






![]()







WAARNEMEN VERDIENT AANDACHT. ZOALS HET HOORT. AL 95 JAAR.

Beste lezer,
In rap tempo zien we dat de maakindustrie uit onze stad verdwijnt. Na de sluiting van de glasfabriek kun je wachten op de volgende aankondiging van de sluiting van een fabriek. Maastricht, ons land en Europa is simpelweg te duur om spullen te maken. We mogen nog van geluk spreken dat de SAPPI-papierfabriek de vestiging Lanaken sloot en nu fors heeft geïnvesteerd in de fabriek in Maastricht. Dat had net zo goed andersom kunnen zijn. Het lijkt er op dat SAPPI voorlopig in Maastricht blijft, maar je weet nooit hoe ze op het hoofdkantoor in Zuid-Afrika denken.
Wat overblijft na het vertrek van de maakindustrie zijn de vaak meer dan 100 jaar oude gebouwen. Soms worden die gesloopt, zoals recent de uit 1820 daterende Affuitenloods bij het Bassin, maar gelukkig krijgen ze steeds vaker een nieuwe bestemming. Industriële iconen, zoals het Sphinxgebouw herinneren ons aan de
Gratis stadsmagazine voor Maastricht. Jaargang 3, editie 21, April 2026. Verschijnt elke maand. Het magazine is af te halen bij de supermarkten in Maastricht.
KANTOORADRES
Boschstraat 28 6211 AX - Maastricht
UITGEVER
Maurice Ubags 06 53 70 26 38


tijd dat Maastricht nog een echte industriestad was. Wie de skyline van Maastricht goed bekijkt ziet nog tientallen schoorstenen staan. De zwarte rook die decennialang uit de schoorstenen kwam, was honderd jaar geleden geen teken van milieuvervuiling, maar een symbool van vooruitgang en welvaart. Die welvaart ging vaak wel ten koste van het welzijn van de arbeiders.
In deze uitgave twee verhalen over de maakindustrie. Het ENCIterrein wordt de komende tien jaar een van de hipste wijken van de stad, is de vaste overtuiging van de ontwikkelaars. De plannen zien er veelbelovend uit.
En dit jaar is het 200 jaar geleden dat Petrus Regout in de Jodenstraat zijn bedrijf begon. Historicus en schrijver Caspar Cillekens stelde een mooie wandeling samen langs de geschiedenis van Regout. De moeite waard om mee te lopen!
Veel leesplezier, Peter Eberson, hoofdredacteur
LEES HET MAASTRICHTSE NIEUWS
PS STEUN ONS DOOR AMBASSADEUR TE WORDEN SCAN HIERVOOR DE QR-CODE
OOK ELKE DAG ONLINE WWW.DENIEUWESTERMAASTRICHT.NL
HET VOLGENDE MAGAZINE VERSCHIJNT 23 MEI
HOOFDREDACTEUR
Peter Eberson 06 55 93 29 18
SALES
Maarten Goes 06 36 50 12 84 goes@demediaexperts.nl
TIP DE REDACTIE redactie@denieuwestermaastricht.nl
T 043 - 321 53 31
ZIE ONZE WEBSITE VOOR DE OPENINGSTIJDEN

Decennialang zorgde de ENCIfabriek in Maastricht ervoor dat Nederland kon bouwen met de cement uit de groeve langs de Maas. Nu transformeert het ENCI-terrein tot een hippe wijk waar met name jongeren betaalbaar kunnen wonen en werken. Een innovatieve, creatieve nieuwe wijk ontstaat.
Veel Maastrichtenaren zullen zich wellicht afvragen wat gebeurt er eigenlijk met het ENCI-terrein, sinds de fabriek gesloten is. Vooralsnog lijken er nog weinig activiteiten te gebeuren, maar schijnt bedriegt. “Er gebeurt een heleboel,” zeggen Pieter Stokkink en Ivan Roos, die namens de eigenaar Limburg Real Estate (LRE) druk bezig zijn met de herontwikkeling van het ENCI-terrein. “Over een paar jaar ken je dit gebied niet meer terug. We zijn achter de schermen volop bezig om van dit gebied de hipste wijk van Maastricht te maken,” vertelt Pieter Stokkink op zijn kantoor op de bovenste verdieping van het voormalig ENCI-hoofdkantoor.

Dat hoofdkantoor is inmiddels volledig verhuurd aan startende, creatieve en culturele bedrijven. Meer dan 60 bedrijven zijn er gevestigd. “Veelbelovende start ups zoals het bedrijf Mine Kafon. Dit bedrijf dat is opgericht door de Afghaan Massoud Hassani maakt drones waarmee mijnen in kaart worden gebracht en onschadelijk kunnen worden gemaakt. Dankzij de technologie van het Maastrichtse bedrijf kunnen honderdduizenden mijnen die over de wereld nog in de grond liggen onschadelijk worden gemaakt en wordt voorkomen dat er nog meer onschuldige slachtoffers vallen,” legt Pieter uit.
het werk, studie of eigen bedrijf. “ENCI moet een toekomstbestendige omgeving worden, met betaalbare woningen en voldoende ruimte voor bedrijven. Ruimte voor creatieve bedrijven, ruimte voor ‘arts and culture’. We geven op dit moment al kunstenaars de mogelijkheid om hier te werken. Soms bieden we ze zelfs een gratis ruimte aan, omdat we het belangrijk vinden dat zij als kunstenaar kunnen werken.”
In de uitgewerkte plannen voor het ENCIterrein mikt eigenaar LRE op verschillende doelgroepen. Het gaat om wetenschappers,
“ Ruimte voor creatieve bedrijven, voor ‘art and culture’”
“Dit zijn de bedrijven die we graag helpen,” zegt Ivan Roos, die samen met Pieter Stokkink de plannen voor de nieuwe ENCI-wijk aan het uitwerken is. “Hoogst innovatieve en technologische bedrijven, die bij de ENCI kunnen groeien. Bij Mine Kafon werken hoogopgeleide mensen uit de hele wereld. Wat ze doen met de drones is werkelijk uniek en we zijn natuurlijk trots dat het bedrijf bij ons is gevestigd.” Pieter Stokkink vult aan dat een van de voorwaarden voor een succesvolle ontwikkeling van het ENCI terrein is dat werknemers ook kunnen wonen dicht bij
die bijvoorbeeld werken aan de Einstein Telescope of bij andere bedrijven op de Brightlands Campus. Verder is het ENCI-terrein voor makers, mensen uit de cultuursector, studenten en starters. Al deze mensen kunnen straks betaalbaar wonen in de woningen op het terrein.
De ontwikkeling van het enorme ENCIterrein gebeurt in fases. Na de sluiting van de ENCI werd het terrein in 2022 aangekocht door Limburg Real Estate. Een volgende belangrijke stap was de aanwijzing van een reeks gebouwen op


het terrein tot Rijksmonument. Dat garandeert dat de gebouwen die onder de monumentenregels vallen behouden blijven en een nieuwe bestemming kunnen krijgen. De eerste fase staat op het punt om te beginnen.
Pieter Stokkink: “De eerste fase strekt zich uit van het AINSI gebouw en het naastgelegen voormalig hoofdkantoor via het achtergelegen terrein met de Slakhal richting de voormalige rijksmonumentale Klinkerhal. De planning is om achter het AINSI-gebouw aan de Maaskade een nieuw woongebouw te maken met betaalbare woningen.
Wonen, werken, studeren. Deze mix hebben we voor ogen. Als het om wonen gaat hebben we het over betaalbare woonruimte met huren tussen de 600 en 650 euro voor een studio op het ENCIterrein. We willen dat vooral jongeren hier gaan wonen, kunnen studeren en

werken. Straks komt er horeca, er komen wandelroutes richting de groeve van natuurmonumenten en we zijn in gesprek met Arriva voor een goede openbaar vervoer verbinding. Op het terrein is ruimte genoeg voor een bushalte met een vaste verbinding naar binnenstad of station,” zegt Stokkink.
Ivan Roos: “Dat we ons richten op een jongere doelgroep is ook omdat we graag deze groep in Maastricht willen behouden. Dat kan alleen als er werk is en woonruimte. Op het ENCI-terrein combineren we dat. Er is ruimte voor voorzieningen zoals een kleine supermarkt, horeca,
kantoren en bedrijven. We willen dat creatieve ondernemers kunnen wonen bij hun bedrijf, maar dat er ook sportvoorzieningen komen. Je wandelt vanuit de nieuwe wijk zo de natuur van de voormalige mergelgroeve in. De huidige generatie jongeren vindt een goede balans tussen werk en privé steeds belangrijker. Ze hechten niet zo zeer aan het bezit van bijvoorbeeld een auto of koopwoning, maar willen wel prettig kunnen leven in een aantrekkelijke omgeving. Dat is precies wat we hier bij de ENCI gaan doen,” zegt Ivan Roos. Volgens Pieter Stokkink duurt het nog zeker tien jaar voordat het ENCI-gebied volledig is herontwikkeld en gaat het om een investering van vele tientallen miljoenen euro’s die dat vergt. “Maar de eerste ontwikkelingen worden al snel zichtbaar. Zo wordt er een wandelroute opengesteld tussen de groeve en het ENCI-terrein. Als het gebied verder in ontwikkeling is, komen er meer routes, zodat iedereen straks kan genieten van deze wijk.

De voormalig Slakhal krijgt een multifunctionele bestemming.
In onze schetsen staat bijvoorbeeld ook een nieuwe wandel- en fietsbrug over de Maas ingetekend. Naar de ambities van de 15- minute city waar werken, wonen en voorzieningen op loop- en fietsafstand bevindt.”

ENCI wordt een concept van Work and Stay.
Laatste appartementen in voormalige Sphinxfabriek te koop
Aan de Frontensingel zijn in een voormalige Sphinxfabriek 46 unieke appartementen gerealiseerd. Wonen in een historische omgeving op vijf minuten lopen van het stadscentrum. Dat is wonen in Sphinx Fabrique. De laatste appartementen worden nu te koop aangeboden.
Het gebouw, dat aan de ene kant grenst aan de Frontensingel en aan de andere kant aan het Petrus Regoutplein, ademt een en al historie uit. Gebouwd aan het einde van de 19e eeuw met als bijzondere kenmerken, de gewelfde plafonds opgebouwd uit uitzonderlijke kwaliteit bakstenen en een stalen skeletstructuur, destijds een schoolvoorbeeld van industriële architectuur.
Deze oude elementen zijn bewaard gebleven in de nieuwe appartementen. Ze zorgen voor een unieke sfeer die je nergens anders zult aantreffen. Sphinx Fabrique ademt historie, maar tegelijkertijd woon je in een duurzaam appartement met alle moderne voorzieningen, dicht bij de historische Markt van Maastricht. Elke appartement is gasloos en voorzien van een eigen warmtepomp. De vloerverwarming




in het hele appartement geeft meteen een behaaglijk gevoel. Wat opvalt in de appartementen is de ruimte. Brede woonkamers, hoge plafonds, grote slaapkamers, een apart toilet en het meest in het oog springend wellicht de historische elementen die in elk appartement terugkomen. Dit zie je niet vaak. De aangeboden appartementen variëren in grootte tussen de 100 en 193 vierkante meter. Beschikbaar met 1, 2 of 3 slaapkamers. Elk appartement heeft een eigen berging in de kelder van het gebouw, ruim genoeg om bijvoorbeeld de fietsen te stallen. Bewoners kunnen straks aan de Frontensingel genieten van een gezamenlijke, ommuurde stadstuin.
Als het gaat om de afwerking, is er sprake van een bijzonder luxe afwerking. Zo zijn de muren gladgestreken afgewerkt en is de badkamer instapklaar en voorzien van een luxe inloopdouche en geheel betegeld. De combinatie van het sanitair, verlichte spiegel en groot wastafelmeubel geven de badkamer een moderne, luxe uitstraling.
Alle aansluitingen voor de keuken liggen al op hun plaats en elke koper ontvangt een budget van 15.000 euro om bij Siematic de keuken geheel naar wens te laten samenstellen. Dat is bewust gedaan, omdat smaken nu eenmaal verschillen en de koper zo de keuken zelf kan uitkiezen. Alle appartementen krijgen door de ramen, die een replica zijn van de originele fabrieksramen, veel zonlicht binnen.
Wonen in Sphinx Fabrique biedt nog meer voordelen. Zo is bij de koopprijs een drie-jarig parkeerabonnement inbegrepen in de deels overdekte parkeergarage aan de overkant van de Frontensingel. Uiteraard is het gebouw voorzien van een lift en hebben de appartementen op de bovenste etage extra buitenruimte.
En last but not least betekent wonen in Sphinx Fabrique, wonen in het bruisende Sphinxkwartier in het centrum van Maastricht. Met de


gezellige binnenhaven Bassin om de hoek, en talloze restaurants en terrasjes, winkels en supermarkten in de directe nabijheid. Het Sphinxkwatier mag met recht de culturele en creatieve hotspot van de stad genoemd worden.
De aangeboden appartementen zijn te koop vanaf 559.000 euro vrij op naam. Dat is inclusief een 3-jarig parkeerabonnement en inclusief 15.000 euro budget voor de aanschaf van een Siematic keuken.
Interesse in een van de appartementen? Kom naar de Open Huisdagen op 25 april, 2 mei of 9 mei van 11.00 tot 12.00 uur. Ontvangst door de makelaars is bij de ingang Frontensingel. Laat u verrassen door de kwaliteit en uitstraling van de appartementen. Of neem meteen contact op met een van de makelaars: Marie-Louise Groeneweg, Thijmen Sentjens of Sam Meulemans.

Dit jaar is het precies tweehonderd jaar geleden dat de basis werd gelegd voor het industrieel imperium van Petrus Regout. Achter een grote, groene poort in de Jodenstraat begon een destijds piepjonge Petrus Regout met een glasslijperij.
DOOR: PETER EBERSON BEELD: JOUDY KAYALI
Historicus Caspar Cillekens, schrijver van het boek
De Sphinx en Maastricht, stelde een boeiende jubileumwandeling samen. Cillekens neemt geïnteresseerden mee langs plekken in Maastricht die met de geschiedenis van het bedrijf te maken hebben, al is het soms zoeken naar Regout.
Petrus Regout wordt in 1801 geboren in het ouderlijk huis aan de Nieuwstraat 9 in het centrum van Maastricht. Tegenwoordig herinnert niets aan het pand nog aan het feit dat er een van de grootste ondernemers van Maastricht werd geboren. Dat verbaast ook Caspar Cillekens. “Delen van de Maastrichtse samenleving hadden een moeizame relatie met het familiebedrijf van Regout. Verhalen over de slechte werkomstandigheden en kinderarbeid staan synoniem als de naam Regout valt,” zegt Caspar. “Maar vergeet niet dat er in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog 3700 mensen in de fabrieken van de Regouts werkten. Vaak hele families. Het ging van generatie op generatie. De verhalen over kinderarbeid kloppen, maar het gaat om heel weinig kinderen die in de fabrieken hebben gewerkt, vaak nog meegenomen door hun vader of moeder.
In het geboortejaar van Regout, 1801, runnen zijn ouders op de begane grond van het pand aan de Nieuwstraat 9 een zaak in huishoudelijke artikelen, glas, kristal en aardewerk. Het is dan al een goedlopende zaak. De Regouts hebben personeel in dienst en kunnen vrij snel het pand van de buren kopen om hun eigen zaak uit te breiden. Petrus Regout krijgt privéonderwijs, maar verlaat na de dood van zijn vader in 1814 de school om zijn moeder te helpen in winkel. Hij laat dan al een groot zakelijk instinct zien, want door de spullen die in de winkel verkocht worden heeft hij vrijwel dagelijks contact met de leveranciers van glas en aardewerk.
Als Regout 25 is start hij in de Jodenstraat een eigen glasslijperij. Caspar Cillekens: “Hij begon met één werknemer een glasarbeider uit Wallonië, die hij naar Maastricht haalde.

