Skip to main content

Verrekijkerbieb - Leerjaar 2 - Kijker 2 - Thema 5 - N2 - Mees leest een boek

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Mees leest een boek Joke Guns

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 2

2


Mees leest een boek

MAANDAG ‘Ik moet gaan, mam. Nu! Haast je een beetje. De juf wacht op mij. Straks kom ik nog te laat op school. Dat kan echt niet. Dat mag echt niet!’

1


Mees wipt en hipt en hopt. Hij bijt op zijn lip. Hij trekt aan zijn oor. Hij heeft haast. Hij mag naar het eerste leerjaar. Dat is de klas van juf Anna. Hij kent haar nog niet. Maar haar naam kent hij wel. Mam is traag! Ze is zo traag als een slak. Ze pakt haar jas. Waar is haar tas? Die is weer eens zoek. Zo gaat dat elke dag. ‘Hier is je tas,’ lacht pap. ‘Die stond op de trap. Nu ben je klaar. Dag Mees, dag zoon. Veel lol bij juf Anna!’ Mees zwaait naar pap. Hij trekt aan de hand van mam. ‘Snel nu, mam,’ roept hij boos. ‘We gaan al,’ lacht mam luid. ‘We zijn nog op tijd, Mees. Naar school is maar een straat of twee.’

2


Een stap en nog een stap. Wat gaat dat vlug. Een beetje te vlug, vindt Mees plots. Dan zijn ze er al. Het plein bij de school is vol. Mees wipt en hipt en hopt. Hij bijt op zijn lip. Hij trekt aan zijn oor. ‘Dag mam,’ zegt hij dan stil. Mam geeft hem een duwtje in zijn rug. ‘Ga, Mees, juf Anna wacht op jou,’ knikt ze.

3


Traag loopt Mees het plein op. Hij kijkt niet om. Daar ziet hij Mo. Die woont bij hem in de straat. Juf Anna staat er ook. Ze zwaait met de bel. ‘Kom maar in de rij,’ zingt ze blij. Ding deng ding deng dong. De bel is luid. Mees rent naar de rij. ‘Dag mam,’ roept hij nog snel. Mam gooit een kus door de lucht. Dan is ze weg. ‘Kom maar, Gustaf en Selma. In de rij, Lovis en Mei. Marwan, Wies, Mo, wees maar niet bang. Kom er maar fijn bij. En Mees? Oh! Daar ben je al. We gaan naar de klas!’ Juf Anna staat stil bij een bruine deur. ‘Welkom in het eerste leerjaar,’ lacht ze trots. Mees kijkt zijn ogen uit. Deze klas lijkt niet op wat hij kent. Dat staat vast.

4


Juf Anna toont elk kind zijn plek. Mees zit voor in de klas. Hij zit op de eerste rij. Zijn bank is bruin. Zijn stoel is bruin. Hij kijkt om zich heen. Waar is de speelmat? Waar ligt het speelgoed? ‘Dit is je bank, Mees,’ wijst juf Anna. ‘Hier doe je je werk. En hier maak je ook plezier.’ Mees kijkt boos. Plezier op de bank, stel je voor. Hij trapt er niet in. Het eerste leerjaar wordt niks. Dat weet hij nu al.

5


DINSDAG Mees zit in de klas. Zijn stoel is bruin. Zijn bank is bruin. (Maar dat wist je al!) Er is nog steeds GEEN speelmat. Naast Mees zit Selma. Ze zegt niet veel. Maar als Mo iets zegt, lacht ze luid. Wat Mo zegt, is leuk, vindt Selma.

6


‘Let op,’ zegt juf Anna. Ze pakt een stuk krijt. Dan gaat ze naar het bord. Op het bord schrijft ze een krul. En nog een krul. En nog eentje. ‘Saai!’ zeurt Mo. ‘Ja, saai,’ vindt Selma ook snel. ‘Mooi!’ knikt Lovis. Ze kijkt naar het bord. Haar hoofd houdt ze een beetje scheef. ‘Wow!’ zucht Wies. ‘Wat een krul.’ Haar tong hangt uit haar mond. ‘Dat is geen krul,’ zegt Mees. ‘Daar staat maan. En zoen. En wang. Dat zie je toch?’ Juf Anna draait zich met een ruk om. Ze knijpt een oog dicht. Ze krabt aan haar kin. Ze denkt heel diep na. Dan zegt ze: ‘Wat knap, Mees! Jij mag een boek.

