OUD EN ONGEDOCUMENTEERD
GEBOREN ALS NEDERLANDER, MAAR GEEN RECHT OP VERBLIJF OUD EN ONGEDOCUMENTEERD OUD EN ONGEDOCUMENTEERD
1
OUD EN ONGEDOCUMENTEERD
VOORWOORD In Amsterdam wonen zo’n 750 oudere, ongedocumenteerde Surinamers. Mensen van 50 jaar of ouder die als Nederlander geboren zijn, maar hun Nederlanderschap door de onafhankelijkheid van Suriname zijn kwijtgeraakt. Om uiteenlopende redenen krijgen zij geen nieuw Nederlands paspoort, vaak omdat ze daarvoor minstens één jaar een verblijfsvergunning moeten hebben en ze die niet krijgen. De meesten leven al tientallen jaren onder de radar, met tot gevolg een leven vol schaamte, armoede en andere problemen. Bij De Regenboog Groep vinden we dat we deze mensen, die tot 1975 onze landgenoten waren, niet in de kou mogen laten staan. Hun leven is hier, ze hebben kinderen, kleinkinderen, broers en zussen die hier rechtmatig wonen en vriendschappen, ze voelen zich thuis in Amsterdam; en in Suriname hebben ze niets meer. Het is belangrijk dat deze mensen een verblijfsvergunning krijgen. Dan kunnen ze een leven voor zichzelf opbouwen met een woning, een baan en zorg die vanwege hun leeftijd en leefomstandigheden steeds vaker nodig zal zijn. Een bestaan waarover zij anderen met trots kunnen vertellen. In dit magazine vertellen we de verhalen van drie oudere ongedocumenteerde Surinamers en van een zus die vertelt hoe het is om een broer te hebben zonder papieren. En we leggen uit wat het probleem is, maar ook: hoe makkelijk het kan zijn om dat voor deze groep op te lossen, als de wil er maar is. Hans Wijnands, directeur van De Regenboog Groep
2
OUD EN ONGEDOCUMENTEERD
OUD EN ONGEDOCUMENTEERD
Harold (68): ‘Het zou mooi zijn als ik voor mijn zeventigste een verblijfsvergunning krijg, zodat ik mijn laatste jaren een beter leven heb.’ Lees het verhaal van Harold op pagina 15
OUD EN ONGEDOCUMENTEERD
3
OUD OUD EN EN ONGEDOCUONGEDOCUMENTEERD MENTEERD
‘IK WIL EEN PAPIERTJE WAAROP STAAT DAT IK BESTA’ Na traumatische oorlogservaringen vluchtte Hesdy Westerkapel (58) in 1986 uit Suriname naar Nederland. Hier zou hij trouwen en zijn leven opbouwen. Het liep allemaal anders. Hesdy’s familie kreeg een visum, hij niet. Al tientallen jaren leeft hij als ongedocumenteerde in Amsterdam.
“Het was vreselijk, in de jungle”, begint Hesdy zijn verhaal. Hij had zich als vrijwillige militair aangemeld bij de binnenlandse oorlog in Suriname. Hij was jong, wilde goed doen en zat vol strijdlust. Maar wat hij daar zag en meemaakte, achtervolgt hem nog steeds. Het heeft zijn leven bepaald. “Een vriend werd voor mijn ogen verkracht”, vertelt Hesdy. Dan laat hij zijn pink zien. Het bovenste stukje ontbreekt. “Afgehakt”. Hij doet zijn muts af. Op zijn kale hoofd zitten littekens. “Ze hebben een stuk gescalpeerd.” Dit is een fractie van wat hij heeft gezien en meegemaakt. Hij knippert zijn tranen weg. Het trauma is nog altijd vers.
Beter leven Door zijn deelname aan de oorlog heeft hij een posttraumatisch stressstoornis (PTSS) opgelopen, maar na zijn tijd in het leger hoefde hij niet te rekenen op nazorg. “Daarom vluchtte ik naar Nederland”, vertelt hij. “Op zoek naar een veilig en beter leven.”
4
OUD EN ONGEDOCUMENTEERD
Zijn ouders en enkele broers en zussen woonden er al, of pendelden heen en weer. Zijn vriendin en twee kinderen reisden met Hesdy mee. In Nederland werd een asielaanvraag afgewezen. Waarom? Dat weet Hesdy niet meer. Zonder visum mocht hij niet werken en had hij geen recht op huisvesting. “We woonden bij familie en kennissen. Uiteindelijk kreeg mijn toenmalige vriendin wel een verblijfsstatus. Ik niet.” Hesdy leefde jarenlang onder de radar. Hij wilde trouwen met zijn vriendin en vloog terug naar Suriname om een officieel paspoort te regelen. Daar bleef hij uiteindelijk langer dan hij van tevoren had bedacht. Na acht jaar vloog hij weer naar Nederland. Zijn vriendin had inmiddels een leven opgebouwd met een ander. Hesdy had geen visum, geen werk, geen huis. “Ik had zoveel pijn en verdriet en belandde op straat.” Een leven vol onzekerheden volgde. Hij ging drinken om zijn trauma’s te vergeten en het verdriet weg te drukken. Af en toe werkte hij vrijwillig ergens in de keuken. Maar ook illegaal om wat bij te verdienen.
