P 3A 9110 afgiftekantoor Brussel X Oude Graanmarkt 5 1000 Brussel
PB- PP B- 06386 BELGIE(N) - BELGIQUE
MAANDBLAD > JAARGANG 45 > NUMMER 8 > OKTOBER 2021 (verschijnt niet in juli en augustus)
BUREN VAN DE MARKTEN>P6 >FRANK KERKHOFS BRUSSELSE ARCHITECTUUR>P8 >HAGELTOREN HALTE VAN DE MAAND>P9 >NIEUWE GRAANMARKT
Halte van de maand: Nieuwe Graanmarkt © CHARLES SIX
OKTOBER IN DE MARKTEN
Als halte van de maand oktober kozen we voor de Nieuwe Graanmarkt. Het plein wordt om verschillende redenen druk gebruikt door kinderen en jongeren. Er is het bekende basketbalplein waar altijd wel enkele jonge en minder jonge basketters aan het spelen zijn. Maar het is vooral ook een plein waarlangs naar school gegaan wordt: De Mot Couvreur, Maria-Boodschap, de Kleurdoos… Op het plein wordt daartoe open afgestapt van bus 33 waarmee je naar Louisa reist, 89 voor wie van het Centraal Station komt, en je kan zelfs al dan niet snel met De Lijn naar Ninove. In dit nummer van De Vijfhoek besteden we graag nog eens extra aandacht aan de tentoonstelling Stijlisstilstand van Stefaan Vermuyten, zeer de moeite waard. Deze keer geen verslag van de gemeenteraad maar wel enkele foto’s over de, ondanks corona en het slechte weer, mooie voorbije zomer in De Markten.
Oktober is een drukke maand in De Markten. Het is fijn om weer veel volk over de vloer te hebben. De cursussen en ateliers die we zolang hebben moeten missen, kunnen nu weer doorgaan (met maatregelen). De groente- en fruitpaketten van Den Diepen Boomgaard staan weer elke week klaar, we ontmoeten overal nieuwe studenten Nederlands, onze tentoonstelling “Stijlisstilstand” van Stefaan Vermuyten loopt nog tot 24 oktober en intussen bereiden we al de volgende voor: in november tonen we in samenwerking met het AMVB de expo “Van kabas tot rugzak”, een expo over 200 jaar Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Kortom, we weten wat gedaan! De bewegingsateliers voor kleuters en peuters op zaterdagochtend hebben een nieuwe dansjuf: Dina Draoui. Zij vliegen er weer in, en bij de peuters is er nog plaats!
2
Onze partners zijn ook al volop in huis: samen met het Brussels Ouderenplatform (BOp) en Muntpunt herneemt de poëziereeks "Gek Van Liefde", en we hervatten ook de voordrachten rond klassieke muziek in samenwerking met het BOp en het Koninklijk Conservatorium Brussel (KCB). De voordrachten worden gevolgd door een concert. Voordrachtgever is Dirk Baeten, leraar muziekgeschiedenis en specialist van Westerse klassieke muziek. Nieuw is dat er na de voordracht een broodje wordt voorzien. Je kan ook enkel inschrijven voor de lunch met concert zodat mensen uit de buurt op de middag nog kunnen aansluiten. Op 12 oktober organiseert het festival En Ville de conferentie “tegen Gentrificatie” rond het boek "Contre la gentrification", van Mathieu Van Criekingen, over de stedelijke veranderingen in Brussel, en wat deze gentrification-logica's tegengaat, afremt of weerstaat.
We eindigen oktober én we beginnen november met de herfstvakantie, waarin het internationaal filmfestival voor jong publiek Filem’On in de Markten hun tienerjury en hun reportersclub voor kinderen van 10+ organiseert. Inschrijven via hun website. En als laatste: De residenties zijn ook terug van weggeweest. We ontvangen dit najaar een hele reeks artiesten, waaronder: • ONT MOET - Nelle Hens • Jeanne Collin • Astero Styliani • De Brusselse groep Les Sudakas • Re-Pulse - Raf Custer & Greet Brauwers • Remi Pons • Voorbij het Hertenseizoen Amber Janssen • Marrafa Welkom in De Markten! Eva Wilsens centrumverantwoordelijke
STIJLISSTILSTAND OVERZICHTSTENTOONSTELLING STEFAAN VERMUYTEN ‘Wie zoekt, die vindt: schilderen is voor de autodidact Stefaan Vermuyten een ongekunstelde handeling à la minute. Het resulteert in beelden met een directe impact en veel flair. Ze lijken zomaar uit het niets te ontstaan. Ze willen niet behagen, wel eventjes op het netvlies blijven branden.’ Dat schrijft Geert Van der Speeten in een uitgebreide recensie in De Standaard van 16 september over deze tentoonstelling. Het is de eerste overzichtstentoonstelling van de schilder, maar werk van hem was al eerder in tentoonstellingen in De Markten te zien. Naast een ruim overzicht van zijn werk, kan je in de tentoonstelling ook foto’s, poëzie en een interventie van Guy Rombouts ontdekken.
