s é m u rés s i a ç n a en fr
P 3A 9110 afgiftekantoor Brussel X Oude Graanmarkt 5 1000 Brussel
PB-PP B- 06386 BELGIE(N) - BELGIQUE
MAANDBLAD > JAARGANG 38 > NUMMER10> DECEMBER 2014 (behalve in juli en augustus)
BUREN VAN DE MARKTEN > P4 ROBBY CASTELEYN
STADSCHAP VIJFHOEK > P9 EEN NOBEL TUINTJE
IN DE WEER VOOR BRUSSEL © ARNOUT WILLEMS
Brusselse pleinen: Het Egmontpark
HANGJONGERE VAN DE MAAND > P10 SOMAYA, EX-SMURF VAN HET EGMONTPARK
DECEMBER
IN DE MARKTEN
TENTOONSTELLING
DE WARMTE VAN DE SLEET/LA CHALEUR DE L’USURE
© ARNOUT WILLEMS
HET EGMONTPARK Een druilerige dag, een miezerige regen, zeurderig grijs is de hemel en zo ook mijn gemoed. Deze avond zal het vroeg donker zijn. De stoelen en de tafeltjes van het terrasje van de Orangerie staan er beregend en verlaten bij. Verdwenen is de mooie nazomer. Verdwenen zijn de mensen die op zonnige dagen dit terrasje bevolkten. Enkele gekleurde bladeren dwarrelen neer op een leeg tafelblad, een sombere momentopname. Maar plots zie ik het goudgele blad en bedenk: "every cloud has a silver lining". Ik positioneer mij zo dat de bladeren op de voorgrond liggen. Ik stel mijn objectief scherp op de bladeren en met een grote diafragma-opening maak ik de achtergrond onscherp. Het menselijk oog wordt aangetrokken door wat op de voorgrond, helder en scherp is. Zo zorg ik ervoor dat je er niet omheen kunt, samen met mij registreer je op zijn minst een feit: het is herfst. Arnout Willems
Sleet ontstaat door wrijving en elke vorm van wrijving geeft fysieke of morele warmte af. Het is een natuurlijk mechanisch, absoluut erotisch en manifest politiek principe. Sleet is zowel reductief als excessief, voordelig als nadelig, positief als negatief. De sleet verbindt zich met materie, met beelden, met lichamen, met kracht en tijd. De tijd van de sleet overstijgt de menselijke dimensie. Het noopt tot het herzien van begrippen als de door
© ARNOUT WILLEMS MUR MACHINE “LE RÊVE DU SANS-FOND” VAN CHRISTIAN BONNEFOI, MUURCOLLAGE 2014
2
onze hedendaagse samenlevingen in gevaar gebrachte duurzaamheid. Hoe gaan de kunstenaars in de tentoonstelling om met deze vragen en hoe grijpt de notie van sleet in op het creatieve proces? Tentoonstelling met werk van: Sylvain Baumann, Christian Bonnefoi, Pierre Di Sciullo, Jean Dupuy, Mario Ferretti, Mekhitar Garabedian, Bruno Goosse, Toni Grand,Frédéric Lavoie, Miguel
Angel Molina, Miquel Mont, Yogan Muller, Willem Oorebeek, Jasper Rigole, Peter Soriano, Sylvie Turpin en Hannes Verhoustraete. • De tentoonstelling loopt nog tot en met 14 december en is gratis te bezichtigen van dinsdag tot zondag van 12u tot 18u.
THEATER
LEZING
MET BORRRIS OP CAFÉ Met enkele sanseveria’s, barkrukken en een toog creëert improvisatiegezelschap Borrris haar eigen café. Het enige dat nog ontbreekt, zijn de gasten. En daarvoor rekenen de spelers op u! Kom genieten van een heerlijk avondje improvisatietheater. U zorgt voor de suggesties, de spelers van Borrris puren er een mooi en uniek verhaal uit. En dat allemaal tussen pot en pint. Welkom! Borrris is het enige Nederlandstalige improvisatiegezelschap in Brussel. De groep gaat niet voor scoren op een podium, maar voor het vertellen van verhalen via doordachte scènes en geloofwaardige personages, geïnspireerd op suggesties uit het publiek.
Met: Riet Baeck, An Brouns, Tom Brusselmans, Eline Van Nuffel, Dieter Van Raemdonck, Priscilla Van Runckelen, Matthias Van Wijnendaele, Frank Vastmans en Eef Verbeke. • Vrijdag 12 december om 20u Zaterdag 13 december om 20u Toegang: 6 euro (VVK) - 8 euro (kassa) Info en reservatie: 02 512 34 25, demarkten@demarkten.be, www.demarkten.be
EVENEMENT
POËZIECAFÉ
OPEN MIC 1
De Markten en het Seniorencentrum houden vanaf dit najaar samen het Poëziecafé open. Dichter en bloemlezer Ivo van Strijtem blijft de literaire barman. Hij brengt ons in de ban van en leidt ons naar nieuwe inzichten en verrassingen in de bijzondere wereld van de poëzie.
Jongerencentrum Chicago is een broeinest van branie en creativiteit. Jonge leeuwen roeren er zich en laten er van zich horen. En daar krijgen ze bij Chicago ook alle kans toe. Omdat wat ze te vertellen en te tonen hebben door meer mensen mag gehoord en gezien worden dan enkel hun vrienden (die sowieso alles van mekaar mega vinden) halen we er een paar naar Café De Markten. Gecoacht door Ismael Akhlal stappen drie jongeren op het podium om u in te pakken met comedy en illusie.
Over grootspraak en kleinspraak Twee vermaarde Duitstalige buitenbeentjeszijn zeker Else Lasker-Schüler en Georg Trakl. Wij lezen een paar gedichten en merken hoe Eros en Thanatos, de liefde en de dood, de dienst uitmaken. Grootspraak en kleinspraak, en hoe die zich verhouden tot elkaar. En waarom dit alles niet eens in een ruimer perspectief plaatsen en La Traviata van Giuseppe Verdi als
GEORG TRAKL
kader gebruiken? Of de films van het Zweedse genie Ingmar Bergman? En natuurlijk luisteren we opnieuw naar aanverwante dichters die de nuances van de liefde als geen ander kunnen verwoorden. • Seniorencentrum Brussel, Woensdag 17 december om 14u Toegang: 5/4,50 euro Organisatie: ism Seniorencentrum Brussel
• Café De Markten Donderdag 11 december om 20u30 Gratis toegang
Organisatie en info: De Markten, 02 512 34 25, www.demarkten.be, demarkten@demarkten.be 3
BUREN VAN DE MARKTEN Robby Casteleyn
Toen Robby, afkomstig uit Tielt nog op de Hotelschool van Koksijde zat vond hij het stadje al te klein. Tijdens de vakanties moest Robby stages lopen, hij koos steevast voor het buitenland, bijvoorbeeld als sommelier in Monte Carlo. Later werkte hij in het Scholteshof voor chef Souverijns en in het Hof van Cleve voor chef Goossens, tot hij oud genoeg was voor zijn grote droom: werken op een cruiseschip. En weg was hij.
