Skip to main content

THUIS

Page 1

Nr. 4–2018 | THEMA THUIS

THUIS

MEELEVEN MEELEVEN IS EEN MAGAZINE VAN DE REGENBOOG GROEP EN VERSCHIJNT VIER KEER PER JAAR

40 JAAR AMOC HOOP OP WEG NAAR EEN NIEUW BEGIN

MODEONTWERPER MAYTHAM IS ONDER DE PANNEN

VOLGENDE WEEK BOERENKOOL FLEUR IS HET MAATJE VAN JULI UIT SYRIË

EEN BAAN EN TOCH DAKLOOS HET KAN IEDEREEN OVERKOMEN 1


HOOFDREDACTIONEEL COMMENTAAR Mijn vrienden uit Brabant vragen wel eens wanneer ik terugverhuis. Het schijnt de meeste Brabanders eigen te zijn: hoe harder we wegrennen, hoe harder het elastiek dat ons bindt, ons terug lanceert. “Ik ben hier thuis”, is steevast mijn antwoord.

verhuurders werd het ineens een heel internationaal nummer. Maar ook dat is Amsterdam.

Ik moest even denken waarom ik dan eigenlijk naar Amsterdam kwam. Was het de belofte van een groots en meeslepend leven? Reuring, avontuur en rock & roll? Ik merkte dat ik deze gedachtegang ook heel makkelijk kon omdraaien: misschien wilde ik wel weg van iets. De waarheid ligt natuurlijk in het midden, ook voor deze ‘buitenlander’, van buiten de ring A10.

Sander Kersten, hoofdredacteur.

Ik deel deze keer graag dit podium. En wel met de dichtende inloophuisbezoeker Lucien.

Ook bij veel nieuwe, echt internationale, Amsterdammers zie je deze tweedeling: enerzijds heb je buitenlandse investeerders, bedrijven, expats en vastgoedbeleggers die met fijne belastingvoordelen hier hun geld komen verveelvuldigen. Anderzijds heb je mensen die hier heen komen om te overleven. Of dat nu is omdat ze in hun land van herkomst geen droog brood kunnen verdienen, omdat ze uit een oorlog vluchten of omdat ze vanwege hun geaardheid onder de radar moeten blijven. En soms allemaal tegelijk.

Terug in mijn opvang, eigen. Oh vreemde vogels, die nergens nesten, Hoe voel ik nu, even maar, weer, wat het is, Om vleugels uit te kunnen spreiden, Om lange tochten te kunnen maken, over de hoofden der kruipende, sluipende en glippende schepsels heen. Maar... zo snel als jullie, zo vlug te zijn, dat lukt me niet. Teveel bagage in mijn geest vergaard, heb ik mijn zware gedachten, die drukken mij, te zeer neer. Ik ben geen vogel, geen vis, geen walvis en geen aap, geen berin nee, ik zit er ergens tussen in. Ik ben een zwerver, maar ooit vind ik de weg naar huis wel terug, en iemand, net zo een vreemde vlinder als ik ben, die ik als de mijne herken, en die ook ...

Deze Meeleven, met als thema Thuis, was ingestoken op de winterse kou en de menselijke grotdrang om samen rond vuurtjes en lichtjes gezellig te gaan zitten doen. Maar de actualiteit schrijft de verhalen, want met 40 jaar inloophuis AMOC, het voorstellen van Amsterdam Hometown en de vraag van Onder de Pannen naar

Naschrift. Thuis. Een plek waar ik echt samen met iemand kan zijn, een speciaal iemand vooral. Waar ik, zeg maar, echt aan de toekomst kan bouwen, iets wat ik achter kan laten voor later, wat voor zichzelf zorgt, niet alleen mijn kunst die een publiek nodig heeft om voort te bestaan.

Colofon Meeleven wordt vier keer per jaar uitgegeven door De Regenboog Groep ISBN 13840607

Fotografie Merlijn Michon Janus van den Eijnden (cover)

De Regenboog Groep Droogbak 1-d, 1013 GE Amsterdam 020 531 76 00 www.deregenboog.org info@deregenboog.org

Wytze Veenstra,

Illustratie pag. 10-11 Visual Notes

Contactpersoon donateurs Fré Meijer 020 531 76 00

Tekst Nicolline van der Spek Lucien Marianne Lucieer Malin Kox Marit Postma Sander Kersten

Hoofdredactie Sander Kersten

Correcties Veu Studio

2

Design Bourne Design Druk Drukkerij Schuttersmagazijn Disclaimer De in dit magazine gepresenteerde informatie is in samenspraak met en met toestemming van de geraadpleegde bron tot stand gekomen. Samensteller De Regenboog Groep accepteert dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor onjuistheden anders dan spellings- of interpunctiefouten.

