s é m u rés s i a ç n a en fr
P 3A 9110 afgiftekantoor Brussel X Oude Graanmarkt 5 1000 Brussel
PB- PP B- 06386 BELGIE(N) - BELGIQUE
MAANDBLAD > JAARGANG 39 > NUMMER4 > APRIL 2015 (behalve in juli en augustus)
BUREN VAN DE MARKTEN > P5 HUGO VAN GEEL, VAN AFRIKA TOT IN DE NOORDWIJK
STADSCHAP VIJFHOEK > P9 AMAI, DAT TREKT HIER
IN DE WEER VOOR BRUSSEL ©ARNOUT WILLEMS
Brusselse pleinen: Het Sint-Rochusvoorplein
HANGJONGERE VAN DE MAAND > P10 JEROEN MOERNAUT
APRIL en MEI IN DE MARKTEN FRANCESCO PETRARCA
LEZING
CURSUSSEN
©ARNOUT WILLEMS
SINT-ROCHUSPLEIN
POËZIECAFÉ
In een reeks van 33 wandelvoordrachten wordt de Brusselse vijfhoek uitgekamd op zoek naar geschiedenis. Elke wandeling is een op zich staand verhaal.
De vermoorde onschuld… deel 1 Federico García Lorca en Pablo Neruda hadden we eerder al ontmoet. Toch vereren ze ons opnieuw met een bezoek. Zijn verder op de afspraak: de Franse dichters François Villon en Paul Eluard. Ook Francesco Petrarca zal een aardig woordje meespreken. Wij peilen tijdens deze lezing naar de drangnaar zuiverheid die de poëzie genereert. De heilige Lucia van Syracuse in Sicilië is de favoriete heilige van alle Zweden. Zij is de lichtbrenger in de duisterste tijden en zij verleidt ons om een bezoek te brengen aan een van de merkwaardigste dichters aller tijden: Gustaf Fröding.
De Vlaamsesteenweg
De ene kant van het plein ligt in de blauwe schaduw. De ambtenarentorens rijzen op uit de verte. Sommige ambtenaren zakken tijdens de middagpauze wel eens een keertje af naar het Sint-Rochusplein om er de blauwe koelte, de zakelijkheid en de drukte van hun omgeving te ontvluchten. Even een verademing: op dit plein is alles nog op mensenmaat. En als je geluk hebt en de zon schijnt, kan je er een plaatsje op een bank veroveren op de zonnige kant van het plein, zoals deze enkele buurtbewoners die mijmerend en op zichzelf, genieten van de eerste lentezon en de warmte die het hen schenkt. Arnout Willems
2
DE NAAM VAN DE STRAAT
In het noordwesten van Brussel ligt een kruispunt, waarop alle handelswegen bijeenkomen die de stad groot maken. De Vlaamse Steenweg is vandaag een smalle straat, niet aan te raden voor wie met de auto rijdt. De Dansaertstraat vlakbij is veel breder en gerieflijker. Nochtans is de eerste een internationale handelsweg (uit de middeleeuwen), de tweede een lokale verbindingsweg (uit de19de eeuw). Beide straten voeren naar het westen. Parallel daarmee liggen de dokken van het kanaal van Willebroek… naar het noorden. Hun terminus wordt nu ingenomen door de Katelijnekerk op het Katelijneplein, samen met de Oude Graanmarkt een stuk van de oude stadswallen.
LAND VAN LUIKSTRAATJE, ZIJSTRAAT VAN DE VLAAMSE STEENWEG ACQUAREL JACQUES CARABAIN
• Donderdag 2 april van 19u tot 21u30 Deelnameprijs: 8/7 euro
• Brussels Ouderenplatform (Bop), Zaterdagplein 6, 1000 Brussel Woensdag 22 april van 14u tot 16u Toegang: 5/4,50 euro Organisatie ism Bop 02 210 04 60, info@bop.brussels
INSTALLATIE VAN MAEN FLORIN
VOOR KINDEREN
VOOR JONGEREN
SPEELWEEK: LUISTER. ALLES MAAKT MUZIEK De tweede week van de paasvakantie vindt er een speelweekje plaats voor kleuters van 2de en 3de kleuterklas. Thema: geluid en muziek. (Het speelweekje voor de kleinste kleuters, Verse Lucht, dat de eerste week van de paasvakantie plaatsvindt zit helemaal vol)
gen. En weet je? We noemen het allemaal muziek. Schoon of niet.
Of je in de stad woont of midden in een bos, nooit is het helemaal stil. Motoren razen, vogels kwetteren, klokken luiden, bomen ruisen. En je kan er je eigen geluid aan toevoe-
• Van 13 tot 17 april voor kleuters van 2de en 3de kleuterklas Deelnameprijs: 80/60/40 euro Inschrijven: De Markten, 02 512 34 25
Een weekje waarin we veel luisteren naar elkaar en naar wat er rondom gebeurt. En waarin we zelf geluiden zoeken en verzamelen.
SEMAINE D'ART JhMj Dar, opgericht door enkele jongeren uit hartje Brussel, is een jeugdhuis op de Emile Jacqmainlaan, dat vooral ruimte wil bieden aan alle Brusselse jongeren om zich thuis te voelen, en waar er door en voor hen allerlei interactieve activiteiten worden georganiseerd. Na tal van succesvolle evenementen gaande van debatavonden (de zogenaamde Ronde Tafels), filmvertoningen, rommelmarkten en een handvol fuiven, organiseert JhMj Dar voor het eerst ook een tentoonstelling met aandacht voor jonge Brusselse kunstenaars. Het doel van deze SEMAINE D’ART is om in het centrum van Brussel een diverse en dynamische kunstweek op poten te zetten om zo het publiek een kijk op de Brusselse identiteit anno 2015 te bieden. De Markten opent hiervoor zijn deuren van 11 tot en met 18 april voor jong,
gewaagd Brussels talent. Naast beeldhouwkunst, schilderkunst, fotografie en geluid, zal er ook ruimte zijn voor interactieve workshops, een poëzieavond, een kortfilmfestival, een open mic-avond en meerdere Ronde Tafel-gesprekken. Het programma wordt op 1 april samengesteld en onmiddellijk via Facebook bekend gemaakt.
