Skip to main content

Verrekijker Bieb - Leerjaar 2 - Kijker 1 - Thema 6 - N2 - Een nieuwe school

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Een nieuwe school Heidi Walleghem

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 2

1


Een nieuwe school

Wat een weertje! Lies voelt de zon op haar huid. Ze ligt languit naast pap op het strand. ‘Ik geniet,’ zegt pap met een zucht. ‘Ik denk dat ik hier voor altijd blijf.’

1


‘Dat kan je niet,’ giechelt Lies. ‘Nog een weekje en je moet naar je werk.’ Pap kreunt. Lies lacht. ‘Lach maar niet te hard, kleine meid. Nog een week en jij moet ook naar de klas.’ ‘Joepie! Ik mag naar een nieuwe school!’ roept Lies. Daar komt mam. Ze heeft gehoord wat Lies roept. ‘Ik kom van de winkel,’ zegt mam. ‘Daar hadden ze iets voor meisjes die naar een nieuwe school gaan.’ Lies krabbelt recht uit het zand. Wat mam heeft, is klein en vierkant. ‘Maak vlug open,’ zegt mam.

2


Lies scheurt het papier los. ‘Een dagboek!’ roept ze blij. ‘Daar schrijf ik in wat ik op school beleef.’ ‘Fijn! Dan lezen wij jouw verhaal,’ zegt mam. ‘Nee, dit dagboek is van mij,’ zegt Lies. ‘Wat erin komt, is mijn geheim.’ Mam glimlacht. Lies kijkt om zich heen. ‘Op het strand kan ik niet schrijven,’ zegt ze. ‘Gaan we naar ons huisje?’ Pap bromt: ‘Moet dat echt nu? Ik wil hier blijven.’ Maar mam reikt hem een hand. ‘Opstaan, luilak1,’ zegt ze.

3


Het huisje staat vlak bij zee. Lies heeft er haar eigen kamer. Ze legt het dagboek zachtjes op haar bed. Wat een mooi boek is dit. Lies wrijft over de kaft. Die glimt2 als goud. Er zit een rand om met parels. En er zit een plastic vakje aan. Daar moet een foto in. Lies kiest een leuke foto van aan zee.

4


Heel netjes schrijft ze:

Dag dagboek, Het is vandaag: maandag 25 augustus. Mijn naam is: Lies. Ik kreeg jou van: mam en pap. Ik ben: aan zee. Weet je dit al? Het is hier echt leuk. We hebben een huisje dicht bij zee. Ik speel vaak op het strand. Of ik drijf op de golven. Maar met jou wordt het nog leuker. Ik schrijf elke dag op wat ik beleef 3. Dan vertel ik alles op mijn nieuwe school.

5


Het is vandaag: dinsdag 26 augustus. Ik sliep als een roos4. Nog twee dagen en we gaan naar huis. Ik zal dit huisje aan zee missen. Vandaag speel ik niet op het strand. Ik ga op zoek naar schelpen. Twee zakken vol wil ik er hebben. Met die schelpen maak ik een hart. Dat geef ik aan mijn nieuwe juf. Wat een klus! Ik heb heel veel schelpen geraapt. Nu begin ik aan het hart. Dat wordt ook een klus. Ik raak niet klaar. Ik werk morgen verder.

6


Het is vandaag: woensdag 27 augustus. Ik ben al heel vroeg op. Ik ben stil voor mam en pap. Ik werk aan het hart voor juf. Nog één rij schelpen en het is af! Ik neem er een foto van voor jou, dagboek. Want het hart zelf geef ik bijna aan juf.

7


Het is vandaag: donderdag 28 augustus. Inpakken, zei mam vanmorgen. We gaan naar huis. En ze vroeg: Weet je wie vandaag op bezoek komt? En of ik het wist! Het is juf! Ik heb nog nooit zo rap mijn koffers gepakt! Dag huisje! Dag zee! Tot nog eens! Juf kwam langs. Het zou om drie uur zijn, zei ze. Maar ze was wel een halfuur te laat. Ik kon bijna niet meer wachten.

