ucatieve uitgaven
BIEB
Waar is Ans? Jeroen Defauw
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 2
5
Waar is Ans?
1
1 Een superleuk feest in de klas Noor staat vooraan in de klas. Ze staat op de stoel van de juf. Zo hoog mogelijk in de lucht. Op Noors hoofd staat een prachtige kroon. Het is een kroon van goud. Een unieke kroon voor Noor.
2
De zon schijnt op de kroon. De kroon glanst in het zonlicht. Noor giert en brult het uit. De hele klas zingt een lied voor haar. Een prachtig verjaardagslied voor Noor. Het gaat schel1 en te luid. Maar toch is het genieten. Hiep, hiep, hoera! Hiep, hiep, hoera! Noor straalt.
3
Jarig zijn vindt ze mega. De juf geeft haar een vlugge kus. Acht kussen op haar wang. Niet één, nee acht! Want Noor is nu acht. Zo veel meer dan zeven, maar nog geen negen! Juf is de liefste en de tofste. Dan zingt Tristan zijn keel schor2. Ans lacht haar tanden bloot.
4
Lem maakt een diepe buiging voor Noor. Koen danst in het rond. Els maakt een leuke mop. Iedereen moet lachen. Juf klapt en is razend blij. Hiep, hiep, hoera! Hiep, hiep, hoera! Het is een superleuk feest voor Noor. Want Noor is nu acht jaar!
5
2 Is er nu een feest of niet? Noor speelt graag op het plein. Het plein voor de school. Het is er aardig druk. Noor speelt er veel, samen met haar vrienden. Lem, Ans en Tristan zijn er dus ook. Noor is verkleed als een fee. Met een kroon op en een toverstok vast. Ze is wel acht, zeg! Ze verkleedt zich met haar vrienden. Lem speelt een gevaarlijke draak. Hij spuwt slierten geel vuur. Lem brult en briest3 naar iedereen. Wat is hij eng, zeg! Ans is een lief, klein heksje. Ze heeft een valse wrat en een houten bezemsteel. Daarmee wil ze vliegen, de lucht in! Maar het wil niet lukken. Tristan ten slotte doet een wolf na. Hij schreeuwt ‘woe, woe’. Uit zijn muil druipt bloed. Het bloed is zo rood als wijn. Tristan ziet er sterk uit. Zo sterk als een leeuw! Wat leuk, zeg, al dat verkleden. 6
‘Geef jij geen verjaardagsfeest? Mogen wij niet komen naar je huis?’ Dat vraagt Lem. Die durft nogal. ‘Tuurlijk is er een feest,’ zegt Noor. Mams zei: ‘Doe maar.’ Paps zei ook: ‘Waarom niet, meid?’ ‘Het feest is in onze tuin. Daar kunnen we spelen en vieren.’ ‘Wil je komen, Ans? En jij Tristan, kom je? Lem, jou wil ik ook niet missen op het feest!’ ‘Ja! Ja! Ja!’ schreeuwen de heks, de draak en de wolf.
7
3 Appeltaart met prikdrank Daar komen ze: Lem, Ans en Tristan. Ze komen voor het feest van Noor. Noor zwaait hen toe op haar troon. Lem, Ans en Tristan zwaaien terug. Zij gaan zitten op een kleine stoel. Aan een ronde tafel vol versieringen. De jarige mag op een troon, natuurlijk. Hun stoel is niet zo groot. Lem drinkt prikdrank. Die drank prikt stevig in zijn keel. Ans eet appeltaart met bessen. Tristan klapt in zijn handen. Noor glimlacht, ze is tevreden.
8
Mam schenkt nog meer drank in. Tristan klapt niet meer in zijn handen. Hij klapt pardoes op zijn stoel. Zijn stoel valt om op de tafel. De appeltaart valt met een harde klap op de grond. Moes de poes likt de bessen van de taart. ‘Oei, wat is er nu gebeurd?’ Mams kijkt boos rond zich. Moes ziet rood door de bessen. Noor lacht, want ook Tristan ziet er rood uit. Gelukkig Ans en Lem niet. Lem gluurt naar mams. Ans vraagt zich af of ze boos is. Plots lacht mams het heel hard uit. Wat een leuk, rood bessenfeest, zeg!