IK JIJ WIJ …EN AL DE REST Ik jij wij is een educatieve tentoonstelling waarin kunstwerken bijeen gebracht zijn die een mogelijk antwoord bieden op vragen als: Wie ben ik? Wie ben ik echt? Is dat voor altijd? Wat maakt me anders? Wie ben ik voor jou? Hoe maak jij dat ik ben wie ik ben? … Het is een tentoonstelling die in de eer-
ste plaats wordt georganiseerd voor groepen jongeren, in klasverband of in de vrijetijd. Een begeleider neemt hen op sleeptouw doorheen een parcours van vragen, discussies, reflecties en verhalen. De kunstwerken bieden mogelijke richtingen gaan. Zo'n bezoek bestaat dus niet uit een wandeling met uitleg van het ene naar het andere werk. Parallel met Ik jij wij organiseren De Markten en Cultuurcentrum Brussel een atelierwerking in De Markten, open en begeleid, waarin jongeren zelf aan het werk kunnen gaan om beeldend, schrijvend, dansend of muziek makend iets over zichzelf te vertellen. Wat daaruit ontstaat zal in mei als parallelprogramma met Ik jij wij getoond worden. • Ik jij wij: vanaf 28 april, enkel toegankelijk voor groepen. Atelier De Markten: Elke dag in april en mei, tot 22 mei.
Organisatie en info: De Markten, 02 512 34 25, www.demarkten.be, demarkten@demarkten.be 3
© PIETER ERASMUS LEUNENS
EVENEMENT
SALON DANSANT 58 DIAMOND ON THE ROCKS
KRISTAL KLAAR DE MARIMBA AAN HET WOORD
Zanger en liedjesschrijver Neil Leslie Diamond werd in 1941 in Brooklyn, New York geboren. In de jaren 60, 70 en 80 schrijft hij vele hits. Zijn teksten zijn spits en hebben diepgang. Zijn muziek is soms dramatisch en groot, soms essentieel en klein, maar raakt altijd. Diamond on the rocks is een muzikaal eerbetoon aan een man die al meer dan 50 jaar een groot en gevarieerd publiek ontroert met zijn onsterfelijk werk. Denk aan nummers als Song sung blue, Red red wine, Solitary man, Beautiful noise, Kentucky woman, Girl you’ll be a woman soon.
Het derde concert in de 7de editie van “Kristal Klaar” staat in het teken van de marimba en wordt geleid door Erik Taelemans. Opnieuw zal jong talent van de Kunsthumaniora de avond luisterrijk inzetten en zullen professionelen het tweede deel voor hun rekening nemen. Tijdens deze Kristal Klaar wordt de toeschouwer ondergedompeld in het gehele klankspectrum van de marimba en zijn interactie in ensembles.
Met: Kris Valvekens, Nathalie Van den Meutter & Emilie Leysen, Luc Canters, Jan Cuyvers, Niels Verheest en Marc Van Puyenbroeck.
4
TE GAST
• Zondag 3 mei om 15u (deuren vanaf 14u) Gratis toegang Voor groepen vanaf 5 personen reserveren we 1 of meer tafeltjes. (gereserveerde en niet gebruikte plaatsen worden om 14u45 vrijgegeven)
De spitsbroeders Laurens Maris en Robin Geeroms brengen u een wervelend muziekverhaal. Zij maken een wereldreis met werken als ‘Step After Step’ (Ragtime), First Anniversary’ (Latin) en ‘Serengeti’ (Afro) en laten je meegenieten met hun spelplezier op marimba, xylofoon en vibrafoon. Andere muzikanten vullen dit vrolijk aan met percussie. Het jong talent zal op deze avond absoluut voor vuurwerk zorgen!
Na de pauze bundelen zes fantastische muzikanten hun krachten om u een uniek ritmisch muziekverhaal voor te stellen: Erik Taelemans op marimba (letterlijk: ‘stem van hout’), Leen Indigne op fluiten, Jan Samyn op percussie, Jean-Philippe Komac op percussie, Philip Bruffaerts op gitaar en Cyrille Obermüller op contrabas. De muziek, geschreven door Erik Taelemans kan niet echt in een vakje geplaatst worden, maar staat garant voor verrassing, ontroering en ontdekking. Voor de uitvoerders even leuk als voor de luisteraar. Met ‘Gitane de Moura’ starten zij in Spanje en krijgt u meteen de toon van het programma: afwisseling van integere, lyrische momenten die snel evolueren naar een onstuimige eruptie. • De Markten, donderdag 30 april om 20u. Info en reservatie 02 474 06 41 res@brosella.be www.brosella.be
© MARCEL RIJDAMS
VOOR DE LEZERS VAN DE VIJFHOEK Wandeling door de Noordwijk De Noordwijk draagt nog steeds de sporen van een speculatieve niets ontziende stadsontwikkeling. In 2017 zal het 50 jaar geleden zijn dat het Manhattan plan gelanceerd werd, het werd geen succes maar het blijft zwaar wegen op de wijk, op zijn herbergzaamheid en leefbaarheid. We wandelen langs de sporen van 50 jaar stadsvernieling en trachten ons ook de toekomst te verbeelden. Na de wandeling bieden we de deelnemers een drankje aan. Welkom op dinsdag 28 april om 18u op het Sint-Rochusvoorplein. • Graag inschrijven ten laatste 18 april: demarkten@demarkten.be of 02 512 34 25
BUREN VAN DE MARKTEN Hugo Vangeel, Van Afrika tot in de Noordwijk De Vijfhoek: Dag Hugo, stel je jezelf eens voor? Hugo Van Geel: Ik ben Hugo Vangeel en ben geboren in Limburg. Ik ben priester gewijd in '68 en heb tot in '97 in Afrika gewerkt als missionaris bij de orde van de Missionarissen van het Heilig Hart. Eerst werkte ik in Congo, daarna in Kameroen. In Kameroen heb ik echter nooit helemaal mijn draai gevonden. Ik kon er maar moeilijk wennen aan de andere omgeving. Het was er haast woestijn, terwijl ik in Congo midden in de jungle zat. © ARNOUT WILLEMS
We spreken af met Hugo Vangeel in de pastorij naast zijn kerk. Thermos, koekjes en asbak op tafel. Niet dat hij zelf rookt, wel een vrijwilliger met wie we een tijdlang de tafel delen. Tijdens het gesprek is het in deze werkkamer een komen en gaan van mensen en talen
D.V.: Hoe ben je in de Sint-Rochuswijk terecht gekomen? H.V.G.: Het was voor mij in elk geval duidelijk dat ik na Afrika niet als parochiepriester wou beginnen in de eerste de beste parochie. Toen ik hoorde dat er voor deze parochie een priester gezocht werd was ik onmiddellijk kandidaat. Ik wist min of meer dat er een grote Afrikaanse gemeenschap aanwezig was. En ik hoopte dat ik er relatief vlot mee in gesprek zou kunnen gaan, alleen al omdat ik toch redelijk vlot Lingala spreek. D.V.: En is dat ook gebleken? H.V.G.: Hier wonen inderdaad erg veel mensen van Congolese, Burundese, Rwandese en Kameroenese oorsprong. Velen van hen zijn hier aangekomen als asielzoeker en zijn hier blijven wonen. En van die groep zijn er zeker een derde die geen verblijfspapieren hebben
