Skip to main content

ENTR! MAART 2026

Page 1


Met dit nummer houden jullie voor het eerst ENTR! in handen. Ons magazine kreeg een nieuwe naam én een nieuwe vormgeving, ontworpen door het layoutbureau WNDR. Die frisse look weerspiegelt ook waar Destelheide en Hanenbos voor staan: ruimte voor creativiteit, nieuwe ideeën en onverwachte kruisbestuivingen.

De naam ENTR! kozen we niet toevallig. Hij verwijst naar binnenkomen, naar een uitnodiging. Jongeren, kunstenaars, jeugdwerkers, scholen en andere groepen stappen hier letterlijk en figuurlijk binnen om te creëren, te experimenteren en hun eigen weg te zoeken. Dat is al jaren het kloppend hart van onze centra: een warme plek waar mensen elkaar inspireren en waar nieuwe verhalen kunnen ontstaan.

Magazine 76

Destelheide en Hanenbos

Januari - Maart 2026

Ook in dit nummer zie je dat DNA terug. In Destelheide kan je nog tot 22 juni de tentoonstelling Koppelteken/s |4 – Blockbuster bezoeken, waar het werk van Koen van den Broek in dialoog gaat met dat van Charlotte Vandenbroucke. Twee kunstenaars uit verschillende generaties die elkaar uitdagen en versterken.

In Hanenbos kreeg het verhaal ‘Het grote avontuur van kleine vogel Robin’ een plek tussen de bomen. Het nieuwe bosparcours nodigt kinderen uit om al spelend en ontdekkend het prachtige verhaal van Martine de Kok verder te beleven.

Of het nu gaat om kunst, een atelier tijdens de Winter- of Zomeracademie, een vormingsdag voor jeugdwerkers of internationale vrijwilligers: telkens opnieuw zien we hoe mensen hier binnenkomen met ideeën, talenten en nieuwsgierigheid.

Welkom bij ENTR!.

Welkom in Destelheide en Hanenbos.

Guy Uyttebroeck

Directeur Destelheide & Hanenbos

Koppel-teken/s |4

Blockbuster: over lijnen, ruimte en de kunst van het kijken

In Destelheide kan je nog tot 22 juni de expo Koppel-teken/s |4 – Blockbuster gaan bewonderen. Het is de vierde in een reeks waarin we samen met curator Willem Elias een gevestigde waarde in dialoog laten treden met een aankomend talent. In 2026 zijn dat Koen van den Broek en Charlotte Vandenbroucke.

Koen Van den Broek is een van de meest toonaangevende Belgische kunstenaars van zijn generatie. Zijn werk maakt deel uit van belangrijke internationale collecties en werd wereldwijd tentoongesteld. Charlotte Vandenbroucke gooide al hoge ogen met haar onconventionele benadering van de abstracte beeldtaal.

Twee kunstenaars, twee generaties, één gedeelde ruimte. Wat hen verbindt, wordt zichtbaar in het werk. Wie door de tentoonstelling wandelt, ziet misschien eerst strepen, vlakken en ritme. Maar achter die ogenschijnlijke eenvoud schuilt een gelaagde manier van denken over ruimte, architectuur, kijken en kunstgeschiedenis.

Al sinds zijn studententijd reist Koen Van den Broek intensief de wereld rond. Hij maakt tijdens die reizen telkens foto’s van de architecturale ingrepen van de mens in het landschap. In zijn werk staan verlaten landschappen centraal waarin de mens afwezig lijkt, maar nooit helemaal is verdwenen. Hij schildert wat achterblijft: sporen op wegen, straten en verlaten huizen. Van den Broek kijkt niet vooruit, maar omlaag, naar scheuren in het asfalt, boordstenen en schaduwen, en vindt net daar de weg richting abstractie.

Curator Willem Elias vroeg je voor deze vierde expo in de reeks Koppel-teken/s. Waarom heb je toegezegd?

Koen van den Broek: “We kennen elkaar al meer dan 25 jaar, van in mijn tijd als student aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten. Dat wederzijdse vertrouwen is er gewoon. Het leuke was dat ik daardoor een werk kan tonen dat ik nog nooit eerder heb getoond: Brooklyn Bridge uit 2000. Dat is ondertussen 26 jaar oud. Ik zat aan het HISK in een anarchistische lichting. Hans Op de Beeck was er, ook Peter De Cupere. Het idee om te beginnen met een studentenwerk en te eindigen met mijn meest recente werk vond ik inhoudelijk mooi.”

Die werken liggen ver uit elkaar in de tijd. Wat verbindt ze?

Koen van den Broek: “Er zit altijd iets sonisch in mijn werk, alsof het over geluidsgolven gaat. Het laatste werk is extreem minimaal: één blauwe streep. Maar de vraagstelling is dezelfde gebleven. Ik kom uit de architectuur, ik denk analytisch. Het gaat altijd over ruimte, ritme, structuur.”

Je verwijst vaak naar architectuur en kunstgeschiedenis. Hoe werken die door in je schilderijen?

Koen van den Broek: “Ik denk bijvoorbeeld aan Mondriaan. Hij begon met het schilderen van bomen, heel natuurlijke vormen, en eindigde bij Broadway Boogie Woogie. Dat werk wordt vaak abstract genoemd, maar het is eigenlijk heel concreet: het

stratenplan van New York. Dat vind ik interessant. Wat is abstractie eigenlijk? En wat betekent een lijn?

Willem Elias zegt vaak al grappend dat ik ‘strepen schilder’. Maar een lijn is nooit zomaar een lijn. In de kunstgeschiedenis, van Daniel Buren tot Donald Judd, is het lineaire heel betekenisvol. Ik schilder geen portretten. Alles vertrekt vanuit ruimtelijk denken.”

Je opleiding liep niet via een klassieke weg.

Koen van den Broek: “Nee. Ik heb architectuur niet afgemaakt, twee keer het eerste jaar gedaan. Daarna naar de academie in Antwerpen, ook niet afgerond. In Breda uiteindelijk wel een diploma gekregen, al ben ik daar ook nooit geslaagd. (lacht) Maar die omwegen hebben me wel gevormd. Meteen na mijn studies ben ik naar Londen getrokken.”

