Skip to main content

De Vijfhoek mei 2021

Page 1

P 3A 9110 afgiftekantoor Brussel X Oude Graanmarkt 5 1000 Brussel

PB- PP B- 06386 BELGIE(N) - BELGIQUE

MAANDBLAD > JAARGANG 45 > NUMMER 5> MEI 2021 (verschijnt niet in juli en augustus)

BUREN VAN DE MARKTEN>P6 >MARCELLINE CHAUVEAU NOV VAN ART ET MARGES BRUSSELSE ARCHITECTUUR>P8 >KLIMAATPLAN HALTE VAN DE MAAND>P9 >SINT-PIETERSGASTHUIS

Halte van de maand: Bushalte Sint-Pietersziekenhuis ©KATRIEN COLENBIE @STADSBIOGRAFIE


©KATRIEN COLENBIE @STADSBIOGRAFIE

Aan de halte Sint-Pietersziekenhuis in de Hoogstraat stoppen bussen 27 en 48 die, aangezien er in de straat enkel éénrichtingsverkeer is, Sint-LambrechtsWoluwe en Brussel-centrum als eindbestemming hebben. Met het ziekenhuis in de omgeving is de halte drukbezocht. Vlak naast de stopplaats bevindt zich het Art et marges museum. De Vijfhoek sprak met Marcelline Chauveau Nov, communicatieverantwoordelijke van het museum. In de rubriek Brusselse Architectuur heeft de auteur het over een plan om gebouwen in de Marollen te laten aanpassen aan de klimaatdoelstellingen. Op pagina 9 lees je hoe het nieuwe Sint-Pietersziekenhuis van architect JeanBaptist Dewin op 4 juli 1935 ingehuldigd werd.

2

DAG OMER Op 5 april 2021 overleed Omer Mommaerts. Eén van de eerste keren dat ik Omer ontmoette, was bij de bezetting van de Renaultfabriek in Vilvoorde, in de jaren 90 van vorige eeuw. Uiteraard was hij daar, actief, enthousiast, overtuigend, bekommerd om allen die hun werk dreigden te verliezen, boos op het systeem dat dit mogelijk maakte. Enkele jaren later verliet Omer Ganshoren en kwam hij in het stadscentrum wonen waar hij zich vrijwel onmiddellijk engageerde in de Buurtwinkel. In De Markten werd hij actief lid van het Wereldcomité 11.11.11 Brussel-Centrum. In die jonge en wisselende groep was Omer jarenlang een vaste waarde. Samen met zijn kompaan, wijlen Louis Van Geyt, pleitte hij voor structurele verandering, een jaarlijkse actie was niet genoeg. Door samen te werken met vele partners, zowel Nederlandstalige als Franstalige, en door niet aflatende druk slaagden we erin dat voor het eerst een schepen bevoegd werd voor Noord-Zuidverhoudingen. Al hadden Omer en Louis, en de ande-

ren, liever een horizontale bevoegdheid gezien, een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het hele college. Achteraf was er enig tandengeknars over de recuperatie door de politieke wereld. Maar geen vermindering van inzet en werkkracht, dat kon niet bij Omer. Ik zie hem voor me aan de kassa van de jaarlijkse Pannenkoekennamiddag voor 11.11.11 in De Markten. Hij verkoos dit, veiligheidshalve wellicht, boven opdienen of afruimen. Jaar na jaar kwamen Omer en Maria een dagje voordien naar De Markten om er de dozen met ingrediënten klaar te maken voor de vrijwillige pannenkoekenbakkers want kant en klare pannenkoeken uit de supermarkt, nee, dat stond niet in hun woordenboek. De rollen waren dan omgekeerd: Maria besliste, Omer volgde haar instructies. Omer was er ook bij toen Babbelut opgericht werd. Hij heeft vaak in de Middenzolder van De Markten de conversatietafels Nederlands voor anderstaligen begeleid. Hij zal die gesprekken onge-

twijfeld gekruid hebben met zijn idealen van gerechtigheid en gelijkwaardigheid. Omer was zowat overal aanwezig waar actie gevoerd werd, elke vrijdagnamiddag aan de Beurs met het Palestinacomité, in de Begijnhofkerk als steun met en voor de Mensen Zonder Papieren, op ontelbare betogingen waar je hem van ver herkende aan zijn groen/rood sjaaltje. Omer en Maria kwamen graag naar De Markten. Samen werkten ze mee met de plakploeg die de verzendingen van De Markten voor zijn rekening nam. De Vijfhoek, uitnodigingen, cursusbrochures, het maakte niet uit, ze waren erbij en genoten van het gezelschap en de discussies met andere vrijwilligers. Ieder nieuwjaars- en vrijwilligersfeest waren ze er ook, Omer en Maria. En dan zong Maria een ‘Brussels leeke’, wat elke keer opnieuw een brede glimlach op Omers gezicht toverde. Dag Omer, dankjewel, voor alles. Nora De Kempeneer


LEZING - ONLINE

POËZIECAFÉ

MEI IN DE MARKTEN FOTOTENTOONSTELLING

Deelnemende fotografen: Daniel Berehulak, Kitra Cahana, Marina Caneve, Matthieu Gafsou, Cédric Gerbehaye, Simona Ghizzoni, Nicolas Janowski, Walé Oyéjidé, Justyna Mielnikiewicz, Dominic Nahr, Alessandro Penso, Joao Pina, Ashfika Rahman, Hannah Reyes Morales, John Trotter, Gaël Turine en John Vink.

TENTOONSTELLING

WE ZIJN ER!/ON EST LÀ!

RESET Onze moderne samenlevingen zijn gebouwd op de onderwerping van de mens en zijn territorium. Deze schijnbaar onveranderlijke orde begint barsten te vertonen. Kritische periodes lijken erop te wijzen dat er een sterke drang is om dit almachtige model omver te werpen, en diepgaande veranderingen teweeg te brengen. RESET betekent het risico durven nemen om kwetsbaar te zijn, het niet te weten en het anders te proberen. Het gaat niet over antwoorden geven, maar die vragen te stellen die het schijnbaar onveranderlijke fundament van onze ontkenningen doen wankelen.

Iedereen dichter!

