ucatieve uitgaven
BIEB
Zwijgen is erger Joke Guns
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 2
4
Zwijgen is erger
1
1 ‘Het is ook mijn boomhut!’ roept Tom. ‘Nu niet meer,’ gilt Noah boos. Tom kijkt omhoog. Hij ziet de onderkant van de boomhut. Hij ziet het gat van de ingang. De touwladder ziet hij niet meer. Noah heeft hem weggehaald. Tom en Noah zijn bijna acht. Hun haar is bruin. Hun ogen zijn blauw. Hun benen zijn lang. En ze hebben allebei een wipneus. Ze zijn anders en toch hetzelfde. Soms is dat leuk. Op andere momenten is dat een ramp. Vandaag is zo een moment. ‘Toe nou, Noah. Laat de touwladder los!’ ‘Nee,’ zegt Noah. Tom hoort dat zijn broer huilt. Hij haalt zijn schouders op. Dan slentert1 hij naar binnen.
2
Hij weet wel wat er aan de hand is. Het is de schuld van Joris. Joris zit bij hen in de klas. Joris voetbalt ook met hen. Hij heeft het steeds op Noah gemunt2. Noah is de beste van de ploeg. Hij schiet scherp. Hij rent hard. Hij scoort knap. Dat kan Joris niet verdragen. Vanochtend schopte hij de bal in Noahs gezicht. ‘Per ongeluk!’ had hij snel geroepen. Maar Tom en Noah weten wel beter.
3
Vorige week kon Noah niet eens voetballen. Iemand had de veters van zijn voetbalschoenen gepikt. ‘Wat jammer,’ had Joris lief gezegd. Wannes en Peer hadden vrolijk gelachen, net als de anderen. Tom had gezwegen. Tom had niet meegedaan. Niet vorige week, niet vanochtend. En toch is Noah boos op hem. Hij begrijpt er niets van.
4
2 Tom propt een boterham in zijn mond. Het is een boterham met boter, kaas en jam. Heel veel jam! Dat mag niet van mama. Ze zegt het hem keer op keer. Dat weet Tom goed. Maar hij heeft het lekker toch gedaan. Hij likt snel de laatste kruimels van zijn bord. Dan veegt hij zijn mond schoon. Mama rent de keuken in. ‘Klaar voor school, jongens?’ lacht ze. ‘Ik wel,’ bromt Noah. ‘Ik ook,’ zegt Tom vlug. Hij hoopt maar dat Noah niets verklapt. Als mama hoort dat hij weer een driedubbele boterham heeft gegeten, zwaait er wat! Noah kijkt Tom recht in de ogen. Dan haalt hij zijn schouders op. ‘We moeten gaan, mam,’ zegt hij dan. Hij schuift zijn stoel met een ruk achteruit. Hij pakt zijn schooltas. Tom sloft achter hem aan.
5
‘Is er iets aan de hand?’ vraagt mama. ‘Jullie doen al een hele ochtend vreemd.’ ‘Er is niks!’ roepen Tom en Noah in koor. Mama lacht: ‘Daar zijn jullie het dan toch over eens.’ Mama stuurt de auto door het drukke verkeer. Tom en Noah zitten zwijgend op de achterbank. ‘Bedankt,’ fluistert Tom. Noah kijkt even opzij. Hij knikt, maar zegt niets. Bij de school vindt mama geen parkeerplaats. Ze blijft achter het stuur zitten. Ze gooit een kushand naar haar zoons. ‘Tot straks, hoor, jongens! Veel plezier.’ ‘Dag mam,’ zwaait Tom. ‘Het zal wel,’ zucht Noah. Met hangende schouders loopt hij de speelplaats op.
