Waardvogel
56e JAARGANG | NUMMER 4 | SEPTEMBER 2017 WWW.NVWK.NL
Verbeterplan Weidevogels
8
Broedende lepelaars
28
Weg ermee!
26
foto v
“Iedereen wist dat het niet kon, tot er iemand kwam die dat niet wist.”
an de
m
aa
nd
bijzonder voor de Krimpenerwaard Of zijn plantaardige exoten een aanwinst...?
Namen, telefoonnummers en e-mailadressen Bestuur
Voorzitter Secretaris Penningmeester Algemeen adjunct Bestuurslid Coördinator plantenwerkgroep Coördinator vogelwerkgroep Coördinator PR
Max Ossevoort, xxxxxxxx@xxxxxxxx.xx XX XXXXXXX XXX XXXXXXX Frans van der Storm, info@nvwk.nl XX XXXXXXX Boschpolderstraat 14, 2807 LJ Gouda Gerard van Slijpe, xxxxxxxx@xxxxxxxx.xx XXX XXXXXXX bankrekening NVWK: NL82 RABO 0127 2948 80 Hans Kouwenberg, xxxxxxxx@xxxxxxxx.xx XXX XXXXXXX Jan van Exel, xxxxxxxx@xxxxxxxx.xx XX XXXXXXX Stef van Walsum, planten@nvwk.nl XX XXXXXXX Dirk-Jan van Roest, vogelwerkgroep@nvwk.nl XX XXXXXXX Joke Colijn, xxxxxxxx@xxxxxxxx.xx XX XXXXXXX XXX XXXXXXX
Werkgroepen Redactie Waardvogel voor kopij Maria Spruit en Joke Colijn, nvwkredactie@gmail.com XX XXXXXXX XXX XXXXXXX Foto’s t.b.v. de website Redactie, nvwkredactie@gmail.com of Dirk-Jan van Roest, vogelwerkgroep@nvwk.nl XX XXXXXXX Werkgroep Ruimtelijke Ordening Ton de Groot, werkgroepro@nvwk.nl XX XXXXXXX Sandra Bouwman, werkgroepro@nvwk.nl Coördinator vlinders- en libellen- werkgroep Gabrielle Heuvelman, vlinderwerkgroep@nvwk.nl XX XXXXXXX XXX XXXXXXX Coördinator weidevogelbescherming Klaas de Mik, xxxxxxxx@xxxxxxxx.xx XX XXXXXXX XXX XXXXXXX Assistent weidevogelbescherming Joep Vermaat, weidevogels@nvwk.nl Coördinator werkgroep landschaps- onderhoud Patrick Heuvelman, landschapwerkgroep@nvwk.nl XX XXXXXXX XXX XXXXXXX Coördinator wintervogeltellingen Peter Berger, xxxxxxxx@xxxxxxxx.xx XXX XXXXXXX Hans Kouwenberg, xxxxxxxx@xxxxxxxx.xx XXX XXXXXXX Coördinator uilenwerkgroep Stefan van der Heijden en Laura Pezzoli, uilenwerkgroep@nvwk.nl XX XXXXXXX Coördinator erfvogelwerkgroep Jaap Graveland, erfvogels@nvwk.nl XX XXXXXXX XXX XXXXXXX Coördinator zwaluwenwerkgroep Nico van Dam, xxxxxxxx@xxxxxxxx.xx XXX XXXXXXX Coördinator jeugdwerkgroep Mieke Veen, jeugd@nvwk.nl Kees Janssen, jeugd@nvwk.nl Coördinator Knotgroep Krimpen Jos de Nood, xxxxxxxx@xxxxxxxx.xx XXX XXXXXXX Coördinator roofvogelwerkgroep Henk Visser, roofvogelwerkgroep@nvwk.nl XX XXXXXXX Jaap Jan Leeuwenburgh, roofvogelwerkgroep@nvwk.nl XX XXXXXXX Coördinator waterwerkgroep Marc van Bemmel, waterwerkgroep@nvwk.nl XX XXXXXXX XXX XXXXXXX
Andere belangrijke instanties Dierenambulance Gouda e.o. Dierenbescherming Afdeling Krimpenerwaard Meldpunt m.b.t. milieu en de jacht Politie Hollands Midden, Regionaal Milieu Team Melden van zwerfvuil Contact opnemen met de gemeente Krimpenerwaard Meldpunt Laagvliegen Krimpenerwaard Vogelasiel Vogelklas Karel Schot Meldpunt klachten onderhoud sloten, Hoogheemraadschap van Schieland en de bermen of dijken Krimpenerwaard, info@hhsk.nl Milieutelefoon, Bij verstoringen van de natuur
0182 529059 0180 510984 0900 8844 140182 010 4733333 010 4857847 010 4537356 0888 333555
Lid worden? Wilt u actief deelnemen aan de Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard of wilt u de doelstellingen van onze vereniging steunen, word dan lid. Op onze website kunt u alles over ons vinden, wat we doen en waar we voor staan. Meld u aan op www.nvwk.nl onder ‘de vereniging’, of stuur een e-mail naar info@nvwk.nl met uw gegevens. U kunt ook de secretaris bellen: XX XXXXXXX. Zie de colofon voor de diverse lidmaatschappen.
2
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017
Colofon
Van de voorzitter
De Waardvogel ISSN 1384-8240 Jaargang 56 verschijnt 5 x per jaar, februariapril-juni-september-december
Max Ossevoort
De Krimpenerwaard verandert. Ik zie, vergeleken met vijftien jaar geleden, minder horizon. Er wordt voortdurend gebouwd en het fietsKopij aanleveren Vóór 15 januari, 15 maart, 15 mei, en wandelpadennet wordt uitgebreid. De vegetatie in bestaande grienden 15 augustus en 15 november is hoger geworden en er zijn meer bomen, ook solitaire, bij gekomen. Dat alles betekent automatisch minder geschikte ruimte voor onze Oplage weidevogels. Ook ontdekken we steeds meer exoten die een negatieve 900 exemplaren uitwerking hebben op onze eigen natuur. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de E-mail redactie alles verslindende Amerikaanse rivierkreeften. Gelukkig zijn er ook positieve veranderingen te noemen. De Joke Colijn bestaande natuurgebiedjes zijn de pioniersfase voorbij waardoor nieuwe of juist verdwenen soorten flora en Maria Spruit fauna de intrede doen. De verwezenlijking van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) in de Krimpenerwaard nvwkredactie@gmail.com van 2250 ha, waarvan inmiddels 500 ha is opgeleverd, is gepland om in 2021 afgerond te worden. Door de Website www.nvwk.nl verschillende doelstellingen binnen het NNN worden op een breder vlak nieuwe kansen gecreëerd voor flora www.facebook.com/denvwk/ en fauna, ook voor onze weidevogels. Voor het derde jaar op rij zijn succesvolle broedgevallen vastgesteld https://twitter.com/denvwk van steltkluten - het afgelopen seizoen zelfs drie paar - en we hebben dit jaar de eerste broedgevallen van lepelaar, grote zilverreiger en niet te vergeten de purperreiger in onze waard gehad. Ook zijn dit jaar Secretariaat & ledenadministratie bijzondere en voor de Krimpenerwaard nieuwe soorten planten aangetroffen, zoals het bruin cyprusgras. Frans van der Storm Op 2 september hielden we onze vrijwilligersdag, de dag waarop het bestuur de actieve vrijwilligers van onze Boschpolderstraat 14 2807 LJ Gouda vereniging bedankt voor hun onmisbare bijdrage van het afgelopen jaar. De locatie was weer Schaapjeszijde, info@nvwk.nl het weer was mooi, het Mexicaanse eten viel in de smaak en de sfeer was ongedwongen. We zijn heel blij met de suggesties die de aanwezige vrijwilligers tijdens het feest via de ‘Open Space’ sessie hebben aangeleverd. Contributie per kalenderjaar € 5,- voor een jeugdlidmaatschap, Deze bijdragen helpen het bestuur om onze richting te bepalen voor de toekomst. één kind t/m 16 jaar 2017 was opnieuw een bijzonder zwaar jaar voor weidevogels. Ondanks de enorme inspanningen die we € 17,- voor een basislidmaatschap met z’n allen plegen, gaat het nog steeds bergafwaarts met bijvoorbeeld de grutto. In het artikel over het € 22,- voor een gezinslidmaatschap weidevogelverbeterplan leest u hoe wij denken over wat absoluut nodig is om de weidevogels te redden. Was vorig jaar nog een erg goed jaar voor de zwarte stern, dit jaar is slecht verlopen voor deze moerasvogel in Bankrekeningnummer NL82 RABO 0127 2948 80 de Krimpenerwaard. Het totaal aantal succesvolle broedparen was, met name door verstoring in de kolonies van het ZHL en ook in een aantal van de NVWK, minder dan de helft ten opzichte van 2016. De juiste Lid worden oorzaken zijn nog niet allemaal bekend, maar hopelijk kunnen we er aan werken dat 2018 beter verloopt. U kunt lid worden via www.nvwk.nl of door een e-mail met uw gegevens Het artikel over de Operatie Steenbreek sluit aan bij de gedachte achter het Erfvogelproject en wij gaan ons te sturen naar info@nvwk.nl ook zeker hiervoor inzetten. De mogelijkheid van zogenaamde ‘natte teelten’ in ons gebied wordt onderzocht. De zeespiegel stijgt en die stijging heeft gevolgen voor ons grondwaterpeil. In combinatie met de dalende Op de voorpagina veenbodem kunnen ‘natte teelten’ in de toekomst een mogelijke oplossing zijn voor agrariërs om in bedrijf Torenvalk, te blijven. Over het maaien van bermen zijn de meningen verdeeld, getuige de verzamelde persberichten foto: Huig Bouter Foto van de maand: op pagina 34. Zeker is dat bloeiende bermen ook voor onze insecten, zoals vlinders, zweefvliegen, bijen en Goudknopje, hommels erg belangrijk zijn. Inmiddels is een aparte werkgroep binnen de NVWK bezig met een plan voor foto: Stef van Walsum de (her-)introductie van graslandvlinders in de hele Krimpenerwaard. Het plan van aanpak vindt u op onze site onder Vlinders- en Libellenwerkgroep en wordt wanneer u dit leest omgezet naar de uitwerking met Overname van artikelen Overname van artikelen uit dit blad concrete acties. Wij staan altijd open voor uw mening. d is toegestaan met bronvermelding
Disclaimer Artikelen of uitingen van derden in de Waardvogel geven niet noodzakelijkerwijs de mening van de redactie of van de Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard weer, maar zijn voor rekening van de auteurs, de geciteerden of de bron. Drukkerij Reprovinci Schoonhoven Zie advertentie Voor advertenties nvwkredactie@gmail.com Jaartarief (= vijf edities): 1/8 pagina: € 50,1/4 pagina: € 90,1/2 pagina: € 150,Ereleden W. Fontijne A. v.d. Waal
In dit nummer
Belangrijke gegevens 2 Van de voorzitter 3 Even Noteren 4 Trektelpost ‘De Hoekse Sluis’ 5 Goudknopje, foto van de maand 5 Torenvalk op de voorpagina 6 Verbeterplan weidevogels 8 Weidevogels beschermen vanuit de lucht 11 Niet voor de poes 12 Verslag libellenexcursie 16 Operatie Steenbreek 17 Verslag gemeente Krimpenerwaard 18 Aanvulling NVWK op verslag 19 Commotie over uilen in gesloopte molen 21 Samenwerking helpt dit voorkomen 21 Kerkuilkast in toren geplaatst 22 Ransuiltelling weer een succes! 22 De NVWK plukt de vruchten 24
Appels rapen 25 Weg ermee!...26 Plantenexcursie Loetbos 27 Broedende lepelaars 28 Vrijwilligersdag 2 september 2017 30 Weelde 32 Overlast gevende ‘onkruiden’, div. 34 Natuurwerkdag Koeneschans 35 Naar de Delta verslag vogelexcursie 36 Natuurherinneringen (3) 39 Jeugdactiviteit: kanoën op de Loet 40 Waarneming.nl 41 Vouchers van De Groene Motor 43 Ervaringen bij boomvalknest 44 Nationale Nachtvlindernacht 46 Opening proefveld ‘Natte teelten’ 47 Waterriet, vervolg 48 Reis naarSpitsbergen 48 Strategische Visie Krimpenerwaard 49 WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017
3
Even noteren Z
aterdag 30 september 2017 vanaf 7.30 uur Vandaag wordt in het kader van de Euro Birdwatch de trektelpost bemand. Het doel van het evenement is om wereldwijd aandacht te schenken aan vogels. Wij staan er vanaf 7.30 tot in ieder geval 14.00 uur en gaan de middag door wanneer de trek op gang blijft. Voor actuele info kan er gecontact worden met Dirk-Jan van Roest, XX XXXXXXX.
D
insdag 10 oktober 2017 om 20.00 uur Lezing van Albert de Jong van Sovon Vogelonderzoek Nederland over ganzen. Tijdens de wintervogeltellingen tellen we ook in de Krimpenerwaard de ganzen en de andere watervogels. Met deze gegevens en ander onderzoek is er veel te zeggen over de populatie-ontwikkeling en de trends van ganzen. Albert deelt zijn kennis over onze Zuid-Hollandse ganzen in De Zwaan in Berkenwoude, meer info bij Hans Kouwenberg, XX XXXXXXX.
Z
aterdag 11 november 2017 van 09.00 tot 13.00 uur Knotgroep Krimpen gaat de typische wilgencoulissen onderhouden. Deze keer bij de familie Braber (Opperduit 200, Lekkerkerk). Meer info bij Jos de Nood, xxxxxx@xxxx.xx.
H
et weekend van 18 en 19 november 2017 Wintervogeltellingen, info bij Hans Kouwenberg, XX XXXXXXX of Peter Berger XX XXXXXXX.
Z
et weekend van 14 en 15 oktober 2017 Wintervogeltellingen, info bij Hans Kouwenberg, XX XXXXXXX of Peter Berger XX XXXXXXX.
aterdag 18 november 2017 van 09.00 tot 13.00 uur Eerste knotdag van de oostelijke knotploeg. Vandaag onze jaarlijkse werkdag bij de familie Ooms (Opperduit 14, Lekkerkerk). Alle soorten werk in een grote hoogstam-boomgaard met een singel van wilgen. Meer info via onze website of bij Edith Kuijper, xxxxxx@xxxx.xx, XX XXXXXXX.
Z
W
H
aterdag 21 oktober 2017 De eerste telling van de in totaal drie tellingen van de slaapplaats van de grote zilverreigers. Wil je dit seizoen meedoen? Geef je op bij Dirk-Jan van Roest, XX XXXXXXX of vogelwerkgroep@nvwk.nl.
Z
aterdag 28 oktober 2017 Nacht van de Nacht is een evenement van de Natuur- en Milieufederaties om aandacht te vragen voor de gevolgen van lichtvervuiling. Honderden bedrijven en gemeenten doven lichten van gebouwen en honderden activiteiten worden georgainiseerd. Ook de NVWK zal hieraan haar medewerking verlenen. Het programma is nog niet exact bekend, maar zal spoedig te lezen zijn op de agenda van de site: www.nvwk.nl.
D
onderdag 2 november 2017 vanaf 20.00 uur Afsluitavond weidevogelwerkgroep in De Zwaan, Berkenwoude. Met uitreiking van de Kristallen Kievit aan onze Weidevogelboer van het Jaar, de verkiezing van de Vrijwilliger van het Jaar door het collectief, veel informatie over de ontwikkelingen rond weidevogelbescherming en het provinciale Verbeterplan Weidevogels en natuurlijk de resultaten van het afgelopen seizoen. Hou de informatie op de site in de gaten en nodig ook je boer uit!
Z
aterdag 4 november 2017 Start van het knotseizoen met de landelijke Natuurwerkdag. Alle info over activiteiten vindt u op natuurwerkdag.nl, op pagina 35 en bij Patrick Heuvelman, landschapwerkgroep@nvwk.nl of XX XXXXXXX.
Z
aterdag 11 november 2017 van 14.00 tot 16.00 uur Herfst met vallende bladeren, kastanjes zoeken en paddenstoelen kijken. Kees heeft voor de jeugd van 8 tot 12 jaar een speurtocht uitgezet. Onderweg verzamel je ook
4
natuurschatten voor het knutselwerk dat we gaan maken; neem je wel een tasje mee? Start vanaf de Hendrikshoeve in het Loetbos. Doe je ook mee? Geef je dan voor 26 oktober op bij Marlou van Roy, XX XXXXXXX of via jeugd@nvwk.nl.
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017
oensdagavond 22 november om 20.00 uur Abe Maaijen is afgelopen voorjaar met een boot naar Spitsbergen gevaren. Deze avond neemt hij u mee op deze bijzondere reis, vogels van het hoge noorden maar ook een keur aan zoogdieren in een prachtig landschap. We zijn te gast in De Zwaan in Berkenwoude, meer info bij Hans Kouwenberg (XX XXXXXXX en op pagina 48, ook over een cursus natuurfotografie.
Z
aterdag 25 november 2017 van 09.00 tot 13.00 uur Werkdag van knotgroep Krimpen met zowel knotten van wilgen als ook snoeien van wat fruitbomen. Jos en zijn team zijn te gast bij familie van der Laan (Zuidbroek 138, Bergambacht). Meer info bij Jos de Nood, xxxxxx@xxxx.xx.
Z
aterdag 2 december 2017 van 09.00 tot 13.00 uur Net voor Sinterklaas alvast de pepernoten en banketstaaf er af werken? Onze jaarlijkse werkdag in de boomgaard Krimpen (Boveneindselaan 100, Krimpen aan den IJssel). Al jaren helpt de NVWK bij het onderhoud van vooral fruitbomen. Meer info via onze website of bij Edith Kuijper, xxxxxx@xxxx.xx, XX XXXXXXX. Zie ook het artikel op pagina
Z
aterdag 2 december 2017 De Landelijke Dag van Sovon is een jaarlijks evenement voor alle vogeltellers en andere actieve natuurliefhebbers in Nederland. Een dag vol lezingen met topsprekers uit de wereld van vogelonderzoek en meer dan 80 stands met boeken, optiek, reizen en vogelorganisaties uit heel Nederland.
Z
aterdag 9 december 2017 van 09.00 tot 13.00 uur Knotgroep Krimpen gaat werken op het Roesteiland in Krimpen aan den IJssel. Het Roesteiland ligt onder hoogspanningskabels en die moeten vrij blijven. Meer info bij Jos de Nood, xxxxxx@xxxx.xx.
H
et weekend van 16 en 17 december 2017 Wintervogeltellingen, info bij Hans Kouwenberg, XX XXXXXXX of Peter Berger XX XXXXXXX.
Z
aterdag 16 december 2017 van 09.00 tot 13.00 uur De oude boerderij van de familie van Zeben (Benedenkerkseweg 133, Stolwijk) past mooi in de omgeving door de vele landschapselementen rondom. Deze moeten wel worden onderhouden en dat gaan wij doen. Snoeien en zagen om de Krimpenerwaard nog mooier te maken. Meer info via onze website of bij Edith Kuijper, xxxxxx@xxxx.xx, XX XXXXXXX.
H
et weekend van 13 en 14 januari 2018 Wintervogeltellingen. Dit weekeinde de grote midwintertelling. Heb je tijd en zin om eenmalig een keer een gebied te tellen? Neem dan contact op met Hans Kouwenberg, XX XXXXXXX of Peter Berger XX XXXXXXX.
H
et weekend van 27 en 28 januari 2018 Nationale Tuinvogeltelling. Doet u/doe jij weer mee? Meer informatie op www.tuinvogeltelling.nl en in de decemberWaardvogel. d
Oproepje beelden vispassages bekijken Marc van Bemmel Bij een aantal vispassages bij stuwen, sluizen en gemalen zijn glazen wanden met camera’s aangebracht waarmee passerende vissen worden opgenomen. Rijkswaterstaat vraagt vrijwilligers om de camerabeelden te bekijken en te noteren wat er langs komt. d
D
It wil men graag om twee redenen: om interessante beelden te selecteren en daarvan fimpjes te maken voor op de site, voor het grote publiek. Én voor onderzoek naar gedrag en voedselkeuze. Een soort ‘Beleef de Lente’ onder water, zie http://www.visspotter.nl/. De NVWK gaat voorstellen aan het waterschap HHSK om bij interessante punten zulke cameravallen te plaatsen - we gaan ervan uit dat het waterschap ook graag gegevens wil over de passeerbaarheid voor vis van technische kunstwerken. Iedereen kan meedoen aan dit soort citizen science! Lijkt het je leuk? Stuur dan vast een mailtje naar waterwerkgroep@nvwk.nl of bel Marc van Bemmel. Je hoeft hiervoor geen lid van de waterwerkgroep te zijn. d
Trektelpost ‘De Hoekse Sluis’ Dirk-Jan van Roest De trekvogeltellingen staan al jaar en dag geschaard onder de vogelwerkgroep. De functie van coördinator van deze trektel-werkgroep is al wat jaren vacant en we zien daar als bestuur op korte termijn geen verandering in komen. d
A
ls we de doelstelling bekijken van de vereniging, waar het gaat om bestuderen, beheren en beschermen van de natuur in de Krimpenerwaard, is het in stand houden van de telpost als werkgroep niet noodzakelijk. Dat zou bijna klinken alsof we in voorbije jaren voor niets hebben geteld. Niets is minder waar lijkt me. Voor de aangesloten organisaties zijn die teldata een bron van informatie. De telpost als functie zal dan ook niet verdwijnen, maar het trektellen zal niet meer actief aangestuurd worden vanuit de NVWK. De telpost zal vooral vanuit hobby en passie gebruikt worden. Dit najaar proberen we er elke woensdagochtend, als het weer het toe laat, te staan vanaf zonsopgang. Lijkt het je trouwens leuk om aan te schuiven? Meld je dan aan bij mij via WhatsApp (XX XXXXXXX), dan krijg je toegang tot de WhatsApp-telgroep en blijf je op de hoogte van een spontane telling of afgelasting van de standaard teldag op woensdagochtend. d
Goudknopje foto van de maand Maria Spruit
Onze plantencoördinator, Stef van Walsum, heeft in het Doove Gat samen met Henk Gazan, vier nieuwe plantensoorten voor de Krimpenerwaard ontdekt: bruin cypergras, kleine egelskop, brem en stekelbrem. Stekelbrem was zelfs nog nooit in heel Zuid-Holland gevonden.
N
aast de nieuwkomers vonden zij ook slijkgroen, watergentiaan en waterpostelelein, stuk voor stuk zeldzame soorten in onze regionen. Als foto van de maand kozen wij voor zijn foto van het goudknopje. Het goudknopje (Cotula coronopifolia) wordt 10 tot 50 cm hoog. Hij bloeit van juli tot oktober. Het is een eenjarige composiet. Het goudknopje is een vrij zeldzame soort, oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Afrika maar reeds lang in Europa aanwezig; in de achttiende eeuw was hij gevestigd in Noordwest-Duitsland. Het is dus eigenlijk een ingeburgerde exoot. Over exoten is momenteel veel te doen, zie het artikel van Anton van Jaarsveld op pag. 26. d WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017
5
Torenvalk op de voorpagina Joke Colijn; foto’s: Huig Bouter
De torenvalk (Falco tinnunculus) is een van de meest bekende roofvogels in ons land. Hij was heel lang de meest talrijke roofvogel, maar die plaats heeft de buizerd van hem overgenomen. Deze kleine valk slaat geen prooi in de lucht zoals bijvoorbeeld boomvalken doen, maar pakt zijn voedsel uitsluitend van de grond. De korte tenen van de torenvalk zijn niet geschikt om prooi uit de lucht te grijpen. We kennen hem vooral van het kenmerkende stilhangen met fladderende vleugels in de lucht, het ‘bidden’, waarna hij zich bovenop de prooi laat vallen. Zijn stapelvoedsel betreft voor het overgrote deel veldmuizen, die hij met zijn specialistische ogen opspoort door het volgen van urinesporen. Muizen zijn permanent incontinent, waardoor het voor de valk zichtbare urinespoortje hun aanwezigheid tussen en onder de vegetatie van het open land verraad. d
U
iterlijk Zowel man als vrouw zijn roodbruin van boven met donkere vlekken. De kop van de man is grijs, die van het vrouwtje bruin. Beide hebben ze een lichtere borst met donkere streepjes. Als de vogels hangen te bidden is tegen het licht soms lastig de kleur van de kop te bepalen; de gespreide staart kan dan uitkomst bieden. Beide geslachten hebben een donkere eindband, maar de staartveren van het mannetje zijn verder egaal lichtgrijs, die van het vrouwtje hebben dunne donkere dwarsbandjes. Beide geslachten zijn 31-38 cm groot, met een vleugelspanwijdte tussen de 70 en 80 cm. De vleugels zijn korter en breder dan van de boomvalk die wel ongeveer dezelfde afmetingen, maar langere smalle sikkelvormige vleugels heeft, waardoor die doet denken aan een grote gierzwaluw. Ook in de vlucht is daarom een torenvalk goed herkenbaar.
B
iotoop Er zijn ongeveer 5.000 broedparen in Nederland en hun aantal neemt langzaam af, ondanks het feit dat torenvalken kunnen gedijen in verschillende biotopen. Ze komen voor in agrarisch gebied, in loof- en dennenbossen, op de hei en soms ook in bebouwd gebied. We zien ze vaak jagen langs wegbermen, ze worden dan ook regelmatig verkeersslachtoffer. Zolang er voldoende muizen zijn, kan de torenvalk zich redelijk handhaven, maar door het steeds intensievere grondgebruik is er onvoldoende voedsel en daalt hun aantal. Landbouwgif in muizen die behandelde granen hebben gegeten wordt hen nogal eens fataal. De meeste torenvalken verblijven jaarrond hier. Een aantal trekt zuidwaarts, maar dat wordt aangevuld door noordelijke soortgenoten bij winters weer.
