Skip to main content

De Vijfhoek januari 2015

Page 1

s é m u rés s i a ç n a en fr

P 3A 9110 afgiftekantoor Brussel X Oude Graanmarkt 5 1000 Brussel

PB-PP B- 06386 BELGIE(N) - BELGIQUE

MAANDBLAD > JAARGANG 39 > NUMMER1> JANUARI 2015 (behalve in juli en augustus)

BUREN VAN DE MARKTEN > P5 IRENE ROSSI

STADSCHAP VIJFHOEK > P9 BLOEMENHOFWIJK

IN DE WEER VOOR BRUSSEL ©CHARLES SIX

Brusselse pleinen: Het Bloemenhofplein

HANGJONGERE VAN DE MAAND > P10 BROODJESVERKOPER HOUSSIN


JANUARI IN DE MARKTEN

SALON DANSANT 56

ERIKSSON DELCROIX © CHARLES SIX

HET BLOEMENHOFPLEIN La place des jardins aux fleurs où six rues convergent Petite place qui n'existe pas depuis longtemps. En ton sein, une araignée mais point de vierge Qui nourrit les bruxellois et touristes contents. La place des jardins aux fleurs lieu de fête, Surtout auprès des jeunes bobos Qui se réunissent ensemble dans les cafèt's Tout en fuyant Halles St Géry qui a perdu ses flambeaux. Het Bloemenhofplein waar zes wegen samenkomen Pleintje dat nog niet zolang bestaat In jouw schoot zit een spin en geen maagd Je voedt de Brusselaars en de tevreden toeristen. Het Bloemenhofplein is een trekpleister, Vooral voor feestende yuppies Die samenkomen in de cafèt's En de Sint-Gorikshallen met hun tanende glorie laten voor wat ze zijn. Charles Six 2

Bjorn Eriksson en Nathalie Delcroix leren elkaar kennen, beginnen samen te zingen en worden verliefd. Of beter: worden verliefd, beginnen samen te zingen en leren elkaar kennen. Bjorn schreef de muziek voor 'The Broken Circle Breakdown' en hiermee in één beweging ook muziekgeschiedenis. De soundtrack staat maanden op 1 in de hitlijsten, The Broken Circle Bluegrass-band speelt letterlijk het land plat en in Bjorns vitrinekast prijkt een Ensor. Nathalie kent u vast van Lais. Na dit bluegrassfeest wordt het ten huize Eriksson Delcroix dringend tijd om terug samen te zingen. En wat is een betere naam voor dit duo dan hun eigen naam? 'Eriksson Delcroix' schrijft eigen liedjes, geïnspireerd door hun dagdagelijkse avonturen en gedrenkt in de klank van hun muzikale werelden: Americana, country en folk. De Standaard kroonde Eriksson Delcroix tot het mooiste country-kop-

NIEUWJAARSFEEST DE MARKTEN

pel van Vlaanderen. Eriksson Delcroix staat in deze kleine duo-bezetting garant voor een schitterend en onvergetelijk concert en dat op een duistere winternamiddag. Hoort, het haardvuur knettert! • Zondag 1 februari om 15u (deuren vanaf 14u) Gratis toegang Voor groepen vanaf 5 personen reserveren we een tafeltje.

Het kan maar zo gemakkelijk zijn: de laatste vrijdagavond van januari kan je zonder op de kalender te kijken naar De Markten komen. De poort zal openstaan, er zal licht branden, er zal muziek zijn. Je zal er iets kunnen eten, iets kunnen drinken en je zal er niet alleen zijn. Ha nee, want de laatste vrijdagavond van januari is het nieuwjaarsfeest in De Markten. Ook dit jaar. En er zal erg veel en erg schoon volk zijn dit jaar. Aan tafels, achter togen, op en voor een paar podia, onder afdakskes, in traphallen en portieken. Want we nodigen iedereen die wil en waarmee we het afgesproken krijgen uit om zijn caféetje, boudoirke of – aargh nee – pop up restaurantje open te houden. Ge ziet van hier wat dat kan geven. Dit is meteen ook de lezersactiviteit van januari. • Vrijdag 30 januari vanaf 19u


TEKENINGEN: CONTÉ MORLAYE - LAY-OUT: SANDRIEN BILTEREST

THEATER

FORSITI’A SPEELT FAUST Sinds september kan u als lezer van De Vijfhoek volgen hoe het de spelers van Forsiti’a vergaat in de voorbereiding van hun nieuwe theatervoorstelling. En, ligt het aan ons of gaat het hard? Want volgende maand is het al weer zover, dan stellen regisseur Ivan Vrambout en zijn spelers het resultaat van hun harde werk aan u voor. In april zijn de spelers gestart met een kennismaking, in juni dropte Ivan Vrambout “Faust” als thema in de groep. Na de film “Faust” van Sokurov gezien te hebben, nam hij de beslissing om Faust te bewerken. Hij was geboeid door de ambitie van Faust om onderzoek te doen. Vanuit eigen ervaringen was hij onmiddellijk geïnteresseerd in het verlengen van iemands leven, het behoud van een comapatiënt, de stilstand van een patiënt met een hersenletsel. Zal men steeds meer mensen in leven houden of durft men beslissen om een einde te maken aan iemands leven? Vrambout bracht verschillende thema’s

aan omtrent Faust. Hij vertelde over eigen ervaringen betreffende ziekte en al snel merkte hij dat verschillende leden van het gezelschap een eigen ervaring hadden met ziekte, de dood en het ziekenhuis in het algemeen. Vanuit de spelers, met hun verschillende sterktes en zwaktes, ontstond een nieuw script. Via verhalen, gesprekken en improvisaties met hen ontstonden ideeën voor een mogelijke rode draad. Beetje bij beetje werd het theaterstuk van Goethe herschreven en bewerkt in verschillende talen. Daarbij werd gezocht naar de kracht van ieders taal en de tweetaligheid van de voorstelling. Spelers werden geconfronteerd met een klassiek verhaal en zagen een nieu-

Ik wil in de schedel inbreken, percer un trou dans le crâne, enfoncer le doigt dans ce trou. Om alle vuile gedachten der uit te trekken. Je veux les sentir, les pensées sales. ‘k Wil ze examineren, die vuile gedachten. Je veux les détruire. we versie ontstaan. Langzamerhand begrijpen ze zo dat ze mee cultuur maken, dat ze mee een nieuwe versie creeren. De wens om inhoud te genereren is aan iedereen gegeven.