6
7
8
3 De speelplaats is kaal. Er is geen sprietje groen te zien. Er staat geen boom, geen struik. Maar er is wel een betonnen voetbalveld. Dat vinden Tom en Noah heerlijk. Thuis hebben ze een tuin vol groen. Ze hebben een boomhut. Ze hebben zelfs kippen. Op school hebben ze een voetbalveld. Zo is het prima. Tussen de middag eten ze snel hun brood. Dan schiet er genoeg tijd over. Tijd om te voetballen! Tom rent naar meester Koen. ‘Mogen we de bal, meester?’ Het mag, en Tom holt naar de sportzaal. Hij keert terug met een glanzende voetbal. ‘Wannes en Peer zijn de kapiteins vandaag,’ beslist meester Koen. ‘Kies jullie ploegen maar, jongens. En houd het leuk.’
9
Dat is slim van de meester! Wannes en Peer voetballen niet zo goed. Meestal worden zij als laatsten gekozen. Nu mogen zij zeker meedoen. En ze mogen zelf een ploeg maken. Tom gaat in de rij staan. Links van hem staat Lieke. Rechts van hem staat Noah. ‘Bij wie wil jij in de ploeg?’ vraagt Tom. ‘Dat maakt niets uit,’ schudt Noah zijn hoofd. ‘Als ik maar kan voetballen.’ Dat begrijpt Tom wel. Zo voelt hij het ook. Dan ziet hij Joris. Joris sist iets in het oor van Peer. Daarna fluistert hij iets in het oor van Wannes. De twee kapiteins kijken wat verbaasd. Dan knikken ze. Om de beurt roepen ze nu een naam. Tom wordt als eerste gekozen. Leuk is dat!
10
11
12
Hij rent naar Peer. De een na de ander stapt nu naar voren. ‘Kies Noah!’ dringt Tom aan. ‘Mag niet van Joris,’ fluistert Peer. Tom slikt. Nu heeft iedereen die mee wil voetballen een ploeg. Behalve Noah. Die staat nog bleek tegen de muur. Joris lacht hard. Tom zou hem een stomp3 willen geven. Maar dat doet hij niet. Joris heeft hem nog nooit wat gedaan, toch? Peer wijst naar Noah: ‘Kom dan maar.’ ‘Ik doe niet mee,’ antwoordt Noah stil. Tom hoort dat er een brok in zijn keel zit. Even kijkt Noah hem aan. Niet boos. Gewoon alleen. Dan loopt hij weg. De voetbalmatch begint. Tom vindt er niets aan.
13
4 Tom zit aan de keukentafel. Hij maakt zijn huiswerk. Wat is het moeilijk. Plus en min zijn simpel. Maar meester Koen maakt er rekenverhaaltjes van. Dat vindt Tom niet fijn. Hij aarzelt bij elk woord. Hij denkt en schrijft en schrapt. Hij ziet dat zijn broer al klaar is. Noah is een kei4 in rekenen. ‘Mag ik naar de televisie kijken, mam?’ roept Noah. ‘Is je huiswerk af?’ vraagt ze. ‘Natuurlijk!’ antwoordt Noah. Hij zet de televisie aan. Met een plof laat hij zich in de bank vallen. ‘Het lukt niet zo goed,’ zegt Tom. Hij zegt het tegen niemand in het bijzonder. Maar hij hoopt dat Noah het toch hoort.
14
15
16
Noah zwijgt. Hij zapt rustig verder. ‘Mag de televisie wat zachter? Ik ben nog bezig met mijn huiswerk,’ vraagt Tom. ‘Oké!’ zegt Noah. Hij zet de televisie zachter. Af en toe lacht hij om een grap. Hij lacht stil. Hij wil zijn broer niet storen bij zijn huiswerk. Een half uur later is Tom eindelijk klaar. Hij slaat zijn schrift met een klap dicht. Noah zet de televisie luider. ‘Waarom hielp je me niet even? Dan was ik ook al lang klaar geweest,’ moppert Tom. Noah kijkt hem aan. In zijn ogen ziet Tom wat hij op school ook al zag. Geen boosheid. Wel verdriet. ‘Waarom zou ik jou helpen? Dat doe jij toch ook niet?’
