Skip to main content

Verrekijkerbieb 4e leerjaar - Kijker 2 - N1 – Wilde plannen

Page 1

ucatieve uitgaven

BIEB

Wilde plannen Sofie De Moor

Kijker educatieve uitgaven

Verrekijker 4

2


Wilde plannen

Het schrift

‘Heb jij daar nog iets aan toe te voegen, Margo?’ Ik hoor het tegelijk donderen in Dendermonde, regenen in Zele en hagelen in Hamme. Ik weet niet wat meester Kenny bedoelt. Hij komt naast me staan en steekt zijn hand uit. ‘Ik wacht,’ zegt hij rustig. Hij wacht niet op de trein. Of op de bus. Dat is duidelijk. In de klas is er geen perron of halte. Waarop wacht hij dan wel? Een beetje wanhopig neem ik zijn hand vast. 1


Ik schud ermee. Iedereen lacht, zelfs Dieuwke. Mijn wangen voelen als een kop tomatensoep. Meester Kenny staat nog altijd naast me. Hopeloos kijk ik Dieuwke aan. ‘Help me,’ fluister ik. Dieuwke neemt het schrift dat onder mijn kaft ligt. Ze geeft het aan de meester. Nu snap ik het. Hij heeft ons zien schrijven. ‘Je weet toch dat alles wat auteurs schrijven, verzonnen is?’ zegt Dieuwke. ‘Dat klopt niet. Sommigen schrijven over feiten. Non-fictie, weet je nog?’ ‘Dit is geen non-fictie.’ Meester Kenny leest de titel van ons schrift (Meesters verboden!). Hij fronst zijn wenkbrauwen. ‘Ik zal jullie verhaal met veel belangstelling lezen.’ Ik slik. In ons schrift staat alles wat hij niet mag weten. Als de schoolbel voor een laatste keer rinkelt vandaag, spurt Dieuwke naar de meester. ‘Krijgen we alsjeblieft ons schrift terug?’ De rimpels om meester Kenny zijn ogen lachen. ‘Maar ik heb jullie verhaal nog niet gelezen.’ ‘Liefste meester, dit schrift is van levensbelang. We hebben het écht nodig dit weekend. Niet alleen ik, ook de dieren zullen je dankbaar zijn. Zal ik anders een lied zingen? In ruil voor het boekje?’

2


Zonder aarzelen springt Dieuwke van de stoel op de tafel. Ze staat met haar voeten op een schrift. Het vingertje van de meester gaat boos omhoog. Hij is te laat. Dieuwke jankt met haar ogen toe.

3


Meester Kenny zakt achteruit op zijn stoel. Mijn vriendin blijft maar zingen. Tot het lied helemaal uit is. Dan buigt ze. Ik weet niet of de meester blij is met dit cadeau. Hij puft en kucht. Dieuwke springt van de tafel. ‘Dat was een opmerkelijk optreden. Ik vraag me af welke geheimen er in jullie boek staan. Jullie willen het wel héél graag terug.’ Meester Kenny bladert door ons schrift. Gelukkig leest hij de roddels over zichzelf niet. ‘Dames, ik bewonder jullie schrijftalenten, maar hou jullie gedachten bij de rekenles de volgende keer.’ Ik knik heftig. ‘Komt voor elkaar!’ zegt Dieuwke. De meester geeft het schrift terug. Zo snel ik kan, neem ik de arm van Dieuwke vast. Ik trek haar de klas uit. Een tweede lied kan ik niet meer aan. ‘Prettig weekend, meester Kenny,’ zeg ik gauw. ‘Voor jullie ook dames. Schrijf ze!’ Bij het fietsenrek krijgen we de slappe lach. ‘Wat neem jij morgen mee op weekend?’ vraag ik. ‘Mezelf, natuurlijk!’ Ik wou dat het al morgen was.