”

Het recht op cultuur en levensuitingen geven sterke en kwetsbare mensen de mogelijkheid om volwaardig op scène te staan. Om u warm te maken voor de voorstelling, hiernaast nog een kijkje tijdens de repetitie die op 15 november plaatsvond in Leuven, waarvoor dank aan het

buurgericht sociaalartistieke theatergezelschap Cie Tartaren. (1) Speler Werner De Bus beschrijft wat er gebeurde: De foto geeft een kijkje in de operatiezaal van dokter Faust: De verpleegster (Renata)(2) houdt hoofd van patiënt in bedwang Een andere verpleegster (Yao)(2) trekt aan het been van dezelfde patiënt. De ambulancier (Freddy)(2) kan het niet meer aanzien en wordt er tureluut van. En wat doet de manager (Timothée) (2)? Hij staat met zijn rug naar voor gebogen: haalt hij iets uit het lijf van de patiënt? En de chirurg (Nabil)(2)? Staat hij op de buik van de patiënt, springt hij tot het plafond of dirigeert hij de operatie? Wordt vervolgd.

verhaal/project! Forsiti’a speelt op locatie: maandag 2, dinsdag 3, vrijdag 6 en zaterdag 7 februari. Afspraak om 19u30 in De Kriekelaar, Gallaitstraat 68, 1030 Schaarbeek. Zondag 8 februari is er om 14u30 een middagvoorstelling, eveneens in De Kriekelaar. • Reservaties: demarkten@demarkten.be of 02 512 34 25 De voorstelling is tweetalig, Frans – Nederlands (1)

(2)

Regisseur, spelers, vrijwilligers en medewerkers nodigen u warm uit om als toeschouwer deel uit te maken van hun

Meer info over Cie Tartaren en hun projecten op www.tartaren.be Schrijf u in voor de elektronische nieuwsbrief en blijf op de hoogte van hun voorstellingen en inspiratiemomenten en ateliers. Renata Adler, Yao Issifou, Freddy Tailleu, Timothée Baminla Lambony en Nabil Barssa zijn spelers van het theatergezelschap Forsiti’a.

Organisatie en info: De Markten, 02 512 34 25, www.demarkten.be, demarkten@demarkten.be 3


TENTOONSTELLING

FACELESS: GEZICHTSLOOSHEID IN KUNST EN MODE FACELESS is een tentoonstelling die zich richt op een alom aanwezig fenomeen: de mode van “gezichtsloosheid” die voor het eerst in de creatieve kunsten aan het begin van deze eeuw verscheen en sindsdien populair is gebleven. De tentoonstelling herinnert ons aan de impact die door de media gegenereerde beelden kunnen hebben op de creatieve kunsten en de wijze waarop zij reageren op publieke beelden, popcultuur en de heersende opvattingen in het algemeen. De tentoonstelling laat zien welke invloed de neiging om het gezicht te verbergen, te versluieren of te maskeren had op de kunst en de mode na 9/11. De angst voor terroristische aanslagen heeft geleid tot een verandering in veiligheidsconcepten en de installatie van bewakingssystemen in openbare ruimtes – aan ons gepresenteerd als zijnde voor onze eigen veiligheid. Kunstenaar en curator Bogomir Doringer, heeft bijvoorbeeld jarenlang het thema van gezichtsloosheid in de mode en kunst verkend. “Onze onstabiele identiteit verlangt naar een terugkeer van het masker,” zegt hij. “Net zoals in lang vervlogen tijden, voelen we ons aangetrokken tot het dragen van maskers als een vorm van bescherming of camouflage, als een rekwisiet of gewoon voor ons plezier.” Verlies aan privacy Naast het verlies aan privacy eisen de regels van de moderne technologie dat we voortdurend zichtbaar zijn. Sociale netwerken, oorspronkelijk ontwikkeld als communicatieplatformen, werden de 4

nieuwe standaarden voor de dagelijkse activiteiten en lifestyle. Ze dienden zich aan als instrumenten voor zelfpromotie, om vervolgens met onze uitdrukkelijke toestemming een steeds grotere inbreuk op onze privacy te maken. “Hoewel een gezicht of een uitdrukking ook dingen over ons kan vertellen,” zegt co-curator Brigitte Felderer van de Universiteit voor Toegepaste Kunst in Wenen, “beschikken we over voldoende creatieve vermogens om deze verhaal vertellende oppervlakten onleesbaar of zelfs onzichtbaar te maken zonder het risico te lopen een sociale dood te sterven.” Praktische oplossingen voor anonimiteit FACELESS gaat verder met de zoektocht naar praktische oplossingen voor anonimiteit in de moderne samenleving die vaak het resultaat zijn van interdisciplinaire werken met betrekking op kunst of door kunstenaars bedacht zijn. De focus ligt op interdisciplinaire werken en lezingen, uitvoeringen en workshops die een idee geven hoe we kunnen overleven zonder ons gezicht te verliezen en tegelijkertijd in opstand kunnen komen. In De Markten wordt FACELESS op kleinere schaal gepresenteerd als een medialaboratorium geopend op uitnodiging en als onderdeel van het 8ste Computers, Privacy en Data Protection congres (http://www.cpdpconferences. org) met aansluitend een symposium op de Privacy dag op 28 januari met

CURSUSSEN

VOORJAAR 2015 ARTWORK BY: STERLING WOOD, 2008 © LEVI VAN VELUW, COURTESY GALERIE RON MANDOS, AMSTERDAM, WWW.LEVIVANVELUW.NL

bijzondere gasten. De tentoonstelling laat kunst en mode succesvol samensmelten binnen de context van een onderwerp dat van collectieve urgentie en belang is. FACELESS werd voor het eerst gepresenteerd en geproduceerd in het Museums Quartier in Wenen, en later gepresenteerd in het Mediamatic in Amsterdam. In het voorjaar van 2015 krijgt het vorm als een publicatie, uitgegeven ter ondersteuning van de Applied Arts Academy, Artistic Technology Research, Museums Quartier en Linz Art Academy. Bezoekers worden vriendelijk verzocht om “gezichtsloze” afbeeldingen te uploaden en bij te dragen en mee te doen aan het lopende onderzoek en toekomstige tentoonstellingen www. facelessexhibition.com • Vernissage: 21 januari 2015 van 18u30 tot 20u30 Tentoonstelling: van 22 januari tot en met 8 februari 2015. Dagelijks toegankelijk van 12 tot 18u, toegang gratis. • Organisatie: Privacy Salon vzw en Restart vzw. Partners: IAPP, deBuren, Vrije Universiteit Brussel en De Markten en freiraum quartier21 INTERNATIONAL / MuseumsQuartier Wenen

Het cursusprogramma van De Markten is klaar. Maar! Er wordt geen cursusboekje op een paar duizend exemplaren gedrukt en verstuurd. Wel staat het hele aanbod in een handig printbaar formaat online op de www.demarkten.be. Het is terug een beperkt aanbod en dat omdat een aantal langlopende samenwerkingsprojecten het grootste deel van onze aandacht opeisen. In het programma vind je: Brusselwandelingen, Sport, Ateliers en vakantiestages voor kleuters.

OPROEP

STAMINÉ V KLINKT OP HET NIEUWE JAAR! De Markten opent ook in 2015 de vrijwilligersbar en nodigt haar vrijwilligers, oudgedienden en nieuw geïnteresseerden hartelijk uit om te toasten op het nieuwe jaar.

Jij kan er ook bij zijn! Denk je dat vrijwilligerswerk bij De Markten iets voor jou is? Wees dan welgekomen op dinsdag 13 januari 2015 vanaf 18u voor een gezellig samenzijn op de Witte Zolder, wij ontvangen je graag met pannenkoeken en cava! Je krijgt dan meteen ook uitleg over de mogelijkheden voor vrijwilligerswerk in De Markten. • Kan je er dan niet bij zijn? Neem contact op met daan.dessers@demarkten.be, of kom gewoon eens langs.


