Skip to main content

Verrekijkerbieb 4e leerjaar - Kijker 1 - N2 – Malala

Page 1

ucatieve uitgaven

Malala, een gevaarlijk schoolmeisje BIEB

Inge Bergh

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 4

1


Malala. Een gevaarlijk schoolmeisje

België

Die ochtend

Pakistan

Dag. Ik ben Malala Yousafzai. Je kent mij misschien. Ik was de voorbije jaren vaak in het nieuws. Nochtans ben ik maar een gewoon schoolmeisje uit de Swatvallei in Pakistan. Hoewel net dat mij heel bijzonder maakte. Naar school gaan is in mijn land namelijk niet zo gewoon. Zeker niet als je een meisje bent. Maar laat ik jou mijn verhaal vertellen vanaf het begin.

1


Ik had geen zin om op te staan, die ochtend. Ik deed alsof ik de haan, die ons elke ochtend wekte, niet hoorde. Ik kroop diep onder mijn dekens en sloot mijn oren voor de oproep van het ochtendgebed. Zelfs toen mijn vader mij riep, deed ik alsof ik sliep. Maar mijn moeder pakte mij bij mijn schouders en bleef aan mij schudden tot ik uit bed stapte. ‘Je moet opstaan,’ zei ze. ‘Je hebt vandaag examen.’ Het was dinsdag 9 oktober 2012. Ik was vijftien, en iemand zou mij die dag proberen te vermoorden. Maar dat wist ik toen nog niet. Het examen van die dag was het enige wat mij bezighield. Het was het enige waaraan ik dacht. En dat ik beter wou scoren dan Malka-e-Noor. Zij en ik streden altijd om de beker van de beste leerling. En ik wou die beker winnen.

2


Pakistan De mooiste plaats in heel Pakistan is de Swatvallei. De vallei waar ik met mijn ouders en twee broertjes woonde. En dat zeg ik niet zomaar. Swat heette vroeger Uddyana, wat ‘tuin’ betekent. Ik herinner mij nog een bord langs de toegangsweg naar onze vallei. Daar stond ‘Welkom in het paradijs’ op. Dat bord staat er vast nog steeds. Ik woon nu in Het Verenigd Koninkrijk. Een mooi en vrij land. Maar ik mis de bergen van Pakistan. De velden vol wilde bloemen, de meren en de fruitboomgaarden. In de lente was onze vallei op zijn mooist. Dan waaiden de bloesems het huis binnen.

3


Toen mijn grootmoeder nog jong was, waren de vrouwen in ons land vrij. Ze mochten er zonder sluier lopen. In korte rok zelfs. Ze waren er even vrij als mannen. Ik kon daar enkel maar van dromen. Het leven in Pakistan is veel strikter voor meisjes dan voor jongens. Ik heb dat altijd zo geweten. Een jongen mag overal komen. Hij kan en mag alles worden. Van een meisje en een vrouw wordt vooral verwacht dat ze ‘zorgt’. Dat ze kookt en poetst voor haar gezin. Ik vond dat oneerlijk. Ik wou vrij zijn en mijn eigen keuzes maken. Het liefst wou ik later in de politiek gaan. Ik wou opkomen voor de rechten van meisjes en vrouwen. Maar ik wist dat dat niet gemakkelijk zou zijn. Ooit mocht een vrouw gaan werken als haar man of familie dat goedkeurde. Veel vrouwen werden arts of leraar. Maar de laatste jaren veranderde dat. Vrouwen moesten thuisblijven en meisjes mochten niet meer naar school. Gelukkig vond mijn vader onderwijs altijd al erg belangrijk. Ook voor meisjes. Jij vindt dat vast heel gewoon. Maar in ons land werd onderwijs voor meisjes plots heel gevaarlijk. Vrouwen mochten steeds minder. Ze moesten binnenblijven en mochten niet meer gaan werken. Lesgeven aan meisjes werd erg riskant. Het was zelfs verboden! En beweren dat meisjes ook recht hebben op onderwijs was vragen om problemen. Mijn vader deed het allebei. Hij had zelfs zijn eigen school waar hij lesgaf aan meisjes.

