Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 2 - Kijker 4 - Thema 2 - N1 - Het zwembad

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Het zwembad Inge Misschaert

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 2

4


Het zwembad

1


Het sneeuwt weer. Anna kijkt door het raam. Het stopt maar niet. Het gaat maar door. Bah! Het is koud. Maar Anna heeft het warm. De kachel brandt. Dat vindt mam gezellig. Anna zucht. Haar benen jeuken ervan, zo graag wil ze naar buiten. 2


Mam trekt haar jas aan. Ze moet nog naar de winkel om de hoek. Dat is niet zo ver. Het brood is op. De koelkast is leeg. Mam maakt een lijstje en stopt het in haar tas. ‘Ik ben zo terug,’ zegt ze. Ze slaat een sjaal om en zet een muts op. ‘Anna, jij blijft hier.’ ‘Maar ik wil buiten, mam!’ bedelt Anna. ‘Hier is het veel te warm. Ik speel buiten een spel met de slee. Of ik bouw een iglo. Dan speel ik Eskimo. Dat is leuk!’ ‘Nee, Anna,’ zegt mam. ‘Dat gaat niet.

3


Buiten is het veel te koud. Het vriest dat het kraakt1. En het sneeuwt nog steeds. Misschien straks. Als het niet meer sneeuwt.’ ‘Maar ik weet niet wat ik kan doen,’ zegt Anna boos. ‘Lees een boek,’ lacht mam. ‘Of maak een plaat met verf. Dat kun je goed. En dat doe je graag.’ En dan is ze weg.

4


‘Ik wil niet lezen,’ mokt Anna. ‘Ik wil naar buiten. Stomme sneeuw! Stomme winter! Was het maar lente. Of zomer!’ Ze mept tegen het raam. Boem! Sneeuw is echt stom. Ding dong! Ding dong! Daar gaat de bel. Anna opent de deur. Het is Sam. Dat is haar buur. Hij rilt. Zijn haar is wit van de sneeuw. ‘Haha, Sam,’ lacht Anna. ‘Je lijkt wel een sneeuwman!’

5


‘Wat gaan we doen, Anna?’ Sam trekt zijn jas uit. ‘Ik wil buiten,’ mokt Anna. ‘Buiten is het erg koud,’ zegt Sam. ‘En nat.’ ‘Begin jij nu ook al,’ zegt Anna. ‘Je bent net mam. Sneeuw is toch niet zo erg. Je smelt daar toch niet van?’

6


‘Doen we een spel?’ Sam loopt naar de kast. Hij doet de deur open. ‘Dam? Of schaak?’ ‘Nee, ik heb geen zin,’ mokt Anna. Ze weet dat ze zeurt. Maar ze kan er niets aan doen. Ze wil naar buiten. ‘Ik ga buiten spelen,’ zegt ze. ‘Niet doen, Anna,’ rilt Sam. ‘Het is echt te koud. Ik blijf wel hier. De kachel is lekker warm.’ Anna hoort het niet. Ze is al buiten. Maar ... Ze vergat haar sjaal!

7


En haar muts! En haar jas is niet dicht. Brrr, denkt ze. Sam heeft gelijk. En mam ook. Het is echt veel te koud. ‘Zie je wel,’ lacht Sam. ‘Nu ben je ook een sneeuwman. Doen we nu een spel?’

8


Anna staart door het raam. Daar staat het schuurtje. En dan krijgt ze een idee. In het schuurtje staat een zwembad! Het is leeg en het staat op zijn kop. In de zomer staat het buiten. Dan doet pap er water in. Met de tuinslang. Tot het helemaal vol is. Maar nu gaat dat niet. Met al die sneeuw. En die kou. ‘Konden we maar zwemmen,’ zucht Anna. Ze denkt diep na. En dan weet ze het!

9


‘Sam, ik heb een plan,’ zegt ze. Ze doet de deur weer open. Brrr! Wat is het koud. De tuin is wit. Haar schoenen worden nat. Haar voeten zijn koud. Maar ze voelt het niet.

10


‘Help je mee, Sam?’ Anna sleurt aan het zwembad. Het is niet zwaar, want het zit nog vol met lucht. Pap vergat om de lucht eruit te halen. ‘Dan moet ik het niet oppompen,’ lachte hij. ‘Lekker handig!’ Maar het is een log2 ding. Het past maar net door de deur. ‘Oef,’ denkt Anna. Ze heeft het warm. Ook al is het koud. Ze schuift de bank opzij. Het tapijt rolt ze op. Die kist moet nog weg. Zo! Nu is er veel plaats!