BUREN VAN DE MARKTEN Irene Rossi

©ARNOUT WILLEMS

Irene Rossi heeft een passie voor muziek. Al in haar studententijd ging ze naar concerten in grote en kleine zalen. Nu leeft ze haar passie uit als programmator en communicatieverantwoordelijke van het Couleur Café Festival.

De Vijfhoek: Hoe lang woon je al in Brussel? Irene Rossi: Sinds ik hier ben komen studeren aan de VUB. Ik ben opgegroeid in Houthalen Helchteren, in Park Midden Limburg.

dag uren onderweg. Dat was verschrikkelijk en ik heb er een blijvende hekel aan pendelen aan overgehouden! Eén van de redenen trouwens dat ik in Brussel vlakbij de school van mijn dochter woon, zo moet zij niet pendelen.

DV: Je bent van Italiaanse afkomst? IR: Ik ben geboren in Hasselt maar ben Italiaanse. Mijn beide grootvaders, afkomstig uit twee totaal verschillende streken in Italië, kwamen naar België om hier in de steenkoolmijnen te werken. Ze woonden in de cité van de mijn. Dat zijn wijken opgericht door de mijneigenaar voor de mijnwerkers en hun families. Daar hebben mijn ouders elkaar leren kennen.

DV: Maar je bent dan naar de VUB komen studeren? Toch ook ver? IR: Ja, maar dat was wel anders. Ik was op kot en woonde dus hier, in het begin trouwens met vier op één kot. Dat was meteen leuk. Ik was nog geen 18 en ontdekte een heel nieuwe wereld. Ik leerde snel heel veel nieuwe mensen kennen.

DV: Ben jij dan ook opgegroeid in de cité? IR: Nee, maar ik kwam er wel vaak om mijn grootouders op te zoeken. Zelf woonden we in Park van Genk, beter bekend als Park Midden Limburg, een groengebied, heel fijn om op te groeien. Ik woonde zo in twee werelden: de cité enerzijds, het Park anderzijds. Ik liep er ook school, tot mijn middelbaar, dan moest ik naar Hasselt. DV: Waarom? IR: Mijn ouders vonden een goede school erg belangrijk en die vonden ze in Hasselt. Ik was zelf minder enthousiast, niet wegens de school maar om het pendelen te vermijden. Ik moest twee bussen nemen en was twee keer per

Muziek als passie DV: Hoe leerden jullie de stad kennen? IR: Via de Muziek! Het was de start van FM Brussel toen en we gingen naar heel wat concerten, vlakbij de VUB – het KultuurKaffee bestond toen nog niet – maar ook in het stadscentrum, in kleine en grote zalen. We ontdekten de cafés: de Falstaff en Het Vermoeden waren goeie adressen! Het studentenleven zelf, met dopen en cantussen en zo, liet ik liever aan mij voorbijgaan. Ik ontdekte ook andere wijken door te verhuizen. Na Elsene ging ik nog op kot in Etterbeek, in het stadscentrum en zelfs in de rosse buurt van Schaarbeek. DV: Wat studeerde je? IR: Eerst sociale en culturele agogiek. Dat was toen een nieuwe richting die door het PMS (nu Centrum voor Leer-

lingenbegeleiding) gemakkelijk aangeraden werd aan wie niet goed wist wat te kiezen. Het was inderdaad een fijne richting maar in volle ontwikkeling. Ik ben afgestudeerd en heb het op het einde nog gecombineerd met de Kandidaturen Communicatiewetenschappen.

”

Het festival heeft nu nog steeds die black roots, met daarbij de métissage en de open blik op de wereld, dat blijft de essentie. DV: Vandaar je huidige job? IR: Nee hoor, dat is heel anders gelopen! Het waren de jaren ’80, volop crisis. Een job vinden was heel moeilijk en ik wilde per se in Brussel blijven. Ik heb toen twee jaar bij een Amerikaanse bank gewerkt: akelig! Maar intussen leerde ik mensen kennen in de muziekwereld, ik bleef namelijk concerten aflopen, op de VUB, in de AB. Daardoor kon ik beginnen als assistente van Teddy Hillaert, toen programmator en promotieverantwoordelijke in diezelfde Ancienne Belgique. Een heel fijne job in een schandalig statuut: ik was wat toen 5


BUREN VAN DE MARKTEN (VERVOLG)

©ARNOUT WILLEMS

heette een “tewerkgestelde werkloze”. Formidabel slecht betaald maar een heel goede leerschool. Er kwam door het programmeren ook agogiek bij kijken en communicatie doorheen het promotiewerk. Ik heb er heel veel geleerd. De programmatie van de AB was toen heel breed: concerten, feesten, theater, dans… Ik ben er na twee jaar vertrokken, vooral wegens het slechte statuut, maar ben wel als freelancer blijven meewerken: bio’s en persteksten schrijven onder meer. Couleur Café Festival DV: Hoe ben je dan bij Couleur Café beland? IR: In de Hallen van Schaarbeek zorgde ik af en toe voor de Nederlandstalige perspromotie, vandaar. Couleur Café Festival is daar gestart als een bescheiden festival. De eerste editie was in 1990. Toen al was het idee om muziek uit de Afrikaanse steden, de kosmopolitische Afrikaanse muziek, naar Brus6

sel te brengen maar dat te plaatsen in een groter cultureel geheel, met eet- en drinkstalletjes, een Afrikaanse coiffeuse, een marktje… Het was de begintijd van de wereldmuziek en het eerste festival van dat soort in Brussel. Het liep meteen goed, met een grote opkomst. Het festival heeft nu nog steeds die black roots, met daarbij de métissage en de open blik op de wereld, dat blijft de essentie. DV: Waarom verhuisde het festival naar Tour & Taxis? IR: Dat was in 1994. De Hallen werden verbouwd en dus zochten we een gelijkaardige industriële site. Couleur Café was het eerste evenement in Tour & Taxis. Dankzij het festival werd dit voormalige douane- en rangeerstation herontdekt. DV: Maar het was wellicht een hele aanpassing? IR: De eerste jaren waren erg moeilijk.

In de Hallen hadden we een publiek van 5000 bezoekers, hier kwamen we op een enorme site terecht. We moesten voor tenten en accommodatie zorgen wat alles veel duurder maakte. Het was er in het begin ook een soort wildernis die we moesten leren beheersen. Er stonden nog oude treinwagons: die hebben we de eerste jaren gewoon geïntegreerd in het festival. Eens de Hallen verbouwd waren, konden we in principe terug, maar we kozen ervoor om op Tour & Taxis te blijven vanwege de unieke locatie en de mogelijkheden die zoveel uitgebreider waren. Na een paar jaar gingen de Hallen en Couleur Café vreedzaam uit elkaar en het festival werd verder alleen georganiseerd door de vzw Zig Zag waarvoor ik werk. DV: En dat is een leuke job, neem ik aan. IR: Ja hoor, boeiend werk! Hard werken ook maar omdat ik dat niet voltijds doe, hou ik tijd over voor vakantie en andere projecten: dat is wel fijn. Het enige spijtige is dat onze kantoren, hoe mooi ook, in Oudergem zijn en dat betekent dus opnieuw pendelen, wat ik niet graag doe! Ik woon namelijk sinds eind jaren tachtig in het centrum: eerst in de Ieperlaan, dan de Noordwijk, zeven jaar in de Plattesteen boven café DNA, in de Dansaertstraat, een paar jaar aan de Timmerhoukaai en sinds 2001 in de Zespenningenstraat, waar ik een huis kocht.

