Skip to main content

Verrekijker Bieb - Leerjaar 2 - Kijker 1 - Thema 5 - N2 - De zomer is uit

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

De zomer is uit Tine Mortier.

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 2

1


De zomer is uit

1


2


Uit De zomer is uit. De ijsjes zijn op, de zon gaat onder en als bij wonder1 past al mijn speelgoed weer in de kast. De zomer is uit. Het zwembad is dicht en het speelplein op slot. Maar dat is heus niet zo rot als het klinkt. Want over mijn stoel hangt een nieuwe broek. Mijn schoenen blinken in de hoek. Verse sokken liggen klaar en een lint voor in mijn haar. De zomer is uit. Ook al ben ik nog niet moe, toch ben ik vroeg in bed gekropen. Want morgen gaat de school weer open.

3


4


De eerste schooldag Lina staat op. Het is nog vroeg. Vroeger dan gisteren. En ook dan de dag ervoor. Toen mocht ze elke dag lang slapen. Tot tien uur of later. Zo lang ze wou. Soms zelfs tot de middag. Dat was fijn. Nu moet ze al om zeven uur uit bed. Lina gaapt tot haar kaken pijn doen. Dan wipt ze uit bed. Ze trekt haar dikke sokken aan en sloft2 naar de keuken. Daar zijn papa en mama al. Ze zitten aan tafel en drinken koffie. ‘Goedemorgen,’ zegt Lina. Ze gaat zitten en neemt een kopje. Geen koffie, hoor! Ben je gek? Ze neemt een kopje melk. Dat is goed voor haar.

5


Even later is Lina klaar. Ze neemt haar boekentas. Die stond al bij de deur. Lina had ze gisteren gemaakt. Alles zit erin. Dag pap, dag mam! En weg is ze. Het is tien minuutjes stappen van thuis tot aan de school. Lina stapt flink door. Het is rustig op de weg. Er zijn niet veel wagens, maar wel veel fietsen. Lina is blij. Het is een mooie dag. De zon schijnt en de vogels fluiten. Zo zou elke schooldag moeten zijn. Dan is ze er. Lina stapt het schoolplein op. Zoveel kinderen! Daar ziet ze haar vriendinnen al. ‘Dag Lina,’ zegt Noor. Ze geven elkaar een knuffel.

6


7


Lina en Noor zijn beste vriendinnen. Al sinds de eerste klas. Toen ze nog kleuters waren. ‘Ik ben een beetje nerveus3,’ zegt Lina. ‘Ik heb kriebels in mijn buik.’ ‘Ik ook,’ zegt Noor. ‘We krijgen een nieuwe meester.’ ‘Hoe weet je dat?’ vraagt Lina. Noor weet altijd alles. ‘Dat heeft mama gezegd,’ zegt Noor. ‘Kijk, daar is hij al.’ Ze wijst naar een man bij de deur. De nieuwe meester draagt een bril. Hij heeft bruine krullen en sproeten op zijn neus. Lina en Noor zitten naast elkaar in de klas. Ze kijken om zich heen. Er zijn veel nieuwe gezichten. Luna en Bas. Jarne en Adil. En ook de meester. De meester steekt zijn hand op. De klas is nu stil.

8


9


‘Goedemorgen,’ zegt de meester. Hij lacht lief. Dan vertelt hij over zichzelf. Hij maakt grapjes en de kinderen lachen. Hij is best leuk, denkt Lina. Wat een geluk. Het had ook een saaie piet 4 kunnen zijn. Daarna mogen de kinderen vertellen. Hoe ze heten en waar ze vandaan komen. Wat ze graag doen en wat ze graag eten. Er is niet veel les. Het is de fijnste schooldag ooit. Lina huppelt naar huis. Ze zingt. Wat een leuke klas. Wat een leuke meester. Welke leuke kinderen. Ze weet het nu al zeker: dit jaar wordt super!

10


11


12


Zo vergeet je niets Ben je klaar om naar school te gaan? Ja? Echt waar? We zullen even kijken of je niets vergeet. Gebruik dit lijstje. 1 Hebben je sokken dezelfde kleur? Met een rode en een blauwe sok sta je voor gek. 2 Kam je haar. Anders lijkt je hoofd op een nest. Dan komt een vogel er een ei in leggen. 3 Was je snoet. Er zit nog een veeg5 choco om je mond. Laat je die de hele dag zitten? 4 Poets je tanden. Het was vast een lekker ontbijt. Maar dat hoeft de juf niet te zien. Of te ruiken. 5 Doe je rits dicht. Ja, die van je jas. En ook die van je broek. Zo blijft alles op zijn plek en vat je geen kou.6

13


14


Zakdoek Het is de tweede schooldag. Jarne is blij. Hij huppelt de schoolpoort binnen. Dit is een nieuwe school voor Jarne. Met kinderen die hij nog niet kent. En een nieuwe meester. Het is een leuke klas. Iedereen is lief. Dat ziet hij zo. De meester is grappig. Hij vertelt mopjes. Zo maakt hij de klas aan het lachen. Vandaag is er tekenles. Dat doet Jarne graag. Hij heeft zijn mooiste potloden bij zich. Jarne kan goed tekenen. Schrijven en tellen kan hij ook. Maar dat is niet zo leuk. Tekenles is het leukst.

15


Plots voelt Jarne een kriebel in zijn neus. Hij moet opeens niezen. Heel hard. Haaaaa-tsjoe! Oei. Wat was dat? Hij zal toch niet ziek worden? Jarne beweegt zijn neus. Heen en weer en op en neer. De kriebel gaat niet weg. Het is steeds erger. Jarne niest. En niest en niest. Het houdt niet op! Dan kijkt Jarne scheel.7 Naar het topje van zijn neus. En daar ziet hij het: daar hangt een druppel. Een grote, dikke druppel. Bah, wat vies! Snel kijkt hij in zijn boekentas. Daar zit vast een zakdoek in. Hoopt hij.

16


17


Maar neen. Geen zakdoek te vinden. Er zit wel een schrift in zijn tas. En een potlood en een appel. Maar geen zakdoek. De zakdoek ligt nog thuis. Op het tafeltje in de gang. Daar heeft Jarne hem gisteren gelegd. Hij zou hem later in zijn boekentas stoppen. Maar dat is hij vergeten. Wat nu? Jarne haalt zijn neus op. Zo stil als hij kan. Maar dan moet hij alweer niezen. Hij snuift. En niest. En snuift en niest. Almaar door. Wat erg. Al dat snot, en geen zakdoek. Jarne moet er bijna van huilen. Wat moet hij nu?

18


19


20


Dan voelt hij een duw tegen zijn arm. Het is Lina. Die zit naast hem. ‘Wil je er een?’ vraagt ze. Ze heeft een zakdoek vast. Eentje van papier. ‘Dank je,’ zegt Jarne. Lina lacht. Ze heeft kuiltjes in haar wangen. Jarne niest en snuit. Tot alle zakdoekjes op zijn. Jarne voelt zich een beetje raar. Zijn wangen zijn rood. Zou hij dan toch ziek worden? Neen hoor. Hij voelt geen kriebel meer. Toch niet in zijn neus. En ook niet in zijn keel of in zijn oren. Nu zit er een kriebel in zijn buik. Dat komt niet door ziek zijn. Dat komt door Lina.

21


22


Boekentas Vergeet jij ook wel eens wat? Net zoals Jarne? Lees dan elke morgen dit lijstje even. Dan gaat het vast beter. Dingen die in je boekentas horen: 1 Een zakdoek. Dat is handig. Anders moet je snuiten in je mouw. Of hopen dat Lina naast je zit. 2 Een appel of een koek. Dan gaat je maag niet knorren in de les. 3 Een gom. Om vlekken van je potlood weg te doen. En van je vuile vingers. 4 Een schrift. Om dingen op te schrijven. Dingen die je niet mag vergeten. Je naam, of waar je woont. 5 Een toverstaf. Om enge dingen weg te toveren. En leuke dingen in de plaats te zetten. 6 Een knuffel. Als troost. Voor als het even moeilijk gaat. Of als je toverstaf niet werkt.

23


Woorduitleg 1 2 3 4 5 6 7

24

als bij wonder = alsof het bijna niet echt is sloffen = slepen met je voeten nerveus zijn = niet rustig zijn een saaie piet = iemand met wie je niets beleeft een veeg = een streep een kou vatten = zich ziek voelen en veel niezen scheel kijken = niet recht kijken


De zomer is uit! Gedaan met elke dag lekker lang slapen, ijsjes eten en buiten spelen. Het is september en de school begint. Heb jij er ook zin in? Maak kennis met Lina, Noor en Jarne. Met dit boek vol gedichten, verhalen en lijstjes maak je zeker een goede start!

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 2. ISBN 978 90 486 2281 8 Bestelnummer 60 1021 197 KB D/2015/0147/337 NUR 191 Illustraties: Mylo Freeman Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 7 8 9 0 4 8 622818

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijker Bieb - Leerjaar 2 - Kijker 1 - Thema 5 - N2 - De zomer is uit by die Keure - Issuu