Skip to main content

2019 3 juni Waardvogel

Page 1

Waardvogel 58e JAARGANG | NUMMER 3 | JUNI 2019 WWW.NVWK.NL

Big Birding Day 2019

8

TV-opname Knooppunt Holland

18

Landschap mist bescherming

21

Records werden verbrijzeld foto

Uilen ringen en weidevogels kijken met ‘Mees Kees’

va

n

de

maa nd

Waardevol landschap heeft beschermers nodig


Namen, telefoonnummers en e-mailadressen Bestuur

Voorzitter Secretaris Penningmeester Algemeen adjunct Bestuurslid Coördinator plantenwerkgroep Coördinator vogelwerkgroep Coördinator PR

Jaap Graveland, jaap.graveland@nvwk.nl XX XXXXXXX XX XXXXXXX Frans van der Storm, info@nvwk.nl XX XXXXXXX Boschpolderstraat 14, 2807 LJ Gouda Jan de Boer, penningmeester@nvwk.nl XX XXXXXXX bankrekening NVWK: NL82 RABO 0127 2948 80 Vacant Thirza Bronner-Marsman, Thirza.bronner@nvwk.nl XX XXXXXXX Stef van Walsum, planten@nvwk.nl XX XXXXXXX Vacant Joke Colijn, j.j.colijn@gmail.com XX XXXXXXX XX XXXXXXX

Werkgroepen Redactie Waardvogel voor kopij Maria Spruit en Joke Colijn, nvwkredactie@gmail.com XX XXXXXXX XX XXXXX Foto’s t.b.v. de website Redactie, nvwkredactie@gmail.com Werkgroep Ruimtelijke Ordening Ton de Groot, werkgroepro@nvwk.nl XX XXXXXXX Sandra Bouwman, werkgroepro@nvwk.nl Coördinator vlinders- en libellen- werkgroep Gabrielle Heuvelman, xxxxxxxxxxxxxxxx@xxxx.xx XX XXXXXXX Coördinator weidevogelbescherming Klaas de Mik, xxxxxxxxxxxxxxxx@xxxx.xx XX XXXXXXX XX XXXXXXX Assistent weidevogelbescherming Joep Vermaat, weidevogels@nvwk.nl Coördinator werkgroep landschaps- onderhoud Patrick Heuvelman, landschapwerkgroep@nvwk.nl XX XXXXXXX Coördinator wintervogeltellingen Peter Berger, xxxxxxxxxxxxxxxx@xxxx.xx XX XXXXXXX Hans Kouwenberg, xxxxxxxxxxxxxxxx@xxxx.xx XX XXXXXXX Coördinator uilenwerkgroep Stefan van der Heijden, uilenwerkgroep@nvwk.nl XX XXXXXXX Coördinator erfvogelwerkgroep Jaap Graveland, erfvogels@nvwk.nl XX XXXXXXX XX XXXXXXX Coördinator zwaluwenwerkgroep Nico van Dam, xxxxxxxxxxxxxxxx@xxxx.xx XX XXXXXXX Coördinator jeugdwerkgroep Kees Janssen, jeugd@nvwk.nl XX XXXXXXX Coördinator Knotgroep Krimpen Jos de Nood, xxxxxxxxxxxxxxxx@xxxx.xx XX XXXXXXX Coördinator roofvogelwerkgroep Henk Visser, roofvogelwerkgroep@nvwk.nl XX XXXXXXX Jaap Jan Leeuwenburgh, roofvogelwerkgroep@nvwk.nl XX XXXXXXX Coördinator waterwerkgroep Marc van Bemmel, waterwerkgroep@nvwk.nl XX XXXXXXX XX XXXXXXX

Andere belangrijke instanties Dierenambulance Gouda e.o. Dierenbescherming Afdeling Krimpenerwaard Meldpunt m.b.t. milieu en de jacht Politie Hollands Midden, Regionaal Milieu Team Melden van zwerfvuil Contact opnemen met de gemeente Krimpenerwaard Meldpunt Laagvliegen Krimpenerwaard Vogelasiel Vogelklas Karel Schot Meldpunt klachten onderhoud sloten, Hoogheemraadschap van Schieland en de bermen of dijken Krimpenerwaard, info@hhsk.nl Milieutelefoon Bij verstoringen van de natuur Illegale (roof)vogelvervolging Melden via www.natuurverstoring.nl of bij de politie Onderzoek doodsoorzaak dieren Dutch Wildlife Health Centre www.dwhc.nl/meldingsformulier Meldpunt invasieve plantensoorten In bermen N-wegen ter bestrijding en monitoring: zuidholland@pzh.nl

0182 529059 0180 510984 0900 8844 140182 010 4733333 010 4857847 010 4537356 0888 333555 0900 8844

Lid worden? Wilt u actief deelnemen aan de Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard of wilt u de doelstellingen van onze vereniging steunen, word dan lid. Op onze website kunt u alles over ons vinden, wat we doen en waar we voor staan. Meld u aan op www.nvwk.nl onder ‘de vereniging’, of stuur een e-mail naar info@nvwk.nl met uw gegevens. U kunt ook de secretaris bellen: 06 55812250. Zie de colofon voor de diverse lidmaatschappen.

2

WAARDVOGEL | JUNI 2019


Colofon

Van de voorzitter

De Waardvogel ISSN 1384-8240 Jaargang 58 verschijnt 5 x per jaar, februariapril-juni-september-december

Jaap Graveland

Ik weet nu al wat mijn grootste terugkerende probleem wordt met ‘het praatje van de voorzitter’: er is te veel te vertellen. Ik begin even met het bestuur. Helaas trok iemand die zou toetreden zich terug doordat bestuurswerk niet te combineren bleek met een Oplage nieuwe baan. En onze speurtocht naar een vogelcoördinator heeft 975 exemplaren nog geen resultaat. Dus nogmaals een oproep: wil je je als bestuurslid E-mail redactie inzetten voor onze groeiende vereniging, neem dan contact op met onze Joke Colijn secretaris Frans van der Storm of mij. We willen bijvoorbeeld meer met en voor jeugd en jongeren Maria Spruit gaan doen. Het bestuur had daarover een inspirerend gesprek met André Bloot, voorzitter van de nvwkredactie@gmail.com Jeugdnatuurwacht Krimpen. Hij heeft 50 geïnteresseerde kinderen, de NVWK-werkgroepen hebben Website www.nvwk.nl voldoende activiteiten waar kinderen welkom zijn. Maar we zoeken iemand die de verbinding kan www.facebook.com/denvwk/ vormen, een en ander logistiek kan organiseren. Het huidige bestuur kan dat er niet bij doen. Er liggen https://twitter.com/denvwk kansen, bied je aan. nvwk.nl Over jongeren gesproken. Jaap Oosterom heeft aangeboden om meer excursies te (laten) organiseren. We willen in ieder geval toewerken naar vier vogelexcursies in vaste perioden van het jaar, zodat data Secretariaat & ledenadministratie lang van te voren bekend zijn en mensen het in hun agenda kunnen zetten. Frans van der Storm Er bereikte ons triest nieuws: ons zeer actieve lid Hennie van Buren is veel te jong overleden, zie pag. Boschpolderstraat 14 2807 LJ Gouda 36 voor haar nagedachtenis. Ook ons erelid de heer A. van der Waal, een bescheiden onderzoeker die info@nvwk.nl actief was voor de NVWK vanaf de vroege jaren en o.a. lang de functie van Natuurhistorisch secretaris heeft bekleed, is afgelopen mei overleden. Wij wensen beide families veel sterkte! Contributie per kalenderjaar € 5,- voor een jeugdlidmaatschap, Dan een paar leuke nieuwtjes over de natuur in onze waard. De waterwerkgroep heeft met e-DNA één kind t/m 16 jaar de aanwezigheid van de kamsalamander aangetoond in sloten op locaties in de Krimpenerwaard die € 17,- voor een basislidmaatschap eerder niet in beeld waren. En er broedt een nieuwe vogelsoort in onze waard, het derde paar voor heel € 22,- voor een gezinslidmaatschap Zuid-Holland. Het is een raadseltje voor onze vogelaars: als je de soortnaam hoort zeg je, o ja. Als je de soort nog niet weet, raad je het nooit. Rara, wat is het? Bankrekeningnummer NL82 RABO 0127 2948 80 Voor mijn huis foerageerden in april regelmatig lepelaars in de slootkant. Ze broeden hier nu voor het derde jaar. Deze stekelbaars- en jonge kreefteneter kan zomaar een icoon worden van een meer Lid worden U kunt lid worden via www.nvwk.nl natuurvriendelijk slootkantenbeheer dat steeds meer agrariërs in de praktijk brengen. En voor ik het of door een e-mail met uw gegevens vergeet, er is een groeiplaats van de bijenorchis ontdekt in de Krimpenerwaard, misschien wel onze te sturen naar info@nvwk.nl mooiste orchideeënsoort. Een leuke reactie kwam binnen van Addy de Jong, met complimenten over vormgeving en inhoud Op de voorpagina van de Waardvogel. De artikelen van Rudi Terlouw over de Vogelatlas noemt hij ‘smullen voor een Grote Canadese gans, vogelliefhebber’! Als 15-jarige jongen vogelde hij met oprichter Wim Fontijne die hem veel leerde. In foto: Peter Stam Foto van de maand: het aprilnummer stond op pagina 29 een bijdrage over historische Waardvogels. Het blijkt nu dat de Rups van koninginnenpage, jeugdige Addy (niet ‘Arie’) de tekenaar was van drie getoonde voorpagina’s - ware kunstwerkjes! foto: Stef van Walsum We blijven ons inzetten voor behoud van natuur en landschap, en tegen 4000 extra woningen+brug. Dat is voor ons taai werk, want we bouwen liever aan natuur en landschap dan dat we zo’n aanslag Overname van artikelen Overname van artikelen uit dit blad proberen te voorkomen. Want een aanslag wordt het, al zwijgen onze gemeente en ondernemers is toegestaan met bronvermelding daarover. Ons ledental groeit, bewoners waarderen ons voor onze inzet hiertegen. Op 12 juni vergaderde de vaste kamercommissie Infrastructuur en Waterstaat erover, op 16 juli valt een besluit. Disclaimer We blijven ons inzetten voor een beter besluit voor de toekomst van de Krimpenerwaard, het is nog Artikelen of uitingen van ­derden in de Waardvogel geven niet noodniet gedaan. d Kopij aanleveren Vóór 15 januari, 15 maart, 15 mei, 15 augustus en 15 november

zakelijkerwijs de mening van de redactie of van de Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard weer, maar zijn voor rekening van de Belangrijke gegevens 2 auteurs, de geciteerden of de bron Van de voorzitter 3

In dit nummer

Drukkerij Efficiënta Krimpen aan den IJssel Zie advertentie Voor advertenties nvwkredactie@gmail.com Jaartarief (= vijf edities): 1/8 pagina: € 50,1/4 pagina: € 90,1/2 pagina: € 150,-w

Even Noteren 4 Inventarisatie jonge ransuilen 5 Rups van koninginnenpage, foto van de maand 5 Grote Canadese gans op de voorpagina 6 Klussenbank: wie helpt mee? 7 Big Birding Day 2019 8 Controleronde kerkuilenkasten 16 TV-opname Knooppunt Holland 18 Landschap mist bescherming 20 Vernieuwing website NVWK 23 Ringresultaten CES 2018 24

De Vogelatlas is uit, deel 3 27 Kleine plevieren baltsen en paren 33 Straks in de file de waard uit? 35 In memoriam: Hennie van Buren 36 Laksteeltje een zeer zeldzame kustplant! 37 Advies van Astrid Kant 38 Werkbezoek CDA-fractie 39 Jeugdnatuurwacht Krimpen 41 Voorjaar 41 Overzicht uilen 42 Bosuilkast geplaatst 43 Overtuinfestival 44 Help! Onze kerkuil poept 45 Boer en Natuur dag 46 d WAARDVOGEL | JUNI 2019

3


Even noteren K

ilometerhok inventarisatie planten Donderdagavonden tot 12 september 2019 in oneven weken, dus op: 4 juli, 18 juli, 1 aug, 15 aug, 29 aug en 12 sep. We starten om 18.30 uur en gaan door tot het donker wordt. In één avond proberen we alle plantensoorten in het kilometerhok op naam te brengen. Bij deze inventarisaties zijn er altijd één of meerdere plantenkenners aanwezig. Voor beginnende plantenliefhebbers zijn deze inventarisaties een uitstekende gelegenheid om hun plantenkennis bij te spijkeren. Wil je ook (een keer) mee op pad, mail Stef van Walsum, planten@nvwk.nl, dan ontvang je een paar dagen van te voren een bericht waar we verzamelen, of bel XX XXXXXXX.

P

resentatie van weerman Peter Kuipers Munneke: Wat doet klimaatverandering met de Krimpenerwaard? Vrijdag 20 september in het Kwartier in Stolwijk. Het is niet zozeer een feit of het klimaat verandert, maar wel hoe snel dat gebeurt en wat de gevolgen zijn. Dit onderwerp is Peter Kuipers Munneke op het lijf geschreven als klimaatonderzoeker, meteoroloog en weerman. In deze lezing gaat Peter in op wat met name de gevolgen zijn voor de Krimpenerwaard. Kaarten à € 12,50 zijn verkrijgbaar bij Het Kwartier. Info: nieuws@ hetkwartierstolwijk.nl of via 0182 341612.

I

nsectenexcursie in Berkenwoudse Driehoek Op zaterdag 3 augustus zal Marco Tanis een excursie verzorgen binnen het thema ‘insecten’, met de nadruk op bijen en zweefvliegen. Marco Tanis is master student Biologie aan de Universiteit Leiden. Hij heeft vorig jaar in twee gebieden in de Krimpenerwaard (Berkenwoudse Driehoek en de polders Het Beijersche en Veerstalblok) en in negen andere weidevogelgebieden een onderzoek gedaan naar bestuivers (bijen, vlinders, zweefvliegen). Hij deed dit als stage voor Naturalis met medewerking van het Zuid-Hollands Landschap. Vanuit EIS (insectenorganisatie) was de vraag hoe het gesteld was met de bijen in weidevogelgebieden en of hier nog zeldzame hommels zaten (moshommel, grashommel: nog niet gevonden in Krimpenerwaard). Als mensen een camera met macrolens hebben en/of een insectennet is dat een aanrader om mee te nemen. We verzamelen bij de parkeerplaats aan Schaapjeszijde om 10 uur en lopen de Berkenwoudse Driehoek rond.

N L

acht van de Nacht Zaterdag 26 oktober gaan de lichten weer uit.

ezing over wilde planten en FLORON Woensdag 30 oktober, 20.00 uur. Willemien Troelstra coördineert inventarisaties van wilde planten in Rotterdam en wijde omgeving, en elders in het land. Ze organiseert excursies, cursussen en kampen en is actief in FLORON, de landelijke organisatie die het inventariseren van planten coördineert. Ze kan er boeiend over vertellen en laat met mooie foto’s zien welke soorten we in onze omgeving kunnen zien. Verder zal ze laten zien hoe je als beginner op weg geholpen kan worden, door deelname aan excursies, cursussen, etc. Kom luisteren en kijken op 30 oktober. Locatie: De Zwaan, Kerkweg 2, Berkenwoude. Zaal open om 19.30 uur.

N S

ationale Natuurwerkdag Zaterdag 2 november

Moerasglimlijfje, een in het Groene Hart vrij algemene zweefvlieg (maar zeldzaam daarbuiten). Foto: Marco Tanis

Z

eegvissen Zaterdag 24 augustus gaat de waterwerkgroep opnieuw zeegvissen op de Zaag met toestemming van het ZHL. Tijden zijn nu nog niet bekend.

N

ationale Nachtvlindernacht 30 en 31 augustus

4

WAARDVOGEL | JUNI 2019

noeien, knotten en zagen Zaterdag 2 november van 9.00 tot 13.00 gaat de Knotgroep Krimpenerwaard onder aanvoering van Edith Kuijper voor de eerste keer dit seizoen aan de slag. Andere datums zijn 16 nov, 30 nov, 14 dec, 11 jan, 25 jan, 8 feb, 22 feb en 7 mrt. De invulling en de werkadressen volgen later. Info bij Edith Kuijper: xxxxxxxxxxxx@xxxx.xx.

L

ezing over slechtvalk en andere roofvogels Dinsdag 10 december, 20.00 uur. Een lezing door Martin Mollet. Martin is actief in de roofvogelwerkgroep van het Hoekschewaards Landschap en de landelijke Slechtvalkenwerkgroep. Hij inventariseert de roofvogels in de oostelijke Hoeksche Waard en de slechtvalken in de zuidelijke helft van Zuid-Holland en hij plaatst nestkasten.


Zo heeft hij een nestkast aangebracht op een grote loods in Stormpolder, waarin het plaatselijke slechtvalkenpaartje (het eerste broedgeval in de Krimpenerwaard) in 2018 met succes vier jongen groot bracht. Martin neemt ons mee in de boeiende wereld van de roofvogels, en van de slechtvalk in het bijzonder. Een prachtige gelegenheid om nader kennis te maken met deze boeiende groep. En als je geïnspireerd raakt om zelf roofvogels te gaan inventariseren en meer wilt weten over voorkomen en gedrag in de Krimpenerwaard, dan kun je lid worden van onze roofvogelwerkgroep. De coördinatoren zijn op deze avond aanwezig. Locatie: De Zwaan, Kerkweg 2, Berkenwoude. Zaal open om 19.30 uur.

E

indejaars Plantenjacht Zaterdag 28 december. FLORON organiseert de Eindejaars Plantenjacht in een ogenschijnlijk onmogelijk periode: midden in de winter. Plantenliefhebbers overal in Nederland gaan op zoek naar bloeiende planten. We zijn benieuwd hoeveel verschillende planten er dan nog in bloei staan en welke bloeiende plant het meest wordt gezien. De Eindejaars Plantenjacht is een mooie aanleiding om na een overdadige brunch erop uit te trekken en de bloeiende planten te noteren die je tegenkomt in het bos, op de hei of tijdens een blokje rond in stad of dorp. Ook in je tuin kunnen bloeiende planten aanwezig zijn. D

Inventarisatie jonge ransuilen Stefan van der Heijden Vindt u uilen ook zo fascinerend? Heeft u nog nooit een uil gehoord? Kom mee met een inventarisatie van jonge ransuilen! Jonge ransuilen roepen in de periode eind juni tot augustus zeer frequent. De roep draagt ver waardoor ze relatief goed te vinden zijn. Naast ransuilen is er ook kans op roepende kerk- of bosuilen. z

E

xacte datum is nog niet bekend maar zal in juni-juli zijn. Geef u op via uilenwerkgroep@nvwk.nl of via 06-13089120. U wordt op de lijst gezet en krijgt t.z.t. een persoonlijke uitnodiging om aan de excursie deel te nemen. De route wordt afgelegd op de fiets en start vanuit het Loetbos bij het kanocentrum. Tijdstip: vanaf donker (ca. 22.30 uur, weers- en datum afhankelijk) tot 00.00 uur. Zorgt u voor een fiets met goed werkende verlichting? Tip: smeer de ketting, dat voorkomt een hoop valse meldingen van piepende uilen! Momenteel hebben tien mensen zich aangemeld, maar meer deelnemers zijn welkom. Ook leuk voor wat oudere kids die een keer laat naar bed mogen! De reeds aangemelde mensen krijgen vanzelf bericht en hoeven zich niet nog een keer op te geven. Ook losse waarnemingen worden zeer gewaardeerd. De bedelroep van jonge ransuilen is zeer kenmerkend. Het lijkt op een piepende schommel. Op Youtube zijn filmpjes met geluiden van jonge ransuilen te vinden, bv op; https://youtu.be/3RLwrcjyyTY. Wanneer u jonge ransuilen hoort roepen kunt u dat melden aan de uilenwerkgroep: uilenwerkgroep@nvwk.nl of via XX XXXXXXXX. z

Koninginnenpage foto van de maand Maria Spruit

Zonder andere vlinders tekort te willen doen, vind ik de koninginnenpage een van de mooiste vlinders die men in Nederland kan zien. En ook als rups is hij prachtig, zoals de foto van de maand van Stef van Walsum bewijst. D

D

e koninginnenpage heeft een enorm groot verspreidingsgebied. Zij is niet alleen aanwezig in geheel Noord-Europa, grote delen van Azië, heel Rusland en China, maar ook in Noord Amerika. Het is daarom niet verbazend dat er bijna 40 ondersoorten zijn. Er zijn nog een aantal sterk verwante soorten, die meestal niet moeilijk te onderscheiden zijn. Op Corsica en Sardinië is een endemische soort aanwezig. Naast de koninginnenpage is er een koningspage. Deze is wat kleiner en heeft een zebra-achtige tekening. De leefomgeving van een koninginnenpage bestaat uit open landschappen: bloemrijke weiden, moerassen, grote tuinen en open heuvels. In hoger gelegen berggebieden komt de vlinder eveneens voor. De foto hiernaast is gemaakt in Oostenrijk. In noordelijk en westelijk Europa is de koninginnenpage een trekvlinder. In het zuidoosten van België is het een standvlinder. Tot de jaren 80 was er alleen een grote vaste populatie in Limburg. Vanaf die tijd nemen de waarnemingen in Nederland toe. Vanaf 2010 worden er ten noorden van de grote rivieren zwervende koninginnenpage gezien en soms rupsen. In de Krimpenerwaard werd de eerste in 2003 op waarneming.nl gemeld. Vroeger werd de koninginnenpage wel zwaluwstaart genoemd, verwijzend naar de punten op de achtervleugels. Zijn Engelse naam is nog steeds swallowtail butterfly en in het Duits schwalbenschwanz. D Foto: Marije Spruit WAARDVOGEL | JUNI 2019

5


Grote Canadese gans op de voorpagina Tekst: Paul Schrijvershof Van oorsprong komt deze opvallende vertegenwoordiger van de ganzenfamilie uit Noord-Amerika. Dat de soort momenteel ook in Europa broedt is het gevolg van een aantal wel zeer geslaagde introducties. Reeds in de 17e eeuw werden enkele vogels in Groot-Brittannië ingevoerd. Met name gedurende de jaren 50 en 60 nam de soort daar sterk in aantal toe. Ook elders in Europa vonden introducties plaats. Vandaar dat er vandaag de dag forse populaties van de Branta canadensis te vinden zijn in het Verenigd Koninkrijk en Zweden, kleinere in Noorwegen, Finland, Duitsland, Nederland en België. D

S

inds 1974 is deze gans ook broedvogel in Nederland. Lange tijd bleef het aantal heel erg klein, tot in de tweede helft van de jaren 90 de aantallen opeens fors begonnen toe te nemen. In 2000 waren er al zo’n 1.200 paren, en dat aantal nam nadien explosief toe. In de onlangs verschenen Vogelatlas van Nederland werd over de periode 2013-2015 een broedpopulatie van 9.000-12.000 paren becijferd en een winterpopulatie van niet minder dan 43.000-54.000 vogels.

andere ‘dierlijke eiwitten’ opeten. Het meeste voedsel wordt echter gezocht op graslanden en akkers waar de ganzen naar oogstresten zoeken. D

D

e grote Canadese gans kan in tal van verschillende leefgebieden gevonden worden; van toendra’s tot half woestijnen. Het enige wat er echt toe doet is dat er water is. In Nederland is de soort vooral te vinden in vennen, veenmoerassen en waterrijke graslandgebieden, zowel in natuurgebieden als in de stedelijke omgeving. Vandaar dat deze soort het in de Krimpenerwaard zo goed doet. In het oorspronkelijke leefgebied is de soort een echte trekvogel: broedvogels uit Canada en de noordelijke staten van Amerika trekken in het najaar naar de zuidelijke staten en de Golf van Mexico. In Europa levende grote Canadese ganzen trekken niet of nauwelijks. In de zomer, vanaf juni tot in september, vormen zich grote groepen ruiende vogels op open water (plassen, meren en rivieren). Deze ‘ruitrek’ is de enige migratie die onze broedvogels ondernemen.