Acceptgiro We sturen altijd een acceptgiro mee voor abonnees, zodat ook de lezers die geen donateur zijn aan onze projecten kunnen doneren. Direct doneren? Dat kan ook NL79 TRIO 0379 3155 64 De Regenboog Groep Amsterdam@Regenboog020 Nieuwsbrief ontvangen? www.deregenboog.org/nieuwsbrief Meeleven niet meer ontvangen? Stuur een mail naar Fré Meijer: fmeijer@deregenboog.org


HANS IN GESPREK MET…

Maria Heuving Maria Heuving (70) verhuurt een kamer via Onder de Pannen. Hans Wijnands is directeur bij De Regenboog Groep. “H: “Hoe bent u ertoe gekomen om uw kamer te verhuren?” M: “Ik woon alleen en wil dat er iemand in huis is voor het geval er iets met mij gebeurt.” H: “Had het ook een financiële reden waarom u iemand in huis wilde nemen?” M: “Ook wel. Op een dag kreeg ik een telefoontje van de woningbouwvereniging. Ik had mijn huur niet betaald. Ik wist niet wat ik hoorde! Ik betaal al 43 jaar de huur op de 23ste van de maand. Maar nu viel mijn huis ineens onder Woonstichting De Key en die willen de huur op de eerste van de maand binnen hebben. Ik moest toen ineens drie maanden huur betalen; de achterstand, de maand zelf en de borg voor de volgende maand. Tja, dat kon ik niet betalen. Onder de Pannen heeft een specifieke regeling (Kleine Schuld, Grote Winst, red.) en heeft die 1800 euro toen voorgeschoten en betaald aan De Key. Een hele opluchting, anders zou ik nu nog in de schulden zitten.” H: “Een wildvreemd iemand in uw huis. Hoe bevalt dat?” M: “Ik kom uit een gezin van tien en houd wel van een beetje reuring in huis.” H: “Hoe klikt het met uw huurder?” M: “Uitstekend. Iman en ik zijn echt vriendinnen geworden. We drinken koffie samen, we eten samen. Het is veel gezelliger geworden in huis.” H: “Heeft u het idee dat u mazzel heeft dat het zo klikt?”

M: “Zeker. Ik heb namelijk ook een slechte ervaring. Ik had een advertentie opgehangen bij Albert Heijn en kreeg een gescheiden man in huis van 41 jaar. Die heeft alles gestolen wat los en vast zat, tot aan mijn rollator aan toe. Van Onder de Pannen vind ik het heel fijn dat er controle is. Ze bellen regelmatig om te vragen hoe het gaat of ze komen even langs op de koffie. Als ik iets wil weten, stuur ik even gauw een sms’je of een Whatsappje. Dat geeft me een vertrouwd gevoel.” H: “Binnen Onder de Pannen wordt de huur via De Regenboog Groep aan u overgemaakt. De reden dat we dit doen is dat onze verhuurders, mensen zoals u, er financieel niet op achteruit mogen gaan, mocht de huurder onverhoopt niet betalen. Hoe vindt u dat?” M: “Dat vind ik een prettige gedachte.” H: “Onder de Pannen is een project voor een jaar. In hoeverre is het voor u voor herhaling vatbaar?” M: “Oh zeker. Alleen is maar alleen.” H: “Denkt u dat Iman profijt heeft van Onder de Pannen?” M: “Ik denk van wel. Ze kan bij mij haar verhaal kwijt. Ik geef haar ook tips over bij welke instanties ze moet aankloppen voor hulp. Ik woon vanaf mijn negentiende in Amsterdam en ken de weg. Zij is nog wat onwennig hier.” H: “Voelt Iman zich bij u thuis?” M: “Zeker weten. Ze is net een maand naar familie geweest in Egypte. Toen ze terugkwam, maakte ik thee voor haar klaar, ze plofte op de bank en zei met een diepe zucht: Hè hè, ik ben weer THUIS! Dat vond ik zo’n compliment.” Meer over ons project Onder de Pannen op de volgende pagina’s

Tekst: Nicolline van der Spek | Fotografie: Merlijn Michon 3


ONDER DE PANNEN

MAYTHAM IS ONDER DE PANNEN Modeontwerper Maytham komt oorspronkelijk uit Irak, waar hij opgroeide met een levensgevaarlijk geheim: zijn seksuele geaardheid. In 2010 kwam hij naar Nederland. Hij vond asiel, maar geen rust. In Heemstede kon hij niet aarden. Pas in Amsterdam voelde hij zich thuis. Een kamer vond hij via Onder de Pannen, een project van De Regenboog Groep. ‘Ik heb me nog nooit zo gelukkig gevoeld.’

D

e zon schijnt recht in zijn ogen, maar last hij heeft hij er niet van. “Ik zit hier goed”, lacht Maytham, terwijl hij zijn verhaal doet. Een verhaal dat begint in Irak, waar hij opgroeide met een levensgevaarlijk geheim. “I am gay”, zegt hij. En daar staat in Irak de doodstraf op. Zijn familie wist officieel van niets. Hij heeft het ze nooit verteld (“of course not!”), maar zijn broers konden het niet nalaten om hem te pesten. “Ze noemden me een mietje en sloegen me in elkaar, omdat ik ‘anders’ was. Ik was geïnteresseerd in mode, kunst, muziek. Ik schaamde me en voelde me slecht.” Are you the dark guy? Acht jaar geleden kwam Maytham naar Nederland. Hij kreeg huisvesting aangeboden in Heemstede, waar hij niet kon aarden. “Misschien was het ach-

4

teraf niet de juiste keuze om mij daar te plaatsen. Heemstede is een van de duurste gemeenten van Nederland, maar ik voelde me er doodongelukkig. ‘s Avonds loopt er niemand op straat. Ik was verlegen, sprak nog geen goed Nederlands en voelde me vreselijk eenzaam. “Are you the dark guy?” vroeg een vrouw me in de eerste week. Ik ben daarna drie dagen mijn huis niet uit geweest. Ook ben ik een keer bespuugd op straat. Ik heb me mijn hele leven niet veilig gevoeld. Die angst draag je voor altijd met je mee.” Op straat Om aan zijn isolement te ontsnappen, besloot Maytham op de bonnefooi naar Amsterdam te komen, in de hoop er een kamer te kunnen huren. Hij belandde op straat, sliep overal en nergens en