4


5


Eindelijk Het rode huis van Dieuwke duwt met zijn schouders tegen de muren van de buren. Papa zucht omdat hij nergens kan parkeren. Zelfs met zijn nieuwe Jeep lukt het niet. Hij probeert tussen een bakfiets en een auto in te draaien. Alle lampen en schermpjes knipperen. En hij vloekt. Mama en ik stappen uit de wagen. Mama om aanwijzingen te geven en ik om aan te bellen. Dieuwkes papa opent de deur. Hij heeft een korte broek aan. Er staat ook een strohoed op zijn hoofd. Zijn octopusharen zwiepen heen en weer. Zou hij niet weten dat het al herfst is? ‘Dag Margootje, cadeautje! Kom jij Dieuwke ontvoeren?’ Ik knik. ‘Jammer, ze is niet thuis,’ zegt hij plagerig. Hij maakt zich breed, zodat Dieuwke niet naar buiten kan. Ook mijn mama komt erbij staan. ‘Dag mama van Margo, willen jullie nog graag een kopje Pekoe-thee?’ ‘Welke thee? Koeienthee? Nee, bedankt,’ zegt mama. Ze wijst naar de auto. ‘Ach zo, de chauffeur zit te wachten! Dan zal ik jullie niet langer aan de praat houden.’ Wanneer hij een stap opzij zet, vliegt Dieuwke vooruit.

6


‘Waar is je koffer?’ vraagt mama. Dieuwke wijst naar haar rugzak. Mama rolt met haar ogen. Ze denkt waarschijnlijk aan die ene onderbroek. ‘Amuseer jullie! Beleefd zijn, hé!’ zegt Dieuwkes papa. ‘Wie moet er beleefd zijn? Margo of haar ouders?’ ‘Nee, jij, gekkerd!’ Dieuwke geeft haar papa een zoen. Daarna hupt ze de auto in. ‘Wacht, de gemberkoekjes!’ Dieuwkes papa verdwijnt achter de voordeur en komt daarna terug met een blikken doos. ‘Vers gebakken! Lekker en vooral met liefde gemaakt!’ Hij legt de koekjestrommel op mijn schoot. ‘Anders eet Dieuwke alles op,’ fluistert hij. ‘Dank je wel,’ lach ik. Voorzichtig doet hij het portier dicht en wuift ons uit. ‘Ik wil geen kruimel in mijn nieuwe auto vinden,’ zegt papa streng. ‘Geen probleem. Ik heb goede manieren,’ lacht mijn vriendin. Dieuwke is half Nederlands, half Vlaams. Volgens mij is het deel onder haar navel Vlaams. Alles wat er boven zit, komt uit Nederland. Ook haar grote mond dus. ‘Ben je al in de Ardennen op vakantie geweest?’ vraagt papa aan Dieuwke. ‘Ja, vorig jaar ben ik op yoga-kamp geweest in Samrée.’ ‘Wat doe je op zo’n yolo-kamp?’

7


Mama en ik gniffelen. ‘Ik heb geleerd om contact te zoeken met de natuur.’ ‘Wat moet ik me daarbij voorstellen?’ vraagt papa. ‘We hebben gemediteerd, op onze blote voeten gewandeld, met modder een kunstwerk gemaakt en ik ken alles van sporen zoeken. We hebben zelfs everzwijnen gezien.’ ‘Dat is goed om te weten. Misschien kun je mee jagen. Een goede sporenzoeker kunnen we altijd gebruiken.’ ‘Jagen? Ik? Nooit!’ ‘Waarom niet?’ ‘Omdat ik geen moordenaar ben,’ zegt Dieuwke verontwaardigd. Ze haalt een koekje uit de blikken doos en eet als een hongerige hamster. De kruimels springen alle kanten uit. Papa zegt niks meer. Hij zet de radio aan. Dieuwke haalt ons schrift uit haar rugzak. Het potlood geeft ze aan mij. De pen houdt ze voor zichzelf. We werken verder aan ons plan. Tot Dieuwke wagenziek wordt. En moet overgeven. In de koekjestrommel. Waarschijnlijk is ze ziek van het schrijven. Of van plannen bedenken. Omdat papa wilde dieren schiet. Arme Dieuwke. Arme koekjes. Arme dieren.

