ASO educatieve uitgaven
CURSUS
NEDERLANDS
6 Rijk maken in taal
Module 3
Selfie
Inhoud
A. Wegwijs in de wereld
139
1 INTRO
139
2 VERSLAVING: FEIT OF MENING?
140
B. WEGWIJS IN VERHALEN
144
1 VERSLAAFD AAN ONSZELF?
144
2 IK GA OP REIS EN IK NEEM MEE ...
146
3 IK GA OP REIS EN DE NACHTMERRIE BEGINT ...
157
4 IK LEEF MAAR ÉÉN KEER EN DAT ZAL IEDEREEN GEWETEN HEBBEN!
161
4.1 SHARE IT!
161
4.2 INVULLEN GRAAG!
163
4.2.1 Aanrijdingsformulier 4.2.2 Huurovereenkomst voor een studentenkamer 4.2.3 Een evenement organiseren in je gemeente
163 166 170
5 WAAR JE DE MOED VINDEN KUNT ...
173
6 VERHALEN VAN VROEGER
173
6.1 DE MOEDIGE, OF DE DURFAL?
173
6.2 ZIJ DIE KIEKJES NEMEN, ZIJ DIE KUNST MAKEN!
175
6.2.1 ‘Rebellen’ uit Copenhagen, Brussels & Amsterdam verenigd 6.2.2 Karel Appel in actie 6.2.3 Spreek als een kunstenaar
175 177 177
7 SELFIES, DE HEDENDAAGSE BIOGRAFIE?
178
8 SNOEPFRAGMENTEN
180
9 LITERATUURPORTFOLIO
182
9.1 HUISLECTUUR VERFILMD BOEK
182
9.2 RECENSIE
183
10 TIJDSBAND
184
6 134
Module 3 SELFIE
C. WEGWIJS IN TAAL
185
1 TAALREGISTERS: TRAP NIET IN DE VAKJARGONVAL!
185
2 JE GESCHIEDENIS ACHTERNA
186
2.1 EEN STUKJE GESCHIEDENIS
186
2.2 OORSPRONG VARIATIE
187
2.3 WAT ZEGT DE WET ...
189
3 WEGWIJS IN WOORDEN
191
4 HOOFDLETTERS
192
5 REGELMATIGE EN ONREGELMATIGE WERKWOORDEN
193
6 Module 3 SELFIE
135
Doelen 1 Interculturele gerichtheid > Je leert samenwerken, zodat je elkaar begrijpt en respecteert. > Je toont met je woordkeuze en taalgebruik aan dat je je eigen cultuur respecteert. > Je toont met je woordkeuze en taalgebruik aan dat je de ander en zijn cultuur respecteert.
2 Strategische vaardigheden > Je past het OVUR-schema toe bij het uitvoeren van opdrachten. > Je kunt op structurerend niveau luisteren (en kijken) naar teksten van een bekende volwassene bestemd voor bekende leeftijdgenoten. > Je kunt op beoordelend niveau luisteren (en kijken) naar teksten bestemd voor een onbekend publiek.
3 Spreken > Je kiest een gepaste strategie uit. > Je stelt de juiste vragen en beantwoordt ze realistisch. > Je presenteert gedocumenteerde informatie aan je publiek. > Je formuleert de juiste klachten/bezwaren. > Je voegt een gewichtige uiteenzetting over de gekozen standpunten en/of oplossingen toe en motiveert ze in een gedachtewisseling. > Je presenteert persoonlijke ervaringen. > Je formuleert je boodschap activerend.
4 Luisteren en kijken > Je kunt bepaalde elementen uit een tekst selecteren, een nieuwe ordening aanbrengen of de gegevens verkort weergeven. > Je kunt tekstmateriaal confronteren met andere bronnen en/of eigen voorkennis. > Je kunt een luisterdoel (of kijkdoel) bepalen, tekstdoel(en) vaststellen, voorkennis inzetten, zender en kanaal omschrijven en de randvoorwaarden inschatten. > Je hebt de gepaste luisterhouding (of kijkhouding). > Je kunt relevant materiaal inschakelen. > Je kunt bijkomende informatie vragen en een werkplan maken. > Je identificeert onderwerp en hoofdgedachte(n). > Je selecteert en ordent gericht informatie. > Je stelt inhoudelijke en functionele relaties tussen tekstonderdelen vast. > Je stelt de functie van bijgeleverde visuele informatie vast. > Je kunt het taalgebruik van de spreker inschatten. > Je toont aandacht voor het non-verbale gedrag van de gesprekspartner/spreker. > Je vraagt bijkomende informatie. > Je kunt je eigen standpunt innemen en argumenteren. > Je reflecteert over de aangewende strategie, de eigen prestatie en die van anderen.
5 Schrijven
6 136
> Je kunt teksten schrijven na confrontatie met andere bronnen en/of eigen voorkennis. > Je kunt het schrijfdoel en de tekstsoort bepalen. > Je kunt het publiek beschrijven.
Module 3 SELFIE
> Je kunt voorkennis inzetten. > Je kunt je voorbereiden op de schrijftaak. > Je kunt relevante inhoudselementen verzamelen, ordenen en selecteren. > Je kunt de hoofdlijnen van de te schrijven tekst uitzetten en de passende tekststructuur kiezen. > Je kunt aantrekkelijk, duidelijk en aanvaardbaar formuleren qua opbouw, stijl, register, informatiewaarde en lay-out. > Je kunt bij het schrijven taalbeschouwelijke kennis inzetten. > Je toont bereidheid om te schrijven. > Je wilt inhoud, opbouw, taal, spelling, handschrift en lay-out verzorgen. > Je reflecteert op het schrijfproces en op de inhoud en vorm van het schrijfproduct. > Je wilt de eigen tekst herschrijven op basis van eigen reflectie en volgens suggesties van anderen.
6 Lezen > Je kunt uit tekstmateriaal bepaalde elementen selecteren, er een nieuwe ordening in aanbrengen of ze in verkorte vorm weergeven. > Je kunt teksten lezen na confrontatie met andere bronnen en/of voorkennis. > Je kunt je leesdoel(en) bepalen. > Je kunt het tekstdoel vaststellen en de tekstsoort herkennen. > Je zet je voorkennis in. > Je bereidt je voor op de taak. > Je herkent de functie van beeld en opmaak in een tekst. > Je duidt het onderwerp en de hoofdgedachte aan. > Je duidt de structuur van een tekst in grote lijnen aan. > Je kunt een tekst structurerend weergeven. > Je stelt de inhoudelijke en functionele relaties tussen tekstonderdelen vast. > Je reflecteert over de aangewende strategie. > Je reflecteert over de eigen prestatie en die van anderen met het oog op remediëring. > Je kunt gebruikmaken van gepaste hulpbronnen als het internet. > Je bent bereid te lezen, te reflecteren op de aangewende strategieën en ze zo nodig bij te stellen of te wijzigen tijdens de opdracht, de gelezen tekst qua inhoud en vorm kritisch te beoordelen en een persoonlijk oordeel over bepaalde teksten te formuleren.
7 Literatuur > Je bent bereid om: - literaire teksten te lezen; - over je eigen leeservaring met anderen te spreken en erover te schrijven; - je leeservaring in (een) maatschappelijke context(en) te plaatsen; - je persoonlijke leeservaring te toetsen aan die van anderen. > Je leeft je in fictionele teksten in, je bent onbevooroordeeld en je neemt een genuanceerde houding aan. > Je herkent poëzie van de Vijftigers en CoBrA. > Je herkent (auto)biografieën.
8 Taalbeschouwing > Je denkt na over je taalgebruik en taalsysteem. > Je maakt gebruik van geleerde inzichten over taalgebruik en taalsysteem. > Met het oog op doeltreffende communicatie en verdiepende taalbeschouwelijke kennisontwikkeling kun je in allerlei taalgebruikssituaties bewust reflecteren op een aantal aspecten van het taalgebruik (vaktaal). > Je kunt de invloed van maatschappij, geschiedenis en politiek op het taalgebruik en het taalsysteem herkennen en bespreken (familienamen). > Je denkt na over de essentiële onderdelen van een communicatiesituatie. > Je gebruikt je voorkennis over taal en wereld tijdens een communicatiesituatie. > Je gebruikt een degelijke tekstopbouw: inleiding – midden – slot. > Je kunt woorden verklaren vanuit de context / door op zoek te gaan naar de betekenis op het internet of in het woordenboek.
Module 3 SELFIE
6 137
Inleiding
Symbolen verklaard:
Literaire
trivia
Weetje
(Studie) tips
Hier vind je tips en de belangrijkste woorden uit de module
Opdracht tijdsband TaalKlapper Audiofragment Beeldfragment Individuele werkvorm Duo-opdracht Groepsopdracht Klasgroep Onderzoeks competenties/ -vaardigheden
6 138
Verhaalanalyse Internetopdracht
Module 3 SELFIE
Het woord 'selfie' is door de woordliefhebbers al enige tijd geleden tot Woord van het Jaar verkozen bij Van Dale en inmiddels al niet meer weg te denken uit ons leven! Wie nog geen selfie van zichzelf heeft genomen, zal heel binnenkort ongetwijfeld voor de bijl gaan. Uiteindelijk niets om van op te kijken, want mocht het woord hebben bestaan ten tijde van keizer Nero, dan zou ook hij een selfie hebben gemaakt met een brandend Rome op de achtergrond. Deze module neemt je mee terug in de tijd, naar de plaats waar het misschien allemaal begon: aan een riviertje in het bos.
A. Wegwijs
in de wereld 1 INTRO
BEKIJK
We kunnen ons geen leven meer voorstellen zonder smartphone. Gemiddeld gaan er jaarlijks wereldwijd meer dan een miljard slimme telefoons over de toonbank, maar tokkelen we er niet te veel op? 'Mr. Selfie' drukt ons met de neus op de feiten: soms zijn we zo gefocust op het toestel dat de realiteit gewoon bijzaak wordt. We worden wakker met ons mobieltje, we checken overdag meermaals het scherm en uiteindelijk gaan we er ook weer mee slapen. Herken je jezelf?
OOK... Bekijk het filmpje over Mr. Selfie.
1 Doe de test: Are you Mr. Selfie? Ik heb mijn mobiele telefoon steeds dicht bij me als het mogelijk is, zelfs ’s nachts. Ik zet mijn mobiele telefoon zo weinig mogelijk uit. Zodra ik er de kans toe krijg, maak ik gebruik van sociale media (vb. Facebook checken). Als mijn mobiele telefoon meldingen (vb. likes, berichtjes ...) geeft tijdens een gesprek met vriend(inn)en, dan kijk ik snel even. Als ik ’s nachts wakker word, kijk ik altijd even naar het scherm van mijn mobiele telefoon om te bekijken of ik niets gemist heb. Ik voel me goed als er veel leuke reacties of likes komen op een bericht dat ik plaatste. Ik maak regelmatig wel eens een selfie met mijn mobiele telefoon. Even tellen: De voorbije maand maakte ik ____________ selfies > > 4 selfies = regelmatig Wanneer een selfie mislukte, probeer ik het opnieuw tot ik het perfecte plaatje kon maken om te delen met mijn vrienden en de rest van de wereld. Ik plaats alleen die selfies waar ik leuk op sta op sociale media. Ik vind het belangrijk om veel vrienden te hebben op sociale media zoals Facebook. Meer dan zeven vakjes aangevinkt? ‘I am Mr. Selfie and I might have a smartphone addiction!’
6 Module 3 SELFIE
139
Meisje met de parel
3 miljoen uur geleden
Meisje met de parel Toch handiger dan drie dagen als een standbeeld poseren! Vind ik leuk
Reactie
2 VERSLAVING: FEIT OF MENING? Eén tot vier procent van de internetgebruikers raakt verslaafd. Als je bedenkt dat in Europa bijna iedereen toegang heeft tot het net, loopt het totale aantal behoorlijk op. Meestal luiden familieleden of vrienden de alarmbel. Compulsieve gebruikers zien vaak niet in dat ze een probleem hebben, omdat het internet hen natuurlijk ook een aantal voordelen oplevert: online games, profielsites en gokspelen zijn leuk, leveren contacten en waardering op en dergelijke meer. De motivatie voor verandering is daardoor niet altijd even groot en die is nochtans van belang om van een verslaving af te raken. De gebruiker moet inzien dat zijn verslaving wel degelijk problematisch is. Hij moet geloven dat hij ervan af kan raken én dat het de moeite loont het te proberen. De zoektocht naar alternatieven die het online leven kunnen vervangen, loopt niet altijd van een leien dakje. Als je uit een zelfgecreëerde ideale wereld komt, kan het gewone leven vrij saai overkomen. Ondertussen zet een internetverslaafde veel op het spel. Veel tijd voor studies, werk of een sociaal leven in de echte wereld blijft er immers niet over. Om nog maar te zwijgen over de gevolgen die het plaatsen van een ‘onschuldige’ selfie kan veroorzaken! bron: nieuws.kuleuven.be/node/7873
2 Wat denken jullie over het onderwerp ‘Verslaafd aan het online leven?’ Vind je het overdreven of heb je vrienden die al niet meer in het echte leven staan? Hoe zou je een verslaafde van deze verslaving af kunnen helpen? Bespreek in klasverband. Gebruik duidelijke argumenten (of tegenargumenten).
6 140
Module 3 SELFIE
19/01/2015 om 14:37 door lbo | bron: business
insider, deredactie.be
Selfie van miss Israël zorgt voor politiek conflict Doron Matalon, miss Israël, had namelijk een selfie gepost op fotonetwerksite Instagram waarop ook miss Libanon Saly Greige, miss Slovenië en miss Japan te zien waren; een gewone foto met daarop vier mooie dames. Maar vooral in Libanon wordt er zwaar aan getild dat hun miss mee op de foto staat met de miss uit vijand Israël. Sommige Libanezen vinden zelfs dat Greige haar kroontje weer zou moeten afgeven omdat ze ‘samenwerkte met de vijand’. Miss Israël (links), samen met miss Libanon, miss Slovenië en miss Japan. Dat buurlanden Israël en Libanon 8 jaar na de tweede Libanonoorlog nog steeds op gespannen voet met elkaar leven, is onlangs nog maar eens duidelijk geworden door een selfie van miss Israël die genomen werd in de aanloop naar de Miss Universeverkiezing op 25 januari.
Saly Greige heeft 2 nieuwe foto’s toegevoegd. Bekend persoon • 17 608 vind-ik-leuks • 17 januari om 15:45 • Bewerkt
To all my supporters and Lebanese citizens, I would like to thank you indeed for your continuous support of Miss Lebanon at the Miss Universe contest ... The truth behind the photo: Since the first day of my arrival to participate to Miss Universe, I was very cautious to avoid being in any photo or communication with Miss Israel (that tried several times to have a photo with me) ... I was having a photo with Miss Japan, Miss Slovenia and myself; suddenly Miss Israel jumped in, took a selfie, and put it on her social media ... this is what happened and I hope to have your full support in the Miss Universe contest.
De foto werd wegens de commotie door Matalon snel weer van Instagram gehaald, maar het kwaad was intussen al geschied, en de foto gaat, net om de heisa, de wereld rond.
‘Per ongeluk samen op foto’
Intussen probeert ook Greige de schade te beperken. Zij postte een verklaring op Facebook waarin ze zegt dat ze er alles aan gedaan heeft om Matalon te mijden. Dat ze uiteindelijk tóch op de foto staat met Matalon, is de schuld van die laatste, zegt ze. Greige wilde namelijk op de foto met miss Slovenië en miss Japan. Op het moment dat de drie aan het poseren waren, kwam miss Israël er plots bij staan en nam ze de beruchte selfie, die daarna op Instagram gepost werd. Volgens Greige was het dus helemaal niet de bedoeling dat ze samen op de foto zouden staan.
bron: www.standaard.be/cnt/ dmf20150119_01481668
3 Doron Matalon is niet de eerste die via een (onbezonnen) bericht of foto via de sociale media een hetze veroorzaakte. Ken je nog voorbeelden? Vertel het kort en bondig aan je klasgenoten. Beschrijf oorzaak en omvang van de hetze in één minuut. Verzorg je taal en bouw heldere zinnen.