4
De Vijfhoek: Van het cruiseschip tot Brussel. Hoe, waarom? Robby Casteleyn: Werken op een cruiseschip is altijd mijn droom geweest. Ik heb het kunnen doen tot de aanslagen op de WTC-torens. Daarna stuikte de cruisesector in elkaar. Maatschappijen gingen samen, er werd geknipt in salarissen en de dollar zakte sterk in waarde. Reden genoeg om terug te keren. Ik ben onmiddellijk in Brussel komen wonen. Tielt was te klein (lacht) en ik heb ook altijd een andere kijk gehad op de wereld. Bovendien ben ik hier vroeger veel uitgegaan. Ik kende mensen die hier vaak kwamen en ging met hen mee op stap en zo groeide de liefde voor deze stad. Ik hou ook heel erg van de anonimiteit van Brussel, iets waar in Tielt geen sprake van was. DV: Vandaag woont u in de Wolstraat, hoe is het om in die buurt te wonen? RC: Ik heb altijd rond de Louizapoort gewoond. Ik woon hier graag, het is dichtbij alles, je kan makkelijk parkeren, het is hier rustig, kortom een leuke omgeving. Ik heb wel niet veel contact met de buurt. Over mijn buren weet ik ook niet zoveel. Goh, het ligt ook wel aan mij, die anonimiteit en natuurlijk dat we het druk hebben met onze job. Maar weet je, Brussel zorgt ervoor dat je je voor veel openstelt. Je kan honderd meter naar links lopen en in een heel andere sfeer terechtkomen en
100 meter rechts is er weer iets compleet anders. Zoiets vind je niet in Parijs of Londen. Ik merk als vrienden op bezoek komen, dat zij dat minder kunnen. Onlangs nam ik met een vriendin de metro en ze klemde haar handtas op haar schoot. Ik zei: “ontspan toch wat”, maar het lukte haar niet. Al die verschillende mensen op de metro, ze voelde zich niet op haar gemak in de grote stad. DV: Brussel is de grote verre stad? RC: Mensen tot hier krijgen... het is niet evident (lacht). Neem nu mijn ouders. Mijn zussen wonen in de omgeving van de plattelandsgemeente Rusignies, dat ligt een heel eind van Tielt. Maar kan je geloven dat ze er “de deur plat lopen”, terwijl ik korter bij woon? Ik probeer het hen uit te leggen: “Je rijdt tot Aalter en vanaf dan is het rechtdoor. Je rijdt binnen via Koekelberg, je rijdt de tunnels in en waar je de Louizatunnel uitkomt, daar woont Robby in de Wolstraat.” (lacht) Maar helaas, ik moet het doen met enkele bezoekjes per jaar. Ik rij dan maar wat vaker naar Tielt. Zo ga ik regelmatig in de week eten bij mijn ouders. DV: Momenteel werk je niet meer uitsluitend in de horeca, je organiseert ook bezoeken aan Brussel. RC: Helemaal uit de horeca ben ik niet, dat zal mij nooit lukken. Ik geef mo-
menteel ook nog les aan de Brussels Business Institute. Mijn studenten zijn vaak kinderen van expats. Voor hen is zo’n bacheloropleiding hotelmanagement interessant. Maar inderdaad, ik heb mijn eigen firma Xcelllent opgericht. Met 3 maal ‘l’ zoals alle goede dingen in het leven uit 3 bestaan(lacht). Je kan mij inhuren als maître d’hôtel, maar ook om te Brusselen. DV: Xcelllent brusselen? RC: Wel laat ik beginnen met te zeggen, ik ben geen gids. Absoluut niet. Ik vertel mensen geen feiten of data. Ik vertel mensen de leuke ‘wistje datjes’ en dat probeer ik met wat humor te doen. Ik heb ook geen vaste routes.
”
Ik wil mensen verliefd laten worden op Brussel
Je zal mij, met uitzondering van één keer, niet langs de toeristische plekken zien wandelen. In een stad als Brussel met zo veel verscholen ‘treasures’ kan je echt wel wat meer zien. Neem nu het Egmontpark bij mooi weer, niet als het regent, dan is het maar niks (lacht). Of de kappersga-
RC: Ja, ik ben in enkele afleveringen van ‘Mijn Restaurant” te zien geweest. Dat was een ervaring. Zeker in de eerste reeks. Je hebt één draaidag en de mensen om je heen hebben helemaal geen ervaring, je wil ze iets leren en het moet ook nog goede televisie zijn. Wat ik minder leuk vond was dat ik ondanks één aflevering daarna toch herkend werd. Ik werkte toen regelmatig als maître en hoorde vaak: “Zeg ben jij niet...” en vanaf dan werd ik in het oog gehouden.
lerij in Matongé, zeer mooie galerij. Daar kom je niet zo maar, als ik daar passeer vallen de mondjes open. Wat ik doe is rondlopen in de stad en kijken. “Ah tiens, hier kruipt een Kuifje uit de grond. Waarom zou dat zijn?”En dat zoek ik op. Of vrienden leren mij een nieuwe buurt kennen, dan ga ik daar later nog eens kijken op een vrije dag. Door die interesse leer je met de jaren je stad ook beter kennen. En zo ben ik op het idee van mijn bezoeken gekomen. Maar ik ben geen gids. Mijn brusselen gaat vaak ruimer dan een wandeling, het is echt voor mensen die wel eens iets speciaals willen.. Ik moet zeggen, wat ik doe is exclusief
in veel opzichten. Ik maak mijn bezoeken op maat en hoe uitdagender hun wensen hoe liever ik het heb. Maar vaak staat daar ook iets tegenover. DV: Hoe bereikt u uw publiek? RC: Via mond aan mond reclame. Ik heb het geprobeerd langs de betere hotels, maar daar val je al gauw onder de noemer gids en je krijgt een nummer en ze willen een procent en je moet daar gaan eten enzovoort... Dat is mijn ideologie niet, dan werk je niet meer op maat van de mensen, maar op een andere . Dus ja, mond aan mond reclame van tevreden mensen. DV: Robby heb jij ook niet iets op televisie gedaan?