© MAYA WILSENS
Nog tot 24 oktober in De Markten, dagelijks (behalve op maandag) open van 12 tot 18u. © MAYA WILSENS
3
> VERGEZICHT
© CHARLES SIX
4
OP DE BANK > ROOS EN EVA
We ontmoeten Roos en Eva (links op de foto) in de schaduw van het Van Helmontmonument op de Nieuwe Graanmarkt. Het plein ligt er wat verlaten bij, er wordt niet gebasket. Roos en Eva zijn een tweeling en afkomstig uit Amsterdam maar beiden hebben hun geboortestad ingeruild voor een carrière in het buitenland. Eva is contrabassiste in een orkest in Neurenberg, Roos woont al vier jaar in Sint-Gillis, maar heeft ook al in Antwerpen gewoond. Eva en Roos hadden elkaar al een poosje niet gezien en hadden daarom in Brussel afgesproken om hun beider verjaardagen met wat vertraging samen te vieren. Het gesprek springt van onderwerp naar onderwerp: het gaat over de stad Neurenberg in Beieren, over de fietspolitiek van de Brusselse overheden, over het belang van theater en nog veel meer. De foto laat er geen twijfel over bestaan: Eva en Roos zijn twee overtuigde fietsers. In Amsterdam is dat normaal zegt Roos: “Ja, in Nederland gebruikt iedereen de fiets ongeacht je sociale status. Of je nu zakenman bent of student, bedrijfsleider of arbeider: iedereen rijdt er met de fiets.
Dat is daar gewoon ingeburgerd. Hier in Brussel is fietsen nog altijd een statement, al moet ik zeggen dat het hier echt zienderogen verbetert, ik bedoel, de fietsinfrastructuur. Maar je mag niet vergeten dat die fietscultuur er ook in Amsterdam niet altijd is geweest, hoor. Dat is ook geleidelijk aan gegroeid tot wat het vandaag is”. De zussen zijn eerder toevallig op dit plein terecht gekomen: ze hebben zonet Globe Aroma bezocht, een open kunsthuis waar creatievelingen met een achtergrond als nieuwkomer welkom zijn en dat zich in de Moutstraat bevindt, vlakbij. Ook Roos werkt in de kunstwereld: ze is dramaturge bij het theatercollectief Bog. Of ze blij is dat de coronaperiode voorbij is: “Ja, natuurlijk, maar ik moet toegeven: er kon al veel de laatste tijd, hoor, maar we zijn natuurlijk blij dat alles terug normaliseert.” Stefan Moens https://bogcollectie.com/ Elke maand strijkt een reporter van De Vijfhoek neer aan de halte en vraagt aan een buurtbewoner of passant hoe het met hem of haar gaat en wat er zich in zijn of haar leven afspeelt. Deze maand ontmoeten we Roos en Eva . ©STEFAN MOENS
5
BUREN VAN DE MARKTEN >ARCHITECT FRANK KERKHOFS
van Koekelberg waar ik in de crypte nog misdienaar ben geweest. Later in de Goede Herder in Sint-Agatha-Berchem kwam ik bij het koor ‘The Caterwauling’ dat sinds eind jaren ’60 bestond. De laatste jaren, toen de ouderen stilaan de kerk verlieten, heb ik het omgevormd tot kinderkoor en werd koorleider. We improviseerden met de kinderen en tijdens de communie speelden we het resultaat. Dat ik dan niet hoefde te luisteren naar de mis was meegenomen.
© CHARLES SIX
De familie Kerkhofs heeft een lange relatie met De Markten. Vader Fons was er aangesteld als ingenieur stabiliteit en werkte samen met architect Zjef Vannuytsel aan de verbouwing van het oude Val-Saint-Lambertgebouw tot het huidige gemeenschapscentrum. Zoon Frank stapte zijn vader achterna in ‘de bouw’ maar dan wel op zijn heel eigen koppige manier. Hij heeft als architect een mooi ontwerp voor café De Markten uitgetekend en samen met zijn broer kunstenaar Roel Kerkhofs een participatief project ontwikkeld voor de binnenkoer. Jij bent geboren en getogen in Brussel. Dat wil zeggen, in Ganshoren wat voor mij niet hetzelfde is als Brussel. Ik liep er school in het Heilig Harcollege. Vanuit het college ging ik naar de KSA. Ik ben daar enkele jaren actief geweest, zelfs in leiding maar uiteindelijk heb ik de groep mee opgedoekt omdat die niet langer leefbaar was. Dan ben ik naar de scouts getrokken. Hun lokaal lag vlakbij 6
Je bent dus ook muzikant ? Ik zal het vooral ooit worden! Als kind volgde ik al muziekschool, klassieke gitaar. Sinds 7 jaar volg ik nu jazzpiano. Mijn overtuiging is om te stoppen met architectuur zodra ik 65 ben en dan jazzmuzikant te worden.
het Laarbeekbos, een feest voor ons. Ik ben er lang lid geweest en heb er leiding gegeven tot in mijn laatste jaar universiteit. De scouts en het kinderkoor, vulden mijn hele weekend. Dan werd er dus niet gestudeerd: geen tijd.
