ucatieve uitgaven
BIEB
een knus huis Heidi Walleghem
Kijker educatieve uitgaven
Verrekijker 2
2
een knus huis
dag! jij weet vast niet wie ik ben. mijn naam is sam. en dit is siel mijn aap. siel is nog jong. hij haalt af en toe een grap uit. hier zie je mijn zus lot. lot is zot, dat zeg ik graag.
1
dit zijn mijn mam en pap. pap woont in zijn pet. hij doet ze niet uit. en mam heeft een roos in het haar.
2
zie je dat huis? daar woon ik met mijn zus lot, met mam, pap en siel. maar ik wil graag een nieuw huis. mag het, mam en pap? mag ik een huis in de tuin? je woont al in een leuk huis, zegt mam. vind je het niet fijn meer bij ons? zegt pap. nee, dat is het niet. ik wil een huis dat van mij en siel is. een knus, warm huis van hout. ik bouw het hoog in de boom. je wilt een boomhut, zegt pap. die wou ik ook toen ik klein was. mag het dan, pap? help je me met mijn huis?
3
ik doe het, sam, zegt pap. ik haal wat hout uit de schuur. hier is al een zaag voor je. mag ik ook je boor, pap? en een doos met vijzen? neem maar mee, sam. sam en pap staan aan de voet van de boom. die boom heeft een kruin vol takken, zegt pap. er is geen plaats voor een boomhut. sam kijkt sip, maar pap zegt: ik dun die kruin wel uit, sam. wat een klus! roept sam. ik roep mam, lot en siel te hulp.
4
5
6
de boomhut is af. dit is een droom! roept sam blij. ik heb een huis dat van mij is! ik zet mijn naam op de muur. en ook die van jou, siel. je huis is nog leeg, zegt lot. het ziet er niet knus uit. daar doe ik wat aan, zegt sam. sam legt een doek in de hut. hier slaap ik, zegt hij. en dit is jouw mat, siel. ik leg hier een boek voor mij. dit is een bal voor jou, siel. ik zie het al, zegt mam. hier is geen plaats voor pap en ik. kom, pap, we gaan naar ons huis. want het is maar fris in de tuin.
7
tok! tok! lot tikt op het raam van de hut. wat kom jij hier doen, zus? vraagt sam. is er ook een plekje voor mij in jouw hut? zegt lot. nee, zus, jouw naam staat niet op de muur. dat is niet lief! zegt lot boos. ik wil jouw zus niet meer zijn! lot is weg naar mam en pap. daar komt mam door de tuin. zou ze boos zijn? vraagt siel. maar mam is niet boos. kom uit die hut, sam, zegt ze. het is hier veel te fris. je vat nog een kou. nee, mam, dit is de plek waar ik wil zijn. ik blijf hier met siel. wat doe je dan als het waait of nat is, sam? als het guur weer is? kijk maar eens uit je raam. de boom zal nu heel snel kaal zijn. dat is niet erg. ik voel de kou niet, zegt sam.
8
9
10
het is al laat. sam slaapt nog niet. hij kijkt door het raam van de boomhut. ik voel me net een prins, siel, zegt sam. met jou aan mijn zij in de hut. kijk hoe de maan naar ons kijkt. maar siel zegt niets. sam hoort alleen maar zzz… je snurkt, siel, zegt sam. hou daar eens mee op. ik raak niet in slaap. dat ben ik niet, sam, zegt siel. ik snurk niet, want ik slaap nog niet. wie hoor ik dan? vraagt sam. wie zit hier nog in mijn hut? het is een mug die zoemt, zegt siel. hoor maar.
11
wat is het hier groot in de hut! zoemt de mug. een knus huis voor als het fris is. hier kom ik met mijn broers en zussen heen. de mug vliegt naar de neus van sam. ik dans op je neus, zoemt ze blij. maar sam is niet blij met de mug. scheer je weg, mug! zegt hij. nee, ik blijf! zegt de mug. ik woon ook graag op een plek waar het warm is. en weet je wat ik nog graag doe? ik zoem graag. luid en veel. zoem … zoen … zoet … zuur … zaag … zuig.
12
13
de mug vliegt naar siel. ik zuig aan je poot, zegt ze. au! ga van mijn poot af, laf beest! roept siel. dan zuig ik aan de wang van sam, zegt de mug. help! jaag die mug weg, siel! roept sam. waar is ze dan? ik zie ze niet meer, zegt siel. sam gromt boos naar de mug. gr… waar zit je, klein grut? daar! roept siel. ze zit op de vloer naast mijn mat! mep met je schoen op de vloer, sam! sam mept op de mug. net naast. de mug heeft pret.