4


5


Taliban Jongens zijn in ons land vrijer dan meisjes. Ook mijn broertjes. Zij werden als prinsen behandeld door de familie. Ze moesten nooit helpen met koken of poetsen. Soms mopperde ik daarover tegen mijn vader. Dan zei hij dat het er in Afghanistan nog slechter aan toe ging. De taliban hadden daar de macht gegrepen. Ze reden rond in jeeps, gewapend met geweren. Ze dwongen mannen om hun baard te laten staan. Vrouwen moesten een sluier dragen die hen van kop tot teen bedekte. Ook als het een hele hete dag was. Ze mochten zelfs geen nagellak dragen. Als ze dat deden, werden ze geslagen. Niemand mocht nog hardop lachen of zingen. Ook dansen was verboden. En meisjesscholen werden in brand gestoken. Wat was ik blij dat ik niet in Afghanistan woonde! Ik had toen nooit kunnen denken dat de taliban ooit naar ons land zouden komen. Maar dat deden ze wel. En dat was het begin van alle ellende.

6


Een boze moefti Recht tegenover de meisjesschool van mijn vader woonde een moefti. Een moefti is een moslimgeleerde1. Hij vond het maar niets dat er meisjes naar school gingen. Vooral de tienermeisjes vond hij storend. Die moesten thuisblijven, vond hij. Daar waar niemand ze kon zien. Hij ging naar de vrouw aan wie mijn vader het schoolgebouw huurde. ‘Zeg die man zijn huur op,’ zei hij. ‘Verhuur het gebouw aan mij. Ik zal je belonen. En ook God zal je belonen.’ Maar de vrouw wilde dat niet. De moefti was erg boos. Hij riep enkele belangrijke mensen uit de wijk samen. ‘Meisjes vanaf tien jaar moeten thuisblijven. Ze moeten verborgen leven. Het is een schande dat ze naar school gaan!’ zei hij. Zo kwamen ze op een avond met zeven bij ons thuis. Vader stuurde ons naar de andere kamer. Maar we konden alles horen. ‘Jij leidt een verboden school,’ zei de moefti tegen mijn vader. ‘Bovendien zitten bij de ingang van de school mannen. En die zien die meisjes elke dag binnenkomen. Dat is heel slecht.’ Mijn vader bromde.

7


‘Er is nog een ingang. Vanaf nu gaan de meisjes langs de andere ingang binnen. Zo is het probleem meteen opgelost.’ Daar was de moefti niet blij mee. Maar de andere mannen wel. En dus vertrokken ze. Maar vader wist heel goed dat de moefti niet zou opgeven. Vader had ons land langzaam maar zeker zien veranderen. Moeftis of moellahs, zo worden ze ook genoemd, kregen steeds meer macht.

Oorlog Op 11 september 2001 boorden twee vliegtuigen zich in de Twin Towers in New York, een stad in de Verenigde Staten. Beide torens stortten in. In de eerste toren alleen al stierven meer dan duizend mensen. Osama bin Laden bejubelde2 de aanval. Hij zei dat de aanval zelfs beter was gelukt dan hij ooit had kunnen denken. De hele wereld was geschokt. Ze noemden hem een terrorist3. Maar in ons land waren sommige mensen heel blij. Ze vonden dat Amerika het had verdiend. Want Amerika had zich gemoeid met de oorlog in de moslimlanden. Nu betaalde Amerika de prijs. Zij noemden Osama bin Laden een held. En ze verkochten posters met zijn foto op. Ondertussen opende Amerika de jacht op Osama bin Laden en op Al Qaida. Dat waren de strijders van Osama bin Laden.

8


Zijn strijders vluchtten naar Pakistan. En zo kwam de oorlog tussen Amerika en Al Qaida wel heel dichtbij. In 2002 waren er in ons land verkiezingen. Veel mensen waren tegen Amerika. Want de Amerikanen bombardeerden ook plaatsen in ons land. Ze beweerden dat er terroristen zaten. Maar vaak stierven er onschuldige mensen. Veel mensen waren dus woedend op Amerika. Ze stemden op strenge moslimpartijen. Zo kregen moeftis of moellahs het steeds meer voor het zeggen. We verloren stukje bij beetje al onze vrijheid.

