ucatieve uitgaven
BIEB
Lotta's rugzak Lies Gallez
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 2
5
Lotta's rugzak
1
Dit is Lotta. Ze heeft rode haren en sproetjes rond haar neus en op haar wangen. Op haar gezicht zie je meestal een glimlach. Ernaast zie je twee lachkuiltjes1. Maar vandaag voelt ze zich droevig. Ze weet niet precies waarom. Dat vindt Lotta moeilijk. Net zoals ze ook vraagstukken in de rekenles moeilijk vindt. En lang uitslapen op zondag, omdat mama en papa dat leuk vinden. Daarom gaat ze op stap met haar rugzak. Het is een gele rugzak met een kleine sleutelhanger aan. Die heeft ze ooit eens van oma gekregen. Sindsdien is het eigenlijk ook haar geluksbrenger. Zeker toen oma vorige maand plots gestorven was.
2
3
Lotta houdt ervan om op stap te gaan. Om in haar eentje avonturen te zoeken in het bos. Om een frisse neus te halen2, zoals mama dat zegt. Lotta kan woorden en zinnen soms heel mooi vinden. In haar rugzak zit een koek. Soms eet ze er zoveel dat ze buikpijn krijgt. Soms eet ze ook te veel snoep. Mama zegt dat dat niet goed is voor je tanden. In het bos vindt ze rust, maar vandaag niet. De dag was nog maar net begonnen. Mama was al aan het stofzuigen. Lotta was net uit bed. Papa was in de tuin aan het werken. Hij zag haar niet, want hij had het te druk. Dat gebeurt wel vaker. Dat vindt Lotta soms wel jammer. Ze zou liever kampen bouwen in het bos met hem. Of pannenkoeken bakken die aan het plafond blijven plakken.
4
Lotta is niet vaak droevig. Een koek, bijvoorbeeld, helpt om dat niet te zijn. Soms helpt ook de warme zon. Of een lieve kus van mama. Of een zachte kus van papa. Of goede punten op school. Of een compliment3 van de juf. Of een spel in de tuin met de buurmeisjes. Of lekkere tomatensoep van oma.
5
Normaal helpt er veel, maar vandaag is er iets mis. Met haar gele rugzak gaat Lotta dan maar op pad. Lotta’s rugzak dus. Het bos ligt ver van haar huis. Ze wandelt voorbij een beekje. Ze steekt het brugje over. Het is een houten brugje dat één balk mist. Papa zegt dat het gevaarlijk is. Daarom is ze altijd heel voorzichtig. In de verte ziet ze het grote bos. De bomen staan in bloei. Het ruikt er naar verse aarde. Naar genieten van kleine dingen. Oma zei dat vroeger altijd. Dat mensen dat meer moesten doen. Dat ze zoiets niet mochten vergeten tussen hun drukke levens. Soms denkt Lotta dat papa het al vergeten is. Ze ziet Bert, de beer, op een dikke tak van een boom zitten. Bert is bruin en dik. Hij is ook fantastisch lief en heeft een zachte vacht.
6
‘Dag Bert. Wat leuk je hier te zien,’ zegt Lotta. ‘Dag Lotta, wat zie je er sip uit,’ zegt Bert. ‘Wat betekent dat precies?’ vraagt Lotta. ‘Dat is hetzelfde als droef of droevig, Lotta. Het betekent dat je je niet zo goed voelt.’ zegt Bert wijs. ‘Ja, Bert, dat ben ik ook. Het is zomaar gebeurd, zonder reden. Al sinds deze ochtend aan het ontbijt,’ zegt Lotta. ‘Ah, dat is niet leuk voor je. Kan ik toevallig iets doen voor je?’ vraagt Bert. ‘Euh, heb jij iets tofs voor mij?’ vraagt Lotta. ‘Ik heb natuurlijk niet veel. Misschien kan ik je een 7
tak lenen,’ zegt Bert. ‘Een tak?’ vraagt Lotta verwonderd. ‘Ja, daarmee kun je schrijven in de aarde. Leuke en mooie woorden. Dan voel je je misschien weer beter,’ zegt Bert. ‘O, dat klinkt als een superleuk idee. Bedankt, Bert. Ik zal het zeker proberen,’ zegt Lotta. ‘Ik hoop dat het helpt. Succes ermee,’ zegt Bert. ‘Doei, doei, Bert. Tot later,’ zegt Lotta.