of voor wie de aanvraagprocedure nog aan het lopen is. D.V.: Door de ligging van de Dienst Vreemdelingenzaken is de instroom in de wijk van mensen uit alle hoeken van de wereld wellicht erg groot. Levert dat nooit spanningen op? H.V.G.: Ik herinner me inderdaad nog de tijd toen het secretariaat van Vreemdelingenzaken in de Frère-Orbanstraat gevestigd was. Je zag er al van 's morgens vroeg de wachtenden aanschuiven en 's middags werd iedereen voor de middagpauze op straat gezet. Als het guur weer was gingen de mensen schuilen in de portieken van de gebouwen rondom. Op een gegeven moment werd het voor de omwonenden en de mensen met handelszaken niet meer houdbaar. Die schuilplaatsen werden vies, er ontstonden discussies,… Toen staken we met een aantal mensen en organisaties uit de wijk de koppen bij elkaar om te zien hoe we de situatie konden oplossen. Een betaalbaar pand vinden bleek niet haalbaar en dus besloten we om de kerk open te stellen zodat wie koud had er even kon schuilen. En snel kwamen er een paar mensen in de kerk meewerken als vrijwilliger. Er werden gratis tweedehandskleren aangeboden, mama's zorgden geregeld voor soep,… D.V.: En toen kwam het Soeppunt er? H.V.G.: Inderdaad. We hadden ook contact met Vluchtelingenwerk Vlaanderen
die op de Antwerpsesteenweg startten met het Soeppunt. Dat is een plek waar de kandidaat vluchtelingen 's middags, tijdens de middagpauze van de Dienst Vreemdelingenzaken, terecht kunnen voor een kom warme soep met brood, maar ook voor heel bondige maar noodzakelijke informatie over wat er hen de komende uren en dagen te wachten staat. Die informatie wordt zo veel mogelijk in de taal van de mensen gegeven en dat door vrijwilligers die in veel gevallen zelf via de Dienst Vreemdelingenzaken gepasseerd zijn. Nu zijn we naast het Soeppunt begonnen met een verdeelpunt voor soep voor daklozen. D.V.: Zou je kunnen zeggen dat solidariteit – min of meer gedwongen misschien – een thema is in de wijk? H.V.G.: Dat denk ik wel. Er worden inspanningen geleverd, met resultaat, om werknemers van de grote bedrijven in de buurt zoals Suez, Belgacom of Solvay te motiveren om als vrijwilliger mee te draaien bij de soepbedeling. Ook ambtenaren van de Vlaamse Gemeenschap steken de handen uit de mouwen of de jongeren van het Collège de la Fraternité op de Antwerpsesteenweg. D.V.: Mensen van Afrikaanse oorsprong komen makkelijk in de werking van de Sint-Rochusparochie terecht. Maar hoe gaat het met vluchtelingen uit andere delen van de wereld en met een andere geloofsovertuiging? 5
BUREN VAN DE MARKTEN (VERVOLG)
© ARNOUT WILLEMS
H.V.G.: Van verschillende overtuigingen is er in de buurt of vlakbij een huis waar de eredienst en een onthaalwerking voor nieuwkomers plaatsvinden. Er zijn trouwens bijzonder goede contacten tussen de mensen van de verschillende geloofsgemeenschappen. We hebben regelmatig overleg met elkaar en we hebben ook al groepsbezoeken aan de verschillende gebedsplaatsen georganiseerd. D.V.: Onderhoud je ook goede contacten met de katholieke priesters in Brussel? H.V.G.: Heel zeker, ik denk dat de mees6
te priesters met eenzelfde sociale inspiratie aan het werk zijn. Priester zijn in deze tijd en op deze plek is niet meer te vergelijken met het werk van de dorpspastoor van pakweg dertig jaar geleden. Toen was hij voornamelijk bedienaar van de sacramenten, terwijl ons werk nu veel wereldser is. Dat was trouwens ook al zo in Afrika: ik boorde er waterputten, startte er met veeteelt en legde akkers aan. Ik was er dus een beetje landbouwingenieur. En hier ben ik een soort sociaal assistent. We zijn nu net gestart met een actie waarbij we de eenzaamheid in de grote buildings willen aanpakken. Hoewel er erg veel volk dicht bijeen
woont zijn er mensen die geen sociaal contact hebben. Het gebeurt wel vaker dat iemand sterft zonder dat iemand dat opmerkt. Nu spreken we mensen aan waarvan we weten dat ze in zo'n woonblok wonen met de vraag om bij hen op de verdieping een oogje in het zeil te houden, regelmatig aan te kloppen bij de buren om te zien of alles goed gaat, te signaleren wanneer er zich een probleem voordoet,… In het verleden werkten we ook een waarborgfonds uit voor mensen die bij het huren van een appartement de waarborg ten bedrage van twee maanden huur niet konden betalen. Vanuit het fonds konden we de waarborg op ons nemen en die in kleine schijven laten terugbetalen. Het systeem heeft gewerkt totdat het fonds leeg was omdat ook de terugbetaling voor veel mensen te moeilijk werd. Het verschil tussen een priester en een maatschappelijk werker is waarschijnlijk wel dat wij geen werkuren hebben. Wij werken niet van 9 tot 5. En ik beschouw mijn werk ook niet als een job. Toen ik hier als priester startte, bood men mij deze plek vlakbij de kerk aan als woning. Daar heb ik vriendelijk voor bedankt. Het was me hier veel te klein, zeker als je weet dat ik net van Afrika kwam. Ik kon niet tussen deze vier muren komen wonen. Met een beetje geluk vonden we verder op de Antwerpsesteenweg een groot en betaalbaar huis. Dat geeft me de mogelijkheid om altijd vijf gasten in huis te hebben, sans papiers die tijdelijk
