Skip to main content

Katapult 3 - handleiding

Page 1

3

3 Bewerkingen

LES 2 Hoofdrekenen: optellen en aftrekken tot 1 000 (D, H, T en E – zonder brug)

Doelen

1 De kinderen kunnen optellingen en aftrekkingen tot 1 000 met honderdtallen, tientallen en eenheden oplossen. 2 De kinderen kunnen een gekende standaardprocedure correct toepassen. 3 De kinderen kunnen de begrippen ‘optelling’, ‘aftrekking’, ‘termen’, ‘som’, ‘verschil’, ‘aftrektal’ en ‘aftrekker’ correct gebruiken.

Eindtermen en leerplandoelen

Nummer van doel

ET

GO!

OVSG

VVKBaO

1

1.13

2.1.40

WI-GK.LEZ.2.3 v WI-BEW.RTL.5.1

G11c B3d a B11c a B14c

2

1.13 1.14

2.1.39

WI-BEW.+.2.1 WI-BEW.–.2.1

B11c a B14c

3

1.9

2.1.27

WI-BEW.RTL.4.1 WI-BEW.RTL.4.2

G11i B3c

Leermiddelen

- werkboek Target 3 p. 2 - kopieerblad 1 - bijlage 2 - bijlage 3 (maak eventueel een vergroting) - scheurblok Target 3 p. 1 - MAB-materiaal - kladschrift

Wat ging vooraf?

T2 L18 Hoofdrekenen: optellen en aftrekken tot 1 000 (D, H en T – zonder brug)

Wat volgt?

T3 L6 Hoofdrekenen: optellen tot 1 000 (met brug over de H)

Waar vind je het in het Rakkertje?

B – Rekentaal, termen en factoren B – Hoofdrekenen: optellen en aftrekken tot 1 000 zonder brug

a

Optellen en aftrekken tot 1 000 met honderdtallen en tientallen zonder brug is reeds aan bod gekomen in Target 2.

5 Katapult_3_Target_3_HL.indd 5

6/10/14 16:25


1

INSTAP onderwijsleergesprek

Getallenrij tot 1 000 met eenheden

Werk volgende oefeningen klassikaal af. Let hierbij vooral op de correcte verwoordingen van rekenkundige begrippen zoals ‘optelling’, ‘termen’, ‘som’, ‘aftrekking’, ‘aftrektal’, ‘aftrekker’ en ‘verschil’.

Laat de leerlingen luidop doortellen tot 1 000 met sprongen van 100. Laat hen ook luidop terugtellen van 1 000 met sprongen van 100. Om de participatie te verhogen, kun je één leerling laten starten en telkens een andere leerling het volgende getal laten opnoemen.

bijlage 2

Herhaal kort enkele oefeningen met zuivere tientallen uit de vorige les. Werk naar analogie. bv. 12 + 44 = 56 67 – 35 = 32 120 + 440 = 560 670 – 350 = 320

Hang de getalkaarten van bijlage 2 aan het bord. Laat een leerling deze in de juiste volgorde hangen en benoemen. Benoem van enkele getallen de verschillende waarden en noteer deze op het bord. bv. 6 H = 600

Stel deze getallen voor met MAB-materiaal. Laat de leerlingen de oplossing van de bewerkingen zoeken. Werk indien nodig met tussenstappen en noteer deze aan het bord. 12 + 44 = 12 + 40 + 4 = 56 52

625 2 T = 20

120 + 440 = 120 + 400 + 40 = 560 520

5E=5

Laat de leerlingen luidop doortellen en terugtellen met sprongen van 1 tussen 750 en 760. Laat hen ook luidop doortellen en terugtellen met sprongen van 1 tussen 490 en 500. Herhaal dit enkele keren met verschillende getalreeksen.

2

KERN onderwijsleergesprek MAB-materiaal

2.1 Optellen en aftrekken tot 1 000 met tientallen (herhaling) Gebruik bij deze oefeningen het klassikale MAB-materiaal aan het bord. Indien de leerlingen beschikken over eigen MAB-materiaal, laat je hen meewerken aan hun bank met de eigen set.

Herhaal eventueel de steunzin uit het eerste leerjaar: Het eerste getal behouden we, het tweede getal hakken we in twee. Op de plaats waar ik het doorsnijd, zet ik een streep.