Superbuurt DV: Fijne buurt? IR: Ja hoor, ik woon hier erg graag, het is een superbuurt. De bevolking is hier erg divers. Het is hier sinds de tijd dat ik kwam wel veranderd. Toen was het nog een beetje een achterbuurt, donker en grauw. Het waren de handelaars die toen de buurt samenhielden. Nu zou er ook wel opnieuw wat meer contact tussen de mensen mogen zijn, ik wil zelf wel graag meehelpen om één of andere buurtactiviteit te organiseren. DV: Intussen werd het plein vernieuwd en is er veel gebouwd. IR: Al die werken, onder meer de bouw van de Erasmus Hogeschool, hebben behoorlijk wat hinder meegebracht. De heraanleg van het Bloemenhofplein vind ik niet erg geslaagd. De fontein had ook best heel wat mooier gekund! Maar de terrasjes maken veel goed, het is hier voor mij een beetje "Petit Paris". Door de studenten is het hier erg levendig geworden en dat is prima. Al vind ik dat er te veel studentenkoten bijkomen. De buurt moet een echte woonbuurt blijven, daar moet de stad toch wat regulerend optreden. DV: Veel bewoners zijn bezorgd over het aangekondigde nieuwe verkeersplan. Wat vind jij? IR: Het autoverkeer in het stadscentrum moet verminderen. Straten met 2 of meer scholen moeten autovrij zijn. Ik heb trouwens de petitie van de

leerlingen van de Moutstraat hiervoor getekend. Ik ben ook absoluut tegen de geplande parkings. Er is voldoende plaats in de bestaande parkeergarages en de parkings van kantoren kunnen buiten kantoortijd ook benut worden. Nieuwe parkings horen aan de stadsrand. Ik vind Brussel op dit vlak archaisch en prehistorisch. Maar ik woon hier graag!

Résumé en français

Irene Rossi est organisateur de concerts et responsable de presse du Festival Couleur Café et une passionnée de musique. Après avoir travaillé d'abord quelques années dans une banque, elle a abouti dans le monde de la musique en passant par l'Ancienne Belgique. Irene est d'origine italienne et a vécu à plusieurs endroits de Bruxelles. Elle a choisi d'habiter à la place du Jardin aux Fleurs, son “Petit Paris”, depuis 2001.


A VRAI DIRE > PANTA RHEI

Après ses études à l'université d'Amsterdam Cor s'est installé à Bruxelles en 1980 pour y travailler comme traducteur. Après avoir terminé ses études à l'académie des beaux arts d'Amsterdam, Joke a trouvé en 1986 à Bruxelles un atelier dans un ancien immeuble industriel, Quai du Commerce. Joke: La concierge, madame Dewaele, qui y habitait avec Léon, m’appelait "la fille hollandaise". Aux Pays-Bas nous sommes devenus "les Belges". Et ici, qui sommes-nous? Des Belgonéerlandais, des Hollandobelges, des demi-Belges? Nous sommes allés habiter en 1989 près de la Place du Jardin aux Fleurs à Bruxelles. En effet on ne voulait pas passer une demi heure chaque jour dans la voiture pour nous rendre à Bruxelles. La Place du Jardin aux Fleurs était alors une vraie catastrophe. Il y avait six rues qui aboutissaient sur la place. Les voitures traversaient la place à toute allure. Cor: Il y avait également deux épiceries grecques qui vendaient de tout. "Notre" Grec vendait même des petits sacs de charbon qu’il livrait à domicile chez les personnes qui marchaient difficilement. Les deux Grecs sont partis et leur commerce a été repris par des immigrés entreprenants. Le kiosque à journaux a également disparu. Il y avait aussi un café au coin de la rue Pletinckx, fréquenté par des fans de la moto. Par un jour de malheur le café s'est envolé dans les flammes: les propriétaires et leur chien n'ont pas survécu à l'incendie. Joke: La Place du Jardin aux Fleurs a changé totalement depuis lors. Elle a été réaménagée et on y trouve maintenant une fontaine, des petits restaurants

et des terrasses. La place fait vraiment honneur à son nom: il y a des magnifiques bacs à fleurs, des arbres (acacias), du mobilier urbain vous invitant à vous asseoir. L'école supérieure Erasmus apporte de l'animation à la petite place qui est bondée d'étudiants par temps ensoleillé. Il y a une vingtaine d'années, nous avons essayé pour la première fois d'introduire un peu de verdure dans notre rue et nous avons planté de la glycine devant notre maison. Nous avons reçu beaucoup de réactions enthousiastes. Quand nous avons commencé à élaguer, les voisins s'inquiétaient parce qu'ils croyaient qu'on allait tout enlever. Notre exemple a été suivi et plusieurs personnes ont installé des plantes grimpantes Plusieurs personnes du quartier ont installé entretemps des plantes contre leur façade. La Ville a demandé cette année aux habitants d'accrocher des plantes grimpantes à leur façade. Cor: Beaucoup d'habitants du quartier sont partis ou décédés. Josée habitait deux maisons plus loin dans l'annexe arrière. Elle était serveuse dans un café dansant de la rue August Orts et nous racontait comment une serveuse s'y prenait pour recevoir beaucoup de pourboires. Nous l'avons encore rencontré une fois dans une maison de repos où

In deze Franstalige rubriek laten we elke maand een wijkbewoner aan het woord over straat, wijk en stad. De Nederlandstalige versie vindt u op www.demarkten.be © JOKE TIJS

elle était très malheureuse et occupait une toute petite chambre. Sophie, tout comme Bruxelles, une beauté des temps passés, toujours bien habillée, avec de merveilleux bijoux, a été victime d'un cambriolage et ne s'en est jamais remise. Etienne habitait avec son chien au-dessus de Josée et a disparu un beau jour. La mère de notre voisin traversait toujours sans crainte la place du Jardin aux Fleurs non encore réaménagée à cette époque, mettant en péril sa propre vie et celle d'autrui. Notre voisin qui a travaillé dur toute sa vie, n'a pas pu jouir longtemps de sa retraite, car il est devenu rapidement sénile. Le "mineur" comme nous l'appelions, marchait difficilement: nous faisions de temps à autre ses courses. C'était un beau garçon, autrefois, comme il le disait si bien lui-même. Toutes ces personnes ont connu assurément un Bruxelles pétillant dont nous n' avons rien vu quand nous sommes arrivés ici. Joke: Nous aimons vivre ici, notre maison est bien située et il fait calme ici. J'ai aménagé mon atelier depuis 1994 dans la mansarde de notre maison. Lors des travaux de remise en état de notre maison, nous avons eu la surprise il y a quelques années de découvrir derrière

