P 3A 9110 afgiftekantoor Brussel X Oude Graanmarkt 5 1000 Brussel
PB- PP B- 06386 BELGIE(N) - BELGIQUE
MAANDBLAD > JAARGANG 45 > NUMMER 6> JUNI 2021 (verschijnt niet in juli en augustus)
BUREN VAN DE MARKTEN>P6 >ALEX PUISSANT BRUSSELSE ARCHITECTUUR>P8 >JUSTITIEPALEIS HALTE VAN DE MAAND>P9 >TRAMHALTE POELAERT
Halte van de maand: Tramhalte Poelaert ©HERMAN GENBRUGGE @STADSBIOGRAFIE
JUNI IN DE MARKTEN
FESTIVAL
ISAC
Aan de tramhalte Poelaert aan het imposante Hooggerechtshof van Belgie stoppen trams 92 en 93, die respectievelijk Schaarbeek en Ukkel verbinden, en de Heizel met Elsene. In de schaduw van het Justitiepaleis is dit een plek van veel passerend verkeer, al is ook de gezellige Hoogstraat dichtbij. Vlakbij woont Alex Puissant, ooit vooral gekend als nieuwsanker en journalist, later als politicus, en nu vooral als presentator en interviewer aan de slag. De neerslag van het gesprek met Alex vind je op pagina’s 6 en 7. In de rubriek Brusselse Architectuur heeft de auteur het over de stellingenoorlog die zich al sinds mensenheugenis afspeelt aan het Justitiepaleis. En over dat zelfde Justitiepaleis lees je op pagina 9 over de bewondering van de jonge Victor Horta voor het toen nieuwe bouwwerk van de architect Joseph Poelaert. 2
Het Brusselse ISAC (Institut Supérieur des Arts et des Chorégraphies) viert van 17 tot en met 19 juni de ontmoeting tussen beeldende kunst en choreografie. Tijdens dit festival, dat zal doorgaan in de tentoonstellingszalen van De Markten, zullen studenten uit alle academiejaren de ruimte omarmen, om zo hun werk en hun onderzoek dat werd ontwikkeld binnen hun studieprogramma te delen met het publiek. Iedereen is van harte welkom! ISAC, in het hart van de afdeling Espace Urbain van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Brussel, begeleidt kunstenaars in hun lichaamspraktijken en choreografisch onderzoek als expressiemiddelen voor hun artistieke creaties.
Met de steun van het College van Burgemeester en Schepenen van de Stad Brussel en van mevrouw Faouzia
Hariche, Schepen van Franstalig Openbaar Onderwijs, Jeugd en Human Resources.
PROJECT IN DE OPENBARE RUIMTE
ZOMER 2021: VAZZY! VazzY! is een installatie met bijhorend programma die in de (semi-) openbare ruimte geplaatst en georganiseerd zal worden. De benaming is afgeleid van het Franse ‘vas-y’ en wil zoveel zeggen als ‘ga je gang’. Na de eerste verjaardag van de anderhalvemetersamenleving en midden in lockdown drie is de behoefte om elkaar te ontmoeten groter dan ooit. Na een lange winter die we binnenskamers moesten doorbrengen, verlangt de Brusselaar naar 3D-ontmoetingen en cultuurbeleving. Met de installatie willen we tegemoetkomen aan die noden en de gelegenheid aangrijpen om tot het besef te komen wat de pandemie ons ontnam én bijbracht. Vorige zomer zagen we in De Markten hoe de openbare ruimte rond het
gemeenschapscentrum (nóg meer dan pre-corona) werd omgetoverd tot een groot terras. Naar het initiatief van Stad Brussel om horeca-uitbaters de mogelijkheid te geven hun terrassen te vergroten keken wij vanuit het gemeenschapscentrum met een dubbel gevoel: enerzijds was het een lovenswaardig initiatief om de bloedende economie en ondernemers te ondersteunen, anderzijds werd de sowieso al schaarse openbare ruimte ingepalmd als consumptieruimte die vooral gericht leek op kapitaalkrachtige bezoekers en niet op de noden van de stadsbewoners. Tijdens de zomer van 2021 verwachten wij hetzelfde fenomeen in de binnenstad. Met deze installatie willen we wat tegengewicht bieden. Het wordt een duurzame, visueel uitnodigende instal-
latie waarbij mensen in hun bubbel kunnen vertoeven of elkaar op veilige en corona-proof manier kunnen ontmoeten zonder enige consumptieplicht. Samen met partnerorganisaties zullen we telkens een klein programma aanbieden, gericht op de buurt en de toevallige voorbijganger. We willen zo een (klein) podium bieden aan sommigen van de vele kunstenaars die zo lang zonder publiek moesten blijven. Kleine, unplugged optredens stimuleren de ontmoetingsmogelijkheden. VazzY wil naast de informele ontmoetingen ook het gesprek stimuleren, over de stad, over de noden en verlangen van haar bewoners. Yvonne Knevels, een kunstenares met veel ervaring in het participatief werken, gaat in de installatie aan de slag met
© AMORCE STUDIO MAQUETTE VAN DE VAZZY-INSTALLATIE
bewoners en toevallige passanten. Yvonne Knevels is overigens geen onbekende van De Markten, ze toonde haar werk eerder al tijdens de tentoonstelling Over Tijd: de grote houten vuurbollen die onze voorgevel een tijdlang sierden, waren van haar. In een eerste fase zal VazzY een stek vinden op de Binnenkoer van De Markten, van 28 juni tot 10 juli waarbij we ons kernpubliek willen bereiken. Door kleine optredens in samenwerking met lokale partners willen we vooral onze buurtbewoners aantrekken. Daarna zal VazzY vertrekken naar het Begijnhofplein, van 26 juli tot 7 augus-
tus om daarna op het Marguerite Durasplein te staan van 18 tot 27 augustus. Tijdens de week van de mobiliteit van 16 tot 22 september wil VazzY specifiek aandacht geven aan de vele fietskoeriers die verzamelen op het plein. Een korte film zal het thema inleiden. Maar ook andere activiteiten kaderend in het thema mobiliteit zijn mogelijk. Hou onze gebruikelijke kanalen in het oog voor het concrete programma. Wil je graag meewerken aan dit participatief project? Heb je suggesties of ideeën voor mogelijke optredens of gesprekken? Contacteer ons dan op demarkten@demarkten.be.