W
el en wee van ‘onze’ torenvalken Op onze volkstuin in Stolwijk stond jarenlang een nestkast voor torenvalken. Huig Bouter had die daar op zijn kavel staan, met de open zijde gericht naar het oosten op het open weiland. Een prachtige plek, maar Huig wordt wat ouder en zag niet dat hij nog jaren zijn kaveltje zou bewerken. Zijn toekomstige opvolger wil misschien geen nestkast op zijn tuin. Uit voorzorg vroeg hij of wij de kast op onze kavel wilden plaatsen. Dat was prima natuurlijk, en met vereende krachten en goede hulp werd de kast op zijn vijf meter hoge paal verplaatst - weer met de opening naar het oosten. Omdat kauwen vaak een torenvalkkast overnemen en kauwen het volkstuincomplex vanwege alle beschikbare vroege en late peulvruchten nu eenmaal een ideaal foerageergebied vinden, had Max twee verticale draden
6
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017
voor de opening gespannen. Hij had gelezen dat kauwen met uitgespreide vleugels landen, terwijl torenvalken hun vleugels eerst dichtvouwen alvorens ze gaan zitten. Het volgende voorjaar werd de kast inderdaad verkend door een paartje torenvalk. In de lucht vonden vaak schermutselingen tussen kauwen en de valken plaats en regelmatig zaten er kauwen op de kast, maar de truc bleek goed te werken. Helaas kwam het niet tot een broedsel. Max’ idee was dat het kwam omdat onze kavels aan de westzijde van het middenpad liggen, waardoor de vogels veel onrust zouden ondervinden van alle passanten die lopend, fietsend of met kruiwagens over het pad gaan op weg naar of van hun tuin. Daarom werd dit voorjaar besloten om de kast-op-paal opnieuw te verplaatsen naar de oostzijde, op een kavel tegenover onze tuin, die braak ligt te wachten op het toekomstige clubhuis. Dat bleek een goede gedachte. Vanaf ons kaveltje konden we genieten van het baltsende en later broedende paar; ze waren goed te zien en te horen! Het bedelende vrouwtje in de kast riep de man tegemoet als die kekkerend met een muis aan kwam vliegen. Toch knap, zoveel geluid maken met volle mond! Nadat het broedsel was uitgekomen voltrok zich echter een drama. Op een dag vonden we het vrouwtje dood onder de kast. De conclusie was snel getrokken; er zijn nog steeds mensen op het complex die gif gebruiken tegen muizen en ander ‘ongedierte’. Waarschijnlijk had het mannetje een gifslachtoffer aangevoerd. We vreesden het ergste voor de jongen! Toch hoorden we hem regelmatig aankomen waarna hij met prooi verdween in de kast. Er was ook wat verwarring, want af en toe vloog er toch een vrouwtje torenvalk in de buurt. Huig zag eens hoe zij een buizerd ‘wegbracht’ en hij heeft daarvan zelfs foto’s kunnen maken. Niet al te ver weg stond nog een bezette torenvalkkast in het land. Onze conclusie was dat deze man twee huishoudens voerde! Huig voer in zijn bootje naar de overkant van de sloot en kon vanuit het weiland de donsjongen over de rand van de kast zien kijken. We kregen sympathie voor deze polygamist die zijn verantwoordelijkheden bleek te nemen en in zijn eentje toch vier kuikens heeft grootgebracht. De jongen hingen nog weken rond in de omgeving, wachtend en bedelend om voedsel. Ze zaten al prima in de veren maar konden blijkbaar nog niet zelf jagen. ‘s Avonds vertrokken ze gevieren naar een solitaire boom in het land om daar te overnachten. Het was prachtig om zo’n opgroeiend stel te zien en hun wel en wee van dichtbij mee te kunnen maken. Inmiddels moeten ze het zelf rooien. Wij hopen het komende seizoen op een nieuw paartje torenvalk in de kast! d
Vrouwtje op de uitkijk, de draden zijn duidelijk te zien
Jonge torenvalk, met het nestdons nog op zijn kop
Voorzichtig kijken de jongen de wijde wereld in, van het vierde jong is alleen de staart te zien
Drie jonge torenvalken op een hek in het land
Het vierde jong bedelend om voedsel
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017
7
Verbeterplan Weidevogels “Iedereen wist dat het niet kon, tot er iemand kwam die dat niet wist.”
www.tuimeltekst.nl
Joke Colijn Voor het Weidevogelteam van de NVWK kwam na het altijd intensieve weidevogelseizoen, niet de welkome rustige zomerperiode nadat de vogels weer koers zetten naar het warme zuiden. Want Klaas, Joep, Arie, Bernard en ik zijn niet alleen druk met het coördineren van allerlei werkzaamheden en overleg met ACK, we hebben daarbij ook zelf nog onze weidevogelboeren die we in het land helpen met de bescherming en ook wij deden in april en mei nog de twee BTS-tellingen. Dat was zoals in het juni-nummer te lezen viel, een heel succesvolle telling die we zeker volgend jaar weer gaan uitvoeren. Met de voeten in het veen weet je zelf ook wat je van weidewachters vraagt, dus daar is op zich niets mis mee. d
N
aar aanleiding van een stevige brief van de Natuur- en Milieufederatie Zuid-Holland (NMZH) over het falende nieuwe Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) sinds 2016, volgde dit voorjaar een nog steviger brief namens vrijwilligersgroepen in Zuid-Holland van onze Jaap Graveland die ook daarover ging, maar tevens onderstreepte dat inbreng van vrijwilligers niet wordt gehoord door beleidsmakers. Weidewachters zijn bij uitstek de specialisten in hun eigen gebied en weten waar het aan schort, maar er wordt vooral óver hen gepraat, niet mét hen. Jaap heeft verder nog ingesproken in Provinciale Staten, er was veel telefonisch en mailverkeer en tussentijds overleg tussen de betrokken organisaties, waaronder ook De Groene Motor, die vertegenwoordiger van de weidewachters wilde zijn. Jaap en ik vonden dat niet krachtig genoeg, weidewachters moeten zelf hun stem laten horen. Een bijeenkomst op het kantoor van de NMZH met vertegenwoordigers van vrijwillige natuurwerkgroepen waaronder de NVWK, werd bijgewoond door een provinciale ambtenaar. Die voelde zich door de geuite frustraties van de aanwezige weidewachters helaas persoonlijk aangevallen, waardoor het gesprek zelfs even dreigde te ontsporen. Een volgende bijeenkomst werd georganiseerd op het provinciehuis, waar behalve vertegenwoordigers van de collectieven, Jaap en ik namens de vrijwilligersorganisaties, ook de Terrein Beherende Organisaties (TBO’s) aanwezig waren. Dat zijn in ZuidHolland het Zuid-Hollands Landschap (ZHL), Staatsbosbeheer (SBB) en Natuurmonumenten (NM). Gedeputeerde Han Weber zat voor. Daar bleek dat hij niet had stilgezeten, want na alle commotie van het voorjaar kwam hij met het volgende plan. Alle betrokken partijen in de acht weidevogelgebieden in Zuid-Holland konden voor 20 september een ‘Verbeterplan Weidevogels’ aanleveren voor hun eigen gebied. Daarvoor werd 3,6 miljoen ter beschikking gesteld uit zogenaamde POP3 fondsen, het 3e Europese PlattelandsOntwikkelingsProgramma. Weidevogelbescherming wordt nog steeds niet goed door Nederland ingevuld, maar is wel een internationale verplichting. De collectieven zouden alle partijen in hun gebied uitnodigen die zich bezighouden met weidevogelbescherming. Dat zijn voor de Krimpenerwaard het Agrarisch Collectief Krimpenerwaard (ACK), de NVWK en het ZHL. Het is een harde eis dat elk plan door alle partijen uit zo’n gebied moet worden gedragen. Een inmiddels door de provincie aangestelde coördinator, Hein Kranz, moet in de gaten houden dat dit ook echt gebeurt. Verder werd een ‘kennisbank’ toegezegd, samengesteld uit specialisten die kennis hebben van zowel het agrarische ondernemerschap, als van de mogelijkheden, kosten en baten van natuurmaatregelen in agrarische bedrijfsvoering. Deze specialisten moeten bij elke boer aan de keukentafel kunnen
8
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017
vertellen en uitrekenen wat de mogelijkheden en gevolgen zijn van elke natuurmaatregel die een boer zou kunnen nemen. Het is niet alleen een diréct financieel verhaal, dus als je gras laat staan omdat er kuikens lopen, krijg je een tegemoetkoming zodat gras bijgekocht kan worden. Natuurmaatregelen kunnen ook beter zijn voor de diergezondheid en daarmee toekómstige kosten besparen, denk aan het kweken en bijmengen van kruidenrijk gras met het Engels raaigras, wat pensverzuring voorkomt en een betere spijsvertering garandeert. Er zijn heel veel mogelijkheden en niet alle maatregelen zijn geschikt voor elke bedrijfsvoering. Die kennisbank is er inmiddels, en gedeputeerde Han Weber heeft het takenpakket uitgebreid met het beoordelen van de ingeleverde Verbeterplannen op kwaliteit en hem daarover adviseren bij de bespreking in Provinciale Staten. Hein heeft allerlei bijeenkomsten in de diverse gebieden afgereist.
D
at werd dus hard werken deze zomer. Gegevens verzamelen, verwerken, brainstormen en ideeën naar elkaar terugkoppelen. In de afrondende fase profileerden de hobbels die nog genomen moesten worden zich steeds meer; er blijven grote tegenstrijdige belangen meespelen. Een studie door Dick Melman en Henk Sierdsema in opdracht van het ministerie van Economische Zaken van juni dit jaar, schetst de ‘Mogelijkheden voor aanpak van verbetering van de weidevogelstand in Nederland’ (dit is de subtitel). We plaatsen deze notitie die ‘Weidevogelscenario’s’ heet, weer op onze site, onder Weidevogelwerkgroep. Het is een heel leesbaar stuk, met duidelijke adviezen. Het geldt voor alle veenweidegebieden in Nederland, en is daarmee heel herkenbaar voor de Krimpenerwaard. De verbeteropgaven in deze notitie voor de inrichting van goede weidevogelgebieden, zijn verdeeld in vijf categorieën: de te grote ontwatering wordt als eerste genoemd, vervolgens openheid, verstoring, vegetatiestructuur en als laatste beheer. De ontwatering is in zowel de gebieden met licht beheer, zwaar beheer en de reservaatgebieden niet optimaal voor weidevogels. Dat heeft o.a. te maken met de grote agrarische vertegenwoordiging bij besluitvorming in de waterschapsbesturen. Opgemerkt: de huidige weidevogeldichtheden op ANLb-gebieden met zwaar beheer doen in het algemeen niet onder voor die in reservaatgebieden. En: binnen alle beheercategorieën in alle beheervormen liggen forse verbeteropgaven. Conclusie 1: als we zo doorgaan zal vanwege toenemende kwetsbaarheid bij afnemende aantallen, de weidevogel volledig verdwijnen uit Nederland. Dat is schokkend. Daarna gaat het rapport verder over dat er nog mogelijkheden zijn als we de inrichting verbeteren, en daarbij komt met name
Van boven naar beneden en van links naar rechts: -een grutto in de boom is een zeldzaam gezicht; -scholekster met pullen; -foeragerend gruttokuiken; -juveniele grutto; -uitkomend kievitsnest; -tureluur; -zich drukkend kievitsjong wat nauwelijks opvalt tegen de achtergrond; zelfs zijn witte nekje zie je in deze houding niet. Alle foto’s zijn van Bernard de Jong. Ter informatie: Bernard is zich als gedreven weidewachter zeer bewust van de risico’s van verstoring. Hij maakt geen foto’s die voor de vogels meer risico meebrengen dan strikt noodzakelijk om zijn taak als weidevogelbeschermer te kunnen uitvoeren.
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017
9
het waterpeil om de hoek. Verbetering van beheer in zowel agrarisch als in reservaatgebied heeft alleen zin als de inrichting wordt geoptimaliseerd (waterstand omhoog, gewasstructuur verbeteren voor kuikens, versterken van de openheid, terugzetten van hoog opgaande begroeiing, voorkómen van voedselaanbod voor predatoren zoals openliggend wintervoedsel voor vee). Pas hierna komt directe regulatie van predatoren aan bod. Eerst moet de habitat op orde. Eigenlijk is er niets nieuws – maar hier staat het nog eens helder zwart op wit.
W
ij ondervonden tijdens het proces de onmogelijkheden van het gezamenlijk moeten indienen van een plan waarin zulke tegenstrijdige belangen meespelen. Ik vind persoonlijk dat we toch ongelooflijk ver gekomen zijn. Er is in een aantal sessies veel schrijfwerk verricht. Met name Mariëlle Oudenes van het ACK heeft er een grote hoeveelheid uren ingestopt, en er is tussendoor veel overleg geweest. Er zitten voorstellen in ons plan -voor diverse plas-drassen met pompen, zowel op agrarisch als op ZHL-land, -voor een pilot om dit jaar al te kijken hoe we door-en-door bemeste veengrond toch zo snel mogelijk maar in elk geval binnen drie jaar zover kunnen verschralen dat we kruidenrijk gras kunnen kweken (via maaien en afvoeren duurt het minimaal twintig jaar!), -voor tegengaan van verruiging met een speciale machine, de zogenaamde CombCut (‘kamsnijder’), -voor inzet van de provinciale percelen in de Krimpenerwaard met inrichting en beheer voor weidevogels, -voor aanschaf van drones voor aanvullende monitoring (zie de bijdrage van Bernard op pagina 11 hiernaast ). -voor meer flexibele regelgeving in het ANLb, -voor inrichtingsmaatregelen voor de zwarte stern, -voor vergroten van het maatschappelijk draagvlak door een breed communicatieplan, -voor promotie van ecologisch water- en oeverbeheer, -voor opheffen van vergunning Krimpenerwaard als laagvlieggebied en bestemmen als gebied met ‘Beschermingszône broedseizoen’, -voor aanschaf professionele apparatuur zoals nachtkijkers en cameravallen om predatie in beeld te krijgen, enz. enz. Het ACK heeft het conceptplan teruggekoppeld naar het bestuur van Weidehof. Daar werd in eerste instantie gezegd dat het probleem bodemdaling als gevolg van de grote ontwatering niet kon worden benoemd. Ook de CO2-uitstoot was geen onderwerp. Voorstellen voor peilverhoging, de eerste en allerbeste oplossing voor het weidevogelprobleem, zijn onbespreekbaar op agrarisch land. Wij begrijpen het dilemma van de boeren, maar ontkenning van het probleem voor weidevogels is voor de NVWK een deur te ver. De problematiek moet op zijn minst benoemd kunnen worden in het plan – het is immers een Verbeterplan voor Weidevogels! Omdat vernatting op agrarisch gebied geen optie was, stelden wij die ingrijpende maatregel voor op ZHL-terreinen. Daarom staan er ook voorstellen in voor een eigen peilvak in Kadijk-West, én voor glooiend uitdiepen van de bakken van het helofytenfilter, vooruitlopend op de geplande herinrichting in het kader van de NNN. Deze laatste maatregel zou gelijk al effect hebben voor weidevogels en bij de geplande toekomstige omvorming tot moeras hoeft dit onderdeel dan geen geld meer te kosten. De bedragen die hiermee gemoeid zijn, zijn zo groot dat dit een onevenredig grote aanslag doet op het totale budget van 3,6 miljoen voor Zuid-Holland. Inmiddels is ook door de landelijke overheid geld beschikbaar gesteld voor weidevogelmaatregelen, daarom wilden wij deze twee zeer effectieve maatregelen toch noemen in het plan. Helaas bleek investeren in ZHL-terrein toen ook een probleem,
10
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017
aangezien er een misverstand bestond bij agrariërs over de 3,6 miljoen aan POP3 gelden. Die zijn geoormerkt voor investeringen ten bate van weidevogels, terwijl het idee leefde dat het geld naar agrarische bestemmingen moest. Het heeft er toen wel even om gespannen of de agrarische poot binnenboord bleef! Óns grote dilemma was als de NVWK niet akkoord zouden gaan met dit plan omdat er niets aan de belangrijkste voorwaarde peilverhoging zou worden gedaan, dat vanwege de harde eis dat alle partijen moeten instemmen, het hele plan werd afgeschoten. Dan was alle inzet voor niets geweest en komt er daarmee van al die andere goede maatregelen in de Krimpenerwaard dus ook niets terecht. Maar peilverhoging is en blijft wel de eerste en belangrijkste factor waarmee we de weidevogels kunnen behouden.
H
et aller-allergrootste probleem is eigenlijk een overheid die maar blijft vasthouden aan vrijblijvende invulling en deelname, terwijl er een harde Europese opgave ligt. Structureel ingrijpen is hier echt noodzakelijk. Er kan niet van de partijen in een gebied worden verlangd dat ze alle neuzen dezelfde kant op krijgen. De belangen verschillen teveel. Alleen een sterke overheid die aan de kiezers durft uit te leggen waarom het nodig is, kan te lage peilbesluiten van waterschapsbesturen ongedaan maken. We besparen daarmee mil-jar-den aan de extra kosten die nu nodig zijn voor onderhoud aan infrastructuur en andere problemen vanwege de grote bodemdaling. De gevolgen van de daling betalen we met z’n allen en die zorgt tevens voor een enorme CO2-uitstoot door de versnelde oxidatie van het veen. Het kost vast een aantal kiezers, maar levert ook heel veel blije kiezers op als je dit slim brengt. En natuurlijk ga je dan als overheid agrarische ondernemers schadeloos stellen, of je helpt ze bij omvorming van de bedrijfsvoering op een vochtige bodem. Daarop een goed bedrijfsresultaat halen is overigens nog steeds heel goed mogelijk; er zijn genoeg boeren in Nederland die dat al bewijzen. Dat kost allemaal veel, maar heel veel minder dan de bodemdaling ons nu kost aan belastinggeld. Bovendien krijgen we in de Krimpenerwaard bij de huidige ontwatering vanwege de steeds snellere bodemdaling binnen enkele decennia toch te maken met zo’n grote tegendruk van het water, dat het hier vanzelf nat wordt – en in een moeras is het houden van melkvee helemaal onmogelijk geworden. Ook zouden dan de grutto’s hier niet meer kunnen broeden, áls er al een aantal zouden overleven tot die tijd. Die omschakeling naar nattere teelten is hoe dan ook noodzakelijk. Waarom dan niet nu?
E
en aantal specialisten zegt dat weidevogelbeheer op vrijwillige basis geen zin meer heeft. Ze hebben de grutto afgeschreven, die sterft in steeds sneller tempo uit. Ik wil daarin niet meegaan. Dan zijn wij maar naïef, is de NVWK degene “die niet wist dat het niet (meer) kon,“ en we gaan gewoon door, gelovend dat het wél kan. Ik zie het dan ook als weer een stap in de goede richting dat we er uiteindelijk en op de valreep tóch zijn uitgekomen. Zowel ACK, ZHL als NVWK ondersteunen het plan zoals het nu is ingediend door Mariëlle. Het is het maximaal haalbare voor dit moment, en is te lezen op onze site onder Weidevogelwerkgroep. Daar staat ook de brief die gedeputeerde Han Weber de dag na aanlevering stuurde aan Provinciale Staten ter voorbereiding op het debat. Hopelijk wordt ons plan gehonoreerd en kunnen we al snel goede maatregelen nemen, zodat de weidevogelpopulatie stand houdt tot de overheid het licht ziet. Veel vertrouwen in de bijna zekere nieuwe kabinetssamenstelling heb ik hiervoor niet; er zal een wonder moeten gebeuren, maar hé, soms gebeuren wonderen! Duim dus mee voor goedkeuring van ons Krimpenerwaardse Verbeterplan voor Weidevogels! d
Weidevogels beschermen vanuit de lucht Bernard de Jong Sinds een paar jaar zijn er ontwikkelingen gaande om de bescherming van weidevogels te ondersteunen met behulp van drones, warmtebeeldcamera’s en GPS-besturing en -registratie. In Overijssel heeft een aantal organisaties en bedrijven in 2015 de handen ineengeslagen om een pakket te ontwikkelingen dat ingezet kan worden ter ondersteuning van weidevogelbescherming. Het resultaat daarvan wordt door het bedrijf Clear Flight Solutions (CFS) onder de naam ‘Weidevogeldrone’ in de markt gezet. Het product heeft een koppeling met het digitale registratiesysteem (Boerenlandvogelmonitor) van LandschappenNL, dat nu ook al door onze vrijwilligers wordt gebruikt om nest- en telgegevens in te voeren. De Weidevogeldrone sluit dus direct aan op de bij ons bekende systemen. Inmiddels is het product de aanloopfase ontgroeid en in het weidevogelseizoen 2017 waren er in Nederland zo’n zes Weidevogeldrones van CFS in gebruik. Zij laten resultaten en potentie zien die het weidevogelbeheer een sterk positieve impuls kunnen geven. d
A
anvulling op het bestaande weidevogelbeheer Belangrijk is om op te merken dat de Weidevogeldrone niet gezien moet worden als vervanging van de huidige methode van weidevogelbescherming of de fysieke inzet van onze weidewachters, maar daarop een belangrijke aanvulling zal vormen. Het gesprek met de boer kan nu eenmaal niet door een drone worden gevoerd! De Weidevogeldrone geeft – op basis van praktijkervaring van huidige gebruikers – de volgende impulsen aan het weidevogelbeheer: -Er worden met de drone méér nesten gevonden in een kortere tijd dan met alleen menselijke observatie en er kunnen dus ook méér nesten actief worden beschermd. -De drone kan ook kuikens detecteren en daarmee belangrijke informatie verschaffen in perioden dat er bewerkingen op het land moeten worden uitgevoerd. -Er zal minder verstoring optreden voor broedende vogels doordat percelen minder vaak (of helemaal niet) betreden hoeven te worden voor het markeren van nesten. -De kans op predatie neemt af doordat percelen minder vaak betreden worden en er dus minder menselijke (geur)sporen zijn die door predatoren gevolgd kunnen volgen. -De tijd die vrijwilligers nu besteden aan het observeren van mogelijke nestlocaties kan effectiever worden ingezet voor bijvoorbeeld bredere observatie en kennisvergaring. -Zeer verstoringsgevoelige weidevogels – zoals de slobeend – waar vrijwilligers niet altijd naar kunnen zoeken, kunnen met de Weidevogeldrone wél gelokaliseerd worden. -Er kan boven percelen (van deelnemende agrariërs) worden gevlogen waar nu (nog) geen vrijwilligers actief zijn, waardoor de kennis en potentie van die gebieden beter in kaart gebracht kunnen worden. -Er kan ook worden vastgesteld welke percelen níét bezet zijn door weidevogels die broeden of hun kuikens op laten groeien, waardoor de beheermaatregelen nog beter gestuurd kunnen worden. -Als ‘bijvangst’ kunnen mogelijk ook grondpredatoren in kaart gebracht worden, zodat een beter beeld ontstaat van waar en in welke vorm er kansen zijn op predatie. -Met de inzet van technische innovaties krijgt het weidevogelbeheer een eigentijds karakter en kunnen de
maatschappelijke interesse en betrokkenheid (met name onder jongeren) worden vergroot. De lijst van voordelen is groot en heeft direct betrekking op de effectiviteit en de efficiëntie van het weidevogelbeheer. In het begin zal het best even wennen zijn om met deze apparatuur aan de slag te gaan en zullen we veel moeten leren (omgaan met de techniek, inzet op de juiste momenten en plaatsen, resultaten interpreteren etc.), maar de verwachtingen zijn hoog. Mochten er vanuit het eerder door Joke beschreven Verbeterplan inderdaad een of meer Weidevogeldrones aangeschaft kunnen worden, dan kan het weidevogelbeheer in de Krimpenerwaard letterlijk en figuurlijk een vlucht nemen!
M
eehelpen met de Weidevogeldrone? Om de Weidevogeldrone te kunnen besturen, moet een cursus gevolgd worden. Deze bestaat uit een dag theorie en een dag praktijk. Heb jij iets met weidevogels en lijkt het je leuk om – als de Weidevogeldrone er komt – mee te doen aan dit project? Of heb je misschien wat minder met weidevogels, maar wel veel met drones en techniek? Stuur dan in elk geval alvast een mailtje naar weidevogels@nvwk.nl en wie weet wordt jij een vlieger van (een van) de drone(s)! d
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017 11
Niet voor de poes Onthutsende gegevens over predatie van vogels Tekst en foto’s jonge poesjes: Jaap Graveland Vorig najaar vroeg de gemeente de NVWK mee te denken over ‘preventief flora- en faunabeheer’, ofwel het beheren van plaagsoorten. Het NVWK-bestuur vroeg toen aan de werkgroepcoördinatoren hun top drie van plaagsoorten in te sturen. Ik denk dat de gemeente dacht aan dieren zoals ratten of zomerganzen, maar op mijn lijstje staat de kat op nummer 1. Met stip. Ik laat in dit artikel zien waarom. Ik hoop dat het lezers er toe brengt geen kat (meer) te nemen, hun kat te laten steriliseren of castreren of een kat te nemen die binnen blijft. En: zegt het voort. d
D
e Krimpenerwaard is een van de belangrijkste weidevogelgebieden in Zuid-Holland. Er wordt zeer veel tijd en energie gestoken in hun bescherming, door flink wat boeren, het ACK en door de vrijwilligers van de NVWK. In de voor weidevogels belangrijkste gebieden zijn ruigtes verwijderd en hoge bomen gekapt om natuurlijke predatoren zoals bunzings en kraaien te weren. Over het verschijnen van de vos in de Krimpenerwaard hoor ik vanwege de weidevogels eerder bezorgde geluiden dan vreugdekreten. Maar over de katten horen we bijzonder weinig. Dat vind ik zorgelijk. Opgeteld valt het totale aantal natuurlijke predatoren in het niet bij het aantal katten in de Krimpenerwaard. Dat zijn er ca. zestienduizend. Ja, u leest het goed. Dat is één kat per ha, een stukje van 100 bij 100 m! Het is een controversieel onderwerp, waarbij de liefde voor huisdieren en dierenbescherming, de natuurbescherming danig in de weg zitten. Ik laat hier aan de hand van onderzoek zien wat het betekent voor onze vogels.
E
ffecten van katten op vogelgedrag In oktober 2016 publiceerde NRC twee artikelen over de grote impact van katten op vogels in de VS en in Engeland. Maar daar stond geen informatie in over de impact in Nederland. Toen ben ik er maar eens ingedoken. Katten hebben drie mogelijke effecten op vogels: vogels mijden plekken waar katten zijn, hebben een lager broedsucces, of worden gedood. Dat vermijdingsgedrag is een belangrijk effect, maar het is heel lastig te bepalen. Je moet het aantal vogels op plekken met veel katten vergelijken met plekken met weinig katten, en die plekken moeten verder niet veel verschillen. En katten zijn overal. Ik heb dan ook geen goede gegevens over dat vermijdingsgedrag kunnen vinden. Wel zijn er diverse voorbeelden van vermijdingsgedrag bij andere predatoren. Duiven en veel andere vogelsoorten broeden niet bij een haviksnest in de buurt en steenuilen mijden erven met bosuilen. Dus de aanwezigheid van katten leidt zeker tot minder vogels in tuinen en op erven. Maar hoeveel minder, dat is onduidelijk. Er is wel onderzoek gedaan naar het effect van katten op het broedsucces. Onderzoekers van de universiteit van Sheffield plaatsten een opgezette kat, een grijze eekhoorn (nestpredator) of een konijn vlakbij nestelende merels en onderzochten het effect. Zoals verwacht reageerden de merels op de kat met veel ge-alarmeer en met schijnaanvallen. Op de eekhoorn werd veel minder en op het konijn helemaal niet gereageerd. Een belangrijk effect was dat het aantal voederingen van de
12
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017
jongen met een derde afnam. Dat duurde tot 90 min na het weghalen van de opgezette kat. De onderzoekers hielden de nesten na het weghalen van de opgezette dieren nog 24 uur in de gaten. Daarbij viel nog een effect op: in die 24 uur werden de merelnesten waar de eekhoorn of het konijn hadden gestaan nauwelijks gepredeerd, maar werd van de merelnesten met de opgezette kat bijna 25% gepredeerd, vooral door kraaien en eksters. De meest aannemelijke verklaring daarvoor is dat de merels door hun gescheld de locatie van het nest hadden verraden. Dat predatierisico is mogelijk ook een verklaring voor de lagere voederfrequentie: door hun jongen te voeren verraden de ouders immers de nestlocatie. Dat heb ik zelf ook een paar keer zien gebeuren bij houtduiven op mijn eigen erf: het broeden ging goed, maar bij het voeren van de jongen hadden de eksters de nesten als snel gevonden.
A
antal katten in Nederland en in de Krimpenerwaard De meeste aandacht gaat altijd uit naar het aantal vogels dat katten doden. Het is eigenlijk een simpel sommetje: het aantal gedode vogels = het aantal katten x het aantal gedode vogels per kat. Ik heb dus op internet gegevens opgezocht over het aantal katten in Nederland en over het aantal vogels dat een kat per jaar doodt. Volgens het NRC artikel van 3 oktober 2017 leven er 3 tot 4 miljoen huiskatten en 130.000 tot 1,2 miljoen zwerfkatten, zeg totaal 4 miljoen. Een recent artikel in het blad Roots noemt een half tot 1 miljoen zwerfkatten. Op de site https://www. rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2015/11/03/feitencijfers-gezelschapsdierensector-2015 staat een rapport over het aantal huisdieren in ons land. Het rapport is opgesteld door de HAS in Den Bosch en door de Diergeneeskundefaculteit van de RUU, in opdracht van EZ. Volgens dat rapport leven er 2,6 miljoen huiskatten in Nederland. Hoeveel zijn er dan in de Krimpenerwaard? Ik heb dat op twee manieren berekend. Nederland is 30.000 km2 groot, de Krimpenerwaard 160 km2. Als de kattendichtheid bij ons gelijk is aan die in de rest van het land, leven er dus ca. 20.00 katten in de Krimpenerwaard. Je kan het ook op een andere manier berekenen. De Krimpenerwaard heeft 83.000 inwoners (zie de gemeentesites). Dat zijn 37.700 huishoudens, want een gemiddeld huishouden bestaat uit 2.2 personen (zie http:// www.clo.nl/indicatoren/nl2114-huishoudens). Volgens het genoemde gezelschapsdierenrapport heeft 23% van de huishoudens één of meer katten. Bijna een kwart dus!