Je zou kunnen zeggen dat Regout al kenniswerkers naar onze stad haalde, voordat het woord bestond.”
De wandeling gaat verder richting de Boschstraat waar Petrus Regout twee jaar na de start van zijn zaak in de Jodenstraat naar verhuisde om verder uit te kunnen breiden. Caspar: “De omgeving Boschstraat is waar Sphinx uiteindelijk groot is geworden.
Gestart met een glasslijperij startte hij in 1936 met de productie van aardewerk, waar zijn bedrijf later zo beroemd om zou worden. Net als bij de productie van glas haalde hij kenniswerkers uit Engeland in huis. De familienaam Shephardd in Maastricht herinnert nog aan deze eerste kenniswerkers die hier kwamen werken.”
Tijdens de wandeling wordt door Caspar stilgestaan bij het beeld van Petrus Regout dat voor het voormalig kantoorgebouw van de Sphinx staat. “Het was de bedoeling dat prins Bernard in 1959 bij het 125-jarig jubileum het standbeeld zou onthullen, maar de prins kon niet aanwezig zijn omdat hij in Afrika op olifanten ging jagen,” vertelt Caspar. “Het initiatief voor het standbeeld kwam overigens niet van de directie maar van werknemers die vonden dat Regout een standbeeld verdiende. De Regouts waren aanvankelijk terughoudend, omdat ze vreesden dat een standbeeld opnieuw aanleiding zou geven tot het oprakelen van verhalen over bijvoorbeeld kinderarbeid in de fabriek.”

Het duurde nog tot 1965 voordat het beeld er kwam, want ook het toenmalige stadsbestuur stond niet te springen om een standbeeld. “Ze vonden de tijd er nog niet rijp voor. De negatieve sentimenten in de Maastrichtse samenleving zouden nog te sterk zijn.

Vlakbij het standbeeld van Regout staat het zogeheten Eiffelgebouw dat tussen 1929 en 1941 werd gebouwd. Het staat op de plek van de oude glasfabriek en het gebouw werd tot 2006 gebruikt voor de sanitairproductie van Sphinx. “De sanitairafdeling werd na de Tweede Wereldoorlog steeds belangrijker voor het bedrijf omdat er volop woningen gebouwd werden en elk nieuw huis een keuken en badkamer kreeg,” vertelt Caspar. “In de jaren tachtig en negentig ging het met de fabriek steeds slechter. Na de overname door het Finse Sanitec werd de productie in de jaren ’90 geleidelijk overgeplaatst naar lage lonenlanden. In 2006 werkten nog 400 werknemers in de fabriek. In dat jaar werd besloten de Sphinxfabriek aan de Bosschstraat te sluiten en een nieuwe fabriek te openen in de Beatrixhaven. Een fabriek die nog door de toenmalige koningin Beatrix werd geopend. Caspar: “Het was een soort laatste stuiptrekking want twee jaar later ging deze fabriek dicht en kwam er een einde aan Sphinx in Maastricht. Ik hoorde zelfs dat de bouten en schroeven van de robots in de fabriek in de Beatrixhaven maar half vastgedraaid waren zodat ze fabriek snel konden ontmantelen.”
In het Eiffelgebouw zijn nu een hotel, studentenstudio’s, horeca, appartementen en bedrijven gevestigd. Op het voorplein is een tekst van oud-stadsdichter Maarten van den Berg in de grond uitgehouwen. “Herinner mij het naamloos zweet dat hier de werkvloeren koelde, luidt de tekst. “Van de Berg vond dat de passage waar de geschiedenis van de Sphinx wordt belicht te weinig aandacht besteedde aan de sociale geschiedenis van het bedrijf en de positie van de arbeiders,” vertelt Caspar.
De wandeling eindigt bij het Petrus Regoutplein naast het Eiffelgebouw. Nu nog een parkeerplaats, maar over niet al te lange tijd een nieuwe woonwijk. “Het heeft lang geduurd voordat een plein naar Petrus Regout werd vernoemd,” zegt Caspar. “Het geeft nog maar eens de broze verhouding aan tussen de stad, die groot en rijk geworden is dankzij de industrie en ondernemer Petrus Regout.”
De jubileumwandeling Sphinx van Caspar Cillekens duurt ongeveer anderhalf uur en is te boeken via www.aldecaerte-maastricht.nl






The Body Clinic is al bijna twintig jaar een toonaangevende naam in Nederland op het gebied van cosmetische behandelingen zoals Botox, fillers, ooglidcorrecties en huidtherapie. Sinds kort is de kliniek ook gevestigd in Wyck, Maastricht.

Wat The Body Clinic onderscheidt, is de hoge klanttevredenheid.
“We zijn uitgeroepen tot beste cosmetische kliniek van Nederland op basis van duizenden reviews,” vertelt cosmetisch arts Marleen Ghijsens.
“Cliënten waarderen vooral de kwaliteit van zorg en onze persoonlijke benadering.”
Persoonlijke aandacht staat centraal. “Voor elke behandeling vindt een uitgebreid intakegesprek plaats,” legt Marleen uit. “We luisteren naar de wensen van de cliënt en geven altijd een eerlijk advies. Soms is een behandeling niet nodig –natuurlijke schoonheid staat voorop.”
The Body Clinic Maastricht Rechtstraat 23 www.bodyclinic.nl 085 7600035
Marleen, met ervaring in zowel algemene als cosmetische chirurgie, koos bewust voor The Body Clinic: “Hier heb ik de tijd om cliënten echt te begeleiden, iets wat in een ziekenhuis minder mogelijk is.”
Een veelgevraagde behandeling in Maastricht is de bovenooglidcorrectie, die helpt bij
Uitgeroepen tot beste kliniek van het land

een vermoeide uitstraling en zelfs klachten zoals hoofdpijn kan verminderen. Daarnaast groeit de vraag naar subtiele, regeneratieve behandelingen zoals Sculptra, die de huid stimuleert om zelf collageen en elastine aan te maken. “Dat zorgt voor een natuurlijk en langdurig resultaat,” aldus Marleen.
Cliënten kiezen steeds vaker voor kleine, veilige ingrepen die passen bij hun leeftijd en uitstraling. In Maastricht kunnen zij terecht voor diverse behandelingen, zoals het verminderen van rimpels, een wenkbrauwlift of het aanpakken van wallen en neus-lippenplooien.
“Tijdens een vrijblijvend consult bespreken we wensen en verwachtingen en stellen we een persoonlijk behandelplan op,” zegt Marleen. “Kwaliteit, veiligheid en natuurlijke resultaten staan altijd centraal.”
Met trots mag The Body Clinic zich opnieuw winnaar noemen van de Clinic Award 2026, dé erkenning voor beste cosmetische kliniek van Nederland.



Galerie Ut Glaashoes Spring-In
vrijdag 8 mei
van 14.00 tot 18.00 uur
De lente is in aantocht en dat vieren we graag samen met jou bij Ut Glaashoes! Tijdens onze Spring-In ontdek je kleurrijke en sprankelende lente- en zomerkunst, gemaakt door kunstenaars met een beperking.
Hun werk zit vol energie, gevoel en persoonlijkheid. Laat je verrassen door schilderijen, speelse vazen, de bekende bloemetjes van Annelie Pieters en de mozaïek bloempotten en vogelhuisjes in de beeldentuin, gemaakt in samenwerking met dagbesteding Gentiaan.
Kom langs en geniet van de Spring-In!
Atelier & Galerie Ut Glaashoes Wilhelminasingel 67, Maastricht www.radar.org/ut-glaashoes
Galerie Atelier Ut Glaashoes


Sinds het jaar 2008 is Chimera actief in de inkoop en verkoop van edelmetalen zoals goud, zilver en diamant. Chimera gelooft in eerlijke prijzen en garandeert daarom de hoogste goudprijs van Limburg.
www.goudinkoopchimera.nl



Wij zijn Team notarissen, hét energieke full-service notariskantoor in Maastricht. Toegankelijk en deskundig. Met ons dynamische team staan we altijd voor je klaar. Want wat je behoefte ook is, jij staat bij ons centraal en bent altijd welkom. Team notarissen, Oog voor mensen. www.teamnotarissen.nl
Avenue Ceramique 105 | 6221 KV Maastricht | 043-328 27 50


Ontdek Noon Maastricht –dé hotspot voor culinaire verwennerij en stijlvol genieten. Gelegen aan de Maas en met het mooiste terras in Wyck biedt Noon een mix van verfijnde gerechten en een trendy sfeer. Of je nu komt lunchen, dineren of borrelen, bij Noon beleef je altijd een smaakvolle ervaring. Kom langs en geniet!
GRIEND 7
BRASSERIE HARRY’S
Het terrasseizoen is begonnen! Geniet van een uitgebreide of zakelijke lunch bij Harry’s. Ons dagelijks wisselende lunchmenu wordt binnen 1 of 1,5 uur geserveerd. Perfect voor wie weinig tijd heeft, maar goed wil eten.

TUURMAASTRICHT.NL
TUUR
Bij TUUR komen jaren aan liefde en passie samen. Van een hapje en een drankje tot een uitgebreid diner, bourgondisch of verfijnd, met een knipoog naar oma Josephine. Geniet binnen in het knusse restaurant of op ons grote zonnige terras.
SINT MAARTENSLAAN 31A
VIER MET ONS MEE EN PROFITEER VAN € 12,50 KORTING
MET DE BOUCHON JUBILEUMACTIE*
Zien we je binnenkort?

*Actie loopt van 1 april t/m 28 juni 2026
Wycker Brugstraat 54 | 6221 ED Maastricht
Tel. +31 (0)43 311 6438 | info@bouchondenface.nl www.bouchondenface.nl

De beste cappuccino van Wyck drink je zonder twijfel bij Coffeelovers. Hier zetten ze namelijk koffie met bonen van Blanche Dael: de oudste ambachtelijke koffiebranderij en theepakkerij van Limburg.
AVENUE CERAMIQUE 50
PLEIN 1992 77 WWW.COFFEELOVERS.NL

Waarnemen verdient aandacht.
Al 95 jaar helpt Mestrini mensen de wereld beter waar te nemen.
Met aandacht, vakmanschap en oplossingen die passen bij het leven dat u leidt.
Van zien tot horen, alles komt samen in één visie.
Vier generaties expertise.
Persoonlijk, zorgvuldig en doordacht.


In de levendige wijk Wyck, op een steenworp van het station, combineert Alex een restaurant met een intiem boutique-hotel. De keuken is geïnspireerd op smaken van over de hele wereld en werkt met dagverse producten. Denk aan creatieve ontbijtjes, een wisselend lunchmenu en wereldse gerechten om te delen tijdens het diner.
Of het nu gaat om een snelle cappuccino op het terras, een goed glas wijn aan de bar of een ontspannen overnachting in een van de stijlvolle kamers – Alex is een plek om te proeven, te ontspannen en te blijven.

Of je nu kiest voor ons afslankprogramma met of zonder medicatie, met NewFysic behaal én behoud jij je ideale streefgewicht.



















WWW.MAXMAASTRICHT.NL

MAX
Lifestyle and fashion experience. Toegankelijk, veelzijdig en vrouwelijk met een eigenwijze ‘touch’. U treft hier regelmatig items die lokaal worden geproduceerd. De veelzijdigheid van de collectie maakt MAX geliefd bij jong en oud.
HOOGBRUGSTRAAT 69
staat al 75 jaar klaar voor ondernemers en particulieren. Met vestigingen in Maastricht en Heerlen combineren we juridische expertise met oprechte aandacht. Persoonlijk, oplossingsgericht en sterk in de Euregio. We denken graag met u mee.
WILHELMINASINGEL 77





Behoefte aan een luisterend oor, rust of informatie?
Je bent meer dan welkom! Kijk voor meer info op www.toonhermanshuismaastricht.nl




















WWW.GOUDINKOOPCHIMERA.NL KERCKHOFFSADVOCATEN.NL
Ontdek de kracht van zekerheid bij Chimera in Wyck, Maastricht. Dé edelmetalen specialist die bekend staat om zijn betrouwbaarheid, transparante werkwijze en deskundig advies bij de aan- en verkoop van goud en zilver - een vertrouwde partner voor duurzame waarde.
WYCKER BRUGSTRAAT 5

Sinds kort is de biologische supermarkt van de 53-jarige Ferry Krop gevestigd op Plein 1992. Jarenlang zat de Ekoplaza winkel in de Rechtstraat in Wyck, maar de vraag naar biologische producten groeit en dat was voor Ferry reden om uit te kijken naar een groter pand.

Ferry is zijn hele werkzame leven al gefascineerd door biologische voeding en producten. Dat begon meer dan dertig jaar geleden toen hij als stagiaire in een natuurwinkel in Roermond werkte. Daar raakte hij geïnteresseerd in alles wat met biologisch te maken had en die passie is nooit meer weg gegaan. “Ik ben opgeleid als kok en daar is mijn passie voor voeding ontstaan, maar het werken in de horeca vond ik niks. Ik wilde zelf ondernemen, zelf een zaak beginnen in biologische producten. In 2011 opende hij zijn eigen Natuurwinkel, die later Ekoplaza werd, de landelijke formule van biologische winkels. “Ik merkte een duidelijke toename in interesse in biologische producten,” vertelt Ferry. “De groei zat er goed in en ik was op zoek naar een nieuw winkelpand. Tijdens die zoektocht kwam de biologische winkel
in de Rechtstraat te koop, toen nog de enige concurrent van mij. Dat was een unieke kans, want hoe vaak komt het voor dat je enige concurrent te koop staat. Ik moest snel schakelen en het is gelukt.” De zaak liep zo goed dat Ferry begin dit jaar het leegstaande pand van Blokker op Plein 1992 kon overnemen.