een verblijf nodig hebben. D.V.: Je hoort wel eens zeggen dat deze wijk afgesneden is van de omliggende wijken. Heb je dat gevoel ook? H.V.G.: Toch wel, kijk maar op een stadsplan: we liggen ingesloten tussen de spoorweg, de bovenkant van de kleine ring en het kanaal. Hoewel de afstand naar het stadscentrum niet groot is wordt de ring ervaren als een moeilijk over te steken grens. Op een of andere manier zijn wij een geval apart in deze buitenwijk. D.V.: Elke heilige is wel ergens patroon- of beschermheilige van. Waarvoor of waartegen wordt Sint-Rochus aanbeden? H.V.G.: Rochus leefde begin de veertiende eeuw in Montpellier waar hij zieken en vooral pestlijders verzorgde. Na zijn dood werd zijn bescherming tegen de pest afgeroepen. Hier zou langs de Antwerpsesteenweg vroeger een kapelletje voor Sint-Rochus gestaan hebben, lang voordat het hier verstedelijkt was. D.V.: En hoe zit het met de contacten met het verre Limburg? H.V.G.: Die zijn er nog. Daar zit een verhaaltje aan vast. Bij het overlijden van mijn vader kon ik even naar huis komen, maar toen ons moeder gestorven is lukte dat niet. Toen heeft mijn zus haar beloofd dat ze zolang dat ging voor me zou zorgen. Welnu, elke twee, drie weken rij ik met een zak met wasgoed naar mijn zus en krijg ik een zak met gewassen spullen
mee. Maar dat wasgoed is uiteraard niet de echte reden waarom ik nog graag naar Limburg ga. D.V.: Hoe lang blijf je nog parochiepriester? H.V.G.: Ik heb nog 2 jaar te gaan en ben dan 75 jaar. Dat is voor een priester de pensioengerechtigde leeftijd. D.V.: En dan terug naar Limburg? H.V.G.: Nee, ik denk het niet. Ik zal er alles aan doen om in Brussel te blijven zodat ik me kan blijven inzetten voor de vluchtelingen en de sans papiers. D.V.: Goed idee!
Résumé en français
Hugo Vangeel a été missionnaire en Afrique jusqu'en 1997. Lorsqu'il est retourné en Belgque pour des raisons de santé, il avait la ferme conviction de ne pas devenir un simple prêtre de paroisse. Il a trouvé une grande communauté africaine dans le quartier Saint-Roch. La plupart sont arrivés en Belgique comme réfugiés et beaucoup d'entres eux résident ici sans papiers. Etre prêtre aujourd'hui dans ce quartier demande beaucoup plus que de dire la messe de temps à autre. Hugo se sent parfois plus un assistant social qu'un administrateur de sacrements.
A VRAI DIRE >SEULE ET POURTANT EN FAMILLE
Originaire du Congo, de Kinshasa, je suis arrivée en Belgique il ya dix ans. Directement à Bruxelles, et directement dans ce quartier. C’est ici que je vis, et ma vie, c’est surtout ce quartier. Je n’en sors pas beaucoup.. J’ai eu un accident lorsque j’avais cinq ans et j’ai traversé toute ma vie avec cet accident-là. Mais tant que je vivais à Kinshasa ça allait. Cela s’est aggravé après mon arrivée en Belgique. Aujourd’hui je me déplace très difficilement. Pour aller de chez moi, avenue de l’Héliport, à l’église qui est deux rues derrière, je dois faire cinq arrêts. Je vais seule jusqu’au bureau de poste, mais si je dois me rendre plus loin, c’est avec des amis ; une voiture vient alors me chercher devant ma porte. J’ai mes limites.
In deze Franstalige rubriek laten we elke maand een wijkbewoner aan het woord over straat, wijk en stad. De Nederlandstalige versie vindt u op www.demarkten.be
A Kinshasa je travaillais comme secrétaire de direction. J’aimais beaucoup ce travail. Mais je ne peux plus travailler. Je ne suis pas riche mais je peux payer mon loyer et mes factures. Je peux regarder la télévision et passer des coups de téléphone. Ici, il y a ceux qui n’ont pas de vêtements et qui n’ont pas à manger. A l’église Saint-Roch ont lieu tous les jours des dons de vêtements. Les personnes qui en ont besoin peuvent venir chercher des vêtements, de la nourriture aussi (des paquets de pâtes par exemple). Ce sont des dons que font des gens ou des magasins. En dehors de l’église il y a aussi deux points de rencontre. Le 32 et le 34,
tous deux dans la chaussée d’Anvers. Au point 32, on sert aux personnes sans domicile fixe du café, de la soupe, du pain, du yaourt quand il y en a. Ils peuvent y venir de dix à quinze heures. Ils y mangent, y regardent la télévision. Le point 34, qui était avant situé à l’église, est destiné aux demandeurs d’asile. A midi, quand tout le monde doit quitter le bâtiment de l’office des étrangers pour la pause de midi, des bénévoles vont les chercher et les amènent au point 34, aussi appelé « Soeppunt » où ils reçoivent de la soupe. Il s’agit aussi bien des personnes qui viennent d’arriver en Belgique que de ceux qui ont un rendez-vous et qui viennent de n’importe où en Belgique pour être interrogés. Pour la majorité des gens qui viennent ici, c’est la souffrance qui a motivé leur décision. On est tous humains. Les gens qui fuient la guerre veulent trouver refuge ici. En Afrique, on impose aux femmes un mari. C’est la famille qui décide pour elles. Pour une famille qui est pauvre, l’argent est une raison suffisante pour imposer un mari, même s’il est vieux. Ici on a quelque chose. Alors qu’en Afrique nous souffrons. Vous pouvez être intelligent et travailler comme
Mais il faut dire que je ne me promène pas beaucoup, et ici tout le monde me connaît. J’essaie de me comporter avec les gens en fonction de leur nationalité. Si un Belge m’invite à son repas, je m’adapte à son repas. Et je fais pareil pour un Congolais. C’est l’intégration.
ceux qui travaillent ici mais on ne vous paie pas. Il n’y a rien. Presque rien. Quand vous pensez à la famille restée en Afrique, vous ne pouvez pas consommer seul tout ce que vous avez ici. Si vous envoyez cinquante euros, là-bas, c’est beaucoup d’argent. Je n’ai pas de famille ici. Ma sœur est en Belgique mais elle ne vit pas à Bruxelles. Et le reste de ma famille n’est pas ici. On se crée des amis. Il y a une grande communauté africaine Porte de Namur mais je n’y suis pas intégrée, et il me serait de toutes façons difficile d’arriver là-bas. Moi je vis plus dans le cadre de la paroisse. Je prie, je visite le malade. Les gens avec qui j’y suis en contact sont aussi bien africains que belges. Je me suis sentie accueillie ici. Je n’ai jamais eu affaire à des comportements racistes, je n’ai jamais eu de problèmes, ou presque.