Dat resulteert dus in minstens 12.000 huiskatten in de Krimpenerwaard. De zwerfkatten komen daar nog bij en door het agrarische karakter telt de Krimpenerwaard veel zwerfkatten. Bij veel boerderijen let men niet op een kat meer of minder, katten worden vaak niet gesteriliseerd of gecastreerd en een deel wordt verstoten en wordt zwerfkat. Maar ook katten van andere bewoners kunnen verwilderen of een andere zwerfkat nageslacht bezorgen. We zien ze overal in de polder. Maar laten we het gemiddelde van 12.000 en 20.000 nemen: 16.000 katten in de Krimpenerwaard.
V
ergelijking met het aantal natuurlijke predatoren We hebben het dan over zoogdieren zoals de bunzing, en vogels zoals de buizerd. Eksters en kraaien zijn ook geduchte predatoren, maar natuurlijke predatoren kun je ze niet noemen, het zijn cultuurvolgers. In het Loetbos zit bijvoorbeeld maar één eksterpaar, niet toevallig bij het restaurant en de enige boerderij naast het Loetbos, maar langs een halve kilometer Westeinde bij mijn huis zitten er zeven. De zoogdieren zijn bijna allemaal schuwe nachtdieren dus er is geen informatie over aantallen en dichtheden. De vos is de meest talrijke en onderzochte predator, dus daar is wel enige informatie over. Recent voerde Hogeschool Larenstein een uitgebreid onderzoek uit naar het effect van katten, met literatuurstudie, interviews, cameravallen etc. Het onderzoek met de cameravallen vond trouwens plaats in Gouda en het Goudse Hout, wat het extra relevant maakt. Zij noemen de volgende dichtheden: de dichtheid van katten die buiten lopen is in de bebouwde kom 17 – 50 katten/km2 (de katten die hun tuin niet uitkomen niet meegerekend), en in bebost gebied 2 – 5 katten/km2. Voor vossen: 1.8 vossen/km2 in gebied met veel menselijke activiteit en 0.5 vossen/km2 in het buitengebied. Er zijn geen gegevens over het aantal vossen, bunzings etc. in de Krimpenerwaard. Het aantal vossen ligt waarschijnlijk beneden de tien, en er zijn hoogstens een paar honderd bunzings. Wezel en hermelijn zijn er nog minder. Bij elkaar opgeteld leven er ca. honderd paar roofvogels (waarvan 50 buizerdparen) en honderd paar uilen (waarvan vijftig bosuilen) in de Krimpenerwaard. Met ongepaarde en jonge dieren meegeteld gaat het grofweg om 600 roofvogels en uilen. Conclusie: de dichtheid aan loslopende katten is een veelvoud van die van alle natuurlijke predatoren bij elkaar opgeteld.
H
oeveel vogels doodt een kat? The Mammal Society in Engeland organiseerde in 1997 een uitgebreid onderzoek onder duizend kattenbezitters, verspreid over stad en platteland, die vijf maanden moesten turven met hoeveel en welke prooi hun huisdier thuiskwam. Het gemiddeld aantal prooien per kat was 37, een derde daarvan waren vogels. Dat is dus 12 vogels per kat per vijf maanden, ofwel 29 vogels per jaar. Een ander Engels onderzoek (https://www.scientias.nl/kattenzijn-moordenaars-maar-baasjes-zien-dit-niet-zo/), met veel minder onderzochte katten, komt lager uit. Wetenschappers volgden katten in de dorpjes Mawnan Smith en Thornhill. De 43 katten in Mawnan Smith vingen in vier maanden tijd 325 prooien, waarvan 59% zoogdieren, zoals muizen en ratten, 27% vogels en 9% reptielen. Er was heel veel variatie. De grootste
jagers vingen meer dan tien prooien per maand. O ja, een derde van de katten droeg zo’n belletje om vogels te waarschuwen. Dat belletje helpt nauwelijks, is uit ander onderzoek gebleken. De 43 katten in Thornhill vingen met z’n allen iets minder prooien. De getallen komen neer op 2 vogels per kat per vier maanden, dus 6 vogels per jaar. Dekker en Steen citeren uit het uitgebreide onderzoek op Schiermonnikoog aan verwilderde katten. De 50 katten doden daar ca. 6.000 vogels per jaar en 24.000 veldmuizen), dus 120 vogels per kat per jaar. Maar dat zijn verwilderde katten. Ik gebruik het gemiddelde van de twee andere studies, dus (29+6)/2 is ruim 15 vogels per kat per jaar. Dat is iets meer dan 1 vogel per maand, dat komt goed overeen met wat ik in de loop van de jaren bij mensen met katten heb gezien. En eigenlijk is dat helemaal niet veel, laten we wel zijn. Maar het punt is dat er zo ontzettend veel katten zijn. De variatie is trouwens enorm: sommige katten vangen nooit wat, anderen honderden vogels per jaar.
W
e zien maar een deel van de predatie Huiskatten brengen lang niet alle prooien thuis. Twee studies onderzochten dit en komen uit op ‘minder dan de helft’ of ‘veel minder dan een kwart’. De zwerfkatten komen nooit thuis en eten veel meer vogels per kat dan huiskatten. Naast het onderzoek op Schiermonnikoog vond ik nog deze studie, gepubliceerd in Nature: http://www.nature.com/articles/ comms2380? WT.mc_id=FBK_NCOMMS. Volgens deze studie doden verwilderde katten 1.3-4 miljard vogels in de VS, en hebben die katten meer impact dan andere effecten van menselijke aanwezigheid zoals verkeer en jacht. 240.000 gedode vogels per jaar in de Krimpenerwaard, 30-40 miljoen in Nederland Dus mijn sommetje is even simpel als confronterend: de 3 – 4 miljoen katten in Nederland doden 45-60 miljoen vogels per jaar. Dekker en Steen komen uit op 55-215 miljoen, afhankelijk van minimum of maximum tellingen van het aantal katten en het aantal gedode vogels per kat. De minstens 16.000 katten in de Krimpenerwaard doden dus minimaal 16.000 x 15 = 240.000 vogels per jaar. Jaar in, jaar uit.
W
elk deel van vogelpopulatie wordt gedood? De vraag rijst hoeveel vogels er eigenlijk zijn, en welk deel de katten daarvan doden. Midas Dekkers schat in zijn boek ‘Leve de dieren’ dat er 9 miljoen vogelbroedparen zijn. Dat sluit goed aan bij het overzicht van het aantal broedparen van afzonderlijke soorten op www.vogelvisie.nl. Dat zijn dus 18 miljoen vogels. Met de jongen en wintervogels erbij kom je op ruwweg 50 miljoen vogels. Katten doden dus minstens de helft van het aantal in Nederland voorkomende vogels. Ze doden vooral de jonge vogels. Een studie rond Bristol in Engeland komt ook op zo’n hoog aandeel uit: http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/j.147419X.2008.00836.x/full. Dat er zoveel vogels worden gedood en er toch nog zoveel overblijven komt vooral omdat het aantal van 50 miljoen vogels geldt voor het grootste deel van het jaar, maar er tijdelijk, net na de broedtijd, veel meer vogels zijn en katten vooral jonge vogels eten (ca. 80% van de prooien). Maar dat doet niets af aan de impact, en door de katten is er dus veel minder WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017 13
voedsel beschikbaar voor uilen, marters en andere natuurlijke predatoren.
P
redatie op specifieke soorten zoals weidevogels De ene vogelsoort is natuurlijk kwetsbaarder dan de ander, door verschillen in zeldzaamheid en gedrag. Een voorbeeld: katten eten jonge steenuilen en steenuilen reageren op de aanwezigheid van katten. Er zijn te weinig waarnemingen voor een echte schatting, maar de weinige waarnemingen stellen niet gerust (http://frankmajoor.nl/PDF/Steenuilen-loslopendekatten.pdf). In de Krimpenerwaard hebben we maar tien paar steenuilen. Laat ik het zo zeggen: het grote aantal katten draagt niet echt bij aan het herstel van de populatie. Half augustus verscheen er nog een bericht over het effect van loslopende katten (en honden) op de zeldzame, op de grond broedende nachtzwaluwen op Texel.
T
wee voorbeelden illustreren dat katten ook een probleem kunnen vormen voor onze weidevogels. In MiddenDelfland had een boer zoveel last van kattenpredatie dat hij schrikdraad rond zijn land zette. Er werden daarna bijna geen nesten meer gepredeerd. Google maar op Midden-Delfland, weidevogels en katten en je vindt een aantal beschrijvingen. In Friesland hebben Boerennatuur en de Bond van Friese Vogelwachten katteneigenaren opgeroepen om katten in het broedseizoen binnen te houden, omdat uit beelden van wildcamera’s blijkt dat huiskatten en verwilderde katten veel nesten leegroven. (http://www.vogelwachtkollum.nl/nieuws/ Weidevogelkuikens-zijn-“niet-voor-de-poes”.html) De conclusie kan niet anders zijn dan: het grote aantal katten in Nederland heeft een groot effect op het gedrag en het aantal vogels en katten vormen geduchte concurrentie voor natuurlijke predatoren. Overigens doden katten ca. vier keer zoveel muizen als vogels dus ook via die route beïnvloeden zij het voedsel van natuurlijke predatoren.
P
ap, we hebben jonge poesjes! Een jaar of vijf geleden hadden we soms een poes op ons erf die haar thuisbasis had op een erf van de buren. Ik joeg haar altijd van het erf, maar mijn dochters van een jaar of tien vonden het juist leuk als ze er was. Ik was bang dat ze bij ons jongen zou krijgen, daar zat ik als vogelliefhebber niet op te wachten. Moest ik bovendien ook weer die katjes zien weg te geven. Maar uiteindelijk gebeurde het toch: ze kreeg een nestje diep
Wintertaling, foto: Adri de Groot, www.vogeldagboek.nl 14
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017
weg achter een stapel rommel in ons oude kippenschuurtje. De eerste dagen was het onduidelijk: we vermoedden een nestje, maar konden het niet vinden. Toen mijn dochters (tien en twaalf jaar) het uiteindelijk vonden waren ze in alle staten: zes schattige piepkleine poesjes in een spleet achter een stapel zakken en turven. Het was september. De poesjes groeiden voorspoedig. Moeder was regelmatig in geen velden of wegen te zien, dus het bleef onduidelijk of ze nog mee at bij de buren of helemaal voor haar eigen eten zorgde. Toen de jongen een week of vier oud waren begon ik me een beetje zorgen te maken: op een gegeven moment moesten de poesjes natuurlijk vast voedsel gaan eten, hoe zou dat gaan? Maar ik had me geen zorgen hoeven maken: moeder begon opeens allerlei prooien aan te slepen: muizen natuurlijk, woelratten, en vogels. In de eerste weken kwam ze alleen met klein grut thuis. Ze was een zeer goede jager: soms liep ze aan de overkant van de weg het weiland in en keerde binnen een of twee minuten weer terug met een woelrat. Ik was erg verbaasd toen moeder voor het eerst met een wilde eendwoerd aan kwam zetten. Ze was vrij klein, de wilde eend was groter dan zij! Het was ’s morgens vroeg en ze zat onder het kroos en de modder, dus ze had de eend kennelijk in een sloot te pakken genomen. In de weken erna bracht ze ook een paar keer een smient. En opeens ook een wintertaling. En later nog een keer eentje. Een wintertaling is een kleine eendensoort die vrij schaars is in de Krimpenerwaard. Ik had nog nooit een wintertaling bij ons in de buurt gezien. Wintertalingen scharrelen overdag hun voedsel bij elkaar in de poldersloten of op plekken met veel onkruiden (het zijn zaadeters). Ze slapen graag half onder bomen die over het water hangen en vallen pas tegen de schemer in. Naast ons is een veenput met veel bomen er langs; ik denk dat ze de talingen daar uithaalde, maar ik ben er nooit achter gekomen. De jonge poesjes verlieten na een week of zes het schuurtje en waagden zich er geleidelijk steeds verder vandaan. Eén jong poesje is al leuk, zes poesjes die met elkaar in je tuin ravotten tussen de kolen en de aardbeien zijn onweerstaanbaar. Als ik ’s avonds thuiskwam van mijn werk huppelden ze me nieuwsgierig tegemoet, tussen de bedrijven door over elkaar buitelend want er moest natuurlijk ook gespeeld worden. Ik werd er altijd heel vrolijk van. Maar ja...
I
s het erg? De gegevens laten zien dat katten een heel groot effect kunnen hebben op vogels, op de ene soort meer dan op de andere. Er is ook nog een formeel-juridische kant. Eigenlijk is iedere kattenbezitter die toelaat dat zijn kat vogels doodt in overtreding. De Wet Natuurbescherming kent immers de zorgplicht die voorschrijft dat we zorgvuldig met planten en dieren om moeten gaan. De wet gaat zelfs nog wat verder. Het opzettelijk doden van dieren is streng verboden, tenzij er een vergunning of ontheffing is, bijvoorbeeld voor bejaagbare soorten of soorten die schade aanrichten. Onder opzet valt ook ‘voorwaardelijke opzet’: als je redelijkerwijs kunt weten dat een handeling tot het doden van dieren leidt, is die handeling verboden. In juridische taal: ‘iemand die bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedraging leidt tot een overtreding van een van de verboden’, is in overtreding. Overigens wordt die regel niet gehandhaafd. Boeren die niet meedoen aan weidevogelbeheer maaien jaarlijks duizenden
weidevogelkuikens dood in percelen waarvan ze kunnen weten dat er weidevogels zitten. Dat doen ze natuurlijk niet met opzet, maar ze zijn dan wel in overtreding. Daar wordt niets aan gedaan. Persoonlijk vind ik het meest irritant dat een soort als de vos overal in het land wordt bejaagd, onder andere met als argument dat hij grondbroeders eet. Zo ken ik er nog wel eentje, denk ik dan. Die door zijn grote aantallen veel meer vogels eet dan de vos. En vossenpredatie is natuurlijk, kattenpredatie beslist niet.
zwerfkat bekend wie de eigenaar is en wie dus aanspreekbaar is. Dan zal een katteneigenaar meer doen om te voorkomen dat zijn kat gaat zwerven en kan hij er op worden aangesproken als hij de vogels bij de buren opeet. Voor honden is dat chippen al sinds 2013 verplicht, dus er is geen enkele reden om dat bij katten niet te doen.
A
fschot Het zal vast veel lezers tegen de borst stuiten, maar ik vind dat zwerfkatten moeten worden afgeschoten. Veel natuurbeheerders en (andere) vogelbeschermers vinden dat ook. Het is natuurlijk de fout van een katteneigenaar dat er zwerfkatten zijn, maar zolang mensen zich onverantwoordelijk gedragen en de vogels en de natuur de klos zijn is afschot de beste oplossing. Zielig? Het veelvoud aan dode vogels door katten is veel zieliger. In 2013 heeft de Tweede Kamer echter een motie aangenomen van de Partij voor de Dieren (PvdD) die provincies oproept het afschieten van katten niet langer toe te staan. De meeste provincies waaronder Zuid-Holland hebben het afschot sindsdien verboden. De PvdD en de Dierenbescherming willen zwerfkatten vangen, castreren of steriliseren en weer loslaten. Verwilderde kittens moeten worden gesocialiseerd en teruggeplaatst in gastgezinnen. Hier botst dierenbescherming keihard op natuurbescherming. Het is zo’n heerlijk politiek correct maar onuitvoerbaar plan. Want wie gaat dan al die katten vangen? En hoe zorg je dat ook de laatste katten worden gevangen zodat de overlevenden zich niet meer voortplanten en je weer opnieuw kan beginnen? Dat is wereldwijd tot nu toe alleen op eilandjes gelukt, met heel veel geld en moeite. Dan weet ik wel andere natuurdoelen waarvoor dat geld veel effectiever kan worden ingezet.
P W
at kunnen we er aan doen? Het is natuurlijk eigenlijk heel simpel: geen kat nemen, of de kat altijd binnen houden. Vorige zomer hebben we drie weken door Canada getrokken, we hebben steden bezocht en een paar duizend kilometer afgelegd door het platteland. We hebben geen enkele kat gezien. In de VS worden katten in het algemeen binnen gehouden (maar er zijn dus wel zwerfkatten, zie hiervoor). Wat in Canada en de VS kan, dat kan hier ook. En als je dan toch een kat neemt, en hem ook niet binnen wil houden, steriliseer of castreer haar of hem dan. De kosten zijn niet voldoende excuus om dit na te laten: het kost eenmalig 75-100 euro. Dat is een gering bedrag als je het vergelijkt met de jaarlijkse verzorgkosten van ca. 300 euro per kat (http:// www.kattenbescherming.nl/kattenvragen/faq/kosten/), ofwel zo’n 3000 euro tijdens een kattenleven. Als je dan toch je kat naar buiten wilt laten gaan, doe het dan ’s nachts. Het is van nature een nachtdier, een muizenjager.’s Nachts eten ze nauwelijks vogels. De meeste deskundigen bevelen ook aan om alle katten verplicht te laten chippen. Dan is van elke kat, ook van een
laagsoort nummer één Daarom staan de 3-4 miljoen katten voor mij op nummer 1. Felix, Fluffy, Minoes en de zwerfkat-zonder-naam zijn een grote plaag voor onze natuur. We zouden veel meer van vogels kunnen genieten zonder dat krankzinnig hoge aantal katten. Dus: neem geen (nieuwe) kat en gebruik het geld dat je er mee uitspaart bijvoorbeeld om producten te kopen van boeren die bijdragen aan een robuuste weidevogelpopulatie, die beter bestand is tegen natuurlijke predatoren en katten. Dan snijdt het mes aan twee kanten. Deze plaag is eenvoudig te bestrijden, en het effect is direct zichtbaar dicht bij huis, in je tuin, erf en omgeving. Doen. Reacties kun je sturen naar: xxxxxx@xxxx.xx. In de volgende Waardvogel kom ik daar op terug.
Bronnen: o Dekker, Jasja en Anna Steen (2016). Katten in de Nederlandse natuur. Afstudeeropdracht Hogeschool Van Hall Larenstein. Pdf op internet. o Feiten en cijfers gezelschapsdierensector 2015. HAS Hogeschool en Faculteit Diergeneeskunde Utrecht. Pdf op internet. o Glissenaar, Frans (2017). Jagende huiskatten doden miljoenen vogels. Artikel in het blad Roots, zojuist of binnenkort gepubliceerd. o https://www.dierenbescherming.nl/wat-wij-doen/actueel/blogs/ blog-overzicht/zuid-holland-verbiedt-afschieten-zwerfkatten-wievolgt Op de site staan de andere bronnen die voor dit artikel zijn gebruikt. d
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017 15
Verslag libellenexcursie naar De Huibert en Avelingen Henk Gazan, natuurliefhebber Om exact 9.00 uur vertrokken we o.l.v. Paul Schrijvershof voor de geplande excursie naar de graslanden van de Avelingen bij Gorinchem, gelegen aan de Boven-Merwede. Het was een heel klein gezelschap, namelijk Paul met partner Marijke, Gabrielle, Jannie en ondergetekende. Waar het aan lag dat er zo weinig deelnemers waren, is mij niet duidelijk; het was in ieder geval niet te warm. Ikzelf was hoopvol, want ik ben maar een beginneling en hoopte die dag veel te leren. d
I
nmiddels begreep ik dat we eerst naar een watertje gingen bij Hei- en Boeicop, De Huibert. Er waren nog niet zo lang geleden bepaalde glazenmakers en rombouten gezien, die voor Zuid-Holland wel erg bijzonder zijn. De Lek staken we over bij Bergstoep en dwars door de Alblasserwaard reden we naar De Huibert, waar we om ca. 11.00 uur aankwamen. Gelukkig waren de bermen nog niet gemaaid en stond de vegetatie erg hoog. Het duurde niet lang voordat we de grote libellen zagen, zoals de vroege glazenmaker (wel toepasselijk vond ik). Op de gele plompen bevonden zich enkele grootoogjuffers. Uiteraard vertelde Paul het verschil tussen juffers en libellen . Niet lang daarna zagen we de eerste rombout, de plasrombout. Ook nu gaf Paul weer een goede uitleg over de diverse verschillen (hij kon wel onderwijzer geweest zijn). Maar de andere deelneemsters wisten ook een heleboel. Er werden bijvoorbeeld bloedcicades opgemerkt alsook grote groene sabelsprinkhanen. Vanzelfsprekend luisterden we ook naar de vogelgeluiden. We hoorden en/of zagen daar de grasmus, tjiftjaf, spotvogel en wulp.
E
ven later konden we een mooie plasrombout observeren en de platbuik ging regelmatig op één plek zitten, zodat we daarvan mooie foto’s konden maken. Ik vind wel dat de libellen toch erg beweeglijk zijn. Naar planten kijken gaat makkelijker (hahaha). Het weer betrok, het werd erg donker en we voelden een paar spetters, dus vertrokken we naar de Avelingen. We hebben geen regen meer gehad en later kwam zelfs de zon erbij. Gelukkig stond er een picknicktafel en we zijn toen eerst gaan eten. Regelmatig hoorden we hier de Cetti’s zanger en de koekoek. Tijdens de ca. 2,5 uur durende wandeling zagen en hoorden we de o.a. zwartkop, tuinfluiter en grote zilverreiger. Op de mooie graslanden was veel te zien, zelfs de grote keizerlibel, bruine korenbouten (drie keer), vroege glazenmakers, glassnijders en vuurlibellen.
G
elukkig zijn Gabrielle en Jannie ook vlinderkenners. Zo werden de atalanta, distelvlinder, icarusblauwtje, kleine vos en bont zandoogje nog opgemerkt. Je kon aan de vegetatie zien dat we in een rivierengebied liepen. Er stond namelijk volop goudhaver, knoopkruid, glad walstro, groot streepzaad, akkerkers, ruige zegge en dubbelkelk. Bij enkele sloten groeiden zwanenbloemen, poelruit, brede waterpest, glanzig fonteinkruid en fijne waterranonkel. Om ca. half drie kwamen we weer bij de auto’s. Wij konden terugkijken op een heel geslaagde excursie, met dank aan Gabrielle en Paul. d
16
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017
Boven: vroege glazenmaker, foto: Henk Gazan Midden: vuurlibel, foto: Paul Schrijvershof Onder: fijne waterranonkel, foto: Henk Gazan
Operatie Steenbreek Privétuinen steeds meer versteend Jacqueline Veltman, Projecten in het Groen Tuincentra en tv programma’s lijken dit proces te versterken: stenen, houten vlonders, kunstgras en hoge schuttingen vormen een belangrijk onderdeel van het aanbod en ook chemische bestrijdingsmiddelen zijn veelal in ruime mate en goed zichtbaar aanwezig. d
D
eze verstening van de privétuin veroorzaakt of versterkt een aantal problemen: - Door toenemende verharding neemt de wateroverlast bij forse buien toe, en door de verwachte klimaatverandering zal deze problematiek alleen maar groter worden. Gebrek aan groen door verharding zorgt voor verminderd vasthouden van een deel van het winterse neerslagoverschot, zodat er later bij droogte maar korte tijd nog ‘eigen’ water beschikbaar is. -Verstening vermindert aantoonbaar de ruimte voor biodiversiteit en de structuur daarvan in de stad; het leefgebied van bijvoorbeeld egels, vlinders, (wilde) bijen en andere insecten, en ook van veel vogelsoorten en vleermuizen is door de verstening afgenomen. - Het stedelijk hitte-eiland-effect (stenen absorberen het zonlicht en kaatsen dit als warmte terug terwijl groen voor verkoeling zorgt), doet in de zomers een grote aanslag op de gezondheid van ouderen en zwakkeren. - Verstening vermindert de leefbaarheid van de omgeving en het welzijn van de bevolking, terwijl groen daaraan juist bijdraagt. - Veel particulieren gebruiken bij het onderhoud van de verhardingen chemische middelen en azijn tegen grassen, mossen, onkruid en algen. Deze bestrijdingsmiddelen spoelen van verhardingen gemakkelijk af naar het oppervlaktewater, maar kunnen ook in het grondwater terecht komen waar ze het bodemleven verstoren.
K
rimpen aan den IJssel: Groenste Stad 2016 Jawel; de gemeente Krimpen aan den IJssel heeft ambities op het gebied van biodiversiteit, klimaatadaptatie en bewonersparticipatie en heeft met succes meegedaan aan de Nationale Groencompetitie van Entente Florale: Krimpen is de ‘Groenste Stad van Nederland 2016’ geworden! Operatie Steenbreek is een landelijke werkgroep met de slogan ‘tegel eruit, plant erin’, die gemeentes ondersteunt door informatie en begeleiding, zie ook www.operatiesteenbreek.nl. ‘Projecten in het Groen’ heeft een plan voorgedragen om Operatie Steenbreek binnen de gemeente te implementeren. Op de Nationale Groendag, 20 september jl., is de trofee uitgereikt en wordt de gemeente officieel lid van Operatie Steenbreek.
W
erkgroep Operatie Steenbreek Krimpen aan den IJssel Inmiddels heeft ‘Projecten in het Groen’ opdracht van de gemeente Krimpen aan den IJssel gekregen om een werkgroep samen te stellen. In deze werkgroep hebben o.a. zitting: Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, QuaWonen, Laurence Hoveniersbedrijf, de Kroon op uw werk, XPOR, Tasalogic Media, Hoogenboezem, Hazeleger en Projecten in het Groen. Voorlopig doel van de werkgroep is te komen tot ca. twee actiedagen per jaar,
waarbij de voortuinen in een bepaalde wijk door de bewoners zelf of met hulp van een hovenier vergroend worden en er een regenton wordt aangesloten, als het kan met overloop naar de tuin of een wadi. De grote uitdaging is nu bewoners te motiveren om mee te doen. Als eerste rijst de vraag: waarom gaan veel bewoners over tot betegelen? Gebrek aan tijd wordt vaak als reden opgegeven, maar bestrating vergt meer onderhoud (althans als je de azijn in de kast laat!) dan een border. Projecten in het Groen is ervan overtuigd dat een gebrek aan kennis mede debet aan de verstening is. Bij het ontwerpen van een tuin willen mensen vaak wel gras terwijl dat het meeste onderhoud vergt! Wekelijks maaien, kantjes knippen, verticuteren en bemesten, geen probleem: lekker bezig in die graslucht! Als je dit juist niet wilt en je weet wat je in je voortuin moet doen is het onderhoud zo gedaan. Belangrijk is dan ook om bewoners goed te informeren. Goede bodem, plant op de juiste plek, goed opgezette border met bodembedekkers, de juiste info over vogel-, vlinder- en bijenplanten en hoe die te onderhouden. Er moet een andere mindset komen: natuur is prachtig en belangrijk! Willen we bloemen, vlinders en niet te veel wateroverlast dan nemen we een kattedrolletje, luisje en onkruidje voor lief! Met een webpagina vol info en diverse workshops laten we de bewoners goed voorbereid aan de actie beginnen. Het zou top zijn als we een tweejaarlijkse evaluatiedag gaan houden om samen naar de tuinen te kijken en daarbij tips of complimenten laten uitdelen door tuinambassadeurs: uiteindelijk moeten de tuinen ook mooi blijven! Helemaal geweldig zou zijn als mensen daarna ook in de achtertuin gaan moestuinieren en hun dak gaan vergroenen, ik zie al groene schoolpleinen voor me en wadi’s … maar nu ga ik te snel; we doen het stap voor stap.