OOK EEN KAMER VERHUREN? In Amsterdam dreigen jaarlijks een paar honderd mensen dakloos te raken door bijvoorbeeld een scheiding of ontslag. Een deel komt in aanmerking voor opvang. Een deel ook niet, omdat ze te zelfredzaam zouden zijn. Voor die mensen is Onder de Pannen opgezet. Een initiatief van De Regenboog Groep waarbij Amsterdammers ondergebracht worden bij stadsgenoten die een kamer over hebben. Het mes snijdt aan twee kanten. Met Onder de Pannen voorkomen we dat een grote groep Amsterdammers op straat komt te staan. Aan de andere kant levert het een extra zakcentje op voor degene die een kamer aanbiedt. Wie haal je in huis? Alleen mensen zonder zware (psychische of verslavings) problemen komen in aanmerking. Het gaat om mensen van wie verwacht wordt dat ze binnen een jaar hun leven weer op orde hebben. Ze staan ingeschreven via Woningnet en hebben slechts tijdelijk onderdak nodig. De Regenboog Groep matcht huurder en verhuurder en houdt tussentijds een oogje in het zeil. Wat levert het op? De hoogte van de huur wordt berekend aan de hand van een puntensysteem. Houd rekening met een bedrag van rond de €300, exclusief gas, water en licht. Wie verhuurt via Onder de Pannen wordt niet gekort op zijn uitkering en/of toeslagen. De huur wordt maandelijks overgemaakt door De Regenboog Groep.

kwam uiteindelijk in het ziekenhuis terecht voor een ernstige bacteriële infectie. De Lutherse Kerk ving hem op. “Na een verblijf van vier maanden stond ik weer buiten. Mensen van de kerk hadden me verteld over Onder de Pannen van De Regenboog Groep. Ik heb me aangemeld en kon terecht bij een man die een kamer over had. Na een jaar Onder de Pannen geweest te zijn via De Regenboog Groep, heeft hij nu zijn eigen woning in Amsterdam. “Of ik me thuis voel hier? Oh my God, I can’t tell you! Ik heb werk, vrienden en ben gelukkiger dan ooit.” Maytham werkt bij MADE HERE, een sociale onderneming die de talenten benut van professionals met een vluchtachtergrond en beschikken over het kleermakersvakmanschap. Maytham is er als een vis in het water.

Heb je een kleine huurschuld? Heb je een kleine huurschuld? Wij lossen hem af. In ruil voor onderhuur betaalt De Regenboog Groep de huurschuld (tot maximaal € 2.500) aan de woningcoöperatie. De onderhuurder maakt de huur maandelijks aan De Regenboog Groep over. Als verhuurder ontvang je pas huur zodra de schuld is ingelopen, met dank aan RCOAK voor de financiering. Interesse? Mail naar onderdepannen@deregenboog.org. Of kijk op: www.deregenboog.org/onder-de-pannen

Tekst: Nicolline van der Spek | Fotografie: Merlijn Michon 5


THUIS IN AMSTERDAM

Je ergens veilig voelen is wat anders dan je ergens thuis voelen. Amsterdam Hometown helpt statushouders op weg met een vrijwilliger en een werkplek. “Wij maken een beginnetje.”

AMSTERDAM HOMETOWN “V

orig jaar sprak ik een meneer uit Irak”, vertelt projectleider Thera de Werdt. ‘De man was behoorlijk getraumatiseerd, timide en was moeilijk ergens heen te bewegen. Contacten buiten de deur had hij niet. Ik wist wel dat hij kleermaker was geweest in Irak. We hebben hem gekoppeld aan een vrijwilliger van Amsterdam Hometown. Samen zijn ze naar ons naaiatelier gegaan in Amsterdam Zuid, ZigZag. In zijn eentje had hij dat nooit gedurfd. Hij werkt er nu anderhalf jaar en is helemaal opgebloeid.” Samen met haar collega Els van Koeverden is Thera de Werdt verantwoordelijk voor Amsterdam Hometown, een onderdeel van Aanpak Statushouders van de gemeente Amsterdam, dat inburgeren wil bevorderen en werkloosheid onder statushouders moet tegengaan. Els koppelt nieuwkomers aan een vrijwilliger, Thera regelt een werkplek. De urgentie is groot. Wekelijks krijgt De Regenboog Groep vijf tot tien aanmeldingen. 6