8


Juf Anna ziet er tof uit. Ze heeft lang, steil haar5. Het is zwart als inkt. En het glimt als een spiegel. Ze heeft een zachte stem en lieve ogen. Jammer dat ze zo snel weg moest. Ik wou haar nog mijn kamer laten zien. Maar het hart mocht ze niet zien. Dat moet een geheim blijven. Ik heb nog geen foto van juf. Maar kijk, zo ziet ze eruit:

9


Het is vandaag: vrijdag 29 augustus. Ik was met mam op de markt. Ik kreeg een rok en een trui. Daarna kochten we schoenen met bloemen. Die mag ik aan op de eerste schooldag. Ik verveel me vandaag. Ik kijk uit naar de eerste schooldag. Zal ik wat sporten? Dan ben ik fris en fit in de klas. Ik ben in het bos gaan joggen6. Ik wist niet dat het bos zo enorm was. Ik ben doodop7. Ik heb pijn aan mijn voeten. Lang leve mijn bed!

10


Dag dagboek, slaap jij ook nog niet? Het is midden in de nacht. Ik doe geen oog dicht. Ik ben te moe. Als je te moe bent, kan je niet slapen. Hoe gek is dat? Ik zet de teevee aan. Kijk je met me mee, dagboek?

11


Het is vandaag: zaterdag 30 augustus Vandaag zijn we bij oom Wim geweest. Oom Wim schildert. Hij maakt ook beelden uit klei. Ik wil ook iets maken, zei ik. Ik wil een beeldje maken, voor elk kind in mijn nieuwe klas. Mam verklaarde me gek. Achttien beeldjes, dat is veel, zei ze. Maar ik hield voet bij stuk8. Het is alweer laat. Er staan al acht beeldjes te drogen. Ze staan op een plank van oom Wim. Morgen werk ik verder.

12


Het is vandaag: zondag 31 augustus

Pap wou vandaag op stap. Geniet van de laatste dag van de vakantie, zei hij. Maar ik had geen tijd. Ik moest nog tien beeldjes maken. Nu zijn ze alle achttien af! Ze zien er leuk uit! Dat zei oom Wim ook. Ik was wel heel laat klaar.

13


Mam was een beetje boos op me. Ze zei: nu moet je naar bed, Lies. Het is al tien uur. Anders ben je morgen niet fit. Juf Anna zal dat niet leuk vinden. Maar ik voel me fit. Ik kan nog beeldjes maken als ik wil. Ik kan jou nog volschrijven, dagboek. Ik voel me ook vreemd.

Is het omdat ik morgen naar een nieuwe school mag? Oeps, dagboek. Ik heb zin om jou te kussen.

14


Slaapt juf Anna al? Vast wel. Ik kruip ook maar onder de wol. Ik leer morgen nieuwe vriendjes kennen. Ik wil er goed uitzien. Het spijt me dat ik je wek, dagboek. Maar ik kan nog niet slapen. Wat duurt de nacht lang. Ik ben zo benieuwd naar morgen. Ik wou dat het al dag was. Weet je wat? Ik maak een lijstje. Dan vergeet ik morgen niets. mee naar de klas: - Mijn dagboek om voor te lezen. - Een beeldje voor elk kind. - Het hart van schelpen voor juf Anna. - Ook nog een ruiker9 bloemen.

15


‘Opstaan, Lies. Vandaag mag je naar je nieuwe school!’ Mam staat naast het bed van Lies. Lies glimlacht. ‘Toch nog,’ zegt ze. ‘Ik dacht dat het nooit dag werd.’ ‘Je ziet er bleek uit,’ zegt mam. ‘Voel je je niet lekker?’ ‘Ik voel me fit als een hoentje10,’ zegt Lies. Kijk maar. Ze wipt uit haar bed. ‘Ik ga me wassen,’ zegt Lies. ‘En je ontbijt?’ vraagt mams. ‘Ik heb geen honger,’ zegt Lies. ‘Mijn buik doet een beetje pijn.’ ‘Ben je bang om naar juf Anna te gaan?’ vraagt mam. Maar Lies hoort het al niet meer. Ze spurt weg voor een snelle was. Een koude waslap op haar snoetje. Wat gel in het haar.

16


En op de zijkant het rode strikje. Dan glijdt Lies in haar nieuwe rok en trui. ‘Spiegeltje, spiegeltje aan de wand wie is de mooiste van het land?’ roept ze. Ze geeft zichzelf een vette knipoog. Nu nog de schoenen met bloemen aan.