9


Nieuwe wetten ‘Alle moslims moeten leven volgens de Koran4,’ zei de nieuwe regering. En ze stelden strenge wetten op. Ook wetten waarvan mijn vader zei dat ze niet in de Koran vermeld stonden. Maar de regering zei van wel. En zij waren de baas. Mijn vader opende in 2003 zijn middelbare school. De klassen waren toen nog steeds gemengd. Jongens en meisjes zaten gewoon bij elkaar in de klas. Maar een jaar later was dat ondenkbaar geworden. Zo snel ging dat. De nieuwe regering verbood winkels met cd’s en dvd’s. Mannen mochten geen jeans meer dragen. En vrouwen moesten zich bedekken. Ze schilderden ook alle foto’s van vrouwen weg. Er mochten zelfs geen vrouwelijke paspoppen in de winkels meer staan. Nergens op straat mocht je nog een vrouw zien. Het leek wel of ze ons wilden doen verdwijnen. Toen kwam er een aardbeving zoals we er nog nooit één hadden gehad. Er waren zo veel doden dat er wel elfduizend weeskinderen waren. De jongetjes zonder ouders werden naar madrassas gestuurd. Dat zijn een soort gratis internaten. Maar de jongens kregen er geen gewone les. Ze moesten er de Koran uit het hoofd leren. De moellahs zeiden dat de aardbeving een waarschuwing van God was geweest. Als we ons niet beter zouden gedragen, zouden er nog ergere straffen volgen.

10


11


De brigade van de zwarte tulband5 Ik was tien toen de taliban kwamen. Alleen heetten ze toen nog geen taliban. Ze droegen zwarte tulbanden. We noemden ze ‘de brigade van de zwarte tulband’. Hun leider was Fazlullah. Fazlullah had een verboden radiostation waar iedereen naar luisterde. Hij deed alsof hij een kenner van de Koran was. En de mensen geloofden hem. Hij vertelde wanneer en hoe we moesten bidden. Wat we wel en niet meer mochten eten. Dat we niet meer mochten zingen en dansen. En we mochten ook geen films meer kijken. God wou dat niet, zei hij. Als we dat toch nog zouden doen, dan zou er een nieuwe aardbeving komen. Sommige mensen wilden niets van Fazlullah weten. Maar veel anderen bewonderden hem. Ze vonden dat hij gelijk had. Ze deden hun dvd’s, cd’s en televisies weg. De meeste videotheken sloten vrijwillig hun deuren. Want als ze dat deden, kregen ze geld van Fazlullah.

12


Wij verborgen onze televisie in een kast. Als de taliban hoorden dat je nog een televisie had, namen ze het toestel van je af. En dan gooiden ze het stuk op straat. Fazlullah sprak vaak over vrouwen. ‘Vrouwen moeten binnenblijven,’ zei hij. ‘Ze mogen enkel naar buiten als er een noodgeval is. Ze moeten hun gezin dienen. Daar zijn vrouwen voor gemaakt.’ Het verwarde mij. Want zoiets stond niet in de Koran. De vrouw van de profeet Mohammed6 was zelfs een zakenvrouw geweest!

13


Bang voor pennen Fazlullah en zijn mannen kregen steeds meer macht. Mannen en vrouwen gaven hem goud. Ze geloofden dat ze God daar blij mee maakten. Sommigen bleven ook thuis van hun werk. Ze hielpen Fazlullah een groot hoofdkwartier7 bouwen. Een paar weken later wou een leerkracht geen les meer geven aan meisjes. ‘Een man hoort geen les te geven aan meisjes,’ zei hij. ‘Meisjes moeten les krijgen van een vrouw.’ ‘Ja,’ knikte mijn vader. ‘Maar dan moet iemand eerst wel een meisje opleiden tot lerares!’ Fazlullah prees8 meisjes die met school stopten. De meisjes die naar school bleven gaan, schold hij uit. Hij zei dat we naar de hel zouden gaan. Ik snapte het niet. ‘Waarom willen ze niet dat meisjes naar school gaan?’ vroeg ik mijn vader. ‘Omdat ze bang zijn voor pennen,’ zei hij.