Inburgeren “Iedere nieuwe Nederlander heeft het lastig’, aldus Els. “Toch zijn er mensen die het net iets lastiger vinden om te integreren. Sommige statushouders hebben in hun land van herkomst bijna geen scholing gehad, wat inburgeren hier heel moeilijk maakt. Ook kampen veel statushouders met traumatische ervaringen, psychische problematiek, schulden of andere problemen. Op die specifieke groep statushouders richten we ons met Amsterdam Hometown.” Thera vult aan: “De samenstelling is behoorlijk divers; jong, oud, rijk, arm… Het verschilt enorm. We hebben mensen die hun hele leven op het platteland hebben gewerkt tot universitair geschoolde mensen. Vergis je niet, hoogopgeleide mensen pikken de Nederlandse taal sneller op, maar juist deze categorie kan het moeilijk hebben, want de duik die ze maken is gigantisch. Ik sprak laatst een vrouw uit Syrië, een wiskundedocent. Haar man was professor. Beiden


stonden vol in het leven met hun carrières en familie, nu moeten ze helemaal opnieuw beginnen. Ze willen het liefste meteen aan de slag, maar dat mag niet. Ze moeten eerst de taal leren en inburgeren, dan pas kunnen ze gaan werken. Het gevolg is dat ze zich hier wel veilig voelen, maar nog niet thuis.” “Daar komen onze vrijwilligers om de hoek kijken”, zegt Els. “Zij helpen deze mensen hun plek te vinden in Amsterdam. Om te beginnen praten ze samen Nederlands, wat heel waardevol is. Daarnaast helpen onze vrijwilligers met praktische zaken: hoe werkt de bibliotheek? Hoe laad je een OV-chipkaart op? En ze leren hoe onze Nederlandse cultuur in elkaar steekt.” Cultuurshock En dat blijkt best een dingetje, weet Els. “Neem een onderwerp als homoseksualiteit. Dan zien ze twee mannen hier hand in hand over straat lopen en dan vragen ze aan mij: ‘Wat vind jij daar nou van?’ Het is dan heel mooi, vind ik, om zonder oordeel uit te leggen hoe het hier in Nederland werkt. Een ander voorbeeld waar veel nieuwkomers aan moeten wennen is onze assertiviteit. Wij waarderen het in Nederland

heel erg als je proactief bent en ergens op af stapt. In een land als Eritrea is dat echt niet aan de orde. Sterker nog, het is heel erg ongepast om zomaar ergens binnen te lopen met de vraag of je misschien stage zou mogen lopen.” Toekomstgericht Ze vervolgt: “Amsterdam Hometown helpt nieuwkomers op weg. We maken een beginnetje, overigens zonder in iemands verleden te duiken. Het uitgangspunt van De Regenboog Groep is altijd dat je start vanaf het punt waar iemand nu staat. Mensen actief maken, daar draait het om. Zodra iemand een actieve rol kan spelen in de samenleving en wat contacten heeft, gaat jezelf thuis voelen een stuk makkelijker.”

We zijn altijd op zoek naar vrijwilligers die begaan zijn met vluchtelingen en die het hen gunnen zich hier thuis te voelen. Meer informatie? Mail naar vrijwilligerswerk@deregenboog.org onder vermelding van ‘maatje van statushouder.’

“”

“ZODRA IEMAND EEN ACTIEVE ROL KAN SPELEN IN DE SAMENLEVING EN WAT CONTACTEN HEEFT, GAAT JEZELF THUIS VOELEN MAKKELIJKER.” Tekst: Nicolline van der Spek | Fotografie: Merlijn Michon 7


THUIS IN AMSTERDAM

VOLGENDE WEE Fleur is sinds augustus het maatje van de uit Syrië gevluchte Juli. Ze zien elkaar wekelijks en spreken standaard Nederlands met elkaar. “Anders leer ik het nooit”, lacht Juli. “Iedereen in Amsterdam spreekt namelijk Engels. Zelfs de groenteboer!” Welcome to Holland Fleur meldde zich deze zomer aan bij De Regenboog Groep. Ze is een geboren en getogen Amsterdamse en helpt nieuwkomers graag op weg. Juli komt uit Syrië. Hij vluchtte in 2015 via Libanon naar Turkije, waar hij op een bootje stapte met veertig mensen. Het was maar een uur varen naar Griekenland. Een héél lang uur. Iedereen aan boord was zenuwachtig, herinnert Juli zich. Hijzelf ook. Er volgde een lange reis met veel obstakels naar Duitsland, waar hij uiteindelijk op de trein stapte naar Amsterdam. “Ik weet het nog goed. De deur van de trein ging open en daar stonden twee meisjes van het Rode Kruis op het perron met een grote lach. ‘Are you from Syria?’ vroegen ze. ‘Welcome to Holland’.”

“H

et gaat nu al een stuk beter met mijn Nederlands’, vertelt Juli. “Dat was in het begin wel anders. Dan stond ik in een winkel en deed ik heel lang over een Nederlandse zin. De groenteboer ging voor mij invullen, in het Engels! Fleur heeft wel geduld met me. We zien elkaar elke week en dan gaan we de stad in. We zijn bijvoorbeeld al in de bibliotheek geweest.” Nederlands blijft lastig, vindt Juli. De grammatica is totaal anders is dan in het Arabisch. Des te trotser is hij op zichzelf dat hij zijn inburgeringsexamens met succes heeft afgerond. Alle vijf de onderdelen mag hij aftikken: lezen, schrijven, spreken, luisteren en kennis van de Nederlandse maatschappij. Juli: “Ik ben eh, hoe zeg je dat Fleur..? Geslaagd?” 8


EK BOERENKOOL Typisch Nederlands Stilzitten is niets voor Juli. Hij is dan ook dolblij met zijn baan bij Amsterdam Hometown, waar hij werkt als tolk-vertaler Arabisch-Engels. Hij gaat mee met intakes en evaluatiegesprekken, en adviseert desgewenst over cultuurverschillen. “Thera wilde bijvoorbeeld een keer een intake inplannen op een feestdag. Ik zei haar dat ze beter een andere dag kon nemen.”