Op de ramen aan de voorkant staat groot ‘Biologische supermarkt’. Dat lijkt in eerste instantie niet waar je aan denkt bij een winkel in biologische producten, maar het is een zeer bewuste keuze van Ferry. “Het geitenwollen sokken imago hebben wij al decennia geleden achter ons gelaten. Wat we zijn willen we ook uitstralen. Het is een biologische supermarkt. Je vindt bij ons alle producten die je ook in de normale supermarkt vindt, met dien verstande dat bij ons alles biologisch is. Van aardbeien tot maandverband.”
Wat opvalt is niet alleen de grootte van de winkel, maar ook de ruime opstelling van producten. “Ik wil vooral openheid en laagdrempeligheid uitstralen,” legt Ferry uit. “Brede paden tussen de schappen, een warm interieur met hout. Het persoonlijke contact met de klant is voor mij ontzettend belangrijk. Dat maakt het verschil. Mijn klanten zijn bewust met voeding bezig. We hebben veel studenten als klant, maar ook de dertigers en veertigers die met hun gezondheid bezig zijn. Soms vragen mensen wel eens of de producten wel echt biologisch zijn, zo groot is het assortiment. Ik kan ze geruststellen. Alles in mijn supermarkt is biologisch met de strengste keurmerken, die ook nog eens ieder jaar worden gecontroleerd. Dat is de zekerheid die ik bied.”
Plein 1992, 74 Maastricht





DOOR: BERT SALDEN BEELD: ESTHER THEUNISSSEN EN JOUDI KAYALI
“De wereldproblemen die zijn tussen twee glazen
Bier opgelost voor altijd
Op de rand van een bierviltje staat daar je rekening
Of je staat in ‘t krijt
Het enige wat je aan eten kunt krijgen
Dat is daar ‘n hardgekookt ei
De mensen die zijn daar gelukkig gewoon
Ja de mensen die zijn daar nog blij”
Toch houden in het centrum van Maastricht nog ondernemers stand met hun ‘dorpscafé’ in de stad, alhoewel het aantal echte bruine cafés op twee handen te tellen is in hartje centrum. Een steuntje in de rug is dat de traditionele bruine kroeg sinds maart officieel landelijk erkend is als immaterieel erfgoed. Deze status benadrukt het belang van de
kroeg als “tweede huiskamer” en sociale ontmoetingsplek. De erkenning moet helpen om deze authentieke, vaak historische locaties te beschermen en te behouden.
In deze editie van De Nieuwe Ster, een ode aan de typische Maastrichtse bruine cafés. Geen compleet beeld, maar een


DDe tekst van het lied over het kleine café aan de haven is voor menigeen uit het hart gegrepen, maar er zijn steeds minder van dit soort cafés die als een tweede huiskamer zijn. In Maastricht heeft de typische bruine kroeg het zwaar. Gebrek aan opvolging, de transformatie van café naar eetcafé en de hoge kosten maken het niet makkelijk om van een bruin café te kunnen leven.
overzicht van een aantal cafés, waar je komt voor een glas bier, een goed gesprek en een hard gekookt eitje of een blokje kaas, want dat is wel een voorwaarde om als bruin café aangemerkt te worden. Een echt bruin café heeft geen menukaart, maar serveert hooguit een soepje of een tosti, wat kaas of een hardgekookt ei.
DDe plek van café Frape aan ’t Bat is al meer dan 100 jaar een café. Vroeger fraai gelegen aan het water van het kanaal van Maastricht naar Luik, tegenwoordig ligt alleen nog de Maas aan de voorkant, het kanaal is al deccennia gedempt. Frape is een ontmoetingsplaats voor jong en oud. Een café met een sociale functie en veel sfeer.

Ruim 20 jaar geleden namen Francine en Peter Houben het café over. De naam werd veranderd in Frape. Dat klinkt Frans, maar is heel eenvoudig een samentrekking van de voornamen FRA(ncine) en PE(ter). Zo makkelijk kan het zijn. Alles bij elkaar telt het café binnen 40 zitplaatsen. Het interieur is zoals je van een typisch bruin café mag verwachten. Houten lambrizering, een klassieke houten bar met voldoende barkrukken en emaille borden met de biermerken langs de wanden.
De 76-jarige Peter is al sinds zijn achttiende liefhebber en kenner van speciaalbieren. “Dat waren in die tijd eigenlijk alleen maar Belgische bieren. Die tijd ligt ver achter ons. We hebben nu honderden speciaalbieren op de kaart staan. Van grote en kleine brouwerijen. Inmiddels zijn er meer Nederlandse brouwers van speciaalbieren dan Belgische, terwijl België toch de bakermat van de speciaalbieren was,” zegt Peter.
De uitbater van Frape overdrijft niet als hij zegt honderden bieren te schenken. Op de vraag wat drinken we vandaag voor speciaal bier is geen eenvoudig antwoord. De kaart is met honderden biertjes indrukwekkend te noemen. En alle bieren die op de kaart
“ Een café zoals dit heeft een sociale functie”
staan, zijn in huis. Bierliefhebbers uit alle windstreken weten het kleine café aan ’t Bat in Maastricht dan ook te vinden. Vaak omdat liefhebbers op social media foto’s posten van de bieren die bij Frape gedronken worden. “Daar komen dan weer andere bierliefhebbers op af. Ik geef zelf ook kleine bierproeverijen voor liefhebbers,
CAFÉ FRAPE, ’T BAT 7, MAASTRICHT
een paar biertjes met wat hapjes. Mensen vinden het leuk om meer te weten te komen over bepaalde bieren.” Een menukaart zul je tevergeefs zoeken bij Frape. Een bordje kaas en worst of wat snacks is wat er te krijgen is. Het is en blijft een café. Van de tap wordt Leeuw bier geschonken, maar de meeste bezoekers komen voor de speciaalbieren. Of voor het eigen bier van Frape, het Frapeterke, een hoppy pale house ale, dat speciaal voor Frape wordt gebrouwen bij bierbrouwerij Perron net over de grens in Lanaken. Cafés zoals Frape zijn er steeds minder, constateren ook Francine en Peter.
“Jongeren willen geen café beginnen. Die werken het liefst maar vier dagen en willen alleen geld verdienen. Een café zoals dit heeft een grote sociale functie. Een glas Duvel kun je overal drinken, maar toch komen mensen voor de sfeer en de gezelligheid naar ons.”
MMidden in de bruisende Muntstraat ligt het karaktervolle Café De Knijnspiep, al ruim 25 jaar uitgebaat door de familie Hentzepeter. Het café dateert uit 1911 en dankt die naam aan de lange, smalle doorgang, een echte “knijnspiep”.

De familie Hentzepeter nam ruim 25 jaar geleden de exploitatie over. Theo Hentzepeter had zijn roots in de muziekwereld (Disco Danser, iets verderop in de Muntstraat). In eerste instantie runde hij het café met dochter Rachelle, later kwam andere dochter Melanie de bar bevrouwen. Muziek speelt nog steeds een belangrijke rol, de installatie en de muziekkeuzes staan garant voor de sfeer.
“ Warm, levendig en authentiek”
Sinds oktober 2025 staat zoon Dylan, brouwer bij Brouwerij De Klinker, aan het roer. Met respect voor het verleden en een frisse blik op de toekomst zet hij het familiebedrijf voort, hij grotendeels in de avonduren, zus Melanie overdag. Hun
motto: “Een bruin café hoort bij Maastricht. Die sfeer moet je behouden en beleven. Het zou zonde zijn als dit verloren zou gaan.”
Uit de tap stroomt onder andere Brand pilsener (3.30 euro), naast een groot aantal speciaalbieren, waaronder zijn lokale trots Mestreechs Bloond en Cauwe, Dit laatste wordt gebrouwen met door Thermae 2000 uit 80 meter diepte opgepompt water uit de Cauberg.
Op de eerste etage ligt een sfeervolle extra ruimte met een eigen bar en tapkranen en, net als beneden, zitruimte voor 50 gasten. “Op drukke dagen is die etage ook geopend, maar je kunt ze ook reserveren voor feestjes. Ik organiseer er ook regelmatig speciaalbierproeverijen.”
De Knijnspiep is een plek om te blijven hangen. Tot de vaste Maastrichtse gasten behoren o.a. het reuzengilde Gigantius en de Kachelpiepers. “Bourgonische
levensgenieters vinden hier hun weg. Zeker in het weekeinde bruist het café. Een 70-jarige toerist toost hier op het leven met een dertiger. We hebben geen terras, maar bij slecht weer straalt het hier binnen. Het is hier altijd warm, levendig en authentiek. De Knijnspiep is geen café waar je alleen iets drinkt, het is een plek die je beleeft.”
Naast bier en gezelligheid organiseert De Knijnspiep ook een aantal asperge- en mosselavonden. Ook wordt dit jaar voor de 18de keer het Chouffe-weekeinde georganiseerd, een weekeinde lang acht verschillende kabouterbieren van de tap. Alle gasten krijgen een kaboutermuts op en er wordt luidkeels meegezongen met de muziek.
Op de menukaarten: gerechten die achter het buffet worden bereid, zoals een kaasplank, Maastrichtse gehaktballen en diverse soepen.
KKlokslag 12 uur opent de deur van ’t Pötterke, hoek
Mariastraat-Kesselskade. De eerste gasten lopen binnen en genieten even later van hun vers getapte glas Amstel bier (prijs: €2,90).
Vrolijke mannen van middelbare leeftijd, geen drinkers maar genieters.

’T
Vaste gasten hebben hier hun eigen plek, zo blijkt als één van hen zich in een hoek tegen zijwand en bar manoeuvreert. “Ik zit hier altijd.” Hij is niet de enige met een “eigen” plek: Als niet-stamgast wordt mij alvast duidelijk gemaakt dat ik zal moeten verhuizen als de optie op mijn stamkruk wordt vereist. Dit is ’t Pötterke, stamcafé voor Maastrichtenaren tussen 35 en 91 jaar. Chantalle Aarts is nu zo’n 30 maanden de exploitante. “Ik werkte hier al en toen de vorige exploitant het wilde overdoen, heb ik me meteen gemeld. Hier werken is echt heel leuk. Mijn opa en oma kwamen hier vroeger al en mijn man heeft hier als kind nog in de vensterbank gezeten.”
was dit pand ook slijterij en werden wat levensmiddelen verkocht. Het was destijds ook schipperscafé.” Dat was in de tijd dat schippers konden aanleggen voor de deur van in het in 1962 gedempte kanaal LuikMaastricht.
“ Alleen gerechtjes die je uit de hand kunt eten”
Zoals een echt stamcafé betaamt beschikt ’t Pötterke over een actieve spaarclub. Op zondagavond komen de amateurvoetballers uit diverse wijken napraten over hun balprestaties en zo is altijd wel aanloop.
staat het terras met 36 stoelen uit aan de Kesselsade en het pleintje aan de Mariastraat tegen de “Awwe Stiene”. Dat is de periode dat ook toeristen aansluiten. In dat seizoen zijn ook tosti’s, bitterballen en aanverwanten beschikbaar, of zoals Chantalle het omschrijft: “alleen gerechtjes die je uit de hand kunt eten.” De muziek sluit aan bij de gasten: evergreens uit de jaren 70, 80 en 90, inclusief Nederlands en Maastrichts repertoire.
Waar de sinds 1985 gehanteerde naam “’t Pötterke” vandaan komt is niet helemaal zeker: “Vermoedelijk was een voormalig exploitant putjesschepper. Maar dit pand heette ook een tijd lang Cozy Corner.
Chantalle vond op zolder nog wat oude papieren, waaruit onder andere blijkt dat hier op 1 mei 1890 al een drankvergunning is afgegeven. “Vroeger
De stamgasten verblijven in de koudere maanden op 36 vierkante meter binnenoppervlakte, zodra de zon schijnt
IIan Ummels nam in juni 2024 de exploitatie over van café “Hallo Mestreeg”. Hij werkte al in de horeca en is Maastrichtenaar met een chauvinistisch hart. Logisch dat de naam hem aansprak.

“Een eigen café in Maastricht is altijd al mijn ambitie geweest. En hier kwam ik al heel vaak. Dus toen de vorige exploitant mij vroeg of ik deze zaak wilde overnemen, hoefde ik niet lang na te denken,” zegt Ian. Hij heeft veel vaste gasten. “Het is een leuke mix van jong en oud, van toeristen en studenten en qua leeftijd van 18 tot tegen de 100. We hebben regelmatig een dj, een zanger of een pubquizavond op
“ We hebben een luisterend oor en goed woord voor iedereen”
zondag en gaan af en toe een dag weg met onze vaste gasten. En we hebben tapasmiddagen met Spaanse muziek en meer. Op zaterdagavond is er regelmatig een 70s,80s en 90s-party.”
De muziek past Ian aan aan zijn publiek: “Het is altijd typische cafémuziek, maar ook Beppie Kraft, John Tana en Frans Theunisz komen ruimschoots aan bod.”
“Hallo Mestreeg” is al een aantal jaren een horecalocatie, maar onder diverse namen, zoals C’ést ca en ’t Stadhoes. De huidige naam werd ruim 20 jaar geleden gegeven door Roos en Charles Delnooz-Van Wersch en tien jaar geleden overgenomen door Luc Schoonbrood, die de zaak over deed aan Ian Ummels.
Ian: “Ik wil de zaak nóg Maastrichtser maken, met bijvoorbeeld alleen in Maastricht gebrouwen bieren uit de fles,
naast Brand bier van de tap, Maastrichtse wijnen, Maastrichtse kaas- en vleessoorten en meer. Hier passeren veel mensen, Maastrichtenaren en toeristen. We liggen aan de drukke Grote Gracht, die de Markt en ’t Vrijthof met elkaar verbindt. Je komt hier altijd langs.”
Ian is trots op zijn stad. “Maastricht staat voor gastvrijheid en gezelligheid. Dat vind je zeker in deze bruine kroeg hier. We hebben een luisterend oor en een goed woord voor iedereen. Ik ben pas 27, maar sta borg voor die echte Mestreechter Geis.”
CCafés zitten vaak vol verhalen. Dat geldt al helemaal voor ’t Rozenhoedje, het oudste café van Maastricht En uitbaters en eigenaren Brigitte en Eric Smeets vertellen ze maar al te graag en nemen er de tijd voor.

Eric groeide op in de horeca en Gronsveld, begon na zeven jaar café een groentenwinkel en stopte daarmee toen de winkelopeningstijden werden verruimd. Dat was niet meer te doen! Overbuurvrouw Brigitte was kapster en opperde om samen in de horeca stappen. Eric: “Dat was 22 jaar geleden, we kozen voor Maastricht. We zochten een pand aan de rand van het centrum, dat we na verloop van tijd konden kopen. Het moest een écht bruin café zijn of worden. Dat is het nog steeds en daar doen we elke dag ons best voor. We willen een tweede huis zijn voor jong en oud. Iedereen is welkom voor een van onze speciaalbieren, wijnen, borrelplank, dagverse Limburgse vlaai – desgewenst met echte slagroom en diverse koffies. En een mooi glas Brand bier (voor 3,10 euro).”
Ze hebben er nooit spijt van gehad. “Die beleving is hier, elke dag! We hebben veel stamgasten met name 50 plussers. We hebben een trouw publiek, dat we regelmatig trakteren op livemuziek, waarvan gasten weer filmpjes plaatsen op
“ We zijn een dorpskroeg midden in de stad”
sociale media. We zijn een dorpskroeg midden in de stad. Dat waarderen ook toeristen. Maastricht is immers een toeristische stad.”
Historicus en oud-horeca-ondernemer Sjef Moers heeft vastgelegd dat ’t Rozenhoedje het oudste café is van Maastricht. “Sinds 1466. Het waren natuurlijk toen andere
tijden. Je had veel pelgrims die op doortocht hier sliepen en hun paarden lieten rusten. En vermoedelijk was het toenmalige pand van hout. De naam verwijst waarschijnlijk ook naar de eigenaar van destijds: Gerrit van in de Rozenhutte.”
Eric wijst op een minuscuul gaatje in de tegelvloer. “Dat is geboord door een voormalige exploitant voor een vaste gast, die liep met een stok. Hij kon zich alleen optrekken middels die stok, die dan wel vastgezet moest worden. Dat kon door de stok in het gaatje te steken.”
En dan is er nog een stamgast die na zijn overlijden een deel van de as wilde laten verblijven in ’t Rozenhoedje. Er staat nu een Maastrichts huisje met vleugeltjes. Meer verhalen? Brigitte en Eric serveren ze graag. ’t Rozenhoedje zit immers in hun hart en er is altijd wat te beleven.
I“Ik vind het eer dat ik dit iconische café mag beheren, net zoals alle medewerkers het een voorrecht vinden om hier te mogen werken. Dat verwacht ik ook van hen. We maken, in een pand dat het jaartal 1730 op de gevel vermeldt, samen deel uit van de geschiedenis.”