DV: Oei,en dat voor iemand die geniet van anonimiteit. RC: Ja, dat was zeker niet altijd prettig. Nu recent ben ik nog even op televisie geweest, een vriendendienst voor een goede vriendin van mij, zangeres Lindsay. DV: In de toekomst, horeca en televisie? RC: Wel, ze zeggen dat ik op televisie goed overkom maar de horeca zal mij nooit loslaten. Ik geef graag les, toch zou ik graag van stadsbezoeken organiseren mijn voltijds beroep willen maken en mijn passie voor Brussel aan anderen doorgeven. DV: Dus je blijft in Brussel wonen? RC: Blijven wonen? Ik ben van plan in Brussel te sterven! www.xcelllent.be
VOOR DE LEZERS VAN DE VIJFHOEK De Markten nodigt 15 lezers uit voor een bezoek aan het Joods Museum van België Het jodendom heeft sinds mensenheugenis geijverd voor studie, voor het samenbrengen en uitwisselen van kennis. Er werd uit zeer uiteenlopende kringen een brede waaier aan ontmoetings- en contactplaatsen gecreëerd. In Brussel was één van deze plaatsen voor gebed, studie en ontmoetingen de Beth Israël sjoel (kleine synagoge). De sjoel werd opgericht in 1946, toen het joodse gemeenschapsleven zich weer ging organiseren. Ze was gevestigd in Sint-JansMolenbeek. Het was een bescheiden en intiem gebedshuis waar men elkaar ontmoette en samen bad. Toen
het in 2004 werd gesloten, verhuisden het meubilair en alle eredienstvoorwerpen naar het museum. De Beth Israël sjoel is vandaag weer in oorspronkelijke staat heropgebouwd en is één van de talrijke bezienswaardigheden van het museum. Hij vormt het middelpunt van een tentoonstelling als een kleurrijk traject vol ontdekkingen en verrassingen. Afspraak op woensdag 17 december om 14u, Miniemenstraat 21, 1000 Brussel. De rondleiding duurt ongeveer anderhalf uur.
• Reservatie: 02 512 34 25 demarkten@demarkten.be 5
> FORSITI’A VOUS PRÉSENTE: ABDOULAYE ET NABIL Dans ‘De Vijfhoek’ du mois passé, nous avons levé un coin du voile sur le déroulement du nouveau projet de la compagnie théâtrale Forsiti’a: une adaptation de la pièce de théâtre ‘Faust’ par Ivan Vrambout. Ce mois-ci, on vous présente Abdoulaye et Nabil, les acteurs principaux de la pièce
exemple. Mais nous, là-bas, on joue par thème. Par exemple, une année c’est sur l’éducation, l’année suivante c’est sur le ‘SIDA’…
projet de l’année passée, ‘Mama Medea’. Mais j’avais un autre projet en même temps. Un des collaborateurs du projet m’a contacté par rapport au nouveau projet et m’a encouragé à participer cette fois-ci. A: J’étais au centre de l’Armée du Salut, je voyais à chaque fois des affiches pour des activités sportives, je faisais même des entraînements de sport avec les gars de Hobo. A un certain moment, j’ai eu une blessure qui me faisait mal et j’ai vu quelque part qu’il y avait aussi des affiches pour le théâtre. Et comme le théâtre c’est quelque chose que je faisais depuis que j’avais 10 ans, au Sénégal, quelque chose que j’aime bien, je suis venu pour participer. J’ai trouvé que c’était chouette, j’ai beaucoup aimé.
DV: Et vous Nabil, votre expérience avec le théâtre? N: J’ai écrit deux pièces ici en Belgique, des sketches pour l’asbl ‘Link Brussel’. J’ai fait du bénévolat pour cette organisation. Ils donnent des cours de néerlandais aux gens qui sont dans une situation difficile, sans papiers, et chaque année on fait une petite fête. J’ai d’abord écrit un sketch de 15-20 minutes en néerlandais, pour encourager les gens à parler le néerlandais. La deuxième pièce était ‘Je n’ai pas de problèmes’. En ce moment je travaille de nouveau avec Link Brussel sur une autre pièce, mais cette fois-ci ce n’est pas moi qui ai écrit le texte.
De Vijfhoek: Bonjour les gars ! Pourriez-vous vous présenter aux lecteurs de ‘De Vijfhoek’? Nabil: Je m’appelle Nabil Barssa. C’est la première année que je travaille avec Forsiti’a sur un projet mais j’ai déjà collaboré avec De Markten, il y a un an environ. Dans le cadre du projet Laplan(1) on a joué une pièce de théâtre qui s’appelle ‘J’ai pas de problèmes’, pour laquelle j’ai fait la mise en scène et j’ai écrit le texte. Avec Forsiti’a, c’est donc une nouvelle expérience pour moi parce que je suis rentré dans un groupe, j’étais nouveau et j’ai dû m’intégrer. Le groupe a été formidable parce qu’ils ont accepté … C’est une très bonne expérience. Abdoulaye: Je m’appelle Abdoulaye Gueye Badji. Ici, j’ai fait de nouvelles rencontres, maintenant je tiens à ces amitiés, ils sont devenus vraiment des frères et des sœurs. Comme une deuxième famille pour moi. DV: Et c’est pour cette raison que tu participes cette année de nouveau? A: Oui. DV: Comment est-ce que vous avez été amenés à rejoindre Forsiti’a? N: Normalement, j’allais participer au 6
DV: Vous racontez avoir fait du théâtre depuis votre jeunesse, c’était comment? A: J’ai commencé à l’école de mon père…. C’était comme une association. Il y avait l’aspect humanitaire et lucratif. Donc pour avoir quelques sous on organisait des répétitions pour faire du théâtre. Le théâtre ici, moi je vois que c’est un peu différent. Ici, ça part de l’histoire d’une personne, Faust par
DV: C’est donc ta première expérience en tant qu’acteur? N: Oui. DV: Comment s’est passée la première rencontre avec le groupe? N: Ça n’a pas été difficile de trouver ma place dans la troupe, je n’ai pas eu de difficulté à m’intégrer. A: On se tient tous au cœur, on est des amis, parfois on se voit hors d’ici. Il y a toujours ceux qui viennent et ceux qui partent. Si nous, les anciens, on ou-