Over het algemeen helpt Juli nieuwkomers die een stuk kwetsbaarder zijn dan hijzelf, en vaak ook geen Engels spreken. Zeker niet zo goed als Juli, die ondertussen ook zijn Nederlands op een hoger niveau tilt, door op school Nederlands B1

te leren. Hulp van vrijwilliger Fleur blijft welkom. Ook wat integreren in de Nederlandse samenleving betreft. Fleur: “Vorige week heeft Juli me laten kennismaken met de Syrische keuken. We hebben falafel gegeten. Dus je begrijpt: dat wordt volgende week boerenkool.” “Boerenkool?” herhaalt Juliniet-begrijpend. “Dat is typisch Nederlands”, zegt ze met een knipoog. “Net als stroopwafels, bitterballen, drop, de fietsers in Amsterdam en het woord ‘gezellig’.”

Tekst: Nicolline van der Spek | Fotografie: Merlijn Michon 9


Hoe ziet het ‘dagelijks thuis’ van Amsterdamse dak -en thuislozen er eigenlijk uit? Tekenaar Wytze Veenstra nam een kijkje bij ons inloophuis De Kloof en gebruikte die ervaring als basis om deze fijne illustratie te maken. 10


Illustratie: Wytze Veenstra / www.visual-notes.nl 11


THUIS IN DE WIJK

EEN BAAN D EN TOCH DAKLOOS: HET KAN IEDEREEN OVERKOMEN

e Regenboog Groep is dit jaar in zowel buurthuis De Meeuw als Het Claverhuis een spreekuur gestart, waar mensen die tussen wal en schip vallen terecht kunnen met hun problemen en vragen. Op beide locaties zijn buurtbewoners in alle soorten en maten welkom. Er is koffie, er zijn cursussen en er is dus hulp voor wie daar naar op zoek is. Nieuwe daklozen worden doorgestuurd via de Screeningsbalie Bijzondere Doelgroepen van de Gemeente Amsterdam. Een enkeling vindt zelf de weg of wordt verwezen door partnerorganisaties.

Je bent op straat beland na een verbroken relatie, hoge schulden of een combinatie van tegenslagen. En hoewel je een baan hebt, kun je toch de eindjes niet aan elkaar knopen. ’s Nachts slaap je slecht, waardoor je op op je werk minder goed functioneert en bang bent je baan kwijt te raken. Problemen genoeg, maar niet groot genoeg om hulp te krijgen, omdat het in de ogen van de gemeente te goed met je gaat “Het frappante is dat zeker dertig procent van deze mensen werkt, maar ze komen niet rond.” 12 12

Niet verslaafd, geen GGZ-problematiek? Dat is een probleem “Het gaat om de zogenoemde ‘nieuwe’ daklozen”, vertelt Malika Amghar, werkzaam als coördinator in Het Claverhuis, een buurthuis in de Jordaan. Deze mensen beschikken lang niet altijd over een sterk netwerk dat hulp kan bieden. Nadat ze een tijdje bij diverse mensen op de bank hebben mogen logeren, belanden ze uiteindelijk toch op straat. In Amsterdam is veel plek voor nachtopvang van daklozen, maar deze nieuwe daklozen zijn vaak niet verslaafd en hebben geen zware psychische problemen. Zodoende hebben ze geen recht op maatschappelijk opvang*. Deze daklozen passen in geen enkel hokje dat ze recht geeft op een veilige plek. “Ze slapen liever in het park, dan dat ze in de opvang voor daklozen gaan slapen”, zegt Malika. “Ze zeggen letterlijk: ‘Daar overleef ik het niet’.” “Hier wil ik niet zijn” Doodmoe en teleurgesteld, zo omschrijft Malika de meeste nieuwe daklozen. “De drempel om hulp te vragen is voor hen heel hoog. Soms ga ik met ze mee, bijvoorbeeld naar het inloophuis waar mensen verblijven die al lang op straat leven, want daar kunnen ze douchen. Dat is soms best een confrontatie met de nieuwe realiteit en komen de tranen ‘Hier wil ik niet zijn’. Het belangrijkste dat ik met ze kan doen, is proberen te voorkomen dat ze langdurig dakloos blijven. We maken eerst samen de basis op orde. Een postadres is het eerste wat we regelen. Geen adres betekent geen uitkering, geen bijstand, geen zorgverzekering. We helpen ze vanuit Het Claverhuis met het regelen


Coördinator Malika Amghar

Coördinator Merel van Meerkerk

van dat soort zaken, maar ze moeten het ook zelf vallen. Mijn eerste cliënt was een Iraanse vrouw die doen. Dus app ik ze heel veel: heb je die al gebeld, dat wilde scheiden, maar haar verblijfsvergunning was aan haar huwelijk gekoppeld. Ook kreeg ik een man al uitgezocht.” van 26 jaar onder onder mijn hoede. Sinds zijn zevenWel werk: geen geld tiende woonde hij al op straat en heeft al die tijd hard Malika vervolgt: “Het frappante is dat zeker dertig gewerkt om thuis schulden af te lossen. Zo iemand is procent van deze mensen werkt, maar ze komen niet dan ook lastiger te sturen: hij doet het al jaren zelf. rond.” Ze doet haar uiterste best, maar ook bij haar lukt veel niet de eerste keer. “Het systeem is bureau- Natuurlijk moet hij het ook zelf doen, maar ik wil hem cratisch en ingewikkeld. Het is zoeken naar balans. net dat extra zetje geven. Het blijft lastig voor te stelWat regel ik, of een collega van de Maatschappelijke len wat deze mensen moeten doormaken. Als we ze Dienst, en wat kan iemand zelf oplossen. Het is ook niet helpen, gaan ze alsnog wel aan de drank en de de bedoeling het netwerk van deze daklozen weer te drugs. Ik heb er vertrouwen in dat het tij te keren is, vergroten. Bijvoorbeeld door een sportieve vrijwilliger want ze blijven terugkomen.” te vinden voor iemand die graag sport.” De klassieke pechman De Regenboog Groep had een bepaalde doelgroep voor ogen aan het begin van het ‘nieuwe’ daklozenproject. “De klassieke pechman, een Nederlander, 42 jaar oud, die zijn werk en relatie verloor,” zegt Malika “Maar er blijken veel meer mensen buiten de boot te