Was je een goeie leerling ? Eigenlijk interesseerde ik mij alleen voor Esthetica en Franse literatuur. Ik las graag en veel. Huis Clos van Sartre was één van de eerste ontdekkingen, Camus en andere tijdgenoten volgden. Ik las toen evenveel Frans als Nederlands. In de klas zat ik altijd maar te tekenen. Ik vond er vooral de sociale contacten erg belangrijk. Nadien ging ik naar Sint-Joris om er een voorbereidend jaar wiskunde te volgen. Dat was nodig om in Leuven ingenieur-architect te gaan studeren.
Een kinderkoor ? Met de familie gingen we elke zondag naar de mis, eerst was dat in de Basiliek
Waarom in Leuven ? Tja, ik had een hekel aan de stempel artiest die je bijvoorbeeld in Sint-Lucas
meteen meekrijgt. Ik heb nu eenmaal een hekel aan stempels. Ik wilde later een job waarin ik esthetiek en creativiteit zou kunnen combineren tot een job die er toe doet. Dat werd dus architectuur. Ik vreesde niet te slagen maar als bij wonder lukte het prima. Ontwerpen en tekenen ging heel goed en voor filosofie bekwam ik zelfs een triple A. Je thesis ging over de metrosleuf in Oud-Molenbeek. Hoe vond Leuven dat ? Dat was niet evident. Mijn twee promotoren hebben mijn project gewaardeerd maar dat gold niet voor de andere docenten. Ik heb die thesis gemaakt in ’91-’92, de periode van Zwarte Zondag. Ik wilde Oud-Molenbeek bestuderen als multi-cultureel centrum. Om dat te kunnen kaderen in mijn opleiding maakte ik er een breed project van. Ik nam contact met verenigingen en individuen om hen te bevragen over de ontwikkeling van die omgeving. Zo verdiepte ik mij in de problematiek die toen wegens de stellingnames van het Vlaams Blok erg actueel was. Het was geen evidente keuze maar ik ben dan ook nogal koppig en ik ben geslaagd! Je bent daarna twee jaar stedenbouw gaan studeren. Een fantastische opleiding was dat, aan het Institut Superieur d’Urbanise in Sint-Gillis. Daar werd architectuur binnen een complexe omgeving bestudeerd. Alles was daar filosofie: geschiedenis, wiskunde, stedenbouw... Bovendien
een boost voor mijn Frans! Ik heb die opleiding gevolgd tijdens mijn tweejarige stage, best een heftige tijd. Intussen was ik in het stadscentrum gaan wonen. Ik wilde altijd al naar Brussel en Jette of Ganshoren was voor mij geen optie. Maar je wilde naar het buitenland. Isabelle, mijn vrouw, en ikzelf wilden inderdaad naar het buitenland. Omdat zij snel werk vond in Zwitserland, pendelde ik anderhalf jaar elke maand naar daar. Werk vinden als architect was in die periode niet evident, het was toen crisis. Ik vond een job in het Centre Rénovation Urbaine in Kuregem. Nadien heb ik er een wijkcentrum opgestart en nog later heb ik even in de Stadswinkel gewerkt, maar dat viel fel tegen. En jullie wilden nog steeds naar het buitenland. We zijn 5 maanden op reis geweest doorheen Zuid-Amerika, we hebben de Andes gevolgd van Chili tot Colombië. Een fantastische reis! We hebben er veel projecten bezocht en ook contact gelegd met de vrij nieuwe organisatie ‘Architecten zonder grenzen’. Maar meteen ginder blijven kon niet. Er volgde een tussenstop in België. Het was de periode van de groepsaankopen in Brussel. Grote panden werden door meerdere kopers samen aangekocht en verbouwd tot woningen, van leegstaande fabrieken over appartementsgebouwen tot postkantoren. Als
© CHARLES SIX
architect zorgde ik voor de verbouwing van de oude drukkerij Nimifi in de Hopstraat. Daar ben ik vijf jaar intensief mee bezig geweest. Het was een groot project met 20 bouwheren en 32 aannemers, dat waren lange dagen, zeker omdat ik intussen twee kindjes had. Uiteindelijk hebben we ook zelf een woning gekocht in het gebouw. Die woning verhuren gaf ons de mogelijkheid naar het buitenland te vertrekken. Naar Ecuador als vrijwilliger. Met intussen drie kleine kinderen gingen we eerst meewerken aan het Centro de Educacion Inical Inti Sisa project van Greta Coninckx, nadien gingen we naar Natabuela. We wilden er 2 jaar blijven maar het werden er uiteindelijk 3,5. Ik heb er projecten opgestart, les gegeven, het was fantastisch je zo te kunnen inbedden in een andere cultuur. We woonden bij de familie Guzman op een boerderij in Los Ovalos, een deeldorp van Natabuela aan de voet van de vulkaan Imbabura, waar ik via mijn ‘lesgeven’ iedereen wou betrekken als het plaatselijke wonder. Aan welke projecten heb je nog kunnen meewerken? Ik heb er onder meer een multicultureel centrum gerestaureerd en meegewerkt aan de opstart van een jongerencen-