8


9


Stoofvlees Mama steekt de sleutel in het slot van de chalet. ‘Kom binnen, kind! Er is een bubbelbad met sauna. En een speelruimte in de kelder. Je moet het zien.’ Dieuwke luistert niet. Ze is bezig met belangrijke dingen. Papa afleiden. Dat hebben we afgesproken. ‘Hier liggen hertenkeutels. En ze zijn nog warm!’ ‘Een hert, op ons erf?’ Papa zet de koffers neer en gaat naar Dieuwke. Hij doet wat we dachten. Mijn vriendin loopt al richting het bos. ‘Kijk, sporen!’ Verwonderd volgt papa. Ondertussen doe ik alsof ik de laatste tassen uit de koffer haal. Het moet nu gebeuren! Zo snel ik kan, schuif ik het jachtgeweer onder de auto. Het doosje kogels mag blijven staan. Met kogels alleen kan hij toch niks doen. Dieuwke kijkt over haar schouder naar mij. Ik steek mijn duim omhoog. ‘Jammer, het spoor loopt dood,’ zegt Dieuwke. Papa haalt zijn schouders op en keert terug naar de wagen. Ik geef hem de koffers aan. ‘Waar heb je mijn geweer gedaan?’ knalt papa. ‘Het ligt niet in de koffer. Mama zal het al mee hebben,’ lieg ik. ‘Goed,’ zegt hij kort. We helpen eerst de tassen binnen te zetten. Tijd voor deel twee van ons plan.

10


‘Mama, mogen we alsjeblieft buiten spelen?’ ‘Buiten spelen? Willen jullie niet eerst jullie kamer zien? Of iets drinken?’ ‘Die kamer zal niet weglopen, het geweer misschien wel,’ fluistert Dieuwke. ‘Alsjeblieft, toe, toe, toe? Mogen we onze benen strekken? We hebben al een hele tijd in de auto gezeten.’ Nu kijk ik schattig wanneer ik het vraag. Dat helpt. Soms. Mama draait zich naar papa toe. ‘Wat denk jij? Mogen de kinderen alleen buiten? Is dat niet te gevaarlijk in het jachtseizoen?’ ‘Zolang ze niet voorbij de beek gaan, is er geen probleem. Margo, ik reken op je gezond verstand!’ Papa kijkt me streng aan. ‘Je mag er gerust op zijn.’ Daarna knijpt hij in Dieuwkes schouder. ‘En jij, jongedame? Ik hoef morgen niet aan je vader uit te leggen dat zijn dochter een zakje stoofvlees is?’ ‘Helemaal, vast en zeker. Ik heb twee oren die perfect werken.’ ‘En heb je ook gezond verstand?’ ‘Natuurlijk!’ ‘We verwachten jullie om één uur stipt terug voor het middageten.’ ‘Komt voor elkaar,’ zeg ik.

11


12


13


Het geweer Mijn voeten proberen Dieuwke te volgen. Ze zijn te klein, denk ik. Of niet snel genoeg. En ze blijven haken achter takken. Ook al rennen ze alsof hun leven ervan afhangt. Het lukt niet om Dieuwke bij te benen. ‘Wacht op mij!’ roep ik. ‘Komaan,’ joelt Dieuwke, ‘voor je vader ons vindt!’ Daar waar het bos, de beek en de open plek samenkomen, stopt Dieuwke. Eindelijk. Ik ben kapot en leun tegen een boom. Mijn armen doen pijn. Met moeite schuif ik het zware geweer onder mijn jas vandaan. ‘Kom, ik help je,’ zegt Dieuwke. Ze trekt aan de onderkant van het geweer. ‘Pas op!’ roep ik. Het is te laat. Het geweer valt naar beneden. Terwijl Dieuwke het probeert te vangen, spring ik opzij. Met een doffe plof valt het op de grond. ‘Ik had bijna mijn voet gebroken!’ roept Dieuwke. Geweren zijn altijd gevaarlijk. Met of zonder kogels. Dieuwke gaat op haar knieën zitten en graaft met haar handen een put. Wanneer hij diep genoeg is, schuift ze het wapen erin en gooit de put dicht. ‘Ziezo, probleem opgelost.’