6 Module 3 SELFIE
141
KLIK & KICK
Sinds de introductie en de democratisering van de smartphone lijkt de hele wereld wel aan de selfie. Tieners en pubers gingen jaren geleden als eerste overstag, meisjes sneller en massaler dan jongens. Ook volwassenen klikken en sharen massaal mee. Naar schatting een op de twee aardelingen die in het bezit zijn van een smartphone fotografeert zichzelf met enige regelmaat en deelt dat resultaat ook met derden, tot in de ruimte toe. Paus Franciscus ging zelfs al wat graag op de selfie met enkele jongeren. En op de begrafenis van Nelson Mandela zette president Obama zichzelf in het zonnetje naast de bevallige Deense premier Helle Thorning-Schmidt.
6 142
Module 3 SELFIE
De ene selfie is natuurlijk de andere niet. Schreeuwt de een van: ‘zie mij graag!’, de ander wil de wereld laten weten: ‘ik was erbij!’, maar wat vertelt die tsunami aan selfies precies over ons zelfbeeld? Dat we met z’n allen vreselijk narcistisch zijn geworden? Of net erg sociaal en gul: we delen onszelf te pletter? Dat we ons stierlijk vervelen, zelfs op begrafenissen? Doen we het omdat het technisch kan? Omdat er gewoonweg meer gelegenheid is om onszelf in de kijker te zetten?
Wanneer we de straat oversteken, kijken we wel uit onze doppen. We draaien het hoofd eerst links, dan rechts. Zo hebben we het geleerd. In ons hoofd zit een selfie die we liever niet bewaarheid zien: hoe we op de motorkap van een auto belanden. Ook als we een ruimte binnenstappen, hebben we meestal al een beeld in ons hoofd van wat we daarbinnen zullen aantreffen en hoe we ons daar zullen gedragen. Eigenlijk maken we voortdurend mentale selfies. Die voortdurende zelfreflectie is zeer oud en heeft de menselijke soort darwinistisch gesproken heel wat goeds gebracht. Inmiddels zijn we een stap verder. Naarmate een maatschappij individualiseert, worden ook de sociale regels veelvuldiger en complexer. Je merkt het meestal pas als je er één overtreedt. Dat verhoogt opnieuw de nood om over jezelf te reflecteren. Met de selfie belanden we op een ‘next level’. De zelfreflectie verlaat hier de sfeer van het existentiële nut. Koketterie doet haar intrede. Met de selfie zie je vaak extravagantere varianten van zelfbewustzijn opduiken. Je merkt het vooral aan wat we van die selfies verwachten: massaal veel retweets. We hengelen naar de honorering van onszelf. De narcist is narcist bij gratie van zijn publiek. Wat we vroeger alleen voor de spiegel deden, doen we nu voor de lens. Eigenlijk proberen we altijd met de ogen van een ander naar onszelf te kijken. Als we onze stem op band horen, of als we een foto van onszelf zien die een ander heeft genomen, zijn we zelden tevreden met het resultaat. De reactie is vaker: ‘dat ben ik niet’, dan: ‘dat ben ik helemaal’. Met de selfie hebben we nu een instrument in handen waarmee we het beeld van onszelf kunnen regisseren. We houden het zelf in de hand, we gaan op zoek naar de juiste configuratie van onszelf. De foto’s waarvan we tevreden zijn, sturen we de wereld in. Wat we zelf zien, zien we beter. Brits onderzoek uit 2000 toont aan dat we daarbij aardig ijdel te werk gaan. Mannen brengen vaker (34%) retouches aan op de selfie dan
vrouwen (13%) voor ze hem delen op Facebook. Worden in deze volgorde het meest bijgewerkt: huidskleur, kleur en helderheid van de ogen, vorm en omvang van de ogen, lichaamsvormen en lippen. Een selďŹ e is veelal een geperfectioneerd beeld van ons-
zelf. We camoueren onze kleine kantjes, zodat we een sociaal wenselijk zelfbeeld krijgen. bron: stijnvanheule.psychoanalysis.be/file/2014/03/ DSW_SELFIES-kopie.pdf
4 Is zelfhonorering de reden waarom we allemaal bezwijken voor de selfie? Geef mondeling je mening. Heb je trouwens al eens je mening op een forum gegeven? Op welk forum deed je dit? Hoelang dacht je na over je reactie?
6 Module 3 SELFIE
143
B. Wegwijs
in verhalen 1 VERSLAAFD AAN ONSZELF? Natuurlijk hoeven we onze selfies en het internet niet te demoniseren. De meeste jongeren ontwikkelen er geen problemen mee. Je moet er alleen oog voor hebben dat het kan gebeuren dat je verslaafd raakt aan dit alles en dat het erg vervelende gevolgen kan hebben.
1 Dergelijk fenomeen is dus niet alleen van deze tijd. Vind je in de Griekse mythe van Narcissus elementen terug van de verslaving aan selfies?
Narcissus was de zoon van Kefisus en Liriope. Toen hij geboren werd, gingen zijn ouders naar de ziener Tiresias om te vragen of hun zoon een lang leven zou hebben. Tiresias voorspelde dat hij een lang leven zou hebben, tenzij hij zichzelf zou leren kennen. Narcissus was erg mooi, iedereen werd verliefd op hem, maar hij wees iedereen af omdat hij zichzelf zo mooi vond dat niemand goed genoeg was.
De nimf Echo had Narcissus, die dol was op jagen, al meerdere malen gezien en was smoorverliefd geworden. Zij kon alleen de woorden van anderen herhalen, als straf van Hera, omdat zij haar had bedrogen. Echo volgde Narcissus overal waar hij ging. Op een dag hoorde Narcissus terwijl hij aan het jagen was een geluid. Hij vroeg: ‘Wie is daar?’ Echo antwoordde: ‘Wie is daar?’ Narcissus keek om zich heen, maar zag niemand. Hij vroeg aan de stem zich te vertonen, en Echo herhaalde de vraag. Hij vroeg waarom de stem hem negeerde en vroeg aan de stem hem te vergezellen. Echo herhaalde zijn
6 144
Module 3 SELFIE
woorden, waarna ze vol blijdschap op hem afrende. Maar Narcissus trok zich terug en riep dat zij van hem weg moest blijven. Echo trok zich terug in grotten en kwijnde langzaam weg. Alleen haar stem was nog te horen in grotten en op hoge bergen. De nimfen wilden wraak op Narcissus. In een gebed aan de goden vroeg ze Narcissus ook eens te laten voelen hoe het is als je verliefd op iemand bent, maar diegene jou afwijst. Aphrodite, of een wraakgodin, verhoorde haar gebed. Op een dag was Narcissus aan het jagen toen hij dorst kreeg. Hij ging naar een rivier en wilde net water opscheppen, maar wat zag hij daar? Wat een mooie jongen! Die mooie gouden krullen, die ogen als sterren stralend, die mooie roze wangen, die perfecte wenkbrauwen en die mooie, gespierde kin. Hij was op slag verliefd. Vanaf hier gaat het verhaal op twee wijzen verder.
I
n den beginne was er water. Gezeten aan de oever werd Narcissus zo de eerste adept van de selfie. Hij raakte er danig aan zichzelf verslingerd dat het zijn ondergang werd. Zijn naam leeft voort in de aandoening die in de psychologie bekendstaat als een ‘erotisch gerichte liefde voor zichzelf, voor de eigen schoonheid’.
1 Narcissus wil het beeld kussen, maar hij valt voorover in het water en verdrinkt. De nimfen krijgen te horen wat er is gebeurd en schrikken, dit is niet wat ze wilden. Ze gaan op zoek naar het lichaam, maar vinden alleen een bloem: de narcis. 2 Narcissus probeerde het beeld te kussen, het verdween voor even, maar kwam daarna weer terug. Hij dacht niet meer aan eten, drinken of rust, alleen maar aan de verschijning in het water. Hij probeerde met hem te praten, maar de verschijning zei niets terug. Hij takelde af en verloor zijn levenslust en zijn schoonheid. Uiteindelijk kwijnde hij helemaal weg en stierf. De nimfen rouwden om hem en bereidden zijn verbranding voor, maar zijn lichaam was nergens te vinden. Het enige wat zij vonden, was een mooie bloem: de narcis.
6 Module 3 SELFIE
145
2 Regisseer met je klas een promofilmpje in de vorm van een betoog om obsessief gebruik van smartphones, het internet en sociale media aan te kaarten en tegen te gaan. Geef de boodschap mee dat het wel degelijk de moeite loont om je mobiele telefoon en alles wat erbij hoort soms gewoon thuis te laten of uit te zetten! Een mooi eindresultaat verdient misschien een plekje op de schoolwebsite of op je Facebookpagina! Liken en sharen maar! Stappenplan: a Bedenk je standpunt. b Voor jullie je teksten gaan uitschrijven, maak je een argumentatieschema. Zoek argumenten om je standpunt te onderbouwen. c Kies een pakkende titel voor je betoog, dit wordt de promotitel van je filmpje. d De inleiding > Introduceer je onderwerp en probeer de aandacht van de lezer te trekken. > Formuleer je stelling. e Het midden > Behandel ieder hoofdargument door voorbeelden te geven (gebruik feiten en cijfers waar mogelijk). > Benadruk de argumenten die jouw standpunt versterken, maar denk ook aan mogelijke tegenargumenten. > Bedenk wat de tegenargumenten kunnen zijn en behandel ze in je betoog door ze meteen te ontkrachten als dat mogelijk is. f Slot: conclusie > Herhaal op het einde nogmaals expliciet je standpunt/stelling, samen met je belangrijkste argumenten, en geef een heel beknopte samenvatting. g Ready, set, go, GO ...
3 Tijd voor reflectie. Overloop in klasverband de volgende vragen. a b c d e f g h
Lukte het jullie om de juiste vragen te stellen en ze realistisch te beantwoorden? Slaagden jullie erin de informatie gedocumenteerd te brengen aan je publiek? Formuleerden jullie de juiste klachten/bezwaren? Voegden jullie een gewichtige uiteenzetting over de gekozen standpunten en/of oplossingen toe? Motiveerden jullie de standpunten in een gedachtewisseling? Presenteerden jullie persoonlijke ervaringen? Formuleerden jullie de boodschap activerend? Formuleer een algemeen besluit.
2 IK GA OP REIS EN IK NEEM MEE ...
6 146
... mijn smartphone om reisselfies te maken! Tenminste, dat dacht de Canadees Alex Cons die op zijn 23e ontslag nam en op wereldreis vertrok. Vroeger zagen we vooral toeristen (met kleine digitale camera’s) foto’s maken van bezienswaardigheden en wat ze op hun bord
Module 3 SELFIE
BEKIJK
kregen. Nu schiet bijna iedereen beelden met smartphones. Zo trok ook Alex een jaar lang door Australië en de Filipijnen, en daar maakte hij elke dag een selfie op een nieuwe locatie. Vervolgens bundelde de jongeman de beelden in een video die je drie minuten meeneemt naar de andere kant van de wereld. Het resultaat: een mooi reisverslag, maar dan net iets anders!
OOK... Bekijk het filmpje van Alex Cons.
4 Hierna vind je een droge opeenvolging van de reis die Diederik Wolthoffs maakte door datzelfde Australië. Echter, zonder foto’s en ook niet bijzonder spannend of aantrekkelijk verteld. Jammer, want een aantal gekke, leuke foto’s en wat kleine aanpassingen in de tekst zouden er een pareltje van kunnen maken! Verdeel de klas daarom in groepjes en ga aan de slag met de digitale versie van deze tekst. Je vindt de tekst op educatief.diekeure.be/kapitaal. Voeg ongeveer twintig zelfgemaakte foto’s en selfies toe. De tekst bevat heel wat kromme zinnen en is niet vlot geschreven, herschrijf dus waar nodig. Tip. Maak een selfie terwijl je voor een leuke poster of een geprojecteerde afbeelding staat, net echt! Zoek foto’s op internet en bewerk ze.
(Studie) tips
Hoe schrijf je een reisverhaal? • de inleiding Een goed verhaal begint met een pakkende opening: als de eerste paar zinnen de lezer niet meteen nieuwsgierig maken, waarom zou iemand dan verder lezen? Hoe sneller je de lezer naar een belangrijke plaats of gebeurtenis schrijft, hoe sterker je opening zal zijn. • het midden De meeste reisverhalen zullen volgens een vertellende opbouw beschreven worden. Dit wil zeggen dat de volgorde meestal een chronologie is van bepaalde anekdotes die de hoogtepunten van het verhaal vormen. Wissel je persoonlijke gevoelens en gedachten af met conversaties tussen (jou en) mensen die je ontmoet, een geschiedenis van de plaats waar je bent, een landschapsbeschrijving en misschien zelfs overkoepelende thema's als 'vervreemding' of 'onafhankelijkheid'. Breng in ieder geval variatie in het verhaal aan, zodat de lezer geboeid blijft. Laat je lezer vanaf het begin met de onderwerpen kennismaken waar ze een emotionele band mee kunnen voelen, maar eindig wel met het onderwerp dat volgens jou de climax van het verhaal is. Een spits einde, een pointe, doet het steeds goed. • het slot Het verhaal en de lezer worden weer naar de 'echte' wereld teruggebracht. Het is van belang dat je de lezer achterlaat met een gevoel te willen verder lezen in het volgende hoofdstuk. Een spits einde, een pointe, doet het wederom goed! bron: www.aroundtheglobe.nl/reizen/voorbereidingen/tips-voor-professionele-reisschrijvers-si12459.html#opzet bron: www.andersreizen.nl/verslag/au01n03.html
6 Module 3 SELFIE
147
Dwars door Australië Als de zon opkomt, huppen buiten kangoeroes
5
10
15
20
25
30
Meer dan 15 000 km, met 4x4-campers, per vliegtuig en per trein, kriskras door het ruige Australië, vaak over onverharde wegen en particuliere weggetjes. Wie er de tijd voor heeft, hoeft minder te kiezen en bezoekt bijna alle interessante steden en natuurgebieden. Van de woestijn tot het regenwoud en van bergriviertjes tot de oceaan. Op het einde van onze eerste middag na aankomst verlaten we Sydney per trein. Al snel valt de duisternis. Wanneer de volgende ochtend, de eerste echte ochtend van onze reis, de zon opkomt, huppelen er buiten kangoeroes voorbij. We stoppen in Broken Hill, bekend door de serie Flying Doctors. De gebouwen in de hoofdstraat dateren bijna allemaal uit het begin van de twintigste eeuw. De volgende morgen rijden we door de Nulabara Plain. In het midden van dit woestijngebied stoppen we in Cook, een dorpje met 150 inwoners, die allemaal aan het spoor werken. We rijden verder naar Kalgoorlie over het langste stuk rechte rails ter wereld (478 km). Kalgoorlie (West-Australië) is een goudzoekersstad. Waar goud is, zijn kroegen, en in de hoofdstraat zijn er meer dan 25. Water komt uit Perth over een afstand van ruim 800 km via een pijpleiding die in de gloeiende zon ligt. Als je een douche neemt, hoef je geen warmwaterkraan te gebruiken. Tijdens een rondleiding door de Hannanmijn van Kalgoorlie, de oudste mijn hier en niet meer in bedrijf, horen we dat het hard werken voor weinig geld was en dat iedereen dacht rijk te worden van het goud dat ze vonden. Laat in de avond komen we aan in Perth, waar we mijn broer ontmoeten die al 25 jaar in Australië woont en die een paar weken met ons meereist. Hij woont in Canberra, 5000 km van Perth. 's Morgens gaan we met de metro naar Fremantle, naar het Maritiem Museum. Voor de kust zijn in 1600 een aantal schepen van de VOC vergaan. De bekendste is de Batavia, waarvan hier delen te zien zijn, maar ook de Zuytdorp en de Vergulde Draek zijn hier vergaan. We bezoeken Rottnest Island, ontdekt door de Nederlander William de Vlaming, die het deze naam gaf omdat hij een kangoeroe zag die op een rat leek. Het is een kangoeroe die nergens anders voorkomt en Quaka heet. Hij is klein, vriendelijk en hij lijkt inderdaad op een rat.
