Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 2 - Kijker 3 - Thema 4 - N2 - Een pakje tijd

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Een pakje tijd Joke Guns

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 2

3


Een pakje tijd

1


Beloofd is beloofd ‘Ik mag iets kiezen voor mijn verjaardag. Dat hebben jullie zelf gezegd!’ Maarten kijkt woest naar zijn ouders. Ze lachen hem gewoon uit!

2


Hij draait zich met een ruk om. Dan loopt hij naar buiten. De deur gooit hij met een klap dicht. Het is ook altijd hetzelfde liedje. Elk jaar mag hij iets kiezen voor zijn verjaardag. Elk jaar gaat het mis! Toen hij vijf werd, koos hij een dagje uit. Hij wilde zo graag naar zee. Maar de auto kreeg een lekke band. Daar stonden ze dan. In de berm1 naast de snelweg. De zee kreeg hij die dag niet te zien. En daarna hadden ze geen tijd meer. Toen hij zes werd, koos hij een fiets. Mama dacht dat papa de fiets zou kopen. Papa dacht dat mama de fiets zou kopen. Op zijn verjaardag kreeg hij een bon. ‘Goed voor een fiets’ stond op de bon. Hij heeft nog steeds geen fiets. Stomme bon! Stomme mama en papa. Volgende week wordt hij zeven. En hij weet wat hij wil voor zijn verjaardag. Hij wil wat tijd. Gewoon een beetje tijd van mama en papa. Is dat zo gek? 3


Op zoek Papa en mama hebben lol. Dat hoort Maarten goed. Ze lachen dwars door de dichte deur heen. ‘Tijd! Hoe verzint hij het?’ brult papa. ‘Ik weet niet waar hij het haalt,’ giert mama. Hij geeft een flinke schop tegen de deur. Ze horen het niet eens. ‘Ze lachen me uit,’ denkt Maarten boos. ‘Ik vraag tijd en zij lachen erom. Dan ga ik zelf wel op zoek. Zo moeilijk kan tijd niet te vinden zijn.’

4


Hij sluipt naar buiten. De voordeur valt met een klik in het slot. Hij kijkt naar links, dan naar rechts. Er is niets of niemand te zien. Of toch? De buurman stapt net naar buiten. Hij haalt de post uit de brievenbus. Maarten loopt naar hem toe. ‘Dag buurman, weet u soms waar ik …’ Maar de man luistert niet. ‘Veel te doen,’ mompelt hij. ‘Druk, druk, druk, geen tijd.’ Binnen rinkelt een telefoon. De buurman schrikt ervan. ‘Nu zie je het,’ roept hij nog naar Maarten.

5


Maarten haalt zijn schouders op. Hij weet niet wat hij moet zien. Maar voor tijd moet hij hier niet zijn. Dat begrijpt hij wel. Met een diepe zucht draait hij zich om. Hij loopt verder. Aan het eind van de straat aarzelt hij. Verder mag hij niet, zonder mama of papa. Dat weet hij goed. Maar hij doet het lekker toch!

6


Tijd is geld Deze straat kent hij goed. Zijn school is hier. Elke ochtend brengt mama hem naar de klas. Elke ochtend heeft ze haast. Ze is bang dat ze te laat komt op haar werk. ‘Haast je, Maarten,’ roept ze vaak. ‘Kom, we rennen naar je school. Dan ben je in elk geval op tijd. En ik ook.’ Mama is een kei2 in rennen. En Maarten rent met haar mee.

7


Maar vandaag stapt hij zo traag als hij kan. Hij telt de huizen. Hij zwaait naar een duif. Hij huppelt een eindje. Daar is zijn school. Er is geen mens te zien vandaag. Het is zondag, dus gek is dat niet. Wat is het hier stil!

8


‘Opzij, knul!’ schreeuwt een man plots. Maarten schrikt. Hij drukt zich tegen de muur van een flat. Net op tijd. Een man rent hem voorbij. Om zijn nek hangt een zware tas. Die tas zit vol folders. De man propt een folder in elke bus. Dat doet hij snel en slordig. ‘Loop me niet voor de voeten,’ moppert de man. ‘Maar ik ben gewoon op zoek naar tijd!’ zegt Maarten. Heel even kijkt de man hem aan. ‘Jij kost me tijd, knul. Als je dat maar weet.’ Een tel later rent de man de hoek om. Die man mag zijn tijd houden, denkt Maarten stil. Maar ik geef niet op. Iemand moet toch wat tijd voor me hebben?