un faux plafond une peinture sur toile du peintre belge Victor van Dyck (18621943). Après l’achèvement des travaux de restauration, nous avons organisé une journée "Porte ouverte", avec une exposition des œuvres de huit artistes. Le rez-de-chaussé de notre maison se prête très bien aux concerts et expositions; un premier concert a eu lieu avec le Trio Koen De Cauter (sous les auspices de la Compagnie KAiET), et une exposition de mes propres œuvres, attira beaucoup de monde: ce fut une soirée inoubliable. Nous espérons pouvoir organiser d'autres concerts dans notre maison. Cor: Nous avons vu Bruxelles changer, s'embellir et sortir d'un long sommeil au cours des vingt-cinq dernières années. Bruxelles s'est remise à étinceler petit à petit. Tout commença avec le quartier de l’église de Notre Dame de Bon Secours. Les maisons de la place SaintGéry ont été rénovées et on vit apparaître toutes sortes de cafés, de restaurants et de terrasses. La rue du Vieux Marché aux Grains a été réaménagée. Des immeubles industriels de notre quartier ont été transformés en appartements. De jeunes gens et de nouveaux ménages viennent s'installer dans le quartier.

On y trouve différentes galeries d'art, un espace d'exposition ZSenne vzw/asbl, et la collection d'art Vanhaerents, un musée privé d’art contemporain. Panta Rhei. Aussi Bruxelles. Joke Tijs en Cor ter Horst Samenvatting in het nederlands

Cor: Vijfentwintig jaar lang hebben we Brussel zien veranderen, mooier zien worden, zien ontwaken uit een lange slaap. Langzaam begint Brussel weer te bruisen. Het begon in de buurt van de Bijstandskerk. Toen werden aan het Sint-Goriksplein de huizen opgeknapt en kwamen er allerlei cafés, restaurants en terrasjes. De Oude Graanmarkt werd heraangelegd. Ook in onze buurt werden fabriekspanden verbouwd tot appartementen. Er komen ook weer jonge mensen en jonge gezinnen in de buurt wonen. Er zijn verschillende kunstgaleries, een expositieruimte ZSenne vzw, en Vanhaerents kunstcollectie, een privémuseum voor hedendaagse kunst. 7


TER PLEKKE > EEN KUNSTENWERKPLAATS AAN DE ZENNE/LA SENNE Art lab ‘ZSenne’ huist in een driegevelpand aan de ”driehoek ’t Kint”, het pleintje waar de Anneessensstraat zich losmaakt van de ’t Kintstraat. Vzw ZSenne is een open werkplaats waar artiesten experimenteren en creëren in dialoog met de stadsomgeving. Kunstenaars zijn er voor korte tijd in residentie en zetten een performance op, een tentoonstelling of een presentatie, soms sterk betrokken op de buurt. Luc Emiel Rooman ( 58) runt sinds 2010 deze galerie-werkplaats. Vanuit zijn appartement op de 3e verdieping heeft hij een mooi uitzicht op het natuurstenen voorpleintje en het tipje groenbeplanting dat richting Bloemenhofplein wijst. Je kan hem niet missen: ’s avonds zie je al van ver de twee rode buislampen die diagonaal voor zijn ramen staan. De rode geraniums die zijn intussen overleden moeder op de vensterbanken plaatste, stalen het hart van zijn Spaanse buurvrouwen. De buurt Het minipleintje voor het huis vormt een interessant verlengstuk van de galerij en tegelijk een verbindingsteken met de buurt. Er kunnen installaties gebouwd worden en het publiek kan er gezellig samenzitten. Mensen uit de buurt komen er badmintonnen of barbecue houden. De directe omgeving bestaat uit een evenwichtige bewonersmix, die zich gaandeweg verzoende met de soms ongewone initiatieven van het Art lab. Opmerkelijke buren zijn de “Compagnons du Devoir”, een Franse ambachtenopleiding die werkt in de geest van de middeleeuwse kathedraalbouwers. De uitgelezen collectie hedendaagse kunst van Vanhaerents is ondergebracht in het hoekpand aan het einde van de Anneessensstraat. In die minder elitaire buurt raken de gemoederen wel eens verhit en de vitrines van deze kunsttempel moeten dan hun deugdelijke makelij bewijzen. De politie heeft het daar niet gemakkelijk. Volgens Luc Emiel Rooman heeft veel heibel te maken met onhandigheid en slechte 8

© ARNOUT WILLEMS

communicatie. Hopelijk doet de buurt haar sociaal voordeel met de renovatie van het complex rond de loodtoren. Art Een letterlijk in het oog springende performance in het Art lab was “Battery” en het “National History Museum of Hope”. Daarvoor woonden twee dames drie weken voltijds in een verlichte houten kast,

die aan beide vitrines van de voorgevel waren gemonteerd. Het publiek kon “hoop-objecten” binnenbrengen die dan in het museum werden geplaatst, rond de kooien. Er werden lezingen gegeven over een ‘Tarot van de hoop’ en over “political hope”. Er was film en “anorexic dinners” waar 20 mensen aan deelnamen. Buiten stond een informatiebord waarin het project werd uitgelegd. Maar ’s nachts begrepen aangeschoten voorbijgangers niet altijd dat de dames in de verlichte legbatterijen enkel “actief reflecteerden over hoop in deze barre tijden”. Een andere artieste onderzocht of de principes van de choreografie konden toegepast worden op filmmontage. Zij werkte twee weken in het lab aan de montage van haar film “Cut in Movement”, een poëtisch dansend portret van Brussel. De try out in het Art lab kon op veel belangstelling rekenen. Een beeldende kunstenaar gebruikte de ruimte van ZSenne als een atelier-bureau, met onderzoekstafels die meer en meer bedekt werden met prototypes, inspiratie-objecten, gedrukte origami‘s, enz. Het waren vaak echo’s en details van beeldopnames uit de buurt. Een kunstenaar-psychiater ontwierp dwangbuizen in verschillende maten. Hij installeerde ze in de ruimte waar het publiek ze kon aantrekken, bij het geluid van vogelzang. De stad Luc Emiel Rooman is behalve galeriehouder ook al 14 jaar gedreven Brusselaar.