14


‘Het is goed dat de kogels in de koffer liggen. Stel je voor dat mensen het geweer én de kogels vinden. Misschien schieten ze zichzelf wel een gat in hun been.’ ‘Stoofvlees,’ knikt Dieuwke. We lachen. ‘Kom, we gaan onze sporen wissen.’ Ik wijs naar de modder op Dieuwkes gezicht. De beek is mijn favoriete plek. Niet alleen om je te wassen. Vooral omdat je er toffe dammen kunt maken. Dieuwke springt van de ene steen naar de andere. ‘Kijk daar, een forel!’ roept ze. Ze wijst. Maar ik zie enkel een zwemmende steen. ‘Daar!’ Terwijl ik me vooroverbuig, geeft ze me een duw. Ik trek aan haar jas en we vallen allebei het water in. ‘Aaaah, water is koud! En nat!’ We lachen en rillen en snellen terug naar het huisje.

15


16


Onderbroek Voor we aan tafel kunnen, druppelen we de badkamer binnen. De handdoek is om Dieuwke gewikkeld. Ze zegt niets. ‘Wel? Wat is er?’ ‘Ik heb een probleem.’ ‘Problemen zijn er om op te lossen. Ik luister …?’ ‘Ik blijf hier maar één nachtje slapen. Dus dacht ik: ik draai mijn onderbroek binnenstebuiten. Maar mijn onderbroek is doorweekt … Ik kan ze niet meer gebruiken.’ ‘Als je wilt, mag je een onderbroek van mij lenen.’ ‘Kan dat? Heb jij er nog één extra mee?’ Ik gniffel en open de kast. ‘Kies maar!’ Een stapel gekleurd ondergoed ligt te lachen. ‘Zot! Zo veel?’ ‘Stel je voor dat er een oorlog uitbreekt. Of dat er een overstroming is. Of dat er vijf herten, twintig zwijnen en drie beren voor de deur kamperen. Dan kunnen we niet naar huis. En dan moet je toch een propere onderbroek kunnen aandoen?’ ‘Meen je dat nu?’ ‘Ik niet, maar mama wel.’ ‘Weet ze dat er geen beren in de Ardennen wonen?’

17


Mama zit al aan tafel wanneer we fris gewassen beneden komen. ‘We kunnen deze namiddag een filmpje kijken of in het bubbelbad gaan,’ stelt mama voor. ‘De enige bubbels in bad die ik ken, zijn mijn scheetjes.’ Mama verslikt zich in de teug rode wijn. Ik geef Dieuwke een duw. ‘Wat doe ik nu weer?’ vraagt ze. Voordat mama erop ingaat, komt papa met enkele borden uit de keuken. ‘Speciaal voor de dames: spaghetti van het huis.’ ‘Zelf gemaakt?’ vraagt Dieuwke. ‘Zelf opgewarmd,’ knipoogt papa. ‘Het ruikt heerlijk,’ zeg ik. ‘Ik rammel,’ lacht Dieuwke. We schuiven aan tafel. Mama schenkt ons een glas limonade uit. ‘Eerst even klinken op het fijne weekend!’ zegt ze vrolijk. Dieuwke geeft geen krimp en kijkt naar de spaghetti alsof die haar elk moment kan opeten. Ze roert met haar vork door de saus. Op de rand van haar bord bouwt ze een dam met de kleine stukjes gehakt. ‘Dit lukt echt niet,’ zegt ze plots. ‘Wat is er?’ vraag ik.

