ucatieve uitgaven
Het ABC van de herfst
BIEB
Inge Misschaert
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 2
2
Het ABC van de herfst
1
2
Hallo daar! Staan je laarzen klaar? Heb je een regenjas bij je? Misschien een paraplu, voor als het regent? Ga je mee, op stap door de herfst? Waarom verliezen de bomen hun blaadjes? Waarom wordt het koud? Wat is Halloween? Wat heeft oogst met herfst te maken? Wat is een jaargetijde? Waarom worden de dagen korter? En dan weer langer? In dit boekje vind je alle antwoorden. Van A tot Z! Af en toe krijg je een tip. Of een leuke opdracht! Doe je mee?
3
Allerzielen en Allerheiligen Op 1 november is het Allerheiligen. Dat is het feest van wie heilig is. In oude verhalen lezen we over hun leven. Op 2 november is het Allerzielen. Dan denken we terug aan wie dood is. We gaan dan vaak naar het kerkhof. We leggen bloemen neer of maken het graf schoon.
4
Blaadjes In de herfst vallen de blaadjes van de bomen. Weet je hoe dat komt? Bomen hebben veel water nodig. De boom zuigt het water met zijn wortels op. Door de stam en de takken komt het water tot bij de blaadjes. In de herfst wordt het ‘s nachts koud. De wortels zuigen dan geen water meer op. De boom laat nu al zijn blaadjes vallen, want zij willen het meeste water! De kale boom is nu klaar voor de winter. Er zit nog genoeg water in de stam. In de lente zie je knoppen. Daar komen nieuwe blaadjes uit.
5
Bollen planten Hou je van narcissen? Of krokussen? Van tulpen en blauwe druifjes? Die bloemen komen niet zomaar in je tuin. Daarvoor moet je bloembollen1 planten. Dat doe je het best in de herfst.
Opdracht: Hoe plant je een bol? Kies een leuke plek in de tuin. Koop een zak met bloembollen. Vaak vind je zakjes met verschillende soorten. Leg de bollen open op het gras. Graaf een gat. Op het pak staat hoe diep het gat moet zijn.
6
Zet de bol in het gat. De wortels onder, de punt boven. Vul het gat met aarde. Bedek de bol helemaal. Zet een stokje met een etiket. Zo weet je waar je bol zit. Ga in de lente elke dag kijken. Zie je al iets groens piepen?
Blauwe druifjes
Krokussen
Narcissen
Tulpen
7
Chrysanten Een chrysant is een herfstbloem. De naam komt uit het Grieks. Hij betekent ‘goud’ en ‘bloem’. Er zijn veel soorten. In ons land zie je ze vaak op het kerkhof. In China brengt de plant geluk. En in Japan is deze plant een nationaal symbool. 8
De dagen worden korter De aarde draait in 365 dagen om de zon. In de winter maakt onze planeet een hoek. Een deel krijgt dan minder licht. Een half jaar later is het andersom. Daarom zijn de seizoenen onder de evenaar2 anders. Hebben wij sneeuw? Dan kun je in Australië naar het strand! In het noorden wordt het donkerder. Het verschil tussen dag en nacht is dan groter. Dat komt doordat we verder van de zon zitten. 21 december is de kortste dag. Dat is het begin van de winter. Om 18.11 uur precies worden de dagen weer langer. Dat noemt men de winterzonnewende. Een half jaar later is het de langste dag.
9
Eten voor de vogels In de herfst en de winter vinden vogels geen voer. Er zijn geen bessen meer. Insecten kruipen veilig onder de grond. Zonder energie blijven ze echter niet warm. De dagen zijn korter. Het is dus moeilijk om voer te vinden. Wat kun je doen? – Schud het tafellaken buiten uit. De vogels eten alle kruimels op. – Je kunt restjes kaas, appel of zaden buiten gooien. – Je kunt vetbollen kopen en ophangen. Die vetbollen kun je ook zelf maken! Probeer het maar!
Opdracht: maak een vetbol Week een pakje gelatine3 in een kopje koud water. Knijp de gelatine goed uit.
10
Los de gelatine op in een kop warm water. Giet het in een mengkom. Meng er vier koppen vogelzaad door. De zaadjes moeten nat zijn. Roer er nu een kop bloem of meel door. Doe het mengsel in lege kaaspotjes. Druk het goed aan. Prik met een stokje een gat. Zo kan er later een touw door. Laat twee uur drogen. Doe de bollen uit de vorm en maak het touw vast. Nu kun je ze ophangen!
Fruit en groente In de herfst komt er veel fruit op tafel. Zo kun je veel appels, peren en pruimen eten. Er zijn ook noten, kastanjes en zaden. De herfst is ook de tijd van het witlof. Misschien lust je die groente niet. Maar witlof met ham en kaassaus is wel heel lekker!
11
Griep In de herfst krijgen veel mensen griep. Een andere naam voor die kwaal4 is ‘influenza’. Je krijgt de ziekte door een virus5. Ze begint vaak met koorts, keelpijn of hoofdpijn. Het virus is erg besmettelijk. Krijg je toch griep? Drink dan veel. Rust goed uit en eet gezond.
