Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 2 - Kijker 5 - Thema 2 - N1 - Remus en de das

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Remus en de das Evelyn Mertens

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 2

5


Remus en de das

Remus ligt lui in de zon op het gras. Hij wacht geduldig op Jasper en Lisa. Tring! Dring! Ring! Dat is de schoolbel! Remus spitst1 zijn oren. Nu duurt het niet lang meer. Zie je wel! Broer en zus komen er al aan. Remus huppelt vrolijk naar hen toe. 1


2


‘Heb je lang moeten wachten?’ vraagt Lisa. Ze krabt hem lekker achter zijn oor. ‘Kijk eens wat ik in mijn schooltas heb.’ Ze haalt zijn rode bal eruit. Met een zwaai gooit ze hem weg. ‘Pak hem dan, Remus!’ roept ze. Remus spurt zo snel hij kan. Hij springt hoog in de lucht en … Hap! Net voor de bal de grond raakt, krijgt hij hem te pakken. ‘Dit is een leuk spel!’ denkt Remus. Hij legt de bal aan de voeten van Lisa. ‘Doen we dit nog een keer?’ blaft hij vrolijk. ‘Nu is het mijn beurt!’ zegt Jasper. Hij pakt de bal snel weg.

3


‘Hé, Jasper!’ roept Lisa boos, ‘Remus gaf de bal wel aan mij, hoor!’ ‘We doen het elk om de beurt’ zegt Jasper, ‘anders is het niet eerlijk!’ ‘Geef hem terug!’ roept Lisa kwaad. Ze wil de bal grijpen, maar Jasper is sneller. Hij gooit hem gauw héél ver weg. ‘Pak de bal, Remus!’ roept hij. ‘Wat doe je nu?’ gilt Lisa. ‘Je gooit veel te ver! Die bal vindt Remus nooit meer!’ ‘Dan moet hij maar zoeken,’ mokt2 Jasper. Hij steekt zijn handen in zijn zakken en kijkt de andere kant op. Lisa geeft hem een flinke duw. ‘Wat doe je toch stom!’ zegt ze boos. ‘Straks zijn we Remus kwijt!’

4


Remus is al op zoek naar de bal. Hij duwt zijn snuit diep in het gras en snuffelt en snuift in het rond. Waar is die bal toch naartoe? Plots blijft Remus heel stil staan. Hij ruikt iets vreemds in het gras.

5


Daar! Er beweegt iets! Een spits hoofdje komt boven het gras uit. Twee kleine oogjes kijken hem scherp aan. Het heeft twee zwarte strepen op zijn witte snuit. Lisa heeft het diertje ook gezien. Ze weet al wat het is. Ze rent er zo snel ze kan naartoe. ‘Blijf af, Remus!’ roept ze hard.

6


Remus hoort haar niet. Vlak voor zijn neus wandelt een das! ‘Niet aankomen, Remus!’ roept Lisa weer. ‘Laat die das met rust! Doe hem geen kwaad! Zoek je bal!’ Maar het is te laat. Remus draaft3 al achter de das aan. Wie denkt er ook aan een bal, als je een das kunt pakken?

7


De das schrikt van dat enge beest! Hij vlucht snel naar een gat in het zand. Het gat is een gang onder de weg. Het leidt naar het bos aan de overkant. De das schuilt in zijn hol in het bos. ‘Oh nee!’ blaft Remus luid. ‘Ik laat je niet ontsnappen!’ Lisa beseft wat hij van plan is. ‘Niet doen, Remus,’ roept ze nog. ‘Ga niet achter die das aan! Dat is veel te gevaarlijk!’ Maar Remus kan nog maar aan één ding denken. Hij moet en zal die das pakken! Met een grote grom springt hij in het gat. Eerst ziet Lisa nog een stukje van zijn staart. Dan ziet ze niets meer. Remus is weg. Hijgend komen Jasper en Lisa aan bij het gat in de grond. ‘Dom beest,’ moppert Lisa. ‘Hoe kom je hier nu uit?’

8


Jasper bukt zich en kijkt in het gat. Het is er donker, en eng, en smal. ‘Zie je iets?’ vraagt Lisa bezorgd. ‘Ik denk dat Remus klem zit,’ zegt Jasper. ‘Ik hoor hem janken.’ ‘Ik zie nog net zijn staart. Volgens mij kan hij niet verder kruipen.’ Lisa hoort het nu ook. ‘Arme Remus,’ zegt ze, ‘We moeten hem helpen!’ ‘Hoe dan?’ vraagt Jasper. ‘Heb jij misschien een idee?’

9


‘We hebben een stok nodig,’ zegt Lisa. ‘Daarmee kan ik Remus porren4. Misschien kan hij dan wel verder kruipen.’ ‘Dat is een goed plan,’ knikt Jasper. ‘Blijf jij hier bij Remus, dan zoek ik een stok in het bos.’ Jasper kijkt snel naar links en rechts. Dan steekt hij de weg over naar het bos. Daar vindt hij vast wat hij zoekt. ‘Hier, Lisa,’ zegt hij wat later. ‘Een grote tak waarmee je Remus een flinke por kunt geven.’ Lisa steekt de tak diep in de gang. Ze geeft een fikse por op de kont van Remus. ‘Au, au, dat doet pijn!’ jankt Remus luid. ‘Lukt het?’ vraagt Jasper. ‘Is Remus los?’ ‘Nee,’ zucht Lisa. ‘Hij zit nog steeds klem. Hij kan echt geen kant meer op. Het lukt niet met de tak.’

10


‘Ik heb een idee,’ zegt Jasper. ‘Ik heb de schep uit het tuinhuis nodig. Daarmee graaf ik het gat verder uit. Zo komt Remus weer vrij. Dat lukt vast!’