Het inleidend citaat is van Henri Hochstenbag, al 25 jaar de exploitant van In den Ouden Vogelstruys. “Van 2001 tot 2004 deden Tom Hamaekers en ik de exploitatie samen. Daarna werd Café Van Bommel van Tom en de Struys van mij. We zijn nog steeds bevriende collega’s.” Voorganger Bèr Schiffeleers maakte van een stil café waar op carnavalsmaandag gasten zaten te kaarten een internationaal befaamde topzaak. “In de 25 jaar die ik de zaak bestier is er ook veel veranderd. Zo hebben we nu veel meer variatie in dranken, met name mixdranken, speciaalbieren en wijnen.”
In de kelder staan drie biertanks van 1.000 liter, gevuld met Brand bier. Die tanks dragen de heiligennamen Servatius, Mondulfus en Gondulfus. Boven de tapkranen vermeldt een krijtbord uit welke biertank uw bier komt. Een pilsje kost 3,40 euro.
Vanuit de Struys is ’t Preuvenemint ontstaan en nog altijd vergadert het organiserende Struyskommitee hier, net als stadscarnavalsvereniging De Tempeleers, waar Henri in het verleden stadsprins was. Maar ook divere studentenverenigingsbersturen komen samen in de Struys.
“ De Struys kent veel vaste gasten”
De Struys kent veel vaste gasten. Henri: “’s Morgens komen mensen hier de krant lezen met een kop koffie. In de middag hebben we nogal wat borrelgasten en ’s avonds zien we de wat jongere stappers.”
Net zo vast als de stamgasten zijn de medewerkers van de Struys “Er is een goede onderlinge sfeer en iedereen werkt graag met elkaar. Omdat ik, ondanks mijn passie voor deze zaak, niet zo vaak op de werkvloer sta is de leiding van de zaak in handen van drie bedrijfsleiders: Loe Smeets, Glenn Schoenmaeckers en Guido Wolfs.“
Henri, telg uit een slagersfamilie, nam in 2019 het naastgelegen pand aan ’t Vrijthof over en vestigde er Brasserie l’Autruche in met een mooie menukaart. De kleine vergaderzaal boven de Struys verhuisde naar boven l’Autruche. De helft van de bezoekers aan de Struys zijn toeristen, de kleine kaart van de Struys is alleen in het Mestreechs. “Ach, op deze plek zijn al in 1309 toeristen gesignaleerd. En die verstonden vast ook Maastrichts.”
CCafé De Karkol in de Stokstraat is een van de bekendste cafés van de stad. Bekend bij de Maastrichtenaar, maar zeker zo bekend bij de bezoeker aan de stad. Barth Hochstenbach runt nu al meer dan 26 jaar De Karkol. Gastvrijheid is waar het om draait bij De Karkol.

“Voor zover ik heb kunnen terugvinden was op deze plek in 1901 al een café”, vertelt Barth. “Dat is het onder verschillende namen altijd gebleven en in ruim honderd jaar is het interieur en de indeling van het pand niet wezenlijk veranderd. Wat ook onveranderd is, is het bier dat geschonken wordt: Brand bier (3,40 euro),” vertelt Barth.
Bij de Karkol draait het om gastvrijheid. Het is iets waar Barth ook zijn team op traint. Elke gast mag rekenen op een begroeting en een vriendelijk ‘bedankt en tot ziens’ bij het weg-gaan. “Dat wil je als gast toch? Een vriendelijk woord kost niets.” Barth is zich er terdege van bewust dat de typische bruine cafés in Maastricht het steeds moeilijker krijgen. “Je ziet het in de dorpen, waar de dorpskroeg verdwijnt, maar je ziet het ook in de stad. Steeds meer echte
cafés verdwijnen en maken plaats voor eetgelegenheden. Dat levert meer op.”
De Karkol is nooit meegegaan met de trend om er een eetcafé van te maken.
“Dit is een café waar je binnenloopt voor een lekker pilsje, en waar je mensen ontmoet. Soms praat je een hele tijd met
“ Een vriendelijk woord kost niets”
een onbekende die je nooit meer zult zien, maar je hebt wel een leuke middag of avond gehad Ons publiek is echt een mix van jong en oud. Overdag zien we de ouderen en de echte Maastrichtenaar. In de avonduren en zeker in de weekenden trekt De Karkol een jonger publiek. En hoewel we geen kaart hebben, wordt met
alle liefde een unnesop of een tosti-karkol gemaakt. Gasten van de Karkol weten overigens dat ze door Barth en zijn team altijd getrakteerd worden op een snack. “Dat hoort bij gastvrijheid en als mensen ’s middags gaan borrelen is het wel zo fijn dat ze ook een hapje krijgen. Zo blijven ze ook nog langer hangen,” lacht Barth.
Lief en leed wordt in De Karkol gedeeld. Vaste gasten hebben er hun eigen plekje. Een bezoek aan De Karkol voelt als een warm bad op een binnenruimte van slechts 37 vierkante meter. Barth is trots op wat hij samen met zijn team heeft bereikt. Een hecht team van mensen die vaak al heel lang in dienst zijn. En met één groot voordeel: ze spreken allemaal Mestreechs.

“Het is duidelijk dat er tussen financiële stress en hart- en vaatziekten een link bestaat, maar onduidelijk is waarom deze relatie bij de een wel tot hart- en vaatziekten leidt en bij de ander niet. Met een groot onderzoek willen we boven water krijgen wat er nodig is om uiteindelijk te komen tot vroeg tijdige herkenning, voorkoming en behandeling van hart- en vaatziekten (HVZ).
Met de tijdens de studie opgedane kennis hopen we niet alleen beleidsmakers binnen bijvoorbeeld de gezondheidszorg en de overheid handvatten aan te reiken, maar ook mensen die hiermee worden geconfronteerd adequaat ondersteuning te bieden”, aldus projectleider In a Heartbeat, Gera Nagelhout (Avans Hogeschool Breda en hoogleraar bij de Universiteit Maastricht).
Grote gezondheidsverschillen vormden de aanleiding voor het onderzoek. Nederlanders zonder geldzorgen worden ruim 8 jaar ouder en leven 24 jaar langer fit en vitaal dan Nederlanders met een te krappe beurs. Wie financiële stress ondervindt, maakt daarnaast liefst anderhalf keer meer kans op een hartvaatziekte. Klachten bij vrouwen krijgen snel het stempel ‘stress’, waardoor hart- en vaatziekten over het hoofd worden gezien.
Gera legt uit: “Het project is in 2025 gestart vanuit een zogenoemde burgeradviesgroep. Vanuit de universiteit deden we vanuit een brede basis onderzoek naar gezondheidsbevordering. Omdat veel leden van de adviesgroep zelf of via hun familie met armoede te maken hebben, viel het besluit om te focussen op hartvaatziekten in combinatie met armoede stress. Omdat het onderwerp de burgeradviesgroep ‘aan het hart ging’, hebben we gepeild of er interesse bestond voor ‘omscholing’ tot burgerwetenschapper.
Klaske Tiemstra (UM) vervolgt: “Die interesse werd breed gedragen en vervolgens hebben we in gezamenlijkheid
(burger- en beroepswetenschappers van Avans Hogeschool en Universiteit Maastricht en ervaringsdeskundige) subsidie aangevraagd bij ZonMw en de Hartstichting, die gelukkig werd toegekend. Het team bestaat nu uit 5 beroepswetenschappers en 9 burgerwetenschappers. Het project wordt in 2027 afgerond.”
Evy van Gestel (Avans Hogeschool) hierover: “We willen graag een evenwichtige verdeling man/vrouw van de deelnemers, maar helaas zijn kwetsbare onderwerpen voor mannen vaak moeilijk bespreekbaar. Tot nog toe hebben we zo’n 20 aanmeldingen – waarvan het merendeel vrouwen - maar het streven is om in totaal zo’n 40 tot 60 mensen te interviewen. Zou heel fijn zijn als we de komende tijd ons streefgetal kunnen volmaken, een stuk bewustwording kunnen creëren dat deelname kan leiden tot een win/winsituatie.”
De interviews vinden bij voorkeur in het zuiden – Limburg en Brabant – plaats, maar het kan ook wel eens gebeuren dat het midden van het land wordt bezocht. “Alleen vinden we Friesland wel erg ver”, lacht Gera.
Het projectteam komt in verschillende samenstellingen regelmatig bij elkaar om onder meer de interviews te evalueren. Inmiddels is wel duidelijk dat de combinatie van wetenschappelijk-, burgeronderzoeker en ervaringsdeskundige een schot in de roos is. Hiermee onderscheidt In a Heartbeat zich ook nadrukkelijk van soortgelijke onderzoeken, waar alleen wetenschappers de relatie HVZ/Armoedestress onderzoeken. De meerwaarde
is duidelijk: beroepsonderzoekers brengen wetenschappelijke kennis en ervaring in, zodat het onderzoek aan de wetenschappelijk standaard voldoet. De burgerwetenschappers hebben zelf ervaring met armoede stress en HVZ, een ‘menselijke’ en welkome aanvulling op de nuchtere cijfers.
Tijdens In a Heartbeat worden levenslijninterviews gehouden. Tijdens de gesprekken brengen de onderzoekers samen met deelnemers belangrijke gebeurtenissen uit hun leven in kaart. Vaak schokkend en ingrijpend. Duidelijk wordt dat factoren als stress, eenzaamheid en schrale leefomstandigheden iemands gezondheid kunnen ondermijnen.
De interviews verlopen volgens een vast stramien. Naast het in kaart brengen van de levenslijn wordt gebruik gemaakt van een vragenlijst om een duidelijk beeld te krijgen van de deelnemer en zijn of haar leefomgeving. Dit vaste stramien geeft zowel burgeronderzoekers als beroepswetenschappers houvast bij deelnemers die van de hak op de tak springen. “Soms handig om strak de levenslijn af te werken, maar soms loopt het tijdens het gesprek ook anders. En dan moet je flexibel kunnen zijn”, aldus een enthousiaste burgeronderzoeker. Uit de interviews komt naar voren dat armoede een ‘meerkoppig monster’ is. Of zoals iemand oorzaak en gevolg treffend omschreef: ‘dominosteentjes’. Valt je financiën-steentje om dan volgt vaak een kettingreactie, met alle gevolgen van dien. De interviews vinden thuis plaats, maar kunnen ook op de universiteit of in een buurthuis gehouden worden. Burgerwetenschapper Mattie Boonen: “Het is vaak een kip/ei-cyclus. Soms is de aandoening familiair en openbaart zich dit door geldzorgen, maar het kan ook dat geldzorgen reden zijn voor hart- en vaatziekten. Vaak blijkt ook een financieel moeilijke jeugd de basis. De sociale omgeving, armoede, slechte voeding, noem maar op.” Klaske stelt vast dat het mooi is om diversiteit in gesprekken terug te horen. “Dat geeft stof tot nadenken”. Gera zegt tot besluit: “Leg je levenslijnen op elkaar dan zie je wel vergelijkbare patronen. Waardevol voor het onderzoek, maar te voorbarig om daar nu al conclusies uit te trekken”.
Op 29 mei 2026 sluit Jos Floris voor de laatste keer de deur van Schoenmakerij Floris aan de Scharnerweg. Weer een ambachtelijk familiebedrijf dat na meer dan honderd jaar verdwijnt uit het straatbeeld in Maastricht.
In 1922 begon opa Delhaes met een schoenmakerij in Heerlen, maar vanaf begin jaren dertig van de vorige eeuw zetelde de schoenmaker Jos Delhaes, de opa van Jos Floris, in de Maastrichtse Rechtstraat en vanaf 1964 aan de Scharnerweg 38.

In Schoenmakerij Floris ruikt het als bij iedere traditionele schoenmaker. Een mengeling van lijm, rubber en een vleugje leer. Tegen een achtergrond van opeengestapelde schoenen, de winkel is tevens werkplaats, tref ik Jos aan met een masker voor zijn mond. “Tja die lijm, dat is eigenlijk niet heel gezond, maar binnenkort ben ik er dus vanaf. Is misschien maar beter ook.”
Wat volgt is een gesprek samengevat als een monoloog. Een monoloog over een gedreven ambachtelijke familie, een veranderende tijdsgeest en tijd voor een welverdiend pensioen.
Deal met nieuwe buurman
“In april word ik 65 jaar. Mooie leeftijd om te stoppen. Het is geen gezond beroep en vindt maar eens een opvolger die dik

50 uur per week wil werken in een omgeving als deze. Ik was eigenlijk van plan om het jaar vol te maken en dan rond de jaarwisseling te stoppen. Het is toch altijd een beetje moeilijk om een einddatum te plannen. Maar het liep anders. Het winkelpand hiernaast werd verkocht en de koper kwam zich keurig netjes voorstellen als de nieuwe buurman. We raakten in gesprek en van het een kwam het ander. Ik gaf aan dat ik ook plannen had om te stoppen en voor ik het wist was het pand verkocht. Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat hier appartementen komen. Ik zit nu feitelijk gehuurd in het pand en 29 mei gaat de deur voorgoed op slot.”
ze in een hotel werkte, mijn opa Floris kennen. Floris was een Italiaanse man uit Sardinië. Want hoewel iedereen denkt dat de achternaam Floris een voornaam is dan wel oer-Hollands, komt de naam dus uit Sardinië. Ze trouwde en kregen een kind. Mijn vader Fernand Floris. Mijn Italiaanse opa stierf al jong en oma ging werken in een viswinkel in Heerlen. Daar leerde ze Jos Delhaes kennen, een schoenmaker, met wie ze trouwde. Mijn vader heeft Jos Delhaes altijd als zijn vader beschouwt. In de jaren dertig van de vorige eeuw verhuisden ze naar de Rechtstraat 26 in Wyck. Daar begon Jos Delhaes zijn Maastrichtse schoenmakerij. Hoe het

Uit woning gezet
“Na 104 jaar gaat dit familiebedrijf dus stoppen. In 1922 is mijn opa, Jos Delhaes, een schoenmakerij begonnen in Heerlen. Mijn oma, de Maastrichtse Anna Bock, leerde in Antwerpen, waar
in de Rechtstraat verkocht aan slagerij straat. Van huurbescherming was toen begon hier de schoenmakerij en stikkerij Delhaes. Het begon allemaal klein, maar lopende zaak. Mijn vader ging ook aan de slag als schoenmaker en nam de zaak
prachtig vak. Toch werd ik aanvankelijk geen schoenmaker. Ik werd loodgieter en ging aan de slag bij de Limburgse Verwarmings Industrie van de familie Messinger. Niet voor heel lang, want rond 1980 werd ik maquettebouwer bij Hupkens Modelbouw.