trum. Dan was er ook een moestuinproject dat we intussen nog steeds blijven steunen. Met de inkomsten van een jaarlijks soepfeest financieren we materiaal en het loon van Noëmie die het project ginder begeleidt. Ecuador in een zeer vruchtbaar land maar de voeding is er nogal eenzijdig : veel rijst en aardappelen. Door in de scholen moestuintjes aan te leggen worden er groenten gekweekt. Alles groeit daar zoals hier, alleen moet er voor water gezorgd worden, dat is een heikel punt. Was opnieuw aanpassen aan het leven in België nadien moeilijk ? Eigenlijk leef ik hier ten dele zoals in Ecuador, dat lukt best. Ik probeer stress te vermijden en leg mezelf zo weinig mogelijk deadlines op. ik heb ook geleerd één ding tegelijk te doen, en niet ondertussen aan zoveel andere dingen tegelijk te denken. Uiteindelijk levert me dat zelfs tijdwinst op. Hier creërt alles wat je doet verwachtingen naar meer, ginder neem je een engagement op en word je daarvoor bedankt zonder dat er meteen andere verwachtingen zijn. Een stelregel is: beloof zo weinig mogelijk maar doe meer dan je belooft. Je bent nu alweer 12 jaar zelfstandig architect. Tevreden ? Toch wel. Mijn doel om in eigen om-
geving te werken is geslaagd. Er komt weinig marketing aan te pas, dank zij mond-aan-mond-reclame lopen projecten binnen. Meestal blijft het binnen een kleine niche van fijne mensen die een evenwicht proberen te vinden tussen ecologische doelstellingen, patrimonium en esthetische keuzes. Het basisconcept moet goed zitten en iets betekenen, de vorm komt dan in functie daarvan. Geen vooraf afgewerkte projecten dus maar kansen creëren.
was het concert van de trombonist op het balkon en Roland op het podium! Spijtig dat wat ik uitgewerkt had voor het café van De Markten uiteindelijk geen kans kreeg. Het doorbreken van de achterwand en die doorzichtig maken is een aspect dat wel gerealiseerd is en daar ben ik blij om. Maar daarna werd onder meer door het plaatsen van donkere spiegels alle sfeer bepaald. Het gemeenschapscentrum kan daar niets meer aan toevoegen. Spijtig, gemiste kans.
Ook kunstprojecten staan op je agenda. Samen met mijn broer Roel heb ik inderdaaf een aantal kunstprojecten kunnen realiseren. Zo hebben we samen met bewoners 2 maanden op een pleintje in Sint-Gillis gewerkt aan ‘Proposition pour un monument’. Met Globe Aroma werd ook een mooi gedragen project opgestart dat echter spijtig genoeg om administratieve redenen vroegtijdig moest stoppen. Het kan niet altijd even goed gaan. In De Markten was er, ook samen met Roel, een kunstproject voor de binnenkoer, het ‘Theater van de Publieke Ruimte’. Het uitgangspunt was het kunstintegratieproject van Niele Toroni voor De Markten. Hij ontwierp de vloer van de binnenkoer en maakte schilderijen voor de overdekte inkomhal. We gingen hem opzoeken in zijn appartement in Parijs. Ook in dit project lag de klemtoon op participatie, mensen uit de omgeving werden uitgenodigd mee te denken en zelf het podium te gebruiken. En zo mooi
Hoe kijk je naar openbare projecten in Brussel ? Vaak gaat het om grote projecten van grote bureau’s waarbij vooral zichtbaarheid en esthetiek belangrijk zijn. Al gebeuren er ook goeie dingen. Het nieuwe MAD bijvoorbeeld is zowel esthetich als functioneel uitstekend. Er moet nu alleen nog iets mee gebeuren. Ik heb anderzijds wel vragen bij de plannen voor de vijf blokken op de Papenvest. In de plannen verdwijnt de open ruimte rondom de gebouwen en daarmee ook het leven daar, alles gaat dichtgebouwd worden, dat is jammer. Dat heeft volgens mij te maken met het huidige klimaat van verrechtsing, het ongeloof in het samenleven van veel culturen. Dat is een beetje politiek correct geworden. Het naïeve geloof in positieve verandering van daarvoor wordt zo met het badwater weggegooid. Tot slot, woon je nog altijd graag in Brussel ?
