“De scherven staan voor kwetsbaarheid in je leven: je kunt ermee vechten of je ermee verzoenen.”
Willem | Pagina 16
Axel Pothof Directeur Vrienden van De Hoop
IMMANUEL
Bij De Hoop nemen we elke dag een moment voor een overdenking en om te bidden: voor elkaar, voor het werk en voor onze cliënten. Want zoals een medewerker ooit zei: gebed is de motor van ons werk, niet slechts de aanhangmotor bij windstilte.
Onlangs overdacht een collega tijdens de weekopening de betekenis en impact van ‘Immanuel’, God met ons. De Naam die toebehoort aan Jezus Christus. Zijn komst naar de aarde is het ultieme Verhaal van Hoop.
De collega focuste op het wonder van het voorzetsel ‘met’. Het sluit namelijk veel andere voorzetsels in: God is onder, boven, naast, achter, voor ons en om ons heen. En sinds Pinksteren door Zijn Geest zelfs ook ‘in’ ons.
In de ruim 50-jarige geschiedenis van De Hoop is steeds de onveranderlijke leidraad gebleven: onze cliënten aan de voeten van Immanuel brengen. Opdat ze niet alleen psychisch herstel vinden en mentaal tot bloei komen, maar bij Hem ook een nieuw leven mogen ontdekken. Om met de woorden van een bekend lied te spreken: ‘Immanuel, God dichtbij, Hij is het leven in mij’ (Opwekking nummer 801).”
In het dubbelinterview met oud-cliënt Stijn (pagina 22-25) onderstreept psychotherapeut Annelies het belang van gebed rond de behandelgesprekken: “Ik vraag dagelijks hulp door gebed. Ook breng ik mijn cliënten bij God”.
‘Immanuel’ beleefde ook oud-cliënt Erik tijdens de maandelijkse bidstonden met en voor (oud-)cliënten (pagina 8-12). “Daar ervoer ik Gods kracht. Ik wist gewoon: Hij is hier. Op een van die avonden ging ik naar voren voor gebed. Dat was voor mij een moment van overgave. Ik heb toen zoveel bevrijding ervaren.”
Voor ons (en voor jou) een geweldige bemoediging om te blijven bidden voor onze cliënten: dat ze met hun hoofd mogen weten dat God met hen is én dat ze met hun hart ‘Immanuel’ mogen ervaren.
Dat is ook mijn gebed voor jou!
Meebidden voor onze cliënten en ons werk?
Schrijf je in voor onze gebedsnieuwsbrief, via: vriendenvandehoop.nl/bidden
“We hadden al snel een klik.”
COLOFON
De HOOP Magazine
is een uitgave van Stichting Vrienden van De Hoop. Vrienden van De Hoop is in het bezit van het CBF-keurmerk en door de Belastingdienst erkend als ANBI. Giften kunnen worden overgemaakt op rekeningnummer
NL06.INGB.00.00.38.38.38.
Telefoon: 078 611 1355
E-mail: info@vriendenvandehoop.nl
Redactie
Mariëlle Blom (eindredactie), Eline de Bruin, Elize den Bleker, Hilleen Droogendijk, Evelien Fokkema (eindredactie), Liesbeth Vos (gastauteur), Mariska van der Zwaal (beeldredactie).
Fotografie
Ineke Linssen, Joost Bastiaans, Rob sportfotografie en Willem Jan de Bruin Fotografie
Aansprakelijkheid Redactie en uitgever zijn niet aansprakelijk voor uitspraken van (ex-)cliënten.
Aanmelden magazine
Scan de QR-code of ga naar: vriendenvandehoop.nl/blijfopdehoogte
Word vrijwillige chatcoach voor jongeren
IN HET KORT
Chris en Voorkom versterkt jongeren met trainingen over preventie, weerbaarheid en leefstijl en biedt hulp via chat, telefoon en mail. Help jij mee?
Voor de chat zoekt Chris en Voorkom vrijwilligers met een hart voor jongeren. Met een paar uur van jouw tijd help je hen als chatcoach een stapje verder. Jongeren kunnen anoniem hun verhaal delen op ChatmetChris. nl. Je krijgt een basistraining, persoonlijke begeleiding en ontmoet andere coaches tijdens teamavonden. Enthousiast? Je leest de ervaringen van chatcoach Hetty op pagina 20 en kan je aanmelden via: chrisvoorkom.nl/vacatures
Nieuwe aanpak om mentale gezondheid beter te ondersteunen
In de regio Gorinchem‑Drechtsteden neemt De Hoop deel aan Mentiek: een nieuwe samenwerking tussen gemeenten, huisartsen, ggz‑instellingen en zorgverzekeraar VGZ om mentale gezondheid sneller en beter te ondersteunen.
Inwoners kunnen al vóór een ggz-verwijzing in gesprek met een ggz-professional en iemand uit het sociaal domein. Samen bepalen zij wat nu kan helpen: van ggz-zorg tot ondersteuning in de buurt of het eigen netwerk. Zo ontstaat er sneller duidelijkheid over waar een inwoner mee aan de slag kan. Dat verkleint de kans dat klachten erger worden en dat mensen op een lange wachtlijst voor de ggz belanden. Mentiek sluit aan op lokale voorzieningen en wordt gesteund vanuit het Integraal Zorgakkoord.
Scan de QR‑ code voor meer informatie.
Terugblik Arise
Vijf cliënten en een medewerkster stapten uit de drukte van alledag en namen in april deel aan het Arise Weekend. Een weekend dat in het teken staat van bezinning, ontmoeting en geloofsverdieping voor vrouwen.
Met 60 vrouwen uit heel Nederland wandelden ze in de natuur van de Veluwe kilometerslang over bos en heide. Aan de hand van psalmen werd de groep uitgedaagd om in stilte te mediteren. Naast overdenkingen waren er getuigenissen en aanbidding. Voor cliënten zijn dit soort weekenden van grote waarde en dankzij de betrokkenheid van donateurs kunnen zij hieraan deelnemen. Er werd gedeeld, gehuild en gelachen. Er ontstond verbinding en erkenning. Een cliënt die meewandelde vertelt: “Ik mocht verwonderd zien hoe God door de levens van deze vrouwen heen werkt. Dit geeft me kracht en vertrouwen. Als ik weer eens twijfel op mijn levensweg dan zal ik aan dit weekend terugdenken; hoe God van een rauw verhaal iets moois kan maken.”
AGENDA
TWEEDUIZEND-ZES-EN-TWINTIG
19/9 26/9 3/10
CYCLE FOR HOPE TOERTOCHTEN
19 SEPTEMBER
Fiets mee met Cycle for Hope en zet je in voor hoop en herstel! Je kunt kiezen uit toertochten van 100, 150 en 200 kilometer: voor elke fietser is er wel een passende uitdaging. Samen trappen we vanuit Dordrecht voor mensen met psychische problemen en verslaving. Met elkaar maken we het verschil in mensenlevens. Doe mee en laat elke kilometer tellen!
cycleforhope.nl/toertochten
19/9
CYCLE FOR HOPE
VRIENDENTOCHT
19 SEPTEMBER
Dit jaar introduceren we de Vriendentocht: een laagdrempelige route van 50 kilometer die je ook met je e-bike of stadsfiets kan fietsen. Je fietst van Dordrecht naar Gorinchem en geniet onderweg van koffie met appeltaart.
Alleen of samen met vrienden, familie of collega’s: je gaat op jouw manier de uitdaging aan, met impact voor een ander. Met jouw inzet steun je projecten van De Hoop die bijdragen aan hoop, herstel en een nieuw perspectief.
cycleforhope.nl/vriendentocht
RUN FOR HOPE
26 SEPTEMBER
Ren mee met de meest hoopgevende run van Nederland! Tijdens Run for Hope zet je je sportieve prestatie in voor mensen die werken aan herstel van verslaving en psychische problemen. Kies uit afstanden van 5, 10 of 21,1 kilometer. De inschrijfkosten zijn € 25,- en daarnaast haal je sponsorgeld op voor cliënten van De Hoop. Het parcours voert je door de Dordtse Biesbosch, waar je samen met andere lopers toewerkt naar de finish. Want net als de cliënten bij De Hoop hoef je het niet alleen te doen. Schrijf je in en maak het verschil!
runforhope.nl
CURSUS PASTORAAT IN OOSTZAAN
3 OKTOBER
Ontdek wat pastoraat in de praktijk betekent tijdens de Cursus Pastoraat. Tijdens deze driedaagse cursus krijg je inzicht in hoe je mensen kunt begeleiden bij geloofs- en levensvragen, bijvoorbeeld rondom verslaving, psychische kwetsbaarheid en herstel. Je komt meer te weten over psychiatrische ziektebeelden en krijgt handvatten aangereikt in het praktisch omgaan met psychiatrische problemen in relatie tot het christelijk geloof. De cursus wordt twee keer per jaar aangeboden op verschillende plaatsen en vindt dit najaar plaats op drie zaterdagen: 3 en 24 oktober en 14 november in Oostzaan. Laat je toerusten en groei in hoe jij van betekenis kunt zijn voor een ander.
vriendenvandehoop.nl/cursus pastoraat
“Het
was een kwestie van leven of dood”
“MIJN LEVEN STOND OP ZIJN KOP. HET WAS ECHT EEN ZOOITJE. IK DACHT: NU MOET IK ER ÉCHT WAT AAN GAAN DOEN, ANDERS GA IK ZELF ÓÓK DOOD. IK WAS DIEP ONGELUKKIG.”