3
> VERGEZICHT Het Nationaal Monument ter herdenking van de Belgische infanterie bevindt zich aan de rand van het Poelaertplein, recht tegenover het Brits Oorlogsmonument en aan het noordoosten van het Justitiepaleis. Het monument, ontworpen door
beeldhouwer Edouard Vereycken en architect Antoine De Mol, herdenkt de gesneuvelde Belgische infanteriesoldaten in de Eerste Wereldoorlog en de Tweede Wereldoorlog. Herman Genbrugge
© HERMAN GENBRUGGE @STADSBIOGRAFIE
4
Elke maand strijkt een reporter van De Vijfhoek neer aan de halte en vraagt aan een buurtbewoner of passant hoe het met hem of haar gaat en wat er zich in zijn of haar leven afspeelt. Deze maand ontmoeten we Etienne Philips, die afzwaait in De Markten.
> OP DE BANK
Het is een raar moment om afscheid te nemen in deze tijden. Toch laten we Etienne niet met pensioen vertrekken zonder nog een babbeltje voor De Vijfhoek. De dag van de arbeid, 1 mei, was de officiële start voor een welverdiend pensioen. Een moment waar Etienne na 42 jaar gewerkt te hebben, waarvan meer dan 26 jaar in De Markten, reikhalzend naar uitkeek. Ik ben in De Markten begonnen in oktober ’94 als opsteller. Dat is een term uit De Collega’s die nu niet meer gebruikt wordt. Er werkten toen maar 5, 6 personen, het was een heel andere tijd. De job is enorm geëvolueerd. Dankzij de affichetoer heb ik de binnenstad goed leren kennen; ik bracht affiches, De Vijfhoek en folders rond in café’s en dokterskabinetten, bij culturele organisaties… Ik heb ook 20 jaar in Brussel gewoond, in St.-Gillis en aan de Ambiorixsquare. Toch ben ik geen echte Brusselaar maar een Leuvenaar. Nu woon ik in Leuze-en-Hainaut, tussen Ath en Doornik. Na mijn pensioen vat ik het plan op om met de fiets naar Frankrijk te rijden, slechts 15 km van bij mij thuis. Eigenlijk ben ik verhuisd van de Europese wijk naar een Henegouwse plattelandsgemeente. Ik heb dus in de drie gewesten gewoond, zeg maar! Ik zal zeker nog in Brussel komen, het blijft mijn hoofdstad. Naar het Atomium met mijn dochter, een tocht met
de waterbus, het staat allemaal nog op het programma. Ook tentoonstellingen natuurlijk, en eens binnenwippen in De Markten als ik in de buurt ben. Het meest fier ben ik op de tentoonstellingen die De Markten georganiseerd heeft, die waren altijd klasse. Ook de interviews voor De Vijfhoek brachten veel interessante mensen in mijn blikveld: kunstenaars, politici, … Jan De Smedt van Galerij De Ziener in Asse heeft bij het afscheid van Nora De Kempeneer gezegd dat hij graag werkte met het team van De Markten, dat altijd van veel professionalisme getuigde. Toch ben ik blij dat het nu niet meer moet. De collega’s worden jonger en jonger, ze kunnen niet meer meepraten over zaken van vroeger: de Herald of Free Enterprise, de mijnramp in Marcinelle, de bende van Nijvel, de val van de Muur, … De tijdsgeest is heel anders dan toen. Jonge mensen hebben allemaal al een huis gekocht, het anarchistische is er niet meer. Niet dat ik heimwee heb naar die tijd, maar ik voel wel een zekere verwondering over hoe de dingen allemaal veranderd zijn. En al die nieuwe technologische snufjes zijn niets voor mij, ik heb zelfs geen smartphone. Ik kijk liever naar de bomen en de gebouwen als tijdverdrijf. Ik hoop dat het leven toch min of meer zijn gewone gang zal hernemen binnenkort, daar kijk ik naar uit! Als jonge-
© KATRIEN COLENBIE
re collega’s mij vragen of ik me ga vervelen: een dag is zo om! Dochter naar school brengen, dochter naar tekenles brengen (mijn vrouw geeft tekenles op de academie van Doornik), de huishoudelijke taken, … lange winteravonden bestaan gewoon niet meer. Het gesprek brengt ons op Bienvenu chez les Ch’tis, op acteurs en hun namen, op België dat toch maar een klein landje is, weliswaar een ingewikkeld labyrint zoals Van Istendael ook al zei,
maar we leven goed naast elkaar, toch? We hebben gelukkig nooit Joegoslavische toestanden gekend… Blijkt ook dat Etienne een grote fan is van de VRT NU documentaires. Hij volgt nu In Europa van Geert Mak, 20 afleveringen. Maar één ding wil hij de lezers nog meegeven: dat ze De Vijfhoek blijven lezen. Zelf zal hij het blijven volgen via de website. Bedankt voor je jarenlange inzet, Etienne. Het ga je goed! Greet Callaerts
Résumé
Après plus de 26 ans de service à De Markten, Etienne Philips prend sa retraite bien méritée. Etienne à vu Bruxelles changer radicalement au cours des dernières décennies, et l'esprit est également différent maintenant.
5
BUREN VAN DE MARKTEN Alex Puissant zolder. Boven de chique patisserie Wittamer. De eerste zaterdag daar zei mevrouw Wittamer: je moet niet in de rij staan voor de croissants hoor. Die brengen wij je wel. Dat was trouwens op de derde verdieping, zonder lift.