Donkergeel: inheems broedgebied; lichtgeel: geïntroduceerd broedgebied; donkergroen, inheems jaarrond aanwezig; lichtgroen: geïntroduceerd jaarrond aanwezig; donkerblauw inheems winter; lichtblauw: geïntroduceerd winter; roze: broedgebied van kleine Canadese gans. Bron: https://en.wikipedia.org.

C

anadese ganzen broeden vanaf half maart/begin april tot in mei. Het legsel bestaat uit 4 tot 7 eieren die over een periode van zo’n 9 dagen worden gelegd. Het vrouwtje broedt deze gedurende 26-27 dagen uit waarbij het mannetje de wacht houdt. De jongen komen ongeveer tegelijk uit het ei en verlaten als familie na een dag het nest. Na anderhalf tot twee maanden zijn de jongen vliegvlug. Canadese ganzen zijn hoofdzakelijk vegetariërs, maar daarin wel wat losser dan andere ganzen. Er zijn waarnemingen van Grote Canadese ganzen die eieren en jongen van sterns en

Foto: Vincent Vuik

Foto: Paul Schrijvershof

6

WAARDVOGEL | JUNI 2019


Klussenbank: wie helpt mee?

De NVWK krijgt het steeds drukker. Dat is prachtig, want in de praktijk betekent het dat we als vrijwilligersvereniging meepraten bij de grote projecten die worden uitgevoerd in de Krimpenerwaard en daar het natuurbelang kunnen inbrengen, maar ook dat we uit eigen initiatief met projecten kunnen aankloppen bij de beide gemeenten, waterschap en provincie. Helaas schieten daardoor bepaalde klussen erbij in en hebben we voor de projecten extra handen nodig. Daarom hebben we een klussenbank opgericht; er staan ook klussen op de site onder Actueel. Vaak gaat het om kortlopende taken, soms komt een klus op herhaling. Wie helpt mee?

Neem ons mee op excursie

Als je aardig thuis bent in een bepaald groen werkveld, of je kent een mooi natuurgebiedje, maak geïnteresseerden dan deelgenoot en neem ons een keer mee. Je hoeft echt geen specialist te zijn, samen komen we er wel uit, het gaat immers om de beleving! Maar ook als je wél ergens op gespecialiseerd bent is dit leuk. Neem contact op met Jaap Graveland, hij weet hoe je zoiets aanpakt en wij doen de PR. Hou je natuurgeheimen niet langer voor jezelf maar laat anderen meegenieten! Gegevens Jaap op pagina 2.

Reuzenspringbalsemienencontroleur

Nu al twee jaren op rij heeft de NVWK i.s.m. Staatsbosbeheer een actie op touw gezet om de exoot reuzenspringbalsemien te verwijderen uit een aantal percelen. Dat levert al prachtig resultaat op! Om te voorkomen dat plantjes die over het hoofd zijn gezien zich toch kunnen uitzaaien, wil boswachter Ivan Broer graag een clubje mensen verzamelen die een aantal keren per seizoen de achterblijvers uittrekken wanneer het ze schikt. Word jij Vriend van het Loetbos? Meld je aan bij Ivan, tel. 06-50611682 of Joke Colijn, gegevens op pagina 2.

Zoek de kleine marterachtigen

Eigenlijk weten we heel weinig over deze kleine zoogdieren in de Krimpenerwaard. We waren dan ook heel blij met een nieuw intiatief: Ilona Straver schreef in het aprilnummer op pagina 25 een enthousiast verhaal over het laagdrempelig onderzoek dat ze ging starten. Ze zocht gelijkgestemden. Heel jammer dat ze onverwacht het onderzoek geruime tijd moet uitstellen. Spring jij er in? Alle spullen zijn al aangeschaft en uiteraard helpen we je op weg! Informatie bij Joke Colijn, contactgegevens op pagina 2.

Logistiek regelaar van jeugdactiviteiten

Onze jeugd is een beetje klaar met knutselen, kids beleven liever avonturen en geef ze eens ongelijk. Nu hadden we bedacht dat ze best mee kunnen doen met activiteiten voor volwassenen, steeds met een andere NVWK-werkgroep. Dat is veel spannender en niet zo kinderachtig. De activiteiten bestaan dus al, maar dan moet er logistiek en vanuit het oogpunt van veiligheid nog wel het e.e.a. gebeuren voordat kids mee kunnen doen. Dat zal voor elke activiteit anders zijn, dus je moet soms wel een beetje creatief kunnen denken. Vanzelfsprekend sta je voor de uitvoering van je plan niet alleen. Wil je met ons sparren hoe dit vorm kan krijgen? Bel of mail Jaap Graveland, gegevens op pagina 2.

Wees de ogen en oren in je buurt

Bij verbouwingen, renovaties, groot ­ tuinonderhoud of bij nieuwbouw gebeuren door onnadenkendheid soms ­ kleine natuurrampjes die voorkomen hadden kun­ nen worden. Een boom met een duivennest die wordt omgehaald in het broedseizoen, een schuur die gesloopt wordt waarin vleermuizen overwinteren, renovatie van een huizenblok waar onder de dakpannen altijd gebroed wordt. Het is bij wet verplicht om rekening te houden met de fauna, onze werkgroep Ruimtelijke Ordening kent de regels. Er zijn bijna altijd eenvoudige ­oplossingen, daarbij helpt RO ook. Wandel je regelmatig een stukje (met de hond?) door je eigen kern of buurt, wees dan daar de oren en ogen van onze onderbezette werkgroep RO. Ook kun je de plannen van omgevingsvergunningen checken – het gaat immers om het groen, de vogels en de natuur in je eigen wijk! Bij acute problemen of toekomstige plannen: neem contact op met de werkgroep RO. Iedereen kent zijn of haar directe leefomgeving het best, het kost nauwelijks extra moeite en je helpt de natuur, jezelf en iedereen in je wijk. Laat weten dat je meehelpt: de gegevens van de werkgroep RO staan op pagina 2. Zo bouwen we een netwerk van natuurbewuste bewoners op in de Krimpenerwaard.

Schrijf een artikel over de wulp

De wulp is tot ‘Vogel van het Jaar’ gekozen door Vogelbescherming Nederland. Tot onze schrik merkten we dat daar nog geen informatief artikel over is geschreven in de Waardvogel. Wie neemt de pen ter hand? De wulp is geen broedvogel meer in de Krimpenerwaard maar doet ons wel aan op een stop-over tijdens zijn jaarlijkse migratie naar broed- en overwinteringsgebied. We horen zijn mooie roep dan ook regelmatig en hij beleeft onderweg veel gevaarlijke avonturen. Stof genoeg dus! Laat even weten aan de redactie (zie pag. 2) als je dit een leuke uitdaging vindt.

Wie wordt ‘bebouwd gebied-consulent’?

Er gebeurt van alles bij renovaties en bouwprojecten dat de natuur schaadt. Niet altijd opzettelijk maar toch. We zoeken een adviseur/vraagbaak (m/v) die kan uitleggen hoe bij (ver)bouwprojecten met een beetje aandacht en zonder dat er veel extra kosten zijn, toch met vogels, vleermuizen e.d. rekening kan worden gehouden. Vertel instanties, bouwers, maar ook bewoners in het voortraject over het inventariseren wat er aan gevleugelde vrienden leeft in en rond het pand of in de wijk, geef advies over aanbrengen van vogelvides, vleermuiskasten e.d. bij sanering en nieuwbouw. Enige kennis van de Natuurwet is wel handig maar weet je vooral gesteund door een enorme vraagbaak aan allerlei specialisten in de vereniging. Met gezond verstand en een beetje tijd heb je al genoeg in huis om het verschil te maken, je kunt dit zo breed trekken als je wilt. Leuk! Info bij Jaap Graveland, pag. 2.

WAARDVOGEL | JUNI 2019

7


Big Birding Day 2019 Records werden verbrijzeld Max Ossevoort; alle cartoons: Gert Blom Het is op 4 mei nog steeds donker wanneer op de parkeerplaats van restaurant De Loet de zes deelnemende teams aan de jaarlijks terugkerende Big Birding Day (BBD) binnenstromen. Deze dag zullen ze van 05.00 tot 17.00 uur proberen om zoveel mogelijk vogelsoorten te gaan ‘scoren’. Na een korte uitleg verdwijnen de teams klokslag 5 uur in alle richtingen. Omdat het nog donker is biedt dat tijdstip de mogelijkheid om nog uilen te kunnen zien of horen voordat deze gaan rusten. De teams verplaatsen zich per auto om zo veel mogelijk plekken in de Krimpenerwaard te kunnen bezoeken, maar zag ik daar ook fietsen? Ik ben benieuwd wat de dag zal brengen. Met de trektijd nog volop in gang zijn de soorten vogels die gezien of gehoord gaan worden natuurlijk ook een indicatie van wat er al aan vogels aanwezig is of door het gebied trekt. D

O

m 17.00 uur zijn alle teams inderdaad binnen en onder het genot van een hapje en een drankje worden door de teams door middel van mondelinge verslagen de hoogtepunten van de dag weergegeven. Uit de hoge scores blijkt dat het een hele bijzondere dag was: vijf van de zes teams scoorden meer dan 100 soorten en het winnende team, de Reservisten (foto), zelfs 114 soorten, een record in de geschiedenis van de BBD! Dan ben je natuurlijk dubbel trots op de behaalde wisselbeker. Afwezigen op de scorelijsten dit jaar zijn de boomklever en de ijsvogel, en de steenuil werd door slechts één team aangetroffen. Dat is opvallend, want die soorten werden voorgaande jaren altijd wel door alle teams gezien of gehoord. Bijzonder waren de waarnemingen van een bokje, kleine rietgans en een grote gele kwikstaart: normaal zijn deze al naar hun broedgebieden vertrokken. Alle teams scoorden de

Een brede lach bij de winnende Reservisten. V.l.n.r.: Johannes Luiten, Harm Blom, Cor Oskam, Erik Kleyheeg; foto: Max Ossevoort

8

WAARDVOGEL | JUNI 2019

lepelaar, kluut en de steltkluut: die lijken hun plekje in de Krimpenerwaard gevonden te hebben. De hoge scores zijn te verklaren door de grote verscheidenheid aan steltlopers die gezien werden: naast de ‘gewone’ soorten als grutto, wulp, regenwulp, oeverloper, witgatje, watersnip en dergelijke werden ook de rosse grutto, de kanoet, krombekstrandloper, Temmincks strandloper, zwarte ruiter, bosruiter en zilverplevier waargenomen. Heel bijzonder, mogelijk door de lang aanhoudende koude, maar zegt het ook niet iets over de positieve ontwikkelingen in de natuurterreinen door het ZHL/in de Krimpenerwaard? Ik denk dat we terugkijken op een in alle opzichten geslaagde dag en we kijken al uit naar de volgende BBD op 2 mei 2020. Sommigen diehards passen zelfs hun vakantie er op aan!

V

ermeldenswaardig is dat het totaal aantal gescoorde soorten 126 was!! Hierbij de resultaten van de deelnemende teams: 1. De Reservisten - 114 soorten Erik Kleyheeg, Johannes Luiten, Harm Blom en Cor Oskam 2. De Struinvogels - 111 soorten Vincent Vuik, Gijsbert Mourik, Arie Dorsman en Paul Schrijvershof 3. De Uilskuikens -106 soorten Coen van Nieuwamerongen, Kees Janssen, Jaap Oosterom en Arjan de Heer 4. De Pestvogels - 102 soorten Daan van Braak, Constant van Erkel, Jonathan van Erkel en Quinten van Erkel 5.Pino & Co - 101 soorten Daan Krantz, José van der Weijde-Kemp en Rick van der Weijde 6. De Uilenballen - 92 soorten Miranda van den Dool, Stefan van der Heijden en Jannie Monhemius D


De Uilskuikens: regenwulp blijkt krombekstrandloper Coen van Nieuwamerongen Om 5.01 uur verlaat ons team het parkeerterrein vanaf café De Loet en zetten we koers richting de Hendrikshoeve. Hier gaan we op zoek naar de bosuil, die we later ook vinden in de boom boven de nestkast. Terwijl we terug lopen naar de auto horen we de bosuil ook roepen, maar dat blijkt iemand van een ander team te doen. Geeft niets, we hebben de bosuil al binnen. Ook zingt er bij de auto uitbundig een roodborstje. Die is vast mooi meegenomen. D

W

e rijden richting Lekkerkerk, waar een ransuil zou moeten broeden, maar bij aankomst blijkt het nest leeg te zijn. Toch niet helemaal voor niets want we horen op deze plek ook onze eerste van de drie koekoeken van die dag en we scoren al veel soorten weidevogels. Door naar de steenuil, die zijn plaatsje heeft gevonden aan de andere kant van Lekkerkerk, maar ook deze is nergens te bekennen. Het is inmiddels al bijna licht, dus besluiten we om door te rijden naar het EZH-bos in Krimpen om zo veel mogelijk zangertjes op de lijst te krijgen. Zodra we uitstappen wordt ons een concert van zingende vogels gegeven. De soorten vliegen binnen. Soorten als grote bonte specht, grasmus, braamsluiper, tuinfluiter en zwartkop kunnen we noteren. We lopen door richting de plek van de nachtegaal, die zoals we dat van hem gewend zijn, overal bovenuit zingt. Als we richting de auto lopen scoren we in het volkstuinencomplex een staartmees, koolmees, pimpelmees en zanglijster.

N

a wat overleg besluiten we richting de Schanspolder op de Lageweg te gaan. Dit omdat hier een zwarte roodstaart zit en wat oeverzwaluwen. Alleen de laatste zijn hier gelukt. Een leuke bijvangst is een overvliegende gele kwikstaart, maar het mooiste is toch wel de krombekstrandloper die strak over ons heen vloog. We schelden hem eerst uit voor regenwulp, maar na beter kijken en luisteren en wat foto’s gemaakt te hebben blijkt het een krombekstrandloper in zomerkleed te zijn! Dat is nog eens mazzel! Ondertussen is er een melding gekomen van een jagende rode wouw in de polder van Krimpen aan de Lek. Hey, daar komen we net vandaan, toch maar even terug. Daar krijgen we geen spijt van, want de vogel vliegt op 20 meter laag over de grond langs. Nu we toch de planning omgegooid hebben besluiten we naar het filter te gaan. Een mannetje zomertaling, stelt- en gewone kluten, regenwulp, oeverlopers, maar geen gehoopte zwartkopmeeuw. In Bergambacht weten we een zwarte roodstaart te zitten. Deze ontkomt niet aan onze blik. Op het industrieterrein zit een kleine plevier en vliegt een graspieper op.

T

erug bij de auto rijden we richting de Kwakels. Onderweg zien we twee grote zilverreigers en een purperreiger. Nummer 100, en dat om kwart voor twaalf al! Achter de Kwakels horen we nog een veldleeuwerik en liepen wat steltjes. Het was inmiddels eb, dus tijd om langs de Lek te vogelen. Maar het valt tegen. Bij Ammerstol vliegt een slechtvalk over en bij de DZH-bakken zit een paartje kolganzen.

U

itgekomen bij De Zaag, krijgen we de melding van Vincent dat er twee kanoeten in het filter lopen. Bij aankomst wijst hij ze ons aan en kunnen we ze mooi begluren. Bedankt voor de ontdekking! Niet lang daarna krijgen we de melding van Harm, nu een koereiger ter plaatse aan de Wetering Oost. Na met vier teams gezocht te hebben vinden we de vogel in een greppel. Koereigers blijven leuke reigertjes! Nog drie kwartier… Nog maar even langs de Lek dan. Kees en Arjan zagen een zwartkopmeeuw, maar twee is niet genoeg, dus helaas telt deze niet. En zo is de koereiger ons laatste nieuwe soort voor die dag, nummer 106 en daarmee belanden we op de derde plek. We hebben allen erg genoten en Kees, bedankt voor het rijden! D

Sperwer, foto: Coen van Nieuwamerongen

O

ns plan is om via Schoonhoven en Vlist naar het Doove Gat te rijden. Onderweg daarheen zien we de verwachte roek en grauwe vliegenvanger. Bij het Doove Gat aangekomen, zingt in het riet bij de parkeerplaats een kleine karekiet en in een boom een boomkruiper. In het Doove Gat zelf zit relatief weinig, maar nieuwe soorten zijn snor, tapuit, sperwer en bontbekplevier.

W

e zetten koers richting de Berkenwoudse Driehoek. Gelukkig zitten hier meer vogels zoals kemphanen, groenpootruiters, zwarte ruiter, bosruiters en nog twee bontbekplevieren. We lopen een stukje langs het riet voor Cetti’s zanger en kneu en kijken vervolgens vanaf achter op het slik. Watersnippen en... een zilverplevier in zomerkleed!

Rode wouw, foto: Arjan de Heer

WAARDVOGEL | JUNI 2019

9


De Uilenballen: scoren wél een kerkuil Tekst: Miranda van den Dool, foto’s: Stefan van der Heijden Het is voor mij, Miranda van den Dool misschien wel tien jaar geleden dat ik voor de eerste keer mee deed met de BBD. Ik ben erg blij dat ik weer mee mag en kan doen. Vanuit de uilenwerkgroep werd door Stefan van der Heijden een app rond gestuurd met de vraag wie er zin had om mee te doen. Ik heb me aangemeld, net als Jannie Monhemius. Ons team bestond dus uit drie personen. De weersvoorspellingen waren beter dan eerst; het zou heel slecht weer worden, koud en heel veel regen. Uiteindelijk hebben we zelfs even van het zonnetje mogen genieten. Om 4.30 uur werd ik opgehaald door Stefan. Mijn fiets werd ingeladen voor het geval het handig zou zijn. Achteraf is hij niet gebruikt, maar beter mee verlegen dan om verlegen. Stefan had al twee bosuilen gehoord, maar die tellen niet. Bij De Loet aangekomen was Jannie al op de fiets gearriveerd. Na de regels van Max mochten we met zijn drieën om stipt 5.00 uur starten. Omdat het uiteraard nog donker was moesten we het van de geluiden hebben. D

N

Scholekster

D

e start in ochtendschemer We begonnen onze tocht richting Berkenwoude; bij de Zuidbroekse Opweg hoorden we de tureluur, scholekster, grauwe gans en de wilde eend. De kerkuil en ransuil gaven niet thuis. Bij het Oosteinde hoorden we de bosuil. Op het Westeinde

aar de zangers Onderweg naar het EZH-bos scoorden we de ‘gewone vogels’: knobbelzwaan, kuifeend, fazant en aalscholver, houtduif, winterkoning, koolmees, koekoek, zwarte kraai, tjiftjaf enz. In het EZH-bos hebben we een rondje gelopen voor de zangers en konden we aardig wat soorten scoren. We zagen de purperreiger overvliegen en hoorden en of zagen zwartkop, grasmus, zanglijster, nijlgans, tuinfluiter, nachtegaal, ekster, krakeend, fuut, braamsluiper, merel, kauw, Cetti’s zanger, kokmeeuw, boerenzwaluw en waterhoen. Inmiddels is het bijna tijd dat mijn wekker doordeweeks af gaat. Op weg naar de Nespolder en helofytenfilter voor onze volgende stop. Tussen Krimpen aan den IJssel en Ouderkerk kwamen we een hele leuke soort tegen: de rode wouw. Stefan heeft hier nog een mooie foto van gemaakt. Daarnaast zagen we ook; holenduif, spreeuw, roek, grutto, visdief, blauwe reiger en buizerd.

D

Purperreiger

wist Stefan een locatie met kerkuil die zich liet horen. Wat is dat toch fantastisch om te horen. Helaas hebben wij de steenuil en de ransuil niet kunnen scoren waar wij wel van baalden, maar de kerkuil wel, dat konden de andere teams ons niet nazeggen. 10

WAARDVOGEL | JUNI 2019

e Nespolder Inmiddels begint mijn maag te knorren en is het tijd voor een broodje. Op weg naar het ontbijt kwamen we tegen; wulp, kleine mantelmeeuw, witte kwikstaart, grote Canadese gans, bergeend en roodborst. Bij de Nespolder rietzanger, fitis en rietgors. We hoorden de roerdomp en de waterral roepen. Beide riepen kort maar wat was dat fantastisch en bijzonder zeg! Er vloog een bruine kiekendief over en we zagen oeverloper, kluut, steltkluut, kleine plevier, slobeend, sneeuwgans, witgat en we werden heel blij van een zingende veldleeuwerik. Bij het wandelpad door de Kwakels hoorden we een vink. Het helofytenfilter bracht ons ook nog een aantal soorten namelijk lepelaar (blijft een prachtige vogel), stormmeeuw, regenwulp, brandgans en zowel zomer- als wintertaling, kuifeend, soepgans (telden we niet mee!) en grote zilverreiger. Er vlogen gierzwaluwen, torenvalk en een Turkse tortel.


H

aastrecht: Doove Gat en Bisdom van Vlietpark Onderweg naar het Doove Gat gingen we in Vlist op zoek naar de grauwe vliegenvanger. Wat waren we blij om die te horen en te zien. Verder zagen we ook nog de huismus en pimpelmees en hoorden we putters overvliegen. Doorgereden naar het Doove Gat in Haastrecht waar we nadat we geparkeerd hadden een enorme hagelbui over ons heen kregen. Gelukkig zaten we in de auto. Dit gebruikten we om meteen even koffie te drinken, een boterham te eten en de tussenstand in te schatten. Toen het droog was zagen we helaas niet het porseleinhoen en

O

p naar de lunch Snel door naar Gouderak waar we een paar zwaluwsoorten zagen. Even checken: de huis- en oeverzwaluw. Op de Lageweg scoorden we de ooievaar. We rijden door naar Krimpen aan den IJssel. Langs de dijk zijn we gelukkig met de enige staartmees van die dag. We hadden de luxe dat we bij Stefan gingen lunchen, zijn vrouw had een heerlijke uitgebreide lunch verzorgd. Daar kom je van bij en we konden meteen de tussenstand opmaken. In de tuin van Stefan is normaal gesproken de heggenmus te horen. Het eerste rondje door de tuin hoorde we hem niet, na de lunch gelukkig wel.

D

Gele kwikstaart

de zwartkopmeeuw waar we op gehoopt hadden. We zagen wel een boomkruiper en een gele kwikstaart, wat een prachtige vogel is dat zeg! We hoorden een snor en een kleine karekiet. Omdat het hier verder flink tegenviel hebben we geen rondje gelopen, wat we wel van plan waren. Op naar het Bisdom van Vlietpark waar we rond de middag aankwamen. Hier zagen en hoorden we een grote bonte specht en verder helaas geen nieuwe soorten.

e middag is kort Tja, het was richting 14.00 uur. Waar kunnen we nog zo veel mogelijk soorten scoren? Voldaan hervatten we onze tocht naar de Stormpolder waar we de slechtvalk in vlucht zagen en hoorden we een groenling. De tijd begint de dringen en we rijden naar de Zaag waar we helaas alleen de groene specht zagen (maar wat een prachtig gebied is het hier). Als laatste besluiten we naar de Berkenwoudse Driehoek te gaan waar we nog een paar leuke soorten bij kunnen schrijven namelijk groenpootruiter, bosruiter, zilverplevier en Temmincks strandloper. Via de app lazen we dat er in het helofytenfilter 2 kanoeten waren gezien. Het zou net kunnen die nog mee te pikken en dan om 17.00 u weer binnen te zijn. Zo gezegd, zo gedaan! Mooie afsluiter. Met een totaalscore van 92 soorten zijn we laatste geëindigd. Dat mocht de pret zeker niet drukken, ik heb het ontzettend naar mijn zin gehad!! D

De Reservisten: maken de Krimpenerwaard onveilig Erik Kleyheeg Kou was er voorspeld, en regen. Ronduit vies weer. Het waren alleen de stoere praatjes die ons konden helpen warm te lopen voor de Big Birding Day 2019. Bovendien had niemand van ons serieus voorwerk gedaan. Het was dus zonder al te hoge verwachtingen dat ons team, bestaande uit Cor Oskam, Harm Blom, Johannes Luiten en ondergetekende, op 4 mei aan de start verscheen in het Loetbos. Max gaf om 05.00 uur het startsein en als één van de zes teams stoven we in Cor zijn bolide van de parkeerplaats af, op weg naar de Hendrikshoeve. D

D

e bosuil die daar broedt gaf niet thuis, maar wel zong er een roodborst. Die kun je maar hebben. Door naar Berkenwoude dan. Net als vorig jaar leverde een hooguit matige imitatie van de bosuil niet alleen gelach op van teamgenoten, maar ook de reactie van een bosuil. Een prima start. Kerkuil lukte niet, dus die gaven we snel op. Gauw door naar d e Kwakels en Nespolder met eerst een stop bij het helofytenfilter. Daar zong een nachtegaal aan de andere kant van de weg en stapten kluut en steltkluut rond. Bij de Kwakels begonnen de eerste zangvogels lekker te zingen, maar ons doel was de plas achter

in het gebied. Daar zaten tot onze voldoening veel steltlopers, waaronder aardig wat bosruiters, enkele zwarte ruiters, groenpootruiter, kemphanen en oeverlopers. Wulpen en zwarte sterns vlogen voorbij terwijl en veldleeuwerik begon te zingen. Cor was scherp en merkte een rosse grutto op die WAARDVOGEL | JUNI 2019 11


vlak over ons heen richting noord vloog. De kenmerkende vlucht, de lange, opgewipte snavel, ongetekende vleugels en zelfs de witte wig op de rug waren goed te zien. Een echte blokker!

