Skip to main content

De Vijfhoek februari 2021

Page 1

P 3A 9110 afgiftekantoor Brussel X Oude Graanmarkt 5 1000 Brussel

PB- PP B- 06386 BELGIE(N) - BELGIQUE

MAANDBLAD > JAARGANG 45 > NUMMER 2> FEBRUARI 2021 (verschijnt niet in juli en augustus)

HALTE VAN DE MAAND>P9 >DE KLEINE BROER VAN MANNEKEN PIS BUREN VAN DE MARKTEN>P6 >HUISARTS CHARLOTTE GOEMAERE BRUSSELSE ARCHITECTUUR>P8 >MAXIMILIAANZENNE

Halte van de maand: bushalte Manneken Pis ©FABIENNE CLAES@STADSBIOGRAFIE


FEBRUARI IN DE MARKTEN

©FABIENNE CLAES@STADSBIOGRAFIE

GELUIDSINSTALLATIE

LE BLEU, EEN ZEBRA, OSCAR ET LE KHAT Bushalte Manneken Pis is een halte van lijn 33 en situeert zich in het begin van de Zuidstraat. De lijn verbindt de bovenstad met het centrum. Er rijden alleen elektrische bussen op deze lijn en is een belangrijke eerste stap naar een volledige elektrische vloot van het Brusselse openbaar vervoer tegen 2030. Buur van De Markten is huisarts Charlotte Goemaere die werkt in de dokterspraktijk Dokters Brussel Centrum, in de buurt van de bushalte Manneken Pis. Ze verhuisde een drietal jaar geleden naar de hoofdstad en heeft het hier naar haar zin. De laureaat van de wedstrijd voor het heraanleggen van het Maximiliaanpark en het openleggen van de Zenne is gekend: een combinatie van vijf studiebureaus onder leiding van OLM Paysagistes uit Parijs in ‘co-constructie’ met OUEST architecture.

2

De Sint-Katelijnewijk is de laatste jaren erg veranderd. Waar de wijk een paar decennia geleden nog een grauwe buurt was die enkel werd bezocht door mensen die er iets te zoeken hadden, is het nu een hippe plaats waar veel mensen zich thuis voelen. Een plek waar je even kan ontsnappen aan de drukte van de stad, waar de trottoirs recht(er) liggen, waar je gezellig kan afspreken met vrienden en vriendinnen. Toch zijn onze wijk en het plein voor onze deur geen onbeschreven bladen. Er werd al heel wat gemanifesteerd tegen en geschreven over de veranderingen die onze buurt doormaakte. Lang niet iedereen is tevreden met het deels autovrij maken van de straten, het weghalen van bankjes, de uitbreiding van terrassen, de opkomst van grote horeca- en winkelketens.

Omdat we het belangrijk vinden dat gebruikers van de openbare ruimte mee kritisch blijven nadenken over hoe de stad wordt vormgegeven, vroegen wij aan BNA-BBOT en geluidskunstenaar Jeroen Uyttendaele om een kunstwerk te maken op de Oude Graanmarkt.

stallatie (NL – FR) hangt op in de platanen voor de inkom van De Markten op de Oude Graanmarkt en laat je horen hoe de identiteit van de buurt leeft in de hoofden van de bewoners en nodigt je uit om er met een frisse blik naar te blijven kijken.

Samen maakten zij ‘Le bleu, een zebra, Oscar et le khat’. Deze geluidsin-

• Elke dag vanaf 1 februari tot 25 april van 7 tot 22u


> VERGEZICHT

De Vismet ligt er nat, grijs en desolaat bij. Wat een contrast met de drukte die er lang geleden heerste rond het Koopliedendok en wat later in de half-overdekte vishal en nog steeds… maar nu even niet. Fabienne Claes

©FABIENNE CLAES@STADSBIOGRAFIE

3 3


HALTE VAN DE MAAND >DE KLEINE BROER VAN MANNEKEN PIS

Er zijn weinigen die dit weten maar Manneken Pis heeft een broer. Of beter gezegd: hij heeft ooit een broer gehad. En zij die dat wisten zijn al lang dood want we vinden van het bestaan van deze ‘broer’ slechts een flauw spoor terug na de Eerste Wereldoorlog, in een kort berichtje op de eerste pagina van Le Soir uit 28 juli 1921. Wat is het verhaal? Op het einde van de Eerste Wereldoorlog trokken de Duitse troepen zich plunderend terug. De Belgische overheid was nog niet aanwezig in de hoofdstad, de overgebleven troepen van het keizerlijke leger sloegen aan het muiten, er heerste die dagen, begin november 1918, een opwindend prerevolutionair klimaat in de stad. In het Zuidstation ontploften wagons volgestouwd met explosieven die het Duitse leger in zijn haast had achtergelaten. Het geluid van de explosies was tot in de wijde omgeving te horen, de bodem trilde tot in de Marollen. Mensen trokken de straat op en zochten beschutting in kelders. Hadden de Duitsers in hun aftocht nog het snode plan opgevat om de stad te bombarderen? Ook de bewoners van de buurt rond het Vossenplein waren er niet gerust op. Een aantal van hen uit de Pluim- en Huishoudenstraat trokken inderhaast naar een kelder die nog gebruikt was geweest door het poppentheater Toone. Tot hun grote verbazing ontdekten ze in een duistere hoek van de kelder iets dat leek op een naakt kind dat uitgestrekt op de grond lag. Wie was dit kind? Was het dood of levend ? Tot hun grote opluchting bleek het te gaan om een pop, een ‘Jef’, die Toone bij zijn verhuizing naar een ande4