Strafblad Als het hem niet lukte om genoeg geld bij elkaar te verzamelen om eten te kopen, stopte hij in de supermarkt wat in zijn zak. Daarom heeft hij een strafblad. “Er staan geen grote dingen op”,
OUD OUD EN EN ONGEDOCUONGEDOCUMENTEERD MENTEERD
vertelt Hesdy. Winkeldiefstal, wildplassen, slapen op straat. Kleine vergrijpen die hij als dakloze deed om te overleven. Hij schaamt zich over deze periode van zijn leven. “Ik ben niet de voorbeeldman die ik voor mijn kinderen en kleinkinderen wil zijn.” Zijn zoon en dochter wonen in Antwerpen, waar zijn ex-vriendin destijds naartoe is verhuisd. “Een lange tijd had ik geen of weinig contact met mijn kinderen. Inmiddels spreek ik ze gelukkig weer, maar drie van de vier kleinkinderen heb ik nog nooit gezien. ‘Opa, wanneer kunnen we langskomen?’ vragen ze soms. Maar ik wil ze hier niet uitnodigen. Dit is geen goede omgeving voor kleine kinderen.” Met ‘hier’ bedoelt Hesdy het opvanghuis van HVO Querido in Amsterdam waar hij verblijft. De opvang biedt onderdak aan zo’n tachtig ongedocumenteerde volwassenen. Hesdy heeft geen recht op sociale voorzieningen, maar krijgt van de gemeente wat leefgeld per week. Voor eten, douchegel en een tandenborstel. “Maar de tandarts kan ik niet betalen, terwijl de tanden soms uit mijn mond vallen.”
Perspectief oudere illegalen De Regenboog Groep helpt mensen individueel en heeft de staatssecretaris voor Migratie gevraagd om een structurele oplossing te vinden voor de groep oudere langdurig in Nederland verblijvende Surinamers. OUD EN ONGEDOCUMENTEERD
5
OUD EN ONGEDOCUMENTEERD
‘Ik wil graag een huisje waar ik tot rust kan komen en waar ik mijn kleinkinderen kan ontvangen.’ Met kerst nodigde zijn zus hem uit om een hapje mee te eten. Iets waar hij haar heel dankbaar voor is. “Dat was fijn. Ik voel me vaak eenzaam, maar ik wil niet te vaak bij mijn zus op de stoep staan, ik wil haar niet tot last zijn.”
Vreemdelingendetentie Zijn ouders, met wie hij een goede band had, zijn inmiddels overleden. “Terwijl ik opgesloten zat. Vreselijk”, zegt Hesdy. Drie keer zat hij negen maanden in vreemdelingendetentie. Hij was uitgezet, maar wilde niet terug naar Suriname. “Ik heb daar niemand meer. Mijn leven is al meer dan dertig jaar in Amsterdam.” Tijdens die detentieperiodes overleden zijn beide ouders. “Mijn dochter belde me om het te vertellen. Van mijn vader, en later mijn moeder, heb ik geen afscheid kunnen nemen”, vertelt hij. “Mijn ouders en ik waren allebei in Nederland, maar ik zat vast, want ik had niet de juiste papieren. Ze liggen in Suriname begraven, ooit hoop ik hun graf te kunnen bezoeken.”
‘Ik voel me vaak eenzaam, maar ik wil niet te vaak bij mijn zus op de stoep staan.’ Hij hoopt door de therapie en de stabiliteit van de opvang zijn leven weer op de rit te krijgen. “Ik heb een horeca-diploma en wil mijn eigen salaris verdienen als kok. Ook wil ik graag een huisje waar ik tot rust kan komen en waar ik mijn kleinkinderen kan ontvangen.” Met een advocaat probeert hij dat voor elkaar te krijgen. Ze gaan opnieuw een aanvraag doen voor een verblijfsvergunning. “Ik hoop op een rechtsgeldig papiertje waarop staat dat ik besta in Nederland, zodat ik me weer een waardig mens kan voelen.”
Traumatherapie Het doet hem nog steeds pijn. Hesdy’s leven is getekend door trauma’s, teleurstellingen, verdriet en wanhoop. Sinds kort krijgt hij traumatherapie om aan zijn PTSS te werken. Want hij slaapt nog steeds slecht en heeft nog steeds herbelevingen. “Ik ben blij met de therapie. Voor het eerst wordt er echt naar me geluisterd.”
6
OUD EN ONGEDOCUMENTEERD
Meer lezen? Alle informatie over de positie van oudere ongedocumenteerde Surinamers vind je op deregenboog.org/te-oud-om-illegaal-te-zijn
AL JAREN IN DE PROBLEMEN DOOR GEBREK AAN ERKENNING Ze zijn als Nederlander in Suriname geboren, spreken Nederlands en hun leven is al jaren hier. Maar een verblijfsvergunning krijgen ze niet. Wettelijk zijn ze buitenlanders die geen recht hebben om hier te zijn. Terug naar Suriname is geen optie meer, dus blijven ze ongedocumenteerd en rechteloos onder de radar in het land. Velen van hen proberen nog altijd een verblijfsvergunning te krijgen.