8
Lotta blijft een hele tijd stappen. De zon is fel en warm. Vanbinnen voelt ze zich nog altijd droef. In haar hart dat diep in haar borstkas ligt. Het klopt zachtjes. Daar zitten ook de kus van mama en papa. Daar zit nu ook een beetje oma, zei mama eens. Dat vond Lotta moeilijk. Hoe kon oma nu vanbinnen in haar hart zitten? Mama zei dat het een plaats is waar je je veel kunt herinneren. Hele leuke dingen en soms ook minder leuke dingen. Lotta ziet Vic, de vis, in het water. Hij zwemt vrolijk in het rond. ‘Dag Vic. Wat zie jij er blij uit,’ zegt Lotta. ‘Maar Lotta, wat zie jij er sip uit,’ antwoordt Vic. ‘O, is het dan zo duidelijk? Ik ben ook sip of droef of eigenlijk allebei,’ zegt Lotta. ‘Oei, wat is er dan gebeurd?’ vraagt Vic.
9
‘Als ik dat eens wist, Vic. Ik was het zomaar toen ik opstond deze ochtend,’ zegt Lotta. ‘Zomaar?’ vraagt Vic verbaasd. ‘Ja, het is heel vreemd, maar wel de waarheid, Vic,’ zegt Lotta. ‘Kan ik misschien iets voor je doen, Lotta?’ vraagt Vic. ‘Hmm, heb jij soms iets dat me blij kan maken?’ vraagt Lotta. ‘Weet je wat, Lotta, neem wat stenen mee,’ zegt Vic. ‘Stenen?’ echoot4 Lotta. ‘Ja, daar langs het water. Die kun je er dan in gooien. Zo maak je rimpels in het water,’ zegt Vic. ‘Ah ja? Dat is een geweldig idee, Vic. Lijken die dan op de rimpels van mijn oma?’ vraagt Lotta. ‘Als je heel goed kijkt en aan haar denkt, dan wel,’ zegt Vic zacht.
10
‘Oké, misschien word ik zo weer blij,’ zegt Lotta. ‘Ik hoop het voor jou, Lotta,’ zegt Vic. ‘Dank je, Vic,’ zegt Lotta.
11
Lotta gaat verder. Steentjes in het water gooien, vond ze tof. De rimpels leken inderdaad op die van oma. Iets verderop zit mol Margot. In de gangen onder de grond heeft ze een heerlijk leven. ‘Dag Margot. Wat zie je er stralend uit vandaag,’ zegt Lotta. Dank je wel. Jij ziet er wel een beetje droevig uit,’ zegt Margot. ‘Ach, ik weet het. Het gevoel gaat niet weg,’ zegt Lotta. ‘O, liefje. Dat is echt niet fijn. Je moet denken aan dingen die je gelukkig maken,’ zegt Margot lief. ‘Maar ik vind dat een heel moeilijk woord,’ zegt Lotta eerlijk. ‘Denk dan aan dingen die je echt blij maken. Dat is hetzelfde,’ zegt Margot.
12
‘Euh, chocolade maakt mij blij. En spelen in het gras op blote voeten. En zingen op de fiets,’ zegt Lotta. ‘Dat zijn inderdaad allemaal hele fijne dingen, Lotta,’ zegt Margot. ‘Ja, ik vind heel veel dingen leuk,’ zegt Lotta. ‘Ben je al minder droevig nu?’ vraagt Margot. ‘Een beetje, maar heb je nog iets dat mij blij kan maken?’ vraagt Lotta. ‘Neen, maar je kunt hier een aantal bloemen plukken,’ antwoordt Margot. ‘Hoezo?’ vraagt Lotta verwonderd. ‘Ja, om een ketting mee te maken. Een echte bloemenketting,’ zegt Margot. ‘O ja, doe ik. Wat een fijn idee,’ zegt Lotta. ‘Ik hoop dat het je kan helpen,’ zegt Margot. ‘En je bent altijd welkom, Lotta. Zelfs als je je eens niet zo goed voelt,’ voegt Margot nog toe.
