Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 2 - Kijker 4 - Thema 4 - N2 - Miel de Rijke

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Miel de Rijke Heidi Walleghem

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 2

4


Miel de Rijke

Buiten ligt een kleed van sneeuw. Maar binnen bij Miel is het heerlijk warm. De lichtjes in de kerstboom fonkelen. Miel ligt languit voor de teevee. ‘Kijk mam, de prins is op teevee!’ roept hij. ‘Kijk eens hoeveel speelgoed hij heeft!’ 1


Miel staart met grote ogen naar de autobaan van de prins. Naar zijn stoere fiets en zijn rolschaatsen. Naar zijn bouwdoos en zijn speelhuis. ‘Ik wil dat ook allemaal onder de kerstboom!’ roept Miel. Mam lacht. ‘Jij bent geen rijke prins, Miel,’ zegt ze. ‘Ik zou er een kunnen worden,’ zegt Miel. ‘Ik zie er toch net zo uit als de prins? Ik heb blond haar en blauwe ogen. Ik heb ook een neus vol sproetjes.’ ‘Ja, je lijkt best goed op hem,’ zegt mam. ‘Alleen je schatkist is wat kleiner. En dat maakt een groot verschil.’ Miel rent naar zijn varken.

2


Hij giet alles eruit tot de laatste cent. ‘Kan ik hiermee een fiets kopen?’ vraagt hij. ‘Een speelhuis of een autobaan?’ Mam schudt van nee. ‘Dat kan niet!’ roept Miel. ‘Ik wil net zo rijk zijn als de prins!’ Boos gooit hij zijn varken op de grond.

3


Miel zit met mam en pap aan tafel. Hij eet geen hap van de kip met appelmoes. ‘Die vind je anders toch lekker?’ zegt mam. ‘Ik hoef geen eten,’ zegt Miel boos. ‘Ik wil bergen geld net als de prins. En nog hogere bergen speelgoed!’ ‘Ga dan uit werken,’ zegt pap. ‘Daar verdien je geld mee.’ ‘Een prins werkt niet,’ zegt Miel nukkig. ‘Ook goed,’ zegt pap. Hij ruimt de tafel af. Hij helpt mam bij de vaat. En Miel? Die laat hij mokken.

4


Miel woelt in bed. Hij denkt aan wat pap zei. Moet hij echt werken om rijk te worden? Ik kan bomen hakken, denkt Miel. Veel mensen willen nu een kerstboom. Nee, dat is lastig werk. Dat past niet bij een prins. Of ik kan huizen schilderen. Nee, dat is een vuil werkje. Een prins maakt zich niet vuil. Misschien moet ik post rondbrengen? Post bezorgen is niet lastig of vuil. Postbus open, briefje in de gleuf. ‘Dat wordt een makkie!’ zegt Miel blij.

5


‘Vlugger, Miel,’ zeurt de baas. De mensen wachten niet graag op hun post. Miel kijkt zuur. Wat een dwaas idee was dit. Hoezo, post bezorgen is niet lastig? Miel voelt zijn voeten niet meer.

6


‘Hier, jongen,’ zegt de baas. ‘Dit heb je dubbel en dik verdiend.’ Miel krijgt een briefje van tien. ‘Is dat alles?’ vraagt Miel. ‘Heb ik hiervoor zo hard gewerkt?’ Nu kijkt Miel nog zuurder. Hij ploft neer op een bankje in de sneeuw. ‘Boe-hoe,’ huilt hij luid. ‘Boe-hoe-hoe.’ Miel kan niet meer ophouden met huilen. ‘Snif snif,’ snuift iemand achter Miel. ‘Ben jij ook zo droevig? Laat ons samen huilen. Snif, snif.’