S
urinamers die geboren waren voor de onafhankelijkheid van het land, groeiden op onder de Nederlandse vlag. Ze leerden Nederlands, kregen de Nederlandse cultuur opgelegd en in scholen hing een foto van toenmalig koningin Juliana. Na de onafhankelijkheid op 25 november 1975 kwamen de regeringen van beide landen tot een Toescheidingsovereenkomst: wie op deze datum in Nederland woonde, bleef Nederlander en wie in Suriname woonde, kreeg de Surinaamse nationaliteit. Ook werd er overeengekomen dat Surinamers vijf jaar lang makkelijk een verblijfsvergunning kregen als ze in Nederland wilden wonen, werken of voor gezinshereniging deze kant op kwamen.
Vluchtelingen Na 1980 verloren de Surinamers hun speciale positie. Maar hun toekomst in Suriname bleef onzeker en velen voelden zich onveilig. In februari van dat jaar pleegden twee sergeanten, onder wie Desi Bouterse, een coup. Twee jaar later volgden de
OUD EN ONGEDOCUMENTEERD
Decembermoorden op critici van het bewind van Bouterse. De ontwikkelingshulp van Nederland en de Verenigde Staten aan Suriname werd stopgezet en er ontstond schaarste. En in 1986 brak de Binnenlandse oorlog uit. “Je kunt stellen dat degenen die in die periode naar Nederland kwamen, vluchtelingen waren, maar ze nooit als zodanig zijn erkend”, zegt mensenrechtenadvocaat Eva Bezem terugkijkend naar die situatie. Bezem staat elf Surinamers bij die tientallen jaren in Nederland wonen en alsnog hopen Nederlandse verblijfspapieren te krijgen. Naast de onzekere en onveilige situatie in de jaren 70 en 80 kwamen Surinamers ook om andere redenen naar Nederland. Omdat hun familie hier woonde bijvoorbeeld, of voor de liefde, studie of omdat niet alle medische behandelingen daar mogelijk waren (en nog steeds zijn). Een deel van hen heeft verblijfspapieren gekregen. Hoe groot de groep is die die niet heeft, is niet bekend. GGD Amsterdam schat dat het er in de hoofdstad ongeveer 750 zijn. Ook elders in het land wonen ongedocumenteerde Surinamers, maar hoeveel dat er zijn, is onduidelijk.
Geen geldige papieren Deze Surinamers bouwden hier een bestaan op: ze vonden vaak werk, een woning, kregen vriendschappen, relaties, kinderen. Het ging relatief goed, tot in 1994 in Nederland de identificatieplicht werd ingevoerd en werkgevers en verhuurders van woningen een boete kregen als personeel of huurders ongedocumenteerd waren. “Er zijn verschillende redenen waarom een aantal Surinamers in Nederland geen geldige papieren heeft”, vertelt criminologe Frederiek de Vlaming, ze is projectleider bij De Regenboog Groep en doet onderzoek naar oudere ongedocumenteerden. “Sommigen hebben toen ze naar Nederland kwamen geen verblijfsvergunning aangevraagd, omdat die destijds niet belangrijk werd gevonden. Anderen verloren hun recht op verblijf in Nederland na enige tijd, bijvoorbeeld omdat de relatie waarvoor ze naar Nederland waren gekomen uit was gegaan of ze alleen een tijdelijke verblijfsvergunning hadden gehad voor familiebezoek of studie.”
OUD EN ONGEDOCUMENTEERD
7
OUD EN ONGEDOCUMENTEERD Nergens recht op “Na de invoering van de identificatieplicht kwamen ze in een steeds moeilijkere positie terecht”, zegt Eva Bezem. Ineens hadden ze wettelijk gezien nergens meer recht op. “Sommigen gleden af, bijvoorbeeld in verslavingen, anderen slagen er vooralsnog in om hun hoofd boven water te houden.” Ze doen hun uiterste best om onder de radar te blijven. In de Surinaamse gemeenschap vindt een deel van hen een plekje om te blijven. Bij familie, of vrienden, en anders kunnen ze soms terecht in een opvanghuis. “Als je met ze praat, dan praat je met Nederlanders”, zegt Bezem. “Ze zijn ingeburgerd, kennen de stad, willen iets van hun leven maken. Maar ze hebben de brute pech gehad dat ze niet op een moment in hun leven de optie hebben gehad om het beter voor zichzelf te regelen. Daardoor zitten ze nu al decennialang in de illegaliteit en blijven ze daar ook maar in zitten.”