13
‘Jij bent gewoon echt de liefste, Margot,’ zegt Lotta. Ze geeft Margot nog een zachte kus op haar bolle wang. Daarna gaat ze verder. In haar rugzak zit nu een tak en steentjes. Rond haar nek hangt een mooie bloemenketting.
14
Op de weide ziet Lotta Hella, de haas, springen. ‘Dag Hella. Jij bent zo gezellig aan het springen,’ merkt Lotta op. ‘Ja, dat klopt. Ik maak vreugdesprongen,’ antwoordt Hella. ‘Welke sprongen zijn dat precies?’ vraagt Lotta. ‘Vreugdesprongen maak je als je heel erg gelukkig bent,’ zegt Hella wijs. ‘O, leuk. Ben jij dan heel erg gelukkig, Hella?’ vraagt Lotta.
15
‘Ja, dat ben ik, omdat ik taart gegeten heb,’ zegt Hella blij. ‘Mmm, taart is zo lekker,’ zegt Lotta. ‘Hoe gaat het met jou?’ vraagt Hella nieuwsgierig. ‘Ik voel me droevig, maar eigenlijk weet ik niet waarom,’ zegt Lotta stil. ‘Ai, Lotta, dat lijkt me lastig. Maar daarom mag jij van mij een stukje taart hebben,’ zegt Hella. ‘O, echt? Dat vind ik zo lief van jou,’ zegt Lotta. ‘Hopelijk voel je je daardoor beter,’ zegt Hella. ‘Heel erg bedankt, Hella. Ik ga hiervan lekker smullen,’ zegt Lotta. ‘Zeker doen. Ik ga verder springen,’ zegt Hella.
16
Lotta wandelt het bos verder in. Haar gedachten wandelen met haar mee. Ze denkt aan oma die altijd wijze dingen zei. Aan oma die haar haren vlocht. Aan oma die heerlijke verhalen vertelde. In haar keel zit nu een krop5. Soms gebeurt dat als Lotta te veel nadenkt. Of als ze te veel voelt. En heel vaak gaan die twee samen. Hoog in een boom zit Udo, de uil. Zijn ogen zijn gesloten. Ze durft hem niet onmiddellijk aan te spreken. Opeens opent hij zijn ogen. ‘O, Lotta, je doet me schrikken,’ zegt Udo. ‘Oei, dat was niet de bedoeling. Ik wilde je niet wakker maken,’ zegt Lotta. ‘Ah, geen zorgen. Wat is er aan de hand? Je glimlach is verdwenen,’ zegt Udo. ‘Dat heb je snel opgemerkt, Udo. Ik ben droevig vandaag,’ zegt Lotta.
17
‘Maar als het enkel vandaag is, dan is dat helemaal niet erg,’ zegt Udo. ‘Echt waar?’ vraagt Lotta verbaasd. ‘Ja, hoor. Af en toe mag dat eens. Anders moet je een hele tijd blij en gelukkig zijn. Dat is ook heel moeilijk, Lotta,’ zegt Udo. ‘Dus het is niet erg dat ik me nu zo voel?’ vraagt Lotta. ‘Neen, het is zelfs heel normaal. Of liever heel gewoon,’ zegt Udo. ‘Maar, Udo, wat ben ik blij dat jij me dit vertelt. Ik wist dat helemaal niet,’ zegt Lotta opgelucht. ‘Ach, luister eens. Je mag niet verwachten dat je elke dag blij zal zijn. En flink. En sterk. En altijd doet wat je moet doen. Soms lukt dat niet,’ zegt Udo. ‘Udo, jij bent zo wijs. Jouw woorden helpen me echt. Ik voel het diep vanbinnen,’ zegt Lotta.