re kelder had achtergelaten. De bewoners vergaten hun angst en adopteerden meteen dit arme weesje. Hij wordt officieel herdoopt tot de “broer van Manneken Pis”. Men richtte, zoals dat toen ging, een comité op met de naam “Tap Club Attractions”. Het comité deed aan fundraising door elke honorabele gast die de wijk aandeed te trakteren op een heuse taptoe. Het geld stroomde binnen. En toen de kas voldoende gespijsd was werd de kleine broer van de oudste burger van het land triomfantelijk meegedragen in een optocht. Dat gebeurde op zondag 24 juli 1921. En net zoals zijn illustere broer kreeg ook deze volkse jongen een nis om in te pronken, zij het een van bordkarton. Die nis kwam er in de Pieremansstraat, een straat die de Blaesstraat verbindt met de Hoogstraat. De leden van het beschermingscomité hadden zich die dag op hun paasbest aangekleed, de voorzitter gaf een ontroerende speech. Er werd gelachen, er viel een traan en toen werd er getoast. Het manneken zelf kreeg aan zijn zijde twee forse bewakers die zich speciaal voor de gelegenheid in een blauwe kiel hadden gestoken. Zij die hun kersverse patroon wilden stelen, zouden vroeg moeten opstaan! Er werden guirlandes

gehangen in kleurrijk papier, draperieën moesten de omgeving van het nieuwe heiligdom wat luister geven. Gedroogde preistengels deden de rest. Het beschermcomité had trouwens zeer ambitieuze plannen want ze dachten eraan om het jaar daarop, in 1922 dus, een heuse reünie te organiseren waarbij de grote bronzen broer met de kartonnen versie zouden worden samengebracht. Dat zou pas een broederlijk feest worden! De pers was alvast van harte welkom. Maar het kartonnen broertje was maar een kort leven beschoren. Honderd jaar later heeft niemand van hem nog iets gehoord of gezien. Bestaan er foto’s van hem? Heeft hij zijn broer echt nog kunnen ontmoeten in 1922? Wie zal het zeggen? Het is allemaal zo lang geleden. De wereld van toen is al lang, samen met het kartonnen mannetje, verdwenen. In 1922 kreeg Manneken Pis er nog een ander broertje erbij, in steen deze keer. En het werd geschonken aan de Franse stad Colmar in de Elzas. Die is daar nog altijd te bewonderen in de rue des Augustins in het centrum van de stad. Maar dat is dan weer een veel officiëler, minder volks verhaal… Stefan Moens

MANNEKEN PIS HEEFT EEN KLEINE BROER IN COLMAR, MAAR IN 1921 HAD HIJ ER OOK NOG EENTJE IN DE MAROLLEN. VAN BORDKARTON.


> OP DE BANK

De hemel weegt als een grijs deksel op de stille stad. De anders zo drukke Stoofstraat ligt er verlaten bij. Er is welgeteld één wafelkraampje open en de wafels gaan er over de etalage aan 1 euro het stuk. Soms staan er wat passanten stil bij het standbeeldje van Manneken Pis. Tot we plots vanuit de Eikstraat een vrolijk trio opmerken. Aline, Jessica en Angélique zijn drie jonge Parisiennes die in de buurt van de wijk ‘La Défense’ wonen. Ze zijn pas aangekomen in Brussel voor een week vakantie. Het is de eerste keer dat ze Brussel bezoeken, maar ondanks het feit dat de restaurants gesloten zijn, verwachten ze toch te kunnen genieten van een pakje friet. Aline, de jongste, studeert marketing maar heeft haar studies tijdelijk ‘on hold’ gezet: “Dat afstandsleren is zo niet mijn ding. Ik hou dat niet vol. Dus heb ik mijn studies tijdelijk stop gezet. Ja, ik ken veel studenten die afhaken.” Jessica werkt in een crèche en Angélique werkt voor een groot Amerikaans distributiebedrijf. Waarom ze naar Brussel zijn gekomen? “Wel, we waren hier nooit geweest. Het is ook niet ver”. Wat misschien ook een rol kan hebben gespeeld: de lockdown is in België vrij zacht in vergelijking met Frankrijk waar

Elke maand strijkt een reporter van De Vijfhoek neer aan de halte en vraagt aan een buurtbewoner of passant hoe het met hem of haar gaat en wat er zich in zijn of haar leven afspeelt. Deze maand ontmoeten we Aline, Jessica en Angélique. iedereen geacht wordt vanaf zes uur ’s avonds binnen te blijven. Ze zijn met de auto gekomen, hebben de grens zonder enig probleem kunnen oversteken en hebben zich zonet geïnstalleerd in een AirBnB appartement in het centrum. Over quarantaine, administratieve coronaformaliteiten wordt met geen woord gerept. Ze zijn heel benieuwd om de stad te verkennen. De architectuur vinden ze in ieder geval al opvallend anders dan in Parijs. Manneken Pis is de eerste ‘attractie’ die ze aandoen. Aline: “Ja, hij valt me inderdaad wat klein uit. Je verwacht misschien te veel door naar foto’s te kijken waar de verhoudingen niet zichtbaar zijn” Wat ze nog verwachten van hun verblijf in Brussel? “We hadden natuurlijk graag een paar restaurants bezocht maar we zullen het moeten doen met een frietkraam”. In tegenstelling tot Frankrijk zijn in België de musea wel open, zeg ik hen. Waarop Aline antwoordt: “Ja, en het gekke is dat hier alle coiffeurs gesloten zijn, terwijl die in Frankrijk wél mogen blijven verder werken!” Maar mijn Parijse gezelschap is gehaast: ze moeten de auto nog naar een ondergrondse parkeergarage brengen. Een week is zo voorbij. Een groepsfoto voor Manneken Pis kan er nog net van af … Stefan Moens © STEFAN MOENS

5


BUREN VAN DE MARKTEN Huisarts Charlotte Goemaere Huisartsen werken in België gebruikelijk in dokterspraktijken en niet in het ziekenhuis. Ik werk liever in een praktijk omwille van de vertrouwensrelatie die je opbouwt met de patiënten. In een ziekenhuis kan je dat als specialist ook, maar dat is eerder uitzonderlijk. Bij de huisarts komt de patiënt langs voor de kleinste kwaal, ook als je het psychologisch moeilijk hebt is de huisarts je eerste aanspreekpunt.

