ucatieve uitgaven
BIEB
Sint is stout Moniek Vermeulen
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 2
3
Sint is stout
Ooooh! Sint strekt zich uit in zijn bad. Het water is lekker warm. Het schuim is heerlijk zacht. En het ruikt heel fijn. Flor de kat zit op de rand van het bad. Ze spint zacht. Toch is Sint niet blij. Hij had geen zin in een bad. Maar het moest van Hoofdpiet.
1
‘Wanneer nam je laatst een bad?’ vroeg Hoofdpiet deze morgen. Sint had eerst niets gezegd. ‘Hmm,’ zei Hoofdpiet toen, ‘ik merk het al.’ En met zijn neus snoof hij alsof Sint heel vies rook. ‘In bad! Nu!’ riep Hoofdpiet toen. En dus ging Sint maar braaf in bad.
2
Sint zucht. Ik heb zin om me eens vuil te maken, denkt hij. Heel erg vuil! Maar ik krijg nooit de kans. Hoofdpiet houdt me zo erg in de gaten. Bij het minste vuiltje moet ik me wassen. Pfff!
3
Sint blaast wat om zich heen. Het schuim vliegt alle kanten uit. Zelfs tot op het puntje van zijn neus. Sint lacht. Het is toch wel fijn in bad, denkt hij dan. Maar dat vertelt hij lekker niet aan Hoofdpiet. ‘Dag Sint,’ lacht Hoofdpiet. ‘Je ziet er weer heel frisjes uit.’ Het lijkt wel of Hoofdpiet zelf een bad nam. Zo hard glundert hij. ‘Hmm!’ bromt Sint. ‘Ik hou niet van een bad. Dat weet je best.’ ‘Sint toch,’ gniffelt1 Hoofdpiet. ‘Een bad nemen is fijn. En stel je voor: een vuile sint. Dat KAN toch niet!’
4
5
‘Er is geen kind dat me nu ziet,’ knort Sint. ‘Zo, wat is het probleem? Laat mij me toch eens vuil maken. Een keertje …’ Hoofdpiet schudt krachtig met zijn hoofd. ‘Nee!’ roept hij boos. ‘Het KAN niet! Het MAG niet! Ik WIL het niet! Het is mijn taak om zorg te dragen voor jou. En dat wil ik goed doen. Basta! En daarmee uit!’
6
Sint wandelt in zijn tuin. Hij piekert2. Wat is er mis met zich vuil te maken? Hoofdpiet bedoelt het goed, weet hij. Maar Hoofdpiet vindt dat Sint er altijd heel netjes uit moet zien. Dat hoort nu eenmaal, beweert3 hij. Zoals nog vele andere dingen bij de Sint horen, volgens hem.
7
De Sint moet ook altijd wijs zijn, vindt Hoofdpiet. En rustig. En lief. De Sint moet veel geduld hebben, netjes eten, op tijd in bed gaan. De Sint mag niet liegen, niet klagen, niet plagen, niet stout zijn … Maar Sint vindt het niet leuk om altijd netjes en braaf te moeten zijn. Hij wil wel af en toe eens uit de bol gaan4. En stout zijn.
8
Sint gaat op de bank in de tuin zitten. Hij geniet van de zon. De vogels fluiten leuk. Flor buitelt5 in het gras. ‘Kom je even op mijn schoot?’ vraagt Sint verrukt6. Flor houdt haar kopje schuin omhoog. Dan springt ze op en rent weg. ‘Flor!’ roept Sint verrast. Maar Flor doet of ze Sint niet hoort. Ze rent recht naar de dikste boom in de tuin.
9
10
Hoog in de boom, op een dikke tak, blijft Flor zitten. ‘Waarom kom je niet bij mij?’ smeekt Sint. Maar Flor verroert7 zich niet. Haar oogjes blinken. Gekke kat! denkt Sint. Het lijkt wel of ze zeggen wil: kom me maar halen, lieve Sint. Flor zit rustig in de boom. ‘Miauw!’ doet ze fel. Sint giert het uit. ‘Daag je me uit, Flor?’ roept hij guitig8. ‘Denk je dat ik niet tot bij jou durf te komen?’
11
Sint glimlacht. Het kriebelt in zijn buik. Hij heeft heel veel zin om in de boom te kruipen. Maar o wee, als Hoofdpiet het merkt. Dan wordt hij vast weer heel erg boos. Sint spiedt om zich heen. Is Hoofdpiet in de buurt? Nee, die is nergens te zien.
Sint twijfelt. Nee, denkt hij dan. In de boom klauteren … Dat kan niet. Of wel? Plots springt Sint op. Het is nu of nooit, denkt hij. Als ik ooit stout wil zijn, dan krijg ik nu mijn kans.
