ucatieve uitgaven
BIEB
Erwtensoep Inge Misschaert
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 2
4
Erwtensoep
1
2
1 Een erwt Heel lang geleden sluimerde een erwt knus naast zijn vijf broers in een peul die aan een blad hing, die aan een tak hing, die aan een grotere tak hing, die aan een nog grotere tak hing, die aan een sterke stam vastzat, de stam van een sluimererwtenstruik, midden in de uitgestrekte moestuinen van het koninklijk paleis.
3
4
Het was een goed leven voor de erwt en zijn broers, met af en toe wat zon en af en toe wat regen en de toegewijde zorg van de koninklijke tuinman (en zijn hulpje Staf, maar die was nog in de leer).
Een erwt kon werkelijk niets meer willen, vonden alle erwten. Ook die van de peulen erboven. En daarboven. En daarboven. En daarboven. Enzoverder. En die van de peulen eronder. En daaronder. En daaronder. En daaronder. Enzoverder. Het was een erg grote struik, in een erg grote moestuin. En zo sluimerden alle erwten verder, tot in de puntjes verzorgd door de Eerste Koninklijke Tuinman. 5
Ieder had zijn eigen taak in de moestuin. Er was werk genoeg. Er was een bed1 met tomaten in allerlei maten, prei, aardappels, wortels en radijsjes. Er was een bed vol kolen: rodekool, groene kool, witte kool, bloemkool, Chinese kool en spruitkool (die de prins ook moest eten, maar dan zonder spekjes, want het varken was nog steeds zoek). Een bed met andijvie2, spinazie en prachtig krullende peterselie. Er was ook een bed met keukenkruiden als dille, kervel, munt, tijm, salie, rozemarijn, marjolein, oregano en nog een paar erg zeldzame soorten (waarvan sommige in grote dosissen3 erg giftig konden zijn) Er was een bed met fruitbomen vol appels en peren in wel honderd soorten. 6
Er was ook een bed met fruitstruiken met braambessen, frambozen, blauwbessen en rode bessen, zo veel dat zelfs de vogels ze niet op konden. En er was een bed vol met heerlijk zoete aardbeien voor het brood met aardbeienjam bij het koninklijke ontbijt. In het midden van alle bedden lag nog een achtste bed. Het was zo goed verstopt in het doolhof van bedden dat alleen de Eerste Koninklijke Tuinman het kon vinden, en dat pas na jarenlange training. Vaak vond hij ‘s avonds de weg niet meer terug, maar naast het achtste bed mogen slapen, was ook een grote eer. Van alle koninklijke bedden lag dit bed er het schoonst bij. Nergens was een blad met ook maar een spikkel te zien.
7
Alle ranken4 waren even smal en fijn. Alle blaadjes glansden in het zonlicht. (De zon probeerde wat meer stralen naar dat bed te sturen.) De onderste waren wat donkerder dan de bovenste. De bovenste waren wat kleiner dan de onderste. Tussen al die ranken en blaadjes hingen miljoenen glanzende peulen. Geen scheve peul te bespeuren, ook niet als je met een loep5 of met een microscoop keek. Geen insect waagde ooit maar een voelspriet in dit bed. Speciaal gekweekte koninklijke regenwormen woelden de aarde om. Jarenlang getrainde koninginnenbijen zorgden in het voorjaar voor de bestuiving van de doorzichtige gele bloempjes.
8
Daarna werden ze naar de koninklijke bijenkorven gebracht om bij te komen. Het viel niet mee om in dit bed te werken, hoe klein je ook was. Pas wanneer de huid van hun peulen strakker om de koninklijke erwten spande, kon de Eerste Koninklijke Tuinman opgelucht ademhalen. Daarna kwam het tellen. Van elke peul werden de bulten geteld. Het moesten er namelijk precies acht zijn. Meer of minder betekende ... erwtensoep! De peulen huiverden bij het idee alleen al.
9
Acht was het geluksgetal van koning Bernardo. Van alles had hij precies acht stuks. Zijn naam had acht letters. Het paleis had acht torens. Hij bezat acht kronen met acht gelijke punten. Acht paar koninklijke schoenen. Acht kostuums. Acht tronen. Acht koetsen met telkens acht witte paarden. Acht ... Tja, van alles acht dus. Acht was ook het geluksgetal van koningin Gilberta. Ook haar naam had acht letters. En dus was het ook het geluksgetal van het hele paleis. Van prinses Annette, die acht lichtbruine pony’s met glanzende manen had. En acht knikkers in de balzaal rolde, zodat de acht lakeien op de grond vielen en samen acht armen braken.