W

e wilden net onze weg vervolgen naar het Doove Gat toen de melding van een rode wouw langs de N210 bij Krimpen binnenkwam. Snel omdraaien dus en tot onze blijdschap was de vogel nog aanwezig, Hij zat zelfs aan de grond! Daarna konden we toch naar het Doove Gat. Wel even via Bilwijk, want daar was nog kans op steenuil. Opnieuw was Cor vlijmscherp: hij vond het prachtige uiltje rustig zittend in een boom. Even verderop wilde ransuil niet lukken, maar bij het Doove Gat gearriveerd konden we wel al gauw tapuit, snor, gele kwikstaart en kleine plevier bijschrijven. We vonden een snip onder een pitruspolletje en het duurde even voordat het kwartje viel: die korte snavel betekende écht dat het een bokje was! Wat een goede soort voor in mei! Verder viel het Doove Gat wat tegen, zelfs de kolgans werkte niet mee.

O

nze volgende stop was het voetbalveld van Haastrecht. Daar vonden we een grauwe vliegenvanger in het gezelschap van de eerder die week gemelde braamsluiper. Een huiszwaluw vloog over het veld. Nu het zo lekker liep, moesten we verderop in polder Beneden Haastrecht toch ook maar een stilgehouden locatie voor grote gele kwikstaart proberen. Wonderwel lukte dat ook direct en de vogel bleek zelfs een snavel vol met insecten te hebben. Wat zou dat betekenen? Voor de roek reden we even later richting Schoonhoven. Bij de Bonrepas liepen we weer tegen minimaal twee grauwe vliegenvangers aan, evenals een zingende braamsluiper. In zomaar een solitaire boom langs de Bonrepas vonden we een mini-roekenkolonie van 6 vogels bij een paar nesten. We konden dus snel door naar de Lekdijk. Op een strekdam bij de Hem stonden een grote mantelmeeuw en een Pontische meeuw gebroederlijk naast elkaar. Op diverse strekdammen verderop langs de dijk stonden groepjes regenwulpen te rusten. Bij de Buitenlanden ter hoogte van Ammerstol riep een groene specht en bij de DZHbakken kwam nu wel een kolgans in beeld.

V

anaf de Lekdijk bij Opperduit doken we polder Den Hoek in voor een tweede bezoek aan het helofytenfilter. Onderweg kwamen we ringmus en een aantal tapuiten tegen. Bij het filter zong een graspieper tussen de veldleeuweriken en in één van de bakken zat een mannetje zomertaling. Het liep tegen het einde van de ochtend en dus was het tijd voor een tussenstand. Ik telde 89 kruisjes, maar kwam er even later achter dat ik een stuk of vijf soorten was vergeten aan te kruisen. Zo bleef het tot het einde van de dag een verrassing op hoeveel soorten we zouden uitkomen. Nu stond de Berkenwoudse Boezem op het programma. De bosruiters en kleine plevieren waren leuk, maar die hadden we al. Plots stond daar op een eilandje een zilverplevier, mooi in zomerkleed. Een wandeling door de polder leverde weinig op, maar terug bij het plasje vonden we twee bontbekplevieren. De volgende stop was Lageweg, waar oeverzwaluwen bij de oeverzwaluwwand vlogen en een blauwborst kortstondig in beeld kwam.

O

p weg naar de Stormpolder kwamen we langs de IJsseldijk een tweede grote mantelmeeuw en een tweede Pontische meeuw tegen. In de Stormpolder vonden we heel snel een

12

WAARDVOGEL | JUNI 2019

slechtvalk en na enig zoeken ook zwarte roodstaart. Een dag eerder was er een ijsvogel gemeld op de Zaag, dus die moesten we maar proberen. Geen spoor van de ijsvogel, maar wel vloog er heel hoog een smelleken over. Ook geen gemakkelijke soort! Bij Lekkerkerk gingen we op zoek naar het vermeende nest van een ransuil, toen de melding van twee kanoeten in het helofytenfilter binnen kwam. We waren al in de buurt, dus we konden ze snel binnentikken. Vervolgens toch even terug naar het ransuilennest, maar dat bleek leeg. Zwartkopmeeuw ontbrak nog op de lijst, dus besloten we door polder Den Hoek te rijden en alle weilanden met meeuwen te checken. Terwijl we naar een akker stonden te kijken waar meeuwen achter een tractor aan liepen, zag Harm ineens een koereiger aan komen vliegen. Wat een mazzel! Deze mooie soort moesten we wel direct op de groepsapp zetten.

D

e zwartkopmeeuw lukte uiteindelijk tot onze grote geruststelling bij het helofytenfilter en voor het laatste uurtje van de wedstrijd besloten we nog een keer naar de Berkenwoudse Boezem te rijden. Dat bleek een gouden zet. We deden net ons beklag dat we geen strandlopers op ons lijstje hadden staan toen drie Temmincks strandlopers het beeld in

Bokje in het Doove Gat, foto: Johannes Luiten Bokje in het Doove Gat, foto: Johannes Luiten

kwamen vliegen. Als muisjes schuifelden ze tussen de bosruiters door over een eilandje. Dan nu nog een watersnip, zeiden we tegen elkaar, want het bokje telde ook maar voor één. Omdat bij vlagen alles leek te lukken, vond Johannes de watersnip 50 meter verderop. Het bleek de laatste soort van de dag. Op hoeveel soorten zitten we, werd gevraagd terwijl we naar de Loet reden. Ik durfde het bijna niet hardop te zeggen. Was het geen telfout? Nee, het was echt waar: we kwamen op een totaal van maar liefst 114 soorten. Dat is een verplettering van het oude record van 107! Toch hadden we een aantal soorten gemist: havik, sprinkhaanzanger, boomvalk, paapje, ransuil. Zoals we verwachtten hadden andere teams ook monsterscores neergezet, maar onze 114 soorten bleken genoeg voor de winst. Wat een heerlijke dag, tegen de verwachtingen in! Onder het genot van bier en bitterballen mocht Harm ter afsluiting de wisselbokaal in ontvangst nemen.

L

angs deze weg wil ik graag mijn teamgenoten bedanken voor de gezelligheid en het gedeelde fanatisme. Het is maar weer gebleken dat je heerlijk kunt vogelen in de Krimpenerwaard. Tenslotte bedank ik namens het team ‘de Reservisten’ de organisatie van deze zeer geslaagde Big Birding Day. D


De Struinvogels: zelfs een recordscore schiet tekort Vincent Vuik Op het moment dat de aankondigingen voor de BBD langs kwamen, begon het te kriebelen om ook eens mee te doen. Een team met Gijsbert Mourik, Arie Dorsman, Paul Schrijvershof en ondergetekende was snel gesmeed, en de voorbereidingen van de Struinvogels konden beginnen. Lijstjes met locaties voor de lastige soorten als braamsluiper en zwarte roodstaart lagen klaar om de competitie zo goed mogelijk aan te gaan. Je moet ze maar net weten te zitten... Het weerbericht beloofde weinig goeds: krap 10 graden, regen en hagel. Toch stonden we met zes teams aan de start rond kwart voor 5. En iedereen werd ruimschoots beloond voor het doorzettingsvermogen, want het weer viel alles mee, en recordscores werden verpletterd. D

E

erst richting wat uilenlocaties. Kerkuilen wilden niet meewerken, maar de bosuil hadden we al snel te pakken. Tegen de tijd dat het licht begon te worden, wierpen we een eerste blik op het Helofytenfilter. Nog geen verrassingen, maar wel verschillende mooie soorten steltlopers, en een zingende nachtegaal. Dat we hier zomertaling en wintertaling al konden noteren, bespaarde ons het afspeuren van heel wat slootjes later op de dag. Een tocht door het hoge gras van de Kwakels leverde doorweekte schoenen en sokken op, maar helaas geen watersnippen. Een roepende waterral was dan wel weer een beloning voor de nattigheid. Achter de Kwakels troffen we zwarte sterns, kemphanen, bosruiters, paapje, graspieper en gele kwikstaart aan. Een veelbelovend begin.

wist te zitten. Hij trof ze dagelijks, dus een garantie op succes. Maar zo niet op deze BBD. Omdat de tijd doortikt, gingen we toch maar door richting de roeken. Een tweede bezoek aan het Helofytenfilter leverde zwartkopmeeuwen op, en Arie ontdekte er een kanoet in zomerkleed. Een bijzondere soort voor de Krimpenerwaard! Een ander team wat er stond te speuren door de telescopen had hem

I

n de Berkenwoudse Driehoek geen nieuwe steltlopers, maar wel een sprinkhaanzanger, precies op de plek waar Gijsbert hem eerder dat voorjaar had horen zingen. Daarna volgde een tour langs een aantal doelsoorten: zwarte roodstaart, oeverzwaluw, huiszwaluw, pontische meeuw en braamsluiper, ze wilden allemaal meewerken. Alleen de ijsvogel liet zich niet zien. Op weg naar het Doove Gat kwam een felle hagelbui over, waardoor we koers wijzigden richting het Bisdom van Vliet. De traditionele boomklever lijkt daar dit jaar afwezig. Grote bonte specht en boomkruiper waren niet te missen, maar de heggenmus bleef ontbreken op de lijst. Speurend langs de randen van de paadjes trof ik een bruin vogeltje tussen de struiken. In de kijker bleek het niet om een heggenmus, maar om een pieper te gaan. Hoewel je graspieper en waterpieper in een park als het Bisdom al vrijwel uit kan sluiten, moesten we het beestje toch nog determineren. We vonden hem terug in een hoge boom, en het bleek een boompieper te zijn. Een prachtige soort voor een BBD! En de heggenmus volgde direct daarop...

Boompieper, foto: Gijsbert Mourik;

I

n het Doove Gat was het rustig qua eenden en steltlopers. Wat laat in het voorjaar en met een harde wind viel het ook niet mee om blauwborsten en snorren waar te nemen, en zeker niet met minimaal drie man tegelijk. Maar we hadden uiteindelijk succes. Een hoogtepunt was een langs vliegend smelleken. Daarna door naar de plekken waar Arie grauwe vliegenvangers

Grasmus, foto: Vincent Vuik

WAARDVOGEL | JUNI 2019 13


nog niet ontdekt. In ruil voor een gouden tip vertelden we hen wat er te zien was. Die gouden tip was een zilverplevier bij de Berkenwoudse driehoek, en die bleek nog niet verdwenen te zijn. Vanaf dat moment werd het soorten sprokkelen. Een groene specht in Krimpen, twee slechtvalken op de loods in de Stormpolder en een Cetti’s zanger op de Zaag. Daar kwamen we eindelijk ook staartmezen tegen, een soort die toch onze

schaamsoort leek te gaan worden. Met dank aan de sportiviteit van onze concurrenten konden we de koereiger nog als onze laatste en 111e soort bijschrijven. Daarmee wisten we dat we de recordscore van 108 verbroken hadden, en die stond toch al heel wat jaar... Maar de Reservisten bleken het nog net wat bonter te hebben gemaakt. Hoe dan ook was de dag een groot succes, en staat 2 mei 2020 vast in mijn agenda genoteerd. D

Pino & Co: gebruiken een geheim wapen Rick van der Weijde Het is ieder jaar eigenlijk hetzelfde liedje. Een voorbereiding té kort van tevoren, een nachtrust die té laat begint en een wekker die té vroeg afgaat. We beschouwen ze inmiddels als traditionele en haast onmisbare ingrediënten voor een geslaagde dag BBD-en, dit jaar weer in Pino & Co’s vaste formatie. We zouden het dit jaar wel iets anders aanpakken; we moeten toch wat als we dichter bij de top willen komen. We vertrekken met twee auto’s van huis en rijden via Haastrecht – alwaar we één auto stallen – richting De Loet, waar we om 4.45 uur als eerste team arriveren. Hier treffen we de laatste logistieke voorbereidingen en verwelkomen daarna ook de concurrentie, die in overmate aanwezig blijkt te zijn dit jaar. Max legt de spelregels nog eens uit voor de grensstreken, waarna om stipt 5.00 uur het startschot wordt gelost. D

O

ndanks de gewijzigde strategie starten we als ieder jaar met ‘onze’ bosuil in Berkenwoude; zij is ieder jaar zo trouw naar ons, dat we haar dit jaar natuurlijk niet in de steek kunnen laten. Ook dit jaar laat ze zich vrij eenvoudig uit de tent lokken en prachtig bekijken. Altijd een genot om het silhouet van een uil bij het ontwaken van de wereld in de schemer te aanschouwen. Wij scheuren door richting helofytenfilter, alwaar we het raampje maar even open hoeven te draaien om de hier luidkeels zingende nachtegaal te kunnen bijschrijven. Genieten doen we wel een andere keer en direct rijden we door naar het gebied achter De Kwakels, om ons geluk hier te beproeven op nachtelijke soorten. Uit De Kwakels roept een tweede bosuil van de dag en in het moerasgebied erachter zijn het vooral wat algemene moerassoorten als rietzanger, rietgors, purperreiger en blauwborst (onze enige!) die de dag inluiden. Hoogtepunt is echter een baltsende porseleinhoen! Een goede start van de dag. We besluiten het gebied niet helemaal rond te lopen (hadden we achteraf beter wel kunnen doen…) en keren terug naar de auto.

T

ijd voor ons ‘geheime wapen’. Via het helofytenfilter (kolgans) rijden we terug naar De Loet, waar we nog voor

6.00 uur aankomen. In allervroegte hadden wij hier onze fietsen gestald en te fiets zouden we – ondanks de weersvoorspellingen – de komende uren de Krimpenerwaard doorkruisen. Dat moest onderweg meer opleveren aan overvliegend grut dan wij met de auto zouden opmerken en moest ons op plekken kunnen brengen die met de auto onbereikbaar of te ver lopen zouden zijn. Tot zover de theorie. We fietsen op ons gemak het Loetbos in, negeren bij de parkeerplaats de derde bosuil van de dag en noteren hier onze enige koekoek. Fietsend vinden we vervolgens relatief makkelijk 2 zingende sprinkhaanzangers, Cetti’s zanger en diverse staartmezen, die – als je ze nodig hebt – met de auto relatief moeilijk te scoren kunnen zijn. Daan hoort twee keer kort een roerdomp hoempen, die helaas niet kan worden bevestigd door één van de anderen en dus niet op het telformulier verschijnt. We fietsen via het fietspad terug (groenpootruiter in de polder) en dan langs de Berkenwoudse Boezem richting het noorden. Ter hoogte van de Berkenwoudse Driehoek kunnen we vanaf het fietspad de aan de overzijde gelegen plasdras-gebieden goed overzien. Erg veel bosruiters, nog wat groenpootruiters, overal lepelaars (de tijd dat deze onzeker was tijdens een BBD lijkt ver achter ons), tapuit en een langs vliegende havik. Onderwijl komt via de app de melding van een ter plaatse zijnde rode wouw binnen langs de provinciale weg bij Krimpen. Het nadeel van fietsen is dat we deze voorbij moeten laten gaan. We treuzelen nog ietwat met koffie en een koek, zodat we de eerste bui van de dag letterlijk voor ons voorbij zien trekken. Volgende stop is bij de molenstomp even verderop. In de polder worden 2 regenwulpen gevonden, onze enige gele kwikstaart maakt een paartje buizerds het leven zuur en we deden hier onze beste vondst van de dag in de vorm van een (zeer late) kleine rietgans.

W Het geheime wapen in beeld met Rick knielend aan het scopen en Daan op de achtergrond. Foto: José van der Weijde-Kemp

14

WAARDVOGEL | JUNI 2019

e komen aan op de IJsseldijk, slaan af richting Gouderak, tikken een grote zilverreiger en wat gierzwaluwen af in de polder alhier en zoeken ons een ons naar de oeverzwaluwen bij de Lageweg. Deze lijken niet thuis, maar nu we er toch staan valt het oog op een onvolwassen grote meeuw, die we determineren als Pontische Meeuw. We schieten een


recordshot als bewijslast, noteren een overvliegende ooievaar en werpen nog een laatste blik op de oeverzwaluwenwand. Het blijkt ineens een drukte van jewelste met oeverzwaluwen… waar die nu ineens vandaan komen…? De houtzagerij wordt ondersteboven gekeerd, maar zwarte roodstaart wordt niet gevonden. Dan Schaapjeszijde af richting Berkenwoudse Driehoek, waar we de parkeerplaats voorbij fietsen (missen daardoor een paap, zo blijkt later) en scannen ook de plassen aan deze zijde van de vaart: kemphanen, nog meer bosruiters en groenpootruiters, kleine plevieren en bontbekplevieren, een handvol watersnippen, oeverloper en een mannetje zomertaling. Dat gaat lekker! Half elf, het zou nu moeten gaan stortregenen. We checken buienradar en zien een rood front onze kant op trekken dat ons binnen een kleine 10 minuten zou bereiken. Met een vogelkijkhut aan het eind van de Berkenwoudse Driehoek in gedachten, besluiten we snel het gebied in te fietsen. De hut vinden we niet, het noodweer ons wel… Niet veel later fietsen we via de Graafkade het gebied uit; paap wordt niet gevonden. We fietsen via Achterbroek (huiszwaluw), Elserkade (onze enige kleine karekiet) richting polder Middelblok (sperwer) en vanaf daar via de Tiendweg naar het Beijersche. Deze route levert behalve de extra kilometers weinig op: grote zilverreiger hadden we al, ringmussen worden nergens gevonden. We steken in de Beijersche Bocht de N207 over om zo langs de Schenkel in polder Bilwijk uit te komen. Ook hier geen ringmussen, steenuilen of ander nieuws.

H

et zou pas in het Doove Gat zijn voor we onze volgende soorten kunnen bijschrijven: een enkele kluut en een tweede zomer zwartkopmeeuw. Door het Bisdom van Vlietpark (roodborst) richting de sportvelden van Haastrecht, waar we ’s ochtends een auto hadden weggezet. Het was 14.00 uur, 93 soorten op het telformulier, we zijn wel eens met minder geëindigd en er ontbraken nog een aantal algemene soorten.

W

e stappen in de auto zodat we in de paar uur die resteren de noodzakelijke kilometers kunnen maken om de missende soorten bij te schrijven. Via de Vlist (grauwe vliegenvanger wordt niet gevonden), richting Schoonhoven (roek) en vandaar langs de Lek richting Krimpen aan de Lek. Bij de bochtafsnijding vinden we een onvolwassen grote mantelmeeuw en net op het moment dat we wegrijden hoort Rick als enige de enige groene specht van de dag – ontelbaar dus. Bij de Opperduit niets nieuws, evenmin bij de Bakkerswaal en in Lekkerkerk blijkt een potentiële ransuil niet thuis. In de Stormpolder wordt zwarte roodstaart niet gevonden. Niets lukt en even wordt een herhaling van twee jaar eerder gevreesd. Het tij keert echter alsnog als we meer geluk blijken te hebben met het paartje slechtvalken, waarvan één van beide vogels binnen een minuut overvliegt. Het is inmiddels 16.00 uur en dus tijd om de polder in te duiken. We sluiten aan bij enkele collega’s op de Wetering Oost, waar het team van Harm eerder deze middag een ter plaatse zijnde koereiger had gevonden. Het duurt even, maar dan wordt de vogel gevonden in een grote groep meeuwen. De zingende veldleeuwerik alhier blijkt ook nog een +1 op de lijst. We rijden de hele Wetering Oost nog uit in de hoop ook ringmus te kunnen bijschrijven, maar dat mislukt. Dan nog even naar het helofytenfilter waar eerder kanoeten waren gemeld. Die laten zich gemakkelijk vinden; een eenzame steltkluut iets moeilijker.

M

et 101 soorten op zak, rijden we terug richting De Loet. Nooit eerder had team Pino & Co zo een hoge score. Dus ook al wisten we dat het niet genoeg zou zijn voor een overwinning, toch gingen we tevreden op huis aan. Ook de andere teams hadden een goede dag zo bleek in De Loet, met een winnende monsterscore van 114 voor het team van Harm, Cor, Erik en Johannes. We zullen volgend jaar nog iets harder moeten trappen, willen we daar bij in de buurt gaan komen. D

De Pestvogels: op familie kun je rekenen Quinten van Erkel Klokslag 5 uur; wij (Daan van Braak, Constant van Erkel, Jonathan van Erkel en Quinten van Erkel) gingen zo snel mogelijk het Loetbos in voor de uilen. Terwijl we onze eerste voetstappen zetten in het Loetbos zagen we de bosuil aan komen vliegen, ook hadden we enkele andere soorten zoals de meerkoet en de roodborst. D

W

e gingen toen snel door naar het EZH-bos voor de zangvogels waar we al snel de zanglijster hoorden zingen, ook noteerden we een overvliegende sperwer. Verder hoorden we onder andere: zwartkop, koekoek, nachtegaal, grote bonte specht, Cetti’s zanger en grasmus. Daarna reden we door richting Tiendweg West waar we onze eerste pimpelmees zagen. We gingen richting de steenuil, die we helaas niet vonden, maar onderweg zagen we wel een overvliegende wulp. Onderweg op de Wetering scoorden we ook onze eerste putters en een regenwulp was ter plaatse. Al snel schreven we ook onze enigste ringmus van vandaag. Bij het Helofytenfilter hadden we: steltkluut, zomertaling, slobeend, smient, tureluur enz.

D

aarna gingen we door naar de Kwakels maar terwijl we daar naartoe op weg waren, kregen we een melding van WAARDVOGEL | JUNI 2019 15


een ter plaatse rode wouw bij polder Schuwagt; daar zijn we meteen naartoe gegaan en gelukkig zat de rode wouw nog in het weiland. We reden terug naar de Kwakels, waar we onze eerste tuinfluiter hoorden zingen en we hadden hier: heggenmus, zwarte stern, braamsluiper, rietzanger, witgat, oeverloper en veldleeuwerik. We gingen door naar de natuurontwikkelingen op de Opperduit waar we onder andere onze eerste kleine karekiet hoorden en we de eerste kneu zagen. We gingen toen via de dijk naar Schoonhoven. Bij de DZH-bakken zat de kolgans, we hadden ter hoogte van Bergambacht onze eerste en enige gaai en nog een overvliegende staartmees. Bij Ammerstol vloog een roek over, ook zagen we hier onze eerste gierzwaluwen. We gingen toen naar de Vlist voor de grauwe vliegenvanger die we na wat zoeken hoorden en uiteindelijk ook zagen. Daarna reden we naar het Doove Gat waar we onze eerste kleine plevier zagen en na een tijdje wachten hoorden we ook nog de snor, de enige vandaag. Vervolgens door naar het Bisdom van Vlietpark, maar

hier noteerden we geen nieuwe dagsoorten. We gingen toen naar de Lageweg waar we de eerste oeverzwaluwen schreven, ook hadden we een overvliegende Pontische meeuw. Daarna gingen we door naar de Berkenwoudse Driehoek, waar we onder andere kemphanen, bosruiters, groenpootruiter en bontbekplevier hadden, maar de leukste soort daar was toch wel de zilverplevier. Toen gingen we naar de Berkenwoude Lage Boezem, waar we onze eerste stormmeeuw, tapuit en tafeleend konden schrijven. Toen kregen we een Birdalert melding van een koereiger en deze vonden we ook na wat zoeken. Het was bijna 5 uur dus we besloten nog om een stukje in het Loetbos te gaan lopen, hier hadden we geen nieuwe dagsoorten. Het was inmiddels tijd om terug te gaan naar de verzamelplek.