Ce qui me manque le plus ici, c’est ma famille. En Afrique, on vit en famille. Si je n’ai pas de riz, mon frère va m’en donner. Et à mon tour si j’ai du riz je vais penser aux autres et le partager. Ici, la paroisse, c’est une famille pour moi. Mais quand on rentre à la maison, on est quand même seul. On se dit bonjour à l’entrée de l’immeuble ou dans l’ascenseur. Mais on se limite à ça. Chacun est chez soi. La paroisse aussi fonctionne différemment qu’en Afrique, où ce sont les Chrétiens qui apportent des fleurs, qui nettoient l’Eglise… qui font que l’église vive. Ici, nous venons seulement pour prier. Mon rêve est que je guérisse. Ou du moins que je me sente mieux. Car j’ai la tête qui travaille mais mes jambes m’empêchent de travailler. Mais je sais que si je suis là c’est par la grâce de Dieu. Quand tu souffres, si tu as quelqu’un à côté de toi ça te console. Moi j’ai Jésus à côté de moi. Marie Claver 7
TER PLEKKE > IN DE HALLEN VAN DE BRANDWEERKONINGEN Op de kaalgeslagen vlakte tussen het Noordstation en het IJzerplein vestigde zich in 1980 de Brusselse brandweer, tussen woonblokken en schooltjes. Een langgerekte gevel met daarachter een overvolle binnenplaats met twee torens, een om de slangen te laten drogen en een om vuur in te maken. Want deze operationele kazerne is tegelijk een "Fire Academy": rekruten maken zich het brede takenpakket eigen van de Brusselse brandweerman. Deze professional biedt hulp bij vele calamiteiten: ontploffingen, zware verkeersongelukken, ongelukken met gevaarlijke stoffen, evacuaties als traditionele middelen ontoereikend zijn, verdrinking, elektrocutie, blokkering in liften… Elke Brusselse brandweerman is ook een geschoold brancardier en kan uitrukken om zieken en gekwetsten naar ziekenhuizen te transporteren. De operatoren van de dispatching ontvangen de noodoproepen van het nummer 112. Weinigen uitverkoren Het beroep van brandweerman heeft voor kleine jongens mythische proporties. Het resumeert alles wat een kind wil worden: een stoere held, een gevierde redder, een viriel en onversaagd man. Zo’n stereotiep superideaal geraak je niet zo gemakkelijk kwijt. "Elke dag belt er wel iemand die brandweerman wil worden" vertelt Jenny, die al in dienst was toen de brandweerkazerne nog op het Vossenplein huisde. Zij verzorgt samen met Ellen de planning, de logistiek en de instructie van de brandweer en van de brandweerschool. De status van het beroep blijft voor velen aantrekkelijk, maar ook het loon, de vrije tijd ( na 24 uur wacht in de kazerne heeft men 3 dagen vrij en kan men een bijberoep uitoefenen) en het gunstig statuut ( kans op vaste benoeming). Per jaar wagen zich ongeveer 6000 kandidaten aan het selorexamen. De overgrote meerderheid sneuvelt meteen bij de fysieke proeven. Wanneer je slaagt voor het theoretisch gedeelte en de ingangs8
proef, kan je beginnen aan een opleiding van 6 maanden in de kazerne. Je leert er gebouwen stutten, voertuigen "openknippen", op een ladder van 30 m manoeuvreren, met een uitrusting van 8 kg door donkere gangen je weg zoeken, metrostellen opkrikken om suïcideslachtoffers te bergen, een defibrillator gebruiken enz. Naast het basispakket zijn er de specialisaties mogelijk ( bv een rescue-opleiding waarbij alpinismetechnieken gebruikt worden) en een officiersopleiding. Heavy Brandweerlui zijn geen doetjes: ze komen terecht in extreme en harde situaties. Marc kan er van meespreken: aanvankelijk werkte hij als regent lichamelijke opvoeding maar de voorbije 22 jaar was hij brandweerman. Hij houdt van zijn baan. Het moeilijkste bij het werk is dat je moet anticiperen en snel beslissen, maar dat de situatie plots kan omslaan. Een spectaculaire ontwikkeling bij brand is bv de "flash over",
waarbij alle stofdeeltjes plots in brand vliegen. Dit kostte in 2008 het leven aan 2 collega’s, bij een brand in een verlaten pand aangestoken door kinderen. Hun gedenkplaat hangt beneden in de kazerne, naast die van de 2 slachtoffers van de CCC in 1985. Maar Marc benadrukt ook de variatie in de opdrachten en de continue bijscholing voor medische, technische, chemische en elektrische aangelegenheden. Hij voelt zich goed bij de personeelsmix van jong en oud en dat gekkenhuis dat Brussel heet, ligt hem wel. En mensen zijn altijd opgelucht als hij na een oproep met zijn collega’s ter plaatse arriveert. "Wij proberen hun problemen op te lossen, en dat is altijd opnieuw de uitdaging". Als brandweerman moet je lichamelijk topfit zijn, je verstand er bij houden en kalm kunnen blijven. Collectief De brandweer van Brussel is een professioneel korps ( andere korpsen doen beroep op vrijwilligers), wat betekent dat degenen die van dienst zijn 24 uur samen doorbrengen. Dus samen trainen, rusten in meerpersoonskamers, onderhoudskarweien verdelen, ’s avonds samen een potje koken en het gezellig maken. Niet evident tussen deze strenge, kale muren. Volgens Ellen en Jenny is er een uitgesproken frisse en familiale sfeer, ook al omdat collegialiteit en teamspirit noodzakelijk zijn bij hun werk. Hoewel de communicatietechnologie de jongere generatie ’s avonds wel
© BRUSSELS FIRE ACADEMY