Toen Alex Puissant het televisiejournaal van de publieke omroep presenteerde, kwam hij de huiskamer binnen met een schallend ‘Voor elk van u, een goede avond.’ Later was hij Europa-correspondent en verslaggever voor het Journaal, Terzake en Villa Politica. Vanuit New York bracht Alex voor de VRT verslag uit in het Nederlands, en voor de RTBF in het Frans. Zijn hoofdredacteur was blij: de zenders deelden de productiekosten, wat een fijne besparing opleverde. Nadat hij overal op de wereld woonde, keerde hij toch terug naar onze hoofdstad. Alex is dan ook een echte Brusselaar. U kent De Markten. Hoe komt dat? Ik kan me vergissen, maar is De Markten er niet altijd al geweest? Al lange tijd spring ik daar nu en dan binnen. Ik heb er mooie muziek gehoord, interessante sprekers, goede kunst gezien, gedronken op de grote recepties voor het nieuwe jaar. In De Markten voel ik me thuis. U woont nu in hartje Brussel in de Wolstraat? Ik heb jaren in een zijstraat van de Belliardstraat gewoond, in het oude klooster van de Redemptoristen dat intussen plaats maakte voor een kantoorgebouw. Mijn hele tijd bij de publieke omroep had ik een huisje met tuintje in Schaarbeek, en kon per fiets naar het werk. Bij terugkeer laat ’s avonds door 6
de achtertuin van de VRT schoten de konijntjes schichtig weg. Nu wonen mijn vrouw en ik inderdaad in de Zavelbuurt, voor mij een blijde terugkeer. Daarvoor woonden we op een heerlijke zolder in de Sint-Katelijnestraat, vlak bij de markt. We hebben die flat proberen te kopen, maar de eigenaars vroegen zot geld. Ze hadden het pand stevig en met smaak gerestaureerd, dat wel. Op een dag zei mijn vrouw: kijk, een annonce, misschien is deze flat in de Wolstraat iets voor ons. Ik zei: schatje, vergeet dat maar, dat gaan we niet kunnen betalen. Maar we hadden geluk, zij had (alweer) gelijk. U heeft ook op de Zavel gewoond? Ja, de hele jaren tachtig, ook al op een
Waar houdt u zich vooral mee bezig in het dagelijks leven? Ik werk vooral als live interviewer, moderator en presentator van internationale conferenties, in zeven talen. Ik heb er wel al duizend gemodereerd: evenementen in binnen- en buitenland, voor Europese instellingen en organisaties, voor de Verenigde Naties. Over de meest verscheiden onderwerpen: van landbouwproducten tot afvoerpijpen, voor de bankwereld, de bouwsector en de mijnbouw. Over de kringloopeconomie, energie, sociaal beleid, eentje over het geluk als gezondheidsbepalende factor. Met zakenlui en syndicalisten, met astronauten en koninklijke hoogheden, in plekken van New York tot Kuala Lumpur, van Sint-Petersburg tot Casablanca en in mijn geboortestad Oudenaarde: ik beleef daar veel plezier aan. Nu ik eraan denk: aarzel niet, mocht u op zoek zijn naar een ervaren moderator. Je vindt me op LinkedIn. We zien u op de foto met een zelfgemaakt brood. Is dat een hobby van u? Ja, inderdaad: ik ben jaren geleden in Italië begonnen met een pasta madre, een moederdeeg met de gist van verse druiven daar. Die deeg is in Brussel nog verrijkt met de natuurlijke gist die bij ons
”
Dat weet ik wel zeker: Brussel is mijn heimat
in de Zennevallei al eeuwen in de lucht hangt en het unieke lambiekbier mogelijk maakt. Al zeg ik het zelf: mijn brood doet wonderen. Enkele weken voor de eerste lockdown hadden we nog een grote brunch met vrienden, en iedereen kreeg een versgebakken Alex-brood mee naar huis. Niemand is ziek geworden: volgens mij is dat brood ook goed tegen COVID-19, al volgen we daarnaast ook wel strikt alle andere gezondheidstips. U heeft in uw leven op veel verschillende plekken gewoond. Is het niet lastig om elke keer weer te moeten wennen aan een nieuwe omgeving? Als er liefde bestaat, vrouw tot man, man tot vrouw, dan bestaat er nog hoop op een tijd zonder rouw. Als liefde bestaat, van de mens voor elkaar, dan bestaat er ook rust, zonder dreigend gevaar. (Met dank aan Douwe Heeringa.)
Als echte Brusselaar moet u de stad toch missen als u lang in het buitenland bent? Voor heimwee heb ik geen talent. Ik ben wel altijd ferm content als ik terug in Brussel ben. Eigenlijk heb ik maar één keer in mijn leven heimwee gevoeld: onder de douche in een huis in het zuiden van Californië, waar ik een tijdje taallessen gaf aan een Zweedse vakantieschool.
Ik ben in Brussel komen wonen in 1975 Binnenkort kan ik hier dus mijn eerste halve eeuw vieren. Ik heb in die tijd inderdaad ook enkele jaren in Rome gewoond, in New York en in Berlijn. Maar ook daar liet Brussel me niet los. Tot mijn grote blijdschap kreeg ik Brussel Deze Week, de voorganger van de stadskrant BRUZZ, geleverd op mijn thuisadres in Rome zonder daar mijn broek aan te scheuren. In 2018 stond u op de lijst van CD&V Brussel. Waarom heeft u die stap gezet? Toen ze me dat voorstelden, was ik meteen enthousiast. Ik heb altijd gevonden dat elke burger in een beurtrol zou moeten meedraaien in het bestuur. Politiek mag niet iets zijn waar je de neus voor optrekt, anders wordt het echt een stinkende beerput. In de stembus heb ik al voor kandidaten van wel vier verschillende partijen gestemd, maar ik voel me toch het meest op mijn gemak in het centrum. Politiek is een kwestie van vertrouwen, per slot van rekening versas je toch verdomd veel macht naar die verkozenen. Welnu, mensen als Angela Merkel, de Van Rompuys of de aankomende Benjamin Dalle, die boezemen mij vertrouwen in. Extremisten zijn dodelijk voor een stad als Brussel. Zoals president François Mitterrand zei in het Europese Parlement: le nationalisme, c’est la guerre. Heeft u nog politieke ambities? Mijn politieke ambitie bestaat erin als
een heel bewuste kiezer mijn steentje bijdragen door middel van mijn stem. Een mandaat streef ik niet na, al heb ik respect voor wie dat wel doet. Het is hard werk, en vaak ondankbaar. Voor de publieke zaak hebben we de beste mensen van doen.