11


‘Wat wil je doen?’ vraagt Sam. Hij begrijpt er niets van. ‘Kom, Sam, we maken een bad. Een zwembad binnen.’ Anna haalt de slang. Die ligt ook in het tuinhuis. Daar komt water uit. Voor het zwembad. Ze draait aan de kraan. Het lukt! Traag loopt het bad vol.

12


13


‘Het lukt!’ juicht Anna. ‘Kijk eens, Sam!’ Sam lacht. ‘Dit is leuk, Anna. Ik haal mijn zwembroek. En een handdoek.’ Hij rent snel weg. Anna wacht. Op Sam. En op het bad. Het duurt zo lang tot het vol is. Nog even. Daar is Sam al! ‘Zwemmen in de winter!’ lacht hij.

14


Het bad is vol. ‘Kom, Sam, we gaan erin.’ Anna pakt een bal. En nog een gieter. Ze plonst. Sam proest. Wat een pret! Het water spat hoog op. Oeps. De vloer is nat. ‘Dat maak ik straks wel schoon,’ sust3 Anna. ‘Het is maar water. Dat vindt mam vast niet erg.’ Maar hoe … Het water komt zo hoog. Hoe kan dat nu? ‘De kraan, Anna!’ gilt Sam. ‘Je vergat de kraan dicht te doen!’

15


16


O nee! Te laat! Het bad loopt over. Op de vloer. Onder de kast. De hele kamer staat onder water! En de keuken ook. Snel draait Anna de kraan dicht. Sam zit beteuterd4 in het bad. Het water gutst5 nog altijd over de rand. Wat nu? Anna wordt bang. Mam vindt dit vast niet leuk. Ze heeft net gepoetst. Alles blonk. Alles glom. De vloer was schoon. Nu is de vloer vuil en nat.

17


En de bank ook. En dan gaat de deur open. Het is mam. Ze draagt twee zware tassen. En dan ziet ze het bad. En Anna. En Sam. En de vloer. Ze gilt het uit. ‘Anna!’

18


19


Mam haalt emmers. En dweilen. Veel dweilen. ‘Jullie helpen mij,’ zegt ze streng. ‘Maar eerst kleren aan! Anders vat je nog kou.’ Ze werken hard. Emmer na emmer haalt mam uit het bad. En dan is het leeg. Mam boent6 het schoon. En dan haalt ze de dop eraf. ‘Pssssst!’ zegt het bad. Alle lucht gaat eruit.

20


Het bad is weg. Het water ook. Het huis is nu weer droog. Anna en Sam ook. Alleen Anna’s haar is nog nat. Dat van Sam niet. Het is erg kort. ‘Zo, droog,’ lacht Sam. Ze zitten bij de kachel. Met een kop warme melk. Heerlijk!

21


Daar komt mam. En pap is ook al thuis. Nu komt het, denkt Anna sip. Nu krijg ik straf. En hoe. ‘Een bad in huis,’ riep mam boos. ‘Hoe kom je er bij?’ ‘Kom, Anna!’ zegt mam. ‘Kom, Sam. Jij mag ook mee. We gaan weg.’ ‘Waar gaan we heen, mam? Ik wil het weten.’ Maar mam zegt niets. Ze glimlacht alleen. En pap ook. De auto stopt, ze zijn er al.

22


‘Ha, dat ken ik,’ zegt Sam. ‘Dat is het zwembad. Dat is binnen.’ ‘Jij bent me er een, Anna,’ zucht ma. ‘Geen bad meer in huis, hoor je!’ zegt pap streng. Maar het klinkt niet boos. ‘Kom, Sam!’ zegt Anna blij. ‘We gaan zwemmen. Ook al sneeuwt het!’

23


Woorduitleg 1 2 3 4 5 6

24

Het vriest dat het kraakt = het is heel koud log = zwaar en onhandig sussen = stil doen worden beteuterd = triestig gutsen = druipen boenen = poetsen


Anna wil zo graag naar buiten. Maar het mag niet. Want het sneeuwt. Het is te koud. En te nat. Was het maar zomer, denkt Anna. Maar dan verzint ze een plan.

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 2. ISBN 978 90 486 2281 8 Bestelnummer 60 1021 197 KB D/2015/0147/337 NUR 191 Illustraties: Leen Van Durme Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622818

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - Leerjaar 2 - Kijker 4 - Thema 2 - N1 - Het zwembad by die Keure - Issuu