© ZSENNE

Het wijkcontract “Bloemenhof” volgt hij op de voet, inclusief alle bijhorende frustraties. Hij bracht ludieke voorstellen aan voor de Projectenoproep, bijvoorbeeld om samen met de kinderen van “De Buiteling” de betonblokken te beschilderen die de straat afsluiten, of alle ontbrekende straatstenen op te vullen met gekleurde mortel… Ze werden niet weerhouden. Stadsvernieuwing en wijkcontracten zijn complexe aangelegenheden. Maar Rooman fronst de wenkbrauwen bij de participatieve kramp van de Stad. Er wordt gezwaaid met inspraak voor de buurtbewoners maar beslissingen worden boven de burgerhoofden genomen en vaak aangevoeld als buurtvreemd. Zo wilde men op het kleine pleintje drie reusachtige kruidenbakken van 2,1 m hoogte plaatsen, die hoogstwaarschijnlijk vrij snel tot afvalbakken zouden degraderen. En wat met het ‘participatief kunstwerk’ in de wijk, dat de Stad in petto heeft? En waar blijven de verkeersdrempels waar de straat al meer dan 10 jaar om vraagt? Catclub Art lab ZSenne werkt samen met de VGC, a. pass (advanced performance and scenography studies), het Kaaitheater, het Frans Masereelfonds, Hiros vzw en andere kleinere kunstorganisaties. Maar Luc Emiel Rooman voelt zich geen kunstencoach of voltijds artiest. Bij hem

geen permanente creatiedrang, wel veel ideeën waarvan er naar eigen zeggen misschien 5% worden gerealiseerd. Hem betrap je niet op uitsloverij of zelfingenomen dadendrang. Hij houdt van feestjes en van het betere Brusselse nachtleven. Van Art lab ZSenne maakte hij een pretentieloze vrijplaats voor hedendaagse kunstbeleving en creatieve verbeelding, tolerant, goedgeluimd maar met een kritische frons… Marleen Janssens Résumé en français

Art lab “ZSenne” est un atelier d’art où des artistes peuvent résider pour élaborer leurs projets. Le dialogue avec l’environnement urbain est très important. Le quartier réagit de manière variée à l'égard des performances parfois audacieuses. Une compréhension mutuelle a grandi au fil du temps. L'importance de la vision du coordinateur artistique, Luc Emiel Rooman (58) est indéniable. Son engagement critique vis-à-vis du contrat de quartier “Jardin aux Fleurs” lui a permis d'être bien informé des aléas de la rénovation urbaine. Mais il ne se prive pas non plus de tout ce qu'offre la vie urbaine tant en journée qu'au cours de la nuit.


STADSCHAP VIJFHOEK >BLOEMENHOFWIJK BEWERKING MARCEL RIJDAMS EN CANAL DISTRICT © CANAL DISTRICT

Terwijl het Bloemenhofplein zich langzaam een nieuw aanschijn aanmeet beweegt er in de ruimere wijk ook een en ander, enkele projecten die een grote invloed zullen hebben op de toekomstige identiteit van de wijk. We hebben het over “Clos des Chartreux”1 een project waarvan vandaag de laatste puzzelstukjes gebouwd worden en “Canal District” waarvoor de afbraakwerken volop aan de gang zijn. Clos des Chartreux, dat het halve bouwblok tussen Oude Graanmarkt en Kogelstraat inneemt op een grondoppervlakte van bijna één hectare (9.200 m2) en naast 124 luxewoningen en een zwembad ook 6.000 m2 kantoren bevat en 150 parkeerplaatsen en waarvan vandaag de laatste vierentwintig woningen worden gebouwd hoek Kogelstraat en Kartuizerstraat. Wanneer in

© MARCEL RIJDAMS, + GOOGLE EARTH

oktober 2013 het sluitstuk aan de Oude Graanmarkt werd ingehuldigd gingen de promotoren er prat op dat na 23 jaar2 “voorbeeldig” zwoegen uiteindelijk het sluitstuk van hun project afgewerkt was. Dat toen de bovengenoemde 24 woningen aan de achterkant nog niet begonnen waren was waarschijnlijk een vergetelheid? Speculatiegeschiedenis Wat zij ook “vergeten” waren of wat althans niet in hun hoera-communicatie paste, was dat dit project reeds een veel oudere geschiedenis heeft, een speculatiegeschiedenis. Inderdaad, al zeer lang, waarschijnlijk nog in de “Vandenboeynantstijd” werd er op dit bouwblok gespeculeerd en kocht de familie Laurent Josy van de toenmalige verzekeringsmaatschappij Josy systematisch eigendommen op in dit bouwblok, te beginnen met het vroegere taxicentrum van de Taxis Jaunes3 wat later de Parking du Centre werd. De huizen langs de Kogelstraat en de Kartuizerstraat werden ook systematisch opgekocht. Doel was om dit alles plat te gooien en er een lucratief kantoorgebouw op te richten. De huizen op de hoek van de Kartuizerstraat en de Oude Graanmarkt werden on-

danks hun historische waarde aan hun lot overgelaten en stonden tot ver in de jaren negentig te verkrotten, stukgeslagen ruiten en gaten in het dak. Het is enkel dank zij acties van bewoners en plaatselijke handelaars dat zij uiteindelijk gered werden.

dubbel beveiligde deuren, men gaat zwemmen in het gemeenschappelijk zwembad, men geniet van de gemeenschappelijke tuin die door de community onderhouden wordt. De meeste bewoners blijken dan ook kaderleden en buitenlanders te zijn.

Maar tijden veranderen en ook speculanten kunnen onder invloed van de gewijzigde marktsituatie tot inkeer komen. Jean Pierre Dupret, de huidige beheerder van de Clos en vader van het Zinneke in de Kartuizerstraat, had hogerop in de Kartuizerstraat (gebouwen Fedasil, Espace Bizar en meer) al eerder de gebouwen van zijn vroegere verzekeringsmaatschappij met succes gerenoveerd. Hij overtuigde de eigenaars van Parking du Centre en C° om het roer om te gooien en zo kwam Clos des Chartreux tot stand. Een prestigieus en duur project (de pers sprak in 2013 van tussen 3.500 en 4.200 €/m2 bijna het dubbel van doorsnee prijzen) waarbij de publieke Parking du Centre werd opgeofferd voor privéparking. Het geheel werd aangeprezen als “de haut standing”, de handelszaken worden “minutieusement sélectionnées” alles met een veiligheidsniveau “type ambassade". Een echte “clos” dus, afgesloten van de stad maar er toch de vruchten van genietend. Elders noemt men dit een “gated community”. Men rijdt met de wagen de parking binnen, de poort sluit automatisch, men begeeft zich naar zijn appartement met

Canal District Aan de ander kant van het Bloemenhofplein staat een vergelijkbaar project op stapel tussen Fabriekstraat, Zennestraat en Onze-Lieve-Vrouw van Vaakstraat. Oorspronkelijk Clos du Marais genoemd (Parijs is nooit ver weg) maar uiteindelijk dank zij de kanaal-hype Canal District gedoopt. Hier zal men op een terrein van een goeie 8.000 m2 205 woningen en 150 parkeerplaatsen bouwen. De op het terrein bestaande gebouwen behoorden toe aan een wijngroothandel en er werd reeds eerder een gelijkaardig project op ontwikkeld. De toenmalige promotor ging na de eerste sloopwerken evenwel failliet en zo bleef het een tijdje liggen. Het nieuwe project wordt eveneens in gesloten formatie aangelegd met binnentuinen alleen bestemd voor de bewoners. Misschien komt er ook nog een crèche. Waarom misschien en waarom laat de stad zulke “gated communities” toe zonder gemeenschapslasten op te leggen? Waarom is die crèche dus niet verplicht als men zoveel woningen bouwt? En waarom kunnen die binnenpleinen geen deel uitmaken van de publieke ruimte?