Jargonpraat! Maatschappelijke Opvang (M.O.) is het bieden van tijdelijk verblijf aan mensen zonder dak boven hun hoofd, gekoppeld aan zorg en begeleiding en/of het verhelpen van een crisis. (lees verder op pagina 14) 13 13


THUIS IN DE WIJK

Kijken naar De Meeuw Merel van Meerkerk is sinds een paar maanden is coördinator in Het Claverhuis. “De doelgroep hier is breed. Jij en ik moeten hier gewoon binnen kunnen lopen, maar Het Claverhuis is er dus ook voor mensen die nu tussen wal en schip vallen. Mensen zonder thuis, die te ‘zelfredzaam’ zijn voor de maatschappelijke opvang, maar te veel problemen hebben om zelf het hoofd boven water te houden. Mensen kunnen hier al best veel doen. Maar, hoe laagdrempelig we ook zijn voor ‘nieuwe’ daklozen, echt een goede afspiegeling van de samenleving is hier nog niet. Al zien we hier en daar wel kruisbestuivingen ontstaan. Zoals een gitaarspelende buurtbewoner, die bij ons komt omdat hij wel gitaarles wil geven. Uiteindelijk heeft een organisatie ons benaderd om hem te laten optreden op hun Spaanse avonden.” Niet zonder Marja Een plek als Het Claverhuis kan niet bestaan zonder vrijwilligers. Zij zorgen voor binding met de buurt en maken contact mogelijk met de bezoekers. Marja komt elke vrijdag naar Het Claverhuis om een dagdeel als gastvrouw te helpen. Ze is als het ware het visitekaartje van het buurthuis. Ze heet mensen welkom en vraagt of ze iemand kan helpen. “Ik ben ontzettend sociaal, ik help mensen graag. Van een hele dag op kantoor zitten word ik doodongelukkig.” Zelf heeft Marja lichamelijke beperkingen, waardoor ze in een rolstoel zit. Toen ze ziek werd, kwam ze zelf in contact met een vrijwilliger van De Regenboog Groep, om samen leuke dingen mee te ondernemen. Dat ene bezoek per week maakte voor haar een groot verschil. Ze is dan ook blij dat ze zich op haar beurt kan inzetten voor mensen die het moeilijk hebben. “Het is zo fijn om mensen te kunnen helpen die zoekende zijn, die zich onbegrepen voelen door instanties en die bijna mensenschuw zijn geworden door wat ze hebben meegemaakt. Het is fijn om voor hen de drempel te verlagen om hulp te zoeken, ook voor heel kleine dingen. Als vrijwilliger kun je deze eenzame en hulpbehoevende ouderen en dakloze mensen de hand reiken, hulp bieden. Tegelijk laat je anderen zien: daklozen zijn ook mensen. Hun problemen hebben een reden. Dat geeft zoveel voldoening in je werk.” 14

Vrijwilligster Marja

Komt u ook eens langs in Het Claverhuis? U bent welkom op de Elandsgracht 70! Tekst: Marianne Lucieer & Malin Cox, bewerking DRG Fotografie: Merlijn Michon


ONS INLOOPHUIS AMOC BESTAAT 40 JAAR! Al veertig jaar open voor mensen voor wie alle deuren in de stad dicht blijven: AMOC is het eerste sprankje hoop op weg naar een nieuw begin. Dit inloophuis, met maatschappelijk werk en dagbesteding voor Europeanen die van verdere hulp verstoken zijn, vierde onlangs haar veertig jarig bestaan.

A

ki Herlyn, maatschappelijk werker bij onze inloophuizen AMOC en Blaka Watra was er vanaf het begin bij. Uit haar prachtige speech op de viering van veertig jaar AMOC filterden wij dit extract: “Het was in de tijd van het vrije, nog onbezorgde leven in het Vondelpark: muziek, veel drugs en veel liefde. Vooral geen stress en drukte.