©FABIENNE CLAES@STADSBIOGRAFIE

Huisarts Charlotte Goemaere werkt in de dokterspraktijk Dokters Brussel Centrum in de Lievevrouwbroersstraat, een straat lager waar de bushalte Manneken Pis gelegen is. Ze verhuisde een drietal jaar geleden naar de hoofdstad en heeft het hier naar haar zin. De Vijfhoek: Charlotte, wat is het verschil tussen een dokter en een huisarts? Charlotte Goemaere: De benaming dokter is meer algemeen. Een oncoloog, gynaecoloog, cardioloog of orthopedist zijn allen dokters. Een huisarts is een aparte afstudeerrichting in de geneeskunde. Waarom ben je huisarts geworden? Tijdens mijn studies middelbaar werd de interesse in de geneeskunde snel aangewakkerd. Ik dacht nog aan andere richtingen maar 6

mijn besluit stond snel vast. De grootste troef als huisarts is dat je heel dicht bij de mensen staat en een unieke inkijk in het leven van de patiënten hebt. Ik vind dat heel boeiend. En ook de verschillende pathologieën die je in de praktijk tegenkomt maken het werk heel gevarieerd en interessant. Voor mij zijn dat de twee grootste troeven. Geneeskunde zit niet in mijn genen, ik ben de eerste huisarts in de familie. Waarom in een dokterspraktijk en niet in een ziekenhuis je beroep uitoefenen?

Waar heb je gestudeerd? Aan de universiteit van Gent, en mijn middelbaar heb ik in Aalst gedaan, ik ben afkomstig uit die streek. Ik was geïnteresseerd in wetenschappen, biologie en wiskunde. Ik heb vooral vanuit deze sterktes het pad van de geneeskunde gevolgd en te weinig nagedacht over wat ik nog zou willen doen of er eventueel nog andere opties waren. Achteraf gezien lijkt radiomaker mij ook een passend beroep. Dat zal waarschijnlijk niet meer gebeuren, alhoewel men nooit weet. Ik heb het gevoel dat ik nog altijd in ontwikkeling ben. Is de opleiding als huisarts zwaar en lang? In mijn studietijd was dat zeven jaar basisopleiding en daarna nog twee jaar huisarts in opleiding (HAIO). Een HAIO is een afgestudeerde arts die na de zeven jaar opleiding een aanvullende universitaire beroepsopleiding volgt in een huisartsenpraktijk. Deze opleiding is verplicht om als huisarts erkend te worden. Nu is

dat veranderd: men volgt zes jaar basisopleiding en 3 jaar specialisatie als huisarts. In totaal dus nog altijd negen jaar. De drie jaren specialisatie zijn meer van praktische aard en deze specialisatiejaren werk je eigenlijk al en heb je nog maar één dag opleiding per week. Je studeert graag? Nadat ik mijn diploma als huisarts behaalde, ben ik verder blijven studeren en heb sportgeneeskunde bijgedaan. Ik heb regelmatig uitdagingen nodig. Dit jaar volg ik ook uit interesse een opleiding psychotherapie. Wat verstaan we daaronder? Psychotherapie is heel ruim: het gedeelte waar ik mij voor ingeschreven heb is systeemtherapie rond het hechtingsperspectief. Veel psychologische problemen komen voort vanuit vroegere levenssituaties. Als baby of kind is dat meestal de hechting met je ouders. Daarna kan dat eventueel aan een leerkracht zijn, de problemen waar je in je jeugdjaren mee worstelde komen soms later in je leven tot uiting. Voor mij is het belangrijk om meer voeling met de psychotherapie te hebben. Dat is een vorm van, zoals ik reeds eerder zei, dicht bij de patiënten staan. Ik vind dat heel boeiend om het daarover met de mensen te hebben. En zeker als je een oplossing vindt en een genezingsof groeiproces aanreikt. Omwille van de coronacrisis zien we vaker psychische problemen. Mensen die op dat gebied al

een zekere voorgeschiedenis hadden en als daar nog een maatschappelijk aspect bijkomt, kunnen zo decompenseren en verdere klachten ontwikkelen.

Ik heb het gevoel dat ik hier goed zit

Hoe ben je in Brussel terecht gekomen? Nadat ik twee jaar in een praktijk in Haaltert werkte en daarna 3 maanden op reis geweest ben, kon ik in april 2020 dokter Koen Moelants vervangen, die met pensioen ging. Ik had van vrienden al positieve dingen gehoord over de praktijk van Dokters Brussel Centrum. Toen ik zag dat er een vacature vrijkwam, vond ik dat een uitstekende kans. Ik woonde ondertussen 2 jaar in Brussel en dat beviel mij heel goed. Hoe valt je werk- en woonomgeving mee? Het is hier een kleine, gezellige buurt die de Bijstandswijk heet, genoemd naar de kerk. Tegenover ons kabinet ging ik regelmatig, wanneer ik een half uurtje vrij heb, in café Au Soleil een koffietje drinken. Lekker en relax. Ik woon dichtbij metro IJzer, in de omgeving van de Helihavenlaan in een prachtig gerenoveerd appartement met uitzicht op de Tour & Taxissite en het Atomium. Ik woon daar heel graag. Ik wandel elke dag naar het