3 1

Bewerkingen

LES 2 Hoofdrekenen: optellen en aftrekken tot 1 000 (D, H, T en E – zonder brug)

Kijk goed en los op.

+

520 + 145 = 520 + 100 . + 40 . +

De leerlingen leggen de getallen met hun eigen set MAB-materiaal en lossen daarna de oefening op.

. 620

2

Rekenzwakke leerlingen kunnen ook hier het MAB-materiaal gebruiken. In deze eerste fase zullen zij het vooral moeilijk hebben met dit type oefeningen: 300 – 4 = Ga als volgt te werk: • Welk honderdtal ligt er net voor 300? 200 • We noteren de 2 alvast, de 2 van 2 H. • Verberg met je vinger de 3 (van de 3 H), er rest dan nog “00”. • De ‘00’ staat voor 100. Hoeveel is 100 – 4? 96 • We noteren de 96 naast de 2 H die we al schreven, we krijgen 296.

3

. 5 = 665 .

657 – 320 = 657 – 300 . –

. 660

Los de bewerkingen op. 200 + 7 = 207 .

400 +

12 = 412.

300 – 4 = 296 .

292 –

40 = 252 .

450 + 8 = 458 .

700 +

26 = 726 .

400 – 8 = 392 .

575 –

20 = 555 .

304 + 3 = 307 .

803 +

17 = 820 .

300 – 3 = 297 .

997 –

35 = 962 .

602 + 8 = 610.

325 + 120 = 445 .

407 – 7 = 400 .

758 – 430 = 328 .

111 + 9 = 120.

512 + 203 = 715.

958 – 5 = 953 .

499 – 290 = 209 .

644 + 50 = 694 .

760 + 121 = 881 .

460 – 8 = 452 .

645 – 220 = 425 .

321 + 22 = 343 .

144 + 320 = 464 .

328 – 5 = 323 .

754 – 333 = 421 .

Zoek de som. Gebruik tussenstappen! HTE + HTE = HTE + H

4

+ T +E =

355

375

673

. 683

. 359 148

884

Verwoord duidelijk alle tussenstappen. Noteer deze op het bord voor rekenzwakke leerlingen.

128

666 – 336 = ___________________ . 666 – 300 – 30 – 6 = 330 366

773

234 + 544 = __________________ . 234 + 500 + 40 + 4 = 778 734

. 329

248 – 126 = ___________________ . 248 – 100 – 20 – 6 = 122

343 + 436 = __________________ . 343 + 400 + 30 + 6 = 779 743

623

859 – 534 = 859 . – 500 . – 30 . – 4. = 325.

734 + 155 = __________________ . 734 + 100 + 50 + 5 = 889 834

– T –E =

773 – 151 = 773 – 100 – 50 – 1 = 622 .

463 + 222 = 463 + 200 . + 20 . + 2. = 685 . . 663

Zoek het verschil. Gebruik tussenstappen!

HTE – HTE = HTE – H

255 + 123 = 255 + 100 + 20 + 3 = 378 .

Laat de leerlingen hun individuele getallenas (zie T3 L1) gebruiken bij deze oefeningen.

. = 337 . 20

. 357

336

397 – 155 = ___________________ . 397 – 100 – 50 – 5 = 242 297

774

2

247

1

6 Katapult_3_Target_3_HL.indd 6

6/10/14 16:25


Werk op dezelfde manier nog enkele optellingen en aftrekkingen af met MAB-materiaal. bv. 43 + 52 = 95 78 – 56 = 22 430 + 520 = 950 780 – 560 = 220

2.2 Optellen en aftrekken tot 1 000 met eenheden (zonder brug) onderwijsleergesprek bijlage 3 MAB-materiaal kladschrift

Hang een vergroting van bijlage 3 aan het bord of projecteer deze. Vertel dat we terug naar onze winkel gaan. Er zijn een aantal nieuwe dingen te koop. Bespreek samen de poster. - Laat de leerlingen de verschillende producten benoemen en de prijs aflezen. - Geef telkens een opdracht (zie hieronder). - Stel de prijzen voor met MAB-materiaal. - Noteer de bewerking op het bord en los deze op. De leerlingen werken mee in hun kladschrift. Schenk hier reeds aandacht aan het languit werken! Vervang de namen uit de voorbeelden door namen van leerlingen uit je klas.