Had je toen het gevoel: dit gaat lukken?

Koen van den Broek: “Helemaal niet. Dat interesseerde me eigenlijk niet. Ik was heel anti-systeem, alternatief. Mijn grote voordeel was mijn onwetendheid. Had ik geweten hoe complex en competitief de kunstwereld is, dan was ik er misschien nooit aan begonnen. Vandaag is er een overkill. Kunstmarkten, galeries, beurzen. De markt stort overal in. Galeries sluiten. Er is paniek. De sector is zelfdestructief geworden. Tegelijk is er heel veel positiefs gebeurd: de kunstwereld is opengetrokken. Minderheidsgroepen kregen eindelijk zichtbaarheid. Er zijn fantastische goede kunstenaars ontdekt.”

Reizen speelde lange tijd een belangrijke rol in je werk.

Koen van den Broek: “Ja, ik heb veel gefotografeerd, mijn archief telt honderdduizenden beelden. Tot een paar jaar geleden waren foto’s essentieel, het was al de helft van het werk. Sinds 2023 maak ik meer autonoom werk, zonder die fotografische tussenstap. Omdat ik merkte dat fotografie me ook kon vastzetten. Met analoge fotografie had je afstand: je zag het resultaat pas weken later. Dat dwong je om anders te kijken. Met digitale beelden zie je alles meteen en word je sneller lui.”

6

Mijn grote voordeel was mijn onwetendheid. Had ik geweten hoe complex de kunstwereld is, dan was ik er nooit aan begonnen.
Charlotte gaat heel diep: naar materiaal, naar essentie, naar het existentiële.

Ze is twintig jaar jonger, maar de aansluiting is er volledig.

Je werk wordt vaak geassocieerd met steden en infrastructuur en zelden met de natuur.

Koen van den Broek: “Ik werk wel degelijk met landschappen: woestijnen, barsten in asfalt, sporen van hitte. Maar steden zijn cinema. Californië voelt als door een film lopen. Zon, schaduw, architectuur. België is grijs en plat. Die afstand, kijken naar een plek waar je niet vandaan komt, maakt veel los. Toen ik een atelier had in Los Angeles, begon ik schilderijen te maken over Frankrijk. Dat is vreemd, maar zo werkt het. Terug in Antwerpen, in de regen, roep ik beelden op van de woestijn. Zo worden die beelden abstract, analytisch.”

Je gebruikt in je recente werk letterlijk materialen uit de openbare ruimte.

Koen van den Broek: “Klopt. Ik ben gestopt met olieverf. Ik werk met wegverf, teer, de kleuren van wegenwerkers. Die beperking is belangrijk. Ik heb zelfs met een markeringsmachine voor parkeerlijnen over doeken gereden, zoals in het laatste werk in de expo, ‘Sonic’. Door die beperking moet je jezelf opnieuw uitvinden.”

In deze tentoonstelling ga je in dialoog met Charlotte Vandenbroucke. Waarom werkte dat zo goed?

Koen van den Broek: “Charlotte is vandaag echt een uitzondering. Ze gaat heel diep, naar materiaal, naar essentie. Haar werk is bijna ‘arte povera’: sober, existentieel, geconcentreerd. Ze is twintig jaar jonger, maar de aansluiting is er volledig. Haar werk past ook heel sterk bij de architectuur van deze plek.”

Die plek speelt dus een grote rol?

Koen van den Broek: “Absoluut. We zijn samen naar de exporuimte komen kijken, hebben elkaars ateliers bezocht, en van daaruit werken geselecteerd. Het gaat niet alleen om onze werken, maar om de dialoog met de architectuur, en ook met het verleden van deze plek.”

Curator Willem Elias over Koen van den Broek

“De afwezigheid van de mens is kenmerkend voor het werk van Koen van den Broek. De mens wordt niet voorgesteld. Er zijn enkel sporen van zijn aanwezigheid. Die sporen vormen de tekens van zijn ruimte die zijn leven oriënteren, zijn blik richting geven. De gesuggereerde invalshoeken zijn het noorden kwijt. Wat van de toeschouwer een zoeker maakt. Daardoor is eigenlijk de kijker de mens in het werk, waardoor er een participatieve ervaring ontstaat. Koen stuurt ons met kluitjes het riet in. Maar zijn landschappen bevatten geen riet, ze staan ver van de natuur. Ze zijn stedelijk of desperaat verbrokkelde woestenijen.”

Charlotte Vandenbroucke (32) beweegt zich op de grens tussen schilderkunst en sculptuur. Ze vertrekt vanuit het vlak, maar laat materiaal spreken: roofing, rubber, metaal. Door die materialen te bewerken, te stapelen en te manipuleren ontstaan werken met een sterke fysieke aanwezigheid. Haar werk was onder meer te zien in S.M.A.K. in Gent, en maakt deel uit van collecties zoals Museum Voorlinden in Nederland en Merode in Ronse.

Je volgde schilderkunst aan Sint-Lukas in Gent, maar verf lijkt niet langer je belangrijkste medium. Hoe is dat gegroeid?

Charlotte Vandenbroucke: “Ik haalde nooit voldoening uit verf. Verf kon niet uitdrukken wat ik ermee wilde doen. Al snel begon ik met andere materialen te werken en liet ik de verf meer en meer achterwege. Toen ik ze nog gebruikte, maakte ik mijn verf zelf met krijt, stenen, poeders gemengd in olie. Ik was eigenlijk al bezig met textuur. Dat onderzoek is gebleven, maar het medium is verschoven. Roofing, metaal en rubber zijn materialen die regelmatig terugkomen. Ze dragen iets in zich wat verf voor mij niet kon dragen.”

Toch spreek je nog altijd over picturaliteit. Zie je jezelf nog als schilder?