©FABIENNE CLAES@STADSBIOGRAFIE

werk, dat duurt een half uur. Ik vind die wandelingen heel charmant, ik neem af en toe een omweg en ontdek zo nieuwe dingen. Als ik ’s middags thuis wil eten, kom ik met de fiets. Wie zijn je patiënten? Er komen voornamelijk Nederlandstaligen over de vloer. Ik vind het wel leuk dat er veel schrijvers, kunstenaars, hoogopgeleiden, architecten,… bij onze patiënten zitten. Er gaat geen dag voorbij zonder dat ik een interessant gesprek voer waar ik zelf iets van opsteek. We nemen alleen patiënten aan die in 1000 Brussel wonen, binnen de vijfhoek. Dat is de officiële regel zoals vermeld staat op onze website en wat ook belangrijk is voor de huisbezoeken, we hoeven de hele stad niet te doorkruisen. Kende je Brussel al van voor je hier aankwam? Mijn ouders werken al lang in Brussel, al van voor ik geboren was. Op papa’s werk, bij de Nationale Bank, zorgde men voor kinderopvang tijdens de schoolvakanties. Mijn broer, zus en ik werden ’s morgens in die opvang afgezet en ’s avonds kwam vader ons halen. Mijn moeder werkte vaak langer en in

afwachting bezochten we met vader altijd leuke plekjes: het Warandepark, Manneken Pis, de Kathedraal, de Grote Markt… Ik heb ook leuke herinneringen aan picknicken op zonnige dagen in het Warandepark. Als kind bezochten we met heel het gezin de kerstmarkt. En tijdens mijn studies heb ik zelf bij de Nationale Bank in de kinderopvang vakantiejobs gedaan. Zo kende ik Brussel toch al een beetje voor ik hier aanbelandde. Recent heb ik het boek Stadsschap van Marcel Rijdams (redacteur van Brusselse architectuur, nvdr) gelezen en aan de hand van zijn verhalen de plaatsen bezocht die hij vermeldt. Tijdens die bezoeken en na het lezen van de achtergrondinformatie heb ik veel bijgeleerd over de stad. Hoe zit het met het aantal artsen in België? Bestaat er een numerus clausus voor de opleiding? Er is natuurlijk altijd een ingangsexamen geneeskunde waardoor het aantal studenten die starten aan de opleiding al wordt beperkt. Voor verschillende specialistische opleidingen mogen er maar een bepaald aantal per universiteit afstuderen. Voor huisartsen telt dat niet want er is een tekort in het hele land.

Wat vindt je minder aangenaam aan je werk? De telefoonlast, tussen 8 en 10u doen we beroep op een tele-secretariaat. De rest van de dag nemen we zelf de telefoon op en dat is soms vrij belastend. Gelukkig zijn onze patiënten op dat gebied niet veeleisend. In het begin van de coronacrisis hadden we ook extra administratief werk, maar dankzij de maatregelen van de huidige regering is dat verbeterd. De laatste maanden was er ook een attestenstaking tegen de overbelasting van het uitschrijven van allerlei zinloze attesten. Jong Domus, een organisatie van jonge huisartsen, heeft dat op poten gezet en blijkbaar met resultaat. Is er veel werkdruk bij de huisartsen? In mijn geval valt dat best mee, tot nu toe heb ik niet echt last van werkdruk. Als je in je nieuwe praktijk nog niet lang werkt voel je de druk nog niet, dat zal waarschijnlijk wel veranderen. Mijn twee collega’s hebben een goed systeem bedacht in het afsprakensysteem zodat we onze werkdruk zelf kunnen controleren. Ook het aantal weekendwachten kan je min of meer zelf kiezen. De autonomie hierin maakt onze agenda’s draaglijk. Zijn er vandaag patiënten die veel mondiger, veeleisender en minder respectvol zijn dan vroeger? De twee laatste eigenschappen ervaar ik weinig. Er is vaak een wederzijds res-

pect. In respectloze patiënten steek ik niet te veel energie. Mondigheid in de positieve zin kan betekenen dat patiënten beter geïnformeerd zijn dan vroeger, want ze hebben de kwaal al via Google opgezocht en hebben daar soms extra vragen over. De patiënten die bij elke pijn het ergste vrezen stellen we gerust na een basisonderzoek. Tussen je vorige en je huidige werk heb je drie maanden rondgereisd. Kan je daar iets meer over vertellen? Ik ben in Midden-Amerika gaan backpacken: Mexico, Guatemala, Nicaragua, Costa Rica en via Panama met een zeilboot naar Colombia. Dat was een woelige oversteek, maar tevens een super ervaring. Ik ben blij dat ik dat kon doen. Het zijn allen prachtige landen, mijn favoriete land was Guatemala. Omwille van de coronamaatregelen ben ik spijtig genoeg, toen het land op slot ging, twee weken eerder moeten terugkeren. Ik hou wel van backpacken, na mijn studies trok ik door Thailand, Singapore, Maleisië, Bali en Java, later ook eens een tijdje door Australië. Het reizen helpt je de zin van het leven te begrijpen. De rode draad in mijn levensverhaal is op zoek gaan naar wie ik ben en connecties leggen met mensen. Door mijn reizen, extra opleidingen en verschillende keuzes voel ik dat ik meer en meer kom tot de kern van wie ik ben. Dat voelt spannend aan, ik voel dat ik op de goede

weg ben en dat ik zo de zin van het leven snap. Ik vind dat heel belangrijk. Neem je de bus aan de halte Manneken Pis? Tot mijn grote spijt weet ik de bushalte niet liggen, ik zal ze wellicht reeds voorbij gestapt zijn. Ik wandel heel graag en doe mijn huisbezoeken meestal te voet. Op de manier ontdek ik nieuwe, charmante en mooie straten. Ik heb het gevoel dat ik hier goed zit. Hartelijk bedankt voor dit gesprek, Charlotte.

