Skip to main content

Verrekijkerbieb 4e leerjaar - Kijker 1 - N3 – Garnalenverhalen

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Garnalenverhalen Katrien Vervaele

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 4

1


Garnalenverhalen

Blij om eens een boekje over mezelf te mogen schrijven! Het is eens wat anders dan rondzwemmen in zee of me te zitten vervelen in een kroket of een tomaat. Maar laat ik mezelf eerst even voorstellen. Op mijn identiteitskaart staat Crangon crangon. Maar zeg maar noordzeegarnaal. Of liever nog grijze garnaal. Niet dat ik een grijze muis ben die een saai leven leidt. Nee hoor! Ik kom nogal wat tegen in mijn bestaan. Interessant genoeg om een boekje over open te doen!

© Misjel Decleer

1


Wat zeg je? Dat ik er nogal bloot uitzie? Dat klopt. Ik schaam me daar ook niet voor. Dat je dwars door me heen kunt kijken, komt omdat ik geen botten in mijn lichaam heb. Ook geen ruggengraat, wervelkolom, want ik behoor tot de groep van de ongewervelden. Om me te beschermen, heb ik wel een stevige schaal rondom mij. Zo behoor ik ook tot de familie van de schaaldieren. Kreeften, krabben, scampi’s … die zijn allemaal familie van mij. Bekijk me maar eens goed … Mijn kop en mijn borst zitten aaneen. Ik heb dus geen nek waarmee ik mijn hoofd kan bewegen. Rond mijn kop en borst zit een soort harnasje. Dat beschermt mijn maag, mijn hart en nog andere organen. Daar zitten ook mijn vijf paar looppoten vast. Ik mag gerust zeggen dat ik er snel mee kan rennen. Een sprintje zo af en toe, dat is mijn lust en mijn leven! In mijn achterlijf zitten mijn spieren. Dat is het vlees dat iedereen zo lekker vindt. Daaraan heb ik nog poten zitten. Mijn vijf paar zwempoten. En om bij het zwemmen te sturen, heb ik peddeltjes, zoals je gebruikt om te kanovaren. Die zitten aan de zijkanten van mijn driehoekige staartstukje. Ik heb ook nog lange voelsprieten waarmee ik niet alleen kan voelen, maar ook ruiken.

2


© Misjel Decleer

Ik groei door te vervellen. Mijn huid zit rond mijn lijf zoals een jasje. Af en toe wordt het te klein. Dan barst ik eruit en krijg ik een nieuw. Als ik voel dat het weer eens gaat gebeuren, stop ik met eten en drinken. Na drie dagen barst mijn jasje open en kruip ik eruit. Kun je je voorstellen hoe zacht en slap ik me dan voel? Ik heb dan echt geen zin om mijn jas aan de kapstok te hangen! Ik laat die dan maar liggen. Ik begin meteen weer veel te eten en te drinken en ik rek me heel hard uit. Als mijn nieuwe huidlaag dan weer hard wordt, ben ik een stukje gegroeid. Drie millimeter om precies te zijn. Je ziet dus dat een garnaal ook niet in een-twee-drie groot is!

3


Levend zie ik er wel grijs en bloot uit, maar een keer de kookpot gepasseerd, zie ik er helemaal anders uit. Dan krijg ik een mooi roodbruin jasje aan. Heel stevig. De wijfjes leggen heel veel eitjes Gelukkig maar, want velen van ons overleven niet lang. In zee loeren vele gevaren. De vissen vinden ons een lekker hapje. Het is dus niet omdat ik een bangerik ben dat ik me diep in het zand verstop! Zeker bij helder weer, verberg ik me. Dan zie je enkel nog mijn ogen. En daarmee hou ik de zaak goed in de gaten.