Charlotte Vandenbroucke: “Ja. Alles vertrekt nog steeds vanuit het vlak. Zelfs wanneer ik sculpturaal werk, bestaat het uit vlakken. Ik zie mijn sculpturen als picturale beelden. Het schilderkundige denken is nooit verdwenen, het heeft zich alleen uitgebreid. Het zwarte vlak is voor mij een ultiem idee, een vaste waarde in de kunstgeschiedenis. In het werk met de tafel en de stoelen, wordt dat zwarte vlak letterlijk realiteit. Het blad kan loskomen van de tafel en aan de muur hangen. Je kan ernaar kijken, maar je kan er ook fysiek rond bewegen. Dat vind ik belangrijk.”

Roofing, metaal en rubber dragen iets in zich wat verf voor mij niet kon dragen.

Je bewerkt je materialen heel intensief: verbranden, krassen, slaan … Waarom?

Charlotte Vandenbroucke: “De actie van het maken, de inhoud waar ik over nadenk en de vorm — dat komt allemaal samen in de betekenis. Wat ik met het materiaal doe en wat het materiaal zelf is, draagt bij aan de uiting van het werk. Ik wil dat mijn werken een sterke fysicaliteit krijgen. Alsof het bezielde lichamen zijn, entiteiten op zichzelf.”

Een ander werk is gemaakt op traanplaat, een industrieel antislipmateriaal. Wat trok je daarin aan?

Charlotte Vandenbroucke: “Vroeger schilderde ik veel traantjes. Nu is dat traanplaat geworden. Ik heb de vorm omgedraaid: in plaats van neerwaartse, zware tranen krijg je opwaartse vormen, bijna lichtballonnen. Ook de vijsjes zijn actoren in het werk. Ik kies ze heel bewust. Niets is toevallig. Alles krijgt aandacht en ik hoop dat het werk die aandacht ook kan opeisen van de kijker.”

expo
Ik

wil dat mijn werken een sterke fysieke aanwezigheid krijgen, alsof het bezielde lichamen zijn.

Hoe belangrijk was de architectuur van de ruimte hier in Destelheide bij je selectie?

Charlotte Vandenbroucke: “Architectuur is altijd belangrijk. Niet alles is specifiek voor deze plek gemaakt, maar sommige werken, zoals de tafel, moesten hier absoluut bij. Het is altijd een combinatie van ruimte, dialoog met Koen, en wat ik op dat moment voor handen heb. Onze werken gaan relaties aan: een driehoek hier, een gebogen vorm daar, lijnen die terugkeren. Soms is dat intuïtief, een gevoel.”

Wat hoop je dat jongeren meenemen na een bezoek aan jouw tentoonstelling?

Charlotte Vandenbroucke: “Ik vind het belangrijk dat hier veel jongeren komen. Eerst dacht ik: is het niet te sec, te droog? Daarom heb ik bijvoorbeeld het ‘ballonnenwerk’ erbij gehaald. Maar wat ik vooral wil meegeven: doe je eigen ding. Wees eigenzinnig. Geloof in je standpunten, ook als daar nog geen begrip voor lijkt te zijn. Je hoeft niet met een penseel op doek te werken. Alles kan. Bouw je eigen traject uit. Dat is in elk geval wat ik aan het doen ben.”

Curator Willem Elias over Charlotte Vandenbroucke “Charlotte Vandenbroucke wentelt zich gezellig in de arte povera en in de materiekunst op haar eigenzinnige wijze, zonder ook maar een duimbreed toe te geven aan haar eigen ‘vormwil’, om eens een term van Alois Riegl te gebruiken. Ze mogen er zijn, haar werken. Wat foto’s van monochromen zelden bereiken, wordt via rechtstreeks oogcontact bewerkstelligd, zelfs het dode zwart begint te leven. Roofing en teer zijn Charlottes lievelingsmaterialen, niet onmiddellijk te associëren met de zachtaardigheid van een teddybeer. Charlotte bedwingt ze. Ze worden gekneed en men krijgt zin ze te aaien. Zo de tafel met twee stoelen, het centrale werk in de expo. ‘Mag ik er eens aan zitten’, durfde ik niet te vragen bij mijn atelierbezoek. ‘Niet aanraken’, straalden ze zelf uit. De stoelen staan overigens zo geschikt dat ze niet aanzetten tot zitjes voor een gezellige babbel.

Op de scène van het toneelstuk ‘Waiting for Godot’ van Beckett zouden ze niet misstaan. Vervreemding is inderdaad een kenmerk van haar werk, door het ontvreemden van materialen. Naast pek gebruikt ze ook veel metalen als materie. Het duistere van haar gemoed probeert ze te spiegelen in opgeblonken delen ervan. Zo trekt ze ook de toeschouwer mee in het bad. Dat ’Ken uzelf‘ flauwe kul is, een orakelspreuk goed voor op tempels, laat ze zien via spiegels die spiegelend verder spiegelen. Haar zoektocht naar het fundamentele, niet om het te funderen, maar om het te laten kantelen, is het koppel-teken dat ze met het werk van Koen van den Broek vormt.”

expo
expo

Op pad met kleine vogel Robin kunsteducatie

Hanenbos heeft er een nieuw bosparcours bij. Geen klassiek avonturenparcours, maar een route geïnspireerd op het kinderboek ‘Het grote avontuur van kleine vogel Robin’ van Martine de Kok. Het warme verhaal over tijd, groeien en jezelf durven worden krijgt zo een tweede leven tussen de bomen.

In het boek moet Robin een opstel schrijven over ‘de tijd’. Alleen lijkt de tijd haar telkens te slim af te zijn. Terwijl haar tiende verjaardag dichterbij komt, trekt ze het bos in om raad te vragen aan andere vogels. Wat volgt is een herkenbaar avontuur over verdwalen, twijfelen, zoeken en uiteindelijk jezelf terugvinden. Die thematiek vormt het hart van het nieuwe parcours.