12
De herkomst van ‘herfst’ Waar komt het woord ‘herfst’ vandaan? Dit woord komt uit het Germaans. Dat is een oude taal. Toen klonk het als ‘harvista’. Het betekent ‘oogst’. Dit seizoen is de tijd om te oogsten. In het Engelse woord ‘harvest’ ontdek je onze ‘herfst’. Gek genoeg gebruikt men in het Engels nu de term ‘autumn’ voor herfst. ‘Harvest’ betekent nu enkel nog ‘oogsten’.
Halloween Halloween viert men op 31 oktober. Het feest komt uit Engeland, Ierland en Amerika. Men versiert het huis met pompoenen. Soms kerft men er een eng gezicht in. Of er brandt een lichtje in.
13
Kinderen verkleden zich als heks of monster. Ze lopen van deur tot deur. Ze roepen: ‘Een grapje of een snoepje!’ en krijgen dan snoep of fruit.
Wist je dat? De herfst noemen we ook ‘Indian summer.’ Het weer kan immers nog erg mooi en zacht zijn. De naam komt voor in Canada en Amerika.
Jaargetijde of seizoen Een periode van drie maanden is een seizoen of een jaargetijde. In totaal zijn er vier seizoenen: lente, zomer, herfst en winter.
14
Kleurrijk Bomen en struiken verliezen hun bladeren. Voor ze dat doen, veranderen de bladeren van kleur. Ze worden geel, oranje, rood en bruin. Dat komt door de kou. Eerst verdwijnt het groen van de bladeren. Daarna zie je de felle kleuren. Een wandeling in zo’n kleurig bos is erg leuk!
Opdracht: maak een boeket van bladeren Verzamel in het bos kleurige bladeren. Bind ze met een touw bij elkaar. Zet ze in een vaas zonder water. 15
Mist en regen In de herfst lijkt het soms zomer. Zo warm kan het zijn. Op andere dagen stopt het niet met regenen. Ook mist komt dan vaak voor. Mist ontstaat wanneer vochtige6 lucht koud wordt. Zo’n mistwolk hangt laag boven de grond. Alles is wazig7. Je ziet geen hand voor ogen. Mist is magisch. Ga maar eens heel vroeg naar een bos. Het lijkt wel een sprookje! Bij mist moet je goed opletten in het verkeer. Je ziet immers veel minder!
16
17
Noten Noten en zaden vind je nu zoveel als je wilt. Er zijn walnoten, hazelnoten en beukennootjes. Ook kastanjes komen vaak voor. Al die vruchten zijn lekker en ook gezond. 18
Wist je dat? Ken je het verschil tussen tamme en wilde kastanjes? De wilde kastanje is dik. De noot zit in een dikke bolster met scherpe stekels. De noot is ovaal en heeft een witte plek. De noot is erg bitter en niet eetbaar.
In de bolster van de tamme kastanje zitten twee of drie vruchten. De bolster heeft meer stekels en is zachter. Deze kastanje is eetbaar. Je kunt ze bijvoorbeeld boven een vuurtje klaarmaken.
19
Opdracht Zo maak je een egel: Neem een paar kastanjes, grote en kleine. Prik de bolle kant vol met tandenstokers. Maak van vilt8 twee oogjes.
De oogst Heb je thuis een moestuin? Dan kun je in de herfst volop oogsten. Groenten en fruit uit je eigen tuin smaken toch beter. Ook de boeren halen hun oogst binnen. Zo zie je in de herfst pikdorsers. Die machines halen het graan binnen. Een veld vol stoppels9 blijft over. Als je goed zoekt, vind je nog wel een kolf of twee. Lekker!
20
Paddenstoelen Een paddenstoel is geen stoel voor padden. Het is een bosvrucht. Je vindt paddenstoelen vaak in de buurt van een boom. De hoed en de steel van de paddenstoel zitten boven de grond. Onder de grond vind je de schimmeldraden. Die vormen de wortels. Vroeger dachten mensen dat paddenstoelen tovenarij waren. Zeker als ze in een kring groeiden. Dat noemen we nu nog een heksenkring.
21
Wat zijn ‘Quattro Stagioni’? Dat is Italiaans voor ‘vier seizoenen’. Het is een muziekstuk van Antonio Vivaldi. Hij was een bekende componist uit Italië. Hij schreef dit werk in 1723. Die naam wordt ook gebruikt voor een pizza. De pizza heeft vier delen. Hij is belegd met tomaat, kaas, ham, paddenstoelen en artisjok.
Wist je dat?
Rijm ‘Herfst’ rijmt op geen enkel ander woord. Veel dichters zochten al. Maar niemand vond een rijmwoord dat echt bestaat.
22
Sinterklaas en Sint-Maarten De Sint komt niet in de winter, maar in de herfst. De winter begint immers pas op 21 december. Sint-Maarten komt op 11 november langs in sommige delen van ons land. Sint-Nicolaas komt op 5 december in Nederland. In ons land loopt hij op 6 december over de daken.