Ik ben daar ongeveer 30 jaar blijven werken. Het was hard aanpoten. We bouwden maquettes op schaal voor architecten, maar ook modellen op ware grootte. Het model van Spacestation ESA in Noordwijk hebben we gebouwd. Ik kijk met plezier terug naar die tijd, maar het was ook een tijd waarin ik soms 18 uur per dag werkte en met regelmaat gevreesd werd dat een faillissement eraan zat te komen. Rond 2010 was de schoenmakerij van mijn vader ook gesloten. Fysiek kreeg mijn vader het niet meer gebolwerkt. Van het een kwam het ander. Ik rolde de schoenmakerij in. Eerst ging ik nog parttime werken bij een schoenmaker in Gulpen om de kneepjes van het vak te leren. In de tussentijd opende vader wel weer de zaak. Hij nam overdag de opdrachten aan en in de avonduren deed ik het werk. Dat was niet lang vol te
houden. Na dik een half jaar opende ik de schoenmakerij weer volledig. Deze keer niet als Delhaes, maar als schoenmakerij Floris. Mijn vader had de naam Delhaes altijd als eerbetoon aan opa Delhaes aangehouden. Ruim anderhalf jaar naar de opening overleed mijn vader.”
Vakantie was een leuke bijzaak “Qua werkaanbod kan ik nog jaren vooruit. Ook alle andere schoenmakers in Maastricht hebben qua werka niet te klagen. We zijn geen concurrenten van elkaar. We hebben genoeg werk. Maar wie wil nu nog ruim 50 uur per week werken? Vroeger waren vakanties leuke bijzaken. Nu lijkt het alsof de jongere generaties vakanties beschouwen als het ultieme. En bovendien maximaal 32 of 36 uur per week werken. Maar kun je het hen dat kwalijk nemen? Mijn zoon Ricardo
Floris had een eigen topsport-carrière. Hij was een begenadigd topatleet op de 5 en10 km. Hij heeft een eigen zaak, Floris Running Evolution, voor persoonlijke coaching op het gebied van hardlopen. Dat is waarschijnlijk ook veel beter dan werken als schoenmaker.”
In serie werken
“Alles wat hier links tegen de muur ligt moet volgende week vrijdag af zijn. Vanmiddag ga ik de schoenen op het rek voor de machines nog bijsnijden en bijschuren. Morgenvroeg, op vrijdagochtend, worden de schoenen opgepoetst en vanaf pakweg 12.00 uur kunnen ze worden opgehaald. Het is flink aanpoten, soms verstand op nul. Mijn geheim is het werken in serie. Een strak weekschema. De winkel is vier dagen per week geopend. Van dinsdag t/m vrijdag

van 08.00 uur tot 18.00 uur. Stikwerk, denk dan met name aan tassen en inzetten van ritsen of iets dergelijks, doe ik vaak op maandag. Dan ben ik gesloten, maar werk ik wat vooruit. Op dinsdag wordt het stikwerk afgemaakt en worden de eerste schoenen bekeken en bewerkt. Woensdag, donderdag en vrijdag doe ik feitelijk alleen schoenen. Eerst alle schoenen afschuren en klaar maken voor de nieuwe zolen en het bij het repareren behorende stikwerk. Daarna alle schoenen voorzien van bijvoorbeeld nieuwe hakken en/of zolen. Donderdag alle hakken en zolen bijsnijden en zoals gezegd op vrijdagochtend de finishing touch.”
Geen sleutels
“Ik heb inderdaad geen sleutelmakerij erbij. Dit heb je goed gezien. Daar heb ik gewoon geen tijd voor en vooral


“schoenmaker blijf bij je leest”. Als mensen met een sleutel komen, word ik onderbroken in mijn seriewerkzaamheden. Bovendien willen mensen op hun sleutel wachten. Logisch, maar dat kost mij te veel tijd. Voor mij dus geen optie. Ik ben ook gevraagd voor ophaalpunt van pakketjes. Dat is hetzelfde verhaal. Kost mij gewoon te veel tijd.”
Ultiem vakwerk
“Het zal even wennen zijn vanaf 1 juni. Maar misschien is het goed dat ik stop op wellicht het hoogtepunt. Mensen vragen wel eens of ik de beste schoenmaker ben? Ik lach dan en wuif het weg. Ik zeg dan dat ik de beste van karakter ben, hahaha... Ik denk wel dat ik door mijn ervaring in de modelbouw vaker nog net een oplossing weet te
verzinnen bij schoenen die feitelijk niet meer te maken zijn, althans waar het niet meer de moeite loont. Maar soms bedelen mensen echt voor een ultieme reparatie, omdat de schoenen zo lekker zitten. Ik ga dan op uitdrukkelijk verzoek aan de slag. Maar eerlijk gezegd leg ik daarop bij. Ik kan dan niet het geld vragen voor de tijd die ik erin heb gestoken. Maar ach…. dat is mooi dat ik dat als vakman kan doen, het is een uitdaging en het levert toch reclame op. Maar over twee maanden is het gedaan. Dan ga ik meer wandelen, een beetje hardlopen en genieten samen met mijn vrouw. Ongetwijfeld komen dan ook nog wat klusjes thuis om de hoek kijken. Het is mooi geweest!”
14 augustus 1984 Maastricht 5 maart 2026
DOOR: KARLIJN VAN DER GRAAF

In de rubriek Het Afscheid verschijnt elke maand een necrologie van iemand die recent is overleden.
Het was een gevleugelde uitspraak van Wouter Bollen. Dat geluk zocht hij continue op; zijn leven was een aaneenschakeling van feestjes. En meestal was hij zowel initiator als gangmaker, en luisterde hij deze bovendien muzikaal op door achter de draaitafel te staan. Met zijn aanstekelijke lach, vlotte babbel en open houding trok hij mensen aan. Wie een leuke avond wilde, zocht Wouter op. Gezelligheid gegarandeerd.
Sociaal en eigengereid
Zijn vriendenkring was dan ook uitgebreid, en nieuwe kennissen betrok hij onmiddellijk en volledig bij zijn sociale omgeving. Hij was een ware verbinder. Het kon gebeuren dat hij op bezoek ging bij vrienden en een voor hen onbekend persoon meenam, zonder vooraf goedkeuring te vragen. Dat kwam niet in hem op; Wouter leek het leuk om iemand te introduceren, en dus deed hij dat- en leuk wérd het. Volgens zijn vader Fons en stiefbroer Jens deed Wouter voortdurend alles naar eigen goeddunken, en dat was niet altijd conform verwachting van de buitenwereld. Zo kwam hij vaak ergens te laat, of helemaal niet opdagen. Daarbij was geenszins sprake van onwil of bewust asociaal gedrag, maar hij vergat af en toe gewoonweg de wereld om hem heen. Zoals hij ook niet bedacht dat mensen er mogelijk op een zeker moment klaar mee waren dat hij altijd spullen leende. Of geld. En er vervolgens zelf bij Wouter achteraan moesten gaan om het terug te krijgen.

‘Als het ongeluk in een klein hoekje zit, dan zit het geluk in de rest van de kamer!’
Het is de toon die..
Hij kwam er desalniettemin mee weg. Zijn charme en verbindende kwaliteiten maakten dat mensen niet lang boos konden blijven op Wouter. Hij deed zijn ‘ding’, en dat ding werd leuk gevonden door velen. Zeker als het om zijn grootste liefde gaat: techno. Als DJ had hij helemaal zijn draai gevonden. Zijn moeder is op dat vlak een grote stimulans geweest, omdat ze Wouter alle ruimte gaf om in zijn jonge jaren bij haar thuis zijn muzikale talent te ontplooien. Het heeft hem ver gebracht, en de stad veel gebracht: hij heeft menig Maastrichts feest muzikaal omlijst. Zelfs tijdens carnaval, waarbij Beppie, Ziesjoem en John Tana de boventoon voeren, weerklonken zijn beats over het Vrijthof
en de laatste jaren op het Richie Backfireplein bij de Muziekgieterij. Hij kon daarbij rekenen op een groeiende schare fans.
Tussen de regels door
Onverschrokken als hij was, en wars van regels bovendien, schuwde Wouter de underground niet. Hij draaide regelmatig op locaties en tijdstippen die niet voor de hand lagen, en voor een specifiek publiek. Formaliteiten naleven was niet aan hem besteed, terwijl dat voor evenementen als ‘Vastelove’, die enkel in samenspraak met de gemeente kunnen plaatsvinden, een voorwaarde is. Hij kreeg hierbij hulp van Ivo Vaassen, die eveneens zijn sporen heeft verdiend in de technomuziek, maar ook thuis is in de wereld van vergunningen en regelgeving. Samen vormden ze een gouden duo: Ivo die de zaken strak organiseerde en Wouter die de mensen bijeen bracht, vol creatieve ideeën zat en altijd alles kon fixen.
Filosoferen
Een ander duo vormde hij de laatste maanden met Naomi. Hoewel de relatie pril was, voelde de onderlinge band sterk en vol diepgang. Want anders dan het voor de meeste mensen met wie Wouter omging leek, had hij een levendige innerlijke wereld. Hij was meer dan dat grenzeloze feestbeest. Jens en Naomi kennen hem ook als iemand die graag filosofeerde. Over de voor- en tegens van A.I. bijvoorbeeld, over de oneindigheid van het universum en over de donkere kanten van het bestaan. Volgens Jens kon Wouter ‘blöd’ overkomen; ogenschijnlijk dommig als het om simpele dingen ging, en op andere momenten ontegenzeggelijk wijs. Die paradox herkent Naomi ook. Ze was regelmatig verbaasd over zijn doordachte uitspaken. Hij maakte haar bovendien deelgenoot van zijn angsten en onzekerheden. En van de eenzaamheid die hij ervoer. Generatiegenoten hadden inmiddels veelal gekozen voor een burgerlijk bestaan. Zijn vriendenkring verjongde daardoor.
Hier en nu
Naomi en Wouter hadden elkaar recent beter leren kennen omdat zij een ceremoniële tatoeage bij hem had gezet. Casanova als hij was, had hij de nodige ervaring op liefdesgebied opgedaan en was daar niet enkel ongeschonden uitgekomen. Dat geldt ook voor Naomi. Zij spraken daarom af om niet te snel van stapel te lopen. Toen ze samen dansten op een feest zei Wouter zich niet op te willen dringen omdat ze met hun tweeën nog alle tijd van de wereld hadden. Vervolgens betrok zijn gezicht en zei hij met grote ogen: “Maar ja, van de andere kant: morgen is niet beloofd..”.
Hoekje
Vanwege een tijdelijke rij-ontzegging had Wouter zijn VW Caddy begin dit jaar voor de duur van die periode geruild tegen een scooter. De verleiding om toch in zijn auto te stappen zou anders te groot zijn, zo vertelde hij Naomi. Het was met deze scooter dat Wouter Bollen op 5 maart precies in dat ene kleine hoekje terecht kwam waar het ongeluk die dag zat.
De onheilsplek is inmiddels een gedenkplaats geworden voor zijn vrienden en fans. Hier ontmoeten mensen elkaar soms voor het eerst en ervaren een klik vanwege die ene gemeenschappelijke deler: ze waren allen gek op Wouter. Op sociale media verschenen vele berichten na zijn dood, die gedeeld worden door anderen. En ook de grote groep vrijwilligers die zich heeft gemeld om in zijn geest de volgende Vastelove te organiseren, laat volgens Ivo zien dat Wouter, dat eigenzinnige lachebekje, zelfs over de dood heen mensen samenbrengt.