H

et was voor ons (Constant, Jonathan en Quinten) de eerste keer dat we deelnamen aan de BBD, wij vonden dit een erg leuke dag. Volgend jaar doen wij weer mee! D

Controleronde kerkuilenkasten

Karin Stoopendaal; foto: erfeigenaar A. de Jong

Op 6 juni zijn Jannie en ik op pad geweest om kerkuilennestkasten te controleren. Hoewel de dag qua weer nog wat druilerig begon, hebben we ‘m in alle opzichten zonnig af kunnen sluiten. z

O

m negen uur gingen we vanuit Berkenwoude van start voor een route langs acht nestkasten. Gewapend met uitschuifbare uilenkast-afsluitplaat, koffie, stroopwafels én schrijfblok arriveerden we in Stolwijk bij de eerste kast. Voor mij was het de eerste keer dat we de kerkuilennestkasten gingen controleren en ik vond het geweldig leuk om te doen. Vakkundig begeleid door Jannie heb ik geleerd dat de kerkuilennestkasten altijd hoog in de schuren hangen, op soms de meest onbereikbare plaatsen. Dat maakt het dan wel weer extra uitdagend om het op een soms best gammele ladder zo voor elkaar te krijgen, dat één van ons (meestal ik in dit geval) de uilenkast-afsluitplaat voor het vlieggat kon manoeuvreren. Daarvoor moest die eerst met de meeste precisie op juiste lengte ingesteld worden. Daarna kon Jannie gewapend met zaklamp de ladder opklimmen om voorzichtig de deksel van de kast op te tillen. Broedgeval of toch een lege kast? De eerste zeven kasten bleken geen broedgeval te huisvesten. Vaak een hoop spinrag, maar geen kerkuil te bekennen. Op één van de erven zat er een bosuil in de schuur waar de kast hing. We dachten misschien een broedgeval van de bosuil in de kast aan te treffen, maar ook dat was niet het geval.

of er inderdaad dit keer een kerkuil in de kast aan het broeden was. En ja hoor, Jannie kon de mensen (en onszelf uiteraard) verblijden met het goede nieuws: er bevonden zich een kerkuilvrouwtje en zes eieren in de kast! Dit was een mooie afsluiting van deze interessante, gezellige en leerzame dag, waarop ik ook nog een zingende spotvogel heb mogen spotten aan de rand van Vlist. Kortom: een topdagje met toch in ieder geval één kerkuilenbroedgeval! z

M

aar bij het laatste adres op het lijstje van Jannie was het raak! De eigenaresse had Jannie al verteld dat er een hoop braakballen gevonden waren en dat bleek helemaal met het beeld te kloppen. De kast hing in een soort boenhok aan de buitenkant van het terrein boven een sloot. Ervaren als ik inmiddels was in het afsluiten van de vlieggaten plaatste ik de plank eerst vakkundig op het gat. De eigenaars van het terrein zijn echte natuurmensen en stonden hoopvol te kijken

16

WAARDVOGEL | JUNI 2019

Even pauzeren met koffie en een stroopwafel. Het is bekend, met Jannie erbij eet je altijd koek - al was die deze keer van Karin!


Verblijf in een ‘heidehuisje’ met een eigen vogelkijkhut grenzend aan een natuur- en stiltegebied. Nico de Haan ging u voor: ‘Als je niet aangestaard wordt door de Schotse Hooglanders dan word je wel begluurd vanaf de kale topjes van het struikgewas door de roodborsttapuiten. Raven praten in de verte en in het voorjaar jodelt hier de wielewaal’. Kijk op: www.heidehuisje.nl of bel 06-81525089

WELKOM IN HET REESTDAL

Tuinontwerp en hoveniersbedrijf

'Projecten in het groen' ontwerp beplantingen onderhoud

www.projecteninhetgroen.nl

0 6 . 5 4 2 1 3 9 8 8


TV-opname Knooppunt Holland Uilen ringen en weidevogels kijken met ‘Mees Kees’ Tekst en tenzij anders vermeld foto’s: Stefan van der Heijden Op 28 april werd ik gebeld door Johan Overdevest. Hij is de producent van het TV-programma ‘Knooppunt Holland’, uitgezonden op TV-West en RTV Rijnmond. Het programma, dat in opdracht van Provincie Zuid-Holland wordt gemaakt, laat de mooiste kanten van Zuid-Holland zien. Johan Overdevest fietst met een bekende Nederlander rond door een gedeelte van de provincie en daarvan de mooiste natuur zien. Onderweg gaat hij dan in gesprek met mensen die zich voor die natuur inzetten. Johan was duidelijk: er komt een aflevering van de Krimpenerwaard, wil je mee doen? Euh… ja!?! Johan had zijn huiswerk goed gedaan en de website van de NVWK uitgeplozen. Hij wist wat hij wilde: een item maken over het ringen van kerkuilen en iets ‘spectaculairders’ met weidevogels dan kijken naar een weiland vol gras. De bekende gast was ene ‘Leendert’ uit Amsterdam, een acteur. Er ging bij mij nog geen lampje branden bij deze naam. z

D

e afweging om mee te werken aan het programma was snel gemaakt. De uitzendingen trokken in 2018 tot 500.000 kijkers! We willen ons werk zoveel mogelijk onder de aandacht brengen, want beschermen begint bij informeren en enthousiasmeren. En daar is zo’n uitzending een ideaal middel voor. Zo’n kans om in één keer zo’n groot publiek te benaderen krijg je niet zomaar nog een keer. Dat de uitzending hoofdzakelijk buiten de regio wordt bekeken is niet zo relevant; ook daar zijn werkgroepen actief. Wij hebben daarmee connecties. Als er geïnteresseerden zijn brengen wij die wel met de lokale werkgroep in contact. En daarbij: ook in de Krimpenerwaard zijn kijkers naar dit programma. Wie weet wat het direct voor ons oplevert…! Daarbij is de provincie opdrachtgever

Bovenaanzicht van de filmopnames

voor het programma dus ook om die reden is het belangrijk dat het werk van de NVWK goed in beeld komt. In de tussenliggende tijd had ik volop huiswerk te doen. Eerst een broedgeval kerkuil zien te vinden, met jongen die ringbaar waren (d.w.z. oud genoeg zijn) op 29 mei. Dat viel nog niet eens mee, aangezien kerkuilen doorgaans wat laat zijn met broeden. Vervolgens dan de kasthouder (dat is de eigenaar van het erf waar de kast hangt) informeren en regelen dat we welkom waren met

De camera loopt 18

WAARDVOGEL | JUNI 2019

De jonge kerkuilen die geringd gaan wordent


een filmploeg. En dan natuurlijk een ringer regelen; iemand die een ringvergunning heeft. Die heb ik zelf (nog) niet. We werken als uilenwerkgroep samen met vogelringstation Nebularia, dus daar maar eens geïnformeerd. En ja: Marcel Schildwacht wilde dit wel doen. Dus alles was nu geregeld, de opnamen konden beginnen.

O

p woensdag 29 mei was het zover. Iets later dan afgesproken kwam de ploeg aan op locatie. En de gast stapte uit, Leendert de Ridder. Ah, toen viel het kwartje: het was ‘Mees Kees’. Had ik dat geweten, dan had ik m’n oudste zoon meegenomen. Die is fan van Mees Kees! Als eerste werd de aankomst per fiets gefilmd. Dit werd in scene gezet, want de crew kwam per auto aan. Hierbij is benadrukt dat locaties met kerkuilen uniek en kwetstbaar zijn. En dat om die reden de locatie niet herkenbaar, volledig zichtbaar gefilmd mag worden, want we willen voorkomen dat fotografen te pas en onpas op het erf komen voor dat ene plaatje of erger nog: dat iemand de jongen komt stelen. Want daar zit, helaas, handel in.

V

ervolgens gingen we aan de slag. Leendert assisteerde bij het afsluiten van de kast en bij het ringen door het notuleren van gegevens. Marcel en ik gaven achtergrond informatie over het hoe, wanneer en waarom. We hadden geluk dat er een volwassen geringde kerkuil aanwezig was. Deze kon goed worden bekeken en het ringnummer werd afgelezen. Vervolgens werden zes jongen naar beneden gehaald. Vijf ervan konden we ringen, helaas was de kleinste nog te klein om te ringen. Dat komt een andere keer wel, de opname was nu eenmaal gepland. Aansluitend gingen alle vogels weer terug in de kast. Hierna ging de ploeg op weg naar het volgende item over weidevogelbescherming met een drone. Ook bij dit item was de NVWK ruim vertegenwoordigd, via de weidevogelwerkgroep. Ook Mariëlle van het ACK en haar dochter waren present. Raymond demonstreerde het zoeken naar nesten en vogels met de drone. ‘Mees Kees’ en de hele crew zagen door de telescoop voor het eerst een grutto, zelfs met jongen! “Wat een prachtige vogel is dat eigenlijk!”

H

et was een leuke, bijzondere ervaring. Wij zijn benieuwd naar het eindresultaat. Kijkt u mee? De datum van de uitzending is nog niet bekend, waarschijnlijk wordt dit in juli. Zodra de datum bekend is zullen we dit op social media delen zodat iedereen de kans krijgt om de uitzending te zien. Op deze plek willen wij de kasthouder, Marcel Schildwacht, de boer en het ACK hartelijk danken voor hun medewerking! z Hierboven: Leendert de Ridder achter de telescoop, foto: Marielle Oudenes. Rechts bovenste foto: Marcel ringt en deelt info, Leendert notuleert Midden: staatsieportret van de jonge kerkuilen en de betrokkenen, v.l.n.r. Marcel Schildwacht, ‘Mees Kees’, Johan Overdest Onder: speciaal voor Stefans zoon: v.l.n.r.: Johan Overdevest, Stefan en Leendert de Ridder (Mees Kees); foto: camaraman

WAARDVOGEL | JUNI 2019 19


Landschap mist bescherming Waardevol landschap heeft beschermers nodig Tekst en foto’s: Jaap Graveland Natuur en landschap worden vaak in één adem genoemd. Maar de bescherming verschilt. Nederland heeft een strenge Wet Natuurbescherming voor de bescherming van soorten, vegetaties en leefgebieden. Het landschap wordt veel minder goed beschermd. Op veel plaatsen holt de kwaliteit daarom achteruit. In de Krimpenerwaard valt de aantasting gelukkig nog mee. Maar de energietransitie, mogelijke omvangrijke woningbouw en extra infrastructuur vormen een dreiging aan de horizon. We hebben meer actieve beschermers nodig. D

P

rovincie als eerste verantwoordelijk Bescherming van het landschap is al jaren geen rijksbeleid meer. Tegenwoordig zijn de provincies verantwoordelijk. In de provinciale Omgevingsvisie (1) en de vertaling ervan in regels en kaarten in de Omgevingsverordening (2) kan de provincie vastleggen wat ze wil beschermen, waar, en welke beperkingen er gelden. Gemeenten moeten daar in hun bestemmingsplannen (3) rekening mee houden. Het IPO, het samenwerkingsverband van provincies wil geen afspraken maken over gezamenlijk beleid, dus treden er verschillen op in beleid. Sommige provincies reserveren wel geld voor landschapsbeleid, andere niet. Nederland heeft twintig Nationale Landschappen, en er gelden wat beperkingen. Maar de status van Het Groene Hart als Nationaal Landschap heeft bijvoorbeeld niet kunnen voorkomen dat langs de A12 bij Bodegraven en Woerden uitgebreide bedrijventerrreinen zijn ontwikkeld die het Groene Hart bijna in tweeën snijden. Dat drie verschillende provincies er over gaan helpt dan niet. Als een beschermde soort of vegetatie door bijvoorbeeld wegaanleg wordt aangetast, moet de schade worden gecompenseerd. Maar verlies aan landschap kun je niet compenseren, en die verplichting is er dan ook niet.

L

andschapspijn In het oosten van het land worden veel kleine landschapselementen (houtkades, heggen, afzonderlijke bomen,

20

WAARDVOGEL | JUNI 2019

bloemrijke randen, een poel) omgezet in landbouwgrond. Voor extra productie of omdat het beschaduwd areaal niet meetelt als landbouwareaal zodat de mestafzet voor de agrariër nog moeilijker wordt dan hij al is. Diverse provincies overwegen vanwege de verkeersveiligheid bomen te kappen langs provinciale wegen. En twee jaar geleden moesten natuurorganisaties in het geweer komen tegen steeds meer plannen voor grootschalige woningbouw langs de kust. Waar gebrek aan regelgeving toe kan leiden zien we langs de Vlaamse kust. De Vlamingen komen nu naar Nederland om van het kustlandschap te genieten. Aantasting van het landschap maakt vaak meer emoties los dan planten of dieren. Want het landschap is overal, en zichtbaarder dan veel plant- en diersoorten. In Friesland is daarom de uitdrukking landschapspijn ontstaan: verdriet om verlies aan landschappelijke kwaliteit door woningbouw, weguitbreiding en intensivering van de landbouw. De Krimpenerwaard heeft zijn aantrekkelijkheid voor een groot deel behouden. We hebben nog het oude verkavelingspatroon. Landschapselementen zoals pestbosjes, geriefbosjes en kades worden belangeloos onderhouden door boeren of andere particulieren. Een deel van de aantasting is echter niet te voorkomen. Door gezinsverdunning zijn meer woningen nodig, en soms moet een rondweg worden aangelegd om de kernen leefbaar te houden. Maar de bescherming kan beter. Persoonlijk vind ik bijvoorbeeld dat de gemeenten hier best meer eisen kunnen stellen aan het


type woning en beplanting in het buitengebied. Ik zie woningen verschijnen die een strak architectonisch hoogstandje zijn, met een kort gemaaid gazon en de onvermijdelijke hortensia’s. Leuk voor de bewoner en een architect. Maar het is de dood in de pot voor biodiversiteit, en als je niet oppast is op termijn ook het streekeigen karakter van een bewoningslint naar de Filistijnen. Sommige gemeenten stellen groene bloeiende hagen verplicht in nieuwbouwwijken. Mooier dan een schutting of tegels, en een steun voor biodiversiteit. Een idee voor nieuwbouw in onze bewoningslinten - en kernen?

W

aarom onvoldoende beschermd? Eén oorzaak noemde ik al: bescherming is nauwelijks wettelijk vastgelegd, er is maar een beperkt aantal regels en de handhaving laat te wensen over. Een andere reden is de versnipperde verantwoordelijkheid. Ik ben op mijn werk betrokken bij een overleg van overheden over het meten en vastleggen van natuurkwaliteit en landschapskwaliteit. We stellen vast dat het verlies aan kleine landschapselementen regelmatig het nieuws haalt en velen zorgen baart, ook bij de overheden. Maar ook dat niemand zijn vinger opsteekt om het probleem aan te pakken. De reden is natuurlijk: geld. Wie gaat het betalen? De provincie mag dan wel verantwoordelijk zijn, je kunt niet alles op het bord van de provincie schuiven. Dus gemeenten, provincies, rijk? En welk ministerie bij het rijk? Minstens drie ministeries hebben invloed op de ruimtelijke kwaliteit: Landbouw, Natuur en Visserij, Economische Zaken en Klimaat, Infrastructuur en Waterstaat. Het is dus de verantwoordelijkheid van alle overheden. Die versnippering verlamt. En leidt ertoe dat er weinig geld voor landschapsbescherming beschikbaar is. Dat zien we nu bij de plannen voor oplossing van de files bij de van Brienenoordbrug. Overheden leggen 450 miljoen bij elkaar voor meer infrastructuur, het rijk betaalt een groot deel ervan, maar er is geen vergelijkbare pot voor landschap. Een andere belangrijke reden voor gebrek aan bescherming is dat we landschapskwaliteit niet meten. Een voorbeeld zijn de kleine landschapselementen. Verreweg de meeste kleine

landschapselementen staan niet in een digitale registratie, dus bestaan ze niet. Ze bestaan alleen als getekende symbolen op een topografische kaart. De mensen zien het opruimen van die landschapselementen voor hun ogen gebeuren, en vergelijking van luchtfoto’s laat de kaalslag zien. Maar het verlies wordt dus nergens geregistreerd.

L

andschapskwaliteit meten Het College van Rijksadviseurs is een onafhankelijk adviescollege dat het kabinet gevraagd en ongevraagd adviseert over ruimtelijke kwaliteit. Zij zien ook die achteruitgang van landschapskwaliteit en hebben Wageningen Universiteit and Research (WUR) gevraagd advies uit te brengen hoe dit kan worden gestopt. Een van de adviezen is, niet verrassend, om landschapskwaliteit meetbaar te maken (4). Dat kan namelijk. Landschapsbeleving is weliswaar deels subjectief, maar uit onderzoek (5) blijkt dat er kenmerken zijn die alle mensen belangrijk vinden: natuurlijkheid, historische herkenbaarheid, openheid en visuele verstoring. Bos en bomen vinden (bijna) alle mensen belangrijk. Deze kenmerken kun je meten, zodat je kaarten kunt maken van landschapskwaliteit en ruimtelijke verschillen en de ontwikkeling ervan zichtbaar kunt maken. Het advies ligt al even op het bureau van het kabinet; de la dreigt.

J

e kunt ook gewoon aan de mensen vragen wat ze van het landschap vinden. Dat is ook een vorm van meten. Dat heeft Natuurmonumenten gedaan, als onderdeel van de natuurcampagne voor de provinciale verkiezingen. 46000 mensen, waaronder bijna de helft niet-leden, vulden de natuur- en landschapsenquête in. Hier de belangrijkste resultaten (6). 50% van de mensen maakt zich zorgen over de ontwikkelingen in het landelijk gebied in de eigen regio. Deze meeste zorgen leven in het westen van het land. Men maakt zich zorgen over de volgende factoren: megastallen 31%, uitbreiding van wegen 15%, bouw van windmolens 18%, velden van zonnepanelen 15%, bedrijfsterreinen 31%, verdwijnen van bomen, heggen en houtwalen 39% en tenslotte het verdwijnen van bloemen, insecten en vogels 63%. WAARDVOGEL | JUNI 2019 21


E

nquête landschapskwaliteit van Krimpenerwaard Met de resultaten werd ook een kaart gemaakt van de aantrekkelijkheid van het landelijk gebied. De mensen vinden het landschap in Zuid-Limburg, de Achterhoek, Salland, Drenthe, Noordwest Overijssel, Zuidoost Friesland en de Groningse kust het meest aantrekkelijk (groen). Het gebied rond Den Haag, Rotterdam en de Haarlemmermeer vinden mensen het minst aantrekkelijk (rood). De westelijke helft van de Krimpenerwaard kleurt oranje, de rest geel, met een lichtgroen randje langs de Lek. Samengevat: code oranje.

partijprogramma’s staan op internet.

I

nzet NVWK Het meest effectief is om je mening te geven in georganiseerd verband. Daarom droeg de NVWK bij aan het Panorama Krimpenerwaard en laten we horen wat we vinden van het gebiedsbod en de oeververbinding. We blijven vooral een natuurvereniging, voor het genieten van natuur, voor het inventariseren, het vertellen erover en voor het beschermen van soorten. Maar we maken ons ook sterk voor het beschermen van het landschap. Voor ons welzijn en als drager van biodiversiteit. We kunnen daarbij wel versterking gebruiken. Dus als je wilt meehelpen, neem contact op met onze secretaris Frans van der Storm of met mij. Ons landschap heeft je nodig.

Bronnen: (1) https://www.zuid-holland.nl/actueel/omgevingsbeleid/ (2) https://ruimtelijkeplannenzuidholland.nl/omgevingsbeleid/ (3) www.ruimtelijkeplannen.nl (4)https://www.collegevanrijksadviseurs.nl/projecten/panoramanederland (5) Publicaties, kaarten en indicatoren voor landschapskwaliteit vind je op de site van het PBL, het Planbureau voor de Leefomgeving: https://www. pbl.nl/onderwerpen/natuur-landschap-en-biodiversiteit/inleidingnatuur-en-biodiversiteit%5cInleiding_landschap (6) https://www.natuurmonumenten.nl/nationale-landschap-enquête D

H

oe kunnen we waardevol landschap beter beschermen? Verreweg de meeste deelnemers aan de enquête vonden dat overheden verantwoordelijkheid moeten nemen als regisseur van het Nederlandse landschap. Maar de overheden treden dus onvoldoende op. Wat kun je dan doen? Eigenlijk is dat heel eenvoudig. In actie komen. De Vereniging van Cultuurlandschap van Jaap Dirkmaat (tevens oprichter van het succesvolle Das en Boom) en collega’s, de Stichting Behoud de Peel, de Bomenridders en vergelijkbare organisaties strijden met veel kennis en inzet tegen de verarming van het cultuurlandschap. Deels met succes. De actie van Natuurmonumenten en andere organisaties tegen grootschalige bouwplannen voor de kust had ook resultaat. Al is de dreiging nooit weg. Politieke partijen, gemeenten en provincies willen graag weten hoe je over zaken denkt, stellen zich open voor suggesties en organiseren daarvoor informatie- en discussiebijeenkomsten. Ga daar eens naar toe, en laat weten wat je vindt. Kijk op de gemeentepagina’s in de weekkranten, op de websites van gemeenten of provincie wat er op de agenda van de gemeenteraden of provinciale staten staat. De besproken stukken staan op de site, en de vergadering is compleet op video terug te zien. En stem op partijen die zich sterk maken voor het landschap; de

22

WAARDVOGEL | JUNI 2019

Foto pag. 20: zicht op polder Middelblok vanaf IJsseldijk met gehooid land Foto pag. 21: Kadijk Links: kaart Landschappelijke kwaliteit Nederland, enquête NM Foto boven: polder De Nesse, sloot met gele lis


Vernieuwing website NVWK Wij zoeken hulp Frans van der Storm, secretaris Onze website moet worden vernieuwd. Het content management systeem waarop onze huidige site draait wordt vanaf eind dit jaar niet meer ondersteund. D

W

ij zijn voor de vernieuwing van de site daarom op zoek naar leden / niet-leden van de NVWK die in staat en bereid zijn om tegen een schappelijke vergoeding deze klus te klaren. In een vereniging van bijna 900 mensen kan het niet anders dan dat we die kennis in huis hebben. Daar zijn we dus nu naar op zoek. En ja, we realiseren ons dat deze klus erg veel op lijkt op echt werk. Omdat werken aan deze klus niet vrijblijvend is, zijn we bij uitzondering bereid er een redelijke vergoeding tegenover te stellen.

V

oor alle duidelijkheid, het gaat er niet om een geheel nieuw concept neer te zetten. Onze gebruikers en de huidige contentbeheerders kunnen prima uit de voeten met de huidige

indeling en look and feel. We zoeken dus niet de allernieuwste snufjes op het gebied van e-commerce en forumtechnologie. Integendeel, we willen graag een open source systeem waarmee we weer jaren vooruit kunnen, waarin we zelf onze templates kunnen onderhouden en waarin we eenvoudig beeld en tekst kunnen plaatsen, bewerken, linken en verwijderen. Behalve het overzetten van de huidige inhoud naar de nieuwe omgeving, moet ook de technische kant opnieuw worden geregeld, dat wil zeggen hosting enz.