Résumé

Le médecin généraliste Charlotte Goemaere travaille dans le cabinet médical du Centre de Bruxelles, dans la rue des Grands-Carmes, à une rue de l'arrêt de bus Manneken Pis. Installée dans la capitale il y a trois ans, elle s'y plaît beaucoup. Au cours de ses études secondaires, elle a vite saisi son intérêt pour la médecine. Elle est très proche des gens et a une vision unique de la vie des patients : ce sont ses plus grands atouts en tant que médecin généraliste. Le fil conducteur de son histoire est la recherche de qui elle est et l'établissement de liens avec les gens. Grâce à ses voyages, ses formations supplémentaires et ses différents choix, elle a le sentiment de se rapprocher de plus en plus de ce qu'elle est. 7


BRUSSELSE ARCHITECTUUR >MAXIMILIAANZENNE (VERVOLG)

De laureaat van de wedstrijd voor het heraanleggen van het Maximiliaanpark en het openleggen van de Zenne is gekend. Een combinatie van vijf studiebureaus onder leiding van OLM Paysagistes uit Parijs in ‘co-constructie’1 met OUEST architecture.

RELATIE MET KOKER

NIEUWE BOERDERIJ LAKENSE HAARD

8

Het ontwerp oogt erg brutaal en radicaal. De bunker waarin de Zenne in de jaren dertig werd begraven, wordt in al zijn ruwheid blootgelegd en wordt zelfs de ruggengraat van het project. In één rechte lijn van zuid naar noord wordt de oude Zennekoker de drager en de hoofdas van het project, een brede gevarieerde wandelweg in het verlengde van Handelskaai en IJzerplein tot het Vergotedok en de Groendreef. Deze gevarieerde wandelweg wordt Zennekaai gedoopt. De nieuwe open Zenne wordt met ruwe stalen damplanken ingedamd. De rivier lijkt er ietwat bedeesd langs te lopen. Industrial landscape design die aansluit bij waterbouwkundige werken. De ontwerpers spreken in hun inleiding van ‘cultiver les paradoxes’ maar willen via dialoog tot een nieuwe ‘ruimtelijke poëtica’ komen. Beloofd?

De Maximiliaanboerderij verhuist noordwaarts en wordt deels geïntegreerd in de sokkel van de Lakense Haard, dit brengt de boerderij dichter bij de levende Noordwijk en bij haar doelpubliek. Er wordt ook ruimte voorzien voor stadslandbouw met bovenop de sokkel serres en groentebedden. Delen van het park worden ‘eetbaar’ door de aanplanting van plukboomgaarden. Het parkje van de huidige boerderij wordt herbruikt, grotendeels zoals het is en men suggereert een openlucht uitbreiding van Kanal, dit zou een artistieke invulling kunnen zijn voor heel het park. Ook de exploitatie van de sokkel van de Amelinckx woonblokken langs de Zennekaai wordt gesuggereerd. Het zouden ateliers/terrassen kunnen worden uitgevend op het park. De dubbele Zennekoker wordt integraal

behouden, de open rivier wordt aldus een soort ‘zijrivier’ waarvan het debiet gestuurd wordt door sluizen en kleppen, het niveau van het water wordt kunstmatig met zeventig centimeter omhoog gebracht. De open rivier kent een vrij gelijkmatig en rechtlijnig verloop, spijtig weinig meanderend, langszij worden er wel vochtige zones voorzien die in tijden van hoog water kunnen overstromen en die ruimte bieden voor een diversiteit van waterminnende planten. Over drie vierden van zijn 640 meter lengte loopt de rivier tegen de Willebroekkaai drie en een halve meter lager doch met een zachthellende berm toegankelijk vanaf de Zennekaai. Voorbij de Bolivarlaan vlijt de rivier zich tegen de oude koker en vertrekt het grasveld vanaf de Willebroekkaai. De bocht van de zwaaikom van het Vergotedok wordt geïntegreerd in het park maar er gebeurt spijtig ge-


SFEERBEELD GEZIEN RICHTING STAD

noeg weinig mee. Men mist hier een kans om de weidsheid van het grote dok dichterbij te halen, verlaagde terrasvormige kaaien hadden hier niet misstaan. Maar zoals op andere plaatsen werd het programma van de wedstrijd vermoedelijk gehypothekeerd door in andere cenakels bedachte plannen zoals hier ‘een Sporttoren’? Men doet moeite om het park te linken met de aangrenzende wijken, niet eenvoudig gezien de overwegend lineaire structuur en lange ondoordringbare blokken (brandweerkazerne, grote gehelen langs het kanaal). Verbindingen worden gemaakt met de Harmoniewijk, Frontispies- en Simonsstraat. Een belangrijke dwarsverbinding is er met Kanal. Het relict van de kruisende autostradedroom van de zestiger jaren, de Bolivarlaan wordt opgekuist en geïnte-

greerd in het park en vormt via de Suzanne Danielsbrug de link met Tour en Taxis. De Sint-Rochusschool en Klavertjevier worden betrokken bij het park. Door het hertekenen van de aansluiting met de Masuistraat en het bannen van autoverkeer uit de Groendreef langs het park wordt er ruimte gewonnen en ook een betere verbinding gemaakt met de blokken van de Lakense Haard. De ontwerpers steunen sterk op een duurzame aanpak, bestaande wordt maximaal behouden: de fermette van de kinderboerderij en het paviljoen van de tuiniers, de helft van de bomen (maar er worden er tweemaal zoveel bij geplant als diegenen die moeten verdwijnen). Het hout van de te kappen bomen wordt ter plaatse verwerkt. Er wordt een inventaris gemaakt voor hergebruik van beschikbaar materiaal (kasseien, aarde,

enz) de uitgegraven aarde wordt ter plaatse gebruikt voor een amfitheater. Het wedstrijdontwerp is vandaag slechts een schets die verder ingevuld moet worden en de ambitie is om dit samen met alle betrokkenen te doen. Het devies van de ontwerpers is concertatie – co-constructie – communicatie. Van bij het prille begin willen zij een ruim overleg en participatie starten met alle stakeholders, zowel uit de publieke sfeer als uit de private sfeer. Hiertoe willen ze een projectatelier (la Maison du Projet) ter plaatse installeren. Zij suggereren hiervoor het bestaande gebouw bij het sportveld vandaag in gebruik door de stadsdiensten. Het moet een vast ontmoetingspunt worden permanent bemand waar men kan binnenlopen en mee bouwen. Gemakkelijk zal het opzetten van de participatie niet zijn,

WAAR DE ZENNE OPDUIKT

niet alleen zijn vele administraties rechtstreeks betrokken, het ontwerpteam telt al dertien bureaus en dan moet men nog de bereidheid tot mede-denken en –werken opbouwen van de vele uiteenlopende lokale belanghebbenden in een evenwichtig proces.