Kinderen gaan in kleine groepjes op pad in het bos en zoeken zeven nestkasten die verspreid staan langs het traject. In elke nestkast wacht een vogel met een eigen verhaal, vraag of uitdaging. Telkens kiezen ze samen voor Waarheid, Durven of Doen. Zo stappen ze steeds dieper in thema’s als identiteit, dromen, zelfvertrouwen en tijd nemen.

Centraal staat een krachtige boodschap: elk kind heeft het recht om te groeien in zijn eigen tempo. Het bosparcours legt daarbij expliciet de link met het Kinderrechtenverdrag, meer bepaald artikel 29, dat het recht op ontwikkeling en ontplooiing onderstreept. Kinderen ontdekken dat ze niet ‘af’ hoeven te zijn, dat twijfelen mag, dat hun dromen van hen zijn en dat niemand anders hun tempo bepaalt.

Het verhaal stopt niet aan het einde van het pad. Na het parcours is er ruimte voor een kort reflectiemoment en, voor wie wil, een creatieve verwerking rond eigen groei en dromen.

Wie het verhaal eerst of nadien wil ontdekken in beeld, kan in de bar van Hanenbos een sfeervolle selectie illustraties uit het boek bekijken. In het gezellige Luisternest kan je vervolgens even vertragen en helemaal in Robins wereld duiken. Het boek zelf is verkrijgbaar via het onthaal.

Het bosparcours is flexibel qua leeftijd en duur en wordt ondersteund door een uitgebreide handleiding, zodat leerkrachten en begeleiders er zelfstandig mee aan de slag kunnen. Indien mogelijk voorziet Hanenbos ook begeleiding. Aanvragen kan tot uiterlijk één week voor aanvang van het verblijf.

Meer info krijg je via het onthaal van Hanenbos of via info@hanenbos.be.

winteracademie

Winteracademie

door de ogen van deelnemers

Tijdens de Winteracademie van Destelheide en De Veerman tussen kerst en nieuw vroegen we deelnemers om hun atelier samen te vatten in drie woorden. Geen evaluatie, geen analyse, gewoon wat voor hen bleef hangen. De woorden geven een inkijk in hoe de ateliers van binnenuit werden beleefd.

ATELIER

Illustreren

Intens, spelen, ruimte

coach Jan De Kinder

Intens, spelen, ruimte: drie woorden die dit atelier dragen en voortdurend in elkaar grijpen. De intensiteit zit niet alleen in het tempo, houdingen tekenen aan een torenhoog ritme, opnieuw beginnen, vastlopen en verder gaan, maar ook in wat er geraakt wordt. Wie hier tekent, wordt meegezogen in een proces dat persoonlijk wordt, soms zelfs confronterend. Herinneringen duiken op, verhalen willen niet netjes in schema’s passen, en de tijd is beperkt. Alles lijkt tegelijk te gebeuren. En toch blijft die intensiteit niet verstikkend: ze werkt als motor, als iets dat beweging op gang brengt.

Tegenover die intensiteit staat het spelen. Spelen met materialen die nog onbekend zijn, met stempels, krijt, beweging, muziek. Spelen met vormen van kijken en denken, met het idee van storyboarden zonder erin vast te lopen. Wanneer het te hard begint te ‘moeten’, verschuift de focus terug naar het spel: loslaten, proberen, opnieuw kijken. In dat spel ontstaat ruimte om beelden te laten groeien zonder dat ze vooraf vastliggen. Het proces mag zichtbaar blijven, onaf zijn, veranderlijk.

Die ruimte is er ook letterlijk. Een atelier waar je kan rondlopen, waar tafels en muren uitnodigen, waar je elkaars werk ziet ontstaan en ideeën vrij circuleren. Mensen bewegen door elkaars werk, gluren binnen, pikken iets op en laten iets achter. Andere ateliers schuiven mee binnen: dansers, muzikanten, schrijvers. Beweging wordt lijn, ademhaling wordt ritme, een pauze wordt beeld. Wat eerst los lijkt, begint zich te verbinden.

Maar ruimte betekent hier ook vrijheid. De vrijheid om te zoeken zonder oordeel, om vast te lopen en dat hardop te delen, om afstand te nemen wanneer het te dichtbij komt. In die vrije ruimte kan intensiteit bestaan zonder te blokkeren, en kan spel opnieuw opduiken waar het even verdwenen leek. Vijf dagen samen werken maakt dat groeiprocessen versnellen, verdiepen, en gedragen worden door de groep. Zo ontstaat er iets wat groter is dan individuele tekeningen: een gedeelde grond, een voelbare kruisbestuiving.

ATELIER

Theater

Verbeelding + poëzie = spelplezier

coach Mokhallad Rasem

Verbeelding, poëzie, spelplezier: in dit atelier vormen ze geen losse begrippen, maar een vanzelfsprekende formule. Spelplezier staat voorop, niet als lichtheid of vrijblijvendheid, maar als motor. Het plezier zit in het graag doen, in het spelen zelf. Want wie geen plezier beleeft op de vloer, kan het ook niet doorgeven. Dat plezier hoeft niet altijd vrolijk te zijn. Ook trieste, ongemakkelijke of schurende momenten mogen bestaan, zolang het spel gedragen wordt door goesting en betrokkenheid.

Vanuit dat spel ontstaat verbeelding. Niet als iets groots of spectaculairs, maar als vrijheid om te kijken, te proberen en te falen. Door tijd te nemen en dicht bij zichzelf te blijven, wordt het spel persoonlijk. En precies daarin schuilt iets universeels: wat vertrekt vanuit een individuele verbeelding, raakt aan iets wat iedereen herkent. Spelen wordt zo geen truc, maar een manier om jezelf open te zetten.

Poëzie is daarbij geen vast genre of afgebakende vorm. Het is een ruime gedachte, een manier van kijken. Poëzie zit even goed in ironie, in lelijkheid, in mislukking, als in schoonheid. Onlogische, imperfecte

momenten krijgen hier bestaansrecht en worden niet weggewerkt, maar onderzocht. Net daar verschijnt een andere laag: een verschuiving in perspectief, een onverwachte betekenis. Poëzie ontstaat waar iets niet helemaal klopt.