K

un je ons helpen? Neem dan s.v.p. even contact op met Frans van der Storm, secretaris van de NVWK voor nadere informatie. D

Marjan Pols _ de Pee PRAKTIJK VOOR PSYCHO SOCIALE HULPVERLENING EN KRUIDENTHERAPIE

De Vroedschap 3 I 2922 VB Krimpen aan den IJssel 06 516 926 13 I www.marjanpolsdepee.nl I info@marjanpolsdepee.nl

WAARDVOGEL | JUNI 2019 23


Ringresultaten CES 2018 Vanglocatie Stolwijkse Boezem Marcel Schildwacht Voor het 19e jaar is er door Vogelringstation Nebularia in de Stolwijkse Boezem ten zuiden van de Tiendweg (Borgmanpad) bij Gouderak ringonderzoek verricht in het kader van het CES-project, dat wordt georganiseerd door Vogeltrekstation en SOVON. CES staat voor ‘Constant Effort Sites’ wat betekent dat op vaste locaties volgens een vaststaand protocol en op twaalf afgesproken vangdata gedurende een lange reeks van jaren vogels worden gevangen en geringd in vaste opstellingen met mistnetten. Hierdoor zijn de vangsten van jaar en tot jaar en van plek tot plek vergelijkbaar. Het CES levert dus waardevolle informatie op die waargenomen aantalsontwikkelingen kan verklaren. In 2018 hebben Jennifer Vreugdenhil-Rowlands, Erik Kleyheeg, Morrison Pot, Cor Oskam, Co van de Boogaard, Cees Goudswaard en Marcel Schildwacht in wisselende bezetting, aan het onderzoek deelgenomen. D mistnetten worden een half uur voor zonsopgang op vaste locaties opgezet en uitgeschoven. Zes uur na het openen van de netten worden deze weer dichtgeschoven en opgeruimd. Elk mistnet is genummerd zodat we exact kunnen bijhouden welke vogel uit welk mistnet wordt gehaald. Er worden gedurende het CES-onderzoek bij de vaste netopstelling geen geluidsopnames gebruikt om vogels aan te lokken. Nadat er een vogel is gevangen wordt deze voorzien van een ring (natuurlijk niet als hij al een ring heeft). De vogelsoort, leeftijd en geslacht worden bepaald. Daarna worden de biometrische gegevens genoteerd en de vogel wordt gecontroleerd op handicaps en parasieten. Tot slot wordt de conditie van de vogel bepaald door het vaststellen van het vetgehalte en het gewicht. Kees en Co, twee ringers in opleiding actief in de Stolwijkse Boezem.

B

raamstuiken In de laatste jaren zagen we in de Stolwijkse Boezem de braam aanzienlijk toenemen. Zelfs zodanig dat we zowel in 2016 en 2017 aan de bel trokken bij het Zuid-Hollands Landschap, de beheerder van het gebied. Als er niets tegen de braam gedaan zou gaan worden, zouden we waarschijnlijk snel met ons langjarige onderzoek moeten gaan stoppen. Gelukkig kregen we in 2017 gehoor van het ZHL en werd in de herfst van 2017 veel braamstruweel rond de mistnetopstellingen verwijderd. In het voorjaar van 2018 hebben we zelf ook ons steentje bijgedragen door nog veel braam uit bomen en struiken te verwijderen en veel braamstruiken met wortel en al weg te trekken.

D

e onderzoeken Tijdens onze proef-vangdag hebben we onze mistnetopstellingen vrijgesnoeid van overhangende takken en zijn alle mistnetten geplaats. Kapotte netten werden gerepareerd en indien nodig vervangen door nieuwe mistnetten. Deze proefdag vond plaats wederom plaats op 8 april. Er werden 10 vogels gevangen waarvan er 8 van een nieuwe ring werden voorzien en twee vogels werden met een ring van voorgaande jaren gevangen. Net als 2017 werden gedurende en na de officiële vangperiode, een aantal extra vangsessies gehouden. Dit werd vooral gedaan in de hoop dat we zwartkoppen zouden terugvangen die we in 2016 en 2017 van zogenoemde dataloggers hadden voorzien. Voor het officiële CES-onderzoek is er geringd op de volgende data: 15 en 22 april, 6, 20 en 27 mei, 9, 17 en 24 juni, 7, 15, en 29 juli en tot slot 5 augustus. Zoals elk jaar is er gebruik gemaakt van 121 meter mistnet. De

24

WAARDVOGEL | JUNI 2019

Dataloggers zoals die bij zwartkoppen worden omgelegd. Met deze dataloggers kunnen we de exacte trekroute van zwartkoppen uitlezen. Maar dan moeten ze wel worden teruggevangen

Morisson Pot met een zwartkop met datalogger


Bij enkele vogels worden teken verwijderd en bloed afgenomen wat vervolgens wordt verstuurd aan het Rotterdams Erasmus Universiteit om te worden onderzocht. Dit onderzoek wordt vooral verricht bij zangvogels die in de winter in Afrika hebben overwinterd (dus niet bij eenjarige vogels). Bij deze vogels willen we onderzoeken of de teken die zij bij zich dragen eventueel soorten zijn die normaal in West-Europa niet voorkomen en of de vogels eventuele ziektes bij zich hebben die voor mensen gevaarlijk zouden kunnen zijn. Ook zijn er in 2018 weer dataloggers aangelegd bij zwartkoppen. De dataloggers worden aangelegd bij mannetjes die ouder zijn dan 1e kalenderjaar. We hopen dat dit vogels zijn die volgend jaar weer naar hun territorium terug keren zodat we de dataloggers kunnen verwijderen en daarmee kunnen zien wat de trekroute en winterverblijfplaats is geweest van de vogel.

Gedurende de afgelopen 19 jaar werden er 43 soorten in de Stolwijkse boezem geringd. Nieuw in 2018 was de Cetti’s zanger. Een mannetje werd 2x gevangen. Opvallend gedrag van de Cetti’s zanger is dat hij altijd wel luidruchtig aanwezig is. Zo ook tijdens de terugvangst op 27 mei toen de vogel nadat hij werd losgelaten, op 1½ meter van de ringplaats uitbundig begon te zingen.

T

erugvangsten (gemeld in 2018) Natuurlijk vangen we per seizoen tientallen vogels terug die we in hetzelfde jaar ook geringd hebben. Maar soms zit er een vogel bij die wat langer terug is gevangen of die van elders komt. Enkele terugmeldingen: Ring 142696**, kleine karekiet Geringd in Mettel, België op 4-8-2016 als na 1kj. Door ons terug gevangen op 25-5-2017. Waarschijnlijk in ons land uit het ei gekropen en op doortrek naar Afrika bij de Belgen in de netten beland. Eenmaal terug in het broedgebied konden wij de ring aflezen. CS…00**, tjiftjaf Geringd op 22-9-2016 in Glabbeek, België als >1 kj. Door ons gevangen en afgelezen op 15-4-2018 als man. Een man die in de Stolwijkse boezem een territorium heeft gehad. CF…74**, tjiftjaf Geringd op 1-10-2015 in Sint-Amads, België als 1 kj. Door ons gevangen en afgelezen op 15-4-2018 als vrouw. In de piekperiode van de herfsttrek in België in een mistnet beland.

R

esultaten CES 2018 Er werden tijdens de proefvangst 10 vogels gevangen. In 2018 hebben we tijdens de officiële CES 357 vogels geregistreerd. Dit is een redelijk herstel van de vrije val van 2017 (283 vogels), maar we blijven nog ver onder het lange termijn gemiddelde van 415 vogels. Tijdens de officiële CES periode werden er 357 vogels gevangen waarvan 253 van een nieuwe ring werden voorzien en we 104 terugmeldingen mochten noteren. De 357 vogels werden verdeeld over 27 soorten. Van de 27 soorten dit jaar, werden er van de braamsluiper en boomkruiper wel terugmeldingen verricht, maar geen nieuwe vogels gevangen.

BF…477**, zwartkop Geringd op 17-4-2018 als >1 kj in Castricum. Door ons terug gevangen op 15-7-208. Vogel die misschien in het noorden heeft overwinterd? Ring BD…575**, tuinfluiter Door ons geringd op 25-5-2017 als > 1 kj. Gevangen en gecontroleerd door een collega-ringer op 14-82017 bij Calais in Frankrijk. De vogel was dus op weg naar zijn overwinteringsgebied. Ring Y…687**, tjiftjaf Door ons geringd op 29-6-2014 als 1 kj. Door ons terug gevangen op 3-5-2018 en 6-6-2018 op de zelfde ringlocatie. Dit mannetje was vier jaar oud. Ring AU..532**, tuinfluiter Door ons geringd op 30-4-2015 als >1 kj man. Door ons weer terug gevangen op 3-5-2018. Een tuinfluiter die al ouder is dan 4 jaar. Ring AU..534**, zwartkop Door ons op 6-6-2015 geringd als > 1 kj. Door ons weer terug gevangen op 6-6-2018. Een plaatstrouwe zwartkop die al ouder is dan 4 jaar.

Cetti’s zanger

Ring AU..532**, zwartkop Door ons op 30-4-2015 geringd als 2 kj man. Door ons weer terug gevangen op 6-6-2018. Ook dit mannetje is trouw aan de Stolwijkse Boezem en is 5 jaar oud. D WAARDVOGEL | JUNI 2019 25


Resultaat 2018 Proef Proefvangst 0 0 0 0 0 2 0 0 1 1 0 0 0 0 0 0 0 0 1 1 2 0 1 0 1 0 0 0 10

Sperwer Grote bonte specht Roodborst Blauwborst Heggenmus Winterkoning Boomkruiper IJsvogel Merel Zanglijster Spotvogel Rietzanger Bosrietzanger Kleine Karekiet Cettis zanger Grasmus Braamsluiper Tuinfluiter Zwartkop Fitis Tjiftjaf Gaai Staartmees Pimpelmees Koolmees Vink Putter Rietgors Totaal

2019 Het jaar van de wulp Huug Luigies Wulp in gevaar! Een jaar begaan met zijn voortbestaan. Eens de held van het heideveld, nu in de kwelder naar de kelder. Hoe hard om te leren dat het zo kan verkeren.

D

Foto; Huig Bouter

26

WAARDVOGEL | JUNI 2019

Vangst 1 1 7 1 7 24 0 2 4 0 7 6 9 2 1 1 0 10 43 22 43 2 3 9 33 6 6 3 253

CES Terug 0 0 1 0 4 15 1 0 6 0 0 2 5 2 1 0 1 12 15 8 17 0 1 4 9 0 0 0 104

Totaal 1 1 8 1 11 39 1 2 10 0 7 8 14 4 2 1 1 22 58 30 60 2 4 13 42 6 6 3 357

Stolwijkse boezem Totaal 1 1 8 1 11 41 1 2 11 1 7 8 14 4 2 1 1 22 59 31 62 2 5 13 43 6 6 3 367


De Vogelatlas is uit Deel 3: roofvogels en uilen Rudi Terlouw en Diny Buisman Tijdens de Landelijke Dag van Sovon op 24 november 2018 werd de Vogelatlas van de Nederlandse broed- en wintervogels gelanceerd. In de periode 2013-2015 werd het gehele land op zowel broedvogels als wintervogels onderzocht. Ook de Krimpenerwaard werd geteld. Een aantal leden van de Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard leverde een bijdrage. De nieuwe Vogelatlas maakt mooi inzichtelijk voor welke soorten de Krimpenerwaard bijzonder interessant is. Een mooie aanleiding dus om eens te kijken naar de ontwikkeling en de geschiedenis van vogelonderzoek in de Krimpenerwaard. Nadat in de eerste twee artikelen respectievelijk de broedvogels en de doortrekkende vogels en wintervogels meer in het algemeen zijn besproken wilden we deze keer iets meer over een specifieke soortgroep vertellen. Dat was best nog lastig. Welke groep kunnen en willen we belichten? Waarover is voldoende bekend? D

V

oor de zangvogels lijkt dit laatste niet het geval, eigenlijk weten we hierover maar heel weinig uit ons gebied. Al is wel bekend dat de Krimpenerwaard een belangrijk gebied vormt voor de zogenaamde erfvogelgemeenschap. O.a. soorten als grauwe vliegenvanger, spotvogel en boomkruiper halen t.o.v. landelijke situaties bij ons nog hoge dichtheden. Misschien is dit toch een overweging om enkele specifieke soorten uit deze groep in een volgend artikel uit te lichten. Ook van de watervogels als groep weten we niet heel veel. Ja, we weten dat er rond 1960 slechts zes broedparen fuut waren en er zijn oude gegevens over de aantalsverhouding tussen waterhoen en meerkoet in de Krimpenerwaard rond 1970. Over de aantalsontwikkeling bij grauwe gans en de nijlgans schreven we al eens in de Waardvogel enkele jaren terug (Terlouw & Buisman, Waardvogel 5-2011). Deze soorten zijn vrijwel compleet gedocumenteerd sinds de vestiging. Iets wat ook voor de knobbelzwaan geldt, waarover in 2018 een soort specifiek rapport toegespitst op de Krimpenerwaard is opgesteld. Ook de zomertaling is goed gedocumenteerd vanaf jaren vijftig vorige eeuw voor de Krimpenerwaard, maar dat overzicht passeerde eveneens nog maar enkele jaren terug in de Waardvogel (Terlouw & Buisman, Waardvogel 4- 2012). Weidevogels dan? Dat is toch een belangrijke soortgroep voor ons gebied en er zijn redelijk veel gegevens voor handen. Maar ja ook die groep hebben we recent behandeld (Buisman & Terlouw, Waardvogel 5-2014) en bovendien zijn weidevogels ook in een recente rapportage voor het Agrarisch Collectief Krimpenerwaard gedocumenteerd (Terlouw, R.J.S, BTG.RAPP-2018/47). Meeuwen? Daar weten we bijna niets van. Kolonievogels? Die zijn ook niet zo lang terug hier al besproken en van blauwe reiger, roek en aalscholver zijn soort gerelateerde artikelen verschenen die vele tientallen jaren teruggaan. Kijk de oude Waardvogels voor bovenstaande informatie er desgewenst eens op terug. Alles overwegende zijn we uit gekomen bij de roofvogels en uilen. Hier is relatief veel van bekend, mede doordat een groot deel van de soorten zich nog maar vrij recent heeft gevestigd.

D

e torenvalk is de oud gediende uit deze groep voor ons gebied. Zoals in veel delen van Nederland was het in de vorige eeuw de meest talrijke soort. Samen met zijn neefje de boomvalk waren het lange tijd de enige twee broedende roofvogelsoorten in de Krimpenerwaard.

Ten tijden van de inventarisaties voor de Avifauna van WestNederland (Vogelwerkgroep West-Nederland, 1981-Randstad en Broedvogels), waarvoor de tellingen tussen 1973 en 1978 plaatsvonden, werd de populatie in de Krimpenerwaard geschat op circa 70 broedparen. Deze aantallen interpreteren wij als (te) hoog, mogelijk mede als gevolg van doublures door het grote aantal teljaren voor deze vogelatlas. Het aantal territoria heeft echter in die periode zeker wel ruim boven de 50 paren gelegen. Deze aantallen worden nu niet meer gehaald. De soort is vrij sterk in aantal afgenomen. Landelijk is sprake van een afname van 75% (SOVON, 2018-Vogelatlas van Nederland). Maar wat is de actuele populatie in de Krimpenerwaard? Van een aantal traditionele broedplaatsen kennen we de locaties al tientallen jaren, zoals bijvoorbeeld achter de al jaren kapotte ruitjes van een tweetal watertorens. Ook bekende nestkasten worden overwegend goed gevolgd. Maar we ontdekken nog jaarlijks nieuwe (particuliere) nestkasten bij onze erfbezoeken. De bewoners vertellen desgevraagd graag de historie, zo wordt het beeld langzaam toch wat completer. Op de ene locatie broeden ze jaarlijks, op andere plekken “vroeger altijd”, maar zijn ze al jaren weg. Een ruwe schatting leidt tot 25 a 35 broedpaar in 2017. Wij horen steeds vaker dat bij sommige agrariërs het weidevogel predatie vraagstuk een rol speelt bij de keuze om een nestkast te handhaven. Op een aantal locaties zijn mede hierdoor al kasten bewust verwijderd. De afname van de torenvalk en de wenselijkheid om de soort te ondersteunen met nestkasten vraagt dan ook steeds een goede afweging en afstemming waar dit wel en niet wenselijk is. Deze integrale afweging lijkt niet altijd te worden gemaakt. Iets wat overigens ook voor de bosuil geldt in relatie tot weidevogelkuikens, steenuilen en boerenzwaluwen. Inmiddels doet op sommige boerenerven ook de discussie kerkuil versus boerenzwaluw opgang. Een goede registratie van de huidige populatie en verspreiding van deze elkaar wat in de weg zittende soorten is mede vanuit boven genoemde discussies zeer gewenst.

E

en duidelijker beeld dan van de torenvalk bestaat over de beide andere in ons gebied broedende valken. De boomvalk is in ons landschap tamelijk eenvoudig te karteren. Het lukt dan ook al vele jaren om een vrijwel gebiedsdekkend beeld voor de Krimpenerwaard te verkrijgen van deze WAARDVOGEL | JUNI 2019 27


soort. Om ook aandacht aan andere soorten te kunnen besteden voeren wij de boomvalkkartering momenteel eenmaal per 2 tot 4 jaar uit (zie afbeelding hierboven). Zo houden we een goed beeld over verspreiding en aantalsontwikkeling en toch tijd over voor andere soorten. In tegenstelling tot de afname in bosgebieden en hogere zandgronden is het aantal boomvalken in de Krimpenerwaard stabiel, met hooguit een lichte afname die heeft plaatsgevonden in de late jaren negentig van de vorig eeuw. Was er tijdens de Avifauna van de West-Nederland-inventarisaties een populatie van 10 tot 12 broedpaar, tegenwoordig schommelt deze tussen de 7 en 10 paar. Er is hierbij een grote mate van plaatstrouw. Hoewel de exacte broedlocatie tussen jaren kan wisselen, zijn de regelmatig gebruikte gebieden dé locaties om kort na terugkeer van de vogels uit de overwinteringsgebieden te bezoeken. In deze aankomstweken vertonen territoria-paren frequent het ‘lahnen’, een gedrag waarbij luid roepend potentiële broedplaatsen worden verkend. Ook het volgen van waarnemingen in mei en juni via waarnemingenrubrieken geeft een goed beeld waar zich mogelijk territoria bevinden. Deze kunnen vervolgens in de tijd dat er grote jongen zijn worden bezocht wanneer de boomvalken wederom een zeer luidruchtige periode beleven. Een aantal van de boomvalken in de Krimpenerwaard vestigt zich in hoogspanningsmasten. Het loont vaak om al in de winter de masten te controleren op oude grote nesten. In het broedseizoen kunnen deze dan snel worden gecontroleerd. Mooie bijvangst in de winter zijn dan vaak de winterterritoria van slechtvalken, waarvan het leuk en nuttig kan zijn om geslacht en leeftijd van overwinteraars te noteren.

D

e slechtvalk is de meest recente nieuwkomer onder de broedende roofvogels. Rond 2010 waren er 5 winterterritoria van de slechtvalk in de Krimpenerwaard.

28

WAARDVOGEL | JUNI 2019

Zoals hiervoor vermeld is het nuttig om van de overwinterende vogels geslacht en leeftijd in de wintermaanden te noteren. Dit kan een eerste aanwijzing zijn voor een mogelijk toekomstige broedvogel daar deze veelal voortkomen uit subadulte overwinteraars. Zo werd vanaf 2011 steeds vaker het overzomeren van slechtvalken in de Krimpenerwaard vastgesteld. In vrijwel alle gevallen die bij ons bekend zijn betrof dit vogels uit de winterpopulatie, wat we concludeerden uit de eerdere registraties van geslacht, leeftijd en overzomeringsgebied. In 2016 werd het eerste broedgeval in de Krimpenerwaard gevonden, maar het is niet uitgesloten dat op deze locatie al eerder werd gebroed. De broedlocatie is slecht zichtbaar daar deze zich aan de rivierzijde op een fabriekshal bevond. Sindsdien is deze locatie al minimaal drie jaar bezet. In 2017 en 2018 werd er één overzomerende slechtvalk vastgesteld (Natuurdagboeken Buisman & Terlouw). In 2019 zijn dat er tot dusverre twee. Op één locatie aan de noordzijde werd balts tussen deze vogels vastgesteld aan de noordzijde van de Krimpenerwaard (natuurdagboek Buisman & Terlouw, 17 maart 2019). In 2019 werd tevens een tweede territorium bezet en vliegt op een derde locatie een overzomerende derde kalender jaar man rond.

H

et eerste territorium van de buizerd voor de Krimpenerwaard werd begin jaren negentig vorige eeuw vastgesteld in het Loetbos (med. S.C. van Dam, in natuurdagboek Terlouw). De ouder wordende recreatiebossen en houtopstanden van boezemlanden, maar ook het stoppen van het cultuurhistorisch hakhoutbeheer in veel geriefbosjes heeft bijgedragen aan het ontstaan van geschikt broedgebied. Dit viel samen met een landelijke toename van de soort door een verbod op pesticiden en uitbreiding van het areaal wat zich sedert de jaren zeventig vorige eeuw over ons land uitrolde (SOVON, 2002-Atlas van


de Nederlandse broedvogels 1998-2002). Typerend is het in dit verband dat de buizerd in het boek Randstad en Broedvogels wordt vermeld als zeer zeldzame broedvogel met 2 tot 3 broedpaar voor heel Zuid-Holland (Vogelwerkgroep West-Nederland, 1981-Randstad en Broedvogels). Bij de eerstvolgende landelijke broedvogeltelling voor de Broedvogelatlas 1998-2000 was de soort in circa 70% van de Zuid-Hollandse atlasblokken reeds een zekere broedvogel. Tegenwoordig is de buizerd met afstand de meest talrijk broedende roofvogel in de Krimpenerwaard. De soort heeft in poldergebieden met houtopstanden een grotere dichtheid dan in veel bos- en heidegebieden waar de soort oorspronkelijk zijn grootste populaties had. Tijdens een inventarisatie t.b.v. het in 2018 opgestelde ‘Predatie preventie en beheerplan weidevogels Krimpenerwaard’ (Terlouw R.J.S., BTG.RAPP-2018/58) werd een groot deel van de Krimpenerwaard op roofvogelterritoria gekarteerd. Op basis van deze inventarisatie, waarbij 38 nestlocaties van de buizerd werden aangetroffen, en aanvullende losse waarneming in niet integraal gekarteerde gebiedsdelen wordt de huidige populatie voor de Krimpenerwaard door ons geschat op 60 tot 65 broedpaar.

N

aast de buizerd zijn ook bruine kiekendief, havik en sperwer nieuwe broedvogels uit de afgelopen twintig tot dertig jaar. De bruine kiekendief was de eerste van deze drie soorten die tot broeden kwam. Vanuit een snel groeiende populatie tijdens de aanleg van de Flevopolders in de jaren zestig en zeventig vorige eeuw vonden verspreid in het land vestigingen plaats (SOVON, 2002-Atlas van de Nederlandse broedvogels 19982002). Van begin jaren negentig vorige eeuw werd de bruine kiekendief ook een jaarlijkse broedvogel in de Krimpenerwaard (natuurdagboek Terlouw, 1993). Al in 1982 werd een eerste broedgeval vastgesteld. Deze destijds grote bijzonderheid haalde met een foto van het vrouwtje op het nest de Goudse Courant van 19 mei 1982 (natuurarchief Buisman & Terlouw). Vanaf begin jaren negentig vorige eeuw bleef de bruine kiekendief in aantal stabiel op een laag niveau, met jaarlijks 2 tot 4 broedparen. Deze konden elk jaar vrijwel op dezelfde locatie worden teruggevonden. In de periode 2000-2010 is ook deze soort in de meeste jaren door ons actief gevolgd. Hierbij werd een stabiele populatie van 5 à 6 paar voor de gehele Krimpenerwaard vastgesteld (natuurdagboeken Buisman & Terlouw, 1969-2018). In sommige situaties werd vastgesteld dat een man bruine kiekendief twee territoria met een broedend vrouwtje succesvol tot uitvliegende kuikens wist te brengen. In de periode 2010 tot heden volgen we de soort niet meer in alle jaren. We houden sindsdien dezelfde cyclus aan als bij de boomvalk, namelijk eenmaal per 3 à 4 jaar een integrale telling in de Krimpenerwaard. In deze periode was het aantal jaarlijks 6 tot 7 broedpaar. Tijdens de meest recente kartering in 2018, toen we zoveel mogelijk soorten die als weidevogelpredator worden aangemerkt hebben gekarteerd om inzicht in de predatiedruk te kunnen verkrijgen in een groot deel van de Krimpenerwaard, werden 8 tot 10 broedparen geconstateerd. De bruine kiekendief vertoont hiermee een duidelijke toename in laatste vijf jaren, waar landelijk een stabiele populatie tot mogelijk een lichte afname wordt geconstateerd (SOVON, 2018-Vogelatlas van Nederland). De toename wordt naar verwachting veroorzaakt door het ontstaan van meer moeras- en rietgebieden waar de laatste jaren verschillende inrichtingsmaatregelen zijn genomen.