© Misjel Decleer

4


Mee op een vissersschip Wil jij ook eens mee op een vissersschip? Kom, jij mag mee! Er is de schipper, de stuurman en de matroos. En jij bent de scheepsjongen. De schipper staat op de brug1 en stuurt. De stuurman en de matroos zorgen voor de netten en de vangst. En jij helpt ook wel een handje mee, toch? We varen tegen de avond uit. Rond een uur of vijf. We vissen liever ’s nachts, want dan zwemmen de garnalen rond. Bij nacht zien ze het schip niet aankomen en zo hebben ze geen tijd om zich snel te verstoppen. Na een nachtje op zee, als het weer klaar wordt, varen we terug. Zie je het zitten, een hele nacht op zee?

5


De boot vaart een paar uur naar een goeie visgrond. Of toch waar de schipper denkt dat er veel garnalen zitten. Maar de garnalen zijn ook wel slim genoeg om af en toe eens elders te gaan zwemmen! Op de visgrond aangekomen, laat de stuurman het net in het water. Dan begint het ‘slepen’. Traag vaart de boot vooruit. Het net sleept over de bodem. Aan de uiteinden van het net zijn wieltjes aangebracht. Zo glijdt het net zachtjes en beschadigt het de bodem niet te veel. Zo’n net eindigt in een lange ‘zak’, ook wel ‘kuil’ genoemd. Daarin komen de garnalen terecht.

6


Na een goed uur slepen, doet de schipper teken naar de stuurman. Het is tijd om het net op te halen. Met een grote katrol2 wordt het net bovengehaald. Dan slaat de stuurman de kuil open. De hele inhoud glijdt in een grote bak. ‘Mooie vangst!’ roept de schipper. Veel garnalen! Maar ertussen liggen ook heel wat visjes, zeesterren en kwalletjes. Dat is de bijvangst. Het hele boeltje gaat nu door een sorteermachine. De bijvangst en de te kleine garnalen worden eruit gehaald en overboord gegooid. Dat moet het best zo snel mogelijk gebeuren, want dan zijn de garnaaltjes en visjes nog niet dood. Zo kunnen ze verder leven en groeien. Maar de meeuwen hebben dat al snel in de gaten. En pikken wat er te pikken valt. Voor hen is dat een snelle en lekkere hap! Ze moeten helemaal geen moeite doen. Ze zitten precies op restaurant.

7


Ondertussen heeft de stuurman een grote ketel met zeewater aan de kook gebracht. Hij voegt er nog een grote schep zout bij. Dan gooit hij de garnalen in het kokende water. Hij roert af en toe. Na een paar minuutjes schept hij ze met een grote schuimspaan uit. Dan mogen ze afkoelen in de wind. Op grote schepen worden ze gekoeld met koud water en in een ruime koelkast gebracht. Maar op een kleine garnaalboot gebeurt het nog precies zoals vroeger. Nu mag ook jij aan de slag! Samen met de matroos en de stuurman haal je de vuiltjes van tussen de garnalen. Als je ondertussen nog niet zeeziek bent, tenminste. Nee? Je hebt zeebenen? Mooi zo!

8


Eerst pellen, dan spelen Vroeger had je nog niet van die immens grote schepen die massa’s garnalen aan land brachten. De scheepjes waren kleiner en ook de vangst was klein. Een deel van de vangst kwam in de winkels terecht. Een deel werd verkocht aan vrouwen die ermee gingen leuren. Dat is van deur tot deur gaan, aanbellen en vragen of men wil kopen. Die vrouwen gingen rond met een kar en je hoorde ze al van ver roepen: Verse garnalen! Vroeger had je aan de kust ook veel vrouwen die thuis garnalen pelden. Dat deden ze voor winkels en restaurants. Er waren veel huismoeders die dat deden als bijverdienste. Vaak werd het hele gezin daarbij ingeschakeld. Voor de kinderen naar school gingen, moesten ze helpen pellen. Ook als ze van school kwamen, moest er gepeld worden. Hun moeder zei dan: ‘Eerst een uurtje pellen, dan mag je gaan spelen.’ Veel van de garnaaltjes proeven, mochten ze niet. Want als je ervan begint te eten, kun je er niet mee ophouden. Zo lekker zijn garnalen. Eentje mochten ze wel in hun mond stoppen. Eentje om te proeven, de laatste. Maar dan zorgden ze er wel voor dat ze een hele dikke aan de kant hadden gelegd.