14


Erger en erger Fazlullah startte een rechtbank. Een ‘shoera’. Als je daar kwam met een probleem, werd je snel geholpen. En dat vonden mensen erg goed. Bij de Pakistaanse rechtbanken moest je jaren wachten. Vaak moest je er ook smeergeld9 betalen. Fazlullah loste dus alles heel snel op en zo werd hij erg populair. De straffen die hij uitsprak waren wreed. Mensen werden naar een open plaats of een plein gebracht. Daar werden ze met een stok of een zweep geslagen. En dat terwijl heel het dorp stond toe te kijken. De regering liet Fazlullah begaan. Zij hadden zo hun eigen problemen. Leden van de taliban ontvoerden politiemensen. Ze plunderden gebouwen van de regering. En ze riepen mensen op om te vechten tegen de regering. Dat deden ze vanuit de belangrijkste moskee10 in onze hoofdstad: de Rode Moskee in Islamabad.

15


Tussen twee vuren De regering reageerde. Ze reden tanks naar de moskee. In de moskee zaten leden van de taliban. Zij gooiden met brandbommen die ze hadden gemaakt van flesjes Sprite. Buiten stonden soldaten van de regering. Zij schoten met kogels en granaten. De strijd duurde een week en heette ‘Operatie Stilte’. Er vielen honderd doden. Wij waren ontzet11. Een moskee was een heilige plaats. En nu was er geschoten en gemoord. Hoe kon zoiets gebeuren? Fazlullah was woest. Hij verklaarde de Pakistaanse regering de oorlog. De taliban kwamen en veroverden bijna de hele Swatvallei. Maar het leger liet zich niet doen. Ze sloegen hard terug. Fazlullah en zijn mannen vluchtten de bergen in. Maar mijn vader was er niet gerust in. Het was 2007 en de taliban waren nog overal aanwezig. In 2008 werd het zelfs nog erger. Fazlullah was nog steeds op de radio te horen. En nu waren zowel de taliban als het leger in Swat aanwezig. We zaten klem tussen twee vuren.

16


© Malala Fund

De waarheid Mijn vader werd woordvoerder van een groep oudsten. De meeste mensen waren te bang om zich tegen de taliban uit te spreken. Maar mijn vader en zijn vrienden zwegen niet. Ik was erg trots op hem. Ik ging vaak mee als hij met zijn vrienden afsprak. Elke dag was ik bang dat ze mijn vader zouden vermoorden. Maar hij drukte mij op het hart12 om nooit te zwijgen. En ik wist dat hij gelijk had. Als mensen bleven zwijgen, zou er nooit iets veranderen.

17


Samen met mijn vriendinnen gaf ik een interview op televisie. We hadden het over meisjes die niet meer naar school mochten gaan. Later mochten mijn vriendinnen geen interviews meer geven. Hun vaders en broers waren te bang geworden. Maar ik bleef doordoen. Ik dacht: als ik het niet doe, doet niemand het. De rest is te bang. En mijn vader steunt mij. Hij vindt dat ik het recht heb om mijn stem te laten horen. Dus bleef ik interviews geven op televisie. Ook al moest ik het nu alleen doen.

Waanzin Eind 2008 hadden de taliban al vierhonderd scholen verwoest. Gelukkig had ik wel nog steeds een school. Daar was ik heel erg blij om. Maar toen was plots de plaatsvervanger van Fazlullah op de radio te horen. Hij zei dat vanaf 15 januari 2009 geen enkel meisje nog naar school mocht gaan. Alle meisjesscholen moesten sluiten. Ik geloofde mijn oren niet. Ik had school niet altijd leuk gevonden. Het huiswerk en de toetsen had ik vaak vervloekt. Maar nu de taliban mij mijn school wilden afnemen, kwam ik in opstand. Dat mocht niet gebeuren. De school was onze toekomst!