“Met drie mannen het huis schoonhouden… dat blijft een uitdaging hoor”, lacht Erik (32). We zitten aan zijn keukentafel wanneer de wasma ‑ chine op de achtergrond begint te trillen. “Ik zet ‘m even uit hoor, het leidt me af. Die was is trouwens van mijn huisgenoot.” Even later komt diezelfde huisgenoot de keuken binnenlopen en begroet ons. Het lijkt een gewone ochtend in een gedeeld huis. Maar voor Erik is dit alles‑ behalve vanzelfsprekend. “Ik had nooit gedacht dat ik zo goed terecht zou komen”, zegt hij. “Dat ik clean ben en voor mezelf kan zorgen, was vroeger voor mij ondenkbaar.”
In de benedenwoning in Den Haag bouwt Erik aan zijn leven. “Ik woon hier met twee andere mannen uit de kerk”, begint Erik. “In de tijd dat ik net clean was, was de kerk echt mijn vangnet. Ik deed er veel vrijwilligerswerk; van mensen bellen tot helpen bij de Alpha-cursus. En ik deelde met regelmaat mijn getuigenis. Het is mijn basis geweest toen ik hier drie jaar geleden kwam wonen.”
BANG
Het leven dat hij nu leidt, staat in schril contrast met hoe het vroeger voor hem was. Als kind was hij vaak bang. “Ik had veel angsten; angst om mijn ouders kwijt te raken, angst voor de dood. Mijn vader heeft sinds ik klein ben al MS. Momenteel zit hij in een rolstoel. Het is best pittig om dat als kind te moeten dragen. ‘Gewone’ dingen zoals samen voetballen… dat zat er niet in. Ik denk dat ik daarin wel iets heb gemist.” Vanbuiten leek Erik zich wel te redden. “Op school was ik altijd wel het mannetje”, vertelt hij. “Maar diep vanbinnen speelde er veel. Dit uitte zich vaak in boosheid. Ik was vroeger erg driftig.” Hoe diep het zat, merkt hij later pas écht. Als veertienjarige staat hij op het punt een einde aan zijn leven te maken. “Ik stond op de derde verdieping
van school en wilde naar beneden springen. Achteraf denk ik: ik was gewoon heel ongelukkig en wist totaal niet hoe ik met het leven om moest gaan.”
FOUTE BOEL
Die angst en onrust vinden een paar jaar later hun uitweg. “Ik kon vroeger met vrienden al best wel aardig drinken. Dat begon toen ik een jaar of zestien was. Op festivals nam ik regelmatig een pilletje. Dat leek heel normaal, heel veel mensen deden het. Maar toen ik op 23-jarige leeftijd voor het eerst cocaïne gebruikte, was het meteen foute boel.” Erik kijkt even weg. “In het begin hield ik het voor me en viel het niet zo op. Ik had het allemaal best goed voor elkaar: een relatie, een goede baan, een koophuis. Maar door de cocaïne ging die switch zó snel. Ik kwam te laat op mijn werk, was regelmatig ziek en ik sliep nachten niet. Mijn relatie hield geen stand en ik moest het huis verkopen. Ondertussen gebruikte ik gewoon door en deed ik er alles aan om aan cocaïne te komen.” Zijn eerste opname bij De Hoop volgde. “Ik besefte toen niet eens dat ik verslaafd was. Het lag aan iedereen, behalve aan mezelf. Na twee weken zei ik: ‘Ik ga weer naar huis’. In de jaren daarna heb ik nog heel wat klinieken gezien.”
“Ik wist totaal niet hoe ik met het leven om moest gaan.”
KEERPUNT
Een groot keerpunt volgt in Eriks leven. “Mijn moeder was al lange tijd ziek. In die tijd ging ik kliniek in, kliniek uit. Ik was volop in gebruik. Mijn moeder hield me vaak de hand boven het hoofd. Ik was een moederskindje, vanaf jongs af aan al. Toch loog ik haar soms keihard voor.” Erik wordt even stil. “Mijn moeder overleed uiteindelijk in 2021. Dat ik me zo heb gedragen en dat ik tijdens haar laatste dagen nog in gebruik was, doet me nog steeds heel veel. Ze was gewoon heel lief. Ik heb moeten leren mezelf te vergeven en het bij God neer te leggen.” Op het moment van het
“Die liefde van God ervaarde ik al in de kliniek en tijdens de bidstonden en zette zich voort in de kerk.”
overlijden gaat er een knop om bij Erik. “Mijn leven stond op zijn kop. Het was echt een zooitje. Ik dacht: nu moet ik er écht wat aan gaan doen, anders ga ik zelf óók dood. Ik was diep ongelukkig.”
SAFEHOUSE
Diezelfde maand volgt een opname in een kliniek in Den Haag, waar hij drie maanden verblijft. “Na mijn opname kwam ik in een safehouse terecht in Leiden”, vertelt Erik. “Ik hoorde van anderen dat het hen daar lukte om clean te blijven. En ik was zodanig klaar met mijn verslaving… dat ik dat ook wilde.” Erik blijft negen maanden clean. Het leek de goede kant op te gaan, maar onder de oppervlakte speelt er nog van alles. “Ik zat psychisch nog zó in de knoop. Ik viel weer terug. Uiteindelijk kwam ik weer bij De Hoop terecht. Dit voelde als mijn laatste redmiddel.”
VAN DE KAART
De stap naar De Hoop voelt voor Erik als een laatste poging om zijn leven weer op de rails te krijgen. “Voor mij was het een kwestie van leven of dood”, zegt hij. “Mijn pijn was zó groot. De pijn achter de verslaving, maar ook de pijn van het verliezen van mijn moeder. Ik was echt van de kaart toen ik aankwam. Ik was paranoia. Ik hoorde stemmen in mijn hoofd en zag dingen die er niet waren. Ik herinner me nog dat ik met een taxi werd afgezet. Met een tas met kleren. En toen stond ik daar, bij de ingang.” Eenmaal binnen ervaart hij iets wat hij al lang niet meer had gevoeld: rust. “Ik werd goed opgevangen. Er was structuur; duidelijke regels, op vaste tijden samen eten. Dat gaf houvast. Maar wat het meest raakte, was de liefde van God die ik ervaarde, bijvoorbeeld in de manier waarop medewerkers met je omgaan. Iedereen wordt hetzelfde behandeld, vanuit liefde. Ik denk dat mensen die verslaafd zijn dat juist nodig hebben. Bij mij heeft dat in ieder geval gewerkt.” Hij lacht. “En niet dat ze altijd lief waren hoor, soms werd je keihard een spiegel voorgehouden. Maar dat had ik ook wel nodig.” De maandelijkse bidstonden maken indruk op Erik. “Daar ervoer ik Gods kracht. Ik wist gewoon: Hij is hier. Op een van die avonden ging ik naar voren voor gebed. Dat was voor mij een moment van overgave”, vertelt hij. “Ik heb toen zoveel bevrijding ervaren.”
BIDSTONDEN
Tijdens een van de bidstonden bidt Erik voor iets waar hij veel spanning bij voelt. “Na mijn opname bij De Hoop zou ik weer in Den Haag gaan wonen, in een safehouse, maar ik zag daar enorm tegenop.
Het gaf me veel onrust. Ik zat vast in mijn hoofd, ik had veel angst. Na het gebed kwam er een vrouw naar mij toe. Ze zei tegen mij: ‘Als jij naar Den Haag gaat, moet je eens bij City Life Church gaan kijken.’” Erik besluit het advies op te volgen. “Ik ben er gewoon een keer naartoe gegaan.” Hij glimlacht. “En ik ben eigenlijk nooit meer weggegaan.” Wat hij bij De Hoop ervaart, herkent hij daar opnieuw. “Het voelde hetzelfde”, vertelt hij. “Je wordt niet veroordeeld, maar behandeld met liefde. Die liefde van God ervaarde ik al in de kliniek en tijdens de bidstonden. En dat zette zich voort in de kerk in Den Haag. Het is een grote kerk, maar inmiddels ken ik er zoveel mensen. Het is echt mijn veilige plek.”