18


19


‘Ik eet geen vlees. Ik ben vegetariër.’ Verdorie. Daar hebben we niet aan gedacht. Volledig vergeten. ‘Vlees is voedzaam,’ zegt papa. Als zijn ogen jachtgeweren waren, dan had hij Dieuwke neergeschoten. ‘Ik wil geen vlees eten. Omdat ik niet wil dat er dieren pijn lijden.’ ‘Goed, als het dat is wat je wilt.’ Papa staat op en neemt Dieuwkes bord. Hij gaat naar de keuken. Ik vraag me af wat hij zal doen. De saus heeft mama gisteren gemaakt. Ik denk niet dat er ook saus zonder gehakt is. Papa rammelt met de potten. Het water loopt en de dampkap gaat aan. Papa kookt nooit. Behalve af en toe van woede. Als hij zijn zin niet krijgt. ‘Sorry,’ piept Dieuwke. ‘Mijn schuld,’ zeg ik. Na een poosje komt papa terug. ‘Je wilt geen vlees, je krijgt geen vlees. Hier is je vegetarische spaghetti.’ Hij zet een bord witte slingers voor Dieuwke neer. Mijn vriendin bijt op haar lip. ‘We hebben nog wel wat kaas en groenten in de koelkast liggen,’ zeg ik gauw.

20


Meisjesdingen Dieuwke en ik hangen voor de televisie wanneer papa zich klaarmaakt om naar de jagershut te vertrekken. ‘Ik heb mijn geweer al overal gezocht, maar vind het nergens. Enkel het doosje kogels zat in de koffer. Hoe kan ik morgenvroeg gaan jagen? Heb je mijn geweer écht niet gezien?’ vraagt papa. Mama schudt haar hoofd. ‘Ik ben er zeker van dat ik het heb meegenomen.’ Angstig kijk ik Dieuwke aan. ‘Ik zou er niet van opkijken als die planteneter mijn geweer gestolen heeft.’ Papa wijst naar mijn vriendin. ‘Grapjas,’ lacht mama. Ze houdt papa’s jas open. Hij hoeft er alleen maar zijn armen in te steken. ‘Hou de meiden maar in de gaten. Onze Margo doet vreemd.’ Mama moet papa echt graag zien, want ze ritst zelfs zijn jas toe. ‘Je haalt je dingen in het hoofd, scheetje,’ zegt mama en ze geeft hem een zoen. ‘Scheetje?’ fluistert Dieuwke. Ze knijpt in mijn been en giechelt. Papa kijkt bedenkelijk onze richting uit. Daarna vertrekt hij. ‘Zo meisjes, ik ben klaar voor een vrouwen-verwennamiddag. Jullie ook?’

21


22


We dobberen en bubbelen tot er rimpels in onze vingers komen. ‘Genoeg geluierd. Het is tijd voor avontuur,’ zegt Dieuwke. Ze staat op uit bad en geeft een handdoek aan. ‘Wat bedoel je met avontuur?’ vraagt mama. ‘Het begint duister te worden, dan hebben we de meeste kans om wild te zien. Trek je kleren aan. We zijn weg.’ ‘Dat denk ik niet,’ zegt mama rustig. Normaal gaat ze niet verder dan het terras in de tuin. Ze is al bang van de mieren die over de grond lopen. Laat staan dat ze een bos in gaat om wild te zoeken. ‘Komaan, het is echt geweldig! Op yoga-kamp hebben we schattige everzwijnen gezien. En met de sporen in de tuin kan het wild niet veraf zijn.’ Mama kijkt bedenkelijk. ‘Zullen de dieren ons niet aanvallen?’ ‘Als we het slim aanpakken, dan doen ze ons geen kwaad. Kunnen we nu vertrekken? Alsjeblieft, alsjeblieft, alsjeblieft?’ Dieuwke smeekt. Mama zucht. ‘Vooruit dan. Maar als het te gevaarlijk wordt, keren we terug.’ ‘Yes!’ gilt Dieuwke.