9
4 Een valse muis in de tuin Buiten is het prachtig weer. De zon schijnt vele stralen naar beneden. De wolken drijven ver weg. Er is geen spoortje regen of wind. De grote tuin van Noor nodigt hen uit. Kom maar spelen, lijkt de tuin te zeggen. ‘Speel maar buiten,’ zegt mams dan. Klim op de bank bij de groene struik. Of bezoek de hoogste top van de boom. Noor rent haastig de deur uit. Zij speelt altijd buiten bij mooi weer. ‘Wat zullen we doen?’ Ans gooit een lichte bal in de lucht. Lem vangt hem als een echte doelman op. Tristan snuffelt rond in het gras. Hij doet net een kleine muis na. Maar hij is een echte valse muis. Nee, geen muis met grijs. Maar met groen en blauw. Moes de poes volgt Tristan, de valse muis. Tristan piept met een scherpe stem. Moes kijkt raar, ze snapt er niets van. Tristan piept nog eens als een muis. Moes blaast, ze laat haar tanden zien.
10
Tristan piept nog meer. Moes springt op Tristans rug. ‘Ksss, ga weg, valse muis,’ zegt Noor. ‘Ksss, ga weg gevaarlijke poes,’ zegt Noor. Moes rent weg naar binnen. Tristan straalt. De muis is de winnaar! Wat een laffe poes is Moes toch!
11
5 Er is er ééntje weg Noor springt op de bank. Ze zwaait en roept hard. ‘Ik zal je tikken, Ans. Dan tik ik jou, Lem of Tristan.’ Ans begint te gillen. Ze rent zo ver mogelijk weg. Lem schreeuwt en brult. ‘Mij krijg je niet, meid!’ Tristan duikt gezwind4 weg. Hij verstopt zich naast de hut in de tuin. Bij de voet van een dikke boom. Noor doet haar ogen dicht. Ze telt luid tot dertig. ‘Acht-en-twintig, negen-en-twintig, dertig! Wie niet weg is, is gezien!’ Ze ziet Ans, Lem en Tristan eerst niet. Waar zijn ze toch naartoe? Ik wil ze vinden en dan tikken! Noor wandelt naar de hut. De hut diep in de tuin. Daar ziet ze Tristan in een flits.
12
Noor is hem te vlug af. Tristan is gezien! Daar kruipt Lem. Hij kruipt op de grond bij de zandbak. Noor hangt in zijn nek. Lem is er ook aan! De laatste die ze moet vinden, is Ans. Waar is Ans toch? Noor zoekt en zoekt, maar ze vindt haar niet. Lem en Tristan zoeken dan ook mee. Tristan ziet er bleek uit. Lem is witjes rond zijn neus. Noor begrijpt er niets van. Waar is Ans toch? Ans is verdwenen! Weg! Foetsie!
13
6 Het vreemde spoor op de vloer Hoe kan dat nou? Daarnet was Ans nog aanwezig. Mams komt er bij staan. Ze begrijpt het ook niet. Ans kan toch niet zomaar weg zijn? ‘Dat is onmogelijk,’ zegt mams! ‘Kijk,’ zegt Tristan verwonderd. Hij wijst naar een vreemde vlek op de vloer. Het is een bruin sap. Sap van de prikdrank van Ans. Noor volgt het spoor van het sap. Tristan en Lem ook. Ze zijn benieuwd! Waar gaat het vreemde spoor naartoe? Het spoor is erg vers. Ans kan echt niet ver weg zijn! Noor volgt vlug het bruine sap. Ze volgt het tot bij het groene gras. Jammer, maar dan stopt het spoor. Ans is dus diep in de tuin! Dat kan toch niet anders. Noor loopt het groene gras in. Lem en Tristan volgen haar ook. Mam lacht bij zichzelf! Wat een grap!
14
15
7 De gevaarlijke slang in het gras Noor stapt haastig door het gras. Het gazon5 is lang en droog. Hier is geen bruin sap meer te zien. Plots gilt Tristan het uit. Hij schreeuwt heel hard. Wat is hij een angsthaas zeg! Tristan wijst naar het lange gras. Lem roept op zijn beurt keihard. Tristan klimt vlug op de bank. Lem rent rap naar het huis terug. ‘Een gevaarlijke slang!’ gilt Tristan. ‘Die slang zal me bijten,’ zegt Lem bang.