• De tentoonstelling loopt vanaf 13 mei tot en met 4 juni 2021 en is dagelijks, behalve op maandag, open van 12 tot 18u. Gratis toegang. Info over MAPS, www.mapsimages.com Met de steun van de masterstudenten Visuele en grafische communicatie van École nationale supérieure des arts visuels de La Cambre.

Mohammed Amine brengt We zijn er! in De Markten. Al drie maanden bezetten mensen zonder papieren de Begijnhofkerk, de ULB en de VUB. De actievoerders vragen de overheid om een regularisatie, zodat ze in waardigheid kunnen leven en werken. Mohammed Amine (16) ging met zijn moeder protesteren in de Begijnhofkerk. Sympathisanten gaven hem een schrift en een fototoestel cadeau. Zo startte hij met het maken van portretten en het optekenen van de verhalen van mensen die in de kerk actie voeren. Langzaamaan groeide het idee om een volwaardige tentoonstelling uit te werken. Vanaf 7 mei wordt zijn werk tentoongesteld in de traphal van De Markten, onder de titel: We zijn er!/On est là! Als voorproefje publiceren we alvast het verhaal van Salima: Salima kwam in mei 2010 van Marokko naar België. De eerste maand verbleef ze bij een vriendin. Daarna vond ze werk bij een gezin waarvoor ze 2 jaar werkte als babysitter. Ze betaalden haar niet. Ze zeiden haar dat ze haar salaris zou krijgen op het einde van haar dienst. Haar salaris bedroeg

€ 500 per maand, maar elke keer als ze naar haar salaris vroeg, dreigde de familie ermee om de politie te bellen. Na twee jaar dienst liet de familie haar vallen zonder haar het beloofde salaris (€ 12.000) te geven. Aangezien ze het adres van deze familie niet meer kende, liet ze het zo en vertrok ze naar een andere familie waar ze opnieuw ging babysitten, deze keer voor € 600 per maand. Ze beloofden haar hetzelfde als de eerste familie, ze zou haar salaris pas op het einde van haar dienst krijgen. Ook deze familie gaf haar haar salaris niet (€ 7.200 in totaal) en aangezien ze hun adres niet meer kende, liet ze het geld nog een keer vallen. Hetzelfde verhaal bleef zich herhalen maar deze keer met andere jobs. Tijdens haar vijfjarig verblijf in België heeft Salima ongeveer € 30.000 misgelopen. Vertaald door Machteld Van den Camp. Wil je het protest van mensen zonder papieren steunen? Onderteken dan hun petitie op www.wearebelgiumtoo.be • De expo loopt vanaf 7 mei tot en met 18 juni, alle dagen geopend van 9 tot 17u. Gratis.

Het Brussels Ouderenplatform organiseert in samenwerking met De Markten en het Muntpunt een succesrijke reeks poëzienamiddagen. De voordrachtgever is Ivo van Strijtem, dichter, vertaler, essayist, bloemlezer en leraar literaire creatie. “Poëzie moet uit haar boeken treden” beweert hij en die stelling maakt hij keer op keer waar. Zowel de grote tenoren van de poëziegeschiedenis als de Nederlandstalige poëzie krijgen de volle aandacht. Iedereen dichter! wordt een speciale editie van het Poëziecafé. Ivo van Strijtem gooit alle vensters en deuren open. Poëzie wordt immers onterecht als wereldvreemd, moeilijk en bovenal totaal nutteloos ervaren. Poëzie kan de mens echter van de onverschilligheid redden. Aan de hand van gedichten uit eigen werk of door hem vertaalde gedichten toont de auteur hoe de schoonheid van poëzie een groeimiddel is dat de mens boven zichzelf laat uitstijgen. Een niet te missen slot van deze jaargang! Dit poëziecafé wordt wegens corona ook weer via Zoom georganiseerd. Het enige wat je hiervoor nodig hebt, is een computer met camera, microfoon en internet. Het Brussels Ouderenplatvorm bezorgt de deelnemers die inschrijven een link. Als je daarop klikt op de dag en uur van de voordracht zit je zo als het ware in de zaal en kan je zelfs vragen stellen en participeren. Deelnemen via Zoom is momenteel nog gratis. • Woensdag 26 mei van 14 tot 15u15. Inschrijvingen en info: 02 210 04 60 info@bop.brussels, www.bop.brussels 3


> VERGEZICHT De skyline van vandaag is zo weer achterhaald. Straks mag je weer een blauwe spits verwachten. Fijn dat Sint-Goedele nog het zicht bepaalt, met middeleeuwse steen, zoveel zachter … Piet Deslé

KATRIEN COLENBIE @STADSBIOGRAFIE

4


> OP DE BANK

Het gaat er de laatste maanden maar somber aan toe op het Vossenplein. De honderden mensen die normaal elke dag afzakken naar de markt zijn thuis gebleven. Maar helemaal leeg is het plein toch ook niet. Voor de oude brandweerkazerne in het zonnetje ontmoet ik Jérémie Esgain. Ik vraag of hij even tijd heeft voor een kort gesprek. ‘Ik denk niet dat ik echt iets interessants te vertellen heb’, zegt hij. Daar ben ik niet zo zeker van. Hij komt net van de bibliotheek. Dat had ik wel kunnen weten aangezien hij een boek aan het lezen was en de bibliotheek achter de hoek is. Al meer dan acht jaar lang komt hij elke woensdag en zaterdag naar hier als vrijwilliger. Hij helpt kinderen die het moeilijk hebben op school. Jérémie praat gedreven over zijn prachtig initiatief. Spreken over zijn eigen leven hier in Brussel gaat iets moeizamer. Het enige wat hij erover lost is dat hij hier, in de Marollen, drie jaar heeft gewoond. Intussen woont hij in Vorst maar dat houdt Jérémie niet tegen om elke week de mini-reis naar de bibliotheek te maken. ‘Op school moet iedereen op hetzelfde tempo werken, ik vind dat geen goede manier.’ Hij wil focussen op individuele ondersteuning. ‘Wanneer ik bij een kind ben, is hij of zij het enige wat telt. De hele wereld bestaat niet meer.’