Een ambitieus project op vele vlakken. We duimen! Marcel Rijdams Tekeningen: Wedstrijddossier OLM Paysagistes 1 Nieuwe terminologie voor het versleten ‘participatie’

Résumé

Le gagnant du concours pour la reconstruction du parc Maximilien et l'ouverture de la Senne est connu : une combinaison de cinq bureaux d'études dirigés par OLM Paysagistes de Paris en "co-construction" avec OUEST architecture. Les concepteurs sont fortement engagés dans une approche durable, avec une préservation maximale de ce qui existe déjà. Aujourd'hui, la conception proposée pour le concours n'est qu'une

esquisse. Il faut encore la compléter et l'ambition est de le faire avec toutes les personnes impliquées. "Concertation co-construction - communication" telle est le devise des concepteurs. Dès le début, ils veulent lancer une large consultation et participation de toutes les parties prenantes, tant publiques que privées. Un projet ambitieux à plusieurs niveaux. Croisons les doigts ! 9


>STADSBERICHTJES DE KLEREN MAKEN HET MANNEKEN DE BLAUWGESTREEPTE VLAGGEN VAN HET GERECHTSPLEIN lijn vormen. Eronder wandelen kan je het gevoel geven in een bos vol vlaggen te lopen. Althans als je over veel fantasie beschikt. Het kunstwerk van Buren, gekozen door het ‘comité voor kunst’ van de stad Brussel, werd in 2009 geplaatst naar aanleiding van de heraanleg van het plein. De bedoeling was de bovenen benedenstad te verbinden, of eigenlijk het centrum en de Kunstberg. Maar of dit geslaagd is?

Of het nu echt een geslaagde ingreep is, dit kunstwerk in de openbare ruimte, daar zijn de meningen over verdeeld. Kwatongen durven beweren dat zelfs de kunstenaar, Daniel Buren, niet 100% gelukkig is met het resultaat, ook al kan je niet naast het gestreepte pa-

troon, zijn handelsmerk, kijken. Het heeft ook wel wat gekost: 1 miljoen euro. De 96 vlaggen in vier formaten en tinten blauw zijn geplaatst op masten van verschillende lengte omwille van de hoogteverschillen van het plein. Het was namelijk de bedoeling dat ze bovenaan één gelijklopende horizontale

De vlaggen geven inderdaad kleur aan het plein. Maar dat kan ook aan de grijze, troosteloze januaridag gelegen hebben. Heel veel passage is er niet. Je blijft ofwel boven, ofwel beneden. Of je maakt een omweg. Tenzij je mooie gerestaureerde 20ste-eeuwse meubels wil gaan bekijken bij Philippe Lange onder de brug. Waarom het plein Gerechtsplein heet? Tot op het einde van de 19e eeuw stond er het eerste Justitiepaleis van Brussel. Het werd afgebroken nadat het Justitiepaleis op het Poelaertplein in gebruik werd genomen.

Een absolute aanrader om eens binnen te wippen is het museum De Garderobe Manneken Pis. Op een paar passen van het beeldje en zijn fontein kan je hier 150 uitzonderlijke kostuums uit alle hoeken van de wereld bewonderen. Wetende dat Manneken Pis meer dan duizend kostuums heeft, biedt dit kleine museum een eerder beperkt overzicht, maar de kostuums die er hangen, geven wel een mooi beeld van zijn kleerkast. Onder andere zijn duizendste kostuum ter ere van het Atomium hangt er. De kostuums zijn in zeven thema’s gerangschikt: geografische herkomst, folklore, verenigingen voor het goede doel of van burgerinitiatieven, ambachten of beroepssectoren, persoonlijkheden en personages, sport- en modewereld. Eén van de tentoongestelde pakjes is een replica van het oudst bewaard gebleven galakostuum dat in 1747 door de Franse koning Lodewijk XV werd geschonken. Met de schenking wilde de koning zich aan de Brusselaars verontschuldigen omdat zijn soldaten hadden geprobeerd het beeldje te stelen. Het originele kostuum van brokaat, geborduurd met zilver- en gouddraad, waarop het Kruis van Lodewijk XIV gespeld zit, is te kwetsbaar om tentoongesteld te worden. De geschiedenis van Manneken Pis gaat natuurlijk nog veel verder terug. Tot in

©STAD BRUSSEL

1451, de datum van de oudste vermelding van het bestaan van de fontein. In 1756 wordt het duidelijk dat het Manneken vaker aangekleed wordt. In dat jaar krijgt hij namelijk voor het eerst een eigen kleermaker aangesteld. Tot op de dag van vandaag is er een officiële gemeentebeambte die de taak heeft om Manneken Pis aan te kleden. Vroeger waren er 23 officiële feesten per jaar waarbij het Manneken een kostuumpje kreeg. Tegenwoordig krijgt hij jaarlijks op zo’n 130 dagen een nieuwe outfit. Voor wie Manneken Pis ook graag een tenue cadeau doet: een officiële aanvraag indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen van de stad Brussel volstaat. En dan gewoon wachten op het verdict van een commissie samengesteld uit leden van de Orde van de Vrienden van Manneken Pis en vertegenwoordigers van de Stad Brussel…