EERLIJKHEID
Na het overlijden van zijn moeder verandert de band met zijn vader. “We zijn dichter naar elkaar toe gegroeid”, vertelt Erik. “Ik ben vorig jaar zelfs nog met hem op vakantie geweest. Dat was heel mooi.” Inmiddels is hun relatie hecht. “Als het goed met mij gaat, gaat het ook goed met hem. Zo werkt dat meestal. Maar als het niet goed gaat, vertel ik dat ook. Vroeger deelde ik niks, maar ik ben een heel eerlijk persoon geworden.” Erik leert ook eerlijk naar zichzelf te kijken. “Ik heb veel mensen pijn gedaan door mijn verslaving. En ik vond het lange tijd lastig om mezelf te vergeven daarvoor. Maar dat hoort er ook bij. Dat je het onder ogen ziet en mild leert te zijn voor jezelf. Soms begint mijn vader te huilen of is hij bang dat ik terugval. En ik snap dat wel. Die angst zit er bij hem, maar ook bij vrienden. Ik kijk zelf liever niet te veel terug, dat vind ik soms nog lastig hoor”, zegt hij eerlijk. “Maar het is wel nodig.”
HERSTEL
Erik is nu ruim drie jaar clean. “Ik kan mijn ‘clean-datum’ nog beter onthouden dan mijn verjaardag”, grapt hij. Zijn herstel is nog in volle gang; hij werkt ambulant aan zijn trauma’s. “Ik ben er zeker nog niet. Maar ik weet: als ik eraan werk, wordt het beter. Het lucht op. En ik ben blij met een fijne plek waar ik nu een jaar woon en met mijn baan. Op dit moment loop ik mee met een vriend in zijn recyclebedrijf, als hoofd technische dienst. En het bijzondere is: hier werken ook een aantal christenen. Als wij in de werkplaats bezig zijn, staat er vaak worshipmuziek op. Dat voelt echt gezegend. Ik kom met een hele andere vibe mijn bed uit ’s ochtends.”
BLIK OP HET LEVEN
Toch blijft het soms zoeken voor Erik. “Ik vind het nog steeds lastig
“Ik kan mijn ‘clean-datum’ nog beter onthouden dan mijn verjaardag.”
“Dat is misschien wel het mooiste wat ik heb gekregen: de rust van God.”
om mijn gevoelens onder ogen te komen. Dat is ook een proces. Niet alles verandert in één keer. Emoties probeer ik nog weleens weg te drukken. Maar dan ga ik een rondje lopen of bel ik iemand op. En het mag er ook zijn. Het beheerst mijn leven niet meer.” Zijn blik op het leven is veranderd. “Vroeger gaf ik God de schuld van alles. Nu denk ik: uiteindelijk keert het ten goede. Ik zie dat terug in mijn eigen leven. Er zijn mooie dingen op mijn pad gekomen: de kerk, mijn werk, een woning en de mensen om me heen. Ik probeer zoveel mogelijk per dag te leven. En natuurlijk droom ik ook van een
eigen woning, een vrouw en een gezin. Als dat ook Gods plan is. Daarin leer ik geduld te hebben. En ik ben ook dankbaar dat ik die nare tijd niet heb doorgemaakt met kinderen om me heen. Dat ik hen dat niet heb hoeven aandoen.”
DE RUST VAN GOD
Het leven blijft soms ook confronterend. Het moment dat ik Erik spreek, valt samen met de datum waarop zijn moeder vijf jaar geleden overleed. “Dat blijft lastig”, zegt hij. “Ook kerst en oud en nieuw zijn geen makkelijke dagen.” Waar hij vroeger snel boos werd, reageert hij nu anders. “Nu probeer ik te denken: hoe zou Jezus reageren? Mijn gedrag is veranderd. Ik probeer bewust liefdevol te blijven en te bidden.” Erik pauzeert even. “Dat is misschien wel het mooiste wat ik heb gekregen: de rust van God. Mijn moeder was een gelovige vrouw, en heel rustig. Ik geloof ook zeker dat ze het heel goed heeft nu. Is het makkelijk? Nee. Er is nog steeds weleens verdriet en het blijft hard werken tegen de verslaving. Maar het leven is sowieso niet makkelijk. Ik denk dat mijn moeder het liefst had gewild dat ik het leven leid, dat ik nu leid. Dat ik gelukkig ben, dat ik clean ben. Iedere dag wordt steeds beter en daar houd ik me aan vast. Hoe langer ik clean ben, hoe mooier het leven wordt.”
“ Iedere dag wordt steeds beter en daar houd ik me aan vast.”
COLUMN SAMEN?
Sarmin Cépèro, GZ-psycholoog
Ik mag moeder zijn van een jongetje van anderhalf, en elke dag kijk ik met verbazing hoe snel hij leert. Hij probeert, klimt, valt, en pro beert opnieuw. Hoe klim ik in de wasmand en, belangrijker, hoe kom ik er weer uit? Nieuwe woorden komen voorbij. Sommige rollen er moeiteloos uit, andere hebben wat oefentijd nodig, zoals ‘vra hach wagen’.
Maar één woord kent hij opvallend goed: samen. De hele dag door kijkt hij me aan, pakt even mijn hand en vraagt: “Samen?” Zelfs als ik zeg dat ik naar de wc ga. En dat raakt me. Want precies dát wil ik hem meegeven: dat je het leven niet alleen hoeft te dragen. Dat je de ander nodig mag hebben.
Misschien is dat wel de reden dat ik zo van mijn werk hou. In mijn werk als GZ-psycholoog zie ik hoe waardevol – en soms hoe pijnlijk ingewikkeld – samen kan zijn. Niet iedereen heeft geleerd dat samen veilig is. Sommigen hebben juist ervaren dat afhankelijk zijn kan kwetsen. Dat je beter alles zelf kunt doen.
In de behandelkamer proberen we te ontdekken wat ooit te veel pijn deed om nog met iemand te delen. We geven woorden aan wat lang alleen gedragen is. En soms ontstaat er ruimte om het niet meer alleen te hoeven doen. En we vieren ook de kleine stapjes waarin dat lukt.
“Niet iedereen heeft geleerd dat samen veilig is.”
Nederland hoort momenteel tot de meest individualistische landen van de wereld. En in een land dat zelfredzaamheid als hoogste goed presenteert, vind ik het juist een rijkdom als iemand durft te zeggen: ik heb je even nodig. Misschien is mijn peuter zo gek nog niet. Misschien stelt hij precies de vraag die we elkaar vaker mogen stellen.
Samen?
“Het is bijzonder om te weten dat iedereen
rent voor een ander”
HADASSA (22) DEED MET HAAR
VADER MEE AAN RUN FOR HOPE
Vijf jaar geleden kreeg Hadassa een knie ongeluk. Wat volgde waren meerdere operaties en een lange revalidatie. “Het her stel heeft veel tijd gekost”, vertelt ze. Anderhalf jaar geleden volgde haar laatste operatie. “Run for Hope was voor mij een persoonlijke mijlpaal.”
Hardlopen helpt haar om haar gedachten te verzetten. Met hulp van haar fysiotherapeut en een strak trainingsschema bouwde ze het rustig op. Run for Hope sloot mooi aan bij het moment waarop haar schema afgerond zou zijn. “Het was een mooi doel om naartoe te werken. En tegelijk kon ik iets betekenen voor andere mensen.”
Hadassa liep de 10 kilometer. “Het was pittig, maar doordat je met een team rent kom je erdoorheen. Mensen staan langs de kant om je aan te moedigen en onderweg wens je elkaar succes. Dat geeft energie.” Dat ze samen met haar vader kon meedoen, maakte het extra bijzonder. Hadassa: “Hij moedigde me onderweg aan en was mijn motivational speaker.”
Terugkijkend overheerst vooral dankbaarheid. “Het is bijzonder om met zo’n grote groep aan de start te staan en te weten dat iedereen rent voor een ander. Of je nou met psychische poblemen, verslaving of lichamelijke problematiek te maken hebt: er is voor iedereen hoop, ongeacht de situatie. Dat vind ik een mooie gedachte om me voor in te zetten.”
RUN FOR HOPE 26/9
5KM – 10KM – 21,1KM
Op 26 september 2026 vindt Run for Hope plaats. Onze cliënten kunnen het niet alleen, maar ook jij zal dat ervaren tijdens jouw run door de Dordtse Biesbosch. Doe mee met de meest hoopgevende run van Nederland!