14
mis poes! ik ben heel snel, zegt ze. ze zit weer op mijn neus, sam! roept siel. bam! sam mept op de neus van siel. siel kreunt. au, sam, je doet me nog meer pijn dan die mug!
15
16
daar komt pap. ik hoor je tot in ons huis, zegt hij. wat scheelt er? een mug valt ons aan, pap, zegt sam. pap kijkt naar de wang van sam. ja, dat merk ik, zegt hij. je wang zit dik. en het jeukt nog ook, zegt sam boos. kijk hoe de neus van siel zwelt, zegt pap. die mug moet hier weg! ik haal een bus in huis. wat moet je met die bus? vraagt sam. daar spuit ik mee op de mug. uh, uh! hoest sam. wat voor spul spuit je in mijn hut? maar pap hoort het niet. een - nul voor ons, sam! roept hij uit. de mug valt op de mat! ja, maar siel valt ook op de mat, zegt sam. doe die bus snel weg, pap.
17
sam kijkt door het raam. de maan is weg. is het al dag? kreunt hij. ik ben nog heel moe. ben je nog ziek, siel? nee, sam, ik voel me weer fit, zegt siel. hoor je het ook, sam? de mug is weg uit de hut. mam roept uit de tuin. klaar om naar de klas te gaan, sam en siel? ik voel me nog moe, mam, zeurt sam. en mijn wang jeukt. zie je wel dat die hut geen tof plan was? zegt mam. ik wist het wel.
18
sam is in de klas. wat is hij moe. waar zou de mug zijn? denkt sam. hee, sam! let op in de les! zegt juf. je slaapt! sam hoort de bel. vier uur! de school is uit! snel naar de hut, siel, zegt sam. ze rennen de klas uit.
19
de mug is niet meer in de hut. ze is vast naar het bos toe, zegt siel. daar is het ook leuk voor een mug. ja, maar warm is het daar niet, zegt sam. ik hoop maar dat ze in het bos blijft. want ik ben moe. te moe voor een mug. en ook te moe voor een boek. ik duik er snel in. ik lig ook al op mijn mat, zegt siel. ik haal wat slaap in. zzz… help! daar is de mug weer! roept sam. ze zuigt aan mijn teen, siel! dat kan niet, roept siel. want ze zit op mijn lip, sam!
20
kijk, daar vliegt nog een mug! roept sam. ja, ik nam al een zus en een broer mee, zoemt de mug. ik schiet op je, beest! roept sam. hij neemt een kei. pets! de kei vliegt het raam uit. die gaat naast! je mikt niet juist, zegt de mug. au! roept lot in de tuin. wat moet dat? schiet jij een kei naar mij? die kei is niet voor jou, zus, zegt sam. er zit een mug in de hut. en ze wil maar niet weg.
21
daar weet ik wat op, sam, zegt lot. ik haal een net. lot hangt het net om de hut heen. met een net om je hut kan er geen mug meer in, zegt ze fier.
22
mag ik dit keer wel in je hut, sam? vraagt lot. ja, dit keer wel, zegt sam. want ik ben blij dat de mug weg is. maar ik blijf niet in de hut, zus. nog een keer en dan kom ik naar huis. want het is hier fris. en de boom is haast kaal. ik ben het beu in de hut. schuif je wat op voor mij, sam? vraagt lot. dan slaap ik voor een keer in je hut. lot kijkt naar het raam. daar komt de maan al. en wie komt daar ook? kijk, de mug wil weer in je hut, zegt lot. maar ze raakt niet door het net.
23
een slim plan van mij, niet? lot kijkt blij naar sam. maar die slaapt al. fijn, kreunt lot. heel fijn! de mug zoemt niet meer. maar sam en siel…
24
ik wil een huis voor mij en mijn aap siel, zegt sam. met pap, mam en lot bouwt hij een boomhut. het is er knus. wat een pret! tot er een mug door de hut zoemt. hoe krijgt sam de mug weer weg?
Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 2. ISBN 978 90 486 2281 8 Bestelnummer 60 1021 197 KB D/2015/0147/337 NUR 191 Illustraties: Magali Eeckelaert Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge
9 7 8 9 0 4 8 622818
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.