D

e havik heeft zich omstreeks 1996 gevestigd als broedvogel in de Krimpenerwaard (Terlouw, natuurdagboek 1998). Deze van oorsprong bosvogel vertoont sedert het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw een verplaatsing vanuit de bossen op de hogere gronden naar laag Nederland. Het ouder worden van de recreatiebossen en de toename van de leeftijd van houtopstanden in de polders door extensivering van beheer (mede als gevolg van het niet langer benutten van gebruikshout) maakte het landschap geschikt voor de soort. Wat geldt voor de buizerd geldt ook voor de havik en sperwer. In Randstad en Broedvogels wordt voor zowel havik als sperwer één broedgeval in Zuid-Holland vermeld voor de periode 1973 -1979 (Vogelwerkgroep WestNederland, 1981-Randstad en Broedvogels). In de periode 2000 – 2017 heeft in verschillende jaren een integrale kartering van de havik in de Krimpenerwaard plaatsgevonden. Dit is mede mogelijk doordat de soort zich vooral in het zeer vroege voorjaar eenvoudig laat karteren in poldergebieden met weinig relatief kleine houtopstanden. Mogelijk dat in de wat grotere bosgebieden, als het Loetbos en met het ouder worden het Krimpenerhout en het EZH-bos, een enkel paar gemist is. In 2002 werden al 4 territoria vastgesteld. Tijdens opvolgende inventarisaties werden respectievelijk de volgende territoriale paren havik gevonden (Terlouw & Buisman, natuurdagboeken en inventarisaties 1969/2018). 2002 2009

4 paar 2005 5 paar 2013

5 paar 2006 6 paar 2016

4 paar 6 paar

Tijdens de inventarisaties in 2018 werden zeven zekere en twee mogelijk territoria binnen de Krimpenerwaard vastgesteld. Hiermee lijkt de soort momenteel stabiel tot mogelijk nog (licht) in aantal toenemend. Landelijk heeft de havik een forse groei doorgemaakt vanaf de late jaren zeventig vorige eeuw tot het begin van de 21e eeuw. Hierna stabiliseerde de populatie op landelijk niveau, maar waren regionale verschillen zichtbaar. De soort vestigde zich in toenemende mate in meer open landschappen zoals de Krimpenerwaard, terwijl de populatie in bosgebieden een afname vertoonde. Deze afname wordt gezocht in de afname van de prooidieren voor de soort in op de hogere gronden (SOVON, 2018-Vogelatlas van Nederland).

B

roedgevallen van het kleine neefje van de havik, de sperwer, zijn veel lastiger te vinden en te interpreteren. De sperwer kan in zeer kleine bosjes en zelfs in grotere tuinen tot broeden komen, zoals in 2004 in Krimpen aan den IJssel, wijk Langeland werd vastgesteld (natuurdagboek Buisman & Terlouw, 2004nest in conifeer met 3 jongen). Het is haast ondoenlijk om alle potentiële broedlocaties te onderzoeken. De soort is daarnaast veel minder luidruchtig dan de havik in de vestigingsperiode en het geluid is minder ver hoorbaar. Sperwers worden het beste geïnventariseerd door in het winterhalfjaar alle geschikte broedgebieden te doorzoeken op clusters van nesten. De soort bouwt jaarlijks een nieuw nest in de directe omgeving van de broedplaats van voorgaande jaren. Nestclusters in combinatie met prooiresten in de winter vormen dan ook de basis voor locatiebezoeken in het voorjaar tijdens de balts- en broedtijd. Dat de sperwer in de Krimpenerwaard een jaarlijkse broedvogel is staat niet ter discussie. De aantallen voor ons gebied zijn echter volstrekt onbekend. Op basis van de gepubliceerde losse waarnemingen wordt echter een tamelijk klein broedbestand verondersteld. WAARDVOGEL | JUNI 2019 29


Voor al uw boekhoudzaken, belastingadviezen, belastingaangiften en loonadministraties Ook over uw privĂŠ-aangiften geven wij u graag advies.

Hof ter Bergen 23-1 2861 DR BERGAMBACHT

Telefoon : 0182 - 351240 Fax : 0182 - 354494 E-mail : info@verwaaladministratie.nl

Uw Stiga dealer voor de krimpenerwaard


O

ok onder de uilensoorten die in de Krimpenerwaard als broedvogel kunnen voorkomen zijn grote veranderingen opgetreden. Het betreft de soorten ransuil, steenuil, bosuil, kerkuil en zeer incidenteel mogelijk de velduil. Van deze laatste soort is een mogelijk broedgeval in polder Berkenwoude bekend (Deutzeman/SOVON, 2007). In 2010 werd een mislukt broedgeval bekend dat plaatsvond in een deel met riet- ruigtevegetatie in de Commissarissenlanden. De 4 eieren werden hier twee weken bebroed, waarna het nest door onbekende oorzaak is verlaten (natuurdagboek Buisman & Terlouw, 2010). In 2014 was tot eind mei een paar velduilen aanwezig rond de Berkenwoudse Lage Boezem, dat meerdere keren baltsend werd gezien. Ondanks frequent posten in de periode dat er jongen aanwezig zouden kunnen zijn bij een broedgeval werd geen enkele waarneming van prooiaanvoer gedaan. Op basis hiervan is het niet als broedgeval aangemeld (natuurdagboek Buisman & Terlouw, 2014). Voor Velduil, foto: Anita Meelenboer deze soort is dus slechts één zekere broedpoging bekend geworden, echter de waarnemingen zoals hierboven en er is een vaste broedpopulatie aanwezig. Kastcontroles vermeld en de losse waarnemingen van overwinterende of vinden plaats door de uilenwerkgroep van onze vereniging en tijdelijk pleisterende vogels maakt dat de soort zeker niet kan vele jongen worden al verschillende jaren geringd. worden uitgesloten. De totaal resultaten zijn echter nog beperkt gepubliceerd. Zonder exacte locaties te noemen zou een overzichtsartikel e kerkuil is van de jaarlijks tot broeden komende uilensoorten over circa 15 jaar kerkuilen in de Krimpenerwaard een mooie in ons gebied de soort die zich als laatste heeft gevestigd. De documentatie van de vestiging van de soort kunnen opleveren, Krimpenerwaard was één van de laatste gebieden die door de waarmee weer een stukje vogelgeschiedenis uit ons gebied goed soort werd bevolkt bij zijn areaal uitbreiding in Nederland, die gedocumenteerd kan worden vastgelegd. Overigens is de kerkuil niet een hele nieuwe broedvogel voor de Krimpenerwaard. In sinds halverwege de jaren tachtig vorige eeuw is gerealiseerd. In 1978/1979 werd de totale Nederlandse populatie nog slechts zijn publicatie “Avifauna Goudana” beschrijft Scheijgrond al in op 100 broedpaar geschat. In 1986 werd de Werkgroep Kerkuil 1923 het broeden van de kerkuil voor ons gebied o.a. in de opgericht. Dit resulteerde in veel geplaatste kasten, onderzoek wagenschuur van Bisdom van Vliet te Haastrecht. en voorlichting. Het herstel verliep voorspoedig mede door enkele muizenrijke e bosuil is een soort die in vestiging en areaal uitbreiding jaren en een periode met relatief veel zachte winters. Rond het wat lijkt op sperwer en havik. Aanvankelijk voornamelijk een begin van de 21e eeuw bedroeg de landelijke populatie al circa bosvogel die bij uitbreiding van houtopstanden en erfbeplantingen 2000 broedpaar. Inmiddels is de landelijke populatie stabiel, ook de poldergebieden is gaan bevolken. De bosuil was echter met 2500 tot 3000 paar in muizenrijke jaren en 1500 tot 2000 niet helemaal vreemd in Zuid-Holland. In de kustgebieden/ paren in muizenarme jaren (SOVON, 2018-Vogelatlas van duinbossen was de soort altijd al redelijk talrijk. O.a. Fred Koning heeft hier zeer langjarig onderzoek naar uitgevoerd. In ons gebied Nederland). Ook in de Krimpenerwaard werden vanaf halverwege de jaren kwam de bosuil in de jaren zestig zeer lokaal voor en uitsluitend negentig kerkuilnestkasten geplaatst. Aanvankelijk met weinig tot in boerderijlinten met oudere erfbeplantingen. Vanaf begin geen resultaten. Dit bevreemdde want in aangrenzende gebieden jaren zeventig is er een periode met toenemend nestkastenals Lopikerwaard, Vijfheerenlanden en Alblasserwaard wist de aanbod geweest. Tijdens de inventarisatie voor de Avifauna soort zich destijds al wel te vestigen. Dat de soort zich lokaal West-Nederland werd de populatie voor de Krimpenerwaard toch ook in de Krimpenerwaard had gevestigd werd vermoed op circa 25 paar geschat (Vogelwerkgroep West-Nederland, en later ook bevestigd door het inbrengen van dode exemplaren 1981-Randstad en Broedvogels). In deze periode werd de bij de politie voor het verkrijgen van een vervoervergunning om soort ook door verschillende leden van de NVWK goed gevolgd. te laten prepareren. In deze periode voerden wij voor de politie Robert Meijs bestreek destijds de gehele zone ten oosten van de Hollands Midden controles uit op alle dood binnen gebrachte N207 tussen Schoonhoven en Haastrecht. Hij leverde ook zeer dieren voordat over de aanvraag voor een vervoersvergunning regelmatig partijen braakballen aan, waardoor we uit die tijd ook werd besloten. een goed beeld hebben gekregen van de verspreiding van kleine In de periode eind jaren negentig tot circa 2005 dat deze zoogdieren in dit gebied. activiteit liep betrof het gemiddeld 5 kerkuilen per jaar. Zelf beleven we leuke herinneringen aan de inventarisaties In 2 gevallen (Stolwijk 2001 en Bergambacht 2004) werd langs de noordrand van de Krimpenerwaard van Gouda tot hierbij een vrouwelijke vogel met broedvlek geconstateerd Ouderkerk aan den IJssel. Bosuilen zijn door ons vele jaren (natuurdagboeken Buisman en Terlouw, div. jaren). jaarlijks geïnventariseerd, waarbij ook de territoriumgrote en Vanaf 2005 werd met enige regelmaat melding gemaakt van foerageeractieradius in een aantal jaren is vastgelegd. Met een broedende kerkuilen in kasten. Er zijn meerdere kasten bezet oude cassette recorder en een zelf opgenomen geluid dat we vele

D

D

WAARDVOGEL | JUNI 2019 31


malen herhaald op een bandje hadden gezet gingen we destijds op pad. Achteraf heel grappig; ook de kerkklok staat prominent op dit bandje, waardoor we tijdens onze nachtelijke karteringen de hele nacht de kerkklok van 11 uur aan het afspelen waren parallel met de roep van een mannelijke bosuil. De laatste 15 jaren zijn we minder fanatiek op deze soort. Alleen atlasblok 38-22, wat we min of meer geadopteerd hebben voor alle soorten, tellen we nog integraal eenmaal in de 2 à 3 jaar. Op basis van deze kartering, losse waarnemingen en extrapolatie zal het huidige aantal broedpaar tussen de 50 en 60 paar bedragen. Hiermee is de bosuil de meest talrijke broedende uil in ons gebied.

R

ansuilen hebben het moeilijk in ons land en staan al geruime tijd op de Rode Lijst van bedreigde broedvogels. Toch mogen we over deze soort nog niet klagen in de Krimpenerwaard. Al circa 25 jaar is de soort stabiel met 25 tot 30 broedparen in de Krimpenerwaard. De vogels zijn hierbij heel plaatstrouw en zijn vrijwel jaarlijks in het zelfde bosje of de directe omgeving terug te vinden. Broeden vindt echter lang niet jaarlijks plaats en wordt sterk bepaald door de veldmuizenstand. Toch is dit aantal slechts de helft van de aantallen territoria uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. In het verleden was de ransuil met afstand de talrijkste soort in de Krimpenerwaard. Ten tijden van de inventarisaties voor de Avifauna van WestNederland (Vogelwerkgroep West-Nederland, 1981-Randstad en Broedvogels), waarvoor de tellingen tussen 1973 & 1978 plaatsvonden werd de populatie in de Krimpenerwaard geschat op circa 55 à 60 broedparen. Naast in boezemlanden, eendenkooien en geriefbosjes werd destijds nog regelmatig langs wegen en kaden gebroed. Zo wordt in het verenigingsblaadje van de Vogelwerkgroep het broeden in knotwilgen langs de Lageweg beschreven door Van de Heuvel. Meerdere broedparen in de Gouderakse blokboezems was regel in plaats van uitzondering Zowel de Kattendijksblokboezem, de Stolwijkse Boezem als de Middelblokboezem boden destijds elk 2 paar ransuilen habitat (natuurdagboeken Terlouw). Het belangrijkste aandachtpunt voor de ransuil is naar onze waarnemingen rust- en broedgelegenheid. In dit verband is het wenselijk dat er zorgvuldiger wordt omgegaan met zaagwerkzaamheden door bomen met oude nesten van kraai en buizerd vaker te sparen. Uiteraard begrijpen we de spanning met weidevogelgebieden, maar we zien ook in veel niet weidevogelgebieden zaagwerkzaamheden plaatsvinden zonder zorgvuldige broedvogel- en broedvogelpotentie-scan. Hierdoor zijn alleen al in de afgelopen drie jaar minimaal twee vaste broedplaatsen van de boomvalk en één ransuil locatie ongeschikt geworden.

T

en slotte komen we bij de steenuil, momenteel het grootste zorgenkindje onder de uilen voor ons gebied. Hoewel het landschap misschien meer verwachting geeft is de Krimpenerwaard nooit een echt kerngebied voor deze soort geweest. Eigenlijk opmerkelijk als je lokale dichtheden in het verleden, maar ook recent nog op verschillende locaties, in de Lopikerwaard en de Alblasserwaard in ogenschouw neemt. Tijdens de inventarisatie voor de Avifauna West-Nederland werd de populatie voor de Krimpenerwaard op circa 20 broedpaar geschat (Vogelwerkgroep West-Nederland, 1981-Randstad en Broedvogels). De actuele situatie in de Krimpenerwaard wordt

32

WAARDVOGEL | JUNI 2019

gevolgd door de uilenwerkgroep. Hoewel ook deze gegevens niet echt ontsloten zijn, schatten wij de populatie steenuilen op 10 tot maximaal 15 broedpaar. Of er geen ‘verborgen’ paren achter op boerenerven aanwezig zijn is ons slecht bekend, maar sluiten we niet uit. We hebben het vermoeden dat een echte kartering van de soort ontbreekt en de bekende aantallen voornamelijk zijn gebaseerd over het al dan niet bewoond zijn van nestkasten. Anderzijds brengen we veel bedrijfsbezoeken aan boerderijen en komen we maar hoogst zelden een steenuil tegen. Meer inzicht kan mogelijk worden verkregen door de systematiek van een bedrijven enquête via het Agrarisch Collectief. In andere delen van het land gaf dit soms verrassende inzichten. De steenuil was de eerste soort die specifieke aandacht kreeg in de Krimpenerwaard. Er zijn tientallen kasten geplaatst. Het resultaat is echter matig. De toename en hier uit voortkomende predatie door bosuil en havik speelt ongetwijfeld een rol. Het is daardoor van belang deze broedlocaties te kennen en bij het plaatsen van kasten rekening te houden met de foerageer actieradius van deze soorten. Afstemmen van locaties met nestkasten van bosuil en steenuil is hier vervolgens onderdeel van. Anderzijds zijn wij van mening dat de broedmogelijkheden voor steenuilen niet de beperkende factor voor de soort zijn, maar dat afname en lage dichtheden in veel situaties worden bepaald door de ongeschiktheid van de foerageerhabitat en de aanwezigheid van habitat voor prooidieren. Kleinschalige erf maatregelen rond boerderijen en woningen in het buitengebied, langs Tiendwegen en kaden storen de weidevogelpopulaties niet en zijn zeer gewenst om deze, maar ook andere soorten van het oude cultuurlandschap te faciliteren. Aan dit onderdeel zou meer aandacht mogen worden besteed in het buitengebied. Gebruikte literatuur: Buisman D. & R.J.S. Terlouw 2002-2018, Natuurdagboeken en registraties; Natuur- & Vogelwerkgroep Krimpenerwaard,’Mededelingen blaadje’ jaargangen 1961-1971; Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard, ‘De Waardvogel’ jaargangen 1972-2018; Mayenburg F. & R.F. den Breejen, 1979, Verslag van een veld biologisch onderzoek in de Krimpenerwaard, Staatsbosbeheer, 1978; Mosterd K. 1989, Kartering en beschrijving van kleine landschapselementen in de Krimpenerwaard in 1987; Scheijgrond A. 1923, Avifauna Goudana eigen uitgave A. Scheijgrond; SOVON, 1987, Atlas van de Nederlandse vogels; SOVON-vogelonderzoek Nederland, 2002, Atlas van de Nederlandse broedvogels; SOVON-vogelonderzoek Nederland, 2018, Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering; Terlouw R.J.S. 1969 – 2001, natuurdagboeken en registraties; Terlouw R.J.S., 2014, Weidevogels in de Krimpenerwaard, weten we hoe het er voor staat? Waardvogel 5-2014; Terlouw R.J.S. 2018, Knobbelzwanen in de Krimpenerwaard Rapport Bui-TeGewoon | groenprojecten 2018/41; Terlouw R.J.S., 2018, Weidevogelbeheer bij Collectief Agrarisch beheer Krimpenerwaard 2018, actueel overzicht en visie op de toekomst rapport Bui-TeGewoon | groenprojecten 2018/47; Terlouw R.J.S., 2018, Predatie preventie en beheerplan-weidevogels Krimpenerwaard Rapport Bui-TeGewoon | groenprojecten 2018/58); Werkgroep Avifauna West-Nederland, 1981, Randstad en Broedvogels D


Kleine plevieren baltsen en paren Maria Spruit, fotoserie: Huig Bouter

Kleine plevieren kun je op vreemde plekken aantreffen. Ze broeden vaak op plekken die recent zijn vrijgekomen door werkzaamheden zoals afgravingen, puinstort, recreatiegebied en bouwplaatsen, vaak in de buurt van water. De kleine plevier maakt een eenvoudig nestje: een kuiltje met wat steentjes. In de Hooge Boezem achter Haastrecht broedt hij al een aantal jaren, soms zelfs op het pad. Huig Bouter fotografeerde er een paartje kleine plevieren op 31 mei 2019, tijdens hun eigen ‘werkzaamheden’. D

Zie je mij, ik ben mooi en parmantig.

Is de boel daaronder ook in orde?

Hier komen de eitjes van.

Kijk eens wat een mooie staart ik heb!

Oef, dat is wel even balanceren.

En nu snel aan de slag om een nestje te maken.

WAARDVOGEL | JUNI 2019 33


Straks in de file de waard uit? Verslag van open ledenavond 21 mei Frans van der Storm, secretaris Op 21 mei verzamelden 34 mensen zich in De Zwaan voor een gesprek over Tweede oeververbinding, Gebiedsbod en Panorama. Inzet was om de laatste stand van zaken te presenteren en vooral ook om te bespreken hoe de NVWK zich de komende tijd opstelt in deze kwestie. De avond nam een verrassende wending. D

O

ude en nieuwe feiten Voor wie nog niet helemaal was bijgelezen opende Jaap Graveland zijn presentatie met een samenvatting van de ontwikkelingen tot nu toe. Het grootste deel van zijn verhaal was al te lezen in het aprilnummer van de Waardvogel (pag. 20/21). Nieuw was echter dat we stuitten op de rapporten in het kader van de voorbereiding van het MIRT-besluit over de tweede oeververbinding die extra licht doen schijnen op argumenten van de gemeenten vóór de verbinding naar Ridderkerk. Vooral de Resultatennota pre-verkenning Oeververbindingen regio Rotterdam, een productie van de gemeente Rotterdam, het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de Metropoolregio en de provincie Zuid-Holland toont op verschillende manieren aan dat een oeververbinding naar Ridderkerk eerder problemen veroorzaakt dan oplost. Lees de samenvatting (pag. 6 van het rapport, zie de eerste link in het Nieuwsbericht van 29 mei op de site!) en vooral de meer uitgewerkte onderzoeksresultaten voor de Oost-oost-verbinding op pag. 30 van het rapport. Daar wordt duidelijk gemaakt dat een verbinding tussen Krimpen en Ridderkerk leidt tot extra verkeersstromen over de Algerabrug vanuit Capelle via de Krimpenerwaard naar Ridderkerk (met dus extra belasting op de kruisingen aan beide zijden van de brug) en vooral tot extra files tussen Bergambacht en Krimpen. Dáár zit dus echt niemand op te wachten, in ieder geval niet figuurlijk. Zijn deze conclusies helemaal nieuw en waren ze nog niet bekend bij de besluitvorming van de gemeente? Nee, de Resultatennota is al op 21 november 2018 vastgesteld en had dus bekend moeten zijn op de gemeentehuizen.

Bron: https://mrdh.nl/project/mirt-verkenning-­ oeververbindingen-regio-rotterdam 34

WAARDVOGEL | JUNI 2019

A

lternatieven Omdat de gemeente in het gebiedsbod de oeververbinding naar Ridderkerk onvoorwaardelijk koppelt aan de bouw van 4.000 extra woningen op 200 ha landbouwgebied, is het zaak de nadelen van beide ingrepen ook steeds te laten meewegen. Na de pauze werd aan mobiliteitsdeskundige Fred Slappendel gevraagd om een toelichting bij zijn alternatief voor de ontsluiting van de Krimpenerwaard. Zijn plan voorziet o.a. in een tweede oeververbinding, niet over de Nieuwe Maas maar over de Hollandsche IJssel, ter hoogte van de Stormpolder. Díe verbinding is korter en daarmee goedkoper dan die over de Nieuwe Maas en helpt alle vervoersmodaliteiten (fiets, auto, tram/metro) het water over. Bovendien kan ze dienen als alternatieve route over de Algerabrug wanneer die open moet voor de scheepvaart. De brug over de Hollandsche IJssel in het plan van Fred Slappendel is in tegenstelling tot de brug naar Ridderkerk wél een verbetering voor de mobiliteit van de Krimpenerwaard en vooral plezieriger en een milieuverbetering voor de inwoners van Krimpen aan den IJssel en Krimpen aan de Lek. Ook bevordert deze brug met de aansluitingen de doorstroming in Kralingen aanzienlijk. Een waarlijk verrassende wending voor de aanwezigen! Maar, om de informatie volledig te maken, ook aan deze verbinding kleven nadelen. Immers de weg naar de brug loopt over of langs het Stormpoldervloedbos. Vanuit het perspectief van natuur gezien niet een optimale oplossing, maar minder invasief dan de aanslag die het gebiedsbod van de gemeente doet op 200 ha agrarische weidenatuur en landschap; nog afgezien van de nadelen voor natuur en milieu die de extra verkeersstromen die daardoor ontstaan, meebrengen.

