ucatieve uitgaven
BIEB
Raar bezoek Reine de Pelseneer
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 2
4
Raar bezoek
1
Het is koud buiten, maar binnen brandt de kachel. Nog drie dagen en dan is het Kerstmis. Lars kan haast niet meer wachten. Hij is dol op kerst! Mama maakt dan lekker eten. Het huis wordt gevuld met kaarsjes. Hij zingt liedjes met zijn zusje Lot en ze mogen laat naar bed. Bij de kerstboom staat al een stal. De geur van de spar vult het huis. Er ligt ook een hoop pakjes. Lars is heel benieuwd. Zou dat grote pak voor hem zijn? Krijgt hij een speelgoedschip?
2
Lars zucht. Alles is leuk aan kerst, maar één ding niet … Tante Lief komt bij hen op bezoek. Lars vindt dat niet tof, want hij vindt tante Lief maar raar. Ze is niet eens echt zijn tante. Ze is een tante van mama. ‘Tante Lief woont alleen,’ zegt mama. ‘Met kerst is dat niet leuk. Dan wil je mensen om je heen. Bij ons is er plaats genoeg.’ Plaats genoeg? Dat had je gedacht! Lars moet vier dagen uit zijn kamer! Hij moet bij Lot slapen en tante Lief krijgt zijn bed. Dat rare mens in zijn bed … Hij moet er niet aan denken. Tante Lief geeft natte zoenen en ze ruikt naar oude rozen. Haar ogen staan een beetje scheef. Soms stelt ze drie keer dezelfde vraag.
3
Maar als Lars er wat van zegt, wordt mama boos. ‘Wees toch eens een beetje lief,’ zegt ze. ‘Tante Lief is een goed mens.’ Straks komt papa thuis, met tante Lief. Tante Lief komt van ver. Papa is haar gaan halen bij de trein. Er is niets meer aan te doen … Mama maakt soep in de keuken. Ze snijdt prei en wortels fijn. Ze roept naar Lars: ‘Je kamer is toch netjes, hè?’ ‘Ja, mama!’ ‘Liggen er geen sokken onder je bed? En ligt je speelgoed bij Lot?’ ‘Ja ja …’ Mama komt uit de keuken. Ze heeft een halve prei in haar hand. Zacht drukt ze een kus op de neus van Lars. ‘Het wordt best leuk, liefje.’ Dat zal wel, denkt Lars met een zucht. Mama begrijpt er niets van.
4
5
Ze zitten aan tafel. Tante Lief zegt niet veel. Ze roert in haar soep. Af en toe slurpt ze een beetje. Lars probeert niet naar haar te kijken. Maar hij kan niet anders. Zijn ogen schieten altijd weer naar haar. Lot praat aan één stuk door, over pakjes en over taart. Zij vindt het bezoek van Lief niet erg.
6
Lot vindt alle mensen leuk. Was Lars maar wat meer als zijn zusje. Hij eet traag. Hij voelt zich niet op zijn gemak. Vreemde mensen maken hem bang. Tante Lief lacht plots naar mama. ‘Het is zo fijn om hier te zijn,’ zegt ze. ‘Wij vinden het ook leuk dat je bij ons bent!’ ‘Ja!’ roept Lot en papa knikt. Lars kijkt sip1 naar zijn soep. Tante Lief gaat vroeg slapen. Nóg vroeger dan Lot en Lars. ‘Ze is vast moe van de reis,’ zegt papa. Mama, papa, Lot en Lars kijken nog wat tv. Fijn zo, denkt Lars. Zonder tante Lief is het beter. Op tv zien ze een film over een hond. Hij loopt alleen door de sneeuw. Hij is zijn baasje kwijt. Maar met kerst vindt hij hem terug. Het einde is mooi. Lars krijgt het koud en warm tegelijk.
7
8
Na een poos moet hij met Lot naar boven. ‘Stil zijn, hoor!’ zegt mama. Ze geeft een kus en een aai. Van papa krijgen ze een knuffel. Lot leest een boek in bed. Maar Lars heeft geen zin om te lezen. Hij denkt aan zijn kamer en aan tante Lief. Zou ze slapen? Hoort hij haar snurken? Na een poos knipt Lot het licht uit. ‘Ga je al slapen?’ vraagt Lars. ‘Ja,’ zegt Lot, ‘ik ben moe.’ ‘Goed dan,’ zegt Lars een beetje nors2. Hij zou nog wat willen praten. Want hij is nog niet echt moe. Hij kan niet slapen en hij wil ook niet. Hij wil in zijn eigen bed in zijn eigen kamer. Zijn benen vinden geen rust. En hij woelt tussen de lakens. Een hele tijd later zit Lars plots rechtop. Hij hoort iets in zijn kamer!