De eerste verslaafde Duitsers in Amsterdam waren weggelopen uit psychiatrische instellingen, veroordeeld tot gevangenisstraffen of onder toezicht van de reclassering. Het waren jonge mannen en vrouwen, zo rond de 25 jaar. Ongeveer onze leeftijd, maar soms al met een verslavingscarrière van tien jaar. Amsterdam worstelde met een groeiend drugsprobleem en was op zoek naar oplossingen. Voor de Duitse verslaafden was geen hulpverleningsaanbod. En drugspolitiek en het aanbod over de grens was gericht op gevangenisstraf of met een rechterlijke maatregel opname in de psychiatrie. Want druggebruikers waren crimineel, zij gebruikten immers illegale drugs. En dat mag niet.” 1978: AMsterdams Oecumenisch Centrum “Het aantal mensen dat bij de DHV (Deutsche Hilfsverein) aanklopte, groeide. We hielden spreekuren, kwamen in gevangenissen. Het was veel werk, met te weinig geld. In die tijd werd door een aantal wijze

mannen het idee geopperd een nieuw project te starten. Samen met de kerken in Nederland en Duitsland hebben zij de handen ineen geslagen en gezorgd dat er meer financiële ruimte kwam. Zo werd in het voorjaar van 1978 AMOC opgericht; het Amsterdams Oecumenisch Centrum. De wijze mannen hadden toen al een vooruitziende blik: we kijken niet alleen over de buurgrens richting het Oosten, nee, wij willen in de toekomst onze blik alle kanten op richten. Rondom ons.” (lees verder op pagina 16) 15


“Wij, en dan heb ik het over de medewerkers en stagiaires, wisten ook niet veel van het drugsprobleem, van verslaving. Ook voor ons was alles nieuw. Wij werden pioniers, puzzelaars, ontdekkers. We probeerden uit. Alles was onbekend, we maakten fouten, probeerden recht te zetten. We haalden mensen uit kraakpanden en hotels, soms meer dood dan levend en soms echt dood. Op een gegeven moment kwam een van de cliënten binnen en vertelde dat er iemand dood in het pand aan de Sarphatistraat lag, opgerold in een tapijt. Wat moet je dan? Politie bellen? Dan schrikt iedereen zich een hoedje, daar waren ze juist zo bang voor. Dus met Theo Sluys van de GGD gebeld, alles uitgelegd. Hij heeft ervoor gezorgd dat het levenloze lichaam eruit werd gehaald. Uiteraard was er politie bij, maar op de achtergrond.” De redder in nood: gemeente Amsterdam “De financiering was voor drie jaar gegarandeerd en werd met één jaar verlengd. Maar na vier jaar dreigde het bittere einde van AMOC: het geld was op. Wij werden allen ontboden bij het arbeidsbureau, voor een ontslagaanvraag. De redding kwam van de gemeente Amsterdam, zij heeft uiteindelijk de financiering over genomen. De gemeente zag wel wat in ons en had hoop dat wij iets aan het probleem van Duitse junkies in Amsterdam konden doen. En ook had zij een vooruitziende blik, of beter zij stelde de voorwaarde: AMOC zou werken aan motivatie tot terugkeer.” 16

Complexe problematiek “We werkten aan moeilijke en ingewikkelde situaties van onze cliënten met zeer complexe problematiek: verslaving, justitiezaken, slechte gezondheid, geen of weinig contact met familie. Hoe voer je een telefoongesprek met een rechter of officier van justitie, die alleen een oplossing in opsluiting ziet? Hoe leg je uit dat jij, der Sozialarbeiter, een plan en een idee hebt? En dat de cliënt nu echt, echt, écht therapie wil? En als je dan zei dat je uit Amsterdam belde, was steevast het commentaar: daar kan niets goeds van komen. Maar je leert ervan.


Foto boven, van links naar rechts: Torsten Schmidt (de fotograaf van weleer), dhr mr. Pen, Ingeborg Schlusemann en Aki Herlyn

Fragment uit de speech van Aki bij de borrel ter ere van het veertigjarig bestaan Hoe moet je nou beginnen over al die jaren te vertellen? Er is zoveel gebeurd, er waren zoveel mensen met hun verhalen. Mensen zijn gekomen en gegaan en verdwenen, zonder dat we iets wisten. Zijn geboren of gestorven en begraven, Hebben met angst en vernedering op straat geleefd, Waren niet geliefd en werden verstoten, Hebben gezocht en heel soms iets gevonden. Kenden geen geluk en geen vrienden, Voelden zich alleen en eenzaam. En soms, soms konden wij vele kleine puzzelstukjes bij elkaar vinden, Om hun een nieuwe toekomst te geven.

Je hebt samen met de cliënt een plan. En het is goed voorbereid, je hebt iets aan te bieden. Dus je kunt aan de rechter al in het vooruitzicht stellen dat er een therapieplaats is en dat wij diegene ook nog zelf ernaar toe zullen brengen. Vervolgens verzoek je de rechter vriendelijk om eerst het dossier te raadplegen en dat je over een paar dagen zult terugbellen. Had hij even tijd om erover na te denken. Vaak hadden we succes. De rechter stemde in.” AMOC anno 2018, de Europese probleemoplosser van nu Vandaag de dag komen er gemiddeld tachtig bezoekers uit heel Europa bij AMOC over de vloer. Het treft dus dat de medewerkers, vrijwilligers en stagiaires bij elkaar 17 talen spreken. Heroïne wordt er bijna niet meer gebruikt. Toch blijft de gebruikersruimte,

waar gebruikers veilig hun drugs kunnen gebruiken, gewoon open. Een klein clubje spuit nog. Het lijken de eighties wel, met dit verschil dat het bijna nooit meer mis gaat; het aantal overdosissen en hiv-infecties onder de buitenlandse druggebruikers is verwaarloosbaar klein geworden. Onder de huidige doelgroep spelen alcohol en psychiatrische problemen meer een rol dan vroeger. AMOC blijft een baken van hulp voor Europeanen die in Nederland verder geen helper hebben. Zo ook voor onze coverster Pavel (31), uit Tsjechië. Hij werd gefotografeerd in de kleine nachtopvang van AMOC. Op de volgende pagina lees je meer over hem.