Wat dit atelier draagt, is de context: een veilige ruimte waarin vrij gespeeld kan worden, waarin niets meteen ‘goed’ moet zijn, en waarin mislukkingen even waardevol zijn als vondsten. De begeleiding vertrekt vanuit wat de groep aanreikt; geven en ontvangen lopen door elkaar. Zoals mensen spontaan samen koken in een keuken, verdeelt het spel zich hier vanzelf. Iedereen neemt ruimte in, letterlijk en figuurlijk.

Zo wordt theater een plek van aandacht en vertrouwen. Van samen kijken, samen zoeken, samen spelen. Verbeelding en poëzie versterken elkaar en maken het spelplezier niet alleen mogelijk, maar onvermijdelijk. En wanneer het spelen stopt, blijft er iets hangen: een scherpere blik, een zachtere openheid, en het besef dat ook het onvolmaakte mag schitteren.

ATELIER

Schrijven

Ontgrenzend, uitgesproken, gedragen

coach Fikry El Azzouzi

Ontgrenzend, uitgesproken, gedragen: in dit atelier wordt schrijven een ervaring die zich niet netjes laat afbakenen. Het begint vaak onverwacht, soms absurd, alsof je in één grote trip belandt waarin beelden, herinneringen en zinnen door elkaar schuiven. Er is weinig ruimte voor vooraf nadenken; schrijven gebeurt impulsief, associatief, met een openheid die maakt dat teksten ontstaan vóór ze begrepen worden.

Ontgrenzend is het omdat schrijven hier niet op zijn plaats blijft. Grenzen tussen genres vervagen, net als die tussen hoofd en lichaam. Er wordt dansend geschreven, schrijvend bewogen, meegedeind op wat andere ateliers binnenbrengen. Die kruisbestuiving voedt het proces: ideeën vervormen, krijgen nieuwe richtingen, worden uitvergroot of juist losgelaten. Wat je alleen nooit zou bedenken, ontstaat hier samen.

Uitgesproken verwijst niet alleen naar wat er op papier verschijnt, maar ook naar wat gedeeld wordt. Teksten worden voorgelezen, hardop neergelegd in de ruimte. Dat voorlezen verandert alles: woorden krijgen gewicht, ritme, adem. Feedback ontstaat vanzelf, niet als beoordeling, maar als meedenken. De stem wordt belangrijker dan de perfectie van de zin. Schrijven wordt iets wat klinkt, niet alleen iets wat klopt.

Gedragen tenslotte zit in de groep. In de veiligheid om risico’s te nemen, om verder te gaan dan je dacht te durven, om iets onaf of ongemakkelijk te laten bestaan. De groep draagt het proces, net zoals de begeleiding ruimte biedt zonder te sturen. Iedereen schrijft vanuit zijn eigen plek, maar nooit alleen. Zo wordt elke tekst mee ondersteund door aandacht, vertrouwen en gedeelde nieuwsgierigheid.

In dit atelier is schrijven een gezamenlijke beweging. Een plek waar woorden mogen struikelen, waar grenzen rekken, en waar uitgesproken wordt wat anders ongezegd zou blijven.

Olie, worden, onverwachte: drie woorden die het dansatelier niet vastleggen, maar laten bewegen. Olie staat voor wat verbindt en verzacht. Voor een opwarming die niet alleen het lichaam voorbereidt, maar ook de groep smeert. Er ontstaat snel veiligheid als conditie om jezelf te tonen, om te durven proberen zonder dat het moet landen.

Worden verwijst naar het proces zelf. Dans is hier geen voorbereiding op een voorstelling, geen oefening richting resultaat. Het gaat om het in beweging brengen van iets dat nog geen vorm heeft. Door te bewegen wordt het innerlijke leven scherper, completer. Dat maakt dit atelier verwant aan de andere disciplines: ook hier gaat het om proces, om onderweg zijn, om veranderen terwijl je bezig bent. Niet tonen, maar groeien.

Het onverwachte is de motor die alles openbreekt. De dans verlaat geregeld de vloer en laat impulsen binnen van buitenaf: tekst die richting geeft, klank die uitnodigt, beelden die reageren. Soms leidt de dans, soms volgt hij en juist die wisselwerking blijkt vruchtbaar. Het onverwachte vraagt flexibiliteit, respect voor elkaars discipline en de bereidheid om autonomie los te laten. Het levert impulsen op die je in een zuivere danscontext minder snel zou tegenkomen, en brengt je op plekken in jezelf die anders onontgonnen blijven.

Die kruisbestuiving werkt als een lus: je beweegt, iemand anders schrijft of tekent wat hij ziet, en die reflectie keert terug naar het lichaam. Wat ervaren wordt, wordt vertaald, en komt opnieuw binnen, maar dan anders.

In dit atelier is dans een voortdurende onderhandeling tussen controle en loslaten. Olie houdt alles in beweging, worden geeft richting zonder doel, en het onverwachte blijft spelen, als cadeau, als risico, als uitnodiging om opnieuw te beginnen.

ATELIER Klank & improvisatie Community, rollercoaster, luisteren

coach Hanne De Backer

Community, rollercoaster, luisteren. Klank en improvisatie vertrekken hier nooit vanuit het individuele gebaar alleen. Wat ontstaat, ontstaat samen. In een kring, in een community waarin iedereen een plek inneemt — soms in het midden, soms aan de rand en waarin de groep draagt wat één iemand durft inzetten. De community is geen optelsom, wel een kader dat ruimte maakt voor verschil. Niet alles hoeft tegelijk, niet iedereen hoeft altijd mee; net die vrijheid versterkt de samenhang.

De ervaring voelt als een rollercoaster. Er is veiligheid, maar geen comfortzone die intact blijft. Er wordt uitgedaagd, soms tot het punt waar controle even wegvalt. Dat levert energie op, maar ook frictie. Spannende oefeningen openen nieuwe deuren, confronteren met vastgeroeste patronen en zetten zekerheden op losse schroeven — nooit willekeurig, altijd gedoseerd. Net daardoor kan overgave ontstaan: even loslaten, voelen waar het

schuurt, en weer instappen. In die beweging wordt iets nieuws mogelijk.