Pemberton en Pinnacles
Zandvliegen kruipen overal in, in je neus, oren, ogen ... 35
6 148
Module 3 SELFIE
Vandaag vertrekken we met onze gehuurde camper naar het zuiden. Op het eind van de middag komen we aan in Pemberton. De bomen die hier staan, zijn gemiddeld 60 meter hoog en duizend jaar oud.
40
45
50
55
60
65
70
De volgende morgen gaan we naar de Glouster Tree, een boom die als uitkijkpost op een heuvel staat. In de stam zijn 154 pinnen gedraaid en zo klim je in een spiraal naar boven. Als je boven bent, sta je op een hoogte van 61 meter. Wel een mooi uitzicht, maar niet naar beneden kijken. We rijden door naar de Valley of Giants, een boomkronenpad. Het ligt op een hoogte van 45 meter en het is bijna 1,5 km lang. Er zijn veel vogels, waarvan vooral de papegaaiachtige soorten onbevreesd op je afkomen. De zon komt op net voor we de volgende ochtend vertrekken. Na 300 km rijden zien we een Nederlandse molen. Hij is nieuw en heet Lilly. In 1997 afgebouwd en nu een toeristische attractie. Zo rond het middaguur komen we aan in Hyden, ten noordoosten van Pemberton, bekend door de Wave Rock. Deze rots is door weer en wind zo uitgesleten dat het net lijkt of er een vloedgolf aankomt. Zeker een meter of 6 hoog en 150 meter lang is hij, en iets verder ligt nummer twee. We hebben veel last van zandvliegen. Ze kruipen overal in, in je neus, je oren, je ogen ... Je wordt er gek van. Een netje biedt hier uitkomst. We gaan langs de Mulagrotten, waar zich Aboriginalschilderingen bevinden die al meer dan 20 000 jaar oud zijn. Via Perth rijden we door naar de Pinnacles, over een weg die niet op de kaart staat, maar er volgens de bewoners wél moet zijn. Na twee uur hebben we 40 km afgelegd en staan we op het strand. Geen weg te bekennen. Het blijkt dat we 8 km over het strand moeten rijden en dan weer tussen de duinen door de weg op. Na een uur krijgen we de Pinnacles in zicht. Toen de Nederlandse schepen in 1600 voor de kust langs voeren, dacht men een oude Incastad te hebben ontdekt. Als je dichterbij bent, denk je meer aan termietenheuvels, maar het is een rotsformatie in de woestijn die door wind en weer zo is gevormd. Het zand is prachtig geel van kleur, iets wat we nog niet hebben gezien. De volgende dag bezoeken we de Z Bend Gorge, waar zich een natuurlijk venster bevindt, in Kalbarri National Park. We rijden door naar de kust en eten daar voor het eerst haaienvlees. Vroeg op pad in oostelijke richting. De temperatuur ligt elke dag boven de 30 graden, dus 's morgens rijden we het liefst. We rijden ook over privéwegen, af en toe moeten we een hek open doen en weer sluiten natuurlijk. Tegen de schemering komen we aan in Mount Augustus National Park. In het caravanpark zijn wij de enige gasten. De sterrenhemel is verbazingwekkend, zoveel heldere sterren.
Biggest Rock in the World 75
Een smal paadje met veel losse stenen leidt naar boven. Mt Augustus (1106 m) is de grootste monoliet ter wereld. Veel mensen denken dat Ayers Rock (Uluru) de grootste is, maar Mt Augustus is tweeëneenhalf keer zo groot en ook nog een miljard jaar ouder.
6 Module 3 SELFIE
149
80
85
90
95
Voor dag en dauw beginnen we de klim. Een smal paadje met veel losse stenen leidt naar boven. Af en toe een beetje klauteren en opletten dat je de witte markeringsstippen niet mist. We wandelen in de schaduw, want de zon komt achter de rots op. Voor ons zie ik een paar kangoeroes die wat drinken uit een poel. Als we een uur hebben gelopen, blazen we even uit. Je hebt al een prachtig uitzicht vanaf dit punt. Het lijkt niet ver, maar schijn bedriegt. Je loopt in een lus en het wordt steeds steiler. We moeten zelfs een beetje klimmen. Maar na twee uur is het eindelijk zover: ik ben op de top. We drinken de meegenomen koffie en genieten van het uitzicht. Teruggekomen nemen we de Gully Trail. Als het regent, dendert hier het water naar beneden, vandaar de naam Gully (geul). Na ruim twee uur zijn we beneden. De temperatuur is gestegen tot boven de 35 graden. 200 km rijden om in een riviertje te zwemmen is hier heel normaal. We gaan noordoostelijk verder naar Tom Price, via een niet al te beste weg met veel bochten, hekken en water. Ook overstekende koeien en emoes natuurlijk. Het is bijna donker als we aankomen. Hier zijn de grootste open ijzerertsmijnen ter wereld. Ze rijden met trucks die 270 ton erts in één keer laden, de wielen hebben een diameter van meer dan 3 meter. Het erts wordt in een trein geladen die het naar de kust brengt.
100
105
110
115
120
6 150
Module 3 SELFIE
De volgende dag rijden we langs de spoorlijn naar de kust. Omdat het een privéweg is, hebben we daar toestemming voor gevraagd. Het is een ongeplaveide weg, maar daar zijn we inmiddels aan gewend. Na een uurtje halen we een 2,4 km lange trein in die ook op weg is naar de kust. De trein komt aan in Dampier, een kleine havenstad, waar hij wordt gelost. Door het stof is alles rood. We rijden verder naar Port Hedland. Onderweg nog even in Cosack kijken, dat door een orkaan werd verwoest en nooit meer is opgebouwd. Een spookstadje dus. Ook Port Hedland is een haven waar ijzererts wordt geladen. De treinwagons worden automatisch gelost en per drie wagons leeg gekiept. De erts wordt vermalen en ingescheept in grote bulktankers die ongeveer 130 000 ton kunnen laden. De volgende dag rijden we naar Marble Bar, de heetste plaats van Australië. Zo rond een uur of elf zijn we er, nog voor het heetst van de dag. Volgens de barman in de pub waar we wat drinken, wordt het niet warm, zo rond de 38 graden. Voor ons heet genoeg. Tussen Port Hedland en Broome liggen de mooiste stranden van de wereld, ook wel Eighty Mile Beach genoemd. Er is een camping bij het strand. We vinden een plekje onder de palmen en gaan tegen de schemering naar het strand om de zon in de zee te zien zakken. We gaan vroeg slapen om vannacht bij hoog water naar de zeeschildpadden te kijken. Als we tegen twee uur 's nachts op het strand aankomen, komt er net een schildpad het water uit. Je mag ze niet hinderen of met licht beschijnen, want dan gaan ze weer terug. Maar deze is vastbesloten en gaat op zoek naar de duinen. Vlak ervoor begint zij haar graafwerkzaamheden en dat duurt meer dan anderhalf uur.
125
130
Als ze klaar is, keert ze zich om en begint met leggen. Nu kunnen we wel even een foto maken, want als ze begonnen is, stopt ze niet. Ze gaat steeds heen en weer om de eieren te verspreiden in het gat. Een klein uurtje is ze aan het leggen, ze legt ongeveer tachtig eieren. Daarna dekt ze alles keurig af en gaat terug naar het water. Moeder Natuur moet de rest doen. Zij is nog wel een halfuurtje onderweg, want de vloedlijn is al meer dan 300 meter weg. Het getijdeverschil is hier meer dan 10 meter, en dat is veel.
Door het regenwoud
Een holle baobabboom diende als gevangenis. 's Morgens hebben we geen haast om in Broome te komen. Mijn broer moet daar zijn om terug te vliegen naar zijn gezin.
135
140
145
150
155
160
De volgende middag gaan we naar een krokodillenfarm. We worden rondgeleid tijdens het voeren. Je krijgt een beetje een indruk van de manier waarop deze dieren zich in het wild gedragen. Als we mijn broer naar het vliegveld hebben gebracht, rijden we door naar Derby. We krijgen onderweg de eerste regenbui sinds onze aankomst in Australië. Een zwarte lucht voor ons en we zien de bliksemflitsen naar beneden gaan. Vlak voor Derby is het weer droog en dat komt mooi uit, want we willen een kijkje nemen bij een oude gevangenis. Deze bevindt zich in de stam van een boom. Een baobabboom groeit zo bol dat de stam hol is geworden. Door een kleine opening kunnen er makkelijk een paar mensen in. Voor een klein vergrijp werd je hier vroeger een aantal weken vastgehouden. Vandaag gaat de route over de beruchte Gibb Riverroad. Een weg die alleen open is voor 4x4’s. Het eerste stuk is heel mooi en goed te berijden. We rijden door het regenwoud, dit is een van de mooiste gebieden van Australië. We zijn in Kimberley, een gebied ongeveer zo groot als Duitsland. Na 70 km begint de Gibb Riverroad. Na ruim 200 km nemen we een afslag naar rechts. Eerst komen we in Winjana Gorge National Park. Deze kloof kunnen we inlopen en er staat zelfs water in. Het is vroeg in de morgen en het is stil. Als we een paar meter de kloof in zijn, zien we de eerste krokodillen al zwemmen. Dit zijn geen salties, maar zoetwaterkrokodillen, en die zijn niet of nauwelijks gevaarlijk. We horen ook vogels en zo te horen moeten het er veel zijn. Als we dichterbij komen, zien we dat het vliegende honden zijn. Er zitten er honderden in de bomen en als we dichterbij komen, beginnen ze zich steeds meer te roeren. Na deze ochtendwandeling gaan we door naar Tunnel Creek, een natuurlijke tunnel van 750 meter lang. Er staat water in. Het eerste stuk kun je nog langs het water lopen, maar halverwege moeten we eraan geloven. Het water komt tot boven de knieën en is niet koud. Een halfuurtje later zijn we aan de andere kant en lopen we naar onze camper om door te reizen naar Halls Creek. Het is een lange rit vandaag, maar waarom de Gibb Riverroad zo gevreesd is, blijft een raadsel.
6 Module 3 SELFIE
151
165
De volgende morgen bezoeken we de plaats van de tweede grootste meteorietinslag op aarde. Dit is ruim 130 miljoen jaar geleden gebeurd en heeft een krater nagelaten met een diameter van 850 meter. De krater is begroeid met boompjes en planten.
Bungle Bungle
Een smalle diepe kloof met palmbomen tussen de rotsen
170
175
180
185
190
195
200
205
6 152
Module 3 SELFIE
Vervolgens rijden we naar Bungle Bungle, ook wel bekend als Purnululu. Dit gebied is pas in 1985 ontdekt door een Australische boer die eroverheen vloog. Nu gaat er een weg naartoe en kun je het verkennen. We zien een rotsspleet, een smalle diepe kloof tussen de rotsen. Er groeien zelfs palmbomen, ongelofelijk, de wortels groeien dwars door de rots heen. Al vroeg gaan we op pad naar de Hidden Valley. Deze is in de buurt van Kununurra, een dorpje op de grens met het Northern Territory. Het lijkt op Bungle Bungle, alleen is het wat kleiner. Er zijn een aantal wandelroutes die wij allemaal lopen. We rijden verder naar Lake Argyle, een groot stuwmeer waar je kunt varen en vissen. We brengen een bezoekje aan het museum. Hier zien we hoe en wanneer alles onder water is gezet. We gaan op weg naar Katherine in het Northern Territory. Als we de grens passeren, moeten we de klok anderhalf uur naar voren zetten. Op de camping zien we 's avonds honderden vleermuizen overvliegen. De volgende dag bezoeken we het land van Never Never. Het gelijknamige boek is in 1908 geschreven. Het gaat over de familie Gunn, die hier een farm had. Jannie trouwde rond 1900 met James Gunn. Zij was de eerste westerse vrouw die in dit gebied een leven probeerde op te bouwen. Het huis is verplaatst omdat het een paar jaar geleden ondergelopen is. Het staat nu in de buurt van een natuurlijke bron. Hier zwemmen we in water van 34 graden. Toch nog een beetje afkoeling, want het was dicht bij de 40 °C vandaag. Tegen de avond gaat het dan ook onweren, en niet te weinig deze keer. In de Katherine Gorge aan de rand van Kakadu Park maken we vandaag een boottocht. We zien wandschilderingen, en een krokodil natuurlijk. Als we terugkomen uit de kloof, gaan we op bezoek bij Henry, hij maakt didgeridoos, waarschijnlijk het oudste muziekinstrument ter wereld. Hij laat ons zien hoe hij ze maakt en ook de kunst van het spelen. We overnachten in Pine Creek, een oude goudzoekersstad. Bij de Robbin Falls, heel populair bij Abseilers, ontmoeten we een paar jongens die een slang bij zich hebben. Eentje vraagt of we hem willen zien. Hij heeft het beest thuis gevangen en laat het hier weer los. Je moet drie keer kijken, maar inderdaad, er ligt een slang, 40 cm lang en zo dik als een vinger. Volgens de jongens is het een death adder, een van de dodelijkste slangen ter wereld. Respect is dus op zijn plaats. Hij lijkt meer dood dan levend, maar als hij van de schrik is bekomen, kiest hij langzaam voor zijn vrijheid. Hij heeft een reis van een kleine 200 km gemaakt en zal hier volgens de jongens prima overleven. We bezoeken bij Adelaide River Charlie de buffalo, bekend uit de film Crocodile
210
215
220
225
Dundee. Zijn hoorns zijn meer dan twee meter lang en hij geniet hier van zijn pensioen. In de loop van de middag rijden we Lichtfield National Park binnen en zien we daar reusachtige termietenheuvels. Dat een beestje kleiner dan een mier zulke grote bouwwerken kan maken ... We bezoeken achtereenvolgens de Florence, Tolmer en de Wangi Falls. Bij deze laatste maken we ons kamp voor de nacht. Voor de eerste keer slapen we met de deuren dicht, omdat we anders worden opgevreten door de muggen. De volgende dag rijden we naar Kakadu Park. We gaan met een boot de Adelaiderivier op, na nog geen 100 m komt de eerste krok ons al tegemoet. We voeren ze met een hengel met daaraan een stuk vlees. Een volwassen krok kan zijn eigen lengte uit het water springen, een prachtig zicht. In de loop van de middag trekken we verder het park in, op weg naar de Jim Jim Falls. De weg daarnaartoe is door het regenseizoen ook de enige die open is. Het is nog 53 km naar de Falls. Het eerste stuk gaat, maar over de laatste 6 km doen we bijna 45 minuten. Nu nog 900 meter klimmen om zicht te krijgen op de waterval. Maar het is de moeite waard. We rijden terug naar Darwin om van daaruit naar Alice Springs in het midden van Australië te vliegen. Daar halen we onze nieuwe camper op en gaan op weg naar de Mereenie Loop. We rijden in westelijke richting langs Simson Gap en Stanley Chasm om uit te komen in Glen Helen. De volgende morgen op naar Goss Bluff, gevormd door een meteorietinslag. De weg ernaartoe is niet best: droog, rood en alleen maar zand.