11


12


‘Dat is een goed plan, Jasper,’ knikt Lisa. ‘Haal de schep! Snel!’ Jasper rent naar het tuinhuis en vindt de schep onder wat rommel. ‘Ik heb hem gevonden!’ glundert5 hij. Hij gaat snel aan de slag en schept het zand aan de zijkant weg. De opening wordt langzaam groter. ‘Die gang is dieper dan ik dacht,’ zucht hij. ‘Remus zit veel te ver, het lukt niet. Wat kunnen we nog doen, Lisa?’ Lisa schudt haar hoofd. Ze weet het niet. ‘We kunnen oom Bas bellen,’ stelt Jasper voor. ‘Oom Bas is sterk en stoer en slim. Hij weet vast wel wat we kunnen doen!’ ‘Goed plan, Jasper,’ knikt Lisa. ‘Bel hem nu meteen!’ Dat doet Jasper.

13


‘Hallo, oom Bas?’ belt hij. ‘We hebben een probleem: Remus ging vandaag achter een das aan, maar de das was hem te slim af. Hij kroop in een opening in de grond. Zo kon hij vluchten naar zijn hol in het bos.’ ‘Remus ging achter de das aan en nu zit hij klem. We krijgen hem er niet uit. Weet jij raad?’ Oom Bas schrikt van het hele relaas6. ‘Hoe kon Remus achter een das aan?’ vraagt hij. ‘Het is de schuld van Jasper,’ roept Lisa. ‘Hij gooide de bal van Remus veel te ver weg.’

14


‘Het is helemaal niet mijn schuld!’ zegt Jasper fel. ‘Remus ging zomaar achter de das aan.’ ‘Zwijg nu maar!’ moppert oom Bas. ‘Elkaar de schuld geven heeft geen zin! Ik kom zo snel mogelijk en ik breng mijn rode graafkraan mee. Ik haal Remus er wel uit, let maar op! Wacht op mij aan de rand van de weg.’ Lisa en Jasper zitten stil naast elkaar. Ze horen Remus zachtjes janken. Waar blijft oom Bas toch?

15


‘Jasper! Daar is hij!’ roept Lisa opgelucht. Een rode graafkraan rijdt het pad op. ‘Oom Bas!’ gilt Jasper luid. ‘Wat fijn dat je er bent!’ Jasper neemt oom Bas bij de hand. ‘Hier, oom Bas, hier is het gat.’ Oom Bas kijkt er snel even in. ‘Remus zit goed klem,’ zucht hij. ‘We moeten snel aan de slag.’ Hij klimt naar boven op zijn grote graafkraan. Langzaam rijdt hij tot aan het gat. ‘Je mag Remus niet raken,’ zegt Jasper bang. ‘Ik zal heel voorzichtig graven, Jasper, dat beloof ik.’

16


17


De schep graaft eerst het laagje grond weg. Dat legt oom Bas apart op een grote hoop. Dan graaft hij laag per laag het zand weg. Het gat wordt groter. Plotseling komt de gang tevoorschijn. ‘Stop!’ gilt Lisa. ‘Stop, oom Bas! Ik zie de staart van Remus al!’ Jasper zit al op zijn knieën. Hij schept het zand weg met zijn handen. ‘Remus! Gaat het goed?’

18


‘Ik graaf een beetje verder,’ zegt oom Bas. ‘Remus kan er dan zelf uit.’ Weer graaft hij een laagje zand weg. Dan gebeurt het! Oh nee! Pas op! De gang stort in! Remus wordt bedolven onder het zand! Enkel de punt van zijn staart is nog zichtbaar.

19


‘De gang is ingestort!’ snikt Jasper. ‘Remus zit onder het zand! Zo kan hij niet ademen! Hij gaat dood!’ ‘Hij gaat niet dood!’ zegt Lisa fel. ‘Snel, help me! Pak zijn staart! We trekken samen héél héél hard!’ Oom Bas blijft kalm en denkt na.

20


Remus moet hier zo snel mogelijk uit! Oom Bas graft héél voorzichtig verder met zijn graafkraan. Jasper en Lisa trekken samen héél hard, aan de staart van Remus. En dan … eindelijk … is Remus los! Hij springt vrij uit het zand! ‘Woef! Woef! Woef!’ Eindelijk weer ruimte en lucht!

21


Hij rent het gras op. Hij blaft, hij jankt, hij springt in het rond. Hij kwispelt met zijn staart. Hij schudt het zand uit zijn vacht. Hij draait rondjes en valt, en rolt zich in het gras. Jasper en Lisa juichen en lachen. Oom Bas grijnst breed. ‘Doe dit nooit meer, Remus!’ lacht Lisa. ‘Nee,’ zucht Jasper. ‘Nooit meer doen!’ En wat gebeurde er met de das? Die kwam al snel weer bovengronds piepen. Remus denkt vast niet meer aan de das. Of wel?

22


23


Woorduitleg 1 2 3 4 5 6

24

je oren spitsen = goed luisteren mokken = een beetje boos en stil zijn draven = snel lopen porren = hard duwen glunderen = blij kijken relaas = verhaal


Lisa en Jasper spelen buiten met hun hond Remus. Ze gooien met een balletje. Totdat Jasper het balletje heel ver gooit. Remus zoekt en ruikt iets vreemds in het gras. Wat zou dat toch kunnen zijn?

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 2. ISBN 978 90 486 2281 8 Bestelnummer 60 1021 197 KB D/2015/0147/337 NUR 191 Illustraties: Lucy Elliott Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622818

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - Leerjaar 2 - Kijker 5 - Thema 2 - N1 - Remus en de das by die Keure - Issuu