Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 2 - Kijker 3 - Thema 8 - N3 - Oude beroepen

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Oude beroepen Inge Bergh

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 2

3


Oude beroepen

Wat wil je later worden? Kok, zanger, juf, dokter …? Je kunt uit zo veel kiezen. Misschien weet je het zelf nog niet. Of misschien staat het voor jou al vast. Wij kunnen je niet helpen met je keuze. Wat we wel kunnen? Het lijstje wat korter maken. In dit boekje staan veel beroepen. Maar geen enkel beroep bestaat nog. Wat soms wel jammer is. Ik had best wel porder willen worden. En jij? Wat had jij leuk gevonden?

1


Aanspreker Stel dat je je oma iets wilt vertellen. Maar oma woont ver weg. Wat doe je dan? Je belt of mailt haar. Misschien stuur je haar een kaartje. Of heel soms nog een brief? Vroeger bestond er geen computer. Geen telefoon. En niet iedereen kon lezen of schrijven. Daarom stuurde men iemand op pad.1 Die klopte aan bij de mensen. En vertelde hen het nieuws. Dat iemand dood was of ging trouwen. Een aanspreker was een soort sprekende brief.

2


3


4


Omroeper Ook een omroeper bracht nieuws rond. Dat deed hij in dienst van het stadsbestuur2. Hij ging niet naar de huizen van de mensen. Een omroeper vond je op het dorpsplein. Daar bracht hij het laatste nieuws. Hij was een soort sprekende krant. Hij riep om wat het stadsbestuur had beslist. Of wat er was gebeurd. Vaak had hij een toeter bij zich. Als hij daarin sprak, klonk zijn stem luider. Soms had hij ook een bel. Zo heb je in Gent nog altijd de ‘belleman’. Een stadsomroeper zie je ook nu soms nog. Maar alleen nog op feesten. Zijn beroep is niet meer nodig.

5


Scheepsjager Het gaat hier niet om een jager. Dus vergeet het geweer. En denk aan een lang touw, want een scheepsjager trekt. Wat hij trekt? Een boot. Nu hebben alle boten een motor. Zo varen ze vooruit. Maar vroeger bestonden er geen motoren. En toch moesten schepen varen. Met kolen, stenen, planken en nog meer. Men hing een paard aan een lang touw. Dat touw zat vast aan de boot. Het paard liep op een pad langs het water. En trok de boot vooruit. Een boot zo voorttrekken noemde men jagen. Het pad langs het water heette een jaagpad. Arme schippers moesten zelf trekken. Zij hadden geen geld voor een paard.

6


7


8


Kruier Heb je al eens met de trein gereisd? En had je toen veel bij? Vroeger reisde men met zware kisten. Die zaten vol kleren en spullen. Ze waren heel groot. En ook erg zwaar. Elk station had toen een kruier. Die stond klaar om alles te vervoeren. Hij laadde de kisten op zijn kar. En bracht het naar de volgende trein. Of naar de koets. Zo moesten de mensen dat niet zelf doen. Nu hebben onze koffers wieltjes. Of we dragen een rugzak.

9


Bareeldraaier Bareel is het oude woord voor slagboom. Een slagboom gaat nu vanzelf open en dicht. En ook de bel bij de overweg3 rinkelt vanzelf. Maar vroeger was dat niet zo. Men had nog geen stroom. Dus had je een wachter nodig. Iemand die bij de ‘bareel’ zat. De bareeldraaier had daar een huisje. En wanneer de trein kwam, begon zijn werk. Hij draaide de bareel open of dicht. Hij zorgde dat niemand overstak. Ook de wissels bediende hij. Maar nu gaat alles vanzelf. Ook dit beroep verdween.

10


11


Strontschepper Hoe ga jij naar het toilet? Op een emmertje? Je lacht? Maar ooit deden mensen dat. In de stad was er nog niet altijd een riool. De meeste huizen hadden geen toilet. Dus maakte men een stoel met een gat. Daar zette men een emmer onder. De plas kon men uitgieten. Floep, door het raam. Maar de drollen bleven liggen stinken. Gelukkig was er de strontschepper. Die kwam de emmertjes legen in zijn kar. Hij kreeg daar geld voor. Maar een leuk beroep was het niet!

12


13


Letterzetter Een document maak je op de computer. En wil je het op papier? Dan druk je op ‘print’. Simpel. Je printer drukt het voor je af. Maar vroeger moest men elk woord ‘zetten’. Daarvoor gebruikte men loden letters. Elk woord werd letter per letter gevormd. De letterzetter zette de letters in een zethaak.