”
Brussel is een stad van deze eeuw
Hoe is Brussel de afgelopen jaren volgens u veranderd? Brussel is een echte wereldstad geworden, met alle uitdagingen van dien. Vorige eeuw was Brussel al ‘de stad van de eeuw die komt’. Tot spijt van wie het benijdt: Brussel is nu inderdaad bij uitstek een stad van deze eeuw. Om de boel hier bijeen te houden, zouden we wel een beetje extra trots kunnen gebruiken. Noem het stadspatriottisme. Mensen die hier uit alle hoeken van de planeet zijn neergestreken en dan op de nationale feestdag van een viering terugkeren op de tram, met een kleintje dat een nationaal vlaggetje omklemt – ja, daar word ik week van. Waar ik echter niet tegen kan, is die ko-
keropstelling van mensen die alleen nog inspelen op hun afkomst en daar in de politiek mee leuren zonder oog voor het algemeen belang. Over naar uw journalistieke carrière. Wilde u altijd al journalist worden? Ja, als kleine jongen liep ik rond met een radiootje aan mijn oren, om van het nieuws vooral niets te missen. Mijn moeder zei: jongen, pas op, of die radio gaat nog aan uw oren vastgroeien! Hoe bent u uiteindelijk in de journalistiek terechtgekomen? Via dat beruchte ouderwetse journalistenexamen: zoals de Heizel nu volloopt met dankbare Brusselaars op weg naar het vaccin, zo liep de Heizel lang geleden vol met jonge kandidaat-journalisten, voor het Groot Vergelijkend Journalistenexamen. Dat was een rit van meer dan een jaar, met op het eind een dozijn gelukkige laureaten. Onder wie dus ook uw trotse en dankbare dienaar. Als journalist en moderator heeft u veel belangrijke mensen geïnterviewd, waaronder Bill Gates en Sarkozy. Welk interview is u het meest bijgebleven? Pavarotti, Harry Belafonte, Georg Solti: het zijn vooral artiesten die me bijblij-
ven. Maar één steekt er bovenuit: de Italiaanse schrijver Umberto Eco, die ik twee keer mocht interviewen. Eén keer voor het tv-journaal, en een tweede keer mocht ik hem anderhalve dag volgen voor Terzake. Umberto Eco paarde oneindige eruditie aan ongeveinsde bescheidenheid. Op de stroom van zijn kolkende diepgang schuimde een fijn borrelende humor. De twinkelende ogen in die wijze kop, op dat ronde lijf. Na het laatste interviewfragment zei Eco: kom, gaan we samen een whisky drinken? Om die momenten ben ik dankbaar. U was de enige journalist die een spontane vraag kon stellen aan paus Johannes Paulus II. Ik kon niet anders. Ik stond bij dat officiële pausbezoek op post voor een rechtstreekse interventie in het journaal, en daar komt de Paus toch wel vlak aan onze positie voorbij zeker? Dat was echt de kat bij de melk zetten, vind je ook niet? Johannes Paulus II was net het stoffelijk overschot van Koning Boudewijn gaan groeten, wat niet op het programma stond. Dus moest ik hem wel vragen wat dat te betekenen had, al wist ik ook wel dat Heilige Vaders niet de gewoonte hebben om interviews te
improviseren. Maar wie niet waagt, wie niet wint. Toch? U heeft het boek Een stem voor de burger? geschreven. Wat heeft u daartoe aangezet? Dat gaat over burgerjournalistiek, over de rol van de pers in onze samenleving, over de samenhang tussen burger, politiek en media. Aan Columbia University in New York, waar ik een masterdiploma haalde, was mijn lievelingsprof James Carey. Die man had veel nagedacht en geschreven over de sociale verantwoordelijkheid van media. Bij mijn terugkeer kon ik daar niet over zwijgen, en de Koning Boudewijnstichting zette me aan het werk. Dat is Een stem voor de burger geworden. Met een vraagtegen, welteverstaan. Tot slot, als u nu een aanbieding zou krijgen om weer ergens anders heen te verhuizen. Zou u dat doen? De lockdown heeft me een andere kant van Brussel laten zien. Toen een politiedrone boven de Elsensesteenweg met coronawaarschuwingen een nieuw tijdperk inluidde, ben ik hier harder beginnen fietsen dan ooit tevoren. Plots werd de Louizalaan een zachte levensader. Op twee wielen werd het Zoniënwoud een vluchtheu-
vel, Jan van Ruusbroec achterna. Thuis hield Bach ons recht, bij bemiddeling van Philippe Herreweghes Collegium Vocale. Tranen met Pasen, bij Simeons begroeting in de Mattheuspassie. Bij het voorbijfietsen zag ik Herreweghe dankbaar worden aangesproken in zijn buurt in Elsene. Op de dag van de bevrijding na de eerste golf zag ik de meester van Collegium op zijn eigen fiets door onze straat zoeven, ons aller nieuwe bestaan tegemoet. Dan weet ik wel zeker: Brussel is mijn heimat. Dit coronatijdperk toont in ons Brusselaars broosheid, maar ook diepe sterkte. Ik geloof in de mensen die deze stad maken. Ik zal altijd wel een nomade blijven, maar dan wel een nomade met heimwee naar mijn drukke oase. In mijn Italiaanse tuin groeit spontaan een iris, in blauw en geel. Dat kan geen toeval zijn. Jelle D’Hondt student journalistiek aan de Erasmushogeschool
Résumé
Alex Puissant est le seul à avoir fait des reportages TV en néerlandais pour la VRT et en français pour la RTBF, à partir de New York. Ce journaliste qui est Bruxellois depuis bientôt un demi-siècle ne cesse de bouger: un nomade qui s’assume mais qui adore retrouver son oasis. Bruxelles pour lui, c’est une ville fragile mais résiliente.