SCHRIJF JE IN VIA RUNFORHOPE.NL
“Door mee te doen aan de toertochten geef je hoop door”
KEES (69) DOET DIT JAAR VOOR DE TWAALFDE
KEER MEE MET DE TOERTOCHTEN
Kees de Jong is een vertrouwd gezicht dat tijdens de Toertochten voorbij sjeest. Lange afstanden, verschillende routes door het land, als deelnemer of kartrekker van een team, maar met steeds dezelfde motivatie: iets betekenen voor een ander.
“Tijdens de Toertochten trek je elkaar mee en onderweg zijn er bijzondere gesprekken”, vertelt Kees. De edities van 2021 en 2022 zijn hem in het bijzonder bijgebleven. “Die jaren fietsten we met een team van oud-cliënten. Tijdens de trainingstochten ontstonden er al mooie gesprekken. Ik ben altijd op zoek naar de mens achter de mens. Door samen te trainen bouw je een band op. Je leert elkaar echt kennen. Ik gaf de deelnemers tips: licht trappen en goed eten en drinken onderweg. Zeker bij warmte is dat belangrijk. Zo houd je het samen langer vol.”
Tijdens een van de tochten werd het voor een deelnemer erg zwaar. “Er kwamen bij hem flashbacks en herinneringen van vroeger naar boven. De laatste 20 km heb ik naast hem gefietst. Het was zwaar, maar je merkt wat een bemoedigend woord teweeg kan brengen.” Dat is voor Kees de kern van samen wielrennen: in een dienende rol naast iemand gaan staan en jezelf wegcijferen om de ander te helpen. Kees: “De Toertochten zijn verrijkend, waardevol en je kan iets betekenen voor een ander. Het zijn geen wedstrijden, de overwinning is al behaald; iedereen heeft een persoonlijk verleden om bovenop te komen. Door mee te doen geef je hoop door aan een ander. Bovendien mag ik omhoog kijken en weten dat Hij met me meegaat. Dat geef ik graag aan een ander mee.”
TOERTOCHTEN 19/9
Op 19 september 2026 klinkt het startschot van de Toertochten van Cycle for Hope. Vanuit Dordrecht stappen we op de trappers om samen in beweging te komen voor de cliënten. Doe jij ook mee?
• 19 september - Vriendentocht 50 km
• 19 september - Toertochten van 100, 150 en 200 km
• MyCycle MTB: organiseer je eigen MTB-tocht!
SCHRIJF JE IN VIA CYCLEFORHOPE.NL
In ‘Uiting van Hoop’ vertelt een medewerker of cliënt hoe zijn of haar creatieve uiting bijdraagt aan rust, welzijn en geloof.
WILLEM ARNOLD, LICHAAMSGERICHT
THERAPEUT EN MIMESPELER
“Vertellen met je lichaam raakt op een andere manier”
“Door mime vertel je een verhaal met je lichaam, houding, adem en expressie. Hier beeld ik een verhaal uit bij het lied van Matthijn Buwalda (‘Sprong in het diepe’). Het lied laat zien dat je kunt vastzitten in controle of juist radicaal en open jezelf kunt zijn. De scherven staan voor kwetsbaarheid in je leven: je kunt ermee vechten of je ermee verzoenen.
Vertellen met je lichaam raakt op een andere manier dan alleen muziek. Je ziet de emotie van de ander, die daardoor ook emoties en beelden in jou kan raken. Het raakt een stukje intuïtie, het geestelijke, het overstijgt je ratio. De emotie waar je moeilijk contact mee maakt, kan juist loskomen.
In mijn therapie bij De Hoop werk ik veel non-verbaal. Ik help cliënten hun lichaamstaal en emoties tot expressie te brengen. Het helpt om je emoties ruimte te geven. Dat zit ook in dit woord verborgen: 'ex' is 'loslaten' en 'pressie' staat voor 'druk'. Druk op je borst vertelt bijvoorbeeld dat je een knuffel nodig hebt. Een vol hoofd vertelt dat je ruimte mag innemen en gegrond mag staan.
Het blijft me bij als mensen eindelijk blij door de ruimte lopen, omdat ze zich konden uiten. Of als een cliënte met haar houding uitbeeldt hoe ze zich gecontroleerd en strak houdt, daarna wijds gebaart hoe vrij ze zich wil voelen, en tenslotte een gebaar van boven naar binnen maakt: Gods hart ontvangend. Dán is de expressie compleet.”
“Ik kan nog jaren blijven kijken
Naar de brokstukken van toen
Ze proberen weer te lijmen
Er geen afstand meer van doen
Of ik kan gaan
Dit is een sprong in het diepe
Met mijn ogen open
Een stap die me uitdaagt
Om weer te geloven”
Tekst: Matthijn Buwalda - Sprong in het diepe
“Ik vind het belangrijk dat jongeren aandacht krijgen en gehoord worden”
VRIJWILLIGER BIJ CHRIS EN VOORKOM HETTY VROEGE
“Als chatcoach spreek ik een keer per twee weken met jongeren. Ook beheer ik de mailbox voor vrijwilligerszaken. Ik verzamel alle stukken voor sollicitaties, bereid de basistraining van nieuwe chatcoaches voor, geef begeleiding tijdens hun eerste chats en zorg dat ze daarna worden ingeroosterd.
Waarom ik dit doe? Ik vind het belangrijk dat jongeren aandacht krijgen en gehoord worden, als ze worstelen met pittige problemen. In de chat doen ze anoniem hun verhaal. Soms is een luisterend oor al genoeg. Zelf vind ik het als chatcoach fijn om aan het eind met hen te bidden en hun zorgen aan de voeten van de Heer te brengen.
Ik begon vijftien jaar geleden als chatcoach, vanuit mijn hart en met hulp van God. Eén meisje blijft me altijd bij. Ze had zelfmoordgedachten en stond vaak bij het spoor. Daar chatte ze dan met ons. Uiteindelijk zette ze toch altijd weer de stap terug. Toen ze door haar crisis heen was, vroeg ze bij Groot Nieuws Radio een nummer aan voor alle chatcoaches. Om te bedanken dat ze er altijd voor haar waren en om te vertellen dat ze hen nu niet meer nodig had. Zoiets vergeet je niet meer.”
Ook vrijwilliger worden? chrisvoorkom.nl/vacatures
WAT JE WILT WETEN OVER
INNER(LIJKE RUST)
In een wereld vol prikkels en mentale druk ervaren veel mensen on rust. Daniëlle van de Lagemaat, psychotherapeut bij De Hoop, ontwik kelde de nieuwe app Inner en vertelt je hoe Inner wil bijdragen aan aandachtig stilstaan.
Waarom verlangen zoveel mensen naar innerlijke rust?
Hoe geef je meer aandacht aan je binnenleven?
Waar gaat Inner aan bijdragen?
Gratis Inner ervaren? Inner.nl
WAAROM VERLANGEN ZOVEEL MENSEN NAAR INNERLIJKE RUST?
“Ik zie het in mijn spreekkamer en herken het ook zelf. We ervaren haast en druk in ons dagelijks leven. Veel Nederlanders ervaren dat ze het goed hebben en tegelijkertijd spelen er ook mentale problemen zoals stress, angst, somberheid en overprikkeling. Mensen zoeken naar rust en mentale veerkracht. Door gejaagdheid verlies je aandacht voor je binnenleven. Terwijl juist dáár je lichaam je iets vertelt. Als je tijd maakt voor aandachtig stilstaan, vind je een plek waar je rust ontvangt, zelfinzicht opbouwt en waar je Gods liefde kunt ervaren.”
HOE GEEF JE MEER AANDACHT AAN JE BINNENLEVEN?
“Om ons heen zijn veel mogelijkheden om ademruimte, rust en stilte te zoeken. Bijvoorbeeld via meditatievormen. Het ervaren van rust, verademing en zelfinzicht is voor iedereen waardevol. Dat zijn scheppingsprincipes. ‘Mogen we als christen mediteren?’ Die vraag en de verwarring is begrijpelijk, zeker wanneer we een oosters spirituele associatie hebben. Het Latijnse woord meditari in Psalm 1:2 staat voor aandachtig overdenken van Gods woord. Mederi staat voor helen. Gods woorden, Zijn principes en Zijn liefde mediteren brengt herstel, heling. Mediteren hoeft niet in kleermakerszit met een mantra; nee. Je kunt gewoon zitten, ademen, je aandacht richten en luisteren om God te horen tussen de ruis, de drukke agenda’s en de pushberichten door. Met Inner mediteren we niet om naar binnen te keren in een leegte, maar om thuis te komen bij Hem die in ons woont.”
WAAR GAAT INNER AAN BIJDRAGEN?