Stadsberichtjes door Nora De Kempeneer en Greet Callaerts 10


>GEMEENTERAAD: PARTIJDISCIPLINE Het college van burgemeester en schepenen heeft beslist dat een reuzenrad een vaste plaats krijgt op het Poelaertplein. Gemeenteraadslid Geoffroy Coomans de Brachène (MR) zegt deze animatie in de stad interessant te vinden. Hij voegt eraan toe dat het plein nood heeft aan een totale heraanleg. Momenteel wordt het voornamelijk gebruikt als parkeerterrein. Hij vindt het bedrag van € 100.000 dat de stad jaarlijks zal ontvangen voor deze standplaats niet erg hoog. Schepen van handel Fabian Maingain (Défi) bekijkt het door een andere bril. Hij meldt dat de handelsverenigingen van de Marollen, de Zavel en de Waterloolaan blij zijn met het rad dat eerder al op het Poelaertplein stond. Het lokte meer volk naar de handelskernen. Hij meldt dat hij niet wil wachten tot wanneer de stellingen rond het Justitiepaleis zijn afgebroken en allerlei overheden zijn tussengekomen. Gemeenteraadsleden Bianca Debaets (CD&V) en David Weytsman (MR) dienen een voorstel van motie ‘safe in the city’ in. Het is gericht op het verbeteren van de veiligheid en het welzijn van vrouwen in de stad. Alle politieke partijen van de gemeenteraad werden uitgenodigd hier de afgelopen maanden samen aan te werken. PTB*PVDA is niet ingegaan op deze oproep maar wil er tijdens deze zitting graag een aantal toevoegingen bijplaatsen. Dit wordt, na overleg, door alle andere politieke par-

tijen verworpen. Elk gemeenteraadslid brengt zijn/haar stem uit en de motie wordt unaniem goedgekeurd. Iedereen, en schepen van gelijke kansen Lydia Mutyebele Ngoi (PS) in het bijzonder, verheugt zich. Gemeenteraadslid Lotte Stoops (Ecolo-Groen) zegt dat ze hier met veel plezier en toewijding heeft aan meegewerkt. Ze preciseert voor het publiek dat meeluistert dat een motie, eens goedgekeurd, een intentieverklaring wordt. Het schepencollege heeft dan als taak de inhoud van de motie uit te voeren. Ze verklaart dat het schepencollege beslist heeft deze motie toe te voegen aan het reeds eerder gestemde actieplan in verband met gendergelijkheid. Deze gemeenteraadszitting vindt plaats via videoconferentie, u weet wel waarom. Wanneer over de agendapunten moet gestemd worden, nodigt de stadssecretaris gemeenteraadslid Bertin Mampaka (MR) tot driemaal toe uit om te stemmen. Hij krijgt geen gehoor. Wanneer de stemming is afgerond, verschijnt de heer Mampaka plots in beeld en zegt dat hij zijn naam niet heeft gehoord. In de verte kraait een haan. Tijdens de gemeenteraadszitting van 11 januari 2021 verbaast gemeenteraadslid Riet Dhont (PTB*PVDA) zich over het bedrag van € 640.000 aan subsidies die worden toegekend aan de vzw Brussels Major Events (BME). Deze vzw organiseert grote evenementen zoals

antwoordt dat er iets minder dan 1000 wachtenden zijn. De planning voorziet in de plaatsing van 50 fietsboxen, met elk 5 plaatsen, per jaar. Burgemeester Close merkt fijntjes op blij te zijn dat de MR zoveel aandacht heeft voor fietsers.

© FIETSERSBOND

Winterpret en Brussel Bad. Omwille van COVID-19 maatregelen hebben er nauwelijks evenementen plaatsgevonden. Burgemeester Philippe Close (PS) verklaart dat BME nu andere taken op zich neemt: inrichten van een testcentrum op de Heizel, zorgen voor een veilig verloop in de Nieuwstraat, organiseren van feestverlichting tijdens de eindejaarsperiode. Hij preciseert dat met deze subsidies de salarissen van de medewerkers worden betaald. Wist u dat er sinds 21 maart 2019 een lokale Brusselse munt, de Zinne, in omloop is? Deze is bedoeld om goederen aan te kopen in lokale, duurzame en ethische winkels. Momenteel kan u

met deze munt terecht in 175 handelszaken in het gewest en 40 in de stad. De stad streeft naar een deelname van 500 handelaars. Binnenkort kan u met deze munt digitaal betalen. U verneemt er alles over op de website www.zinne. brussels. Gemeenteraadsleden Geoffroy Coomans de Brachène (MR) en Mathilde El Bakri (PTB*PVDA) willen weten hoe het komt dat de stad een groot tekort heeft aan fietsboxen. De eerste voegt eraan toe dat er 2000 fietsers op de wachtlijst staan, waaronder hijzelf. Momenteel moet hij zijn fiets in de badkamer stallen. Schepen van mobiliteit en openbare werken Bart Dhondt (Ecolo-Groen)

De gemeenteraadsleden David Weytsman, Céline Vivier en Clémentine Buggenhout, allen behorend tot de MR-fractie, dienen een voorstel tot motie in. Ze willen de strijd tegen dakloosheid aangaan en vragen de stad 50 woningen ter beschikking te stellen van het type Housing First. Dit is een manier om te streven naar sociale integratie van de meest kwetsbare daklozen. Burgemeester Close meldt dat dit onderwerp niet thuishoort in de gemeenteraad. Het is een taak voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Nawal Ben Hamou (PS) is er staatssecretaris voor huisvesting en gelijke kansen. Ze zetelt eveneens in de Brusselse gemeenteraad. Over de motie wordt gestemd. De eerste twee gemeenteraadsleden van de meerderheid stemmen ja. Burgemeester Close komt tussen en zegt dat het schepencollege voorstelt om nee te stemmen. De stemming wordt overgedaan. Gemeenteraadslid Bertin Mampaka wordt opgeroepen maar antwoordt niet. Mathilde El Bakri (PTB*PVDA) verschijnt in beeld en zegt laconiek: Mampaka, dat is ja. Deze uitspraak stemt de burgemeester vrolijk. Mireille Willems 11


