Waardvogel
fo
to
van de maand
OfficiĂŤle uitgave van de NVWK
Doove Gat in het nieuws
Inundatie met 73.000 m water
Boerenzwaluwonderzoek Krimpenerwaard
20
Landschapselementen
36
De resultaten
Knotbomen
53e JAARGANG | NUMMER 4 | SEPTEMBER 2014
9
3
Belangrijke namen, telefoonnummers en e-mail adressen Bestuur Voorzitter Secretaris
Max Ossevoort, xxxxxx@xxxxxxxxxxxx
Algemeen adjunct Coördinator plantenwerkgroep
Dirk-Jan van Roest, info@nvwk.nl Leeghwaterstraat 138, 2871 PL Schoonhoven Gerard van Slijpe, xxxxxx@xxxxxxxxxxxx bankrekening NVWK: NL82 RABO 0127 2948 80 Hans Kouwenberg, xxxxxx@xxxxxxxxxxxx Patrick Heuvelman, cplanten@nvwk.nl
Coördinator vogelwerkgroep Coördinator PR
Erik Kleyheeg, xxxxxxx@xxxxxxx.ccc Joke Colijn, xxxxxx@xxxxxxxxxxxx
Penningmeester
Werkgroepen en andere belangrijke instanties Redactie Waardvogel voor kopij Maria Spruit en Joke Colijn, nvwkredactie@gmail.com Foto’s t.b.v. de website Dirk-Jan van Roest, info@nvwk.nl Werkgroep Ruimtelijke Ordening Sandra Bouman, werkgroepro@nvwk.nl Arie Dorsman, Ton de Groot Coördinatoren vlinders- en libellenSjani van Ophemert en Gabrielle Heuvelman, werkgroep xxxxxx@xxxxxxxxxxxx Coördinator weidevogelbescherming Klaas de Mik, xxxxxx@xxxxxxxxxxxx Coördinator werkgroep landschapsonderhoud Coördinator trekvogeltellingen Coördinator wintervogeltellingen Coördinator uilenwerkgroep Coördinator zwaluwenwerkgroep Coördinator jeugdwerkgroep Coördinator Knotgroep Krimpen Coördinator roofvogelwerkgroep Dierenambulance Dierenbescherming Meldpunt m.b.t. milieu en de jacht Melden van zwerfvuil Meldpunt Laagvliegen Krimpenerwaard Vogelasiel
Patrick Heuvelman Vacant Peter Berger, xxxxxx@xxxxxxxxxxxx Hans Kouwenberg, xxxxxx@xxxxxxxxxxxx Jaap Graveland, xxxxxx@xxxxxxxxxxxx Nico van Dam, xxxxxx@xxxxxxxxxxxx Mieke Verwaal, jeugd@nvwk.nl Jos de Nood, xxxxxx@xxxxxxxxxxxx Morrison Pot, xxxxxx@xxxxxxxxxxxx Gouda e.o. Afdeling Krimpenerwaard Politie Hollands Midden, Regionaal Milieu Team Contact opnemen met de betreffende gemeente Vogelklas Karel Schot
xxxx xxxxxx xx xxxxxxxx xx xxxxxxxx xxxx xxxxxx xxxx xxxxxx xxxx xxxxxx xx xxxxxxxx xxxx xxxxxx xxxx xxxxxx
xx xxxxxxxx xx xxxxxxxx xx xxxxxxxx xxxx xxxxxx xx xxxxxxxx xxxx xxxxxx xx xxxxxxxx xxxx xxxxxx xx xxxxxxxx xxxx xxxxxx xxxx xxxxxx xxxx xxxxxx xx xxxxxxxx xxxx xxxxxx xxxx xxxxxx xxxx xxxxxx xx xxxxxxxx xxxx xxxxxx xxxx xxxxxx 0900 8844 010 4733333 010 4857847
Lid worden? Wilt u actief deelnemen aan de Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard of wilt u de doelstellingen van onze vereniging steunen, word dan lid. Op onze website kunt u alles over ons vinden, wat we doen en waar we voor staan. Meld u aan op www.nvwk.nl onder ‘de vereniging’, of stuur een e-mail naar info@nvwk.nl met uw gegevens. U kunt ook de secretaris bellen xx xxxxxxxx. Zie de colofon voor de diverse lidmaatschappen.
.
Bericht van de penningmeester Gerard van Slijpe Na mijn stukje in de Waardvogel van juni jl. zijn er op dit moment nog circa 130 leden (18%) die de contributie voor 2014 niet overgemaakt hebben. Wilt u even nakijken of u ook daar bij hoort? Zo ja, dan zie ik graag per omgaande uw betaling tegemoet, waarvoor hartelijk dank. Bankrekening van de NVWK: NL82 RABO 0127 2948 80.
2
De Waardvogel – september 2014
Colofon De Waardvogel ISSN 1384-8240 Jaargang 53 verschijnt 5 x per jaar, februari-april-juniseptember-december Kopij Inleveren voor de 1e van de maand van verschijning Oplage 840 exemplaren E-mail redactie Joke Colijn Maria Spruit nvwkredactie@gmail.com Website www.nvwk.nl Secretariaat & ledenadministratie Dirk-Jan van Roest Leeghwaterstraat 138 2871 PL Schoonhoven info@nvwk.nl Contributie per kalenderjaar: € 5,- voor een jeugdlidmaatschap, één kind t/m 16 jaar € 15,- voor een basislidmaatschap € 20,- voor een gezinslidmaatschap Bankrekeningnummer NL82 RABO 0127 2948 80 Lid worden U kunt lid worden via www.nvwk.nl of door een email met uw gegevens te sturen naar info@nvwk.nl Op de voorpagina Kleine hermelijnvlinder, foto: Huig Bouter Foto van de maand: wespspin, foto: Anita Melenboer Overname van artikelen Overname van artikelen uit dit blad is toegestaan met bronvermelding Alle artikelen blijven voor de verantwoording van de auteurs Drukkerij GoudPrintCenter Alblasserdam Zie advertentie Voor advertenties nvwkredactie@gmail.com Jaartarief (= vijf edities): 1/8 pagina: € 50,1/4 pagina: € 90,1/2 pagina: € 150,Ereleden W. Fontijne A. v.d. Waal
Van de voorzitter Max Ossevoort De zomer loopt al weer ten einde, maar gelukkig hebben we na een verregende maand augustus al weer en paar weken mooi najaarsweer. Tijdens het najaar beleven we de grote trek van vogels naar het warmere zuiden, wat uitnodigt om naar trektelpost ‘De Hoekse Sluis’ te gaan en daar met anderen te genieten van de vele soorten die langs komen. Op 4 oktober is de Euro Birdwatch 2014 en dan worden in heel Europa vanaf zonsopkomst tot het einde van de dag alle trektelposten, dus ook de onze, bemand door vele enthousiaste vogelaars om maar zo veel mogelijk vogels te kunnen tellen en registreren. Kom ook langs, misschien niet de hele dag, maar bijvoorbeeld een paar uurtjes en deel het plezier van het vogels kijken en tellen. Uw bestuur heeft besloten dat er dit najaar begonnen wordt met het opstarten van een meerjarenproject: ‘Erfvogels’. Onder erfvogels verstaan we soorten als steenuil, kerkuil (waar het overigens dit jaar beter mee gaat), boerenzwaluw, huiszwaluw, huismus, maar ook o.a. de grauwe vliegenvanger, de torenvalk en de ringmus. Ook de erfvogels gaan in aantal hard achteruit en verdienen dus als groep meer aandacht dan ze nu krijgen. De gegevens van het dit jaar gehouden boerenzwaluwonderzoek, waarvan de resultaten in deze Waardvogel worden beschreven, zullen daar zeker in meegenomen worden. Polder de Hooge Boezem bij Haastrecht heeft dit jaar meerdere malen in de belangstelling gestaan. Nadat afgelopen winter het gebied gereed werd gemaakt om als noodwaterberging te kunnen dienen, werd het bezocht door vele soorten vogels waaronder ook bijzondere. Hierdoor is het een van de toplocaties voor vogels in de Krimpenerwaard geworden. Recent is de noodwaterberging beproefd door er 73.000 m3 water in te laten vanuit de Hollandsche IJssel via de Vlist, om het na de proef weer terug te pompen naar de Hollandsche IJssel. Naar ik heb begrepen heeft dat geen enkel probleem opgeleverd, maar wel een paar spectaculaire vogeldagen! De aangekondigde boringen naar aardgas, die op 2000 m diepte o.a. onder het gebied de Hooge Boezem gepland staan, hebben gezorgd voor veel commotie in de gemeenten Vlist, Lopik en Oudewater. Gezien de consequenties en risico’s die er aan zijn verbonden, zijn wij tegen de boringen. U kunt hier meer over lezen op bladzijde 13. Graag wil ik ook vermelden dat ons ledenaantal gestaag groeit. Ik ben er best een beetje trots op dat steeds meer mensen die de natuur in onze mooie Krimpenerwaard ter harte gaat, de weg naar de NVWK weten te vinden. We hopen dat er bij nieuwe – en bestaande – leden ook een aantal vrijwilligers zijn die zich een aantal uren voor één van de diverse werkzaamheden willen inzetten. Samen aan een doel werken is dubbel leuk! Op de homepage van de website staat een knop waarmee u dat snel kunt regelen. We zijn er weer in geslaagd een groot aantal evenementen te organiseren, waaraan u kunt deelnemen. U vindt ze als gebruikelijk onder de kop ‘Even Noteren’ en ook op de site, waar de agenda steeds actueel wordt gehouden. Allemaal mooie gelegenheden om even lekker buiten te zijn in de natuur. Ik wens u veel plezier daarbij.
In dit nummer Belangrijke gegevens Van de voorzitter Even Noteren Op de voorpagina Foto van de maand Betrapt en gesnapt Waterrietzanger Muggen, gedicht Doove Gat, diverse artikelen Weidevogels beschermen Gasboring in de Krimpenerwaard Piepende schommels Kerkuilen in de Krimpenerwaard Een dag in de Zeeuwse Delta Koperwieken Boerenzwaluwonderzoek Natuurbeleid op de site Jeugdpagina: uitje eendenkooi Tips voor een boswandeling Gevlekte witsnuitlibel
pag. 02 pag. 03 pag. 04 pag. 05 pag. 05 pag. 06 pag. 08 pag. 08 pag. 09 pag. 12 pag. 13 pag. 14 pag. 16 pag. 18 pag. 19 pag. 20 pag. 21 pag. 22 pag. 23 pag. 24
Avondwandeling Heemtui n pag. 25 De nieuwe weidevogelbeschermerspag. 26 Even Activeren pag. 27 Wandelen in de Waard pag. 28 Jonge vogels pag. 31 Nieuwe leden pag. 31 Blije bij, gevaren neonicotinoïden pag. 32 Telpostcoördinator gezocht pag. 33 Groene glazenmaker pag. 34 Landelijke Natuurwerkdag 2014 pag. 34 Op de grote stille heide pag. 35 Knotbomen pag. 36 Berkenwants pag. 38 Nederland werkt in de natuur pag. 39 Zomersnoei hoogstamboomgaard pag. 41 Microwildernis pag. 42 Natuurvraag, diverse persberichten pag. 43 Een uniek gebied pag. 45 Afsluiting knotseizoen pag. 45 Diverse persberichten pag. 46 Waardvogel – september 2014
3
Even noteren Zaterdag 27 september vanaf 10.00 uur Waterbeestjes zoeken met de kano. De jeugd van acht tot twaalf jaar (met zwemdiploma) gaat de Loet op om alles eens goed te bekijken. Vooraf opgeven bij Mieke Verwaal, jeugd@nvwk.nl. De verzamelplek is de hooiberg in het Loetbos.
Donderdag 6 november 2014 om 20.00 uur De traditionele afsluiting van het weidevogelseizoen in ‘De Zwaan’ te Berkenwoude. Op het moment van ter perse gaan was de exacte invulling van de avond nog niet bekend. Die informatie wordt z.s.m. gepubliceerd op de site www.nvwk.nl, of bel Klaas de Mik op xx xxxxxxxx.
Zaterdag 4 oktober 2014 om 7. 30 uur Wij doen weer mee met de jaarlijkse Euro Birdwatch op trektelpost ‘De Hoekse Sluis’ op de Lekdijk tussen Lekkerkerk en Bergambacht (bij gemaal Krimpenerwaard). Vanaf 7.30 uur zullen er tellers actief zijn en u bent van harte welkom om u aan te sluiten. Begin oktober is een spannende tijd voor trekvogels en alles is mogelijk! Aanmelden is niet nodig, maar neem gerust contact op met Erik Kleyheeg, xx xxxxxxxx of Max Ossevoort, xx xxxxxxxx voor meer informatie.
Woensdag 12 november 2014 om 20.00 uur Lezing van Arie Ouderkerk over Scandinavische vogels. Arie, vogelaar en fotograaf, neemt u mee naar het hoge noorden voor spechten, uilen, hoenders en wat daar nog meer aan bijzondere vogels vliegt. U bent van harte welkom in ‘de Zwaan’, Kerkweg 2, 2825 BS Berkenwoude. Meer info bij Hans Kouwenberg, xxxxxxxxxxx.
Zaterdag 4 oktober 2014 van 09.00 tot 12.00 uur Hooien op het zwaneneiland in Krimpen a/d IJssel. Na het zeer groeizame weer is het tijd om deze herfst het hooi af te voeren. Als u werkhandschoenen meeneemt verzorgt de knotgroep Krimpen het overige materiaal en koffie. Verzamelen bij het bruggetje aan de Zwanenkade. Meer info bij Jos de Nood, xxxxxxxxx@xxxxxx.xx. Het weekend van 11 en 12 oktober 2014 Wintervogeltellingen, info bij Hans Kouwenberg, xxxxxxxxxx of Peter Berger, xxxx-xxxxxx. Zaterdag 25 oktober 2014 Stichting Vogelringstation Nebularia nodigt een beperkt aantal leden van de NVWK uit op de ringbaan op Westenschouwen in Zeeland. Cor Oskam biedt van 10.00 tot 12.00 uur een kijkje in de keuken van een vinkenbaan. Om praktische redenen kunnen slechts acht personen ontvangen worden op de ringlocatie. Het is daarom nodig om je op te geven via xxxxxxxxx@xxxxxx.xx en bij meer dan acht aanmeldingen wordt er geloot. Zie ook Even Activeren op pagina 27. Zaterdag 1 november 2014 van 10.00 tot 15.00 uur Vandaag is het de landelijke Natuurwerkdag en tevens de start van het seizoen van de knotgroep Krimpen. Er wordt gewerkt op het Roest- of observatie-eiland van de Jeugdnatuurwacht Krimpen a/d IJssel. Het eiland ligt bij de volkstuinen aan de Populierenlaan in Krimpen a/d IJssel. Meer info bij Jos de Nood, xxxxxx@xxxxxx.xx. Zaterdag 1 november2014 van 10.00 tot 15.00 uur De landelijke Natuurwerkdag is de start van het knotseizoen. In de oostelijke Krimpenerwaard gaan we knotten op de Koeneschans te Vlist (tegenover Oost Vlisterdijk 46a). Dit landje is sinds kort in bezit van het ZHL en heeft een goede snoeibeurt nodig. Wilt u zich vooraf opgeven via natuurwerkdag.nl. Meer info bij Edith Kuijper, xxxxxxxxx@xxxxxx.xx, xx xxxxxxxx.
4
Waardvogel – september 2014
Het weekend van 15 en 16 november 2014 Wintervogeltellingen, info bij Hans Kouwenberg, xxxxxxxxxx of Peter Berger, xxxx-xxxxxx. Zaterdag 22 november 2014 van 09.00 tot 13.00 uur Werken in de natuur. De locatie is nog niet bekend, dus informeer tegen die tijd bij Edith Kuijper, xxxxxxxxx@xxxxxx.xx, xx xxxxxxxx. Zaterdag 29 november 2014 van 13.00 tot 16.00 uur De jeugd gaat hutten bouwen van wilgentenen. Wilgentenen kun je niet kopen, dus ga je ze eerst zelf snoeien en dan daar een mooie hut van maken. Bij de beheerboerderij van het ZHL staat het gereedschap al klaar. Ben je tussen de 8 en 12 jaar, geef je dan vooraf op bij Mieke Verwaal, jeugd@nvwk.nl. Zaterdag 13 december 2014 van 09.00 tot 13.00 uur Natuuronderhoud in de boomgaard achter Opperduit 22, 2941 AK Lekkerkerk. We helpen hier al vele jaren in dit mooie stukje cultuurlandschap. De boomgaard is te bereiken via de afrit tussen nr. 14 en 18. Meer info bij Edith Kuijper, xxxxxxxxx@xxxxxx.xx, xx xxxxxxxx. Het weekend van 13 en 14 december 2014 Wintervogeltellingen, info bij Hans Kouwenberg, xxxxxxxxxx of Peter Berger, xxxx-xxxxxx. Zaterdag 10 januari 2015 van 09.00 tot 13.00 uur Het nieuwe jaar beginnen we goed door lekker te gaan werken in de natuur. De plek is nog niet bekend. Meer info bij Edith Kuijper, xxxxxxxxx@xxxxxx.xx, xx xxxxxxxx. Zaterdag 17 januari 2015 om 8.00 uur Traditioneel starten we het nieuwe jaar met een excursie van de voorzitter naar de Surfplas Reeuwijk. Max Ossevoort leidt de wandeling rondom de plas. Ook voor beginnende vogelaars is het een zeer geschikte excursie! We starten op de parkeerplaats bij het restaurant. De wandeling van ongeveer vijf kilometer duurt zo’n
drie uur, afhankelijk van hoeveel vogels er gezien worden. Info: xxxxxxxxx@xxxxxx.xx, xx xxxxxxxx. Tuinvogeltelling 17 en 18 januari 2015 De jaarlijkse tuinvogeltelling. Door een half uurtje vogels te tellen in uw eigen tuin krijgen natuurbeschermingsorganisaties een beter beeld van de vogelstand in bebouwd gebied. Ook leuk om met (klein)kinderen te doen! Op www.tuinvogeltelling.nl staat alle informatie.
Op de voorpagina:
Het weekend van 17 en 18 januari 2015 Wintervogeltellingen, info bij Hans Kouwenberg, xxxxxxxxxx of Peter Berger, xxxx-xxxxxx. Zaterdag 24 januari 2015 van 09.00 tot 13.00 uur Wat is er lekkerder dan in de winter een paar uur werken in de natuur? Vandaag kan Edith weer hulp gebruiken. De locatie is nog niet bekend. Meer info tegen die tijd bij Edith Kuijper, xxxxxxxxx@xxxxxx.xx, xx xxxxxxxx.
kleine hermelijnvlinder
Paul Schrijvershof Hoewel deze mooie nachtvlinder op het eerste gezicht wel iets weg heeft van een uiltje, behoort de kleine hermelijnvlinder (Furcula furcula) tot de familie van de tandvlinders – Notodontidae. De familie van de Tandvlinders omvat wereldwijd meer dan 3800 soorten, waarvan er 32 in Nederland en België zijn gezien. Tandvlinders hebben een dik lichaam en een behaard uiterlijk. Sommige soorten hebben aan de binnenrand van de voorvleugel een tandvormig uitsteeksel dat in rusthouding, wanneer de vlinder zijn vleugels dichtgevouwen heeft, aan de rugzijde zichtbaar is als een opvallende uitstulping. Vandaar de naam van deze familie. De antennen zijn relatief lang en bij de mannetjes meestal geveerd. In rust zijn ze vrijwel niet zichtbaar. Met deze geveerde antennen zijn ze in staat de geurstoffen die het vrouwtje verspreid om mannetjes te lokken, uit de lucht te filteren. De vleugeltekening van tandvlinders heeft vaak een duidelijke camouflagefunctie: overheersend bruine, grijze en witte tinten in een onopvallend en warrig patroon waardoor de vlinders één geheel vormen met een ondergrond van schors of dode bladeren. De vlinders kunnen geen voedsel opnemen. Hoewel de kleine hermelijnvlinder een gewone soort is die verspreid over het hele land aangetroffen kan worden, worden deze vlinders overdag maar zelden gevonden. Nachtvlinderaars hebben wel kans op een ontmoeting met deze vlinder, want de kleine hermelijnvlinder komt goed op licht af. Open plekken in het bos, struwelen en heiden hebben zijn voorkeur maar ook in parken en tuinen wordt de soort soms aangetroffen. Huig Bouter had deze mooie soort bijvoorbeeld een aantal keer in het Loetbos, op het fel verlichte laken. Ook elders in de Krimpenerwaard waar geschikte biotoop voorhanden is, zal deze fraaie nachtvlinder vast en zeker te vinden zijn. De vlinders zijn actief van april tot eind augustus. De eieren legt de kleine hermelijnvlinder vooral op wilg maar ook op (ratel)populier. Van juni tot september doen de rupsen zich te goed aan het loof. De tot 35 mm lange
Rups kleine hermelijnvlinder; foto: Ed Baumann
rups is heldergroen met een purperachtig bruine zadeltekening. Voelen de rupsen zich bedreigd dan heffen zij hun kop en achterlijf omhoog, daarnaast verschijnen uit hun gevorkte staart rode zweepachtige draden waarmee ze heen en weer bewegen in de hoop hun belager te imponeren en te verjagen. Na een aantal vervellingen verpopt de rups en overwintert in een stevige cocon die vastgehecht zit aan de bast van de waardplant, waarna in april de eerste kleine hermelijnvlinders weer tevoorschijn komen.