I
nformatie, actiedagen en oproep: Op 11 oktober is een informatieavond in OBS ‘De Groeiplaneet’, Wielerbaan 7, over het belang van vergroening, hoe je dat kunt doen en over gebruik en installatie van een regenton. De eerste actiedag is op 28 oktober in dezelfde wijk, tussen Marathon en Sportsingel. Dit wordt vooral een gezellige en sociale dag, die stimulerend kan werken voor andere bewoners. Op de website van de gemeente www.krimpenaandenijssel.nl onder zoekterm ‘steenbreek’ komt behalve de datum van volgende Steenbreek-actie dagen ook veel informatie te staan. Hierbij doe ik een oproep: de werkgroep kan nog hulp gebruiken! We zoeken verder ook mensen die zitting willen nemen in het bestuur van de stichting. Heb je interesse, neem contact op met steenbreekkrimpenaandenijssel@outlook.com of kijk op de facebookpagina. d WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017 17
Verslag gemeente Krimpenerwaard van gesprek op 6 juni jl. en reactie op verkenning NVWK van 31 januari 2017 over mogelijkheden samenwerking voor soortenbescherming bij nieuwbouw, verbouw, sloop, boomkap enz. De reactie was gericht aan Max Ossevoort, voorzitter NVWK, kwam via de secretaris binnen op 14 augustus 2017 en volgt hierna. Op 31 januari 2017 heeft u ons een brief gestuurd, die wij op 2 februari 2017 hebben ontvangen. Wij hebben hier tot op heden nog niet op gereageerd. Wel heeft er op dinsdag 6 juni 2017 een gesprek plaats gevonden met mevrouw Colijn, wethouder Blok, wethouder Neven en u. Tijdens dit gesprek hebben we diverse onderwerpen met elkaar besproken en er over van gedachten gewisseld. Voor de gemeente was dit in ieder geval een verhelderend gesprek. ln deze brief wil ik kort in gaan op de afspraken die er zijn gemaakt, en op de onderwerpen die wij nog niet hebben besproken en wel in uw e-mail staan met het afspraakverzoek van 1 mei 2017. - ln de strategische visie Krimpenerwaard staat weinig/niets over natuur en cultuurhistorie. De NVWK vindt dit opmerkelijk en hebben hun zorgen hierover uitgesproken. Het college en de raad gaan de visie, die tot stand is gekomen vanuit een burgerinitiatief, verkennen en zullen daar hun mening over geven en bespreken of in die visie haalbare opties staan en wat de effecten zijn. De gemeente is op dit moment ook bezig met de cultuurhistorische inventarisatie. -De NVWK is geen voorstander van grootschalige woninguitbreidingen, wel van inbreidingen zoals de oude Rabobank in Stolwijk en benadrukt dat de bevolking vergrijst. De gemeenteraad heeft recent de Woonvisie Krimpenerwaard vastgesteld, waar onder andere aandacht is voor de vergrijzing. De uitwerking van de visie wordt binnenkort opgepakt. Mevrouw Colijn geeft de tip om goed te kijken of er op bedrijventerreinen mogelijkheden zijn voor woningbouw. -De naleving van de nieuwe Wet natuurbescherming (voorheen o.a. flora- en faunawet) wordt volgens u niet goed ingevuld. De wet is een landelijke wet, de provincie verleent de vergunningen op grond van deze wet. Als er sprake is van omgevingsvergunningen met aanhaking van de Wet natuurbescherming, ligt de verantwoordelijkheid bij de gemeente en zal zij handhavend optreden waar dit noodzakelijk is. -Voor de activiteiten die vallen onder renovatie, sloop en nieuwbouw is veelal een omgevingsvergunning vereist. Er gaan met de nieuwe wet zaken veranderen. De provincie blijft op het gebied van flora en fauna een cruciale rol spelen, zij zijn in eerste aanleg bevoegd om vergunningen hiervoor te verlenen. -De gemeente is het bevoegd gezag voor handhaving wanneer het gaat om aanhaking bij een omgevingsvergunning. Wij streven er naar om dit zo zorgvuldig mogelijk uit te voeren. Mocht u concrete voorbeelden hebben waar dit niet isgebeurd, dan krijgen wij die graag van u. -Door de gemeente wordt u niet gezien als “luis in de pels”. Als de gemeente (intensief) samenwerkt met projectontwikkelaars, zullen wij de NVWK onder de aandacht brengen. -Met diverse (maatschappelijke) organisaties hebben wij één keer per jaar een bestuurlijk overleg, wij willen voorstellen dat we dit ook met de NVWK doen. Mocht het tussentijds nodig zijn dan kunt u altijd contact opnemen met Mirjam van Brouwershaven, beleidsmedewerker landschap. -De lJsseldijk gaat verbreed worden, die zal veel impact hebben op de omgeving en zal voor discussie zorgen, maar de veiligheid gaat voor. Als de NVWK iets opmerkt bij bouwwerkzaamheden kunnen ze terecht bij de afdeling Vergunning, Toezicht en Handhaving (wabodienst). Voor zaken in de openbare ruimte is er een app ‘gemeente Krimpenerwaard’. Hierin kunnen bij ‘meldpunt openbare ruimte’ opmerkingen of reacties geplaatst plaatsen worden, dit wordt vervolgens opgepakt door de buitendienst. De NVWK zal een melding maken over deze app in hun blad. Publicaties van sloop- en bouwwerkzaamheden staan in de krant, met het adres en de activiteit, op de website staat de inhoud van de aanvraag uitgebreider. Het streven is om sloop- en bouwvergunningen na twee jaar in te trekken als er geen activiteiten hebben plaats gevonden. Vanuit de voormalige gemeenten zijn er nu nog oude vergunningen die niet zijn ingetrokken. Het kan dus voorkomen dat er werkzaamheden plaats vinden waar niet recentelijk iets over in de krant heeft gestaan. Daarnaast kan er vergunningvrij ook veel gebouwd en gesloopt worden. -ln samenhang met de nieuwe omgevingswet zal er informatie voor bewoners en indieners van plannen moeten komen over wat de wijzigingen zijn, van onder andere de natuurwetgeving. Hierbij kan gedacht worden aan een flyer. -De NVWK vraagt aandacht voor de al dan niet legale campings in de Krimpenerwaard. Soms ontstaan deze campings illegaal en vragen daarna een vergunning aan. Het beleid hieromtrent is door de voormalige gemeenten vastgelegd in de Regeling Vernieuwend Ondernemen, dat als zodanig is verwerkt in de meeste bestemmingsplannen. De NVWK geeft een voorbeeld van een camping die niet aangesloten is op het riool. Mirjam van Brouwershaven zal dit navragen bij de ODMH. -De gemeente werkt op dit moment aan een integraal beleidsplan openbare ruimte. -Tevens wordt er op dit moment gewerkt aan een bomeninventarisatie voor alle bomen in de Krimpenerwaard. De platanen in Krimpen aan de Lek zijn tijdelijk verplaatst. Op de Bovenkerkseweg in Stolwijk zijn de bomen gekapt ten behoeve van de herinrichting van deze weg, er zullen nieuwe bomen terug geplaatst worden. lk hoop dat u dit een goede weergave vindt van ons gesprek en de nog openstaande vragen zijn beantwoord. Als u nog vragen of opmerkingen hebt, dan hoor ik het natuurlijk graag en we houden contact met elkaar. Met vriendelijke groet, namens het bestuur en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard, mw. M.J. van Brouwershaven, Beleidsmedewerker landschap d
18
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017
Aanvulling NVWK op verslag Wij zonden op 8 september jl. onze aanvullingen op het verslag per e-mail naar Mirjam van Brouwershaven met beide wethouders in de cc. Allereerst wordt in het verslag niet inhoudelijk ingegaan op de brief van 31 januari van onze werkgroep RO. Wat wij lezen in het verslag is ‘de gemeente zal de NVWK onder de aandacht brengen bij projectontwikkelaars waarmee ze samen werkt, en als de NVWK concrete voorbeelden heeft waarin niet gehandhaafd is bij onzorgvuldige uitvoering van een omgevingsvergunning, hoort de gemeente het graag.’ Dit is niet wat bedoeld wordt in de brief. We doen daarin een voorstel om gezamenlijk te komen tot voorlichting aan bouw- en loonbedrijven en bij aanvragen voor een omgevingsvergunning zoals die nodig is bij (ver)bouwen, bomen kappen, sloten of veenputten dempen enz.; kortom voor alle acties die van invloed kunnen zijn op de natuur, het milieu of het landschap. De brief gaat over preventief optreden, waarbij wij graag een rol vervullen. We bieden in de brief en opnieuw in het gesprek samenwerking aan en noemen als voorbeeld het gezamenlijk ontwikkelen van een flyer. Voorlichting voorkomt problemen en werkt educatief. Handhaving is nodig als ‘het kwaad’ gaande of al geschied is en maakt nu eenmaal niet geliefd. Bij voorlichting en overleg met aanvragers en/of aannemers in het voortraject van een project is handhaving vaak ook niet meer nodig. d
W
ethouder Dilia Blok memoreerde dat het in een aantal gevallen waarin het vroeger wel, tegenwoordig niet meer nodig is om ontheffing te vragen in het kader van de Omgevingswet. Ook in geval van vergunningvrij bouwen of slopen achten wij het heel nuttig als zowel de betreffende inwoners van de gemeente als de uitvoerende aannemers, loonwerkers of hoveniersbedrijven, op de hoogte zijn van de nieuwe Wet natuurbescherming, en van de plaatsen waarop zij vogels, vleermuizen of andere (al dan niet beschermde) dieren of beschermde planten kunnen verwachten – en hoe zij kunnen of dienen te handelen als zij hiermee te maken krijgen. Verder wil de commissie RO graag met ondersteuning van de gemeente bouwbedrijven bij nieuw- of verbouw wijzen op de mogelijkheden voor het in de bouw meenemen van onderkomens voor bedreigde soorten. Tijdens het gesprek kwam aan de orde dat aan de beantwoording van de brief hoewel verlaat, nog gewerkt werd. Graag ontvangen wij alsnog een reactie van de gemeente Krimpenerwaard op onze brief van 31 januari 2017.
R
eactie NVWK op overige punten: -Wij willen best een beetje luis in de pels zijn zolang we goed in gesprek blijven. -De rectie van de NVWK op de Strategische Visie Krimpenerwaard wordt gedeeld met gemeenten, de provincie Z-H, waterschap HHSK enz. zodat die kan worden meegenomen bij besluitvorming. -We zijn benieuwd naar de cultuurhistorische inventarisatie van Bureau Culthis en willen hieraan graag bijdragen. -Wij benadrukten de intrinsieke waarde van de Krimpenerwaard waarin landbouw en natuur prima kunnen samengaan. O.a. door de ‘krimp’ is grootschalige nieuwbouw o.i. niet nodig en niet gewenst. Kijk bij goed en verantwoord vergroten van het woningaanbod naar herinrichting van lege delen van industrieterreinen, omvormen van leegstaaande boerderijen tot wooneenheden, zet in op trend toekomstige woonbehoefte i.v.m. vergrijzing. Spaar natuur, landschap en cultuurhistorisch erfgoed. Krimpenerwaard is geen openluchtmuseum of attractiepark, zet in op de unieke waarden, geen overkill aan toeristische voorzieningen of infrastructuur, men komt hier voor rust en het wijdse land. -NVWK heeft een aantal natuurdoelen aangemeld voor het
project KIJK, die zijn niet in strijd met waterveiligheid en in dit project zonder noemenswaardige kosten kunnen worden meegenomen. Denk kruidenrijke dijkvegetatie, oeverzwaluwwand, bokpalen enz. -Campings: het gaat niet om nieuwe maar bestaande campings die illegaal uitbreiden of minimale voorzieningen op het riool hebben. -NVWK heeft zorgen over volbouwen doorzichten in lintbebouwing, over diep in het achterland bouwen buiten bouwvlak. -De genoemde platanen stonden in Krimpen aan den IJssel. Monumentale bomen die na een jaar verplaatsing succesvol zijn teruggeplant op oorspronkelijke plek. In Stolwijk is kaalslag gepleegd langs de Bovenkerkseweg, de bomen op het Dropsplein zijn gekandelaberd vanwege kauwenoverlast. Er zijn minder invasieve methoden, deze bomen krijgen nooit meer een mooie kruin; wij leveren graag namen van specialisten. De charme van dorpskernen is in het geding; Stolwijk is karakterloos geworden door successievelijke sloop van karanteristieke panden; de bomen brachten nog sfeer. Wij zien nieuwe bomen niet meer groot worden. -Wij horen graag het resultaat van de bomeninventarisatie van de gemeente. Wellicht kunnen wij waardevolle bomen toevoegen. -In het kader van de geuite zorgen zien we uit naar het intergraal beleidsplan. -We gaan graag in op het voorstel tot minstens jaarlijks bestuurlijk overleg. Tot zover onze aanvullingen op het verslag.
A
lsnog inhoudelijk positieve reactie op de brief Een telefonisch onderhoud met Mirjam van Brouwershaven leverde op 21 september het volgende positieve resultaat op: wethouder Neven vindt het een zeer goed initiatief, ook de afdeling Vergunningen is er blij mee, want de Natuurwet is een lastige wet. Afgesproken werd dat wij initiatief nemen tot ontwikkeling van geschikt materiaal wat door de gemeente zowel fysiek als digitaal kan worden verstrekt aan vergunningaanvragers of bij informatievragen. Wij brengen het initiatief verder, door ook bouwondernemingen, hoveniers, loonwerkers e.d. deze informatie te verstrekken. Voor de te maken kosten zijn via een subsidiefonds mogelijkheden aangereikt. d
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017 19
Tel. 06-30580440
Heeft u een PGB en bent u op zoek naar een zorgverlener? Mijn naam is Anneke de Bruin. Als Zelfstandig Zorg Professional bied ik met Care2manage zorg bij u thuis: verpleging, verzorging en begeleiding. Aandacht, kennis en inlevend vermogen kenmerken Care2manage. Werken met en voor mensen is wat ik het liefste doe!
I: E: T:
www.care2manage.nl info@care2manage.nl 06 43 46 85 88
Waardvogel – december 2015
13
Commotie over uilen in gesloopte molen Reusel Twan Linders 18-07-17, www.ed.nl
PERSBERICHT
Wat is er met de kerkuilen in de Reuselse molen gebeurd? De sloop van de oude korenmolen heeft Natuur- en (weide)vogelvereniging Reusel-De Mierden in rep en roer gebracht. Hoog in de toren, boven in de balk op de as van de wieken, nestelden twee kerkuilen, bezweert de vereniging. Met jongen, dat weet voorzitter Piet Peijs zeker. „Je kon er niet bij komen. Ze zaten te hoog, dat was levensgevaarlijk. Maar je kon het zien aan het gedrag van de vogels, ze vlogen af en aan om de jongen te voederen... Kasteelstaete Vastgoed NV uit Bladel gaat 36 appartementen en 12 studio’s bouwen op het perceel aan de Molenstraat. Vorige week ging de totaal verpauperde molen tegen de grond. Tot grote ontzetting van de vogelvereniging. Peijs zegt dat hij met directeur Pieter Vosters van Kasteelstaete had afgesproken dat pas eind augustus gesloopt zou worden. Na het broedseizoen, als de jongen zeker zijn uitgevlogen. Maar bewijzen kan Peijs de afspraak niet, er staat niets op papier. „Een storm in een glas water”, noemt Vosters de ophef. Hij ontkent afspraken over uitstel van de sloop. „We hebben alle verplichte onderzoeken laten uitvoeren. Wat moet ik nog meer doen?” zegt Vosters. Hij verwijst naar het flora- en faunaonderzoek van AGEL adviseurs. Het adviesbureau concludeert dat er geen belemmeringen zijn voor de sloop: er zijn tijdens het veldonderzoek geen uilen waargenomen en die zijn in de molen volgens het bureau ook niet te verwachten. Als aantoonbaar is vastgesteld dat er geen broedende vogels zijn, kan in het broedseizoen worden begonnen met de werkzaamheden. De vogelvereniging zet grote vraagtekens bij de gedegenheid van het onderzoek. Enigszins strijdig met het uitgangspunt dat er geen uilen in de molen zaten, lijkt de afspraak die Vosters maakte met Peijs om in de toren van de kerk van Reusel een vervangende nestkast te plaatsen, op kosten van de ontwikkelaar. „Voor het geval er toch uilen mochten zitten”, verklaart Vosters. „Misschien zitten die soms wel in de molen en soms niet.” Omwonenden hebben drie uilen zien uitvliegen tijdens de sloop, zegt Jos Laarakker van de vogelvereniging. Twee dagen na de sloop zijn er boven het perceel nog dolende uilen gezien. „Dat doet wel zeer”, zegt Peijs. Hij gaat proberen de vervangende nestkast in de kerk zo snel mogelijk te laten plaatsen. Waar de uilen nu zijn is onbekend. Of er jonge uilen zijn omgekomen bij de sloop ook. Een gerucht dat na de sloop twee dode uilen waren gevonden, bleek op een misverstand te berusten. Peijs: „Ik kan me niet anders voorstellen dan dat ze inmiddels een ander plekje hebben gevonden.” d
Samenwerken met plaatselijke natuurwerkgroep helpt dit voorkomen Jaap Graveland Dit kan ook in de Krimpenerwaard gebeuren: sloop en vernieuwing van gebouwen waarin uilen, vleermuizen etc. huizen. De initiatiefnemer is volgens de wet verplicht dat te onderzoeken en dan maatregelen te nemen om verstoring te voorkomen of te beperken: werkzaamheden uitvoeren in de periode met de minste kans op verstoring, aanbieden van vervangende nest- of schuilgelegenheid. Maar ook bij ons gaat dat wel eens mis. We kregen in februari eens een melding van 100 rondvliegende vleermuizen bij een net gesloopte oude boerderij. Die vleermuizen zijn ten dode opgeschreven, want er zijn geen insecten en ze horen in winterslaap te zijn. Er staat nu een moderne woning waar geen vleermuis meer in kan. d
D
e NVWK helpt graag in dit soort gevallen. We hebben geadviseerd bij de verbouwing van een schuur met een kraamkolonie van laatvliegers en we hebben voor vervangende nestgelegenheid gezorgd voor steenuil en kerkuil bij vernieuwing van schuren. Dat kost de eigenaar hoogstens een paar tientjes voor een (nieuwe) nestkast en in de praktijk kan een verbouwing eigenlijk altijd doorgaan. De NVWK weet van de meeste uilenparen precies waar ze zitten. Sommige kleine adviesbureau’s die worden ingehuurd maken nogal eens fouten omdat men de lokale situatie niet kent, voor een te lage prijs offreert, en door gebrek aan professionaliteit. In 2016 hadden we drie gevallen
waarin in juni de nestkast leeg was, maar er in september jongen in zaten. Dat late broeden is bekend van kerkuilen (de meeste beginnen in april). Als een initiatiefnemer tijdig contact met ons opneemt vinden we eigenlijk altijd wel een oplossing. Dat is heel veel prettiger dan wanneer de verstoring al plaatsvindt en de NVWK voor de keuze staat: starten we een juridische procedure of niet? Dat zou de initiatiefnemer op kosten jagen, de relatie kapot maken en scheve ogen geven richting NVWK. Samenwerken is veel prettiger, goedkoper, en beter voor de natuur. d
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017 21
Kerkuilkast in toren geplaatst in goede samenwerking met de gemeente Jaap Graveland De NVWK heeft 8 september een kerkuilkast geplaatst in de toren van de Hervormde kerk in Haastrecht. Zo hopen we op deze plek een stuk historie terug te brengen. d
D
e erfvogelwerkgroep van de NVWK adviseert de vrijwilligers van De Stichting Overtuin Bisdom van Vliet hoe ze bij de beplanting voor de herinrichting van de Overtuin zoveel mogelijk rekening kunnen houden met vogels. Er zijn inmiddels nestkasten geplaatst. We plaatsen overal in de Krimpenerwaard kerkuilkasten, omdat de kerkuil toeneemt (dit jaar al 12 broedparen). In het koetshuis bij het Huis Bisdom van Vliet broedde vroeger een kerkuil. In de omgeving is ook nu veel geschikt jachtgebied voor de kerkuil, in de Overtuin, het bospark, polder Bilwijk en het Doove Gat. Dus leek het ons een goed idee om een kerkuilkast bij de Overtuin te plaatsen. Maar het koetshuis was niet meer geschikt. Toen viel ons oog op de toren van de Hervormde Kerk, die uitkijkt
over de Overtuin. Vroeger broedden kerkuilen veel in kerktorens, maar dat is niet meer mogelijk: de torens worden tegenwoordig dicht gemaakt om vervuiling door vogels (vooral kauwen) te voorkomen. We benaderden de gemeente Krimpenerwaard, eigenaar van de toren. De gemeente gaf toestemming, onder voorwaarde dat de uilen niet ín de toren konden komen. We verkenden met de gemeente waar de kast het beste in de toren kon worden geplaatst. We kwamen uit op een mooie nis achter een smalle opening naar buiten, in de verdieping onder het carillon. De kast is op maat van de nis gemaakt. De rest van de opening in de toren hebben we dicht gemaakt met perspex.
Ransuiltelling weer een succes! Jaap Graveland
De uilenwerkgroep heeft het aantal ransuilbroedparen weer geteld. Net als in 2014 deden we dat aan de hand van roepende jongen, de ‘piepende schommels’. Met hulp van bewoners stelden we 23 broedparen met jongen vast, evenveel als in topmuizenjaar 2014. d
E
r zijn dit jaar weer behoorlijk wat muizen. De meeste uilenparen hebben dan jongen. Het inventariseren van de roepende ransuilmannetjes is lastig, want ze roepen weinig en zacht. De jongen roepen na het verlaten van het nest juist heel vaak en goed hoorbaar, en dat wekenlang. We kregen veel reacties op ons persbericht waarin we verzochten om medewerking. Bewoners meldden negen locaties aan van broedparen die we nog niet kenden. Een geweldig resultaat! De overige paren vonden we door acht avonden lang, tussen 22 juni en 25 juli, van 22.45 tot 00.30 uur door de Krimpenerwaard te fietsen. Daarbij troffen we ook veel bosuilgezinnen aan. Verder hoorden we kerkuilen op twee locaties ver van de ons bekende nestplaatsen, dus wie weet broeden er nog meer dan de twaalf broedparen die we hebben gevonden. In totaal vonden we 23 paren met jongen. Met de waarnemingen van Rudi Terlouw van roepende mannetjes in het vroege voorjaar en van Max Ossevoort van een paartje zonder jongen komen we uit op 30 territoria. Iets meer dan in 2014, maar mede door de grote respons van bewoners hebben we ook wat beter geteld dan in 2014.
W
aarom inventariseren? Waar doen we het ook alweer voor? De ransuil neemt al decennia in aantal af, door vermindering van winterse muizenplagen (de torenvalk heeft daar ook last van), toegenomen predatie door de havik en verstoring van gezamenlijke winterroestplaatsen (slaapplaatsen) door de mens. Gelukkig blijft de stand de laatste
22
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017
jaren gelijk, landelijk, maar dus ook in de Krimpenerwaard. De nesten en roestplaatsen bevinden zich meestal bij woningen, waarschijnlijk omdat de havik daar minder durft te komen. Op de facebookpagina van Vroege Vogels van 14 augustus staat een filmpje van een havik die een jonge kerkuil pakt. De jongen van het bosuilpaar dat bij ons broedde zijn ook door een havik gepakt. Dat is niet zo vreemd, want jonge bos- en ransuilen beginnen vaak al in de lichte schemer te roepen en verraden zo waar ze zitten. Overigens passen uilen zich wel aan. De ransuil zit veiliger dicht bij de mensen. De jongen van de bosuil in Kennemerland, waar de bosuil sterk te lijden hadden van de komst van de havik, zijn stiller geworden (http://www.vwgmidden-kennemerland.nl/index_htm_ files/Bosuilen_34jaar_geteld.pdf). Met kennis over de nest- en de roestplaatsen kunnen we bewoners en gemeente adviseren over onderhoudswerkzaamheden, zodat de uilen zoveel mogelijk worden gespaard. Het bovengenoemde artikel over de bosuil laat zien hoe leuk en waardevol het is als je kunt beschikken over jarenlange tellingen. Dat moet dan wel op een gestandaardiseerde manier gebeuren. Daarom willen van het tellen een vaste activiteit maken, gaan we het meer structureel opzetten, en zullen we bewoners volgend jaar opnieuw om medewerking vragen.
O
proep voor melden roestplaatsen In deze tijd van het jaar beginnen de ransuilen hun roestplaatsen al weer op te zoeken. Soms zitten daar wel vijftien uilen bij elkaar. Die roestplaatsen liggen vaak midden in een woonkern, meestal in
E
r zijn dit jaar weer veel jonge kerkuilen uitgevlogen. Vanaf het najaar gaan de uilen op zoek naar schuil- en nestgelegenheid. We hopen dat ze de kast zullen ontdekken. Een fotoreportage van de avonturen die we in de oude toren beleefden om de kast op zijn plaats te krijgen staat als bericht op 10 september op onze facebook: https://www. facebook.com/denvwk/ De gemeente stelde voor om ook de mogelijkheden in andere torens
Kerkuil, foto: Stefan van der Heijden
dichte, groenblijvende bomen en struiken. We kennen roestplaatsen in Haastrecht en Krimpen aan den IJssel. Plantsoenen met hoge laurierkers en grote coniferen in tuinen of op begraafplaatsen zijn geliefde plekken. We willen deze roestplaatsen graag in beeld brengen, om gemeenten erover te informeren zodat ze er rekening mee kunnen houden bij het groenonderhoud. Verder helpt het bij de inventarisatie van de broedparen, omdat de uilen doorgaans een broedplaats zoeken in de buurt van de roestplaats. Omdat de uilen er het hele winterhalfjaar zitten, liggen er doorgaans veel braakballen onder de bomen. De uilen zijn tussen de takken en bladeren vaak slecht zichtbaar. Het zoeken naar braakballen helpt dus bij het vinden van die roestplaatsen. Probeer het maar eens.
te verkennen. Wij zien dat wel zitten: erfvogels als verbindend element tussen de kerken en kernen in de Krimpenerwaard‌. De erfvogelwerkgroep breidt dus zijn werkterrein uit naar de kernen in de Krimpenerwaard. We kunnen daarbij hulp gebruiken. Heb je interesse om mee te doen? Stuur dan een mailtje naar erfvogelwerkgroep@nvwk.nl of bel de coÜrdinator Jaap Graveland, XX XXXXXXX. d
De toren van Haastrecht; de kast zit achter de smalle opening boven het dak, foto: Jaap Graveland
voor het feit dat wij de roestplaatsen ook niet bekend maken. Het kaartje hebben we dan ook met opzet wat onduidelijk gemaakt om de precieze locaties vaag te houden. Verder bouwen de ransuilen zelf geen nest maar gebruiken ze oude kraaien- en eksternesten. Ze moeten hiervoor elk jaar op zoek naar een nieuw nest en broeden dus bijna nooit op de zelfde plek. We zijn dan ook niet bang dat dit kaartje leidt tot verstoring van uilen of de privacy van bewoners. De rode stippen zijn locaties waar roepende jongen zijn waargenomen. De gele stippen zijn locaties van roepende mannetjes of van een paartje zonder jongen. Dit geeft toch een beeld van het resultaat van de inspanningen in 2017. d
V
oorzichtig Het liefst zou de uilenwerkgroep alle locaties van nesten en roestplaatsen willen laten zien. Want het is prachtig om de uilen te zien en het zien van de uilen draagt weer bij aan de bescherming ervan. Maar in de praktijk leidt het ook vaak tot verstoring: te veel mensen komen te dichtbij en sommige fotografen kunnen zich niet bedwingen in hun drang om een mooie foto te maken. Ook maakten we mee dat mensen de erven op gaan om de uilen te zien. Dat leidt tot boze gezichten bij erfeigenaren en dat willen we natuurlijk voorkomen. Daarom: hang het niet aan de grote klok als je een roestplaats vindt en we hopen op begrip WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017 23
V.l.n.r.: Uitleg over de zomersnoei; plukken met de plukstok is nog een hele kunst; wethouders staan samen in de boom om te plukken; valappels raap je snel op met dit rol-apparaat; de oogst!; samen schillen verbroedert; appeltjes koken; dat waren lekkere pannenkoeken; foto’s: Frits Hemerik en Joke Colijn 24
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017
De NVWK plukt de vruchten van de boomgaard aan de Boveneinselaan
Bijlage 1: Locatie waterput
Frits Hemerik De inspanningen die de werkgroep Landschapsonderhoud de afgelopen vijf jaar heeft gedaan om de hoogstamfruitboomgaard ‘De Vries’ in Krimpen aan den IJssel weer tot leven te brengen, beginnen letterlijk vruchten af te werpen. d Na veel snoeiwerk en herplanten van vruchtbomen zonder overlevingskans, zagen we dit jaar het begin van een gezonde boomgaard met mooie appels en peren. Alhoewel de meerkoetjes en eenden al een rijke dis hadden aan het valfruit en de halsbandparkieten zich al stevig aan de nog in de bomen hangende vruchten te goed hadden gedaan, was de oogst voldoende om voor het eerst een oogstfeest te houden voor de bewoners van de omliggende wijk. Veel aandacht in de lokale pers, een flyeractie en vooral ook heerlijk zonnig weer, lokten vele bewoners gewapend met schilmesjes naar de boomgaard, waar Joke Colijn hen aan het werk zette voor een omvangrijke schilactie. Kinderen waren druk met plukmandjes om het fruit uit de bomen te halen en valappeltjes werden verzameld met een leuk rolapparaat. Maar niet nadat twee wethouders van Krimpen aan den IJssel met een duovoorstelling ‘appels plukken’ hiervoor het startsein hadden gegeven. Marco Oosterwijk en Arnold de Leeuw hadden er duidelijk plezier in om de boom in te gaan. Heel leuk was ook dat de voormalige eigenaar van de boomgaard, de heer De Vries, met familie kwam kijken. Met de aanwezigen ontsponnen zich geanimeerde gesprekken over de geschiedenis van de bongerd.