Luisteren is wat die alles bij elkaar houdt. Luisteren naar klank, naar stilte, naar wat de ander inzet, maar ook naar wat er in jezelf gebeurt. Het vraagt aandacht in het moment: reageren zonder te sturen, ruimte laten zonder te verdwijnen. De groep fungeert als klankkast waarin ideeën resoneren en doorgegeven worden.

Door de opeenvolging van oefeningen groeit een rijk arsenaal aan tools. Instrumenten worden anders benaderd, materialen krijgen nieuwe functies, clichés lossen op. De ontmoeting met andere ateliers opent extra perspectieven en verlegt grenzen voorbij het muzikale. Voor sommigen betekent dat een totaal nieuwe manier van werken; voor anderen een verdieping van wat al vertrouwd was. In beide gevallen blijft de impact nazinderen.

Fourage voedt het jeugdwerk

165 jeugdwerkers, 46 organisaties verzamelden in februari in Destelheide voor Fourage, het vormings- en netwerkevenement van De Ambrassade, de ondersteuningsorganisatie voor het Vlaamse jeugdwerk en jeugdbeleid. Wat hen samenbracht? Een breed aanbod aan vormingssessies en honger naar uitwisseling.

In een kleine organisatie kan het soms voelen alsof je er alleen voor staat. Dan is het heel fijn om tijdens Fourage met anderen in gesprek te gaan en verbinding te voelen. — Jennifer, Wel Jong jeugdwerk

20 21

Een format dat blijft werken

Fourage was al aan z’n vijftiende editie toe. Het concept bleef doorheen de jaren opvallend stabiel: een brede waaier aan vormingen in voor- en namiddag, waar deelnemers vrij uit kiezen op basis van hun functie, interesse en ervaring. Er werd gezocht naar antwoorden op vragen die in veel organisaties leven: hoe blijf je relevant? Hoe zorg je voor ruimte en veiligheid? Hoe voed je vrijwilligers, jongeren én jezelf?

“Vorming is een hoeksteen van onze opdracht. Combineer dat met keuzevrijheid, ontmoeting en uitwisseling, en je krijgt een recept dat blijft werken”, zegt Lisa Franken, jeugdwerkondersteuner van De Ambrassade. “Wat Fourage onderscheidt van een klassieke studiedag, is dat veel organisaties met meerdere collega’s komen. Ze stemmen vooraf af wie welke sessie volgt, zodat ze nadien samen een brede waaier aan inzichten kunnen meenemen naar hun werking”, vult collega en organisator van Fourage Michiel Eeckhaut aan.

Meer dan alleen pedagogiek

Opvallend dit jaar: de expliciete aandacht voor administratieve en ondersteunende profielen. En dat viel in de smaak, ook bij Caroline en Jolan van JINT. “Wij hebben eerder een administratieve en technische functie,” vertelt Caroline. “In veel vormingen ligt de focus op pedagogiek of inhoudelijk jeugdwerk. Hier stond dat soort werk wél expliciet op het programma.” Voor Sven en Wim van Woodkids is vorming een vaste waarde. Hun organisatie zet al elf jaar in op avontuurlijk buitenspelen en risicovol spel. “Opleiding is sowieso belangrijk voor ons,” zegt Sven. “Daarnaast is Fourage ook een belangrijk netwerkmoment. We ontmoeten hier zoveel andere jeugdwerkers om ervaringen mee uit te wisselen en dat is telkens echt waardevol.”

Ook bij Wel Jong klinkt die dubbele beweging van herkenning en verdieping. Audrey en Jennifer kwamen om tools te verzamelen die ze in hun dagelijkse praktijk kunnen gebruiken. In de voormiddag volgden ze samen een sessie rond intersectionaliteit in het jeugdwerk. “We kennen het thema,” zegt Audrey, “maar het blijft boeiend om te horen hoe andere organisaties ermee omgaan.” Maar minstens zo belangrijk als de inhoud, is de ontmoeting. “In een kleine organisatie kan het soms voelen alsof je er alleen voor staat,” zegt Jennifer. “Dan is het heel fijn om tijdens Fourage met anderen in gesprek te gaan en verbinding te voelen.”

Een sector onder druk

In veel gesprekken duikt hetzelfde thema op: het jeugdwerk staat onder druk. Medewerkers van Chirojeugd Vlaanderen herkennen het meteen. “We voelen de druk op vrijwilligers, zowel bij volwassen vrijwilligers als bij leiding. Het engagement is minder vanzelfsprekend dan vroeger.”

Jongeren hebben vandaag meer opties: vakantiejobs, andere engagementen, een ruimer vrijetijdsaanbod. Dat maakt dat een engagement minder ‘zeker’ is dan vroeger. Er is geen eenvoudige oplossing. “We blijven nadenken over welk aanbod bij welke jongeren past. Elke jongere die wil deelnemen aan jeugdwerk, moet daar de kans toe krijgen, dicht bij huis en met zo weinig mogelijk drempels.”

Ook Sven van Woodkids ziet die verschuiving. “Vroeger was een engagement bijna een garantie. Vandaag wordt het later gegeven

en is het minder zeker.” Hun antwoord daarop is extra vorming aanbieden, zoals gratis bushcrafttrainingen, en werken met een groeitraject waarin verantwoordelijkheid en waardering meegroeien.

Lisa en Michiel van De Ambrassade plaatsen het in een breder perspectief. “Jongeren engageren zich vandaag anders. Er is meer maatschappelijke druk, meer financiële nood, minder ruimte. Dat vraagt dat het jeugdwerk kritisch durft kijken naar zijn eigen vaste structuren.” Fourage lost de structurele uitdagingen van

het jeugdwerk niet op. Dat beseft iedereen. Maar het doet wel iets anders. “Deelnemers krijgen op een dag als deze echt het gevoel dat ze deel uitmaken van een groter geheel en samen werken aan dezelfde missie: jongeren kansen geven om te groeien”, besluit Michiel. En net daarom blijft Fourage relevant. Omdat het niet alleen competenties versterkt, maar ook collegialiteit voedt. Omdat het ruimte maakt voor ontmoeting. Omdat het toont dat, ondanks druk en onzekerheid, het Vlaamse jeugdwerk nog altijd bruist van engagement.