10
Acht was van alle paleisbewoners het lievelingsgetal. Van de acht lakeien met elk acht livreien6 waarin hun acht gipsen armen niet pasten. Van de acht dienstmeisjes met elk acht dienbladen met acht dampende kommen. Van de kok, die acht hulpjes had en acht messen en acht grote vuren met acht grote borrelende ketels. Van de acht koetsiers van de acht koetsen met telkens acht paarden. Alleen prins Hannes hield niet van acht. Hij vond zes veel leuker. Daarom had hij de ‘JO’ van zijn naam weggehaald. Hij verdeelde taarten altijd in zes punten, had precies zes uniformen in zijn kast hangen en bezat een hond Bazaar (zes letters!) die maar zes tanden had.
11
En er was nog één paleisbewoner die niet van acht hield. Dat was Stafje, de nieuwe tuinhulp van de Eerste Koninklijke Tuinman.
12
TOVERSLUIMERERWTENPLANT 1 Week de erwten acht nachten lang in olie en water. 2 Raak de erwten nooit aan, maar gebruik handschoenen en een gouden lepel. 3 Maak exact om de 32 centimeter een gat dat precies 8 centimeter diep is. 4 Lepel in elk gat een erwt. Bedek het gat met ultrafijne kweekaarde van de allerhoogste kwaliteit. 5 Spreek de erwten bemoedigend 7 toe. 6 Bewaak het bed dag en nacht. Alleen wormen zijn toegestaan om de aarde om te woelen. Alle andere insecten worden meteen verwijderd. 7 De plantjes worden elke dag gemeten. 8 Ze krijgen precies 8 milliliter water. 9 Als er te veel zon is, zet je er een parasol boven. 10 Als er te veel regen is, zet je er een paraplu boven. 11 Bij winderig weer haal je het windscherm. 12 De planten mogen precies 80 centimeter hoog worden. 13 De planten hebben altijd een veelvoud van 8 peulen. De overtollige peulen haal je weg. 14 In elke peul mogen maar 8 erwten zitten. De overige peulen haal je weg. 13
14
2 Gezocht: varken en prinses Koningin Gilberta was ten einde raad8. De grootste ramp van het koninkrijk was aangebroken. De erwtensoep was op. Koningin Gilberta was werkelijk dol op de erwtensoep. Ze at ze drie keer per dag, netjes opgediend in een gouden bordje met een gouden lepel. En prins Hannes werd morgen achttien. Iedereen verwachtte dat hij dan zou aankondigen met wie hij wilde trouwen. Maar er was geen glimp van een prinses te bekennen. De koningin zuchtte en wist niet wat ze erger vond, de soep of de prinses. Er was nog een ergere ramp, maar dat wist de koningin nog niet. De bedienden renden zenuwachtig heen en weer.
15
‘Zijn er al peulen voor de soep?’ gilden ze nerveus. De kok had de pot al op het vuur staan, klaar om de soep te bereiden. Toen kwam de Eerste Lakei de keuken binnengerend. ‘Een ramp!’ huilde hij. ‘Het varken is ontsnapt.’ ‘Niet weer!’ zei iedereen in koor. ‘Het is al de achtste keer,’ zei het dienstmeisje. ‘Misschien is het daardoor wel goed.’ ‘Nee,’ zei de lakei somber. ‘Want het spek is op. De slager zou het dier vandaag slachten.’ ‘Geen soep,’ zei de kok bleekjes. ‘Geen spek,’ slikte de lakei. ‘Wat nu?’ ‘Er zit gewoon niets anders op,’ zei de kok somber. ‘Iedereen moet op zoek naar dat varken!’
16
Hoe zoek je een varken? Als je een varken kwijt bent, volg je het best deze richtlijnen: - Ga overal kijken waar het beest graag komt. - Ga daarna overal kijken waar het beest meestal niet uithangt. - Roep het dier luid bij de naam. - Zet lokaas9 uit. - Spreek vooral niet over erwtensoep. - Doorblader alle sprookjesboeken, vooral het einde van het verhaal: ‘En toen kwam er een varkentje met een lange snuit … - Geef de moed nooit op!