Voor
Roger Ruijters (66) is aan zijn laatste weken als bestuurder van zorgorganisatie Envida bezig. Hij draagt 1 mei formeel het stokje over aan zijn twee opvolgers Milenka van KempenVanderheijden en Petra Lamberts. Zelf neemt hij officieel afscheid op 12 mei, de Internationale Dag van de Zorg. Daarmee is voor hem na een carrière van 44 jaar in de zorg de cirkel rond. “Ik voel me bevoorrecht dat ik altijd vanuit mijn hart mijn werk heb mogen doen.”
Hij is bij hoge uitzondering deze keer zelf niet op zijn fiets naar de afspraak in Mechelen gekomen. Zorgbestuurder Roger Ruijters verplaatst zich in de werkomgeving het liefst op de tweewieler. “En dat is géén e-bike”, verduidelijkt hij. “Onze locaties in Maastricht en in het Heuvelland zijn makkelijk te bereiken. Normaal bezoek ik ze tot Gulpen altijd fietsend. Dat doe ik graag. Het houd me fit en het is gewoon goed om af en toe eens lekker moe te zijn.”
Orgel
Met zijn pensioen in het vooruitzicht is dat een van de fijne en gezonde bezigheden waar hij meer vrije tijd aan gaat besteden. “Fietsen, wandelen, muziek, ik ga me zeker niet vervelen. Van kinds af aan bespeel ik alles wat toetsen heeft, piano, orgel, keyboard. Ik houd van de natuur en vakanties. En ik kan met mijn vier jonge kleinkinderen ook een keer iets door de week gaan doen, zonder dat ik alles in het weekend moet proppen. Het is niet moeilijk om te stoppen met werken, want ik vind het een voorrecht om op deze manier afscheid te nemen: gezond en vitaal.”
Hij legt uit dat de hobby’s in al die jaren regelmatig naar de achtergrond werden verdrongen door zijn werkzaamheden als bestuurder van Envida, een functie die hij sinds 2018 bekleedt. “Envida staat altijd aan. Niet alleen dagelijks fysiek op de vloer, maar ook in mijn hoofd. Het is een van de grootste zorginstellingen met vierduizend medewerkers en daarnaast bijna duizend vrijwilligers. Er gebeurt altijd wel iets. Ik vind het niet erg om met pensioen te gaan, maar het is wel spannend als straks dat gevoel verdwijnt om altijd met je job bezig te zijn. Ik zal mezelf wat dat betreft een beetje opnieuw moeten ontdekken.”
Menselijke maat
Voordat Ruijters bij Envida begon was hij zestien jaar lid en voorzitter van de Raad van Bestuur van de MeanderGroep Zuid-Limburg. Daarmee is hij in totaal een kwarteeuw als zorgbestuurder actief. Ook was hij directeur van verpleeghuis Hambos en werkte Ruijters bij het Academisch Ziekenhuis in Maastricht. Zijn loopbaan begon hij als verpleegkundige bij het militair hospitaal in Utrecht, hij was beroepsmilitair.
“Ik heb altijd vanuit mijn hart mijn werk mogen doen, of dat nou aan het ziekenhuisbed was of aan de bestuurstafel. Ik ben bestuurder van grote organisaties geweest, maar ik ben juist fan van kleinschaligheid. Ik houd van de menselijke maat. Een grote organisatie moet klein aanvoelen. Als ik gepensioneerd ben vind ik het ook niet erg om me met kleine dingen bezig te gaan houden die waardevol in het leven zijn.”
Zeker in de zorg is het belangrijk om waardevol te zijn voor mensen die hulpbehoevend zijn. Dat draagt Roger Ruijters bij Envida met hart en ziel uit. “Omdat ik vertrek betekent het niet dat de klus bij Envida geklaard is. Envida anticipeert op de veranderende wereld. Er staan nog heel wat mooie projecten in de steigers. Wat dat betreft vind ik het wel jammer dat ik ze niet meer meemaak als bestuurder.”
Envida investeert enorm in het zogenaamde Deltaplan Maastricht-Heuvelland. Het woonzorgconcept van de toekomst, waarin zeventien partners elkaar gevonden hebben om de nieuwe vorm van zorg mogelijk te maken. Roger Ruijters is daar trots op. “We vullen het vacuüm op tussen thuis wonen en het verpleeghuis. Er moeten zorgzame gemeenschappen ontstaan waarbij formele en informele zorg als een geheel functioneren. Het stimuleren van zelfredzaamheid is belangrijk. In Residentie Gerlachus, met zorggeschikte appartementen in Maastricht, zijn we daar vijf jaar geleden mee begonnen. Over het resultaat zijn we heel tevreden. In Gerlachus is een mooie community ontstaan waarbij de bewoners heel veel organiseren en zorgmedewerkers en studenten die ook voor Envida werken, aanvullen wat de ouderen zelf niet meer kunnen.” In de regio Maastricht-Heuvelland moeten dertig woonzorgzones ontstaan. “Ik denk altijd in oplossingen en niet in problemen. Het is mooi als je zo lang mogelijk zelfstandig kunt blijven wonen. Of dat nou thuis is of in een complex in de directe omgeving van je oude huis. Een plek waar je een beroep kunt doen op zorg als dat nodig is, maar wel bijvoorbeeld nog gewoon je eigen eten kunt koken. Het maakt de mensen uiteindelijk minder afhankelijk. We proberen wonen, werken en leven met elkaar te combineren in de woonzorgzones. Jong en oud komen samen. Bestaande bouw kun je opplussen. Appartementen beter toegankelijk maken. Een algemene huiskamer maken, waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten en activiteiten plaatsvinden. Het is een plek waar niet alleen cliënten wonen, maar ook jonge zorgprofessionals of studenten die als buddy’s een helpende hand kunnen bieden. Zo ontstaat er langzaam maar zeker een heel nieuwe zorginfrastructuur.”
Corona
Je zou het Deltaplan de legacy van Roger Ruijters bij Envida kunnen noemen. Misschien wel het gouden ei in de zorg, waar hij met veel passie over praat en heilig in gelooft. Roger Ruijters hoeft niet lang na te denken om het moment te noemen dat in zijn vijfentwintigjarige loopbaan als zorgbestuurder het meest indruk op hem heeft gemaakt. “De coronaperiode, die springt er bovenuit. We zijn daarna allemaal doorgegaan met ons leven en veel mensen denken er niet meer aan, maar ik vergeet nooit het moment van saamhorigheid in onze organisatie. Alle neuzen stonden dezelfde kant op. Een ding was zeker, de zorg móest doorgaan. En de waardering vanuit de samenleving was groter dan ooit, ondanks de verdrietige situatie dat veel mensen door COVID-19 het leven hebben gelaten. Waardering is belangrijk voor de toekomstbestendigheid van de zorg. Dat gun ik ons. Zorgmensen leveren maatwerk vanuit hun hart. En dat blijven we doen.”
DOOR: STEFAN VRANCKEN
Het beoefenen van genealogie (stamboomonderzoek) is een van mijn favoriete bezigheden. Als je, zoals ik, niet enkel geïnteresseerd bent in je voorouders in rechte mannelijke lijn (in mijn geval dus de familie Vrancken), dan komt er eigenlijk nooit een einde aan je onderzoek. Ik wil namelijk weten wie al mijn voorouders zijn, en hoe hun levens verliepen. In een dergelijk geval maak je een kwartierstaat.
Een kwartierstaat begint bij jezelf. Vervolgens worden in de kwartierstaat vermeld de ouders, alle grootouders, alle overgrootouders, alle betovergrootouders, et cetera. Bij elke generatie terug in de tijd, verdubbelt het aantal voorouders in het schema (twee ouders,

vier grootouders, acht overgrootouders, zestien betovergrootouders, et cetera).
Een kwartierstaat van een ‘autochtone’ Sint Pieternaar zal over het algemeen voornamelijk Sint Pieterse voorouders bevatten, met af en toe een ‘reisje’ naar bijvoorbeeld Heugem. Typische Sint Pieterse familienamen zijn onder meer Jongen, Claessens, Rosier, Blanckers, Henket, Gorren en Brouns. Dit waren redelijk honkvaste families. Enkele van deze families hebben echter voorouders die uit de ‘grote stad’ Maastricht kwamen.
Maastrichtenaar
Maria Isabella Hubertina Jongen, een oudere zus van mijn op Sint Pieter geboren overgrootmoeder Maria Catharina Isabella Hubertina Jongen (1879-1943), trouwde op 27
april 1900 op Sint Pieter met Sint Pieternaar Servatius Hubertus Brouns. Hoewel de familie Brouns al generaties lang op Sint Pieter woonde, ligt de oorsprong van deze familie in Maastricht. De eerste Brouns die zich op Sint Pieter vestigde was Frans Brouns. In 1670 trouwde Frans met Helena Bougeart. De familienaam van Helena kent bijzonder veel schrijfvarianten, waaronder Boetjeha, Bodihaer, Botusera, Botichart en Botichan. Frans werd gedoopt in de Maastrichtse Sint Catharinakerk op 10 juni 1638 als zoon van Jan Brouns (ook Broens genaamd) en Maria (van) Cherat. De naam Frans kreeg hij omdat hij vernoemd werd naar zijn grootvader Frans Brouns (ook Broens en Broons genaamd), die sowieso al in 1592 in Maastricht woonde. Ook de wieg van Helena Bougeart stond in Maastricht. Zij werd op

3 oktober 1644 gedoopt in de Maastrichtse
Sint Nicolaaskerk als dochter van Willem Bougeart en Joanna Oleslegers.
Mijn genoemde overgrootmoeder stamt overigens ook af van Frans Brouns en Helena Bougeart, namelijk via hun dochter Maria Brouns (1671-1748), die in 1696 op Sint Pieter trouwde met Engel Blanckers. Een overgrootmoeder van mijn overgrootmoeder was namelijk Maria Ida Blanckers (17571821), een achterkleindochter van het genoemde echtpaar Blanckers-Brouns. Maria Ida Blanckers trouwde in 1789 met Arnoldus Henket.
Een onthoofde brouwer
De leden van de familie Jongen die niet, zoals mijn overgrootmoeder dat wel doet, afstammen van de hiervoor genoemde Maastrichtenaar Frans Brouns, hebben toch Maastrichts bloed. De stamvader van de Sint Pieterse familie Jongen, Paulus Jongen, was namelijk gehuwd met Maria Hardi. Paulus werd geboren in Zussen in 1722 en trouwde op Sint Pieter in 1752 met Maria. Hoewel Maria Hardi zelf in 1732 op Sint Pieter werd geboren, was haar vader Servaes Hardi een Maastrichtenaar van geboorte. Op 3 november 1680 werd hij gedoopt in de Maastrichtse Sint Jacobskerk, destijds gelegen op de hoek van de Bredestraat en de Sint Jacobstraat. Ook zijn vader (eveneens Servaes geheten, gehuwd met Cecilia Brocken) en zijn grootvader (die ook de naam Servaes droeg en gehuwd was met Agnes Blancken) werden in Maastricht geboren.
Servaes Hardi, de vader van Maria Hardi (stammoeder van de Sint Pieterse familie Jongen), was de tweede echtgenoot van de moeder van zijn kinderen. Anna Pelsers heette zij. Anna werd gedoopt op Sint Pieter op 24 augustus 1691 als dochter van de brouwer Lambricht Pelsers en Sophia Rutten.
Lambricht en Sophia waren allebei Maastrichtenaren. Lambricht Pelsers groeide op in de Mariastraat. Zijn vader Dirick Pelsers, gehuwd met Maria Janssen, werd eigenaar van dit huis doordat hij zijn huis in Caestert (waar hij eerst woonde) ruilde tegen het huis in de Mariastraat. Vanuit Caestert verhuisde hij vervolgens naar Maastricht. Sophia Rutten was een dochter van de Maastrichtse brouwer Jan Rutten en diens echtgenote Maria Lansmans.
De oude kerk van Sint Pieter op de Sint Pietersberg, getekend door Jan Brabant. De huidige kerk werd gebouwd naast deze oude kerk, die in 1897 werd gesloopt. Beeld: Beeldbank Historisch Centrum Limburg

Op 12 november 1661 werd zij gedoopt in de Maastrichtse Sint Nicolaaskerk. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid was haar moeder Maria Lansmans (gedoopt in de Sint Nicolaaskerk op 29 maart 1619) een halfzus van de bekende brouwer Jan Lansmans, die als een van de hoofdrolspelers in het Verraad van Maastricht (1638) werd onthoofd. Hij werd vervolgens onsterfelijk als een van de ‘vief köp’. Over een Maastrichtse connectie gesproken.
Een jeugd in de Sporenstraat Als je Gorren heet, dan is de kans vrij groot dat je afstamt van het Sint Pieterse echtpaar Herman Gorren en Elisabeth Bruls. Herman en Elisabeth trouwden op Sint Pieter in 1694 en overleden binnen twee weken na elkaar in maart 1713. Hun jongste kind was toen pas vier jaar oud. Herman was een Sint Pieternaar, maar Elisabeth werd op 18 november 1668 gedoopt in de Maastrichtse Sint Nicolaaskerk. Haar ouders Palm Bruls en Anna Meulenaers verhuisden in 1680 naar Sint Pieter, waar Anna Meulenaers was geboren en opgegroeid. Palm Bruls ondertekende op 12 april 1680 bij de Maastrichtse notaris Dionisius van der
Hercken de huurovereenkomst voor een huis op Sint Pieter. Drieënhalf jaar later, in december 1683, overleed Palm op vijfendertigjarige leeftijd. Bijna een jaar later hertrouwde zijn weduwe Anna Meulenaers met Jan Hamelers.
Palm Bruls werd gedoopt in de Maastrichtse Sint Jacobskerk op 13 april 1648. Zijn ouders waren Lucas Bruls en Elisabeth Nijpels. Op 18 juli 1645, bijna drie jaar voor de geboorte van Palm, ondertekende vader Lucas bij de Maastrichtse notaris Lambert de Vaulx een akte waarbij hij zijn aandeel in een huis op Sint Pieter ruilde tegen een huis in de Sporenstraat, gelegen tussen de Grote Staat en het Sint Amorsplein. Palm Bruls groeide vanaf zijn geboorte op in dit huis in de Sporenstraat. Moeder Elisabeth Nijpels kwam uit een echte Maastrichtse familie. Via haar kwam er dus ook een flinke scheut Maastrichts bloed terecht op Sint Pieter.
Een aanzienlijk deel van de leden van de Sint Pieterse familie Claessens stamt af van het echtpaar Martinus Claessens (1738-1820) en Catharina Jaspers (1737-1816). Martinus en Catharina
waren neef en nicht van elkaar. Wijnand Claessens, de vader van Martinus, was een oudere halfbroer van Margaretha Claessens, de moeder van Catharina. Wijnand en Margaretha hadden dezelfde vader, Lodewijk Claessens, maar een andere moeder. Wijnand kwam voort uit het eerste huwelijk van zijn vader met Catharina Cauwen, terwijl Margaretha het enige kind was uit het tweede huwelijk van Lodewijck met Catharina Offermans. Catharina Offermans was een Maastrichtse. Op 16 februari 1679 werd zij gedoopt in de Sint Martinuskerk in Wyck. Zij was geboren uit het eerste huwelijk van haar vader Christiaan Offermans met Margaretha Coenen. Christiaan zou twee keer hertrouwen.





7 jaar volledige garantie
Gratis thuisbezorgd
Gratis onderhoudsset



Gun uzelf het ultieme zitcomfort met een relaxfauteuil op maat
Droomt u van een stoel waarin u écht kunt ontspannen? Met een relaxfauteuil die u moeiteloos in verschillende standen kunt verstellen, worden uw zitmomenten niet alleen comfortabeler, maar krijgt uw lichaam ook de rust die het verdient.
Persoonlijk en vrijblijvend advies
Een relaxfauteuil koopt u niet elke dag. Daarom is een goed en persoonlijk advies essentieel. Samen met u bekijken we alle opties, zodat we een fauteuil vinden die perfect aansluit bij uw wensen, uw lichaam én uw budget. Zo geniet u straks van een relaxfauteuil die niet alleen heerlijk zit, maar ook speciaal voor u op maat is uitgekozen.
Keuze uit meer dan 100 modellen
Omdat elk lichaam uniek is, hebben wij op de 1e etage van Vegers Meubelen, naast de Woonboulevard in Heerlen, meer dan 100 relax- en sta-op-fauteuils opgesteld. Ze zijn er in alle maten, van XS tot XXL, zodat u altijd verzekerd bent van een perfecte pasvorm. Kom langs, voel, test en ervaar het verschil zelf!
Ontdek het zelf!
Bekijk ons aanbod online of kom langs naast de woonboulevard: In de Cramer 198, 6412 PM Heerlen
Ervaar zelf hoe ontspanning écht voelt!

045- 2031067
Yoga is de afgelopen decennia uitgegroeid van een nichepraktijk tot een wereldwijd fenomeen. Steeds meer mensen rollen hun mat uit, niet alleen in sportscholen maar ook thuis, op zoek naar zowel fysieke als mentale voordelen. Wat maakt yoga zo aantrekkelijk, en wat levert het daadwerkelijk op?
Allereerst zijn er de fysieke voordelen. Yoga combineert houdingen (asana’s) met gecontroleerde ademhaling, wat leidt tot een verbeterde flexibiliteit en spierkracht. Regelmatige beoefening kan helpen bij het verminderen van rug- en nekklachten, problemen die vaak samenhangen met een zittende levensstijl. Bovendien draagt yoga bij aan een betere lichaamshouding en balans, wat vooral op latere leeftijd belangrijk is om vallen en blessures te voorkomen.
Daarnaast speelt yoga een rol in stressvermindering. In een tijd waarin werkdruk en constante digitale prikkels toenemen, zoeken veel mensen naar manieren om tot rust te komen. Door de focus op ademhaling en het hier-en-nu, activeert yoga het parasympathische zenuwstelsel, dat verantwoordelijk is voor ontspanning. Dit kan leiden tot een lagere hartslag, verminderde spanning en een verbeterde slaapkwaliteit.
Ook op mentaal vlak biedt yoga voordelen. De meditatieve aspecten bevorderen concentratie en zelfbewustzijn. Door regelmatig stil te staan bij gedachten en gevoelens, leren beoefenaars beter omgaan met stressvolle situaties.