vre les bras aux nouveaux participants, c’est facile. Comme Nabil vient de le dire, c’est facile ici. Tu te sens à l’aise, tu te sens comme chez toi. Nabil et moi on se connaît depuis cette année mais on est devenus de très bons amis, parfois même hors d’ici on fait du shopping ou on va faire des visites… On s’appelle souvent. DV: Vous mangez aussi en groupe avant les répétitions. A: Ce sont nos moments préférés. DV: Ça contribue à l’esprit du groupe alors? A: Ce sont vraiment les moments les plus agréables. On se retrouve, on se dit ‘tu étais où samedi passé?’ on rigole, c’est la famille ! N: Par rapport à ces repas, il y a une fois qui m’a marqué. La maman de Yao(2) avait préparé un plat et c’était piquant. (Abdoulaye rigole) J’ai demandé si c’était piquant, et Abdoulaye m’a dit ‘non, non, pas du tout’. On s’entend comme des frères. DV: Le thème de Faust, de quelle manière ça vous parle? A: (Souffle et rigole). Le théâtre, parfois ce n’est pas facile. En tant que spectateur tu vois les acteurs sur scène et tu crois que c’est facile. Mais c’est le contraire. Le fait de jouer, être un acteur, c’est se placer en dehors de sa zone de confort. Repousser ses émotions, dans
de nouveaux horizons. Tu fais ressentir au public ce qui est en toi. Faust, ça parle de la médecine. Parfois tu n’as pas besoin d’être un médecin pour ressentir ce que ressentent les médecins. C’est difficile de perdre un être humain. Faust perd son papa devant ses yeux, en tant que docteur, sauveur de l’humanité… N: Moi je vois Faust un peu différemment. Faust, dans la pièce, a laissé sa famille. Il a laissé sa propre maison pour voyager. C’est la même chose pour nous. Moi j’ai laissé ma famille, j’ai laissé mes études, j’ai laissé beaucoup de choses pour venir ici. Ici, tu dois prouver que tu es capable. Montrer ‘voilà, je sais faire ça’. Ce n’est pas que le dire, mais le prouver avec le travail, avec ce que tu peux, ton intelligence, ta force. Faust, il a un ‘obstacle’ scientifique, de médecin. A mon avis c’est la même chose que d’autres obstacles et tu dois te prouver à toi-même -pas aux autres- que ‘voilà, je suis capable’. Je suis ici, je veux faire tout moi-même pour prouver que je suis capable d’être ici et que je mérite la place que j’ai dans la vie en général. A l’intérieur du personnage de Faust il y a beaucoup de contrastes. Ça arrive à tout le monde, d’avoir dans sa tête des choses qu’on ne sait pas montrer aux autres parce qu’on ne veut pas être perçu comme ‘faible’. DV: Vous avez fait connaissance avec le
personnage de Faust. Comment est-ce que vous travaillez sur les autres personnages? Et comment sont les relations entre les acteurs? N: Je pense qu’il y a une sorte de complémentarité entre les acteurs. Et en plus chacun donne tout ce qu’il peut dans le rôle qu’il a reçu. Et pour moi, c’est ça qui est beau dans le théâtre. Tout le groupe a été capable de jouer le personnage de Faust, Ivan a sorti beaucoup de choses de nous. Il a une méthode assez différente, on a commencé à répéter sans texte. Normalement il y a une surface et puis tu donnes des idées, mais ici on a l’inverse et je trouve ça chouette. C’est une nouvelle expérience, de voir, d’imaginer des choses qui ne sont pas déjà dans ta tête.
Maintenant c’est clair, les portes de notre pièce sont ouvertes. C’est clair, parce qu’Ivan a commencé à poser les scènes, il a expliqué les étapes jusqu’à la fin. Ce n’est pas fini, on travaille encore et on fait des changements.
DV: Quel est le rôle d’Ivan? A: Comme Nabil vient de le dire. Il nous laisse la parole, pour qu’on puisse donner notre point de vue. Il ne néglige rien. N: Je vois aussi une différence avec l’autre pièce que je suis en train de jouer, quand je compare c’est comme travailler depuis deux côtés différents. Avec Ivan il y a beaucoup de liberté. Chacun a sa manière de travailler et il faut toutes les respecter.
Laplan était le volet artistique autour des arts de la scène à De Markten. (2) Yao est une actrice de la troupe.
DV: Les représentations auront lieu au Garage 29 à Schaerbeek. Pourquoi est-ce que les gens doivent venir voir le spectacle? N: Faust n’est pas un médecin comme les autres, il a beaucoup de choses à montrer aux autres. Je pense que ça va être aussi un voyage dans le temps. Ça va être quelque chose de spécial parce que ce ne sera pas une interprétation classique de Faust. Ca va être une expérience spéciale. (1)
Nederlandse samenvatting
Nabil Barssa en Abdoulaye Gueye Badji zijn de hoofdrolspelers van het stuk waar het theatergezelschap Forsiti’a dit seizoen zijn tanden in zet: een bewerking van ‘Faust’, van & door Ivan Vrambout. Het zijn twee jonge, geëngageerde mannen met een passie voor theater en Brussel. Voor Nabil is het zijn eerste ervaring als acteur, want eerder hield hij zich voor Laplan en andere gezelschappen voornamelijk bezig met de regie en het schrijven van toneelstukken. Abdoulaye is een al meer ervaren acteur en speelde ook mee in het theaterstuk van vorig jaar, Mama Medea. Beide heren vertellen over het verloop van de repetities en de inhoud van het project, in de hoop u zo warm te maken voor het stuk waar ze op dit moment hard aan werken. Wees welgekomen tijdens een van de voorstellingen op 2, 3, 6, 7 of 8 februari 2015. Hou zeker de website van De Markten en de volgende editie van De Vijfhoek in het oog voor meer informatie over de reservaties!