18


Het dagboek van Gul Makai Toen kreeg mijn vader een telefoontje van een vriend van hem. De vriend werkte voor de BBC, een televisiezender van het Verenigd Koninkrijk. Hij zocht een meisje of een lerares die een dagboek wilde bijhouden. Hij wilde dat mensen buiten Swat wisten wat er hier gebeurde. De stroom viel vaak uit en er waren maar weinig plaatsen met internet. Daarom belde de vriend mij op. Hij stelde mij vragen en ik antwoordde hem zo eerlijk mogelijk. Ik mocht ook mijn echte naam niet gebruiken. Dat zou veel te gevaarlijk zijn. Dus gebruikten we de naam ‘Gul Makai’, wat ‘korenbloem’ betekent. Dit was mijn eerste dagboekverslag. zaterdag 3 januari: ik ben bang. Ik had gisteren een nachtmerrie over helikopters van het leger en de taliban. Ik heb deze dromen vaak sinds het leger aan zijn operatie in Swat is begonnen ... Ik was bang om naar school te gaan. De taliban hadden gezegd dat het verboden was voor meisjes om les te volgen. Op weg naar school hoorde ik een man zeggen: ‘Ik ga je vermoorden.’ Ik liep sneller en toen ik omkeek, zag ik dat hij achter mij aanliep. Tot mijn opluchting zag ik dat hij aan het bellen was. Hij moet iemand anders via de telefoon bedreigd hebben.

19


Ik schreef veel over school. Want dat was het belangrijkste in mijn leven. Op een dag toonde een meisje een print van het dagboek aan mijn vader. ‘Ja,’ knikte hij. ‘Het is erg goed.’ Mensen begonnen over het dagboek te praten. Maar ik mocht nooit zeggen dat ik het was. Niemand mocht dat weten. Het was veel te gevaarlijk. Al snapte ik dat toen niet goed. Ik was een kind. En wie zou een kind ooit kwaad willen doen?

© Malala Fund

20


Laatste schooldag Ik werd wakker met camera’s in mijn slaapkamer. Ze volgden mij overal. Ze filmden zelfs hoe ik mijn tanden poetste. Mijn vader had zich laten overhalen om mee te werken aan een reportage. Die zou worden getoond op de website van de New York Times, een Amerikaanse krant. Zo konden we de rest van de wereld laten zien wat hier aan de hand was. Ik toonde hen mijn schooluniform. Het uniform dat ik niet meer mocht aandoen. Ze filmden mij op school. Hoe de bel de laatste keer rinkelde. Hoe ik de schooldeur achter mij dichttrok. ‘Ze kunnen mij niet tegenhouden,’ zei ik tegen de mensen die de documentaire maakten. ‘Ik zal zorgen dat ik onderwijs krijg, waar dan ook. Dit is ons verzoek aan de wereld: red onze scholen, red ons Pakistan, red onze Swat.’ Daarna ging ik naar huis. Toen ik thuis was, begon ik te huilen. De volgende dagen gaf ik heel veel interviews voor radio en televisie. Ik vertelde hoe stom het was dat de taliban wel vrouwelijke leerkrachten en artsen wilden voor de vrouwen, maar dat ze meisjes niet naar school lieten gaan. Hoe konden er dan meisjes tot leerkrachten en artsen opgeleid worden?!

21


De geheime school Meer en meer mensen protesteerden tegen het sluiten van de scholen voor meisjes. Uiteindelijk ging Fazlullah ermee akkoord om meisjes tot tien jaar naar school te laten gaan. Na de vierde klas moesten ze thuisblijven. Ik zat in de vijfde klas. Samen met enkele vriendinnen deed ik alsof ik jonger was en we gingen weer naar school. Onze boeken verstopten we onder onze sjaals. En we droegen gewone kleren. Naar school gaan was heel gevaarlijk. Maar ik wou me niet laten tegenhouden. Ik had recht op onderwijs! We boften dat onze juf erg dapper was en dat ze bleef lesgeven. Het moest voor iedereen geheim blijven dat mijn vriendinnen en ik nog les kregen. We noemden het onze ‘geheime school’. Ik zei er in mijn dagboek niets over. Als de taliban het hadden geweten, dan hadden ze ons opgepakt. Dan hadden ze ons geslagen met zwepen of erger ... vermoord.

22


Sharia Na al dat strijden kwamen het leger en de taliban tot een akkoord. Ze zouden elkaar niet meer bevechten. Overal klonken vreugdeschoten. Ik kon mijn oren niet geloven: er was vrede! Eindelijk zouden we ons gewone leven weer kunnen oppakken! Eindelijk zou mijn school weer opengaan! Eindelijk zou ik weer naar films kunnen kijken! Eindelijk zouden we weer plezier mogen maken! Maar dat had ik verkeerd gedacht.