Foto van de maand: wespspin Maria Spruit De wespspin hebben we gekozen als de foto van de maand, omdat het een prachtige foto is van een interessant dier. Anita Melenboer maakte hem in de Heemtuin in Krimpen aan den IJssel. De wespspin (Argiope bruennichi), ook wel tijgerspin genoemd, is iets groter dan een kruisspin. Hij is een nieuwkomer. De spin is afkomstig uit het zuiden van Europa. Je mag hem niet tot de exoten rekenen, want de spin heeft op eigen kracht zijn verspreidingsgebied uitgebreid. In de maanden juli, augustus en september worden de meeste wespspinnen gezien. 2014 is een goed jaar voor de wespspin. Er zijn er in Nederland meer waargenomen dan ooit; tot 8 september 4700 exemplaren. Van mij mag hij zich uitbreiden, want het is een heel mooie spin. Ik hoop ooit een wespspin in mijn tuin te ontdekken. Hij houdt echter van lage begroeiing, zoals graslanden en bermen. In tuinen wordt hij in veel mindere mate waargenomen. In de Waardvogel van december 2013 staat een uitgebreid artikel over de wespspin. Waardvogel – september 2014
5
Betrapt en gesnapt Erik Kleyheeg
De vakantietijd is weer voorbij en dus ook de beruchte komkommertijd. Volgens traditie kunnen we zeggen dat de spannende tijd voor vogels er weer aan komt. Maar de afgelopen jaren hebben we steeds overtuigender bewijs gezien dat de zomer in de Krimpenerwaard alles behalve een saaie tijd voor vogelaars is. Ook dit jaar was de zomer vol verrassingen. In het waarnemingen overzicht hieronder vindt u spectaculaire soorten als zwarte ibissen, een vale gier, en zelfs een nieuwe soort voor de Krimpenerwaard! In juli en augustus dook af en toe een dodaars op in polder de Hooge Boezem (het Doove Gat) bij Haastrecht en op 31 juli zag Jannie Monhemius er een in polder De Nesse bij Ouderkerk aan den IJssel. Een paartje geoorde futen bracht op 1 juni een bezoek aan polder de Hooge Boezem en hoewel een paartje in geschikte broedhabitat even spannend leek, waren de futen de volgende dag alweer vertrokken. In hetzelfde gebied werd op 19 juli, 10 augustus en 31 augustus een roerdomp waargenomen, maar de soort heeft hier vrijwel zeker niet gebroed. Een onvolwassen kwak werd op 23 augustus ontdekt en gefotografeerd door Arie Kooy langs de Kromme Kade bij Bergambacht. ’s Avonds kon de vogel door anderen nog worden teruggevonden. Jannie Monhemius ontdekte op 20 juli een koereiger in polder Den Hoek welke ook op 26 juli werd gezien. Op 20 augustus werden maar liefst twee exemplaren gezien in polder Kattendijksblok en deze bleven enkele dagen in de omgeving aanwezig. Kleine zilverreigers werden met enige regelmaat kortstondig gezien polder de Hooge Boezem en tweemaal langs de Lek bij Bergambacht. Zijn grote neef keerde halverwege juli al massaal terug naar de Krimpenerwaard. In de polders rond Gouderak werden toen al meer dan 30 grote zilverreigers geteld. Op 23 juli zag Maria Spruit twee zwarte ooievaars neerstrijken in polder Beneden Haastrecht waar ze ook door andere vogelaars konden worden gezien. Op 22 augustus zag Jaap Graveland twee exemplaren overvliegen boven polder Berkenwoude en uiteindelijk zagen Harm Blom en Herman Offereins een exemplaar over de Krimpenerwaard trekken op 27 augustus. Twee zwarte ibissen kwamen op 3 juli slapen in polder de Hooge Boezem en waren de volgende dag vertrokken. Een verwilderde heilige ibis werd op 20 augustus door Jannie Monhemius gemeld bij Bergambacht. Lepelaars werden verspreid over de hele Krimpenerwaard gezien en een maximum van 18 exemplaren verbleef op 12 augustus in polder de Hooge Boezem. Op 31 augustus werden de eerste pijlstaarten weer waargenomen, waaronder een groep van 35 exemplaren boven Ouderkerk aan den IJssel. Zomertalingen werden duidelijk aangetrokken door de inundatie van polder de Hooge Boezem bij Haastrecht, want op 29 augustus telde Arie Dorsman daar maar liefst 22 exemplaren. Begin juni en eind augustus werden diverse overtrekkende wespendieven waargenomen en Harm Blom telde maar liefst 53 exemplaren boven Ouderkerk aan den IJssel op 27 augustus. Dit is waarschijnlijk het grootste aantal wespendieven ooit waargenomen in de Krimpenerwaard. Op 12 juli vond Ton de Groot een vale gier in een weiland langs Kadijk-West. Helaas werd de vogel na enkele
6
Waardvogel – september 2014
minuten verstoord door een tractor waardoor hij opvloog en niet meer door anderen kon worden gezien. Een blauwe kiekendief verbleef halverwege augustus enkele dagen in polder Keulevaart en de Hooge Boezem. Henk Gazan trof op 28 augustus een jagend smelleken aan in polder Schuwacht. Een vogel die niet werd gezien maar uitsluitend gehoord, was een kwartel in polder Bergambacht tussen 10 en 24 juli. Het bleef de enige waarneming van deze zomer in de Krimpenerwaard. Op 26 juli werd door Harm Blom een foeragerend porseleinhoen gevonden in het helofytenfilter in polder Den Hoek en vijf dagen later werd door ringers van Vogelringstation Nebularia een exemplaar gevangen in polder de Hooge Boezem. Jaap Graveland meldde op 26 juli een mogelijk roepend kleinst waterhoen achter de Kwakels, maar dat werd later niet meer teruggevonden. Enkele kluten bezochten in juni en augustus geschikte gebiedjes rondom Bergambacht en polder de Hooge Boezem. Op die laatste plek doken op 1 juni vier bontbekplevieren op, waarvan er een dag later nog drie werden teruggevonden. Op 10 juli werd door Bastiaan van de Wetering een zilverplevier gevonden bij een klein plasje in polder Den Hoek en op 30 augustus streken maar liefst 14 exemplaren neer in polder de Hooge Boezem. Aan overige steltlopers werd op dezelfde plek op 22 juli een kanoet gezien door Arie Dorsman, zaten er op 23 juli een kleine strandloper en een krombekstrandloper, op 20 augustus een drietal krombekstrandlopers, vanaf eind juli regelmatig enkele bonte strandlopers, tot 45 kemphanen in juli en augustus, maximaal 200 watersnippen en uiteindelijk werden er regelmatig zwarte ruiters, groenpootruiters en bosruiters gemeld. In het helofytenfilter in polder Den Hoek vond Rudi Terlouw op 2 augustus ook een tweetal krombekstrandlopers en met name in eind juli werden verspreid over de Krimpenerwaard regenwulpen gemeld. Bosruiters werden ook af en toe gezien in het helofytenfilter, net als groenpootruiters en witgatjes. Morrison Pot en Christel Welles zagen op 1 juni een roepende zwartkopmeeuw in polder de Hooge Boezem en een ander exemplaar werd op 3 juni gezien bij Berkenwoude door Minne Feenstra. Een enkele geelpootmeeuw werd gedurende de zomer vooral door Ton de Groot regelmatig gezien op verschillende plekken langs de Lek en op 30 juni en 12 juli zat bij Schoonhoven langs de Lek ook een Pontische meeuw. Opvallend veel kerkuilen werden gemeld uit het centrale deel van de Krimpenerwaard, wat overeen komt met een uitzonderlijk goed broedseizoen voor deze soort. De ijsvogel lijkt een klein beetje uit een dal te komen met behoorlijk veel
waarnemingen uit alle uithoeken van de Krimpenerwaard. Op 28 augustus werd door Hans van Elteren langs de IJsseldijk Noord een draaihals gefotografeerd. Een mannetje rouwkwikstaart heeft met een vrouwtje witte kwikstaart gebroed bij Ouderkerk aan den IJssel en werd in juni regelmatig waargenomen. Paapjes trokken in augustus in kleine aantallen door en werden vooral in de noordelijke helft van de Krimpenerwaard gezien. Een roodborsttapuit werd door Jan Koreneef gezien op 30 augustus in polder Vlist Westzijde. Op 24 augustus werd door Cor Oskam een ringvangst gedaan van een waterrietzanger in polder de Hooge Boezem. De vogel
werd uitgebreid gefotografeerd en betreft de eerste bevestigde waarneming van deze soort in het werkgebied van de NVWK. Het mag dus duidelijk zijn dat Krimpenerwaardse vogelaars eigenlijk helemaal geen tijd hebben voor zomervakantie en waarschijnlijk zal de herfst die voor de deur staat, ook weer volop bijzondere soorten brengen. Het is allemaal op de voet te volgen via krimpen.waarneming.nl, waarop bijzondere waarnemingen meestal in het veld al direct worden ingevoerd. U hoeft dus niets te missen!
V.l.n.r: geoorde fuut, foto: Anita Melenboer; waterrietzanger (links), eerste kalenderjaar, versus rietzanger, eerste kalenderjaar, foto: Cor Oskam; kwak, foto: Dirk-Jan van Roest; koereiger, foto: Hans Stoel
Waardvogel – september 2014
7
Waterrietzanger in het Doove Gat Tekst en foto: Cor Oskam Sinds enkele jaren is VRS Nebularia ook actief met vogelonderzoek in het Doove Gat in Haastrecht. We kijken er naar de ontwikkeling van de avifauna in relatie met de nieuwe natuur. De meeste vogels zijn moeraszangers. Kleine karekieten en rietzangers zijn het grootst in aantal. Tijdens een van de controlerondjes op zondagochtend 24 augustus, een dag voor het gebied onder water werd gezet, zagen we tussen de vele rietzangers een afwijkende rietzanger in het mistnet hangen. Bij een net aangekomen doe ik altijd even een quick scan en bij het zien van deze vogel kwam er al direct adrenaline naar boven. Bingo. Ik stopte de vogel in een bewaarzakje en gaf Arie Dorsman te kennen dat het om een bijzondere vogel ging en dat we er later uitgebreider naar zouden gaan kijken. Toen het bewuste zakje open ging, kregen we inderdaad de bevestiging van een waterrietzanger. Alles klopte aan de vogel en met een rietzanger als vergelijking waren de verschillen duidelijk zichtbaar. De kenmerken voor deze soort zijn op de foto bij Betrapt en Gesnapt op de vorige pagina en op onderstaande foto goed te zien. De meest belangrijke kenmerken van de waterrietzanger zijn de contrasterende roomgele kruinstreep. Verder de donkere patch op de mantel met daarlangs de gele banen van de schouder naar de stuit. Die banen worden ook wel tramrails of bretel genoemd en zijn goed zichtbaar in het veld. Daarnaast zijn de warmbruine bovenstaartdekveren (bsd) voorzien van duidelijke zwarte strepen. Let op! Vooral jonge rietzangers laten ook wel een kruinstreep zien en soms ook wat streepjes op de bsd, maar die zijn veel diffuser. De borst van jonge rietzangers is vaak gespot. Bij een jonge waterrietzangers is dit niet het geval. Dat zie je juist weer bij de oudere vogels. De totale wereldpopulatie is relatief klein en kwetsbaar. De grootste aantallen zijn te vinden in Biebrzamoerassen in Noordoost-Polen. Die hebben een beschermde status en dat is maar goed ook. Juist in die gebieden groeien de populatieaantallen. De vogel van het Doove Gat komt daar waarschijnlijk vandaan en is op weg om via Frankrijk en Spanje naar Afrika te vliegen. De aanwezige biotoop in het Doove Gat lijkt momenteel veel op dat waar de waterrietzangers in Polen broeden. Er is een maal eerder een waterrietzanger gemeld vanuit de Krimpenerwaard en wel op 27 september 1998 (Avifauna Krimpenerwaard 2004). Waar en door wie wordt niet vermeld. Op 4 september werd tot grote vreugde van de aanwezigen een tweede waterrietzanger gevangen in het Doove Gat. Waterrietzanger, een zeldzame doortrekker
Muggen M. Bersma Ik krijg je wel gemeen sujet, ik pàk je, let maar op,
Voldaan zie ik het resultaat, een bloedvlek aan de wand.
al vlieg je zingend om mijn hoofd, ik sla je op je kop.
Ik klim, bevrijd van het gezang weer in mijn ledikant.
Je houdt mij uren uit de slaap, daar word ik razend van,
Maar juist als ik mijn ogen sluit, daalt er zo’n loeder neer.
Je wandelt op mijn kamermuur; Ik mep zo hard ik kan.
Ik zucht en pak m’n oude sok. ‘k Ga op safari weer.
8
Waardvogel – september 2014
De Hooge Boezem / Het Doove Gat Avondexcursie vogels Erik Kleyheeg Terwijl op 23 juli onze gedachten nog waren bij de rouwstoet met de eerste slachtoffers van de vliegramp die terug kwamen naar Nederland, verzamelden we ons tegen 20.00 uur op de parkeerplaats bij het volkstuinencomplex naast het Doove Gat bij Haastrecht, voor een avondexcursie van de NVWK. Het werd snel duidelijk dat de animo voor deze avondwandeling groot was, waarschijnlijk vooral door het warme en zonnige weer. Maar ook de bijzondere vogelwaarnemingen die recent in dit kleine gebiedje gedaan werden, zouden kunnen meespelen in de grote belangstelling. Ik durfde geen beloftes te doen over bijzondere soorten, maar het gebiedje dat we zouden gaan bekijken is zeer geschikt voor steltlopers en hun trek kwam net lekker op gang. Alles was dus mogelijk! Met licht gespannen verwachtingen liep de groep van ruim twintig mensen langs de Zijdeweg, waar ze een korte uitleg kregen over het ringwerk van Vogelringstation Nebularia dat in de rietstrook plaatsvindt. Ondertussen vlogen er al volop visdieven en scholeksters rond en een groenling liet zich kort bekijken bovenin het koolzaad. Enkele rietgorzen vlogen heen en weer tussen de rietstrook en de ruigte in het moerasgebiedje. Bij het afgeplagde moerasgebiedje in polder de Hooge Boezem achter Haastrecht maakten we gebruik van een gemaaid stukje kade om het gebiedje te overzien. Hier werden snel de eerste leuke soorten opgemerkt, zoals kemphanen, kleine plevieren met jongen, watersnippen en slobeenden. Een slapende zomertaling in eclipskleed determineren was een uitdaging voor gevorderden, maar door de telescoop kon iedereen het markante koppatroon goed zien en vergelijken met de nabije slobeenden. Een klein stukje verderop konden we het gebiedje vanuit een net andere hoek bekijken met de ondergaande zon in onze rug. Hier werden witgatjes gezien en konden we de zwarte ruiter, met nog wat donkere vlekjes op de buik, vergelijken met een tureluur. Ook de ‘s ochtends gemelde kleine strandloper bleek nog aanwezig te zijn en scharrelde rustig rond, een zeldzame soort in onze regio!
Terwijl we rustig naar de andere kant van de plas liepen, kon er uitgebreid kennis worden gemaakt met de nieuwe gezichten in de groep en werd er druk bijgepraat met oude bekenden. De laatste stralen zonlicht vielen over het gebiedje toen we aan de andere kant aankwamen en een vrouwtje kemphaan kreeg daardoor een mooie roze gloed over haar buik. Vanuit polder Vlist-westzijde kwamen zwarte sterns het gebied invliegen om er te gaan slapen en een zomertaling werd nog eens aandachtig bekeken. Een klein groepje grutto’s werd een veilige reis naar Afrika toegewenst, want zij zullen kort daarna vertrokken zijn. Bij het wiel langs de Vlist zat in het riet nog een kleine karekiet te zingen, maar de jonge ransuilen die eerder gezien waren, bleven vanavond verscholen in de struiken. In de schemering liepen we langs de rietstrook weer terug richting het volkstuinencomplex. Onderweg hoorden we nog heel kort een snor zingen en een jagende boomvalk schrok van ons toen hij laag over de rietstrook aan kwam vliegen. Terug op de parkeerplaats namen we afscheid en konden we terugkijken op een geslaagde en gezellige excursie. Ik was erg blij om te zien dat er zoveel belangstelling was voor deze avondwandeling en ik hoop iedereen bij de volgende excursies ook weer tegen te komen!
Effect waterberging op vogelstand Erik Kleyheeg Het gebeurt niet elke dag dat een klein poldertje in de Krimpenerwaard in het nieuws is. Eind augustus was dat echter wel het geval: polder de Hooge Boezem achter Haastrecht (ook bekend als het Doove Gat, red.) werd landelijk nieuws toen het op 25 en 26 augustus onder water werd gezet. Sinds het gebiedje afgelopen winter werd heringericht is het erg interessant voor vogels en dus ook voor vogelaars. Toen een aantal weken geleden bekend werd gemaakt dat de polder bij wijze van test onder water gezet zou worden, waren velen dus benieuwd welke invloed dat zou hebben op de vogelstand. Vanaf 25 augustus werd 70.000 m3 water de polder ingelaten waardoor deze voor het grootste deel onder water kwam te staan. Na deze test werd het water weer langzaam uit de polder weggepompt. Een natte polder bleef achter en zoals verwacht had dat een groot effect op de vogelstand, in ieder geval op de korte termijn. De aantallen watervogels stegen binnen enkele dagen snel. Vooral eenden en meeuwen kwamen af op het gebied, waarschijnlijk omdat er veel voedsel beschikbaar kwam en ze veilig op het water konden slapen. De grafiek laat zien dat kokmeeuwen en wintertalingen sterk in aantal toenamen na de vernatting van de polder. Naast kokmeeuwen en wintertalingen waren sinds de vernatting van polder de Hooge Boezem ook opvallend veel zomertalingen en watersnippen te zien. Toen het water weer werd weggepompt bleven er veel plassen op de weilanden achter waardoor het gebied nog langere tijd interessant bleef voor steltlopers. Dat zorgt midden in de trekperiode van steltlopers voor een prachtige plek om vogels te kijken! De verwachting is dat polder de Hooge Boezem de komende jaren af en toe onder water zal worden gezet bij extreme neerslag. De NVWK zal nauwgezet in de gaten blijven houden hoe vogels daarop reageren.
Waardvogel – september 2014
9
400
35
350
30
300
25
250
20
200 15
150
10
100
5
50 0 10-8-2014
Wintertaling
Kokmeeuw
Aantalsverloop van kokmeeuw (rechte lijn) en wintertaling (onderbroken lijn) in polder de Hooge Boezem achter Haastrecht volgens de waarnemingen op krimpen.waarneming.nl. De verticale stippellijn geeft het moment aan waarop de polder onder water gezet werd.