Jérémie vindt het belangrijk dat het kind vanuit zichzelf naar hem komt en het niet verplicht wordt van thuis uit. ‘School is al verplicht, ik wil gemotiveerde kinderen helpen, een beetje zoals een grootvader.’ Hij onderbreekt mij even om te zeggen dat het wel echt jammer is dat de markt er niet staat. ‘Gelukkig kan die beenhouwer wel zijn deuren opendoen, het vlees is er echt heel lekker.’ Al snel begint Jérémie weer verhalen te vertellen over kinderen die hij al geholpen heeft. ‘Brussel is de meest multiculturele stad van heel Europa. Jammer genoeg zijn er heel wat allochtonen die de kans niet krijgen om Nederlands of Frans te leren. Hun kinderen komen dan terecht in een school waar een vreemde taal wordt gesproken. Het is niet verwonderlijk dat ze dan in moeilijkheden komen. Soms geven ze ook de moed op en komen ze terecht in een leven van drank, drugs en seks.’ Wanneer het gesprek ten einde loopt vraagt hij nog snel: ‘En wat is jouw naam eigenlijk?’ Hij herhaalt mijn naam met zijn prachtige Franse accent en vertrekt weer richting Vorst. Zijn sympathieke bescheidenheid blijft hij hopelijk behouden. Johanna Jacobs Studente journalistiek Erasmushogeschool Brussel

© JOHANNA JACOBS

Elke maand strijkt een reporter van De Vijfhoek neer aan de halte en vraagt aan een buurtbewoner of passant hoe het met hem of haar gaat en wat er zich in zijn of haar leven afspeelt. Deze maand ontmoeten we Jérémie Esgain. 5


BUREN VAN DE MARKTEN Marcelline Chauveau Nov van het Art et marges museum Brussel heb ik tot nu toe niet gekend, wat ik enorm spijtig vind. Hoe ben je in het museum verzeild geraakt? Na mijn studies Cultuurmanagement en het behalen van mijn masterdiploma aan de ULB besloot ik in België werk te zoeken en er ook te wonen. Ik werk in een vervangingscontract, ik vervang de persoon die verantwoordelijk was voor de communicatie en die een sabbatjaar genomen heeft.

© KATRIEN COLENBIE @STADSBIOGRAFIE

Marcelline Chauveau Nov is communicatieverantwoordelijke bij het Art et marges museum dat in de Hoogstraat naast de halte van de maand gelegen is. Het museum promoot de outsiderkunst en stelt de kunst en haar grenzen in vraag. Het museum staat voor een verzameling van kunstwerken die sinds de jaren 1980 opgebouwd werd en bestaat uit werken van autodidactische kunstenaars en personen die verbonden zijn aan een kunstatelier voor mensen met een mentale handicap of die opgenomen zijn in een psychiatrische instelling. Naar aanleiding van hun nieuwe tentoonstelling, Chanson D’amour !/Liefdeslied!, die in mei van start gaat, hadden we een gesprek met Marcelline. De Vijfhoek: Marcelline, kan je je voorstellen aan onze lezers? Marcelline Chauveau Nov: Ik ben Française, afkomstig uit Nantes. Voor ik hier communicatieverantwoordelijke werd, heb ik stage gedaan in het museum. Ik vind deze job heel interessant omdat we over een grote vrijheid beschikken in onze programmatie en kunnen experimenteren met, voor de Brusselse scene, vrij unieke museum6

voorzieningen. Deze vrijheid is ook voelbaar in de communicatie die ik op een originele, grappige en ongebruikelijke manier kan ontwerpen. Ik draag graag mijn steentje bij aan het verwezenlijken van de projecten van het Art et marges museum, het is een plezier voor mij om te werken in de Hoogstraat en de Marollen. Ik woon iets meer dan een jaar in België en ken Brussel dus alleen maar in semi-lockdown. Het echte, levendige

Op de site staat vermeld dat het museum zijn tiende verjaardag viert, maar het bestaat toch al langer? Inderdaad, in 2019 was eigenlijk de tiende verjaardag, maar het project dateert uit 1984. Het museum was in zijn beginjaren een onderzoeks- en kunstencentrum. Het museum verhuisde een paar keer en is sinds 2001 hier in de Hoogstraat gevestigd. Ons museumstatuut bestaat 10 jaar, na de erkenning als museum door de federatie Wallonie-Bruxelles. Het project evolueerde naar het zichtbaar maken van de outsiderkunst. De vzw Art en marge werd het Art et marges museum. De ruimte werd uitgebreid en maakte plaats voor ruimere museumactiviteiten. Dankzij onze verschillende partners kunnen we het museum goed beheren. Deze erkenning was heel belangrijk voor de verdere evolutie van het museum. Hoeveel tentoonstellingen worden er in

normale tijden jaarlijks georganiseerd? Normaal gezien zijn er drie tentoonstellingen, één in de winter en de zomer en ook één bij de opening van het nieuwe culturele seizoen. Maar wegens COVID-19 besloten we het dit jaar bij twee te houden. We proberen zo snel mogelijk terug te gaan naar de oorspronkelijke planning en programmatie, dus naar drie exposities jaarlijks. Er is ook een permanente collectie aanwezig? Tijdens de tijdelijke tentoonstellingen worden er ook werken voorgesteld die tot de permanente collectie behoren. Die werken van de permanente collectie veranderen voortdurend in functie van het thema van de tentoonstelling. We hebben de keuze uit vierduizend kunstwerken uit de permanente collectie. De ruimtes in het museum zijn eerder klein. We streven ernaar om de exposities zowel op het gelijkvloers als op de eerste verdieping te laten plaatsvinden. De 4.000 kunstwerken bevinden zich in de reserves van het museum. Het museum promoot de outsiderkunst, wat valt daaronder? De term outsiderkunst is de Engelse vertaling van Art Brut en werd voor het eerst gebruikt door Roger Cardinal, ter gelegenheid van de tentoonstelling Outsiders die in 1979 in Londen georganiseerd werd. Jean Dubuffet, die de term Art Brut uitvond, gaf er in 1945 een definitie aan: Art Brut is reflexief en is in

geleide ontwikkeling. In het museum stellen we werken van kunstenaars tentoon die zich, bewust of onbewust, buiten het officiële en institutionele circuit van de kunst bevinden. In het algemeen worden de outsiders niet door een galerij vertegenwoordigd. Ze zijn autodidact en kunnen verbonden zijn aan een kunstatelier voor mensen met een mentale handicap of personen die opgenomen zijn in een psychiatrische instelling. Ze volgen min of meer geobsedeerd hun eigen vormtaal en thematiek.