9
Tante Lief is wakker. Haar voeten schuiven over de vloer. Ze sleurt met een meubel en ze kucht3. Wat doet ze toch? vraagt Lars zich af. Sleept ze met een stoel? Hij sluipt voet voor voet naar de gang. Onder de deur schijnt een streep licht. Lars legt zijn oor tegen de deur. Hij houdt zijn adem in. Af en toe ritselt er iets. En er klinkt een zacht gekras. Zit er een dier in zijn kamer? Als de stoel weer schuift, veert Lars op. Hij spurt naar de kamer van Lot. Daar trekt hij zijn deken over zijn hoofd. Zou tante Lief hem hebben gehoord? Zou ze iets tegen mama zeggen? Lars telt uit alle macht4 schaapjes. Maar de slaap komt pas na lange tijd.
10
Lars is als laatste wakker. Met een suf hoofd sloft hij de trap af. Zijn lijf voelt zwaar. Lot, mama, papa en Lief eten al ontbijt. ‘Daar is onze slaapkop!’ lacht papa. Lars mort5: ‘Ik kon niet slapen.’ ‘Mis je je kamer?’ vraagt tante Lief. Lars haalt zijn schouders op. Hij durft niet ‘ja’ te zeggen.
11
Lief zegt: ‘Ik sliep er als een roos. Wat een goed bed heb jij!’ Je liegt, denkt Lars, je sliep niet. Maar hij zwijgt en grijpt naar het brood. Tante Lief geeft de boter aan. Pas dan ziet Lars haar handen. Hij schrikt. Ze zitten vol zwarte vlekken. Er is iets vreemds aan de hand. Tante Lief is echt niet normaal. Wie weet, lopen ze gevaar. Moet hij wat zeggen tegen mama en papa? Wat is Lief met hen van plan? Welk geheim heeft ze? Wat spookt ze uit in de stille nacht?
12
De dag is minder eng dan de nacht. Tante Lief lijkt bijna normaal. Ze gaan samen naar het park. Daar rennen Lot en Lars in het rond. Tante Lief praat met mama. Ze lacht veel en ze woelt door het haar van Lot. Lot vindt dat leuk. Thuis drinken ze thee. Ze eten er koekjes bij. Papa veegt de kruimels van tafel. Daarna spelen ze een spel. Bij dat spel horen vragen over de natuur. Tante Lief speelt het spel heel goed. Ze is slim, merkt Lars. Ze weet alles over dieren en bloemen. Dan ziet hij weer het zwart op haar handen. Hij rilt. Veel te snel is het weer nacht. Lars ligt wakker in zijn bed. Zijn hart bonst heftig. Hij denkt aan de vingers van Lief.
13
Waarom zijn ze toch zo zwart? Is tante Lief een heks? Maakt ze zwarte drankjes of zo? Plots hoort hij weer geluid. Tante Lief ligt niet meer in haar bed. Wat is er aan de hand? Lars moet het nu echt weten! Hij loopt op zijn tippen naar de gang. Zijn mond voelt droog aan. Onder de deur schijnt licht. Lars hoort weer het zachte gekras. Hij bijt op zijn lip en proeft bloed. Bang als een muis staat hij bij de deur. Maar hij moet dapper zijn! Zijn hand ligt al op de klink. Heel zachtjes duwt hij de deur open. Hij houdt zijn adem in. Tante Lief zit aan de tafel, met haar rug naar hem toe. Ze hoort en ziet Lars niet. Lars rekt zich uit om te kijken. Tante Lief dipt een pen in een pot.
14
In de pot zit zwarte inkt. Dan krast Lief met de pen op een blad. Zo zit het dus, denk Lars. Het gekras komt niet van een dier … en de inkt maakt haar vingers zwart. Hij hoeft niet bang te zijn!