0 14-8-2014
18-8-2014
22-8-2014
26-8-2014
30-8-2014
Natuurontwikkeling Arie Dorsman Eind 2013 is de definitieve natuurinrichting gestart in polder de Hooge Boezem achter Haastrecht, in de volksmond beter bekend als het Doove Gat. Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden heeft samen met het Zuid-Hollands Landschap gezorgd voor een prachtig stukje nieuwe natuur dat indien nodig ook gebruikt kan worden voor waterberging bij calamiteiten. Het resultaat is een mooi landschap met veel diversiteit: weiland, water, eilandjes, slikranden, lisdodde- en pitrusveldjes en een mooie brede rietkraag. Het gebiedje, begrensd door de Vlist en de Zijdeweg, bevindt zich nu in de pioniersfase van ontwikkeling. Het is open en waterrijk met enkele grotere slikplaten. Dit trekt nu veel verschillende steltlopers aan. Mogelijk dat het karakter van het gebiedje in de loop der jaren gaat veranderen in de richting van rietlanden en moerasbosje. Omdat dit nieuwe natuurgebiedje vlakbij mijn huis ligt kom ik er dagelijks om naar vogels te kijken. Maar ook een aantal andere leden van de NVWK die vlakbij wonen (Cor, Erik, Ton, Maria, en Morrison) zijn vaak aanwezig. Al direct vanaf het begin was het er boeiend. De kranen en trekkers met kiepkarren waren nog niet weg of de eerste vogels lieten zich al zien. Naast de verwachte vogels als tureluur, grutto en scholekster werden er ook bosruiters, kemphanen en zwarte ruiters gezien. Bijna een week lang riep er een roerdomp. Naarmate het seizoen vorderde nam de soortenrijkdom snel toe. Ook het aantal leden van de NVWK dat een bezoek bracht aan het Doove Gat steeg snel, omdat er heel veel mooie vogelsoorten gezien werden. Bijzondere gasten als steenloper, krombekstrandloper, Temmincks strandloper en kanoet kwamen er enkele uren of dagen foerageren om nieuwe energie op te doen voor de trektocht naar hun broedgebieden. De zwarte ibis en de steltkluut waren kort in het Doove Gat aanwezig. De twee kluten die gezien werden vertoonden zelfs broedgedrag, maar ze vlogen helaas verder. Ook het paartje geoorde fuut leek nestplannen te hebben, maar na enkele dagen vlogen ook zij verder. Visdieven en kleine plevieren kwamen wel succesvol tot broeden, evenals de tureluren, grutto’s, scholeksters en een paartje bruine kiekendief. In de rietkraag kon je blauwborsten, rietzangers, rietgorzen, kleine karekieten en snorren horen en een enkele waterral.
10
Waardvogel – september 2014
Veel vogels hebben zich laten zien tijdens de voorjaarstrek. De kraanvogel, witwangstern, witvleugelstern en zwartkopmeeuw zijn door een aantal mensen waargenomen. Op een mooie voorjaarsavond vloog er een prachtige wespendief over het gebied. In de zomerperiode was het even iets stiller. Vooral de kokmeeuwen en zwarte sterns lieten zich goed bekijken. En natuurlijke waren de grauwe gans, de grote Canadese gans, de nijlgans en de brandgans bijna altijd te bewonderen. Maar al snel kon je elke dag ook lepelaars vinden in het gebied, naast de grote zilverreigers en blauwe reigers. Er zijn zelfs enkele kleine zilverreigers waargenomen. Begin augustus werd het al snel weer druk met bijzondere vogels die op de terugweg waren van hun broedgebieden naar de overwinteringsgebieden. Bosruiter, zwarte ruiter, groenpootruiter, zomertaling, wintertaling en kleine strandloper lieten zich zien. De afgelopen weken werden veel kemphanen en watersnippen geteld. Elke avond komt er een grote groep van tachtig wulpen om te slapen in het ondiepe water. Erik Kleijheeg en Cor Oskam voeren een ringproject uit in het Doove Gat. Zij hebben ook een aantal bijzondere vogels kunnen ringen zoals porseleinhoen en waterrietzanger. Op 25 augustus is Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden gestart met een proef om water te bergen in het Doove Gat. Er werd in 48 uur een kleine 73000 m3 water ingelaten via de Vlist. Het Doove Gat kan in de toekomst gebruikt worden als calamiteitenberging. Als er een periode is waarbij veel regenwater valt dat niet op tijd via de Vlist en de Hollandse IJssel afgevoerd kan worden, kan dat tijdelijk opgevangen worden in het Doove Gat. Dit poldertje heeft
die functie al eeuwen gehad en toen draaiden zeven watermolens het water uit de Vlist in de boezem. Op 27 augustus, rond 9.30 uur ging de duiker onder het Boezemmolenpad weer dicht. De polder stond toen voor het grootste gedeelte onder water inclusief de omringende weilanden.
Bovenste foto: Arie Dorsman Kaartje en luchtfoto: http://www.hdsr.nl/
Die waterberging zal incidenteel nodig zijn. Voor het overgrote deel hebben we er een prachtig natuurgebiedje bij. Prima overzichtelijk en makkelijk bereikbaar voor iedereen, rijk aan planten- en dierenleven. Een mooi voorbeeld van hoe aan biodiversiteit gewerkt kan worden.
Weidevogels beschermen door extensieve beweiding Klaas de Mik Als vrijwilligers van de weidevogelwerkgroep helpen wij de boeren bij het beschermen van de weidevogels. Als er geen contract voor uitgestelde maaidata is afgesloten of als de percelen met weidevogelnesten niet onder mozaïekbeheer vallen, is tijdens het bewerken van het land de kans groot dat een nest wordt vernield door landbouwwerktuigen. De vrijwilligers zoeken dan de nesten op en markeren deze zodat de boer of loonwerker de nesten kan sparen. Het beschermen van de gevonden nesten werkt succesvol, want van de gevonden nesten komt ca. 80% uit. Het is duidelijk dat deze manier van beschermen zinvol is en de weidevogelstand ten goede komt als de pullen daarna de kans krijgen om vliegvlug te worden. Het opsporen van de nesten is een vaardigheid die enkele jaren duurt om aan te leren. Vooral het vinden van een gruttonest in kniehoog gras is erg lastig. Daarnaast is de tijd kort tussen de leg van het eerste ei en het maaien van het gras. Het is dus een zeer moeilijke opgave om alle gruttonesten te vinden en te beschermen. Ondanks alle inspanningen zal daarom een deel van de gruttonesten verloren gaan zonder dat ze opgemerkt worden. Als de eieren uitgekomen zijn, wordt het legsel als zodanig genoteerd. Hierna beginnen pas echt de gevaren voor de jonge pullen. Ze stappen uit hun kleine beschermde eilandje en lopen het kale pas gemaaide land op. Zonder beschutting hebben ze weinig kans tegen predatoren. Ook is er gevaar voor hongerdood, omdat er nauwelijks insecten voor de pullen te vinden zijn op pas gemaaid land. Het zou natuurlijk het beste zijn als al het land waar weidevogels broeden, niet gemaaid wordt tot alle vogels vliegvlug zijn. Dit is echter financieel niet haalbaar en past bij de meeste boeren niet in het beleid. Een goed alternatief is extensief beweiden. Bij extensieve beweiding lopen er hooguit een tiental koeien op een perceel. Hierbij gaat het in de regel niet om melkkoeien, maar om kalveren of pinken. Op een perceel waar koeien grazen, staan nog pollen gras. Deze pollen gras bieden een prima beschutting voor het nest van een grutto. Bij naderend gevaar kan de grutto van het nest sluipen en zo de boel misleiden. De koeienvlaaien trekken insecten en andere diertjes aan die tot voedsel dienen voor de jonge pullen. Alles bij elkaar een prima leefomgeving voor de grutto. Sommigen zijn van mening dat de nesten vertrapt worden door de pinken als deze in een weiland met nesten staan. De praktijk wijst echter anders uit. Een grutto is goed in staat om een pink bij zijn nest weg te houden. Daarnaast staat een pink niet met haar ogen dicht te grazen. Zij let wel degelijk op wat er gegeten wordt en grutto’s staan niet op het menu. Voorwaarde is dat de pinken met rust gelaten worden. Ze zijn nieuwsgierig en speels en zullen bij nadering naar je toe rennen. Op dat moment letten ze even nergens op en kan er een nest sneuvelen. BroedEendenGeriefAls weidevogelbeschermer kunnen we het bij de boer bespreekbaar kooi gebied bosje maken om jongvee in het voorjaar te weiden waar we de meeste weidevogels verwachten. Meestal is dit al bekend bij de vrijwilliger en de boer, omdat weidevogels normaal terugkeren naar hetzelfde land. Het kan ook vrij nauwkeurig bepaald worden aan de hand van de ligging van de percelen. Grutto’s zullen normaal niet broeden binnen 200 meter van wegen en bosjes in het land. Bij boerderijen en huizen kunnen we zelfs een afstand van 300 meter rekenen als ongeschikt voor de grutto’s. Als deze cirkels op een kaart uitgezet worden, blijft slechts een beperkt gebied over waar grutto’s kunnen broeden. Als we de boer kunnen bewegen om precies in dit gebied zijn jongvee te weiden, dan kunnen we de weidevogels beschermen zonder veel moeite en kosten.
12
Waardvogel – september 2014
Voor kieviten geldt ongeveer hetzelfde, met dit verschil dat maïsland een enorme aantrekkingskracht heeft op kieviten. Daarnaast broeden kieviten liever op land waar schapen grazen. Niet elk perceel is echter geschikt voor het telen van maïs, dus hier kan de boer meestal niet flexibel in zijn. Maar we kunnen het wel onder de aandacht brengen van de boer. We kunnen ook andersom denken: een boer heeft een perceel met maïs of jongvee, maar door de aanwezigheid van een griend met hoog opgaand hout is het perceel ongeschikt voor weidevogels. Dan kunnen we de boer vragen om, in de winter, te helpen met het zagen van de griend. Hierdoor ontnemen we de kraaien een uitkijkpost en is het voor de weidevogels wat veiliger.
Gasboring in de Krimpenerwaard Max Ossevoort We hebben het kunnen lezen in de plaatselijke kranten: de Canadese olie- en gasmaatschappij Vermillion heeft een concessie om in de Krimpenerwaard naar gas te boren. De boorlocatie staat gepland aan de Hoenkoopse Buurtweg, precies op de scheiding van de provincie Zuid-Holland en Utrecht en tevens van de gemeenten Vlist en Oudewater. Het plan is om vanaf die locatie schuin te boren in de richting van het riviertje de Vlist tot een diepte van 2000 m, waarbij horizontaal gemeten een afstand wordt overbrugd van 750 m. Bij een eerdere boring in 1983 door de Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM) is gebleken dat er gas zit. Wanneer er gas in een, voor deze tijd, economisch winbare hoeveelheid wordt aangetroffen draagt dit bij aan de totale beschikbare hoeveelheid gas in Nederland. Maar waar hebben we het precies over? Op maandag 8 september werd door het Comité Haastrecht-Vlist Gasvrij een voorlichtingsavond georganiseerd in cultureel centrum Concordia in Haastrecht om uitleg te geven over het project en om te vertellen waarom het comité negatief staat tegenover de boring. Er was een zeer grote opkomst en voor de pauze kregen een aantal sprekers het woord. Jaap Verhage, voorzitter van het comité, legde uit wat de bezwaren tegen de boring zijn en dat het comité om die reden een brief heeft geschreven aan minister Kamp van Economische zaken. Andere sprekers waren Nico Tielens, vertegenwoordiger voor Vermillion, Peter Polder, onafhankelijke deskundige op het gebied van duurzame energie en Bart Crouwers, wethouder van de gemeente Vlist. Peter Polder legde uit dat het soort gas waarnaar geboord gaat worden ‘tight’ gas heet, gas dat moeilijker winbaar is dan conventioneel gas, zoals in Slochteren. Dat bevindt zich in een grote bel en kan nadat het is aangeboord, eenvoudig omhoog gezogen worden. Anderzijds is tight gas gemakkelijker te winnen dan schaliegas, dat opgesloten zit in poreus leisteen dat door middel van ‘fraccen’ of ‘fracken’ verpulverd wordt waarna het gas vrijkomt en gewonnen kan worden. Bij tight gas wordt eveneens gebruik gemaakt van ‘fraccen’ omdat het gas tussen ondoordringbare lagen is opgesloten, maar niet op dezelfde schaal als bij schaliegas. Bij gaswinning kan de jaarlijkse bodemdaling van 2 cm met een paar cm per jaar toenemen met alle mogelijk schade van dien. Daarnaast gaf hij aan dat het verbruik van aardgas in Nederland omlaag gaat doordat we steeds meer gebruik gaan maken van alternatieve energie, wat immers de toekomst is. Peter Polder vindt derhalve dat deze boring niet door moet gaan. Wat is eigenlijk fraccen? We spreken van fraccen als er op de diepte waar het gas zich bevindt na eerst horizontaal boren, met chemische middelen de bodemlagen losgemaakt worden, waardoor het gas vrij komt. Het risico bij het fraccen is dat er scheuren in die lagen ontstaan die een verbinding kunnen maken met de op dit moment al in het gebied bestaande breuken. Het
betreft hier breuken die van 2000 m diepte tot aan de oppervlakte lopen en die ook westwaarts doorlopen, onder het riviertje de Vlist door. U begrijpt het al: op het moment dat die scheuren de breuken bereiken kunnen de chemische middelen die gebruikt worden bij dit proces samen met het gas naar de oppervlakte komen, wat schadelijke gevolgen zal hebben voor het milieu, maar ook voor natuur en volksgezondheid. Nico Tielens van Vermillion gaf aan dat de firma veel ervaring heeft met het winnen van tight gas en dat er nauwelijks tot geen risico aan de boring verbonden zou zijn. We moeten ons hierbij wel de belangen van zijn maatschappij voor ogen houden: die moet aardgas produceren om winst te kunnen maken!! Hij gaf desgevraagd ook toe dat er weliswaar gesproken wordt over een proefboring, maar dat bij vaststelling van een economisch winbare hoeveelheid gas er onmiddellijk doorgegaan wordt met de winning met behulp van fraccen. Mede gezien de te verwachten relatief kleine hoeveelheid zal het gas ter plaatse in een centrale verwerkt gaan worden waarbij ook ‘afgefakkeld’ zal worden. Dit in tegenstelling tot winning van een groot veld, waarbij het gas via een pijplijn wordt afgevoerd naar een andere locatie. Bart Crouwers gaf in zijn verhaal aan dat de (eind-)verantwoordelijkheid ligt bij minister Kamp, maar hij werd er in de tweede sessie wel op gewezen dat de gemeente de mogelijkheid heeft om ‘neen’ te zeggen tegen de door Vermillion aangevraagde omgevingsvergunning. Uit de reactie van het aanwezige publiek bleek dat men inderdaad van de gemeente Vlist verwacht dat de omgevingsvergunning geweigerd zal worden op grond van de onderkende en ingediende bezwaren. Op 30 september neemt de gemeenteraad een definitief besluit over het verstrekken van een omgevingsvergunning. Het standpunt van het bestuur van de NVWK is dat, mede op basis van de hierboven al vermelde bezwaren, verder in aanmerking nemend dat de boorlocatie in een stiltegebied met weide- en watervogels ligt (en stil zal het hele proces zeker niet zijn), we op grond van onze doelstellingen tegen deze boring moeten zijn. Maar wat is uw mening? Laat het ons a.u.b. weten via ons e-mailadres info@nvwk.nl.
Waardvogel – september 2014
13
Boven: jonge bosuilen, foto: Els Kooij Rechts: ransuil, Eugeniusz Kowalski
Kerkuilnieuws Jaap Graveland In de vorige Waardvogel stond al een artikel naar aanleiding van het heuglijke feit dat we weer kerkuilen hebben in de Krimpenerwaard. Het nieuws wordt steeds beter. Sinds dat artikel zijn er twee broedgevallen bijgekomen. De teller staat nu op vijf. In alle gevallen werd het broedgeval bekend doordat bewoners ons belden met: ‘er zitten kerkuilen in onze schuur’ of omdat we ze aantroffen bij het nalopen van nestkasten die we ooit eens opgehangen hebben. We hebben al deze kasten nu gecontroleerd. Nieuwe broedparen komen we bijna alleen op het spoor als de bewoners meldingen doorgeven. Dus het is heel goed mogelijk dat er nog meer zitten. Naast de vijf broedgevallen, zijn op twee plekken kerkuilen waargenomen. Daarom bij deze opnieuw de oproep om contact op te nemen als je vermoedt dat ergens een kerkuil zit. De vogels maken unieke krijsende of sissende geluiden. Google maar even met ‘geluid mp3 kerkuil’. We zijn benieuwd.
14
Waardvogel – september 2014
Piepende schommels Jaap Graveland “Namens mijn zoon meld ik twee jonge uilen, piepend als een schommel op de Kerkweg in Ouderkerk aan den IJssel ter hoogte van het oude tankstation van Dekker.” “De ransuil die ik gemeld heb, zit er al een aantal jaar. Dit jaar viel het een aantal andere campingbewoners op dat ze jongen hadden. Het zeurderige gepiep van, volgens mij, drie kuikens hield de buurt wakker. In de schemer begonnen twee volwassen ransuilen de hongerige kuikens te voorzien van gevangen muizen en zo. Mooi gezicht. Echt heel leuk om mee te maken.” Twee berichten naar aanleiding van het persbericht van de uilenwerkgroep met de oproep om waarnemingen van ‘piepende schommels’ aan ons door te geven. De Vogelatlas Het kwam eigenlijk door de Vogelatlas. In heel het land vindt sinds 2012 een grote vogeltelling plaats (zie www.vogelatlas.nl). Doel van dit driejarige project is om een nieuwe ‘atlas van de Nederlandse vogels’ te maken. Vijftienhonderd vrijwilligers doen hiervoor systematische tellingen. Over twee jaar zullen er van alle Nederlandse vogels gedetailleerde verspreidingskaarten zijn. Leuk om aan mee te werken en ook nuttig: de gegevens worden gebruikt voor natuurbescherming, bestemmingsplannen etc. Iedere vrijwilliger heeft zijn eigen ‘Atlasblok’ van vijf bij vijf kilometer waarin hij de vogels telt. Zo was ook ik dit voorjaar aan de slag. De ransuil Maar ransuilen zijn lastig te tellen: de mannetjes roepen weinig en hun roep is zacht. Dit jaar viel het me op dat in alle drie de ransuilterritoria die ik kende uitgevlogen jongen zaten te roepen. Die jongen roepen juist heel veel: zo’n beetje elke tien seconden, onophoudelijk, weken lang. De roep is tot op meer dan 100 meter te horen. Dit jaar zijn er ontzettend veel muizen, onder andere door de zachte winter. Onze huiskat, die normaal twee muizen per jaar vangt, raakt haar brokken al maanden nauwelijks aan. Het was dus te verwachten dat de meeste ransuilparen jongen zouden hebben. En via de jongen zouden we vrij eenvoudig een mooie schatting kunnen krijgen van het aantal broedparen. De uilenwerkgroep is vooral met de steenuil bezig, omdat die onze hulp goed kan gebruiken. De bosuil krijgen we er bijna gratis bij, omdat hij zo veel roept en veel mensen de karakteristieke roep goed kennen. Dus we hebben er veel waarnemingen van. Maar de ransuil bungelde er een beetje bij. En toen was er dit buitenkansje. Tijd voor actie. Persbericht De ransuil broedt tegenwoordig vooral waar mensen wonen, in de woonkernen en in de bebouwingslinten in het buitengebied. Dat komt omdat ze zelf geen nest bouwen, maar gebruik maken van oude nesten van kraaien en eksters. Die zitten bij ons mensen, want wij kieperen veel eten weg, zorgen voor verkeersslachtoffers en maken compost- en mesthopen. Eten in overvloed dus. Bovendien is in het buitengebied de havik actief, en die grijpt ook wel eens een ransuil. Dat speelt waarschijnlijk ook een rol. De roep van een jonge ransuil is makkelijk te herkennen: die lijkt sterk op een piepende schommel. De meeste kinderen liggen om een uur of tien wel in bed. De jonge
ransuilen worden dan juist wakker. Dus een piepende schommel na tien uur is een ransuil. Simpel. Kortom, de bewoners in de Krimpenerwaard konden ons misschien goed helpen bij het tellen. Wij komen immers lang niet overal. We maakten daarom een persbericht met een oproep om waarnemingen van piepende schommels aan ons door te geven. We zetten de oproep ook op onze site (www.nvwk.nl). Veel reacties De oproep verscheen in Het Kontakt, maar alleen in de editie voor de westelijke Krimpenerwaard. We kregen ca. twintig reacties, bijna allemaal uit dat gebied. Een ransuilpaar met jongen midden in de kern van Ouderkerk spande de kroon: het werd maar liefst zes keer gemeld. We weten nu bijna elke straat die ze gebruikten. Er kwamen ook meldingen van plaatsen waar nog nooit ransuilen waren waargenomen, omdat er weinig vogeltellers komen. Al met al dus hele leuke resultaten! De Krimpenerwaard bij nacht Ik was zelf ook wel nieuwsgierig geworden. In juni en juli heb ik daarom op zeven avonden met de fiets de Krimpenerwaard doorkruist. Tussen half elf en een uur of twaalf, vooral de gebieden waarvan we nog weinig waarnemingen hadden. Het was een mooie ervaring. Het is stil, je beleeft de Krimpenerwaard heel anders dan overdag en het was natuurlijk best spannend: hoeveel uilen zouden er zitten? Ik was ook wel benieuwd welke vogels je überhaupt hoort op dat tijdstip. Dat viel trouwens een beetje tegen. Kieviten en meerkoeten, geen kwartels, geen rallen. Maar wel uilen. Eén avond leverde helemaal niks op, zelfs geen bosuil, maar de andere avonden was het raak. Flink wat ransuilen, veel bosuilen en één kerkuil. Ik leerde opnieuw dat je niet moet denken: er zijn geen waarnemingen in dit stuk, het lijkt ook niet zo geschikt, er zal wel niks zitten. Toch doorrijden leverde een stuk of vijf ransuilen op, op voorheen onbekende locaties. En ook bosuilen. Bijvoorbeeld op de Kadijk ten noordoosten van Bergambacht, een deel van mijn atlasblok. Het was 21 juni, elf uur, al aardig donker, ik moest ook nog terug en de wekker zou weer om zes uur gaan. Verderop was alleen weiland. Toch maar even doorrijden tot de rand van m’n atlasblok. Hoor nou eens, een jonge bosuil. Waar zit die dan? Er was hier toch alleen weiland? Honderd meter verder: daar zaten ze, drie jonge bosuilen, wiebelend op een hek. Onder drie eenzame bomen, in de schemer van de langste dag.