9


Niet alleen aan de kust, ook in sommige dorpen aan de Schelde waren er veel thuispellers. Want vroeger werd ook in de Schelde veel garnaal gevangen. Boechoute en Kieldrecht waren twee dorpen die leefden van de vangst en de verkoop van garnaal. Mensen eten heel graag garnalen, maar ze pellen ze niet graag. Omdat ze geen tijd hebben of geen zin. Ze kopen ze liever kant-en-klaar gepeld. In een plastic verpakking in de winkel. Veel geld betalen voor een portie garnaal willen ze ook al niet. Wat is dus de oplossing? De garnalen laten pellen in Marokko.

10


Naar Marokko Voor ze gepeld in de winkels liggen, hebben de garnalen er al een hele reis op zitten. Naar Marokko dus. En terug! Het moet voor die garnalen geen pretje zijn, en al zeker geen snoepreisje3! Ze worden in een grote, gekoelde vrachtwagen gepropt. Daar zitten ze als haringen in een ton. En maar rijden, uren aan een stuk. Twee dagen lang. Door Frankrijk, door Spanje tot helemaal in het zuiden. Dan hebben ze er al 2500 km op zitten. Daar gaat de vrachtwagen op de overzetboot die vaart tot in Tanger, Marokko. Ver is het dan niet meer tot in één van de vele pelstations. Daar worden ze uitgeladen. Er staan daar wel een paar palmbomen, maar die garnalen moeten natuurlijk niet denken dat ze onder een parasolletje aan een zwembad terechtkomen. Ho nee! Ze worden in een koelcel geschoven. Tot het moment komt dat ze gepeld worden. De garnalen worden op een tafel uitgegoten. Daar zitten Marokkaanse meisjes en vrouwen dag in dag uit te pellen. Dat lijkt geen aangenaam werk. Toch zijn die meisjes en vrouwen niet ontevreden met hun job. Ze verdienen niet veel, maar wel meer dan een poetsvrouw, vertellen ze. Ze lachen en babbelen veel onder elkaar. Maar niet te veel, want de opzichter durft hen dan al eens straf te geven. Jawel! En al de opzichters zijn mannen!!!

11


De pelsters verdienen ongeveer 250 euro per maand. Dat is heel weinig in vergelijking met wat je in België verdient. Maar doordat ze niet veel betaald worden, is de prijs van gepelde garnaal in België zo laag.

12


Je zou denken dat het er lekker warm is, daar in Marokko. Vergeet het! De ruimtes waar de meisjes pellen, zijn gekoeld tot zo’n 15 graden. Ze klagen echter niet. Ze pellen maar, zo snel mogelijk. Want hoe sneller ze pellen, hoe meer ze verdienen. Ze moeten handschoentjes aan en kapjes op hun hoofd en voor hun mond. Want de garnalen moeten zo proper mogelijk behandeld worden. Op regelmatige tijdstippen gaan ze ook even bidden. Geknield op hun tapijt. Tien minuutjes weg van die garnalen. Als alle garnalen uit hun jasje zijn, worden ze weer in een ijskoud bad gepropt. Daarin zitten ook producten zodat ze langer bewaren. Dan gaan ze weer samen in de koelkast. Wachtend op de vrachtwagen die hen terug naar België brengt.

13


Kruiers Er zijn ook kleine bootjes die garnalen vangen. Zij varen heel dicht bij de kust. De vangst is niet om te verkopen in de winkels, maar voor eigen gebruik.

Om garnalen te vangen heb je zelfs geen schip nodig. Een net alleen volstaat. Als je aan zee loopt, zie je wel eens kruiers. Dat zijn mannen die garnalen vangen met een net dat ze trekken. Zoals Ronny en zijn zoon Stijn.