7


Een boek van een maan en een zoen. Een boek van een wang. En van nog veel, veel meer.’

8


‘Mees is een sul,’ brult Mo. ‘Een sul met een boek!’ Selma lacht heel hard. Als Mo lacht, lacht Selma mee. Als Mo brult, brult Selma mee. Zo gaat het steeds. Dan lacht ook Marwan. En Gustaf. En Lovis. En Mei. Wies lacht niet. Wies zegt niets. Ze kijkt stil naar Mees. Mees wordt rood. Hij wordt zo rood als een biet. Hij wil geen stom boek. Hij wil geen sul zijn. Hij wil een speelmat in de hoek. Hij wil plezier. ‘Wees stil!’ zegt de juf boos. ‘Mees leest een boek. Dat is niet stom. Dat is heel knap. En leuk!’ ‘Sul, sul, sul,’ sist Mo in zijn oor.

9


‘Wat hij zegt!’ knikt Selma met haar neus in de lucht. Dan draait ze zich om. Mees ziet enkel nog haar rug. Hij bijt op zijn lip. Hij kijkt naar het boek. Hij kijkt boos naar juf Anna. Hij is geen sul. Hij is Mees. Mees met een boek.

10


WOENSDAG ‘Ben je klaar, Mees?’ Mam roept. Ze staat bij de deur. Ze heeft haar jas aan. Ze heeft haar tas gepakt. Die stond op de trap. Alweer. Zo vond ze de tas heel snel. (Dat heeft pap bedacht!) Maar Mees wil niet meer. Hij wil niet naar de klas. Hij is boos op Lovis en Marwan. Hij heeft geen zin in juf Anna. En hij wil Mo en Selma nooit meer zien. Echt nooit meer! Wies is wel lief. Zelfs als haar tong uit haar mond steekt. Ze noemt Mees geen sul. ‘Je gaat, Mees!’ zegt mam streng. ‘Stel je niet aan! Hier is je jas, daar is de deur. Juf Anna wacht.’

11


12


Mees zucht. Dan zwaait hij zijn tas op zijn rug. Hij pakt de hand van mam. Hij sloft door de straat naar de school. Nu is Mees de slak. Hij komt maar net op tijd. Naast Marwan loopt hij op de trap. ‘Sul,’ sist Marwan. Hij geeft Mees een duw. Mees duwt ook. ‘Stop daar mee, Mees!’ roept juf Anna. ‘Als je duwt, krijg je straf!’ Woest kijkt Mees naar Marwan. Hij denkt aan een heel erg woord. Het komt niet uit zijn mond. Hij wil geen straf. Dus slikt hij het erge woord in. In de klas sist Selma: ‘Sul!’ Ze doet het stil. Juf Anna hoort het niet. Daar zorgt Selma wel voor! Mees hoort het wel. Hij bijt op zijn lip. Daar komt een traan. En nog een, en nog een. Mees veegt ze snel weg.

13


Zo. Geen traan meer te zien. Wies kijkt naar Mees. Ze zegt niet ‘sul’. Ze kijkt heel erg lief. Ze lacht naar Mees. Mees lacht terug. Straks deelt hij zijn koek met haar. Dat weet hij nu al. En dan mag hij naar huis. Fijn dat de schooldag vandaag zo kort is.

14


DONDERDAG Mees staat op het plein. ‘Dag mam,’ zwaait hij. Mam gooit een zoen. Dan is ze weg. Traag gaat Mees naar de rij. Hij zet zijn tas op de grond. Uit de tas pakt hij een boek. Niet het boek over de maan en de zoen. Niet het boek over de wang. Maar een stoer boek. Mees kreeg het pas van pap en mam. Het is een boek over Sam. Sam wil een draak. Sam wil een zwaard. Sam wil een paard. Zie je wel! Dit is geen boek voor een sul. Dit is een boek voor een durver! Dit is een boek voor een held! Held Mees! Hij kijkt om zich heen. Naast hem staat Lovis. ‘Kijk eens, Lovis,’ zegt hij trots maar ook een beetje bang.