7
BRUSSELSE ARCHITECTUUR >JUSTITIE IN DE STEIGERS
De saga om de stellingen van het Justitiepaleis lijkt wel eeuwig te duren. Recente persartikels geven een overzicht van de zogenoemde miserie. Sedert 1984 zit het Poelaert Paleis in een ijzeren korset, inderdaad meer dan vijfendertig jaar. Als we de nieuwe bevoegde minister van gebouwen mogen geloven zal er nu weer eens werk van gemaakt worden, 2023 wordt vooropgesteld: vanaf dan mogen we hopen om het Paleis terug in al zijn glorie te kunnen bewonderen, althans de voorgevel. Voor de drie andere gevels wordt 2030 vooropgesteld. Doch gezien het voorbije hobbelige parcours en de traditie van onderschatting van uitvoeringstermijnen en budgetten, lijkt dat eerder optimistisch. Zesduizend vierkante meter stellingen voor de prijs van € 530.000 sierden de koepel tussen 1984 en 2000 terwijl er geen restauratiewerken uitgevoerd werden. Nog eens € 160.000 waren nodig om de stellingen te restaureren en over te nemen alvorens men uiteindelijk aan de koepel kon beginnen. In 2003 was de klus geklaard en blonk de koepel terug in al zijn glorie. De stellingen rond de basis van de koepel bleven echter ter plekke roesten in afwachting van verdere restauratie. Ondertussen bleef het stenen regenen van de Poelaert rots en was men verschillende keren verplicht werken uit te voeren aan de stellingen en uiteindelijk ook stellingen te plaatsen aan de voorgevel om de toegang te beveiligen, nog € 700.000 extra aan de steigerbouwers. Het hele verhaal begon rond 2010 ook op de zenuwen te werken van het Brussels Gewest en van de Stad. Het Gewest bracht de zaak in 2011 voor de rechtbank die na het inwinnen van de nodige deskundige adviezen tot de conclusie kwam dat de stellingen er 8
onwettig stonden want zonder bouwvergunning en dus weg moesten, maar dat besluit toch niet hard maakte omwille van de veiligheid, een maat voor niets. Rond diezelfde tijd kwamen de toenmalige ministers, waarschijnlijk ten einde raad, op het lumineuze idee om een wedstrijd te organiseren rond de herbestemming van het Justitiepaleis. Het mausoleum van Poelaert werd vogelvrij verklaard en men zou er allerlei culturele, commerciële en toeristische attracties in toelaten. De zotste voorstellen naast andere ernstige, die de grap au serieux namen, werden naar voor gebracht. (Zie de Vijfhoek van januari en mei 2011.) Gelukkig eindigde deze verdwazing ‘en eau de boudin’ en werd geluidloos geloosd. De hele ‘stellingenoorlog’ rond dit Paleis dat symbool staat voor de Belgische Opperste Justitie, lijkt wel een metafoor in het kwadraat voor het mank lopen van Justitie die ook al sinds mensenheugenis sukkelt met budgetten, slecht uitgerust is, onderbemand is en voortdurend in hervorming.
In deze coronatijden verdienen de intussen beroemde stellingen van het Poelaertplein een meer hoopgevende benadering, laat ons dus ophouden met klagen, zagen en chicaneren. Een constructief voorstel: laat de verbeelding los op deze steigers, laat een kunstige bende enige fantasie ontwikkelen rond en op deze stellingen. Voorzie ze van een flashy verlichting, Laat groen welig tieren, waarom geen klank en licht spel zoals met nieuwjaar op de Grote Markt. Ontwerp een ‘kontrimo’-parcours onder, boven en tussen de Ionische zuilen en de arcaden en voluten van het paleis. The sky is the limit. En zie, Brussel heeft er op slag een attractie bij. Het kan ook pedagogisch uitgewerkt worden rond de ambachten
van de restauratie. Brusselaars herontdekken de charmes van het Paleis. Toeristen zullen toestromen, de stellingen verdienen een eeuwig leven. Tutto andrà bene! Marcel Rijdams
Résumé
Depuis plus de 35 ans il y a des échafaudage autour du Palais de Justice. Selon le ministre compétent, la façade avant sera libre d'échafaudages à partir de 2023, et les autres façades à partir de 2030. Bien que cela semble douteux.