230
235
240
245
250
Vandaag Ayers Rock, ook wel Uluru genoemd. Niet de grootste, wel spectaculair om te zien. Helaas mag er niet worden geklommen, omdat de temperatuur te hoog kan oplopen. Daarom maken we een rondvlucht per helikopter. We zijn maar met drie personen, dus hebben we allemaal een plaats aan het raam. We hebben nog nooit in een helikopter gezeten, maar het valt ons reuzegoed mee. Een prachtig uitzicht over de rots en over de Olga's. We maken de volgende ochtend een tocht door de woestijn over rode wegen en zand. Na 150 km komen we in Mary Vale, een tankstation en een boerderij, meer is het niet. 45 km verderop zien we de Chambers Pillar, een zandsteen van 160 meter hoog en prachtig van kleur. Hier komen bijna nooit mensen, volgens de jongen van het tankstation amper 400 per jaar. We nemen de oude Ghanroute. Deze spoorbaan is in de jaren 50 en 60 verlegd naar het westen en nu wordt de oude baan vooral door 4x4's bereden. Wel spannend zo in de woestijn. In de namiddag passeren we Finke, een klein Aboriginaldorpje, maar we zien niemand. Twaalf km verder ligt het middelpunt van Australië. Hier staat hetzelfde monument als op het dak van het parlementsgebouw in de hoofdstad Canberra. Compleet met vlag en Zuiderkruis. Er is ook een gastenboek dat wij tekenen. We volgen de weg naar de grens met Zuid-Australië. Het wordt langzaam schemerig. Normaal gezien rijden we niet in het donker en het is nog 150 km naar Oodnadatta. We rijden toch door, omdat we niet in de woestijn willen overnachten.
6 Module 3 SELFIE
153
De duisternis valt snel in en de kangoeroes komen tevoorschijn. Het zijn net herten, ze huppelen en steken op dezelfde manier over. Opletten en niet te veel licht aansteken, want daar komen ze op af. Alles gaat goed, de weg wordt beter en om 22u00 zijn we in Oodnadatta. 255
260
265
270
275
280
285
De volgende morgen blijkt er zelfs een kanoverhuurbedrijf te zijn. Maar waar is het water? Er is hier alleen maar zand. We verbazen ons en rijden door de drie straten die het dorp telt. De camping in Coober Pedy heeft een vreemd zwembad, het is overdekt door een giersilo. Dit heeft voor het water het nadeel dat het steenkoud is, meer dan 18 graden is het niet. Erboven is het meer dan 36 graden dus het verschil is groot. In Coober Pedy wordt veel naar opaal gezocht. Tijdens de tour vertelt de gids ons dat we altijd als een kangoeroe moeten lopen, dat wil zeggen: nooit achteruit stappen, want in en rond het stadje zijn veel gaten en schachten die soms behoorlijk diep zijn. Hij laat ons zien hoe men naar opaal zoekt en wat ze er daarna mee doen. We rijden verder door de woestijn naar het zuiden en komen langs Coward Springs, een natuurlijke bron waarin je zelfs een duik kunt nemen, al is hij niet groter dan een bubbelbad. We zijn nu bij de Flinders Range, een gebied groter dan Nederland. We openen een hek en rijden de Freeling Range binnen. Het is hier heuvelachtig en er komen veel emoes en kangoeroes voor. Ook zien we wilde geiten. We overnachten in Copley aan de rand van de range. Het weer wordt minder en het begint zowaar te regenen. Het wordt ook koud, zo rond de 20 graden. De volgende morgen is het gelukkig droog en warmer. We rijden door de Chambers Gorge. Je rijdt in een droge rivierbedding waar veel stenen en boomstronken liggen. Het gaat langzaam, maar het is heel mooi en dat is wat we willen. We rijden door naar de Great Wall of China. Als je naar de top van de heuvel kijkt, moet het op de Chinese muur lijken, denk ik. We rijden naar het zuiden richting Adelaide. Wilpena Creek is ons doel voor deze nacht. We rijden nog even een rondje van 150 km over een toeristische route. De dag erop gaan we naar Wakaroo Rock, waar schilderingen te zien zijn van Aboriginals van enkele duizenden jaren geleden. De rondwandeling neemt een uurtje in beslag en we zien ook nog een paar kangoeroes. Eindelijk weer op een asfaltweg rijden we naar Adelaide. Daar gaan we verder naar de zuidkust om met de pont over te steken naar Kangoeroe Island. We kunnen nog net met de laatste boot over.
Kangoeroe Island
De zeeleeuwen op het strand kijken niet op of om.
290
6 154
Module 3 SELFIE
We gaan op pad naar de zuidkant van het eiland, naar Seal Bay, bekend omdat er veel Australische zeeleeuwen aan land komen om uit te rusten van hun visvangsten op zee. We mogen alleen het strand op onder begeleiding van een ranger. Terecht, want wij en anderen zouden de rust van deze dieren volledig verstoren. Je merkt dat ze mensen gewoon zijn, ze kijken niet op of om. Er liggen er wel een paar honderd en het is een
295
300
komen en gaan. We reizen verder naar het uiterste westpuntje van het eiland, want ook daar moet een natuurlijk raam zijn, net als in Kalbarri Park: Admiraal Arch. Er zijn koala's, zelfs zo veel dat men ze vangt om ze te steriliseren. De volgende morgen rijden we weer terug naar de boot over een prachtige weg en dan langzaam naar Adelaide. We vliegen de volgende dag naar Canberra, de hoofdstad van Australië. Mijn broer staat ons op te wachten en we hebben natuurlijk veel te vertellen. Een reis van meer dan 15 000 km hebben we gemaakt en nu gaan we nog een kleine week naar Sydney.
5 Bekijk je schrijfsel nu kritisch door de volgende reflectievragen te beantwoorden. a Lukte het goed om uit tekstmateriaal de nodige elementen te selecteren, er een nieuwe ordening in aan te brengen of ze in verkorte vorm weer te geven om je opdracht tot een goed einde te brengen? b Slaagde je erin de inhoudelijke en functionele relaties tussen tekstonderdelen vast te stellen? c Maakte je waar nodig gebruik van hulpbronnen om de opdracht te realiseren? d Bekijk wat je herschreven hebt. Geef aan wat je vooral rechtgezet hebt: zinsbouw, woordgebruik, te lange zinnen, passieve vormen ...
6 Lees nu een fragment uit Dans van de luipaard van Lieve Joris, een bejubeld schrijfster van reisverhalen. Haal er de kenmerken van het literaire reisverhaal uit en bespreek elk kenmerk kort aan de hand van dit fragment.
Lieve Joris
°1953 Vlaams schrijfster van reisverhalen
(1) paan = lendendoek (2) prauw = schip
De eerste weken in Kinshasa leef ik van uur tot uur. Al mijn angsten over deze reis worden bewaarheid: ik ben te traag, ik heb het juiste ritme niet voor deze stad waar alles tegelijk gebeurt. Soms heb ik even het gevoel dat het goed gaat, maar dan sta ik weer op de boulevard van de Dertigste Juni in de brandende zon te wachten op een collectieve taxi – een vogel die uit het nest is gevallen. Ik word bekeken: blanken hebben hier auto’s. Ook naar mijn jeans kijken mensen, of verbeeld ik me dat maar? ’s Nachts droom ik in eindeloze variaties steeds weer hetzelfde: ik ben in Amsterdam, op weg naar vrienden, maar ik weet niet meer waar ze wonen, ik raak telkens de weg kwijt. Christine staat elke ochtend voor haar kleerkast te piekeren wat ze aan moet. Een losse jurk, een paan (1) – broeken zijn uit den boze. Ik heb weinig keuze, want mijn bagage is nog steeds in Brazzaville en de haven wil maar niet opengaan; er zijn te veel DSP-soldaten naar de overkant gevlucht, die van de gelegenheid gebruik zouden kunnen maken om terug te komen. Soms denk ik: ik ga mijn spullen halen, met een prauw (2), via de bekende route. Maar mensen waarschuwen me dat ik de goden niet moet verzoeken. Elke avond tegen zessen slaat mijn hart over: hoe kom ik thuis? Op de kop van de boulevard vertrekken de taxi’s naar de buitenwijken van de stad.
6 Module 3 SELFIE
155
‘Kingasani! Matete!’ Iedereen is gehaast, niemand houdt van het donker dezer dagen, ook de taxichauffeurs niet. ‘Limete?’ Een jongen rent voor me uit en wijst me de weg, roept iets naar een aankomende taxi, loopt terug. Ik schuif naast twee dikke mamans met een onoverzichtelijke hoeveelheid tassen op schoot naar binnen. Net als de chauffeur de motor start, verschijnt het verhitte gezicht van de jongen in het open raam. Hij schreeuwt tegen me, opgewonden, agressief. Zijn ogen zijn bloeddoorlopen. Drugs, schiet het door me heen – instinctief grijp ik naar de knop om het raam te sluiten. Waarop hij de deur opentrekt en me bijna uit de rijdende auto sleurt! De chauffeur is gestopt. ‘Je moet hem iets geven’, sust de maman naast me. Trillend haal ik een biljet uit mijn tas. De mensen zijn hier hard geworden. Zo’n spektakel maken, voor tienduizend zaïres – acht dollarcent! Maar als we wegrijden en ik een luide ‘Oef!’ slaak, schieten mijn medepassagiers in de lach en ontspint zich een geanimeerd gesprek. Iedereen blaast stoom af, vertelt zijn belevenissen van die dag. De man voorin werkt in de haven waar het luxejacht Kamaniola ligt aangemeerd waarmee Mobutu over de Congostroom voer toen de Kinois hem het leven steeds zuurder maakten. Hij is vandaag aan boord geweest. In het ruim staan wel vijftien kisten vol kleren en schoenen van Mobutu en zijn vrouw Bobi. ‘Zijn die nog niet gestolen?’ ‘Nee, nee, niemand durft er aan te komen!’ ‘Wat, wordt de boot bewaakt door de AFDL? Hoe kunnen mensen er dan op?’ De man draait zich om. ‘Niemand raakt die spullen aan omdat ze behekst zijn. Wist je niet dat Mobutu een duivel is die eigenlijk allang dood is?’ De anderen knikken instemmend – dat hebben ze wel eens eerder gehoord. Op een avond mis ik de laatste taxi op de kop van de boulevard. Nu moet ik een omweg maken via Victoire, het verkeersknooppunt in de cité Matonge. Het centrum van de stad is al in diepe rust gedompeld, maar bij de rotonde Victoire is het even druk als overdag. Terwijl ik me tegen de mensenstroom in voortspoed naar de taxistandplaats, vecht ik tegen de opkomende nostalgie. Hier reed ik vroeger rond achter op de motor van François. Ergens in het labyrint van straatjes verderop aten we gegrilde kip, verpakt in bruin papier, waarna we naar een concert van Victoria Eleison gingen, of dansten onder de bungelende lampjes in een openluchtcafé. Hoe vertrouwd was deze stad me destijds, vol plaatsen en mensen die me dierbaar waren. De jongen die zijn kop door het open raam van François’ auto stak, de wind door zijn haren liet strijken en verzuchtte: ‘Oh, nu weet ik hoe het voelt de hond van een blanke te zijn!’ – ik zal hem nooit vergeten. We dachten toen nog dat Mobutu het niet lang meer zou maken, dat het land niet dieper kon zinken, dat de Zaïrezen genoeg hadden geleden. Op de rotonde blokkeert een gehavende jeep het verkeer. Achterop zit een
6 156
Module 3 SELFIE
achttal kindsoldaatjes. Mensen blijven staan langs de kant van de weg en kijken toe, alert. Het is niet de eerste keer dat ik dit zie: de Kinois observeren de nieuwkomers; elk incident heeft talloze getuigen. Pas als de jeep verder rijdt, lopen ze door. Nauwelijks heb ik me in een rammelende taxi gewurmd, of de chauffeur stopt bij een benzinestation. Had hij niet eerder kunnen tanken? Hij vraagt ons vooruit te betalen – met dat geld rekent hij af. Uit het niets is een man opgedoken die drie houten doosjes door het open raam voor me houdt. Souvenirs, welja, ook dat nog. Zeshonderdduizend zaïres vraagt hij. Ik maak een afwerend gebaar. Zijn prijs suist omlaag. Dan buigt hij zich voorover en zegt: ‘Madame, ik heb geen geld om mijn vervoer naar huis te betalen.’ Nu pas kijk ik naar hem en mijn hart breekt. De koortsige blik van een man die de hele dag niet heeft gegeten. Een broodmagere papa, vader van wie weet hoeveel kinderen. Hoelang zou hij al met die doosjes aan het leuren zijn? Een enorme troosteloosheid overvalt me. Wat is hier in mijn afwezigheid gebeurd, wat heeft Mobutu van deze mensen gemaakt? bron: Lieve Joris, Dans van de luipaard
3 IK GA OP REIS EN DE NACHTMERRIE BEGINT ... 7 Los onderstaande vragen op en bespreek met een klasgenoot je antwoorden. a b c d
Waaraan denk je bij het zien van de cover en bij het lezen van de titel? Waarover zal het boek gaan? Welk type boek is dit volgens jou? Ga op zoek naar de flaptekst van het boek en stuur je voorgaande antwoorden bij.
Lees nu de onderstaande fragmenten uit het boek. Fragment 1
Het moet late namiddag geweest zijn toen we aankwamen aan de grensovergang tussen Rwanda en Zaïre, vlak bij de Zaïrese stad Bukavu. We hadden verlof en dagen aan een stuk op hotel gaan om te drinken was niet aan mij besteed. Samen met enkele collega’s - onze baas, sergeant Weyers, en Peter - had ik een auto gehuurd. In plaats van acht dagen onze tijd te verprutsen, zouden we de toerist gaan uithangen. We hadden alle vulkanen al beklommen, waren op safari gegaan in het Akagerapark en hadden in de brousse broederlijk naast gorilla’s gezeten. We kregen tenslotte maar één keer in ons leven de kans om zo’n dingen te doen.