Waardvogel – september 2014
15
Weer twee paren 19 juli. Ik rijd de dijk op bij Bergambacht. Shoot, vergeten dat ze die nog aan het versterken zijn. Het wegdek is puin, letterlijk. Dus hobbelend richting Ammerstol. Half twaalf. Wat doe ik hier? Straks is m’n band lek. Ik had ook thuis op de bank kunnen zitten, met een whisky’tje en een krantje. Nou ja, ik ben er nu toch. Door dan maar. Anders heb ik er weer spijt van. Vlak voor Ammerstol: hé, daar hoor ik jonge ransuilen! Weer een broedpaar erbij. Bij Schoonhoven wil ik de dijk af en dan via de groene stadsrand naar de Tussenlanen. Hoe heet het hier? De Hem. Effe onder die lantaarn staan, dan kan ik kijken of ik er hier af moet. Ah, inderdaad. Dus ik reed de dijk af richting de N210. Halverwege de helling: verdraaid, weer een ransuiljong, aan de overkant van de N210. Van hier werd nooit eerder een ransuil gemeld. Het resultaat De teller staat nu, 31 augustus, op het moment dat ik dit artikel schrijf, op 21 getelde broedparen, bijna allemaal met uitgevlogen jongen. Ik was net nog even in het Loetbos. Daar riep nog steeds een ransuiljong, op dezelfde plek als waar ik hem voor het eerst hoorde op 27 juni… Er is dus nog steeds kans op nieuwe waarnemingen. We hebben ontdekt dat als er jonge uilen zitten, de waarnemingskans bijna 100% is. De resultaten bevestigden dat bijna alle ransuilen broeden in de buurt
Jonge kerkuilen
van mensen. Het leukste voorbeeld is het paar in het Loetbos; een groot bos midden in de weilanden met middenin een restaurant, een boerderij en wat huizen. En een paar oude ekster- en kraaiennesten. Elders in het Loetbos zitten alleen nog twee kraaiennesten. Door het hele bos is geschikt jachtgebied. Maar in het hele bos zit maar één ransuil: bij die boerderij in de buurt. Mogelijk hebben we enkele broedparen gemist, omdat ze geen uitgevlogen jongen hadden. Of omdat ze op plekken zaten waar we niet hebben gekeken: voormalige eendenkooien en geriefbosjes midden in de weilanden; onverharde tiendwegen met wat bomen erlangs, de begraafplaats van Lekkerkerk, etc.. Of omdat de jongen niet riepen toen wij er waren, maar dat kunnen er niet veel zijn. Al met al denk ik dat er ongeveer 25 broedparen in de Krimpenerwaard zitten. Op basis van de waarnemingen van 2013 en 2014 is de voorzichtige conclusie dat de volwassen vogels erg plaatstrouw zijn. Kortom, ik denk dat we nu een heel goed beeld hebben van de territoria in de Krimpenerwaard. Maar wie weet: door de goede muizenstand zijn er dit jaar veel jongen uitgevlogen. Die moeten allemaal weer een plek vinden. Misschien zitten we volgend jaar wel boven de dertig paar, en zitten ze op nieuwe plekken. We hebben nu een mooie basis. De ransuil was een vage kennis, maar blijkt een goede buur.
in de Krimpenerwaard
Tekst en foto’s: Peter de Mooij Gisteravond heb ik bij het ringen van jonge kerkuilen de foto’s mogen maken. In de Krimpenerwaard, wat altijd een gebied is geweest waar de kerkuilen het niet zo best deden, is het dit jaar een uitgesproken goed jaar geweest voor wat betreft het broed van deze soort. Verschillende nesten deden het bijzonder goed, gelukkig maar. Deze nestkast, die door de bewoner in zijn oude schuur was geplaatst, werd bevolkt door acht gezonde jongen. Wie een nestkast open maakt wordt altijd ten eerste verrast door de enorm vieze geur die ontstijgt aan de verblijfplaats. De uilen stinken werkelijk de kast uit. Niet zo verwonderlijk met al die uitwerpselen en uilenballen die in zo’n kast aanwezig zijn. Twee leden van de uilenwerkgroep Krimpenerwaard namen het ringen, meten en wegen voor hun rekening en de uilen lieten het lijdelijk toe en leken geen enkel probleem te hebben met deze handelingen. Zelfs in de emmer braakten de jonge uilen de braakballen gewoon uit en je moet toch wel een beetje redelijk sterke maag hebben om er zo vlak bovenop te kunnen staan met de camera. “Burp!” Cor Oskam verzorgde met snelle hand het ringen en Arie Dorsman noteerde de gegevens. Vleugellengte, gewicht, algemene indruk, en dan hup, de emmer in bij de rest van de broertjes en zusjes die een beetje uilig bij elkander kropen. Nog even eentje ophouden voor het plaatje en dan, hup, de volgende op de weegschaal in het potje waar
16
Waardvogel – september 2014
ooit ‘Boernvla’ in gezeten had. De kerkuiltjes op de weegschaal zaten gezapig in het potje en maakten de indruk van een stevige ouderling in een wat krappe kerkbank. Onnodig te zeggen dat buren die op de hoogte zijn, dan ook even komen kijken. Het ringen van jonge kerkuilen is nu eenmaal geen dagelijkse kost en dus leuk om mee te maken. Nadat alles keurig in het opschrijfboekje (ja, Cor doet het nog met echt papier en niet digitaal) was genoteerd, werden alle uilen verzameld en gingen ze snel de broedkast weer in. Even later ging het al schemeren en toen begon het gesis. Alsof er acht lekke banden in de kast zaten. Ze sisten om aan te geven dat het wat hen betrof de hoogste tijd werd voor een lekkere vette muis. Voor ons werd het daarom de hoogste tijd om te vertrekken en de natuur zijn gang weer te laten gaan. Bedankt kerkuilen, bedankt bewoners die de moeite namen de kast op te hangen en bedankt mannen van de uilenwerkgroep.
V.l.n.r.: Een groot jong van de kerkuil. In het potje boerenvla op de weegschaal. De ring gaat om. Cor verricht de metingen en Arie noteert. “Blurp”, daar komt een braakbal.
Waardvogel – september 2014
17
Een zonovergoten dag in de Zeeuwse Delta Dirk-Jan van Roest Het voorjaar is een mooie tijd: de dansende visdief, de roepende grutto. Maar met het najaar, als de natuur zich opmaakt voor de winter, breekt er wat mij betreft een prachtig seizoen aan. Dus trokken we onder leiding van Gijsbert Mourik zaterdag 23 augustus om acht uur met z’n achten vanuit Krimpen aan den IJssel eropuit, naar de Zeeuwse Delta. We lieten de donkere zware wolken boven Rotterdam achter ons en reden de steeds verder openbrekende Zeeuwse lucht tegemoet. De eerste stop was de Strypse Wetering (Rockanje). Daar zochten we drie plasjes af, met voor mij als hoogtepunt de waterral even mooi in beeld. Snel gingen we weer door. Het programma zat vol, we wilden veel zien en vooral ook veel bijzonders! Op naar Stellendam, de buitenhaven. Daar was tijd voor koffie en konden de telescopen opgesteld worden. Het was mooi laag water, dus voldoende te zien. In de verte stonden vier Chileense flamingo’s. De rosse grutto’s zagen er in hun kleed prachtig uit en laten we de zilverplevier in zomerkleed niet vergeten. Na Grevelingen-West aangedaan te hebben met een rotgans en twee roodhalsganzen (escapes zo bleek later) reden we naar de Brouwersdam, Haventje Noord. Daar moest de zwarte zeekoet zitten. En zo waar; prachtig op een strekdam, lekker uit de wind zat hij, vlak naast een vrouwtje middelste zaagbek. Hij was lastig te ontdekken met die kleuren! Verder de Brouwersdam af was het qua vogels rustig, maar druk met wind- en kitesurfers. Dat gaat niet samen, dus door naar Klein Valkenisse. Daar moest een vogel zitten die ik vooral ken van Frankrijk, Spanje en Portugal: de hop. En ook die kregen we te zien! Dat blijft toch werkelijk een prachtige vogel! Het was genieten op en top, in het zonnetje. Na Serooskerke, met o.a. kanoet, strandplevier en veel goudplevieren, hebben we Kerkwerve nog aangedaan, op zoek naar de breedbekstrandloper. Die konden we tussen de vele kanoeten, zilverplevieren en bonte strandlopers er niet uit halen, maar er liep genoeg om van te genieten. Ter afsluiting nog een bak koffie bij De Heerenkeet en via Hellegatsplaten gingen we naar huis. We hebben niet de visarend kunnen zien, maar wel een boomvalk en de laatste gierzwaluwen over zien vliegen. Een mooie afsluiting van een schitterende dag met dank aan Gijsbert voor de organisatie.
18
Waardvogel – september 2014
Koperwieken
komen het land weer binnen
Maria Spruit De zomer is voorbij en dat betekent dat de zomervogels langzaam vertrekken. Dat houdt meteen in dat de wintergasten weer gaan arriveren. Dit geldt ook voor de mooie koperwieken. In oktober trekken ze massaal over ons land en blijven ze op verschillende plaatsen pleisteren. Als het je lukt om koperwieken van dichtbij te bekijken of goed met de verrekijker in beeld te krijgen, is te zien wat een mooie lijsterachtigen dit zijn. Ze hebben een mooie koptekening, waarvan de heldere wenkbrauwstreep en mondstreep opvallen. Hun naam danken ze aan de koperkleurige vlek onder de vleugels, die doorloopt op de flanken, zodat de kleur ook bij gesloten vleugels te zien is. Verder hebben ze een fris gestippelde borst en buik. Koperwieken bevinden zich vaak in het gezelschap van kramsvogels, die een stuk groter zijn. Koperwieken zijn zo groot als zanglijsters en kramsvogels hebben de grootte van grote lijsters. Koperwieken broeden niet in Nederland. Zij broeden in Scandinavië en in grote delen van Rusland. Ze overwinteren in Midden- en Zuid-Europa. Nederland bevindt zich op de rand van het overwinteringsgebied. Oktober is de absolute topmaand voor de koperwiektrek. Dan vliegen er een paar honderdduizend over ons land en
worden er een honderdduizend exemplaren foeragerend waargenomen. Wanneer de koperwieken in ons land aankomen, storten ze zich op de bessen die dan volop aan de struiken hangen; lijsterbes, hulst en kardinaalsmuts zijn favoriet en in de duinen vinden ze de bessen van de duindoorn lekker. Wil je de koperwieken een extra plezier doen, zorg dan dat er rottend fruit in de tuin te vinden is. Tot en met maart verblijven er tienduizenden koperwieken in ons land. Koperwieken trekken vaak ’s nachts, waarbij ze contact houden met een eenvoudige roep, die klinkt als ‘zieh’. In Nederland zal je hun territoriumzang niet horen, maar ik heb ze toch wel eens gezellig kwetterende geluiden horen voortbrengen. Dit is een groepszang die late doortrekkers soms produceren. Bronnen: http://www.vogelbescherming.nl, http://waarneming.nl
Illustratie: Rob van den Hoek
Waardvogel – september 2014
19
Foto: Peter Stam
Boerenzwaluwonderzoek 2014 de resultaten Max Ossevoort In de vorige Waardvogel hebben we al beschreven welke aanvullende maatregelen we wilden gaan nemen om een zo compleet mogelijke inventarisatie van boerenzwaluwen in onze Krimpenerwaard te krijgen. Dank zij uw hulp, die van leden van de agrarische natuurvereniging Weidehof, LTO Noord afdeling Krimpenerwaard en een aantal vrijwilligers van de NVWK, hebben we nu een goed beeld van de stand van de boerenzwaluwen in de Krimpenerwaard. In juni hadden we al wel aardig wat meldingen ontvangen, maar na analyse bleek dat het er niet genoeg waren om een compleet overzicht van de
GIS-kaart: Erik Kleyheeg
20
Waardvogel – september 2014
Krimpenerwaard op te leveren. Daarom werd besloten met behulp van een aantal leden de ‘open’ plekken in de Krimpenerwaard nog eens goed onder de loep te nemen.
Joep Vermaat, Jan Heuvelman, Nico van Dam, Erik Kleyheeg en ondergetekende hebben ieder een deel voor hun rekening genomen en hebben alle bevindingen vervolgens aangeleverd aan Erik Kleyheeg. Deze heeft alle meldingen, inclusief de eerder ontvangen digitale meldingen, verwerkt en daarna zichtbaar gemaakt in nevenstaande kaart van de Krimpenerwaard. Wat waren de bevindingen? Op totaal 185 verschillende locaties werden 763 bezette nesten aangetroffen, meestal variërend van 1 tot 10 nesten per locatie. Daarbij werd geconstateerd dat op 15 locaties al gebruik gemaakt werd van één of meerdere door de NVWK afgelopen winter op 38 locaties aangebrachte voorzieningen, in de vorm van kunstkommetjes of latjes. Dat is op zich een bemoedigend resultaat. Zeker vermeldenswaardig is dat één locatie bijzonder veel boerenzwaluwnesten bleek te herbergen, namelijk bij de familie Borreman in Ouderkerk waar Nico van Dam wel 35 bezette nesten aantrof. Helemaal geweldig natuurlijk! Bijzonder was dat er op diverse plaatsen boerenzwaluwnesten werden gevonden langs tiendwegen, onder bruggetjes die de verbinding verzorgen met de aangrenzende weilanden. Een nieuwe trend? Misschien wel. Omdat niet het gehele gebied specifiek op die manier bekeken is, zouden we daar nog wel eens wat nesten gemist kunnen hebben. Wat gaan we nu verder doen met het resultaat van dit onderzoek? Op de eerste plaats willen we overwegen of, en zo ja waar, we nog meer voorzieningen zouden kunnen aanbrengen. Immers het verdwijnen van
broedlocaties door het vervangen van de voor boerenzwaluwen zeer geschikte lage donkere stallen, door ongeschikte open hoge doorloopstallen is een, ook landelijk gezien, voortdurend proces waar we compensatie voor willen bieden. Daarnaast zouden we willen onderzoeken of het een doorzettende trend is dat boerenzwaluwen hun toevlucht onder bruggetjes zoeken. Op dit moment weten we daar nog weinig van af. Ook moeten we gaan vaststellen wanneer we de volgende meting gaan uitvoeren t.a.v. de stand van de boerenzwaluwen in de Krimpenerwaard. Pas dan kunnen we vaststellen of de stand gelijk blijft of voor- of achteruit gaat. Nu al kunnen we de gegevens op nevenstaande kaart gebruiken om die te vergelijken met bijvoorbeeld de bekende broedlocaties van bosuilen en steenuilen. Die uitkomst kunnen we meenemen bij de plaatsing van nieuwe nestkasten voor uilen, aangezien er verband is tussen het al dan niet voorkomen van deze uilen op erven, en zwaluwen als één van hun belangrijke prooidieren. Als laatste punt willen we voor toekomstige projecten, zoals het inrichten van weidevogelkerngebieden of het verbeteren van de omstandigheden van erfvogels in het algemeen, de uitslag van dit onderzoek ook meenemen. Graag wil ik langs deze weg alle mensen die hebben meegewerkt aan het onderzoek van harte bedanken voor hun bijdragen, want zonder die bijdragen hadden we dit onderzoek, dat rechtstreeks ten goede moet komen aan de boerenzwaluw, niet kunnen uitvoeren.
Natuurbeleid volgen op de site Joke Colijn Al enige tijd worden in de Waardvogel de ontwikkelingen op het gebied van het veranderende natuurbeleid gevolgd. Het door het Rijk gedecentraliseerde natuurbeleid moet worden ingepast in de provinciale visies en plannen. In juli is de Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM) vastgesteld door Provinciale Staten. Daarin, maar ook in het Programma ruimte, het Programma mobiliteit en in de Verordening ruimte 2014 valt o.a. terug te lezen wat de provinciale plannen met de natuur en de natuurgebieden zijn. Op onze site www.nvwk.nl kunt u onder Actueel/Dossiers/Natuurbeleid deze documenten downloaden. Hier kunt u ook de zienswijze downloaden en lezen die de Natuur- en Milieufederatie Zuid-Holland heeft ingediend met twaalf andere maatschappelijke organisaties, waaronder de NVWK. Inhoudelijk heeft dit nauwelijks bijgedragen aan verbeteringen voor de natuur in de VRM, maar als je niets onderneemt, moet je achteraf ook je mond houden. We blijven dan ook gemotiveerd om onze bijdrage te leveren in een stadium waarin nog wel van alles mogelijk is. Ook het Gebiedsprofiel Ruimtelijke Kwaliteit voor de Krimpenerwaard kunt u op de NVWK-site vinden onder actueel/dossiers/natuurbeleid. Dit wordt in september door Gedeputeerde Staten vastgesteld. Het Gebiedsprofiel is een prachtig document geworden, waaraan de NVWK belangrijke bijdragen heeft geleverd. Er is veel aandacht besteed aan het verhaal van de totstandkoming van de huidige inrichting van de Krimpenerwaard, terwijl kaarten en illustraties bijdragen aan het completeren van het beeld. Een zorgpunt blijft de opdracht van de provincie tot ontwikkelen van recreatieve voorzieningen, omdat natuurdoelen nu eenmaal niet altijd gediend worden met uitgebreide wandel- en fietsnetwerken door de Krimpenerwaard. Kwetsbare natuurgebieden moeten niet overlopen worden, weidevogelgebied moet niet verder versnipperd worden. Dat echter met een kwalitatieve beleving van onze mooie waard ook de aanwezige natuurwaarden meer gewaardeerd en daarom breder gedragen beschermd kunnen worden, zal ik niet ontkennen! Natuur moet daarom ook beleefd kunnen worden. Het blijft zoeken naar een balans tussen deze tegengestelde belangen. Er is nog plaats voor beide, maar niet altijd op dezelfde plek. Aangezien het Gebiedsprofiel slechts handvatten biedt aan de gemeenten voor invulling van de ruimte, maar daaraan geen bindende voorwaarden stelt, blijft waakzaamheid geboden.
