar de foto van opa die op de schouw staat en zucht. ‘We waren net samen en hij had een cadeau voor me gekocht. Met zijn eigen geld. Dat was toen heel speciaal, want het was de gewoonte voor kinderen om hun loon aan hun ouders af te geven.’ Oma lacht stil om onze boze gezichten. ‘Hij gaf me de hoed op Valentijnsdag, al werd dat toen nog niet zo gevierd als nu.’ ‘De dag van de verliefde mensen,’ grapt Maurice en hij maakt smakgeluidjes in de lucht.

23


‘Het is jaren geleden dat ik dat oude ding nog gezien heb,’ zucht oma en ze giechelt even. Maurice en ik kijken elkaar aan. Wat bedoelt oma? ‘Ik vond het de lelijkste hoed die ik ooit had gezien,’ grinnikt oma. ‘Ik heb de hoed jarenlang gedragen, tot die ene dag dat opa eerlijk vertelde dat hij hem zelf eigenlijk afschuwelijk vond en of ik nu alsjeblieft eindelijk dat vreselijke ding wilde weggooien.’ We schieten in de lach. ‘Waarom heb je hem niet weggegooid, oma?’ vraag ik dan. Oma zucht en lacht dan weer. ‘Omdat ik hem vanaf die dag de mooiste hoed van de wereld vond.’ Op zolder leggen we de hoed weer in de doos. ‘Later mag jij hem hebben,’ knipoogt oma naar mij.

24


Marthe en Maurice logeren bij oma. Dat is altijd leuk: je mag er lekker vuil worden. Op zolder vindt Marthe een erg oude hoed. Zou de hoed behekst zijn? Of hangt er een verhaal aan vast?

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 2. ISBN 978 90 486 2281 8 Bestelnummer 60 1021 197 KB D/2015/0147/337 NUR 191 Illustraties: Kristina Ruell Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622818

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - Leerjaar 2 - Kijker 7 - Thema 6 - N2 - De hoed van oma by die Keure - Issuu