23


24


Wild Dieuwke volgt het pad dat we deze voormiddag genomen hebben. Van rennen is er geen sprake. Ze sluipt van de ene boom naar de andere. De takken kraken onder onze schoenen. Dieuwke legt haar wijsvinger strak op haar lippen. Als mama kon, dan kroop ze in mijn jas. Bij elk geluid knijpt ze in mijn hand. Aan de rand van het bos, hurkt Dieuwke achter een struik neer. Ze steekt haar vinger in haar mond en daarna in de lucht. ‘De wind komt van de goede kant. Wilde dieren zullen ons in ieder geval niet ruiken.’ Mama knikt, maar is er toch niet gerust op. ‘Nu moeten we stil zijn en wachten,’ zegt Dieuwke. We wachten. En wachten en wachten. Tot we gekraak horen. En gesnuif. Wat verderop staan vier herten te grazen. Bij elk geluid stoppen ze met kauwen. Hun witte staarten zijn donzig en grappig. Ik ben nog nooit zo dicht bij wilde dieren geweest. Spinnen en insecten niet meegeteld, natuurlijk. Ook mama ontspant. Haar glimlach krult tot achter haar oren. ‘Die schattige dieren schiet papa dood.’ ‘Margo, zo mag je niet denken.’

25


Mama knijpt hard in mijn arm. Haar gezicht is lijkbleek. ‘Wat is er? Moet je naar de wc?’ Ze schudt het hoofd. ‘Ik voel een wild beest.’ ‘Waar?’ Mama wijst naar haar kont. Dieuwke en ik leunen achterover. ‘Jaag het weg, het zal mij opeten!’

26


Het plan Papa loopt als een briesende stier door het huis. ‘Je zult je jachtgeweer thuis vergeten hebben,’ probeert mama te sussen. ‘Ik dacht nochtans dat ik het in de koffer had gelegd.’ ‘Je wordt al wat ouder, papa.’ ‘Iedereen vergeet soms,’ vult Dieuwke aan. ‘Dat kunnen jullie wel zeggen. Volgens mij …’ Papa komt voor mijn vriendin staan. Dieuwke kijkt papa strak aan. ‘Jij weet niks, groente-eter?’ vraagt papa. Daar moet Dieuwke om lachen. ‘Nee hoor, vleeseter. En mocht ik iets weten, dan zou ik een moordenaar niet helpen.’ Mama geeft papa een glas bier. Hij drinkt het halfleeg. ‘Ik heb je geweer ook niet gezien,’ zegt mama, ‘volgens mij heb je het gewoon vergeten.’ ‘Goed. Als jullie allemaal zeker zijn, dan zoek ik niet verder. Jacques heeft een reservegeweer. Ik bel hem dadelijk.’

27


Na het eten snellen Dieuwke en ik naar onze kamer. We hebben een nieuw plan nodig. Morgenvroeg om vijf uur gaat papa jagen. Dat betekent dat we nog negen uur de tijd hebben om hem tegen te houden. Ik blader in ons schrift om te kijken wat we nog kunnen doen. ‘Er zit niks anders op,’ zegt Dieuwke, ‘we moeten iets heel gevaarlijks doen.’ Ik zucht. ‘Het is een kwestie van durf en vriendschap.’ Alles wat we nodig hebben, leggen we klaar in bed: de zaklamp, Dieuwke en ikzelf. De treden van de trap kraken. Voetstappen komen dichterbij. Onze deur gaat open. Ik knijp mijn ogen dicht. ‘De meiden slapen al,’ fluistert mama. We liggen muisstil tot we niks meer horen. Ik word zenuwachtig en knip de zaklamp aan. Dieuwke knikt. Op onze tenen sluipen we tot aan de deur. Daar blijven we zitten tot we het geluid horen. Eindelijk. Eerst klinkt het veraf, maar daarna wordt het luider. ‘Nu weet ik waarom jouw mama denkt dat er hier beren wonen,’ fluistert Dieuwke. Ik probeer niet te lachen. Papa klinkt als een wild beest wanneer hij snurkt.