Waardvogel – september 2014
21
Het uitje naar de eendenkooi Tekst: Aletta Quaak, foto’s: Rudolf de Groot Op zaterdag 14 juni hadden we weer een uitje met de Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard. Dit keer gingen we naar de eendenkooi in Lekkerkerk. Bij de eendenkooi was ook een klein bezoekerscentrum. Daar mochten we eerst rondkijken (toen we daar aankwamen). Mieke legde nog wat uit over de verschillende soorten rattenvallen die er waren. Toen gingen we beginnen. We gingen dia’s kijken, over de Krimpenerwaard, maar ook over wat de kooiker doet. Marion, die de kooiker helpt, vertelde er wat bij. Ze vertelde ook nog wat over een paar opgezette eenden. Het was erg interessant! Daarna gingen we wandelen. We werden in twee groepen verdeeld, een van vier en een van vijf. Wij gingen met Marion mee. We liepen om de plas, die bij de kooi is, heen. Marion vertelde wat over sommige planten, zoals een plant met oranje sap. Als je een blaadje plukt, komt dat sap er uit. We kwamen ook nog langs de kijkhut, daar gingen we nog kijken naar de eenden die op de plas waren. Kortom, het was heel leuk en leerzaam!
22
Waardvogel – september 2014
Het uitje naar de eendenkooi Tekst: Aletta Quaak, foto’s: Rudolf de Groot Op zaterdag 14 juni hadden we weer een uitje met de Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard. Dit keer gingen we naar de eendenkooi in Lekkerkerk. Bij de eendenkooi was ook een klein bezoekerscentrum. Daar mochten we eerst rondkijken (toen we daar aankwamen). Mieke legde nog wat uit over de verschillende soorten rattenvallen die er waren. Toen gingen we beginnen. We gingen dia’s kijken, over de Krimpenerwaard, maar ook over wat de kooiker doet. Marion, die de kooiker helpt, vertelde er wat bij. Ze vertelde ook nog wat over een paar opgezette eenden. Het was erg interessant! Daarna gingen we wandelen. We werden in twee groepen verdeeld, een van vier en een van vijf. Wij gingen met Marion mee. We liepen om de plas, die bij de kooi is, heen. Marion vertelde wat over sommige planten, zoals een plant met oranje sap. Als je een blaadje plukt, komt dat sap er uit. We kwamen ook nog langs de kijkhut, daar gingen we nog kijken naar de eenden die op de plas waren. Kortom, het was heel leuk en leerzaam!
22
Waardvogel – september 2014
Tips voor de ultieme boswandeling Joke Colijn Als je dit leest is de herfst officieel van start gegaan. En welk seizoen leent zich beter voor een stevige boswandeling dan de herfst? Schiet je wandelschoenen aan en trek er samen met je kroost op uit. Zorg voor kleding die voldoende warm is, zodat de kinderen het niet koud krijgen als het aan het einde van de dag koeler wordt. Om van je wandeling een succes te maken, hierbij wat handige tips. Zo kun je het best een paar uurtjes samen uithouden! 1. Verzamelen In de herfst is het bos bezaaid met eikels, beukennootjes en bladeren in allerlei vormen en kleuren. Geef je kinderen een mandje of een plastic tas en laat ze zoveel mogelijk herfstmaterialen verzamelen. Stal bij thuiskomst alle gevonden schatten uit op tafel en maak er leuke knutselwerkjes van. Wat dacht je van een natuurkijkdoos, leuke herfstpoppetjes of geschilderde bladeren?
Foto: Matty van Wijnbergen
5. Lachen naar het vogeltje Laat je kinderen bewust kijken naar de natuur en organiseer een fotowedstrijd. Ieder kind krijgt vijf minuten de beschikking over een fototoestel. Thuis print je ze uit en maakt er een collage van. Het kind met de mooiste foto wint de wedstrijd. Foto: flickr.com rosina
2. Leren Wandelen wordt door oudere kinderen vaak bestempeld als saai. Stel daarom een doel. Neem bijvoorbeeld een natuurgidsje mee en laat ze de insecten, vogels en planten die ze onderweg tegenkomen opzoeken in het boekje. Leuk en leerzaam tegelijkertijd. 3. Beestjes Kleine diertjes houden zich vaak schuil in het bos. Kevers, slakken, spinnen, ga samen op zoek naar deze verscholen beestjes. Draai bijvoorbeeld eens een stronk of schors om en kijk wat er tevoorschijn komt. Voor de stoere kids: neem een vergrootglas of -potje mee, zodat je de kriebelbeestjes ook van dichtbij kunt bekijken! 4. Paddenstoelen zoeken In de herfst springen de paddenstoelen uit de grond. Ga op ontdekkingstocht. Met een klein spiegeltje kunnen ze onder de hoed van de paddenstoel kijken. Waarschuw ze van te voren wel dat ze de paddenstoelen niet mogen aanraken. Bekende paddenstoelen die je in het bos kunt opspeuren zijn: - Plaatjeszwammen bestaan uit plaatjes. De vliegenzwam, rood met witte stippen, is een bekend voorbeeld. - Buisjeszwammen zijn stevig en onder de hoed bevinden zich allemaal kleine gaatjes. Het eekhoorntjesbrood is een voorbeeld van een buisjeszwam. - Stuifzwammen hebben geen steel en zijn meestal bol. De aardappelbovist behoort tot deze categorie zwammen. - Knots- en koraalzwammen zijn klein, oranje en meestal vertakt. Je vindt ze vaak op dode bomen. - Stinkzwammen verspreiden een vieze geur die vliegen aantrekt.
6. Bomen Een bos is rijk aan bomen. Deze bomen zijn erg leuk voor het organiseren van activiteiten. Neem bijvoorbeeld een meetlint mee en doe een wedstrijdje wie de dikste boom kan vinden. Of bestudeer samen met je kinderen een omgezaagde boom en tel de ringen. Wie vindt de oudste boom? 7. Slenteren door de bladeren Wat is er leuker dan slenteren door een tapijt van ritselende bladeren. Ren er samen met je kroost doorheen, schop de blaadjes in de lucht en maak samen een aantal gekke foto's.
Foto: Harm Meter
8. Eten en drinken Kinderen worden hongerig van actief spelen in de buitenlucht. Daarom is het handig om voldoende eten en drinken mee te nemen. Ook de handen opwarmen met warme chocolademelk uit de rugzak is natuurlijk een goede boost voor nog een uurtje stappen in het bos. Bron: De Telegraaf, Vrouw actueel
Waardvogel – september 2014
23
De zeldzame gevlekte witsnuitlibel Sjani van Ophemert Het mannetje van de gevlekte witsnuitlibel, is gemakkelijk te herkennen. Hij heeft op het achterlijf grote bruinige vlekken, waarvan de laatste goudgeel is. Het vrouwtje is moeilijker te herkennen en lijkt op de andere witsnuitlibellen, maar bij de gevlekte witsnuitlibel heeft het vrouwtje bredere gele vlekken en een breder achterlijf. De gevlekte witsnuitlibel is een echte voorjaarssoort met een hoofdvliegtijd van eind mei tot eind juni. In WestEuropa is de soort zeldzaam en ook in Nederland komt hij niet massaal voor. In Noordwest Overijssel (Weerribben en de Wieden) leven enkele forse stabiele populaties. Deze laagveengebieden ontbreken in WestEuropa bijna geheel en dat geeft Nederland een internationale verantwoording. Belangrijk in laagveengebieden zijn de maatregelen gericht op het behouden van sloten en petgaten in verschillende stadia van de verlanding. Op 10 juni 2012 werd de gevlekte witsnuitlibel voor de eerste keer waargenomen door mijzelf in het Loetbos; het bleef dat jaar bij die ene waarneming. Maar vijf waarnemingen in 2013, vier exemplaren in 2014, ĂŠn de larvenhuidjes, waargenomen door Ria en Sjaak en Jannie Monhemius, zijn het bewijs dat wij er serieus rekening mee moeten houden, dat deze mooie zeldzame soort zich handhaaft in de Peterput in het Loetbos. De Peterput is een prachtig plekje waar veel libellensoorten worden gezien. Vroeg in het seizoen glassnijders, veel viervlekken, gewone oeverlibellen, platbuiken en blauwe glazenmakers. Variabele waterjuffers zijn altijd massaal aanwezig. Ook zijn er altijd wel lantaarntjes en grote roodoogjuffers. Op dit moment zien we nog de heidelibellen, houtpantserjuffers en niet te vergeten de paardenbijters. Boven: mannetje gevlekte witsnuitlibel, foto: Theo en Dineke Groen Onder: vrouwtje gevlekte witsnuitlibel, foto: Ria en Sjaak
24
Waardvogel – september 2014
Avondwandeling Heemtuin Krimpen aan den IJssel Martijn Lindeman Op woensdag 25 juni zijn we een avondwandeling gaan maken in de Heemtuin in Krimpen aan den IJssel. We waren met 8 personen. Patrick Heuvelman was begeleider en vertelde veel over de planten en de omgeving. Patrick vertelde over de bijzondere planten zoals de pimpernel, ratelaar, Spaanse ruiter en de verschillende orchideeën die in de Heemtuin groeien. Jammer dat er was gemaaid, waardoor we de verschillende soorten gras niet konden zien, maar voor de rest was het een hele leuke avond. Best bijzonder; zo’n klein natuurgebied midden in Krimpen, zo dicht bij mijn huis.
Rechtsboven: rietorchis, linksboven: moeraswespenorchis, rechtsonder: grote pimpernel; foto’s Patrick Heuvelman. Foto linksonder: Wim Sloof
Waardvogel – september 2014
25
De nieuwe weidevogelbeschermers Joke Colijn In oktober 2014 wordt het Weidevogelmanifest gelanceerd door het Weidevogelberaad. Dit document is geschreven door de Natuur- en Milieufederatie in samenwerking met de groene maatschappelijke organisaties in Zuid-Holland en verwoordt de voorwaarden die nodig zijn om de weidevogels voor onze provincie te behouden. Namens de NVWK heb ik intensief bijgedragen aan de zorgvuldige en zo volledig mogelijke opstelling ervan. Zodra het Weidevogelmanifest beschikbaar komt, zal het op onze site www.nvwk.nl te downloaden zijn onder Actueel/Dossiers/Weidevogelberaad. Eén voorwaarde tot behoud is dat meer mensen betrokken worden bij de vrijwillige weidevogelbescherming, maar de belangrijkste is dat weidevogelbescherming anders en beter moet. Alleen dan kan de vrije val van de grutto, de kievit, de scholekster, de tureluur en alle vogels die meeliften op maatregelen die hen ten goede komen, tot staan worden gebracht. Regelmatig tijdens de bijeenkomsten van het Weidevogelberaad en ook enkele maanden geleden op de bijeenkomst in De Brug in Reeuwijk voor weidevogelcoördinatoren, heb ik concreet de vraag neergelegd bij de Groene Motor-mensen om een plan te ontwikkelen om meer vrijwilligers aan te trekken. Wijzelf (de NVWK) hebben zwaar behoefte aan versterking met nieuwe mensen, maar daarnaast ook aan 'bijscholing' van de bestaande garde. We hebben behoefte aan een cursus voor weidevogelaars: om het nieuwe stelsel uit te leggen, om duidelijk te maken hoe en waarom weidevogelbescherming in de praktijk anders uitgevoerd gaat worden, en om handvatten voor een effectieve communicatie met de agrariër aan te reiken. Het doel blijft de weidevogels te redden van de ondergang in Zuid-Holland, maar zoals we het al dertig jaar doen heeft geen verbetering opgeleverd. Het veranderen van de wijzen waarop aan weidevogelbescherming wordt gedaan, gebeurt dan ook niet om vrijwilligers het plezier in het huidige weidevogelbeschermen te ontnemen; nee, het is pure noodzaak! Inmiddels wordt dit inzicht gedeeld door de provincie, en wordt het project ondersteund door de hiertoe aangewezen provinciale ambtenaar, Bert Mens. Het nieuwe weidevogelen gaat veel meer om monitoren dan om nestjes vinden, dus gedragsherkenning en inventariseren van afstand; niet eerst kijken, dan lopen en van de nestlocatie opjagen, maar stilstaan en langdurig observeren; daarna de gedragingen herkennen, met een code noteren en digitaal (laten) invoeren. Het gaat ook met name over het overleg met de agrariër, waarbij van twee kanten geanticipeerd moet worden op de bewerkingen van het land, en over adviezen voor hoe het óók kan, om daarmee de legsels/kuikens te sparen. Hierom moet tevens een stukje inzicht in de agrarische bedrijfsvoering geïntegreerd zijn, en de boer moet weten dat het geen nieuwsgierigheid of inmenging van de vrijwilliger betreft, maar dat die juist gericht wil meedenken. De boer moet bereid zijn inhoudelijk met de vrijwilliger te overleggen voor het maximaal haalbare resultaat voor de vogels - binnen zijn bedrijfsvoering. Want in het nieuwe weidevogelen gaat het om resultaten: vliegvlugge vogels = subsidie. Voor sommige ervaren 'oude rotten' in het vak van weidevogelbescherming is het digitaal invoeren net een brug te ver, en dat is ook niet het grootste probleem. Het invoeren zelf kan door iemand anders gebeuren, zolang de gedragingen maar juist geïnterpreteerd en de gedragscodes maar juist genoteerd zijn. Zo'n cursus
26
Waardvogel – september 2014
ontwikkelen is lastig dus vraagt tijd, en de promotie moet vooral gericht zijn op het feit dat weidevogelen nog steeds leuk is, dat het fijn is om buiten te mogen zijn in het land, dat je als vrijwilliger op plekken achterin het land komt waar je niets hoort behalve de vogels... Verder moet de ‘nieuwe’ vrijwilliger niet bang zijn voor een stukje verantwoordelijkheid, maar moet hij/zij het juist fijn vinden dat dankzij zijn/haar inzet vogels gespaard worden, en dat dankzij hem/haar de stand stabiliseert of in het beste geval gaat toenemen. Want dat is het doel van het opzetten van nieuw agrarisch natuurbeleid voor het (zeer belangrijke) onderdeel weidevogelbescherming. Tot nu zijn vele vrijwilligers enorm gefrustreerd geraakt omdat het vinden van nesten de boer geld opleverde, waarna hij, of in vele gevallen de loonwerker, er vervolgens binnen veel te korte tijd overheen maaide. In het beste geval bleef een eilandje staan, maar kraaien weten inmiddels ook dat er in zo'n eiland een lekker eitje ligt, en toch uitgekomen kuikens hebben in kaal omringend land ook geen schijn van kans. Legsels en kuikens gaan verloren, de inzet van de vrijwilliger leverde hem/haar niets op, maar wel de boer een stukje aanvullend inkomen. Dat is de bedoeling niet van subsidie (= belastinggeld); daarvoor wordt een tegenprestatie verlangd. Het moet duidelijk worden dat de vrijwilliger onder het nieuwe bestel meetelt, dat het ontvangen van die subsidie afhankelijk is van het resultaat (aantal vliegvlugge jongen) wat door de vrijwilliger wordt aangeleverd. Dit hebben we in het Weidevogelberaad echt bevochten bij de provincie; de nieuwe vrijwilliger mag dit element als een enorme prikkel ervaren om zoveel mogelijk vogels te redden! Hij hoeft dan ook niet bang te zijn voor dit stukje verantwoordelijkheid, maar blij dat hij nu daadwerkelijk bijdraagt. Hiernaast zullen regelmatige tellingen - nu wordt gesproken over driejaarlijks - die mede bepalend zijn door professionele organisaties als SOVON worden uitgevoerd. Weidevogelbescherming krijgt hiermee een heel andere insteek. Het vraagt veel van ons als vrijwilligersorganisatie om daaraan uitvoering te geven, maar de Groene Motor (GM) kan en wil er gelukkig ook veel energie in steken om te helpen de (cursus)vorm te bedenken waarin dat gaat werken. Bij het Weidevogelberaad zit sinds de GM in het leven is geroepen steeds een vertegenwoordiger, namelijk Marleen van der Lee, en als zij niet kan aansluiten zit daar voor de GM Ron van Wetten. Bij het coördinatorenoverleg in De Brug was behalve deze twee
Even Activeren
agntw
Erik Kleyheeg Trekvogels in Meijendel 20 september om 7.00 uur Tijdens de trekperiode kennen we langs de kust het fenomeen ‘stuwing’, waardoor langs de kust vaak veel meer trekvogels te zien zijn dan in het binnenland. Het duingebied Meijendel is een van de gebieden waar dat goed te zien is en daarom gaan we op 20 september een wandeling maken door de duinen. We vertrekken extra vroeg omdat de trekintensiteit vroeg in de ochtend het hoogst is. We verzamelen bij de Stolp Inn in Stolwijk om 7.00 uur. Rond lunchtijd vertrekken we weer richting de Krimpenerwaard. Euro Birdwatch 4 oktober 2014 om 7. 30 uur Op 4 oktober wordt de jaarlijkse Euro Birdwatch gehouden waar in Europa vele duizenden mensen aan meedoen. In Nederland wordt traditiegetrouw ook vogeltrek geteld en wij doen weer mee op trektelpost ‘De Hoekse Sluis’ op de Lekdijk tussen Lekkerkerk en Bergambacht (bij gemaal Krimpenerwaard). Vanaf 7.30 uur zullen er tellers actief zijn en u bent van harte welkom om u aan te sluiten. Begin oktober is een spannende tijd voor trekvogels en alles is mogelijk! Aanmelden is niet nodig, maar neem gerust contact op met Erik Kleyheeg, xx xxxxxxxx of Max Ossevoort, xx xxxxxxxx voor meer informatie. Slaapplaatstellingen grote zilverreiger Elk winterhalfjaar worden op drie data in heel Nederland slaapplaatsen van grote zilverreigers geteld om een beeld te krijgen van de ontwikkeling van de overwinterende populatie in Nederland. De Krimpenerwaard is een ‘hotspot’ voor deze soort en we hebben steeds meer slaapplaatsen die geteld moeten worden. Daar hebben we altijd vrijwilligers voor nodig, dus lijkt het je leuk om mee te doen? Meld je dan aan via een mailtje naar xxxxxxxxxxx@xxxxx.xx. De data voor de tellingen van de komende winter zijn 18 oktober, 20 december en 21 februari. De tellingen vinden plaats rondom zonsondergang. Instructies worden verstrekt bij aanmelding.
258x Bezoek aan Vinkenbaan Westenschouwen 25 oktober De Stichting Vogelringstation Nebularia, die ook actief is in de Krimpenerwaard, nodigt op zaterdag 25 oktober een beperkt aantal leden van de NVWK uit op de ringbaan op Westenschouwen in Zeeland. Hier worden tijdens de vogeltrek duizenden vogels gevangen en voorzien van een ring ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek. Cor Oskam biedt van 10.00 tot 12.00 uur een kijkje in de keuken van een vinkenbaan. Om praktische redenen kunnen echter slechts acht personen ontvangen worden op de ringlocatie. Het is daarom nodig om je op te geven via xxxxxxxxxxx@xxxxx.xx en bij meer dan acht aanmeldingen wordt er geloot. Vervoer naar Westenschouwen is op eigen gelegenheid, maar in onderling overleg kan de excursie bijvoorbeeld worden gecombineerd met een bezoek aan de Brouwersdam of de andere vogelgebiedjes op Schouwen-Duiveland. Nieuwjaarsexcursie Surfplas Reeuwijk 17 januari Zoals gebruikelijk beginnen we het nieuwe jaar met een excursie van de voorzitter naar de Surfplas Reeuwijk. Max Ossevoort leidt de wandeling rondom de plas en alle vogels die we kunnen vinden krijgen de aandacht, dus ook voor beginnende vogelaars is het een zeer geschikte excursie! Er is ook altijd kans op bijzonderheden zoals ijsvogels, roerdomp, nonnetjes en andere watervogels. De excursie start om 8.00 uur op de parkeerplaats bij het restaurant. De wandeling van ongeveer vijf kilometer duurt ongeveer drie uur, afhankelijk van hoeveel vogels er gezien worden. Tuinvogeltelling 17 en 18 januari De jaarlijkse tuinvogeltelling wordt deze winter gehouden op 17 en 18 januari. Noteer dit alvast in uw agenda! Door een half uurtje vogels te tellen in uw eigen tuin krijgen natuurbeschermingsorganisaties een beter beeld van de vogelstand in bebouwd gebied. Meer informatie kunt u vinden op www.tuinvogeltelling.nl.