Kwetsbare groep Dat maakt ze kwetsbaar. Ongedocumenteerden ontwijken waar mogelijk de instanties. “Hierdoor kan er makkelijk misbruik van ze worden gemaakt”, vertelt Talita Keerveld. Ze zit namens de PvdA in de stadsdeelcommissie Amsterdam Zuidoost, een stadsdeel waar veel ongedocumenteerde Surinamers wonen. Ze is begaan met hun lot en heeft een appgroep waar een tiental ongedocumenteerden hun zorgen deelt of juridische vragen stelt. Zonder papieren mag je niet werken, dus ongedocumenteerden werken vaak illegaal om wat te verdienen. “Maar niet elke werkgever betaalt ze een fatsoenlijk tarief, of betaalt überhaupt. Dat kunnen ze maken omdat ze weten dat ongedocumenteerden niet snel naar instanties zullen gaan om het aan te kaarten.” Niet alleen op de arbeidsmarkt zijn ze kwetsbaar, ongedocumenteerden worden ook gechanteerd door mensen die misbruik maken van hun onveilige positie, soms zelfs door hun eigen familie, weet Amsterdams politicus Iwan Leeuwin. Hij is, net als Keerveld, bestuurslid van Comité 1-7-2013, dat zich inzet voor een rechtmatig verblijf van deze groep ongedocumenteerde Surinamers. Ook hij zegt dat er veel verschillende redenen zijn waarom mensen geen verblijfsvergunning hebben. Maar één ding hebben ze allemaal gemeen: ze willen erkend worden in Nederland. “En dat maakt ze kwetsbaar. Soms vragen advocaten of juristen veel geld en komen ze met een mooie belofte, om vervolgens te zeggen dat ze niks voor hen konden regelen.”
Niet naar de dokter Zonder geldige papieren heeft deze groep ook nergens recht op. Ook niet op niet-acute gezondheidszorg. Leeuwin: “Ze kunnen niet naar de dokter voor kleine kwaaltjes of een tandarts als ze
8
OUD EN ONGEDOCUMENTEERD
pijn hebben in hun mond. Er zijn wel lokale initiatieven, maar vanuit de overheid is weinig geregeld.” “Er zijn wel regels voor oud-Nederlanders”, zegt Bezem over de reden dat deze groep geen geldige papieren heeft. “Die kunnen bijvoorbeeld via een zogeheten optieprocedure relatief makkelijk de Nederlandse nationaliteit krijgen, als ze maar minstens één jaar een verblijfsvergunning hebben gekregen in Nederland met een niet-tijdelijk doel. Het probleem is: ze komen niet aan dat ene jaar. Als ze dat zouden hebben, dan zouden ze makkelijk die nationaliteit kunnen aanvragen. Maar over die hobbel van die verblijfsvergunning komen ze niet heen.” “Er zijn wel een paar voorwaarden waaronder Surinamers makkelijker een medische verblijfsvergunning kunnen krijgen, bijvoorbeeld als ze hier een behandeling kunnen krijgen die in Suriname niet mogelijk is”, zegt Bezem. “En als je in Suriname je basisschool hebt afgerond, dan kun je vrijgesteld worden van een inburgeringsexamen in het buitenland. Maar dat deze groep, Surinamers van voor 1975 – Nederlanders dus eigenlijk – een heel bijzondere groep zijn, dat wordt door de wet niet erkend.”
‘Blijven strijden’ Een oplossing voor deze groep is er vooralsnog niet. Iwan Leeuwin pleit voor een generaal pardon. “De overheid zou voor deze groep Surinamers, puur vanwege de historische band van vierhonderd jaar, een eenmalig pardon moeten toepassen. Nederland heeft jarenlang geprofiteerd van Suriname, dit is wel het minste wat ze kunnen doen.” Ook Frederiek de Vlaming van De Regenboog Groep vindt dat voor deze groep een speciale regeling moet komen. Samen met diverse partijen zoekt ze naar de juiste oplossing. “Deze groep mensen vraagt om een ander soort behandeling vanwege het historische verleden.” De overheid zou volgens De Vlaming een andere en rechtvaardiger afweging kunnen maken tussen de belangen van deze individuen en het belang van de Nederlandse staat. “Ik kan me voorstellen dat het recht op familieleven of privéleven veel zwaarder gaat wegen bij een aanvraag voor deze groep. Daarnaast zou ik ervoor pleiten dat de IND strafrechtelijke vergrijpen die meer dan twintig jaar geleden zijn gebeurd, minder zwaar laat meewegen.” Sommige ongedocumenteerden hebben een strafblad vanwege winkeldiefstal, drugsgebruik of ze zijn in het verleden gepakt met bolletjes. “Inmiddels zijn ze al tientallen jaren clean. Dat kan niet de rest van hun leven tegen ze worden gebruikt.” Ondertussen gaat onder anderen Bezem door om deze groep uit de illegaliteit te krijgen. “Als je lang genoeg ergens woont, dan bouw je privéleven op”, vertelt Bezem. “Dat is een mensenrecht. Het houdt in dat je zo lang ergens woont, dat je de taal spreekt, de cultuur kent, er misschien werkt, gezinsleden hebt, vrienden, hobby’s. Al die aspecten van wat jou mens maakt. Als je heel lang in Nederland bent, dan is je privéleven Nederlands. Dat is een zwaarwegend argument dat we gebruiken bij de IND. Zolang er geen regeling is voor deze hele groep, blijven we per individu strijden.”