17
5 Mama zit al te wachten in de auto. Ze draait het raampje open. ‘Komen jullie nog?’ Noah treuzelt. ‘Kom op, Noah,’ lacht papa. ‘Jullie hebben een wedstrijd vandaag. Te laat komen, kan echt niet.’ Papa staat bij de voordeur te wachten. Bij zijn voeten staan twee sporttassen. Tom begrijpt zijn broer. Noah voetbalt zo graag. Hij voetbalt zo goed. Maar met Joris in de buurt is er geen lol meer aan. Gisteren wist Tom plots wat hij moest doen. Hij had Noah niet gepest. Hij had Noah niet uitgelachen. Maar hij had gezwegen. Was dat niet even erg?
18
Was dat niet nog veel erger dan pesten? Hij wil die eenzame blik nooit meer zien. Hij wil een broer die blij kan zijn. Hij wil een broer die scoort. Hij wil een broer die hem helpt bij zijn huiswerk. Maar nu moet hij eerst Noah helpen. Hij pakt de zwaarste tas. Dan loopt hij naar de auto.
19
Ze komen net op tijd aan. ‘Zet jullie spullen in de kleedkamer,’ brult de trainer. ‘En kom dan rond mij staan. Dan leg ik jullie uit hoe we vandaag zullen winnen!’ Iedereen staat rond de trainer. Hij praat en bromt en wijst. De hele ploeg knikt. Dan komt Joris pas. ‘Het spijt me, ik moest plassen,’ zegt hij. Tom ziet hoe hij knipoogt naar Wannes. Er rijdt een bus de parking op. Daar is de andere ploeg al. ‘Snel omkleden!’ roept de trainer. ‘Hup, hup, hup!’ De kinderen rennen de kleedkamer in. Tom ziet het direct: de tas van Noah staat open. Traag haalt Noah er zijn sportbroek en shirt uit. Ze zijn drijfnat.
20
En zijn voetbalschoenen zijn verdwenen. ‘Ongelukje gehad?’ vraagt Joris poeslief. ‘Misschien is deze sport niet zo goed voor jou!’ Wannes giechelt. Peer doet mee. Dan beginnen ook de anderen te lachen. Verslagen laat Noah zich op de bank zakken.
21
‘Hier!’ zegt Tom kort. Hij trekt zijn eigen sporttas van onder de houten bank. Hij doet de rits open. Uit de tas haalt hij twee paar sportschoenen. Hij pakt twee shirts. Hij pakt twee broeken. ‘Alleen aan extra sokken heb ik niet gedacht. Je bent een lafaard, Joris. En ik was nog erger. Ik zweeg. Maar ik doe niet meer mee.’ Verbaasd kijken de jongens Tom aan. Noah kleedt zich snel om. ‘Dan maar zonder sokken!’ beslist hij blij. ‘Zonder sokken mag je het veld niet op!’ probeert Joris nog. ‘Ach, hou je kop!’ roept Peer. ‘Ik heb een paar extra,’ zegt Wannes. Hij haalt een paar sokken uit zijn tas. Ze zijn niet echt schoon. Maar het zijn sokken. ‘Bedankt!’ lacht Noah.
22
‘Komt er nog wat van?’ brult de trainer. ‘We komen!’ roept de hele ploeg. ‘En we zullen winnen!’ lachen Tom en Noah.
23
Woorduitleg 1 slenteren = langzaam en rustig lopen 2 het op iemand gemunt hebben = steeds dezelfde persoon lastigvallen 3 stomp = harde stoot met je vuist 4 een kei zijn in iets = heel goed zijn in iets
24
Tom en Noah zijn een tweeling. Met Noah is er iets aan de hand. Hij wordt gepest. Tom weet niet wat hij moet doen. Hij wil graag zijn broer helpen. Maar hij zwijgt.
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 2. ISBN 978 90 486 2281 8 Bestelnummer 60 1021 197 KB D/2015/0147/337 NUR 191 Illustraties: Jan Heylen Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 622818
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.