B (vervolg van pagina 26)
ook de nieuwe coördinator van het hele provinciale programma van de GM aanwezig, Dirk Polder. Er is toen expliciet toegezegd dat dit punt opgepakt gaat worden, en er is net bekend gemaakt dat op 13 december een Boerenlanddag georganiseerd wordt, speciaal om deze cursus te introduceren. Er zijn dan o.a. leuke workshops waarin de diverse nieuwe elementen worden belicht. Op onze site zetten we de details zodra die beschikbaar zijn. De NVWK komt vrijwilligers te kort om alle percelen van meewerkende boeren te monitoren en de gemiddelde leeftijd van de weidevogelvrijwilliger stijgt evenredig met die van de grutto... Wij merken wel dat steeds meer
mensen (leden en niet-leden NVWK, willekeurige mensen om ons heen) het element 'natuur' in hun omgeving koesteren en belangrijk vinden. Natuur beleefbaar zowel als autonoom - moet blijven, mag niet verloren gaan. Dat brengt een stukje eigen verantwoordelijkheid mee. Je bepaalt mede zelf of we die weidevogels behouden en het blijft vooral geweldig leuk om ergens buiten in de polder op ‘jouw’ percelen weidevogels te observeren. Het kost een paar uur per week in het seizoen (maart-juni), je kiest je eigen tijden, trekt er al dan niet met een maatje op uit, en het geeft een fantastisch gevoel als je daarmee ook nog ‘jouw’ weidevogels redt! Aanmelden? www.nvwk.nl! Waardvogel – september 2014
27
Wandelen in de Waard met Rinus
(8)
Opweg-Reekade-Kadijk-Reevlietkade-Slingerkade Rinus Anker en Maria Spruit m.m.v. Wim Sloof Dit is een wandeling midden in het poldergebied van de Krimpenerwaard, waar het een oase van rust is. Onderweg zijn geen horecagelegenheden, tenzij men de moeite neemt om af te wijken van de wandeling en twee kilometer extra te lopen naar Bergambacht. Onderweg zijn echter genoeg bankjes om lekker te picknicken. De wandeling is 15 kilometer lang. de brug over. Op het hek zit een rood-wit bordje voor Deze wandeling begint bij de Koolwijkseweg halverwege Stolwijk en Bergambacht. Er is een bushalte LAW-wandelingen. We lopen over een boerenlandpad, op de Provincialeweg N207 ofwel de Schoonhovenseweg, waarlangs veel paaltjes staan. In de trektijd gebruiken halte Koolwijkseweg. Voor de auto is er paapjes en tapuiten deze graag als uitkijkpunt, parkeergelegenheid op de Tentweg of op het waarvandaan ze op insecten jagen. Achter het industrieterrein van Stolwijk. We lopen in oostelijke boerenbedrijf aangekomen, volgen we weer het bordje richting de Schoonouwenseweg op. Na 200 meter slaan voor de LAW-wandeling, rechtsaf het hek door, over we rechts de Opweg in. Na een kilometer komen we bij het erf van de boerderij. Bij de weg aangekomen gaan een brug. Het is ook mogelijk om op dit punt te starten we rechtsaf, Benedenberg op. In dit buurtschap genieten met de fiets. Voor de auto is de parkeermogelijkheid we van de mooie tuinen. Bij een prachtig opgeknapte beperkt. Voor de brug gaan we linksaf, een graskade op. boerderij aan de rechterkant zit een vrije grote Dit is de Reekade. De Reekade is weelderig begroeit met huismussenpopulatie. Hier vliegen ook veel Turkse tandzaad, raapzaad, distels en de slootkanten staan vol met tortels. onder andere kattenstaart, lisdodde, riet en We gaan een brug over en daarna gaan we rechts de zwanenbloemen. In de weilanden zien we buiten het Reevlietkade op. In de zomer is dit het gebied van de broedseizoen veel zilverreigers. Buizerds cirkelen in de bruine kiekendief. Aan het einde van dit pad is weer een lucht. picknicktafel. Hier kunnen we in de winter op ons gemak de weilanden afzoeken naar wulpen, aalscholvers en Aan het eind van de Reekade lopen we de brug over en diverse ganzensoorten en in de zomer naar weidevogels. gaan we rechtsaf. We lopen nu op de Bergweg. Bij de Uitgerust gaat we verder. Vanaf hier zijn er twee viersprong, waar de eerste picknickmogelijkheid is, slaan we rechtsaf, de Kadijk op. In de sloten naast de mogelijkheden. We kunnen linksaf slaan en via het Kadijk groeit krabbenscheer. In sommige sloten die haaks gezellige buurtschap Koolwijk teruglopen (groen), op de Kadijk staan liggen hele tapijten van krabbenscheer. maar we kunnen ook rechtdoor gaan langs het Wanneer dit het geval is, is dit een goede biotoop voor de kijkscherm de Slingerkade op. We kiezen nu voor de zeldzame groene glazenmaker. De bermen laatste optie, lekker rustig door het en de slootkanten zijn uitbundig begroeid polderlandschap. Vlak voor het met moerasandoorn, smeerwortel, kijkscherm is een vistrap aangelegd. We tandzaad, harig wilgenroosje en verwonderen ons over het verschil in de watermunt. In het najaar staan er mooie hoogte van het waterpeil aan beide zijden restanten van uitgebloeide engelwortel, van de kade. Dat blijft een fascinerend berenklauw en waterzuring. Bij perceel gezicht. nummer 17 ligt een geriefbosje, wat Op de Reekade zien we in de trektijd onderhouden wordt door de werkgroep tapuiten, graspiepers, grote groepen landschapsonderhoud van de NVWK. In spreeuwen en kievieten. In de winter de weilanden zitten veel Canadese ganzen, bivakkeren hier talloze smienten. Langs de blauwe reigers, meerkoeten. De eenden waterkanten is weer een weelderige zijn ook goed vertegenwoordigd. begroeiing te zien in het inmiddels bekende Halverwege de Kadijk is een rustpunt van palet. Ook ontdekken we wolfspoot, het ZHL. Naast perceel 2 ligt weer heel poelruit en egelskop. De kikkers springen veel krabbenscheer. Hierboven is de voor onze voeten weg, het water in. Links zeldzame groene glazenmaker ligt de Ringsloot en rechts de Reevliet . In waargenomen. strenge winters zijn deze wateren onderdeel van schaatstoertochten door de Bij de ANWB-bewegwijzering gaan we Krimpenerwaard. We passeren een niet rechtdoor, richting Gouda/Stolwijk. We meer in gebruik zijnde waterinlaat. Het is steken de Provincialeweg over en vervolgen de Kadijk. In de winter is de nog wel goed te zien, hoe deze in vroeger noordkant van de Kadijk een goede plaats dagen werkte. voor kleine zwanen, waartussen ook soms We komen weer bij de N207 aan. Deze ook wilde zwanen te vinden zijn. In de steken we over, waarbij we heel goed zomermaanden wordt hier de zeldzamere uitkijken, want het verkeer rijdt hier Zwanenbloem, bron: purperreiger geregeld gezien. Bijna aan hard! We slaan linksaf, de Opweg op, http://ashipunov.info/ het einde van de Kadijk gaan we linksaf richting Stolwijk naar ons eindpunt.
28
Waardvogel – september 2014
Linksboven: deze vriendelijk zwaaiende rode rivierkreeft kunnen we ook zomaar tegenkomen. Rechtsboven: uitgebloeide waterzuring. Linksonder: bij deze mooie boerderij zit een grote mussenkolonie. Rechtsonder; een sloot vol krabbenscheer. Foto’s: Maria Spruit
Waardvogel – september 2014
29
Jonge vogels Tekst en illustratie: M. Bersma Deze zomer zat er in mijn tuin een merelnest; soms hoorde ik de jonge vogels piepen. In diezelfde boom was ook een voederbuis opgehangen voor de mussen. Verbazend, wat een lawaai die beesten kunnen maken. Hun jonkies wachtten geduldig op een tak tot één van de ouders hun wat in de snavel stopte; met fladderende vleugeltjes vroegen zij om aandacht. Soms maakte een ekster de boom onveilig, zodat de mussen geweldig tekeer gingen en de merels luid schreeuwden; dan raapte ik een dennenappel op die gevallen was van de boom van m’n buurman en gooide die naar de eksters, die meestal geschrokken afdropen. Ik wilde zo graag dat de eieren uitkwamen. Natuurlijk verjoeg ik ook de katten, die likkebaardend onder de boom zaten. Eens reed ik m’n fiets het tuinpad in en zag daar een jonge merel zitten, z’n staart en vleugels uitgespreid in de zon. Hij genoot van de warmte. Een andere keer ontdekte ik hoe moeder merel voor haar drie kindjes hapjes zocht tussen de stenen. Ik rolde een paar druiven in haar richting. Ze vloog er meteen op af en pikte ze doormidden. Al haar spruiten kregen een stukje. De volgende morgen vroeg was ze er weer. Opnieuw gooide ik druiven. Dit keer nam ze er een paar in haar snavel en vloog ermee naar de boom. Het was haar tweede legsel dat ze grootbracht; ik ben er trots op dat het haar gelukt is. Het is een enerverende tijd wanneer de broedsels uitkomen, maar ook een dankbare tijd als de jongen uitvliegen en je ze tegenkomt op een paaltje, in de uitgebloeide sering of op het tuinpad in de zon.
Wij verwelkomen de nieuwe leden: In verband met privacyoverwegingen zijn de gegevens op deze plaats verwijderd. Wij vragen uw begrip.
Waardvogel – september 2014
31
Herfsttips voor blije bijen en de gevaren van neonicotinoïden Joke Colijn Bijen redden doe je zo! Het is volop herfst en honingbijen genieten van een welverdiende rust. Veel wilde solitaire bijen sterven, maar hun larven overleven de winter wel. Dit is hét moment om hen in het voorjaar een vliegende start te geven. Voor bijen is het fijn als er in de buurt van hun nest voedsel te vinden is. Begin daarom je eigen Bee&Bee met deze herfsttips. - Bouw een nestelplek zoals een eenvoudig insectenhotel en hang dit op, liefst op een plek die ’s morgens door de zon beschenen wordt, zodat de bijen kunnen opwarmen. In de lente maken de bijen er dankbaar gebruik van. Er staan allerlei voorbeelden op internet, en in de Waardvogel van april 2012. - Snoei niet teveel in je tuin. De kans is groot dat bijen hun eitjes in holle stengels hebben gelegd. Wacht met de ‘grote beurt’ tot de eerste warme dagen in het voorjaar en je de bijen hoort zoemen! - Plant nu bollen van krokussen, blauwe druifjes, anemonen en sneeuwklokjes. Bijen zijn dol op de nectar van deze vroege bloemen. - Gewone bollen worden in gif gedoopt. Kies daarom voor biologische bloembollen. - Zorg voor bloeiende planten in de tuin van het vroege voorjaar tot in de late herfst. Dat is niet alleen leuk voor jezelf, maar ook het hele seizoen door een voedselbron voor de bijen! Neem biologisch gekweekte zaden en planten om te voorkomen dat je per ongeluk meewerkt aan de massale bijensterfte. Kijk voor meer bijentips en een lijst met producten waarin de gewraakte gifstoffen voorkomen op onze site www.nvwk.nl/actueel/nieuws. - Red de bij, teken voor gifvrij: www.reddebijen.nl. Pesticiden zijn niet alleen bedreigingen voor bijen, maar voor alle leven op aarde. Zonder bijen geen boontjes, appels, worteltjes, granen, aardbeien en noem maar op. 70% van onze groenten en fruit wordt bestoven door bijen. Bestrijdingsmiddelen verspreiden zich door de hele plant. Bijen krijgen dit gif binnen via stuifmeel, nectar en plantensap. Bloembollen en (landbouw)zaden krijgen ook een laagje gif, dat in ons grondwater terechtkomt. Sommige bijen sterven na contact direct door het gif. Andere gaan dood aan de gevolgen ervan, ze raken gedesoriënteerd: ze herkennen hun nest of korf niet meer en ze vergeten de geuren van bloemen. Omdat grote akkers met één soort gewas worden ingezaaid (monocultuur) waartussen het ‘onkruid’ wordt doodgespoten, staan er niet meer voldoende verschillende bloemen en planten om voedsel te vinden voor bijen. Daardoor moeten ze steeds verder vliegen, nog een reden waardoor ze verzwakken en gevoeliger worden voor ziektes en parasieten, zoals de varroamijt. Elk jaar sterft 30% van de bijen in Nederland. In China zijn in gebieden zo groot als Spanje al helemaal geen bijen meer. De massale bijensterfte lijkt slechts de voorbode van nog veel meer ellende door landbouwgiffen. Met name de groep neonicotinoïden zoals imidacloprid, is zwaar giftig. Imidacloprid is zevenduizend maal giftiger dan DDT, de stof die in 1973 in Nederland werd verboden. Gemeten is dat neonicotinoïden voorkomen in bijvoorbeeld paardenbloemen in de 32 Waardvogel – september 2014 berm en in het oppervlakte water – en wel in hoge concentraties. Het zit in het roze (of oranje of
32
Waardvogel – september 2014
blauwe) omhulsel van de maïszaden waaruit de snijmaïs voor ons melkvee groeit. Eén roze maïszaadje bevat genoeg gif om tweehonderdduizend bijen te doden. Wij gebruiken in Nederland enorme hoeveelheden landbouwgif. De beroemde bollenvelden leveren onze economie jaarlijks 1,2 miljard euro op, maar de ‘veilige’ norm wordt hier duizenden malen overschreden. Eigenlijk is er geen veilige norm, want ook bij zeer lage doses worden schadelijke effecten geconstateerd. De gezondheidsrisico’s in de bollenstreek zijn hoog, landbouwgiffen worden via stofdeeltjes verspreid in de lucht (waardoor o.a. massale acute sterfte onder bijen optreedt) en in het grondwater, en ze tasten o.a. de hersenen aan – ook van mensen. Of landbouwgiffen in Nederland worden toegelaten wordt grotendeels bepaald aan de hand van door de chemische industrie aangeleverde gegevens: het beste concept voor een milieuramp in de maak. Nog onbekend is hoe lang dat gif in de grond zit voor het ooit afbreekt.
Inmiddels is ook al een duidelijk verband gelegd tussen het uitsterven van vogelsoorten en dezelfde neonicotinoïden. Insecten komen in contact met het gif, vogels eten de insecten, giffen hopen zich op in de vogels en tasten hun vermogen om zich voort te planten aan. Van tapuiten is bekend dat ze misvormde, onvruchtbare eieren leggen door ophopingen van gif. Volgens toxicoloog Henk Tennekes (www.boerenlandvogels.nl) zijn weidevogels zo goed als verdwenen uit de Achterhoek, en ook bijvoorbeeld het uitsterven van de draaihals en de wielewaal in Groot-Brittannië is hieraan te wijten. Lees meer in het artikel Dode bij, stille lente, geplaatst op onze site www.nvwk.nl/actueel/nieuws op 29 augustus 2014. Bronnen: www.greenpeace.nl; www.boerenlandvogels.nl; ‘Dode bij, stille lente’ van Tomas Vanheste
Nieuwe telpostcoördinator gezocht Erik Kleyheeg Jarenlang stond hij elke maandagochtend tijdens de vogeltrekseizoenen vroeg op, daarnaast op willekeurige andere dagen als hij dat kon regelen met zijn werk, en regelmatig in het weekend. Nu echter heeft Rob van Straaten besloten om zijn rol als coördinator van trektelpost ‘De Hoekse Sluis’ neer te leggen. Rob was coördinator sinds september 2003. Onder Rob’s bezielende leiding is trektelpost De Hoekse Sluis uitgegroeid tot de hofleverancier van nieuwe soorten voor de Krimpenerwaard en een plek waar vele vogelaars zich urenlang konden vermaken, zowel in het voorjaar als in het najaar. Rob heeft hiermee tevens gezorgd voor een schat aan referentiemateriaal over de afgelopen jaren. Deze informatie over de vogeltrekroutes die over de Krimpenerwaard lopen, is door elke onderzoeker en elke geïnteresseerde leek op de database van www.trektallen.nl te raadplegen. Er werden pogingen ondernomen om de continuïteit van de trektellingen te waarborgen, bijvoorbeeld door consequent op een vaste dag in de week (op maandag in het geval van Rob) te gaan tellen. Toch was de afgelopen jaren een neerwaartse trend te zien in het aantal uren dat de telpost bezet was. Aan het aantal trekvogels zal dat niet liggen, maar vooral de animo van enkele vaste tellers is wat afgenomen. Het is nog veel te vroeg om weemoedig terug te kijken naar de hoogtijdagen van de telpost en de talloze zeldzame soorten die daar langs vlogen. Nee, laten we eerst proberen het trektellen weer nieuw leven in te blazen! Daarvoor hebben we vooral een man of vrouw nodig die met fris enthousiasme de kar gaat trekken. Wie oh wie? De invulling van het coördinatorschap van de trektellingen kan heel flexibel gebeuren en hoeft niet zoveel tijd en energie te kosten als Rob er in stopte. Het is vooral belangrijk om een vast aanspreekpunt te zijn voor zaken omtrent de telpost, zoals het invoeren van (aangeleverde) telgegevens, die de coördinator overigens niet allemaal ook zelf hoeft waargenomen te hebben. Verder zou het natuurlijk mooi zijn als er teldagen konden worden georganiseerd die vooraf aangekondigd worden en waar meer mensen op af komen. Trektellen is een nuttige bezigheid, maar heeft ook een sterke sociale component. Daarvoor zou het interessant kunnen zijn om een manier te vinden om elkaar op te hoogte te houden van plannen om te gaan tellen (bijvoorbeeld als er mooi weer wordt voorspeld). Het enige vaste jaarlijks terugkerende evenement in het takenpakket van de telpostcoördinator is de Euro Birdwatch in het eerste weekend van oktober. Op deze dag worden landelijk trekvogels geteld en ondertussen wordt contact onderhouden met Vogelbescherming Nederland, die de
dag in ons land organiseert. Ook dit kost weinig tijd en moeite, en er kan altijd assistentie worden gevraagd vanuit het bestuur. Dit jaar zal Max Ossevoort de Euro Birdwatch leiden op zaterdag 4 oktober en ik kan iedereen aanraden om op die dag de sfeer op de telpost te komen proeven. Laten we hopen dat de nieuwe telpostcoördinator zich op die dag meldt! Uiteindelijk wil ik graag namens het bestuur Rob hartelijk bedanken voor zijn jarenlange Een vertrouwd beeld op de telpost: Rob inspanningen. We achter zijn kijkers. Foto: Erik Kleyheeg hopen je nog vaak tegen te komen op de telpost, want jouw feilloze herkenning van silhouetten van overvliegende vogels is ongeëvenaard! Waardvogel – september 2014
33
Groene glazenmaker Patrick Heuvelman De groene glazenmaker (Aeshna viridis) is een grote libellensoort, met een vleugelspanwijdte van z’n 10 centimeter. Hij is in onze polder te vinden in sloten met (grote hoeveelheden) krabbenscheer. De soort dankt zijn naam aan het merendeels groene uiterlijk van het vrouwtje en de mooie grote glasachtige vleugels. Van dichtbij bekeken zijn ze net glas in lood. Een waar kunststuk van de natuur!