OUD EN ONGEDOCUMENTEERD
Zolang er geen regeling is voor deze hele groep, blijven we per individu strijden. OUD EN ONGEDOCUMENTEERD
9
OUDERE OUD EN ONGEDOCUONGEDOCUMENTEERDE MENTEERD
Nadia heeft één grote wens voor haar broer George: ‘Ik hoop dat hij als een vrij man kan leven.’
10
OUD EN ONGEDOCUMENTEERD
OUD EN ONGEDOCUMENTEERD
BROER ONGEDOCUMENTEERD
‘Als familie doen we wat we kunnen, maar mijn broer wil zijn hand niet hoeven ophouden’ Allebei kwamen ze vanuit Suriname naar Nederland: Nadia in 1985, haar broer George dertien jaar later. Maar waar Nadia vanaf het begin kon studeren, werken en een leven opbouwen, heeft George nog altijd geen verblijfsvergunning. “Verschrikkelijk”, zo noemt Nadia de situatie van haar oudere broer. Hij heeft inmiddels de pensioenleeftijd bereikt, maar nooit een eigen plekje gehad. Inmiddels heeft hij een kamer bij HVO Querido, een hele vooruitgang van de slaapzalen waar hij voorheen sliep, maar het blijft karig. George is de oudste van zes kinderen, Nadia de tweede. Het zorgen zit in haar: als oudste meisje paste ze vanaf haar tiende op haar jongere broertje en zusjes, als hun moeder ging werken. Daarna zorgde ze in Suriname naast haar eigen kinderen voor de kinderen van George, die vaak bij haar over de vloer kwamen. In Nederland werd ze verpleegkundige. En in 1998 kwam daar de zorg voor haar oudere broer bij.
Ex-vrouw In dat jaar kwam George op een tijdelijk visum naar Nederland. Zijn ex-vrouw was hier inmiddels naartoe verhuisd met hun kinderen, en hij hoopte de relatie met haar te kunnen herstellen. Dat lukte niet, maar teruggaan naar Suriname was geen optie: hij wilde in de buurt van zijn kinderen blijven. “In die tijd woonde hij bij mij”, vertelt Nadia. Na haar opleiding tot verpleegkundige werkte ze in het Slotervaartziekenhuis. ‘Robbie’, zoals George door familie en vrienden wordt genoemd, zorgde voor haar kinderen als zij moest werken. “De kinderen zijn nog altijd dol op hem.” George wil onafhankelijk zijn, zijn hand ophouden vindt hij vreselijk, zegt Nadia. Hij werkt waar hij kan, illegaal, om in zijn eigen onderhoud te voorzien. Maar het is niet genoeg. Met wat ze heeft probeert Nadia hem daarom te steunen. Zelf leeft
ze sinds een paar jaar van een WIA-uitkering omdat ze door fysieke klachten niet meer kan werken. “Maar 5 euro, 10 euro, een maaltijd; als ik het heb, dan deel ik het.” Haar kinderen – inmiddels allemaal volwassen – doen hetzelfde. Als hij een jas nodig heeft, krijgt hij die van haar zoons. Schoenen? Een T-shirt? Hetzelfde verhaal. Haar dochter bakt een taart als hij jarig is. Als hij ergens heen moet, dan hoeft hij maar te bellen en ze regelen het. Hij heeft een sleutel van haar huis, zodat hij zich daar kan terugtrekken als zij in Suriname is. “In onze familie help je elkaar waar je kan. Je laat elkaar niet in de steek.”
Op eigen benen Toch hoopt ze dat het ooit niet meer nodig zal zijn. Dat George alsnog een verblijfsvergunning krijgt en volledig op eigen benen kan staan. Waarom dat vooralsnog niet lukt? Nadia weet het niet. “Het is een lieve man. Maar hij heeft steeds pech met de overheid.” Hij loopt steeds vast in de bureaucratie, denkt ze. Dat hij naar Suriname moet om papieren op te halen, terwijl hij dan niet meer terug kan. “Waarom kunnen ze die niet digitaal naar Nederland sturen?” En sowieso, waarom wordt het hem zo moeilijk gemaakt? “Ik ben niet boos op Nederland, de systemen zijn gewoon niet goed. Maar ik vind het wel heel gek. Hij is als Nederlander geboren, net als ik. Omdat ik destijds een Nederlandse partner had, kreeg ik zonder problemen een verblijfsvergunning en later het Nederlanderschap. En hij vecht er nog altijd voor.” Al meerdere keren heeft George een advocaat ingeschakeld. Hoe vaak? Nadia weet het niet meer. “Maar hij blijft het proberen. Nu ook weer.” Een keer oordeelde de rechter dat George terug moest naar Suriname. “Ik geloof dat hij zei dat hij niet genoeg banden heeft in Nederland. Maar hoe kan dat? Hij heeft hier zijn kinderen, kleinkinderen, ons. Hij is sinds 1998 niet meer in Suriname geweest, onze ouders zijn dood, al zijn vrienden zijn destijds naar Nederland gekomen omdat ze daar geen goede toekomst hadden. Hij heeft daar helemaal niets meer.”