individueel aan de schermen gekluisterd houdt. Maar bij een noodoproep via 112 is het alle hens aan dek. Jaarlijks blussen ze 2000 branden en zijn er 76.000 ziekenwageninterventies. Binnen de minuut glijden ze via de palen naar beneden en schieten ze in hun typische kledij. De voertuigen staan klaar en zodra ze de straat uit zijn, hoor je de sirenes. “Les titjes” Bij de 1000 Brusselse brandweermensen (de 6 voorposten meegerekend) zijn er ook 8 brandweervrouwen. Griet besliste 11 jaar geleden om haar commerciële job in de privésector op te geven. Ze wilde graag iets nuttigs doen voor de maatschappij en er mocht wat uitdaging en variatie aan vastzitten. Het machogedrag van haar collega’s is voor haar niet noodzakelijk seksistisch. Als je daar niet tegen kan moet je hier niet beginnen. Misschien stimuleren vrouwen juist de goede samenwerking in het team. Griet herinnert zich wel de sceptische blikken die vanuit de vensters haar eerste dagen opleiding gadesloegen. Haar masterdiploma Slavistiek is hier niet meteen nuttig, maar het contact met alle lagen van de Brusselse samenleving leerde haar het leven kennen in al zijn bochten en krochten. "De vrouwen zijn de zonne-
straaltjes in de kazerne", betoogt Marc, "voor hen trekken we onze bierbuikjes in". Marleen Janssens
Résumé en français
Les pompiers bruxellois se sont installés en 1980 sur la plaine dévastée située entre la gare du Nord et la place de l'Yser. Le métier de pompier prend des proportions mythiques dans l'imaginaire des gamins. Il résume tout ce qu'un enfant voudrait devenir plus tard: un héros robuste, un sauveur célèbre, un homme viril et vaillant. Le corps de 1000 pompiers bruxellois (y compris les 6 avant-postes) compte également 8 femmes. Les pompiers bruxellois éteignent 2000 incendies par an et leurs ambulances interviennent 76. 000 fois annuellement. Dès que résonne un appel d'urgence via le 112, c'est le branle-bas de combat. En moins d'une minute ils descendent vers le garage en glissant par la rampe et revêtent leur costume à toute vitesse. Les véhicules sont prêts et dès qu'ils démarrent, on entend les sirènes.
STADSCHAP VIJFHOEK >AMAI, DAT TREKT HIER
© MARCEL RIJDAMS
Het Oude Sint-Rochusvoorplein lag op de kruising van de Antwerpsesteenweg en de huidige Bolivarlaan. De Bolivarlaan, de oost-west as van wat eens gepland was als het snijpunt van Europese autosnelwegen, van London naar Istanbul en van Amsterdam naar Parijs, vandaag E40 en E19. Grootheidswaan die gelukkig mede door burgerprotest tijdig gestopt werd maar waar we nu dus nog deze Bolivarlaan en de Albert II laan aan overhouden. De Albert II laan strandt noordwaarts in het nieuwe Gaucheretpark en de Bolivarlaan loopt voorlopig dood aan het kanaal, op het strand van Brussel Bad. Laten we de stadschappelijke kwaliteiten van de openbare ruimte in de nieuwe Noordwijk eens onder de loep nemen. Het nieuwe Sint-Rochus-
voorplein staat symbool voor de gespletenheid van de stedelijke ontwikkeling. De oude Antwerpsesteenweg is hier de scheidslijn tussen bewoonbaar en bureaucratie. Zielloze gevels We beginnen onze wandeling op het plein voor de kerk. Als deze kant van het plein nog enigszins herbergzaam kan genoemd worden door de warmte van de zongekleurde baksteenarchi-
tectuur van de kerk dan botsen we aan de overkant op de koude spiegelpaleizen van blinde administratie. We wagen ons door de stalen hekkens richting Albert II boulevard. We belanden op een parkachtige middenberm, gemillimeterd en gelijnd naar het evenbeeld van zijn begrenzende zielloze gevels. Dit middenbermpark werd op initiatief en deels op kosten van de belendende immo-eigenaren, voornamelijk de erfgenamen van Charly De Pauw1, aangelegd om wat kleur (en waarde) te geven aan hun inspiratieloze grijze bouwsels. Deze groenstrook van 850 meter lang, waar eens de Zenne de scheiding tussen Brussel en Sint-Joost vormde, bebakend met mooie monumentale kunstwerken geeft inderdaad rust en wandelruimte aan de vele mensen die hier werken. Gelukkig dienen deze verkruiste grasvelden ook af en toe als start of landingsplaats voor meer geanimeerde manifestaties. We gaan richting Noordstation. De Bolivarlaan kan hier als voorbeeld gelden van leegheid en eindeloze ruimteverspilling, de ontwerpers hadden duidelijk moeite om de leegheid te vullen. Twee “oneindige” banken midden een zee van betontegels, hier en daar streng vierkant gebakte groenperken, overbodige afslagstroken, overvloed aan ruimte zonder veel voetgangers. Alsof de nakomende stadsplanner het begrepen heeft krimpt voorbij de Antwerpsesteenweg de laan, wijkt af van
de oorspronkelijke bouwlijn en treden de nieuwe gebouwen van GDF Suez vooruit. Of is dit ook tekenend voor de nieuwe machten die stadsontwikkeling sturen? Sporen van oude concepten We lopen langs de monotone splinternieuwe woonbouwarchitectuur van de Simonsstraat naar het Maximiliaanpark. Deze straten vertonen ook nog de sporen van de oude concepten, lange lineaire blokken, zoals de brandweerkazerne die samen met de “Amelinckx” blokken een muur vormt voor het park. Dit park is aangelegd op de plaats van de helikopter “haven” uit de jaren vijftig. Onder het park langs de muur van de sokkel waarop de woonblokken zijn gebouwd loopt de Zennecollector. We lopen langs de kinderboerderij terug, via een recente doorsteek naar de Harmoniewijk, in het voorbijgaan treurend over de non-aanleg (parking ingang, lege sokkel, vijandige muren) van de publieke ruimte van de Pijlstraat en langs de Voorstadstraat belanden we waar we vertrokken zijn en vinden er een terras in de zon op het Nieuwe Sint-Rochusvoorplein.