DV: Comment est-ce que vous voyez les semaines et les mois à venir? A: Cela va être du boulot! (hilarité) 7
TER PLEKKE > MUZIEK TUSSEN AFTAKELENDE GLORIE EN LOME BUREAUCRATIE © ARNOUT WILLEMS
“en stoemelings” federale eigendom gebleven. Een federaal pand wordt beheerd door de Regie der Gebouwen, de vastgoedexpert van de Belgische staat. Maar wie moest het 19e-eeuwse gebouw onderhouden? De eigenaar? De gebruiker? Vandaag staat een derde van het gebouw leeg wegens “veiligheidsproblemen”. De Regie der Gebouwen wil niet dat studenten of muzikanten stukken bezetting in hun nek krijgen. Na de strenge winter van 2013 sijpelde het smeltwater langs de dakkoepel de orkestzaal binnen en stond het podium onder water. De uitbundig versierde gevelfrontons brokkelen af, de ramen zijn rot en het befaamde concertorgel van Cavaillé-Coll stikt onder het kalkstof.
werken. Dan pas kan het Conservatorium (en de Erasmushogeschool) een tijdelijk onderkomen zoeken voor studenten, instrumenten en bibliotheek. Ook dat zorgt voor tal van problemen. Je kan bijvoorbeeld moeilijk boeken, die continu worden geraadpleegd, naar een depot brengen. De concertzaal (in Second-Empirestijl) zal voor lange tijd buiten gebruik zijn. Ook nu al moet ze verstek laten gaan voor de organisatie van de halve finale van de Elisabethwedstrijd, die al enkele jaren verhuisd is naar het niet minder fraaie Flagey. Het heeft te maken met de televisieopnames. Het dak kan de noodzakelijke maar tonnenzware verlichtingsinstallatie niet dragen.
het herstelde monument moet terug geïnstalleerd zijn alvorens de restauratie van de concertzaal te kunnen voltooien. In 1876 woonde Leopold II de inhuldiging bij. Niemand durft een datum te prikken voor de verhoopte heropstanding van de zaal, met of zonder koninklijke aanwezigheid. Maar voorlopig gebeurt er niets en de betrokkenen wachten. Belgisch immobilisme? Of rust er dan toch een vloek op de erfenis van Leopold II?
Redding? Mede onder impuls van muziekliefhebbers en patrimoniumwatchers, die het Conservatorium probeerden te redden uit het communautair getouwtrek, werd vorig jaar een akkoord ondertekend tussen de federale Regie, de Vlaamse en de Franstalige Gemeenschap. Goed, en verder? Directeur Swinnen vat het draaiboek samen: eerst moet een vennootschap worden opgericht tussen de Regie, de Vlaamse en de Franse Gemeenschap, als gelijke aandeelhouders met elk een inbreng van 20 miljoen. Vervolgens dient een masterplan te worden opgesteld dat zicht geeft op de omvang, de kosten en de duur (gefaseerd of globaal) van de
Akoestiek De concertzaal is duidelijk de trots van Peter Swinnen. Haar akoestiek is onovertroffen, en dat heeft vooral te maken met het feit dat Cluysenaar de zaal als een mega klankkast rond het orgel bouwde. Voor Swinnen betekent de concertzaal een belangrijke tool in de opleiding van jonge muzikanten. Ze creëert een muzikale biotoop: muzikanten van wereldklasse treden er op en studenten zetten er hun eerste passen in het publieke muziekleven. Deze restauratie belooft een hoogstandje van organisatietalent en technisch vernuft te worden. Het orgel dient pijp voor pijp te worden verwijderd voor men de zaal aanpakt, maar
Peter Swinnen est le directeur du prestigieux conservatoire royal de Bruxelles depuis 2008. La formation musicale y jouit d'une brillante réputation. De nombreux étudiants étrangers y trouvent facilement leur place. Mais un tiers du bâtiment est vide aujourd'hui en raison de ”problèmes de sécurité”. L'hiver rigoureux de 2013 a causé d'énormes dégâts. La salle de concert ne sera cependant plus accessible pour une longue période. La restauration promet d'être une prouesse en matière de talent organisationnel et d'ingéniosité technique. Personne n'ose avancer une date de réouverture de la salle.
Marleen Janssens
Résumé en français
© ARNOUT WILLEMS
Als je aanleg hebt voor kankeren en grienen, mag je zeker geen directeur worden van het Brussels Koninklijk Conservatorium. Binnen de kortste keer zou je uitgebrand thuis zitten. Maar Peter Swinnen noemt zich een optimist. Misschien is het de passie voor muziek die hem behoedt voor geween en tandengeknars. Je zou nochtans de moed verliezen bij de lijdensweg die het somptueus bouwwerk van architect J.-P. Cluysenaar (ook ontwerper van de Sint-Hubertusgalerij) moet ondergaan, al jarenlang. Peter Swinnen, ook gelauwerd als componist, staat sinds 2008 aan het roer van dit nochtans prestigieus Brussels Conservatorium. Want niet enkel het gebouw heeft volgens de beschrijving van de Sint-Lukasinventaris een unieke en internationale waarde. Ook de muziekopleiding geniet een schitterende reputatie. Voeg daarbij de bibliotheek met haar opmerkelijke collectie handschriften en publicaties, en een 8
ligging vlakbij alles wat in Brussel fraai en gezellig is. De vele buitenlandse studenten vinden moeiteloos hun plaats in het grootstedelijk patchwork. Verloedering Sinds de communautarisering van het onderwijs in de jaren ‘60 werd het gebouw vogelvrij: bewoond en gebruikt door een Nederlandstalige en een Franstalige muziekopleiding, maar
STADSCHAP VIJFHOEK >EEN NOBEL TUINTJE Een promotor droomde ervan om ze geheel in de tijdsgeest plat te smijten. Gelukkig stak de toenmalige Agglomeratieraad, hiertoe aangespoord door burgerprotesten, hier een stokje voor. Vandaag is de Wolstraat een van de meest prestigieuze straten van Brussel.
Begin 16de eeuw pikte de adel de Wollendries in om er hun huizen en hun lust- en moestuinen in te bedden. Tot dan waren het daar weiden en tuintjes waar de wolwevers actief waren. Toen graaf "zonder hoofd" Egmont amper tien jaar (1532) was, vestigde zijn moeder zich hier in een bescheiden paleisje en kocht systematisch percelen bij tussen Wolstraat en de stadswallen om er een ruimer paleis, een sier- en een moestuin te bouwen. Egmont bouwde er in 1560 een groot paleis dat bij zijn ter dood veroordeling in 1568 geconfisqueerd werd. De latere Egmonts verloren al snel hun interesse in het domein en verhuurden het aan de Arenbergs die uiteindelijk midden achttiende eeuw eigenaar werden en het goed in de volgende 150 jaar verder uitbouwden. Verkaveling Het Arenberg kasteel en de tuinen werden in de volgende tijden langzaam ver-
der uitgebouwd. Eerst “à la française”, later begin twintigste eeuw in Engelse landschapsstijl zoals het er vandaag nog deels bijligt. Deels want rond dezelfde tijd achtten de hertogen van Arenberg de tijd rijp om hún park voor een stuk te verkavelen. Langs de Wolstraat werden er in 1905 op 26 kavels comfortabele burgerhuizen gebouwd. De naam Egmontpaleis en -park dateert slechts van oktober 1918 op het einde van WO I, wanneer het geheel aan de stad Brussel werd verkocht. De stad stelde de tuin open en het paleis werd, na het eerst uitgebaat te hebben als expositieruimte, in 1964 aan de staat doorverkocht. De burgerhuizen werden op hun beurt in 1975 te koop gesteld.