18
19
Lotta wandelt verder. In haar gele rugzak zit nog altijd een koek, een paar steentjes en een tak. De rugzak weegt best zwaar. Ze is moe van al dat wandelen. Van al die gesprekken vandaag. Op een grote tak van een boom rust ze uit. De boom is groot en sterk. In het bos is het heel stil. Heel af en toe hoort Lotta een vogel fluiten. De wind gaat zachtjes door haar haren. Ze sluit haar ogen. ‘Boom, ik ben heel droevig,’ zegt Lotta zomaar. De boom doet natuurlijk niets. ‘Het zit in mijn hart. Ik voel het hier,’ zegt Lotta. Ze tikt op haar hart. ‘Ik weet niet zo goed wat te doen. In mijn rugzak zit al van alles, maar ik mis nog iets,’ zegt Lotta.
20
Bijna voelt ze een kleine traan in haar ooghoek prikken6. ‘Udo, de uil zei dat dat niet erg was. Dat ik me eens zo mocht voelen,’ zegt Lotta.
21
‘Jij bent heel grote en sterke boom. Dat wil ik ook zijn,’ zegt Lotta. ‘Met de dieren praten was fijn. Heel soms voelde ik al een glimlach in mijn gezicht,’ gaat Lotta verder. Ze kijkt omhoog naar de boom en zijn takken. ‘Je bent prachtig. Zo mooi stil ook. Dat vind ik fijn. Dan kan ik beter nadenken,’ merkt Lotta op. Met de tak uit haar rugzak tekent ze cirkels op de grond. ‘Weet je wat het is?’ vraagt Lotta. ‘Het is iemand missen. Daarom voel ik me zo. Ik mis mijn oma. Al die herinneringen zijn in mijn hart gaan wonen,’ zegt Lotta. ‘Maar soms wil ik meer dan alleen maar herinneringen7 hebben. Soms wil ik oma echt terugzien. Om haar haren langs mijn wangen te voelen,’ zegt Lotta. In de aarde heeft ze een hart getekend. ‘Missen betekent alleen maar dat je iemand heel graag ziet, denk ik,’ zegt Lotta.
22
‘Dus eigenlijk ben ik vandaag gelukkig droef. Ik voel me alleen zo, omdat ik zoveel leuke dingen herinner,’ zegt Lotta stil. Ze zit onder de boom met haar gelukkige verdriet. Op de grond heeft ze het woord ‘oma’ geschreven. Na een poosje staat ze op. Ze hijst haar rugzak terug op. ‘Mijn rugzak is opeens veel minder zwaar. Dank je om zo stil te zijn,’ fluistert Lotta. Ze wandelt weg en glimlacht. 23
Woorduitleg 1 lachkuiltje = een putje in je wang als je lacht 2 een frisse neus halen = is een uitdrukking waarmee je wilt zeggen dat je naar buiten gaat 3 compliment = lieve woorden die iemand zomaar tegen iemand anders zegt 4 echoën = dit betekent dat geluid of woorden zich vanzelf herhalen in de verte 5 een krop in de keel hebben = moeilijk kunnen praten omdat je je triestig voelt 6 een traan voelen prikken = het gevoel hebben dat je bijna moet huilen 7 herinnering = een gedachte die je terugbrengt in het verleden
24
Lotta staat op met een droevig gevoel. Ze weet absoluut niet hoe het komt. Ergens diep vanbinnen voelt ze het. Ze vindt het erg moeilijk om zomaar droevig te zijn. Daarom beslist ze met haar rugzak op pad te gaan in het bos. Daar komt ze veel dieren tegen. Aan ieder van hen vraagt ze raad. Tot ze opeens zelf beseft wat ze eigenlijk echt mist.
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 2. ISBN 978 90 486 2281 8 Bestelnummer 60 1021 197 KB D/2015/0147/337 NUR 191 Illustraties: Iris Kuntkes Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 622818
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.