15
16
Hij wil weer wegsluipen, maar plots breekt de stilte. ‘Kom maar wat dichter. Ik weet dat je daar bent, Lars.’ Tante Lief kijkt niet eens op. Lars voelt zijn wangen rood worden. Zijn hart klopt weer heel fel. Zou hij toch niet beter wegrennen? Nu draait Lief zich naar hem toe. ‘Wees toch niet bang van mij. Wil je weten wat ik doe?’ ‘Eh, ik weet niet … ik …’ Lars blijft stokstijf staan bij de deur. Hij wou dat hij in bed was blijven liggen. Maar tante Lief praat voort: ‘Ik ben een slechte slaper. Soms lig ik uren wakker in mijn bed. Dan sta ik op om te schrijven.’ Ze wijst naar het blad en de pen. Lars zet een kleine stap vooruit. ‘Wat schrijf je dan?’ ‘Ik werk aan een verhaal. Het gaat over de nacht van Kerstmis.’
17
Lars durft nog wat dichter te gaan. Hij zegt: ‘Dat klinkt wel leuk. Voor wie schrijf je het?’ Tante Lief zucht heel diep. ‘Ik ben geen heel goede schrijver. Ik doe maar wat … Ik laat niemand lezen wat ik schrijf.’ Dat vindt Lars maar stom. Een verhaal heeft toch lezers nodig! ‘Mag ik een heel klein stukje lezen?’ ‘Ik weet het niet,’ zegt tante Lief. ‘Het is echt niet zo goed, hoor.’ Lars dringt zachtjes aan. ‘Goed dan,’ zegt Lief na een poos, ‘Ik lees een klein stukje voor.’ Lars gaat op het bed zitten. Tante Lief hoest en leest dan hardop. Ze praat zachtjes, maar net luid genoeg. Haar verhaal vult de kamer. Lars proeft van haar woorden. In zijn hoofd begint het verhaal te leven. Wat Lief vertelt, lijkt zo echt.
18
Maar dan stopt tante Lief opeens. ‘Ga door!’ roept Lars. ‘Het is zo mooi!’ Lief lacht: ‘Er is niet meer dan dit. Het einde moet ik nog schrijven.’ ‘Wat jammer …’ ‘Vind je het echt mooi?’ Lars knikt heel hard.
19
‘Ik heb een idee,’ zegt hij. ‘Jij maakt het verhaal snel af en dan lees je het morgen voor. Voor mama, papa, Lot en mij! Het gaat over Kerstmis, dus het past prima.’ Tante Lief krijgt een blos op haar wangen. ‘Ik zie nog wel,’ zegt ze zacht. ‘Kruip jij maar snel in je bed. Het is al erg laat en morgen wordt een lange dag.’ In zijn bed lacht Lars om zichzelf. Waarom was hij zo bang van Lief? Ze is niet eng, maar lief!
20
Het is kerstavond. Lot en Lars kregen veel pakjes. Aan tafel was het lekker en fijn. Lars at flink wat kalkoen. Nu zitten ze samen bij de kerstboom. Het is al laat, maar Lot en Lars moeten nog niet naar bed. Mama maakt warme melk. Ze brengt ook een schaal met koekjes. Lars at al erg veel, maar toch knabbelt hij een koekje op. Alles is zo lekker! Tante Lief haalt plots een schrift boven. ‘Ik wil een verhaal voor jullie lezen,’ zegt ze. ‘Ik schreef het zelf. Het is een verhaal over Kerstmis.’ Mama, papa en Lot kijken verrast. ‘Oh,’ lacht mama. ‘Wat leuk!’ En papa zegt: ‘Ik wist niet dat jij een schrijver was.
21
Wat ben ik benieuwd!’ Lars knipoogt naar tante Lief. Dan begint ze voor te lezen. Verder is het heel stil in de kamer. Het verhaal gaat over koude en sneeuw, maar ook over warmte en licht. Het gaat over vriendschap en over feest. Na het laatste woord klapt Lars in zijn handen. Mama, papa en Lot doen mee. ‘Zo mooi!’ roepen ze. Tante Lief bloost ervan. Maar Lars ziet ook dat ze glimt van trots. Hij denkt nog lang aan de laatste zin: ‘En zo werd kerst de warmste nacht ooit.’
22
23
Woorduitleg 1 2 3 4
sip = droef, somber nors = boos, kortaf kuchen = kort hoesten uit alle macht = hevig, flink, er veel moeite voor doen 5 morren = brommen, knorren, grommen
24
Het is bijna Kerstmis. Dat vindt Lars heel leuk. Maar één ding vindt hij niet leuk: tante Lief komt op bezoek. Lars vindt haar maar raar. Wat doet ze als het nacht is? Waarom brandt er licht in haar kamer?
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 2. ISBN 978 90 486 2281 8 Bestelnummer 60 1021 197 KB D/2015/0147/337 NUR 191 Illustraties: Jona Jamart Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 622818
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.