Gaandeweg vulde een heerlijke geur van kokende appels en peren de boomgaard en kon de eerste appelmoes gescoord worden om even later gevolgd te worden door overheerlijke stoofperen. Er waren niet voldoende door de bewoners meegebrachte potten om alles in te conserveren, zodat snel pannetjes werden gehaald. Aan het eind van de dag was er als beloning voor iedereen en met name voor de kinderen een heerlijke pannenkoeken-metappels maaltijd, waarmee dit meer dan geslaagde oogstfeest werd afgesloten. Bijzondere dank voor de goede medewerking van de gemeente Krimpen aan den IJssel, die niet alleen zonder bureaucratisch gedoe snel alle seinen op groen zette, maar ook een financiële bijdrage leverde uit het Fonds Bewonersinitiatieven, zodat de nodige spullen konden worden ingehuurd. Bijzondere lof voor Joke die zich drie slagen in de rondte heeft gewerkt om alles in goede banen te leiden. De winst van de dag: voor veel omwonenden was het een eyeopener en er kwam meteen het aanbod om er volgend jaar een echt buurtfeest van te maken. Terugkoppelend naar de werkgroep moeten we dit echt als een beloning zien voor onze gezamenlijke inspanningen. d
Appels rapen Tekst en illustratie: M. Bersma
De gemeenteboomgaard zindert in de zomerzon. Het is warm, maar gelukkig geeft de schaduw van de bomen wat verkoeling. Dit ondervindt ook een groepje eenden, dat luiert in het gras onder de bomen. Zij hebben zich tegoed gedaan aan een appelmaal en liggen nu duttend bij elkaar. Langs de weg fietst een man met een doel voor ogen. Als hij de boomgaard nadert, stapt hij van z’n fiets die hij op de standaard zet, terwijl hij z’n zijtassen opent. Hij bukt zich en begint de meest gave appels op te rapen. Ze liggen verspreid onder de bomen, waarbij sommige half opgegeten zijn door de eenden. Niet alleen de eenden houden van fruit, ook de vele wespen die er rondvliegen laten zich niet onbetuigd. De eenden schrikken van de indringer die zich in hun gebied waagt. Ze waggelen met protesterende kreetjes naar de naastliggende sloot, waar zij zich één voor één in het water laten glijden. Hoewel zij niet belaagd worden, voelen zij zich tóch niet veilig. Achter elkaar zwemmen zij weg door het smalle slootje met de hoge rietkraag. De man bukt zich en raapt en raapt, twee zijtassen vol heerlijke onbespoten appeltjes. Zijn vrouw maakt er appelmoes en appeljam van en niet te vergeten overheerlijke appeltaart. Lekkernijen waar hij blij van wordt. d Bijlage 2: waterput met plantvak WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017 25
Weg ermee! Of zijn plantaardige exoten een aanwinst... ? Tekst en foto’s: Anton van Jaarsveld We hebben in ons land een behoorlijk aantal plantaardige exoten. Volgens Wikipedia is een exoot een soort die zich met behulp van de mens heeft gevestigd in een gebied waar die vroeger niet voorkwam. Daarbij valt op, dat een natuurlijke verspreiding, bijvoorbeeld door klimaatverandering, wordt uitgesloten. Tuinliefhebbers gebruiken het woord ook wel voor iedere uitheemse dier- of plantensoort. Exoten komen op diverse manieren ons land binnen. De globalisatie zette via o.a. handel, vakantieverkeer, pleziervaart en hobby’s de poort open. d
E
en goed voorbeeld van een exoot is de Amerikaanse vogelkers. Die boom of heester is oorspronkelijk ingevoerd om de bossen te verbeteren. De enorme verspreiding heeft hem echter de bijnaam ‘bospest’ bezorgd. Die term zegt genoeg. Van deze soort hebben wij overigens in onze waard geen last. Op de soortenlijst van Nederland staan verder o.a. kalmoes, grote engelwortel, Canadese fijnstraal, de knopkruiden, karmozijnbes, de alsemambrosia (de hooikoortsplant) en moederkruid. In de Krimpenerwaard hebben we te maken met de Japanse duizendknoop. Ooit had ik hem in mijn tuin, waar ik moeite had om zijn groeidrang te beperken. Meters verwijderd van de oorspronkelijke groeiplaats kwamen jaar na jaar de vegetatieve scheuten tevoorschijn. In de vrije natuur is er geen verwijderaar aanwezig en daarom breidt de soort zich bijvoorbeeld aan de Zaag flink uit. De aantallen van een andere soort, het geel bloeiende bezemkruiskruid, vallen in onze regio best mee. Hij is eind vorige eeuw met de invoer van wol uit Zuid-Amerika overgekomen en in de Tweede Wereldoorlog in Limburg verschenen. Van daar uit volgde voornamelijk via de spoorwegen de uitbreiding. Bij gebrek aan NS-faciliteiten vinden we hem hier op beperkte schaal op zanderige terreinen. Op de Lekdijk ten westen van Lekkerkerk staat hij in volle bloei.
E
xoten verspreiden zich vaak massaal. Dan noemt men ze ‘invasief’. In onze omgeving hebben we daarvan drie duidelijke voorbeelden, twee ‘reuzen’: de reuzenberenklauw en de reuzenbalsemien en de reeds eerder genoemde Japanse duizendknoop. De eerste soort is
Reuzenbalsemien
de grote broer van onze gewone berenklauw. De exoot heeft spitsere bladlobben en doet zijn naam eer aan. Soms zie je hem als solitaire sierplant in tuinen. Pas echter op voor de haren, die op je huid in de zon lelijke brandplekken kunnen veroorzaken. De plant wordt daarom door plantsoenendiensten verwijderd. Land van herkomst ? ZuidwestAzië, daarom heet hij ook wel Perzische berenklauw. De reuzenbalsemien (zie foto) vinden we op veel plaatsen in de Krimpenerwaard. De plant groeit massaal langs de rivieren en in het Loetbos. Zelfs onze eigen grote brandnetel legt het tegen deze woekeraar af. Als eenjarige is hij in de herfst bij de eerste vorst vertrokken en dan blijft er een vlakte met dode, rode stengels over. In het voorjaar ontkiemt er snel een nieuwe generatie, die andere planten nauwelijks een bestaan gunt. Van de zware geur van bloeiende exemplaren moet je houden. Tegenwoordig kennen we in Nederland meer van zijn familieleden, de springzaden. Een daarvan is de exoot oranje springzaad, dat een aantal jaren geleden langs de Lek is ontdekt, o.a. op de Zaag. Invasief is deze soort (nog) niet.
M Bezemkruiskruid
26
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017
ogen we met de komst van exoten blij zijn ? Deels wel, denkend aan verrijking: balsemienen geven nu eenmaal meer kleur en geur dan brandnetels of ridderzuring. Maar aan de andere kant kunnen exoten een bedreiging vormen voor onze biodiversiteit, gezondheid, veiligheid en economie. De EU heeft daarom een lijst opgesteld met invasieve soorten die bestreden moeten worden. Dat betekent: weg ermee. d
Plantenexcursie Loetbos Tekst en foto’s: Stef van Walsum
Floron district 16 Zuid-Holland-zuid heeft samen met de Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard een plantenexcursie georganiseerd. Tussen alle Floronleden waren Bert Neeleman en ik de enige NVWK-ers. Dit keer stond kilometerhok 106-437 in het Loetbos op de planning. Het kilometerhok is erg divers en bestaat uit loofbos, oevers, weiland met schapenbeweiding, geplagde stukken grasland en een aantal wegbermen. Kortom een erg gevarieerd hok ,waar we veel konden verwachten. d
W
e zijn begonnen met het maken van een vegetatieopname onder leiding van Adrie van Heerden om te ervaren hoe dat in de praktijk gaat. Een stuk grasland van vijf bij vijf meter wordt onderzocht. We vonden uiteindelijk twintig verschillende soorten planten waaronder acht soorten grassen. Na de vegetatieopname kon er eindelijk een begin gemaakt worden met het kilometerhok. Alle soorten werden ingevoerd op de ‘NOVA’ plantenapp, de vervanger voor de papieren streeplijst (ook floristen gaan mee met de tijd). Ervaring leert dat de eerste tien meter erg lang kunnen duren. Na een hele lijst algemene soorten zoals grote brandnetel, straatgras, ridderzuring etc. begonnen de eerste bijzondere soorten zich te melden. Op een oprit vonden we donkere vetmuur en in een naastgelegen sloot knopkroos en Colombiaanse wolffia. De laatste is een uitheemse soort die waarschijnlijk is meegekomen met geïmporteerde vijverplanten. In het hok bevinden zich drie botanisch waardevolle graslandjes die tientallen jaren terug zijn geplagd en daarna ecologisch zijn beheerd. Door het jaarlijks maaien en afvoeren zijn er veel voedingsstoffen uit de bodem gehaald. Hierdoor zijn plantensoorten van een voedselrijke bodem zoals fluitenkruid, raapzaad en brandnetel verdwenen en hebben plaatsgemaakt voor een meer soortenrijke vegetatie. De lijst met soorten werd in een rap tempo aangevuld met ronde zonnedauw, rietorchis, brede orchis, kleine valeriaan en schildereprijs. De laatste is misschien nog wel het meest bijzonder aangezien schildereprijs nog maar op één andere plek in de Krimpenerwaard is gezien. Natuurlijk werden ook alle zeggesoorten (door velen gezien als de meest moeilijke plantenfamilie) niet overgeslagen. Met meer dan acht zeggesoorten, waaronder sterzegge, geelgroene zegge en stijve zegge een hele prestatie. Na de schrale veldjes gingen we door naar de bermen van de N210. Door de aanvoer van andere grondsoorten dan hier in de Krimpenerwaard van nature voorkomen, wil dit nog wel eens tot bijzondere plantensoorten leiden. We vonden onder andere de bermooievaarsbek (Geranium pyrenaicum) en smal fakkelgras (Koeleria macrantha). Smal fakkelgras is een zeldzaam gras dat oorspronkelijk voorkomt in de duinen, rivierduinen en kalkgraslanden.
U
iteindelijk zijn er 212 soorten planten gevonden. Als afsluiter kregen de deelnemers een rondleiding langs de mooiste plekken in het Loetbos met waterviolier, koningsvaren, orchideeën en blauwe knoop. Het was een zeer geslaagde dag! d
Rechtsboven: sterzegge; links: smal fakkelgras; rechts: schildereprijs
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017 27
Broedende lepelaars bijzonder voor de Krimpenerwaard Tekst: Harm Blom, Teamleider Groene Hart - Staatsbosbeheer De lepelaar is in de Krimpenerwaard geen zeldzaamheid meer te noemen. Vanaf eind februari, begin maart, doet de lepelaar in kleine aantallen de Krimpenerwaard aan als foerageergebied. De grotere aantallen vliegen doorgaans in het voorjaar over de Krimpenerwaard heen naar hun broedgebieden. Door de aanwezigheid van broedgebieden rondom de Krimpenerwaard, zie je hier ook in de broedperiode foeragerende vogels. Door de realisatie van waterrijke natuurgebieden zoals de Hooge Boezem achter Haastrecht en elementen in Polder den Hoek is het aanbod van voedselgebieden gegarandeerd. Hierdoor is de lepelaar tegenwoordig te zien vanaf eind februari tot diep in oktober. d
S
inds 1 januari 2017 beheert Staatsbosbeheer in opdracht van Groenalliantie Midden-Holland (ontstaan uit de fusie tussen de vroegere Natuur- en Recreatieschappen Krimpenerwaard en Reeuwijkse Plassen) verschillende gebieden in de Krimpenerwaard. Begin mei kregen wij in het Team Groene Hart van een collega de melding dat hij lepelaars had zien vliegen met nestmateriaal. Hierdoor was hij alert geworden op een mogelijke nestbouw van een lepelaar. Na enkele dagen kwam hij met de melding dat hij een locatie had gevonden waarbij meerdere lepelaars nestelend gedrag vertoonde. Hierop heeft Staatsbosbeheer besloten om de locatie nader te bekijken en te bepalen welke maatregelen genomen moesten worden om deze mogelijke broedpoging te beschermen. Eind mei is er een gericht bezoek geweest aan de nestlocatie. Daarbij is vastgesteld dat er sprake was van zes adulte vogels die in de bomen zaten en waarvan twee vogels op verschillende nesten in de broedhouding zaten. Er werd gebroed! Begin juni is uiteindelijk ook gezien dat er sprake was van een derde nest waarop een vogel in broedhouding aanwezig was. Er was dus sprake van drie broedgevallen en nu was het afwachten op de jongenfase. Om de rust zoveel mogelijk te garanderen, is er tot eind juni geen bezoek gebracht aan de nestlocatie. Tevens werden enkele schouwpaden uit het maaibeheer gehaald en is de vogelwerkgroep van de NVWK geïnformeerd. Ook de Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA) van Staatsbosbeheer heeft tijdens zijn toezichtrondes de locatie frequent meegenomen.
I
n de eerste week van juli bestond het vermoeden dat de eerste jongen uit zouden gaan vliegen. Geregeld deden twee jongen vliegoefeningen boven en nabij de broedlocatie. Vanaf 4 juli zijn de jongen echt uitgevlogen en stonden ze regelmatig met het ouderpaar in de nabijgelegen weilanden. Slapen leken ze tijdens de eerste dagen toch nog op het nest te doen. Omdat het eerste broedsel succesvol was uitgevlogen, is er op 11 juli een terreinbezoek uitgevoerd om te bekijken of er nog sprake was van andere geslaagde broedgevallen. Daarbij bleek dat er op de andere twee nesten ook jongen aanwezig waren. Op nest 2 zaten drie vliegvlugge jongen die actief vliegoefeningen aan het doen waren. Op nest 3 zaten minimaal twee jongen die nog geen twee weken oud waren. Vanaf halverwege juli zijn de jongen van nest 2 ook uitgevlogen en regelmatig stond het ‘klasje pubers’ in de weilanden te dutten. In de laatste week van juli gingen de ouders met de jongen van nest 1 en 2 zwerven en kwamen op een gegeven moment niet meer terug. Het derde nest is uiteindelijk begin augustus
28
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017
succesvol uitgevlogen.
D
e Krimpenerwaard is dus een nieuwe broedvogel rijker! Bij de eerste vaststelling van broedende lepelaars in de Krimpenerwaard ooit, hebben drie paren succesvol hun jongen groot gebracht. Maar was dit nu ook echt de eerste keer ooit dan lepelaars in de Krimpenerwaard gebroed hebben? Het is in ieder geval wel de eerste keer dat dit is vastgelegd door waarnemingen en fotomateriaal. In juni kregen wij namelijk foto’s te zien uit 2015 waarop twee juveniele lepelaars stonden van zes tot zeven weken oud. Ze stonden in een ondiepe poel die in de buurt ligt van de broedlocatie van dit jaar. Dit is een leeftijd waarop de vogels net uitgevlogen moeten zijn en nog geen grote afstanden vliegen. Bij navraag bij experts is door hen aangegeven dat het zeer aannemelijk is dat er eerder sprake is geweest van broedende lepelaars in de Krimpenerwaard. d
D
e lepelaar is één van de beschermingssuccessen van Vogelbescherming. Rond 1970 waren er nog maar 170 broedpaar in ons land, nu ruim 2.500. De Nederlandse populatie lepelaars is uniek, in andere landen in Noord-West-Europa broeden ze nauwelijks. Lepelaars bevinden zich van februari tot september/oktober in Nederland. Via Franse en Spaanse moerassen trekken ze naar winterkwartieren langs de West-Afrikaanse kust (vooral Banc d’Arguin). Lepelaars broeden in moerassige gebieden, dichte rietkragen of moeilijk bereikbare bomen en struiken, maar ook op kwelders. De lepelaars in Nederland broeden van eind maart tot en met eind juli, soms eerder. Ze hebben één legsel per jaar van meestal 4 eieren die zo’n 25 dagen worden bebroed. Lepelaars broeden vrijwel overal in gemengde kolonies met reigers, aalscholvers, grauwe ganzen of zilver- en/of kleine mantelmeeuwen. De eieren komen tegelijk uit. Jongen zijn na zo’n 7 weken vliegvlug. Er wordt meestal maar 1 jong groot. Na 3 tot 4 jaar zijn de vogels geslachtsrijp. Bron: www.vogelbescherming.nl
V.l.n.r.: Paartje gezamelijk boven de nestlocatie; adult paar baltsend op het nest; jongen van nest 2 in de weilanden nabij de nestlocatie; foto’s: Rob van Geijn. Twee juveniele lepelaars met een geschatte leeftijd van zes tot zeven weken oud, begin augustus 2015 – Krimpenerwaard, foto: Ineke en Ton Weenink; illustratie: http://www.avibirds.com
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017 29
V.l.n.r.: De brandweerwagen van waaruit vlammende Mexicaanse gerechten werden geserveerd; Frans vertelde over de opzet van de ‘Open Space’ sessie; overzicht van het gezellig samenkomen; tijdens de ‘Open Space’ sessie kon men openhartig met leden van het bestuur praten. 30
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017
Vrijwilligersdag 2 september 2017 Frans van der Storm
Wat is een vereniging zonder vrijwilligers? Voor de NVWK zijn ze van levensbelang. Zonder hen zouden we verzanden in een praatclub, waar niets uit de handen komt. Toch is het goed om regelmatig met elkaar het gesprek aan te gaan. Over leuke dingen en over serieuze kwesties. De vrijwilligersbijeenkomst van 2 september bood daartoe alle ruimte. d
N
aar inmiddels goed gebruik werd dit jaar op de eerste zaterdag van september voor de derde keer een bijeenkomst voor de vrijwilligers georganiseerd. En gelukkig konden we weer gebruik maken van de gebouwen van het Zuid-Hollands Landschap aan de Schaapjeszijde, in de polder De Nesse. Altijd spannend voor de organisatoren is of we erin slagen om alle vrijwilligers te benaderen; we hebben immers geen complete lijst met alle namen en rugnummers… En ook spannend is de opkomst. Hebben we een goede datum gevonden, een aansprekend programma? Vinden al die mensen die geen moeite te veel is, het de moeite waard om te komen? Ruim 70 mensen hebben zich aangemeld en op een enkeling na zijn ze ook allemaal gekomen. Zelfs hadden enkelen zich áfgemeld, met de toevoeging dat ze juist vanwege de inhoud beslist hadden willen komen. Feestmannen Max en Jan verzorgden de logistiek met het organiseren van de locatie, de inkoop van drank en het regelen van de Brandmeester voor het inwendige. Voor goed-Hollandse harde werkers een stevige Mexicaanse maaltijd, waar voor deze gelegenheid de scherpste kantjes vanaf waren gehaald.
F
rans nam de organisatie van het inhoudelijke voor zijn rekening. Immers, begin dit jaar had het bestuur zich een dag teruggetrokken om zich te bezinnen over heden en toekomst van de NVWK. We zijn een vereniging die heel lang zich toelegde op kennis van de natuur, flora en fauna en op knotten en snoeien. En die de laatste paar jaar steeds meer om die kennis wordt benaderd voor advies en inbreng bij plannen van en uitvoering door andere organisaties, zoals de gemeenten, HHSK, Groene Motor, particuliere eigenaren enz. Die veranderingen hebben effect op de organisatie van de NVWK en op de manier waarop de verschillende werkgroepen intern en onderling samenwerken. Alle reden voor het bestuur om met vrijwilligers, actieve leden en op welke manier dan ook betrokkenen bij actuele ontwikkelingen, het gesprek te willen aangaan over de toekomst van de NVWK.
V
ier onderwerpen met name houden ons bezig: - Meepraten: welke rol willen we vervullen richting andere organisaties, zoals de gemeenten, provincie, waterbeheerders als HHSK, SBB, ZHL, agrariërs, projectontwikkelaars enz. - Bewustzijn: Al die kennis die we vergaren, voor wie doen we dat eigenlijk en wat doen/willen/kunnen we ermee? - Inrichten en beheren: knotten, snoeien, zaaien, maaien en oogsten, erfvogels, nestkasten plaatsen, tellen en vlinderen… hoe is dat allemaal onderling geregeld? Wat verwachten al die werkgroepen van de coördinatoren en hoe kunnen zij hun rol optimaal vervullen? - Organiseren en informeren: het bestuur stuurt, maar is vooral ook faciliterend. Wat verwachten de leden van het
bestuur? Hoe organiseert het bestuur de informatie-uitwisseling binnen de NVWK en naar buiten toe? Wat is daarvoor allemaal nodig en wat kan/moet ieder daarvoor doen?
V
oor ieder onderwerp was een hoekje vrijgemaakt en was een bestuurslid beschikbaar om het gesprek met de leden aan te gaan. De vrijwilligers hadden letterlijk en figuurlijk alle ruimte om daarvan gebruik te maken. Had je geen zin in gepraat over de organisatie, dan hield je je afzijdig. Wilde je over een specifiek onderdeel meepraten, dan sloot je je aan bij dat onderwerp; net zo lang als je het de moeite waard vond. Het voert te ver om nu al een volledig verslag te geven van de inbreng die op de bijeenkomst is geleverd. Een paar zaken vallen wel sterk op. Ik noem - Meerdere leden verwachten van de NVWK dat ze standpunten inneemt over onderwerpen als maaibeleid, regelgeving, claims van andere organisaties (bijv. LTO Noord) en dat de NVWK die standpunten luid en duidelijk verkondigt. - Kennis en ervaring blijft nu vaak binnen de afzonderlijke werkgroepen besloten. Daar is meer uitwisseling en samenwerking hard nodig. - Beschikbare informatie is nu niet te vinden en wordt niet centraal of breed toegankelijk bijgehouden. Dat hindert. - Laten we onze ambities wel afstemmen op de capaciteiten die we hebben, zowel in handjes als in hersens. - Van werkgroepen wordt verwacht dat ze een startbijeenkomst organiseren aan het begin van het seizoen, dat ze onderling hun activiteiten beter communiceren en afstemmen en dat ze meer samenwerking zoeken met andere werkgroepen. Daar ligt ook een taak voor de coördinatoren in het bestuur. Het bestuur werkt een en ander uit en komt uiterlijk begin 2018 met een verhaal ter bespreking in de volgende algemene ledenvergadering. Na afloop van de gesprekken bleef het nog lang prettig onrustig in polder De Nesse.
N
oot van de secretaris: Wil je meer weten over en/of een bijdrage leveren aan het gesprek over wat en hoe we werken? Neem dan contact op met het bestuur of met individuele leden daarvan. Contactgegevens vind je op pagina 2 van dit blad. d
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017 31
Weelde Jaap Graveland
De schandalen en affaires in de landbouw volgen elkaar in hoog tempo op: grootschalige mestfraude in Brabant, fipronil in eieren, stalbranden. In de Krimpenerwaard blijft ons dat gelukkig bespaard, maar zitten we wel met een ander probleem: de intensieve melkveehouderij en zijn gevolgen voor weidevogels, waterkwaliteit en funderingen vanwege de waterpeilverlaging. Schelden op politici is nogal makkelijk en helpt niet veel, want zij zijn verdeeld, en wij hebben hen gekozen. En schelden op de boeren is onterecht, want hen wordt gevraagd zo goedkoop mogelijk te produceren, en wij kopen hun producten. En van schelden wordt iedereen chagrijnig. Je kan beter proberen zaken te verbeteren, en dat kan je heel goed doen door je koopgedrag. d
O
nze landbouw is heel producentief en efficiënt. Maar leidt helaas ook tot veel natuur- en milieuproblemen. De rode draad in alle analyses en commentaren is dat als wij het anders willen, we bereid moeten zijn meer voor ons voedsel te betalen. Supermarkten beconcurreren elkaar op prijs en zetten producenten onder druk om zo goedkoop mogelijk te produceren. Het grootste deel van de landbouwproductie wordt geëxporteerd. Maar ruwweg een vijfde van de melkproducentie wordt in Nederland geconsumeerd. Dat komt overeen met een productieareaal van 200.000 van de 1 miljoen ha weidegrond. Daar hebben wij alle invloed op, als we willen. Wij kunnen boeren in staat stellen om te gaan produceren met veel meer oog voor natuur en milieu.
N
ederlanders vinden: voedsel mag niet te veel kosten Het is al vaak geconstateerd. Nederlanders zijn minder bereid voor een goede voedselkwaliteit te betalen dan de Fransen, Duitsers, Zwitsers, Belgen, Spanjaarden, Italianen en Scandinaviërs. Kortom, dan de meeste landen om ons heen. Jammer, want dat maakt het moeilijk voor boeren om producten met toegevoegde waarde te maken. Een actueel voorbeeld is Weideweeldemelk. Een aantal boeren die hun bedrijfsvoering afstemmen op weidevogels maakt met een klein zuivelbedrijf zuivel onder de merknaam Weideweelde. Door hun aangepaste bedrijfsvoering en het apart houden van de melk is hun melkopbrengst lager en zijn hun productiekosten hoger dan bij gangbare melk. Maar ze durven maar twee cent per liter extra te vragen voor hun melk omdat ze bang zijn dat de consument het product anders laten staan. Een miezerige 2 cent per liter. Ik vind dat die boeren veel meer zouden moeten krijgen. Het wordt tijd dat wij, u en ik, de prijs gaan betalen, die een boer die rekening houdt met natuur en milieu verdient. In alle discussies over de landbouw laten de consumenten zich alleen maar horen als er iets mis is met een producent, maar zijn ze heel stil als het gaat om toe te werken naar een meer natuurvriendelijke manier van produceren. Het is lief hoor, dat biologische melk in de lift zit, maar het is nu 3% van de markt. Weideweelde en vergelijkbare initiatieven halen nog geen één procent. Dat aandeel groeit, zeker, maar die groei is veel te gering om de afname van biodiversiteit op het platteland tot stilstand te brengen, laat staan een omslag tot stand te brengen. Het moet sneller. En het kán sneller.