Deze twee voorbeelden die we hier slechts in het kort analyseren stemmen tot nadenken zeker in het licht van de ontiegelijke traagheid waarmee de naburige 320 (driehonderdtwintig) sociale woningen van de Papenvest al meer dan vijftien jaar op hoogdringende renovatie wachten. Marcel Rijdams 1

2

3

Het spijt ons, maar wij hebben geen Nederlandse vertaling gekregen De werf dateert nochtans pas van 2004 zie Bruciel Jaune als ik mij niet vergis

Résumé en français

Alors que la place du Jardin aux fleurs présente petit à petit un nouveau look, certaines choses commencent à bouger dans un rayon plus vaste. Quelques projets auront un grand impact sur l'identité future du quartier. Le premier projet est le “Clos des Chartreux” dont les dernières pièces du puzzle se mettent en place. Le deuxième projet est “Canal District”: les travaux de démolition pour ce projet sont en cours.

9


HANGJONGERE VAN DE MAAND > HOUSSIN, BROODJESVERKOPER OP HET BLOEMENHOFPLEIN

We proberen het dan maar bij een vader die zijn kinderen naar huis brengt, maar hij neemt zelfs de moeite niet om ons mondeling af te wijzen en maakt met zijn arm snel een wegwerpgebaar. Teleurgesteld proberen we ons geluk in “Bloemenhof”: een broodjeszaak met een quasi panoramisch uitzicht op het plein. Houssin Bejaoui, de sympathieke eigenaar van Tunesische afkomst, is wel bereid om ons gedurende enkele minuten zijn licht over het plein te laten schijnen.

© ARNOUT WILLEMS

We komen aan op het Bloemenhofplein op een even kille als grauwe novembernamiddag. In de talrijke scholen die de Bloemenhofwijk telt, moet het laatste belsignaal van de dag al zijn gegeven want kinderen, zeulend met boekentassen die duidelijk té zwaar zijn voor hun jonge lijven, struinen aan de hand van vader of moeder over het pleintje. Ook enkele docenten van de aangrenzende campus haasten zich huiswaarts. Wat verderop kwijten stadswachten zich wijdbeens en met professionele ernst van hun avondlijke taak. “Geen kind zal hier onbeschermd het zebrapad oversteken”, zie ik hen denken. Ze genieten zichtbaar van het gezag telkens wanneer ze een auto met gestrekte arm tot stilstand dwingen. Voor een interview hebben zij echter geen tijd: “Vraag dat maar eerst aan onze chef!”.

10

Als ik Houssin op de man af vraag of hij zich nu Belg of Tunesiër voelt, moet hij niet lang nadenken: “Belg! Dit land heeft me alles gegeven. Ik woon tenslotte langer in België dan in Tunesië. Voetbal heeft me naar hier gebracht. Ik heb nog voor het Tunesische elftal gespeeld eind jaren 1970. Ik was keeper, maar door een ongeval heb ik onverwacht een punt achter mijn voetbalcarrière moeten zetten. Via kennissen ben ik dan in Brussel terecht gekomen. Een van mijn eerste jobs was werken in de drukkerij van La Dernière Heure, toen nog in de Mechelsestraat. Later ben ik dan gaan werken op de Kaasmarkt bij Yasmina, een snackbar. Maar ik wilde zelfstandige worden en heb dan een zaak opgestart hier op het Bloemenhofplein, maar aan de overkant, waar nu Pizzeria La Fleur gevestigd is. Mijn eerste zaak was een telefoonwinkel: je kent dat wel, zo’n winkel met telefooncabines. Die was open van 11 uur

’s morgens tot 22 uur ’s avonds. Lange dagen dus”. Tijdens het gesprek ontpopt Houssin zich tot het geheugen van het Bloemenhofplein, of toch tenminste van de laatste decennia. Hij heeft het plein en de hele buurt er rond zien veranderen van een no-go zone tot een van de meest aangename “dorpspleintjes” van de stad. Wie hier in de jaren 1990 rondliep zou nooit kunnen bevroeden dat deze buurt ooit door een radiozender zou worden uitgeroepen tot gezelligste buurt van Brussel. Houssin beaamt: “Dat klopt: de Bloemenhofbuurt was een onaangename, ruige buurt met heel wat vandalisme. De plek waar ik mijn telefoonzaak opendeed was aanvankelijk een café, Les Trois Etoiles, en dat was een clubcafé voor zware jongens met motoren. Maar eind jaren 1990 is er dan toch een kentering gekomen. Een man uit Aalst kocht hier talloze huizen op en liet die in recordtijd renoveren. Dat heeft een nieuwe boost gegeven aan de wijk. En later heeft de Erasmushogeschool zich in de voormalige kliniek DISCCA gevestigd. Dat heeft van de wijk een studentenwijk gemaakt. Vroeger durfde je hier bijna niet buiten komen, en nu is de wijk bijna trendy geworden!” Zou hij zelf nog iets willen verbeteren aan het plein? “Ja, er zouden wat meer activiteiten op het plein zelf moeten komen. Waarom geen markt? Ik denk

bijvoorbeeld aan een markt van bouquinistes die wekelijks hun tweedehandsboeken zouden uistallen. Dat zou toch erg charmant zijn, niet?” Ik had Houssin gevraagd om gedurende enkele minuten zijn licht te laten schijnen over het Bloemenhofplein. Het is mogelijk dat Tunesiërs of beter, Tunesische Belgen, een ander tijdsbegrip hanteren, want twee uur later is Houssin nog niet uitgepraat over de situatie op het Bloemenhofplein. Al moet ik er eerlijkheidshalve aan toevoegen dat mijn gespreksgenoot ook graag zijn mening ventileert over de situatie in Brussel, de economische crisis in België (“Welke crisis?”, roept hij uit), de Arabische lente (“Een sterke man hebben ze nodig!”) en - nu we toch bezig zijn - de wereld tout court .... Stefan Moens

Résumé en français

Houssin est la mémoire vive de la place du Jardin aux Fleurs. Il y exploite une sandwicherie. Il était auparavant propriétaire d’un phone-shop. Dans le passé c’était un quartier à éviter, aujourd’hui la place est devenue le centre d’un quartier estudiantin très vivant. Mais à son avis, un marché de livres d’occasion rendrait la place encore plus agréable.