Het park Het publieke deel van het Egmontpark is vandaag nog 12.500 m2 groot, minder dan twee derde van de meer dan twee hectare dat het ooit geweest is. De betiteling “Engels landschapspark gekenmerkt door grote grasvelden, omzoomd met majestueuze bomen” moeten we dan ook enigszins relativeren bij zulke bescheiden oppervlakte, ook er is veel gazon en er slingeren kronkelpaden door en er staan enkele merkwaardige bomen. Boeiend is wel dat het park via vier ingangen vanuit de omliggende wijk kan doorkruist worden. De geschiedenis en de stadsontwikkeling hebben er een aantal folies achtergelaten: historisch en origineel zijn de Orangerie met zijn gezellig terras en de IJskelder. De Grote Pollepel daarentegen is een “bokrijkse” reconstructie van één van de sleutelelementen van de middeleeuwse waterbedeling in de stad. De waterput bevond zich eertijds ongeveer midden de rotonde van de Ravensteingalerij, de bovenbouw werd daar steen voor steen afgebroken en hier in het park heropgebouwd zonder echter enige verwijzing naar het oude ingenieuze waterdistributie systeem. Een beetje triestig.
Enkele hele en halve kolommen, gered uit de brand van het paleis eind negentiende eeuw (1892), werden op een rond muurtje geplaatst en als “exedra” gedoopt. (een exedra is in architectuurjargon een halfronde buitennis bedoeld als decor) Met de losse hand werden er ook een paar sculpturen ingeplant. Een mooi beeld van Peter Pan en zijn hovelingen. Een buste van de Prince de Ligne, “veldmaarschalk” van tsarina Katharina II van Rusland en vriend en medestander van Casanova, omdat hij in Brussel was geboren en dus in een nobel tuintje thuishoort.
vieux amants" over het talent nodig om oud te zijn zonder volwassen te worden. Of op het muurtje te gaan zitten van de "exedra" en tegen de marmeren kolommen te leunen en de warmte te voelen van de brand waarin deze paleisresten ooit ten onder gingen. We sluiten de ogen voor "les fenêtres nous guettent" (re-Brel) van de burgerhuizen langs de Wolstraat die ons bespieden en voor de gezeten burgers die van op de veranda van Het Hotel neerkijken op ons hofke.
De ingang langs de Wolstraat kreeg in 1999 een mooie passage als hommage aan Marguerite Yourcenar met citaten uit haar meesterwerk “l’Oeuvre au NoirHet hermetisch Zwart”: “Wij weten minder van de paden en de bestemming van een mensenleven dan de vogel van zijn trekroutes.” Zulke hoekjes mochten er meer zijn.
FOTO’S © MARCEL RIJDAMS
Dromerig plekje Och, laten we het semantisch en historisch gekibbel naast ons leggen en een eigen kleine bijdrage leveren tot de mythevorming rond dit nobel tuintje. Het Egmontparkje is voor vele nieuwe Brusselaars hun geheime plekje waar je op het gazon en onder het zacht ruisend lover kan wegdromen. Wegdromen zoals Peter Pan over de tijd dat je liever nog niet volwassen wou worden, of mijmeren zoals Jacques Brel in "La chanson des
Het Egmontparkje blijft een dromerig plekje waarvan er te weinig zijn in deze stad. Marcel Rijdams
Résumé en français
Le nom du Palais et du Parc d'Egmont date de la fin de la première guerre mondiale, lorsque l'ensemble a été vendu à la Ville de Bruxelles. La Ville a rendu le jardin accessible au public et a vendu le palais à l'état belge en 1964 après l'avoir exploité initialement comme espace d'exposition. La partie publique du parc d'Egmont couvre aujourd'hui une superficie de 12.500 m². Il constitue pour les nouveaux bruxellois un jardin secret où ils peuvent s'assoir sur le gazon et et s'évader dans leurs rêves sous le feuillage bruissant. Bref, c'est un endroit comme il n'y en a pas assez dans cette ville.
9
HANGJONGERE VAN DE MAAND >SOMAYA, EX-SMURF VAN HET EGMONTPARK
© ARNOUT WILLEMS
We bezoeken het Egmontpark op een van die goudgeel gekleurde indian summerdagen. Tussen de rijzige bomen die honderd jaar geleden schijnbaar wat lukraak in deze groene oase zijn uitgeplant, genieten de Brusselaars nog van de laatste begenadigde zomerzonnestralen van de dag. Een vrouw verkleed als fee voorzien van kroontje en dito toverstaf en omgeven door een jolige bende vriendinnen geniet nog één avond en nacht van haar vrijgezellenleven en op zo’n moment is er natuurlijk geen tijd voor een interview. Een andere vrouw wat verderop bij de uitgang naar de Wolstraat slaagt erin, zij het niet zonder moeite en met de nodige decibels, haar gezag bij twee recalcitrante honden af te dwingen. 10
Ze verdwijnt met haar twee viervoeters via de Marguerite Yourcenargang uit het zicht. We proberen tenslotte een gesprek aan te knopen met een dienster in de centraal gelegen Oran-
gerie maar die verwijst ons door naar haar bazin achter de toog. Die stuurt ons op haar beurt door naar haar manager terwijl ze ons met een laatdunkende blik een business kaartje in de hand stopt. Toch aarzelt ze nog even en vraagt: “Voor welke televisiezender is het?” “Het is niet voor een televisiestation, maar voor een maandblad van een cultureel centrum”, probeer ik nog in een laatste poging haar te strikken voor een kort gesprek over het dagelijkse leven in het Egmontpark, maar haar geringschatting wordt alleen groter. We zoeken in het park verder naar wat vriendelijkere mensen en stoten op een groepje gesluierde moslima’s die gezellig zitten te keuvelen. Achter hen kijkt op een sokkel Prins CharlesJoseph de Ligne in een feminiene pose toe. Deze 18de-eeuwse bon vivant zei ooit over zijn onwettige dochter: “Ce n’est peut-être pas une ligne droite, mais c’est quand même une Ligne…”. De drie moslimmeisjes reageren aanvankelijk wat weigerachtig op onze vraag voor een kort interview maar Somaya wil ons na wat aandringen, toch wel te woord staan. Ze vertelt ons hoe zij dit park leerde kennen: “Ik ging hier in de buurt naar school en aangezien onze school niet beschikte over een eigen gymzaal, gingen de lessen lichamelijke opvoeding hier door. We kwamen hier vaak om rondjes te lopen.” Ze toont ons met een weids armgebaar hoe het parcours tot ach-
ter de bomen aan de rand van het park liep. “Maar we namen die traditionele jogging niet echt serieus: sommigen bleven wel eens wat hangen achter de bomen of in het struikgewas. Om wat te babbelen of om een sigaretje te roken… Ze noemden ons trouwens de smurfen want onze gymuitrusting was blauw. Wij waren dus minstens 1 keer per week de smurfen van het Egmontpark!”.
echt wel lukken. Ik geloof er althans in.”