Het is een plezier om te werken in de Hoogstraat en in de Marollen

Zijn er werken van bekende outsiders in de permanente collectie? Er is werk aanwezig van Madge Gill, een Engelse outsider en visionaire kunstenares. Aloïse Corbaz, een Zwitserse outsiderkunstenares die deel uitmaakte van de eerste collectie psychiatrische kunst van Jean Dubuffet, is eveneens vertegenwoordigd. Bij de sterren onder de outsiders vinden we creaties van onder meer André Robillard en Serge Delaunay terug. Organiseren jullie tentoonstellingen aan de hand van thema’s? Ja, onze tentoonstellingen kunnen the-


Résumé

© KATRIEN COLENBIE @STADSBIOGRAFIE

matisch of gerelateerd zijn aan collecties. In 2018-2019 was er de tentoonstelling Les femmes dans l’Art Brut, daarin werden werken en portretten van vrouwen getoond die de plaats van de vrouw in de Art Brut in vraag stellen. In de merkwaardige tentoonstelling Le Cœur au ventre werd het interieur van het huis van de familie Oster nagebouwd. Als gepassioneerde collectioneurs, talentontdekkers en galerijhouders leefde die familie tussen een grote verzameling Art Brut werken. De tentoonstelling beschreef de unieke onderdompeling in de wereld van deze discrete verzamelaars. Er is ook een boek gepubliceerd naar aanleiding van het tienjarig bestaan? In het boek worden de verzameling van het museum en zijn kunstenaars, doorheen zijn geschiedenis maar ook beschouwingen, getuigenissen en anekdotes voorgesteld. De catalogus toont zo'n tweehonderd werken van outsiderkunst uit de collectie. Het zijn unieke creaties ontworpen door autodidactische kunstenaars met een overvloed aan inventiviteit. Het boek stelt eveneens de eigenheid van de Art Brut in België in de kijker en is in het museum aan 30 euro verkrijgbaar.

Kan je meer vertellen over de expositie Chanson d’ amour/Liefdeslied die in mei van start gaat? In deze tentoonstelling zetten we de klankcreaties van outsiders in de kijker. Hun muziek is minder bekend bij het publiek dan hun beeldende kunstwerken. De rauwe underground muziek is overvloedig aanwezig, raakt alle stijlen en is erin geslaagd zichzelf bijna buiten het bereik van de vermeende goede smaak te houden. Via het naïeve liefdeslied nodigen we je uit in de unieke wereld van deze grootmoedige muzikanten. Wat valt er zoal te beleven? De expo toont opnames, songteksten, albumhoezen, schilderijen… Een performance/concert van de Tsjechische geluidskunstenaar Petr Válek staat speciaal op het programma, maar ook een concert van de Belgische pianist Donatien Tomandini, die artiest is aan de Brusselse Creahm, dat staat voor creativiteit en mentale handicap. Het Belgische trance-rock duo La Jungle zal een project organiseren rond grafische- en klankexperimenten, met een tiental outsiderartiesten. Horen er ook workshops voor volwasse-

FRAGMENT UIT CHANSON D’AMOUR!: WERK VAN PASCAL ROUSSEL © ZONE ART

nen en kinderen bij de tentoonstelling? In samenwerking met plaatselijke scholen en verenigingen organiseren we bij elke tentoonstelling workshops. Op dit moment werken we aan een catalogus waarin buurtbewoners de kunstwerken van het museum omschrijven aan de hand van hun persoonlijke interpretatie en kennis. Voor de -12 jarigen zijn er binnenkort klei- en lichtworkshops voorzien. Er is steeds pedagogisch materiaal ter beschikking bij deze activiteiten. De laatste vraag, neem je regelmatig de bus aan de halte Sint-Pietersziekenhuis? Neen, ik woon niet zo ver hiervandaan en kom te voet naar het werk. Voor ons is het wel een voordeel dat de bussen vlak aan de ingang halt houden. De mensen die wachten zijn nieuwsgierig naar wat hier achter de vensters gebeurt en kijken geïnteresseerd naar binnen.

Vriendelijk bedankt voor het gesprek, Marcelline. Hopelijk geniet je snel van Brussel zonder lockdown.

Art et marges museum, Hoogstraat 314, 1000 Brussel www.artetmarges.be

Marcelline Chauveau Nov est responsable de la communication au Art et marges musée qui se trouve dans la rue Haute à côté de l'arrêt du mois. Le musée promeut l'art outsider et questionne l'art et ses limites. Il s'agit d'une collection d'œuvres d'art constituée depuis les années 1980 et composée d'œuvres d'artistes autodidactes et de personnes rattachées à un atelier d'art pour personnes souffrant d'un handicap mental ou admises dans une institution psychiatrique. Marcelline vit en Belgique depuis un peu plus d'un an et découvre peu à peu Bruxelles. Le vrai Bruxelles vivant, elle ne l'a pas connu jusqu'à présent, ce qu'elle regrette bien entendu. Art et marges existe depuis plus de 10 ans et est reconnu comme musée par la Fédération Wallonie-Bruxelles. Cette reconnaissance a été très importante pour le fonctionnement du musée. Le terme outsider art est la traduction anglaise de Art Brut. La définition d’Art Brut est fluctuante et évolutive. Les artistes sont en dehors des circuits officiels et institutionnels. Ils sont autodidactes et peuvent être participants à des ateliers pour personnes porteuses de handicap. Dans la nouvelle exposition Chanson d'amour!, le musée met en lumière les créations sonores de ces artistes outsiders. Leur musique est moins connue du public que leurs œuvres d'art visuel. La musique underground brute est abondante, touche à tous les styles et a réussi à se maintenir presque hors de portée du prétendu bon goût. L'exposition se tiendra du 6 mai au 26 septembre.