Zoals gezegd is het een vrij grote libel - ongeveer zeven centimeter lang. De zijkant van het borststuk is bij beide geslachten groen. Het vrouwtje heeft groene vlekken op het achterlijf, het mannetje blauwe. De al jaren onder druk staande libellensoort is in aantal hard achteruit gegaan. De groene glazenmaker is de enige libel die haar eieren slechts op één plant afzet. Deze soort vraagt een specifieke biotoop waar we in eerdere Waardvogels al over hebben gepubliceerd, namelijk sloten met overwegend krabbenscheer; de plant die in de zomer drijft en in de winter onderduikt.. Verder is ook een beschutte ligging van de sloot van belang. De vrouwtjes groene glazenmaker die gepaard hebben, zetten tegen de avond hun eitjes af en doen dat uitsluitend op bladeren van krabbenscheer vlak onder de waterlijn. Een vrouwtje landt verticaal op een krabbenscheerrozet net boven het water, loopt dan een stukje achteruit en steekt haar achterlijf in het water om eitjes af te zetten. De
eitjes overwinteren en komen in het voorjaar uit. De tweede overwintering vindt plaats als larve. In de daaropvolgende zomer vindt de gedaanteverwisseling naar een libel plaats. Tijdens het afzetten van de eitjes patrouilleert het mannetje onafgebroken in zijn territorium boven de sloot. Hét moment om ze te ontdekken is van eind juli tot midden september, aan het einde van de middag bij windstil weer met een temperatuur van boven de 21-22 ⁰C, en dan rustig langs de slootkant te lopen. De in de zomer afgezette eitjes van de groene glazenmakers zinken mee naar de bodem waar de ontwikkeling van de larve langzaam verder gaat - als deze tenminste zijn afgezet. Want vermoedelijk zit hier een van de oorzaken van het afnemende aantal. Krabbenscheer is er nog wel in de Krimpenerwaard. In minder groten getale dan voorheen, maar toch zijn er nog een beperkt aantal gebieden met een grote hoeveelheid vrijwel aaneengesloten krabbenscheer. Daar echter zorgt kroos er vaak voor dat er tussen de planten van de krabbenscheer geen open water is. En dat is iets wat de vrouwtjes wel prefereren. Kroos veroorzaakt mede de terugloop van krabbenscheer doordat het de fotosynthese belemmert en de plant direct overwoekert, maar heeft tevens een remmende werking op het afzetten van eitjes door de libel, en de ontwikkeling er van. Afgelopen zomer is er door een groep vrijwilligers onderzoek gedaan naar de populaties van krabbenscheer en groene glazenmaker in de Krimpenerwaard. De resultaten hiervan zullen na verwerking worden gepubliceerd in de waardvogel. Bronnen: www.groeneglazenmaker.nl; Krabbenscheer Groene glazenmaker, uitgave prov. Zuid-Holland 2004 Foto ei-afzetting: www.creativenature.nl
&
2014 Patrick Heuvelman Ook dit jaar gaat doet de NVWK meet met de natuurwerkdag, georganiseerd door Landschapsbeheer Nederland en de Groene Motor. Op twee locaties kunt u zich inzetten voor onderhoud van mooie stukjes natuur. De Knotgroep Krimpen heeft een locatie in natuurgebied Roesteiland in Krimpen aan den IJssel. Zij zorgen voor koffie, melk en soep. De landschapsonderhoudgroep gaat aan het werk op de Koeneschans van het Zuid-Hollands Landschap in Vlist. Op de laatstgenoemde locatie zal Eetcafé de Vlist erwtensoep verzorgen voor de deelnemers. Kijk voor aanmelden of meer info op www.natuurwerkdag.nl en gebruik als zoekwoord NVWK. Doe mee en leef je uit!
34
Waardvogel – september 2014
Op de grote stille heide dwaalt een … eenzaam rond Tekst en foto’s: Wim des Bouvrie Op 5 juli togen we naar de Eikenhoutbergen voor een dagvullende vlinderexcursie. De hei op de Hoge Veluwe was echt verlaten, daarom moest ik denken aan dit liedje uit mijn diensttijd. Alleen de diehards, Aziatische toeristen en acht fanatieke NVWK’ers waren er om te fietsen. De Aziatische toeristen kwamen vooral voor de van Goghs in het Kröller-Müller Museum. Het weer was echt slecht en enkelen hadden geen goede waterdichte kleding meegenomen. Toch gingen we het veld in onder leiding van onze gids Bram Omon, die daar veldwerk had verricht. De aandacht ging niet naar de hemel; geen teletoeters deze keer, maar lenzen voor het grond- en macrowerk. Het weer werkte bij het vertrek mee en ook nog toen we bij Schaarsbergen op onze witte fietsen stapten. Het fietsen maakte meerdere plaatsen makkelijker bereikbaar. De eerste plek gaf al een daverende verassing. Een slang; als kandidaat-presentatoren voor National Geographics ‘Deadliest Animals’ doken we er boven op. Het was voor velen van ons de eerste kennismaking met de adder. De adder besloot bij zoveel belangstelling zich te gedragen naar het gezegde “een adder onder het gras”. Verder richtten we vooral onze aandacht op de vlinders; dagvlinders, zoals: groentje, groot- , geelspriet- en zwartsprietdikkopje, bruin- en bont zandoogje en nachtvlinders, zoals: zilverstreep, zuring- en agaatspanner. De prima donna was toch de grote parelmoervlinder. Deze werd vaak gezien, evenals een familielid, de bosparelmoervlinder. Onderweg zagen we
1
2
3 1. 2.
sabelsprinkhaan, grasmot, rugstreeppad(je) en de rups van de sint-jansvlinder. Toen het erg hard ging regenen, vluchtten we naar het bezoekerscentrum, waar regenponcho’s aangeschaft werden. Op weg naar de poelen zagen we ook libellen, zoals zwarte heidelibel, watersnuffel, koraal- en tangpantserjuffer. De lijst werd aangevuld met hooibeestje en heivlinder. Ook op vogels werd gelet; een grauwe klauwwier werd gespot en we hoorden kruisbekken. Na een georganiseerde jacht werd eindelijk het gentiaanblauwtje gefotografeerd. Er werden speciale lokstoffen hiervoor gebruikt. Bij het wegzetten van de fiets nam de gehakkelde aurelia afscheid van ons. Het was een gedenkwaardige dag vol ontbering en dodelijke gevaren, maar het verhaal kunnen we allemaal navertellen. Ik bedank Miranda van den Dool voor de soortenlijst.
4 Koraaljuffer Grote parelmoervlinder
3. Geelsprietdikkopje met rupsen van de sint-jansvlinder 4. Tangpantsterjuffer
Waardvogel – september 2014
35
Knotbomen:
Landschapselementen (5)
Patrick Heuvelman In het mooie weidelandschap van de Krimpenerwaard is veel variatie. De vraag is of een ieder dat (nog) wel ziet en herkent. Het is immers zo gewoon, die bosjes midden in het weiland, die ene solitaire boom op de kop van een perceel en wat te denken van de knotbomen in hun vele gedaanten, vormen en soorten. Wat is of was hun nut en waarom bevinden ze zich juist daar? Onze polder is een cultuurlandschap, dus alles is beïnvloed door de menselijke hand. In vijf Waardvogeledities nemen we een aantal van deze karakteristieke elementen onder de loep en vertellen we het verhaal achter een specifiek ‘landschapselement’. In deze Waardvogel deel vijf over knotbomen. Wat is er karakteristieker in de Krimpenerwaard dan de lintbebouwing, smalle wegen met parallel lopende watergangen, bebouwing en in de bermen bomen. Knotbomen wel te verstaan. Die typisch ogende bomen. Korte stammen met een pruik van takken op een hoogte van z’n twee tot drie meter. Het zijn overwegend wilgen, maar als je goed kijkt vind je hele oude exemplaren van knotessen, terwijl ook elzen- en populierknotbomen voorkomen.
de kwaliteit er van op peil te houden verdwenen. De kwaliteit van de knotbomen gaat achteruit, doordat de frequentie van beheer achteruitgaat. De kosten van onderhoud zijn hoog en er staan geen directe baten tegenover, alhoewel knotbomen wel mede bepalend zijn voor de uitstraling van lintbebouwing. Knotbomen zorgen voor een bijzonder beeld en dat zal zich zeker uiten in hogere waarden van onroerend goed in het gebied. Maar ja, dat moet je wel (kunnen) inzien.
Knotbomen worden al eeuwen toegepast. Zo zijn er fresco’s die dateren uit 1400 voor Chr. waar knotbomen op te vinden zijn. Ook op veel schilderijen of andere kunstvormen zijn knotbomen te vinden. Knotbomen vervulden in tegenstelling tot nu een productierol. Het hout dat vrijkwam bij het snoeien, ‘knotten’ genoemd, werd gebruikt voor de productie van stelen voor gereedschap, bonenstaken en brandhout voor o.a. ovens van voornamelijk bakkers.
Knotbomen zijn arbeidsintensief, wanneer je het onderhoud uitvoert zoals in de eeuwen is ontwikkeld. In een eerdere Waardvogel heeft al eens een informatief stuk gestaan van Jos de Nood, over het onderhoudswerk wat door vrijwilligers binnen de NVWK wordt gedaan. Onderhoud is belangrijk om deze boomtypen in het landschap te behouden. Het is namelijk veel meer dan zomaar eens in de paar jaar de takken er af zagen. Je zou het gehele proces bijna een ambacht kunnen noemen. Een knotboom kan wel over de honderd jaar oud worden. Vooral essen kunnen deze leeftijd halen, omdat dit hout harder is dan de andere soorten zoals wilg en els.
Door de vooruitgang hebben we hier andere grondstoffen voor en is deze productieve rol grotendeels verdwenen. Daar ligt dan ook direct een risico voor dit type boom. Voor vele betrokkenen (agrariërs, wegbeheerders en particulieren) is de urgentie om het aantal knotbomen en
36
Waardvogel – september 2014
Het begint met een goede staak en een goede locatie. Schade door vraat van vee, maai- of aanrijschade door
machines moeten uiteraard worden voorkomen. Juist en tijdig beheer zijn van belang. Eens in de drie à vier jaar dient de knot kort gezet te worden. In de jonge jaren moet dit wat vaker om de vorming van een sterke knot te stimuleren. Jaarlijks stikken, uitdunnen van de knot, is dan van groot belang voor een goede kwaliteit van de boom en de verdeling van het hout op de knot. Ook het tijdig verwijderen van stamschot, de zijtakken op de stam, moet bij een boom continu plaatsvinden om zo de stam vrij te houden van takken. Dit is belangrijk voor de stevigheid van de stam. Ook kan het verkeer makkelijker langs de bomen en bij beheerwerkzaamheden (maaien en sloten) ondervindt men minder hinder van de knotboom. Bovendien blijven er zo tussen de stammen mooie zichtlijnen open naar de polder.
Naast een rijke flora, kennen knotbomen ook een grote diversiteit aan dieren. Aan wilgensoorten zijn maar liefst ongeveer 450 soorten insecten verbonden. Bijen hebben profijt van de relatief vroege bloei van wilgen. Er zijn voor bijen vroeg in het voorjaar weinig andere bloeiende planten voorhanden. Er zijn ongeveer honderd keversoorten op knotbomen aangewezen. Libellen en vlinders kunnen eveneens profiteren van knotbomen. De houtpantserjuffer legt haar eieren in de schors van knotwilgen. Alle insecten die op en in de boom leven, kunnen weer als voedsel dienen voor spechten en mezen. Het knotwilgslakje (Clausilia dubia) komt in Nederland vrijwel uitsluitend voor op knotwilgen. Hij eet algen die op de boom groeien.
Knotbomen vormen een biotoop voor veel dieren en planten. Dit komt door het rotten aan de binnenzijde van de knot of de stam. Hierdoor ontstaat er compostachtig materiaal waar aangewaaide zaden of zaden in uitwerpselen van vogels in kunnen ontkiemen en gaan groeien. Zo kan je eiken, lijsterbessen, meidoorns en veel kruidachtigen als brandnetels vinden in de knot van een boom. Vooral wat oudere knotbomen met een grote, deels holle stam of knot kunnen leuke verassingen herbergen. Veel vogels, zoals eenden, vinden dit een mooie broedplaats. Ook steenuilen met een nest worden regelmatig aangetroffen. Redenen te meer om goed beheer uit te voeren en de knotbomen voor de Krimpenerwaard in goede conditie te houden.
Knotbomen worden gemiddeld ouder dan hun soortgenoten die niet geknot worden. Knotelzen, -wilgen en -populieren kunnen de leeftijd bereiken van honderd jaar. Knoteiken, -linden en -essen kunnen wel honderden jaren oud worden.
Binnen de NVWK zijn twee knotgroepen actief die zich in de winterperiode bezighouden met het onderhouden van knotwilgen. Dit doen zij vrijwillig, maar de vereniging vraagt een relatief kleine vergoeding voor het onderhoud van het gereedschap en scholing van de vrijwilligers. Mocht u gebruik van willen maken van
onze diensten, of heeft u vragen over het beheer of de aanplant van knotbomen, neemt u dan contact op met de NVWK via cplanten@nvwk.nl. Wilt u meer lezen over knotwilgen? Een bekende binnen de vereniging, Maurice Kruk, heeft er samen met Paul Minkjan een mooi boek over geschreven, ‘Het Knotbomenboek’. Er staat veel informatie in over het voorkomen, de geschiedenis en het beheer van de bomen, aangevuld met erg mooie foto’s. Het boek is uitgebracht door de KNNV Uitgeverij met ISBN nr. 9789050113335. Bron tekst: Het Knotbomenboek, Paul Minkjan en Maurice Kruk Afbeelding: www.landschapsbeheer.nl, pdf Knotbomen
Waardvogel – september 2014
37
Berkenwants
(Elasmucha grisea)
Foto’s: Anita Melenboer Zoals de naam al doet vermoeden leeft deze wants uitsluitend op berken en zuigt plantensappen op. De wants komt daarom in Nederland overal voor waar berken staan en is zeer algemeen. Ook de jonge dieren (nimfen) leven van plantensappen en lijken vlak na de geboorte nog niet op de ouderdieren omdat ze afwijkende kleuren hebben en nog geen vleugels. De berkenwants wordt meestal tussen zes en twaalf millimeter. Opmerkelijk is dat de moederwants haar eieren en de pas uitgekomen jongen een tijd bewaakt. Vlak nadat de nimfen een eigen weg gaan zit haar taak erop en sterft ze. Ook zoeken de vrouwtjes elkaar op en bewaken elkaars jongen waardoor grote hoeveelheden nimfen kunnen worden aangetroffen. Het komt wel meer voor dat insecten de eitjes en/of de jongen beschermen, maar dat diverse ouderdieren elkaars jongen bewaken gaat net iets verder. Bij deze soort heeft de aanwezigheid van roofdieren als mieren daar waarschijnlijk mee te maken; zonder bescherming van de moeder worden de nimfen binnen korte tijd allemaal opgegeten. (Bron: wikipedia)
1
3
2
4 1. De berkenwants beschermt op deze manier haar eitjes. 2. Tijdens de regen gaat ze als een afdakje boven haar eitjes staan om te voorkomen dat ze nat worden. De druppels zie je nog op de wants zitten. 3. De eitjes zijn inmiddels uitgekomen en hier zijn ze al een aantal dagen oud. 4. De moeder heeft inmiddels haar kroost verlaten. Nu staan de kleine wantsjes er alleen voor. 5. Weer een paar dagen later is deze foto genomen van een jonge wants. Goed is te zien hoe de wantsen in zeer korte tijd veranderen. In augustus behaalde de berkenwants zelfs het nieuws; dit jaar waren er veel meer berkenwantsen dan normaal. Ze verschenen ook vroeger dan anders. Gewoonlijk is dat in de herfst. Ze gaven overlast omdat ze in huizen en tenten kropen. Schadelijk zijn ze niet, maar ze kunnen een flinke stank verspreiden.
5
Bron: http://nos.nl/artikel/685087
Nederland werkt weer in de natuur op 1 november Jos de Nood, coördinator Knotgroep Krimpen Het is dan de landelijke Natuurwerkdag. De vrijwilligersgroepen zoals ook de Knotgroep Krimpen ontvangen dan graag geïnteresseerden op één van hun werklocaties. Voor de Knotgroep Krimpen is dat het Roesteiland. Zoals misschien bekend is het Roesteiland een gevarieerd bos-en weidelandschap aan de rand van Krimpen aan den IJssel. Het wordt gebruikt door de Jeugdnatuurwacht van Krimpen aan den IJssel. Maar omdat het precies onder een hoogspanningsleiding ligt, mag een deel van de begroeiing niet hoger worden dan 3 meter. Daarom moeten de wilgen elk jaar geknot worden. Omdat de takken dan nog niet dik zijn is dit project uitermate geschikt voor beginners en kinderen. We nodigen je daarom graag uit om zaterdag 1 november mee te helpen in dit prachtige gebied. Het is heel goed om je kinderen of je kleinkinderen mee te nemen. Laat ze al jong kennismaken met het mooie maar ook nuttige werk in de natuur. We starten op 1 november 2014 om 9 uur ’s morgens aan de Populierenlaan te Krimpen aan den IJssel. Recht tegenover kerkgebouw De Wingerd is het rechtsaf naar de volkstuinen. Even voor de slagboom is er links een plank over de sloot waar je overheen moet. We werken ongeveer tot 15.00 uur. Je mag ook een deel van de tijd komen. Neem stevige schoenen mee, werkhandschoenen, regenkleding en een boterhammetje. Wij zorgen voor koffie, melk en soep. Je kunt je aanmelden via: xxxxxx@sxxxx.xxx.
Overige werkdagen Op het moment dat deze kopij binnen moet zijn is nog niet bekend wat onze andere werkdagen zijn. Maar zoals gebruikelijk werken we twee of drie keer voor het Zuid-Hollands Landschap. Dat bestaat meestal uit het afzetten van elzen langs de Ouderkerkse Landscheiding. Maar misschien werken we dit jaar ook weer aan onze eigen Ouderkerkse Tiendweg. Ongeveer 35 jaar geleden zijn we daar begonnen met het knotten. De wieg van onze knotgroep heeft zogezegd aan de Ouderkerkse Tiendweg gestaan. Ik weet nog dat ik een middag op het kantoor van het Hoogheemraadschap ben geweest en dat een meneer de adressen van de eigenaren voor mij heeft opgezocht in de Legger. De Legger bleek een kruising te zijn tussen een boek en een schrift op A-3 formaat. Daarin stonden alle perceelnummers vermeld met de adressen van eigenaren en eventuele pachters. Keurig netjes geschreven met vulpen. Of nee, ik geloof dat het met potlood was. We nodigen je uit om aan het knotten deel te nemen. Als je je aanmeldt via mijn e-mailadres krijg je bericht als de data bekend zijn.
Snoeicursus fruitbomen In Opperduit, tussen Lekkerkerk en Bergambacht is een verwaarloosde hoogstamboomgaard die we willen opknappen. Onze club heeft echter te weinig fruitboomsnoeiers om dit karwei aan te kunnen. Nu proberen we samen met De Groene Motor een snoeicursus op te zetten. We zullen één dag les krijgen in de bewuste boomgaard, één dag aan oude bomen die goed onderhouden zijn en nog één dag aan bomen van een paar jaar oud. We leren daardoor de beginselen van het aanpakken van achterstallig onderhoud, van onderhoud met verjongingssnoei en vormsnoei. De cursus is in de eerste plaats bedoeld voor onze eigen mensen, maar er is nog plaats voor anderen. Je kunt je opgeven via mijn e-mailadres xxxxxx@sxxxx.xxx, dan ontvang je bericht zodra er meer bekend is. We stellen als voorwaarde dat je je kennis beschikbaar stelt in één van de groepen die zich met snoeien bezig houden.