“Verwacht een app vol audiofragmenten waarmee je praktische handvatten krijgt om je emoties te reguleren en écht te begrijpen wat er in jou leeft. We hebben als De Hoop het verlangen dat Inner preventief gaat bijdragen aan mentale gezondheid in Nederland. Zo zijn we als app op je telefoon altijd beschikbaar. Mijn diepste verlangen is dat mensen Gods liefde gaan opmerken in hun binnenleven. Contact maken met je binnenwereld is essentieel voor je mentale gezondheid. Daarom nodigt Inner je uit om, juist in een wereld die steeds sneller draait, rust te vinden te midden van de onrust, te luisteren naar wat er vanbinnen leeft en je te verbinden met jezelf én met God.”
Forensische zorg
INKIJKJE IN DE ZORG
Hoe gaat het eraan toe in de zorg bij De Hoop? Mirjam Tanis is sociaal psychiatrisch ver pleegkundige en werkt dage lijks met mensen die een foren ‑ sische titel hebben. Ze vertelt je over haar werk en haar hart voor deze doelgroep.
Mirjam Tanis
Sociaal psychiatrisch verpleegkundige
De Hoop biedt een breed palet aan zorg, en juist binnen het forensische aanbod komt dat allemaal samen. Van klinische behandeling tot ambulante zorg, van Beschermd Wonen tot leer-werkbedrijven: het vormt een keten die goed op elkaar aansluit. Dat maakt De Hoop uniek in Nederland. Mensen kunnen instromen vanuit de gevangenis, verblijven in de kliniek bij 4Life, ambulante behandeling krijgen op de polikliniek, ambulante thuisbegeleiding krijgen als zij een eigen woning hebben of doorstromen naar Beschermd Wonen, en ze kunnen dagbesteding volgen. Alles met als doel: herstel en re-integratie in de maatschappij.
HOE HET BEGON
Zes jaar geleden kwam Mirjam werken bij de polikliniek. “Ik zei meteen: ik hou heel erg van boeven”, vertelt ze met een glimlach. Ze werkte altijd al met mensen die uit de
gevangenis kwamen of te maken hadden met justitie. “Toen ik bij De Hoop begon, vroeg ik al snel: kan ik daar ook iets mee? En dat kon.”
Haar werkdagen beginnen vaak al om half acht. “Vanaf negen uur zie ik cliënten op de poli, maar daarvoor heb ik vaak al contact met thuiszorg, begeleiders of de gemeente. Het is heel breed. Ik doe intakes, spreek cliënten, overleg met reclassering en netwerkpartners. Soms bezoek ik mensen in de gevangenis die al zijn aangemeld. Dan kijken we: kunnen we iets betekenen? Hoe sluiten we aan bij jouw situatie en hulpvraag?”
WAAROM WERK JE GRAAG MET DEZE DOELGROEP?
“Wat mij drijft, is de mens achter het delict. Het is een doelgroep die voor de maatschappij vaak al is afgeschreven. Maar ik
geloof dat er in ieder mens iets moois te ontdekken is. Je bent meer dan je verleden. Vanuit mijn christen-zijn voel ik die bewogenheid heel sterk. Als ik leef van genade, waarom zou ik jou die dan niet gunnen?
Vanuit dat perspectief wil ik mijn werk doen. De scheidslijn is zo dun tussen mij en de andere kant van de tafel. Het had mij ook kunnen overkomen als God mij niet had vastgehouden. Met die bewustwording kan ik met iedereen om de tafel zitten.”
WAT BETEKENT EEN FORENSISCHE TITEL?
“Mensen met een forensische titel kunnen bij De Hoop verblijven of ambulante behandeling en/of begeleiding krijgen. De rechter bepaalt dat iemand straf verdient, maar ook of iemand behandeling nodig heeft. Als mensen na een lange gevangenisstraf vrijkomen, is dat heftig. Dan kan Kliniek 4Life een goede tussenstap zijn om
daar verder aan jezelf te werken. Daarna ambulante behandeling, en als het nodig is Beschermd Wonen of begeleiding thuis, zodat je het nog niet alleen hoeft te doen. Die keten willen we goed op elkaar laten aansluiten bij De Hoop.”
“Als ik leef van genade, waarom zou ik jou die dan niet gunnen?”
WAAROM BIEDT DE HOOP DEZE
VORM VAN ZORG?
“Het sluit aan bij de visie van De Hoop: niemand uitsluiten. Veel cliënten kiezen bewust voor De Hoop vanwege onze identiteit. We bieden veel ruimte voor zingeving.
Thema’s als vergeving en herstel bieden echt meerwaarde. Ook voor mensen met een andere achtergrond, zoals moslims. Veel thema’s raken elkaar.”
HOE ZORG JE VOOR VEILIGHEID VOOR CLIËNTEN, COLLEGA’S EN JEZELF?
“Werken met deze doelgroep vraagt alertheid. Tijdens de intake bespreken we al: agressie wordt niet getolereerd. Veiligheid is belangrijk. Soms moet je de-escaleren, iemand even laten uitrazen, of de receptie waarschuwen dat iemand hoog in zijn emotie zit. Het is ook heel belangrijk om goed samen te werken met collega’s. Altijd even reflecteren: wat heb ik in dit gesprek gedaan wat misschien anders had gemoeten? En daarnaast werken we natuurlijk nauw samen met reclassering, justitie en netwerkpartners.”
WANNEER IS EEN TRAJECT GESLAAGD?
“Vanuit mijn geloof zeg ik: als mensen God vinden of op zoek gaan. En daarnaast: als ze in herstel komen, al zijn het kleine stapjes. Als contacten met familie herstellen, als iemand weer een eigen plek krijgt. Ik heb altijd lage verwachtingen: dat iemand op zijn afspraak komt, contact maakt, persoonlijke dingen vertelt die ze nog nooit aan iemand hebben verteld. Dat zijn al parels. Het is mooi om te zien als mensen in hun herstelproces zitten. Sommigen werken keihard aan hun doelen en bouwen weer een leven op. Maar er zijn ook mensen die het niet redden. Die terug moeten naar de gevangenis, of naar een andere instantie omdat wij kennelijk niet konden bieden wat nodig was, of waar iemand zelf hulp afhield. Dat doet pijn. Want je gunt iedereen herstel.”
Kind in de kliniek
“ VERBINDING MET THUIS IS HEEL BELANGRIJK, WANT WE WILLEN NIET DAT DE RELATIE TUSSEN OUDER EN KIND (NOG MEER) ONDER DRUK KOMT TE STAAN. OUDERS WORDEN DEEL VAN HET GROEIPROCES.”
TRIGGER WAARSCHUWING
Dit artikel gaat over gevoelige onderwerpen zoals suïcidale gedachten.
Vorig jaar stond Stijn (24) op de planken met zijn theatervoorstelling ‘Lief dag boek’. Daarin deelde hij tientallen ver‑ halen van jongeren die in een kliniek verbleven, én zijn eigen verhaal. Zijn theaterstuk was een creatieve verwer‑ king van Stijns afstudeeronderzoek. Stijn: “Ik onderzocht welk effect de veranderingen in de ggz op jongeren hadden en vroeg Annelies voor een interview. Zo kwamen we na lange tijd weer in contact.” Nu blikken ze samen terug op hun tijd bij De Hoop en hoe Stijn daarna zijn weg vond.
JONGSTE
Stijn straalt rust uit, heeft net zijn opleiding afgerond en staat positief in het leven. Een groot contrast met het depressieve jongetje dat twaalf jaar eerder de drempel van de kliniek overstapte. Annelies: “Ik herinner me Stijn nog goed. Met zijn twaalf jaar was hij de jongste van de groep. Veel collega’s en groepsgenoten moederden over hem. Ik weet nog dat ik me afvroeg: wat kan ik van je vragen en waar zit je groei?” “Jij kwam bij De Hoop werken als psycholoog toen ik al twee maanden in behandeling was”, vertelt Stijn. “Ik dacht: die nieuweling ga ik aan de tand voelen. Ik bedacht een zelfverzonnen liedje: Annelies van Pèèèlt. Maar jij kon het wel hebben. We hadden al snel een klik.”
GEVOELIG
“Ik vond het fijn om uit mijn thuis- en schoolsituatie gehaald te worden”, vertelt Stijn. “De jongeren in de kliniek wisten met twee woorden wat ik bedoelde. We begrepen elkaar. Maar de gesprekken met elkaar konden ook verkeerd uitpakken.”
Annelies: “Ja, je maakt veel mee op de kliniek, ook elkaars slechte momenten. Zo
waren er ook suïcidale jongeren. Jij was nog zo jong, ik wilde je graag beschermen.” Stijn: “Ik ben een medemenselijk en gevoelig type. Ik wilde anderen graag ontlasten. Ik probeerde ze te helpen door ze te bemoedigen met muziek of een luisterend oor. Maar ik moest ook mijn eigen proces in het oog houden, dat lukte gelukkig wel. Voor mijn afstudeeronderzoek sprak ik een vrouw bij wie dat helaas misging. Ze wilde heel graag anderen om zich heen helpen, maar vergat haar eigen problemen.”