28


Zo stil mogelijk trippelen we onze slaapkamer uit. Papa en mama slapen. Op haar buik schuift Dieuwke de slaapkamer van mijn ouders binnen. Ik schijn met mijn zaklamp naar de nachttafel. Daar ligt papa’s gsm. Dieuwke neemt hem van het kastje en draait zich om. Op dat moment begint mama hevig te hoesten. Ik knip de zaklamp uit. Het bed kraakt. ‘Moet ik een glas water voor je halen?’ vraagt papa aan mama. Als er nu iemand opstaat, dan mislukt alles. Ik hou mijn adem in en wacht. Mama is gestopt met hoesten. Ook papa blijft in bed liggen. Wanneer papa snurkt en mama smakt, knip ik opnieuw de zaklamp aan. Ik schijn laag tegen de grond. Dieuwke geeft de gsm door aan mij. Ik weet wat ik moet doen.

29


30


En? Een streep zonlicht kietelt mijn neus. Ik hoor alleen Dieuwkes ademhaling. Ze slaapt nog. Hoe laat zou het zijn? Al voorbij elf uur! Normaal hoor ik papa altijd. Hij praat of doet klusjes. Nu is het stil. Dat kan maar één ding betekenen: hij is gaan jagen. ‘Dieuwke, opstaan.’ Ik ga achteraan op haar bed zitten. Ze veert recht. ‘En?’ vraagt ze. Ik haal mijn schouders op en schud het hoofd. ‘Is ons plan echt mislukt?’ ‘Ik denk het.’ Dieuwke kijkt beteuterd. ‘Kom, we gaan naar beneden.’ Mama heeft de tafel gedekt. Er staan twee borden klaar. En fruit en stokbrood en choco. Mmmm. ‘Lekker geslapen, slaapkopjes?’ ‘Ja, jullie hebben een heerlijk bed,’ zegt Dieuwke. Ze schuift aan tafel. Ik geef mama eerst een zoen. ‘Heb jij goed geslapen?’ vraag ik. ‘Niet echt. Ik dacht dat er deze nacht inbrekers waren. Ik hoorde vreemde geluiden. Maar er is niks gestolen. Ik heb vast gedroomd.’

31


Ik neem een stuk stokbrood en duw het gauw in mijn mond. Liegen kan ik niet goed. ‘Wanneer komt papa terug van het jagen?’ Mama gaat aan tafel zitten en schenkt zichzelf een kop koffie uit. ‘Papa is niet gaan jagen.’ Dieuwkes gezicht gaat van regen naar zonneschijn. Ik schop onder de tafel tegen haar been. Ze begrijpt wat ik bedoel. Niet te vrolijk zijn. Anders valt het op. ‘Hij mocht toch een geweer gebruiken?’ vraag ik. ‘Ja, maar papa’s wekker stond niet aan.’ ‘Wat jammer,’ zegt Dieuwke. Ze meent het niet. Dat hoor ik. ‘Waar is papa nu?’ vraag ik. ‘Dat verklap ik enkel als jullie beloven om te zwijgen.’ ‘Afgesproken,’ zeggen Dieuwke en ik in koor. Mama fluistert: ‘Papa is nu naar de slager om wild. Hij zal doen alsof hij het zelf geschoten heeft. Eerst vindt hij zijn geweer niet. Dan staat zijn wekker niet. Hij denkt dat hij gek geworden is.’ We giechelen zacht. ‘Ik zwijg als het graf,’ zegt Dieuwke. ‘Ik ook,’ fluister ik. Mama legt haar vinger op haar lippen als ze de voordeur hoort opengaan.

32


Dieuwke is gek op dieren en de natuur. Ze gaat met haar vriendin Margo op weekend naar de Ardennen. De meisjes hebben maar één plan: papa’s jachtuitstap dwarsbomen …

Dit boekje maakt deel uit van de Verrekijkerbieb 4. ISBN 978 90 486 2283 2 Bestelnummer 60 1021 397 KB D/2015/0147/339 NUR 191 Illustraties: Gudrun Makelberge Verantwoordelijke uitgever die Keure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge RPR 0405 108 325 © Copyright die Keure, Brugge

9 789048 622832

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the publisher.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verrekijkerbieb 4e leerjaar - Kijker 2 - N1 – Wilde plannen by die Keure - Issuu