Somaya is de schoolbanken ondertussen ontgroeid. Ze is dit jaar begonnen aan een master economische wetenschappen. Maar toch blijft ze nog vaak naar het Egmontpark komen. Het is er rustig en vlakbij haar woning: “Veel mensen uit de Marollen en de Hoogstraat komen naar hier. Het is het enige park in de buurt. We spreken hier vaak af met vriendinnen om wat te kletsen.”
Stefan Moens
En wat brengt de toekomst? “Dit jaar moet ik een thesis schrijven. Ik wil een project uitschrijven waarbij het de bedoeling is om taarten aan de man te brengen. De bedoeling van het project is om een soort businessplan te maken maar ik zou het na mijn studies ook graag willen realiseren”. “Ik zou heel graag een bakkerij oprichten waar suikertaarten worden gemaakt die ik dan zou willen verkopen in Marokko. Ik zal steun van mijn familie wel zeker nodig hebben maar de contacten zijn er en volgens mij kan het
Na dit korte gesprekje, haar twee vriendinnen staan wat verderop immers ongeduldig te wachten, blijkt dat voor mij geen gedweeë economiestudente zit, maar een ambitieuze zakenvrouw in wording. Ik wens haar bij wijze van afscheid veel succes met haar onderneming.
Résumé en français
Nous rencontrons Somaya et deux copines sur un petit banc près de la statue du Prince de Ligne au parc d'Egmont. Elle connaît le parc depuis qu'elle a été élève d'une école dans le quartier. Les cours d'éducation physique avaient lieu au parc. Comme les élèves portaient un costume de gym bleu on leur donna le surnom de "schtroumpfs du parc d'Egmont". Elle fait un master en économie à présent et elle a l'intention d'exploiter une boulangerie. Le plan business de ce projet ambitieux est l'objet de sa thèse de master.
STADSBERICHTEN
BRUSSEL, GEFILMDE STAD Brussel gefilmde stad, een uitgave van Cinematek, is een DVD met meer dan drie uur films over Brussel, aangevuld met teksten van Peter Van Goethem en Roel Jacobs. Brussel, gefilmde stad neemt een aanvang in 1897 bij de allervroegste beelden van de stad gemaakt door cameraman Alexandre Promio in opdracht van de firma Lumière. Vervolgens reconstrueren meer dan 20 zelden geziene films het verhaal van een stad in de greep van de snelle 20e eeuw. Dramatische gebeurtenissen wisselen af met kleurrijke faits-divers, met komische en poëtische momenten. Er zijn anonieme camerabeelden te ontdekken, poëtische portretten naast reportages over onder meer belangrijke stedelijke ingrepen als de bouw van de Noord-Zuidverbinding en de premetro maar ook ingrijpende politieke evenementen. De teksten van Roel Jacobs (historisch adviseur bij Visitbrussels en gids van de stadsbezoeken van onder meer De Markten) en Peter Van Goethem (doctoraatsonderzoeker RITS) gidsen de kijker door tijd en ruimte. De muziek bij
de oudste beelden werd gecomponeerd door Guy Van Nueten, gereputeerd componist voor theater, dans en film. Brussel gefilmde stad wordt uitgegeven ter gelegenheid van de 25e verjaardag van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en met steun van het Gewest. De uitgave is te koop in dvd- en boekhandel en via www.cinematek.be
LEEFBARE BINNENSTAD De plannen van de stad in verband met de centrale lanen en de mobiliteitssituatie in de Vijfhoek blijven voor beroering zorgen. Zoveel zelfs, dat mensen zich gaan organiseren en er ook een nieuw “platform” van organisaties werd opgezet dat zich kritisch maar constructief wil opstellen Door de geplande heraanleg van de centrale lanen zullen een aantal parkeerplaatsen verloren gaan. Voor wie minder verkeer in het stadscentrum wil, lijkt dat geen probleem, anderen willen er niet van weten. Mobiliteitsschepen Els Ampe (Open VLD) wil het
zogeheten “zoekverkeer” (automobilisten die rondjes rijden op zoek naar een parkeerplaats) ontmoedigen door 4 nieuwe ondergrondse parkeergarages te bouwen: onder de Nieuwe Graanmarkt, het Rouppeplein, Ijzer en het Vossenplein. Streefdatum: 2018. Er wordt echter gevreesd dat deze parkings heel wat extra verkeer zullen meebrengen. Tegelijk is er bezorgdheid voor de gevolgen van de “mini-Ring”, officieel bestemmingslus. Deze “bestemmingslus” zal al het verkeer moeten opvangen dat niet meer op de centrale lanen kan. Een nachtmerrie voor veel bewoners die vrezen te gaan stikken tussen die lus en de kleine ring. Het Platform waarbij organisaties als de Brusselse Raad voor het Leefmilieu en verschillende buurtverenigingen zijn aangesloten, wil meer transparantie over het mobiliteitsplan en echte participatie in het besluitvormingsproces over de centrale lanen. De verenigingen zijn des te meer bezorgd over de gevolgen voor de leefbaarheid in de binnenstad, omdat een groot deel van de openbare ruimte op de centrale lanen zal worden voorbehouden voor evenementen, horeca en ander vertier. Op dat vlak is er nu al veel te veel overlast voor bewoners, dit mag echt niet nog vermeerderen.