HALTE VAN DE MAAND >HORTA EN HET JUSTITIEPALEIS VAN BRUSSEL
Bekende figuren uit binnen- en buitenland waren sterk onder de indruk van wat in de 19de eeuw het grootste gebouw ter wereld was. Het Justitiepaleis van Joseph Poelaert deed Freud denken aan een Assyrische tempel of een gravure van Gustave Doré. Charles Garnier, de ontwerper van de Parijse opera, vond het gebouw van een monsterlijke schoonheid. De dichter en poète maudit Paul Verlaine vond het geheel iets bijbels, iets michelangeloesque hebben. ‘Er zit gekheid in, maar een gezonde vorm van gekheid’, schreef hij. Wanneer Hitler na de Blitzkrieg België bezet, is het Justitiepaleis een van zijn eerste haltes in Brussel. Hij bezoekt het samen met zijn architect Albert Speer. De bedoeling was immers dat Berlijn, of beter gezegd Germanium, vol zou staan met dergelijke pronkzuchtige giganten. In eigen land kon het gebouw op veel waardering rekenen bij Victor Horta. Wanneer de jonge architect – hij is nog maar twintig jaar oud – in 1881 in Brussel aankomt is het Justitiepaleis nog een gigantische werf. In 1892, nog geen tien jaar na de ophefmakende inhuldiging van Poelaerts Justitiepaleis maakt Horta zijn kletterende entree in de wereldgeschiedenis van de architectuur met zijn herenhuis Tassel in Elsene. De art nouveau was geboren. Maar ondanks zijn hang naar ijzeren krullen en vloeiende zweepslaglijnen, zal Horta altijd gefascineerd blijven door Poelaerts mastodont op de Galgenberg. In hetzelfde jaar als de oplevering van het Tasselherenhuis, heeft Horta interesse voor de openbare wedstrijd voor de bronzen toegangsdeuren van het Justitiepaleis. Hij maakte een aantal schetsen waarin zijn oog voor architecturaal detail opvallen. Horta houdt minutieus rekening met de nodige ornamenten zoals die ook gestipuleerd
waren door het wedstrijdreglement. Horta kent zijn klassiekers, maar toch haalt hij de finale niet, het is ene Jacques Van Mansfeld die de opdracht binnenhaalt. In 1912 wordt Horta lid van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen en vijf jaar later, in 1919, wordt hij via deze eerbiedwaardige organisatie lid van de Commissie van het Justitiepaleis. Deze commissie was opgericht met het doel om de omgeving van het Justitiepaleis zijn definitieve plooi te geven. Het Justitiepaleis was dan wel af, maar de straten en pleinen in de onmiddellijke omgeving waren allesbehalve aangepast aan die gigant in hun midden. In de jaren twintig wordt er een ideeenwedstrijd georganiseerd met de bedoeling de aangelanden harmonieus te laten aansluiten bij de ‘Tempel van Themis’. Als gevierd architect wordt Horta gevraagd om in de jury te zetelen
van deze wedstrijd maar hij houdt de boot af: hij wil immers zelf graag deelnemen aan deze wedstrijd… Maar ook hier moet Horta in het zand bijten. Voor de tweede maal behaalt de meester-architect de finale niet. De prijs gaat naar Adolphe Puissant, een onbekend architect. Puissant wint de wedstrijd maar zijn ontwerp wordt nooit uitgevoerd. Horta blijft wel in de Commissie van het Justitiepaleis zetelen maar in 1936 ontstaat er onenigheid tussen Horta en de andere commissieleden en hij vertrekt hij met slaande deuren. Horta vindt immers dat er met weinig respect wordt omgegaan met het werk van Joseph Poelaert. Het meesterwerk van Poelaert blijft Horta wel fascineren. In 1939 - Horta is dan al bijna tachtig jaar, zijn art nouveauhuizen worden als ‘gedemodeerd’ beschouwd en zonder schroom aangepast aan de nieuwe minimalistische mode van zijn tijd - schrijft hij een doorwrochte analyse over het Justitiepaleis. De aanleiding voor deze analyse was een discussie tussen twee advocaten die zich afvroegen of de ronde koepel die het paleis bekroonde eigenlijk overeenkwam met de oorspronkelijke opzet van architect Poelaert, want in oude plannen duikt het Justitiepaleis op met een vierkante, piramidale bekroning. Horta bevestigt dat het wel degelijk de bedoeling was van Poelaert om zijn bouwwerk te bekronen met een
circulaire vorm. Waarop de art nouveau architect zich lanceert in beschouwingen over het belang van architecturale coherentie. Horta doet eigenlijk op ons een beroep om het Justitiepaleis te zien doorheen de overdadige stijl en de talloze ornamenten. Hij vraagt niet alleen om het gebouw te zien zoals het is, namelijk een meesterwerk van een uitzonderlijke architectuur, maar ook om het in zijn context te zien: als deel van een imposante horizonlijn, als elementair bestanddeel van een indrukwekkende Brusselse skyline. Horta zou nog
het einde van de Tweede Wereldoorlog in Brussel meemaken. En zien hoe een rookpluim uit het Justitiepaleis het einde betekent van Poelaerts oorspronkelijke koepel. Stefan Moens [Tekst gebaseerd op een studie van Thierry Henrard, architect. In de nabije toekomst zal het Hortamuseum in Sint-Gillis een boek uitgeven over Horta’s fascinatie voor het Justitiepaleis.] 9
>STADSBERICHTJES WIE DURFT ER IN DE LIFT? Het zijn twee liften eigenlijk, die een hoogteverschil van 20 meter overbruggen. Ze werden in 2002 in gebruik genomen en hebben er een handje van weg regelmatig uit te vallen. In 2019 gebeurde dat liefst 131 keer! Als het misloopt, kan je er behoorlijk lang in vast zitten. Een keer gebeurde dat omdat er 21 mensen in kropen terwijl 15 het maximum is. Dan komt de brandweer eraan te pas. De liften komen in de Hoogstraat uit op de Breughel de Oudesquare. Boven staan ze aan de rand van het Poelaertplein, naast het Justitiepaleis. Vanaf de balustrade is er een heel mooi uitzicht over de benedenstad. De liften worden nu gerenoveerd, de één na de ander. Alle elektrische onderdelen en de glaswanden van de cabines worden vernieuwd. Een korte tijd zullen de twee tegelijk uit dienst zijn en dan moet je zoals weleer te voet langs de Minimenstraat of de hellingen langs het Justitiepaleis. Onderaan de liften opende het centrum voor fotojournalistiek en educatie Geopolis een tweede locatie met café en kleine boekhandel. Beneden op het pleintje staan verschillende handelszaken leeg en dat al geruime tijd. Het is moeilijk om er invulling voor te vinden en vooral te houden. Ook daar wordt aan gewerkt.