23


De taliban namen de leiding in onze stad over. Ze voerden de sharia13 in. Meisjes en vrouwen mochten nooit meer ergens alleen naartoe. Zelfs niet om inkopen te doen. Er moest altijd een man met ons mee. Die man moest familie zijn. En we moesten ons van kop tot teen bedekken. De school was nog altijd verboden. Ik was geschokt. De taliban waren nu hélemaal de baas. De Amerikanen wilden troepen sturen om tegen de taliban te vechten. Ze dreigden ook om de noodhulp aan ons land stop te zetten. Daarop kwam ons leger weer in actie. Ze installeerden raketten en riepen de bevolking op om weg te gaan. Onze stad was nu een oorlogszone geworden. Alles werd erger dan het ooit geweest was.

24


Op de vlucht We moesten onze vallei verlaten. Maar we hadden geen eigen auto. Dus moesten we meerijden met families die wel vervoer hadden. Ik moest bijna alles wat ik had achterlaten. Mijn schoolboeken, prijzen, kleren, films ... Enkel het hoogst noodzakelijke kon mee. Mijn hart brak toen ik onze vallei verliet. We konden bij familie terecht. Nu eens hier, dan eens daar. Zo verhuisden we van het ene huis naar het andere. Ergens tussen al dat verhuizen door werd ik twaalf. Niemand die aan mijn verjaardag had gedacht. Zelfs mijn vader niet.

25


Terug naar huis Na drie maanden riep de premier14 iedereen op om terug te keren. De taliban waren verjaagd, zei hij. We reden terug naar huis. Terug naar onze geliefde vallei. Ik herkende onze stad bijna niet meer. De meeste gebouwen zaten vol kogelgaten of lagen in puin15. Gelukkig stond ons huis nog overeind. Ik vond zelfs mijn schoolboeken terug! Ook de school stond er nog. Nu de taliban waren verdreven, kon ik weer naar school. Mijn vriendinnen en ik luisterden naar muziek, we gingen hamburgers eten en maakten uitstapjes. We genoten opnieuw van het leven. Mijn vader en ik bleven interviews geven. En zo ging een heel jaar voorbij. Toen ik dertien werd, begon het heel hard te regenen. In heel Pakistan spoelden wegen en dorpen weg door modderstromen. De overstromingen waren zo erg dat er 2000 mensen verdronken. In totaal werden 7000 scholen vernietigd. Onze school had waterschade. Maar dat kon gelukkig hersteld worden. Sommigen beweerden dat deze ramp een straf van God was. We hadden te vrij geleefd. En zo kregen de taliban weer volgelingen bij.

26


27


Nationale vredesprijs 2011 was een belangrijk jaar. Osama bin Laden werd door Amerikaanse troepen gedood. Hij woonde blijkbaar in een ommuurde witte villa in Pakistan. Terwijl iedereen dacht dat hij zich schuilhield in een grot in de bergen! Ikzelf werd genomineerd voor de international vredesprijs van de Kids Rights Foundation. Dat is een organisatie voor kinderrechten in Amsterdam. Ik won niet, maar ik voelde mij wel erg vereerd. Later dat jaar kreeg ik een cheque ter waarde van een half miljoen roepies. Dat is ongeveer 3500 euro. Ik kreeg dat omdat ik al jaren voor de rechten van meisjes opkwam. Ik vertelde dat ik wist hoe belangrijk onderwijs is. Want ze hadden me mijn pennen en boeken met geweld afgenomen. ‘Maar de meisjes van Swat zijn voor niemand bang,’ besloot ik. ‘We bleven naar school gaan.’ Van de Pakistaanse regering kreeg ik de allereerste nationale vredesprijs. Ik kon het niet geloven. Maar het werd nog sterker. Men besloot als eerbetoon de prijs naar mij te noemen: ‘de Malala Prize’. Omdat ik altijd ben blijven opkomen voor de rechten van meisjes. Ook toen dat heel gevaarlijk was. Ik leefde op wolkjes16.