OUD EN ONGEDOCUMENTEERD
11
OUD EN ONGEDOCUMENTEERD
‘Dat Robbie niet mee kon naar de begrafenis van onze moeder, vond hij heel erg’ Het was de enige keer dat ze zijn wanhoop zag. Het idee dat hij zijn kinderen en kleinkinderen niet meer zou zien, maakte hem bang en verdrietig. “Hij draaide helemaal door. Ik was bang dat hij zichzelf iets aan zou doen. Ik heb gezegd: dan ga je toch niet?”
Teleurstelling op teleurstelling Het zou Nadia ervan weerhouden om door te vechten, denkt ze. Elke keer die teleurstelling als het weer niet lukt. “Ik zou gek worden.” Maar George gaat door. Hij wil niets liever dan echt onafhankelijk zijn, zijn eigen zaakjes kunnen regelen. “Het is zijn trots. En het zou alles zoveel makkelijker maken. Nu moet hij bijvoorbeeld geopereerd worden aan staar, net als veel mensen die wat ouder zijn. Omdat hij onverzekerd is, moet hij aanspraak maken op een speciaal potje daarvoor. Dat het er is, is geweldig. Daar ben ik echt heel blij mee. Maar een zorgverzekering zou zo fijn zijn.” Want zijn leeftijd zal vaker voor problemen gaan zorgen, verwacht ze. “Gelukkig leeft hij gezond en eet hij gezond. En hij doet alles op de fiets. Toen hij een tijdje in Utrecht woonde, fietste hij zelfs naar Amsterdam. Hij is heel fit. Maar hij wordt wel ouder.”
Kapotte fietslamp Bovenal gunnen zij en haar kinderen het hem zo om een minder gecompliceerd leven te hebben. Nu kan de kleinste misstap hem in de problemen brengen. “Zijn fiets is zijn dierbaarste bezit. Maar ik zeg altijd tegen hem: zorg dat daar geen problemen mee zijn. Als zijn lamp het niet doet, kan hij al opgepakt worden. Want zich identificeren kan hij niet.” Eén keer werd hij opgepakt, omdat hij zonder papieren in een restaurant werkte. Hij zat vast, maar werd weer vrijgelaten.
12
OUD EN ONGEDOCUMENTEERD
Met wat ze heeft probeert Nadia haar broer te steunen: ‘In onze familie help je elkaar waar je kan. Je laat elkaar niet in de steek.’
Nadia en haar kinderen hebben één grote wens voor ‘Robbie’: “Dat hij als een vrij man kan leven.” Haar kinderen zijn boos. Waarom krijgen vrienden van hen die naar Nederland komen zo snel een verblijfsvergunning, en hun oom niet? “Ze zeggen dan: sommige vrienden gooien er met hun pet naar zodra ze die nationaliteit hebben, terwijl oom Robbie hem zo nodig heeft.” Hij wil namelijk niets liever dan één keer zien waar zijn moeder begraven ligt, in Suriname, zonder dat hij daar dan moet blijven. Haar dochter werkt bij KLM, die wil een vliegticket voor hem regelen. Als het maar zou kunnen. “Toen mijn moeder nog leefde, kwam zij naar Nederland. Zij en Robbie hadden het dan zo goed samen. En ik moest altijd de groeten doen als ik naar Suriname ging. Hij kon nooit mee, zelfs niet voor de begrafenis. Dat vond hij heel erg. En ik ook. Ik gun hem zo dat hij daar nog één keer heen kwam om op een goede manier afscheid te nemen.”
OUD EN ONGEDOCUMENTEERD
RUIM 20 JAAR IN NEDERLAND
‘Als ik mag werken, dan kan ik zelf een cadeautje kopen voor de kleinkinderen’ Eind twintig was Vivian, en verliefd op een Nederlander. In Suriname pakte ze haar koffers om hier een bestaan op te bouwen met haar vriend. Maar nog voordat ze het Nederlanderschap had kunnen aanvragen, ging haar vriend ervandoor met een ander. Wat volgde was een leven vol verdriet en schaamte.
O
mdat de vriend van Vivian (51) in Nederland woonde, kreeg zij eind jaren 90 een verblijfsvergunning. Ze verhuisde en kort daarna kwam ook haar 8-jarige dochter over. Maar de relatie hield geen stand: hij werd verliefd op iemand anders. Nog voordat Vivian het Nederlanderschap wilde aanvragen, had hij zich uitgeschreven op hun adres.
Omdat samenwonen een voorwaarde was voor haar verblijfsvergunning, en een verblijfsvergunning weer voor het Nederlanderschap, werd Vivian ongedocumenteerd. Teruggaan naar Suriname wilde ze niet: haar dochter was net gewend in Nederland en in Suriname hadden ze niets. Intrekken bij haar familie was geen optie, zij hadden het niet breed en woonden te klein om Vivian en haar dochter in huis te nemen. “Het was een heel moeilijke keus, maar voor mijn dochter was het hier beter. Haar vader is Nederlander, daarom heeft ze een Nederlands paspoort. En ik wilde haar hier niet achterlaten.” Ze trokken in bij verre familie. Maar daar begon de ellende, al hoorde Vivian dat zelf pas vorig jaar. “Die man heeft mijn dochter misbruikt.” Ze schiet vol nog voordat ze de zin uitspreekt. Haar dochter, toen nog nauwelijks een puber, was zich zo bewust van de situatie dat ze besloot om niets aan haar moeder te vertellen. “Ze wist dat we nergens anders heen konden.” Vivian had door de jaren verschillende relaties. Een van de mannen mishandelde haar en sloot haar op in huis. Een ander was goed voor haar. Hij probeerde haar te helpen om haar papieren alsnog te regelen, maar de advocaat die ze daarvoor hadden betaald, liet niets meer van zich horen.