14


Ronny en Stijn zijn heel ervaren kruiers. Hun kennis deden ze op bij nonkel André. Die oude man sleet zijn hele leven op het strand. Hij weet de beste plekken om te kruien, de gepaste momenten, het perfecte weer, de juiste wind en stroming. Al zijn kennis vertelt hij door. Telkens als Ronny en Stijn gaan kruien, gaat hij mee op de fiets. Vooraan staat een grote mand, om de garnalen in te gieten. André vertelt graag over vroeger. ‘Ik ging veel kruien bij nacht. Want als het donker is, komen de garnalen uit het zand. Ik ging alle uren van de nacht, bij het goeie tij4. Een uur of twee voor laag water. Ik reed met mijn fiets naar het strand, mijn net over mijn schouder en een grote mand vooraan op mijn fiets. Ik kon me oriënteren doordat ik boven de duinen het lichtschijnsel zag van de straat. Bij zware mist, was het nog gevaarlijker dan bij nacht. Dan zag je niets. Het gevaar dreigde om dan te diep in zee te stappen. Belangrijk was het dan om je te oriënteren op de wind. Je moest die steeds op dezelfde plaats van je hoofd voelen.’ André priemt zijn wijsvinger omhoog in de lucht: ‘Ik ken de zee als mijn broekzak. Als je het gewoon bent te gaan kruien, is het alsof je in zee in je eigen keuken loopt. Je kent alles op de tast. Je voelt met je voeten. Maar pas op: een storm kan veel veranderen.’

15


En dat het wel eens erg koud was, vertelt hij ook. ‘Vroeger bestonden er nog geen kostuums, zoals nu. We hadden een oude broek aan en een oude vest, en rubberen pantoffels aan onze voeten. We konden niet zo lang in ’t water blijven of we raakten onderkoeld.’ Hij praat met weemoed over vroeger, want stilaan wordt hij te oud voor de zee, te oud voor het strand, te oud om garnalen te gaan vangen.

16


Hoe dieper, hoe meer Zolang er mensen woonden aan de kust, werden er garnalen gevangen. Dat was een mooie aanvulling op het weinige voedsel dat ze hadden. De mensen die tot zo’n honderd jaar geleden in kleine huisjes in de duinen woonden, hadden het niet breed. Ze hadden een klein lapje grond waar ze wat groenten en aardappelen op kweekten. Soms hadden ze ook een koetje of een geitje lopen. Ze hadden vaak veel kinderen en dus waren er heel wat mondjes te voeden. De garnalen en kleine visjes die ze vingen en de mosselen die ze plukten, hielpen om de kookpot te vullen. Toen was garnaal echt nog voedsel voor de armen. Het waren oude mannen, maar vooral de vrouwen die garnalen gingen vangen. Ze gebruikten een net dat ze voor zich uit duwden. Dat heet een steeknet. Dat lijkt op zo’n garnaalnetje voor kinderen, maar dan veel groter. Ze gingen al vroeg in het voorjaar in zee en dan was het water nog erg koud. Ook tot laat in het najaar gingen ze in zee. Koud of niet. Ze deden dan veel kleren boven elkaar aan. En laarzen bestonden toen nog niet. Ze gingen dus blootsvoets.

17


De vrouwen gingen meestal in groep in zee, want het is niet altijd zonder gevaar. Je kunt in een kelle terechtkomen. Dat is zo’n plas tussen twee zandbanken5. Bij laag water zien zulke plassen er erg vredig uit en die worden ’s zomers ook zo lekker warm in de zon. Maar bij vloed kunnen ze verraderlijk zijn. Omdat ze heel wat lager liggen dan de banken, kun je ineens in zo’n diepte terechtkomen. De mensen van de kust waren vroeger ook erg bijgelovig. Ze geloofden in heksen, spoken en geesten. Aan de westkust waren ze bang van Babbe Roere. Dat was een heks die zich kon veranderen in een kraai. Ze ging op de schouder van kruiende vrouwen zitten en kraste: ‘Hoe dieper, hoe meer … hoe dieper, hoe meer …’ Dat is waar: hoe dieper je gaat, hoe meer garnalen je vangt. Maar hoe gevaarlijker ook. Er was altijd het risico om te verdrinken. Elders aan de kust waren ze dan weer bang voor de ‘eeuwige kruier’. Dat was een soort spook dat gedoemd6 was om voor eeuwig en altijd te dolen door zee. Met op zijn rug een net om garnalen te vangen. De angst van de kruiers was dat ze die verdoemde ziel zouden ontmoeten. Want die had de neiging om hen dieper in zee te lokken.