16
Noor kijkt verwonderd. Een gevaarlijke slang? In het lange gras? Ze sluipt naar het gevaarlijke dier. Noor ziet het dikke lijf van de slang. Het lichaam van het dier draait in het rond. ‘Help, een gevaarlijke slang!’ zegt Noor. Dan is Ans in de buik van die slang? Mams komt naar de kinderen toe. Ze bukt zich in het lange gras. Ze neemt de gevaarlijke slang vast. ‘Die slang is niet echt, hoor,’ grapt ze. ‘Dit is een tuinslang met water voor de planten.’ ‘Oef, dat is maar goed zo!’ zucht Noor opgelucht.
17
8 Het donkere hol in de struik Ans is nog steeds niet terug. ‘Ans? Ans? Waar ben je?’ roept Noor. Ans laat zich niet zien. ‘Krrr, krrr, krrr.’ ‘Heb je dat gehoord?’ vraagt Tristan. Noor schudt haar hoofd. Lem kijkt twijfelend rond. ‘Krrr, krrr, krrr.’ Nu heeft Noor het ook gehoord. Het komt van daar. Uit die lage struik iets verder. Ha, Ans zit verstopt in die struik. Die gekke Ans toch! Noor, Lem en Tristan lopen naar de struik. ‘Krrr, krrr, krrr.’ Wat een vreemd geluid! Noor is toch een beetje bang. Tristan kijkt ook sip.
18
Lem voelt zich een stoere jongen. Hij wandelt naar de struik. ‘Krrr, krrr, krrr.’ Lem springt diep in de struik. Zou Ans zich hier verstoppen? ‘Krrr, krrr, krrr.’ ‘Hier is een donker hol!’ zegt Lem. ‘Krrr, krrr, krrr.’ Er pikt iets in het hoofd van Lem. Het heeft een heel scherpe punt. ‘Help! Help! Er pikt iets in mijn hoofd!’ Lem holt vlug weg uit het donkere hol. Raaf zit op het hoofd van Lem. Hij pikt en tikt en krast. ‘Krrr, krrr, krrr,’ zegt hij boos. ‘Niemand zal me storen in mijn struik!’ Mams lacht luid. De grap wordt steeds beter!
19
9 Gevaarlijk hoog in de boom! Raaf vliegt tevreden weg. Lem is opgelucht. Wat een wild beest was me dat zeg. Maar Ans is nog steeds niet te zien. Dat is niet meer normaal. Noor ziet een statige6 wilg. Dat is een mooie boom met vele krullen. De boom groeit langs de omheining. De wilg is heel hoog. Het is de favoriete klimboom van Noor. Tristan ziet de boom nu ook.
20
‘Ik klim erin,’ zegt hij zonder angst. ‘Dan kan ik de tuin goed overzien. Zo vind ik de schuilplaats van Ans.’ Lem knikt van ja. Noor vindt het een slim idee. Tristan klimt hoog in de boom. Hij klimt als een jonge aap. Zo vlug en vlot! Tristan hangt in nog geen tien tellen heel hoog. In de kruin van de klimboom. Hij klimt beter dan Noor. Noor is het nochtans gewoon. Tristan is nu dicht bij de wolken. En bij het nest van Merel, de zwarte vogel.
21
Tristan tuurt aandachtig met zijn ogen rond. Hij staart de lange tuin in. Geen Ans te zien! Hij gluurt binnen in het huis van Noor. Geen Ans te zien! Hij kijkt naar Lem en Noor. Tristan schudt van nee. ‘Ans is niet in de buurt,’ schreeuwt hij. Plots waait de wind heel hard. Tristan draait rond zijn as. De felle wind blaast hem weg. De jongen valt uit de boom naar beneden. Oei! Tristan heeft pech! Hij kan niet vliegen zoals Merel. Hij valt recht in de mest van een koe. De jongen ziet sterretjes7. Bah! Tristan stinkt! Mams knijpt haar neus dicht met haar vingers. Wat een vieze geur, zeg!
22
10 Wie vist in de visput? Noor, Tristan en Lem zijn triest. Dit is geen echt feest! Geen feest zonder Ans. Noor pinkt een traantje weg. Tristan troost haar in zijn armen. Lem aait voorzichtig over haar rug. Noor geeft het nog niet op. Ze kijkt rond zich. Waar is die dekselse Ans?