Hooien op het Zwaneneiland Bij de Vrienden van het Zwaneneiland is het ook nog mogelijk om met het hooien te helpen. Dat vindt plaats op zaterdag 4 oktober. Opgeven kan via hetzelfde adres: xxxxxx@sxxxx.xxx, waarna je meer informatie krijgt. Waardvogel – september 2014 39
Zomersnoei hoogstamboomgaard Boveneindselaan, Krimpen aan den IJssel Frits Hemerik Waarom zijn we actief bezig in de natuur? Die vraag stel je je af en toe als je met je kop in de zon bovenop een ladder bezig bent, of midden in de winter toen het nog echt koud was, op het bevroren water een elzenbosje aan het snoeien bent... Gewoon omdat je het leuk vindt en tegelijkertijd een passie hebt: diepe achting voor de natuur, die in de strijd met de mens uiteindelijk altijd overwint. Daarbij moet je haar soms een beetje helpen en dat doen we dus. Kijk naar deze hoogstamfruitboomgaard die ooit vijf keer zo groot was, en nu nog steeds zo'n vijftig appel- en perenbomen telt die na jaren zonder onderhoud vechten voor hun bestaan. Ondanks de strijd om ruimte binnen de gemeentegrenzen, is de boomgaard dankzij een initiatief van de omwonenden destijds blijven bestaan, toen Krimpen groeide van een paar honderd inwoners naar de kleine 30.000 nu. Het waren ook de huidige omwonenden die in 2012 contact met mij zochten; dit was een noodsignaal. In eerste instantie hebben Ber Verbeek en ik toen een meerjarig plan van aanpak gemaakt en contact met de gemeente gezocht. Maurice Kruk werd al snel geraadpleegd als deskundige. De gemeente was bereid de actie als maatschappelijk initiatief te omarmen en een stevige bijdrage te leveren voor de materiaalkas gedurende drie jaar. Ber is het een en ander te weten gekomen over de geschiedenis van deze laatste hoogstamboomgaard in Krimpen aan den IJssel die door boer De Vries in 1952 is aangelegd. Op luchtfoto's uit 1940 is te zien dat er op deze plek ook al een boomgaard was, die waarschijnlijk tijdens de oorlog verstookt is. Onze ‘knotploeg’ is in 2013 aan de slag gegaan voor een eerste aanpak, gevolgd door een tweede stevige snoei in 2014, waarbij de Krimpense knotploeg ook geïntegreerd meewerkte. Nu hebben we in augustus de zomersnoei afgewerkt. Gedrieën trokken Ber, Maurice als leermeester (wat wel en wat niet en waarom) en ondergetekende de kar, met veel aandacht van diverse omwonenden die uiteindelijk ook gingen meehelpen met het opruimen. De gemeente belde zelfs om te horen hoe het ging en ter plekke werden meteen vervolgafspraken gemaakt. Een medewerkster van de afdeling communicatie kwam kijken en fotograferen voor een stukje in het gemeentelijk informatieblad ‘De Klinker’. Helaas worden honden in de boomgaard uitgelaten en klimmen kinderen in de bomen. Het laatste zorgt voor beschadigingen aan de oude kwetsbare bomen. Om een stukje erfgoed te bewaren, moeten we begrip kweken bij de omwonenden om er voorzichtig mee om te gaan. We zijn op zoek naar meer Krimpenaren die willen meehelpen bij het uitvoeren van het beheerplan. Dit plan houdt in dat wij met een groep ervaren snoeiers in de winterperiodes de boomgaard een grote snoeibeurt geven, waarna er veel snoeihout opgeruimd moet worden. Na iedere snoeibeurt gaat een boom in de lente heftig reageren en daarom volgt er aansluitend een zomersnoei om dat reactiehout te verwijderen. Verder kijken we af en toe naar de situatie ter plekke. Het is duidelijk dat de bomen oud en sommigen ‘der dagen zat’ zijn. Zo hebben we bijvoorbeeld nu vastgesteld dat twee bomen de winter niet overleefd hebben. We hebben echter de toezegging van de gemeente dat dode bomen vervangen zullen worden. Wie wil ons helpen? Neem dan contact op met de NVWK via info@nvwk.nl. Er was voor iedereen een rijke oogst beschikbaar, die doordat de natuur ver vooruit is, nu al te proeven viel. Maar zichtbaar was tevens dat de activiteiten ook figuurlijk hun vruchten gaan afwerpen. Het in stand houden van deze boomgaard wordt een dankbaar project en bewijst eens te meer het plezier dat je samen kunt hebben met de natuur...
Boven: het reactiehout van een in het voorjaar gesnoeide boom Midden: Ber haalt een dode top neer Onder: Maurice, Ber en ik met een smakelijk appeltje voor de dorst als beloning Foto’s boven: Frits Hemerik; onder: Marjelijn de Haas
Waardvogel – september 2014
41
De microwildernis Peter de Mooij Om ons heen bestaat een wereld die wij nauwelijks opmerken. Het is de wereld van de kleine insecten. Met ontelbaar veel krioelen ze over deze aardbol. Als ze groter zijn dan een vlieg, kennen en herkennen wij ze nog wel, maar gaan we een stapje lager dan de mier, dan blijken er insecten om ons heen, die wij nog nooit goed bekeken hebben. Met vreemde lange sprieten en uitpuilende facetogen loeren en tasten ze in het rond. Het leven van de microfotograaf gelijkt op die van een jager. Met de camera, het statief en de macro- en microlenzen jaagt hij op ‘klein wild’. Beslist geen gemakkelijke prooi, want er moet vroeg vanonder het dekbed worden gekomen. Insecten zijn immers het makkelijkst op de foto te zetten in de morgendauw, als de koelte van de nacht hen tot rust heeft gebracht. Dan loopt de macrofotograaf in het hoge gras en voelt zijn voeten en broek drijfnat worden van de druppels dauw. Het deert hem niet, want hij weet dat er een wonderwereld te vinden is tussen de onkruiden. Met het verstrijken der jaren moet de leesbril er bij op, maar dat mag de pret niet drukken. Hij heeft maar weinig tijd, zodra de zon de dauw oplost is het mooiste moment voorbij en worden de insecten te actief om te fotograferen. Onrustig zoekt hij en voelt een golf van vreugde als hij de eerste grasmot op de foto mag zetten. Ze lijken op mannen met lange baarden en je ziet pas hoe wonderlijk ze zijn, als je ze sterk uitvergroot. Met deze eerste vondst komt er iets van rust in het hart van de macrofotograaf. Hij heeft de eerste buit binnen. Het water dreint inmiddels volop zijn lederen schoenen binnen als hij verder zoekt. In de verte roept de koekoek en de zon begint al warm te worden. In de schaduw vindt hij een onder de dauw zittende vlieg. Op de knieën in het gras (natte knieën) en klik, hebben. De macrofotograaf voelt zich gelukkig. Dit is mooi met die facetogen! Dan: “Auw!”, hij wordt in zijn arm gestoken door een steekvlieg die ook ontwaakt is. ‘Kledder’, de steekvlieg krijgt een koekje van eigen deeg als hij wordt platgeslagen. Het beest laat zich in het natte gras zakken en klimt op een stengel om een beetje verslagen voor zich uit te gaan zitten kijken. Daar heeft hij niet van terug! Even door de knieën weer en ‘klik’. De steekvlieg staat er met uitgestoken steekinstrument uit de lelijke bek glansrijk op. Een hooiwagen balanceert op de rand van een houten bankje in de polder. Een prachtige cicade en een vliegje met schitterende groene ogen; ook die neemt de fotograaf nog even mee. Verheugd over deze geslaagde ‘jacht’ keert hij huiswaarts om pas achter zijn laptop de ‘buit’ op ware grootte te zien.
42
Waardvogel – september 2014
Natuurvraag: Wat is dit? Maria Spruit Aan het begin van dit jaar kregen wij op de redactie van een lezer van de Waardvogel een vraag. Hij vroeg van welk dier de uitwerpselen konden zijn die hij in zijn tuin vond. Hij vond ze altijd na een regenbui, vooral in de zomer. De uitwerpselen zijn één tot drie centimeter groot, heel grillig van vorm, donkergroen tot bruin. Het heeft wel wat weg van kunststof. Ze liggen alleen in de moestuin, die langs een sloot ligt. De hele tuin ligt er soms mee bezaaid en geregeld liggen ze op een hoopje. Hij dacht dat het iets met de sloot te maken heeft, maar hij ziet nooit een dier. Volgens de vraagsteller dacht men aan een veenmol. De vraag boeide ons en we gingen wat rondvragen. Een veenmol is een krekelachtige en die zal niet dergelijke uitwerpselen produceren. We zetten de foto op waarnemingen.nl, maar daar kwam geen reactie op. Ik leende een boek waarin uitwerpselen staan, maar daarin vond ik niets wat ook maar iets weg had van de vormen op de foto. In augustus kregen we weer een mailtje. De vraagsteller had een bisamrat of iets dergelijks in zijn tuin gezien. Maar ook een bisamrat produceert dergelijke uitwerpselen niet. Ik liet de foto’s aan mijn dochter zien. Ze zei: “Dat zijn zwammen.” Dat was een interessante wending in onze gedachtengang. Geen uitwerpselen, maar paddenstoelen. Het paddenstoelenboek werd tevoorschijn gehaald. Ik vond een zwam die erg veel leek op de uitwerpselen: toltrilzwam (Exidia recisa), maar die groeit op dode takken, die nog in de bomen hangen. Tijd om een specialist met betrekking tot paddenstoelen te raadplegen: Sjani van Ophemert. Zij zette de foto op het forum van waarneming.nl. Iemand met veel verstand van zaken (van de Nederlandse Mycologische Vereniging) wist te zeggen dat het geen trilzwam was maar een alg. Op internet kon Sjani ook de oplossing niet vinden. Sjani’s dochter had ook een leuk idee: zij zag overkomst met pruimen die veel eerder geplukt hadden moeten worden. Kortom, we hebben nu een natuurvraag waar we zelf het antwoord niet op weten. Wie-o-wie weet dit wel of kan ons op een spoor zetten, waar we verder mee kunnen?
De Vogelscheurkalender 2015 Ruben Burbach
PERSBERICHT
Voor alle vogelaars is er de Vogelscheurkalender 2015, gemaakt in samenwerking met Vogelbescherming Nederland en de UvA-Artis Bibliotheek. Ook dit jaar met soortbeschrijvingen, vogelkijkgebieden, informatie over de vogeltrek, paring en nestelgedrag. Aangevuld met leuke fabels en anekdotes over kunst en cultuur. Meer info: rburbach@atlascontact.nl. Winkelprijs € 14,99 | ISBN 978 90 540 2610 7 | BEGIN AUGUSTUS VERKRIJGBAAR BIJ DE BOEKHANDEL
Burgermeldpunt Wildlife Crime van start
PERSBERICHT
Het Burgermeldpunt Wildlife Crime is een initiatief van de Friese Milieu Federatie ondersteund door Staatsbosbeheer, Koninklijke Nederlandsche Jachtvereeniging, Vogelbescherming Nederland, Prins Bernard Cultuurfonds en de Provincie Fryslân. Nadere informatie wordt graag verstrekt door projectleider Arnoud de Vries, mobiel 06-16499662. Wildlife crime is de Engelse benaming voor het schade aanrichten aan in het wild levende dieren, in Nederlandse vaktaal: vervolging van wilde fauna. Regelmatig krijgen buitengewoon opsporings-ambtenaren (boa’s) - zoals een boswachter - en de politie meldingen van wilde dieren die vervolgd zijn. Toch weten we niet exact hoe vaak het voorkomt. Dit komt deels omdat daders hun illegale activiteiten goed weten te verbergen en deels omdat vervolging vaak lastig te herkennen is. Met name dieren als de buizerd, havik, torenvalk, kiekendief, steenmarter, vos, das, roek, en zangvogels zoals putters, sijsjes en vinken zijn vaak slachtoffer van wildlife crime. Eén van de problemen is dat er mensen zijn die wilde dieren doden, om andere dieren zoals jachtwild, weidevogels, pluimvee of duiven te beschermen. Daarom is het Burgermeldpunt Wildlife Crime opgericht. Met het Burgermeldpunt Wildlife Crime willen we mensen informeren over wildlife crime en een representatief inzicht krijgen van waar wat gebeurt en in welke omvang. Pas als je weet hoe groot het probleem is kun je er wat aan doen. Ook willen we opsporingsinstanties en overheden voorzien van informatie, zodat zij gericht actie kunnen ondernemen. Het is een ieders verantwoordelijkheid om te zorgen voor onze mooie natuur en de dieren die daar leven. Bovendien is het verstoren, doden of vangen van wilde dieren strafbaar. Wat gebeurt er met jouw melding? Met jouw melding kunnen we in kaart brengen waar de meeste wildlife crime plaatsvindt, welke dieren slachtoffer zijn en hoe vaak het plaatsvindt. Met die gegevens kan actie worden ondernomen om daders op te sporen en zo wildlife crime te verminderen. Burgermeldpunt: www.wildlifecrime.nl, ook voor meer info.
Waardvogel – september 2014
43
Een uniek gebied in Nederland Anton van Jaarsveld Dit gaat over de Krimpenerwaard zeker? Die is uniek, beslist, maar ik heb een ander gebied voor ogen, waarvoor je wel een stuk moet rijden. Daar krijg je een schitterend landschap voor je neus met een voor ons bijzondere flora. Geen grazige weiden, maar vochtige heide en bronbossen met kleine beekjes. Ik neem je mee naar Noordoost-Twente, naar het gebied van de Mosbeek en de Bergvennen, dicht tegen de Duitse grens aan. Dit gebied vindt zijn ontstaan in de laatste ijstijden, toen landijs uit het noorden veel grind, zand en leem heeft aangevoerd. De heuvelachtige stuwwallen zijn achtergebleven en worden doorsneden door dalen met diep ingesneden beekjes. Eén zo’n dal is dat van de Mosbeek. We vinden hier een flora die we qua rijkdom kunnen vergelijken met die van ZuidLimburg. Tussen mei en juli bloeit hier op voedselarme plekken met ijzerrijk grondwater het zeldzame gewoon vetblad (zie foto boven). Dankzij een goed natuurbeheer is de plant op een paar plaatsen in Gelderland en Overijssel nog te vinden. Natuurlijk ontbreekt de orchideeënfamilie op zo’n terrein niet: de gevlekte orchis is daarvan misschien wel het meest aanwezig. Met de donkere vlekken op de bladen en zijn lichtgekleurde bloemen valt hij erg op. En als ik het over kleur heb: een heel geel veld met beenbreek mag best een verrassing heten. Waar vind je dat nog in ons land? Schitterend. De parnassia en de moeraswespenorchis aldaar zijn voor ons wat bekendere verschijningen. En dan de Bergvennen. Ik kon daar genieten van een aantal planten die ik nooit eerder had gezien. De lavendelheide geurde minder dan ik me had voorgesteld. Het oeverkruid bleek geen spectaculaire verschijning; het bijzondere zit meer in de groeiwijze. De plant groeit onder water en als het ven droogvalt, bloeit hij. Voor een foto van de zeldzame waterlobelia (links) was het zaak om geen natte voeten te halen. Hij groeit namelijk aan de rand van een enkel schoon ven in Nederland en als de waterstand op dat moment hoog is en de bloei net begint, heb je het als fotograaf moeilijk. Kun je in zulke kwetsbare gebieden dan zo maar rondstruinen? Nee, en misschien maar goed ook. Gelukkig regelt Landschap Overijssel af en toe excursies voor belangstellenden. Van harte aanbevolen!
Afsluiting knotseizoen Edith Kuiper We kunnen terugkijken op een geslaagde afsluiting van het knotseizoen op zaterdag 14 juni. Uiteindelijk waren er ongeveer 15 knotters present, waaronder wat jeugd. Hoewel de middag met een waterig zonnetje begon, werd het in de avond steeds mooier en ging de wind wat liggen. Onze gastheer Ton Vonk Noordegraaf had een prachtige grote partytent opgezet en heeft ons rondgeleid in het (opgeknapte) pestbosje. Veenvaarder Jaap heeft ons getrakteerd op een waterrijk tochtje met de platbodem. Patrick had een BBQ en vlees geregeld en iedere deelnemer heeft bijgedragen met ‘huisvlijt’ in de vorm van stokbrood, taart, salade, en wat te drinken. Frits had heerlijke Italiaanse kersenwijn en - ham meegebracht. We zagen allemaal vrolijke gezichten, dus dit lijkt voor herhaling vatbaar. We bedanken het bestuur van de NVWK voor de bijdrage! Waardvogel – september 2014
45
Sovon Landelijk Dag 2014, zaterdag 29 november Jeroen van Zuylen, coördinator Landelijke Dag 2014, Sovon
PERSBERICHT
De ReeHorst in Ede is eind november opnieuw de ‘place to be’ voor vogelaars en andere natuurliefhebbers. Sovon Vogelonderzoek Nederland houdt daar voor de tweede maal haar Landelijke Dag. De ReeHorst is een uitstekend bereikbare locatie vrijwel naast station Ede-Wageningen met comfortabele lezingzalen en een professionele uitstraling. Opnieuw is de programmering gevuld met boeiende lezingen in diverse zalen en natuurlijk een uitgebreide informatiemarkt. De dag is bedoeld voor iedereen met een hart voor vogels en natuur. Programma vanaf 9.30 uur: - Uitgebreide informatiemarkt met tal van kortingen en voordeeltjes - Lezingen in vijf zalen - Aandacht voor het Jaar van de Spreeuw (2014) - Jeugdprogramma (voor 8 tot 14-jarigen) De organisatie is in handen van Sovon in samenwerking met Vogelbescherming Nederland en de Nederlandse Ornithologische Unie (NOU). Houd de website, www.sovon.nl/ld, in de gaten voor het definitieve programma. Tot zaterdag 29 november!
25-jarig jubileum van de KNNV IJssel en Lek Greetje de Back, namens Jubileumcommissie KNNV IJssel en Lek
PERSBERICHT
In de maand oktober van dit jaar viert de afdeling IJssel en Lek van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV) haar 25-jarig bestaan. Deze viering gaat met verschillende activiteiten gepaard. Op vrijdag 10 oktober is er voor de leden een feestavond in het Van Cappellenhuis, Dorpsstraat 164 in Capelle a/d IJssel. Fototentoonstelling Op die avond wordt een tentoonstelling van foto’s, gemaakt door de leden, geopend. Er is gestreefd naar een evenwichtige verdeling van flora, fauna en landschappen in het stroomgebied van IJssel en Lek. De fototentoonstelling is te zien van 13 tot 24 oktober tijdens kantooruren. Daarna hangen de foto’s in het Gemeentehuis van Capelle a/d IJssel van 9 januari tot 9 april 2015. De foto’s hebben een formaat van 40 x 50 cm, inclusief lijst en passe-partout en ze zijn te koop voor € 50,00. Jubileumboek Tijdens de feestavond wordt het jubileumboek gepresenteerd, ‘KNNV IJssel en Lek, 25 jaar natuurbeleving’. De samenstellers zijn Greetje de Back, Erica Griffioen en Jan Willem de Jong. Het boek bevat een beschrijving van de historie van de afdeling, ingekleurd door een tiental interviews met leden die daaraan opmerkelijke, persoonlijke accenten geven. Verder zijn in het boek de meest bijzondere waarnemingen van de laatste vijf jaar opgenomen, met veel Rode Lijstsoorten. Er staan prachtige foto’s in. Het boek is gedrukt in een oplage van honderd exemplaren, formaat 210 x 210 mm in full colour, genaaid gebonden, hardcover en het bevat 88 pagina’s. De prijs tot 10 oktober is € 19,95. Na 10 oktober € 24,95. Belangstellenden kunnen het bestellen bij Greetje de Back (knnvijenl@live.nl). Ontdekpad Op zaterdag 11 oktober is er een openbare excursie in de Heemtuin aan de Heemlaan in Krimpen a/d IJssel. Er is een eerste Ontdekpad ontwikkeld voor ouders en kinderen. Door middel van vragen, opdrachten en spelletjes zullen jong en oud ‘gewone’ en toch ‘bijzondere’ natuurverschijnselen kunnen waarnemen. Het Ontdekpad bestaat uit een boekje van acht pagina’s, dat rijk voorzien is van verduidelijkende foto’s. Vanaf 11.00 tot 15.00 uur kunnen de mensen starten en de duur is ongeveer een uur. Het Ontdekpad wordt uitgereikt bij het toegangshekje aan de Heemlaan. Workshops voor kinderen In samenwerking met het Streekmuseum zijn er in dit museum aan de IJsseldijk 312 te Krimpen a/d IJssel twee workshops voor kinderen van 7 tot 12 jaar in de herfstvakantie, op dinsdag 21 en donderdag 23 oktober van 10.00 tot 12.30 uur. De kinderen zijn in de gelegenheid een vogelvoederplank te timmeren, zaadbollen van dennenappels te maken, kevers en muisjes van halve walnootdoppen te creëren en wenskaarten met materiaal uit de natuur te versieren. Het Streekmuseum zorgt voor de berichtgeving en aanmelding voor de workshops is gewenst: www.streekmuseumkrimpenerwaard.nl. De vereniging denkt met deze jubileummaand een mooie weerspiegeling te geven van de diverse activiteiten van de afgelopen 25 jaar.
De dijken op, de polder in – vier wandelingen in de Hoeksche Waard Ervaar de rust in de Hoeksche Waard en loop eens mee. U loopt over verharde en onverharde paden, door natuurgebieden, polderlandschappen en over dijken. Vanaf de startpunten zijn er telkens drie routes uitgezet, van 5, 10 of 15 km. U krijgt bij aanmelding een routebeschrijving en een kaartje mee. Op de route van 5 km is er ook een puzzel voor de kinderen. Deze wandelingen worden georganiseerd i.s.m. SOHW en HWL. Data: 28 september, 12 en 26 oktober, 9 november. Starten tussen 10.30 en 15.00 uur. Kosten deelname: € 1,50 volwassenen en € 1,00 kinderen t/m 12 jaar. Natuurexcursie om 14.00 uur, onder leiding van gids. Voor meer informatie, routebeschrijvingen en aanmeldingen: hartmann44@zonnet.nl of m.denboer@hartvoorregelen.nl; 06 13193313, of www.hartvoorregelen.nl
46
Waardvogel – september 2014