Als ze vertelt over haar familie in Suriname, schiet ze opnieuw vol. Uit schaamte heeft ze nooit verteld dat ze ongedocumenteerd is. Vivian heeft haar ouders en zussen meer dan twintig jaar niet gezien. “Vlak voordat mijn moeder overleed, belde mijn zus. Ze dacht dat mama op mij lag te wachten. Maar ik kon er niet heen, ik had het geld niet, en als ik daarheen was gegaan dan had ik zonder papieren niet terug naar Nederland gekund.”
Geen afscheid Een tante wilde bijspringen, zodat Vivian naar de begrafenis kon. “Ik heb gezegd dat ik niet mocht vliegen omdat ik hartproblemen heb. Die heb ik wel, maar er is nooit een arts geweest die me afgeraden heeft te vliegen.” Ook van haar vader kon ze geen afscheid nemen. “Mijn zussen vragen wanneer ik langskom in Suriname. Dan zeg ik: misschien volgend jaar. Maar ik weet dat dat helemaal niet kan.” “Ik heb geen mooi leven”, vat ze het zelf samen. Al waren er best lichtpuntjes. Zoals vrienden bij wie ze altijd kon – en nog steeds kan – aankloppen voor eten of een slaapplaats. Ze woont bij haar dochter en kleinkinderen, maar eens in de zoveel tijd heeft ze het gevoel dat ze daar teveel is. Dan gaat ze een paar dagen naar een vriendin. Heel soms heeft ze een klein beetje geld, omdat ze goed haren kan vlechten. “Dat weten mensen, die geven in ruil wat ze kunnen missen.”
Kerstcadeautjes kopen Ze droomt van één ding: een verblijfsvergunning. Die kan ze mogelijk krijgen in België, waar haar Nederlandse vriend woont. Maar ze moeten bewijzen dat ze een relatie hebben. “Ik ben niet van de foto’s, dus hoe bewijs je dat?” Omdat dat niet lukte, werd een eerdere aanvraag afgewezen. “Er zijn mensen die het verpesten, dus ze moeten wel streng zijn. Maar ik werd er niet goed van.” Ze heeft met hulp van De Regenboog Groep het nummer gekregen van een Belgische advocaat die haar gaat proberen te helpen. Hoe haar leven er daarna uitziet, daar heeft ze wel een beeld van. “Dan ga ik werken. Ik kan schoonmaken, koken, iets met kinderen zou ik leuk vinden. Er zijn zoveel dingen die ik kan doen.” Ze kijkt ernaar uit om van haar salaris kerstcadeautjes te kopen voor haar kleinkinderen. “Nu doet mijn dochter dat, en dan schrijft ze erop: van oma. Maar het is niet van oma, ik heb ze niet betaald. Dat doet heel veel pijn. Het is heel lief van mijn dochter, maar ik wil zelf een cadeautje voor de kinderen kopen.”
OUD EN ONGEDOCUMENTEERD
13
OUD OUD EN EN ONGEDOCUONGEDOCUMENTEERD MENTEERD
OUD OUD EN EN ONGEDOCUONGEDOCUMENTEERD MENTEERD
BIJNA 40 JAAR IN NEDERLAND
‘Er is 37 jaar van mijn leven afgepakt’ Niemand, behalve zijn eigen familie, weet dat Harold Markiet (68) al bijna veertig jaar ongedocumenteerd in Nederland woont. Hij heeft één droom: voor zijn zeventigste een verblijfsvergunning. “Zodat ik mijn laatste jaren een beter leven heb.” “Ik leid een relatief doorsnee leven”, begint Harold zijn verhaal. Hij woont in een klein appartement in Rotterdam en er staat elke dag eten op tafel. Hij wordt omringd door zijn vriendin, kinderen, kleinkinderen, vrienden en kennissen. Er is alleen één groot verschil met de mensen om hem heen: Harold heeft als enige geen verblijfsvergunning. “Alleen mijn familie weet dat ik geen papieren heb, de mensen met wie ik omga, hebben geen idee.” Hierdoor lijkt Harolds leven redelijk gewoon, maar dat is het niet. Hij heeft geen pensioen of AOW en kan niet zomaar naar een dokter of een tandarts. “Ik begin wat mankementen te krijgen, gelukkig kan ik via de Pauluskerk naar een dokter.” De Pauluskerk in Rotterdam helpt ongedocumenteerden en anderen die het moeilijk hebben in de maatschappij. Harold is er vaak te vinden voor een kop koffie en een praatje.