DICTEE
Door jongeren in zijn omgeving die ook veel hadden meegemaakt, voelde Stijn zich begrepen. Maar om zijn problemen écht aan te pakken, was professionele hulp nodig. Hij kreeg verschillende therapieën en somt ze op: “Dramatherapie, individuele therapie,
“Bij Stijn zag ik hoe veerkrachtig jongeren zijn.”
- Annelies
speltherapie, trainingen over bijvoorbeeld sociale vaardigheden en dagelijks een sessie groepstherapie.” Ondertussen volgde hij ook onderwijs. Omdat hij zo jong was, bleef hij alleen achter in de huiskamer met zijn dictee en tafels. Stijn: “De rest van de groep ging op de fiets naar de middelbare school. Dat gaf een eenzaam gevoel. Volhouden kostte me veel zelfdiscipline. De groepsbegeleiders waren mijn meesters en juffen. Mijn eigen basisschooljuf
kwam iedere donderdag langs.” Annelies: “Je werd losgehaald uit je normale omgeving. Twaalf jaar geleden gebeurde dat veel sneller dan nu. Nu proberen we jongeren te behandelen terwijl ze thuis wonen, tenzij de problematiek te groot is.”
DEPRESSIE
Stijn vindt het lastig om precies aan te wijzen waardoor zijn depressie is ontstaan. “Van mezelf ben ik namelijk positief ingesteld. Mijn vader heeft een lichte vorm van autisme en stemmingswisselingen en dat had impact op mij als kind. Ook op school liep het niet lekker; er vormden zich groepjes in de klas die elkaar buitensloten. Ik kreeg sombere gedachten, huilde veel en had weinig zelfvertrouwen. Op een gegeven moment voelde ik dat het niet meer ging en klopten we aan bij De Hoop.” Annelies: “Een depressie bij kinderen komt niet vaak voor, dus dat moet zeker serieus genomen worden. Het kan vanzelf minder worden, maar het kan een kind ook enorm belemmeren.” Ze vervolgt haar gesprek met Stijn: “Ik herinner me nog dat je bij me kwam en zei: ‘Ik wil dood’. Ik besprak dan met je: ‘Wil je echt dood of bedoel je eigenlijk iets anders?’ Zoals: ‘Ik heb het ergens moeilijk mee.’ Je was wel heel depressief.” Stijn knikt: “Toch heb ik altijd ervaren dat ik niet over leven of dood ga. Ik zou mezelf nooit van het leven durven te beroven. Eigenlijk wilde ik zeggen: ‘Ik wil niet meer in deze situatie zijn.’ Ik waardeer het enorm aan Annelies dat ze analytisch reageerde. Ze vroeg door totdat ze wist wat ik bedoelde.”
MENS
“Uitspraken als ‘ik wil dood’ vind ik heel zorgelijk”, vertelt Annelies. “Er waren meer jongeren op de kliniek die dat zeiden. We
“Het gesprek over die wanhoop is het belangrijkst, hiermee doorbreek je het isolement.”
- Annelies
Annelies
Psychotherapeut en Zorglijnmanager
Stijn Oud-cliënt
maakten mee dat een meisje zich een jaar na haar opname van het leven beroofde. Het spreekt van zo’n pijn en lijden.” In haar beginjaren kon Annelies werk en thuis goed scheiden. “Ik stak al mijn energie in mijn werk en laadde thuis weer op. Ik bracht een strikte scheiding aan tussen werk en privé. In de loop van de jaren leerde ik dat ik ook gewoon een mens ben en mezelf niet in stukjes kan opknippen. Ook ik ben soms bang om een cliënt te verliezen. Het anoniem delen van werkverhalen met collega’s en mijn man helpt me bij de verwerking. Ik vraag dagelijks hulp door gebed. Ook breng ik mijn cliënten bij God.”
LICHTSTRAALTJE
Hoe reageer je als ouder wanneer je kind plompverloren de boodschap ‘ik wil dood’ brengt? Annelies: “Als je het kunt opbrengen, is het belangrijk om je kalmte te bewaren. Contact maken met je kind is essentieel. Geef aan dat je graag wilt begrijpen waarom je kind geen uitweg meer ziet. Het gesprek over die wanhoop is het belangrijkst, hiermee doorbreek je het isolement. Je kunt een klein lichtstraaltje zijn in een donkere put. Kijk samen wat jullie op dat moment kunnen doen.” Het kan ook zijn dat je kind juist lastig te bereiken is. “Probeer toch het gesprek aan te gaan. Niet op een moment dat hij of zij boos is of hard roept. Je kunt ook eerst een appje sturen: ‘Wil je er met mij over praten, of heb je iemand anders met wie je het kunt delen?’ Sommige ouders denken dat het wel mee -
valt. Hierdoor kan je kind denken: op mijn ouders kan ik niet rekenen, ze nemen het niet serieus.”
GROEIPROCES
Ook Stijns ouders waren bezorgd. Stijn: “Ik kan me voorstellen dat ze het moeilijk vonden om mij achter te laten.” Annelies: “Het is vaak lastig om je kind los te laten. Daarom betrekken we de ouders ook bij de hulp en is er een mentor die regelmatig
“In het zingen legde ik mijn gevoelens en frustraties.”
- Stijn
contact met hen houdt. Die verbinding met thuis is heel belangrijk, want we willen niet dat de relatie tussen ouder en kind (nog meer) onder druk komt te staan. Ouders worden deel van het groeiproces.”
ZINGEN
En die groei? Die kwam gelukkig na een aantal maanden. Stijn: “Naast alle therapie hielp het mij om veel te zingen.” Annelies breekt in: “Oh ja! Je was heel veel aan het zingen. Je was ook veel bezig met de groep-achtmusical die je miste.” Stijn: “In
het zingen legde ik mijn gevoelens en frustraties. Ik had veel vragen aan God, zoals: Waarom heb ik een depressie? Ik herinner me nog goed dat ik het lied ‘Ik zal er zijn’ van Sela zong. Vooral de zin: ‘In tijden van vreugde, maar ook van verdriet, ben ik bij U veilig, U die mij ziet’, raakte me. Ook het gedicht ‘voetstappen in het zand’ betekende veel voor me. Daarin staat: 'Mijn lieve kind, toen ’t moeilijk was, toen heb ik jou gedragen.’ Achteraf denk ik: dat was echt zo. Zingen voelde voor mij als twee keer bidden.” Ook de groepsbegeleiders genoten mee van Stijns muzikaliteit. “We hadden een mediaplayer op de groep die ik tijdens mijn schooluurtjes hard aanzette. Soms zette ik tien keer hetzelfde liedje op. Dat kwam op een gegeven moment bij sommige begeleiders hun neus uit”, lacht Stijn.
KAMP
Als Stijn terugkijkt op zijn tijd bij De Hoop, was het niet alleen een zware, maar ook een mooie periode. “We gingen met de hele groep op kamp. Dat was fantastisch.” Annelies vertelt glimlachend: “Ik herinner me nog dat je óók daar veel aan het zingen was.” Stijn: “Ja, en we hadden ook veel lol met elkaar.” Ook in de kliniek was er ruimte om gewoon tiener te zijn. “Er was een muziek- en knutselruimte. Ik genoot er ook van om even een ijsje te halen in het winkelcentrum of te skaten.” Annelies: “Bij Stijn zag ik hoe veerkrachtig jongeren zijn. Daarom vind ik het ook zo leuk om met
tieners te werken. Ik geniet van alle leuke informele dingen die we meemaken, zoals de grappen op 1 april. Maar ook het eerlijk zijn naar elkaar, liefdevolle dingen zeggen en samen reflecteren op wat er speelt.”
OUDERS
Na zijn behandeling verbleef Stijn bij pleeggezinnen, omdat hij er nog niet klaar voor was om thuis te wonen. Stijn: “Wellicht vroegen mijn ouders zich af: ‘Hebben we gefaald?’ Dat is écht niet zo, ik houd nog steeds heel veel van hen”, zegt hij stellig.
“Ik had veel vragen aan God, zoals: Waarom heb ik een depressie?” - Stijn
“Nu ik als volwassene terugkijk, zie ik: mijn vader is een lieve man en ik heb een zorgzame moeder. Ik weet dat ze altijd voor me bidden.” Uiteindelijk voelde Stijn zich zeker genoeg om thuis te wonen. “Ik ben blij dat de band met mijn ouders er nooit onder heeft geleden. Ik ben gezegend met hen. Ik ging ook weer naar school. Wel vond ik het lastig om aansluiting te vinden bij mijn
“
klasgenoten, omdat ik veel had meegemaakt. Zij waren nog kind en dat mochten ze ook zijn.”