7


BRUSSELSE ARCHITECTUUR >KLIMAATPLAN

Enkele jaren geleden (2017-2019) werd een deel van de sociale woningen van de Krakeelwijk ingepakt, geïsoleerd en correct geventileerd. Een architecturaal opvallende renovatie. De blokken die dateren van begin jaren zeventig, voor de oliecrisis, waren het product van zeer speculatieve en weinig energetisch doordachte concepten. De technische uitwerking werd toentertijd ten onrechte overgelaten aan de aannemers die alleen een maximaal gewin voor ogen hadden en lustig experimenteerden met primitieve vormen van prefabricatie. Zo waren de betonnen buitenwanden van de Krakeeltorens slechts 15 centimeter dik en slechts geisoleerd met 5 centimeter “isomo”. De pseudo balkons, vast gegoten aan de vloerplaten, werkten feitelijk als koelribben op het gebouw. Geen wonder dat 15 jaar geleden verschillende van deze appartementen al onbewoonbaar waren omwille van condensatie en vocht. Deze situatie waarbij de sociale huurders dikwijls een veelvoud van hun huur betaalden aan stookkosten is vandaag uiteraard niet meer houdbaar. De stad en de Brusselse Woning (vroeger Brusselse Haard) ontwikkelden dan ook een plan om alle sociale woningen grondig te isoleren en op een laag energiepeil te brengen. Dit kadert in het algemene Klimaatplan1 van de stad. Budget voor de Brusselse Woning bedraagt 74 miljoen. In de Marollen tellen we bijna 1.800 sociale woningen, waarvan een aantal al ingepakt of grondig gerenoveerd zijn (naar schatting +/- 500). Het huidige 8

plan gaat over een kleine 400 woningen. Er blijven dus nog veel meer woningen over die zullen moeten aangepakt worden maar waar andere problemen opduiken en waarvoor andere middelen zullen gezocht moeten worden. Sommige gebouwen moeten middels een zware renovatie aangepakt worden, anderen stellen technische en esthetische problemen. De meest efficiënte manier om een gebouw energievriendelijk te maken is door het aan de buitenzijde te isoleren, voor gebouwen op de erfgoedinventaris zijn er begrijpelijk bezwaren vanwege Monumenten en Landschappen. We kunnen ons moeilijk inbeelden dat de historische Cité Hellemans, aan het Vossenplein, morgen in crépi wordt gezet waarbij alle sierlijke metselwerkkunst verdwijnt. Langs binnen isoleren is moeilijker omwille van de op te lossen koudebruggen en vooral omwille van ruimteverlies, want men moet ongeveer een isolatiemantel van +/- 20 centimeter voorzien. Hierdoor dreigen de kamers in vele projecten niet meer te beantwoorden aan de normen van bewoonbaarheid. Enige creativiteit zal nodig zijn om hiervoor oplossingen te vinden.

Stad en Woningmaatschappij nemen vandaag het voortouw om gebouwen aan te passen aan de klimaatdoelstellingen, hopelijk werken deze voorbeelden als stimulator voor privé-initiatieven. Het valt echter te vrezen dat ondanks campagnes en subsidies het voor privé-eigenaars niet zo eenvoudig is om aan de steeds strenger en ingewikkelder wordende normen te beantwoorden. Er zal meer nodig zijn dan een handvol gesubsidieerde raadgevende vzw’s om het gros van het woningpatrimonium energie zuinig te maken. De Marollen

tellen +/- 5.000 woningen, waarvan 36% sociale woningen Marcel Rijdams

www.brussel.be/sites/default/files/bxl/Klimaatplan_ Stad_Brussel.pdf

1

Foto’s: Marcel Rijdams en Wikipedia (Cité Hellemans)

Résumé

Il y a quelques années, une partie des logements sociaux du quartier de Querelle dans les Marolles étaient rénovés, isolés et correctement ventilés. Une rénovation architecturale remarquable. Ces blocs d’immeubles, qui datent du début des années 1970, sont le fruit de concepts énergétiques hautement

spéculatifs et mal conçus. L'élaboration technique a alors été laissée, à tort, aux entrepreneurs. Aujourd'hui, la ville et la société de logement prennent l'initiative d'adapter les bâtiments aux objectifs climatiques, en espérant que ces exemples serviront à stimuler les initiatives privées.


HALTE VAN DE MAAND >SINT-PIETERSGASTHUIS

Op 4 juli 1935 was het dan uiteindelijk zover: het nieuwe Sint-Pietersziekenhuis van architect Jean-Baptist Dewin werd eindelijk ingehuldigd. En daar mochten hoge gasten zeker bij aanwezig zijn: Koning Leopold III en Koningin Astrid waren van de partij, maar ook de burgemeester van Brussel Adolphe Max, de leden van de Commissie van de Openbare Onderstand, ambassadeurs uit Japan, Brazilië, Frankrijk, Zweden, Venezuela, Iran, Hongarije, Liberia, Colombia. Nederland stuurde zelfs baron Van Lynden, de vertegenwoordiger van het Nederlands ministerie van Financiën. Het was alsof de hele wereld dat jaar keek naar dat kleine maar vooruitstrevende landje aan de Noordzee. Op de Heizel kwamen God en klein pierke samen om zich te laven aan de wonderen van de vooruitgang zoals die uitgestald waren op de wereldtentoonstelling. En in de Marollen wilde België laten zien hoe vooruitstrevend zijn gezondheidszorg was. Maar de bouw van het nieuwe Sint-Pietersgasthuis was wel een lange en trage begankenis geweest. Dertien jaren waren nodig om het project tot een goed einde te brengen. België had ondertussen een nieuwe koning en dito koningin, er was een zware wereldwijde financiële crisis uitgebroken, in Duitsland was een fascistische partij aan de macht gekomen… Waarom had het allemaal zo lang geduurd voor Brussel zijn nieuwe ziekenhuis kon openen? Ten eerste zaten er vier spelers aan de onderhandelingstafel: de stad Brussel, de raad van de Commissie van Openbare Onderstand (de voorloper van het huidige OCMW), een universiteit (ULB) en last but not least, een Amerikaanse stichting, de Rockefeller Foundation. Het tweede probleem was dat deze vier partners het nagenoeg over alles oneens waren. In de jaren twintig was de vraag: moet het oude ziekenhuis

worden gerenoveerd of moet het helemaal worden platgegooid en vervangen door een nieuw ziekenhuis? Waar moest het nieuwe ziekenhuis komen? Op de plek van het oude of in de buurt van de ULB-campus in het Leopoldpark of op de Solbosch-site? Of nog oostelijker, ergens in Woluwe? Als het van dokter Antoine Depage afhing, de man die tijdens de Eerste Wereldoorlog wereldfaam genoot met zijn militair hospitaal L’Océan in De Panne, dan zou het ziekenhuis mogen komen op de nieuwe campus van de ULB in Etterbeek. Wat de site van het Sint-Pietersziekenhuis betrof: “Men zou er wel een pleintje van maken waar de kinderen uit de buurt van konden genieten”. Maar er waren nog vraagtekens: wie ging de dokters benoemen? En hoeveel bedden moest dat nieuwe ziekenhuis tellen? En wie zou dat allemaal betalen? En welke architect zou het nieuwe ziekenhuis mo-

gen bouwen? Victor Horta had zich al aangediend maar kreeg geen gehoor. Na heel wat gepalaver, talloze vergaderingen en verschillende plannen kwam men uiteindelijk tot een compromis. Het oude ziekenhuis uit de 19de eeuw was tot op de draad versleten en zou vervangen worden door een hypermodern exemplaar op dezelfde plek. De architect werd Jean-Baptiste Dewin. Het vierde plan van de architect zou het definitieve worden: de vorige waren te groot, te duur, te ingewikkeld en het idee om van het Brugmannziekenhuis in Jette een universitair ziekenhuis te maken werd definitief opgeborgen. De eerste steen werd officieel gelegd op zaterdag 1 juni 1929. Solvay kwam nog met extra geld over de brug en ook de Rockefeller Foundation bracht een subsidie aan van 250.000 dollar. Het was dan ook geen toeval dat het nieuwe Sint-Pietersziekenhuis in 1935 plechtig werd ingehuldigd op de Amerikaanse nationale feestdag. De voorzitter van de Commissie van Openbare Onderstand, de heer Goossens-Bara bracht in zijn speech hulde aan onze Amerikaanse vrienden: “Wij vieren als het ware met hen mee en spreken onze oprechte wensen uit voor de grootheid, de welvaart en de ontwikkeling van dit grote bevriende volk”. De voorzitter verwees ook naar de rijke geschiedenis van de site: het was op deze plek dat ooit een leprozerij had gestaan, onder Keizer Jo-

zef II was hier een modelgasthuis opgericht en Napoleon had er leergangen in de geneeskunde ondergebracht. Het koningspaar werd om elf uur in de Hoogstraat verwacht, maar kwam pas later omdat ze eerst nog het eeuwfeest van de Militaire School moesten vieren. Ze werden opgewacht door een koor van weesmeisjes uit het gesticht aan de Kortenberglaan. De mooiste ‘marketenster’ van de Marollen bood de Zweedse koningin een ruiker bloemen aan. Astrid en Leopold kregen een rondleiding door de nieuwe gebouwen en in de Wolstraat volgde nog een eerstesteenlegging van een ander sanitair com-

plex: het Bordetinstituut. In de steen waarop het jaar ‘1935’ was aangebracht was een koffertje bevestigd met daarin de oorkonde over de plechtigheid en twee zilveren muntstukken: een van 50 frank geslagen ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling en een stuk van 20 frank met de beeltenis van koning Leopold III. Het koninklijke duo werd nog voor hun vertrek warm toegejuicht door een menigte die in de Hoogstraat was samengetroept. Niemand kon toen bevroeden dat ze de koningin, die stralende Zweedse engel, voor het laatst hadden gezien … Stefan Moens 9


>STADSBERICHTJES HULDE AAN DE EERSTE LIJN! We zouden het niet over covid hebben… Maar een muurschildering ter ere van het frontlijnpersoneel konden we toch niet links laten liggen!

Het gaat om een fresco van 22 meter lang en 6 meter breed, aangebracht op de muur van een gebouw van het OCMW van de Stad Brussel in de Abrikozenboomstraat 7, direct zichtbaar vanaf de Hoogstraat in de buurt van het Sint-Pieterhospitaal. Het werk heeft als titel Entre Aide/ Wederzijdse Hulp en is met opzet heel kleurrijk gemaakt, zonder de ernstige gevolgen van de crisis uit het oog te 10

verliezen. Het werd gemaakt door het Collectief 7e Gauche – samengesteld uit Céleste Gangolphe, Florianne Mandin en Mathieu Mary – op initiatief van Visit.Brussels, in samenwerking met het OCMW van de Stad en het Sint-Pietersziekenhuis. De makers zijn geslaagd in de uitdaging dit thema met poëzie, zachtmoedigheid en dynamiek te interpreteren. Tegelijkertijd benadrukken ze de realiteit van de dagelijkse strijd tegen de pandemie, zonder de slachtoffers van het coronavirus te vergeten. Het werk sluit zich aan bij het Street Art PARCOURS van de Stad Brussel en is bedoeld als getuigenis van de geest van solidariteit, medeleven en doorzettingsvermogen tegenover de tegenspoed waarmee elke beroepsgroep te maken heeft. De inhuldiging was gepland op 7 oktober 2020, maar is uitgesteld naar een latere datum, wanneer het virus tot bedaren zal gebracht zijn. Het mag nog wel eens: steun voor de eerstelijn, zowel in de ziekenhuizen als in de OCMW’s, in deze tijden van wanhoop. Hulde aan de toewijding en de volharding van alle beroepen die dagelijks bezig zijn om iedereen geleidelijk aan uit deze gezondheidscrisis te loodsen. Als straatkunst toegankelijk voor iedereen: de voorbijganger wordt zichtbaar herinnerd aan het opmerkelijke werk van deze teams. Of: hoe er in moeilijke tijden dus ook schoonheid kan ontstaan!

OORSPRONKELIJKE GEBOUWEN SINT-PIETERSZIEKENHUIS WORDEN ERFGOED

© SINT-PIETERSZIEKENHUIS

Wie het Sint-Pietersziekenhuis in de Hoogstraat, hartje Marollen binnenloopt, ontdekt een kleine stad in deze volkse wijk. Het oorspronkelijke ziekenhuis werd tussen 1929 en 1939 in Art-decostijl gebouwd door architect Jean-Baptist Dewin. Deze architect was gespecialiseerd in ziekenhuisgebouwen maar bouwde onder meer ook het gemeentehuis van Vorst. In de loop

der jaren werd het hoofdgebouw van het Sint-Pietersziekenhuis afgebroken. Begin jaren ‘90 werd gestart met grote reconstructiewerken. Deze zijn binnenkort afgelopen. Wat overblijft van de oorspronkelijke gebouwen, de verpleegstersschool, het administratieve gebouw en het inkomgebouw, wordt erkend als Brussels erfgoed.

ZE BLIJVEN! Het Ninoofseplein ligt niet meteen vlakbij de Halte van de Maand van deze Vijfhoek, maar als het goed nieuws is, dan maken we daar graag plaats voor. Het is al langer geweten dat het Ninoofseplein wordt heraangelegd. Bij de eerste plannen werd gemeld dat de zes oude lindebomen op het plein te ziek waren om ze te kunnen behouden en dat ze dus zouden gekapt worden. Dat leidde tot stevig en aanhoudend protest van buurtbewoners. En tot een nieuw onderzoek van de bomen. Wat blijkt nu? De zes mooie bomen zijn toch niet zo erg ziek. Ze worden niet gekapt! De heraanleg van het plein is voorzien voor september en zou zo’n zes maanden duren. Met de vernieuwing van de nutsvoorzieningen werd reeds gestart. Het plein wordt een woonerf waardoor voetgangers er steeds voorrang zullen hebben. De parkeerplaatsen aan de binnenkant van het plein verdwijnen. De erg mooie Magrittefontein krijgt een meer centrale plaats. Er komen ook bijkomende bomen en zitbanken. Het plein loopt door over de kinderfonteintjes tot aan de tolhuisjes van de Ninoofsepoort. Nu al is het een grote open ruimte met zicht op het tegenoverliggende park. Mooi! Stadsberichtjes door Nora De Kempeneer en Greet Callaerts


>GEMEENTERAAD: BEZETTING PACHECO-INSTITUUT De gemeenteraadszitting van 29 maart 2021 start met een burgerinterpellatie van het collectief Solidaire Opvordering. Deze organisatie komt op voor het recht op wonen van daklozen, kwetsbare personen en mensen zonder papieren. Op vrijdag 26 februari werd het Pacheco-instituut in de Grootgodshuisstraat bezet met de bedoeling er 450 mensen in onder te brengen. Op vraag van het OCMW, eigenaar van het gebouw, maakte de politie een einde aan de bezetting. De woordvoerster van het collectief meldt dat er verschillende malen aan het stadsbestuur gevraagd werd het gebouw, dat sinds 2017 leeg staat, ter beschikking te stellen. Dit werd telkens geweigerd. Uiteindelijk besliste het collectief het gebouw te bezetten. De woordvoerster vervolgt dat het Pacheco-instituut dienst deed als rust- en verzorgingstehuis en bijgevolg geschikt is om te bewonen. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zegt ze, telt momenteel 5.313 daklozen waarvan 900 kinderen. Ze is geschokt door de houding van het stadsbestuur, dat het recht op wonen blijkbaar niet als prioritair beschouwt. Ten slotte vraagt ze dat leegstaande gebouwen, eigendom van de stad en het OCMW, ter beschikking zouden gesteld worden als woningen. Voorzitter van het OCMW, Khalid Zian (PS) antwoordt dat hij bereid is tot dialoog met burgerbewegingen. Hij somt op wat het OCMW al gerealiseerd heeft in verband met al dan niet tijdelijke bewoning. Er bestaan plannen voor het

Pacheco-instituut, er worden 150 woningen voorzien in het kader van een intergenerationeel project. De werken zullen ten vroegste op het einde van het jaar 2023 van start gaan. De OCMW-voorzitter heeft laten onderzoeken of het gebouw geschikt zou zijn voor tijdelijke bewoning. Om het nu veilig instapklaar te maken zou een budget van 1 miljoen euro nodig zijn, een te hoog bedrag voor een tijdelijk project van 2 jaar. Wellicht kent u de Grétryresidentie, gelegen op de Anspachlaan 5-23. Het is een stadseigendom met heel wat appartementen die uit de jaren 70 van de vorige eeuw dateren. Sinds de aanleg van de voetgangerszone is dit gebouw uitgebreid met handelszaken. In 2017 heeft de stad hiervoor een erfpacht toegekend aan de NV Shopping Grétry. Erfpacht is een zakelijk recht dat de erfpachter toelaat het volle genot te hebben van een onroerend goed dat aan iemand anders toebehoort. Schepen van stedenbouw Ans Persoons (Vooruit) legt uit dat er beroep is gedaan op NV Shopping Grétry om de juiste handelszaken te vinden voor deze plek in de voetgangerszone. In ruil moet de NV € 312.500 stedenbouwkundige lasten betalen aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat dit bedrag overmaakt aan de stad. Het college van burgemeester en schepenen heeft beslist deze som uit te geven aan de heraanleg van de Sint-Katelijnestraat. Gemeenteraadslid Riet Dhont (PTB* PVDA) herinnert de schepen eraan dat eerder beslist werd om dit bedrag te besteden aan de bouw van een politie-

commissariaat in de voetgangerszone. Verder stelt ze dat haar partij sinds de eerste gemeenteraadszitting vraagt om in de voetgangerszone een lokaal ter beschikking te stellen voor de bewoners. Schepen Persoons antwoordt dat het geld moet gebruikt worden voor een actueel project. Burgemeester Close (PS) heeft destijds beslist dat de voetgangerszone nood heeft aan meer politieaanwezigheid, geen politiekantoor. Gemeenteraadslid Dhont vindt het spijtig, een verloren kans. Ze voegt eraan toe dat ze bereid is een project uit te schrijven voor € 312.500. Daar kan je iets mee doen, zegt ze. Gemeenteraadslid Mathias Vanden Borre (NV-A) meldt dat in de week van 15-19 maart een ambtenaar van de dienst Burgerlijke Stand weigerde een kind met de voornaam Hannes in te schrijven. De naam zou te veel lijken op ânesse (ezelin). Deze informatie haalde hij uit een besloten facebookgroep. Het voorval is rechtgezet maar is geen alleenstaand geval, zegt hij. Hij noemt het 19e-eeuwse toestanden. Hij vraagt of er een tweetalige dienstverlening is bij de Burgerlijke Stand, zoals wettelijk verplicht. Welke namen worden als onaanvaardbaar beschouwd bij deze dienst, vraagt hij zich af. Ahmed El Ktibi, schepen van Burgerlijke Stand (PS) antwoordt dat hierover foutieve en ongecontroleerde informatie in de pers is verschenen. De vader van de pasgeborene is Franstalig, van Franse nationaliteit, en hij werd ontvangen door een Franstalige medewerker. Naar