7


8


‘Boe-hoe,’ snikt Miel nog een laatste keer. Maar dan houdt hij ermee op. Zo verbaasd is hij. Vlak naast de bank staat een rendier. ‘Rudolf heet ik,’ zegt het rendier tussen twee snikken door. ‘Ik ben het rendier van de Kerstman.’ Miel kijkt Rudolf recht in de snoet. ‘Je bent het echt!’ zegt hij. ‘Ik herken je aan je rode neus.’ ‘Waarom huil je, Rudolf?’ vraagt Miel. ‘Heb je je pijn gedaan?’ ‘Nee, ik zit in de problemen,’ zegt Rudolf. ‘En jij?’

9


‘Ik ook,’ zegt Miel met een zucht. ‘Ik wil rijk zijn. En ik wil speelgoed en nog eens speelgoed! Maar ik weet niet hoe ik eraan kom.’ Rudolf houdt ineens op met huilen. ‘Wat een toeval,’ zegt hij opgelucht.

10


‘Ik kan jou helpen,’ zegt Rudolf blij. ‘En jij kunt mij helpen.’ ‘Vertel,’ zegt Miel nieuwsgierig. ‘Kun jij me rijk maken, Rudolf? Kun jij me speelgoed bezorgen?’ ‘En of,’ zegt Rudolf. ‘Als je me helpt, beloof ik je bergen speelgoed. En je wordt rijker dan de zee diep is. Dat zegt de Kerstman altijd. Hij zegt: niemand is zo rijk als ik, Rudolf.’ Miel kijkt Rudolf met grote ogen aan. ‘Wat moet ik daarvoor doen?’ vraagt hij. ‘De Kerstman helpen,’ zegt Rudolf. ‘De arme man zit in het gips. Hij kan geen pakjes rondbrengen.’ ‘Kun jij dat niet?’ vraagt Miel. ‘Ik kan het niet alleen,’ zegt Rudolf. ‘Pakjes rondbrengen is lastig werk.’ ‘Dat weet ik,’ zegt Miel. ‘Ik help je, Rudolf,’ zegt Miel. ‘Fijn! Klim maar op mijn rug,’ zegt Rudolf.

11


12


‘Ho, ho, ho!’ roept de Kerstman van ver. ‘Wie heb je daar bij je, Rudolf?’ Hij strompelt door de sneeuw naar Rudolf toe. ‘Is dat Miel op je rug?’ zegt de Kerstman. ‘Ik ken hem. Ik breng hem elk jaar een pakje.’ ‘Miel komt ons helpen,’ zegt Rudolf. ‘Hij wil graag pakjes rondbrengen.’ De Kerstman wrijft door zijn lange baard. ‘Dat is aardig,’ zegt hij. ‘Doe je dat zomaar voor mij, Miel?’ ‘Euh… ik wil graag rijk worden,’ zegt Miel. ‘En ik wil ook bergen speelgoed.’ ‘Zo zit het dus,’ zegt de Kerstman.

13


‘Wel, ik kan je rijk maken, Miel.’ ‘Net wat ik zei!’ roept Rudolf blij. ‘Kom maar mee, Miel,’ zegt de Kerstman. ‘Ik laat je snel zien wat je voor mij kunt doen. We hebben geen tijd te verliezen.’

14


‘Hebben we alles?’ vraagt Rudolf. ‘Ja, vertrek maar!’ roept Miel. De Kerstman zwaait hen uit. Hoog in de lucht zweven Miel en Rudolf. Met een slee vol pakjes. Het is nacht. De lucht staat vol sterren. Beneden ligt een dik pak sneeuw. Het is muisstil, want iedereen slaapt. Maar Miel niet. Hij is klaarwakker. Hij moet in veel huizen pakjes bezorgen. Heel bijzonder. ‘Nu voel ik me ook een prins,’ zegt Miel.

15


Miel legt heel stil de pakjes onder de bomen. Grote pakjes, kleine pakjes, veel en weinig pakjes.