Zin om er volgend jaar ook bij te zijn?

Fourage vindt in 2027 plaats op 19 februari in Destelheide.

Meer info op ambrassade.be

ZO MER ACA DE MIE

Wat als je deze zomer kiest voor verf aan je handen, woorden op je tong of muziek in je hoofd? Tijdens de Zomeracademie krijg je zeven dagen lang de ruimte om te experimenteren, te zoeken en te creëren. Dit zijn de tien ateliers waarin je deze zomer kan landen.

ATELIER

Artistieke fotografie

coach Wannes Cré

In dit atelier duiken we in de mogelijkheden van artistieke fotografie. We experimenteren met compositie, licht en verschillende settings: in de studio, op locatie en soms zelfs diep in de nacht. Samen zoeken we naar beelden die intrigeren en ontwikkelen we een eigen beeldtaal. Niet de technische perfectie staat centraal, maar de kracht van het beeld en de blik van de maker.

ATELIER

Animatiefilm

coaches Roman Klochkov & Anna Heuninck

Maak je eigen animatiefilm, beeld per beeld. In dit atelier experimenteer je met verschillende technieken, van handgetekende animatie tot stopmotion met klei. Stap voor stap bouw je een eigen universum en vertel je een verhaal dat kan ontroeren, verrassen of aan het denken zetten. Je werkt met professioneel materiaal, maar kan ook je eigen laptop, tablet of schetsboek meebrengen. Samen ontdekken we hoe verbeelding en techniek een film tot leven kunnen brengen.

Lees meer over alle coaches op pagina 28-29.

We verkennen dans vanuit drie invalshoeken: connectie, spel en verzet. Via improvisatie en beweging onderzoeken we hoe dans kan verbinden, uitdagen en emoties zichtbaar maken. We vertrekken vanuit sensaties, herinneringen en ritme om nieuw bewegingsmateriaal te ontdekken. Samen onderzoeken we wat er kan ontstaan wanneer een groep danst: energie, plezier, spanning en onverwachte ontmoetingen.

coach Pierre Bastin

Spoken word

Spoken word. Slam. Woordperformance. Noem het hoe je wil. Het is taal die vraagt om hardop uitgesproken te worden. Misschien wil je spreken over wat je raakt. Over wat schuurt. Over wat je niet langer kunt negeren. Of net iets zeggen dat niemand zag aankomen. Spoken word draait om ritme en cadans. We onderzoeken hoe stem, timing en performance een tekst versterken. Zo ontdek je hoe taal kan versnellen, vertragen, stilvallen en precies daardoor binnenkomt bij een publiek.

ATELIER

In het atelier theater gaat het om het feestelijk ontdekken van je eigen stem. We starten vanuit een monoloog uit het repertoire. Vandaaruit gaan we werken. We voegen video toe, muziek, je eigen gedachten, of zelf een soundscape of interviewfragmenten uit andere bronnen, perspectieven verschuiven, structuur aanpassen. Welke theatrale elementen geven je vleugels, trekken je aan, wilde je altijd al eens verkennen?

Geluid & compositie

coach Frederik De Clercq

Hoe kan een alledaags geluid muziek worden? In dit atelier ga je op zoek naar klanken in je omgeving en ontdek je hoe die een compositie kunnen verrijken. Met opnameapparatuur, Ableton en elektronica experimenteer je met soundscapes, songs en elektronische muziek. Je bouwt aan een persoonlijke klankwereld en ontdekt hoe geluiden kunnen transformeren tot muziek. Samen werken we eventueel toe naar een live performance waarin die klankwereld tot leven komt.

coach Nick Steur

Vertrekkend van een gevonden object ontwikkel je stap voor stap een korte soloperformance. We vertragen eerst en laten ons inspireren door wat we onderweg tegenkomen. Door te werken met duidelijke beperkingen in tijd, ruimte en materiaal ontdek je hoe minimale middelen maximale zeggingskracht kunnen krijgen. Dag na dag verfijn je je werk via experiment, herwerking en feedback van de groep. Op het einde toon je een compacte performance die vertrekt uit een klein moment dat je raakte.

Songwriting & arrangement

coaches Martine de Kok & Joachim Gys

In dit atelier schrijven en ontwikkelen we nieuwe songs. We onderzoeken hoe tekst, melodie en harmonie elkaar versterken en hoe een idee kan uitgroeien tot een volwaardige song. Daarna gaan we aan de slag met arrangement, instrumentatie en klank. Door samen te spelen, te luisteren en te experimenteren geven we songs een eigen sound en richting. Het atelier is tegelijk een werkruimte, een klanklaboratorium en een plek waar muzikale ideeën gedeeld en verder ontwikkeld worden.

ATELIER

Grafisch: crafting your message

coaches Els Baeten & Jasper van Grunsven

Hoe kan ontwerp een boodschap echt laten binnenkomen? In dit atelier vertrek je vanuit een persoonlijke overtuiging of idee. Met zeefdruk en textiele technieken vertaal je die boodschap naar een krachtige visuele vorm. We experimenteren met typografie, materiaal, textuur en schaal. Zo ontstaat een ontwerp dat niet alleen gezien wordt, maar ook voelbaar aanwezig is in de ruimte.

Lees meer over alle coaches op pagina 28-29.

We leven in een wereld vol beelden, maar wat maakt een beeld vandaag nog krachtig? In dit atelier ga je op zoek naar manieren om een idee, gevoel of gedachte vorm te geven. Via experiment, observatie en reflectie ontdek je hoe een beeld kan ontstaan dat niet alleen bekeken wordt, maar ook blijft hangen. Het proces staat centraal: kijken, proberen, herdenken en opnieuw beginnen. Zo groeit stap voor stap een beeld dat zijn eigen bestaansrecht opeist.