18


Paardenvissers Gek woord eigenlijk, ‘paardenvisser’. Alsof ze paarden gaan vissen! Maar nee, je weet wel wie we ermee bedoelen! Het zijn die mannen die met een paard in zee trekken om garnalen te vangen. Vroeger was dat iets voor iedereen aan de kust die een paard of ezeltje had. Nu gebeurt het alleen nog in Oostduinkerke. Nergens anders ter wereld wordt dat nog op die manier gedaan. Onze paardenvisserij is uniek.

Kom je mee? We hebben een afspraak met Xavier. Samen halen we zijn paard Björn uit de wei. Xavier maakt het paard klaar. In de stal krijgt het paard dekens op de rug en daarop een houten zadel. Het paard krijgt een karretje aangespannen. Daarop liggen manden en het net.

19


En dan rijden we naar zee. Ook jij krijgt een plaatsje op de kar. Xavier geeft een ruk aan de leidsels, het paard gaat in draf. Eerst traag, dan wat sneller als de kar in gang is getrokken. Het loopt lekker. Op de hoek van de straat sluiten er nog meer paardenvissers bij ons aan. In groep rijden we tot aan de dijk. Het is wel een uurtje ver, maar het is zalig. Het rijden op de kar, het geluid van de hoeven, de geur van de paarden … Het paard reageert feilloos7 op de zachte stem van Xavier. Het weet precies wat het moet doen. Ju betekent vooruit, ow betekent stop. En blijkbaar kent zo’n paard ook links en rechts. Lang en langzaam trekken aan het touw en djo roepen om links in te slaan. Korte snokjes en jut jut jut roepen om rechts in te slaan. ‘En je hoeft helemaal niet luid te roepen,’ zegt Xavier nog. Het paard hoort meteen wat het moet doen. ‘Veel zullen we niet vangen,’ vertelt hij nog. ‘Het water is in de zomer veel te warm. De garnalen zwemmen dieper in zee, waar het kouder is. Garnalen vangen we vooral in het voorjaar en in het najaar.’

20


Op de dijk komen er nog zes paardenvissers met hun paarden bij. De mensen stromen van alle kanten toe, want het is een prachtig zicht. De stoere paarden lopen achter elkaar het strand op.

Aan de waterlijn blijven de paarden staan tot ze worden uitgespannen8. Dan stappen ook wij van de kar. De vissers brengen de netten aan. De manden hangen ze aan de zijkant van het paard. Dan trekken ze de zee in. De paarden stappen drie aan drie door het water. Elk paard sleept een net. Mensen halen hun fototoestellen boven. Fotogeniek zijn die paarden wel! Mensen staan te kijken, met hun voeten in zee. Ja, rol je broekspijpen maar omhoog …

21


Dan komen ze weer het water uit. De mensen dringen en duwen. Iedereen wil zien hoeveel garnaal ze mee hebben. Xavier giet de inhoud van de kuil in een grote zeef. Hij plukt er de visjes, zeesterren en krabjes uit. Dan wordt de zeef driftig heen en weer geschud. De kleine garnaaltjes vallen eruit. Ze worden al meteen door een aanrollende golf weer in zee meegenomen. Veel is er niet gevangen, zien de mensen ook. Maar het was hen vooral om het spektakel te doen. Die stoere mannen op die immense paarden in zee.