Vraag de leerlingen welke bewerking we nu moeten maken: aftrekken of optellen? Noteer de bewerking € 696 – € 163 = . en werk languit. € 696 – € 163 = € 696 – € 100 – € 60 – € 3 = € 533 € 596 € 536 Opdracht 4: Hoeveel duurder is de mp3-speler van € € 163 dan de hoofdtelefoon van € 33? Hang het getal 163 met MAB-materiaal aan het bord. Doorstreep drie tientallen en drie eenheden. Vraag de leerlingen welke bewerking we nu moeten maken: aftrekken of optellen? Noteer de bewerking € 163 – € 33 = . en werk languit. € 163 – € 33 = € 163 – € 30 – € 3 = € 130 € 133 Schenk voldoende aandacht aan gekende rekenkundige begrippen als ‘optelling’, ‘termen’, ‘som’, ‘aftrekking’, ‘aftrektal’, ‘aftrekker’ en ‘verschil’. Je kunt in de bewerkingen het euroteken gebruiken, maar voor veel kinderen zal het eenvoudiger zijn om de bewerking abstract te noteren en nadien het antwoord (in euro) te formuleren.

Opdracht 1: Bas koopt de mp3-speler van € 163 en een hoofdtelefoon van € 33. Hang de getallen 163 en 33 met MAB-materiaal aan het bord. Noteer de bewerking € 163 + € 33 = . en werk languit. +

2.3 Oefenen in het werkboek individueel werk werkboek p. 2

€ 163 + € 33 = € 163 + € 30 + € 3 = € 196 € 193 Opdracht 2: Hassan koopt het fototoestel van € 321 en de spelconsole van € 149. Hang de getallen 321 en 149 met MABmateriaal aan het bord. Noteer de bewerking € 321 + € 149 = . en werk languit.

3

AFSLUITER leergesprek

€ 321 + € 149 = € 321 + € 100 + € 40 + € 9 = € 470 € 421 € 461 Opdracht 3: Hoeveel duurder is de televisie van € 696 dan de mp3-speler van € 163? Hang het getal 696 met MAB-materiaal aan het bord. Doorstreep één honderdtal, zes tientallen en drie eenheden.

De leerlingen maken de oefeningen in het werkboek zelfstandig. Let op: in deze les worden bewerkingen tot 1 000 nog gesplitst aangeboden. Optellingen en aftrekkingen komen apart aan bod om verwarring te voorkomen.

Tussenstappen Laat de leerlingen verwoorden waarom het belangrijk is om tussenstappen te maken. Vraag aan de leerlingen om zelf goed na te denken of ze de tussenstappen nodig hebben. Vertel dat het beter is om languit te werken en de oefeningen juist te hebben, dan om snel te werken zonder tussenstappen en meer fouten te maken. Maak klassikaal nog enkele oefeningen languit en leg de tussenstappen nog eens goed uit. Gebruik hiervoor eventueel terug de prijslijst uit bijlage 3 en herhaal de steunzin: het eerste getal houden we heel, het tweede doen we er in stapjes bij of af.

7 Katapult_3_Target_3_HL.indd 7

6/10/14 16:25


Remediëring Differentiatie en orthodidactische tips Voer de materiële handeling met MAB-materiaal uit samen met de leerlingen aan de zorgtafel. Verwoord de materiële handeling. Het eerste getal houden we heel, het tweede doen we er in stapjes bij of af. - We doen eerst de H erbij / weg. - Dan doen we de T erbij / weg. - Tenslotte doen we de E erbij / weg. Maak de koppeling naar de schematische handeling. HTE + HTE = HTE + H + T + E = bv. 123 + 412 = 123 + 400 + 10 + 2 = . .

Blijf oefenen op de materiële en schematische handeling en geef voldoende begeleiding. Ondersteun de stappen auditief door de steunzin te herhalen, en visueel door languit te werken. Verrijking Na het klassikaal voorbeeld kunnen sterke leerlingen zelf de materiële handeling uitvoeren. Stimuleer hen om zelf de stap naar de schematische handeling te zetten. Snelle leerlingen werken verder in hun scheurblok.

Multimedia

Extra oefenaanbod op Kweetet.be

Koppeling Target 8

T8 B1 Rekentaal, termen en factoren T8 B6 Hoofdrekenen: optellen en aftrekken tot 1 000 (zonder brug)

8 Katapult_3_Target_3_HL.indd 8

6/10/14 16:25


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook