Skip to main content

dS Weekblad

Page 1

Z at e r dag 2 2 o k t o b e r 2 0 1 6 n r . 2 7 0

Noodkreet uit de autopsiekamer

‘De helft van de vastgestelde doodsoorzaken is fout’

ForeNsisch patholoog FraNk vaN der goot

1

ds WEEKBLAD


DO 27 T/M ZA 29 OKT 16

festival uit het Noorden

DO 27 OKT 2016

NEON DANCE Empathy BAROKKSOLISTENE The image of melancholy TERJE ISUNGSET IJsconcert VR 28 OKT 2016

VERNERI POHJOLA QUARTET + ODDARANG

Geysir © The Icelandic journey

ZA 29 OKT 2016

HET HOUTEN HUIS, OORKAAN & NORDLAND VISUAL THEATRE Onbekend land (6+) POST UIT HESSDALEN, MUZIEKTHEATER TRANSPARANT & WINTERVUUR Poolnacht EXEC + SØREN JUUL + LIIMA

WWW.CCHA.B E


Inhoud ‘Wie een bericht twee dagen onbeantwoord laat, is geen casanova maar een botterik – en afgeschreven’

4

DE WERELD IN BEELD Jan Desloover selecteert

8

DE REKENMEESTER Marc Reynebeau verbetert het nieuws

9

DANIËL

10

DE BUITENLANDER Genocideontkenner Mladen Grujicic

11

EVA'S GEDACHT

12

ZEER KORT VERHAAL A.L. Snijders

13

SI & LA Bernard Dewulf

14

AUTOPSIE, IEMAND? We weten niet waaraan we sterven

20

BOULEVERSÉ De man die werk vond

22

HANS BRUYNINCKX 24 uur in het spoor van de groene waakhond

28

WIR SCHAFFEN DAS, DE PRAKTIJK Bij de vluchtelingenwerkers achter de slogan

34

BEELDVERHAAL WILL STEACY De deadline van The Philadelphia

Verleiden in smartphonetijden Blz. 40

MARTYN F. OVERWEEL

Inquirer

40

SMARTPHONELOVE ‘De verliefde is een aandachtsjunkie geworden’

46

BLOGGER MOHAMED OUAAMARI ‘Deradicaliseren? Daar geloof ik niet in’

50

PUZZELS

52

HEAR HIER Wat u deze week niet mag missen

54

HIT & RUN Beeldauteur Klaas Verplancke

56

TV Waar u niet naast kunt kijken

58

ALTIJD ERGENS, ALTIJD IETS Michiel Hendryckx

DS WEEKBLAD 3


De wereld in beeld

4

DS WEEKBLAD

J A N D E S L O OV E R


ONDERGRONDS VERZETJE

EPA

Arbin, een buitenwijk van Damascus die nu nog in handen is van rebellen. Dat rad zal toch niet op motorkracht draaien? Wil je in de kapotgeschoten stukken van Syrië stroom, dan heb je een generator nodig. Doen ze draaien op van die zelfgestookte diesel. Het zou niet te harden zijn, in die kelder. Want we zitten onder de grond. In Childhood Land, een mini-amusementspark, anderhalf jaar geleden ontworpen door ene Yassen, een plaatselijke architect. Hij kan niet met zijn familienaam in de media – ook kindervertier bedenken doe je in deze oorlog niet ongestraft. ‘We kunnen hen geen voedsel of snoep geven, maar misschien wel een klein beetje plezier’, zegt Yassen. ‘Het helpt ook de ouders. Hun zoon of dochter nog eens zien lachen, dat is onbetaalbaar.’ Ineens dringt het refrein van Willy Alberti’s ‘Glimlach van een kind’ zich op. Nooit gedacht dat dat onding ons tot ontroering kon bewegen. Maar hoe draait dat rad? We gokken op Yassen of een van zijn vrienden. Zo nu en dan een stevige haal aan dat ding. Zalig gevoel.

DS WEEKBLAD 5


RUSBAL Een deel van het Russische wapenarsenaal is onklaar te maken met een speld. Het megalomane mannetje Poetin kan natuurlijk nooit zoveel zwaar geschut in stelling brengen als hij zou willen, daarvoor is zijn economie te ellendig. Opblaasbare versies dan maar, om vijandige satellieten te misleiden. Superhandig, deze S-300luchtdoelbatterij: zet je in vijf minuten op, loopt nog sneller leeg, past in twee grote rubberen tassen. De fabrikant is Rusbal, een bedrijf dat normaliter luchtballonnen maakt. Nog in het gamma: opblaasbare SU-27-straaljagers, T-72-tanks en Tochka U-raketsystemen. Je krijgt er ook een apparaat bij dat verschillende soorten nep-bandensporen op de grond trekt. Het is allemaal tĂŠ krankzinnig om echt hilarisch te zijn.

6

DS WEEKBLAD


ALEX JEVON / BARCROFT IMAGES

AUSTIN THOMAS / BARCROFT IMAGES AUSTIN THOMAS / BARCROFT IMAGES MICHAEL ERWIN / BARCROFT IMAGES

SO YOU THINK YOU’RE HUMAN Deze week werd niet alleen de Wildlife Photographer of the Year gekozen; ook werden de finalisten bekendgemaakt in de humoristische pendant, de Comedy Wildlife Photography Awards. Antropologisch een stuk interessanter. Het recept voor succes is onmiskenbaar: hoe harder het subject zijn dierlijke zelf overstijgt en in de buurt van de homo sapiens komt, hoe beter. Het is circus in fotoformaat. Als we de rollen en camera’s nu eens omkeerden: het meest beestachtige mensenbeeld wint. Meer dan kanshebbers genoeg. Weinig comedy wel.

DS WEEKBLAD 7


De Rekenmeester

STEPHANIE VERBRAEKEL

Marc Reynebeau verbetert het nieuws

‘Factcheck: Minister Muyters maakt jongeren duurder’ WEBSITE PHILIPPE MUYTERS, 19/10 Oudere lezers herinneren het zich vast. Ooit waren ministers te vertrouwen, als ze iets zeiden. We geloofden die mensen. Tot Yves Leterme ons op het hart drukte dat we daar maar beter mee ophielden. We geloofden hem. Maar hij was wel de laatste! De media vonden toen een nieuw format uit, de factcheck. Rekenmeesters pluizen cijfers tot ver na de komma uit, om leugens van halve waarheden te onderscheiden, want de macht en de politiek spellen ons maar wat op de mouw. En daar hebben we bijlange nog het einde niet van gezien. Ietwat doelloos struinend door het internet belandden we deze week op de website van Vlaams minister Philippe Muyters. En warempel, daar stuitten we op... een factcheck! De macht en de politiek slaan nu ook zelf aan het narekenen. Welnu, zegt Muyters, het is niet waar wat de oppositie beweert, dat, sinds hij in 2009 minister werd, het aantal

8

DS WEEKBLAD

werkzoekende jongeren is verdubbeld. Bronnen of definities geeft Muyters niet bij zijn cijfers, maar hij meldt wel dat in de zeven jaar dat hij aan de slag is, het aantal werkzoekende jongeren gestegen is van 45.344 tot 45.760. Muyters heeft gelijk, een verdubbeling is dat allerminst. Waarom komt ons nu plotsklaps een dode mus voor de geest? Wel, omdat Muyters toegeeft dat zijn beleid over die zeven jaar in het geheel niets heeft opgeleverd. Integendeel, er kwam nog bijna een procentje jonge werkzoekenden bij. Maar telt de minister wel alle jongeren zonder job of inkomen mee? En zijn ze allen laaggeschoold? Hoe zit het met wie is geschorst of in het leefloon is beland? Maar zie, nu zijn we bijna een factcheck aan het factchecken. En narekenen in het kwadraat is postmodernisme, daar kunnen we beter niet aan beginnen.


Moet het dus niet te dolletjes worden, dat van die laaggeschoolde jeugd die thuis met de duimen zit te draaien, moet iedereen wel ernstig nemen. Dus besliste de regering om het minimumloon voor jongeren te verlagen. Een minimum dat nog verder smelt, dat wordt wel heel weinig. In de logica van de Nederlandse taal is dat zelfs onmogelijk. En inderdaad, het duurde niet lang of daar doken de problemen op. Eerst beloofde de regering dat ze ‘er alles aan doet om de impact op de nettolonen te minimaliseren’. Vertaling: ze zou eens kijken of ze de schade kon beperken. Die fameuze zondag dat ze dan toch met haar begroting naar de Kamer trok, zei de regering bij monde van premier Charles Michel iets anders: dat alleen het brutoloon krimpt, terwijl het nettoloon onveranderd blijft. Wie heeft nu gelijk: de regering of de regering bij monde van de premier? Het antwoord staat te lezen in het ontwerpbegrotingsplan dat de regering bij de Europese Commissie heeft ingediend. Daarin zegt ze dat ze van plan is – even de adem inhouden – ‘om het nettosalarisverschil dat te wijten is aan de degressiviteit te neutraliseren door een vermindering van de persoonlijke fiscale druk op deze verloning, onder meer via een uitbreiding van de Wie heeft nu gelijk: sociale en fiscale werkbonus’. Hoe dan ook, de regering de regering of de wil werkgevers kietelen om regering bij monde laaggeschoolde jeugd aan te van de premier? werven, door werkkrachten te leveren die bruto minder kosten, terwijl die jongeren netto wel evenveel krijgen. Dat kan alleen als de staat opdraait voor het verschil. De regering bedacht dus een nieuwe subsidie voor de bedrijven, zijnde extra uitgaven en/of minder inkomsten voor de overheid. Hoewel. Verder in dat ontwerpbegrotingsplan, in tabel 10, staat dat de ‘starterjobs’ de staatskas toch geld opbrengen. Ze zijn goed voor een besparing van 20 miljoen euro. Zo houdt de ellende niet op. Misschien is die 20 miljoen wel een terugverdieneffect: ex-werklozen hoeven geen uitkering en brengen zelfs een beetje belastingen op. En hoeveel van die jongelui kunnen dan dankzij dat verlaagde minimumloon extra aan de slag? Het enige cijfer daarover stond dinsdag in de krant De Tijd: 1.000 (duizend). Ter herinnering: alleen in Vlaanderen zijn er, dixit Muyters, al 45.760 jonge werklozen. Tel de Waalse en Brusselse erbij en geen procent van hen zal dus wat hebben aan dat verlaagde minimumloon. En hoe die duizend man, werkbonus en zo nog ten spijt, de staat 20 miljoen kunnen opbrengen, 20.000 euro per stuk dus, is al helemaal een raadsel. Dat is meer dan ze zelf in een vol jaar in hun loonzakje krijgen. Misschien ligt de oplossing elders. Wat als de regering het probleem eens bij de wortel aanpakte: in het onderwijs? Het is een oud zeer dat scholen er maar niet in slagen om te voorkomen dat zoveel jongeren er zonder diploma uitstromen. Hoewel, wie heeft dan nog trek in een hamburgerjob?

DS WEEKBLAD 9


AFP

Buitenlander van de week

MLADEN GRUJICIC De burgemeester van Srebrenica die de genocide ontkent Scheikunde is de kunst van het scheiden – het opsplitsen van materie in onderdelen: dat streven maakt van chemici niet meteen de aangewezen personen om moeilijk bestuurbare regio’s te leiden. Elio Di Rupo was niet zeer succesvol in het bijeenbrengen van Vlamingen en Franstaligen, maar wat Mladen Grujicic zal distilleren uit het explosieve Srebrenica, belooft nog veel minder goeds. Chemieleraar Grujicic (34) is, na veel geruzie over de resultaten, verkozen tot burgemeester van de stad waar in 1995 het grootste Europese bloedbad sinds de Tweede Wereldoorlog plaatsvond. Servische milities maakten toen 8.000 moslimmannen en -jongens van kant. Het drama leidde wel tot een grotere inspanning van de Navo om een einde te maken aan de burgeroorlog, en tot een vredesakkoord vijf maanden later.

10

DS WEEKBLAD

Verschillende internationale gerechtshoven hebben klaar en duidelijk vastgesteld dat de milities destijds hun beulenwerk uitvoerden met als doel de moslimbevolking in hun land uit te roeien of te decimeren: genocide dus. Radovan Karadzic, toen de politieke leider van de Bosnische Serviërs, werd eerder dit jaar tot 40 jaar celstraf veroordeeld door het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag. De slachtoffers hebben daarop ruim twintig jaar moeten wachten, en wachten nu nog langer op een arrest over de militaire leider, Ratko Mladic. Geduld wordt uiteindelijk beloond, horen ze al jaren. In dat licht is het wel erg wrang dat Srebrenica voor het eerst sinds de burgeroorlog een Servische burgemeester heeft – eentje die nota bene betwist dat er ooit een genocide heeft plaatsgevonden. Het bloedbad erkent hij wel – hoe zou dat te ontkennen zijn met al die overvolle kerkhoven – maar niet de


intentie om een genocide aan te richten. Grujicic negeert gewoon de internationale rechtspraak. De vredesakkoorden van Dayton deelden BosniëHerzegovina destijds op in een Servische en een moslimKroatische federatie – losjes bijeengehouden door een zwakke federale regering in Sarajevo. Srebrenica ligt in de Republika Srpska, het Servische deel. Van de 7.500 inwoners vandaag is 55% etnische Serviër en 45% moslim. Die laatsten zijn dus in de minderheid, want de doden stemmen niet. (Op die kerkhoven liggen trouwens nog lang niet alle 8.000 slachtoffers. Kort voor de wapenstilstand groeven de Servische milities nog snel lijken op om die elders te herbegraven en zo minder schuld op hun schouders te halen. Veel van die lijken zijn nooit teruggevonden.)

EVA’S GEDACHT

FAN VAN KARADZIC

Vanaf het jaar 2000 begonnen veel moslims – vooral oudere vrouwen die dicht bij de graven van hun kinderen wilden wonen – terug te keren naar Srebrenica. Dat verklaart waarom ze ondanks dat bloedbad toch opnieuw 45% van de bevolking uitmaken. Maar waar uit pure schroom het samenleven de voorbije jaren nog redelijk liep, lijkt de vlam nu in de pan te slaan. Grujicic behaalde 54 procent van de stemmen. Na ‘Ik heb toch ook zijn overwinning zei hij wel metmijn vader verloren een dat hij wil voortwerken aan in dat bloedbad’, zegt het gemeenschappelijke belang en Grujicic. Ja, maar hij de bladzijde wil omslaan – ‘Ik heb was wel de agressor tenslotte zelf mijn vader verloren in die burgeroorlog’. Maar aan moslimzijde heerst er bijzonder weinig vertrouwen in die woorden. Grujicic staat al jaren bekend om zijn grote sympathie voor zijn idool, Radovan Karadzic. En die vader van Grujicic, tja, die behoorde wel tot die wrede milities. Bovendien zegt de nieuwe burgemeester dat de Serviërs gediscrimineerd worden, en dat hij niet gelooft in een genocide zolang het tegendeel niet bewezen is. (Het is overigens alleen door een veto van Serviës oude bondgenoot Rusland dat een VN-resolutie over die genocide werd verworpen.) Voor de moslims in Srebrenica wordt het leven er niet makkelijker op. Vroeger moesten ze er gewoon mee leven dat ze dagelijks op weg naar de bakker mensen tegenkwamen die medeverantwoordelijk waren voor het bloedbad. Met een burgemeester die de genocide niet erkent en warme gevoelens koestert voor Karadzic, zijn ze bang dat binnenkort ook de jaarlijkse herdenking van het bloedbad op het kerkhof verboden wordt – en erger. ‘Wij verliezen Srebrenica voor de tweede keer’, klagen overlevers van het bloedbad van 1995. Als er van die scheikunde maar geen explosies komen. Steven De Foer

DS WEEKBLAD 11


De Poolse schrijver Zbigniew Herbert (1924 -1998) heeft een boek geschreven over Holland in de Gouden Eeuw, hij is een kenner. De titel is De bittere geur van tulpen en het bestaat uit zes essays en tien apocriefe verhalen. Het essay over de tulpenmanie is volkomen onbegrijpelijk. De tulp die aanvankelijk gewoon een plant is zoals de andere planten, verandert in de laatste decennia van de zestiende eeuw in een begerenswaardig, bijna onbetaalbaar object. Achteraf zijn er veel plausibele oorzaken bedacht, rationele en irrationele, maar het echte, bevredigende antwoord is nooit gegeven. Aanvankelijk is de tulpenbol een paar cent waard, maar algauw is hij onbetaalbaar. Onbetaalbaar is een vaag, geruststellend woord, dat gewekt kan worden met een opsomming. In de begintijd van de onverwachte razernij worden voor één tulpenbol de volgende landbouwproducten gegeven: 2 karrenvrachten tarwe / 4 karrenvrachten rogge / 4 vette ossen / 8 vette varkens / 12 vette schapen / 2 vaten wijn /4 vaten van het beste bier / 1.000 pond kaas. Zbigniew Herbert voegt hier nog aan toe: ‘Aan al deze drank, voedsel en vettigheid werden nog een bed, kleding en een zilveren kelk toegevoegd.’ De rage eindigt in 1637 volstrekt onverwacht. Iemand die een bol gekocht heeft voor 1.500 florijnen, krijgt er de volgende dag niets meer voor terug. Er zijn vele plausibele verklaringen, maar niet één is bevredigend.

DIRK HUYGHE

Opsomming

COLOFON HOOFDREDACTEUR DE STANDAARD: Karel

Verhoeven | DS WEEKBLAD CHEF: Guinevere Claeys | ADJUNCT-CHEF: Griet Plets | EDITOR: Johan Faes Desloover | EINDREDACTEUR: Diebrecht De Smet | REDACTIE: Ann-Sofie Dekeyser, Steven De Foer, Annelien De Greef, Filip Rogiers | VORMGEVING: Gert Verbelen, Stephanie Verbraekel | WERKTEN MEE: Eva Berghmans, Frederik Buyckx, Tim Devriese, Bernard Dewulf, Michiel Hendryckx, Dirk Huyghe, Nikolai Linares, Eva Mouton, Martyn F. Overweel, Pascale Pettersson, Marc Reynebeau, A.L. Snijders, Will Steacy, Brecht Van Maele, Karel Vereertbrugghen, Ward Zwart | Advertentieregie: Ilse Baele, 02/467.24.27 | Hoort bij De Standaard, mag niet los verkocht worden. | Coverbeeld: Brecht Van Maele CHEF BEELD: Jan

12

DS WEEKBLAD


Oktober Ik ben zestien. Dat is veertig jaar geleden. Abba zingt ‘Dancing Queen’. De Viking 1 maakt zijn ‘zachte landing’ op Mars, zoals mijn hand voor het eerst op een begeerd lichaam. De zomer wordt bloedheet. Nadia Comaneci krijgt twee tienen. Buiten mijn weten om wordt Apple opgericht. Enzovoort.

History.

BERNARD DEWULF

Tussen onze hormonen en branie door kregen wij poëzie, stel u voor

Onsterfelijk ben ik. Op het veld, in de klas, over de hele verlichte wereldbol in de jongenskamer, in mijn verbeelding en soms schijnbaar in de feiten. Als ooit de wereld aan mijn zweetvoeten heeft gelegen, dan toen. Maar natuurlijk was er ook elke dag school. We schrijven het voorlaatste middelbaar. Dat heette toen nog ‘poësis’. Tussen onze hormonen en branie door kregen wij poëzie, stel u voor. Om de een af andere reden heb ik toen toch geluisterd alsof mijn leven ervan afhing. Van de middeleeuwen tot nu. Van de gelovige, zinnelijke mystica Hadewych tot de heidense, geile Hugo Claus. Van haar devote ‘De minne is al’ tot zijn ‘heidens altaar’ dat ‘ik met vingers van licht bespeel en streel’. Het ging er allemaal in als zoete koek. Meteen begreep ik ook het verschil tussen platonisch en lijfelijk. Beide ben ik blijven beoefenen. En toen kwam de leraar Frans binnen. Ik herhaal, wij waren jong, onoverwinnelijk en een open wonde. Hij was in onze snotjongogen oud, kaal, kortom een fossiel. Wij hadden een grote mond, desnoods in zijn Frans. Toch liet hij ons toen tegen beter weten in iets horen: een krassende plaat op zo’n platenspeler. Daaruit zong ene Jacques Brel. Veertig jaar later, in een oktober, krijgt ene Bob Dylan de Nobelprijs. Een literatuurprijs voor een zanger. En ik moet terugdenken aan toen. Toen die leraar in zijn woelige klas een adembenemend lied liet horen: ‘Les vieux’ van die Jacques Brel. Ik werd toen stil. Terwijl Bob Dylan zong dat ‘times they are a-changing’, bezong die Brel een heel andere tijd. Pas 34 beschreef hij al pijnlijk precies hoe het is om oud te zijn. Wij moesten het lied regel per regel ‘analy-

seren’, als was het een autopsie van onze toekomst. Intussen staat het op Youtube. In ‘Les vieux’, zo bleek, zouden wij, een leven later, nog slechts van ‘het bed naar het bed’ gaan, de klok horen tikken tussen ‘ja en nee’, alleen nog met ‘onze ooghoeken’ praten, zouden onze boeken ‘in slaap gevallen’ zijn en onze katten overleden. We zouden alleen achterblijven in ‘de hel’, ons verontschuldigen voor ons bestaan en dan ineens ‘veel te lang slapen’. Het was een verbijsterende tekst en het is niet niks, zo’n toekomstlied te horen als men zestien is. Uit de mond van een zwetende, koortsige zanger, die ons met zijn levensdrift tegelijk doorverwees naar ons genadeloze einde. Alsof hij er zelf al geweest was. Nog altijd ben ik die leraar dankbaar. Zonder dat hij het zelf wist, neem ik aan, heeft hij me toen in één les jaren wijzer gemaakt. In de taal, het leven, de tijd. En het einde. Twee jaar later is Brel zelf gestorven. Net geen vijftig. Het was toen, zoals nu, oktober. En elk jaar in oktober, sindsdien, luister ik weer eens naar hem. En mis ik hem, de Don Quichot die me onvergetelijk toezong: ‘Suivre

l’étoile / Peu m’importent mes chances / Peu m’importe le temps / Ou ma désespérance’.

Met één long heeft hij toen nog een schitterende plaat vol gezongen, Les Marquises. Hij brengt er uit volle kracht enkele van zijn prachtigste liederen. Nooit is hij ‘Les vieux’ geworden. En elk jaar in oktober ben ik blij dat ik nog niet kruip ‘van het bed naar het bed’. Dat de boeken nog niet slapen. Dat ik de klok nog hoor, zij het inderdaad dagelijks tussen ja en nee. Dat hij, Brel, de zanger, mij toen al, op mijn zestien, in de onsterfelijke jaren, met een kerf in de ziel heeft gewaarschuwd: luister, het zal niet blijven duren, lééf dus. Want zo meteen is er, in een feilloos rijmschema, die dag van

la pendule d’argent qui ronronne au salon, qui dit oui, qui dit non, et puis qui nous attend. DS WEEKBLAD 13


DE AUTOPSIE: MET UITSTERVEN BEDREIGD

WAT DOODT ONS?

14

DS WEEKBLAD


Verkeerde diagnoses, misleidende statistieken, een schrijnend gebrek aan kwaliteitscontrole in ziekenhuizen en zo’n 200 onontdekte moorden. Pathologen trekken aan de alarmbel. ‘We hebben geen idee waaraan onze bevolking overlijdt.’ Ann-Sofie Dekeyser, foto’s Brecht Van Maele

U

w leven eindigt met een formulier. Model III C. Het is de basis voor het beleid in de gezondheidszorg, een houvast voor uw rouwende familie en het vertrekpunt voor eventueel gerechtelijk onderzoek. Bij elk overlijden moet een arts dat formulier in een verzegelde enveloppe naar het gemeentebestuur sturen, dat het op zijn beurt aan de overheden overmaakt, waarna analytici en computersoftware aan het coderen slaan en uitgebreide statistieken over doodsoorzaken publiceren. (U weet wel, die cijfers waaruit u hebt geleerd dat hart- en vaatziekten de grootste doders zijn in België.) ‘Die cijfers zijn waardeloze nonsens’, stelt Werner Jacobs, wetsdokter en professor gerechtelijke geneeskunde. ‘Onze overlijdensstatistieken zijn om mee te lachen. Of te huilen. Er is geen enkele controle op de correctheid van een overlijdensattest. Een zeer frequente doodsoorzaak in ons land is hartaderbreuk. Dat staat dan zwart op wit geschreven. En de nabestaanden hebben gemoedsrust: ze hebben gehoord dat zoiets heel snel gaat en er niets tegen te beginnen valt. Wel, een hartaderbreuk bestaat niet eens. Nog een vaak voorkomende: hartstilstand. Ja, het zal wel, als iemand dood is, staat zijn hart stil. Maar dat is geen oorzaak, hé. Men vult maar wat in. Herseninfarct, hartinfarct, longontsteking... who cares.’ Zijn Nederlandse collega Frank van de Goot gaat er nog steviger tegenaan: ‘Geneeskunde verwaarloost haar taak zwaar. Ze wil scoren met mensen beter maken, maar als ze eenmaal dood zijn, is het van fuck off.’ Van de Goot is zowel klinisch als forensisch patholoog, hij en Judith Fronczek heb-

DS WEEKBLAD 15


WAT D O O D T O N S ?

ben autopsies uitgevoerd bij 460 mensen die in Nederlandse ziekenhuizen zijn gestorven, patiënten van wie de ziekenhuisartsen het volledige medisch dossier kenden. ‘We hebben onze conclusies daarna vergeleken met wat de ziekenhuizen als doodsoorzaak hadden opgegeven. Resultaat: 25 procent van de opgegeven doodsoorzaken was fout. Hetzelfde hebben we gedaan bij sterfgevallen die zijn vastgesteld door huisartsen en schouwartsen – dus buiten een ziekenhuiscontext; we moesten vaststellen dat 50 procent van de afgegeven doodsoorzaken verkeerd was.’ Die cijfers zijn zo fenomenaal hoog dat ze haast ongeloofwaardig zijn. Maar tig andere studies (uit Groot-Brittannië, Amerika, Duitsland...) geven gelijkaardige resultaten; een discordantie van gemiddeld 30 à 50 procent tussen de doodsoorzaak die de arts heeft vastgesteld bij het overlijden en de diagnose ná autopsie. In België is een dergelijk onderzoek nog niet gebeurd, maar er is weinig reden om aan te nemen dat ons land beter zou scoren. DE KANS IS GROOT

‘Onze wetgeving is zodanig gebrekkig dat ze uitnodigt tot verkeerde statistieken en het miskennen van dodingen.’ Forensisch patholoog en professor Wim Van de Voorde (UZ en KU Leuven) haalt er het beruchte Model III C bij. ‘Een gedrocht.’ Voor het geslacht van de overledene zijn drie mogelijk aan te kruisen hokjes voorzien: mannelijk, vrouwelijk of onbepaald. Maar de belangrijkste vraag moet het met twee hokjes stellen: een simpele ja of nee. De vraag: ‘Is er gerechtelijk-geneeskundig bezwaar tegen begrafenis of crematie?’ Enige verduidelijking in de voetnoot: ‘Overlijden zeker of vermoedelijk door uitwendige oorzaak (ongeval, zelfmoord, moord of doodslag)’. ‘Voor “mogelijk” een uitwendige oorzaak is er geen hokje’, hekelt Van de Voorde. ‘Maar erger is: geen enkele arts begrijpt die vraag; hoeveel weet een arts nu van strafrecht? Een dokter is geen rechercheur.’ ‘Ben je je ervan bewust dat een van de meest wezenlijke onderdelen van de geneeskunde, de dood van de patiënt, gekaapt is door justitie?’, vraagt Van de Goot. ‘Wij kijken niet waarom mensen sterven, wij kijken alleen maar of het vervolgbaar is.’ Het Model III C kent nog een heikele

16

DS WEEKBLAD

‘Ik kreeg drie patiënten binnen: één met een hartinfarct, één zelfdoding en één verkeersongeval. Volgens de attesten. Het waren drie doden door longkanker’ passage: de arts moet bij een verondersteld natuurlijk overlijden ook de ‘ziekte of aandoening die rechtstreeks de dood tot gevolg had’ invullen. Volgens Van de Goot ‘niets anders dan de wettelijke verplichting tot het plegen van meineed’. ‘Noem mij één natuurlijke doodsoorzaak die je uitwendig kunt zien? Die bestaat niet. Maar die artsen moeten wel iets invullen. Ah, niemand is geïnteresseerd in doodsoorzaken.’ Nochtans willen we wel weten hoeveel mensen aan pakweg longkanker sterven. Dat laatste woord wekt sarcasme op. ‘Vorige maand verschenen prachtige artikels: de kankersterfte bij Nederlandse mannen is met meer dan een derde verminderd. Vooral door de afname van longkanker. Hoera! Heuglijk nieuws! Diezelfde week kreeg ik drie patiënten binnen: één met een hartinfarct, één zelfdoding en één verkeersongeval. Volgens de attesten althans. Ik zeg u, het waren drie doden door longkanker. Het zogenaamde hartinfarct was een carcinoom dat door de wand van de longslagader was gegroeid met massale inwendige bloeding tot gevolg – doodgebloed. De zelfmoord – ah ja, want er lagen pillen in de kamer – was een longembolie, een gevolg van de aanwezige longkanker. En de andere is onwel geworden in de auto, door een tumor in de aorta met verbloeding. Maar ja hoor, longkanker daalt. Alle cijfers die jij over kanker kent, zijn uit deze twee grote jongens gezogen.’ Hij steekt zijn duimen op. Van de Goot is op dreef. ‘Ik werk ook nog in een ziekenhuis, vorige week ging ik langs bij een alleraardigste vrouw van wie een been was geamputeerd. Ze ligt in bed, ik vraag hoe het gaat. “Best lekker”, antwoordt ze, ik zie haar ogen wegdraaien. Dood. Wat wordt afgegeven? Hartinfarct. Ik

heb haar toch even onderzocht: doorgescheurd aneurysma (verwijding in een deel van het vaatstelsel, red.). Ze was drie weken lang opgenomen in het ziekenhuis, maar niemand had dat aneurysma van 11 centimeter gezien. Want ze werd behandeld voor haar been. Wel, het been is mooi genezen, alleen leeft de vrouw niet meer.’ Waarom is dan hartinfarct ingevuld? ‘Een gok op basis van statistiek. De redenering: op die leeftijd is de kans groot. Een perverse cirkel: artsen vullen dat in, want het staat zo hoog in de statistieken, en doordat ze dat invullen, staat het weer nog hoger. Hartinfarcten zijn sterk overschat. Intussen regent het miskende doodsoorzaken: hersenbloedingen, maag-darmbloedingen, lymfocytaire myocarditis (ontsteking van de hartspier, red.), tamponades (vloeistof in het hartzakje, red.), noem maar op. We hebben geen idee waaraan onze bevolking werkelijk sterft. Want niemand kijkt.’ NUL PROCENT

We bellen dokter Bart Lelie, secretaris van de beroepsvereniging VBS-GBS Pathologie en patholoog-anatoom bij AZ Zeno, Campus Knokke-Heist. Sprekend is de openingszin: ‘Over autopsies? Ah, dan bent u bij mij aan het verkeerde adres. U moet bij een forensisch patholoog zijn.’ Wanneer we zeggen dat we wel degelijk op zoek zijn naar een klinisch patholoog die lijkschouwingen (uitwendig) en autopsies (inwendig) verricht om de doodsoorzaak om medische redenen te achterhalen, zegt hij dat hij die niet meer doet. ‘Vroeger wel, maar in vier jaar heb ik hier één autopsie binnengekregen. Zo dramatisch weinig dat ik mijn oversten heb gezegd dat ik op basis van mijn ervaring hier geen garantie meer kan bieden op kwaliteit. Als ik een aanvraag krijg, stuur ik die nu door naar AZ Sint-Jan in Brugge.’ AZ Zeno is daarmee geen uitzondering. Patholoog Johan Van Robays is intussen een paar jaar met pensioen, maar hij herinnert zich dat, toen hij in 1977 in het UZ Leuven assistent was, er haast op elke overleden ziekenhuispatiënt een lijkschouwing werd verricht. ‘In 2012 waren dat er nog welgeteld 3 op 600 overlijdens in ZOL (Ziekenhuis OostLimburg, red.), waar ik toen werkte.’ Een gelijkaardig verhaal bij Werner Jacobs. Hij zag het aantal klinische autopsies, zelfs in een groot universitair ziekenhuis als dat van Antwerpen, met meer dan 50 procent dalen.


analyseren scans. Het is een belangrijke reden waarom het aantal autopsies zo sterk daalt: de artsen die het moeten aanvragen, hebben heel veel vertrouwen in de onderzoeken die ze al hebben gedaan. Ze gebruiken de modernste medische beeldvormingstechnieken. Bovendien moeten ze nog altijd toestemming vragen aan nabestaanden om een lichaam open te snijden, een grote drempel. En het is natuurlijk ook een centenkwestie. Het is goedkoper om het niet te doen.’ ERFELIJK ALS DE PEST

Frank van de Goot: ‘Alle cijfers die jij over kanker kent, zijn uit deze twee grote jongens gezogen.’ Hij steekt zijn duimen op.

‘In perifere ziekenhuizen is een autopsie een absolute zeldzaamheid geworden. Over tien jaar zal het gewoon nergens nog gebeuren. Een erg kwalijke zaak, want zo’n autopsie is de gouden standaard in ziekenhuizen.’ Het is dé manier om de behandeling door artsen toetsbaar te maken. De medische wereld is het in principe unaniem eens: eigenlijk moet 10 procent van de overledenen in ziekenhuizen onderzocht worden om een degelijke kwaliteitscontrole te hebben. Heeft de arts de juiste diagnose gesteld? De correcte behandeling opgestart? Is er iets over het hoofd gezien? Check. Ziekenhuizen als AZ Zeno scoren dus zo goed als 0 procent. Iets wat Bart Lelie betreurt. Al wil hij ook nuanceren. ‘Autopsies zijn niet zaligmakend. Pathologen onderzochten vroeger vooral overledenen, nu kijken we veel meer naar levenden. We onderzoeken biopten, kijken naar plakjes weefsel,

‘Hartinfarct’ vult de MUG-arts in. Het wondje aan het hoofd zal van de val zijn. Een verpleegkundige laat een scan nemen van de schedel. Wat blijkt: er zit een kogel in

We gunnen de doden geen laatste consult meer, alsof we weigeren iets van overledenen te leren. Vreemd genoeg vermindert het aantal autopsies naarmate er meer studies verschijnen die aantonen dat het grondig fout gaat met het vaststellen van doodsoorzaken. Dat medici naar de foute gezondheidsdreigingen kijken. Dat mensen niet weten welke ziektes echt in hun familie rondgaan. En dat op basis van al die foute cijfers ministers verkeerde prioriteiten stellen. Te veel geld en aandacht schenken aan de onderzoeken en behandelingen die het minder hard nodig hebben. En te weinig aan ziektes die meer doden op hun kerfstok hebben dan we weten. The Lancet, een gerenommeerd medisch tijdschrift dat niet bepaald bekendstaat om zijn sensatiezucht, publiceerde eind vorig jaar een artikel over ‘de dood van de autopsie’. ‘De situatie is ernstig. De daling van het aantal autopsieën is een van de snelste veranderingen in de medische praktijk: autopsiecijfers van 25 procent waren 30 jaar geleden de norm in het Verenigd Koninkrijk, in 2013 ging het om 0,5 procent. Die substantiële daling is opgemerkt over heel Europa, de VS...’ Het artikel stelt dat 80 procent van de artsen vermoedt dat de radiologische vooruitgang de autopsie devalueert. ‘Maar op de afdeling intensieve zorg zijn grote fouten in diagnoses te vinden bij 28 procent van de patienten, hoewel die grondig onderzocht zijn met scans en röntgen.’ Het meest alarmerend is dat de vaakst gemiste doodsoorzaken, zoals hartinfarct, longembolie en longontsteking, vaak behandelbaar zijn. Toen Wim Van de Voorde begon, mocht hij zowat elk dodelijk verkeersongeval onderzoeken. ‘Nu worden in ons land nauwelijks nog autopsies uitgevoerd bij verkeersdoden. Ook niet bij jonge sporters die plots bezwijken.’ Terwijl pathologen weten dat er bij dertigers die tegen een boom knallen of op een

DS WEEKBLAD 17


WAT D O O D T O N S

voetbalveld neervallen, niet zelden sprake is van aangeboren hartafwijkingen als aritmogene rechter ventrikeldysplasie of het lange QT-syndroom. ‘Die krengen zijn zo erfelijk als de pest’, zegt Van de Goot. ‘Dat heeft rechtstreekse consequenties voor de nabestaanden. Als pa van 40 plots onwel wordt in de auto, wil ik zijn kinderen testen, voor die ook door de benen gaan.’

‘Als pa van 40 plots onwel wordt, wil ik zijn kinderen testen, voor die ook door de benen gaan’

ZATTE ÇOIS

Iedereen had het zien aankomen en nu was het zover, Zatte Çois was ‘van den drank gestorven’. Een natuurlijke dood. Hij was al twee jaar begraven toen Werner Jacobs polaroidfoto’s van het lijk in handen kreeg. Hij liet hem opgraven en concludeerde dat Çois was doodgeslagen. Roofmoord. ‘De huisarts die het overlijden had vastgesteld, had de blauwe plekken van de slagen geïnterpreteerd als lijkvlekken. Een totaal gebrek aan competentie. Je wilt niet weten hoeveel moorden daardoor onopgemerkt blijven.’ ‘150 à 200’, stelt Wim Van de Voorde. ‘En dus evenveel moordenaars die vrij rondlopen. Voor elke ontdekte doding is er één die onontdekt blijft. Het is een boutade, we kunnen natuurlijk niet precies weten hoe groot het dark number is. De schatting is een extrapolatie gebaseerd op degelijk Duits onderzoek. Elk jaar komen wij ook verschillende toevalstreffers tegen. Zogenaamd natuurlijke overlijdens die eigenlijk dodingen zijn.’ ‘Een man draagt bij het sluiten van zijn frituur het vuilnis weg en valt neer. Zijn

vrouw belt de 100 en vertelt dat haar man al een tijd klaagde over pijn in de borst. De man overlijdt op weg naar het ziekenhuis. “Hartinfarct” vult de MUG-arts in. Het wondje aan het hoofd zal van de val zijn. In het ziekenhuis loopt een verpleegkundige rond die iets doet wat hij eigenlijk niet mag: hij laat een scan nemen van de schedel. Wat blijkt: er zit een kogel in.’ ‘Een waterlijk wordt uit het kanaal gevist. Een van mijn medewerkers ziet hakletsels. Van de schroeven van de schepen, concludeert de politie. Parket weigert autopsie. We blijven aandringen. Uiteindelijk blijkt de man meerder bijlslagen te hebben gekregen en dan in het water te zijn gedumpt. Dus geen zelfdoding, maar moord.’ Van de Voorde gaat nog even door met zijn lijst toevalstreffers. ‘We hebben zeker al zes wurgingen ontdekt zonder dat er sporen aan de hals waren. Verraden door rode vlekjes op de binnenkant van de oogleden. Maar huis- of spoedartsen klappen de oogleden niet open als ze een dode zien. Ze kijken

In ons land is er bij 1 tot 2 procent van de sterfgevallen een autopsie. Wat pathologen nodig achten om de kwaliteit te garanderen: 10 procent.

18

DS WEEKBLAD

eens van ver. Puur nattevingerwerk.’ ‘Dokters zijn er om levenden te redden, van doden hebben ze geen kennis. Bovendien is er veel schroom bij huisartsen om aan te geven dat het om een onduidelijk overlijden gaat. Ze kennen de nabestaanden, willen die niet lastigvallen met politie, en denken al gauw: ik vul wel gewoon natuurlijk overlijden in. De weg van de minste miserie. Ze hebben dan ook geen meldingsplicht bij niet-natuurlijk of onverklaard overlijden. Onbegrijpelijk, vind ik dat.’ LASTIG PARKET

Maar zelfs als de vaststellende arts wijst op een niet-natuurlijk overlijden, is er nog geen zekerheid dat er een lijkschouwing volgt. Daar beslist het parket over. ‘Zo’n substituut zegt dan van achter zijn bureautje of er een wetsdokter nodig is of niet. Bovendien kan hij elke arts aanstellen als wetsdokter. Ook zij die daar helemaal niet voor zijn opgeleid. Terwijl er dus wel forensisch pathologen bestaan die zich vijf jaar hebben gespecialiseerd. Door onze ervaring weten wij wat verdacht is. En toch gebeurt het steeds vaker dat wij na een uitwendige schouwing aandringen bij het parket op een autopsie en een njet krijgen. Het parket volgt onze adviezen minder en minder op. Als wij zeggen dat we er niet gerust op zijn, klinkt het doorgaans: “Zie je uitwendige sporen van geweld? Nee, wel dan geen autopsie.” Terwijl de eerste en de laatste les die ik mijn studenten geef, luidt: het ontbreken van uitwendige letsels sluit geen inwendige letsels uit. Net nog heb ik haast gesmeekt om een autopsie. Pas na een week heeft het parket ingestemd. Dat bleek wel een doding.’ In ons land is er slechts bij 1 tot 2 procent van de sterfgevallen een autopsie. Dat staat in schril contrast met wat pathologen nodig achten om de kwaliteit te garanderen: 10 procent. Ter vergelijking: in Zwitserland ligt de autopsieratio op 19 procent, de VS halen 12, Groot-Brittannië 24 en de Scandinavische landen 30 procent. ‘Hun doodsoorzaakstatistieken zien er dan ook heel anders uit’, zegt Van de Goot. Hij voegt er fijntjes aan toe dat het opvallend is dat in Nederland en België hartpatiënten nooit worden vermoord. En dat moordenaars ook zo weinig creatief zijn, zelden denken ze aan vergiftiging of verdrinking. ‘Hoelang zullen we als sterk ontwikkelde landen onze verantwoordelijkheid blijven ontlopen?’


KEEP COOL. WEAR BAMIGO BAMBOE BASICS VOOR MANNEN

ANTI-TRANSPIREREND, STRIJKVRIJ EN ZIJDEZACHT HET WORDT GEBRUIKT ALS BOUWMATERIAAL. WE KENNEN HET ALS TUINPLANT. PANDA’S ZIJN ER DOL OP. MAAR WIST JE DAT JE ER OOK KLEDING VAN KUNT MAKEN? IN 2001 ONTDEKTE DE UNIVERSITEIT VAN PEKING HOE JE VAN BAMBOEVEZELS HOOGWAARDIG TEXTIEL KUNT MAKEN. SINDSDIEN IS BAMBOE HARD OP WEG OM DE TEXTIELSOORT VAN DE TOEKOMST TE WORDEN.

Zeker ten opzichte van katoen biedt bamboetextiel veel voordelen. Niet alleen omdat het duurzaam geproduceerd kan worden, maar het is ook nog eens zijdezacht, antitranspirerend en strijkvrij. Samen met de ideale pasvorm en perfecte afwerking is Bamigo onderkleding een vriend van iedere man.

Ultiem draagcomfort Bamboe mag dan hard en stevig zijn, als het eenmaal is verwerkt tot textiel merk je daar niets meer van. De stof is weliswaar oersterk, maar valt soepel om de huid en is zachter dan zijde. Dat komt

doordat de vezels een rond en glad oppervlak hebben. Daarnaast is bamboe ook nog eens strijkvrij. Altijd droog en fris Dankzij de open structuur van de vezels kan bamboe tot wel 70% meer vocht opnemen en verdampen dan katoen. Transpiratievlekken behoren zo tot het verleden en de kleding blijft niet aan de huid plakken. Bamboe is antibacterieel, hierdoor neemt de stof veel minder snel geurtjes op. Daarmee blijven jij en je Bamigo langer fris. Goed voor mens en milieu Voor het kweken van bamboe zijn geen pesticiden of mest nodig. Bamboe heeft alleen zonlicht en regenwater nodig om te kunnen groeien. Extra besproeiing is dus overbodig, in tegenstelling tot bijvoorbeeld katoen. En dat is goed nieuws voor mens en milieu.

Bestel nu op bamigo.com Omdat veel mannen niet van shoppen houden, kun je de T-shirts, hemden, boxershorts, slips en sokken van Bamigo eenvoudig online kopen. De verpakking van Bamigo is zo ontworpen, dat deze door de brievenbus past. Bestellingen tot 3 producten worden los verstuurd, zodat je niet thuis hoeft te blijven voor de levering.

BAMBOE Bamboe is een grassoort. Het is de snelst groeiende plant ter wereld, soms wel een meter per dag. Vooral in een tropisch of subtropisch klimaat met mooie zandgrond en een hoge luchtvochtigheid. Hier kunnen de stengels meer dan 30 meter lang worden. Deze stengels hebben we nodig voor het maken van bamboetextiel. Het voordeel is dat ze na de kap razendsnel vanzelf weer aangroeien. Zo kunnen we het evenwicht tussen kappen en groeien op de plantage goed in balans houden.

Keep cool. Wear Bamigo

BESTEL NU OP BAMIGO.COM DS WEEKBLAD 19


WARD ZWART

FILIP ROGIERS O V E R INGRIJPENDE GEBEURTENISSEN EN HOE ZE TE BEGRIJPEN

20

DS WEEKBLAD

De man die werk vond


Bruno Lecluyse (41) stond 18 jaar in het onderwijs, zoals zijn ouders en zijn grootouders en nog een stuk of wat nonkels en tantes. Op een ochtend stond hij op en wist hij dat het roer om moest. Hij wordt manager van een winkelcentrum.

B

runo Lecluyse kijkt de hem vreemde zaal in. Hij waant zich in het open deurgat van een vliegtuig, vlak voor de sprong. Hoort hij David Bowie in zijn oren? Ch ch changes. Op het schooltje dat hij zes jaar geleid heeft, kent hij elk gezicht en elk hoekje van de refter, de turnzaal, de klaslokalen. Nu vaart hij blind. 150 mensen staren hem verwachtingsvol aan. Er weerklinkt gerinkel van glazen, gescharrel in potjes met borrelhapjes. In een flits denkt Bruno aan een eerste schooldag. Het is onwennig aftasten. Hij kent de toehoorders niet, zij hem niet. Hij voelt het zweet op zijn rug. Het parelt, hij aarzelt, slikt en steekt van wal. Hier staat hij dan, klaar om zich te verkopen aan verkopers. Ze zitten in groepjes aan aparte tafels. Ze vormen teams binnen het team, want ze hebben allemaal een winkel in het shoppingcentrum waarvan Bruno over enkele weken manager wordt. Wanneer hij een uur later de grond raakt, ebt de spanning weg. Hij gaat van tafel tot tafel, voert een-op-eengesprekken. Zo heeft hij het liefst. Diezelfde ochtend stond hij nog tussen zijn leerlingen van de lagere school waar hij zes jaar directeur is geweest. Nog altijd is. Dit is zo’n dag waarop het verleden onvoltooid is en de toekomst nog een kasplantje. Vandaag is hij op school, morgen op kantoor, overmorgen weer op school, en zo nog enkele weken verder. Tussentijd, niemandsland. ‘Ben je gek?!’ Zijn ouders geloofden hun oren niet toen hij het vertelde. Onderwijs zit in de familiegenen. Bruno’s vaders vader gaf les op de jongensschool waar zijn moeders vader directeur was. Bruno’s vader stond voor de klas, zijn moeder ook. En verder nog een tante en drie nonkels. Dat Bruno voor regent ging studeren, lag in de lijn van de verwachtingen. Hij had

alles mooi voor mekaar. Een vaste benoeming, twaalf jaar voor de klas gestaan in het middelbaar, zes jaar geleden directeur geworden van een dorpsschool en een uitmuntend palmares. Ging het té goed? Kan het ooit te goed gaan? Ja, dat kan. Op een donderdagnamiddag in mei stonden er drie schoolinspecteurs op de stoep. Ze glunderden. Niet anders dan juffen en meesters geven ze liever goede dan slechte punten. Bruno’s school kreeg score één. Cum laude. In 2007 luidde het advies nog zuinig ‘gunstig beperkt in de tijd’. Vanaf 1 september 2010 moest de school ‘kunnen aantonen dat alle tekorten werden geremedieerd’, meldde het doorlichtingsverslag.

Iedereen kan vliegen, kansen komen door erin te geloven. Bruno is een man van de komma, niet van het punt Bruno kwam die dag aan het roer en vloog er gelijk in. Dat had hij twaalf jaar eerder, vers van school, ook gedaan. Met een drietal even jonge collega’s en een overschot aan vuur maakten ze van een middelbare school een brede school. Ze waren pas getrouwd, er waren nog geen kinderen. De inschrijvingen piekten, buiten de klasuren floreerden de activiteiten: opendeurdagen, een cultuurclub, een natuurvereniging, vakantie-uitstapjes. En toen werd het ineens tijd om verder

te gaan. Twee van de collega’s werden elders directeur, een derde ging weer studeren. Op 1 september 2010 stond Bruno hier op de speelplaats. Eerste schooldag, nieuw begin. Score één dus. Die avond in mei liet Bruno bier en cava aanrukken. De volgende ochtend werd hij wakker met slechts één gedachte: wat nu? Bij score één hoef je de eerstkomende acht jaar geen inspectie meer te verwachten. Je kunt rustig verder bouwen op wat er is. Die vrijdag kwam hij op de speelplaats en voelde alles plots anders aan. Alsof hij er al weg was. Motivatie, heeft hij altijd gevonden, is bijna iets tastbaars. In het weekend praatte hij twee keer een uur met zijn vrouw. Zij komt uit een gezin van ondernemers, zelfstandigen. Vastigheid roest, wist ze. Als Bruno wilde springen, moest hij dat vooral doen. Maandagochtend sprong hij. Zijn stoel wordt een jaar of misschien zelfs twee jaar warm gehouden. Maar hij springt zonder parachute. Desnoods, als het mislukt, gaat hij Uberen. Het is wat hij zijn juffen, meesters en kinderen altijd heeft willen bijbrengen: iedereen kan vliegen, kansen komen door erin te geloven. Bruno is een man van de komma, niet van het punt. Het is niet wát je doet, zelfs niet hoe ver je springt, wel dát je springt. Zelfs als het je angstzweet bezorgt in die tussentijd tussen het oude en het nieuwe. Bruno is ervan overtuigd dat veel mensen minder ongelukkig zouden zijn als ze maar wat vaker sprongen. Het maakt wijzer en levensrijker. Daar staat hij voor die hem vreemde zaal. Adrenaline drijft hem, de vaste wil om het onzekere op te zoeken. Elk einde een nieuw begin. Als hij een uur later van het podium stapt, loopt er een berichtje binnen op zijn telefoon. ‘Well done’, zegt de man die hij straks zal opvolgen.

DS WEEKBLAD 21


O P J A C H T M E T D E G R O E N E WA A K H O N D : 2 4 U U R M E T H A N S B R U Y N I N C K X

Het is aangenaam warm voor de tijd van het jaar in Kopenhagen. ‘Heerlijk toch, die local warming.’

22

DS WEEKBLAD


‘Dit gaat niet over bloemetjes en bijtjes’ ‘Papa, is dat klimaatprobleem nu nog altijd niet opgelost?’ Bijna een jaar na het akkoord van Parijs is de strijd van Hans Bruyninckx onverminderd. Ontkenners tegenspreken, beleid beïnvloeden, de planeet redden. We probeerden hem bij te benen tussen het Milieuagentschap in Kopenhagen en zijn thuis in Mortsel. ‘Er wordt nog veel onzin verteld.’ Annelien De Greef, fotograaf Nikolai Linares

DS WEEKBLAD 23


24 UUR MET HANS BRUYNINCKX

‘T

erug naar de beschaving.’ Hans Bruyninckx (52) denkt het elke week opnieuw als hij van Brussel naar Kopenhagen vliegt. Op weg naar de luchthaven van Zaventem kijkt de treinbegeleider wantrouwig naar zijn ticket en zegt onterecht dat hij de luchthaventoeslag nog moet betalen. ‘In Denemarken kom je dat niet tegen. Daar kan je met één kaart overal in het land de metro, de bus, de boot of de trein op.’ Bruyninckx is de directeur van het Europees Milieuagentschap, dat de Europese instellingen kennis aanlevert om een doordacht milieu- en klimaatbeleid uit te tekenen. Een echte waakhond is het niet, maar de rapporten durven wel al eens te bijten voor de lidstaten. Ook voor België. Want Belg of geen Belg in Kopenhagen, de feiten zijn de feiten. Van luchtvervuiling tot hernieuwbare energie. Ons land blijkt vaak vooral goed in bengelen, zo onder aan de Europese lijstjes. Het agentschap zou misstaan hebben in de hoofdstad van Europa. Die frustreert. De Deense hoofdstad inspireert. We zijn nog niet opgestegen en Bruyninckx kan er al niet over zwijgen, over die groene meilleur des mondes waar hij al drie jaar woont. ‘Al tien jaar groeit Kopenhagen in een tempo van 1.000 inwoners per maand. Wat blijkt: het heeft de stad alleen maar aantrekkelijker gemaakt. Als je op basis van stevige kennis een koers bepaalt, kun je die ook langer aanhouden. Komt er een nieuwe burgemeester in Kopenhagen, dan moet die al heel straf zijn om af te wijken van de langetermijnplannen. Bij ons wil elke nieuwe regering het energie- en klimaatbeleid of de ruimtelijke planning heruitvinden. Dat werkt niet. Het beleid heeft nood aan stabiliteit, want de investeringen gaan over decennia.’ ‘Neem het Gewestelijk Expresnet dat Brussel beter moest ontsluiten. Toen ik nog studeerde, werd daar al over gesproken – het is er nog altijd niet. De ruimtelijke versnippering en verkavelingswoede hebben zich zo doorgezet dat de uitvoering alleen maar moeilijker werd. Kopenhagen denkt eerst na hoe de levenskwaliteit van de bewoners verbeterd kan worden, en begint dan pas plannen voor infrastructuur uit te werken. Niet omgekeerd.’ Het heeft ook te maken met wat de Scandinavische landen doorgaans zulke ster-

24

DS WEEKBLAD

‘Al zeg ik het zelf, ik ben goed in strijken. Ik kan in het weekend toch niet thuiskomen en bij mijn vrouw een tas vol vuile was afzetten, enfin’ ke merken maakt. Rationaliteit. Functionaliteit. Bruyninckx: ‘In vergelijking met veel andere steden zul je er weinig iconische gebouwen vinden. En ik zeg niet dat een stad geen iconische gebouwen kan gebruiken, maar in Kopenhagen denken ze toch eerst na of ze de middelen niet beter aan kwalitatieve basisinfrastructuur besteden. Een goede klant van Calatrava is de stad niet. Iconische gebouwen volgen te vaak de regel van pi. Ze kosten 3,14 keer meer dan gedacht en het duurt 3,14 keer langer dan voorzien om ze af te werken. Je zult het snel merken, Kopenhagen is een fantastische stad.’ Zondagavond 20u43. Het is al donker als het vliegtuig boven Brussel zijn wielen intrekt. Vanuit het raampje is te zien hoe het zelfs dan op de Ring aanschuiven is.

De volgende ochtend staat Radio 1 op in het appartement van Bruyninckx. Hij is vanuit Mortsel vertrokken met een zak ongestreken hemden. ‘Meestal doe ik mijn was hier. Al zeg ik het zelf, ik ben goed in strijken. Ik kan in het weekend toch niet thuiskomen en bij mijn vrouw een tas vol vuile was afzetten, enfin.’ Dat hij zonder zijn gezin naar Kopenhagen verhuisde, heeft het voordeel van de duidelijkheid. ‘Ik moet tijdens de week met niemand rekening houden. Niemand die klaagt dat ik al voor het ontbijt vertrokken ben of zich afvraagt of ik het avondeten haal.’ De gouden regel is dan wel dat die heilige weekends thuis voor zijn familie en vrienden zijn. Zo bracht hij ook een gezonde werkcultuur bij het agentschap zelf binnen. ‘Ik heb geen uren, ik heb een taak die ik met passie doe, dat was niet anders toen ik nog aan de KU Leuven werkte. Maar in

het weekend zeg ik nu tegen mijn mensen dat ze niet moeten schrikken als ik niet antwoord op e-mails. Ze moeten dat zelf ook niet doen. Er zijn weinig dingen zo dringend in de wereld dat ze fout gaan als ik er die twee dagen niet onmiddellijk naar kijk. Zo belangrijk ben ik niet. De meeste mensen niet, denk ik.’ Even na zeven stapt Bruyninckx op de bootbus richting het hart van de stad. ‘Meer dan 80 procent van de mobiliteit van de stad bestaat uit fietsers, voetgangers en openbaar vervoer. Dat is gigantisch. Amper 25 procent van de inwoners van Kopenhagen heeft een wagen. Niet omdat het gebruik ervan wordt afgestraft, er is gewoon een aantrekkelijk alternatief beschikbaar. In de zomer kun je hier in het havenwater springen, zo zuiver is het. Amerikaanse of Aziatische toeristen weten niet waar kijken als die Denen na het lopen hun kleren uitspelen en een duik nemen.’ (lacht) De zon komt op boven het water. Twee vroege vogels zijn al moedig in een kajak gekropen en op het droge fietst de spits zich op gang. ‘Niet meteen woon-werkverkeer waar je stress van krijgt’, merkt Bruyninckx op, terwijl hij aanwijst welke gebouwen gebruikt werden als decor in de Deense tvreeks Borgen. Het is aangenaam warm voor de tijd van het jaar. ‘Heerlijk toch, die local warming.’ Maandagochtend 07u50. Rond Brussel en Antwerpen zit het verkeer nu muurvast. Op de hoofdwegen naar het centrum van Kopenhagen rijden meer fietsen dan wagens. Van echte file is geen sprake.

‘Private Parkering’ staat er op een bordje binnen in het statige gebouw van het Europees Milieuagentschap. Het atrium is volgepakt met de fietsen van de 200 werknemers. Ruimte voor wagens is er niet. Zelfs de directeur heeft er geen. Het is zo’n plek waar je er niet aan denkt om de lift te nemen. Bruyninckx begint zijn ochtend meestal met een vast ritueel: koffie brengen aan zijn secretaresse. ‘Hoe minder hiërarchie, hoe beter.’ Maar vandaag heeft ze een dagje vrij. Hij zegt het terwijl hij onder een tafel kruipt om een stekker in een stopcontact te steken. De baas is een gewezen scoutsleider. Als academicus was hij al nooit de man van de ivoren toren, maar nu kan hij meer


Hij begint zijn ochtend meestal met een vast ritueel: koffie brengen aan zijn secretaresse. ‘Hoe minder hiërarchie, hoe beter.’

‘Je kunt hier in het havenwater springen, zo zuiver is het. Toeristen weten niet waar kijken als die Denen na het lopen hun kleren uitspelen en een duik nemen’ dan ooit wegen op het beleid rond die thema’s waar hij al een half leven aan gegeven heeft. ‘Of hij zijn doctoraat niet over iets serieus kon maken?’, was de boodschap van zijn professor in Leuven jaren geleden toen hij voorstelde om rond internationaal milieubeleid te werken. Voet bij stuk houden betekende vertrekken, en dat deed hij ook. Helemaal naar de Colorado State University in de VS, waar toen pionierswerk verricht werd. ‘In veel Europese universiteiten worden proffen die rond milieubeleid werken, nog

altijd niet ernstig genomen. Verkiezingen, partijpolitiek, instellingen, dat moet je als politicoloog onderzoeken. Ik heb mij vaak afgevraagd waarom er rond bepaalde disciplines vijf vakken bestaan en rond een toekomstgericht maatschappelijk thema nauwelijks één, maar dat zal dan wel met de geïnstitutionaliseerde traagheid van universiteiten te maken hebben, zeker? Ik heb er alleszins nooit last van gehad. Ik trok mijn eigen onderzoek aan, kon mijn ding doen. Het vak internationaal milieubeleid zat ook altijd goed vol.’ Hij heeft nog geen seconde spijt gehad van zijn sollicitatie als directeur van het Europees Milieuagentschap, al mist hij de studenten wel. ‘De magie die ontstaat als je een aula meekrijgt, is fantastisch.’ Het kantoor van de directeur is stijver dan de tijdelijke bewoner. Krakende vloeren, Deense schilderijen. Bruyninckx hing zelf maar één kader aan de muur. Een oude landkaart van hoe Europa er in 1818 uitzag, net na het Congres van Wenen. ‘Een verzamelstuk van mijn vader, een echte Europeaan. Hij overleed tij-

DS WEEKBLAD 25


24 UUR MET HANS BRUYNINCKX

dens de aanwervingsprocedure voor deze functie.’ Zijn agenda toont geen gaten. ’s Avonds heeft hij alweer een vlucht naar Barcelona voor een conferentie. Maar eerst is er een bezoek van de Europese Rekenkamer, die voortdurend over de schouder meekijkt of er geen geld verkwist wordt, de wekelijkse vergadering met de top van het agentschap, de voorbereiding van de vergadering met de Europese commissaris van Energie en de raad van bestuur van de Europese school in Kopenhagen waarin hij zetelt. Het agentschap heeft net een rapport klaar dat goed weergeeft waarrond het werkt. De studie bewijst hoe we onszelf opsluiten in een niet erg duurzame koolstofeconomie. ‘Als je een stad laat uitdijen zonder rekening te houden met fietsers of het openbaar vervoer, dan veroordeel je mensen bijna tot het gebruik van wagens. Dat gebeurt voortdurend, ook in België. Het is achteraf moeilijk recht te zetten.’ Onophoudelijk worden tegenstrijdige beslissingen genomen door bedrijven en politici. Landbouw is daar een voorbeeld van. ‘We blijven een voedselsysteem subsidiëren dat niet gezond is voor onszelf of de planeet. Om te beginnen is het absurd dat mensen die het meest fundamentele goed produceren dat we allemaal nodig hebben – voedsel – daar niet van kunnen leven als we hen niet subsidiëren. We doen dat bovendien op een manier die geen rekening houdt met het volledige plaatje van ecosystemen, bodem- of waterkwaliteit en gezondheid. Dat komt allemaal later.’ ‘We subsidiëren een bepaalde soort landbouw en achteraf subsidiëren we het opruimen van de gevolgen ervan. We hebben onszelf vastgereden. We eten te veel suiker, vet en zout. Veel meer dan dertig jaar geleden. Het hele systeem is opgetrokken rond de belangen van de agro-industrie. Door de klimaatverandering zullen we onze manier van aan landbouw doen fundamenteel moeten omgooien. Er is een echte transitie nodig.’ Het is de kern van waar Bruyninckx voor staat. Het heeft geen zin meer om na te denken over een efficiëntere dieselmotor of om te pleiten om iedereen met een elektrische wagen te laten rijden op dezelfde manier als we dat nu doen. Zo blijven we in de file staan. We moeten heel onze mobiliteit

26

DS WEEKBLAD

herdenken. ‘Het gaat niet over bloemetjes en bijtjes, wij zijn geen “groene mannen die in een parallelle realiteit werken”. Het is pure economie. In ons land was de taxshift in dat opzicht een gemiste kans. Via je belastingsysteem kun je heel wat sturen. Ondanks herhaaldelijke aanbevelingen van de EU en de Oeso rond vergroening van belastingen is daar nauwelijks iets mee gedaan.’ Volgens de staande klok in het kantoor is het 9u13. Het uur klopt niet. Het is dat je niet kiest wanneer een stuk antiek het begeeft. Vijf voor twaalf was toepasselijker geweest.

Milieu en klimaat. Het zijn bij uitstek de disciplines van de tikkende klok. Vakgebieden ook die onvermijdelijk negationisten aantrekken, die graag doen alsof de tijd even onuitputtelijk is voor de planeet als de grondstoffen die we eruit halen. Het is nog altijd niet uitgesloten dat er straks een Amerikaanse president in het Witte Huis zit die het klimaatprobleem al afdeed als ‘een hoax’ of ‘een samenzwering van de Chinezen’. Hoe verontrustend dat is voor het internationaal milieubeleid? ‘Natuurlijk zouden we daar last van hebben. De VS hebben nog altijd een grote invloed op de globale dynamiek. Ze zijn ook een belangrijke speler op het vlak van technologische ontwikkeling. Als je overheid de innovatie niet in die richting duwt... Maar in alle eerlijkheid, we moeten in Europa niet naïef zijn. We hebben hier ook partijen die niet zo ver staan van het gedachtegoed van Trump. Hier wordt ook wel wat onzin rond klimaat verteld.’ Vorig jaar nog kreeg Bruyninckx in het Europees Parlement van een parlementslid de vraag ‘of hij gelooft in de klimaatverandering’. Hij zei meteen ‘nee’ en liet dan een stilte van enkele seconden vallen. ‘Ik zag meteen verschrikte blikken in het halfrond. “Wat zegt die nu?” Toen ging ik verder: Nee, want het is geen geloofssysteem, het is wetenschap.’ Hij voegt er meteen aan toe dat we met Trump tenminste weten wat ons te wachten staat, de plannen van Clinton zijn koffiedik kijken. ‘Uit analyses blijkt dat sinds Bernie Sanders van het toneel verdwenen is, ze de woorden “klimaat” en “milieu” veel minder uitspreekt. En al helemaal niet in energiestaten in de klassieke zin van het woord

‘Wij zijn geen “groene mannen die in een parallelle realiteit werken”. Dit is pure economie.’

‘Of hij zijn doctoraat niet over iets serieus kon maken?’, was de boodschap van zijn professor in Leuven, toen hij voorstelde om rond internationaal milieubeleid te werken die gas, olie of schaliegas winnen.’ Maar hij is optimistisch. ‘Het aantal sceptici is wel degelijk aan het dalen. Ook in de VS. Als je kijkt naar de toestand in Californië en de droogte die er heerst, op een plek die ooit de fruit- en groentetuin van Amerika was... Dat kan niet anders dan ogen openen.’ En toch valt dat soms tegen. Jean-Marie Dedecker reageerde enkele weken geleden in Knack nog op de vraag waarover we binnen vijftig jaar spijt zullen hebben, met: ‘de klimaathysterie’. De ontkenning blijkt hardnekkig, ook bij ons. Bruyninckx: ‘Misschien nemen mensen niet deftig de tijd om te luisteren naar iemand die hen kan uitleggen wat het probleem is. Op een van die hete septemberdagen zat ik op een vlucht naast een Vlaming. “Wat een hitte,” zei hij, “maar ik geloof niet in die klimaatonzin.” Ik heb hem een en ander uitgelegd en toen we landden, zei hij: “Wat een probleem, daar moeten we dringend iets aan doen.”’


‘Europees milieubeleid is bindend en afdwingbaar. Nergens ter wereld wordt er op die manier samengewerkt. Daar mogen we toch wat trotser op zijn’

‘Enkele jaren geleden bracht de Wereldbank een rapport uit over hoe de wereld er zal uitzien als de temperatuur vier graden stijgt. De openingszin was: “If this doesn’t shock you into action, nothing will”. De Wereldbank is toch niet meteen een groene ngo. Maar goed, wat ik vooral geen goede zaak vind, is het ideologiseren van heel dat debat. Het klimaat heeft geen kleur. Het is niet groen of rood of blauw. Het klimaat is het klimaat.’ Werken voor Europa, het is bijna een ondankbare taak geworden, nu almaar meer politici ervan uitgaan dat het strategisch slimmer is om het project niet meer te verdedigen. Of de crisissfeer een bedreiging of een kans is voor milieubeleid? ‘We koppelen ons discours over het project Europa te weinig aan dat soort plannen. We zeggen onvoldoende: kijk, hierin zijn we wereldleider, dit draagt bij tot een betere levenskwaliteit en samenwerken is een meerwaarde. Europees milieubeleid is bindend en afdwingbaar. Nergens ter wereld wordt er op die manier samengewerkt, zelfs niet tussen twee landen. Daar mogen we toch wat trotser op zijn. En ik vind, voor alle duidelijkheid, dat er nog verschrikkelijk veel moet gebeuren, maar heel die sfeer van “Europa is de leiding kwijt, want kijk wat er in China gebeurt”. Dan zeg ik: ja, laten we eens kijken wat er in China gebeurt. Laten we de luchtkwaliteit en het energiesysteem eens vergelijken.’ Toch moet hij toegeven dat het zowat de zwartste dag in zijn professionele leven was, die 23ste juni toen de Britten voor de Brexit kozen. ‘Ook in Kopenhagen kwamen veel

emoties los. In de aanloop naar het referendum legde ik nog een verklaring af in het Britse parlement. Ik kreeg daar de vraag: “Is het denkbaar dat wij onze eigen milieu- en klimaatwetten uittekenen?” Uiteraard kan ik mij dat voorstellen. Dat is wat Noorwegen en Zwitserland doen, toch niet meteen apenlanden. Maar wat stellen we vast? Die twee behoren tot de landen die de Europese wetten het best implementeren. Ze betalen een stevige som om lid te zijn van het Europees Milieuagentschap, ze zijn aanwezig bij alle vergaderingen, maar ze hebben nergens stemrecht. De vraag is dus niet of het mogelijk is, maar wel of het de intelligentste keuze is die je kan maken.’ ‘Maar natuurlijk zal ook de EU verliezen. De Britten hebben een van de sterkste diplomatieke diensten. Dat is niet onbelangrijk rond het klimaatthema. We gaan dat missen.’ Het is 16u10 en de taxi schakelt over op stapvoets ritme. ‘Hier is het elke dag file’, zucht de chauffeur. ‘Onzin,’ zegt Bruyninckx, ‘zo’n avondspits heb ik nog nooit meegemaakt.’ Hij krijgt al snel gelijk als er een gevaarsbord met werkman opduikt.

Bruyninckx is geen groene fundamentalist. Als de taxi handiger is, dan aarzelt hij niet. Ook thuis in Mortsel leeft hij zo duurzaam mogelijk, bijvoorbeeld door een stek te kiezen die autovrij leven makkelijker maakt. Hij krijgt de vraag nochtans tot vervelens toe: hoe groot zijn voetafdruk is. ‘Ik reis de helft minder dan mijn voorganger en ik heb in het reisbudget van het agentschap gesnoeid, waardoor we nu 40 procent minder vliegen. Maar natuurlijk is mijn voetafdruk te groot en natuurlijk wringt dat, maar het gaat niet anders.’ En dan is er plots telefoon van het thuisfront met slecht nieuws. Als zondagavond vertrekken nooit moeilijk is, dan wegen de kilometers tijdens de week soms wel door. ‘Mijn drie kinderen zijn het ritme gewend, ik heb er meer moeite mee. Als er iets op school gebeurt, bijvoorbeeld, denk ik soms dat ik toch beter thuis was geweest. Of momenten waarover je alleen maar hoort in plaats van ze echt mee te maken.’ Verhuizen met het hele gezin was nooit een optie. Bruyninckx heeft twee kinderen met een verstandelijke beperking. ‘Het was onmogelijk om ze weg te rukken uit hun

vertrouwde omgeving. Ze zouden ook nooit Engels of Deens leren.’ Zijn vrouw ging in loopbaanonderbreking toen hij naar Kopenhagen vertrok. ‘We hebben een huis gekocht dat we willen ombouwen tot een woonvorm voor tien volwassenen met een mentale beperking. Mijn vrouw trekt dat. Er komt gigantisch veel bij kijken, maar met 16.000 mensen op de wachtlijst moet je het heft wel in eigen handen nemen. Het is uiteindelijk de hamvraag waarmee alle ouders van kinderen met een beperking worstelen: wat als ik er niet meer ben?’ Bruyninckx staat er anders in het leven door. ‘Mijn vrouw en ik waren goede studenten. Alles ging vanzelf. En dan krijg je plots in zeventien maanden tijd twee kinderen met een mentale beperking. Je wordt geconfronteerd met iets wat je niet kent en daar moet je mee leren omgaan. Dat betekent ook dat je zelf een stuk initiatief moet nemen. We waren altijd geëngageerd en sportief. Ik dacht nooit dat ik een voetbalploegje voor kinderen met een beperking zou oprichten. Mijn vrouw doet veel voor de Special Olympics en geïntegreerde gymnastiek.’ ‘We zijn een society of winners. Almaar meer heb ik de indruk. In die betekenis zullen mijn oudste kinderen nooit winnaars zijn. Maar er is meer in het leven. Ik ben op andere waarden beginnen letten, ik zie nu dingen in mensen die ik tevoren niet zag. Neem die voetbalploeg: dat is geen Champions League, maar het plezier dat je eraan beleeft, is groot. Mensen hebben soms zoiets van: hoe lang heb je nu al kinderen met een beperking, is dat nog altijd zo emotioneel? Ja, dat is zo.’ Hij heeft het al vaak gezegd de laatste 24 uren. Dat die topjob niet vol te houden is zonder een stevige fysiek. In de luchthaven van Kopenhagen valt het nog meer op. Een beetje conditie is geen overbodige luxe om hem te kunnen bijbenen. Nooit nerveus, wel een tikje ongeduldig, maar vooral doelgericht. Bruyninckx stapt het volgende vliegtuig op, richting Barcelona om daar alweer de milieu- en klimaatuitdagingen scherp te stellen. Het was vroeg dag, het zal een late nacht worden. Het is zoals zijn dochter hem wel vaker vraagt. ‘Papa, is dat klimaatprobleem nu nog altijd niet opgelost? Je bent daar nu al zo lang mee bezig.’

DS WEEKBLAD 27


BIJ DE VLUCHTELINGENWERKERS ACHTER DE SLOGAN

Wir schaffen das

28

DS WEEKBLAD


en dan begint het pas Hoe geef je een Syrische jongen, die zijn vriend vermoord zag worden, houvast? Hoe help je ouders die van vreemd terrein een ‘thuis’ voor hun kinderen moeten maken? ‘Wir schaffen das: de praktijk’, met Geertrui Serneels, Psychologe van het Jaar, en haar team. ‘Vluchtelingen worden te vaak als slachtoffers behandeld, niet als nieuwe krachten.’ Griet Plets, illustraties Pascale Pettersson

W

aar hij zijn ouders precies is kwijtgeraakt, weet hij niet meer. Het was ook zo’n lange tocht, langs zoveel landen: hoe kun je van een jongen – een kind van 11 – verwachten dat hij wist waar ze waren, toen de mensensmokkelaar zei: ‘We gaan voort’. En dat hij de ouders van Ashraf* later wel zou vinden en overbrengen. De jongen verblijft intussen goed een jaar in België, naar zijn ouders is het internationale Rode Kruis nog steeds op zoek. ‘Ik heb één keer een gesprek met hem gehad’, vertelt Michelle, psychologe. ‘Ashraf heeft aan den lijve ondervonden hoe mensensmokkelaars te werk gaan, heeft honger en dorst gehad, was van het ene op het andere moment moederziel alleen. Hij is duidelijk getraumatiseerd. Maar sinds dat eerste gesprek houdt hij elk contact af. “Ga jij het voor mij oplossen? Breng je mijn ouders terug? Nee? Dan zwijg ik.” Dat ik hem misschien op een andere manier kan helpen, alleszins: dat hij zijn leed niet alleen hoeft te dragen, het komt niet aan.’ Het is dinsdagochtend, 10.30 uur, en rustig in Fonto Nova in Genk – een onopvallend rijhuis in een straat waar de ene Turkse bakker de andere naar de kroon steekt en diversiteit geen droom- of schrik-

beeld maar een realiteit is. Niet toevallig hier wonen in een leefgroep zes nietbegeleide minderjarigen, haast allemaal Afghanen; boven zijn nog studio’s voor wie 15 is of meer – een voorbereiding op dat echte leven straks, daarbuiten. Omdat met twee van de jongens het contact erg moeizaam loopt, heeft de organisatie Michelle erbij gehaald. Zij werkt voor Solentra, dat kinderen van asielzoekers en vluchtelingen psychisch begeleidt. Vaak betekent dat: ook hun ouders of familie ondersteunen. Soms – steeds vaker – is het: een jongere helemaal alleen. Vooropgestuurd, in de hoop dat later gezinshereniging volgt; of samen vertrokken, maar niet samen aangekomen. Voor Ashraf is leven nog steeds overleven, licht Tim, zijn trajectbegeleider, toe. ‘Wie het haalt en hier raakt, is sterk en koppig, en toont zich dat ook. Zolang Ashraf in die modus blijft, voelt het veilig. Maar het houdt hem ook tegen om verder te gaan. Gisteren had hij ruzie met een begeleidster, omdat hij met bestek had gegooid.’ Michelle: ‘Kun je op zo’n moment zeggen dat hij boos mag zijn, maar niet op die vrouw? Dat hij haar vriendschap dreigt te verliezen? Hij heeft alle recht om kwaad te zijn – maar dan op het leven, zíjn leven, niet op wie elke week zijn kamer poetst.’

EN NA JE 18DE?

Ze zou hem toch graag even spreken, al is het vijf minuten, zegt Michelle. De meeste jongens zitten op school, maar Ashraf is ‘thuis. En er is een tolk die zijn moedertaal spreekt. Tim gaat in de woonkamer polsen; languit voor de televisie ligt de jongen – surreëel dat hij een jaar geleden nog in een truck of oplegger verstopt zat. Dat hij intussen naar school gaat en zich min of meer staande weet te houden, zelfs een mondje Nederlands spreekt. ‘Nee, en weer met tien mensen samen, en ik die moet praten’, hoor ik hem zeggen. ‘Nee nee,’ sust Tim, ‘alleen Michelle en de tolk.’ Het stelt Ashraf niet gerust; hij kiest de vlucht vooruit, naar zijn kamer, kwaad. Het is veel verwacht, weet Michelle, van een jongen in volle asielprocedure, bungelend tussen ‘ja’ en ‘nee’, hoop en wanhoop. ‘Ik wil dat hij die procedure met zo weinig mogelijk psychische schade doorkomt. Ik wil dat hij weer vertrouwen krijgt en nieuwsgierig wordt, ook naar de wereld buiten hem.’ Alleen: hoe moet dat als je niet weet of die wereld je wel wil? Integreren, je engageren, Nederlands leren, flink naar school – maar misschien ook zo weer terug naar af. Het vergt een haast schizofrene souplesse. Tim: ‘Het toont hoe complex dat statuut van niet-begeleide minderjarigen is. Bij een

DS WEEKBLAD 29


WIR SCHAFFEN DAS, DE PRAKTIJK

njet gaat hun advocaat in beroep, en tot je 18de word je sowieso het land niet uitgezet, maar wat daarna? Denken wij echt dat een jongere die hier zes jaar heeft gewoond, op z’n 18de nog terugkeert? Zopas is een negatieve beslissing gevallen voor een jongen van 13 en zijn neef. Zo’n kind moet vragen beantwoorden als: welke kleur heeft in je thuisland de baksteen van jullie huis en hoe ver is het lopen naar de dichtstbijzijnde stad? Kunnen we dat wel verwachten? Vorig jaar zijn bij Fonto Nova een veertigtal minderjarigen aangemeld, dit jaar zitten we al aan 68. Ze worden bovendien almaar jonger: een kind van 11, wat doet dat hier alleen?’ Des te opmerkelijker is het: dat het in het gros van de gevallen toch vrij goed gaat. Veel jongeren aarden alsnog. Ook de Syrische tieners die Michelle ziet en die – zonder uitzondering – terug willen, zodra dat kan. ‘Ze voelen zich vaak verschrikkelijk schuldig. Ik begeleid een Syrische jongen van wie zijn beste vriend voor z’n ogen door een sluipschutter werd doodgeschoten. Waarom was ik het niet, vraagt hij zich voortdurend af. Vaak willen ze in eerste instantie niet eens “landen” hier. Eén stem in

mijn hoofd zegt dat ik jong moet zijn en spelen en genieten, zei een Syrische jongen die met zijn broer is gevlucht, de andere dat ik een oude man ben, moe, óp.’

‘Ik probeer hen uit te leggen wat het betekent om zoals een boom losgerukt te worden en op vreemde grond herplant. Maar ook: dat een boom doodgaat als hij niet op de een of andere manier toch weer wortel schiet. Ik houd hen een spiegel voor: dit is jouw situatie, wat doe je ermee? Een Syrische jongen in een technische opleiding zei het zo: ik ben 13 nu, als ik 18 ben, heb ik

mijn diploma en begin ik in Syrië een eigen zaak. Of dat ervan komt, zien we wel, maar hij heeft alvast een doel.’ SKYPE-BROERTJE

Het valt Michelle en haar collega’s telkens weer op: hoe veerkrachtig mensen zijn. En wat je kunt bereiken als je die veerkracht versterkt – en niet hun slachtofferschap. ‘Pas op, ze zíjn slachtoffer’, zegt Geertrui Serneels, directeur van Solentra en Psychologe van het Jaar. ‘Maar ik help zo’n niet-begeleide jongere niet door te zeggen: ocharme. Geen medelijden, wel empathie. “Niet makkelijk, hé, man. Dag per dag: al

30

DS WEEKBLAD

wat je leert, is meegenomen – of je dan terugkeert of hier blijft. Jij kunt in twee werelden thuis zijn.” Maar de realiteit van nietbegeleide minderjarigen is soms zo beangstigend dat ze psychotisch worden. Of hun stress op een verkeerde manier trachten terug te dringen, door automutilatie bijvoorbeeld.’ Tim ziet het bij Naseem, de andere tiener in Fonto Nova met wie het moeilijk loopt: krassen op zijn lichaam, toch één keer per maand. Eerder sloeg hij een gat in de muur – een ingoede jongen nochtans, maar soms zijn emoties niet de baas. Michelle vermoedt dat bij Naseem niet alleen de context speelt. ‘Hij is door zijn ouders met een smokkelaar vooruitgestuurd, intussen is er in Afghanistan nog een broertje bij gekomen dat hij, behalve op Skype, nog nooit heeft gezien: natuurlijk is dat zwaar. Maar ik denk dat hij ook in het begin van zijn leven een en ander heeft gemist: het moet erg moeilijk opvoeden zijn in oorlogsgebied, als de dreiging van overal komt – de Taliban, Al-Qaeda, IS.’ Het maakt symptoomherkenning bij vluchtelingen en migranten soms tot een gordiaanse knoop. Wat wordt door stress en hun vaak precaire situatie veroorzaakt, wat gaat mogelijk dieper – ook een Syrisch kind kan autisme of een ontwikkelingsstoornis hebben. Hoe versterkt het een het ander? En wanneer is een trauma traumatisch? Serneels: ‘Neem een Iraakse vrouw die ik heb gekend. Leefde met haar man en hun drie kinderen illegaal in een buurland. Man wordt opgepakt en opgehangen, zij keert naar Irak terug, waar volgens de traditie zijn

Het went nooit, zegt Michelle, een kind dat niet naar de kermis of het zwembad wil ‘omdat daar overal kinderen met hun ouders zijn’ oudste broer haar opeist – maar wel haar kinderen verstoot, tegen die traditie in. Zij weigert, ze krijgen ruzie, haar oudste zoon komt tussen en wordt doodgestoken. Waarop ze met haar twee overgebleven kinderen naar België vlucht. We doen die vrouw onrecht als we zeggen: mevrouw, u heeft posttraumatisch stresssyndroom (PTTS) – de gebruikelijke diagnose. Niet zíj is waanzinnig, wel wat ze heeft meegemaakt. Dat ze hier is geraakt, getuigt van haar kracht en weerbaarheid.’ Elke psycholoog weet: geen betere bescherming tegen stress en trauma dan stevige relaties en een netwerk rond je – precies waaraan het vluchtelingen vaak ontbreekt. Solentra bouwt dat met hen uit: op school, in de zoektocht naar een job, met steungezinnen en voogden voor niet-begeleide minderjarigen. Serneels: ‘Eurocraten die verhuizen, kunnen bij een relocation office terecht: het zegt hen waar ze een fijne woning vinden, wat een goede school voor hun kinderen zou zijn. Wij proberen dat voor vluchtelingen en migranten mee in gang te zetten.’ BED, BAD, BROOD

‘Ik help zo’n nietbegeleide jongere niet door te zeggen: ocharme. Geen medelijden, wel empathie. “Niet makkelijk, hé, man. Maar dag per dag: al wat je leert, is meegenomen”’

Het went nooit, zegt Michelle, een kind dat niet naar de kermis of het zwembad wil ‘omdat daar overal kinderen met hun ouders zijn’. ‘Maar voor Naseem is bijvoorbeeld zijn voetbaltrainer een sleutelfiguur. Op het veld voelt hij zich goed, en naar waarde geschat. En in zijn steungezin zijn jonge kinderen, met wie hij goed om kan. Kleine dingen, maar met een grote impact.’ Serneels: ‘Wie asiel zoekt, krijgt sowieso opvang. Maar eenmaal erkend, staat een vluchteling er alleen voor. Terwijl net dán de nood aan hulp vaak erg groot is. Dit zijn de mensen die blijven, dán begint het pas.’ En dus is het in ons eigenbelang om hen mee te krijgen, stelt de psychologe – in een eerder


DS WEEKBLAD 31


WIR SCHAFFEN DAS, DE PRAKTIJK

leven bedrijfsjuriste bij Alcatel. ‘Wir schaffen das, ja. Niet omdat we hen inviteren, maar omdat ze er verdorie zijn, omdat het crisis is. Doen we het niet voor hen, wat míjn drijfveer is, dan alleszins voor onszelf: het keert zich anders tegen ons. Ik snap dat mensen angstig zijn. Maar als je kind bang is van honden, laat je het dan thuis van school? Of leer je het met die angsten omgaan?’ Ze denkt het zelf wel eens, als ze een vrouw in boerka ziet: en de emancipatie? Maar goed, dan heeft ook België nog een weg te gaan: 10 procent minder loon voor vrouwen, nog steeds. ‘En kunnen we eerst, en vóór alles, zeggen dat migranten welkom zijn? Want dat hoor ik veel te weinig in het hele debat. Dat ze moeten integreren, dat wél – en dat klopt. Maar laten we eerst maar eens een goede gastheer zijn. We hoeven daarvoor de regels van het huis niet te veranderen: wie goed ontvangt, zal goede gasten hebben.’ De vluchtelingencrisis vorig jaar heeft de zaken scherp gesteld, zegt Serneels. Doordat plots voor zoveel mensen opvang nodig was, werd het: bed, bad, brood – alleen het hoogstnoodzakelijke, voor psychische begeleiding was geen ruimte meer. ‘In ijltempo gingen asielcentra open, goedbedoeld, maar met nauwelijks ervaring. Nieuwkomers werden te veel als slachtoffers behandeld, niet als nieuwe krachten die kansen bieden – en moeten krijgen.’ Want ook dat wordt niet genoeg gezegd, vindt Serneels: wat een meerwaarde migranten kunnen zijn. ‘We hebben als land te weinig en te laat in hen geïnvesteerd: laat ze hun tijd in de mijnen

en ze keren wel naar Marokko en Turkije terug, dachten we – en we wegen het resultaat van migratie daaraan af. Maar migrantenkinderen zijn onze kinderen, ze bouwen mee aan de toekomst van dit land. Wie gaat onze pensioenen betalen? Ook de kinderen van Molenbeek, áls we in hen investeren.’ ‘EEN ZWARTJE’, ACH

Solentra werd tien jaar geleden opgericht, in de schoot van de afdeling kinderpsychiatrie van het UZ Brussel. Twee dingen vielen toen op: haast uitsluitend ‘witte’ ouders kwamen met hun kinderen op de afdeling – veelkleurig Brussel ten spijt – en de Vertrouwenscentra Kindermishandeling kregen, net andersom, opvallend veel meldingen over kinderen met allochtone roots.

32

DS WEEKBLAD

Met andere woorden: er zat een – gapend – gat in de hulpverlening. ‘Ik herinner me een jongetje,’ zegt Julia, al jaren psychologe bij Solentra, ‘dat op school was beginnen huilen: zijn mama had hem geslagen. Navraag leerde dat het maar één keer was gebeurd: het kind at oneetbare objecten, zijn moeder was radeloos. We hebben toen uitgelegd dat het nog voorkomt: kinderen die haar, plastic, kleren eten. Voor de ouders was dat moeilijk te begrijpen, dat het psychisch was: als hun zoontje haar at, lag dat aan de shampoo, dachten zij, en hij kreeg op school vast niet genoeg te eten. Nog verbaasder waren ze toen we zeiden dat de oplossing vooral in praten lag. Niet in medicatie, een duivelsuitdrijving of wat dan ook.’ Het blijft een stigma in veel culturen en tradities: psychische problemen en de bijbehorende zorg. Iets voor ‘zotten’, en dus voor anderen. Eén kind met ADHD of leesproblemen in een gezin, en het kan ook voor de anderen alle huwelijkskansen kelderen – zo groot is soms de smet. Ander referentiekader, andere gewoontes. Geertrui Serneels:‘Slaan mag in sommige culturen wel. Moeten wij ons daaraan aanpassen?, luidt dan steevast verontwaardigd de vraag. Nee. Maar we moeten wel begrijpen waar het vandaan komt. En

‘Doen we het niet voor hen, wat míjn drijfveer is, dan alleszins voor onszelf: het keert zich anders tegen ons’ we moeten vluchtelingen zichzelf ook doen begrijpen. Soms slaan ze vanwege de stress, soms dénken ze dat slaan in hun traditie mag omdat ze al te lang van die traditie zijn afgesneden. Het is vaak erg complex.’ Ook voor de hulpverleners, die vrij van vooroordelen en bijzonder goed geïnformeerd moeten zijn. Want net zo goed is ‘overculturalisering’ een gevaar. Julia kreeg laatst een vraag van een lagere school, over een meisje dat niet mee mocht zwemmen. ‘Een cultureel gegeven, dacht de school, tot we met de opa van het meisje gingen praten. Hij was met zijn familie hierheen gekomen, maar verloor onderweg op zee een


zoon, de oom van het meisje – verdronken. En dus mocht niemand van zijn geliefden nog in water komen, had de man beslist. Niets cultureels, louter angst om nóg een dierbare te verliezen.’ De vragen aan Solentra komen van overal: opvangcentra, sociaal assistenten, jeugdrechtbanken, OCMW’s, scholen. Vaak is het voor hen een nieuwe realiteit: Syrische kinderen in de klas, niet-begeleide minderjarigen, gezinnen illegaal in het land. ‘Onlangs werd ons advies gevraagd over een jongetje dat met zware gedragsproblemen was geschorst. Uit gesprekken bleek dat zijn vader vermoord is, zijn zusje vermist en zijn moeder met haar drie overige kinderen illegaal in ons land. Maar de school wist van niets. Hoe kan dat, denk ik dan. Was het een “wit” kind geweest, er was veel sneller iets gedaan. Maar “een zwartje”, ach.’ UI PELLEN

Vandaag is Julia in een therapeutisch centrum in de buurt van Brussel, op vraag van een verpleegster. Zij begeleidt een Syrisch gezin met een gehandicapte peuter, maar het contact met de ouders loopt bijzonder stroef. Tweeëntwintig maanden is hun kindje intussen, maar het koppel komt maar eens om de twee, drie weken op bezoek. Elke poging van hulpverleners om de band met hun kind te versterken, in die zo belangrijke hechtingsfase, valt op een koude steen. Nochtans gaat het beter met het jongetje, blijkt op een vergadering waarvoor Julia alle hulpverleners heeft bijeengeroepen: dokter, verpleegster, hoofd van de leefgroep waar de peuter zit, sociaal assistent, begeleider en Solentra. ‘Hij evolueert,’ zegt de dokter, ‘heel langzaam, maar de evolutie ís er.’ En dus: ‘In principe, met de juiste begeleiding, kan hij naar huis.’ Het is medisch advies, alleen dat, want iedereen rond de tafel weet: Robert kan niet naar huis. Niet omdat het per se onveilig zou zijn, wel omdat zijn ontwikkelingskansen er uiterst beperkt zijn. ‘We hebben zijn ouders vaak voorgesteld om hem een badje te geven, of z’n verzorging te doen’, zegt de verpleegster. ‘Ik begrijp Robert haast niet,

hij spreekt nauwelijks Arabisch, alleen Nederlands, zei zijn mama laatst. Omdat hij

veel vaker de hulpverleners dan haar ouders ziet, heb ik uitgelegd.’ Julia schetst de situatie van het gezin, be-

knopt, want veel info is er niet. ‘Mama werd zwanger van Robert in een vluchtelingenkamp; ze is bevallen twee maanden na hun aankomst hier; al voor de geboorte bleek een neurologische afwijking; en er is ook een broer van 6, die op handen wordt gedragen. Wij hoeven niet alle details van hun verhaal te kennen, we zijn Vreemdelingenzaken niet, maar deze ouders sluiten zich af, en we weten niet waarom.’ Zoals je een ui pelt, legt de psychologe alle mogelijke lagen en motieven bloot. Zijn de ouders nog in rouw om de droom die ze voor hun zoontje hadden, en die nooit werkelijkheid wordt? Gaat al hun energie naar hun meest basale noden: huisvesting, een job, een school voor hun andere kind? Voelen ze zich schuldig? ‘Misschien heb ik in het kamp bedorven voedsel gegeten, heeft de moeder al gezegd. Kan het aan de naam van hun kindje liggen: Robert is geen Arabisch – hebben ze het over zich afgeroepen?’ Of rust in hun referentiekader nog steeds een taboe op handicaps? ‘Zelfs van haar man wil mama het woord “gehandicapt” niet horen.

‘Dat ze moeten integreren, klopt. Maar laten we eerst maar eens een goede gastheer zijn. Wie goed ontvangt, zal goede gasten hebben’ Wij gebruiken het wél: opdat de realiteit zou doordringen en haar kindje de juiste zorg zou krijgen.’ Het is een van de moeilijkste aspecten van haar job, vindt Julia: hoe lang moet je blijven aanklampen? Ze zucht niet als de ouders niet komen opdagen: mama blijkt ziek, papa kan er pas een uur later zijn. ‘Was ik hier alleen geweest, ik had wellicht op hem gewacht. Ik vind het belangrijk om niet te snel los te laten. Wat hebben ze niet allemaal aan hun hoofd? Maar onze eerste zorg blijft wel het kind: Robert kan hier niet blijven, wij móéten naar een alternatief op zoek.’ Ze gaat nog even bij het jongetje in de

leefgroep langs – krijgt hij toch bezoek. De peuter ligt lachend in een box, een speeltje in zijn handen. Dag en nacht verschil met een halfjaar terug, zegt een verpleegster: ‘Toen huilde hij de hele tijd, was hij gespannen, maakte hij nauwelijks contact. Hij hield ook niet van de zon – nooit buiten geweest. Maar deze zomer zijn we gaan fietsen en na een halfuur vond hij het heerlijk.’ ER BROEIT IETS

Het houdt ook Julia gaande: de veerkracht van mensen, ook – al zeker – kinderen. Maar er zit niet eindeloos rek op, weet ze. Ze maakt zich zorgen: ‘Er broeit iets in de maatschappij. Ik zie mensen die al tientallen brieven hebben gekregen om het land te verlaten, maar hier nog altijd ondergedoken zijn. In voortdurende angst en de moeilijkste omstandigheden – een bom van frustraties vaak.’ Steeds vaker krijgen ze vragen over wat ‘mogelijk een geval van radicalisering’ is. Meestal speelt iets anders. Julia: ‘Een meisje dat plots een hoofddoek draagt, niet omdat ze radicaliseert, maar omdat ze haar identiteit zoekt. Haar ouders willen niet liever dan dat ze assimileert – al die moeite om haar een beter leven te geven hier; zij voelt zich verscheurd.’ ‘We houden “radicalisering” voorlopig wat af ’, zegt Geertrui Serneels. ‘Ik wil er wel over nadenken, maar het is zó complex.’ Ze staat op dit moment één Syriëstrijder bij, op vraag van de rechter, die een trauma vermoedt. ‘En dat is er wel, die jongen is in Syrië geweest, maar zijn radicalisering begon al vóór dat trauma en wat waren daar de oorzaken van? Een identiteitscrisis, gebroken familie, makkelijk beïnvloedbaar? Ik weet niet of zo’n man alleen een psycholoog nodig heeft. Voor we het beseffen, is de oplossing: we maken er psychiatrische patiënten van, lossen jullie het maar op. Terwijl er zoveel meer nodig is, preventie in de eerste plaats.’ Betreurt ze soms haar overstap: van goedbetaalde bedrijfsjurist naar goedbedoelende psycholoog? ‘Nee,’ is het antwoord eerlijk kort, ‘maar wie in de hulpverlening werkt, krijgt vaak niet genoeg waardering. Deze job vraagt levenservaring, kennis en veel inzet. Maar hulpverleners dreigen, samen met de vluchtelingen en migranten, in de marge te belanden.’

* Vanwege de privacy zijn sommige namen veranderd DS WEEKBLAD 33


BEELDVERHAAL W I L L ST E ACY

34

DS WEEKBLAD


Uitzicht vanaf Sapatkins bureau, nadat de redactie verhuisd is naar een voormalig warenhuis, 3:17pm, 2012.

OUT OF PRINT

Fotojournalist Will Steacy volgde vijf jaar het wel en vooral het wee op de redactie van The Philadelphia Inquirer. Een icoon van de Amerikaanse journalistiek in vrije val.

Overal ter wereld lijden printmedia onder de digitale pletwals, maar nergens zo hard als in de Verenigde Staten. Sinds 2001 verloor één op de drie journalisten er zijn job. De redenen zijn bekend: pixels verdringen papier, het aantal alternatieve informatiebronnen stijgt exponentieel, leef- en leesgewoonten veranderen en met stip op één: reclame-inkomsten kelderen. Een van de roemrijkste patiënten is The Philadelphia Inquirer. Opgericht in 1829, en daarmee de op twee na oudste krant van het land. Democratische en humanistische waarden staan er extra hoog in het vaandel: het is in Philadelphia dat de Onafhankelijkheidsverklaring (1776) en de Grondwet (1787) ondertekend werden. Sinds 1972, toen de legendarische krantenman Gene Roberts The New York Times verliet om de Inquirer te leiden, won de krant twintig Pulitzer-prijzen. De thuishaven was een prachtig art deco-gebouw in hartje Philly, bijgenaamd The Tower of Truth. Toen Roberts de toren in 1990 verliet, werkten er 700 journalisten. Nu nog 210. Fotojournalist Will Steacy volgde de voorbije vijf jaar het verval. Vijf jaar met evenveel overnames, almaar kleinere oplages, de ene na de andere ont-

slagronde. Vijf jaar ook die een epiloog waren bij anderhalve eeuw familiegeschiedenis. Overgrootvader Steacy had een krant opgericht, grootvader was hoofdredacteur geweest. Zijn vader Tom was 29 jaar editor bij de Inquirer. In 2011, terwijl hij herstelde van een hartoperatie, werd hij op de keien gezet. ‘Ooit zond de Inquirer iemand voor zes maanden naar Afrika om het lot van de zwarte neushoorn te onderzoeken’, zegt Steacy. ‘Nu maken ze geen enkel eigen verhaal meer waarvoor je langer dan een uur moet rijden.’ Steacy verwijst nog naar een quote van founding father Thomas Jefferson (1743-1826), de derde Amerikaanse president: ‘Were it left to me to

decide whether we should have a government without newspapers, or newspapers without a government, I should not hesitate for a moment to prefer the latter (…).’ Maar het

zijn dus anderen die beslissen. The Tower of Truth is verkocht aan een projectontwikkelaar en is straks een casino. Het boek ‘Deadline’ is te verkrijgen via www.willsteacy.com

DS WEEKBLAD 35


BEELDVERHAAL

__

W I L L ST E ACY

3

1

2

36

DS WEEKBLAD 4


1. De Tower of Truth, 8:22pm, 2012. Ooit werkten daar 700 journalisten voor de Inquirer, die op haar hoogtepunt een oplage van 700.000 exemplaren had – nu nog 150.000. De toren is straks een casino.

3. Al Campbell, eindredacteur, 8:09pm, 2009.

4. Herbestemde stoel, 3:55pm, 2011.

5. De advertentieafdeling, 1:01pm, 2011.

6. Gezichten van ontslagen journalisten worden systematisch doorstreept, 2:51pm, 2011. 5

DS WEEKBLAD 37 6


BEELDVERHAAL

__

W I L L ST E ACY

7

9

8

7. Afgedankte computers, 5:59pm, 2011.

8. Voor alle journalisten een iPhone, kunnen ze ook foto’s mee maken.

13. Op naar de krantenkiosk. De stapels blijven maar krimpen. 2:39pm, 2009

38

DS WEEKBLAD

10


11

12

13

DS WEEKBLAD 39


40

DS WEEKBLAD


SMARTPHONES EN RELATIES? IT’S COMPLICATED! Verlangen, en haar lelijke zusje onzekerheid, waren altijd al een essentieel onderdeel van onze liefdeslevens. Maar sinds we smartphones hebben, kunnen we er alsmaar minder mee om. ‘Wie een bericht twee dagen onbeantwoord laat, is geen casanova maar een botterik – en afgeschreven.’ Eva Berghmans, illustraties Martyn F. Overweel

H

et allerergste wat er kan gebeuren als je via Facebook Messenger of Whatsapp een bericht stuurt naar iemand op wie je een oogje hebt? ‘Dat je ziet dat hij je bericht gelezen heeft en een antwoord beginnen te tikken is, maar er uiteindelijk niets komt. Dat is nog erger dan wanneer hij niet meteen reageert. Al denk je dan ook wel: dit wordt niets.’ Voor de leerlingen uit het zesde jaar humane wetenschappen van het Hasseltse Kindsheid Jesu komt bij een afwijzing nog altijd flink wat stress kijken, ook al is een njet in het onlinetijdperk lang niet meer de sociale beschadigingsoperatie die ze vroeger was. Een afwijzing gebeurt niet face to face en evenmin publiek. Het is veel makkelijker om op Facebook een vriendschapsverzoek te sturen dan om iemands telefoonnummer te vragen. Je hoeft zelfs geen openingszin meer te bedenken. Bovendien riskeer je nog zelden een klap in het gezicht, als je al te voortvarend bent. ‘Dankzij computers kunnen we ons afschermen van de afwijzing’, zegt Jesse Fox, die aan de universiteit van Ohio het effect onderzoekt van nieuwe technologie op ons zelfbeeld en onze relaties. ‘Bovendien is sms’en of chatten veel gemakkelijker dan een klassiek telefoongesprek, met al die ongemakkelijke stiltes. Je moet niet meteen gevat uit de hoek komen. Je hoeft ook niet te tonen dat je geen flauw idee hebt over welke

DS WEEKBLAD 41


SMARTPHONES EN LIEFDE

hippe band de andere het heeft – je zoekt de band even op en text terug: “ik ben dol op hun nieuwe album”. Echt bedrog is dat niet, je probeert gewoon om er op je best uit te zien, in de hoop een date te versieren.’

Alleen als je dat obsessief gaat doen, of je zit de hele tijd naar je telefoon te staren in de hoop dat er een tekstbericht komt, is het niet erg gezond.’ (LATEN) WACHTEN, EEN KUNST

AVATAR CRUSH

Met die date in levenden lijve kun je maar beter niet te lang wachten, leer ik van de leerlingen in Kindsheid Jesu. Voor je het weet, heb je een avatar crush en blijkt de persoon achter al die spitse berichten griezelig verlegen of voorzien van een rotstem. Het ideale scenario? Een oppervlakkige, bij voorkeur flirterige kennismaking, bijvoorbeeld op een feest, en dan Facebookvrienden worden, om te zien welk vlees je in de kuip hebt. ‘Je checkt de foto’s en begint die te liken, dan toon je interesse. Tenzij er echt marginale tussen zitten, waarop hij dronken staat bijvoorbeeld. Dan weet je ineens dat hij onvolwassen is.’ Het is een ongeschreven code onder jongeren, zegt Joris Van Ouytsel, die zich aan de universiteit van Antwerpen buigt over jongeren en sociale media. ‘Als iemand je oude foto’s begint te liken, dan is dat het hedendaagse equivalent van een liefdesbrief. Het toont een grote interesse, veel groter dan die wanneer je nieuwe foto’s liket. De meeste mensen zien de foto’s op Facebook als een betrouwbare indicator van iemands karakter. Een gast die halfnaakt op zijn profiel staat? Te groot ego. Iemand die te veel voorovergebogen staat? Te weinig sociaal.’ Foto’s die anderen van je maken en posten, zijn vaak een nog betere indicator, omdat ze authentieker heten te zijn. Tekst, zoals status-updates, beschouwen we doorgaans als onbetrouwbaar – of minstens gemanipuleerd. ‘De echt fatsoenlijke gesprekken moet je uiteindelijk toch voeren als je tegenover elkaar zit’, zegt een meisje op Kindsheid Jesu. Ze krijgt veel bijval. ‘Vroeger schreef je tussen twee afspraakjes in toch brieven? Ik denk dat Messenger voor ons hetzelfde is’, vult een ander aan. ‘Je leert elkaar er beter door kennen, maar uiteindelijk moet het toch vooral offline klikken.’ Jesse Fox volgt dezelfde redenering: een prille relatie kan best deugd hebben van wat extra communicatie via de computer. ‘Als je al een paar geslaagde dates hebt gehad, dan kan het goed zijn voor de ontwikkeling van de relatie dat je ook eens kunt texten: hey, ik denk aan je.

42

DS WEEKBLAD

Zodra je een beetje zeker bent van elkaar, is de grote stress er af. Niemand vindt het een probleem als zijn vriend of vriendin niet meteen op een gezien bericht antwoordt – ‘die heeft dan vast iets anders te doen’, klinkt het op Kindsheid Jesu. Helaas, zegt Fox, gaat niet iedereen in een relatie zo relaxed met de smartphone om.

‘Als iemand je oude foto’s op Facebook begint te liken, dan is dat het hedendaagse equivalent van een liefdesbrief’

‘Het hangt erg af van welk hechtingstype je bent. Als je in je prille kindertijd, tussen 0 en 2 jaar, een goede band hebt gehad met je ouders, ben je wellicht goed met relaties en hoeft er geen probleem te zijn. Maar als je last hebt met je hechtingsgedrag, dreigt de smartphone een bron van extra stress te worden. Dat is zo voor wie bang en onzeker is in relaties, en het geldt nog meer voor de gepreoccupeerde types. Het zijn die mensen die je als clingy ervaart, die aan je lijken te kleven. Ze verwachten dat er voortdurend contact is, want ze hebben constant bevestiging nodig. Als er geen antwoord komt, interpreteren ze het negatief. En dat werkt dan weer argwaan en jaloezie in de hand.’ Zou het kunnen dat we ons, als we verliefd zijn, min of meer als het gepreoccupeerde type gedragen? Waarom doet het zo’n zeer als een potentiële geliefde onze zorgvuldig opgestelde – bijna nonchalant, maar net dubbelzinnig genoeg – berichten niet meteen beantwoordt? En was dat dan zo anders in het tijdperk van de liefdesbrieven en vaste telefoontoestellen?

Sinds de uitvinding van de romantische liefde is de kunst van het wachten en laten wachten een essentieel onderdeel van de hofmakerij. Je legde je ziel en je zaligheid in een liefdesbrief, deed hem op de post en wachtte met een bang hart af of er reactie kwam. De Canadese schrijver Michael Harris, die in The End of Absence onderzoekt of we iets essentieels verliezen als we continu online zijn, was de gemakzucht van het online flirten zo beu dat hij een strook liefdesgedichten van Pablo Neruda naast zijn computer hing, en daaroverheen de boodschappen die hij van mogelijke online lovers kreeg toegestuurd. Natuurlijk is die vergelijking oneerlijk. Ook in het werkelijke leven zijn niet alle mannen en vrouwen begiftigd met Neruda’s, Dante’s of Petrarca’s talent. Maar het contrast zit niet alleen in de woordkeuze en zinslengte van de boodschap. De snelheid waarmee berichten tegenwoordig verstuurd en beantwoord worden, knaagt ook aan de intentie ervan. Verlangen groeit en bloeit bij gratie van de afwezigheid van de ander. Als we niet meer kunnen verdragen dat we afwezig zijn in elkaars leven, verandert het flirten ten gronde. Playing hard to get bestaat niet meer. Wie een Messengerbericht twee dagen onbeantwoord laat, is geen geraffineerde casanova maar een onbeleefde botterik – en meteen afgeschreven als potentieel liefje. HORRORLIEFDE

Zelfs Harris betrapt zichzelf erop dat hij na een geslaagde eerste date naar huis gaat in de hoop dat hij snel zijn telefoon in zijn broekzak voelt trillen. De verliefde is een aandachtsjunkie geworden. Elk bericht dat hij stuurt, is tegelijk een vraag om bevestiging. Alsof we onze onzekerheid, die onlosmakelijk met verliefdheid verbonden is, afwentelen op de ander. Paradoxaal genoeg wordt die onzekerheid daardoor alleen maar groter. Het is niet meer één keer per dag bang afwachten tot de postbode komt, maar tientallen keren per dag checken of dat pseudo-nonchalante bericht al beantwoord werd. Doordat we ons zo blindstaren op de reacties van de ander, ontzeggen we ons een groot plezier, denkt Harris. Hoe gekmakend verliefdheid ook is, in dagdromen kan ze het toppunt van zaligheid zijn, namelijk: alles wat we willen. Maar ook dagdromen ge-


best voorspellen of het iets wordt tussen een stel na een eerste date. Dat is niet de politieke voorkeur, maar bijvoorbeeld wel een gedeelde liefde voor horrorfilms. Dat heeft niet met die horror te maken, wel met de liefde voor kicks die die mensen dan allicht delen.’ FACEBOOK OFFICIAL

dijen alleen maar in afwezigheid van de ander. Bovendien hebben dagdromen een relationeel nut: ze helpen je je geliefde idealiseren. Je maakt ervan wat je wilt, liefde maakt blind. En tegen dat je beseft dat hij of zij ook maar een mens is, met alle mankementen van dien, is de band misschien al zo goed dat daarmee te leven valt. Het hoeft ook niet per se een voordeel te zijn dat je via de sociale media heel snel van alles te weten komt over je love interest. Wat als houvast aanvoelt, is vaak fake, zegt Jesse Fox. ‘Als mensen online een partner zoeken, sluiten ze bijvoorbeeld iemand met een andere politieke voorkeur of een andere religie uit. Maar dat hoeft helemaal geen struikelblok te zijn. Een Amerikaans datingbureau heeft eens uitgezocht welke kenmerken het

De verliefde is een aandachtsjunkie geworden. Elk bericht dat hij stuurt, is tegelijk een vraag om bevestiging

Neehee! Geen van de leerlingen op Kindsheid Jesu denkt er nog maar aan om een nieuwe liefde te melden op Facebook via het officiële kanaal ‘in een relatie met’. Onnozel, vinden ze, alsof de wereld zaken heeft met nieuwe liefde. Dat het pocherig overkomt ook. En dat het des te onnozeler is als je twee weken later je status alweer moet veranderen in single. Of erger nog: in ‘it’s complicated’ – ‘dat is echt aanstellerij. Dan ben je uit op aandacht, dan wil je dat iedereen vraagt wat er aan de hand is’. Het enige excuus om toch ‘facebook official’ te worden: als het echt een lange relatie is. Robin overkwam het zowat per ongeluk, toen Facebook een update van haar gegevens vroeg. ‘Gelukkig heeft mijn lief het bevestigd, anders had ik me wel zorgen gemaakt. Maar een big deal was het niet, iedereen wist al dat we samen waren.’ Allicht omdat alleen nog langdurige relaties geafficheerd worden, kan de status ‘in een relatie’ als afschrikmiddel werken. ‘Als een jongen “in een relatie” is, weet je dat je niet moet beginnen te spelen.’ Spelen als in: allerhande foto’s liken? ‘Bijvoorbeeld. Al blijkt ook dat jongens daar niet zo hard over nadenken. Die liken gewoon een foto, zonder dat ze een bijbedoeling hebben.’ Bijval aan de andere kant van de tafel, waar enkele jongens zich verzameld hebben. ‘Ah ja, daar dient het voor. Liken is toch gewoon leuk?’ Het blijkt een rode draad: meisjes hebben meer de neiging om de dingen betekenisvol te vinden. Dat blijkt ook uit het onderzoek van Jesse Fox. ‘Twintigers die hun relatiestatus niet meer tonen op Facebook, doen dat meestal omdat ze een vervelende ervaring hebben gehad in het verleden. Bij heterokoppels heeft de vrouw de neiging om “facebook official” te zien als een synoniem voor een exclusieve relatie, bij mannen bleek dat minder het geval. Tieners en twintigers zeggen nu gewoon dat ze hun status nooit aanpassen, dan voorkom je de discussie. Dat wil niet zeggen dat ze de relatie verstoppen op Facebook, ze zullen bijvoorbeeld wel foto’s delen van dingen die ze samen doen. Het

DS WEEKBLAD 43


SMARTPHONES EN LIEFDE

vermijdt ook de drama’s als je de status weer moet aanpassen.’ WAT IS JE PASWOORD OOK WEER?

Facebook is wel vaker een bron van discussie tussen koppels. Gedrag dat jaloezie opwekt, bleef vroeger onder de radar – zolang je op het werk flirt, weet je partner daar niets van. Als die collega zich op Facebook meldt met een buitensporig aantal likes, is het een ander paar mouwen. ‘En als je het op sociale media ziet, voel je je makkelijker bedreigd dan in het echte leven, omdat het vaak ook zichtbaar is voor iedereen in je omgeving’, zegt Fox. Het is niet meteen een gevoel dat de jongeren van Kindsheid Jesu herkennen. Maar enige vage onrust af en toe, die is hun – vooral de meisjes dan – niet vreemd. Als een meisje te vaak opduikt op de Facebookpagina van hun lief of potentiële lief, zien ze concurrentie. Elkaars telefoon controleren, vinden ze ondenkbaar – zelfs als hun lief plots vreemd bezitterig zou doen over zijn/ haar telefoon. Nee, dan liever een gesprek over wat er aan de hand is. Opvallend vaak in de discussie vallen woorden als ‘vertrouwen’ of ‘volwassen’ en opvallend vaak linken de leerlingen die woorden aan ouderwetse face-to-face-contacten. Niet omdat ze online geweldig slechte ervaringen hebben – niemand heeft gruwelijke verhalen – maar ze kennen er wel. Ze keren zich niet af van onlinecommunicatie, maar beseffen dat het risico op misverstanden groot is. Enthousiasme valt nog over te brengen, maar wat als je eens in je haast vergeet dat uitroepteken te zetten en een magere ‘oké’ terugstuurt als reactie op een

40 procent van de 16- tot 18-jarigen in een relatie geeft toe de telefoon van zijn of haar geliefde te controleren. ‘Niet normaal. En dat moeten we hen duidelijk maken’

44

DS WEEKBLAD

invitatie? Hoe druk je teleurstelling uit? Boosheid? De vraag is of iedereen er zo goed mee omgaat. In het onderzoek van Joris Van Ouytsel gaf 56,8 procent van de 16- tot 18-jarigen in een relatie aan dat ze al eens boos waren geworden op hun lief omdat hij of zij niet had geantwoord op berichten. 40 procent gaf toe de telefoon van zijn of haar geliefde te controleren. ‘We moeten jongeren ervan bewust maken dat dat niet normaal is, dat ze nee mogen zeggen als hun lief hun paswoord wil kennen’, zegt Van Ouytsel. ‘We weten dat online controle vaak ook tot offline controle leidt, en mogelijk is er zelfs een verband met partnergeweld. Hetzelfde geldt voor sexting: we moeten jongeren leren dat het niet oké is als iemand je vraagt om een sexy foto door te sturen als teken van vertrouwen.’ Maar is het geen ouderwetse reflex om iets als sexting meteen te veroordelen? Als er geen misbruik van gemaakt wordt, kan het dan geen deel zijn van een normale seksuele ontwikkeling? ‘Moeilijk’, zegt Jesse Fox. ‘Meisjes geven heel vaak aan het tegen hun zin te doen. De kans dat zich daarmee een patroon ontwikkelt, waarbij ze denken dat seks erom draait de andere zijn zin te geven, is reëel.’ OVERKILL

Of het allemaal zo dramatisch is als onheilsprofeten denken, moet verder onderzoek uitwijzen. Worden we in de toekomst allemaal gepreoccupeerde types die aan ons lief kleven als een teek aan een passant? Het risico is niet ondenkbaar, zegt Fox. ‘Recent onderzoek stelde vast dat er meer gepreoccupeerde types rondlopen. Dat kan niet alleen de schuld zijn van de technologie, want hechting ontstaat in de babytijd. Maar het zou kunnen dat de huidige technologie het verergert.’ In geval van overkill is er maar één remedie: we moeten onszelf en onze geliefden opvoeden. Misschien moeten we weer leren iemand te missen. Misschien moeten we gemis positief leren zien, eerder dan als een akelig gevoel dat zo snel mogelijk verholpen dient te worden. Eén advies, zegt Fox: praat erover. ‘Mensen praten over zoveel dingen in een relatie, maar niet over technologie. We denken niet na over de rol die ze speelt in onze levens. Stel dat de ene wel op sociale media wil zitten, en de andere niet: dat

Exen die elkaar defrienden, zijn een uitzondering. ‘De populairste strategie is de “better than ever”: tonen dat ze een geweldig leven hebben zonder hem of haar’

moet duidelijk zijn. Als je niet de hele tijd berichten wilt ontvangen, omdat je je telefoon niet voortdurend wilt checken terwijl je aan het werk bent, dan moet je dat zeggen.’ Nee, zeggen ze bij Kindsheid Jesu, dat soort afspraken kun je niet maken bij het begin van een relatie. ‘Dat moet je leren aanvoelen.’ Desnoods met een paar fikse discussies onderweg. Over of bellen elke dag mag, of alleen in noodgevallen. Of Fifa mee aan tafel mag, of alleen als je zelf in bed Netflix zit te kijken. ‘Dat is toch niet anders dan bij de vorige generaties? Mijn ouders hebben ook niet op hun eerste date afgesproken dat mijn pa de telefoon één keer zou laten overgaan als hij iets nodig had, en dat mijn moeder dan wel zou terugbellen.’ Als je elkaar al moeilijk kunt lossen in een relatie, hoe doe je dat dan als die relatie voorbij is en je je ten gronde eenzaam voelt? In de klas van Kindsheid Jesu lopen de meningen uiteen. Defrienden klinkt verstandig, vindt de ene, maar ook wel heel dramatisch, meent de andere. ‘Als je als vrienden uit elkaar gaat, kun je toch ook vrienden blijven op Facebook?’ ‘Het is het beste om elkaar minstens tijdelijk te defrienden’, zegt Jesse Fox. ‘En als je niet wilt dat het te hard overkomt, kun je daar een gesprek over hebben.’ In de praktijk doen exen op Facebook van alles en nog wat, maar elkaar defrienden is een uitzondering. ‘De populairste strategie is de “better than ever”: tonen dat ze een geweldig leven hebben zonder hem of haar. Een nieuw kapsel nemen, keihard gaan feesten, massa’s nieuwe vrienden maken.’ ‘Leuke foto’s!’ Iemand?


BINNENKORT IN ANCIENNE BELGIQUE ZA 22.10

Dub FX + Draft (dj) + Andy (dj) ZO 23.10 In remembrance of David McComb...

The Triffids

MA 31.10

#ABconcerts ZO 13.11

ZA 26.11

WOE 07.12

MA 14.11

ZA 26.11

WOE 07.12

Grandgeorge

Autumn Falls:

Death Grips DI 01.11

Seratones

Dinosaur Jr.

play ‘Born Sandy Devotional’ (1986)

Syndrome Forever and a Day

DI 15.11

ZA 10.12

MA 24.10

The South Atlantic Blues Tour

WOE 16.11

WOE 26.10

Allah-Las + Double Veterans

DO 03.11

BadBadNotGood DO 03.11

Album Presentation ‘Artifacts’

VR 04.11

SOLD OUT

Mira ‘Plaats’ + ZeeSter VR 28.10

Glints

(Artist In Residence) EP Release

ZA 29.10

SOLD OUT

Jeremy Loops + Mat McHugh ZA 29.10

Adia Victoria: Me & The Devil ZO 30.10

Daniel Norgren + Amanda Bergman

Honne + James Hersey MA 07.11

SOLD OUT

Nathaniel Rateliff & The Night Sweats + Matthew Logan Vasquez

MA 07.11

VR 18.11

Zimmerman

Shura

(Balthazar side project): Release ‘The Afterglow’ + She Keeps Bees

VR 18.11

DO 01.12

SOLD OUT

Hyphen Hyphen ZO 20.11

Nicolas Jaar VR 02.12

Joan As Police Woman + Fil Bo Riva

Eefje De Visser Nachtlicht VR16.12

NEON: Cassius Live + Claptone + Stavroz & friends + … ZA 17.12

Crystal Castles + Aftershow Paper Hats

DI 20.12

Doc Gynéco Première Consultation Tour

DO 22.12

Stijn Meuris ‘Tirade’

+ Cane Hill

MA 21.11

VR 02.12

Alex Vargas

Album Presentation: Schaduwland

ZA 03.12

WOE 09.11

Gallant

Idris Ackamoor & The Pyramids We be all Africans VR 11.11

+ Mozes & The Firstborn

SOLD OUT

Bullet For My Valentine + Killswitch Engage

SOLD OUT

Ryley Walker + Itasca

Robbing Millions

Clutch DO 15.12

Autumn Falls:

Jan Swerts

Blues Pills + Kadavar + Stray Train ZO 13.11

Coca-Cola Sessions:

WOE 30.11

MA 05.12

Schoolboy Q

DO 10.11

MA 31.10

WOE 14.12

ZO 27.11

Radical Face + Austin Basham

Samm Henshaw DI 08.11

Newmoon + Whispering Sons

DO 17.11

ZA 19.11

ZO 06.11

Coca-Cola Sessions:

Safi

Jameszoo Live

Warhola

Flavia Coelho

+ Matthew & The Atlas + Siv Jakobsen

Opeth

Black Flower

DO 27.10

SOLD OUT

Bear’s Den

SOLD OUT

Syntherklaas VR 09.12

Scott Fagan

Poliça + Fog

Oscar And The Wolf

MA 14.11

+ Echo Beatty (solo)

Crystal Fighters

Noémie Wolfs

The Cinematic Orchestra

ZO 23.10

DI 25.10

Leyla McCalla

SOLD OUT

SOLD OUT

Panic! At The Disco + Tigertown

DI 22.11

Dotan Presents 7 Layers Sessions VR 25.11 ‘The Last Waltz’

The Band by Winterland ‘76 & Special Guests + DJ-set & Artist Talk

DI 06.12

Wax Tailor + Kognitif DI 06.12 Coca-Cola Sessions:

Moaning Cities + La Jungle + The K.

28 + 29 + 30.12

Kapitein Winokio Berenconcerten met o.a. Kenji Minogue, Johannes Genard (School Is Cool), Frank De Ruyter, Geert Van Rampelberg

KOOP JE TICKETS VIA WWW.ABCONCERTS.BE DS WEEKBLAD 45


MOHAMED OUAAMARI,

‘H

et enige wat de politiek misschien nog kan redden van de antipolitiek, is humor.’ Dat zei Willem Wallyn, de regisseur van de politieke fictiereeks De 16, deze week in Humo. Het toeval wil dat diezelfde dag OPHEF het licht zag, een politiek jongerenplatform dat begon als een grappige hashtag. Maar het is het handvol twintigers achter het initiatief even menens als David Van Reybrouck met zijn G1000. Cruciaal verschil: Mohamed Ouaamari, een van de aanjagers van OPHEF, is jong (25) en chill. Meer een doener dan een denker ook. Heeft de vinger behalve aan de pols van de tijd ook aan zijn smartphone. OPHEF is voor hem een experiment, een project naast zijn vele andere bezigheden als creatief ondernemer. Dat laatste leerde hij niet aan een of andere managementschool, maar in het verenigingsleven. Hij brengt mensen samen, creëert community’s. Zoals zijn werkplek zelf er één is: de co-workingplace Kavka in Antwerpen op Oudaan. Stedelijk, divers, zotjes. ‘Lachen met frustratie is altijd beter dan erop slaan’, treedt Mohamed Ouaamari Willem Wallyn bij met een brede glimlach, parelend witte tanden in een pikzwarte baard. Hij is een zware fan van Michael Van Peel en groeide op met de humor van ‘de Geert Hoste van Nederland’, de MarokkaansNederlandse cabaretier Najib Amhali. Dat hij zelf talent voor satire heeft, bewijst hij dagelijks op Twitter en op zijn blog Beards & Camels. Of met het opiniestuk dat hij vorige week voor De Morgen schreef: ‘Wat kebab mij leerde over samenleven’. Een even grappig, sportief als poëtisch en verfrissend ernstig antwoord op de islamenquête van Humo, de Tremelo-repo van Pano en vooral op Montasser Alde’emeh die vindt dat de moslims in dit land niet verder zijn gekomen ‘dan groenten en kebab verkopen, en aan de zijlijn staan klagen’. BEDANKT MAMA!

Eén tweet bekocht hij vorig jaar met een nachtje cel. Hoe trek ik de aandacht op een netwerkevent van ING? Simpel, roep ‘Alla-

46

DS WEEKBLAD

O N T WA P E N E N D S C H E R P

‘IK GELOOF NIET IN DERADICALISEREN’ Migratie noemt hij ‘een mislukt verstandshuwelijk’ en de Wetstraat een karikatuur van de democratie. Toch hoor je de jonge ondernemer Mohamed Ouaamari niet zeuren of treuren. ‘We moeten vooruit.’ Filip Rogiers, foto’s Frederik Buyckx

hoe akbar’. De politie las mee, liet de zaal ontruimen en Ouaamari oppakken. De linkse goegemeente stond al klaar om hem op het schild te hijsen als een zoveelste slachtoffer van racial profiling. Maar Ouaamari zelf ontzenuwde de situatie met een ontwapenende grap. Racisme! Discriminatie! Terrorisme! Andere uitroeptekens? Nee, dank u. ‘Het bestaat allemaal, het dient ernstig genomen te worden, maar wat schiet je ermee op door in die potjes te blijven roeren?’, vindt hij. Dat hij zelf in de wieg was gelegd om het níét te maken, beseft hij maar al te goed. ‘Ik groeide op op het Kiel. Moeilijke wijk. Mijn moeder is gescheiden toen ik vijf was, ze had het als alleenstaande moeder met twee kinderen erg lastig. Moest een opleiding volgen, werk zoeken, ons opvoeden. Maar ze heeft het geweldig gedaan. Ik zag vrienden afglijden naar de criminaliteit. Op mij had dat geen vat.’ Omdat je moeder je kort hield? ‘Ze voedde mij tegelijk vrij en strikt op. Ik heb een degelijke, traditionele islamitische opvoeding gekregen. Ik moest voor het donker thuis zijn. Tien uur was tien uur, niet

vijf na tien. En school ging altijd voor.’ Je studeerde eerst chemie? ‘Ik begon in de moderne wetenschappen, maar ging vervolgens naar het TSO. Een neef van mij werkte in de chemie. “Veel jobs daar, goed betaald en als Marokkaan word je er minder dan elders met de nek aangekeken”, zei hij. Dat ben ik dan ook maar gaan studeren. Elke zomer werkte ik als jobstudent in de chemie. Ik kreeg best wel veel verantwoordelijkheid voor een jongen van 18. Maar het werk zelf verveelde mij al snel.’ ‘Op een dag was ik onderweg naar school en dacht: waar ben ik mee bezig? Ik zat niet goed in mijn vel. Ik stapte letterlijk van de fiets en ging een blokje wandelen. Daarna ben ik naar school gegaan om mij uit te schrijven.’ Oei, wat zei je moeder toen? ‘Als je maar gelukkig bent, jongen. Mooi toch? Bedankt mama! Ik ben dan grafische en digitale media gaan studeren. Maar ik wilde meer dan dat. Ik was toen al betrokken bij het verenigingsleven via jongeren die ik had leren kennen in de Koepelmoskee. Toen ze hoorden dat ik chemie studeerde,


DS WEEKBLAD 47


MOHAMMED OUAAMARI

vroegen ze of ik geen handje wilde helpen met studiebegeleiding. Van het ene projectje ben ik dan in het andere gerold als vrijwilliger. En dat doe ik vandaag nog altijd, projectmanagement als job. Hoe cool is dat?’ Wat was je eerste wapenfeit als vrijwilliger? ‘Een ton rosse centjes! In 2011 werd de Hoorn van Afrika getroffen door een van de grootste droogtes en hongersnoden ooit, maar de media-aandacht bleef uit. Wat konden we doen? We kregen een idee toen iemand in een snackbar een eurocent liet vallen en zei: “Ach, het is maar een cent.” Wat als je er daar een ton van hebt? Daarmee kun je in Afrika wel een verschil maken. Die zijn we dan met een aantal jongeren beginnen te verzamelen op de Meir. En het is ons gelukt. Ngo’s stonden erbij en keken ernaar. Iedereen vond het zot, maar hé, ik heb altijd al geloofd in het onmogelijke. Met dat geld hebben ze in Afrika 25 waterputten kunnen bouwen.’ BZN MET BAARD

Stilstaan is ter plaatse trappelen, heeft Ouaamari altijd al gevonden. En dat vindt hij ook van het heilloze wij-zijgebral dat dit land met z’n morsige integratiebeleid en de wereld met haar kamikazemoslims in de greep houdt. Wat is er zo ‘mislukt’ aan het verstandshuwelijk tussen oude en nieuwe Belgen? ‘Mijn ouders en grootouders zouden maar even blijven in dit land, maar dat werd voor altijd. Dat heeft het verstandshuwelijk dat de migratie was, doen mislukken. Ik behoor tot de eerste generatie die opgroeide met het idee dat België ons land is. We kunnen elkaar met de vinger blijven wijzen tot we een ons wegen, maar dat is idioot. Ik zie veel jonge moslims die mondig zijn, hard studeren, meer hogere diploma’s halen en met succes ondernemen. En nee, we openen niet allemaal een kebabzaak.’ ‘Ik had het wel voor Montasser. Hij heeft schitterend werk geleverd door in dialoog te gaan met jongeren in Syrië. Ik vond hem altijd genuanceerd. Maar na zijn arrestatie voor schriftvervalsing is er precies iets geknakt. Nu slaat hij alleen maar populistische praat uit om er een bepaald soort mensen mee te plezieren. (richt zich tot de recorder) Stop daarmee, Montasser. Er is al populisme genoeg.’

48

DS WEEKBLAD

‘Ik heb een degelijke islamitische opvoeding gekregen. Ik moest voor het donker thuis zijn. Tien uur was tien uur, niet vijf na tien. En school ging altijd voor’

Bij velen leidt ‘het multiculturele drama’ tot defaitisme. Jij weet wel hoe het nu verder moet? ‘Dat weet ik niet. Ik ben geen socioloog, ik weet gewoon wat ik zelf ga doen en altijd al gedaan heb. Ik wil het zo ver mogelijk schoppen in de samenleving en de mensen die ik kan bereiken, wil ik inspireren en aanmoedigen. Als iedereen zijn job doet, komt het goed.’ Dat klinkt als Bond Zonder Naam, maar met een baard. ‘Oké, ik weet dat het niet zo simpel is. Toevallig ben ik uitgenodigd voor het partnerweekend van BZN. Ik heb het wel voor hun positivisme.’ Gedaan met treuren en zeuren? ‘Uiteraard! Ik hou niet van wat ik Facebookactivisme noem. Er gebeurt iets en hupsakee, iedereen ventileert zijn frustratie in ellenlange, elkaar bevestigende posts. (zucht) We weten het al, jongens, kom eens van die stoel af. Ik heb er niets op tegen dat er harde woorden vallen, maar mag het ook een beetje evenredig blijven? In het verenigingsleven blijf je ook niet zaniken. Als er zich een probleem stelt, pak je dat aan. Op een dag zijn wij met de jongeren in een bejaardentehuis aan tafel gaan zitten bij de blanke oudjes. Wij hebben ze Marokkaanse bladerdeeghapjes leren maken, zij hebben ons leren breien.’ Je vindt dat de een moet stoppen met moslims te stigmatiseren, maar ook dat de ander niet altijd ‘Zie je wel, racisme!’ moet roepen? ‘Dat klopt. Het is een probleem en respect voor iedereen die er tegen strijdt. Maar proportie is alles.’

Heb je het zelf meegemaakt? ‘Niet direct. Of toch, maar ik heb het pas achteraf beseft. Onlangs was ik te gast bij een niet-moslimkoppel. Het gesprek ging over verjaardagsfeestjes. Mijn vrouw en ik kwamen daar tot de vaststelling dat we als kind nooit op feestjes werden gevraagd. We stelden er ons toen geen vragen bij, maar eigenlijk is dat heel erg. Ik neem het evenwel niet zo persoonlijk. Bij anderen is de emmer der vernedering sneller vol.’ De islamenquête van Humo wimpelde je af als ‘pseudo-wetenschappelijk’. Is dat niet iets te gemakkelijk? ‘Komaan! Wie een onderzoek publiceert, moet tegen kritiek kunnen. De zus van een vriend werkt bij iVox, het online onderzoeksbureau dat die enquête afnam. Over die bewuste vraag “Heb je begrip voor IS?” vertelde ze mij iets intrigerends. In het Berbers heeft “begrijpen” een meer neutrale connotatie dan in het Nederlands. Het betekent: ken je het, weet je dat het bestaat? In het Nederlands impliceert “begrijpen” ook empathie. Het is wellicht geen toeval dat vooral mensen die ouder zijn dan 45, “ja” hebben geantwoord op die vraag.’ De grond van de zaak is dat er wél


Mohamed Ouaamari: ‘OPHEF mag geen klassieke partij worden. We zijn niet links of rechts, open of gesloten.’

‘Na zijn arrestatie voor schriftvervalsing is er iets geknakt bij Montasser. Nu slaat hij alleen nog populistische praat uit om er een bepaald soort mensen mee te plezieren’

moslims zijn die juichen als IS toeslaat, toch? ‘Of het nu om 5 op 100 of 1 op 5 gaat, het is een probleem. Ik heb geen onderzoek nodig om te weten dat er mensen met extreem gevaarlijke opvattingen rondlopen. De vraag is: wat doe je eraan?’ Ja, wat? ‘Ik geloof niet in het verhaal van deradicalisering. Wat in die jongens hun kop zit, krijg je er niet meer uit. Het is zelfs contrapro-

ductief als je het probeert. Dit is nu eenmaal een wereld waarin je op internet alles kunt verkondigen wat je wilt. Brainwashen is een makkie. Ik vind het nuttiger om onze energie te richten op de vraag hoe we er een volgende generatie voor kunnen behoeden. Dan denk ik vooral aan onderwijs en ontmoeting. Mij heeft het in ieder geval behoed voor dat soort onzin. Ik zag dat soort radicale websites ook, hoor. Maar ik ben wetenschappelijk opgeleid, waardoor ik alles wat mij wordt opgelepeld, kritisch benader.’ KOMEN ETEN!

Zo ook de stroom aan meningen na 22/3. ‘Ik voelde dat ik iets móést doen. En in mee aanschuiven op Facebook had ik geen zin. Bovendien is een mening slechts een mening. Maar waar ik helemaal van door mijn dak ging, was de totaal fletse mededeling van de Moslimexecutieve. Die heeft volgens mij een standaardtekst liggen waarin ze Parijs vervangt door Brussel. Toen dacht ik: genoeg woorden, daden! Ik nodigde via Twitter niet-moslimkoppels uit om bij mij thuis te komen eten. Daar heb ik vrienden aan overgehouden.’ Ik zag dat u deze week een kebab ging

eten met een N-VA’er. Met wie? ‘Met Philip Roosen, ook wel eens de “spionkop van N-VA” genoemd. Fijne gast, hij kwam na 22/3 op hetzelfde idee als ik.’ Eet je ook kebab met mensen uit andere partijen? (denkt na) ‘Ik ben wel al eens een koffie gaan drinken met Wim Soons, de voorzitter van Jong CD&V. Als er in de politiek wat beweging zal komen, zal het toch vooral van die jongeren moeten komen die de vinger aan de pols hebben. Daar is het ons met OPHEF ook om te doen, eerder om een methodiek dan nu al om concrete inhoudelijke standpunten. Néé, we gaan de oorlog in Syrië of het gat in de begroting niet oplossen.’ ‘Waar het om gaat, is dat vandaag in zowat alle organisaties technieken van digitalisering en start-ups ingang hebben gevonden, behalve in de politiek. Wie dacht drie jaar geleden dat Airbnb mogelijk was?’ OPHEF wil het Uber van de Wetstraat worden? ‘Het is toch niet onze bedoeling om een klassieke partij te worden. We willen een platform zijn dat andere mensen en partijen ertoe aanzet om de hokjes te verlaten. We zijn niet links of rechts, open of gesloten.’ Links en rechts betekenen nochtans nog wel degelijk iets, kijk maar naar het debat over armoede of eerlijke fiscaliteit. ‘Ben ik rechts of links? Ik weet het echt niet. Ik heb wel eens een stemtest gedaan. Ik blijk dan altijd een beetje blauw, rood, groen en geel tegelijkertijd. Over samenleven zal ik wel links zijn, maar gaat het over minder belastingen, een smallere overheid of liberalisering, dan neig ik naar rechts. Zo geloof ik ook wel in vakbonden, maar niet in hoe ze vandaag bestaan. Die moeten ook evolueren.’ Hoe zie je je toekomst? ‘Ik zie mezelf in elk geval niet op een politieke lijst staan. Zo ernstig neem ik mezelf niet. Ik ga gewoon leuke dingen blijven doen, waarbij ik de samenleving hopelijk iets positiefs kan bijbrengen. En waar ik in de nabije toekomst het meest naar uitkijk, is de eindejaarsconference van Michael Van Peel. Hoe die de politiek op de korrel neemt, heerlijk.’ Mogen we jou ooit op het podium verwachten? ‘Ben je gek? Ik schrijf liever dan dat ik praat. Ik op een podium? Dat zou een te pijnlijke afgang zijn, vrees ik.’

DS WEEKBLAD 49


CRYPTOFILIPPINE

Vul woorden in volgens onderstaande cryptische omschrijvingen. Breng de letters over naar de gelijkgenummerde vakjes in het balkje onder de puzzel. Hier leest u bij juiste invulling een citaat van Willem Elsschot.

1 Komen de vervoermiddelen weer met verdriet aangereden? (5) 2 Heeft de brievenbesteller daar een affiche bezorgd? (6) 3 Door zo'n verrekening gaat het een ogenblik mis. (7) 4 Dat huisraad heeft de zorg voor een tijdschrift. (8) 5 Ambulante geestelijke. (9) 6 Meestal te zwaar. (10) 7 Genoeg betalende. (9) 8 Het lag meest aan het stotteren. (8) 9 Eén der leden is op het criminele pad. (9) 10 Keer het meubelstuk om er muziek uit te krijgen. (10) 11 Zijn zin krijgen op het toilet. (11) 12 Vreemd dat deze handelsnaam deftig is. (11) 13 Hierin kun je een greep doen naar de 100.000,-. (10) 14 Zo komt een gemene vis in opspraak. (9) 15 Hier is niet al het bouwmateriaal verdwenen. (8) 16 Op het kantje melding gemaakt. (7) 17 Als het vee 'r guitig maakt, dan blijf ik opgewekt. (6) 18 Is heetgebakerd van het anker losgeraakt. (7) 19 Listig scherp gemaakt. (8) 20 Egotrip. (7) 21 Dat geslof is van een dwaas die vrijgelaten is. (6) 22 Een wapen kan ook een kleur hebben. (5)

4 5 6 7

I I I

0 0

I I

50

0 0 0

I

I

0

I I I I

DS WEEKBLAD

43

7 28

46 17

23

55

5

44

6

32

54

30

21

19

5

9

5

52

6

1

2

3

15

16

17

18

31

32

33

46

47

48

9 10 11

48

50

31

6

47

56 27

59

24

53

25

2

43

13 28

14

15

57

26

42

14 9

60

15 51

51

23 39

16

53

19 51 30

14

47

15

4

5

6

7

19

20

21

22

23

34

35

36

37

49

50

51

52

53

42

11

37

57

16

57

21 35

3

8 24 39

22

57

1

33

28

25

56

56

27

42

17

58

57

3

41

38

31

26

36

40

39

44

37

34

9 33

57

22

18 22

57

2

3

45

43

33 49

60

11

17

13

14

29

30

10

11

25

26

27

28

41

42

43

44

45

56

57

58

59

60

55

12

7

9

40 54

4

29

42

20

59

12

23

18

38

38

20

17

46

45

12

13

8

10

13

58

15 38

8

33

49

39 50

12

OPLOSSINGEN VORIGE WEEK

I

0

8

57

8

Elke rij moet evenveel nullen als eentjes bevatten. Niet meer dan twee nullen of twee eentjes mogen naast of onder elkaar staan. Identieke rijen of kolommen zijn niet toegestaan.

I I

48

2 3

BINAIRE PUZZEL

I

1

I I 0

I

0 I 0 I I I I I

CRYPTOFILIPPINE

1 zigzagsteek, 2 uitgekookt, 3 modderbad, 4 schrijn, 5 schuins, 6 werpen, 7 wijkblad, 8 versdeel, 9 roskam, 10 denim, 11 pony, 12 raden, 13 rondte, 14 horloge, 15 toehoorder, 16 averechts, 17 brandhaard, 18 kopererts, 19 grensweg, 20 gelijktijdig, 21 voorgerecht, 22 computerspel Citaat van Eric Berne

Geen enkele man is een held in de ogen van de psychiater van zijn vrouw.

BINAIRE PUZZEL

0 0 1 0 1 0 1 1 0 0 1 1

1 1 0 0 1 1 0 0 1 0 1 0

0 0 1 1 0 0 1 1 0 1 0 1

0 0 1 1 0 1 0 0 1 0 1 1

1 1 0 0 1 1 0 0 1 1 0 0

1 0 0 1 1 0 1 1 0 0 1 0

0 1 1 0 0 1 0 1 0 1 0 1

0 1 1 0 0 1 1 0 1 1 0 0

1 0 0 1 1 0 0 1 0 0 1 1

0 0 1 1 0 1 0 0 1 1 0 1

1 1 0 0 1 0 1 0 1 1 0 0

1 1 0 1 0 0 1 1 0 0 1 0


UIT HET BREIN VAN CANVASCRACK KAREL VEREERTBRUGGHEN

Gelijke getallen staan voor gelijke letters. De woordbalk in de middenkolom bevat een naam of een begrip.

A

A. Duitse handverwarmer B. printerwijzer C. ontlasting tussen de bakstenen D

D. haarloze zanger E. niet lichaamsvreemd

E

F. sportieveling, neemt nooit de lift

F

B

19

C

15

16

19

H

13

4

I

11

16

17

15

K. ambacht van de koeltechnicus

K

18

L. soldatenmis M. kwaadaardige vroedvrouw N. zwemstijl bij het achteruitzwemmen

14

9

7

7

2

18

4

8

19

7

14

3

5

M

10

17

19

O

11

2

10

L

N

14

6

H. ondermaats sneeuwkanon

J

15

2

G

J. vegetarisch wokken

5

1

G. voortvarende bondage-adept

I. lampensint

12

8

4

5

4

4

3

8

1

1

10

9

13

5

3

14

15

13

O. afwerken met room (culin.) 9

12

P. wattenstaafje P

17

17

15

Q. ondermaats dierenpark 19

Q

4

R. bol van de gezelligheid R

6

5

S. sprookjesgetal S

6

WEET VAN DE WEEK

Babou

De ocelot of pardelkat is een prachtbeest uit Midden- en ZuidAmerika. De kleine katachtige werd sinds de jaren 60 van de vorige eeuw fel bejaagd om zijn pels, maar een strenge reglementering redde de soort van de ondergang. Zijn beschermde status maakt ook dat de ocelot niet meer mag worden verhandeld als huisdier. Maar in 1960 kon dat nog wel. Dat jaar werd Salvador Dalí de trotse eigenaar van een jonge ocelot die hij Babou doopte. Toen de schilder zijn troetelkat eens meenam naar een restaurant in Manhattan, riep een van de vrouwelijke gasten verschrikt: ‘Wat is dat?’ Dalí stelde de dame gerust: ‘Dat is een kat die ik met een opart-motief heb beschilderd.’ Waarop de vrouw opgelucht antwoordde: ‘Heel even dacht ik dat het een ocelot was.’