Spinnen Ben jij een fan van spinnen, die diertjes met acht poten? Of ga je gillend op de loop voor zo’n harige griezel? Spinnen zijn echter erg nuttig. Ze eten veel schadelijke insecten op. In de herfst zoeken ze de warmte op. Daardoor zie je ze overal in huis. Soms ook in de badkuip! Ook buiten moet je uitkijken. Voor je het weet, loop je in een spinnenweb!
23
Opdracht: maak een nepspin! Wil je je zus of broer doen schrikken? Knutsel dan snel deze spin! Neem een zwart blad. Knip er een rondje uit. Teken een punt in het midden. Knip vanaf de buitenrand naar het punt. Vouw nu het blad zo dat het geknipte deel overlapt. Kleef het op elkaar. Knip nu acht poten en kleef die aan het lijf. Hang de spin aan een draad op.
24
Wist je dat? De temperatuur schommelt vaak in de herfst. ‘s Nachts kan het vriezen. Maar overdag kan het nog 15 graden zijn.
Uitwaaien In de herfst kun je nog vaak buiten zijn. Voor een fietstocht. Of een wandeling in het bos. Aan zee kun je lekker uitwaaien. Elke dag in de buitenlucht is goed voor je. Zo word je minder snel ziek.
De vogeltrek Sommige vogels kunnen niet goed tegen de kou. Zij gaan op reis. In de herfst vliegen ze naar het zuiden.
25
Daar brengen ze de winter door. Die vogels noemt men trekvogels. Ze vinden makkelijk hun weg. Dat is knap!
De winterslaap Niet alle dieren trekken weg voor de winter. De meeste blijven gewoon hier. Sommige dieren houden een winterslaap. Door het slapen klopt hun hart trager. Ook de temperatuur van het dier daalt. Zo verbruikt het minder energie. In de lente ontwaakt het dier weer.
26
Wist je dat? De relmuis slaapt maar liefst zeven maanden. Een egel kruipt onder de wol zodra het vriest. Pas dus op als je een hoop afgevallen bladeren vindt. Er kan een slaperige egel onder zitten!
27
Een wintervoorraad Sommige dieren leggen in de herfst een voorraad eten aan. In de winter vinden ze geen eten meer. Eekhoorns begraven noten op verschillende plaatsen. Zo hebben ze in de winter altijd voedsel. Soms vergeet de eekhoorn een plek vol noten. Dat is niet erg. In de lente ontkiemen10 de noten. Ze worden bomen. Later zullen ze ook weer vruchten dragen.
28
Een wintervacht In de herfst verandert de vacht van dieren. De zomervacht wordt dikker. Zo hebben ze het niet koud. Soms verandert de kleur van de vacht. In het voorjaar valt die wintervacht dan weer uit. Niet alleen wilde dieren krijgen een wintervacht. Ook katten, honden en paarden dragen in de winter een dikkere ‘jas’.
Wolken In de herfst kun je prachtige wolken zien. Ze lijken op reusachtige suikerspinnen. Een wolk is gevormd uit waterdruppels of ijskristallen. Zie je veel wolken? Dan kun je dieren zoeken in de lucht.
29
Probeer maar! Er zijn mensen die dol zijn op wolken. Ze bestuderen11 ze elke dag. Ze nemen foto’s en schrijven op wat ze zien.
30
Wist je dat? Wolken hebben Latijnse namen. Latijn is de taal uit het oude Rome. De namen hebben te maken met de vorm of de hoogte van de wolken en of er regen uit komt. cirro = haarkrul alto = middelhoog strato = in laagjes nimbo = regen cumulo = op elkaar gestapeld
Zomer De zomer is voor veel mensen het mooiste seizoen. Het is meestal niet koud. Je kunt veel buiten spelen of zwemmen. De meeste mensen gaan in de zomer op reis.
31
Woorduitleg 1 bloembollen = bol waaruit een bloem groeit 2 de evenaar = denkbeeldige cirkel die de aarde in twee helften verdeelt 3 gelatine = glibberige stof 4 kwaal = ziekte van een deel van je lichaam 5 virus = iets waar je ziek van wordt 6 vochtig = een beetje nat 7 wazig = je kunt het niet goed zien 8 vilt = stof uit haar van wol 9 stoppels = kleine stukjes die overblijven na maaiwerk 10 ontkiemen = opkomen 11 bestuderen = heel goed kijken
32
Waarom verliezen de bomen hun blaadjes? Waarom wordt het koud? Wat is Halloween? Wat heeft oogst met herfst te maken? Wat is een jaargetijde? Waarom worden de dagen korter? En dan weer langer? In dit boekje vind je alle antwoorden. Van A tot Z!
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 2. ISBN 978 90 486 2281 8 Bestelnummer 60 1021 197 KB D/2015/0147/337 NUR 191 Foto’s: Shutterstock Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 789048 622818
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.