Absoluut. Brussel is een taaie stad, een plek met veel potentieel maar tegelijk niet gemakkelijk. Er zijn heel veel verschillende kleine plekken naast elkaar, dat levert een fantastische compactheid en sfeer op. Brussel is toch eigenlijk maar een dorp in de wereld. Al is er heel veel veranderd. Nog niet zo heel lang geleden was het stadscentrum ‘s avonds desolaat. Toen ik vanuit Ganshoren onder de viaduct naar het centrum fietste, kwam ik geen mens tegen en al helemaal geen enkele fietser. Vroeger was deze stad van niemand. Nu is het de stad van al wie hier aankomt, lang of kort geleden en de stad die al die mensen ontdekken. Brussel is tegelijk van niemand en van iedereen. Dankjewel voor dit gesprek. Nora De Kempeneer Résumé
La famille Kerkhofs entretient une longue relation avec De Markten. Le père Fons a été nommé ingénieur en stabilité et a collaboré avec l'architecte Zjef Vannuytsel à la reconversion de l'ancien bâtiment du Val-Saint-Lambert en l'actuel centre communautaire. Le fils Frank a suivi son père dans la « construction », mais à sa manière obstinée. En tant qu'architecte, il a dessiné un beau design pour le café De Markten et a développé un projet participatif pour la cour avec son frère l’artiste Roel Kerkhofs. 7
BRUSSELSE ARCHITECTUUR >HAGELTOREN
In de volksmond bekend als de Loodtoren, van ver zichtbaar maar voor de rest goed verborgen binnen het huizenblok tussen Fabrieks- en Slachthuisstraat. De site zit verweven in een voorheen druk industrieel stadsweefsel van kleine fabrieken en werkhuizen zeer typerend voor de 19de eeuwse westelijke stadsrand. De recent mooi gerenoveerde site verdient meer dan onze aandacht. Vandaag is het industrieel bouwkundig complex een Sport- en Cultureel Centrum en een buurtcentrum van de Jeugddienst van de stad Brussel. Ooit was het een kruitfabriek (vanaf 1832) waaraan in 1898 een toren werd toegevoegd voor de productie van hagel voor patronen van jachtgeweren. In de 46 meter hoge toren met een binnendiameter van +/- 4m werd “kokend lood” aan 300°C door gekalibreerde zeven gegoten waardoor, tijdens de val, perfecte kogeltjes gevormd werden die opgevangen werden in een waterbad. Aan het lood werd arsenicum en antimoon toegevoegd voor een betere hardheid. Het werk in zulke oververhitte atmosfeer was gegarandeerd zeer ongezond, er waren wel ramen en ventilatiegaten hoog in de toren maar zowel voor de arbeiders als voor de buurt zal de toxische uitstoot zwaar belastend geweest zijn. Of er tijdens de renovatie onderzoek gedaan werd en maatregelen getroffen werden in verband met deze vervuiling, 8
waarvan waarschijnlijk nog sporen in de toren aanwezig, is niet gekend. De gebouwen zelf zijn gerenoveerd met behoud van hun volume en buiten aanzicht, binnen werd er grondig verbouwd. De verkavelde ruimten met gietijzeren kolommen werden opengegooid om mooie grote ruimten te creëren. Een grote zaal met uitschuifbare tribune, een polyvalente zaal onder de oude dakgebinten, een turnzaal, een bar in de keldergewelven. Een deel van de gerenoveerde ruimte wordt ook door de aangrenzende school gebruikt als klassen en turnzaal. Het heeft enige ingenieursverbeelding gevraagd om kolommen weg te nemen en toch de originele balken en plafonds te kunnen bewaren en om keldervloeren uit te diepen zonder al te veel aan het karakter van het gebouw te raken. De verbouwing werd door be.exemplary gelauwerd omwille van zijn circulaire aanpak. 60m³ metselwerk (een kleine 10.000 bakstenen), afkomstig van lokaal breekwerk, opkuisen en herbruiken is nog eerder bescheiden, maar dat men er in geslaagd is om het nieuwe programma te integreren in de bestaande volumes kan als voorbeeld van duurzame aanpak gelden. Duurzaam verbouwen begint bij maximaal behouden wat bestaat, geen onnodige afbraak of uitbreiding. In juni 2018 werd de nieuwe Hageltoren ingehuldigd door de Brusselse notabelen. Sindsdien floreert het Centrum met uiteenlopende tentoonstellingen, voor-
stellingen en zeer diverse initiatieven. De tweetalige nogal beperkte ambtelijke website “Tour à Plomb – Hageltoren” staat in schril contrast met de levendige facebook pagina “Centre Tour à Plomb” waar weinig sporen van een meertalige werking te vinden zijn. Het “Reglement voor Interne Orde” is een staaltje van administratieve paraplupolitiek met veel plichten en weinig rechten voor de gewone kandidaat gebruiker. De gebruikers moeten trouwens een band kunnen aantonen met de Bloemenhofwijk om in aanmerking te komen. Het lijkt een beetje “chasse gardée” van de Schepen van Openbaar Onderwijs en Jeugd. Toch is het zeer de moeite om het Hageltoren complex te gaan ontdekken en gebruiken, de smalle ingang langs de Slachthuizenstraat laat niet vermoeden dat er een zeer boeiend project achter zit. Marcel Rijdams Résumé
Populairement connu sous le nom de Tour à Plomb, visible de loin mais bien caché dans le bloc d'habitation entre Fabrique - et la rue de l’abattoir. Le site est tissé dans un tissu urbain industriel animé de petites usines et ateliers, très typique de l'ancienne périphérie de la ville du XIXe siècle. Plus de onze des sites récemment magnifiquement rénovés méritent qu'on s'y attarde.