Résumé en français
L'ancien parvis Saint-Roch se trouvait au croisement de la chaussée d'Anvers et de l'actuel boulevard Simon Bolivar. Le boulevard Simon Bolivar constitue l'axe est-ouest de ce qui avait été projeté comme intersection de deux autoroutes européennes, à savoir celle allant de Londres à Istanbul et celle allant d'Amsterdam à Paris, les actuelles autoroutes E40 et E19. Une folie des grandeurs qui a été heureusement arrêtée à temps grâce entre autres à la protestation des citoyens. Le nouveau parvis Saint-Roch symbolise la schizophrénie du développement urbain. La vieille chaussée d'Anvers marque ici la ligne de séparation entre l'habitabilité et la bureaucratie. Le boulevard Simon Bolivar peut servir d'exemple de vacuité et de gaspillage sans fin d'espace.
Promotor en medebedenker van het Manhattan Plan, de WTC (World Trade Center) torens, vriend van Vanden Boeynants en mededoodgraver van de oude Noordwijk.
1
Marcel Rijdams 9
HANGJONGERE VAN DE MAAND >JEROEN MOERNAUT : BELEIDSADVISEUR ÉN WHISKY-KENNER
© ARNOUT WILLEMS
De moderne Sint-Rochuskerk die dit jaar haar 20-jarige bestaan moet vieren, baadt in een weldadig lentezonnetje wanneer we aankomen op het pleintje dat door de gehele lengte van de kerk wordt gedomineerd. Drie goedgehumeurde politieagenten, twee mannen en een vrouw, vertrekken op patrouille door de wijk. Een man zit op een bankje met een zak vol kleren. Die moet hij zeker in de kerk op de kop getikt hebben, want wat later ontdekken we dat in een donkere zijbeuk van de parochiekerk enkele Afrikanen tweede-handskledij verdelen. 10
Aan de overkant rekken wat ambtenaren in de schaduw van de kantoortorens van de Noordwijk hun middagpauze alvorens ze terugkeren naar hun artificieel verlichte kantoorbunkers. Op een bankje van het Sint-Rochuspleintje ontmoeten we een man die geconcentreerd op zijn i-phone zit te tokkelen. Of hij voor ons wat tijd wil vrijmaken voor een kort interview? Geen probleem, als het in tien minuten kan. Jeroen is beleidsmedewerker externe veiligheid bij de administratie Leefmilieu, Natuur en Energie. Dat Vlaams ministerie is gehuisvest in een van de glazen dozen gelegen langs de Albert IIlaan en luistert naar de poëtische naam Graaf de Ferraris. Jeroen werkt part time en pendelt tussen het Gentse en Brussel. Van deur tot deur is dat toch snel anderhalf uur. Hij doet het soms wel eens met de fiets: hij doet er dan twee uur en een kwart over om van de streek van Destelbergen tot in de Noordwijk te fietsen. Meestal profiteert hij van zijn middagpauze om wat rond te wandelen in de omgeving. Hij weet dat het een wijk is met geschiedenis of beter dat het Vanden Boeynants was die de geschiedenis hier heeft doen wijken. Eten doet hij meestal in de refter: de keuken is er goed en gevarieerd, maar soms gaat hij toch wel eens in de wijk eten. Een echt stamcafé heeft hij niet: voor hem is het belangrijk om buiten te zijn want een hele dag op kantoor blijven zitten voor een computer en onder
kunstlicht, dat is hem wat van het goede te veel. De pauzes kan hij naar hartenlust langer of korter maken: glijdende werkuren heet dat dan maar meestal houdt hij het op een kort wandelingetje rond de Antwerpsesteenweg. Uitzonderlijk wandelt hij ook eens tot aan de Flamingo bij de KVS. Of hij zich kan voorstellen dat hij ooit in Brussel komt wonen? “Zeer zeker. Brussel is eigenlijk onze enige echte stad. Ik kom oorspronkelijk uit het Waasland maar ben blijven plakken in het Gentse. Maar Gent, dat is eigenlijk een groot dorp en de enige migranten daar zijn West-Vlamingen”, voegt hij er lachend aan toe. “Ik vind Brussel een heel gastvrije stad en ik hou van die mengeling van nationaliteiten en achtergronden. Ja, misschien kom ik ooit nog eens naar Brussel wonen, dat sluit ik helemaal niet uit!”. De tijd die onze Brusselminnende Jeroen voor ons heeft, is beperkt, maar nadat we de ene na de andere vraag op hem hebben afgevuurd, slagen we er toch nog net in zijn verborgen passie te onthullen: Jeroen heeft een passie voor whisky. Bij een eerste proeverij vond hij dit goudgele vocht maar niks, maar een vriend leerde hem de finesses van het fijnproeven en het groeide uit tot een grote passie. Of hij een voorkeur heeft voor een bepaald merk? Daar kan hij echt niet op antwoorden: je hebt binnen de Amerikaanse, Schotse en Japanse whisky’s zowel goede als slechte. Ooit nam Jeroen deel aan een heus whisky-
festival in een hotel bij de Nieuwstraat, maar of hij een plek in Brussel kent waar goede whisky geschonken wordt? “Nee, maar misschien moet ik dit gat in de markt eens opvullen?” Ik zou zeggen: doen, Jeroen! Stefan Moens
Résumé en français
Jeroen est chargé de mission en matière de sécurité externe auprès de l'administration Leefmilieu, Natuur en Energie. Ce ministère flamand se trouve dans un des immeubles de verre situés le long du boulevard du Roi Albert II-laan et porte le nom poétique de « Comte de Ferraris ». Mais Jeroen est un homme de l'extérieur et n'aime pas rester trop longtemps à l'intérieur. Il profite de la pause de midi pour explorer le quartier Nord. Il n'exclut pas de venir habiter à Bruxelles. Il apprécie l'hospitalité et la mixité culturelle de la capitale. Sa passion est toutefois le whisky. Peut-être ouvrira-t-il un jour un bar à whisky à Bruxelles.