STADSBERICHT nschrijven in een Nederlandstalige school in Brussel?

l.be

www.inschrijveninbrusse Basisonderwijs - aanmelden 2015 - 2016

BLOEMENHOFPLEIN

Voor al le kinderen gebore n in 20 of vroeg 13 er

Het oude pleintje met de romantische naam, voorheen helemaal zonder bloemen en eerder een kruispunt dan een plein, is de laatste jaren opengebloeid. Vroeger had dit kruispunt helemaal geen naam, het werd pas in 1955 tot Bloemenhofplein gedoopt naar de naam van een oude afspanning in de Zespenningenstraat. (zie straatnaamborden) Sedert de heraanleg in een vorig wijkcontract (Papenvest 1997-2001) voltrekt zich de metamorfose van het Bloemenhofplein langzaam maar zeker. Het plein werd deels voetgangersruimte en kreeg er een “bloemenfontein” bij. Naar ontwerp van “verticale tuinen”-architect Luc Schuiten, een eerder schraal uitgevallen imitatie van een oude paardendrinkbak waar achteraf wat fonteintjes werden aan toegevoegd en een buitenmaatse lantaarnpaal waar ook een klimplant (kamperfoelie) moeizaam de naam van het plein waar tracht te maken. De commerce in de buurt ging mee “met zijn tijd”. De vroegere schrijnwerkerij op het gelijkvloers van het mooie vroeg-art-nouveau gebouw - architect Hamesse op nr 5 werd, nadat een “Nicolay” fuifcafé op het nippertje vermeden werd, achtereenvolgens vervangen door een modeboetiek en sinds een paar jaar door een kunstgalerij. De laatste authentieke buurtwinkels op het

Meld uw kind aan via www.inschrijveninbrussel.be tussen 5 januari (8 u.) en 30 januari 2015 (16 u.). OPGELET ! Voor alle kinderen geboren in 2013! Heeft uw kind voorrang? Verzamel dan nu al de nodige documenten. Ga naar www.inschrijveninbrussel.be (of 02 553 30 20) voor alle informatie over de aanmeldings- en inschrijvingsprocedure in het Nederlandstalig onderwijs voor het schooljaar 2015 – 2016, ook voor alle info over het secundair onderwijs. D e z e c a m p a g n e i s e e n i n i t i a t i e f va n d e V l a a m s e G e m e e n s c h a p s c o m m i s s i e , h e t L O P B ru s s e l B a O e n h e t L O P B r u s s e l S O i n h e t k a d e r va n ge l i j k e o n d e r w i j s k a n s e n .

© MARCEL RIJDAMS

plein hebben zich lang verzet tegen de “gentrificatie”. Samen met de “Pakistaans-Korsovaarse-of-zo” superette in de Fabrieksstraat verloren zij langzaam het pleit ten voordele van Proxy Fabriques, Madeleine gaf het al lang geleden op, Anastasia heeft het recent opgegeven, maar Au Bon Beurre blijft alsnog rustig verder lekker brood en banket bakken.. Alleen het Spinnekopke zal eeuwig bestaan maar evolueerde van sympathiek café, lambic, faro, geuze en kriek, naar een toeristenrestaurant en privatiseert daarenboven in de zomer een kwart van het plein. De komst van de Erasmushogeschool campus op de plaats van de oude arbeidsongevallen kliniek Discca heeft

een boost gegeven aan het plein. Broodjeszaken bloeien als nooit. Het studentenvolk brengt animatie en leven. In 2011 werd de Bloemenhofwijk op FM Brussel tot Leukste Wijk uitgeroepen. Bloemenhofwijk, een nieuwe naam en een nieuwe identiteit die ook in het nieuwe Duurzame Wijkcontract Bloemenhof bevestigd wordt. Ook bewoners veranderen. Naast het Spinnekopke wordt een gebouw met vroeger meer dan zestig goedkope huurkamers verbouwd tot 12 appartementen. De nieuwe Bloemenhofwijk bewoners hebben zich het plein toegeëigend en organiseren op zomerse dagen af en toe buurtfeesten. Marcel Rijdams

MAAK KANS OP EEN ETENTJE VOOR 2 PERSONEN IN HET AB RESTO De Vijfhoek trakteert deze maand twee personen op een gratis etentje in het AB Resto (´s middags of ´s avonds) via een prijsvraag: In welk jaar, welke maand en op welke dag werd dit gebouw op het Bloemenhofplein definitief beschermd als cultureel erfgoed? De Markten reserveert een tafel voor twee personen aan de eerste lezer die het juiste antwoord mailt naar demarkten@demarkten.be

© ARNOUT WILLEMS

11


BERICHTJES VAN HIER EN GINDER

VERENIGINGEN EN ANDERE LEUKE ACTIVITEITEN Tochten van Hoop en de KWB organiseren op zondag 4 januari 2015 een Driekoningentocht door de Anneessenswijk. Met deze tocht krijgen we de kans om stil te staan bij een aantal projecten die de armoede in de wijk bestrijden. De tocht duurt tussen 2 en 3 uur. Na de wandeling is er nog een warme drank en een kramiekboterham voorzien in Garcia Lorca in de Voldersstraat. • Info & inschrijvingen: 02 557 87 72 pol.arnauts@compaqnet.be In het kader van Toast Literair is er op

zondag 18 januari de jeugdtheatervoorstelling “De Heksen”. Het gezelschap BlindeVink sleept ons mee in een grappig en soms bloedstollend verhaal. Afspraak om 10u30 in de gemeentelijke bibliotheek, Oudergemselaan 191, 1040 Etterbeek. • Info & reservatie: brussel-centrum@davidsfonds.net www.brussel.davidsfonds.be De leden van "De Zingende Brug" houden hun eerste zangronde van het Nieuwe Jaar in De Markten op zondag 18

januari tussen 15u en 18u. Iedereen is welkom! • Info: www.dezingendebrug.be De Vlaamse Club voor Kunst, Wetenschap en Letteren organiseert op maandag 19 januari om 19u45 een lezing in De Markten. Marc Debie, auteur en kenner van het Belgische koningshuis, zal het hebben over “Leopold II, monster of genie"? • Info: www.vlaamseclubbrussel.be, info@vlaamseclubbrussel.be

DE REDACTIE VAN DE VIJFHOEK WENST AAN ALLE

BON VOOR GRATIS KOFFIE OF THEE BIJ BROODJE / SOEP / LUNCHMENU / ENKEL ’S MIDDAGS Niet verenigbaar met andere promoties • één bon per persoon

STEENSTRAAT 23, 1000 BRUSSEL • OPENINGSUREN OP WWW.ABCONCERTS.BE 12

LEZERS EEN GELUKKIG EN VOORSPOEDIG 2015

COLOFON Werkten aan dit nummer mee: Nora De Kempeneer, Pol Vervaeke, Etienne Philips, Jan Op de Locht, Valérie Procès, Hilde Van Geel, Marcel Rijdams, Arnout Willems, Marleen Janssens, Stefan Moens, Werner De Bus en Charles Six Foto’s: De Markten en ingezonden Lay-out en druk: Drukkerij Atlanta Schaffen Oplage: 6.600 Advertentiewerving: De Markten, 02 512 34 25, demarkten@demarkten.be Verantwoordelijke uitgever: Isolde Boutsen De Vijfhoek is het maandblad van De Markten, Oude Graanmarkt 5, 1000 Brussel 02 512 34 25, demarkten@demarkten.be, www.demarkten.be

Met de steun van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. De Markten maakt deel uit van Cultuurcentrum Brussel. Steun De Vijfhoek: uw steun blijft welkom op rekeningnummer BE62- 433-1147061-61 van De Markten met vermelding "steun De Vijfhoek". Voor het februarinummer van De Vijfhoek zijn teksten en aankondigingen welkom tot uiterlijk 12 januari 2015. Openingsuren onthaal: Openingsuren onthaal: maandag tot donderdag van 9 tot 20u, vrijdag van 9 tot 17u en zaterdag van 9 tot 13u (behalve tijdens de schoolvakanties) De Markten is gesloten van 1 tot en met 4 januari.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
De Vijfhoek januari 2015 by De Vijfhoek De Markten - Issuu