OPLOSSING VAN VORIGE WEEK: A. hop, B. staar, C. aambei, D. kribbig, E. schurken, F. smeergeld, G. kunstgebit, H. goedgemutst, I. onderkruiper, J. grensarbeider, K. nietszeggend, L. trendsetter, M. wachtwoord, N. webpagina, O. geleuter, P. knorpot, Q. tatami, R. tenen, S. ton Woordbalk: hamburgerrestaurant

DS WEEKBLAD 51


Hear Hier

1

F OTO G R A F I E

EN TOEN WAS ER KLEUR

De Amerikaanse fotograaf Saul Leiter begon al kleurenfilm te gebruiken in 1946, een periode waarin alleen zwartwitbeelden beschouwd werden als artistiek verantwoorde fotografie. Leiter leefde en werkte in New York, waar hij straten, gebouwen, pleinen en mensen vastlegde als abstracte of vage elementen. Op foto en op doek.

2

10 DINGEN DIE U DEZE WEEK NIET MAG MISSEN TIM DEVRIESE

BA L L E T

DANSEN OP DE RAND

Steeds meer mensen hebben het gevoel dat ze op de tippen van hun tenen staan, en die maatschappelijke crisis zet het Ballet van Vlaanderen aan het denken (en het dansen). Drie Amerikaanse choreografieën openen het seizoen, met als thema ‘borderline’. William Forsythe, Jonah Bokaer en Merce Cunningham tonen in West virtuoos de weg, en die gaat niet altijd over rozen.

De retrospectieve over Saul Leiter loopt vanaf 28 oktober

‘West’ gaat in première op 22 oktober om 20 uur in

in het FOMU (Antwerpen).

de Vlaamse Opera (Gent).

3

C O N C E RT

JONG GEWELD, OUD GEDAAN

In augustus 2016 begon een van ’s werelds beste orkesten, het Koninklijk Concertgebouworkest, een reis langs de 28 lidstaten van de Europese Unie. In ieder land zet het orkest ook muziekstudenten op het podium, om met hen te spelen. In Europa’s hoofdstad nemen ze samen Berg, Mahler en Wagner onder handen, onder leiding van de Italiaanse topdirigent Daniele Gatti. Op 23 oktober om 19 uur in Bozar (Brussel).

4

EXPO

UTOPIA BESTAAT (NIET)

De Engelsman Thomas More schreef 500 jaar geleden het boek Utopia, over een paradijselijk eiland waar het leven harmonieus en heerlijk zijn gang gaat. Maar kan een utopie wel werken in de echte wereld, weg van de vrijblijvende gedachte op papier? Vijf vooraanstaande Belgische architectenteams brengen de papieren utopie naar de 21ste eeuw en verbinden Mores eiland met de realiteit. De tentoonstelling ‘EUtopia, Mogelijkheid van een eiland’ loopt nog tot 17 januari in Museum M (Leuven).

5

P E R FO R M A N C E

BYE BYE SORROW

Kan kunst de wereld verbeteren? Wellicht niet. Maar dat houdt het Gentse performanceduo Robbert&Frank Frank&Robbert niet tegen om het te proberen. Ze willen het tranendal waarin we ons anno 2016 bevinden, verlichten met koffertjes, met daarin uitklapbare kunstwerken en performances. De performance en installatie GA WEG LEED VAN DE WERELD is op 28 en 29 oktober te zien, om 20.30 uur in de Beursschouwburg (Brussel).

52

DS WEEKBLAD


6

DA N S

DRIE KEER JAN

Choreograaf Jan Martens wordt vijf jaar lang ‘creative associate’ van deSingel en dat zult u geweten hebben. In de laatste week van oktober programmeert het Antwerpse cultuurhuis drie avonden op rij voorstellingen van Martens. Het worden zinderende hondsdagen van dans, opperste concentratie en fysieke (in)spanning.

7

DA N S

LIEFDE IS EEN VOORSTELLING

‘Sweat Baby Sweat’ is te zien op 27 oktober,

De Duitse dichter Rainer Maria Rilke schreef de gedichten voor zijn Duino Elegieën naar verluidt toen hij de wind hoorde spreken op de kliffen bij Triëst. De intense mystieke lyriek van Rilkes gedichten wilde choreografe Claire Croizé lichamelijk vertalen. Daarbij liet ze zich leiden door de vroege muziek van wijlen David Bowie.

de double bill ‘Ode to the Attempt’ & ‘BIS’ op

‘EVOL’ van Claire Croizé speelt op 25 en 26 oktober

28 oktober en ‘The Dog Days Are Over’ op 29 oktober.

om 20.30 uur in STUK Leuven.

8

EXPO

SEKS, KUNST EN ROCK-’N-ROLL

Rock-’n-roll leeft ook buiten de podia van muziektempels. Net als hedendaagse kunst schopt rock-’n-roll tegen schenen, entertaint het en verzet het zich tegen de gangbare esthetiek. In het Musée des Arts Contemporains op de site van Le Grand Hornu deelt u in de bezetenheid. ‘Rebel Rebel’ loopt van 22 oktober tot 22 januari in het MAC’s op de site Le Grand Hornu, bij Bergen.

Alle voorstellingen om 20 uur in deSingel (Antwerpen).

9

JA Z Z

COUNTRY 2.0

Countrymuziek is allang geen speeltje meer van rednecks en cowboys. Zelfs als guilty pleasure heeft het afgedaan – daarvoor geniet het te veel erkenning bij een steeds groter publiek en toenemend respect van klasbakken uit andere genres. Zoals jazzgitarist John Scofield, die de grote countryklassiekers onder zijn vingervlugge handen heeft genomen.

10

F E ST I VA L

SCANDIHYPE

Na tien edities vermenigvuldigt het multidisciplinaire kunstenfestival Nordic Night zichzelf tot Nordic Night(s). Vier nachten vol noorderlicht en ijzig mooie klanken. Zo mogen Vikingen altijd binnenvallen. Nordic Nigh(s) loopt van 27 tot 29 oktober in CCHasselt.

‘John Scofield: Country for old Men’, op 26 oktober om 20.30 uur in De Roma (Antwerpen).

DS WEEKBLAD 53


DS WEEKBLAD

JOHAN JACOBS

54


KLAAS VERPLANCKE (52) B EELD A U TE U R

HIT

RUN

‘Ik heb alle cd’s van Vangelis en ik beluister ze nog ook’ Wat is uw vroegste herinnering? Een ‘rozijnestuute’ met gekookte ham en warme chocolademelk. Op tv staat er een mens op de maan en wint Merckx de zoveelste koers in zwart-wit. Zijn gele trui ziet er grijs uit en ik leer lezen met de letters MOL-TE-NI. Welke levende persoon bewondert u het meest, en waarom? Mijn broer. Hij weet waarom. Wanneer was u het gelukkigst? Meestal elke morgen, maar vooral na het grootste dieptepunt in mijn leven. Toen ik begon te begrijpen wat en wie een mens werkelijk gelukkig maakt. Wat is uw grootste angst? Vergeten dat alles onzeker is, behalve de zekerheid dat alles onzeker is. Wat is uw meest onhebbelijke karaktertrek? Obsessioneel beginnen zoeken naar iets dat zoek is. Welke eigenschap stoort u het meest bij anderen? Lijfgeur, te vroeg rechtstaan in het vliegtuig, ‘naar de mensen toe’, en de angst voor stilte. Wat was uw meest beschamende moment? Die keer toen ik met een black-out stond te sterven op een podium voor een volle zaal met kinderen. Wat maakt u ongelukkig? Tijd. Over welk deel van uw uiterlijk bent u het minst tevreden? Mijn armen en schouders. Als u iets dat uitgestorven is, zou kunnen terugbrengen, wat kiest u dan? Verwondering, nektapijten, rennertjes in lood en Pink Floyd. Wat is uw favoriete boek?

Kleine Sofie en Lange Wapper. Wie of wat is de liefde van uw leven? Het leven zelf. Wat had u beter niet gezegd, en tegen wie? ‘Ja.’

Wat was de beste kus van uw leven? Die keer op de achterbank van de taxi op een weg met haarspeldbochten. Wat is uw foutste ‘guilty pleasure’? Ik heb alle cd’s van Vangelis en ik beluister ze nog ook! Wie mag er aanschuiven aan uw droomdiner? Jeroen Bosch, God en mezelve 30 jaar ouder. Als Jeroen niet vrij is, mag het gerust Jan Van Eyck of René Magritte zijn. Welke stopwoordjes en -zinnetjes gebruikt u te veel? ‘Ja, ik accepteer cookies.’

‘Na verlies wint alles wat overblijft aan waarde’ Wat was uw ergste job ooit? Tachtig tekeningen maken in 19 uur, tijdens de nacht van mijn verjaardag. Wat was uw grootste teleurstelling? Dat ik maar één leven heb. Als u terug in de tijd kon reizen, waarheen zou u gaan? De jaren 80. De beste en foutste (pop)muziek ooit. Noem één ding dat de kwaliteit van uw leven zou verbeteren? Minder beloven en procrastineren. Wat beschouwt u als uw grootste prestatie? Vergeven en vergeten. En mijn geheime workshop voor een prinses en kroonprins. Wat is de belangrijkste les die het leven u heeft geleerd? Dat na verlies alles wat overblijft aan waarde wint. Waar zou u nu het liefst willen zijn? Daar waar ik schaamteloos een windje kan

laten. Naakt zwemmend in het Comomeer. Of in mijn Corbusier-zetel die ik niet heb. Wat is uw favoriete geur? Vers gezaagd hout. Tegen wie zou u het liefst sorry zeggen? Mijn kinderen. Als vader kan het altijd meer en beter. De liefde, hoe voelt dat? De bibliotheken op deze kloot staan er vol van. Hoe komt u tot rust? In krakende lakens en door eens nee te zeggen. Van welke gewoonte zou u graag af willen? Te laat nadenken over mijn volgende zin die ik ga zeggen. Waar zou u het liefst wonen? Ik zou graag pendelen tussen dat balkon in Manhattan en dat balkon op Sicilië. Wanneer hebt u voor het laatst gehuild, en waarom? Om wat ik niet heb gedaan. Wat is het dichtste dat u ooit bij de dood bent geweest? Een frontale autobotsing en die keer dat ik mijn arm net op tijd terugtrok van tussen de stijgende verhuislift. Wat houdt u wakker ’s nachts? Maagzuur. Welke song mogen ze spelen op uw begrafenis? ‘Twee meisjes’, de symfonische versie. Hoe wilt u herinnerd worden? Lachende. Klaas Verplancke is een van de auteurs die centraal staan in ‘Het boekenboek. Onmisbare jeugdboeken uit de Lage Landen’ van Mirjam Noorduijn en Veerle Vanden Bosch, over het mooiste uit de Vlaamse en Nederlandse jeugdliteratuur, uitgegeven bij Leopold. Van Klaas verscheen recent ‘Magritte’s Apple/De Appel van Magritte’, gemaakt in opdracht van MoMA (New York) en Centre Pompidou (Parijs). Tot eind januari kun je ook naar zijn overzichtstentoonstelling ‘Face2Face’ in Museum X (Kortrijk). www.klaas.be

DS WEEKBLAD 55


TV

LA FILLE SUR LE PONT Het leven van Adèle, gespeeld door Vanessa Paradis, loopt voor geen meter. Haar liefdesleven is een ramp en van een carrière is geen sprake. Wanneer ze op een avond op een brug over de Seine naar het water staat te staren, ontmoet ze Gabor, een zelfverklaarde messenwerper die een nieuwe assistente zoekt. De ontmoeting doet het geluk van Adèle keren. Of is haar geluk van korte duur? ZATERDAG 22 OKTOBER, CANVAS, 23U55

TIM DEVRIESE

WAAROM HATEN ZE ONS? De Joodse geschiedenis is er een van bloederige pogroms, vernietigingsprogramma’s, haat en oorlog. En die oorlog speelt zich anno 2016 niet alleen af in het Midden-Oosten. Steeds meer Joden voelen zich ook bij ons bedreigd, zeker na de aanslagen op het Joods Museum in Brussel of die in Parijs. Waar komt die haat vandaan en hoe gaan Joden om met dat traumatische heden en verleden? ZONDAG 23 OKTOBER, NPO2, 15U40

FILL THE VOID Shira is in de wolken, wanneer ze hoort dat haar zus Esther gaat trouwen. Het is de voorbode van haar eigen huwelijk, dat gearrangeerd werd door haar streng religieuze joodse ouders. Maar wanneer Esther sterft tijdens de bevalling en de vader het land dreigt te moeten verlaten met het kind, wil Shira’s moeder dat ze Esthers plaats inneemt. Kan en wil Shira die leemte wel vullen? ZATERDAG 22 OKTOBER, NPO2, 00U

WEINER Anthony Weiner was de rijzende ster aan het Democratische partijfirmament. De Amerikaanse politicus aasde zelfs op het burgemeesterschap van New York. Maar die race liep in 2013 heel anders af dan hij – of iemand – had kunnen denken, toen zijn seksuele escapades en aangebrande sms’jes publiek werden gemaakt. Een portret in vrije val. ZONDAG 23 OKTOBER, CANVAS, 22U35

ADDICTED TO MY PHONE Apps zijn tools op de smartphone of tablet die het leven erg handig kunnen maken. Maar ze zijn helemaal niet zo onschuldig als ze lijken. Via gratis apps krijgen veel bedrijven toegang tot het persoonlijke leven van de gebruiker. Een Deens onderzoeksteam lanceerde een gratis zaklamp-app die, volgens de regels van de social media-kunst, bewust geen rekening hield met privacy. Willen we dat nog wel? MAANDAG 24 OKTOBER, NPO3, 23U10

THE REFUGEES WHO MAKE OUR CLOTHES Tienduizenden Syrische vluchtelingen zitten vast in Turkije, in de hoop elders asiel te krijgen of later te kunnen terugkeren naar hun land, eens de burgeroorlog voorbij is. En daar maken sommige bedrijven gretig gebruik van. Het Britse onderzoeksprogramma Panorama ging undercover in illegale sweatshops, die vluchtelingen inzet om kleren te maken voor de Britse en Europese markt. MAANDAG 24 OKTOBER, BBC1, 21U30

56

DS WEEKBLAD


1 0 D I N G E N WA A R U N I E T NAAST KUNT KIJKEN

NATURAL DISORDER Jacob Nossell (27) studeert journalistiek. Hij denkt op hetzelfde niveau als zijn medestudenten, maar als gevolg van een hersenverlamming heeft hij moeite om te praten en te bewegen. Ook al vindt de maatschappij hem niet normaal, hijzelf is van het tegendeel overtuigd. Jacob besluit te onderzoeken wat normaal nu eigenlijk betekent en er een theaterstuk over te maken. Een intens proces voor de jonge student.

CHECK-POINT: HILLARY De wereld kijkt met groeiende verbazing naar de verkiezingsstrijd in de machtigste democratie op aarde. De Republikein Donald Trump verliest steeds vaker de pedalen, maar ook de Democratische Hillary Clinton rijdt geen foutloos parcours. Is de grote verkiezingsmachine aan het sputteren, of is er geen vuiltje aan de lucht? DONDERDAG 27 OKTOBER, CANVAS, 21U10

DINSDAG 25 OKTOBER, NPO2, 22U55

DE 16 Fictie en realiteit lopen in de Wetstraat vaker door elkaar, de politieke intriges lijken er soms op een goedkope vaudeville. Reden genoeg voor Canvas om er een zesdelige reeks over te bestellen. De 16, de ambtswoning van de premier, is het toneel voor een kabinettaire machtsstrijd. Leuk extraatje: de reeks is volledig gefilmd met iPhones. WOENSDAG 26 OKTOBER, CANVAS, 21U40

ALBERT NOBBS Albert Nobbs leidt een onopvallend, gedienstig leven in het Ierland van de 19de eeuw. Niets doet vermoeden dat hij een zwaar geheim meedraagt. Hij is een vrouw, maar gaat al bijna heel zijn leven als man door het leven. Wanneer Albert met zijn spaargeld een eigen winkeltje wil beginnen met Helen, een meid in het hotel waar hij werkt, dreigt zijn geheim onthuld te worden. VRIJDAG 28 OKTOBER, CANVAS, 22U

DS WEEKBLAD 57


A LT I J D E R G E N S , A LT I J D I E T S

4 5 ° 4 0 ’ 5 9 , 2 5 ’’ N | 0 ° 1 1 ’ 1 3 , 5 9 ’’ W

Als ik in Jarnac aan de restauranthoudster, zonder het over Mitterrand te hebben, de weg naar het kerkhof vraag, zegt ze meteen dat ik ontgoocheld zal zijn: ‘Il n’y a pas grand chose à voir.’ De president ligt achteraan het Cimetière des Grand’Maisons. Bijgezet in het familiegraf. In het soort witstenen grafkapel waarvan er op Franse begraafplaatsen duizenden staan. Op een stuk marmer niet groter dan een A4 zijn naam met daaronder de twee jaartallen die nu even ronde getallen opleveren, 1916 – 1996, 100 en 20 jaar geleden. Geen verwijzing naar zijn krijgsgevangenschap, naar zijn dagen in Vichy, zijn rol in het verzet, zijn presidentschap. Ook geen spoor van zijn vrouw Danielle. Zij ligt in Cluny in Bourgondië, ook in een familiegraf. Een tekst vraagt uitdrukkelijk om de kapel niet te betreden. De vloer staat op instorten. Men heeft wel aan weerszijden een rozelaar geplant. Een verwijzing naar zijn socialistische verleden.

58

DS WEEKBLAD

MICHIEL HENDRYCKX

JARNAC – CIMETIÈRE DES GRAND’MAISONS

In de grafkapel staat een grote vaas waar bezoekers rode rozen hebben achtergelaten. Tussen de bestofte kunstbloemen zit een Frans vlagje van goedkoop plastiek. Zo kan de president zijn koningsgraf niet gedroomd hebben. Daar had de belezen staatsman en bon vivant te veel smaak voor. Daarvoor was de man, die ooit de farao van Parijs werd genoemd, te sterk begaan met zijn voortbestaan. De terugkeer naar de geboortegrond was aanvankelijk niet gewild. Mitterrand zag zich in een groots historisch perspectief. Hij wou in de Morvan, op de mythische Mont Beuvray, de eeuwige rust vinden. Daar waar de Keltische vestingstad Bibracte lag, waar in 53 v. Chr. Vercingetorix de Galliërs verenigde tegen de Romeinse veroveraar. Toen het idee rijpte, was Mitterrand stervende, geen president meer, zonder macht. Plaatselijke politici saboteerden het plan. Zo werd de banaliteit van Jarnac zijn einde.

Zo kan de president zijn koningsgraf niet gedroomd hebben


14∙10∙2016 02∙04∙2017

Oorlog in korte broek bekijkt de Eerste Wereldoorlog door kinderogen. Zeven kinderen uit evenveel landen doen hun verhaal in de Gentse Sint-Pietersabdij. Elk beleven ze hún oorlog: vlakbij het front, aan de andere kant van de wereld, vluchtend onderweg,…Dankzij een unieke vormgeving en een aangrijpende audiogids, leren we hen en hun wereld kennen: soms grappig, altijd ontroerend.


‘Een cruciaal boek dat harten en hoofden zal beroeren. Opnieuw een proef van groot schrijverschap.’ – De Standaard ★★★★ ‘Aan de hand van een kleine historie vertelt Hertmans een groot verhaal, met indrukwekkende verbeeldingskracht.’ – de Volkskrant ★★★★ ‘De bekeerlinge is een portret van een ijzersterke vrouw. Hertmans heeft met haar een heldin voor alle tijden gecreëerd.’ – Knack ★★★★★ ‘De bekeerlinge is een intense proeve van tegenstellingen, tussen de verbeten zoektocht van een schrijver en de woeste tijd die hij oproept.’ – Trouw

‘ Nóg beter dan het meesterwerk Oorlog en terpentijn. Een roman die onderhuids zindert van de actualiteit.’ – HUMO

Stefan

Roman

Hertmans De

bekeerlinge Nu al 2e druk!


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dS Weekblad by De Standaard - Issuu