17


‘Wauw, daar komt een prinses!’ zegt pap. Hij fluit naar Lies. ‘Ontbijt je met mij?’ vraagt hij. ‘Geen tijd,’ zegt Lies. ‘Ik moet nog bloemen plukken voor juf.’ ‘Ze krijgt toch al een hart?’ zegt pap. ‘Krijgt ze nu ook nog bloemen? Die juf Anna heeft geluk. Krijg ik ook iets van jou, prinses? Een zoen?’ ‘Na je werkdag!’ roept Lies. Ze rent al naar de tuin. Een voor een bekijkt ze de bloemen. Welke bloemen passen bij juf Anna? De rode rozen? De witte pluimen? De gele sterren? Vast en zeker de sterren! Lies knipt er zorgzaam vier af.

18


Mam kijkt door het raam. ‘Ons Liesje ziet er pips11 uit,’ zegt ze. ‘Ach, dat komt wel goed,’ zegt pap. ‘Als ze straks op school is, krijgt ze weer kleur.’ Lies komt de keuken in. ‘Gaan we naar school?’ vraagt ze. ‘We hebben nog een kwartier,’ zegt mam. ‘Nee, ik wil nu al gaan,’ dringt Lies aan.

19


Pap start de wagen. ‘Stap maar in, prinses,’ zegt hij. Lies sleurt de zware tas met beeldjes in de wagen. Dan nog het hart voor juf Anna. Ze wringt zich op het plekje dat nog vrij is. ‘Mijn dagboek!’ roept Lies ineens. ‘Ik haal het voor je,’ zegt mam. ‘Heb je nu alles?’ vraagt ze. ‘Ja, vertrek maar!’ zegt Lies met een zucht. De sterren zwiepen heen en weer.

20


‘We zijn er, Liesje,’ zegt pap. ‘Mam en ik gaan met je mee naar juf Anna.’ ‘Niets van, ik ga alleen,’ zegt Lies. Ze tilt de zware tas en het hart van de bank. Ze zeult12 alles de speelplaats op. ‘Kijk nu toch,’ zegt mam bezorgd. ‘Ik heb haar geen zoen kunnen geven. En ze heeft zo veel bij zich.’ Pap lacht. ‘Het komt wel goed,’ zegt hij. ‘Geef die zoen maar aan mij. Het is vandaag ook mijn eerste werkdag.’

21


Mam kijkt naar Lies als ze wegrijden. Er staan al wat kindjes om haar heen. Ook juf Anna komt er aan. Het is al middag. Hoe zou het met Lies zijn? denkt mam. Dan gaat de bel. Juf Anna staat voor de deur. Met een klein, bleek meisje naast zich. ‘Lies is veel te moe,’ zegt juf Anna. ‘Ze valt in slaap in de klas.’

22


‘Morgen ben ik fris,’ belooft Lies. ‘Goed, dan lees je ons voor uit je dagboek,’ zegt juf Anna. ‘En … breng je schooltas mee, Lies. Want die stond niet op het lijstje in je dagboek.’ Mam en juf Anna lachen. Lies lacht ook. Groen13.

23


Woorduitleg 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

luilak = iemand die lui is en niet veel doet glimmen = blinken beleven = meemaken slapen als een roos = heel goed slapen steil haar = recht, zonder krullen joggen = rustig lopen doodop = heel moe voet bij stuk houden = niet toegeven een ruiker bloemen = een bos bloemen je fit voelen als een hoentje = je heel erg fit voelen 11 pips = bleek 12 zeulen = sleuren 13 groen lachen = lachen zonder dat je het meent

24


Nog een week … Dan mag Lies naar een nieuwe school. Lies wil nog heel wat doen voor ze naar juf Anna gaat. In het dagboek dat ze van mam kreeg, maakt Lies een lijstje. Op die manier vergeet ze niets. Of toch?

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 2. ISBN 978 90 486 2281 8 Bestelnummer 60 1021 197 KB D/2015/0147/337 NUR 191 Illustraties: Veerle Derave, Finn en Florian Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 7 8 9 0 4 8 622818

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijker Bieb - Leerjaar 2 - Kijker 1 - Thema 6 - N2 - Een nieuwe school by die Keure - Issuu