28


© Malala Fund

Mijn vader was niet zo blij. In onze cultuur eren we enkel dode mensen. Geen levende. Hij vond die vernoeming een slecht voorteken. Ook mijn moeder was niet blij. Ze was bang dat al die aandacht mij tot een doelwit zou maken. De taliban waren niet meer de baas in Swat. Ze konden niet meer bepalen hoe mensen moesten leven. Maar nu richtten ze hun pijlen op mensen die opkwamen voor vrijheid. Mensen zoals ik.

29


2012 Wat kan ik zeggen over 2012? Het was een jaar waarin alles voor mij veranderde. Een jaar waarin mijn hele leven op zijn kop stond. In Karachi, de grootste stad van Pakistan, werd een school naar mij vernoemd. Maar terwijl ik daar was, ontving ik doodsbedreigingen van de taliban. Later dat jaar lag de stad vol brieven. In die brieven werd de school van mijn vader een ‘broeinest van zonde17’ genoemd. Op 12 juli werd ik veertien jaar. Die dag hoorden we dat de taliban de eigenaar van het Swat Continental Hotel hadden vermoord. Hij was een man die altijd voor vrede had geijverd. Net als mijn vader. Nog wat later werd een goede vriend van mijn vader neergeschoten. Mijn vader wist bijna zeker dat hij de volgende zou zijn. Toch bleef hij doorgaan. Hij bleef interviews geven en de taliban uitdagen. Iemand moet het doen, zei hij dan. Mijn moeder was bang geworden. Ze wilde niet dat ik nog ergens te voet naartoe zou gaan. Toen werd het dinsdag 9 oktober 2012. Ik was vijftien. Twee mannen stopten de schoolbus. Ze richtten hun geweren op ons en vroegen: ‘Wie is Malala?’ Ik kreeg de tijd niet om te antwoorden. Ze schoten mij neer.

30


Nog niet gedaan De taliban hadden mij neergeschoten. Maar hun aanslag was mislukt. Ik was zwaargewond, maar ik leefde nog. Een week later werd ik overgevlogen naar een ziekenhuis in het Verenigd Koninkrijk. Pas in januari 2013 mocht ik het ziekenhuis verlaten. Mijn vader kreeg werk in het Verenigd Koninkrijk. We wonen er nu met het hele gezin. Ik kom nog steeds op voor het recht op onderwijs voor meisjes. Ondertussen kreeg ik ook al heel wat prijzen, waaronder de Nobelprijs voor de Vrede. Ik ben Malala Yousafzai. Ik was een gewoon schoolmeisje. Maar sommige mensen zijn bang van een meisje met een boek.

31


Woorduitleg 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17

32

moslimgeleerde = iemand die veel over de islam weet bejubelen = toejuichen, er blij mee zijn terrorist = iemand die geweld gebruikt om iets te bereiken De Koran = het heilige boek van de moslims tulband = een om het hoofd gewikkeld doek de Profeet Mohammed = de stichter van de islam hoofdkwartier = plaats waar de plannen worden besproken prijzen = iets goeds over iemand zeggen smeergeld = geld dat je aan iemand geeft om iets te doen wat niet mag moskee = plaats waar moslims bidden ontzet zijn = erg geschrokken zijn op het hart drukken = raad geven sharia = wet van de islam de premier = de eerste minister puin = verbrokkelde stenen van een muur op wolkjes leven = heel blij zijn broeinest van de zonde = plaats waar er slechte dingen gebeuren


Ik ben Malala Yousafzai. Vroeger ging ik gewoon naar school. Maar er zijn mensen die dat willen verbieden. Meisjes moeten thuisblijven, zeggen ze. Ik vind onderwijs belangrijk. Voor jongens én voor meisjes. Dat vertelde ik aan iedereen die het wilde horen. En ik bleef naar school gaan. Daarom probeerde men mij te vermoorden. Mijn verhaal kun je lezen in dit boek.

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 4. ISBN 978 90 486 2283 2 Bestelnummer 60 1021 397 KB D/2015/0147/339 NUR 191 Foto’s: Malala Fund, Shutterstock Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622832

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb 4e leerjaar - Kijker 1 - N2 – Malala by die Keure - Issuu