EEN WARME KERST Nadat het al het hele najaar bangelijk warm is in het land, ziet het er naar uit dat het er in Brussel ook in december warm aan toe zal gaan, met als hoogtepunt de nationale actiedag op 15 december. Tussen al dat groot geweld vraagt Samenlevingsopbouw Brussel met Solidaircity! aandacht voor de kleine, en daardoor herkenbare, verhalen van de meest kwetsbaren in de stad. Mensen die het nu al moeilijk hebben om rond te komen, om een volwaardige plaats in de samenleving op te eisen worden vaak het hardst getroffen door de besparingsmaatregelen van de verschillende regeringen.
Samenlevingsopbouw laat die mensen vertellen voor welke toekomst ze staan als de voorgestelde maatregelen ook effectief zullen doorgevoerd worden. Tegelijk wordt elke burger aangesproken om zijn solidariteit met de meest kwetsbare Brusselaars te betuigen en aan de dag te leggen. En hoorde u al over Hart boven Hard maar weet u niet goed waarover het gaat of hoe het er in Brussel aan toegaat, dan maakt Solidaircity! een en ander heel duidelijk. Loop langs op het Europakruispunt (hoofdingang Centraal Station) op 3 december tussen 15 en 17u of schuif er op 10 december tussen 12 en 15u aan voor de solidariteitslunch. • Info: Samenlevingsopbouw Brussel, 02 203 34 24
OPLOSSING PRIJSVRAAG ETENTJE AB RESTO NOVEMBERNUMMER: In welk jaar en tijdens welke sportmanifestatie werd deze foto op het de Brouckèreplein genomen? In 1949 tijdens de Ronde van Frankrijk, etappe Reims – Brussel op 1 juli. De rit werd gewonnen door de Belg Roger Lambrecht. Chris Vermeir formuleerde het juiste antwoord en mocht genieten van een lekkere maaltijd in het AB resto. 11
BERICHTJES VAN HIER EN GINDER VERENIGINGEN EN ANDERE LEUKE ACTIVITEITEN De Vlaamse Club voor Kunst, Wetenschap en Letteren organiseert in december, telkens op maandagavond om 19u45, lezingen in De Markten. Op 1 december is er de voordracht van professor Dries Thys met als titel “Tempeliers in landschap en verbeelding” en op 15 december zal Jos Meersmans het onthutsende levensverhaal “In Liefde Misleid, Leven en Werk” van Peter Tsaikovski bespreken. • Info: www.vlaamseclubbrussel.be, info@vlaamseclubbrussel.be Onder de titel “Et Omnis Vanitas…“ brengt het Brussels Bachkoor olv Vincent Lesage 2 adventsconcerten op zondag 7 december (15u en 18u) in de Finisterraekerk, Nieuwstraat, Brussel. Illustere voorlopers van de grote Johann Sebastian Bach staan deze keer op het programma: Pachelbel, Schütz, Buxtehude, Tunder en anderen. Toegang: 12/10 euro. • Info en reservatie: brussels.bachkoor@scarlet.be Daar nadert de zalige Kersttijd weer en in onze verbeelding zien we ons wat graag rond een boompje en een stalletje bijeenzitten om samen eeuwenoude kerstliederen te zingen. Maar in de realiteit wordt meezingen of meeneuriën, zelfs tijdens een kerstconcert, nauwelijks getolereerd. Niet zo bij de "Zingende Brug": devoot of vrolijk zingen we 12
liederen uit allerlei landen. Graag zien we jou bij en tussen ons plaatsnemen om samen de kerstvreugde te delen op zondag 14 december van 15u tot 18u in De Markten.
In de Vanhoetergang (Hooikaai 15, naast de KVS) woont een leefgroep. Ze nodigen iedere derde dinsdagavond van de maand geïnteresseerden uit rond de poëzie/zangen van Herman Verbeek. Welkom van 19u30 tot 21u.
• Info: www.dezingendebrug.be Op zaterdag 20 december om 20u organiseert Davidsfonds Brussel-Centrum een kerstconcert in de Sint-Martinuskerk, koningin Fabiolaplein te Ganshoren. Het gemengd koor Musica Nova stelt een prachtig kerstprogramma voor en streeft naar een hoog artistiek niveau in de interpretatie en programmatie van nieuwe en/of minder bekende, uitdagende koormuziek. • Info & voorverkoop: brussel-centrum@davidsfonds.net 02 428 02 04 “U zijt wellekome” is een gezellige kerstsamenzang voor familie en vrienden onder leiding van het kamerkoor Cantabile. Het evenement is gratis met een vrije bijdrage voor de vzw Straatverplegers, een organisatie die in Brussel de straat opgaat om waar nodig daklozen en mensen die in grote armoede leven kosteloos te verzorgen. Afspraak op vrijdag 26 december om 16u in de Basiliek van Koekelberg. • Info: brussel-centrum@davidsfonds.net 0479 10 22 89
• Info: Luc Vankrunkelsven, lucvankrunkelsven@scarlet.be 0472 714 873
VORMING Op dinsdag 9 december van 18u tot 21u organiseert Het Punt vzw - Steunpunt Vrijwilligerswerk Brussel een cursus “Beleidsbeïnvloeding, hoe begin je eraan?”De vorming vindt plaats op de Steenkoolkaai 9B in 1000 Brussel. • Info: het puntstaf@gmail.com 02 218 55 16 Inschrijvingen: www.hetpuntbrussel.be
COLOFON Werkten aan dit nummer mee: Nora De Kempeneer, Pol Vervaeke, Etienne Philips, Jan Op de Locht, Valérie Procès, Hilde Van Geel, Marcel Rijdams, Arnout Willems, Marleen Janssens, Stefan Moens, Werner De Bus en Charles Six. Foto’s: De Markten en ingezonden Lay-out en druk: Drukkerij Atlanta Schaffen Oplage: 6.650 Advertentiewerving: De Markten, 02 512 34 25, demarkten@demarkten.be Verantwoordelijke uitgever: Isolde Boutsen De Vijfhoek is het maandblad van De Markten, Oude Graanmarkt 5, 1000 Brussel 02 512 34 25, demarkten@demarkten.be,
www.demarkten.be Met de steun van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. De Markten maakt deel uit van Cultuurcentrum Brussel. Steun De Vijfhoek: uw steun blijft welkom op rekeningnummer BE62- 433-1147061-61 van De Markten met vermelding "steun De Vijfhoek". Voor het januarinummer van De Vijfhoek zijn teksten en aankondigingen welkom tot uiterlijk 8 december. Openingsuren onthaal: maandag tot donderdag van 9 tot 20u, vrijdag van 9 tot 17u en zaterdag van 9 tot 13u (behalve tijdens de schoolvakanties). De Markten is gesloten van 25 december tot en met 2 januari 2015.