B
etalen voor echte meerwaarde: natuur gaat door de maag Ik geloof dat het gros van de mensen bereid is 25 of 30 cent extra per liter melk te betalen, als er maar zekerheid is dat dit geld bij de boer komt, en niet bij de supermarkt blijft hangen. Dat werd
32
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017
mooi geïllustreerd in een aflevering van de serie Keuringsdienst van Waarde, een half jaar geleden. Die aflevering ging over de melkprijs. Het verhaal was als volgt. De goedkoopste melk bij marktleiders AH en Jumbo kost ca. 60 cent (NB. Alle prijzen kunnen door marktontwikkeling nu wat hoger zijn, maar voor het betoog maakt dat niet uit). Op het melkpak staat dat het melk van Nederlandse koeien is, meer niet. Er is ook weidemelk te koop, die kost 85 cent. Gegarandeerd van koeien die minimaal 120 dagen per jaar, uur per dag in de wei staan. Maar in die aflevering werd verteld dat in die pakken van 60 cent ook weidemelk zit. “Bijna alle melk die in Nederland wordt verkocht is weidemelk”. Dat lijkt raar, de meeste koeien staan immers op stal. Maar het klopt wel. Want ca. 85% van de melk wordt geëxporteerd, als melk, kaas, boter, melkpoeder etc. De melk die Nederlanders in de winkel kopen, is allemaal weidemelk. Maar hoe zit het dit dat dan met dat prijsverschil? Waarom betalen mensen een kwartje meer voor dezelfde melk? Dat heeft met marketing en merkgevoeligheid te maken. Mensen willen kunnen kiezen en het gevoel hebben dat ze een product kopen met een bepaalde waarde. En het klopt: in die 85 cent pakken zit weidemelk. Maar in die 60 cent pakken dus ook. Alleen wordt dat er niet op gezet, zodat die 85 cent melk als onderscheidend in de markt kan worden gezet, voor een kwartje meer. En mensen die voor goedkoop willen gaan, die kopen de 60 cent melk. Iedereen blij. Het herinnerde me weer aan mijn studententijd. Ik had weinig geld dus ik ploos de consumentengidsen etc. uit om een zo goed mogelijke TV te kunnen kopen, voor zo weinig mogelijk geld. Ik kwam uit op een Aristona. Maar ik kwam erachter dat die eigenlijk dezelfde functies en kwaliteit had als een duurdere Philips. Ik hoorde dat die zelfs in de zelfde fabriek werd gemaakt. Toen ik dat aan de verkoper vroeg, bevestigde hij het verhaal. Hij voegde er doodleuk aan toe: ‘‘Jongen, de mensen willen nu eenmaal kunnen kiezen, dus wij geven ze een keuze.’ Dus betalen consumenten al jaren 25 cent extra voor melk, zonder dat die melk enige toegevoegde waarde heeft, en ze zijn daar helemaal gelukkig mee. Met andere woorden: consumenten zijn ook bereid extra te betalen voor melk, als die werkelijk toegevoegde waarde heeft. Bijvoorbeeld melk van boeren die rekening houden met weidevogels. Dan wordt het pas echte weideweelde.
W
eidevogelmelk hoeft niet eens zoveel meer te kosten Ik heb twee jaar terug uitgerekend dat als alle consumenten 10 cent extra voor een liter melk zouden betalen, en dat geld zou allemaal naar de boeren gaan die die melk produceren, dat zij dan op 20%
van het weideareaal (200.000 van de 1 miljoen ha) ca. 500 euro vergoeding zouden kunnen krijgen voor de opbrengstderving en extra kosten die volgen uit een bedrijfsvoering die met weidevogels rekening houdt: later maaien, alleen ruige mest gebruiken, hoger waterpeil. Dat dekt niet alles maar je komt een heel eind. Dat betekent overigens een extra impuls in de melkveehouderij van 100 miljoen euro per jaar! Dat laat zien dat als er maar genoeg mensen mee doen, een hele kleine investering per gezin, voor het platteland, boeren en natuur een heel groot verschil kan maken. Kun je nagaan wat een kwartje zou doen. Voorwaarde is wel dat de melk niet gescheiden wordt gehouden in de fabriek, want het apart houden van die melk kost veel geld. Maar dat gescheiden houden is ook helemaal niet nodig. Alle Nederlandse melk is van hoge kwaliteit, of het nu van stalkoeien of weidekoeien komt, of van boeren met of zonder weidevogels. Voor het extra geld dat je betaalt voor melk van boeren die rekening houden met weidevogels, krijg je geen betere melk, maar melk met een toegevoegde waarde bestaande uit weidevogels.
D
e kracht van een directe link tussen consument en producent Er zijn grofweg twee manieren om te zorgen dat het extra geld dat een consument betaalt voor weidevogelmelk bij de juiste boer terecht komt: door een goede elektronische boekhouding bij zuivelfabriek en supermarkt, en door ‘korte ketens’. Eerst die boekhouding. Er wordt al tientallen jaren bijgehouden hoeveel liter melk een boer aflevert, elke keer als de melkwagen langskomt om de melk op te halen. Wat bol.com en Zalando kunnen, voorraadbeheer en verkoopregistratie van uur tot uur, dat kunnen FrieslandCampina (die heeft 80% van binnenlandse melkmarkt) AH en Jumbo natuurlijk ook. Met moderne software is heel goed bij te houden hoeveel liter weidevogelmelk er de fabriek in en uitgaat, en hoeveel er in de winkels wordt verkocht. Dus het is vrij eenvoudig organiseren dat het geld dat consumenten extra betalen voor weidevogelmelk (in het pak zit dus dezelfde melk al in pakken waar geen ‘weidevogelmelk’ op staat) rechtstreeks naar de weidevogelboeren gaat. Bij groene stroom gebeurt het gewoon al, er zijn boeren met windmolens op hun bedrijf, die dit samen met een klein energiebedrijf al voor elkaar hebben. Het bedrijf groeit als kool. Het is dus geen theorie, geen toekomstmuziek. Het is er al. Alleen nog niet voor melk. En de grote supermarkten bewegen nauwelijks, omdat de consument zich nog weinig laat horen.
K
orte ketens Maar daar hoeven we niet op te wachten. Het kan ook anders, directer. Namelijk door het realiseren van korte ketens: een directe verbinding tussen boer en consument. En ook dat is al realiteit, hier in de Krimpenerwaard. Er verschijnen steeds meer melktaps in de Krimpenerwaard, organisaties zoals Rechtstreex die streekproducten afleveren op vaste afhaalpunten of het zelfs
aan huis brengen, breiden hun activiteiten uit. Overal rijden de bestelauto’s die producten brengen van de internetwinkels. We staan verbaasd hoe precies en snel zij producten kunnen afleveren. Misschien kunnen die ook wel streekproducten gaan afleveren, ze rijden immers toch al. Sterker zelfs, ik sprak hierover met de ZuidHollandse Milieufederatie. De directeur zei: Jaap, we gaan binnen enkele maanden een project starten om dit uit te proberen. Nog niet in de Krimpenerwaard, maar we gaan er mee aan de slag. Die korte ketens en het gebruik van streekproducten zijn op zich al hele goede ontwikkelingen: boeren krijgen meer geld voor hun producten, consumenten gaan zich meer interesseren in hoe de producten worden gemaakt, en door wie, en zich meer verbonden gaan voelen met de streek. Maar een streekproduct is nog niet per se goed voor de weidevogels of de waterkwaliteit of de palen onder uw huis. Dus er moeten producten aan worden toegevoegd van boeren die met oog voor natuur en milieu willen gaan werken. Die zijn er trouwens al wel, een aantal gesprekken met boeren die met oog voor natuur en milieu produceren stond eerder in De Waardvogel. Maar het moeten er veel meer worden. Dat kan alleen als consumenten laten zien dat ze die producten willen hebben.
W
eideweelde Dus mijn oproep is: koop meer producenten op van producenten die rekening houden met natuur en milieu, zoals biologische producten en zuivel van boeren die rekening houden met weidevogels. Ik licht Weideweelde er uit, omdat dit nu het enige merk is met ‘weidevogelzuivel’. Die wordt helaas niet in de Krimpenerwaard gemaakt, maar hoe meer mensen die zuivel kopen, hoe sneller die coöperatie kan groeien en hoe meer boeren in de Krimpenerwaard zich gesteund zullen voelen om dit zelf ook te gaan proberen. Die zuivel is bij een aantal winkels te koop en ook bij de rijdende winkel van Jan Boerefijn. Die producten worden voor uw deur afgeleverd. Veel makkelijker kunnen we het toch niet maken, of wel? Ja, ik maak reclame en dat kan me geen bal schelen want de grootwinkelbedrijven overspoelen iedereen met reclame voor ‘goedkoop, goedkoop, goedkoop’. En het is een leugen, want goedkope voedingsmiddelen zijn veel duurder, maar betaalt u op een andere manier, via extra zuiveringskosten, belastinggeld dat wordt ingezet voor herstel van natuur die te lijden heeft onder een overmaat aan stikstof, extra waterschapskosten voor dijk- en wegonderhoud in onze zakkende polders, de extra kosten van al die kwaliteitscontroles die nodig zijn omdat producenten onder druk moeten produceren en de verleiding groot is om te sjoemelen, de kosten van nieuwe funderingen, etc. Ik denk misschien een beetje simpel hoor, maar de Nederlanders zijn zo’n beetje de gelukkigste bewoners van deze aardbol, zo blijkt uit onderzoek. Maar we zijn ontzettende krenten als het om uitgaven voor voedsel gaat, zo blijkt uit onderzoek. Mag ik zeggen dat ik dat een beetje zielig vind?
V
erbeter de wereld, begin Ik ben nogal een fan van de optimistische en ‘aanpakken’ spreuken van Loesje. Een van de beste vind ik: Verbeter de wereld, begin.
A
ls u vragen of opmerkingen heeft over dit artikel, stuur dan een mailtje naar redactie@nvwk.nl. Met uw reacties komen we weer verder. In de volgende Waardvogel meer over de korte keten initiatieven in de Krimpenerwaard. d
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017 33
‘Onkruiden’ hebben een funcie in een ecosysteem! Joke Colijn Onderstaande pers- en nieuwsberichten geven aan dat er op diverse manieren wordt gekeken naar ‘onkruiden’ in bermen. Wij schrokken behoorlijk van het eerste berichtje in Het Kontakt, juist nu er een plan wordt uitgewerkt voor behoud van onze graslandvlinders. De genoemde ‘overlast gevende’ planten fungeren als nectar- of waardplanten voor heel veel vlinders en andere insecten en ze horen in een kruidenrijke berm, ze vormen onderdeel van het geheel van planten, insecten, vogels en kleine zoogdieren. Komend van een (lagere) overheid getuigt deze zeer eenzijdige berichtgeving niet van veel inzicht. d De ‘overlast’ kan er uit bestaan dat zaden elders, op ongewenste plekken ontkiemen. Dat is altijd zo geweest en zal hopelijk zo blijven. Op een ongewenste plek kunnen de planten vóór de zaadzetting gemaaid of met de hand verwijderd worden. Zo deden onze voorouders het ook, als bepaalde planten bijvoorbeeld niet in het veevoer terecht moesten komen. De Vlinderstichting verwoordt het goed. Om daar zo krampachtig mee om te gaan door ze te willen uitroeien zoals in de oproep van LTO Noord, vinden ook wij veel te kort door de bocht. Elke plant heeft een functie in het grote geheel van de biodiversiteit. Degene die een probleem heeft met bepaalde planten op zijn of haar grond, kan die daar zelf verwijderen. Daarmee wordt op die plek een schakel in de ketting verbroken en andere soorten zullen er onder lijden. Het is daarom juist belangrijk dat elders langs bermen en dijken de natuur wel kan zorgen voor verspreiding, zodat we kunnen blijven genieten van de rijke en kleurige flora en fauna om ons heen. Ook al zie je niet direct het ‘nut’ van een plant, hij groeit daar niet voor niets en draagt ergens in de keten bij. Laten we respectvol omgaan met de natuur! d
Verwijderen overlastgevend onkruid agrarisch gebied https://www.krimpenerwaard.nl; Gemeentepagina Kontakt, 15 augustus 2017
PERSBERICHT
De zomer is in volle gang. Ook het onkruid gaat weer bloeien. Er zijn 7 soorten onkruid die zorgen voor ernstige overlast voor agrariërs en hun vee. Vandaar dat het belangrijk is dat eigenaren, beheerders en gebruikers van land en groenstroken deze soorten op tijd weghalen. Na de bloeiperiode krijgen de planten pluizen die zich kunnen verspreiden. Voordat de planten gaan bloeien, moeten ze weg zijn gehaald. Het gaat om de volgende soorten: akkerdistel, akkermelkdistel, ridderzuring, jacobskruiskruid, grote brandnetel, speerdistel en bezemkruiskruid. De overlast is het grootst tussen mei en september. Voor meer informatie over de verschillende soorten, bloeitijden en het beheer zie www.floravannederland.nl/planten. Om de uitzaaiing van deze soorten te voorkomen, heeft de gemeente in de Algemene Plaatselijke Verordening opgenomen dat deze soorten verwijderd moeten worden door de eigenaar, gebruiker of beheerder in agrarisch gebied. Ziet u dit onkruid staan op het land van uw buren (binnen 50 meter van uw perceel)? Meld dit dan bij uw buren. Zo kan in onderling overleg het onkruid bestreden worden. De gemeente controleert niet actief op onkruid. Als er problemen zijn, kunt u natuurlijk wel een melding doen bij de gemeente.
Bermenoproep LTO beschadigt flora en fauna https://www.vlinderstichting, 23 augustus 2017
NIEUWSBERICHT
De oproep van LTO Noord aan boeren om te klagen over bermbeheer is polariserend en uitermate slecht voor planten en dieren in het agrarisch gebied. In veel agrarische landschappen in Nederland vormen bermen een laatste refugium voor graslandinsecten en planten. Intensiever beheer in functie van ‘probleemonkruiden’ geeft biodiversiteit in het agrarisch gebied het laatste zetje richting uitsterven.. Op 1 augustus riep LTO Noord in een nieuwsbericht over bloeiende bermen op om een niet gedefinieerde groep ‘probleemonkruiden’ intensief te bestrijden. Met een voorbeeldbrief wordt het boeren uiterst eenvoudig gemaakt om te klagen bij gemeenten en andere terreinbeheerders. Dit ongenuanceerde bericht roept irritatie op bij diverse natuurorganisaties, waaronder De Vlinderstichting en FLORON. Er is geen enkel overleg met ons bekende terreinbeheerders geweest, noch met natuurorganisaties, die veel kennis over bermen en bermbeheer in huis hebben. Er is daarom contact geweest tussen De Vlinderstichting en LTO Noord, waarin De Vlinderstichting een aanbod heeft gedaan om de kwestie verder te bespreken in een persoonlijk gesprek. LTO heeft dit aanbod wekenlang genegeerd. Bermen waardevol voor biodiversiteit Bloemrijke bermen zijn in agrarische landschappen van groot belang voor flora en fauna. Ze vormen de laatste stukken leefgebied in verder veelal ongeschikt agrarisch terrein. Daar waar agrarisch natuurbeheer wordt toegepast, bijvoorbeeld bloemrijke akkerranden, fungeren de bloeiende bermen als brongebied waaruit insecten de akkerranden kunnen bezoeken. Zonder bloeiende bermen zijn maatregelen als akkerranden veel minder effectief. Voor zover wij weten is het ook in belang van agrariërs dat agrarisch natuurbeheer effect heeft op doelsoorten en niet te vergeten op ecosysteemdiensten als bestuiving en natuurlijke plaagbestrijding. Met een oproep tot het bestrijden en intensiever maaien van bermen, raakt LTO dus de basis van effectief agrarisch natuurbeheer. 34
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017
LTO roept maar wat Maar dat is nog niet alles. Het ontbreekt LTO desgevraagd aan gegevens die ondersteunen dat probleemonkruiden inderdaad een veel voorkomende kwestie zijn in het Nederlands agrarisch landschap (om hoeveel meldingen het gaat weet LTO ook niet). Bovendien kan LTO niet inzichtelijk maken waaruit de genoemde schade bij boeren bestaat en evenmin om welke bedragen het gaat. Laat staan dat bermen de bron zijn van die schade. In de Leeuwarder Courant van 19 augustus haalt regiovoorzitter Trienke Elshof van LTO Noord er zelfs de nieuwe EU verordening van invasieve exoten bij, daarbij vergetend dat gewone berenklauw en jakobskruiskruid inheemse en niet-invasieve planten zijn. Mijn berm bloeit! Dat het ook anders kan bewijzen talloze lokale initiatieven waarbij boeren samen met terreinbeheerders of gemeenten afspraken maken over goed bermbeheer. In het project ‘Mijn berm bloeit!’ van FLORON en De Vlinderstichting worden bloemrijke en minder bloemrijke bermen gemeld en geïnventariseerd op het voorkomen van planten en vlinders. Gebaseerd op deze gegevens kunnen wij op termijn het gesprek aangaan met terreineigenaren om te verkennen hoe zij het beheer voor flora en fauna kunnen verbeteren. Er zijn dus volop mogelijkheden die LTO kunnen inspireren tot een betere en meer constructieve aanpak. Wij roepen LTO Noord dan ook op om hun nieuwsbericht in te trekken en de handschoen voor een constructief gesprek op te pakken. Alleen gezamenlijk kunnen we bloemrijke bermen behouden voor mens, plant en dier.
Maaien uitgesteld voor rupsen dagpauwoog https://www.vlinderstichting, 28 augustus 2017 door Kars Veling, De Vlinderstichting
NIEUWSBERICHT
Maaien, nodig om bloemrijke grasland of ruigte in stand te houden, levert vaak controverses op. Vooral als er nog veel bloemen bloeien, vinden veel mensen het doodzone. In Culemborg is het maaien van een ruige berm uitgesteld, omdat er tientallen rupsen van de dagpauwoog in zaten. De berm van een secundaire weg in het buitengebied van Culemborg is vrij ruig begroeid met onder andere gewone berenklauw en brandnetel. Dat zijn ruigtekruiden die aangeven dat er veel voedsel in de bodem zit. Om daar een kruidenrijke vegetatie te krijgen is maaien belangrijk. En niet alleen maar maaien, maar het maaisel vervolgens ook, na een korte droogperiode, afvoeren is essentieel. Op die manier voer je voedingsstoffen af en komt er plaatselijk kale grond tevoorschijn waarin allerlei zaden kunnen kiemen. Maar toen Annette van Berkel, van de insectenwerkgroep van de Natuur- en Vogelwacht Culemborg (NVWC) langs de berm fietste, viel haar oog op een groepje rupsen van de dagpauwoog, die zich tegoed deden aan de rijkelijk aanwezige brandnetel. Toen ze vervolgens de hele berm afzocht bleken er vele tientallen rupsen van de dagpauwoog te zitten. Ze waren al redelijk groot en zullen weldra toe zijn aan verpoppen. Annette van Berkel: “Het waren wel meer dan honderd rupsen en ik werd wel wat ongerust, want zo te zien aan de plantengroei zou er al heel snel gemaaid worden. Als de rupsen binnenkort verpoppen hebben ze toch een paar weken nodig voordat ze als vlinder tevoorschijn komen. Het nu maaien zou doodzonde zijn”. Er werd contact opgenomen met de gemeentelijke groenafdeling en die was blij om het te horen. De berm zou inderdaad al snel gemaaid worden, maar er kon nog geregeld worden dat het een week of vijf werd uitgesteld. Dat zou voldoende moeten zijn om flink wat dagpauwogen succesvol te laten ontpoppen. Het weggetje wordt veel gebruikt door wandelaars en fietsers en om deze op de hoogte te brengen heeft de NVWC een provisorisch bordje opgehangen aan een aantal bomen waar veel rupsen bij in de buurt zaten. Het bleek goed te werken, want al tijdens het ophangen waren er veel positieve reacties. “Wat fijn dat jullie dit doen. Ik krijg hier heel veel positieve energie van en als de dagpauwogen zo vliegen helemaal.” Ook ging men zelf direct op zoek. “Ah, kijk, daar zitten er wel vijf bij elkaar!” Dit is kortom een mooi voorbeeld van wat goed overleg op kan leveren. Uitwisseling van informatie is dan essentieel. Als dit niet aan de gemeente was gemeld, zouden al de rupsen waarschijnlijk zijn weg gemaaid, maar dat kun je de maaiers niet aanrekenen als ze niet op de hoogte zijn gebracht. Het zal trouwens niet altijd mogelijk zijn om rekening te houden met alle soorten die zich in een berm bevinden, maar dit voorbeeld geeft wel aan dat het soms prima kan.
Koeneschans Rolf van Beek, Zuid-Hollands Landschap; Patrick Heuvelman, coördinator werkgroep Landschaponderhoud NVWK De Koeneschans is een voormalig schanseiland in het veenriviertje de Vlist, dat loopt van Schoonhoven naar Haastrecht op de grens van Krimpenerwaard en Lopikerwaard. De Koeneschans ligt als verdedigingswerk in de erfgoedlijn Oude Hollandse Waterlinie (OHW). Zichtbare elementen in de omgeving van de schans, die aan de linie herinneren zijn het tracé van de Franse Kade en de dijken langs de Vlist. Op de natuurwerkdag op 4 november 2017 gaan wij met de Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard knotwilgen knotten op het eiland. Na de kennismaking gaan wij aan de slag. Gereedschap is aanwezig. Tussendoor verzorgen wij koffie, thee en soep. Mocht u een grote eter zijn, dan kunt u uiteraard uw eigen versnaperingen meebrengen. We starten om 9.00 uur. Rond 14.00 uur zijn de werkzaamheden klaar. Kom op de fiets, parkeren is slecht mogelijk rondom het eiland. Er is werk voor maximaal 25 personen (25 volwassenen), er zijn nog 25 plekken (25 volwassenen) over. Kinderen van 8-12 jaar zijn ook welkom onder begeleiding van een volwassene. Locatie en verzamelen: Koeneschans, Oost Vlisterdijk / hoek Slangeweg, Vlist, Zuid-holland. Deze locatie is geschikt voor een maatschappelijke stage. Aanmelden op www.natuurwerkdag.nl/locaties/koeneschans. Informatie bij Patrick Heuvelman, landschapwerkgroep@nvwk.nl of XX XXXXXXXX. d WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017 35
Naar de Delta Excursie naar de Zuid-Hollandse en Zeeuwse Delta Tekst: Wim des Bouvrie, foto’s: Max Ossevoort Na een te lange tijd ging ik weer eens met NVWK mee naar de Delta. De vorige keren was het in de winter, maar nu met andere gidsen gaan we op andere tijden. Ook geen prijzen, zoals stroopwafels en/of krentenbollen voor de eerste waarneming van een bepaalde soort en geen harde wind en kou, maar tropische temperaturen en nauwelijks wind. Weliswaar kwamen we op dezelfde plaatsen, maar in een ander seizoen zie je heel andere vogels. Je kunt altijd naar dezelfde plaats gaan en vaak zie je toch weer andere dingen. We vertrokken met zo’n twintig man. d
H
et begin was veelbelovend waardoor de spanningsboog van onze tocht werd opgevoerd. Eerst stopten we onder de rook van Rotterdam, voor mij een nieuwe stek, de Beninger Slikken. Daar zag ik o.a. de reuzenstern, kemphaan en de onvermijdelijke lepelaars. Waarschijnlijk waren die op de trek, want overal kwamen we grote groepen tegen. En natuurlijk waren daar steltlopers als groenpootruiter, witgatje en watersnip. In een boom zat een juveniele havik. Onderweg naar onze standaardplek Stellendam, scoorde de groep in onze auto ook nog een slechtvalk. Zoals gewoonlijk stonden bij Stellendam ook andere vogelaars. De beide wulpen, regenwulp en gewone wulp werden opgemerkt. Spectaculair waren de twee jagende slechtvalken boven de zandplaat. De bekende exoten van de Delta, de Chileense flamingo’s (slechts twee), waren weer present in de Grevelingen bij de Kwade Hoek. In de telling werd er geen onderscheid gemaakt tussen exoten en geaccepteerde soorten. De Brouwersdam was zeer druk met dagrecreanten; overal stonden, vaak Duitse, campers en caravans. Tussen de keien zagen Adriaan en ik op een paar meter de steenloper. Toch even gestopt bij de afwateringssluis waar ook nu de grijze zeehond aan het jagen was. De Volkskrant publiceerde onlangs dat het weer heel goed gaat met de zeehonden in de Noordzee. Onderweg naar de volgende stop werden buizerds gezien. Vooral bij de minder voorkomende vogels en zeker op grote afstand en tegen de zon in, krijg je snel discussie over de soort, maar we kwamen toch uit op een wespendief tussen de buizerds. Mijn waarnemingen hiervan zijn op één hand te tellen. Bij de Prunjepolder werd onze voorzitter enthousiast bij het zien van de tapuit en ik bij de grote groepen kluten. Bij de Prommelsluis zag ik de steltkluut met zijn mooie rode poten,
36
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017
voor mij een trofee. Op naar de Flaauwers Inlaag met rotgans, dodaars, tureluur en noordse gele kwikstaart. Verder bij de Wevers Inlaag complementeerden de duo’s futen (fuut en geoorde fuut) en grutto’s (grutto en rosse grutto) de lijst.
A
ls toetje had Dirk-Jan een bijzondere waarneming doorgekregen. Ik was benieuwd en ik meende te horen dat het om een franjepoot zou gaan. Toen we aankwamen, waren de parkeerplaatsen bezet en wij moesten op de dijk parkeren. Verderop stond een grote groep vogelaars. Geen televisiesatelliet wagens, dus we kwamen niet in het achtuurjournaal. Toen hoorden en zagen we baardmannetjes en ik ontdekte de gele kwikstaart. Vlak daar in de buurt zat een grijsbruin vogeltje tegen een bruingrijze achtergrond. Dat was dus de Bonapartes strandloper, maar het zei me niets. In mijn vijftig jaar oude vogelgids komt hij niet voor. Voor allen was dit de eerste waarneming en als je naar DutchBirding.nl gaat, lees je dat tot 2014 zes exemplaren zijn gemeld. Op de Nederlandse Wikipedia moet dit hoofdstuk nog worden ingevuld. Wat een dag, prachtig weer, een kwantitatief - (met 85 soorten) en kwalitatief (Bonapartes strandloper) hoogtepunt. Ik heb weer voor jaren een verhaal. Bedankt Dirk-Jan, maar wil voor onze oudjes graag enige eetmomenten inbouwen, voor koffie en de lunch. Oudjes hebben regelmaat nodig... d
Onder en 1 uitkijken over Scheelhoek bij Stellendam; 2 Chileense flamingo; 3 samengedromd voor de Bonapartes strandloper; 4 hooibeestje; 5 kleine vuurvlinder; 6 Bonapartes strandloper, bron: http://www.avibirds.com; 7 grijze zeehond; 8 uitzicht over Plan Tureluur
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017 37
Natuurherinneringen uit mijn jeugd (3) Hans van Dam Het idee om mijn jeugdherinneringen op te schrijven sluimert al jaren. Eerst dacht ik het te doen in boekvorm, aangevuld met eerdere familie columns, maar het gedoe om dat te regelen en de juiste wegen te vinden, weerhielden mij ervan. Omdat de leeftijd vordert en het geheugen straks minder kan worden, acht ik de tijd nu rijp om er aan te beginnen. Het is jammer als deze mooie herinneringen verloren gaan. Daarom maak ik gebruik van de gelegenheid om ze in een serie columns te verwoorden. d
E
en dode pimpelmees. De vrienden waarmee ik toen omging waren allerminst braaf. Het gebeurde een keer dat mussen werden gevangen en in een naastgelegen boerderij werden losgelaten, met ravage in de keuken als resultaat. Die mussen zaten bij tientallen in de open kippenhokken. Tijdens een verjaardagsfeestje hadden we wit beddengoed verzameld. We trokken als spoken de buurt in (straatlantaarns waren er nog niet) en zo jaagden we passanten de schrik op het lijf. We struinden polders af, op zoek naar nesten, waar we eitjes van verzamelden. Je prikte twee gaatjes in het ei, blies de inhoud eruit en zo kreeg je een verzameling waarbij je onderling ruilde. Zwemmen leerden we door over sloten te springen die breder waren dan de sprong. We zochten eendennesten, want deze eieren waren heerlijk in gebakken cake. Je kon ze aan de bakker verkopen. Het was in die periode dat we elk nest wisten te zitten. We waren wel zo slim om voldoende eieren in het nest te laten, waardoor de broedsels niet helemaal werden verstoord. Het boeide me hoe vogels leefden. Het moment van ommekeer kwam toen ik in een holle knotwilg een pimpelmeesnest vond. Met tenminste twaalf eitjes. Daar mocht ik er toch wel een paar van hebben? Toen ik enkele dagen later uit nieuwsgierigheid in het nest keek, zag ik een dode pimpelmees op de eieren liggen. Van verdriet gestorven, dacht ik. Ik voelde me schuldig en trok me dat aan. Mijn imponerende eierenverzameling pakte ik op, gooide die in de brandnetels en trapte alles plat. Sindsdien kon iedereen die zich er aan waagde om met een vinger aan een nest te komen, op z’n duvel krijgen. Kort daarna werd ik lid van Vogelbescherming en ik ben dat nog steeds. Ik was zo fanatiek dat ik liftend landelijke bijeenkomsten ging bezoeken.