12
Met zijn armen omklemt Sint de boom. Moeizaam trekt hij zich omhoog. Dan probeert hij zijn voeten tegen de stam van de boom te plaatsen. Beetje bij beetje verplaatst Sint armen en voeten.
13
14
Op zijn voorhoofd parelt9 zweet. Sint geraakt maar heel traag omhoog. ‘Pfff,’ zucht hij. ‘Ik wist niet dat in een boom klimmen zo moeilijk was.’ Toch lukt het Sint om hoger en hoger te komen. Nu kan hij zijn voeten al op een tak plaatsen. Zo gaat het klimmen al wat beter. Even rust Sint uit. Hij schrikt wanneer hij zijn kleed ziet. Wat is het vuil! Het ziet er echt niet uit! En hier en daar zitten scheuren. O jee! denkt hij. Er zwaait wat als Hoofdpiet dat ziet. Maar lang denkt Sint er niet bij na. Hij wil nog hoger klimmen. En hoger! En hoger …
15
‘Sint! Wat doe je nu!’ Verschrikt loopt Hoofdpiet naar de boom. Zijn gezicht slaat bleekbruin uit. ‘Dag Hoofdpiet!’ kirt10 Sint. ‘Dit is kei-leuk! Dat moet je ook eens doen!’ ‘Kom uit die boom! Nu!’ tiert Hoofdpiet. ‘Ik kom niet!’ schreeuwt Sint terug. ‘Als je wilt dat ik uit de boom kom, dan kom je me maar halen!’ Nu wordt Hoofdpiet nog bleker. ‘Je bent stout,’ mompelt hij. ‘Dat kan niet, Sint!’ ‘En toch kom ik niet uit de boom!’ roept Sint. Hoofdpiet kucht. Hij kucht nog eens. En nog eens. ‘Ik kom!’ schreeuwt hij dan.
16
17
Sint lacht. ‘Dag Hoofdpiet,’ gniffelt hij. ‘Wat ben jij een snelle klimmer.’ Maar Hoofdpiet lacht niet. Hij kijkt kwaad. Heel kwaad.
18
‘Omlaag!’ zegt Hoofdpiet streng. Maar Sint giert het uit. Hij is niet van plan om uit de boom te gaan. ‘Sint!’ brult Hoofdpiet boos. ‘Je moet …’ Maar plots stopt Hoofdpiet met roepen. Hij kijkt naar Sint. Die zit op een dikke tak. Flor zit bij hem op schoot. De benen van Sint wiegen heen en weer.
19
Hoofdpiet weet niet waar hij het heeft. Hij wil boos zijn, maar dat lukt hem niet meer. ‘Sint,’ joelt hij, ‘dat is geen gezicht! Een sint die wiebelt op een tak!’ Hoofdpiet schatert het uit. Nu begint Sint nog harder te lachen. Hij lacht zo hard dat heel zijn lijf schokt. Op en neer gaat het, van plezier. Ook Flor gaat op en neer. En de tak. En … Krak, doet de tak. Met een smak vallen Sint en Flor op de grond. ‘Nee!’ gilt Hoofdpiet. Meteen glijdt hij langs de stam van de boom omlaag.
20
21
Sint kijkt eerst wat verdwaasd. Dan staat hij vlug op. Ook Flor krabbelt meteen op. ‘Sint,’ krijst Hoofdpiet, ‘heb je je pijn gedaan?’ Maar Sint begint alweer te lachen. ‘Nee hoor!’ joelt hij. ‘Ik denk dat ik enkel wat schrammen heb. En een blauwe plek op mijn kont.’ Hoofdpiet kijkt verschrikt. ‘Ssst,’ doet hij. ‘Een sint gebruikt dat woord toch niet!’ ‘Ik wel!’ roept Sint. ‘Vandaag wel. Want vandaag ben ik stout, weet je wel!’
22
Hoofdpiet schudt zijn hoofd. Hij kijkt heel erg bezorgd. Maar Sint knijpt hem lief in de wang. ‘Maak je maar geen zorgen,’ sust11 hij. ‘Morgen ben ik weer de brave Sint. En wees gerust: die blauwe plek op mijn kont … … die krijgt niemand ooit te zien.’
23
Woorduitleg 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
24
gniffelen = zachtjes lachen piekeren = zich zorgen maken beweren = zeggen dat het zo is uit de bol gaan = plezier maken buitelen = rollen verrukt = vrolijk verroeren = bewegen guitig = stout en grappig zijn parelen = druppelen kirren = lachend geluid sussen = stil doen worden
Sint vindt het niet leuk om altijd netjes en braaf te moeten zijn. Hij wil wel af en toe eens uit de bol gaan. En stout zijn. Maar dat mag niet van Hoofdpiet. Toch is Sint iets van plan …
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 2. ISBN 978 90 486 2281 8 Bestelnummer 60 1021 197 KB D/2015/0147/337 NUR 191 Illustraties: Seppe Van den Berghe Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 622818
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.