© BEAI ARCHITECTEN
HALTE VAN DE MAAND >NIEUWE GRAANMARKT
Er staan eigenlijk best wel wat monumenten van artsen in het Brusselse straatbeeld. Op het Barricadenplein in de bovenstad vinden we Vesalius, de grondlegger van de moderne anatomie. In de omgeving van het Sint-Pietersziekenhuis treffen we monumenten aan ter ere van Depage en Seutin. Depage was de arts die de verpleegkunde professionaliseerde en Seutin was hoofdchirurg van het oude Sint-Pietersgasthuis die nog ervaring had opgedaan als veldarts op het slagveld van Waterloo. In de benedenstad prijkt al meer dan 130 jaar het standbeeld van Jean-Baptiste Van Helmont op de Nieuwe Graanmarkt. Toen het werd ingehuldigd vond men al dat nu ook de benedenstad een waardige tegenhanger had van het Vesaliusmonument in de bovenstad. Al deze illustere figuren waren natuurlijk meer dan arts: Van Helmont bijvoorbeeld was naast arts ook wetenschapper, filosoof en chemicus. Op zeventienjarige leeftijd gaf hij al les aan de Universiteit van Leuven. Hij zou de Nederlandse taal het woord ‘gas’ schenken – afgeleid van het Griekse woord ‘chaos’ - om stoffen aan te duiden die vloeibaar noch vast waren. Het woord zou trouwens door talloze andere talen in de wereld worden opgepikt.
de nationale feestdag enkele dagen later. Een bataljon jagers-verkenners van de burgerwacht mocht de plechtigheid opluisteren. Vanuit de Moutstraat kwamen de gemeentelijke agenten en de muziekkapel van de brandweer aangemarcheerd. De brandweerlui vormden de escorte van burgemeester Buls en een aantal schepenen. Ook van de partij: artsen en leden van Koninklijke Academie van Geneeskunde, leden van de provincieraad evenals een delegatie uit Vilvoorde, de stad waar Van Helmont lang had gewoond. Op het moment dat al deze notabelen het plein opliepen, weerklonk de Brabançonne.
Maar waarom werd meer dan 300 jaar na zijn overlijden in het hart van Brussel een standbeeld opgericht voor een arts-wetenschapper? We komen meer te weten over de keuze voor van Helmont als we even teruggaan in de tijd, naar de dag waarop het monument werd ingehuldigd, vandaag zo’n 132 jaar geleden.
Het was schepen van onderwijs Emile André die net voor de onthulling van het monument een speech hield die ons een idee geeft van het belang van de figuur van Helmont voor onze voorouders. Van Helmont werd gezien als een martelaar, een slachtoffer van de onverdraagzame kerk. In die zin moeten we Van Helmont zien als een symbool van het liberale antiklerikalisme uit de 19de eeuw. Schepen André schetst een beeld van onze 17de-eeuwse wetenschapper als iemand
Het monument werd op 15 juli 1889 om 11 uur ’s ochtends ingehuldigd. De inhuldiging gebeurde in de aanloop naar
den in beslag genomen en zelf werd hij gearresteerd. De wetenschapper kwam pas vrij na de betaling van een borgsom van 6000 florijnen en met de belofte om zich koest te houden, buiten de stad, in Vilvoorde. Van Helmont kreeg dus huisarrest, kreeg zelfs geen toelating om zijn huis te verlaten om zijn twee zonen die leden aan de pest bij te staan. Zijn werk werd dan maar gepubliceerd in Nederland, wat toen een vrije republiek was waar de inquisitie niet bestond.