15


16


Hij toont haar zijn boek. ‘Dit is Sam. Hij is op zoek naar een draak. Sam is een echte held!’ Selma tikt op de rug van Mees. Hij schrikt ervan. ‘Mag ik je boek ook zien?’ vraagt Selma. Dat mag. Mees is geen sul. Maar hij is ook niet boos meer. Selma deed heel erg flauw. Lovis en Mei ook. Maar Mees is een held, net als Sam. En een held blijft nooit lang boos. Dat hoort niet. ‘Wat tof!’ zegt Lovis. Mees lacht blij. ‘Jij bent geen sul,’ zegt Selma dan zacht. ‘Dat wist ik al lang!’ knikt Wies. Dan zijn ze in de klas. De deur is bruin. De bank is bruin. De stoel is bruin. Er is nog steeds geen speelmat.

17


Maar juf Anna is lief. En Wies pakt een boek. Het is het boek van de maan en de zoen. Wies wijst en Mees leest. ‘Wat lees je toch mooi!’ lacht Wies. ‘Wat is Wies toch lief,’ denkt Mees.

18


VRIJDAG ‘Kom je, mam? Ik wacht al een uur!’ Mam is zo traag. Mees zucht. Waar blijft ze toch? Hij wipt en hipt en hopt. Hij bijt op zijn lip. Hij trekt aan zijn oor. Daar is mam. Ze trekt snel haar jas aan. ‘Hier is je tas,’ wijst Mees. ‘Op de trap. Daar zet pap hem nu steeds. Dat weet je toch?’ Mam lacht en geeft een aai over zijn hoofd. Hij geeft mam een hand. De weg naar school is kort. Een straat en nog een straat. Dan zijn ze er al. Mees heeft zijn tas op zijn rug. De tas is rood en blauw. In de tas zit een koek. Die lust Wies graag.

19


Naast de koek zit een boek. Het is het boek van Tuur en het vuur. Dat boek leest Mees voor in de klas. Selma vindt dat fijn. Lovis en Gustaf ook. En Wies. En het mag van juf Anna. ‘Heb je er zin in?’ lacht mam. Mees knikt. Mam knijpt in zijn hand. ‘Nog een dag, Mees. Dan is er weekend. Dan ben je twee dagen lekker vrij.’ Mees hoort mam niet meer. Daar is het plein. Juf Anna zwaait al hard met de bel. Ding deng ding deng dong. Hij rent zo hard hij kan. Net op tijd! Dan kijkt Mees om zich heen. Ziet hij dat wel goed? Naast hem staat Selma. In haar hand heeft ze een boek. Op het boek staat een mooie kroon. De kroon is van goud.

20


21


Gustaf zit met zijn neus in een strip. Wat heeft hij een lol! Af en toe lacht hij hard. Zo hard dat hij heen en weer schudt. Marwan heeft een boek over voetbal. ‘Wat een kanjer, hee, Mees!’ zucht hij. ‘Die schopt altijd raak!’ Hij wijst naar een man in het rood. Die staat in zijn boek. Mei komt van ver. Ze toont Mees een boek over haar land. ‘Wow!’ knikt Mees. ‘Wat een mooie krul staat daar!’ Mei lacht. ‘Dat is geen krul, Mees. Dat is mijn naam. Dat weet je toch?’ Dan ziet Mees Mo. Mo heeft een hoofd als een biet. Stil toont hij zijn boek. Op de kaft staat een hond. ‘Mag ik het als jij het uit hebt?’

22


Dat vraagt Mees aan Mo. Mo lacht blij. ‘Dat mag,’ zegt hij opgelucht. En Wies? Wies heeft het boek van de juf. Het boek van de maan en de zoen. Het boek van de zoen op de wang.

23


Mees lacht naar juf Anna. De juf knijpt een oog dicht. Dan draait Mees zich om. Hij zwaait naar zijn mam. Ze zwaait blij en lang terug. Straks mag Mees naar huis. Dan duikt hij in zijn hoek. Op zijn speelmat. Soms met een boek. Heel veel lol, dat kan nog steeds! De draak wacht wel. En Wies ook. Een dag of twee. Dan gaat Mees weer naar de klas. Held Mees!

24


Mees mag naar het eerste leerjaar. In de klas kijkt hij zijn ogen uit. Er is nergens speelgoed te zien. Het eerste leerjaar wordt niks. Dat weet hij nu al. Totdat hij plots een boek krijgt …

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 2. ISBN 978 90 486 2281 8 Bestelnummer 60 1021 197 KB D/2015/0147/337 NUR 191 Illustraties: Matilda Salmén Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 7 8 9 0 4 8 622818

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb - Leerjaar 2 - Kijker 2 - Thema 5 - N2 - Mees leest een boek by die Keure - Issuu