9


Groen Maarten staat een poos op de hoek van de straat. Achter hem ligt de school. Voor hem ziet hij een zee van groen3. Hij kent de weg hier niet. Durft hij het wel? Durft hij verder te zoeken? Missen mama en papa hem al? Daar hebben ze vast geen tijd voor. Hij raapt al zijn moed bij elkaar. Hij zet een stap, daarna nog een stap.

10


Wat is het hier mooi. ‘PARK’ staat er op een bordje. Er loopt een pad tussen al het groen. Hier en daar staat een bankje. Wat verder voetbalt een oude man met twee jongens. Maarten staart hen aan. ‘Doe je mee?’ roept de jongste van de twee. Maarten heeft er wel zin in. ‘Jij mag in mijn team,’ lacht de oudste jongen. ‘Dan speel ik in jouw team, opa,’ knikt de jongste. Wat heeft Maarten een lol. Hij rent en schopt. Hij valt en staat weer op. Er zitten vlekken op zijn broek. Maarten zit er niet mee. ‘Het wordt al laat. We moeten maar weer eens naar huis,’ zegt de oude man.

11


Hij hijgt een beetje. Dat komt door al dat rennen. En plots denkt Maarten weer aan de tijd. Die zoekt hij nog steeds. ‘Weet u waar ik tijd kan vinden?’ vraagt hij de man snel. ‘Opa maakt tijd voor ons,’ zegt de jongste. ‘Omdat mama en papa geen tijd hebben,’ lacht de oudste. De oude man knikt. ‘Oh!’ zucht Maarten. ‘Ik denk niet dat ik een opa heb. Maar ik geef niet op. Ik zoek er zelf wel een!’

12


Huize rust roest Hij rent het park uit. Zonder om te kijken loopt hij verder. Nu weet hij het. Om tijd te krijgen, moet hij eerst een opa vinden. Bij een rood huis met groene luiken belt hij aan. Er is niemand thuis. Ook bij het witte huis blijft de deur dicht. Dan komt hij bij een flat met wel tien bellen. Hij duwt op alle knopjes tegelijk. ‘Hallo?’ ‘Wie is daar?’ ‘Blijf van mijn bel af, deugniet!’ De stemmen galmen4 door de straat.

13


‘Weet iemand waar ik een opa kan vinden?’ schreeuwt Maarten luid. Alle stemmen zwijgen. Dan zegt een meisje zacht: ‘Die van mij woont in Huize Rust Roest. Dat is het grijze huis aan het eind van de straat.’ ‘Huize Rust Roest? Bedankt!’ zegt Maarten blij. De straat is lang. Maarten holt en holt. Het lijkt of er geen eind aan komt. Maar plots ziet hij een groot, grijs huis. ‘HUIZE RUST ROEST’ staat erop. Hier moet het zijn. Hier is vast een opa te vinden. Een opa die ook voor hem tijd maakt. Er hangt een groot bord naast de voordeur. Op dat bord staan namen.

14


Janus Verdriet Nee, die opa wil hij niet. Mieke Snel De jongens hebben verteld dat hun opa tijd maakt. Over een oma hebben ze niets gezegd. Maarten kiest Mieke Snel toch maar niet. Hij leest alle namen op het bord. Het zijn er wel veertien! Dan komt hij bij de laatste naam. Zijn adem stokt in zijn keel5. ‘Maarten Flink’ staat er.

15


Een opa Dat kan toch niet? Hij heet zelf Maarten Flink. Maar het staat er echt! De voordeur van Huize Rust Roest gaat open. Een meisje danst naar buiten. ‘Dag oma!’ roept ze nog snel. Dan ziet ze Maarten staan. ‘Jou heb ik hier nog nooit gezien. Kom je ook op bezoek bij iemand?’ Maarten aarzelt. ‘Ik kom op bezoek bij mijn opa,’ zegt hij dan. ‘Oh!’ Het meisje denkt diep na.

16


‘Mijn oma is Mieke Snel. Wie is jouw opa? Misschien ken ik hem wel.’ Maarten haalt diep adem. ‘Hij daar,’ wijst hij naar het bord. ‘Mijn opa is Maarten Flink.’ Het meisje knijpt een oog dicht. Ze zwijgt een poos. ‘Wat fijn!’ lacht ze dan. ‘Ik ken hem wel. Hij is best lief. Hij bakt heerlijke koekjes. Maar ik heb nog nooit bezoek bij hem gezien. Leuk dat je er bent.’ Ze huppelt het trapje af. Nog voor Maarten iets kan zeggen, is ze weg. De voordeur staat nog open. Met een bonzend hart loopt Maarten naar binnen. Waar is Maarten Flink?