MONUMENT VAN HELMONT ©STEFAN MOENS
die werd tegengewerkt door de katholieke kerk. Van Helmont past daarom ook naadloos in de traditie van Vesalius, die andere arts-wetenschapper die geen genoegen nam met de oude maar achterhaalde medische theorieën van Gallenus die toen nog altijd aan de medische faculteiten werden gehuldigd. Van Helmont werd gezien als een vernieuwer, een hervormer van de wetenschappelijke leer, een oorspronkelijk denker die de traditie in vraag stelde en zijn eigen hypothesen baseerde op observatie in plaats van op doctrine en vooroordelen. Maar, zo gaat dan het discours van sche-
pen André over Van Helmont verder: de Brusselse arts had het ongeluk om geboren te zijn in een tijd van fanatisme en onverdraagzaamheid. Het volk leefde in een donkere obscurantistische tijd die “alleen werd opgelicht door het vuur van de brandstapels”, zo luidt het dramatisch bij Emile André. En in die zin zagen de liberalen rond Buls ook de katholieken als de erfdragers van die fanatiekelingen die driehonderd jaar geleden de plak zwaaiden in onze gewesten. Van Helmont kreeg het aan de stok met justitie: zijn boeken wer-
Maar laten we even naar het witmarmeren monument zelf kijken. Het werd gebeeldhouwd door Vander Linden, professor aan de kunstacademie van Leuven. Hij beeldt de wetenschapper af in een meditatieve pose: zijn blik staat op oneindig terwijl zijn rechterhand rust op een opengeslagen boek. Zijn linkerhand ondersteunt zijn kin. Hij draagt een stoffen toga en zit op een Romeins zitbankje. De talloze vouwen van de toga geven het standbeeld een speciaal relief. Onderaan vinden we een alambiek en een aantal papavers. Van Helmont verschijnt als een denker, niet de getormenteerde denker à la Rodin, maar een mijmerende denker die stilstaat bij wat hij net gelezen heeft. De attributen verwijzen dan weer naar zijn proefondervindelijke attitude. Een mooi, maar vergeten monument. En jammer ook dat het gietijzeren hekje rond de sokkel verloren is gegaan. Stefan Moens 9
STADSBERICHTJES
DE NIEUWE GRAANMARKT Over de Nieuwe Graanmarkt valt veel te vertellen. Het plein is vooral gekend omwille van het basketbalveld dat al sinds de jaren ’70 bestaat. Het gebeurt zelden dat er niemand aan het basketten is. Er komt zelfs een internationaal publiek naar de befaamde 3x3 basketbalwedstrijden kijken, vooral bekend natuurlijk sinds de laatste Olympische Spelen ... Het pleintje is vooral ook een ontmoetingsplek voor heel diverse mensen, van verschillende generaties en culturen. En enkele keren per jaar wordt het druk bezocht door de buurtbewoners die er hun groot huisvuil kwijt kunnen in verschillende containers. Maar wist je bijvoorbeeld ook… Dat men tot 1967 dagelijks een vroegmarkt hield van graan, groenten en fruit? De verkopers waren groentenkwekers uit Brussel en later steeds meer uit het Pajottenland. Nog vroeger werd er graan verbouwd: graansoorten zoals boekweit, tarwe, rogge, haver, gerst hadden er elk hun plaats. Of dat het standbeeld op het plein gemaakt is van wit marmer door de beeldhouwer Gerard Vanderlinden
10
(1830-1911)? Het stelt Jan Baptista van Helmont voor, een arts, alchemist en fysioloog uit de 16de eeuw. Deze man geloofde in de Steen der Wijzen en is uitvinder van de Belgische thermometer. Hij was de eerste die onderkende dat er verschillende gassen bestaan. Of de Nieuwe Graanmarkt dagelijks een meer dan gemiddeld aantal schoolkinderen over de vloer krijgt? Op het plein zelf is er het Institut De Mot-Couvreur, gehuisvest in een prachtig gebouw. Maar ook de Moutstraat die erop uitkomt is sinds jaar en dag bekend als de ‘schoolstraat’, met een wisselende bezetting van scholen waaronder ook De Kleurdoos. Het Maria-Boodschaplyceum is er al sinds 1941 en ontving er heelder generaties meisjes in grijs uniform. Beroemde figuren uit haar lange geschiedenis zijn onder veel meer directrice Zuster Filomena, lesgeefster Frans Mademoiselle Delmée en leerling Vincent Kompany, eens de meisjesschool gemengd werd. De geschiedenis van deze school komt zeker aan bod in de tentoonstelling ‘Van kabas tot rugzak – 200 jaar Nederlandstalig onderwijs in Brussel’ van het Archief en Museum van het Vlaams Leven te Brussel, vanaf
9 november te bezoeken in De Markten. En ook achter de gevels van de panden op de Nieuwe Graanmarkt gaan vele verhalen schuil. Aan dat gebouw op nr. 24 hangt een apart verhaal. Op het dak staat een windwijzer in de vorm van een schip. Het is niet zomaar een schip, maar een driemaster van het zelfde type als die van de Oostendse Companie, waar indertijd slaven mee vervoerd werden. Er waren verschillende Brusselse families die in de 18de eeuw mee het slaventransport financierden. In dit huis was het kantoor gevestigd van de bankier Frederik Romberg. Zijn “Société Romberg, Bapts & Cie” had in opdracht van slavenhandelaars in Le Havre et La Rochelle, elf slavenboten uitgerust. De boten opereerden vanuit de grote havensteden in Frankrijk, waar de slaven, opgekocht in het gebied rond de monding van de Kongostroom, verhandeld werden. Toen Frankrijk in 1783 een verbod uitvaardigde op niet-Franse slavenboten, kwam er stilaan een einde aan de Brusselse slavenhandel van Romberg & cie. Het gebouw ernaast had al enige tijd
nood aan nieuw leven. Het art-decogebouw dateert van de jaren ’30 en deed eerst dienst als opslagplaats voor bananen. Later nam hoedenontwerper Christophe Coppens er zijn intrek, maar die vertrok weer in 2012. Sindsdien stond het gebouw grotendeels leeg, al werd het wel gebruikt voor tentoonstellingen en pop-upcafés. Nu heeft microbrouwerij Brasserie Surréaliste er haar intrek genomen. In de kelder wordt bier gebrouwen en daarboven is een brasserie waar recht van het vat geproefd kan worden. Nog een interessant gebouw bevindt zich op nr. 10. Het is MAD, het huis van mode en design. Het Brusselse platform voor mode en design werd in 2010 opgericht door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de stad Brussel. Het verenigt vier economische pijlers van de mode- en designwereld: onderzoek en toegepaste ontwikkeling, onderwijs, promotie en ondernemerschap. De evenementen die er georganiseerd worden zien er alvast de moeite uit! En dan is er ook nog de protestantse kerk die al jaren het gezicht van de Nieuwe Graanmarkt mee bepaalt, het Belgi-
© GREET CALLAERTS
sche hoofdkwartier van het Leger des Heils dat er gehuisvest is op nr. 34, … En vlak in de buurt ook het beroemde politiekantoor van de Hopstraat. Het is zowat altijd gesloten, maar niet altijd even zorgvuldig, zo bleek in 2019. Toen gingen inbrekers aan de haal met verschillende uniformstukken van agenten. Veel moeite moesten ze niet doen. De garage die toegang gaf tot het commissariaat was blijkbaar niet goed op slot en het alarm was buiten dienst… Kortom: aan de Nieuwe Graanmarkt is altijd wel wat te beleven!