N

a de pauze werd er gesproken over de belangen van de verschillende groepen, die net als de NVWK waren vertegenwoordigd in de Waardtafel, waar het Panorama is vastgesteld. Het meest aan bod kwamen de ondernemers en de boeren. Over de ondernemers komen we dadelijk te spreken. Voor de boeren liggen de zaken wat lastiger. Het gebiedsbod van de gemeente om op 200 ha grond 4.000 extra woningen te bouwen (plus een nog niet bekend aantal ha voor de ontsluitingswegen en voorzieningen) betekent vrijwel zeker een aanslag op het landbouwareaal. De ontwikkelingen in de agrarische sector zijn nogal onzeker. Maatregelen gericht op het terugdringen van de veestapel, extensivering van het agrarisch grondgebruik, terugdringen depositie stikstoffen, en daar tegenover prijsdruk op melk, financiële verplichtingen, en wat al niet meer… Als je het als boer goed wilt doen, dan staan je een hoop uitdagingen te wachten. Je bent er niet met alleen afzet van de melk naar je directe omgeving; ook voor kleinschalige resultaten heb je grootschalige concepten nodig. Dat is een opgave waar de boer niet alleen voor staat, daar moeten we met z’n allen voor staan als we natuur en landschap écht belangrijk vinden.


De bereikbaarheid van Krimpen a/d IJssel en Krimpenerwaard (N) weg Stadsbrug

Tram

H

oe gaan we verder als NVWK? We maken er geen geheim van, we ervaren de manier waarop Fred Slappendel 0624 921382 de gemeenten omgaan met het Panorama als een kras op de neus. Na de vorming van de nieuwe gemeente begon het zo veelbelovend met de Strategische Visie (met Riet Bakker), en in april 2018 de start van de Omgevingsvisie met de drukbezochte avond in Bergambacht, en met de uitwerking van de Strategische visie in de Waardtafel, die leidde tot het Panorama. In die Waardtafel zaten allerlei verschillende belangen met elkaar aan tafel, en ze deden meer dan alleen wat heen en weer babbelen. Bewoners, jongeren, ondernemers, boeren en natuur gingen met elkaar aan de slag en werden het over één ding sowieso al eens: een goede ontwikkeling van de Krimpenerwaard vereist dat economie en ecologie gelijk opgaand worden behandeld en vormt daarmee het uitgangspunt van verdere planuitwerking. De manier waarop de gemeente haar standpunten voor tweede oeververbinding en gebiedsbod motiveert (zie ook hiervoor het Nieuwsbericht van 29 mei, derde link) laat zien dat ze zich aan dit uitgangspunt van het Panorama niets gelegen laat liggen. Het gegeven bovendien dat de gemeente bewust voorbij gaat aan feiten, die haar niet goed uitkomen en daarmee een vals beeld schept zet ons vertrouwen in goede samenwerking op dit dossier met de gemeente onder druk. Met de aanwezigen op 21 mei hebben we de volgende activiteiten besproken: - de NVWK schrijft een brief aan de beide gemeenten over het gebruik van onjuiste feiten bij het motiveren van de voorkeur voor de Oost-oost-verbinding en het gebiedsbod, en waarin we aandringen op een open en eerlijke behandeling van het Panorama en het in ere herstellen van de Waardtafel. - de NVWK schrijft een brief aan de provincie, waarin we wijzen op de gebrekkige motivatie van de gemeente, en waarin we aandringen op het vasthouden aan het huidige beleid van de provincie op het gebied van wonen, vervoer en natuur en

Bron: Fred Slappendel, Bemove Advies. Een brug over de Hollandsche IJssel met bypass vanaf de N210 zorgt zowel voor Bemove.advies@gmail.com ontlasting van knelpunten in de Krimpenerwaard als in Rotterdam.

landschap in de Krimpenerwaard, namelijk open en groen houden en alleen bouwen voor eigen behoefte. - de NVWK zoekt contact met andere belanghebbenden in dit dossier om te bezien waar we elkaar kunnen versterken in onze belangenbehartiging. Dit kan o.a. door inbrengen van onze bezwaren en ideeën in het MIRT-proces waarin de definitieve beslissing zal vallen op 16 juli as. In alle gevallen wijzen we ook op het alternatief van een verbinding via de Stormpolder voor het probleem Algeraflessenhals, om straks niet met lege handen te staan als de beslissing uitvalt in het voordeel van de Feijenoord-optie.

W

orden de messen geslepen? Kort voor het ‘sluiten van de krant’ wordt bekend dat de gemeente Krimpenerwaard zich voor het karretje van de transportsector heeft laten spannen en een brief heeft gestuurd naar de vaste Kamercommissie Infrastructuur en Waterstaat. Die brief is verder ondertekend door ondernemersverenigingen uit gemeenten rond Gouda en door logistiek- en transportorganisaties. Zie hiervoor de twee links onder punt 2 in het bericht van 29 mei. Zoals te verwachten gaan de ondertekenaars volledig voorbij aan de extra verkeersdruk op de wegen in de Krimpenerwaard, vooral de N210 en de N207. De gemeente volhardt dus in haar houding om onwelgevallige feiten buiten de besluitvorming te houden. Van een bestuursorgaan dat vooral het algemeen belang zou moeten dienen hadden wij anders verwacht. De NVWK blijft open staan voor gesprek. Volg de komende ontwikkelingen in de Nieuwsberichten op onze site D WAARDVOGEL | JUNI 2019 35


Hennie van Buren

In memoriam: Mens van de natuur met een groot hart Joke Colijn

Op 19 mei jl. overleed Hennie van Buren op slechts 56-jarige leeftijd. Zij was jarenlang actief voor verschillende NVWKwerkgroepen, maar alleen deze activiteiten hier noemen doet geen recht aan haar innemende persoonlijkheid. Flora en fauna in alle facetten en daarbinnen met name vogels hadden haar interesse, maar niet alleen de natuur kon op haar warme belangstelling rekenen. Zo troffen Max en ik haar op de tweede Veteranendag die de gemeente Krimpenerwaard organiseerde in 2017 in Schoonhoven; Hennie zette zich ook in voor de kwetsbare of gekwetste medemens. Om ook die voor de NVWK vrij onbekende kant van deze prachtvrouw te belichten, mocht ik een afspraak maken met haar jongste zus Jeannette. D

H

ennie genoot haar professionele opleiding en werkte gedurende heel haar werkzame leven als operatieassistente in het Franciscus Gasthuis in Rotterdam. Ze hield ervan om aan de operatietafel te staan, van de spanning en het contact met de chirurgen op cruciale momenten. Het ziekenhuis had een uitwisselingsprogramma met Defensie. Hierbij kwam militair verpleegkundig personeel in het ziekenhuis te werken en werd zij uitgezonden naar oorlogsgebieden waar ze haar specialisme ter beschikking stelde van patiënten en tevens haar kennis kon overdragen aan lokale militaire verpleegkundigen. Ze heeft een stuk of vijf uitzendingen naar gebieden als Kosovo, Somalië, Afghanistan en dergelijke brandhaarden op haar naam staan. In Somalië werkte ze op een schip dat voor de kust lag en waar slachtoffers vanuit het hele land naar toe werden gebracht, vaak per vliegtuig; in landen als Afghanistan werkte ze in het veld. Deze buitengewone verdiensten als burger voor defensie leverden haar de status ‘veteraan’ op.

H

ennie was het vijfde kind in een gezin van totaal zeven kinderen, waarvan het tweede kind, een broertje, als baby reeds was gestorven en haar oudste zus al op haar 48e overleed. Het huis waarin Hennie is geboren en getogen stond in Lekkerkerk en meer nog dan de andere kinderen, was Hennie een kind van de polder. Bij Hennie kreeg die liefde een extra verdieping toen ze een relatie kreeg met Dert van Ree, zoon van een van de vroegste NVWK- en Nebularia-coryfeeën, Leen van Ree. Hennie was het liefst buiten in de natuur en ging graag mee naar de Vinkenbaan in de duinen van Westenschouwen waar ze van Leen het ringen van vogels leerde. Tot en met vorig jaar heeft ze die kennis in praktijk gebracht.

I

n 2003 openbaarde zich bij Hennie voor het eerst borstkanker, waarvan ze helemaal herstelde. In 2015 kwam de ziekte terug, en deze keer werd genezing zwaar bevochten met chemokuren die soms wel leken aan te slaan, maar andere keren geen uitwerking hadden. Uiteraard was er dan verdriet en de teleurstelling, maar als je Hennie sprak, ging het altijd “Goed hoor!” Hennie had wel steeds minder energie en moest die zeker de afgelopen twee jaar heel goed plannen en doseren.

Z

e ringde gemiddeld 5-7 keer per seizoen uilen voor de uilenwerkgroep. We herinneren ons ook levendig het geslaagde schoolproject in 2018 waarbij een schoolklas Hennie mocht meehelpen met het ringen van jonge kerkuilen en de kinderen trots met de uiltjes op de foto gingen.

36

WAARDVOGEL | JUNI 2019

M

et Carla Zantinge vormde Hennie al jaren een weidewachterduo. De beide dames waren zeer succesvol in het lokaliseren van de weidevogelnesten op het land van ‘hun’ boer Daan de Vos. Om die reden werden Hennie en Carla door het Agrarisch Colle ct ie f Krimpenerwaard verkozen tot Weidewachter van het Jaar 2017. Hennie in november 2017 met de Weidewachter Het verhaal van van het Jaar-trofee. Carla over het ringen van jonge grutto’s blijft ondanks de trieste aanleiding hilarisch. Hennie had dat jaar al niet meer de kracht om achter de vogels aan te rennen. Daar hadden de dames het volgende op gevonden. Hennie ging in een hoek van het perceel waar de kuikens liepen, in het gras liggen. Carla begon ze op de fiets vanuit de tegenoverliggende hoek naar Hennie toe te drijven. Af en toe een stukje lopend en dan weer een stukje fietsend, steeds verder de pullen naar de wachtende Hennie toe geleidend. Het beeld van Carla op de fiets hobbelend door het land en Hennie die dan uiteindelijk bovenop zo’n pul duikt zal bij mij altijd een glimlach oproepen. Dankzij hun goede contacten met de familie De Vos konden i.s.m. het ACK door aanpassingen in het beheer vele vogels en hun biotoop gespaard worden. Op aangeven van Hennie en Carla werden Daan en Petra de Vos in november 2018 op de Afsluitavond van het weidevogelseizoen verkozen tot Weidevogelboer van het Jaar. Dat jaar had Hennie haar energie al zodanig moeten verdelen dat ze één perceel per dag ging monitoren; zo kwam ze immers toch elke dag buiten. Hennie vond op de Afsluitavond nog de energie om zelf te vertellen waarom Daan de titel dubbel en dwars had verdiend – ze had die middag ‘voorgeslapen’.


I

n 2019 lukte het niet meer om nog structureel samen te ‘weidevogelen’. Op 10 april, een dag voor haar verjaardag, kreeg Hennie het bericht dat men niets meer voor haar kon doen. Gelukkig is haar een letterlijk ziekbed bespaard gebleven; Carla zocht Hennie wekelijks op en dan zat ze op de bank. Een paar weken voordat Hennie overleed belde ze Carla - die op het punt stond om op een korte vakantie te gaan - en vroeg haar om te komen. Ze gaf Carla haar Swarovski verrekijker met de woorden: “Dan ben ik toch een beetje bij je in het veld.” Ook had ze uit voorzorg inmiddels zelf een nieuw weidevogelmaatje voor Carla gevonden, waardoor de bescherming van ‘haar’ weidevogels onverminderd kon worden voortgezet. Dert van Ree heeft haar diezelfde week in de auto meegenomen de polder in, zodat ze de vogels nog een keer kon horen. De laatste dagen voor haar overlijden – ze was te ziek voor bezoek - is er namens de weidevogelwerkgroep een groot veldboeket bij Hennie op de stoep bezorgd om daarmee een

beetje buiten bij haar binnen te brengen. Tekenend voor haar sociale en altijd positieve instelling, schreef ze coördinator Klaas daarvoor een bedankje per e-mail: “Hoi Klaas, ik weet niet van wie het idee komt, maar wil jullie hartelijk bedanken voor het prachtige veldboeket wat jullie stiekem in de tuin gezet hebben. Het is echt een prachtige bos met al die wilde bloemen. Iedereen hartelijk bedankt. Ik geniet er met volle teugen van. Groeten, Hennie”

B

roers en zussen missen in Hennie een bijzonder inspirerende zus, voor haar moeder is het uiteraard heel zwaar om na haar baby en haar echtgenoot, eerst haar oudste dochter en nu weer een dochter te moeten begraven. Wij wensen Hennie’s familie heel veel sterkte. Ook haar NVWK-familie moet het zonder Hennie doen; we gaan haar warmte, haar daadkracht en haar gulle lach heel erg missen. D

Laksteeltje een zeer zeldzame kustplant!

Stef van Walsum, coördinator plantenwerkgroep

In bus 97 (traject Capelsebrug - Krimpen aan den IJssel), onderweg naar huis was het op een normale doordeweekse schooldag wel erg benauwd. Ik stapte een aantal haltes eerder uit om de resterende meters met de benenwagen af te leggen. Lekker even in de frisse lucht en toch nog een beetje lichaamsbeweging na een zware schooldag. Tot mijn grootste verbazing viel mijn oog op een wel héél bijzonder plantje tussen de straatstenen: laksteeltje! D

L

aksteeltje (Catapodium marinum) is een klein, eenjarig grasje die in Nederland maar heel weinig voorkomt. Zijn oorspronkelijke habitat bevindt zich in een overgangszone van schorren naar duinen die in de winter onder water staan en in de zomer opdrogen. Later werd bekend dat laksteeltje het ook vrij goed doet tussen straatstenen langs de kust zoals in Schevingen, Hoek van Holland en de Brouwersdam (Verspreidingsatlas, 2014). De laatste jaren wordt laksteeltje

ook sporadisch in het binnenland aangetroffen zoals in Delft, Rotterdam en Gouda. Laksteeltje lijkt enigszins op zijn broertje stijf hardgras (Catapodium rigidum). Het verschil zit hem in de kelkkafjes die bij laksteeltje vrijwel tegen de stengel aan liggen en bij stijf hardgras iets uitstaan. Stijf hardgras komt in de Krimpenerwaard op enkele plekken in bebouwde kernen voor, o.a. in Krimpen aan de Lek, Ouderkerk en Schoonhoven. Laksteeltje was nog nooit eerder gevonden in de Krimpenerwaard. Laksteeltje is overigens niet de eerste zeer zeldzame plant die dit jaar is ontdekt in Krimpen aan den IJssel. Eerder werd ook wolfskers en Spaanse dravik gevonden! D

Boven: laksteeltje tussen de straatstenen in Krimpen aan den IJssel Links: verspreiding laksteeltje in Nederland

WAARDVOGEL | JUNI 2019 37


Advies van Astrid Kant: We moeten leren denken als een gruttokuiken Tineke Hoekstra, weidevogelwachter Iedere maandagavond gaat de groep weidevogelwachters van de Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard (NVWK) waarmee ik ‘weidevogel’, het veld in om weidevogels te beschermen. Ze zoeken nesten en plaatsen stokken, zodat de boer weet waar de nesten liggen als hij het land gaat bewerken. Ook voeren ze de gegevens in op de boerenlandvogelmonitor op de smartphone. Het Agrarisch Collectief Krimpenerwaard (ACK), heeft dit seizoen met 110 boeren afspraken gemaakt over weidevogelbeheer door middel van beheerpakketten. De belangrijkste afspraken gaan over uitgestelde maaidatum, plas-dras en kruidenrijk grasland. De boer krijgt hiervoor een vergoeding voor inkomstenderving. Als er op een perceel zonder weidevogelbeheer veel nesten worden gevonden, kan het ACK een lastminute afspraak maken over bijvoorbeeld uitgestelde maaidatum. Het doel is om de dramatische daling van de weidevogelstand te keren. Het aantal grutto’s in Zuid-Holland is sinds 1990 gedaald met 40 procent, naar 5.250 nu. D

D

e grutto’s vliegen massaal omhoog als we al zwoegend door het hoge gras proberen de nesten te lokaliseren. Vlak voor onze voeten vliegt er zelfs één van het nest af. Snel zetten we er stokjes bij, een paar meter uit elkaar in de hoop kraaien en andere predatoren niet te informeren en voeren we de nestlocatie digitaal in op de telefoon. We besluiten al gauw dat dit niet slim is, want in het hoge gras kunnen we de nesten niet vinden en de kans dat we erop gaan staan is levensgroot, gezien de alarmerende weidevogels die zenuwachtig om ons heen blijven vliegen. We besluiten een dag later terug te komen met de weidevogeldrone, want we laten ook veel geursporen na, ideaal voor eierrovers zoals kraaien en vossen. Dat probleem heeft de weidevogeldrone niet.

D

e drone, vorig jaar aangeschaft door het ACK, lokaliseert de nesten op 35 meter hoogte en blijkt ook nauwelijks verstorend te werken op de weidevogels. Met een warmtecamera speurt hij in één uur tijd dertig hectare land af op zoek naar nesten. Bij warm weer kan het lastig zijn om de eieren of de warme vogellijfjes te vinden omdat de grond ook warm is. Er moet dus ‘s ochtends vroeg worden gevlogen want dan is de grond nog koud. We verzamelen ons de volgende ochtend om zes uur achter het huis van melkveehouder Rob Schmidt in Bergambacht. Het is koud en guur. Er zijn twee vliegers, van wie één in opleiding en Mariëlle Oudenes, gebiedscoördinator van het ACK, heeft haar dochter Isa meegenomen. De weidevogeldrone gaat de lucht in en op een klein tv scherm proberen de vliegers de beelden te ontcijferen. Op basis van kenmerken als grootte en vorm wordt bepaald of de ‘hotspot’ wel of geen nest is. De drone kan niet zien of het een grutto of kievitsnest is, maar dat is voor de bescherming ook niet interessant. Als de stip wegloopt blijkt het een haas. Een warme zwanendrol of een jong haasje, het zijn allemaal stippen op het scherm. Isa en ik lopen met de drone mee en checken de plaatsen die de drone aangeeft. We plaatsen stokken bij de nesten, zodat melkveehouder Schmidt weet waar hij kan maaien en waar niet. Als de drone over ons hoofd vliegt horen we dat de camera is uitgevallen. Het apparaat moet terug naar de vliegers. Als dit probleem is getackeld en we dankzij de drone nesten vinden in het lange gras, is de accu leeg. De drone moet opnieuw terug naar de vliegers. Uiteindelijk vinden we redelijk dicht bij elkaar zeven gruttonesten en zijn opgetogen. Mariëlle moet zelfs nieuwe stokken komen brengen. We vergeten even dat we geursporen achterlaten. Ondertussen schrikt een tureluur op en schiet weg. We kunnen de eieren niet vinden. Op het stuk ernaast vinden we een kievietsnest, in korter gras. Ik vergeet de lokatiegegevens digitaal in te voeren op mijn telefoon, maar dat mag de pret niet drukken; er staan stokjes in het weiland. De weidevogeldrone heef z’n werk goed gedaan, maar als we na afloop met een kop koffie in de hand nog even

38

WAARDVOGEL | JUNI 2019

naar het perceel kijken, vliegt er een kraai over, die terugkomt met een ei. Waardeloos. Hij flikt het kunstje nog een paar keer. Schmidt kent de kraai. Het is een oud beest dat er al jaren zit, maar zijn honger is er niet minder om. De eieren zijn volgens Mariëlle lichtgekleurd, maar is dat zo of hoopt ze dat; want dan zijn het namelijk meerkoet eieren. Achteraf concluderen we dat we de drone één keer op verkenning hadden moet sturen, dan waren de meeste nesten gespot en waren we het veld niet ingegaan. Natuurlijk hadden we niet verwacht er zoveel te vinden. Een leermoment. Melkveehouder Schmidt met zijn grote liefde voor de grutto staat voor een dilemma want het is een weiland met productiegras en dat moet er eigenlijk af.

A

an de keukentafel evalueren we verder en komt de tekortkoming van de drone aan de orde. De accu’s zijn wel erg snel leeg. Oudenes wil die middag nog overleggen om er een paar bij te kopen, maar ze zijn prijzig. Ook komt de predatie ter sprake en wat Schmidt nu moet doen met het perceel. Het gras is zo dicht en hoog dat we vrezen dat de jonge grutto’s straks niet in het lange gras vooruit kunnen komen. Ook is er geen insect te bekennen dus eten hebben ze ook niet. We blijven zitten met vragen en ik besluit te bellen met de gruttodeskundige van Nederland: Astrid Kant. Kant fotografeert en beschermt al meer dan dertig jaar weidevogels. Ze is gespecialiseerd in grutto’s en is een bekende in de wereld van de vogelbeschermers. De achteruitgang van de weidevogels komt volgens haar doordat er te weinig kuikens groot worden. De populatie vergrijst. Ze gelooft er wel in dat moderne landbouw te combineren is met kuikenbescherming, maar dan moet de boer concessies doen. Ze reageert enthousiast op het telefoontje en vertelt kordaat dat de grutto’s deze plek hebben uitgezocht en dat we er vanuit mogen gaan dat de ouders weten wat ze doen. “Ze redden zich echt wel. Jullie moeten als een kuiken leren denken en die moet niet in een open terrein lopen, want dan is hij voer voor predatoren.’’ Het liefst ziet ze dat de boer nu gaat maaien, en een heel groot stuk waar de nesten liggen, laat staan, zodat de kuikens als de nesten uitkomen straks veilig, in gras dat alweer wat is aangegroeid, kunnen foerageren. De weersverwachting is echter ongunstig en er wordt zeker niet voor volgende week gemaaid. Ze pleit vervolgens voor een uitgestelde maaidatum tot minimaal 1 juni voor het hele perceel. “De jongen gaan wel naar de omliggende percelen, naar het kuikenland dat vlakbij ligt’’, verwacht ze. Mariëlle Oudenes krijgt tot slot nog het advies om volgend jaar een beheerafspraak te maken voor de plek waar de weidevogels nu zitten, want grutto’s komen vaak op dezelfde plek terug. Als de boer dat wil natuurlijk, want dan is dit perceel volgend jaar veilig voor de weidevogels en hoeven we er ook niet noodzakelijk met de weidevogeldrone overheen te vliegen. D


Werkbezoek CDA-fractie aan polder Krimpen aan de Lek Tekst: Bernard de Jong, foto’s tenzij anders vermeld: Irma Bultman, lid fractie CDA Op woensdag 5 juni heeft een deel van de fractie van CDA Krimpenerwaard een bezoek gebracht aan de polder Krimpen aan de Lek. Aanleiding hiervoor was de eerste versie (oktober 2018) van het raadsvoorstel van het college van B&W om deze polder aan te wijzen als zoeklocatie voor 200 ha verstedelijking in het kader van het MIRT: een uitruilmiddel om de oeververbinding Ridderkerk-Krimpenerwaard binnen te halen. Uiteindelijk is deze concrete zoeklocatie weer uit de stukken verdwenen en wordt de 200 ha bebouwing verspreid in het Gebiedsbod over de hele Krimpenerwaard, maar ook de polder Krimpen aan de Lek zal niet ontkomen aan verstedelijking mocht de Oost-oost verbinding die daar gepland staat, gerealiseerd worden. Het was voor leden van de NVWK in elk geval voldoende reden om de fracties uit te nodigen eens een bezoek te brengen aan deze rijke polder met o.a. de grootste weidevogelreproductie. Immers, als je ergens bekend mee bent, kun je je hier sterker voor maken! Het CDA ging als enige partij ook daadwerkelijk op de uitnodiging in. D

T

ijdens het werkbezoek hebben we voornamelijk laten zien hoeveel weidevogels deze polder gebruiken als broedlocatie. Hoewel het hoogtepunt van het seizoen al voorbij was, zaten er bijvoorbeeld nog veel kieviten op het nest (tweede leg). Ook was goed te zien hoeveel vogels het luchtruim kiezen als bijvoorbeeld vliegende predatoren als bruine kiekendief boven de percelen vliegen. We hebben uitgelegd hoe het weidevogelbeheer een samenspel is tussen onder andere ACK (collectief), NVWK (vrijwilligers) en de agrariërs en dat dit nog niet zo eenvoudig is. Er spelen allerlei factoren en belangen mee en het is een flinke puzzel om dit op elkaar af te stemmen.