BERICHTJES VAN HIER EN GINDER VERENIGINGEN EN ACTIVITEITEN LEZING

POËZIECAFÉ Stilte: de stem van een cicade die door de rotsen dringt. ‘East is East, West is West, and never the twain shall meet’ beweerde de in India geboren Rudyard Kipling (Jungle Book). Wij doen een poging. Van het verre oosten gaat een grote fascinatie uit. De Chinese dichters Li Bai, Bai Juyi en de al even onvergetelijke Du Fu eisen onze aandacht op en verrassen ons met buitengewone poëzie. Meteen reizen we ook naar Japan om de haikumeesters Matsuo Bashō, Yosa Buson, Kobayashi Issa en Masaoka Shiki van naderbij aan het werk te zien.

Virtuele expo: De nabije toekomst Op het einde van elke academiejaar nodigt LUCA School of Arts één of meerdere curators uit om een tentoonstelling samen te stellen met werk van recent afgestudeerde kunstenaars en ontwerpers. Deze keer geen fysieke tentoonstelling. De Markten en LUCA maken voor het eerst een virtuele tentoonstelling. Een nieuwe ervaring met nieuwe mogelijkheden.

Gefascineerd door het Oosten waren onder meer Jan Slauerhoff en Hans Andreus. Ook zij nemen deel aan dit poëziecafé. Woensdag 17 februari 2021 van 14 tot 16u digitaal via Zoom. • Inschrijvingen en info: 02 210 04 60 info@bop.brussels, www.bop.brussels Tickets: € 6 met BOp-kaart, € 5 met Paspartoe tegen kansentarief, gratis mits 15 omruilpunten Paspartoe.

12

COLOFON

ject in handen te nemen. De jongste kunstenaars- en ontwerpgeneratie leeft mee met de hartklop van deze tijd. Hoe kijken ze naar de wereld en wat beweegt hen? Je ontdekt het in de virtuele tentoonstelling op www. denabijetoekomst.be.

Werkten aan dit nummer mee: Grigore Ionita, Etienne Philips, Hanne De Nil, Jef Deyaert, Nora De Kempeneer, Marcel Rijdams,Stefan Moens, Fabienne Claes, Charles Six, Mireille Willems en Greet Callaerts.

• Info en virtuele tentoonstelling: www.denabijetoekomst.be

Lay-out en druk: Drukkerij Atlanta Schaffen

Jouw cursusgeld naar het goede doel

Oplage: 4.500

Door de coronacrisis moesten we in het voorjaar verschillende cursussen annuleren. Wie zich ingeschreven had voor een cursus kon kiezen voor een terugbetaling van het cursusgeld of voor een schenking aan een goed doel. Meer dan de helft van de deelnemers koos voor het tweede. Dankzij jullie konden we een gift van 4500 euro doen aan twee lokale partners: Hobo vzw en Link=Brussel vzw. Een dikke merci iedereen!

Advertentiewerving: De Markten, 02 512 34 25, demarkten@demarkten.be

Foto’s: De Markten en ingezonden

Verantwoordelijke uitgever: Isolde Boutsen De Vijfhoek is het maandblad van De Markten, Oude Graanmarkt 5, 1000 Brussel, 02 512 34 25, demarkten@demarkten.be, www.demarkten.be www.facebook.com/demarkten.brussel 0448.654.692 RPR Brussel

Met de steun van de Vlaamse Gemeen schapscommissie. De Markten maakt deel uit van N22, het netwerk van de 22 Brusselse gemeenschapscentra. Steun De Vijfhoek: Uw steun blijft welkom op rekeningnummer BE62 4331 1470 6161 van De Markten met vermelding "steun De Vijfhoek". Voor het maartnummer van De Vijfhoek zijn teksten en aankondigingen welkom tot uiterlijk 11 februari. Artikelwerving: De Markten, 02 512 34 25, demarkten@ demarkten.be De redactie behoudt zich het recht voor om teksten in te korten of aan te passen. Openingsuren onthaal: Maandag tot vrijdag van 9 tot 17u.

Wie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest woont, kan De Vijfhoek gratis ontvangen. Woont u buiten Brussel? Dan krijgt u De Vijfhoek door € 12,50 over te schrijven op rekeningnummer BE62 4331 1470 6161 met de vermelding van 'Abonnement De Vijfhoek'.

Hoe ongewoon opmerkelijk het mag klinken in Corona-tijden, ook in 2020 studeerden er aan LUCA School of Arts bijzondere talenten af die vooruitblikken op een creatieve toekomst. Juist in troebele tijden groeit bij velen de behoefte om hun eigen levenstra-

Wist je dat je al onze publicaties ook online kan bekijken? Surf naar www.demarkten.be/publicaties. Wil je onze e-nieuwsbrief ontvangen? Mail naar demarkten@demarkten.be of schrijf je in op www.demarkten.be. De Markten respecteert je privacy. Je contactgegevens gebruiken we uitsluitend om je De Vijfhoek toe te zenden en je op de hoogte te houden van eigen activiteiten van Gemeenschapscentrum De Markten en aanverwante organisaties in de Vlaamse gemeenschap te Brussel. Je kan op elk moment een adreswijziging doorgeven of aangeven dat je onze informatie niet langer wilt ontvangen via demarkten@demarkten.be of De Markten, Oude Graanmarkt 5, 1000 Brussel. Voor meer informatie over je overige rechten conform de privacywetgeving, raadpleeg www.demarkten.be/uw-privacy.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
De Vijfhoek februari 2021 by De Vijfhoek De Markten - Issuu