16


‘Tijd om uit te rusten, Miel,’ zegt de Kerstman. ‘Ik heb een warm bed voor jou en Rudolf.’ Miel slaapt als een roos. Hij droomt van de pakjes onder de bomen. Van kinderen die blij lachen als ze hun pakje vinden. ‘Ben je daar eindelijk?’ lacht de Kerstman. ‘Je hebt de hele dag geslapen.’ De Kerstman eet kip met appelmoes. ‘Wil je wat, Miel? Dat smaakt heerlijk!’ ‘Vandaag laat ik je wat bijzonders zien,’ zegt de Kerstman. Hij geeft Miel een kijker. ‘Gaan we sterren kijken?’ vraagt Miel. ‘Nee, dit is een andere soort kijker. Hiermee kijk je in het hart van de mensen,’ zegt de Kerstman. ‘Kom, laten we eens samen kijken.’

17


18


‘Bram is heel blij met zijn pakje,’ zegt de Kerstman. ‘Maar het is piepklein,’ zegt Miel. ‘Bram is een arme jongen,’ zegt de Kerstman. ‘Een klein pakje is als goud voor hem.’ ‘Dat heb ik hem gebracht,’ zegt Miel fier. ‘Kijk, daar heb je Lotje,’ zegt de Kerstman. ‘Hoera, ze doet een dansje!’ roept Miel. ‘Daar is de prins met zijn stapel pakjes!’ roept Miel. ‘Die zal in de zevende hemel zijn!’ De prins zet zijn pakjes netjes op een rij. ‘Er is er eentje minder dit jaar,’ zegt hij nors. Miel kijkt boos naar de prins. ‘Hoe kan hij zo ontevreden zijn?’ ‘Hoe meer je hebt, hoe meer je wilt,’ zegt de Kerstman. ‘Daar word je diep ongelukkig van.’ ‘Zoals ik?’ vraagt Miel stil. De Kerstman knikt.

19


20


‘Wat wil je graag, Miel?’ vraagt de Kerstman. ‘Schenk ik je een fiets of een speelhuis? Een autobaan of rolschaatsen?’ ‘Ik hoef niets,’ zegt Miel. De Kerstman lacht breed. ‘Dan ben je rijk, Miel,’ zegt hij. ‘Veel rijker dan de prins. Rijk in je hart, net als ik.’ Hij graait in de zak van zijn mantel. Daar zit een klein pakje in. ‘Voor jou, Miel de Rijke,’ zegt hij. ‘Maak het open als je thuiskomt.’

21


‘Daag, Kerstman!’ roept Miel heel luid. ‘Tot volgend jaar, Miel de Rijke!’ roept de Kerstman. Miel zwaait tot de Kerstman een stipje is.

22


Rudolf zet Miel zachtjes neer in de sneeuw. ‘Je bent thuis, Miel de Rijke,’ zegt hij. Miel holt naar de voordeur. Mam en pap stormen naar buiten. ‘Waar was jij al die tijd?’ roept mam. ‘We waren zo ongerust!’ ‘Ik ben nu Miel de Rijke,’ zegt Miel fier. Miel vertelt van Rudolf en de Kerstman. Hij laat zijn pakje zien. ‘Maak open,’ zegt pap nieuwsgierig. Het is geen bouwdoos, geen speelhuis, geen fiets. Het is een klein muziekdoosje. Met Rudolf en de Kerstman erbovenop. ‘Dank je, Kerstman en Rudolf!’ roept Miel. Hij lacht breed in de kijker van de Kerstman.

23


24


Miel wil rijk zijn. Zoals de prins. Die heeft bergen speelgoed. Maar hoe word je rijk? Miel zoekt het uit.

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 2. ISBN 978 90 486 2281 8 Bestelnummer 60 1021 197 KB D/2015/0147/337 NUR 191 Illustraties: Claudia Verhelst Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622818

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - Leerjaar 2 - Kijker 4 - Thema 4 - N2 - Miel de Rijke by die Keure - Issuu