ONDERZOEK
Als hbo-student keek Stijn terug op zijn ongewone tienertijd. Voor zijn opleiding onderzocht hij welke veranderingen er in de ggz hebben plaatsgevonden en wat die betekenen voor jongeren. “Er is ggz-breed veel veranderd. Ik onderzocht wat het met jongeren doet dat ze tegenwoordig minder snel worden opgenomen in een kliniek. De uitkomst was dat zorg op maat heel belangrijk is voor iedere tiener. Toen ik voor mijn onderzoek met mede-ex-cliënten praatte, merkte ik hoeveel emoties er loskwamen.” Met zijn theaterstuk gaf Stijn een podium aan zijn eigen verhaal én dat van veel anderen. Maar hij is nog niet klaar. Hij wil verhalen blijven vertellen en gaat daarom aan de slag in de mediasector als contentmaker. Annelies: “Van veel cliënten weet ik niet hoe het met hen afloopt, maar ik vind het heel mooi om te zien dat Stijn zo tot bloei is gekomen.”
Heb je zelf suïcidale gedachten of maak je je zorgen om iemand anders? Neem contact op met 113 Zelfmoordpreventie via 113 of www.113.nl.
Ik vind het heel mooi om te zien dat Stijn zo tot bloei is gekomen.”
GEBEDS PUNTEN
BID JE MEE?
KWETSBAARHEID
Bid dat cliënten die de bidstonden bezoeken, de ruimte en veiligheid ervaren om zich open te stellen en hun kwetsbare hart te laten zien.
STANDHOUDEN
Bid voor cliënten zoals Erik die zijn verhaal doet in dit magazine, dat zij kracht ontvangen om stand te houden tegen de verleiding van gebruik.
OPENSTELLEN
Bid voor cliënten die geleerd hebben om zich te verschuilen achter een muurtje en niemand binnenlaten. Bid dat er een kier mag opengaan in hun hart en dat ze zichzelf durven open te stellen voor anderen en God.
GELIEFD
Bid dat cliënten mogen ontdekken dat ze geliefd zijn door God, juist ook wanneer ze veel leed ervaren en een zware last met zich meedragen.
KINDEREN EN JONGEREN
Bid voor de kinderen en jongeren in de kliniek, zoals Stijn, die als kind zelf in de kliniek zat en nu zijn verhaal deelt. Bid dat zij zich gezien en geliefd mogen weten en stap voor stap mogen groeien in vertrouwen en herstel.
TRAUMA’S
Bid dat onopgeloste trauma’s van cliënten aan het licht komen en ze in vrijheid mogen gaan leven.
Wil je vaker bidden voor onze cliënten en het werk van De Hoop? Schrijf je in voor onze maandelijkse gebedsbrief: vriendenvandehoop.nl/gebedsbrief
Bidstond bij De Hoop
Buiten gluurt een cliënt naar bin nen; is de gastenbidstond al be gonnen? Langzaam stroomt de zaal vol. Sommige bezoekers nemen schuchter achterin plaats. Anderen begroeten hun vrienden amicaal.
Jos, de leider van de avond, slaat enkele akkoorden op zijn gitaar aan en opent de bijeenkomst. Hij bidt: “Vader, we zijn hier om U te dienen. U bent hier met uw Heilige Geest.” Na het zingen van enkele liederen mogen cliënten hardop bidden.
“De bidstonden zijn heel intiem. Toen ik voor het eerst hardop bad, was dat enorm eng.”
Heel persoonlijke verhalen worden gedeeld. Tijdens het bidden wordt er instemmend gemompeld, ‘amen’ of ‘Prijs de Heer’ geroepen. Zo bemoedigen de cliënten elkaar.
CLIËNTEN BEMOEDIGEN
“De eerste keer dat ik naar de gastenbidstond kwam dacht ik: wat een poppenkast. Ik snapte niet wat er gebeurde. Gaandeweg veranderde dat
en leerde ik veel over God”, vertelt oud-cliënt Ton over de bidstonden bij De Hoop. Twintig jaar geleden kwam hij binnen met een verslaving. Hij vertelt: “Ik knoeide al op mijn dertiende met drank en toestanden. Op mijn twintigste was ik heroïneverslaafd.” Nu staat hij aan de andere kant en bemoedigt hij cliënten tijdens de bidstonden als spreker én basgitarist. Ton: “De bidstonden zijn heel intiem. Toen ik voor het eerst hardop bad, was dat enorm eng. Gaandeweg leerde ik om vrijuit te bidden.”
HERKENNING
Na het bidden delen enkele bezoekers vrijmoedig hun getuigenis. Een negentienjarige deelt dat hij zich zo welkom voelt en ervaart dat God hem kracht geeft. Ton: “Er zijn vaak getuigenissen waarbij ik denk: wauw, daar haal ik herkenning uit.” De spreker van de avond vertelt over David die oog in oog stond met reus Goliath, waarbij het ogenschijnlijk onmogelijk was om hem te verslaan. Hij stelt de vraag: “Wie is jouw Goliath?” “Drugs, drugs”, wordt er gemompeld. Na een lofzang stelt Jos de persoonlijke vraag: “Wie wil de keuze voor Jezus maken?” Enkele cliënten, sommigen bijna huppelend, komen naar voren. Emoties komen los en de Heer wordt gedankt. Na het samenzijn wordt er in kleine setting met elkaar gebeden en praten de bezoekers na.
DE BIDSTONDEN KUNNEN WE ORGANISEREN
DANKZIJ JOUW GIFT
Met € 25 help je mensen zoals Ton hoop te vinden.
Maak de bid stonden mogelijk door te doneren via de QR code of: vriendenvande ‑ hoop.nl/doneren
HOE GA IK OM MET…
Overlevingsmechanismen?
Evelien Kieffer GZ-psycholoog en systeemtherapeut
Een blik, een stem of een woord kan je zomaar terugbrengen naar een moment van vroeger. Een opmerking komt har der binnen dan bedoeld en ineens trek je je terug, of ga je in de verdediging. Even voel je je weer dat kleine kind dat niet gehoord werd. GZ‑psycholoog en systeemtherapeut Evelien Kieffer neemt je mee in overlevingsmechanis men zoals vechten, vluchten, bevriezen en aanpassen; automatische reacties die ooit helpend waren, maar later in de weg kunnen zitten.
“Overlevingsmechanismen zijn automatische reacties die ontstaan als mensen dingen meemaken die te pijnlijk, overweldigend of bedreigend zijn”, begint Evelien. “Je brein zoekt manieren om te overleven. Die waren vroeger nodig om je veilig te voelen, maar kunnen later belemmeren. Iedereen ontwikkelt zulke strategieën; we maken al-
lemaal wel iets mee in het leven en we zijn erop gericht om ons veilig te voelen.”
WELKE MECHANISMEN ZIJN ER?
Je kunt ze grofweg indelen in vier categorieën: vechten, vluchten, bevriezen en pleasen. Evelien: “Er zijn mensen die heel alert of controlerend worden, omdat ze geleerd hebben altijd op hun hoede te zijn. Anderen zoeken afleiding om niet te veel te hoeven voelen, in urenlang scrollen, middelengebruik, of altijd maar bezig te zijn. Weer anderen zijn geneigd om mensen tevreden te houden, om de harmonie te bewaren. Ook dat was ooit een beschermende strategie.”
HOE ONTSTAAT HET?
“Hoe sterk iemand deze mechanismen ontwikkelt, verschilt per persoon en hangt samen met karakter, ervaringen en opvoeding”, vertelt Evelien.
“In veilige situaties helpen ouders emoties van een kind te reguleren. Een kind leert: als ik verdrietig, boos of angstig ben, is papa of mama er voor mij. Ontbreekt die steun, vaak niet uit onwil, maar omdat ouders het zelf niet hebben geleerd of door omstandigheden, moet een kind zichzelf
“Patronen uit je kindertijd blijven in je latere leven actief, ook als ze niet meer helpend zijn.”
redden en ontstaan eigen manieren om met emoties om te gaan. Zo kan iemand die gepest is zich later terugtrekken of niet willen opvallen, en iemand die seksueel misbruik heeft ervaren gaan vermijden of pleasen. Ook zie je dat mensen die emotioneel verwaarloosd zijn, vaak alles zelf doen en geen hulp durven vragen. Patronen uit je kindertijd blijven in je latere leven actief, ook als ze niet meer helpend zijn.”
HOE HERKEN JE HET?