B
ijna een moord In de zomer was het hooibouw en dat viel in de grote vakantie. Het hooi werd op wiersen gerijfd en op hopen (hooiruiters) gezet om te drogen. Het werd met paard en wagen binnengehaald en vervolgens met de hand omhoog gestoken in de hooiberg. Later kwamen er hooiblazers en dat vonden we een uitvinding. Met jongelui werd het losse hooi vastgezet door erop te drukken en te dansen, zoveel mogelijk naar de buitenkant om de hooiberg vorm te geven. Dat was niet ongevaarlijk. Ik viel een keer tien meter naar beneden, gelukkig met een pluk hooi die de val brak. Als je dorst kreeg tijdens het hooien, maakte je van je hand een kommetje en dronk water uit de sloot. Alleen de kikkers sprongen opzij. Een van de hooimaatjes was een geniepig type, een pestkopje. Die had ontdekt dat je kikkers met een strootje kon opblazen en dat demonstreerde hij. Ik werd zo giftig dat ik
me met geweld op hem stortte. Gelukkig was de boer in de buurt en voorkwam erger.
F
ietsende plantenverzameling Het woord heemtuin kende ik nog niet, evenmin hoe je hem aan moest leggen. Maar wilde planten fascineerden me. Het grasveld rondom ons huis veranderde langzaam in plantenvakken. Het was in de tijd van mijn opleiding. Ik fietste vele kilometers met tassen vol plantjes die ik elders vond. Ik had het gevoel dat de toekomstige groeiplek aangepast moest worden naar de vindplaats. Zo creëerde ik een schaduwvak voor bosplanten; grond met zand gemengd voor het zonnige deel. Moeras was geen probleem, daar woonden we al en waterplanten hoefde je slechts te verplaatsen. Onderweg, tussen Gouda en Stolwijk, hield ik een soort fenologielijst bij. De bloei van de eerstelingen en van de laatst bloeienden werden met datum genoteerd. Ik heb schriften met waarnemingen volgeschreven. In die tijd (1964) zag ik de wielewaal langs de Goudseweg. Evenals een porseleinhoen in de naast gelegen moddersloot. Dat waren waarnemingen die je nooit meer vergeet. Alles heb ik weggedaan, toen mijn andere hobby, countrymuziek, opgang maakte en ruimte opeiste waardoor de natuur op een lager pitje kwam te staan. In mijn eerste heemtuin stonden zo’n 200 soorten, waaronder de adelaarsvaren, die we tijdens een fietsvakantie naar Friesland vonden. En de koningsvaren, die we vonden in Nieuwkoop (daar stonden er genoeg). Deze varens, inmiddels 60 jaar oud, staan nog in mijn tuin. Het moet een bezienswaardigheid zijn geweest als ik voorbij fietste: tassen vol plastic zakjes gevuld met plantendelen, waartussen ik verscholen zat.
Welkom in het Reestdal
Verblijf in een van de drie ‘heidehuisjes’ met een eigen vogelkijkhut ‘de Tuuregluur’ grenzend aan het natuurgebied. Nico de Haan ging u voor: ‘Als je niet aangestaard wordt door de Schotse Hooglanders dan word je wel begluurd vanaf de kale topjes van het struikgewas door de roodborsttapuiten. Raven praten in de verte en in het voorjaar jodelt hier de wielewaal’. Kijk op: www.heidehuisje.nl of bel 06-81525089
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017 39
T
ussen heksenmelk en vossenstaart Het was in die tijd dat ook de krant mijn hobby ontdekte. Een jonge journaliste nam contact op, nam foto’s en een artikel was het resultaat. Het artikel had als kop ‘Tussen heksenmelk en vossenstaart’. De journaliste was Hanneke den Held, de krant, het Gouds Nieuwsblad. Ik was zestien en vond haar aardig vanwege haar interesse. Ik vermoed dat ik een beetje verliefd werd, maar dat was niet wederzijds. Later zag ik haar naam nog weleens voorbij komen in artikelen voor natuurbladen, die passie deelden we dus. Er kwamen ook leuke reacties op. Uit Rotterdam kreeg ik het aanbod om een opleiding te volgen in een sortimentstuin van de Universiteit, waarnaast een studie mogelijk was. Ik zocht op dat moment een doel voor de toekomst. Doen, zei mijn moeder, dit is je kans. Maar ik had iets tegen opgelegde studies
en was een beetje eigenwijs; ik wilde alles zelf ontdekken, dus koos ik voor een korte hovenierspraktijk in Gouda. Daar leerde ik praktische dingen in tuinaanleg en onderhoud. Na mijn opleiding was de keuze: tuinbouw (kassen) of boomkwekerij (openlucht). De keuze viel op Boskoop. Of het me speet dat ik niet inging op het aanbod van de sortimentstuin in Rotterdam? Een paar momenten wel, maar toen ik na een paar jaar las dat de functie, die men mij had voorgehouden, wegbezuinigd was, wist ik dat ik de juiste keuze had gemaakt. Hoe anders was dan mijn verdere leven geweest?
In de volgende aflevering (slot): veldoefeningen; achtervolgd door wespen; oog in oog met een bruine rat. d
Wandelingen IVN / Vrienden van het Heempad Boskoop Hans van Dam Herfstwandeling Zwarte Pad Zaterdag 30 september 10.00 uur: Natuurtuin de Veenmol, Boskoop. Net voordat de jaarlijkse maaibeurt plaatsvindt genieten we nog van de najaarsbloemen. We blikken terug op wat er op Natuurtuin De Veenmol is bereikt. Als er tijd is lopen we langs de natuurlijke oevers en brengen we een bezoek aan de volkstuinen waar nog volop wordt geoogst. Paddenstoelen zoeken in het Gouwebos Zaterdag 28 oktober 10.00 uur: start Contactweide Boskoop. Een optelsom na twee wandelingen liet ons zien dat er in gunstige omstandigheden tenminste vijftig soorten paddenstoelen voorkomen in het Gouwebos. Het is een hele kunst om ze te
vinden! Kinderen sporen ze op en deskundige gidsen vertellen welke soorten het zijn. Na afloop (rond 12.00 uur) houden we een sanitaire stop en kunnen we napraten op de kinderboerderij. Een spannende wandeling voor jong en oud. Contact en informatie: Hans van Dam, XXXX XXXXX, e-mail: janny@countrygazette.nl of via IVN: info@ivn.alphenaandenrijn. nl, tel. XX XXXXXXXXU (Dick Warmerdam). IVN gidsen zijn Jenny Heemskerk en Hans van Dam; meer gidsen zijn mogelijk bij thema’s. Duur van de wandelingen is rond 2 à 2 ½ uur. De meeste excursies zijn geschikt voor (visueel) beperkten. Het hele programma vindt u op www.nvwk.nl naast het nieuwsbericht; Greenheart Country: natuur en muziek samen. d
Jeugdactiviteit : kanoën op de Loet Tekst: Corrien Koesveld, tekening: Eline Koesveld
Op zaterdag 9 september gingen we kanoën in de Loet. We waren met z’n twaalven en gingen verdeeld in drie kano’s. Het regende heel hard, maar wij gingen gewoon door. We gingen vanaf het kanocentrum naar de ambulancepost kanoën. De groep in de blauwe kano zag op de heenweg een ijsvogel voor hen uit vliegen. Bij de ambulancepost gingen we wat drinken en een quiz doen. Dat was heel leuk. We zagen op de terug kreeften in de slot. Het groepje van de gele kano begon achteraan, maar werd steeds de voorste De blauwe kano zat soms vast in de kant. Dat gaf in de gele kano wel pret. We hebben ook nog watermunt geplukt, om thee van te zetten. Op de terugweg kwam de zonneschijn dat was heerlijk, want we waren erg nat. Ik vond het een erg leuke ochtend. d
40
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017
Waarneming.nl Een archiefschat vol met waarnemingen én de rol van regio-admins
Harm Blom in samenwerking met Morrison Pot en Erik Kleyheeg Inmiddels weet u niet beter dan dat werkelijk alles wat u ziet in de natuur via www.waarneming.nl kan worden vastgelegd. Alle waarnemingen die u doet kunt u via deze fantastische website invoeren en vastleggen. Van de huismussen in de tuin tot complete waslijsten van waargenomen soorten tijdens excursies, wandelingen of vakanties. Het leuke daarvan is dat u altijd gemakkelijk terug kunt kijken wat u allemaal heeft gezien. Tegenwoordig kunt u daar ook nog beeld en geluid aan toevoegen. Zeker sinds de applicaties voor smartphones ObsMap, iObs en WinObs zijn verschenen, kunt u waar u ook bent uw waarnemingen invoeren en dus vastleggen. d
D
oor de komst van www.waarneming.nl en smartphone applicaties neemt het waarnemingenarchief van de Krimpenerwaard enorm snel toe in omvang. Jaarlijks worden duizenden waarnemingen ingevoerd, die tegenwoordig vaak worden aangevuld met beeld en geluid. Vroeger werden waarnemingen van allerlei soortgroepen nog per post opgestuurd (of werden zelfs eens per maand via de telefoon doorgegeven) en die werden dan door de coördinator van de betreffende werkgroep met de hand toegevoegd aan het archief. Daar vond dan de eerste filtering plaats en dat was tevens het moment om navraag te kunnen doen. Het waarnemingenarchief, dat al gauw een jarenlange reeks van waarnemingen bevatte, moest immers wel betrouwbaar blijven. Zeker in de huidige tijd, waarin waarnemingen direct en met grote aantallen ingevoerd kunnen worden, blijft een mate van controle noodzakelijk. Dit is belangrijk om te komen tot een zo betrouwbaar mogelijk archief van waarnemingen. Gegevens vanuit het archief dat zich via www.waarneming.nl heeft gevormd, kunnen immers worden gebruikt voor allerlei doeleinden. Daarbij moet je er vanuit kunnen gaan dat die gegevens in grote mate kloppen.
W
at en wie zijn regio-admins? Een rol die door www.waarneming.nl in het leven is geroepen om de juistheid van de waarnemingen te beoordelen, is de rol van de regio-administrator. Deze persoon (of meerdere personen) wordt meestal gevraagd om deze belangrijke vrijwillige taak op zich te nemen. Vaak speelt soortkennis, kennis van doortrekpatronen, in combinatie met lokale gebiedskennis een belangrijke rol om iemand deze rol te laten vervullen. Achter waarneming.nl staat een heel team van mensen met verschillende taken. De validatie van waarnemingen in heel Nederland wordt geregeld door administrators, ook wel kortweg admins genoemd. Een team van landelijke admins reageert op waarnemingen die op landelijk niveau bijzonder zijn en waar te weinig onderbouwing voor is gegeven. Ook controleren zij foto’s die bij waarnemingen geplaatst worden om te bepalen of de soort op de foto overeenkomt met de ingevoerde soortnaam. Naast de landelijke website zijn er voor diverse werkgroepen in Nederland regionale pagina’s gemaakt, zoals in ons geval krimpen.waarneming.nl. Voor de validatie van waarnemingen op die pagina’s zijn er regio-admins. In de waarnemingenregio Krimpenerwaard vervullen momenteel Morrison Pot en Harm
Blom de rol van regio-admin. Het is de taak van regio-admins om navraag te doen bij bijzondere of opvallende waarnemingen waar onvoldoende beschrijving bij vermeld staat om de waarnemingen te kunnen beoordelen. Op die manier helpen zij al sinds de oprichting van waarneming.nl om het waarnemingenarchief voor de toekomst een betrouwbare bron van informatie te houden.
H
oe om te gaan met kwetsbare soorten en situaties? Waarneming.nl brengt veel natuurgegevens in kaart. Waarnemingen worden met een zo groot mogelijke precisie vastgelegd in een landelijke database. Dat heeft veel voordelen: veel gedetailleerde informatie wordt beschikbaar over flora en fauna. Voor waarneming.nl en haar aangesloten partners is het van groot belang dat waarnemingen zo nauwkeurig mogelijk worden vastgelegd. Tegelijkertijd kan openbaarheid van gedetailleerde gegevens soms tot vervelende situaties leiden. Het komt bijvoorbeeld voor dat mensen via waarneming.nl de standplaats van wilde orchideeën vinden en deze uitsteken om ze mee naar huis te nemen. Ook gebeurt het soms dat bijzondere vogels illegaal worden gevangen nadat ze op waarneming.nl zijn gemeld. Daarnaast valt te denken aan indirecte schade: in een gebied waar een bijzondere vogel gaat broeden is de kans groot dat dit veel nieuwsgierige mensen trekt. Veel mensen willen dit dan ook nog vastleggen op camera. De ervaring leert dat de toename van bezoekers en de wens om een vogel van zo dichtbij mogelijk te zien in verschillende gebieden nadelig uitpakt voor de daar broedende vogels. De admins van waarneming.nl willen dit soort situaties voorkomen en waarneming.nl biedt daarom verschillende mogelijkheden om kwetsbare soorten en situaties te beschermen. De admins van waarneming.nl kunnen op eigen initiatief of in overleg met bijvoorbeeld terreineigenaren besluiten om geen details te tonen bij waarnemingen van kwetsbare soorten, of kunnen besluiten om waarnemingen van een specifieke soort in een kwetsbaar gebied te verbergen. Daarnaast worden diverse mogelijkheden geboden aan de waarnemer zelf om de details van een waarneming te verbergen. Zo kan iedereen zijn of haar eigen verantwoordelijkheid nemen. Uiteindelijk moeten deze hulpmiddelen leiden tot het bereiken van twee doelen: 1) er gaan geen waarnemingen en waardevolle gegevens van kwetsbare soorten en situaties verloren, waarnemingen kunnen immers nog steeds worden ingevoerd. 2) kwetsbare situaties en soorten worden beschermd. WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017 41
Waarom bij Rotronica uw kostbare camera laten repareren? -Lage kosten voor een prijsopgave -Degelijke garantie op de uitgevoerde reparatie -Snelle service indien er geen onderdeel hoeft te worden besteld -After repair check van de meest belangrijke functies
Rotronica Van Utrechtweg 120 2921 LN Krimpen aan den IJssel telefoon: 0180-786005 e-mail: info@rotronica.nl
Openingstijden: Ma t/m vrij van 9.00 tot 17.00 uur Elke eerste zaterdag van de maand geopend tussen 10.00 en 14.00 uur http://www.rotronica.nl.
W
elke mogelijkheden biedt waarneming.nl om deze twee doelen te bereiken? Kwetsbare situaties en soorten kunnen op 3 niveaus worden beschermd: 1) Op soortniveau. Waarneming.nl kan zorgen dat alle waarnemingen van een specifieke soort automatisch niet gedetailleerd zichtbaar zijn. In dit geval zijn locatiegegevens onzichtbaar, behalve voor de waarnemer zelf en de admins van waarneming.nl. Via het soortenoverzicht (waarneming.nl/ soortenlijst.php) kan bekeken worden welke soorten automatisch vervaagd worden. 2) Op locatieniveau. De admins van waarneming.nl kunnen op eigen initiatief of op verzoek van terreineigenaren besluiten om waarnemingen van een specifieke soort in een specifiek gebied automatisch te verbergen. Details van de waarneming worden dan niet zichtbaar, behalve voor de waarnemer zelf en de admins van waarneming.nl. Dit kan bijvoorbeeld worden toegepast
wanneer ergens bijeneters of woudaapjes tot broeden komen: het kan nodig zijn om waarnemingen uit een gebied gedurende het broedseizoen te verbergen. 3) Op waarnemingsniveau. Degene die de waarneming invoert kan er zelf voor zorgen dat zijn of haar waarneming geheel of deels verborgen wordt. Door de waarneming onder ‘embargo’ in te voeren, kan de waarnemer een waarneming geheel verborgen houden tot een zelf gekozen datum. In dit geval is de waarneming volledig onzichtbaar, behalve voor de waarnemer zelf en de admins van waarneming.nl. De embargo-optie is te vinden in het invoerscherm voor nieuwe waarnemingen. In de Krimpenerwaard proberen de regio-admins zowel het archief zuiver te houden als verstoring van gevoelig soorten en situaties te voorkomen. Een belangrijke rol, waarvoor wij tevens uw medewerking en begrip vragen wanneer u door één van de admins wordt benaderd. d
Vouchers van De Groene Motor Subsidie voor streekeigen landschapselementen op het erf Jaap Graveland Goed nieuws voor erfvogels en erfeigenaren die het historische karakter van hun erf met beplanting willen herstellen. De Groene Motor geeft vanaf half september vouchers uit voor aanleg/onderhoud/beheer van streekeigen landschapselementen. Een leuk duwtje in de rug. d
H
et gaat om bijvoorbeeld aanplant of herstel en onderhoud van knotwilgen en hoogstamfruitbomen, heggen of een hakhoutbosje. Ook de kosten voor het laten maken van een beplantingsplan vallen eronder. Er is wel een verschil met de stimuleringsregeling die we voorheen hadden. Die was vogelgericht, deze regeling is erfgoedgericht. Maar de meeste historische landschapselementen zijn ook waardevol voor vogels. Daarvan profiteren dus erfeigenaren én vogels. Uitsluitend erfbeplanting valt onder de regeling, dus geen tuinplanten, takkenrillen etc.
E
rfscans De erfvogelwerkgroep kan belangstellende erfeigenaren naar wens adviseren, net als voorheen met een erfscan. In de meeste gevallen voldoet dat. Als een groot oppervlak moet worden beplant met diverse elementen kan een inrichtingsplan nodig zijn. Dat doen wij niet, maar we kennen diverse zzp-ers die dit goed kunnen. Dat kost doorgaans een paar honderd euro. Met behulp van de erfscan en eventueel een beplantingsplan kan je een gerichte aanvraag doen.
R
egels en bedragen, aanvraagformulier De subsidieregeling staat open van 15 september tot 31 december 2017. De uitvoering zoals het planten van fruitbomen mag plaatsvinden tot 1 juli 2018. Er geldt wie het eerst komt, die het eerst maalt. Aanvragen worden gedaan door middel van een aanvraagformulier via de website www.zelfdoeninerfgoedengroen.nl. Op die site komen ook factsheets over de verschillende landschapselementen, onderhoudsverplichtingen, normen voor aanleg, etc.
Er zijn vouchers aan te vragen van € 250,-, € 500,- en € 1000,Aanvragers kunnen maximaal 1 voucher per project aanvragen, met een maximumbijdrage van € 3000,- per aanvrager. Bij de vouchers voor een landschapselement geldt dat maximaal 50% van de begroting in aanmerking komt van financiering. Voor particulieren gaat het om elementen op het erf (bouwblok) of land, voor agrariërs alleen om elementen op het erf. Een beschrijving van de landschapselementen die in aanmerking komen kun je ook hier al vinden: https://www. bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuuren-landschap/de-index-natuur-en-landschap/ (klik daar op ‘landschapselementtypen’). Daar staan ook eisen waaraan het element moet voldoen. Een heg moet bijvoorbeeld minstens 25 m lang zijn.
A
anplant en onderhoud Aanplant en onderhoud moet je zelf uitvoeren, dat was ook al de praktijk in de afgelopen jaren. Het volledige reglement voor de aanvraag van de vouchers staat op de NVWK-site: www.nvwk.nl/werkgroepen/ervogelwerkgroep.
A
anmelding Als je belangstelling hebt om hier aan mee te doen, neem dan even contact op, per mail (erfvogelwerkgroep@nvwk.nl) of telefonisch: XX XXXXXXX (na 20.00u). We hebben met De Groene Motor afgesproken dat de aanvraag altijd even telefonisch wordt voorbesproken met de contactpersoon erfgoed bij De Groene Motor. Dat helpt teleurstellingen voorkomen. Bel daarvoor Lynn Hagendoorn, tel. XX XXXXXXX, email l.hagendoorn@degroenemotorzh.nl. d WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017 43
Muis wordt stevig omklemd door beide poten van bruine kiekendief. Boomvalk is vrij kansloos om prooi te bemachtigen
Bruine kiekendief lijkt toch wat overdonderd en kijkt in de vlucht even om wat haar lastigvalt
Kraai valt bruine kiekendief lastig
De bruine kiekendief vliegt verder, met veldmuis tussen de klauwen, onverstoorbaar of er niets gebeurd is
Niet de scherpste foto, maar toch duidelijk een buizerd 44
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017
Even bijkomen van schermutseling met bruine kiekendief.
Ervaringen bij boomvalknest in een hoogspanningsmast Tekst en foto’s: Jan de Smit De roofvogelwerkgroep doet dit jaar zijn eerste inventarisaties. Op 20 juli kregen we van Henk Visser een app dat er een boomvalknest was waargenomen door Mieke Verwaal, in een hoogspanningsmast aan de Kooiweg bij Lekkerkerk. Het was zaterdag 22 juli mooi weer, dus ik ging erop uit. Nadat ik Krimpen aan den IJssel gepasseerd was, besloot ik om langs de Tiendweg West naar de opgegeven locatie te fietsen waar het nest van boomvalken zich bevindt. Ik was nog maar net de Tiendweg op en zag in een hoogspanningsmast aalscholvers en twee roofvogels zitten. Na even door de verrekijker getuurd te hebben kon ik niet tot een andere slotsom komen dan dat het buizerds moesten zijn. Even later vloog er op zo’n 200 meter afstand van mij, laag over het weiland, een bruine kiekendief met vlak boven hem een kraai die duidelijk de kiekendief probeerde weg te jagen. d
N
adat ik ongeveer een half uur hier had gestaan, fietste ik verder. Voorbij Krimpen aan de Lek in de bocht naar de N477 zat een buizerd boven op een lantarenpaal. Ik kon de buizerd tot dichtbij naderen. Het lijkt of ze steeds minder schuw worden. Het zal mij niets verbazen als binnen afzienbare tijd een buizerd een vogel is die bij een gemiddelde woonwijk hoort. Ik heb nog niet zo lang geleden voor de eerste keer een buizerd over mijn tuin zien vliegen. Bij de Kooiweg aangekomen was in de hoogspanningsmast, pal naast de weg, overduidelijk een nest te zien. Donderdag had Adri Noorlander nog doorgegeven: “Gezien vanaf Tiendweg kun je het nest zien aan de linkerkant van de onderste uitloper.” Zoeken was dus niet nodig, gewoon eerdere waarnemingen en app’s opvolgen van Mieke, Henk en Adri. Ik ging op zo’n 200 meter van de hoogspanningsmast staan om de omgeving in de gaten te houden, hopende dat er wat boomvalkactiviteit te zien was. Deze morgen werd ik zeker niet teleurgesteld. Het eerste wat ik waarnam was dat er ongeveer 500 meter ten oosten van hoogspanningsmast - altijd moeilijk schatten wat de afstand is -, een valkachtige bovenin de top van een boom zat. Door de zon zag je op die afstand alleen een silhouet. Ik nam een foto en kon later thuis zien, na wat fotobewerkingen, dat het om een buizerd ging. Tien minuten later hoorde ik een schril geluid recht boven mijn hoofd. Ik zag daar een bruine kiekendief vliegen die lastig werd gevallen door naar ik in eerste instantie dacht, een kievit. Maar dit was duidelijk niet het geluid van een kievit of een andere weidevogel. Ik pakte de camera weer en schoot maar. Wat ik waarnam is dat een boomvalk een bruine kiekendief aanviel die een prooi, in dit geval een veldmuis, tussen zijn beide klauwen vasthield. Kon het zijn dat boomvalk eerder van zijn vangst door de bruine kiekendief was beroofd en zijn prooi opeiste? Dit was hoogst onwaarschijnlijk, omdat een boomvalk in principe geen muizen eet. Het was meer waarschijnlijk dat de boomvalk duidelijk wilde maken: “Dit is mijn territorium, wegwezen kiekendief!” Het was ieder geval fascinerend om te zien dat een kleine roofvogel het lef heeft om een duidelijk grotere roofvogel aan te vallen. Ik had wel het idee dat de kiekendief geïntimideerd was. Tweemaal in zijn vlucht draaide de kiekendief zich om naar de boomvalk, naar het leek, om hem af te weren. Enkele minuten later zag ik dezelfde boomvalk landen op de hoogspanningsmast, waar het nest zich bevond. Even bijkomen
van de schermutseling met bruine kiekendief. Na de rustpauze cirkelde de boomvalk op grote hoogte boven het nabijgelegen weiland, zoals een buizerd dat doet, om zich vervolgens met grote snelheid naar beneden te storten. Had hij een vogel te pakken? Ik weet het niet, ik zag in ieder geval de boomvalk niet opvliegen. Al met al was dit een mooie waarneem-morgen met als hoogtepunt het luchtgevecht tussen bruine kiekendief en boomvalk.
E
en week later op 29 juli besloten Pierre Lamé en ik om gezamenlijk een kijkje te nemen. De week ervoor waren er wel boomvalkactiviteiten maar heb ik geen boomvalk op het nest gezien. Daar waren we ook deze keer wel benieuwd naar. Toen Pierre de eerste keer zijn verrekijker op het nest richtte liet een volwassen boomvalk zich even zien. Door het miezerige weer, wat later overging in buien, was er weinig te zien in de omgeving van het nest. Toch, vlak voordat we besloten terug te gaan, zagen we een boomvalk vlak boven het nest vliegen. We dachten dat de boomvalk ging landen, maar de vogel vloog door naar de Bakkerswaal. We hoorden tijdens deze actie van de boomvalk geen gepiep van jongen. Dit deed ons concluderen dat de boomvalken nog met het broedsel bezig waren. Ondanks het slechte weer hadden we toch weer een paar leuke waarnemingen. We zullen de komende tijd meer gaan kijken, want we zijn benieuwd hoeveel jongen er uit gaan vliegen.
O
p 25 augustus bericht Jan: “Pierre en ik zijn nog een paar maal gaan kijken en we hebben drie jongen gezien. Dit staat ook op waarneming.nl, met foto’s, onder mijn naam. Pierre heeft ze vorige week nog waargenomen en heeft toen mooie foto’s gemaakt van prooioverdrachten.” [Red.] d
Boomvalknest in hoogspanningsmast
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017 45
Nationale Nachtvlindernacht Gabrielle Heuvelman
Vrijdagavond 25 augustus was het weer Nationale Nachtvlindernacht. Op meer dan honderd plaatsen in Nederland werd er gekeken welke nachtvlindersoorten er voorkomen en zo ook in de Krimpenerwaard. Wij stonden met twee lakens en smeer op bomen bij de Hendrikshoeve in het Loetbos. Er was een leuke opkomst van ongeveer 20 man. Sommigen hadden nog nooit een nachtvlinder gezien en die kwamen tot ontdekking hoe kleurrijk nachtvlinders zijn. Dit jaar hebben we 70 soorten waargenomen. d
H
ier volgen de Nederlandse namen van de waargenomen vlinders:
Agaatvlinder, Appeltak Baardsnuitmot Berkeneenstaart Berkenpedaalmot Blauwooggrasmot Bonte valkmot Boogsnuituil Bosspanner Braamvlinder Brandnetelbladroller Bruine eenstaart Bruine grijsbandspanner Bruine sikkeluil Bruine snuituil Buxusmot Donker brandnetelkapje Donker klaverblaadje
Dromedaris Egale stofuil Essengouduil Fijnmazige bladroller Geelschouderspanner Gemarmerde oogbladroller Gepijlde micro-uil Gerande spanner Gewone bandspanner Gewone breedvleugeluil Gewone coronamot Gewone spikkelspanner Glad beertje Goudgele boorder Goudvenstertje Grijsgevlekte grasmineermot Groente-uil Grootkopbladroller
Grote worteluil Hagedoornvlinder Hopdwergspanner Hopsnuituil Huismoeder Kameeltje Katoendaguil Klaverblaadje Kleine beer Kleine groenbandspanner Kleine groenuil Koperuil Kroosvlinder Liesgrassnuitmot Lieveling Marmerspanner Meidoornstippelmot Moerasgranietmot
Open-breedbandhuismoeder Parelmoermot Piramidevlinder Rietsnuitmot Rood weeskind Stro-uiltje Tweestip-orvlinder Tweevlekoogbladroller Variabele grasmot Vierbandspanner Vuursteenvlinder Witschouderbladroller Witte grijsbandspanner Zuidelijke stofuil Zwart weeskind Zwarte-c-uil Zwartvlekdwergspanner.