© HET NIEUWSBLAD BEZETTING VAN HET PACHECO-INSTITUUT

verluidt sprak de vader de naam uit als Annès. De ambtenaar zei hierover opzoekingswerk te moeten verrichten, stuurde de kersverse papa naar huis en zou hem later contacteren. Waarom moest die man weggestuurd worden, vraag ik me af. De stadsbediende kon toch een telewerkende Nederlandstalige collega om raad vragen? Zou die ambtenaar een luiwammes zijn, of eerder een luiwammès? Ambtenaren kunnen geen namen weigeren. Enkel de schepen kan hierover beslissen. Namen die tot verwarring leiden, zoals een jongensnaam voor een meisje en vice versa, kunnen geweigerd worden. Ook belachelijke, absurde en schandalige namen worden niet aanvaard. Tot

nog toe heeft de schepen geen enkele naam geweigerd. Schepen El Ktibi maakt van de gelegenheid gebruik om de werknemers van de dienst Geboorte te steunen. De dienst verdient de kritiek niet en bovendien worden de ambtenaren hierdoor gedemotiveerd, aldus de schepen. Schepen Ans Persoons meent dat dit voorval op de dienst Burgerlijke Stand te herleiden valt tot een misverstand, een bagatel. Ze meldt dat de hele heisa haar wereldbeeld een beetje aangetast heeft. Ironisch bedoeld, dacht ik. Ze voegt eraan toe dat ze het meent. Ten slotte betreurt gemeenteraadslid Vanden Borre dat schepen El Ktibi hem enkel in het Frans heeft geantwoord. Mireille Willems 11


BERICHTJES VAN HIER EN GINDER VERENIGINGEN EN ACTIVITEITEN

COLOFON Werkten aan dit nummer mee: Grigore Ionita, Etienne Philips, Hanne De Nil, Nora De Kempeneer, Marcel Rijdams, Stefan Moens, Charles Six, Mireille Willems, Greet Callaerts, Katrien Colenbie en Johanna Jacobs.

PROJECTOPROEP STAYCATION BXL 2021

Foto’s: De Markten en ingezonden Lay-out en druk: Drukkerij Atlanta Schaffen Oplage: 4.500

Bezorg jij Brusselaars een onvergetelijke zomer in eigen stad? De VGC lanceert opnieuw een projectoproep voor een nieuwe editie van Staycation BXL en moedigt organisaties en Brusselaars aan om projecten in te dienen. Goedgekeurde projecten kunnen een subsidie tot 5.000 euro krijgen. Heb jij een idee dat valt onder: • plezier sportief: sport- en beweegaanbod • plezier artistiek: artistieke interventies van kunstenaars • plezier digitaal: creatieve online initiatieven die de Brusselaars verstrooien • speelplezier: initiatieven voor kinderen en jongeren die aanzetten tot spel en plezier Dien dan voor 5 mei je project in. Alle info kan je vinden op www.staycation. brussels. 12

Advertentiewerving: De Markten, 02 512 34 25, demarkten@demarkten.be

BruZelle zamelt maandverband in voor menstruerende personen in precaire situaties of die leven op straat. Vanaf nu kan je in elk gemeenschapscentrum individueel verpakte maandverbanden doneren in een inzamelbox voor Bruzelle. Deze actie loopt alvast tot 31/08/2021. Samen tegen menstruatie armoede.

Verantwoordelijke uitgever: Isolde Boutsen De Vijfhoek is het maandblad van De Markten, Oude Graanmarkt 5, 1000 Brussel, 02 512 34 25, demarkten@demarkten.be, www.demarkten.be www.facebook.com/demarkten.brussel 0448.654.692 RPR Brussel

Met de steun van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. De Markten maakt deel uit van N22, het netwerk van de 22 Brusselse gemeenschapscentra. Steun De Vijfhoek: Uw steun blijft welkom op rekeningnummer BE62 4331 1470 6161 van De Markten met vermelding "steun De Vijfhoek". Voor het juni-julinummer van De Vijfhoek zijn teksten en aankondigingen welkom tot uiterlijk 10 mei. Artikelwerving: De Markten, 02 512 34 25, demarkten@demarkten.be De redactie behoudt zich het recht voor om teksten in te korten of aan te passen. Openingsuren onthaal: maandag tot vrijdag van 9 tot 17u. De Markten is gesloten op zaterdag 1 mei, donderdag 13 mei, vrijdag 14 mei, zondag 23 mei en maandag 24 mei.

Wie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest woont, kan De Vijfhoek gratis ontvangen. Woont u buiten Brussel? Dan krijgt u De Vijfhoek door € 12,50 over te schrijven op rekeningnummer BE62 4331 1470 6161 met de vermelding van 'Abonnement De Vijfhoek'. Wist je dat je al onze publicaties ook online kan bekijken? Surf naar www.demarkten.be/publicaties. Wil je onze e-nieuwsbrief ontvangen? Mail naar demarkten@demarkten.be of schrijf je in op www.demarkten.be. De Markten respecteert je privacy. Je contactgegevens gebruiken we uitsluitend om je De Vijfhoek toe te zenden en je op de hoogte te houden van eigen activiteiten van Gemeenschapscentrum De Markten en aanverwante organisaties in de Vlaamse gemeenschap te Brussel. Je kan op elk moment een adreswijziging doorgeven of aangeven dat je onze informatie niet langer wilt ontvangen via demarkten@demarkten.be of De Markten, Oude Graanmarkt 5, 1000 Brussel. Voor meer informatie over je overige rechten conform de privacywetgeving, raadpleeg www.demarkten.be/uw-privacy.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
De Vijfhoek mei 2021 by De Vijfhoek De Markten - Issuu