Dit vergroot de mentale veerkracht en kan bijdragen aan een positiever zelfbeeld.
Een ander belangrijk aspect is toegankelijkheid. Yoga kent vele vormen, van rustige yin-yoga tot intensieve power yoga, waardoor het geschikt is voor verschillende leeftijden en fitnessniveaus. Beginners kunnen eenvoudig instappen en het tempo geleidelijk opbouwen.
Hoewel yoga geen wondermiddel is, wijst steeds meer onderzoek op de brede gezondheidsvoordelen. In combinatie met een gezonde levensstijl kan het een waardevolle bijdrage leveren aan zowel lichamelijk als mentaal welzijn.


Yoga Zarah is een heerlijke Yoga en Pilates studio in Maastricht. Yoga met een knipoog staat voor de luchtigheid in alles wat je doet en bent, wilt doen en wilt zijn. Laat je heerlijk inspireren op jouw manier tijdens een yogales.
YOGALESS ISMORE

YOGALESSISMORE
Een sfeervolle yogastudio met tuincontact in de wijk Scharn-Maastricht. De lessen zijn down to earth, ontspannend en uitdagend, vrolijk en serieus. Door de kleinschaligheid is er veel persoonlijke aandacht.
Kom jij ook proeven in een van deze lessen?
Hatha yoga, zwangerschapsyoga, mama-baby yoga, yoga4kids, yoga4teens en in de toekomst ook stoelyoga.
Vriendelijke groet, Louke Bos

In onze yogalessen nodigen we je uit om uit de hectiek van de dag te stappen en weer te verbinden met en thuis te komen bij jezelf. Bewegen met aandacht, verzachten, versoepelen, verstillen en verstevigen is waar het bij ons op de yogamat om gaat.
DOOR: STEFAN VRANCKEN
We staan in de Wolfstraat en kijken (van links naar rechts) onder meer naar de panden van Blanche Dael (nummer 28), NanKing (nummer 26) en Lichtstroom (nummer 24). Blanche Dael is nog steeds gevestigd op dezelfde locatie. De in 1851 in Gulpen geboren Wilhelmus Dael vestigde zich in 1872 in dit pand in de Wolfstraat. Vijf jaar later trouwde hij met de in 1853 in Venlo geboren Cathérine Marie Josephine Antoinette van Kaldekerken. Blanche Dael, naar wie de ambachtelijke koffiebranderij en theepakkerij is vernoemd, werd op 19 januari 1899 geboren op nummer 28. Haar ouders gaven haar bij de geboorte de namen Marie Blanche Marthe Léonie Hubertine.
e Nieuwe Limburger berichtte op 19 september 1969 dat mevrouw Marie Brinkhuis op 7 oktober de leeftijd van 75 jaar zou bereiken. Dit feit was vermeldingswaardig voor de krant omdat mevrouw Brinkhuis op dat moment nog steeds werkte. Haar werkgever was het Chinees restaurant Nan-King. Zij werkte daar in de keuken.
Nan-King was in 1964 een van de vijf restaurants in Maastricht die gespecialiseerd waren in de Chinese keuken, zo is te lezen in De Nieuwe Limburger van 24 januari 1964. Volgens de krant was “chinezen” een werkwoord geworden “dat een avondje gezellig uit betekent achter een van de vele gerechten met de vreemde namen, die de menu-kaarten in de Chinese restaurants vermelden en waarvan, dat is nu eenmaal zo, het grote publiek helaas de betekenis niet altijd weet.”
Nan-King vierde in 1964 het eerste lustrum. De vijfendertig jaar daarvoor naar Nederland verhuisde Chinese kok Wu Chih Tseng exploiteerde het restaurant, samen met zijn zonen Wu Jong Scheng en Wu Jong Tong. De Nieuwe Limburger nam een
kijkje in de keuken van Nang-King, “met de geheimzinnige potten en kruiden, met de namen vol Chinese klanken en met de potten vol Chinese geuren: smakelijk en verleidelijk.” Volgens zoon Wu Jong Scheng waren “de spijzen zoals ze in werkelijkheid bereid zouden moeten worden, met alle kostbare en exotische ingrediënten en specerijen van China, voor de Maastrichtenaar niet genietbaar.”
Nan-King moest alle gerechten dus aanpassen aan de smaak van de Maastrichtenaar aan het einde van de jaren vijftig en het begin van de jaren zestig. De zoon gaf een voorbeeld: “Tsop Soeï hebben we eens bereid met Chinese champignons. Die zijn zwart van kleur en groter dan de Hollandse. Maar ze lieten ze liggen op de rand van het bord.”

De zon scheen toen fotograaf G.Th. Delemarre deze foto in 1957 maakte terwijl hij in de Maastrichter Brugstraat stond. Op nummer 22, rechts van het pand met de grote luifel (waar de twee mannen staan te praten), lag toen een café dat uitgebaat werd door het in 1935 in Maastricht getrouwde echtpaar Hendrikus Josephus Begas en Anna van Glabbeeck. Op woensdag 2 maart 1955 had het echtpaar dit café geopend. In de aankondiging van de opening, een dag eerder gepubliceerd in de Gazet van Limburg, is te lezen: “Door goed verzorgde dranken en nette bediening hopen wij het vertrouwen van de cliëntèle te winnen.”
Op nummer 24, het pand met de grote luifel, is “Pelterijen” te lezen. Hier werd dus bont verkocht. Het in 1928 in Maastricht getrouwde echtpaar Antonius Hubertus Weijenberg en Anna Maria Johanna Brok had zich op 28 februari 1942 op dit adres gevestigd met hun zaak, zo blijkt uit een aankondiging in het Advertentieblad voor Limburg een dag eerder. Daarvoor was de zaak gevestigd Achter het Vleeshuis.
Antonius Hubertus Weijenberg, die geboortig was van Gronsveld, overleed reeds op 28 augustus 1947. Zijn weduwe liet reeds op 3 september via een advertentie in de Gazet

van Limburg weten dat de zaak door haar zou worden voortgezet. In oktober 1959 kwam pelterijenzaak Weijenberg landelijk in het nieuws omdat in de nacht van 27 op 28 oktober een inbraak plaatsvond. Meerdere dagbladen maakten melding dat de etalage met een steen was ingegooid. “Een dames nertsmantel ter waarde van ongeveer f. 2.000 werd van de etalagepop gerukt met zoveel geweld, dat het bovenlijf van de pop over de straat rolde.”, zo is te lezen in het Nieuwsblad van het Zuiden. De recherche stelde een onderzoek in.
In het pand helemaal rechts (nummer 20) was de hoedenwinkel van de familie Das-
sen-Philippens gevestigd. Frans Dassen, zoon uit dit gezin, werd priester. De Nieuwe Limburger berichtte op 14 april 1960 dat Frans, wiens heeroom pastoor van Margraten was, op tweede Paasdag zijn eerste plechtige mis zou opdragen in “de parochiekerk van H. Joseph”. Deze parochie werd in 1918 opgericht als een afsplitsing van de Sint-Matthijsparochie. Vanaf 1920 fungeerde de Augustijnenkerk als kerk van die nieuwe parochie van Sint-Joseph. Door de ontvolking van de Maastrichtse binnenstad in de jaren 1950 en 1960, liep het aantal parochianen sterk terug. In 1962 werd de parochie opgeheven en in 1964 ging de kerk dicht.

Op 25 juni 1673 sterft bij de belegering van Maastricht door Lodewijk XIV een van diens geliefdste musketiers: D’Artagnan. Hij is vertrouweling van de koning, een hooggeplaatst en loyaal militair, die er alles aan gelegen is de vestingstad Maastricht in te nemen om zo de doelen van de Franse koning – naast het bereiken van de hegemonie in Europa is dat het verwerven van onsterfelijke roem – te helpen verwezenlijken.
De dood van D’Artagnan raakt Lodewijk XIV diep. Aan zijn vrouw, koningin Maria Theresia van Oostenrijk, zou de vorst hebben geschreven: ‘Madame, ik heb D’Artagnan verloren, in wie ik het grootste vertrouwen had en die altijd goed voor me was.’
Terwijl de vermaardheid en luister van Lodewijk XIV vervolgens een hoge vlucht nemen, niet in de laatste plaats door een door hem zelf met verve
ontwikkelde strategie, verdwijnt d’Artagnan na zijn dood min of meer uit het geheugen. De publicatie van het boek De drie musketiers (1844) van Alexandre Dumas is het beginpunt van wereldwijde bekendheid van de romantisering van de in Maastricht gesneuvelde musketier. Inmiddels zijn er talloze films, stripboeken, musicals verschenen, waarin vooral D’Artagnans heldenmoed, eer en trouw – “Eén voor allen, allen voor een”− voor het voetlicht gebracht worden.
Van de historische D’Artagnan weten we echter nog steeds relatief weinig. In 2022 komen we weer een stapje dichterbij wanneer de Maastrichtse vestingdeskundige Jos Notermans in de Leidse Universitaire Bibliotheken op een perkamenten kaart van de Engelse cartograaf John Scott een tot dan toe nooit opgemerkte notitie ontdekt. Bij een punt dat wordt aangeduid door de letter E staat de volgende tekst: “The Place where Monsieur Artinian was killed & m’ Charles OBryan wounded”. Die kaart is uiteraard in bruikleen gevraagd door het pas geopende Maastricht Museum en wordt het topstuk van de tentoonstelling ‘Maastricht 1973. De Zonnekoning verovert de stad’.
Recentelijk zijn we opnieuw iets dichter bij de historische D’Artagnan gekomen. Van de vele mogelijke plaatsen waar D’Artagnan begraven zou kunnen zijn, werd de toenmalige Petrus-en-Pauluskerk in Wolder door D’Artagnans Franse biografe Odile Bordaz. Immers: Lodewijk XIV wilde zelf getuige zijn van de belegering en had zijn tentenkamp opgeslagen in Wolder. Voor zichzelf en zijn entourage had hij een volumineuze witte koninklijke tent geschikt voor 300 personen, omringd door de eenvoudigere tenten voor zijn troepen, waar-
onder de musketiers. Iedere dag liet de Zonnekoning een mis opdragen in de toenmalige kerk van Wolder door de prins-bisschop van Luik. Bordaz was het die archeoloog Wim Dijkman op die hypothese wees, en er onmiddellijk op liet volgen: ‘En jij bent degene die hem dan moet opgraven.’ En dat gebeurde recentelijk ook.
Het vermoeden dat D’Artagnan in de Petrus-en Paulus kerk van Wolder, vlak voor het toenmalige altaar begraven zou zijn, doet het kerkbestuur van de parochiefederatie Johannes Paulus II er in december 2024 toe besluiten een Stichting op te richten die zich in de kerk bezig zal houden met de zoektocht naar het graf. Met grondradar wordt gezocht, echter zonder belangwekkend resultaat.
Begin 2026 is sprake van een verzakking in de kerk van Wolder. Vlak voor het altaar, de plaats waar D’Artagnan volgens zijn biografe waarschijnlijk begraven ligt. Nadat tegels zijn gelicht, stuit men op een muur. Wim Dijkman, gepensioneerd archeoloog en adviseur van de Stichting, wordt ingelicht. Dijkman graaft verder en stuit op een diepte van 60 centimeter op een skelet. Iedereen is opgetogen. Dit zou wel een D’Artagnan kunnen zijn.
Niet veel later gonst het in Maastricht van de elkaar toegespeelde vertrouwelijkheden. Verschillende personen blijken weet te hebben van de opgraving, en de woordvoerder van de Stichting 6213 HL plus het kerkbestuur besluiten in gezamenlijkheid het grote nieuws zelf naar buiten te brengen. ‘Ik vind het jammer dat er gelekt is, en dat de Stichting en het kerkbestuur zich daardoor genoodzaakt hebben gevoeld in een te vroeg stadium de publiciteit te zoeken,’ meent Dijk-
man. Op 25 maart verspreidt het nieuws zich als een lopend vuurtje. Binnen- en buitenlandse cameraploegen melden zich in de kerk van Wolder; de
De archeologen van de gemeente Maastricht hebben op 5 maart, direct aansluitend aan het telefoongesprek met het kerkbestuur, de illegale graaf-

internationale schrijvende pers kopt: ‘Mogelijk is het graf van D’Artagnan gevonden.’
‘Op 5 maart 2026 is er door het kerkbestuur voor de eerste keer telefonisch contact opgenomen met de archeologen. ‘De SintPetrus-en-Pauluskerk in Wolder is een rijksmonument en dat betekent dat voor elke ingreep in de bodem een omgevingsvergunning nodig is. Een dergelijke vergunning is niet verstrekt voor de opgraving van vóór 5 maart, en die zijn daardoor niet-vergund en dus illegaal.’
Nog diezelfde dag, 5 maart 2026, heeft de gemeente Maastricht de graafwerkzaamheden laten stilleggen. Voor het onderzoek naar de identiteit van de stoffelijke resten (o.a. DNA-onderzoek en bestudering van de sporen van een gewelddadige dood) is de keuze gevallen op Saxion-Hogeschool in Deventer. Op vrijdag 13 maart is het skelet onder toeziend oog van de gemeentelijke archeologen verwijderd en op transport gezet.
werkzaamheden gerapporteerd aan de Rijksdienst Cultureel Erfgoed. De gemeente Maastricht heeft melding gemaakt van de illegale graafwerkzaamheden bij de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed. Afgelopen week zijn betrokken partijen door de Inspectie gehoord. Over lopende kwesties worden uiteraard geen mededelingen gedaan. De uitkomsten van het onderzoek naar de herkomst van het skelet wordt over 2 maanden verwacht.
‘De opgraving is volgens de letter van de wet illegaal, maar ik heb, hoewel niet KNA-gecertificeerd, gehandeld als een professioneel archeoloog. Het graf is volgens de regels blootgelegd,’ besluit Wim Dijkman. En: ‘Ik zal de Stichting 6213 HL en het kerkbestuur tot in lengte van dagen dankbaar zijn dat ik in de gelegenheid ben gesteld om mee te werken aan de zoektocht naar het mogelijke graf van D’Artagnan in de Sint-Petrus-en-Pauluskerk in Wolder.’

FIJN EN BETEKENISVOL WERKEN BIJ SEVAGRAM
Werken bij Sevagram, betekent werken vanuit je hart. Met aandacht voor je talenten helpen ze je bij Sevagram juist die ene baan te vinden die het best bij je past. Een baan dicht bij huis, met fijne collega’s en alle mogelijkheden om je verder te ontwikkelen. ‘Werken in de zorg? Denk eens aan Sevagram’, is de boodschap van Merel Eijssen en Kirsten van Herpen.