Kinderen afgenomen In 1985 kwam hij vanuit Suriname naar Nederland. Veel vrienden en familie woonden in Rotterdam en Amsterdam. Na jaren zag hij ze weer. “Ik wilde overal bij zijn: feestjes, etentjes.” Harold geeft het meteen toe: “Ik had natuurlijk eerst mijn papieren moeten regelen, maar daar stond ik toen helemaal niet bij stil.” Hij werd verliefd en trouwde. Met deze vrouw kreeg hij een tweeling, twee jongens. “Maar dat huwelijk ging al snel mis. Zij raakte verslaafd aan de drugs. Jeugdzorg stond op de stoep en de jongens werden in een internaat gestopt. Ik kon niet voor ze zorgen, ik had geen baan en ik had net een scheiding aangevraagd, want ik had een relatie met de overbuurvrouw.”
‘Verloor alles’ Die scheiding omschrijft Harold achteraf als ‘niet slim’. “Ik verloor alles: mijn huis, mijn kinderen, mijn verblijfsvergunning, mijn uitkering.” Hij trok in bij de Nederlandse overbuurvrouw, met wie hij nog samen is en een dochter heeft. “Maar we zijn nooit getrouwd. Het is er gewoon niet van gekomen.”
Na die scheiding ging het mis. Harold moest regelmatig een stempel halen bij de vreemdelingenpolitie, in afwachting van een verblijfsvergunning of uitzetting. “De eerste keer ging het al mis. Een politieagent riep: ‘Wie in aanraking is geweest met justitie, kan dat beter nu melden. We komen er toch wel achter.’ Ik had niks gedaan, maar ik wist dat mijn neef mijn naam had gebruikt toen hij werd opgepakt met drugs, omdat hij zelf met een aanvraag bezig was.”
Land uitgezet Zodra Harold aan de beurt was, vertelde hij dat hij een strafblad had, maar de misdaad niet had begaan. “De politieagent geloofde het niet en nam mijn paspoort in.” Later kreeg hij een datum waarop hij zijn Surinaams paspoort weer kon ophalen. “Ik kon die dag ook meteen het land verlaten.” “Mijn kinderen waren hier, mijn vrienden, mijn leven. Dat paspoort heb ik nooit opgehaald.” Een leven lang vol hosselen volgde. Hij maakt tuintjes schoon en helpt vrienden bij klusjes om rond te komen. “Ik zorg voor mijn eigen centen.” Twee keer heeft hij met een advocaat zijn Nederlanderschap alsnog proberen te regelen. Beide keren is zijn aanvraag afgewezen. “Achteraf denk ik: had ik maar mijn mond gehouden bij dat stempelen. Nog steeds ben ik boos op mijn neef. Zoiets vergeet je niet.” Tien jaar geleden ging hij terug naar het politiebureau. “Ik wilde mijn paspoort terug. Ik wist niet wat ze zouden doen.” Harold werd meteen aangehouden en op een detentieboot in Dordrecht gezet. “Maar ik had mijn paspoort wel terug.” Dat paspoort ligt nu in Suriname. “Daar is mijn zoon heen gegaan om het te verlengen. Dat duurde uiteindelijk twee maanden en zolang kon hij daar niet blijven. Het ligt er nog.”
Beter leven Dat het hem na jaren niet is gelukt een legaal leven op te bouwen, frustreert hem. “Het voelt alsof ik 37 jaar van mijn leven kwijt ben”, zegt Harold. “Ik had mijn oudste kinderen graag zelf opgevoed, in mijn eigen huis. Ik heb ze de eerste 17 jaar van hun leven bijna niet gezien. Ze spreken geen Surinaams, dat hebben ze niet geleerd op het internaat.” Het leven heeft hem ‘taai’ gemaakt, hard. Toch prijst hij zichzelf niet helemaal ongelukkig. “Ik heb contact met mijn kinderen en mijn kleinkinderen appen me en komen vaak langs. Ik ben mijn vriendin dankbaar dat ze me nooit de deur heeft gewezen. Dat is onbetaalbaar.” Nog altijd leeft Harold met het idee dat het hem lukt een verblijfsvergunning te krijgen. “Het zou mooi zijn als het voor mijn zeventigste lukt, zodat ik mijn laatste jaren een beter leven heb.”
OUD EN ONGEDOCUMENTEERD
15
OUD EN ONGEDOCUMENTEERD
De Regenboog Groep zet zich met het project ‘Te oud om illegaal te zijn’ in voor een grote groep kwetsbare Amsterdammers die jarenlang ongedocumenteerd in de stad leven. Kijk voor meer informatie op deregenboog.org/te-oud-om-illegaal-te-zijn
COLOFON
DE REGENBOOG GROEP
Tekst Marianne Lucieer Linda Samplonius Foto’s Merlijn Michon Vormgeving Studio Onward
Droogbak 1d 1013 GE Amsterdam t. 020 531 76 00 info@deregenboog.org www.deregenboog.org www.hulpvanderegenboog.org facebook.com/deregenbooggroep twitter.com/Regenboog020
16
OUD EN ONGEDOCUMENTEERD