W
at een leuke namen zitten ertussen, nietwaar? Zoek ze eens op internet op, en zie wat voor kleurrijke exemplaren er tussen zitten. Wilt u of wil jij eens komen nachtvlinderen, laat het mij dan weten. Zie hiervoor mijn contactgegevens op pagina 2 d
V.l.n.r.: rood weeskind, zwart weeskind, foto’s Huig Bouter; kameeltje, foto: Gabrielle Heuvelman; bruine sikkeluil, foto: Theo Groen 46
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017
Opening proefveld ‘Natte teelten’ Tekst en foto’s: Max Ossevoort
In het kader van het landbouwprogramma van de gemeente Krimpenerwaard heeft onze gemeente het initiatief genomen om door het aanleggen van een proefveld met alternatieve gewassen de interesse te wekken van melkveehouders. Het proefveld is een gezamenlijk project van de gemeente Krimpenerwaard, de provincie Zuid-Holland, het Veenweiden Innovatiecentrum (VIC), Programmabureau Veenweiden Krimpenerwaard, Kennis Transfer Centrum Zegveld en PPP Agro Advies. Voor de opening waren onder andere vertegenwoordigers van Weidehof Krimpenerwaard, LTO-Noord Krimpenerwaard, het ZHL, de provincie en de NVWK uitgenodigd. Het proefveld ligt bij de kruising Schaapjeszijde en Tiendweg in Ouderkerk aan den IJssel (vlak bij Gouderak). d
N
ieuwe verdienmodellen Samen met agrariërs is de gemeente Krimpenerwaard bezig met het ontwikkelen van nieuwe duurzame verdienmodellen voor de melkveehouderij in het veenweidegebied. Dat is nodig omdat in de toekomst, om verdere bodemdaling te voorkomen, het waterpeil in delen van het gebied gefixeerd zal worden. Een van de mogelijke verdienmodellen is het gebruik van verschillende soorten alternatieve (natte) teelten. Ook in de verdere toekomst, wanneer de algehele bodemdaling en de stijging van het grondwaterpeil door tegendruk, aan de melkveehouderij steeds meer beperkingen oplegt, kunnen duurzame verdienmodellen mogelijk zorgen voor inkomsten.
Het onthulde informatiebord
V
oordelen proefveld Met een proefveld in de Krimpenerwaard kan lokaal ervaring worden opgedaan met verschillende soorten natte teelten en je hoeft er niet ver voor te reizen om het te kunnen bekijken. Ook kan natte (biomassa)teelt bijdragen aan het beperken van de bodemdaling in het veenweidegebied. Met de gekozen gewassen wordt bovendien ingezet op het voorkomen van uitspoeling van nutriënten. Zo draagt het project ook bij aan het realiseren van een duurzaam watersysteem in het veenweidegebied. Op 31 augustus is het proefveld officieel geopend door wethouder Jan Vente. Vervolgens werd door een wetenschappelijke medewerker van de Radboud Universiteit uit Nijmegen, verbonden aan het Veenweiden Innovatiecentrum (VIC) in Zegveld waar al ervaring met dezelfde producten wordt opgedaan, een inhoudelijke uitleg gegeven over de gewassen die in het proefveld zijn aangeplant. Het proefveld als geheel is omdijkt, waarbij het waterpeil op niveau gehouden wordt door een pomp op zonnepanelen. Er zijn twee vlakken aangeplant met lisdodde. Het eerste vlak is aangelegd door aan te planten in de zodenlaag. Het grote voordeel
daarvan is dat de planten kunnen profiteren van de aanwezige stikstof en overige nutriënten. Het tweede vak is aangeplant nadat de zodenlaag is afgegraven. Het verschil was wel erg duidelijk. In het tweede vak zagen de planten er niet alleen kleiner en geelachtiger uit, maar zaten er ook volop zwarte luizen op. De planten waren dus duidelijk zwakker door deze methode. Ons werd duidelijk gemaakt dat de oorzaak een gebrek aan voeding was: ook lisdodde moet bemest worden. Lisdodde kan geoogst worden waarna het droge product gebruikt kan worden voor onder andere isolatiemateriaal (denk aan isolatieplaten onder daken van huizen). Ook kunnen er badslippers van worden gemaakt die na gebruik weer (biologisch verantwoord) gerecycled kunnen worden. Beide producten zijn overigens al op de markt verkrijgbaar. Ook de vrucht (de ‘sigaar’) kan gebruikt worden als isolatiemateriaal, en voor het stuifmeel zijn toepassingen in de farmaceutische industrie. In het derde vak staat pijlkruid (Sagittaria latifolia); onze inheemse soort en twee soorten uit Amerika. Laatst genoemde soorten zijn een stuk hoger, hebben bredere bladen en ook de knollen, waar het als product om gaat, zijn een stuk groter. Pijlkruid is een snel groeiend gewas en kan een hoge opbrengst hebben aan knollen die op dezelfde wijze bereid en gegeten kunnen worden als aardappelen, maar je kunt er ook chips van maken of meel. De plant kan vermeerderen door deling van de planten maar ook door te zaaien. Op mijn vraag of er al onderzoek gedaan is naar hoe invasief deze Amerikaanse snelgroeiende planten zijn moest de spreker een antwoord schuldig blijven. Persoonlijk zie ik daar wel een groot risico in. In het vierde vak staat riet. Riet komt algemeen voor en we kennen allemaal de toepassing als dakbedekking, maar ook als isolatiemateriaal wordt het al gebruikt.
Proefvak met wilgentenen
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017 47
In het vijfde vak tot slot staan wilgentenen. Toepassingen van wilgentenen kennen we ook al, maar ik moet eerlijk zeggen dat het oogsten van bladeren als voedsel (bijvoeding) voor onze koeien me wel verraste. Voor het bewerken en oogsten van deze producten zijn deels al machines gebouwd, maar voor de rest moet dat nog ontwikkeld worden. Hiervoor kunnen hopelijk lessen getrokken worden uit situaties elders op de wereld waar men ook deze producten kweekt. Zo worden pijlkruidknollen of ook wel ‘Duck potatoes’ in de Verenigde Staten al commercieel verbouwd en machinaal geoogst. Het proefveld langs Schaapjeszijde is vrij te bezoeken. d
Na afloop was er nog een drankje waarbij een soort vegetarisch gebakje werd geserveerd, waarin merg uit de lisdoddestengel was verwerkt.
Waterriet Berkenwoudse Driehoek, vervolg Tekst en foto’s: Max Ossevoort
Het waterrietproject in de Berkenwoudse Driehoek(BD) is een samenwerkingsproject van de NVWK met het ZHL. In de Waardvogel van juni jl. staat informatie over het originele plan en de voorbereidingen d
O
p vrijdag 2 juni is de bescherming van het te beplanten vak door palen en gaas, aangelegd. Daar waar in april bij het bepalen van het plantvak er nog gemiddeld 35 cm waterdiepte werd gemeten, was dit op 2 juni plotseling ongeveer 60 cm. Dat was wel even schrikken, want dat was veel te diep voor het handmatig kunnen planten van het 50 cm lange waterriet later in de maand. We zijn er toen gelukkig wel in geslaagd om de palen en het gaas te plaatsen, maar om op 30 juni en 1 juli te kunnen planten moest het waterpeil wel omlaag. Toen we telefonisch contact opnamen met het ZHL bleek dat het water eind mei in overleg met het HHSK omhoog was gezet om een paar redenen. Tijdens de inrichting van het natuurgebied in de achter ons liggende winterperiode waren er in de weidepercelen ondiepe, wat bredere greppels aangelegd. Die greppels hadden als doel om de schapen op de percelen te houden waar ze geweid werden en weg te houden van die delen die een botanische bestemming hadden gekregen. Door het droogvallen van die greppels konden de schapen ongemoeid van het ene naar het andere perceel komen en dat was nu juist niet de bedoeling. Ook was er bij de aanleg in het gebied ook op hoger gelegen delen veel riet geplant, wat echter door het droge voorjaar dreigde te
verdrogen. Allemaal begrijpelijk dat er om die redenen water werd ingelaten in het gebied. In goed overleg werd toen door het HHSK (tijdelijk) water uitgelaten, maar verder dan 45 tot 55 cm verdeeld over het plantvak kon dat niet. Dat peil werd overigens pas op 3 juli bereikt, en door de hoogte van het waterpeil konden we op die dag niet het gehele plantvak vol zetten, maar slechts ongeveer 25% van het totaal van 10.000 planten. Het gevolg is natuurlijk wel dat het een aantal jaren langer gaat duren voordat het riet het gehele plantvak gaat bedekken, maar we zullen die ontwikkeling zeker monitoren. Omdat we inmiddels voor 30 juni en 1 juli alles georganiseerd hadden hebben we, in overleg met het ZHL, daarom gekozen om het overige riet te planten op een andere locatie in eigendom van het ZHL, waardoor de rietplanten toch een goede bestemming kregen. Inmiddels ben ik een paar keer naar de rietplanten gaan kijken, want het belangrijkste voor dit jaar is dat de planten zich goed vestigen. Dat gebeurt gelukkig ook, want het riet is 30 tot 40 cm gegroeid, heeft een gezonde kleur en dat zijn goede tekens. Nu nog even afwachten hoe het door de winter komt en of de beschermende maatregelen het beoogde effect hebben. d
Reis naar Spitsbergen Fotopresentatie over Spitsbergen, Fair Isle en Jan Mayen Op woensdag 22 november geeft Abe Maaijen een presentatie over zijn reis naar het hoge noorden. Wil en Abe Maaijen hebben in samenwerking met Vogelbescherming Nederland een reis georganiseerd naar Fair Isle, Jan Mayen en Spitsbergen. Onderweg werden veel vogels gespot waaronder zeldzame soorten, maar ook veel zeezoogdieren, zoals dolfijnen, walvissen en zeehonden. Ook zagen ze ijsberen. Nadat de bootreis eindigde op Spitsbergen verbleven ze nog zes dagen op de camping van Longyearbyen en heeft Abe de schitterende natuur op de foto weten vast te leggen. Mis deze unieke presentatie niet; op deze manier kunt u de reis meebeleven en wie weet ooit zelf maken. Om 20.00 uur kunt u hiervoor terecht in De Zwaan, Berkenwoude. d
C
ursus natuurfotografie Abe heeft het idee opgevat om in 2018 een cursus natuurfotografie te plannen voor leden van de NVWK. Om de belangstelling te peilen wil hij graag dat iedereen die hiervoor voelt, hem een mailtje stuurt. Hij bekijkt dan of het initiatief zin heeft. Het is absoluut niet nodig voor zijn cursus om een dure camera te bezitten; hij leert deelnemers om het maximale te halen uit de eigen apparatuur - zelfs met de camera op een telefoon kunnen fantastische resultaten worden bereikt. In principe geïnteresseerd? xxxxxx@xxxx.xx. d
48
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017
Strategische Visie Krimpenerwaard Samenvatting van de reactie van de NVWK Joke Colijn Allereerst willen we stellen dat het proces van totstandkoming van deze Visie bijzonder leerzaam was. Het product wat is opgeleverd is indrukwekkend, zeker gezien de korte periode van totstandkoming. De grondigheid waarmee het op poten is gezet en de vele aangeboorde bronnen die het resultaat ondersteunen, maken dat we bijna vergeten dat het als een éénvrouws burgerinitiatief begon. Knap! De doelstellingen van de NVWK zijn het beschermen, beheren en bestuderen van de natuur, het milieu en het landschap van de Krimpenerwaard. Een hele mond vol en ook al zaten we in de ‘bewonersgroep’, dat was onze bagage gedurende de bijeenkomsten, de terugkoppeling naar de achterban en de schrijfsessies. Er was geen ruimte voor afzonderlijke bijeenkomsten met organisaties vanuit de ‘natuurhoek’. Het leerzame van het proces was voor de NVWK-ers vooral dat ons nog duidelijker is geworden waar in de Waard ónze waarden liggen, waar de bedreigingen liggen, waar we ons sterk voor moeten maken d
D
e Strategische Visie Krimpenerwaard is te vinden op onze site op https://www.nvwk.nl/actueel/nieuws/visiekrimpenerwaard. U kunt ook de zoekfunctie gebruiken en zoeken op ‘visie’. We nodigen u uit om mee te lezen. Met een aantal adviezen kunnen we ons goed verenigen, bepaalde aspecten zijn in onze optiek te weinig meegenomen, sommige waarden zijn tekort gedaan en met andere adviezen kunnen wij ronduit niet door één deur. Professor Bakker is stedenbouwkundige en heeft indrukwekkende stads(her)inrichtingsprojecten op haar naam staan. Zij omschrijft zich in haar voorwoord als een stadsmens die vanwege haar domicilie in Berkenwoude de seizoenen van een landelijk gebied van nabij kent en zich een betrokken inwoner voelt. Haar inzet en gedrevenheid om al haar kennis en ervaring in te zetten voor de toekomst van de Krimpenerwaard is bijzonder. Toch missen wij in de Visie het inleven in de bevolkingsaard, begrip voor de wortels waaruit die voortkomt, respect voor de cultuurhistorie die springlevend zichtbaar is in het unieke slagenlandschap, kennis van samenhang tussen levensvormen binnen de biodiversiteit van onze natuur, waardering voor die kwetsbare natuur en de essentie van wat mensen drijft om te houden van de Krimpenerwaard. Zij schrijft: “Als we samen willen werken aan een duurzame toekomst van de Randstad moeten we de tegenstelling tussen stad en land kleiner zien te maken, dat is mijn vaste overtuiging.” Wij zien dat anders. Als we samen willen werken aan een duurzame toekomst van het Groene Hart moeten we de tegenstelling tussen stad en land koesteren. Onze vaste overtuiging is dat instandhouding van de ‘groene long’ ook de redding is van de aangrenzende stad.
de discussie, ondernemers, boeren en bewoners, representatief zijn voor de bevolking van de Krimpenerwaard. Het was bij voorbaat al moeilijk om in de bijeenkomsten te verdedigen dat de unieke waarden van de Krimpenerwaard nog bestaan dankzij de conservatieve opstelling van de bewoners door de eeuwen heen. Er werd flink aangestuurd op de voordelen van economische groei. Het komt ons voor dat de groep die het eerste Vergezicht
I
n de Visie is gewerkt met drie zogenaamde Vergezichten naar de toekomst. Het eerste Vergezicht ‘Het is toch goed zo?’ gaat uit van behoud van bestaande kwaliteit en dat er niet veel hoeft te veranderen. In de Samenvatting (blz. 8) wordt gesteld dat bijna alle ondernemers, boeren en inwoners die aan de participatie hebben meegedaan, hiervoor niet gekozen hebben. Het ambitie niveau van Vergezicht 2, ‘De schouders eronder’, schetst een toekomst met een sterke inzet op de eigen economie en duurzaamheid. In Vergezicht 3, ‘Een brede blik’, wordt ingezet op relaties met de stedelijke omgeving door aanbieden van de unieke kwaliteiten van het gebied, door het in figuurlijke zin maar ook letterlijk leggen van meer verbindingen over de rivieren. Wij willen in twijfel trekken of de drie groepen participanten aan WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017 49
vertegenwoordigt, vanuit de aard van hun wezen al bij voorbaat niet vertegenwoordigd was op de bijeenkomsten. Het kon wel eens het grootste aandeel betreffen van de Krimpenerwaardse bewoners. Toegegeven, dat is slechts speculatie, gebaseerd op onze persoonlijke kennis van de bevolking: familie, vrienden, eens het grootste aandeel betreffen van de Krimpenerwaardse bewoners. Toegegeven, dat is speculatie, gebaseerd op onze persoonlijke kennis van de bevolking: familie, vrienden, buren, tot generaties terug. Dan het tweede en derde vergezicht: de insteek was: vooruit, mee met de vaart der volkeren, bij drie zoek je het heil nog wat verder en het levert nog meer op dan bij twee. Het economische aspect telt zwaarder dan de intrinsieke waarden. De huidige maatschappij gaat nog eens ten onder aan het economische groeimodel waarin we almaar meer, nog meer, en nog groter willen. Daarin zoeken we ons geluk. Ergens tijdens de jacht naar meer worden aspecten als cultureel erfgoed en natuur gemangeld. Tevreden zijn met wat je hebt, in harmonie leven met je omgeving - het zijn blijkbaar bijzonder achterhaalde waarden geworden. Er wordt gesteld dat we in de Krimpenerwaard problemen hebben waarover oplossingsgericht is nagedacht. We hebben inderdaad grote problemen. De oplossingen liggen o.i. echter niet altijd alleen in het economische groeimodel, hoewel elke vorm van bedrijfsvoering vanzelfsprekend voldoende lucratief moet zijn om zichzelf in stand te kunnen houden en te functioneren in de maatschappij.
P
ag. 31. Aan de hand van acht thema’s wordt nagedacht over de toekomst van de Krimpenerwaard. Stedenbouwkundige mevrouw Riek Bakker heeft aan deze thema’s zogenaamde bouwstenen gehangen, die spelen binnen deze thema’s. Zo gaat het bij het thema ‘natuur’ om waterberging en vernatting, dat vinden we wat kort door de bocht. Onder ‘landbouw’ staan schaalvergroting en verbreding & streekproducten genoemd. Bij wonen & voorzieningen’ staan herstructureren en uitbreiden. Onder ‘mobiliteit’ worden recreatief netwerk, intern netwerk verbeteren, nieuwe verbindingen en mobiliteitsmanagement weggezet. We komen per thema terug op deze bouwstenen in de uitgebreide versie van deze reactie op de site. We missen een essentiële bouwsteen bij de diverse thema’s: ‘cultuurhistorie’. We zijn geworden wie we zijn vanuit ons verleden. Onze historie en wortels niet respecteren en niet meewegen in welke ontwikkeling ook, schaadt onze identiteit en uitstraling. We nemen mee wie we zijn naar onze toekomst. Als we dat niet doen, verloochenen we onszelf, onze leefomgeving, onze natuur en ons landschap en krijgen we een zwevend perspectief zonder houvast, zonder uitgangspunt. Elke ondernemer in de Krimpenerwaard, zeker in het MKB, zal sollicitanten mede beoordelen op hun respect voor en handelen naar de lokale cultuur. Wie dat niet doet, raakt klanten kwijt. Evengoed zal ons bestuurlijk apparaat en de politiek hiermee rekening moeten en willen houden. Verder ontbreekt de bouwsteen ‘duurzaamheid’ bij een aantal thema’s.
P
ag. 32. Bij het thema ‘waterveiligheid’ staat onder Wateroverlast de volgende opmerking: De wateroverlast die het gevolg is van de beperkte afvoercapaciteit (van de Hollandsche IJssel) zorgt voor economische schade in de landbouw. Dat is wat te simpel gesteld. Wateroverlast wordt voor een groot deel veroorzaakt door de grote drooglegging. Als we meer water opnemen in de bodem, hoeft er niet zoveel te worden afgevoerd. Van oudsher was het hier nat boeren. De problematiek van de laatste decennia hebben we zelf op onze hals gehaald door relatief steeds meer ontwateren. Dan komt het maaiveld van een veenbodem steeds lager te liggen door
50
WAARDVOGEL | SEPTEMBER 2017
verbranding van het veen, een kwestie van oorzaak en gevolg. We zakken elk jaar gemiddeld een paar centimeters. Als we nog verder terug gaan in de tijd, hadden we elk jaar overstromingen. We wonen nu eenmaal in een rivierdelta en veroorzaken daar bovenop zelf de onevenredig grote daling tot ver onder de zeespiegel – dat geeft economische schade aan de landbouw, ja! En aan de infrastructuur, funderingen, kaden en dijken, landelijke economie... Als we vóóruit kijken en de zeespiegelstijging in combinatie met de klimaatsveranderingen in ogenschouw nemen, krijgen we nog meer water te verstouwen. Het ‘maakbare’ van onze veenweide economie, van onze lokale maatschappij, kent uiteindelijk natuurlijke grenzen als de tegendruk van het water te groot wordt en het grondwater stijgt. Verstandig omgaan met deze gegevens zou inhouden dat we het proces van bodemdaling stoppen door nu al het waterpeil IN de waard te verhogen. Als de daling stopt, keert het proces om. Op natte plaatsen in reservaatgebied zie je nu al dat het veenmos wat onze bodem heeft gevormd, weer gaat groeien. We moeten zoals dijkgraaf Hans Oosters op pag. 36 zegt, aansturen op een snellere verduurzaming van de economie en de samenleving. Terwijl de regen tegen de ramen klettert, schrijf ik dat we haast moeten maken met serieuze waterbergingsproblemen, en moeten stoppen met het ‘nemen’ van natuur, landschap en milieu zonder terug te ‘geven’. Wij, en vooral onze kinderen betalen echt zelf de prijs! De boodschap moet worden, eerder dan inzetten op nog meer, nog groter en met nog meer risico’s, dat we gaan ‘omdenken’. Dat we de beperkingen van ons gebied in economische zin moeten accepteren, dat we de schoonheid ervan omarmen, en beginnen met omdenken hoe we hier naar grote tevredenheid kunnen blijven leven en werken. Dat kan door te beginnen te werken MET de natuur, in plaats van TEGEN de natuur. En in de tussentijd moeten de dijken wel worden versterkt – dat is noodzaak nu alle extremen in het klimaat toenemen. Ik ga het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie er eens op nalezen. Dat is op Prinsjesdag gepresenteerd en wil ‘Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust’ maken.
V
oor nu houden we het hierbij in de Waardvogel. De Strategische Visie Krimpenerwaard staat zoals gezegd op onze site en de complete reactie van de NVWK vindt u op de site onder www.nvwk.nl/actueel/nieuws/reactie-op-visiekrimpenerwaard. Daar gaan we na deze samenvatting inhoudelijk verder op alle acht thema’s, de genoemde koppelkansen en de bijdragen uit de drie ‘schrijfgroepen’. Lees hoe de thema’s worden ingevuld. De voorstellen gaan soms ten koste van alles waarvoor de NVWK staat, andere kunnen we volledig onderschrijven. Deze Visie noemt mevrouw Bakker zelf een grabbelton aan ideeën, waaruit keuzes gemaakt gaan worden. Ze geeft argumenten aan alle vertrekpunten en de Visie kan daardoor leiden tot polarisatie waar nu samenwerking en verdraagzaamheid bestaan. Het kan haar strategie zijn om te helpen de juiste keuzen te maken en onze echte waarden te ontdekken, maar het is dan wel een gevaarlijk spel omdat voor alle keuzen sterke motieven worden aangereikt. Wij zetten liever in op onze kracht: maak de goede dingen sterker, kijk wat er wél is, ontdek en koester de verborgen schatten en leef vooral niet uit angst voor iets normaals als ‘krimp’.
O
nze reactie gaat naar alle beleid makende organisaties die van belang zijn voor de Krimpenerwaard omdat uitvoering van (elementen uit) de Visie vanaf oktober op de agenda’s staat. Ook versturen we onze reactie naar onze groene samenwerkingspartners.
reisprogramma ww Vraag de gratis reisgids aan! 2014 E in
Reisgids 2016
jde bestemmingen Vogel- en natuurreizen naar wereldwi
Wij dragen graag een steentje bij. Dat is het idee.
is isinin20 Re779 De schitterende www.birdingbreaks.nl • T ( 020) 201630 !• E info Re nss mmeee! e tetoon e m m Atlantic Odyssey 83 groepsreizen
60 groepsreizen 20 fotoreizen 65 expeditiecruises 15 fotoreizen 6 weekenden in Nederland 40 expeditiecruises groepsreizen fotoreizen • cruises • individuele reizen EEN SELECTIE VAN ONZE REIZEN•2016: 5 weekenden Fotoreis in Nederland Ethiopië Marokko i.s.m. China, Beidaihe Canada
vaart in 2018 voor het laatst!
Vogel- en natuurreizen naar Vogel- en natuurreizen naar wereldwijde bestemmingen wereldwijde bestemmingen Vogelbescherming
€ 3.295,Vertrek 17 febr. ‘16
& Happy Island € 2.875,Vertrek 4 mei ‘16
Mis dit spektakel niet, Roemenië reserveer nu plaatsen! Vanaf € 1.895,Vertrek 24 mrt ‘16 Meerdere vertrekdata in 2016
Ghana
€ 3.750,Vertrek 24 febr. ‘16
€ 1.495,Vertrek 18 mei ‘16
€ 3.590,Vertrek 26 aug. ‘16
IJsland – Faroer – Fair Isle – Isle of May – Nederland *
Vanaf € 995,Informeer naar de aanbieding! China, Sichuan Vertrek 21 sep. 2016
Nepal
Spanje, Extremadura & Coto Doñana
€ 3.495,Vertrek 27 febr. ‘16
€ 1.850,Vertrek 3 apr. ‘16
Ecuador *
& Tibetaans Plateau
€ 3.595,Vertrek 19 mei ‘16
woude ligt in het hart van de South West Pacific Odyssey * IJsberen special * Fotoreis Finland feervolle zalen zijn zeer geschikt Kijk op www.birdingbreaks.nl of neem contact op Lesbos e of feestelijke bijeenkomst. Fotoreis via info@birdingbreaks.nl of (020) 779 20 30 Noorwegen Borneo * Rabobank Krimpenerwaard etverbinding zijn aanwezig. ondersteunt uw vereniging. IN 2017 MET EEN GOED GEVOEL OP REIS? Kazachstan Boek bij BirdingBreaks.nl en wij compenseren vanaf nu uw CO2 uitstoot! t complete maaltijden ofmetbuffetten. Rabobank. Een bank ideeën. Vraag de gratis reisgids 2014 aan via brochure@birdingbreaks.nl eid in eigen keuken. Bel ons voor: Al 25 reizen met € 3.595,Vertrek 5 mrt. ‘16
Vanaf € 5.575,Vertrek 6 apr. ‘16
€ 2.240,Vertrek 15 mrt. ‘16
8e reisjaar
groepsreizen
reizen • cruises • fotoreizen • individuele
€ 1.845,Vertrek 21 mrt. ‘16 r
10 jaa
€ 1.395,Vertrek 21 april ‘16 Meerdere vertrekdata in 2016
Vanaf € 2.900 Vertrek 22 juni ‘16 Meerdere vertrekdata in 2016 € 3.495,Vertrek 20 juli ‘16
€ 3.495,Vertrek 1 mei ‘16
met ! reizen reaks.nl BirdingB
• individuele reizen groepsreizen • cruises • fotoreizen
Reisgids 2014 r 11 jaa met
aks.nl!
reizen BirdingBre
Vogel- en natuurreizen naar wereldwijde
• individuele reizen groepsreizen • cruises • fotoreizen
Reisgids 2016
Vogel- en natuurreizen naar wereldwijde
Reisgids 2017
Vogel- en natuurreizen naar wereldwijde
www.rabobankkrimpenerwaard.nl
bestemmingen
* Prijs exclusief vlucht gegarandeerdvertrek!! Kijk op www.birdingbreaks.nl voor het
bestemmingen
bestemmingen
Vraag de gratis reisprogramma 2014 en 2015! www.birdingbreaks.nl reisgidsVraag aan! de gratis T ( 020) 779 20 30 reisgids aan! E info@birdingbreaks.nl
naar wereldwijde bestemmingen www.birdingbreaks.nl • T ( 020) 779Vogel20 en 30natuurreizen • E info@birdingbreaks.nl
In het mooie polderdorp Berkenwoude ligt in het hart van de Krimpenerwaard “De Zwaan”. De sfeervolle zalen zijn zeer geschikt voor het organiseren van uw zakelijke of feestelijke bijeenkomst. Geluidsversterking, beamer en internetverbinding zijn aanwezig. Wij bieden u maatwerk van koffie tot complete maaltijden of buffetten. Alles wordt met liefde voor detail bereid in eigen keuken. Bel ons voor: • vergaderarrangementen, • cursussen, • jubilea, recepties of verjaardagen, • huwelijks- of bedrijfsfeesten.
“De Zwaan” biedt ook een p afhaalmaaltijden en een sna Keuken geopend van 17.00 t “De Zwaan” biedt ook een petit restaurant, afhaalmaaltijden en een snackbar. woensdag, vrijdag zaterd Keuken geopend van 17.00 tot 20.00en uur op woensdag, vrijdag en zaterdag.
Snacks, koffietafels, lunches en borrels met hapjes behoren eveneens tot de mogelijkheden. Vraag vrijblijvend advies.
www.dezwaanberkenwoude.nl Beheerder Pieter Versteeg 0182 – 362546 / 06 - 53214225