STADSBERICHT OPLOSSING PRIJSVRAAG ETENTJE AB RESTO MAARTNUMMER:
7DE DAG VAN DE NETHEID deur” wil worden, stuurt een mail naar ambassadeur.proprete@brucity.be. De grote promotiecampagne “Beweeg & veeg” gaat al op 3 april van start.
De stad Brussel organiseert op zaterdag 25 april de 7de Dag van de Netheid. Brussel heeft nog steeds het imago van een vuile stad. Ondanks de inspanningen van de stadsreinigingsdienst liggen de straten er toch nog vies en verwaarloosd bij. De themadag heeft als doel om de Brusselaars te informeren en te sensibiliseren over de netheid van de stad. De inwoners worden uitgenodigd om hun voetpad proper te maken, wat ook een gelegenheid is om ze eraan te herinneren dat zij verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van hun stoep. De stad zoekt voor de Dag van de Netheid ambassadeurs die informatie willen verspreiden. Wie “Netheidsambassa-
Op 25 april worden talrijke activiteiten georganiseerd en is er animatie voorzien: scholen presenteren hun werken van de tekenwedstrijd “Netheid in de stad”, toneelspelers zullen de straten opvrolijken en de horeca MIVB en NMBS dragen eveneens hun steentje bij. Afspraak op 24 april met emmer en bezem op de stoep. • Dag van de Netheid, zaterdag 25 april Info: Stad Brussel, francesco.iammarino@brucity.be 02 279 26 94
n ë i n Zodag mars zon 5 1 . 4 . 6 2 n ë i n o Z anken kl Wandelen en muziek in het bos
5
10 15 25 km
Op de plaats waar we nu de Grootgodshuisstraat en het Pachecoinstituut aantreffen, bevond zich vroeger het uitgestrekte Groot Begijnhof. Het Begijnhof werd aan het einde van de 18de eeuw opgeheven. Hoeveel begijnenhuisjes telde met toen verdeeld over een oppervlakte van bijna 7 hectaren? Men telde 1084 begijnenhuisjes verdeeld over een oppervlakte van bijna 7 hectaren.
INFO
Gemeenschapscentrum WaBo 02 675 40 10 wabo@vgc.be
© ARNOUT WILLEMS
www.wabo.be
Een project van GC WaBo, in samenwerking met GC Kontakt, GC Op-Weule, GC Den Dam, VGC-sportdienst en Muziekpublique. In het kader van Cultuurcentrum Brussel, het netwerk van de 22 gemeenschapscentra. Foto: © Vilda – Yves Adams | Ontwerp: www.pjotr.be
Johanna Buys formuleerde het juiste antwoord en mocht genieten van een lekkere maaltijd in het AB resto. 11
BERICHTJES VAN HIER EN GINDER
VERENIGINGEN EN ANDERE LEUKE ACTIVITEITEN Davidsfonds Brussel organiseert een lezing over het leven en werk van Hendrik Marsman. Professor emeritus Jaap Goedebuure (Universiteit Leiden) is de biograaf van Marsman en zal ingaan op Marsmans beeld zoals dat uit zijn leven en werk naar voren komt. Donderdag 9 april om 20u in het Goudblommeke in Papier, Cellebroersstraat 55, 1000 Brussel. Toegang: 6/4 euro.
Daar is de lente, daar is de zon ... en daar worden dan ook vrolijke lenteliederen gezongen. Wie er bij wil zijn wordt vriendelijk verwelkomt in De Markten door de immer goedgemutste leden van de zanggroep "De Zingende Brug". Ze vergaderen, haast boven de wolken waar de zon altijd schijnt, op de achterzolder van de derde verdieping op zondag 19 april tussen 14u45 en 18u. Neem de lift en zing mee!
• Info & inschrijvingen: brussel.davidsfonds.be 0479 10 2289
• Info: www.dezingendebrug.be
De jaarlijkse bedevaart naar de kapel van Lenneke Mare - vertrek Kapellelaan 37, Sint-Lambrechts-Woluwe - vindt plaats op zaterdag 18 april om 15u. • Info: jozefdevocht@hotmail.com 02 770 68 21
12
Op zondag 19 april richt het Begijnhofplein zich naar jongeren. Brusselse verenigingen en organisaties, waar jongeren de drijvende kracht zijn, tonen zich. Maak kennis met hun projecten die werken rond klimaatverandering, gevangenen, voedsel, samenleven met
verschillende religies… De activiteiten starten om 11u in de Begijnhofkerk met poëzie en muziek, gevolgd door een middagmaal en vanaf 13u workshops. • Info: www.facebook.com/events/ 1378204879147718 De Vlaamse Club voor Kunst, Wetenschap en Letteren organiseert op maandag 20 april om 19u45 een lezing in De Markten. Professor Cécile Baeteman zal de klimaatsverandering bespreken. Ze benadert het onderwerp op een boeiende en genuanceerde wijze en staat open voor een vlotte discussie met de aanwezigen. • Info: www.vlaamseclubbrussel.be, info@vlaamseclubbrussel.be
COLOFON Werkten aan dit nummer mee: Nora De Kempeneer, Pol Vervaeke, Etienne Philips, Hilde Van Geel,Valérie Procès, Marcel Rijdams, Arnout Willems, Marleen Janssens, Stefan Moens, Werner De Bus en Charles Six.. Foto’s: De Markten en ingezonden Lay-out en druk: Drukkerij Atlanta Schaffen Oplage: 6.350 Advertentiewerving: De Markten, 02 512 34 25, demarkten@demarkten.be Verantwoordelijke uitgever: Isolde Boutsen De Vijfhoek is het maandblad van De Markten, Oude Graanmarkt 5, 1000 Brussel 02 512 34 25, demarkten@demarkten.be, www.demarkten.be
Met de steun van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. De Markten maakt deel uit van Cultuurcentrum Brussel. Steun De Vijfhoek: uw steun blijft welkom op rekeningnummer BE62- 433-1147061-61 van De Markten met vermelding "steun De Vijfhoek". Voor het meinummer van De Vijfhoek zijn teksten en aankondigingen welkom tot uiterlijk 12 april. Openingsuren onthaal: Openingsuren onthaal: maandag tot donderdag van 9 tot 20u, vrijdag van 9 tot 17u en zaterdag van 9 tot 13u (behalve tijdens de schoolvakanties) Tijdens de paasvakantie is het onthaal open van 9u tot 17u. De Markten is gesloten op 5 en 6 april.