23
Plots ziet ze hun visput. Een kleine vijver vol met vissen. Die vind je naast het tuinhuis. Zit Ans soms in het water? Bij al die mooie vissen? Noor schreeuwt het uit. Dan heeft Ans onze hulp nodig! Ze loopt naar de visput. Tristan en Lem zijn bang. Ans zit toch niet diep in het water? Noor bukt zich op haar knie. Ze tuurt in het groenblauwe water. Een grijze vis kijkt rustig terug.
24
Ze blubt met haar mond. Een luchtbel krinkelt traag omhoog. De bel ontploft onder Noors neus. Wil de vis iets zeggen tegen mij? Noor steekt haar neus in het sop. De grijze vis blubt opnieuw. Wat zeg je nou? denkt Noor. De grijze vis zwemt tegen haar neus. Noor valt gillend in het koude sop. ‘Nee!’ gilt mam geschrokken. De grijze vis zwemt vlug weg. ‘Nee! Noor!’ gilt Tristan. Lem schreeuwt het uit van de schrik. Mams rent vlug naar de visput. Ze trekt Noor uit het koude water. Noor is kletsnat. De druppels water vallen uit haar haar. Ze begint te rillen en te trillen. Mams lacht nu niet meer. Dit is niet fijn. Deze grap moet stoppen!
25
11 Slimme mams weet het! ‘Dit is niet leuk meer,’ zegt mams. ‘Ik zal jullie zeggen waar Ans is. Ik wist het de hele tijd! Daar kijken jullie van op zeker?’ Noor kijkt vreemd op. Hoe kan mams dat nu weten? Noor is de zoektocht ook moe. Lem kijkt vragend naar mams. Tristan zegt: ‘Weet jij het echt?’
26
Mams knikt nog eens. Ze lacht: ‘Maar ik zeg het nog niet.’ ‘Waar is Ans, denken jullie? Probeer het maar te raden!’ ‘Verstopt in het lange gras?’ vraagt Lem. ‘Nee, dat klopt niet!’ ‘Verdwenen in de dikke struik?’ vraagt Tristan. ‘Nee, ook dat is niet juist!’ ‘Achter de stam van de boom?’ zegt Noor.
27
‘Nee, alweer niet juist!’ Mams giert het uit van de pret. ‘Is ze soms bij de grijze vis in de visput?’ Dat probeert Lem nog. Mams knikt lachend van nee. ‘Grappig dat ik het wel weet! Kunnen jullie het niet raden? Dan vertel ik het aan jullie. Jullie kunnen niet blijven gokken!’ Noor, Lem en Tristan luisteren ...
28
12 Ans, gekke gans ‘Nu is het genoeg, Ans!’ zegt mams. Noor kijkt verrast naar mams. Wat is er toch aan de hand? Mams doet haar vinger voor haar mond. ‘Sssst,’ zegt ze met haar lippen. Lem fronst zijn ogen. Tristan is stil, want hij wil weten waar Ans is. Hij heeft er genoeg van. ‘Ans kun je daar vinden,’ zegt mam. Ze wijst naar de zandbak. Mams knort van plezier.
29
Ze geniet van alle aandacht van de kinderen. Noor rent vlug naar de zandbak. Ze ziet Ans nog steeds niet. ‘Mams, waar is ze toch?’ vraagt ze. Plots springt Ans uit het droge zand. Ze is een zandman geworden. Of is het een zandvrouw? Ans zingt een verjaardagslied. Een mooi lied voor de jarige Noor. Ans heeft een groot geschenk bij zich. Het is een geschenk voor Noor. Noor neemt het geschenk van Ans. Ze doet het lint er vlug af.
30
Ze scheurt het pak in open. Een leuke rok met krullen! Noor brult het uit. Ze is heel blij met de rok. Die Ans toch. Wat een gekke gans! Ze is een toffe vriendin!
31
Woorduitleg 1 2 3 4 5 6 7
32
schel = hoge klank schor = hees briesen = hard blazend uitademen gezwind = snel gazon = grasveld statig = wat er belangrijk uitziet sterretjes zien = duizelig zijn
Noor is acht jaar. Zo veel meer dan zeven! Ans, Lem en Tristan gaan naar haar huis. Daar is een verjaardagsfeest. Het feest is heel leuk. Maar dan is Ans plots verdwenen! Waar is ze toch? Waar is Ans naartoe?
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 2. ISBN 978 90 486 2281 8 Bestelnummer 60 1021 197 KB D/2015/0147/337 NUR 191 Illustraties: Ellen Loncke Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 622818
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.