© NORA DE KEMPENEER
10
© NORA DE KEMPENEER
BLOEMBAKKEN OP WANDEL Als je van de tram stapt aan de halte Poelaert, kijkt het Justitiepaleis met zijn eeuwige stellingen indrukwekkend op je neer. Om niet verloren te lopen op dit immense plein, met zijn 7.750 m2 het grootste van de stad, kan je je oriënteren op het Monument ter Verheerlijking van de Belgische Infanterie, behoorlijk bombastisch van naam, én van uitzicht trouwens. Het monument, een obelisk met een goudkleurige kroon er bovenop, staat op een sokkel waaronder zich een crypte bevindt met daarin een liggend beeld, omgeven door, Bruxelles oblige, het nodige zwerfvuil.
aan de bewoners van de Marollen. Er wordt nagedacht over meer groen en nieuw stadsmeubilair. Sinds maart zijn de parkeerplaatsen op de hellingen naast het Justitiepaleis geschrapt. Enorme bloembakken blokkeren de toegang ernaar. Daar is niet iedereen gelukkig mee. Het schrappen van de parkeerplaatsen is nefast voor de bewoners en de handelaars, aldus de handelaarsvereniging van de Marollen. Al enkele keren werden de bloembakken door onbekenden verwijderd, en quasi meteen stond het er weer vol auto ‘s, zij het slechts voor een uurtje. Wordt ongetwijfeld vervolgd.
De stad wil in de omgeving van het plein meer kwalitatieve ruimte bieden
Stadsberichtjes door Nora De Kempeneer en Greet Callaerts
>GEMEENTERAAD: DE HEER MAMPAKA SPREEKT Gemeenteraadslid Els Ampe (Open VLD) is in vorm tijdens de zitting van 26 april. Ze begint met gemeenteraadslid Bianca Debaets (CD&V) te schofferen door haar brutaal te onderbreken terwijl deze een vraag stelt. Gemeenteraadslid Ampe blijft bij hoog en laag beweren dat zij zich als eerste had aangediend om een vraag te stellen. Voorzitster Liesbet Temmerman (Ecolo-Groen) reageert boos, gemeenteraadslid Debaets eerder koelbloedig. Ze zegt mevrouw Ampe niet in de schaduw te willen stellen en voegt eraan toe dat de hardste roepers blijkbaar de meeste spreektijd krijgen. Vervolgens geeft gemeenteraadslid Ampe haar mening over de verkeerssituatie in het Ter Kamerenbos. Het schepencollege wil dit autovrij maken. Els Ampe noemt dit experimenteren met allerlei wilde verkeerssituaties, die de ene week nog gekker waren dan de andere. Ze herinnert de gemeenteraadsleden eraan dat toen ze zelf schepen was van mobiliteit, ze de maximumsnelheid voor het verkeer liet verminderen van 70 naar 50 km/u. Bovendien liet ze er fietspaden aanleggen. En ze zag dat het goed was. Burgemeester Close (PS) antwoordt dat het schepencollege een politieke keuze gemaakt heeft voor de verkeerssituatie in het Ter Kamerenbos. Hij stelt vast dat de liberale partij deze keuze niet ondersteunt. Even later is gemeenteraadslid Bertin Mampaka (CDH) aan het woord, hij verschijnt niet in beeld. Hij heeft
ervoor gekozen om zijn camera uit te schakelen. Zoals u wellicht weet is hij vroeger schepen van sport geweest. Hij is van mening dat de huidige coalitie veel geld uitgeeft aan studies, dit keer voor de renovatie van het zwembad in de Reebokstraat in de Marollen. Is dit noodzakelijk, vraagt hij. Benoit Hellings (Ecolo-Groen), huidig schepen van sport, preciseert dat het zwembad in de Marollen sociaal en sportief erfgoed is. Het is een beschermd gebouw met twee zwembaden, douches en enkele zalen. Het geheel zal gerenoveerd worden. De tot nog toe ongebruikte zalen zullen in de toekomst gebruikt worden voor sociale en sportieve activiteiten. De studie houdt onder meer een ontwerp in voor het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning. Tijdens de werken zal het zwembad hooguit enkele weken gesloten blijven. Tijdens de gemeenteraadszitting van 10 mei kondigt plaatsvervangend voorzitter Mohamed Ouriaghli (PS) twee blijde gebeurtenissen aan: schepen Lydia Mutyebele Ngoi is op 16 april bevallen van een zoon. Gemeenteraadslid Mathias Vanden Borre (N-VA) is op 21 april papa geworden, eveneens van een zoon. Gemeenteraadslid Bianca Debaets wenst te weten of er een overzicht beschikbaar is van de airbnb’s op het grondgebied van de stad. Schepen van stedenbouw Ans Persoons (Vooruit/ SP.A) antwoordt dat er voor de corona-epidemie ongeveer 2.000 airbnb’s actief waren, momenteel zijn er dat nog
1.400. De legale zijn bekend aangezien deze over een gewestelijke vergunning beschikken. De illegale logies worden opgespoord via de website airDNA. Het precieze aantal legale airbnb’s kent de schepen niet uit het hoofd. De grondregie heeft een gebouw aangekocht in de Lombardstraat 26 en het omgevormd tot 10 appartementen en een handelsruimte. De huurprijzen werden vastgesteld en dienen goedgekeurd te worden door de gemeenteraad. Riet Dhont, gemeenteraadslid voor PTB*PVDA oordeelt dat de huurprijzen te hoog zijn. Ze haalt het voorbeeld aan van een appartement met één kamer waarvan de maandelijkse huur € 770,00 en de lasten € 60,00 bedragen. Burgemeester Close deelt mee dat de MR de huurprijzen te laag vindt, de PTB*PVDA vindt ze te hoog. Hij concludeert dat het College van Burgemeester en Schepenen op het juiste spoor zit. Plots is er een tussenkomst van gemeenteraadslid Bertin Mampaka, opnieuw klank zonder beeld. Nee, mijnheer de burgemeester, fulmineert hij, mijnheer Mampaka volgt u. Mijnheer Mampaka, als lid van de MR, is van mening dat de stad zowel sociale- als duurdere Hausmanniaanse woningen moet verhuren. Op die manier kunnen de belastingen van de Brusselaars naar beneden. Dan valt hij de PTB* PVDA aan, waarna fractieleidster van deze partij, Mathilde El Bakri, in beeld komt en hem vraagt geen leugens te verspreiden. Er volgt een gelijktijdige monoloog van gemeenteraadsleden El
GEMEENTERAADSLID BERTIN MAMPAKA IN BEELD
Bakri en Mampaka, een ware kakofonie. Burgemeester Close en voorzitter Ouiaghli kijken geamuseerd naar dit onverwachte spektakel. De heer Mampaka beëindigt zijn betoog door te stellen dat de linkse socialisten staatsgeld verspillen dat nodig is voor de politie,
die slecht betaald wordt. Zo, dat weten we dan weer. Op het einde van de zitting merkt voorzitter Ouriaghli op dat er exact vijf minuten resten om een terrasje mee te pikken. Mireille Willems 11
BERICHTJES VAN HIER EN GINDER
COLOFON
VERENIGINGEN EN ACTIVITEITEN
Werkten aan dit nummer mee: Grigore Ionita, Etienne Philips, Hanne De Nil, Nora De Kempeneer, Marcel Rijdams, Stefan Moens, Charles Six, Mireille Willems, Greet Callaerts, Jelle D’Hondt, Katrien Colenbie en Herman Genbrugge.