Merel Eijssen is recruiter voor de regio Maastricht en Gulpen/Vaals bij Sevagram. Samen met haar collega Kirsten van Herpen en het recruitersteam zorgen zij ervoor dat de vacatures bij Sevagram onder de aandacht worden gebracht, maar dragen ze vooral uit dat werken in de zorg heel veel mogelijkheden biedt en dat Sevagram een aantrekkelijk werkgever is.
Kirsten: “Sevagram is een organisatie met 22 locaties verspreid over ZuidLimburg. We zitten onder meer in Heerlen, Maastricht, Gulpen, Valkenburg en Vaals en dat maakt ons een aantrekkelijk werkgever omdat wie in Zuid-Limburg woont op korte afstand van zijn huis kan werken. Veel mensen die op zoek zijn naar een baan vinden dat belangrijk om een goede balans te vinden tussen thuis en werk.”
Wie overweegt te gaan werken in de zorg komt bij Sevagram terecht in een warm bad. Merel Eijssen: “Onze 2200 medewerkers en de vele vrijwilligers hebben allemaal een hart voor de zorg. Werken bij Sevagram betekent werken in kleine multidisciplinaire teams op mooie locaties.”
Het interview met Merel en Kirsten vindt plaats bij Sevagram op Campagne in Maastricht, een van de zorglocaties van Sevagram. In de gasterij genieten de bewoners van een kop koffie, een stukje vlaai of een wijntje. Niet alleen binnen is het gezellig druk, ook op het terras onder de parasols genieten bewoners van een drankje en het uitzicht op de mooie natuur van Maastricht. Kirsten legt uit dat werken in de ouderenzorg bij Sevagram betekent dat er aandacht is voor wat iemand écht nodig heeft. Genieten van een fijne dag is daarom zo belangrijk. “Om dat mogelijk te maken zijn we altijd op zoek naar nieuwe collega’s. In een grote organisatie komen regelmatig vacatures vrij en die proberen wij als recruiters in te vullen. Het beeld dat mensen vaak nog van werken in de zorg hebben is soms achterhaald. Zwaar werk en een niet te hoog salaris. Dat beeld kleeft aan de zorg, maar anno 2026 zorgen technische en innovatieve oplossingen ervoor dat de lichamelijke belasting voor
medewerkers steeds minder wordt en ook met de salarissen zit het wel goed,” aldus Kirsten.
Wat ook een misverstand is, is dat je altijd uit de zorg moet komen of een opleiding in de zorg moet hebben gevolgd, om aan de slag te kunnen. Merel: “We hebben vacatures op verschillende terreinen. Uiteraard in de zorg, maar ook in de facilitaire dienstverlening als gastvrouw of gastheer in de restaurants van de locaties van Sevagram. Voor de functie van gastheer of gastvrouw is geen zorgdiploma nodig. Gastvrijheid is hier het belangrijkste criterium. Als je kijkt naar de zorgvacatures is er ruimte voor mensen die bijvoorbeeld vroeger in de zorg hebben gewerkt en die weer opnieuw aan de slag willen. Heel graag zelfs! Op latere leeftijd weer instromen is geen probleem bij Sevagram. Intern zorgen we voor de juiste bijscholing mocht dat nodig zijn. We zien ook dat mensen uit andere branches overstappen naar de zorg.”
“Genieten van een fijne dag is daarom zo belangrijk”
Kirsten vult aan dat er heel veel mogelijkheden zijn bij Sevagram als het gaat om de diversiteit van banen. “We zoeken Verzorgden IG, coördinatoren Zorg en Welzijn, MBOVerpleegkundigen, Helpenden bij Zorg thuis, Persoonlijk Begeleiders en Gastvrouwen of gastheren, psychologen en vaktherapeuten. En vergeet niet dat jongeren ook terecht kunnen voor een bijbaan of vakantiebaan bij Sevagram.”
Nieuwe collega’s worden bij Sevagram warm ontvangen. Dat gebeurt op een introductiedag waar alle nieuwe collega’s welkom worden geheten. Of het nu om een verpleegkundige gaat of iemand in de technische dienst, ze gaan allemaal werken voor Sevagram en maken zo met elkaar kennis. “Het is altijd spannend als je bij een nieuwe werkgever begint,” vertelt Merel. “Dan is het fijn dat je op de introductiedag niet alleen bent, maar met tientallen andere nieuwe collega’s hartelijk wordt ontvangen. Tijdens die dag leggen we uit hoe de organisatie Sevagram er uitziet en wat je mag verwachten van je nieuwe werkgever en wat Sevagram van jou verwacht. We zijn de enige zorgorganisatie in Zuid-Limburg die werkt volgens het Planetree Mensgerichte Zorg principe. Planetree-organisaties laten zien dat zij voortdurend bezig zijn om de zorg vóór en het welzijn ván bewoners of cliënten elke dag nog beter te maken. En daar zijn we trots op.”
Interesse in een leuke baan bij Sevagram? Bij Sevagram krijg je alle ruimte om je verder te ontwikkelen en zijn er verschillende mogelijkheden om te werken en te leren.
Kijk op www.werkenbijsevagram.nl voor alle mogelijkheden. Of scan de QR-code.



Voor binnen en buiten Met meststoffen voor

Een greep uit onze merken:



























‘Een persoonlijk en bijzonder afscheid voor iedereen.’




Genieten met een figuur waar jij trots op bent.

Met uw advertentie in De Nieuwe Ster bereikt u niet alleen uw lokale doelgroep online en in print, maar houdt u ook het nieuws van onze stad GRATIS VOOR ALLE MAASTRICHTENAREN.

Boek nu jouw Zomerklaar kuur

Profiteer van zomers voordeel!










Zorgt voor een sterke, soepele wervelkolom, strakke buik- en rugspieren en een slanker lijf. Keuze uit 5 groepslessen per week + gratis zwemmen
“MEE begint niet bij het systeem, maar bij de mens die vastloopt”

In Zuid-Limburg is MEE er om mensen met een beperking én de mensen om hen heen te helpen. De medewerkers van MEE Zuid Limburg begeleiden jaarlijks ruim 5.000 mensen met vragen en belemmeringen in het dagelijks leven. Juist ook mensen met kwetsbaarheden die vaak niet zichtbaar zijn, zoals autisme, een licht verstandelijke beperking of niet-aangeboren hersenletsel.
Anke Huppertz is interimbestuurder bij MEE Zuid Limburg. Haar collega Lester Wintjens werkt als accountmanager binnen de organisatie. Zij vertellen over de rol van MEE Zuid Limburg en wat MEE kan betekenen. “Niet alles wat ingewikkeld is, hoort thuis in de zorg”.
“Als ik kijk naar hoe we onze samenleving hebben ingericht, dan zie ik iets dubbels,” vertelt Anke Huppertz. “We hebben ongelooflijk veel georganiseerd als je kijkt naar zorg, ondersteuning, financiering. Alles lijkt goed geregeld voor iedereen, maar toch vallen er nog steeds mensen tussen wal en schip.
Vaak niet omdat ze niet willen meedoen, maar omdat ze niet mee kúnnen komen. Dat komt omdat we soms op de verkeerde plek zoeken naar oplossingen. Die oplossingen hoeven niet altijd in de zorg te liggen, maar vragen vaak om een andere manier van kijken en

ondersteunen, dicht bij het dagelijks leven van mensen”, vertelt Anke. Ze constateert dat mensen vastlopen in hun leven omdat hun leven net iets ingewikkelder is. Als voorbeeld noemt ze autisme of een licht verstandelijke beperking.
“Vormen van autisme zie je vaak niet eens aan de buitenkant, maar toch gaat onze maatschappij meteen organiseren, er een label opplakken en doorverwijzen.
Terwijl je je eigenlijk moet afvragen: wat heeft deze persoon nodig om mee te doen? Wie staat er naast hem of haar om te helpen?” “Wij zien geen lastig gedrag, wij zien wat eronder zit. Dat hoeft geen ingewikkelde zorg te zijn, maar toch is ons systeem wel zo ingericht dat we denken dat we het met zorg moeten oplossen.”
MEE Zuid-Limburg is actief in alle gemeenten in Zuid-Limburg. Ongeveer 80 deskundige medewerkers zetten zich in voor mensen met een beperking. Jaarlijks helpen zij meer dan 5000 cliënten die belemmeringen ervaren in hun leven. Anke: “We zijn volledig onafhankelijk en zijn er in het belang van de cliënten en hun naaste omgeving. Het zijn de gemeenten die de wettelijke opdracht hebben om onafhankelijke cliëntondersteuning te bieden en wij geven daar invulling aan. We zijn daarmee een essentiële schakel in het sociaal domein.
Juist omdat we onafhankelijk zijn, kunnen we naast mensen staan; niet om over te nemen, maar om te versterken wat iemand zelf kan en om te helpen begrijpen wat er nodig is om mee te doen.”
“We onderscheiden ons door onze expertise. Denk daarbij aan licht verstandelijke beperkingen, autisme of niet aangeboren hersenletsel. Die expertise zetten we op verschillende manieren in. Zo ondersteunen we mensen individueel met onafhankelijke cliëntondersteuning. Voor jonge kinderen en hun ouders werken we via integrale vroeghulp, waarbij we samen met andere (zorg)professionals kijken wat nodig is als ze vastlopen en om een goede (door)start te maken. Daarnaast delen we onze kennis met verwijzers zoals huisartsen, met gemeenten, werkgevers en andere partners, zodat zij beter kunnen aansluiten bij deze doelgroep en participatie in werk en samenleving mogelijk maken.
Onze cliëntondersteuners zien wat anderen soms missen en voorkomen daarmee dat mensen steeds opnieuw vastlopen.”
“Begrijp me niet verkeerd, in het sociaal domein werken we samen met veel partijen, met name welzijnsorganisaties en andere partners in de wijk. Daarnaast werken we samen met aanpalende domeinen zoals de zorg.
Zorgaanbieders richten zich op behandelen en overnemen waar nodig, welzijnsorganisaties op zaken als ontmoeting en verbinding. Maar juist onze doelgroep valt daar vaak tussenin, omdat die niet altijd wordt herkend of begrepen.
Onze kracht zit in het toevoegen van specifieke expertise, waardoor mensen die anders buiten de boot vallen wél kunnen meedoen. Daarmee dragen we bij aan een inclusieve samenleving.” De impact van wat wij doen zit vaak in wat er niet gebeurt, zoals dat mensen niet uitvallen, niet vastlopen of niet onnodig in zwaardere zorg terechtkomen. Daarmee maken we het mogelijk dat juist ook deze doelgroep kan blijven meedoen.” “Meer vertrouwen op mensen, beter begrijpen wat er echt speelt en daar passend op aansluiten. Daar ligt de kracht van MEE Zuid Limburg. Inclusie betekent voor ons dat ook mensen die niet vanzelf meekomen, toch kunnen meedoen, omdat we bereid zijn hen echt te begrijpen. Dat mensen zich gezien voelen en dat ze mee kunnen doen, op hun eigen manier. Omdat daar ruimte voor wordt gemaakt.”
MEE Zuid-Limburg richt zich niet alleen op begeleiding van cliënten. Belangrijke doelgroepen zijn ook organisaties en het bedrijfsleven. Accountmanager Lester Wintjens legt uit dat MEE Zuid Limburg bedrijven helpt hoe zij hun organisatie en dienstverlening inclusief kunnen inrichten, zodat deze meer passend is voor mensen met een beperking.
“Veel bedrijven hebben er moeite mee om dit te regelen, omdat ze niet weten waar te beginnen,” vertelt Lester. “Ik bezoek veel bedrijven, grote en kleine om hen daarbij te helpen. Door er over te praten en ze te wijzen op de mogelijkheden blijkt dat vaak veel meer mogelijk is als het gaat om de inzet van mensen met een beperking. Vooral als het gaat om mensen met bijvoorbeeld autisme of een licht verstandelijke beperking, zie je dat het vaak misgaat in het begrijpen van wat iemand nodig heeft op de werkvloer. Dat loopt vaak mis, omdat een goede begeleiding ontbreekt. MEE Zuid-Limburg kan daarbij ondersteunen. Zeker in de huidige arbeidsmarkt, waar sprake is van een grote schaarste is het belangrijk dat ook mensen met een beperking volwaardig mee kunnen doen,” legt Lester uit.

De accountmanager benadrukt dat MEE Zuid Limburg geen welzijnsorganisatie is. “Welzijn versterkt het gewone leven, maar MEE brengt specifieke expertise op het gebied van bijv autisme en licht verstandelijke beperkingen in. Juist die expertise zorgt ervoor dat mensen niet overvraagd worden, beter begrepen worden en duurzaam kunnen meedoen. Dat voorkomt dat mensen verkeerd begrepen worden of steeds opnieuw vastlopen.” Tot slot is er een duidelijke missie die interimbestuurder Anke Huppertz heeft. “Ik zou willen dat we stoppen met alles meteen in de zorg te trekken. En dat we weer durven vertrouwen op wat mensen en hun omgeving zelf kunnen, met ondersteuning waar nodig, maar niet alles overnemen.
Bij MEE zie ik precies waar het verschil gemaakt kan worden. Door mensen te versterken in hun eigen regie en door beter te begrijpen wat er speelt. Het gaat niet om meer zorg, maar om anders kijken en anders ondersteunen, zodat juist ook mensen die niet vanzelf meekomen, wel hun plek kunnen vinden.
Voor mij gaat het om die beweging; minder medicaliseren, meer ruimte voor het gewone leven. Zodat mensen, ieder op hun eigen manier, kunnen meedoen en van betekenis kunnen zijn. En uiteindelijk weer naar een samenleving waarin we een beetje voor elkaar zorgen. Als we dat weer durven organiseren, maken we echt het verschil.”
MEE en haar voorlopers bestaan al tientallen jaren, De kracht van wat we doen is niet veranderd, maar misschien wel relevanter dan ooit. Juist in een tijd waarin niet iedereen vanzelf meekomt, is het belangrijk dat we blijven zien wat mensen nodig hebben om erbij te horen.”
“Meer vertrouwen op mensen, beter begrijpen wat er echt speelt”
WISSER HEILIG GESPREK HOOFDDEKSEL ERG LASTIG SCHULDENAAR
GELE BLOEM SPELONK
GEMELD
GEVULDE PASTA
HEISA GROEP ZWIJNEN FILMBEWERKER 2
WIELERETAPPE
Vorm met de letters uit de gekleurde vakken het gezochte woord:

Het effect van algenextract op huidgezondheid en spierfunctie bij vrouwen na de overgang
sophia.wirth@maastrichtuniversity.nl
Wij zoeken naar:
gezonde vrouwen na de overgang
Leeftijd < 70 jaar

geen hormoontherapie en medicatie niet-rokend
€175 vergoeding + reiskosten (€0,23/km)


Voel je dat het tijd is om los te laten en te groeien? In het Avventurine Awakening Programma werk je aan rust, balans en jouw kracht.
Kleine groepen / individueel 2-wekelijkse sessies Klimmen of online
Start mei 2026 - praktijkavventura.nl

































































































