Nog meer mooi beeld zien en verhalen lezen over de historie van AMOC? Kijk op deregenboog.org/nieuws/ons-inloophuisamoc-bestaat-40-jaar!

De scheppingsverhalen van De Regenboog Groep en de start van AMOC kennen veel paralellen en ontlopen elkaar maar enkele jaren. Voordat De Regenboog Groep en AMOC samen zouden komen, zou nog 29 jaar duren. Dit gebeurt in 2007. Tekst: Aki Herlyn, Nicolline van der Spek en Sander Kersten | Fotografie: Torsten Schmidt (alle zwart/witbeelden)/ Robert de Haan (viering 40 jaar AMOC) 17


COVER ALS CANVAS Janus fotografeert de Tsjechische Pavel (31) in de crisisopvang van AMOC

Pavel wachtend op zijn eerste salaris, zodat hij het hostel kan betalen.

“Ik kreeg tijdelijk onderdak bij AMOC, hulp en ik kon douchen. Ook hebben ze me geholpen om werk te vinden, wat gelukt is.”

Wat wenst Pavel voor 2019? “In 2019 I will be in happiness I have my life back and I be in Amsterdam work and life my new life like normal person!”

“I thank so much to AMOC they help me. They are the best of best charity on the world and good friends. Thank you guys.” Janus van den Eijnden is fotograaf en maakt prachtige portretten, Amsterdamse (stads-)gezichten en commercieel werk: “Amsterdam is mijn thuis en door de jaren hechtte ik mij steeds meer aan de plek en het huis waar ik in woonde. Toch verliet ik Amsterdam vorig jaar om samen met mijn vriendin een jaar lang in Londen te gaan wonen. In dat jaar merkte ik dat het niet zozeer ons eigen huis of de stad Amsterdam was waar ik me zo aan hechtte maar dat het vooral belangrijk

18

is om een vaste plek te hebben waar je je rust kan vinden en waar je omgeven bent met mensen om wie je geeft. Pavel heeft momenteel niet dat thuis en geen vrienden of familie in Amsterdam. Maar dankzij instanties/organisaties zoals Amoc heeft hij en vele anderen, wel een plek om af en toe te slapen, tot rust te komen en waar je omgeven bent door lotgenoten en vrijwilligers die je samen verder op weg proberen te helpen.” janusvandeneijnden.nl


19


OP DE ZEEPKIST

JE THUIS VOELEN IS MENSEN TOELATEN De daklozen hebben me opgevangen

Iris Hond (31) had een droom. Ze wilde concertpianiste worden. Dat is haar gelukt. Ze slaagde cum laude aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en staat op de grootste concertpodia ter wereld. Tot en met december tourt ze door het land met haar eigen theatershow. Daarin vertelt ze over haar eigen leven. Iris is op haar veertiende een paar maanden dakloos geweest. Die periode had een enorme impact. ‘Ik heb me lange tijd nergens thuis gevoeld.’ “Ik heb dit jaar een huis gekocht. Mijn eigen huis! Maar al heb ik een huis, ik moet mezelf nog elke dag vertellen dat ik veilig ben. Ik heb me lange tijd nergens thuis gevoeld en ben vaak verhuisd. Uit onrust. Alles veilig was, duwde ik weg. Juist alles wat onveilig was -het leven op straat- was voor mij veilig. Ik liet daarom niemand toe in mijn leven. Dat vond ik doodeng. Pas nu, op mijn 31ste, begin ik mensen toe te laten en ervaar ik hoe mooi dat is. Ik ben er ook heel veel over aan het lezen. Juist omdat ik andere mensen wil helpen. Er zijn zoveel mensen die zich thuisloos voelen. Verbinding maken is belangrijk, inclusief verbinding maken met jezelf. Maar dat is voor veel mensen moeilijk, ook voor mijzelf. Het gevoel dat ik alles mag loslaten en niet hoef te overleven, is nog heel nieuw voor mij. Ik wil mijn verhaal niet groter maken dan het is. Het is niet zo dat ik járen op straat heb geleefd, maar die periode is wel van onschatbare waarde geweest. Dat realiseer ik me de laatste tijd pas. Dakloos zijn doet innerlijk heel veel met een mens. Het gevoel van onveiligheid raak je niet zomaar kwijt. Op mijn veertiende, toen ik in Den Haag bij een pleeggezin woonde om het conservatorium te kunnen doen, ben ik misbruikt. Ik ben weggelopen en ben door de stad gaan zwerven, omdat ik het mijn ouders niet durfde te vertellen. Op een dag kwam er een jongen naar me toe. Hij was dakloos en vroeg of ik geld had. Ik zei: ‘man, ik heb zelf niet eens geld om te eten.’ Hij zei: ‘wacht, ik ben zo terug.’ Ik heb toen uren staan wachten en had alle hoop laten varen. Maar hij kwam terug! Met zo’n gescheurd kartonnen bekertje vol muntjes. Dat gaf hij allemaal aan mij, zodat ik eten kon kopen. De daklozen hebben mij echt opgevangen vroeger. Daarom speel ik ook nog graag voor ze.” Tekst: Nicolline van der Spek | Fotografie: Nynne Allema

20


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
THUIS by De Regenboog Groep - Issuu