ZONNELIED
BUURTRESTAURANT HET ANKER Het Anker is een buurtwerking, actief in de Begijnhofwijk sinds begin jaren ’90. Het buurtrestaurant opende haar deuren in februari 2020 in een volledig gerenoveerd gebouw. Het restaurant biedt plaats aan zo’n 60-tal bezoekers en heeft elke dag twee verse menu’s in het aanbod: een vis-/vleesgerecht en een vegetarisch gerecht. Vanaf 9 juni is het restaurant terug open van maandag tot en met vrijdag, van 11u30 tot 14u. De eerste zaterdag van de maand is er een brunch. 65-plussers genieten van een verminderd tarief. Groepen zijn ook welkom, mits reservatie. Afhaalmaaltijden zijn ook een optie. Daarnaast komen ze ook tegemoet aan mensen die een ruimte zoeken in hartje Brussel. • Meer info op www.ld3.be/menu-buurtrestaurant of www.facebook.com/HetAnkerBuurtrestaurant Adres: Marcqstraat 25, 1000 Brussel – 02 889 00 80 12
Vzw Zonnelied is een organisatie die ondersteuning biedt aan volwassenen met een beperking op verschillende locaties in het Pajottenland en Brussel. Naar aanleiding van haar veertigjarige bestaan komt de vzw naar buiten met een gevarieerde selectie uit het artistieke werk dat tot stand kwam in haar beeldende ateliers.
Foto’s: De Markten en ingezonden Lay-out en druk: Drukkerij Atlanta Schaffen Oplage: 4.500 Advertentiewerving: De Markten, 02 512 34 25, demarkten@demarkten.be
Binnen het zorgaanbod hebben deze ateliers altijd een belangrijke plaats gehad. Ze zijn voor een aantal ‘gasten’ een veilige plek en een werkruimte waar ze worden aangemoedigd om hun eigen beeldtaal te ontwikkelen. De collectie is divers en omvat het werk van heel uiteenlopende makers. Wat ze gemeen hebben is een behoefte om te creëren, los van trends of conventies, zonder een publiek voor ogen te hebben of zonder zichzelf te meten met andere makers. Elk werk geeft op hoogstpersoonlijke wijze vorm aan een hoogstpersoonlijke ervaringswereld. Een aantal werken maakten reeds eer-
Verantwoordelijke uitgever: Isolde Boutsen
© SOFIE DE LEPELEIRE
der deel uit van tentoonstellingen in Europa en België, onder andere via Art et Marges, het Brussels museum voor outsiderkunst. Van 10 tot 25 juli kan u een ruime selectie van de werken bekijken in de tentoonstellingsruimtes van De Markten, dagelijks van 11 tot 19u.
De Vijfhoek is het maandblad van De Markten, Oude Graanmarkt 5, 1000 Brussel, 02 512 34 25, demarkten@demarkten.be, www.demarkten.be www.facebook.com/demarkten.brussel 0448.654.692 RPR Brussel
Met de steun van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. De Markten maakt deel uit van N22, het netwerk van de 22 Brusselse gemeenschapscentra. Steun De Vijfhoek: Uw steun blijft welkom op rekeningnummer BE62 4331 1470 6161 van De Markten met vermelding "steun De Vijfhoek". Voor het septembernummer van De Vijfhoek zijn teksten en aankondigingen welkom tot uiterlijk 11 augustus Artikelwerving: De Markten, 02 512 34 25, demarkten@demarkten.be De redactie behoudt zich het recht voor om teksten in te korten of aan te passen. Openingsuren onthaal: maandag tot vrijdag van 9 tot 17u. De Markten is gesloten op zondag 11 juli, woensdag 21 juli en zondag 15 augustus.
Wie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest woont, kan De Vijfhoek gratis ontvangen. Woont u buiten Brussel? Dan krijgt u De Vijfhoek door € 12,50 over te schrijven op rekeningnummer BE62 4331 1470 6161 met de vermelding van 'Abonnement De Vijfhoek'. Wist je dat je al onze publicaties ook online kan bekijken? Surf naar www.demarkten.be/publicaties. Wil je onze e-nieuwsbrief ontvangen? Mail naar demarkten@demarkten.be of schrijf je in op www.demarkten.be. De Markten respecteert je privacy. Je contactgegevens gebruiken we uitsluitend om je De Vijfhoek toe te zenden en je op de hoogte te houden van eigen activiteiten van Gemeenschapscentrum De Markten en aanverwante organisaties in de Vlaamse gemeenschap te Brussel. Je kan op elk moment een adreswijziging doorgeven of aangeven dat je onze informatie niet langer wilt ontvangen via demarkten@demarkten.be of De Markten, Oude Graanmarkt 5, 1000 Brussel. Voor meer informatie over je overige rechten conform de privacywetgeving, raadpleeg www.demarkten.be/uw-privacy.