17


Wie zoekt, die vindt Maarten ziet een lange, brede gang. Links zijn deuren. Rechts zijn deuren. Op elke deur staat een naam. De eerste deur links staat open. Er is geen mens te zien. ‘JANUS M. VERDRIET’ staat er op een naambordje.

18


Traag stapt Maarten verder. Naam na naam loopt hij voorbij. De laatste deur rechts is het raak. ‘MAARTEN FLINK’ leest hij. Hij klopt op de deur. Er komt geen antwoord. Hij klopt nog eens, wat harder nu. Niets. Hij duwt de klink naar omlaag. Dan stapt hij de kamer in. Veel plaats is hier niet. Er staat een bed en een nachtkastje. Er staat een kleerkast, een tafel en twee stoelen. Dat is alles. Op het nachtkastje staat een foto. Het is een foto die hij kent! Bij hem thuis hangt die foto aan de muur. Maarten snapt er niets van!

19


‘En wie mag jij dan wel zijn?’ Maarten wipt van schrik omhoog. Hij draait zich om. Daar staat een oude man. ‘Maarten Flink!’ roept Maarten. ‘Dat ben ik,’ antwoordt de man verbaasd. ‘Ik ook,’ zegt Maarten. ‘Ben je het echt?’ lacht de man. ‘Ik ben blij dat ik je zie. Wat ben je groot geworden!’ Hij wijst naar de muur. ‘Zie je die foto? Die heb ik gemaakt. Toen was je pas drie. Daar sta jij. En daar staat mijn zoon.’

20


‘Maar, maar …’ Maarten komt niet uit zijn woorden. ‘Als mijn papa jouw zoon is, dan ben jij dus …’ ‘Ik ben je opa, Maarten.’ Maarten laat zich met een plof op het bed vallen. Een opa? Zijn eigen opa? ‘Waarom kom je nooit bij ons thuis?’ vraagt hij dan stil. ‘Ach,’ zucht opa. ‘Je weet hoe dat gaat. Je mama en papa hebben het druk. Ze hebben weinig tijd. Wat moeten ze met een oude man?’ Maarten kijkt zijn opa aan. ‘Hebt u tijd voor mij?’ vraagt hij. ‘Voor jou maak ik tijd,’ lacht opa Maarten.

21


Tijd ‘Ik ging op zoek naar tijd,’ legt Maarten uit. Mama en papa kijken naar elkaar. ‘En heb je tijd gevonden?’ vraagt mama dan stil. ‘Ik heb geen tijd gevonden,’ schudt Maarten zijn hoofd. ‘Maar ik heb iemand gevonden die tijd voor me maakt. Is dat niet fijn?’ Hij loopt naar buiten. Een tel later komt hij terug. Naast hem staat Maarten Flink. De oude Maarten Flink. Papa bloost.

22


‘Ik heb een opa gevonden,’ lacht Maarten. ‘Een opa die tijd voor me maakt.’ ‘Wat fijn voor jou,’ zegt papa hees. ‘Vanaf nu maken wij ook tijd voor jou. Voor jou en voor opa. Lijkt je dat geen goed plan?’ ‘Een heerlijk plan!’ lachen Maarten en Maarten.

23


Woorduitleg 1 2 3 4 5

24

berm = strook grond met gras langs een weg ergens een kei in zijn = ergens heel goed in zijn een zee van groen = heel veel groen galmen = weerkaatsen (van geluid) zijn adem stokt in zijn keel = heel erg verrast zijn zodat je even niets meer kunt zeggen


Maarten wil niet veel voor zijn verjaardag. Hij wil alleen een beetje tijd. Maar mama en papa lachen hem uit. Hij krijgt geen tijd van hen, dat staat vast. Daarom gaat hij zelf op zoek. Zo moeilijk kan dat toch niet zijn?

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 2. ISBN 978 90 486 2281 8 Bestelnummer 60 1021 197 KB D/2015/0147/337 NUR 191 Illustraties: Rocío del Moral Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622818

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - Leerjaar 2 - Kijker 3 - Thema 4 - N2 - Een pakje tijd by die Keure - Issuu