Stadsberichtjes door Nora De Kempeneer en Greet Callaerts
ZO MOOI WAS DE ZOMER IN DE MARKTEN
FORSITIA: ROAD TO NOWHERE
SPEELWEEKJE
FREE PIANO
VAZZ-Y
FEEST !
OPEN MONUMENTEN DAG
11
COLOFON
OOK IN DE MARKTEN
Werkten aan dit nummer mee: Eva Wilsens, Salwa Achabouch, Marcel Rijdams, Stefan Moens, Charles Six, Mireille Willems, Kayin Luys, Greet Callaerts, Maya Wilsens, Fabienne Claes, Nora De Kempeneer, Katrien Colenbie, Luc Auwaert en Herman Genbrugge Foto’s: De Markten en ingezonden Lay-out en druk: Drukkerij Atlanta Schaffen Oplage: 4.500 Advertentiewerving: De Markten, 02 512 34 25, demarkten@demarkten.be Verantwoordelijke uitgever: Isolde Boutsen
De cursusbrochure van de 22 Brusselse gemeenschapscentra is weer terug. Elk seizoen bieden de gemeenschapscentra een heleboel leerrijke activiteiten aan, voor kinderen en volwassenen. Je kunt allerlei cursussen en workshops volgen in een ongedwongen, gezellige
sfeer. Wil je graag een exemplaar van de brochure? Ze is gratis te verkrijgen in De Markten. Maar ook in De Markten kan je heel wat cursussen volgen. Er is een ruim aanbod voor kinderen, jongeren, spor-
tievelingen, voor wie Nederlands wil oefenen of voor wie iets wil opsteken over kunst en cultuur.
De Vijfhoek is het maandblad van De Markten, Oude Graanmarkt 5, 1000 Brussel, 02 512 34 25, demarkten@demarkten.be, www.demarkten.be www.facebook.com/demarkten.brussel 0448.654.692 RPR Brussel
Met de steun van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. De Markten maakt deel uit van N22, het netwerk van de 22 Brusselse gemeenschapscentra. Steun De Vijfhoek: Uw steun blijft welkom op rekeningnummer BE62 4331 1470 6161 van De Markten met vermelding ‘steun De Vijfhoek’. Voor het novembernummer van De Vijfhoek zijn teksten en aankondigingen welkom tot uiterlijk 12 oktober. Artikelwerving: De Markten, 02 512 34 25, demarkten@demarkten.be De redactie behoudt zich het recht voor om teksten in te korten of aan te passen. Openingsuren onthaal: maandag tot donderdag van 9 tot 20u, vrijdag van 9 tot 17u en zaterdag van 9 tot 13u (behalve tijdens de schoolvakanties). De Markten is gesloten op zondag 9, maandag 10 juni en van donderdag 11 juli tot en met zondag 4 augustus.
Wie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest woont, kan De Vijfhoek gratis ontvangen. Woont u buiten Brussel? Dan krijgt u De Vijfhoek door € 12,50 over te schrijven op rekeningnummer BE62 4331 1470 6161 met de vermelding van 'Abonnement De Vijfhoek'. Wist je dat je al onze publicaties ook online kan bekijken? Surf naar www.demarkten.be/publicaties. Wil je onze e-nieuwsbrief ontvangen? Mail naar demarkten@demarkten.be of schrijf je in op www.demarkten.be. De Markten respecteert je privacy. Je contactgegevens gebruiken we uitsluitend om je De Vijfhoek toe te zenden en je op de hoogte te houden van eigen activiteiten van Gemeenschapscentrum De Markten en aanverwante organisaties in de Vlaamse gemeenschap te Brussel. Je kan op elk moment een adreswijziging doorgeven of aangeven dat je onze informatie niet langer wilt ontvangen via demarkten@demarkten.be of De Markten, Oude Graanmarkt 5, 1000 Brussel. Voor meer informatie over je overige rechten conform de privacywetgeving, raadpleeg www.demarkten.be/uw-privacy.
12