Jonge boerenzwaluw, foto: Huig Bouter

N

aast de weidevogels viel ook de grote hoeveelheid boerenzwaluwen op (veel jongen op de hekken!) en werd gewezen op de broedlocatie van de steenuil, uniek voor de westkant van de Krimpenerwaard. Het CDA is - net als de NVWK - al vanaf het begin tegen de huidige plannen van het college geweest. Tijdens het werkbezoek van het CDA aan de polder hebben we samen kunnen zien waarom het zo belangrijk is om het groen in de Krimpenerwaard te beschermen en te behouden. We hopen dat andere fracties zullen volgen! D

Turend naar weidevogels

Coen Hoogendijk, Fractiesecretaris CDA Krimpenerwaard, schreef het volgende: “Wij vonden het als fractie een ontzettend leuke en leerzame middag. Wij leren op deze manier ook om anders naar de vogels in de polders te kijken, iets waar we zuinig op moeten zijn. Zeker in dit gebied, waar zo veel om te doen is geweest m.b.t. de MIRT. Nogmaals willen wij jullie vanaf hier hartelijk bedanken en hopelijk, met wellicht andere fracties, tot ziens!”

Kievitsnestje vlak langs het pad

WAARDVOGEL | JUNI 2019 39


De Wielewaal

Natuurmuseum & klompenwinkel v.o.f. “Bewonder de natuur van Het Groene Hart in een schilderachtige omgeving tussen Lek en IJssel�

Fam. Rijneveld | Tiendweg 26 | 3411 NB Willige Langerak (Lopik) | 0182-384454 Al vanaf 1998 actief in natuureducatie Voor actuele openingstijden en overige informatie zie

www.museumdewielewaal.nl


Jeugdnatuurwacht Krimpen Kennismaking met de JNW André Bloot, voorzitter JNW Al meer dan veertig jaar heeft Krimpen aan den IJssel een Jeugdnatuurwacht (JNW), een vereniging van jeugd in de basisschoolleeftijd met als doel kinderen dichter bij de natuur te brengen. Op dit moment zijn er iets meer dan vijftig kinderen lid. Het is dus een zeer bloeiende club. De leden zitten vrijwel allemaal op een Krimpense basisschool. Vanaf groep 6 kunnen kinderen lid worden. Aan het begin van elk schooljaar worden de groepen 6 van de basisscholen door vrijwilligers bezocht om leden te werven. Het seizoen begint met een officieel installatiemoment. D

D

e JNW beschikt over een drietal locaties: 1. Het Bivak. Dit is gevestigd in ’t Onderdak aan de Groenendaal in Krimpen aan den IJssel. Hier vinden de binnenactiviteiten plaats: tijdens de filmavonden wordt er een natuurfilm gekeken, er worden hier nestkastjes getimmerd, kaarten gemaakt, een natuurquiz gehouden enz. Ook de bibliotheek staat in het Bivak. Deze bestaat uit een tweetal grote boekenkasten met heel veel (jeugd-)boeken en DVD’s over de natuur. 2. Het Roesteiland, vlakbij de volkstuintjes van ‘De Amateur’. Het Roesteiland is niet vrij toegankelijk. Hier worden nestkastjes schoongemaakt, een speurtocht gehouden, onderhoud gepleegd enz. 3. Schoontuintjes, op het terrein van ‘De Amateur’. Hier leren de kinderen zaaien, aardappelen poten, onkruid wieden en alles wat er nodig is om een tuintje te onderhouden.

Verder worden er nog excursies georganiseerd, een wandeling rond het Doove Gat, een nacht ‘overleven in de natuur’, een jaarlijks uitje (met uitpluizen van braakballen, gipsafdrukken maken van een poot van een hert, ree of wild zwijn en een wandeling met de boswachter) enz.

D

e laatste twee jaar mochten we aansluiten bij de NVWKnieuwjaarswandeling rond de Reeuwijkse Plassen. Het is prachtig om te zien dat de NVWK-leden de jeugd van de JNW meenamen in hun kennis en enthousiasme over vogels. Van beide kanten was dat genieten. Onze jeugd heeft daar veel van opgestoken. Het zou geweldig zijn wanneer de samenwerking tussen de NVWK en de JNW op dit terrein wat meer gestalte zou kunnen krijgen. De JNW Krimpen kijkt naar die samenwerking uit. D

Voorjaar

Tekst en illustratie: M. Bersma Twee tortelduiven zitten naast elkaar in de zon op een tak van de dennenboom. Ze zijn hevig verliefd en laten dat goed merken, het gestreel en gekoer is niet van de lucht. Ze vinden een plekje om te nestelen, bijna aan het uiteinde van een tak. Het mannetje vliegt er met takjes in z’n snavel naar toe en z’n vrouwtje schikt ze ijverig tot iets wat een nest moet voorstellen. Ze zijn er snel klaar mee. Ik geloof dat dit onmogelijk een stevige nestplaats kan zijn. Het vrouwtje trekt zich terug op de takjes om te broeden, terwijl haar echtgenoot zo nu en dan liefderijk haar kopje beroert met z’n snavel Vaak zit hij op een afstandje te soezen. Het is begin maart en na enkele zonnige dagen laat de winter zien dat hij nog springlevend is. Uit de loodgrijze lucht begin het te stortregenen, niet zomaar een buitje, nee, het hoost en de straat is na een ogenblik wit van de hagelstenen. Zware stormvlagen schudden de dennenboom heen en weer. Het duivenvrouwtje ondergaat alles lijdzaam. Ze zwiept met de tak mee, tot het nestje tenslotte uit de boom valt, de kapotte eitjes liggen op de grond. Het is triest. Het paartje zit stil naast elkaar op een tak. Ik vraag me af of ze nu teleurgesteld zijn. Ze proberen het vast en zeker nog eens en dan hopelijk met een beter resultaat. d WAARDVOGEL | JUNI 2019 41


Overzicht uilen 2018 Stefan van der Heijden, mede-coördinator uilenwerkgroep

In het april nummer 2018 van de Waardvogel deed ik een oproep om bosuilen te melden. Als uilenwerkgroep doen we weinig voor deze uilsoort omdat deze het goed op eigen kracht lijkt te doen. Dat gevoel willen we graag onderbouwd zien, vandaar toen de oproep. Met de belofte om eind 2018 een artikel te schrijven met de uitkomsten ervan. Door een studie voor mijn werk is dat er niet van gekomen. Deze is inmiddels succesvol afgerond. Hoog tijd om alsnog hier even op terug te komen; beter laat dan nooit. Maar we blikken niet alleen terug op de bosuilen, ook worden de bijzonderheden van de overige soorten uilen uit 2018 kort besproken. z

S

teenuilen In 2018 waren bij de uilenwerkgroep in totaal 9 broedgevallen bekend. Dat is er één meer dan in 2017, een resultaat waar we blij mee zijn. In totaal zijn er 19 jongen en 2 volwassen vrouwtjes geringd. De geringde jongen zijn nagenoeg allemaal succesvol uitgevlogen. Eén broedgeval viel om meerdere reden op. Het betrof een broedgeval tussen Krimpen aan de Lek en Krimpen aan den IJssel. Het is het meest westelijke broedgeval van de Krimpenerwaard op dit moment. In deze hoek waren jarenlang geen steenuilen meer, nu dus (weer) wel! Naast de locatie viel ook de hoeveelheid jongen op. Tijdens de eerste controle waren er 6 levende jongen aanwezig. Dit is nog nooit eerder in de Krimpenerwaard gezien, uniek dus. Uiteindelijk zijn er hier 5 jongen geringd en uitgevlogen. Tot slot viel nog iets aan dit broedgeval op: de prooikeuze. In de kast waren prooiresten van een ijsvogel gevonden. Dit was ook nog niet eerder gezien. Naast ijsvogel hadden deze steenuilen nog iets speciaals op het menu: (Amerikaanse) rivierkreeft. Deze kreeft is sterk in opmars en komt tegenwoordig massaal voor. Steeds meer vogelsoorten hebben dit ontdekt, aan de lijst met kreeft etende vogels kan de steenuil dus ook toegevoegd worden.

wel aanwezige jongen waren doorgaans te licht van gewicht en er stierven jongen in de kast. In totaal zijn er 25 jongen geringd. Leuk was het ringen van kerkuilen met een schoolklas. Hiervan is in waardvogel 4 uit 2018 een verslag van terug te lezen.

R

ansuilen Voor ransuilen geldt hetzelfde als voor kerkuilen. Door de slechte muizenstand waren er weinig broedgevallen. Vele avonden fietsen om jongen op te sporen leverde doorgaans niets op. Slechts op een handvol plekken zijn jongen gehoord. In 2017 waren er dat nog circa 30. Momenteel gaan we inventariseren of het in 2019 beter is.

Een prachtig gezicht: vijf jonge steenuilen in de weegschaal

K

erkuilen De kerkuil kent de laatste jaren een (flinke) opmars in de Krimpenerwaard. In 2018 is deze opmars abrupt ten einde gekomen. In 2017 hadden we 13 broedgevallen, een recordaantal voor de Krimpenerwaard. In 2018 was de muizenstand, op lokale uitzonderingen na, ingestort. Kerkuilen zijn muizeneters bij uitstek. Van alle in de Krimpenerwaard voorkomende uilensoorten, eet de kerkuil relatief het vaakst muizen; 98% van zijn prooien is een muis. Het gevolg van de slechte muizenstand in 2018 was dan ook duidelijk zichtbaar. Er waren in totaal 8 broedgevallen, 5 minder dan in 2017. Naast minder broedgevallen in aantal, waren er per broedgeval vaak minder jongen dan in 2017. De

42

WAARDVOGEL | JUNI 2019

Eén van de in 2018 geringde kerkuiljongen wordt gewogen

B

osuilen In 2018 is in Berkenwoude één nest met 2 jonge bosuilen geringd. Deze zijn succesvol uitgevlogen. We proberen meer nesten met bosuilen te ringen, maar doordat we zelf geen kasten plaatsen en controleren weten we niet altijd exact waar broedgevallen zijn op het moment dat de jongen ringbaar zijn. In totaal zijn er in 2018 211 waarnemingen van bosuilen ingevoerd op krimpen.waarneming.nl. Een deel van deze waarnemingen zijn door de uilenwerkgroep ingevoerd n.a.v. ontvangen meldingen. Iedereen die bij ons bosuilen heeft gemeld: dank voor het doorgeven!!


Overzicht 2018 van bosuilen in de Krimpenerwaard

De waarnemingen geven een mooi overzicht van waar de bosuilen voorkomen. Op 60 afzonderlijke locaties zijn bosuilen waargenomen. Er zijn met zekerheid 28 locaties met een paartje bosuilen, al dan niet met jongen, bekend. Bovenstaande afbeelding geeft het beeld van de bosuil in 2018 weer. De rode punten zijn individuele exemplaren, de gele punten zijn paartjes en/of jongen.

Hoewel we veel van de bosuil weten, vermoeden we wel dat dit kaartje zeker niet compleet is. Ook voor 2019 is het verzoek om zo veel mogelijk waarnemingen van bosuilen te blijven melden, via uilenwerkgroep@nvwk.nl of door in te voeren op krimpen.waarneming.nl. De uilenwerkgroep zal de exacte locaties van bosuilen niet met derden delen. z

Bosuilkast geplaatst Foto bosuil en tekst: Stefan van der Heijden, mede-coรถrdinator uilenwerkgroep

De bosuil is een van de vier uilensoorten die broedt in de Krimpenerwaard. De bosuil is de talrijkste uilsoort en zeer algemeen in de Krimpenerwaard. Ze stellen weinig eisen aan eten, rustplaats en broedplekken. Natuurlijke broedplekken zijn holten in bomen of bijvoorbeeld klimopbegroeiing. In cultuurlandschap broeden deze uilen vaak op schuurzolders op hooi- of strobalen of aanwezige spullen. Daarnaast broeden ze vaak in speciale nestkasten die voor deze soort zijn opgehangen. z

B

osuilen komen in vrijwel elke bebouwde kom van de waard wel voor, dit in tegenstelling tot de andere uilensoorten. Omdat de soort van zichzelf succesvol is en makkelijk gebruik maakt van aanwezige natuurlijke- en cultuurlijke broedplaatsen, plaatst de uilenwerkgroep in principe geen kasten voor bosuilen. Een ander argument om dit niet te doen is omdat bosuilen de steenuilen letterlijk en figuurlijk in de weg zitten. Met steenuilen gaat het een stuk slechter; een van de oorzaken daarvan is de aanwezigheid van bosuilen. Bij eventuele verzoeken voor het plaatsen van bosuilkasten proberen we dit uit te leggen en van het plaatsen af te zien. Zeker als dit is op plekken waar nu (nog) geen bosuilen voorkomen.

E

nige tijd geleden kwamen we met de kinderboerderij Klein Boveneind uit Krimpen aan den IJssel in contact. Daar werden veel braakballen gevonden en er werd vaak een bosuil gezien. Of

we een kast voor deze uilsoort willen plaatsen. Tja, in principe niet... Toch hebben we dit gedaan. Omdat de bosuil al voorkwam op de kinderboerderij ontstaat er niet een nieuwe locatie met bosuilen. Daarnaast bevinden zich op de kinderboerderij al cultuurlijke broedplekken (hooi van de nieuwe hooiberg). De kans dat de bosuil daar al heeft gebroed is aanwezig. Een andere reden om toch een bosuilkast op te hangen is de mogelijkheid voor educatie. We hopen dat de bosuil in de kast gaat broeden en dat we de jongen kunnen ringen. Dit ringen gaat dan gebeuren in het bijzijn van bezoekende kinderen van de kinderboerderij. We zien dit als mooie kans om jeugd bij de natuur en het werk van de Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard te betrekken! Om makkelijk in de kast te komen voor controles is hij bij het plaatsen voorzien van scharnieren. De kast is cadeau gedaan door Michel van Capelle, een vaste bezoeker van de kinderboerderij. Leuk is dat hij werkzaam is bij WAARDVOGEL | JUNI 2019 43


het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Hij was ook betrokken bij het project waarbij torenvalk- en kerkuilkasten zijn geplaatst langs de Lekdijk. Samen met Michel en educatief medewerkster Corrie Speksnijder hebben we de kast op zaterdag 30 maart 2019 geplaatst.

braakballen gewenst. De vraag aan de uilenwerkgroep was of we 3000 braakballen konden leveren! Zoveel hebben we er niet en we hebben zelf voor eigen doeleinden ook braakballen nodig. We hopen dat de bosuil daar een vaste(re) bewoner wordt en nu zelf

I

n het hooi van de hooiberg zijn vele tientallen braakballen gevonden. Deze braakballen zijn verzameld en worden in natuurlessen gebruikt door de Kinderboerderij zelf. Bijzonder om daarbij te vermelden is dat elke basisschoolklas twee keer per jaar de kinderboerderij bezoekt. Om die reden zijn veel meer

Links bosuil, foto: Stefan van der Heijden Boven: Stefan met kastdonateur Michel van Capelle en educatief medewerker Corrie Speksnijder. Foto: Elise van der Heijden

Overtuinfestival Een prachtige dag Maria Spruit De Culturele Stichting ‘De Haastrechtse Kring’ organiseerde ter ere van de metamorfose die de historische Overtuin heeft ondergaan een ‘Overtuinfestival’. De werkgroep ‘Overtuin Bisdom van Vliet’ wil de tuin in oude glorie herstellen. Jaap Graveland, nog in de functie van coördinator erfvogelproject heeft advies gegeven wat betreft het ophangen van nestkasten en Maria heeft dit jaar voor de derde keer een broedvogelmonitoring gedaan. Om die redenen vonden we het leuk om met een stand aanwezig te zijn op het festival. D

M

ieke had waterdiertjes geschept uit de vijver in de Overtuin en in een accubak gedaan. Dat trok veel bekijks, waardoor we leuke gesprekken hadden met belangstellenden. Ook had ze leuke kleine vondsten uit de natuur meegenomen, waarmee ze kinderen boeide en daarmee ook hun ouders! Om de stand levendig te maken had Maria twee veldboeketten geplukt met grassen, een bloemmengsel voor bijen, fluitenkruid en koolzaad. Het weer was prachtig en de bezoekers gezellig. We maakten kennis met mensen die al lid waren en mensen die zeiden graag lid te willen worden. Er was een meneer die in de Vlist woonde en beweerde dat eenden niet in wilgen broeden. We hebben deze meneer ook maar geadviseerd om lid van de NVWK te worden. We konden om en om naar de interessante lezing gaan van de zoon van twee vrijwilligers van de Overtuin die bioloog is en verbonden aan de Universiteit van Wageningen, Arnold van Vliet. In zijn lezing noemde hij het heel waardevol als er waarnemingen op waarnemingen.nl gezet worden. D

Links: Deze stralende dames vertegenwoordigen de NVWK op een stralende dag, foto: Annabel Verheij 44

WAARDVOGEL | JUNI 2019


Help! Onze kerkuil poept Stefan van der Heijden, medecoördinator uilenwerkgroep

Ja, bovenstaande krijgen we wel eens te horen van de erfeigenaren waar een kerkuilkast hangt. Een kerkuilkast hangt altijd ergens binnen en de kerkuil poept dan ook vaak binnen. Bij het bespreken om een kast te plaatsen vertellen we dit standaard, om van te voren te waarschuwen. Vaak is het geen probleem omdat de kast ergens in loods of op een rommelzolder hangt. Soms wordt de poep (en in mindere mate ook de braakballen) wel als probleem ervaren. En dan krijgen wij het verzoek om iets aan de overlast te doen. En overlast is het: de poep trekt bijvoorbeeld diep in de lak van geparkeerde voertuigen (auto, trekkers, gazonmaaier enz.) en is zeer moeilijk te verwijderen. En het is ook niet fijn als je auto net gewassen is en je hem de volgende dag weer moet wassen. z

D

e makkelijkste oplossing is om licht aan te doen daar waar overlast ervaren wordt. Kerkuilen hebben hier een hekel aan en zullen de verlichte plek mijden. Maar dit is geen oplossing als de poepplek nabij de kast zelf is. Het risico is dan groot dat ze vertrekken en dat is uiteraard niet de bedoeling. Daarnaast zit er nog een ander negatief aspect aan: het energieverbruik en de energierekening stijgen. Ook daar zit niet iedereen op te wachten. Als mensen met overlast van poep van kerkuilen bij ons aankloppen denken en werken we zoveel mogelijk mee. Want als de overlast niet opgelost wordt is de kans groot dat de uilen niet meer welkom zijn. Dat willen we uiteraard zoveel mogelijk voorkomen!! Een goed alternatief is om een zeil tussen de plek waar de uil vaak zit en de voertuigen te spannen. Het zeil vangt de poep en braakballen op. De erfeigenaar blij: de voertuigen blijven schoon. De kerkuilen blij: ze blijven op hun favoriete plek welkom. Onlangs hebben we twee keer een zeil gespannen om dit probleem op te lossen. Bijgevoegd een aantal foto’s die dat illustreren. Mocht iemand overlast ervaren van kerkuilen dan horen we dat graag (e-mail naar uilenwerkgroep@nvwk.nl); we komen dan kijken om het probleem zo goed mogelijk op te lossen. z

Links: Stefan niet met een nietpistool het zeil vast aan een balk. Rechtsboven: Paul spant het zeil op. Rechtsonder: eindresultaat, de auto kan er weer onder staan. Foto’s: Stefan van der Heijden en Paul de Groot

WAARDVOGEL | JUNI 2019 45


Boer en Natuur dag 2019

De Boer en Natuur dag had als doel om de natuurbeheerprojecten van Weidehof en ACK te promoten en viel gelijk met de Big Birding Day op 4 mei. Aan de activiteiten op deze dag werkten ook NVWK-ers mee en hoewel die pas om 11.00 uur begonnen, was het nog steeds guur en koud. Des te leuker is daarom dat de opkomst van publiek lang niet tegenviel! Na de openingshandeling waarbij Raymond de Vries een drone met vlag precies voor de voeten van de wethouder landde, liet het publiek zich per huifkar vervoeren langs de diverse locaties. Bovenaan een impressie van de weidesafari’s die Klaas de Mik begeleidde bij de familie Verhagen. Arie Kooy bleef in de Hooiberg bij de informatiestands om te vertellen over weidevogels. Bij boer Chris Boogaerdt werd op kleine waterdiertjes gevist met begeleiding van Marleen van der Lee en Joke Colijn, later afgelost door Famke Houthoff en echtgenoot. Boer Koos Verkuil had een kijkscherm op een aanhanger gebouwd waarop NVWK-ers Joep Vermaat, Han Noorlander en Jaap Graveland (en later nog even Marleen en Joke), de kou trotseerden om te vertellen wat er te zien was op de plas-dras. Alle NVWK-ers namens Weidehof/ACK hartelijk dank voor hun inzet! Het geslaagde evenement is volgens het publiek én Weidehof/ACK voor herhaling vatbaar. D

Foto boven: Arie Kooy; overige foto’s archief ACK/ Weidehof

46

WAARDVOGEL | JUNI 2019


Kinderopvangboerderij 'Achter 't Potdeksel'        

opvang van 07.00 tot 19.00 uur verticale groep van 0 tot 4 jaar (max. 16) optimale zorg en aandacht ervaren en gediplomeerde leiding in landelijke en agrarische omgeving unieke accommodatie in voormalige koeienstal buitenspeelruimte in openlucht en overdekt natuur-educatieve visie en uitgangspunten

www.kinderopvangboerderij.nl potdeksel.kinderopvangboerderij@kpnmail.nl Aad van der Meijden & Netty Brussee Benedenberg 66 - 2861 LH Bergambacht

 0182-353183

Landschap – Cultuurhistorie – Ecologie Advies – Realisatie – Educatie “Wij willen doorpakken, zeggen wat wij doen en doen wat wij zeggen”. Wij kunnen u helpen door middel van: • Advies, inrichting en beheer (boeren) erf, landgoederen en natuurterreinen. • Adviseren, maken van bestekken en directievoering bij (her)inrichting van grote en kleine (natuur)terreinen. • Aanplant en onderhoud (hoogstam)fruitbomen. • Monitoren van natuurwaarden. • Leveren van streekeigen plantmateriaal en oude rassen fruitbomen. • Lezingen, excursies en cursussen m.b.t. Natuur en Landschap. info@bureau-schildwacht.nl www.bureau-schildwacht.nl Beukendaal 3, 2831 VA Gouderak 06-22978424

Uw duurzame drukker in de Krimpenerwaard FSC® gecertificeerd en premium partner


reisprogramma ww Vraag de gratis reisgids aan!Reis met ons mee! E in

Reisgids 2016

jde bestemmingen Vogel- en natuurreizen naar wereldwi

www.birdingbreaks.nl • T ( 020) 779 20 30 • E info 100+ groepsreizen 22 fotoreizen 55 expeditiecruises 20 weekenden in Nederland

Vogel- en natuurreizen naar wereldwijde bestemmingen EEN SELECTIE VAN ONZE REIZEN IN 2019 EN 2020: Fotoreis Lesbos € 1395,25 april ‘19

Engeland - Farne Islands € 950,24 & 28 mei, 1, 5 en 9 juni

Borneo € 4795,6 november ‘19

Kazachstan € 3195,30 april ‘19

Fotoreis Spitsbergen € 1895,16 juni ‘19

Colombia € 5150,26 november ‘19

Georgië € 2245,6 mei ‘19

West-Papoea Paradijsvogels € 7250,15 juli ‘19

Bulgarije € 1550,9 mei ‘19

woude ligt in het hart van de feervolle zalen zijn zeer geschikt e of feestelijke bijeenkomst. etverbinding zijn aanwezig. t complete maaltijden of buffetten. eid in eigen keuken. Bel ons voor:

Brazilië € 5295,22 augustus ‘19

Estland € 1595,12 mei ‘19

Expeditiecruise Oost Groenland Vanaf € 2950,17 september ’19 Nu met 20% korting!

Armenië € 1895,19 mei ‘19 Finland en Varangerfjord € 2495,20 mei ‘19 Mallorca € 1545,20 mei ‘19

Atlantic Odyssey 2020 29 maart 2020 / v.a. € 5850,-

Vraag naar onze speciale actie!

www.birdingbreaks.nl ( 020) 779 20 30 info@birdingbreaks.nl

“De Zwaan” biedt ook een p afhaalmaaltijden en een sna Keuken geopend van 17.00 t woensdag, vrijdag en zaterd


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
2019 3 juni Waardvogel by Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard - Issuu