“Je merkt het in je lichaam, gedrag en emoties. Als een stressvolle situatie je terugbrengt naar vroegere ervaringen, schiet je in de overlevingsstand. Je ademhaling versnelt, je hartslag gaat omhoog, je wordt alert, of klapt juist dicht. Het alarmsysteem van je brein werkt sneller dan je kunt nadenken, waardoor delen die reflecteren of reguleren tijdelijk minder efficiënt werken. Je reageert automatisch
TIPS WANNEER JE IN DE
Sta stil bij wat er vanbinnen gebeurt. Wanneer ontstaat er spanning en hoe reageer je? Zie je patronen?
Benoem of schrijf op wat je voelt in je lijf, zonder het weg te duwen.
Realiseer je dat in de overlevingsstand de delen van je brein die helpen reguleren minder efficiënt werken: pauzeren helpt.
Besef dat deze reacties ooit helpend waren maar nu niet altijd.
Onderzoek wat er onder zit: angst, gevoel van afwijzing, boosheid. Bedenk wat je écht nodig hebt: troost, je gezien voelen, geruststelling.
Durf steun te vragen; nieuwe veilige ervaringen, bij mensen én mogelijk bij God, helpen bij herstel.
Wees mild. Het kost tijd maar ook vriendelijkheid om stap voor stap te veranderen.
Blijf je vastlopen? Zet dan de stap naar hulp.
vanuit bescherming. Als dit langere tijd gebeurt, kun je vastlopen in werk en relaties. Je trekt je bijvoorbeeld terug achter een ‘muurtje’, terwijl je behoefte hebt aan steun en geruststelling. In relaties zie je vaak dat dit elkaar versterkt. De één trekt zich terug, de ander voelt zich afgewezen en reageert daarop. Door niet bewust te zijn van deze mechanismen, houd je dit samen in stand.”
HOE GA JE ERMEE OM?
“Als je de overlevingsstrategieën herkent, ga je ook zien wat ze vroeger hebben opgeleverd. Tegelijk helpt het om te beseffen dat de situatie nu anders is. Als die beschermers even opzij mogen, komen onderliggende emoties als angst, verdriet, boosheid, het
gevoel van afwijzing en de daarbij horende behoefte weer in beeld. Van daaruit kun je uitreiken: ‘Als ik me verdrietig voel, wil je me vasthouden of iets liefs zeggen?’ Nieuwe, veilige ervaringen kunnen zeer helend zijn.” Evelien geeft tot slot als tip om je kwetsbaar op te stellen: “Probeer vanuit je kwetsbare plek te communiceren in plaats vanuit je overlevingsmechanisme. Dat brengt verbinding in plaats van afstand. Als de beschermers opzij mogen, word je steeds meer wie je echt bent.”
Meer weten? dehoop.org/ overlevingsmechanismen
“We
helpen mensen na hun behandeling weer op weg naar werk”
IN GESPREK MET ERIK BAAN VAN JOBUP
“JobUp is ontstaan vanuit een samenwerking tussen De Hoop en Florys Groep”, vertelt directeur Erik.
Binnen De Hoop leefde al langer de vraag hoe cliënten na hun behandeling beter geholpen konden worden bij het vinden van werk. In 2011 werd Erik gevraagd om mee te helpen JobUp op te zetten.
In de beginjaren woonden veel cliënten nog op het terrein van De Hoop. Erik: “Daar waren verschillende werkplekken, zoals De Hoop Metaal, Bouw en de drukkerij. Cliënten konden daar werkervaring opdoen en wennen aan een werkritme.” Inmiddels is er het een en ander veranderd binnen deze werkervaringslocaties en zijn ze onderdeel geworden van Werkvisie. “Bovendien wonen de mensen die wij begeleiden nu vaak zelfstandig.”
JobUp begeleidt nog steeds veel cliënten van De Hoop. “We werken samen met verschillende poliklinieken van De Hoop en hebben contact met diverse begeleiders.”
Daarnaast begeleidt JobUp ook mensen via andere organisaties. “Onze dienstverlening is nu breder. We voeren trajecten uit voor het UWV, gemeenten en werkgevers. Vaak gaat het om mensen die lang ziek zijn geweest en via een tweede spoortraject op zoek moeten naar ander werk. Wij zoeken per persoon een passend bedrijf.”
Werkgevers spelen daarin een belangrijke rol. “Bedrijven die openstaan voor het bieden van kansen aan mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt zijn altijd welkom om contact met ons op te nemen! Het vinden van een nieuwe plek niet vanzelfsprekend, daarom is goede begeleiding van grote waarde.”
Wil jij met jouw bedrijf ook een verschil maken in levens van mensen bij De Hoop? Kijk op vriendenvandehoop.nl/zakenvriend.
HOOP VERLENER
AMBULANT THUISBEGELEIDER
NATHALIE VAN MILL
Sinds vier jaar werkt Nathalie van Mill als ambulant thuisbegeleider bij De Hoop. Ze rolde er onverwacht in: via een kennismaking voor een andere functie kwam ze uiteindelijk terecht bij het team van ambulante thuis‑ begeleiding. “Ik dacht eerst dat hier alleen mensen met een verslaving terecht konden. Maar tijdens het ge sprek bleek De Hoop breder hulp te bieden en toen werd ik enthousiast.” Haar hoop? "Ik hoop dat we de mens achter het gezicht mogen ontmoe ten."
BIJ MENSEN THUIS
Het bijzondere van Nathalie’s werk is dat het zich afspeelt in de huiskamer van haar cliënten. “Ik bezoek mensen die vastlopen door psychische problemen, zoals angst en depressie, verslaving of eenzaamheid. Als je bij iemand thuis bent, zie je sneller wat er scheelt. Mensen zijn meer zichzelf.”
HOOP BRENGEN IS MEER DAN HULP
Voor Nathalie is er een groot verschil tussen hulp bieden en hoop brengen. “Hulp bieden zie ik als iets praktisch. Je helpt met het op orde brengen van financiën, persoonlijke verzorging, het opbouwen van sociale contacten. En dan ga je weer verder. Hoop bieden is nét dat stapje extra, zodat iemand weer licht ziet aan de andere kant en ademruimte ervaart.” Ze benadrukt dat het in haar werk niet draait om koude, praktische handelingen. “Ik hoop dat cliënten
voelen dat ik ze waardevol vind. Dat ze ervaren dat ze belangrijk zijn en ertoe doen.” Soms komt daar ook haar geloof bij kijken. “Ik breng hoop door God. Al mijn cliënten weten dat ik geloof. Als iemand er voor open staat en het is passend, dan bid ik met hen.”
EEN LICHTER LEVEN
Nathalie’s werk is intensief, maar ook vervullend. “Ik word blij van de momenten dat mensen het leven als lichter gaan ervaren en ze meer vertrouwen in zichzelf krijgen. Dat motiveert me om door te gaan, ook als het ingewikkeld is. Wanneer ik zie dat iemand gelukkiger wordt, dan word ik zelf ook blij en maakt het mij trots.”
HOOP VOOR DE MEDEMENS
Haar hoop voor haar medemens is duidelijk. “Ik hoop dat we verder kijken dan de buitenkant. Achter elk gezicht zit een mens die iets heeft meegemaakt. Dit kan iemand zijn die in een luxe villa woont met een gezin, je eigen buurvrouw of iemand die altijd vriendelijk lacht in het voorbijgaan op straat. Het is heel gemakkelijk om mensen te veroordelen en niet meer als mens te zien. Ik zou het fijn vinden als iedereen elkaar wat meer zou helpen.”
Ook werken bij De Hoop? Ga naar dehoop.org/vacatures
Item van betekenis
Het kaartendoosje
Op de behandelkamer van Menorah van der Zwan ligt een kaartendoosje. Daarin zitten kaarten met Bijbelteksten: positieve, bemoedigende woorden voor de toekomst.
“Na een intake of aan het einde van een gesprek pak ik dit doosje erbij”, vertelt Menorah. “Ik vraag de cliënt of ik een zegen mag uitbidden. De meeste mensen staan hiervoor open, ook als ze anders in het geloof staan of niet geloven.”
Zonder te kijken pakt ze vervolgens een kaart uit het doosje. “Ik vertrouw erop dat het geleid wordt en dat het een tekst is waar de cliënt iets aan heeft.” Het gebeurt vaak dat mensen
emotioneel worden en zeggen: ‘Die tekst was precies raak’. Soms blijkt het hun doop- of trouwtekst te zijn. Ook komt het weleens voor dat iemand bij de eindevaluatie dezelfde kaart krijgt als bij de intake. Menorah: “Ik sprak een keer iemand met slaapproblemen. Ik pakte een kaart waarop stond: ‘Wie schuilt bij God de Allerhoogste kan rustig slapen, want de Almachtige beschermt hem’. Het is zo vaak raak. Dat is heel bijzonder.”
- Menorah van der Zwan, GZ-psycholoog en regiebehandelaar