22


Weetjes De eitjes die je bij de wijfjes tussen de poten ziet, hebben de kleur en de grootte van zandkorrels. Als de eitjes gekookt worden, dan worden ze oranje, donkerbruin of zwart. De oranje zijn de jonge eitjes. Het oranje is de dooier die je ziet. De donkere eitjes zijn al wat ouder. Door de schaal zie je de oogjes die al gevormd zijn. Soms worden garnalen levend aangevoerd. Sommige chefs willen de garnalen zélf koken of bakken. Dan kunnen ze er hun eigen toets aan geven9. In heel chique restaurants worden de garnalen ook wel eens levend opgediend. Als voorgerechtje krijg je dan een paar garnalen op een bedje van ijs. Ze bewegen niet meer, ze slapen. Maar dood, nee! Ze leven nog. Ze zijn dus echt wel levende vers. Zou jij er zo eentje lusten? Een paar keer per jaar wordt in Nieuwpoort een vracht ongekookte garnalen aangevoerd. Maar die zijn niet voor de chique restaurants. Ze worden ingevroren en in blokken gezaagd. Die blokken gaan naar een dierentuin in Duitsland. Het zijn ijslollies voor de ijsberen! In Nieuwpoort wordt jaarlijks een garnaalkoning gekozen. Dat is de visser die het meeste garnalen vangt. Charles Beuckels was het jaar na jaar. Maar nu is hij met pensioen en bouwt hij miniatuurscheepjes.

23


Er wordt wel eens gezegd dat mannetjes in de loop van hun leven vrouwtjes worden. Maar dat is niet waar. Dat is een fabeltje10. Ook een fabeltje is dat je het verschil tussen Oostendse, Zeebrugse en Nieuwpoortse garnalen kunt proeven. Dat is larie en apekool. Want een Nieuwpoorts schip kan best voor Zeebrugge gaan vissen, of een Oostends schip voor Nieuwpoort. Bovendien is het vooral de manier van koken die de smaak bepaalt. Garnalen krijgen door het koken hun mooie roodbruine kleur. Om die reden en ook omdat ze zo lekker zijn, worden ze het goud van de Noordzee genoemd.

24


Garnalen pellen vraagt geduld. Goeie pellers hebben ongeveer een half uur nodig om 1 kg garnalen te pellen. Maar van die ene kilo hou je maar 300 g over. De Belgen zijn de grootste grijzegarnaaleters van de wereld. Per jaar eten wij Belgen zo’n 17 500 ton garnalen. Maar onze kleine vissersvloot voert maar een kleine hoeveelheid aan. Het zijn vooral de Nederlandse vissersschepen die garnaal vangen. Het harnas van de garnaal bevat een bepaalde kleurstof. Die wordt gebruikt om in het voer van zalm te doen. Zo wordt de zalm nog mooier roze. Maar ook kanaries krijgen het in hun voer. Voor mooie roze veertjes. In Nieuwpoort heb je de ‘Dag van de Garnaal.’ Proeven zit er die dag zeer zeker in! Leuk is ook de wedstrijd garnaalpellen. In Koksijde is er een groepje vrouwen dat in klederdracht van vroeger af en toe gaat kruien. Ook met een steeknet. Ze noemen zich de Stienesteekers. Een garnaal is een beestje dat graag feestviert, zou je zo zeggen … Aan de Belgische kust heb je verschillende garnaalfeesten. Tijdens het laatste weekend van juni gaat de Garnaalstoet uit in Oostduinkerke. Dan worden Mieke Garnaal en haar eredames verkozen. In de Vosseslag bij De Haan is er op 15 augustus het Garnalenfeest. De fanfare trekt uit, ter ere van de garnaal. En de kruiers tonen hoe het moet en geven uitleg.

25


Maar niet alleen aan de kust zijn er garnaalfeesten. Ook in Boechoute en Kieldrecht heb je die. Met optochten, optredens en ook hier de verkiezing van de Garnaalprinses. En daar kan het er soms heel wild aan toe gaan.