6 Module 3 SELFIE
157
Aan de grensovergang stond een grote grijze brug, waar de verf grotendeels van was afgebladderd. Ze bracht je van de ene oever van de rivier Rusizi in Rwanda naar de andere oever in Zaïre. Vlakbij stond een huisje met grenswachters. De brug zelf was niemandsland. We gingen erop staan om van het zicht te genieten en wat foto’s te maken. Het zicht was fenomenaal: de kronkelende rivier Rusizi, het groene Rwanda aan de ene kant, het verstedelijkte Bukavu aan de andere oever, vol prachtige bloemen en tropische planten. Recht onder de brug stond een grenssteen. Rood geverfd bovenaan, wit onderaan. ‘ZAÏRE’ stond er in grote letters op geschilderd. ‘Kom, we maken daar een foto van’, zei ik tegen mijn kompaan. Weyers ging mee, Peter durfde niet. ‘Ik ga naast die grenssteen staan,’ riep ik de sergeant toe, ‘maak jij maar de foto.’ Nog voor ik goed en wel bij de steen neerzat, stond er een Zaïrese grenswachter naast me. ‘Wat ben je hier aan het doen?’ Ik schrok. ‘Niks,’ zei ik, ‘gewoon een foto maken, als souvenir.’ ‘Kom anders even mee met mij’, glimlachte de grenswachter. Hij oogde een beetje stuurs, onbeholpen ook. ‘Ik zet wel een stempel op je paspoort dat je in Zaïre geweest bent. Dat kan pas tellen als souvenir.’ Nog voor ik goed en wel gezegd kreeg dat dat niet kon – ik mocht niet zomaar de grens oversteken zonder toestemming – stonden er drie mannen achter ons, in burger. Ze trokken hun wapens. ‘Liggen! Liggen! Op de grond!’ Ze sloegen ons in de boeien en brachten ons de grens over, naar het douanekantoor in Zaïre. ‘Wat kom je hier doen?’, sneerde de douanier. We zaten op krakkemikkige stoelen, nog steeds geboeid, en zijn collega hield ons onder schot. ‘We zijn VN-blauwhelmen’, antwoordde ik. ‘We hebben verlof en waren op daguitstap in Rwanda.’ Ik had een T-shirt aan van de scouts, een korte broek en sportschoenen. Duidelijk geen militaire uitrusting. Dat sprak voor zich, dacht ik. Veel zegden ze niet. Ze sleurden ons mee, allebei afzonderlijk elk in een bouwvallige Pajero-jeep. Vooraleer ik de blinddoek om kreeg, zag ik nog dat achter in de jeep mannen zaten. Van een heel ander kaliber dit keer. Een kop groter dan de douanier en zijn collega, en breed en gespierd. Maar toen werd het donker voor mijn ogen. We reden rond, misschien wel een kwartier of een halfuur. Ik weet niet precies hoelang. Ik hoorde een poort opengaan, voelde de auto een stukje rijden, hoorde de poort weer dichtgaan. Het portier werd opengerukt, iemand greep me bij mijn polsen en sleurde me mee. Trappen op, trappen af. Er ging een krakend deurtje open, ik werd naar binnen geduwd. Eerst gingen mijn handboeien af, dan ook mijn blinddoek. Ik zat in een kleine kelder. Vier muren rondom me, in één muur een klein lichtgat, schuin bovenaan. Ik kon er met mijn arm naar reiken. Ze sloegen de deur dicht. Ik hoorde de sleutel draaien in het slot. Hoelang ik daar gezeten heb, kan ik niet zeggen. Een besef van tijd had ik niet meer. Maar het leek uren te duren. Het was ijzig stil in de kille kelder, tot het geschreeuw van verschillende mensen door elkaar plots de stilte doorbrak. Ik hoorde voetstappen op de deur afkomen, hoorde de sleutel in het slot, hoorde gekraak. Twee mannen kwamen me halen. Ze brachten me naar een kamer met een groot bureau. Aan de ene kant zat een oudere man, naast hem twee grote, gespierde Zaïrezen in maatpak. Aan de deur stonden er nog eens twee en aan het venster ook. De oudere man aan het bureau pulkte aan zijn snor. ‘Waar kom je vandaan? Hoe heet je?’ Ik kreeg een spervuur van vragen
6 158
Module 3 SELFIE
over me heen. Ik had al verteld hoe ik heette, dat ik paracommando was bij 1 Para, waarom ik in Rwanda was, en dat ze alle informatie op mijn paspoort konden vinden. ‘Dat moeten we niet weten!’, schreeuwde de oudere Zaïrees. Hij was ondertussen vlak naast mijn gezicht komen staan. ’Jullie zijn voorwaartse waarnemers. Jullie willen onze stellingen bombarderen en de elektriciteitscentrale opblazen!’ Ze brachten me terug naar de kelder. De deur ging weer dicht. Opnieuw zat ik uren, naar mijn gevoel, in de stille kilte, tot de deur weer openkraakte en ze me weer mee naar boven namen om me opnieuw te ondervragen. Agressiever dit keer. Ze moesten weten hoe mijn moeder heette, mijn vader, mijn tantes, ooms, neven. Ik gaf hen alleen maar valse informatie. Noemde al mijn zogezegde vrienden op, zei wat ze deden, studeerden, verzon fictieve hobby’s en valse woonplaatsen. ‘Ze kunnen me niks maken’, stelde ik mezelf gerust. Daarna moest ik terug naar de kelder. Weyers had ik niet meer gezien sinds het moment dat ze ons in de Pajero-jeeps gesleurd hadden. De deur ging open, vier Zaïrezen grabbelden me vast. Opnieuw werd ik geblinddoekt en gehandboeid. Ik zag niks, het was pikdonker. Ze duwden me in een auto, het portier sloeg dicht, we begonnen te rijden. Een halfuur moet het geweest zijn. En toen stopte de jeep. Ik hoorde het portier opengaan en kreeg een duw tegen mijn linkerbovenarm. Zo krachtig dat ik uit de auto rolde. Ik landde hard op mijn schouder, het portier sloeg dicht en de auto scheerde weg. Ik krabbelde recht van de grond, wreef mijn handen schoon en bracht ze meteen naar mijn gezicht om mijn blinddoek af te nemen. Mijn ogen hadden tijd nodig om te wennen aan het licht. Stilaan begon het me te dagen: ik stond aan een grensovergang, maar een andere. Niet zo ver van die eerste vandaan, bleek later. Op dat moment zag ik Weyers, hij had ook net zijn blinddoek afgedaan en stond net als ik verdwaasd rond te kijken. Hoe laat het was, of hoelang we ontvoerd geweest waren? We hadden geen besef. Naar mijn gevoel was ik dagen en nachten in die kelder geweest. Veel later zou ik in een verslag lezen dat we maar een dag van de wereld waren geweest. Want zo had het aangevoeld, alsof we van de wereld waren verdwenen. ...
Fragment 2
Kom vanavond met verhalen Hoe de oorlog is verdwenen, En herhaal ze honderd malen: Alle malen zal ik wenen. Vroman 1974
Ivan was al jaren mijn kameraad bij de scouts. Logisch dus dat ik hem met plezier wilde helpen toen zijn ouders gingen verhuizen. Ze hadden een appartement gekocht in een gloednieuw appartementsgebouw, op de tweede verdieping. We waren al sinds ’s ochtends vroeg in de weer en hadden honger. Tijd voor een snack in de taverne aan de overkant van de straat. Een spaghetti, daar had ik wel zin in. Ivan duwde op de knop van de lift en we stapten in.
6 Module 3 SELFIE
159
Typisch, dat getrek en geduw onder elkaar. Als we elkaar maar wat konden jennen. Bart gaf Ivan een duw, hij struikelde en raakte met zijn scheenbeen het voetlichtje van de lift. Ze stopte. Tussen twee verdiepingen in. Met vijf in een metalen kooi van amper 1 meter op 1,5 meter. Ik werd gek, begon te zweten, panikeerde. ‘Ik wil eruit!’, schreeuwde ik. Ze probeerden me te kalmeren, maar het lukte niet. Ik duwde mijn vingers tussen de liftdeuren en trok. Met al mijn kracht. Een onmenselijke kracht, gestuwd door paniek. De deuren scheurden open. Kapot. Ik kreeg weer lucht, zag weer licht. Buiten stonden twee mensen me aan te staren, hun mond open van verbazing. bron: Steven Gelders, Mijn onzichtbare vijand
8 Verdeel de klas in groepjes. Selecteer een van de onderstaande opdrachten bij de fragmenten en presenteer je antwoord aan de klas. Let als spreker op je spreektempo, spreekvolume, taalgebruik, spreektijd en lichaamshouding. Optie 1. Situeer de twee fragmenten afzonderlijk in tijd, in ruimte en in de geschiedenis. Documenteer waar mogelijk! Tip. Agathe Uwilingiyimana – Arusha-akkoord – propaganda – genocide – rol van onze Belgische para’s
Optie 2. Breng de twee fragmenten met elkaar in verband door middel van een reconstructiebord. Laat je helpen door de oranje gemarkeerde zinsneden. Wees creatief: voeg extra elementen toe indien nodig of gebruik extra informatie uit het boek als je het al gelezen hebt! Betrek in je uiteenzetting ook de volgende uitspraak van de auteur: ‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan wachtte hem thuis op.’
Optie 3. Achterhaal de reden van deze biografie en vertaal ze naar je klasgenoten. Vertrek vanuit de gegeven fragmenten en leg uit aan je klasgenoten hoe het inslikken van ingrijpende ervaringen op lange termijn voor moeilijkheden zorgt bij de mens.
Optie 4. Ga op zoek naar eerdere aanhalingen van posttraumatische stressstoornissen in de geschiedenis van de literatuur. Zoek gelijkenissen in het verhaal dat je uitkoos en het verhaal van Steven Gelders. Stel ze voor aan je klasgenoten.
6 160
Module 3 SELFIE
Agathe Uwilingiyimana
4 IK LEEF MAAR ÉÉN KEER EN DAT ZAL IEDEREEN GEWETEN HEBBEN! 4.1 SHARE IT! Uiteraard kan het ook anders, want ... zeg nu zelf: wie vindt het niet leuk om te schrijven over wilde avonturen die hij meemaakt op reis en om die dan vervolgens onmiddellijk te delen met al zijn vrienden?! Liken en sharen die handel!!! Jeugddienst Don Bosco
Jeugddienst Don Bosco
4 augustus Vanmorgen vertrokken we met goed uitgewerkte lesvoorbereidingen en vol goede moed naar Odanadi, het weeshuis waar wij aan het werk zijn. Onze rugzak, vol goede ideeën, viel meteen in de smaak. Vooral ‘onze studentjes’ met mentale moeilijkheden konden het ontzettend appreciëren dat we hen de kleuren aanleerden aan de hand van ballonnen. Jeugddienst Don Bosco
2 augustus Onder het motto ‘Good things happen over coffee’ namen we afscheid van onze Italiaanse ‘vriendinnen voor 1 week’ Julia en Maria-Sole. Tijd om verder te reizen!
31 juli Scènes die ons even deden terugdenken aan boeken als De Witte, kruisten vandaag ons pad. Hier bestaan nog geen publieke zwembaden, dus iedereen duikt de rivier in voor wat waterpret. En uiteraard wordt er in dezelfde rivier ook gewassen ... De was drogen? Heel simpel: leg alles op de trappen, de zon zorgt voor de rest! Een niet onbelangrijk hoogtepunt van vandaag ... we hebben ‘onze eerste slang’ ontmoet (en neen, we kijken er niet naar uit om een tweede exemplaar tegen te komen).
6
bron: foto’s en info op vrijwilligerswerk-india.blogspot.be
Module 3 SELFIE
161
De échte durfal houdt echter een weblog bij! Je kunt het zo gek niet bedenken of er wordt over geblogd! Klim in die pen en geef het wereldwijde web de kans om mee te lezen; deel je visies, je ideeën, je gevoelens, je ervaringen, je artistieke ziel, je humor of gewoon je kijk op de wereld met iedereen die het lezen wil en verrijk eenieder van ons met je hersenspinsels! Vind je het niet fantastisch om de wekenlange reis van je vrienden te volgen via sociale media? Zou het niet nóg leuker zijn om ook kleine anekdotes en specifiekere info te kunnen volgen op de voet? Neem dan eens een kijkje op vrijwilligerswerk-india.blogspot.be en bekijk hoe een klein Facebookberichtje ook een uitgebreide weblog kan worden.
9 Verdeel je klas in groepen en kies een onderwerp waarrond je een weblog kunt bouwen gedurende dit verdere schooljaar (vb. voorbereidingen laatste honderd dagen, zoektocht naar een universiteit/ hogeschool/ studentenkot, eerste ervaringen met autorijden ...). Beperk je weblog tot maximaal vijf pagina's. Zoek één goed gestructureerde boodschap zodat je lezers weten welke kant je op wilt, anders haken ze waarschijnlijk snel af. Vervolgens heb je natuurlijk je eigen site nodig. Er zijn heel veel aanbieders van gratis weblogruimte. De meest bekende zijn WordPress en Blogspot.
(Studie) tips
Een blog schrijven doe ik zo: > Zorg dat je tekst de lezers aanspreekt. Blogs zijn publiek en dus voor iedereen toegankelijk: scholieren, geïnteresseerden, toevallige Google-zoektochten ... Al deze mensen lezen de blog als ontspanning en uit interesse. Het is dus belangrijk dat je tekst aanzet tot lezen en ook interessant is voor iedereen. > Je schrijfstijl hoort informeel te zijn (een blog is immers geen wetenschappelijke publicatie). Probeer je in de lezer te verplaatsen: denk na over de reden waarom jouw onderwerp ook voor de lezer van belang is en bij welke noden het aansluit. > Schrijf een goede titel en intro (doe dit eventueel pas op het einde). De kans is groot dat lezers enkel de titel, en hopelijk ook de intro, zien en op basis daarvan beslissen om wel of niet door te lezen. Zorg dat de titel en de intro duidelijk maken waar je blog over gaat en waarom het voor de lezer van belang is. Een intro is het best kort en krachtig: een drietal zinnen. > Schrijf een tekst die aangenaam is om te lezen. Zorg dat je zinnen niet té lang worden, en gebruik niet al te veel bijzinnen. Tussentitels maken jouw tekst toegankelijker en helpen de lezer jouw tekst beter te verwerken. Ook een of meerdere afbeeldingen maken je tekst aantrekkelijk en nodigen uit tot lezen. > Vraag aan iemand om je tekst na te lezen. Het is altijd een goed idee om je tekst te laten nalezen door vrienden of familieleden die geen voorkennis hebben over het onderwerp. Zij kijken vaak met een andere bril naar jouw tekst en zullen ongetwijfeld enkele opmerkingen geven waar je zelf nog niet aan gedacht had. > Writer’s block? Een leeg scherm maakt het soms erg moeilijk om aan een tekst te beginnen, des te meer als je alle voorgaande tips in gedachten probeert te houden. Begin dan ook gewoon alles neer te schrijven wat je denkt en wat je wilt zeggen over je gekozen onderwerp. Als je dan wat materiaal hebt, kun je dit structureren, uitdiepen en redigeren.
6 162
Module 3 SELFIE
4.2 INVULLEN GRAAG! En dan is het zover. Je vertrekt voor meerdere maanden naar Paraguay in het kader van een uitwisselingsproject. Of je mag een halfjaar aan de Sorbonne studeren. Of je beslist om in Leuven op kot te gaan en te sparen voor een tweedehandswagen. Klinkt geweldig! Maar wat als een onoplettende chauffeur tegen je rechterportier knalt? Maar wat als je het contract voor dat gedroomde kot moet invullen? Of als je met de studentenvereniging een evenement wilt opzetten? We bekijken de papiermolen van dichtbij.
4.2.1 Aanrijdingsformulier 10 Overloop het formulier klassikaal. Je leerkracht geeft uitleg bij onduidelijkheden.
(Studie) tips
Hoe vul ik een Europees aanrijdingsformulier in? • Als de andere bestuurder een aanrijdingsformulier in een andere taal heeft, dan kun je de vertaling volgen op je eigen formulier. De formulieren zijn identiek opgesteld. • Er zijn twee voertuigen betrokken: gebruik één aanrijdingsformulier (het origineel en het doordrukdubbel) (zie blauwe kaft). • Er zijn drie voertuigen betrokken: gebruik twee formulieren ... • Vul het formulier in drukletters in. De plaats is beperkt, dus vermijd schrappen. Noteer zo veel mogelijk gegevens om latere betwisting te vermijden. Vul ter plaatse eerst de voorzijde in en later de achterzijde. Module 3 SELFIE
6 163
11 Bekijk het fragment uit de Franse film Taxi en vul het aanrijdingsformulier voor beide partijen in. Dit aanrijdingsformulier moet je standaard in je voertuig liggen hebben. Het formulier ‘aangifte van ongeval’ krijg je toegestuurd van je verzekeraar nadat deze op de hoogte werd gesteld van de aanrijding.
6 164
Module 3 SELFIE
bron: www.zev.be/images/stories/pdf/Europees_aanrijdingsformulier__voorzijde.pdf
6 Module 3 SELFIE
165
4.2.2 Huurovereenkomst voor een studentenkamer 12 Lees de overeenkomst zorgvuldig en tot de laatste pagina door. Vul alles grondig in.
6 166
bron: www.kuleuven.be/studentenvoorzieningen/huisvesting/pdf/contracten/huurovereenkomst-studentenkamer-1415
Module 3 SELFIE
6 Module 3 SELFIE
167
6 168
Module 3 SELFIE
6 Module 3 SELFIE
169
4.2.3 Een evenement organiseren in je gemeente 13 Vul het formulier in. De redacteur van dit formulier nam het niet zo nauw met spelling. Kruip in de rol van eindredacteur en haal er de spelfouten uit. Geef telkens aan wat het dan wel moet zijn. Doe dit op een apart blad.
bron: www.halle.be/EloketDetail.aspx?id=-301
6 170
bron: www.halle.be/EloketDetail.aspx?id=-301
Module 3 SELFIE
6 Module 3 SELFIE
171
14 Tijd voor reflectie. Beantwoord de onderstaande vragen. a Bereidde je het invullen van de formulieren voldoende voor? b Verzamelde je de nodige informatie tijdig? c Verzorgde je inhoud, opbouw, taal, spelling en handschrift?
6 172
Module 3 SELFIE
5 WAAR JE DE MOED VINDEN KUNT ... De ondraaglijke lichtheid van het bestaan wachtte Steven Gelders thuis op, keer op keer, missie na missie, en dat terwijl zijn omgeving hem net zo sterk vond. Een geboren avonturier was hij voor hen, de man die de wereld aankon, een held ... Of niet soms?
15 Beantwoord eerst vraag a en bekijk dan het fragment uit Café Corsari. a Hoe kun je de titel van het boek in verband brengen met de mate waarin je Steven Gelders ondertussen ‘kent’? Bekijk het fragment van praatprogramma Café Corsari waarin de auteur openhartig vertelt over zijn leven. b Wat zegt de auteur zelf over ‘zijn onzichtbare vijand’? c Op welke manier wordt duidelijk welke hoofdgedachte de auteur wil uitdragen met zijn boek? d Wie kun jij aanduiden als grote boosdoener in Stevens leven? e Op welk niveau maakt Steven Gelders een mentale selfie? f Deel je mening over het maken van mentale selfies en de gevolgen ervan met je klasgenoten in een klasgesprek. g Op welke manier versterken woord en beeld elkaar tijdens dit fragment? h Wat zegt het non-verbale gedrag van de gesprekspartners over de geladenheid van het thema?
16 Tijd voor reflectie. Heb je aandacht getoond voor het non-verbale gedrag van de spreker? Denk hierbij aan stijl, lichaamshouding, lichaamstaal en gebaren. Kon je het fragment linken aan je voorkennis en aan ander materiaal dat je reeds verzamelde over het thema? Bespreek.
6 VERHALEN VAN VROEGER 6.1 DE MOEDIGE, OF DE DURFAL? Terwijl de ene een selfie neemt -al dan niet mentaal-, bekijkt, wat bijwerkt en herbekijkt vooraleer hem op de sociale netwerksites te gooien, zal de andere fotograferen en posten en fotograferen en posten en ... vooral gewoon doen, niet te veel denken, want het leven is aan de durvers, niet? Ook dat fenomeen is van alle tijden, denk maar aan de Vijftigers. Selfies nam deze groep kunstenaars nog niet, maar ze bekeken kunst en het individu op een heel eigen manier. Zijn wij spontaan in het nemen van een selfie, dan gebruikten zij diezelfde spontaneïteit al in hun kunst.
6 Module 3 SELFIE
173
17 Lees onderstaande tekst en los daarna de vragen op. Markeer onbekende termen met een fluostift. Begrijp je ze niet uit de context? Zoek ze dan op in een woordenboek. Een nieuwe generatie dichters. Voor hen is het spontane proces van het dichten belangrijker dan het product. Hun gedichten zien er dan ook heel anders uit dan men gewend is. Alles moest anders: experiment en spontaniteit in de poëzie van Vijftig In 1949 bezorgde een sjofel geklede Amsterdamse jongen een pakketje gedichten bij uitgeverij De Bezige Bij. Het waren onconventionele gedichten, dat wist hij ook wel, maar hij had ze móéten schrijven, en nou moesten ze maar gelezen worden ook. Maar de dienstdoende redacteur dacht daar anders over. Maandenlang hoorde de jongen niets: het manuscript bleef maar in de bureaulade van de redacteur liggen, naar achteraf bleek omdat hij dacht dat alleen een krankzinnige zulk werk kon maken. Toen uiteindelijk een andere uitgeverij wel een bundel van de vermeende krankzinnige had uitgegeven, ging De Bezige Bij overstag. Pas toen, in 1952, verscheen Luceberts apocrief/de analphabetische naam ... Daarna ging het snel: de onbekende jongen die in 1949 zijn pakketje bij De Bezige Bij afleverde, was drie jaar later uitgegroeid tot de onbetwiste voorman van een ophefmakende club jonge dichters, de Vijftigers. Zijn poëzie, die zo kort geleden nog voor gekkenwerk was gehouden, bleef onconventioneel, maar dat nam niet weg dat steeds meer lezers hun aanvankelijke weerzin overwonnen, omdat ze begrepen dat hier een jonge dichter stem probeerde te geven aan een generatie die in de Tweede Wereldoorlog volwassen was geworden. Een generatie die vond dat het allemaal helemaal anders moest. De dichters uit deze beweging (o.a. Remco Campert, Gerrit Kouwenaar, Jan Elburg, Simon Vinkenoog) verzetten zich tegen de oude normen en waarden die na de oorlog opnieuw gekoesterd werden, ook in de kunst. Zozeer week de poëzie van de dichters van Vijftig af van wat toen de norm was dat veel lezers (onder wie de redacteur van De Bezige Bij) aanvankelijk niet inzagen waarom dit soort werk nog poëzie of literatuur genoemd kon worden. Zoals het werk van - met de Vijftigers verwante en bevriende - COBRAschilders Karel Appel en Corneille volgens veel critici slechts geklodder was dat hen nog het meest deed denken aan de onhandige en onmachtige tekeningen van jonge kinderen of zwakbegaafden, zo werd de poëzie van de Vijftigers aanvankelijk vooral vergast op reacties van het type ‘dat kan mijn dochter van zeven ook’. Neem deze regels van Lucebert, die weinig hebben van de verheven taal die men vroeger voor poëzie gebruikte: de dichter hij eet de tijd op de beleefde tijd de toekomende tijd hij oordeelt niet maar deelt mede van dat waarvan hij deelgenoot is Een paar typische kenmerken van de Vijftigers komen hier naar voren: het loslaten van interpunctie en grammatica, en van een vaste versvorm (zoals het sonnet bijvoorbeeld). In dit opzicht grijpen de Vijftigers terug naar de historische avant-garde; ook zij propageren experimentele poëzie.
6 174
Het woord ‘experimenteel’ werd overigens door de Vijftigers van een bijzondere extra betekenis voorzien - een tweede kenmerk van hun opvattingen over literatuur. Wanneer zij hun eigen poëzie als ‘experimenteel’ typeerden, dan
Module 3 SELFIE
hadden zij daarbij het Engelse woord in gedachten waarvan ‘experiment’ is afgeleid: experience, ondervinding. Experimentele poëzie is voor de Vijftigers proefondervindelijke poëzie, wat betekent dat het in de poëzie eigenlijk draait om de ervaring opgedaan tijdens het dichten. Niet het product is het belangrijkst, maar wat men ervaart (ondervindt) bij het maken ervan. Eenvoudig gezegd: als de Vijftiger een gedicht schrijft, doet hij dat niet omdat hij zo mooi, adequaat of helder mogelijk wil formuleren wat hij denkt of voelt. Wat hij denkt of voelt, weet hij immers al. Waar hij benieuwd naar is, is wat er in het spontane scheppingsproces dat dichten voor hem is aan nieuws ontstaat. Daarmee samen hangt het derde aspect, namelijk dat Vijftigers in hun poëzie streven naar spontaneïteit. In het hiernaast geciteerde fragment is te zien dat na ‘beleefde tijd’ waarschijnlijk spontaan, vrij associërend ‘toekomende tijd’ volgde: in het dichten over de tijd kwamen de op school geleerde rijtjes wellicht bovendrijven. De spontaneïteit was zo belangrijk omdat in de oorlog gruwelijk duidelijk was geworden wat er gebeurt als je vastliggende constructies oplegt aan de werkelijkheid. Als reactie daarop keren de Vijftigers zich tegen het rationele, zoals het denken in zwart-wittegenstellingen (goed/ slecht, geest/lichaam, goddelijk/aards) en de hiërarchie die zulke tegenstellingen aanbrengen. Ze willen dit soort denken juist doorbreken; voor hen staat het goddelijke niet boven het aardse, de geest niet boven het lichaam. De Vijftigers zien de poëzie als een bevrijdende kracht voor alle levensterreinen. Er staat hen niet alleen een literaire omwenteling voor ogen, maar een totale reorganisatie van het leven en het bewustzijn. bron: www.literatuurgeschiedenis.nl, de koninklijke Bibliotheek Den Haag
a Wie is de sjofele dichter? b Waarom was deze poëzie zo anders? Welke maatschappelijke gebeurtenis had hier een invloed op? c Maak een overzicht van de kenmerken van deze poëzie aan de hand van de tekst. Op welke vlakken wijkt de poëzie van deze jonge dichters af van het gangbare? d Wat is voor jou poëzie? Ga in groepjes zitten en probeer een definitie te zoeken. Wanneer is een gedicht een gedicht?
6.2 ZIJ DIE KIEKJES NEMEN, ZIJ DIE KUNST MAKEN! Naast de jonge poëten waren er uiteraard ook nog schilders die zich tot deze stroming en deze manier van kunstuiting bekeerden. Zij lieten zich inspireren zonder een voorafgaand plan, zij maakten kunst daar waar zelfs intellectuelen ze eerst niet vinden zouden ...
6.2.1 'Rebellen' uit Copenhagen, Brussels & Amsterdam verenigd 18 Lees de tekst om te achterhalen wat deze groep schilders met de Vijftigers gemeen had en schets door middel van een chronologische mindmap hun ontstaan, evolutie en gedachtegoed! Werk hiervoor in groepjes. Van onze redactie
CoBrA werd opgericht op 8 november 1948 in Parijs op initiatief van de Belgische schrijvers/kunstschilders Christian Dotremont en Joseph Noiret en was een nieuwe internationale vereniging van zowel kunstschilders als literatoren. De naam CoBrA is opgebouwd uit de beginletters van de hoofdsteden waar de kunstenaars en oprichters van deze kunstenaarsgroep vandaan kwamen: K(C)openhagen, Brussel en Amsterdam.
De oorspronkelijke CoBrA-leden kwamen uit Denemarken: Asger Jorn, uit België: Christian Dotremont, Joseph Noiret, uit Nederland: Karel Appel, Corneille en Constant. In eerste instantie bestond de vereniging van aangesloten kunstenaars alleen maar uit Denen, Belgen en Nederlanders, maar later sloten zich ook Duitsers aan van de groep 'Meta'. CoBrA bloeide slechts kort, maar hevig. ‘Geklad, geklets en geklodder in het Stedelijk Museum’. Dat Module 3 SELFIE
6 175
Van onze redactie
schreef een criticus in 1949 over de eerste grote CoBrA-tentoonstelling. Toen na de opening een avond over experimentele dichtkunst uitmondde in een vechtpartij, werd de toenmalige museumdirecteur Willem Sandberg sterk bekritiseerd. Hij bleef echter achter de provocerende CoBrA-kunstenaars staan. Door onenigheid en nare ziektes van Jorn en Dotremont werd in 1951 de vereniging CoBrA alweer opgeheven.
Gedachten achter CoBrA
CoBrA keerde zich tegen het academisme, dat in haar ogen te veel de beeldende esthetische wetten propageert en ook tegen schilderkunst, waarin te veel de nadruk wordt gelegd op het intellectuele. CoBrA was mede een antireactie op of, anders gezegd, een protest tegen de Tweede Wereldoorlog, dat zichtbaar had gemaakt waar 'het intellect' toe in staat is. In de jaren na de Bevrijding en gedurende de Koude Oorlog wilde CoBrA nieuwe wegen verkennen – vandaag zouden wij zeggen: anarchistische en alternatieve wegen. De CoBrA-leden effenden het pad voor het latere situationisme en Fluxus. Inspiratie kon wat betreft de CoBrA-kunstenaars beter worden gehaald uit de nog pure en onschuldige kindertekening. Het waren vooral spontaniteit en fantasie die de kunst van de CoBrA-kunstenaars kenmerken. De beweging keerde zich tegen de belemmerende academieregels van het realisme en experimenteerde volop met materialen en met samenwerkingsvormen tussen schilders, dichters en beeldhouwers. Omdat CoBrA-kunstenaars tot directe 'onbedorven uitingen' wilden komen, werkten zij bij voorkeur zonder vooropgezet plan. De kunstenaars lieten zich tevens inspireren door de kunstwerken van Jean Dubuffet en Joan Miró en door de primitieve kunst uit Nieuw-Guinea.
Kunstenaars van CoBrA
Tot de CoBrA-groep traden naast de eerder genoemde initiatiefnemers de volgende kunstenaars toe, uit Denemarken: Else
6 176
Module 3 SELFIE
Joan Miró
Jean Dubuffet
Alfelt, Mogens Balle, Ejler Bille, Egill Jacobsen, Henry Heerup, Erik Ortvad, Carl-Henning Pedersen en de schrijvers Uffe Harder en Jørgen Nash. Uit België, de schrijvers Hugo Claus en Marcel Havrenne en de kunstschilders Pierre Alechinsky, Pol Bury en Louis Van Lint, verder de etnoloog Luc de Heusch en de musicus Jacques Calonne. Uit Nederland (Amsterdam) sloten zich Eugene Brands, Lucebert, Anton Rooskens, Jan Nieuwenhuijs en Theo Wolvecamp zich bij CoBrA aan. Uit Duitsland, de kunstschilder Karl Otto Götz en zijn collega's uit de Meta-groep, zoals de beeldhouwer Shinkichi Tajiri, de Engelse kunstschilder Stephen Gilbert, de Franse kunstschilders Jean-Michel Atlan en Jacques Doucet en de schrijvers Édouard Jaguer en Michel Ragon.
bron: www.artsalonholland.nl/kunst-stijlen/cobrakunst
6.2.2 Karel Appel in actie 19 Bekijk het filmpje over Appel en schrijf op wat hij zelf over zijn kunst vertelt. Strookt dit met de idealen en waarden van de Vijftigers?
6.2.3 Spreek als een kunstenaar
Karel Appel
1921-2006 Nederlandse kunstschilder en beeldhouwer
20 Kies een kunstenaar uit een van beide groepen, Vijftigers of CoBrA. Bespreek aan de hand van een powerpointpresentatie de belangrijkste kenmerken van deze kunst.
Conclusie? - Wat kun je meegeven als werkpunten? - Wat moet behouden worden?
De houding van de spreker was: - aangepast
Het taalgebruik was: - gepast (voor de doelgroep) - verzorgd
De PPT ondersteunde wat werd gezegd.
De gegeven informatie in de dia’s was: - relevant - in kernwoorden geformuleerd - duidelijk
Alle dia’s waren: - duidelijk leesbaar - overzichtelijk - uniform (kleur, opmaak ...)
21 Evalueer je eigen PPT en die van je klasgenoten.
onvoldoende voldoende goed zeer goed toelichting
6 Module 3 SELFIE
177
7 SELFIES, DE HEDENDAAGSE BIOGRAFIE?
Vroeger hadden mensen niet de keuze die wij nu hebben om iemand voor te stellen aan de buitenwereld. Schrijven was vaak de enige oplossing. Heb je er al eens aan gedacht om al de selfies die je maakte met bijbehorende statusupdates achter elkaar te kleven? Juist ja, dan verkrijg je een mooie autobiografie! Jammer toch dat die technologische hoogstandjes er nog niet waren toen wij geboren werden.
6 178
Module 3 SELFIE
22 Lees de verhelderende tekst hieronder en vul de hiaten aan. Kies uit onderstaande woorden. Geef nadien een verklaring voor deze termen. Welke leesstrategie paste je toe? wetenschappelijke - non-fictie - leven - discours - polemiek - secundaire - genre Een biografie is een beschrijving van iemands _______________________________ . Letterlijk komt de term uit het Grieks. Het komt van bio, wat ‘leven’ betekent, en van graphia, wat staat voor ‘beschrijving’. De laatste tijd verschijnen er steeds meer biografieën in de boekwinkels. Ook in landen als Engeland en Frankrijk wint het _______________________________ aan populariteit. Biografieën krijgen veel aandacht in de Nederlandse pers. Er is zelfs een biografieprijs ingesteld, genoemd naar Erik Hazelhoff Roelfzema. In 2012 werd deze tweejaarlijkse prijs uitgereikt aan Eva Rovers voor haar biografie over Hélène Kröller-Möller, oprichtster van het gelijknamige museum.
Door de vergrote interesse in de biografie is het goed eens stil te staan bij de manier waarop deze geschreven worden in Nederland. De biografie wordt in de literatuur meestal onder de categorie _______________________________ geplaatst. Niettemin is er in ons land weinig belangstelling voor reflectie over de wijze waarop biografieën tot stand komen. Er zijn relatief weinig studies verschenen die kunnen bijdragen aan theorievorming op dit terrein, zoals onderliggende methodiek en onderzoeksvragen. In 1998 al schreef Michael Zeeman in het blad Feit&Fictie dat de ‘recente Nederlandse biografieën rampzalig slecht zijn wegens gebrek aan een volwassen _______________________________ over het wezen van de biografie.’ Hiermee bedoelt hij dat er weinig _______________________________ is in de wereld van de biografieën. Maar ook het feit dat er in biografieën nauwelijks wordt verwezen naar gekozen methodiek. Enkele uitzonderingen daargelaten uiteraard. Hierbij kan worden gedacht aan de werken van Johan Huizinga, Jan Romein en Sam Dresden, die nog altijd als gezaghebbend doorgaan.
Hans Renders heeft over het ontbreken van deze biografietraditie een interessant artikel geschreven. Hier verkent hij in hoeverre in Nederlandse biografieën sprake is van theorievorming. Het artikel heeft ook niet voor niets de ondertitel ‘waarom een biografie geen roman is’. Dit geeft duidelijk aan dat een biografie niet gezien moet worden als fictie en daarom een _______________________________ aanpak verdient. In de ons omringende landen is dit anders. Hier is wel sprake van een biografietraditie. In landen als Engeland en de VS is dan ook een grote stroom aan zogenaamde _______________________________ literatuur ontstaan. Dit zijn werken die ingaan op onderzoeksvragen en methodes, waardoor discussie op gang gebracht kan worden. Het gemis hiervan in de Nederlandse literaire traditie zou een mooie aanleiding tot nader onderzoek kunnen zijn. bron: www.biografiebulletin.nl/een-biografie-wat-is-dat-precies
6 Module 3 SELFIE
179
8 SNOEPFRAGMENTEN 23 Lees de onderstaande gedichten. Waaruit kun je grofweg afleiden dat deze gedichten van de hand van Vijftigers zijn?
De analphabetische naam de schoonheid van een meisje ik tracht op poĂŤtische wijze wij zijn gezichten nu na twee volle ogen vlammen bed in mijn hand ik ben met de man en de macht eten als het komt toen wij met een witte motor vlees sneden er is ik en er is in de hitte er is alles in de wereld het is alles dit is mijn poppenpak bron: Lucebert, De analphabetische naam. In: Lucebert, verzamelde gedichten
Een winteravond Lang zitten kijken hoe de verkankerde stam van de oude vlier verbrandde niet na te vertellen dit trage eenzelvige afscheid deze vanzelfsprekende geboorte van as en niet te rijmen hoe onderwijl naast de tijd in een belendend dichtgesneeuwd heden de zevenslaper ontwaakte en de radio het lied zong van de fonkelende beker en hoe later de witte kamer zwarter en later dan ooit was en het lichtgevend horloge zijn adem inhield, luisterend naar de onsterfelijke klok van de houtworm bron: Gerrit Kouwenaar, Een winteravond. In: Vallende stilte
6 180
Module 3 SELFIE
Zondag Zondag had ik me voorgesteld in de hangmat door te brengen tussen de stevige stammen van de bomen dicht boven de aarde en van de hemel ver genoeg verwijderd om me een mens op zijn plaats te voelen. Maar het regende. bron: Remco Campert, Zondag. In: Bij hoog en bij laag
6 Module 3 SELFIE
181
9
Literatuurportfolio VERFILMD BOEK Boeken of scenario's worden vaak verfilmd. Als huislectuuropdracht ga je een boek met de verfilming vergelijken.
9.1 HUISLECTUUR VERFILMD BOEK Identikit: Naam student: _____________________________________________ Klas: _________________________ Vak: Nederlands
Datum: _________________________ Lkr.: ________________________________________ Punten: ________ / 20
24 Los de volgende vragen over het gelezen boek zo uitgebreid mogelijk op. Voor deze opdracht is het uiteraard van belang dat je ook de film bekijkt! Primaire gegevens van het boek en de film Titel: ______________________________________________________________________________________________________ Auteur: ___________________________________________________________________________________________________ Uitgever: __________________________________________________________________________________________________ Jaar van uitgave (laatste druk): __________________ Is er een opdracht? (Voor wie schreef de auteur het boek? Dit vind je meestal in het colofon terug.) ___________________________________________________________________________________________________________ Is er een motto of leuze? Welk? Waaruit is het afkomstig? ___________________________________________________________________________________________________________ ___________________________________________________________________________________________________________
Titel film: _________________________________________________________________________________________________ Regisseur: _________________________________________________________________________________________________ Belangrijkste rollen en acteurs: ___________________________________________________________________________
6 182
Module 3 SELFIE
b Is de opbouw van het handelingsverloop verschillend? Zijn er bijvoorbeeld inkortingen of uitbreidingen, is de tijdsvolgorde gewijzigd, zijn er belangrijke personages weggelaten of toegevoegd, is het hoofdconflict gewijzigd, is er een andere ontknoping? Waarom?
VERHA
a Is de verteller of het vertelperspectief veranderd? Waarom?
NALY ALA SE
c Zijn er plaatsen van handeling veranderd? Waarom? d Is de handeling verplaatst naar een andere historische tijd? Waarom? e Vervullen de hoofdpersonages en nevenpersonages vergelijkbare of heel andere functies? Waarom? f Is de manier verschillend waarop de hoofdpersonages en belangrijkste nevenpersonages uiterlijk worden getypeerd? Waarom? g Is de manier verschillend waarop de innerlijke karakterisering van de hoofdpersonages en belangrijkste nevenpersonages plaatsvindt? Waarom? h Zijn de dialogen letterlijk overgenomen of bewerkt tot spreektaal? Waarom? i Is er verschil in levensechtheid tussen de hoofdpersonages en de nevenpersonages in de roman en zijn verfilming? Waarom? j Is de spanningsopbouw anders? Wat zijn daarvan de gevolgen voor je kijkervaring? k Is het centrale thema veranderd? Waaraan ligt dat? l Wat vond je beter, de roman of zijn verfilming? Motiveer je antwoord.
9.2 RECENSIE 25 Zoek een recensie van deze verfilming (dus niet van het boek!) en beoordeel die op basis van de theorie over de recensie in de TaalKlapper. Pen je beoordeling in een vijftiental zinnen neer.
6 Module 3 SELFIE
183
1300
1310
1320
1330
1340
1350
1360
1370
1380
1390
10 TIJDSBAND 1100 1490
1110
1480
1400 1120
1130
1470
1140
1460
1150
1450
1160
1440
1170
1180
1190
1430
1420
1410 1200
1500 1290
1280
1270
1260
1250
1240
1230
1220
1210
1300
1510
1520 1310
1530 1320
1540 1330
1550
1340
1350
1560 1360
1570 1370
1580 1380
1590 1600
1390 1400
1690 1700
1680
1670
1660
1650
1490
1480
1470
1460
1450
1510 1720
15201730 1530
1540 1740
1550 1750
1640
1630
1620
1440
1430
1420
1410
1560 1760
15701770 1580
1590 1780
1610
1500
1710
1790 1600
1690
1890 1700 Gerrit Kouwenaar, 1923-2014. Een winteravond (2008)
1880
1900
1710
1680
1670
1870 Remco Campert, °1929. Zondag 1720 1730 (1959)
1660
1860
1650
1850
1740
1640
1840
Lieve Joris, °1953. Dans van de luipaard 1750 1760 (2008)
1630
1620
1800
1610
1830
1820
1810
Steven Gelders. Mijn onzichtbare 1780 1790 vijand (2014)
1770
1800
1910 Lucebert, 1924-1994. De analphabetische 1900 naam (1952)
1923 1924 1929 1890
1940 1948
CoBrA, avantgardebeweging (19481880 1860 1951) van 1870 kunstenaars uit Denemarken, België en Nederland
1953
1960
1970
1980
de Vijftigers, literaire beweging in Nederland en België getrokken 1850 door 1840 1830 als Hugo 1820Claus 1810 jonge dichters en Gerrit Kouwenaar, gekenmerkt door experiment en spontaniteit
1820 2020 1910
1923 1924 1929
1990
1940 1948
1953
1960
1970
1980
2000
2010
1990 2000
6 184
Module 3 SELFIE
1820 2020
2010
• idiom
a
•
l
e
z ja
Sprach e • e
yk • langu
gu
ag
n
•
• p
ra
k
eli • • ki
Я3 b
lK
1 TAALREGISTERS: TRAP NIET IN DE VAKJARGONVAL!
s
in TAAL
og
a
C. Wegwijs
•
r sp
Je kent ze wel, de reclames die je veel moeilijke woorden beloven waarvan je nooit eerder hoorde. Fantastisch toch, vakjargon! De ideale stunt om je product aan de man te brengen, of niet?
1 Bekijk de twee filmpjes en los de vragen op. a Heeft het gebruik van moeilijke termen een positieve of een negatieve invloed op jouw koopgedrag? b Kan het gebruik van vakjargon nuttig zijn? Waarom (niet)? c Wanneer is vakjargon, volgens jou, uit den boze?
2 Lees het onderstaande tekstje en los de vragen op. a Zoek de knelpunten. b Welke woorden vormen een struikelblok voor een gebruiker die niet op de hoogte is van het ambtelijke vakjargon? c Herschrijf het fragment zodat iedereen het goed begrijpen kan. d Bekijk je herschreven tekst. Wat heb je vooral veranderd?
Wat gebeurt er indien ik mijn aangifte te laat indien? Indien u uw aangifte niet hebt teruggezonden binnen de erop vermelde termijn, kan de administratie overgaan tot de procedure van aanslag van ambtswege, wat tot gevolg heeft dat de bewijslast voor de in uw naam in aanmerking te nemen elementen naar u wordt verlegd. In verband hiermee wordt eraan herinnerd dat een regelmatige aangifte rechtsgeldig is tot het tegenbewijs. Bovendien beschikt de administratie over een langere termijn om uw fiscale toestand te regelen; in principe 3 jaar vanaf de eerste januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, en zijn administratieve sancties van toepassing.
3 Ga op zoek naar een vakblad over het beroep dat je later wilt beoefenen. Selecteer een artikel dat je leuk vindt en ‘vertaal’ het fragment zodanig dat het jargon vervangen wordt door een tekst die door iedereen goed begrepen wordt.
6
© Professional Media Group
Module 3 SELFIE
185
2 JE GESCHIEDENIS ACHTERNA Vroeg jij je weleens af hoe je aan je familienaam gekomen bent, wanneer en hoe die naam ontstaan is en ... waarom? Een beetje geschiedenis maakt je wegwijs in een stukje van wie jij bent!
2.1 EEN STUKJE GESCHIEDENIS Germaanse volkeren die sinds de 5e eeuw in het huidige België en Nederland woonden, de Franken, de Friezen en de Saksen, hadden een eennaamsysteem. Eén naam volstond, omdat bijna iedereen een verschillende naam kreeg. Later, in de middeleeuwen, is dat eennaamsysteem beetje bij beetje in verval geraakt en geleidelijk aan werd het vervangen door een tweenamensysteem, bestaande uit een voornaam en een toenaam. De oorzaak hiervan vinden we terug bij de invoering van het christendom, bij verarming van het naamsysteem door vernoeming, bij onderscheidingsdrang, bij toename van de bevolking in de steden en door het willen typeren van de medemens. Een beetje uitleg: Het christendom Na de invoering van het christendom in de vroege middeleeuwen verdwenen veel Germaanse persoonsnamen. Hoewel het pas na het concilie van Trente (15451563) verplicht werd om een christelijke doopnaam te dragen, gaf men toch vaak de voorkeur aan een naam uit de Bijbel. Heel wat vreemde namen werden in deze tijd geïntroduceerd: Hebreeuwse (bv. Johannes), Griekse (bv. Stefaan), Latijnse (bv. Marcus). Ook bleven heel wat Germaanse namen alleen behouden indien er heiligen met deze namen waren, vb. Bernard werd Bernardus. Door het gebrek aan voldoende heiligennamen kreeg een groot aantal mensen echter dezelfde naam. In de 10e eeuw waren er bijvoorbeeld in Gent voor 287 mensen nog 259 verschillende namen; maar in de 13e eeuw droeg een derde van de mannen de namen Johannes, Nicolaus of Wilhelmus. Het beperkte aantal beschikbare namen vormde een belangrijke oorzaak voor de afbraak van het eennaamsysteem. Om de vele personen die Jan of Willem heetten van elkaar te kunnen onderscheiden, werd een tweede naam toegevoegd, bv. Jan Jans sone > Janssen (zoon van Jan); Wilhelmus de Smet. Verarming door vernoeming Het Germaanse naamgevingssysteem verarmde door mechanische vernoeming: vader en (oudste) zoon kregen dezelfde naam. In de hoge middeleeuwen (1000-1250) werd vernoeming een mode bij adellijke families. Bepaalde namen werden van generatie op generatie overgedragen: vb. Boudewijn bij de graven van Vlaanderen. Van de adel zakte de mode af naar de lagere adel, naar de hogere burgerij en ten slotte ook naar de gewone mens in de straat. Onderscheidingsdrang Een andere aanleiding tot uitbreiding van het eennaamsysteem was de behoefte van de hogere standen om zich te onderscheiden van het volk. De adel was de eerste groep die een geografische toenaam aannam, waarin op het feodale bezit gewezen werd, bv. (1296) dominus Johannes de Berthoudt dictus de Berlaer (de Berthouts hadden heel wat bezittingen in de omgeving van Berlaar).
6 186
Module 3 SELFIE
© Het Huis van Alijn
Het Franse de en het Duitse von als aanloop in familienamen wijzen overigens op adellijke afkomst, bv. d’Udekem de Guertechin, von Droste zu Hülshoff. De mode van de tweenamigheid waaide over naar de burgerij: ook de burgers uit de steden begonnen een tweede naam toe te voegen. Die toenaam hoefde niet noodzakelijk geografisch van aard te zijn, maar kon ook de naam van de vader zijn, bv. Wolther, Bruyns soen ‘Wouter, de zoon van Bruin’. Bevolkingstoename in de steden Een vierde factor is de opkomst van de steden en de enorme bevolkingstoename die daarmee gepaard ging vanaf de 12e eeuw. Doordat de namenvoorraad tegelijkertijd verarmde, ontstond een praktisch naamgevingsprobleem, dat werd opgelost door over te schakelen op een tweenamensysteem. Het typeren van de medemens Het typeren van de medemens is een motief dat van alle tijden is. Het identificeren en typeren van de medemens gebeurt niet alleen op grond van herkomst (bv. Van Brussel, Van de Velde), maar ook op basis van het beroep (bv. Desmet, Bakker, Cuypers) of van opvallende fysieke en psychische eigenschappen (bv. De Wilde, De Groot, Roobaert). Dit zijn types die overal ter wereld voorkomen, allicht niet minder bij onze voorouders dan elders. bron: www.naamkunde.net/?page_id=161
4 Ga in de tekst en op het internet op zoek naar de vier groepen waarin we familienamen kunnen onderverdelen. Plaats de groepen in een schema en licht kort toe. Aan welke bronnen heb je afgetoetst? Noteer die bronnen. Schematiseer vervolgens de evolutie van het eennaamsysteem naar het tweenamensysteem aan de hand van voorbeelden.
5 Ga in groepjes van vier zitten. Probeer elkaars familienaam toe te wijzen aan een van de vier categorieën. Help elkaar vervolgens om ieders familienaam te verklaren.
2.2 OORSPRONG VARIATIE
Waar komt de variatie in onze familienamen vandaan? Familienamen zijn historische taalvormen. Ze zijn ontstaan uit soortnamen, in een tijd toen het Nederlands nog geen eenheidstaal was. Ze weerspiegelen dan ook de variatie die er in het oudere Nederlands was. Na de officiële registratie van onze familienamen in 1795 (België) kon er aan hun vorm niets meer veranderen: sindsdien zijn het versteende taalvormen. Er zijn vier soorten variatie: 1 Spellingvariatie De spelling van de Belgische familienamen ziet er archaïscher uit dan
6 Module 3 SELFIE
187
Denayer
de schrijfwijze van hun Nederlandse tegenhangers. In namenparen als Cuypers/Kuiper, Van Dijck/Van Dijk, Claessen/Klaassen, De Graef/De Graaf, Vandenberghe/Van den Berg, Somers/ Zomer, De Craecker/De Kraker e.d. zal men zonder moeite de eerste naam als de Belgische, de tweede als de Nederlandse schrijfvariant herkennen. De grens tussen de spellingen c/k, uy/ui, ck/k, ae/aa, gh/g, s/z enz. in familie namen valt in grote mate samen met de staatsgrens tussen België en Nederland. 2 Vormvariatie Iedere eigennaam bevat een grondwoord dat oorspronkelijk een soortnaam was. Met die soortnaam kon op verschillende manieren een familienaam worden gevormd. Een voorbeeld: de talrijke familienamen die het grondwoord dekker bevatten, zijn morfologisch te herleiden tot vier types: de-dekker (lidwoord in de nominatief + grondwoord), den-dekker (lidwoord in de accusatief + grondwoord), dekker-s (grondwoord + genitiefuitgang -s) en dekker (grondwoord). Deze vier types zijn niet willekeurig verspreid over het Nederlandse taalgebied, maar zijn streekgebonden. 3 Klankvariatie De moderne familienamen bevatten heel wat variatie op het gebied van de
6 188
Module 3 SELFIE
Van Dijck/Van Dijk
Slagmulder/Olieslagers
klanken. Bijvoorbeeld de familienamen Koster, Custers, Ceusters en Cuysters gaan alle vier terug op het woord voor ‘koster’. Deze klankvariatie is te verklaren uit de nauwe band tussen dialecten en familienamen. In de eeuwen waarin onze familienamen zijn gevormd, was er nog geen Nederlandse standaardtaal, maar bestond het Nederlands uit een verzameling dialecten. Bij de familienaamvorming kwamen elementen uit de dialecten in de namen terecht. De soortnaam ‘koster’ bv. had in de dialecten verschillende klankvarianten: koster, kuster, keuster en kuister. In de regio's waar men koster zei, werd deze klinker op de familienamen overgedragen. In de gebieden waar men het in het dialect over een kuster, keuster of kuister had, ontstonden de naamvormen Kusters, Ceusters en Cuysters. 4 Lexicale variatie De moderne familienamen vertonen streekgebonden lexicale variatie. Anders dan in het Standaardnederlands heeft ieder dialect zijn eigen woordenschat. Die dialectwoorden zijn deels bewaard in de familienamen. Voor het begrip ‘kleermaker’ bv. zijn er vier regionale woorden in gebruik geweest: naaier (familienamen Denayer, Denaeyere e.d.), sutter (familienamen De Zutter, Sutter, De Sitter e.d.), snijder (familienamen Snijers, Snieders e.d.) en schreuder (familienamen Schreurs, Schreuder e.d.).
Onze familienamen leren ons iets over de oudere woordenschat van het Nederlands. De soortnamen waarop ze teruggaan, werden gebruikt op het ogenblik dat de familienamen ontstonden, maar kunnen uit de hedendaagse woordenschat verdwenen zijn. Zo is de benaming voor het verdwenen beroep ‘olieslager’ bewaard in de familienamen Slagmulder/ Olieslagers. De ruimtelijke verdeling van de lexicale varianten kan ook gewijzigd zijn in de loop der eeuwen. De verspreiding van de familienamen die teruggaan op het slagersberoep, nl. Beenhouwer/ Vleeshouwer/ Slegers, stemt niet (meer) overeen met de huidige verspreiding van deze woorden in het taalgebied. Waar en wanneer? De ontwikkeling van vaste achternamen verloopt geleidelijk. In Vlaamse steden als Brugge en Gent hebben de meeste burgers al in de 14e en 15e eeuw vaste achternamen. In Brabant en Limburg ontstaan vaste geslachtsnamen iets later dan in het graafschap Vlaanderen. Wanneer zijn onze familienamen officieel vastgelegd? Onze familienamen zijn officieel vastgelegd in de Franse tijd: in België gebeurde dat in
Decoster/Dekoster
1795, in Nederland in 1811. In Nederland doen er verhalen de ronde over het aannemen van belachelijke achternamen in die tijd als protest tegen de Franse overheersing. Sindsdien kan er, tenzij om gewichtige redenen, niets meer aan de spelling van de namen gewijzigd worden en kunnen er ook geen nieuwe namen meer worden gevormd. Het aantal familienamen kan enkel worden uitgebreid door migratie van buitenlanders met niet-Nederlandse namen naar België of Nederland, bijv. de Italiaanse familienaam Di Rupo in Wallonië.
bron: www.marynissen.org/variatie.html
6 Orden de namen van je klasgenoten en je leerkrachten binnen de verschillende variaties op familienamen. Motiveer je keuzes en overhandig aan je leerkrachten deze leuke weetjes over hun naam.
2.3 WAT ZEGT DE WET ...
Zo kloppen er ook heel wat burgers jaarlijks aan bij de Federale Overheidsdienst Justitie om een procedure te starten om van naam te veranderen. ‘De naamsverandering is een uitzonderlijke maatregel die moet berusten op ernstige motieven. De persoon die zijn naam wenst te veranderen, moet er een objectief belang bij hebben’, aldus de overheidsdienst. De meeste aanvragen worden klaarblijkelijk ingegeven door de familiale situatie in de meest brede
zin, zoals verlating, zwaar geweld en zedenfeiten. Ook personen van vreemde afkomst die verschillende nationaliteiten hebben en met administratieve, praktische of sociale problemen te maken krijgen, doen vaak een beroep op die procedure. Belgiciseren Elk jaar gebruiken Belgen de procedure van naamsverandering om hun naam te 'belgiciseren'. Zo werden
6 Module 3 SELFIE
189
namen als 'Mohammad', 'Locorotondo' en 'Dauletmurzayev' veranderd in 'Devolder', 'Wuyts' en 'Daul'. Ook worden er jaarlijks namen veranderd die dezelfde zijn als die van criminelen, zoals mensen met de naam 'Dutroux', 'Pandy' of 'Nihoul'. Ten slotte lieten de afgelopen jaren mensen met familienamen zoals 'Calcoen', 'Doms', 'Tóth' of 'Poep' hun naam veranderen. Procedure De minister van Justitie bekijkt elk geval apart. Wanneer een aanvraag wordt geaccepteerd, kost een verande-
ring van de familienaam in principe 49 euro per begunstigde. De verandering van een voornaam kost 490 euro. In bepaalde gevallen, zoals hatelijke en belachelijke voornamen of minimale aanpassingen, kan de prijs verlaagd worden. De FOD Justitie kan niet bevestigen hoeveel mensen die een procedure opstartten, effectief hun naam veranderden. bron: justitie.belgium.be/nl/themas_en_dossiers/personen_ en_gezinnen/naamsverandering
Wat betekenen onze familienamen? Als mensen vragen ‘Wat betekent mijn familienaam?’ willen ze eigenlijk de historische, de etymologische betekenis van hun naam kennen. Volgens dit criterium kunnen we verschillende typen familienamen onderscheiden.
7 Beantwoord de onderstaande vragen. a Ga op zoek naar ‘schaamnamen’, vb. K. Bouter, Connie Comen, S.M. Kelders, Anna Nas, Charrel Kip ... b Herlees de wetgeving van naamsverandering bij voornamen op het internet. c Vergelijk welke optie wettelijk gunstiger is voor mensen met schaamnamen: je voornaam aanpassen of je familienaam. Motiveer je keuze. d Schrijf in je werkgroepje een tijdschriftartikel met passende illustraties over jullie familienamen. Ga daarbij in op de reden waarom mensen familienamen zijn beginnen te geven, de taalkundige eigenaardigheden (categorieën en varianten) van jullie namen en de oorzaken daarvan. Tip. Betrek er ook de verspreiding van je naam bij: www.familienaam.be. Hoeveel mensen hebben dezelfde familienaam als jij? In welke provincie komt jouw familienaam het meeste voor? soortnaam
6 190
voorbeeld
Wie waren de ouders of de familieleden?
afstammingsnamen
Willemsen Peeters
Waar woonde de familie?
geografische namen
Van Brussel Van de Velde
Wat was het beroep van de vader?
beroepsnamen
Timmermans De Backer
Welke eigenschappen had die persoon?
eigenschapsnamen
De Langhe De Leeuw
e Hoe zijn onze familienamen verspreid? Waarom is dat zo? Wat kun je daaruit afleiden? Bespreek. f Verdwijnen er familienamen? g Welke zijn de tien frequentste familienamen in België?
Module 3 SELFIE
3 WEGWIJS IN WOORDEN 8 Achterhaal de betekenis van de onderstaande woorden en begrippen die je in deze module aantreft. Noteer op een apart blad.Welke strategie paste je toe? aardeling Aboriginal abseilen betoog brousse compulsief darwinistisch democratisering demoniseren didgeridoo existentieel fictief genocide honorering jennen kaliber koketterie narcist/narcistisch paracommando propaganda ranger redigeren sociaal wenselijk zelfbeeld sociale regels spervuur vakjargon weblog writer's block zelfreflectie
9 Ga nu aan de slag met bovenstaande lijst. a Kies uit de lijst vijf termen die jouw aandacht trekken en fluoresceer ze. b Breng de vijf gekozen woorden samen in een context waarover je een samenhangend tekstje kunt schrijven van minimaal 200 woorden. c Plaats elk woord in een zin zodanig dat je uit de context ook de betekenis kunt afleiden. d Schrijf een goedlopende tekst met de gekozen woorden in hun juiste betekenis.
6 Module 3 SELFIE
191
4 HOOFDLETTERS Wist je dat ...?
10 Wanneer krijgen lidwoorden en voorzetsels (de, der, in, op, van ...) hoofdletters in familienamen? Zoek het klassikaal uit. a b c d e f
Lijst al de familienamen van jouw klas en leerkrachten op. Schrap al de familienamen zonder lidwoorden of voorzetsels. Ga in de lijst van namen die overblijven op zoek naar tendensen en groepeer ze. Probeer regels op te stellen die uitsluitsel geven. Toets je resultaten af bij je leerkracht. Beantwoord nu de hoofdvraag.
Wist je dat ...?
11 Waarom schrijven we Eskimo met een hoofdletter en indiaan zonder hoofdletter? Zoek het klassikaal uit. a Zoek de juiste schrijfwijze voor onderstaande volkeren op:
palestijn - surinamer - zigeuner - sioux - nomade - latino - kelt - berber creool - eskimo - indiaan b Groepeer bovenstaande volkeren vervolgens naar hun schrijfwijze.
c d e f
Oorsprong:
Zonder hoofdletter:
Oorsprong:
Zoek op waar de benamingen van de volkeren hun oorsprong vinden. Probeer regels op te stellen die uitsluitsel geven. Toets je resultaten af bij je leerkracht. Beantwoord nu de hoofdvraag.
6 192
Met hoofdletter:
Module 3 SELFIE
5 REGELMATIGE EN ONREGELMATIGE WERKWOORDEN
Š www.taaluilen.nl
Het Nederlands kent twee soorten werkwoordsvervoegingen: het sterke type (lopen, liep, gelopen) en het zwakke type (wandelen, wandelde, gewandeld). Daarnaast hebben een aantal werkwoorden een onregelmatige vervoeging: ze zijn niet van oorsprong sterk, maar ze hebben ook geen regelmatige zwakke vervoeging. Een voorbeeld uit die laatste categorie is zeggen, zei, gezegd. Lees de theorie in je TaalKlapper en maak dan de opdracht. bron: taaladvies.net/taal/advies/tekst/35#wkw
12 Bespreek de volgende werkwoorden: aandurven - afprijzen - bakken - breien - delven - dunken - brouwen
6 Module 3 SELFIE
193
BRONNENLIJST Geraadpleegde boeken, kranten- en tijdschriftartikels CAMPERT, R., Bij hoog en bij laag, De Bezige Bij, Amsterdam, 1959, s.p. GELDERS, S., Mijn onzichtbare vijand, Halewyck, Leuven, 2014, 192 pagina’s. JORIS, L., Dans van de luipaard, Uitgeverij Augustus, Amsterdam/Antwerpen, 2008, 448 pagina’s. KOUWENAAR, G., Vallende stilte, Singel Uitgeverijen, Amsterdam, 2014, 279 pagina’s. LUCEBERT, Lucebert, verzamelde gedichten, De Bezige Bij, Amsterdam, 2002, 912 pagina’s. Geraadpleegde internetbronnen • FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE, Naamsverandering. Internet, geraadpleegd op 21/04/2015, (justitie.belgium.be/nl/themas_en_dossiers/personen_en_gezinnen/naamsverandering) • IBO, Selfie van miss Israël zorgt voor politiek debat. Internet, 19/01/2015, geraadpleegd op 03/07/2015, (www.standaard.be/cnt/dmf20150119_01481668) • KROOK, N., De opzet van een reisverhaal. Internet, 02/06/2011, geraadpleegd op 13/04/2015, (www.aroundtheglobe.nl/reizen/voorbereidingen/tips-voor-professionele-reisschrijvers-si12459.html#opzet) • MARYNISSEN, A., Waar komt de variatie in onze familienamen vandaan? Internet, geraadpleegd op 17/04/2015, (www.marynissen.org/variatie.html) • N.N., Aanvraagformulier organiseren evenement. Internet, geraadpleegd op 03/07/2015, (www.halle.be/EloketDetail.aspx?id=-301) • N.N. Europees aanrijdingsformulier. Internet, geraadpleegd op 03/07/2015, (www.zev.be/images/stories/pdf/Europees_aanrijdingsformulier__voorzijde.pdf) • N.N., Huurovereenkomst studentenkamer. Internet, geraadpleegd op 14/04/2015, (www.kuleuven.be/studentenvoorzieningen/huisvesting/pdf/contracten/huurovereenkomst-studentenkamer-1415) • N.N., Het ontstaan van onze familienamen. Internet, geraadpleegd op 17/04/2015, (www.naamkunde.net/?page_id=161) • N.N., Mevrouw Van der Ven-Van Dijk / mevrouw Van der Ven-van Dijk. Internet, geraadpleegd op 21/04/2015, (taaladvies.net/taal/advies/vraag/543/mevrouw_van_der_venvan_dijk_mevrouw_van_der_venvan_dijk) • N.N., Vraag naar begeleiding internetverslaving veel groter dan aanbod. Internet, geraadpleegd op 13/04/2015, (nieuws.kuleuven.be/node/7873) • N.N., Werkwoorden met een zwakke en een sterke vervoeging (algemeen). Internet, geraadpleegd op 21/04/2015, (taaladvies.net/taal/advies/tekst/35#wkw) • N.N., Alles moest anders: experiment en spontaniteit in de poëzie van Vijftig. Internet, geraadpleegd op 13/04/2015, (www.literatuurgeschiedenis.nl/lg/20ste/literatuurgeschiedenis/lg20010.html) • N.N., 'Rebellen' uit Copenhagen, Brussel & Amsterdam verenigd. Internet, geraadpleegd op 28/04/2015, (www.artsalonholland.nl/kunst-stijlen/cobra-kunst) • N.N., Een biografie, wat is dat precies? Internet, geraadpleegd op 28/04/2015, (www.biografiebulletin.nl/een-biografie-wat-is-dat-precies) • ROGIERS, F., Klik & Kick, De Standaard Weekend. Internet, 08/03/2014, geraadpleegd op 13/04/2015, (stijnvanheule.psychoanalysis.be/file/2014/03/DSW_SELFIES-kopie.pdf) • VAN ROMPAEY, I., Vrijwilligerswerk te India. Internet, 17/08/2009, geraadpleegd op 03/07/2015, (vrijwilligerswerk-india.blogspot.be) • WOLTHOFF, D., Dwars door Australië. Internet, geraadpleegd op 13/04/2015, (www.andersreizen.nl/verslag/au01n03.html)
6 194
Module 3 SELFIE