Daarna streek hij ze in met inkt en drukte ze op papier. Zo werden bijvoorbeeld kranten gedrukt. Het was een heel werk. Dat gaat nu toch veel sneller! 14


15


16


Klompenmaker Klompen waren harde schoenen. Ze werden gekapt en geschaafd4. Uit een blok van populieren- of wilgenhout. Tot je de ruwe5 vorm zag. Daarna werd er een holte geboord. Daar kwam de voet in. Ten slotte werd de klomp afgewerkt. Op een klomp lopen, was niet makkelijk. Je moest je tenen krommen6. Bij elke stap. Anders viel de klomp af. In de winter legde men er stro in. Zo bleven de voeten warm. Blij dat we nu schoenen dragen! Die zijn warm en zacht.

17


Schommeljongen Joodse mensen kochten geen dode vis. Ze wilden enkel levende vis. Die vis werd gevangen en levend vervoerd. Dat gebeurde in kleine bootjes. In die kleine bootjes zat water. Daar zwom de vis in. Op die bootjes lag een plank. Daar stond een schommeljongen op. Hij moest de boot doen ‘schommelen’. Zo klotste7 het water op en neer. Er kwam zuurstof8 in het water. En de vissen bleven leven. Levende, verse vis in een bootje. Dat zie je nu niet meer.

18


Parlevinker De parlevinker had een winkel. Niet in een huis, maar op een bootje. Hij voer over de rivier. Tussen de schepen. Hij verkocht er zijn waren9 aan de schippers. Eten en drinken. Bezems en doeken. Potten en pannen. Alles wat je in een winkel vindt. Dat was makkelijk, want winkels lagen soms ver weg. In een dorp of in een stad. En de schipper had geen auto. En ook geen koelkast. Zo een drijvende winkel was erg handig!

19


Hondenmepper Nu zijn honden vooral huisdieren. Maar vroeger was dat anders. Ze moesten waken10 of karren trekken. Als ze oud waren, liet men ze achter. Ver weg van huis. Er liepen dus veel honden los op straat. Vaak gingen ze kerken binnen. Daar plasten ze tegen de stoelen. Of ze legden er drollen. En ze blaften tijdens de mis. De honden werden uit de kerk gejaagd. Dat deed de hondenmepper. Hij sloeg of mepte ze uit de kerk. Dat mag nu niet meer. Niemand mag nog een dier slaan!

20


21


Porder Ben je altijd vroeg wakker? Voor dag en dauw?11 Spring je elke morgen fris uit bed? Dan was porder iets voor jou geweest. Een porder is een levende wekker. Een man die van deur naar deur ging. Daar tikte hij met zijn stok op de ruiten. Net zolang tot het licht ging branden. Of tot er iemand het raam opendeed. Dan wist hij dat de bewoner wakker was. Zo ging hij van huis naar huis. Om mensen te wekken. Nu heeft iedereen een wekker. Een porder hebben we niet meer nodig.

22


Ketellapper Een ketellapper reisde rond. Hij ging van huis naar huis. Was daar iets stuk, dan herstelde hij dat. Meestal waren dat ketels. Die werden elke dag gebruikt. Vaak kwam er een gat in. De ketellapper maakte dat. Met een lap tin12. Dat smolt hij vast. Zo was het gat weer dicht. Nu doen we kapotte spullen weg. Vaak kopen we iets anders in de plaats.

23


Woorduitleg 1 iemand op pad sturen = iemand ergens naartoe sturen 2 stadsbestuur = mensen die de stad leiden 3 overweg = plaats waar weg en spoorbaan elkaar kruisen 4 schaven = gladmaken 5 ruw = niet precies 6 krommen = buigen 7 klotsen = geluid van golvend water 8 zuurstof = wat je nodig hebt om te ademen 9 waren = dingen die je verkoopt 10 waken = wakker blijven om op te letten 11 voor dag en dauw = heel vroeg 12 tin = soort metaal

24


In dit boekje staan veel beroepen. Maar geen enkel beroep bestaat nog. Ze werden overbodig. Bijna niemand weet nog wat een ‘parlevinker’ deed. Of een ‘porder’. Maar na het lezen van dit boekje weet jij het wel!

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 2. ISBN 978 90 486 2281 8 Bestelnummer 60 1021 197 KB D/2015/0147/337 NUR 191 Foto’s: Shutterstock Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622818

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - Leerjaar 2 - Kijker 3 - Thema 8 - N3 - Oude beroepen by die Keure - Issuu