26


Spreekwoorden Een kleine garnaal wordt gezegd van iemand die niet veel betekenis heeft. Iemand die weinig invloed heeft. Hij heeft het verstand van een garnaal. Dat duidt op iemand die niet slim is. Ook het woord garnaalhersens wordt wel eens gebruikt. Een memorie als een garnaal. Memorie is een dialectwoord voor geheugen. Heb je een geheugen als een garnaal, dan kun je moeilijk iets onthouden. Een geheugen als een garnaalzeef. Als je weet hoe een garnaalzeef eruitziet, dan weet je ook dat er veel door valt. Zo’n garnaalzeef heeft namelijk de bedoeling om de kleine garnaaltjes weg te zeven. Een geheugen als een garnaalzeef betekent dat je vlug en veel vergeet. Zo mager als een garnaal zeg je over iemand die mager is of over een flauw idee. Garnalen pellen met bokshandschoenen: veel geduld hebben. Voor wie al probeerde om garnalen te pellen, weet hoe moeilijk het is. Als je het doet met handschoenen aan, is dat nog moeilijker. En met bokshandschoenen is het echt wel onmogelijk! Meer grillen dan garnaalpoten wordt gezegd van een kind dat veel grillen heeft en lastig is. Een garnaal heeft veel pootjes en als je nog meer grillen hebt dan garnaalpoten …

27


Als de vissen vechten, moeten de garnalen zich rustig houden. Als de grote mensen spreken, moeten de kinderen zwijgen. Laten we van een garnaal geen walvis maken. Wordt in Mexico gebruikt om te zeggen dat we niet moeten overdrijven. Of dat we van een mug geen olifant moeten maken.

28


Voor wie van koken houdt … Garnaalschelp (4 personen) 2 stronkjes witlof, 125 gram gepelde garnalen, 3 eetlepels cocktail mayonaise, 1 kiwi, 1 mandarijn, paprikapoeder – – – – – – – –

Snij het witlof fijn en verdeel over vier schelpen of schaaltjes. Schil de kiwi en snij hem in kleine blokjes. Pel de mandarijn, snij de partjes in kleine stukjes. Meng in een kom de garnalen met de mayonaise, de kiwi en de mandarijn. Verdeel het garnaalmengsel over de schelpen met witlof. Schud er nog wat paprikapoeder overheen. Dien meteen op of zet koel. Lekker met toastjes.

29


Omelet met garnaal (2 personen) 4 eieren, klontje bakboter, peper en zout, 1 tomaat, 1 eetlepel geraspte kaas, 2 eetlepels garnalen – – – – – – – – – –

30

Breek de eieren in een kom en kluts. Doe er de garnalen en de kaas bij en meng. Voeg wat peper en zout toe. Snij de tomaat in schijfjes. Zet een eierpan op het vuur. Laat daarin het klontje boter smelten. Leg de schijfjes tomaat in de pan en laat een half minuutje zachtjes bakken. Omdraaien hoeft niet. Giet het eiermengsel over de tomaat. Laat zachtjes bakken. Haal van het vuur van zodra het ei niet meer vloeibaar is. Lekker met stokbrood of bruin brood.


Leren pellen … Garnalen pellen is niet gemakkelijk. Je probeerde het misschien al. Kop en staartje voorzichtig naar elkaar toe duwen, klein draaitje en dan trekken. Als je geluk hebt, komt het vlees mooi uit het staartje. In het begin lukt het niet zo goed. Maar hoe meer je het doet, hoe beter het gaat.

31


Woorduitleg 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

32

brug = plaats van waaruit het schip wordt bestuurd katrol = wiel om iets mee te hijsen snoepreisje = plezierreisje tij = de tijd waarin de zee opkomt (vloed) en de tijd waarin de zee aftrekt (eb) zandbank = ophoping van zand op de bodem van een zee of meer gedoemd zijn = niet anders kunnen feilloos = zonder moeite de paarden uitspannen = de paarden losmaken een eigen toets geven = er iets van jezelf insteken fabeltje = verzinsel


Onze grijze garnaal is zeker geen grijze muis! Wat dat beestje allemaal te vertellen heeft … Hij wordt gevangen door schepen, maar ook door kruiers, door paardenvissers en door kinderen die hun netje door de kelletjes duwen. Als je dit boekje uit hebt, zeg je nooit meer ‘het is maar een kleine garnaal.’

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 4. ISBN 978 90 486 2283 2 Bestelnummer 60 1021 397 KB D/2015/0147/339 NUR 191 Foto’s: Katrien Vervaele, Misjel Decleer Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622832

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb 4e leerjaar - Kijker 1 - N3 – Garnalenverhalen by die Keure - Issuu