17
3 Het oogsten van de erwten Stafje had geluk. Hij was net niet te laat voor de tweede les van de Eerste Tuinman. Zijn hoofd tolde terwijl hij uithijgde. Wat was dit bed moeilijk te vinden! Hij verdwaalde elke keer weer. Maar nu zou het hem niet nog een keer overkomen. Hij had net een plattegrond getekend. Maar vandaag was een hele belangrijke dag. Ze zouden de erwten oogsten! De Eerste Tuinman had streng gezegd dat hij zeker niet te laat mocht komen.
18
De Eerste Tuinman fronste, toen hij Stafje zag komen. ‘Je bent te laat,’ bromde hij. ‘Maar goed, laten we beginnen.’ Het oogsten van de erwten was een heel zorgvuldig karwei.
Stafje had meteen door welke manieren hij niet mocht gebruiken. - Schudden aan de ranken tot de peulen eraf vallen. - De plant helemaal uit de grond trekken. ‘Maar hoe dan?’ vroeg Stafje zich af. De Eerste Tuinman deed het voor. Met een groot gouden pincet10 haalde hij de peulen er één voor één af.
19
De Tweede Tuinman sneed de peul met een gouden mes open. De Derde Tuinman schudde de erwten uit de peul in een gouden vergiet11. De Vierde Tuinman hield het vergiet vast en gaf het door aan de Vijfde Tuinman als het vol was. De Zesde, Zevende en Achtste Tuinmannen legden de geoogste erwten met een pincet één voor één in de daartoe voorziene bedjes van acht ganzenveren, die met een gouden deksel afgesloten werden. ‘Erwt per erwt?’ vroeg Stafje ongelovig. ‘Dat duurt eeuwen!’ De Tuinmannen knikten waardig en bogen als een knipmes. ‘Aan de slag,’ zei de Eerste Tuinman. ‘Jij hebt de taak om de peulen te verzamelen voor de erwtensoep.’
20
GEZOCHT prinses
- lange vlecht (mag ook kort zijn) - houdt van erwten - slaapt op acht matrassen - naam moet acht letters bedragen
varken - luistert naar de naam ‘varken’ - krulstaart met acht krullen - houdt niet van erwten - rolt graag door de rozenbedden
21
4 De zesde of de achtste erwt? Prins Hannes zuchtte diep. Daar was hij heel goed in, diep zuchten. Meestal deed hij dat om zijn zus te plagen. Maar die speelde bij de koninklijke vijver met een van haar acht gouden ballen. ‘Acht gouden ballen, dan hoeft ze geen kikker te kussen om er eentje terug te krijgen,’ lachte zijn vader altijd.
Prins Hannes zuchtte nog een keer. Hij had andere dingen aan zijn hoofd. Erg belangrijke dingen. 1. Morgen werd hij achttien. 2. Hij moest trouwen, want alle prinsen die achttien worden, doen dat. 3. Hij wist niet met wie hij moest trouwen. 4. Er was geen erwtensoep meer. 5. Hij had honger.
22
En jawel, prins Hannes zuchtte nog een keer diep. Hij wist niet wat hij erger vond: trouwen of geen soep. Hij had helemaal geen zin om te trouwen. Hij had zin in soep. Dikke, romige, groene erwtensoep. Met veel knapperige spekjes. Zijn maag knorde hard. (Of was dat misschien iets anders?)
23
5 Een wel erg woelige12 nacht De hele dag lang werd er naar het varken gezocht. ‘Varken!’ riep iedereen uit volle borst. Het klonk zo vaak, dat zelfs de kikkers dat woord begonnen te kwaken. Koningin Gilberta werd er stapelgek van. ‘Straks krijg ik nog een hekel aan varkensvlees,’ riep ze uit. Maar ze stopte watjes in haar oren en de zoektocht ging door, tot diep in de nacht. Tegen de avond regende het. Snel werden er grote plastic hoezen over de erwten heen getrokken. Zij mochten immers niet nat worden! De regen werd harder. En harder. En harder. Het goot.
24
Om middernacht, precies na de achtste slag van de grote staande klok, klonk er gebons op de kasteelpoort. ‘Wie kan dat nu zijn?’ vroeg koning Bernardo zich wel acht keer af. ‘Daar is mijn varken!’ juichte koningin Gilberta stilletjes, terwijl ze keek of haar haar nog goed zat. ‘Ik ben achttien,’ mompelde prins Hannes, die slaperig stond te kijken naar het tumult13. De Eerste Lakei opende de poort op een kier. Maar een windvlaag duwde de poort helemaal open en daar stond ze dan. Nee, niet het varken. Het was een meisje. Een heel erg doorweekt14 meisje. Met een heel klein neusje.
25
26
‘Wie ben jij?’ bibberde de lakei, van de kou of van de schrik, al zou hij dat nooit toegeven. ‘Ik ben prinses Helena,’ zei het meisje en nieste prompt acht keer. ‘Acht,’ dacht de koning verrukt. ‘Verrek, geen spek,’ vloekte de koningin in stilte. Prins Hannes dacht niets. Hij staarde alleen. Naar dat druipende meisje. En zij staarde terug. En toen gebeurde er van alles tegelijk. Iemand sleepte acht matrassen naar een kamer. Stafje werd erop uitgestuurd om een kostbare erwt te zoeken. De koningin hielp de prinses in droge kleren, die haar een klein beetje te groot waren. De koning dacht heel diep na. Johannes en Helena. Helena en Johannes. Acht - zes - zes - acht. Hannes. Helena. 27
En de prins? En de prinses? Die hoorden of zagen niets. Alleen elkaar. Wat een mooie ogen, dacht Hannes verliefd. Wat een prachtige neus, dacht Helena verliefd. Ze had iets met neuzen, misschien omdat haar eigen neus zo klein was.
28
6 Een krullerig einde En de volgende dag had de prinses in het bed met de acht matrassen geslapen waaronder een kleine erwt lag. Ze sliep als een roos, maar viel uit het bed en stond vol blauwe plekken. De kok kreeg eindelijk een mand vol peulen voor de soep. Opgelucht zette hij een ketel vol water op het vuur ... maar ... het hout was op! Niemand kon elkaar verstaan, want alle houthakkers en tuinmannen hakten en kapten bomen om de voorraad aan te vullen. Hannes en Helena keken elkaar diep in de ogen en trouwden diezelfde dag nog met elkaar. Net voor de zon onderging was de soep eindelijk klaar. Zonder spekjes, want het varken was nog altijd zoek. Of niet?
29
ERWTENSOEP MET (OF ZONDER) SPEK WAT HEB JE NODIG?
-
500 gram diepvrieserwten 1 aardappel, in stukjes 1 ui, gepeld en gehakt 1 wit van prei, schoongemaakt en in stukjes - 2 liter water - 3 bouillonblokjes - stukjes spek, gebakken in olie
WAT DOE JE?
- Fruit15 de ui en de prei in wat olie. - Voeg er de aardappel en de erwten aan toe en laat even stoven. - Voeg er het water en de bouillonblokjes aan toe en laat koken tot de erwten gaar zijn. - Mix de soep. Dien op met stukjes spek (als je het varken al gevonden hebt!)
30
31
Woorduitleg 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15
32
bed = stukje tuin waarin iets groeit andijvie = eetbare bladgroente dosis = hoeveel je maar mag hebben van iets rank = dunne stengel of tak van een plant loep = vergrootglas livrei = uniform van een bediende bemoedigen = moed inspreken ten einde raad zijn = niet meer weten wat te doen lokaas = aas om dieren te lokken en te vangen pincet = tangetje voor kleine voorwerpen vergiet = ronde bak met gaatjes waarin je iets laat uitlekken woelig = onrustig tumult = drukte doorweekt = heel erg nat fruiten = lichtbruin bakken
De prinses op de erwt is een eeuwenoud sprookje. Je weet wel, de echte prinses is een beetje verwend en voelt een erwt zelfs door twaalf matrassen heen. Maar ... is dat wel zo? En wat is dat toch met die erwtensoep? En dat varken? Dat zit verstopt! Op elke bladzijde. Zoek maar!
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 2. ISBN 978 90 486 2281 8 Bestelnummer 60 1021 197 KB D/2015/0147/337 NUR 191 Illustraties: Eveline Esther Thijs Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 622818
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.