ATELIER
Beeld
coach Steven Fillet
ATELIER
coach Sofie Palmers

Wie is de coach?

DANS

Pierre Bastin

is danser en performer. Hij werkte onder meer mee aan creaties van choreograaf Jan Martens en speelde in producties van Rosas/ Anne Teresa De Keersmaeker.

instagram.com/pierre__bastin

ARTISTIEKE FOTOGRAFIE

Wannes Cré

is een Antwerpse fotograaf. In zijn werk brengt hij documentaireen studiotechnieken samen en creëert zo filmisch, bevreemdend beeldmateriaal. Cré opereerde de voorbije twintig jaar in het hart van de Antwerpse kunstscene.

wannescre.be

werkt als componist, songwriter en zanger. Zo creëert hij soundtracks voor theater, audiofictie, audiodocumentaires en reclame of brengt hij eigen muziek uit onder de naam Hertenhout.

instagram.com/frederikdeclercq_ studioree

THEATER

Sofie Palmers

is er als mentor, als coach, als ervaren speler, zanger, theateren podcastmaker. Ze maakte ze met Jessa Wildemeersch en Sien Eggers de veelgespeelde voorstellingen ‘L’étude (nu slaat de chaos toe)’ en ‘Den beer heeft mij gezien’ (ARSENAAL/ LAZARUS). In haar werk — op scène, in audio en op het scherm — zoekt Sofie altijd naar echtheid, spelplezier en aandacht voor wat vaak ongezegd blijft.

sofiepalmers.com

SONGWRITING & ARRANGEMENT

Martine de Kok

kriskrast tussen muziek, theater, woord en beeld. Of ze nu schrijft, musiceert, zingt, acteert of tekent, ze doet het met volle overgave en een eigen stijl. Door de jaren heen werkte ze samen met waardevolle artiesten en gezelschappen, van bekende namen zoals Herman van Veen, Tom Pintens en FroeFroe tot lieve vrienden en collega’s die haar pad verrijkten.

martinedekok.be

Joachim Gys

omarmde als kind een accordeon en liet nooit meer los. Het werd zijn opstap naar een brede interesse voor klank, taal en podium. Als freelancer zwerft Gys binnen de context van zowel theater, muziek als film. Hij werkte onder meer voor KVS, De Bijloke, Thomas Vinterberg, Musea Brugge en Lukas Dhont.

joachimgys.be

GRAFISCH: CRAFTING YOUR MESSAGE

Els Baeten

is vormgever en zeefdrukker. In haar vrije werk onderzoekt ze grafische beeldtaal en patronen.

Jasper van Grunsven

werkt als grafisch ontwerper. Na jarenlang te hebben gezeefdrukt richt hij zich momenteel op textiele werkvormen in zijn vrije werk. Taal, typografie, kleur en tactiliteit spelen daarin een centrale rol.

instagram.com/gezeever

BEELD

Steven Fillet

is tekenaar, schilder en beeldend kunstenaar. Een man die niet houdt van het compromis maar regelrecht voor het beeld gaat en altijd op zoek is naar de kracht van beeldtaal.

instagram.com/steven_fillet

SPOKEN WORD

Fikry El Azzouzi

maakte naam met theater dat doordrongen was van spoken word, ritmisch, direct en onverbloemd. Voor ‘IJdele dagen’ (2012) ontving hij de Auteursprijs voor Podiumkunsten, en in 2015 volgde de Arkprijs van het Vrije Woord voor zowel ‘Reizen Jihad’ als ‘Drarrie in de nacht’.

instagram.com/fikryelazzouzi

PERFORMATIEVE INSTALLATIE

Nick Steur

is een internationaal gewaardeerd performancekunstenaar die bekendstaat om zijn werk met natuurlijke materialen. Het was al te zien in MuHKA, Middelheim Museum, Bozar en Kanal – Centre Pompidou.

nicksteur.com

ANIMATIEFILM

Roman Klochkov

oorspronkelijk uit Kazachstan, woont al sinds de vorige eeuw in België. Hij studeerde af aan de KASK-Hogeschool Gent met de grootste onderscheiding. Zijn animatiefilms scoorden uitstekend op tal van internationale filmfestivals en wonnen verschillende prijzen. Sinds 2007 geeft hij workshops en ateliers.

instagram.com/romanimator

Anna Heuninck studeerde in 2013 af aan de KASK-Hogeschool Gent. Met haar eerste stopmotionfilm ‚Snit‘ won ze verschillende prijzen. Haar afstudeerfilm ‚Kassa 9‘ werd vertoond op filmfestivals in België, Nederland, Frankrijk, Duitsland en Schotland. Anna werkte onder meer bij Beast Animation, de Belgische stopmotionstudio achter bekende animatieseries zoals ‚Panique au Village‘, ‚Dimitri‘ en ‚Rintje‘. Momenteel geeft ze les in animatiefilm en waarnemingstekening aan SintLucas in Gent.

annaheuninck.be

Anne Teresa De Keersmaeker & Steven Fillet: van schetsboek naar doek

De voorbije winter lagen in het Kleigebouw van Destelheide grote doeken uitgespreid over de vloer. Geen schildersezels, maar canvas dat de grond raakte, zoals een scène dat doet. Als Artiest in Huis werkten Anne Teresa De Keersmaeker en Steven Fillet hier aan wat later de tentoonstelling ‘As you wish’ zou worden bij in de gerenommeerde galerij van Xavier Hufkens in Brussel. Wat daar te zien was, kreeg in Destelheide zijn vorm.

Anne Teresa De Keersmaeker staat bekend om haar choreografisch werk met Rosas. De voorbije tien jaar creëerde ze ook performances in museale contexten zoals Wiels, MoMA, Tate Modern, Fondation Beyeler en het Louvre. De dialoog met beeldende kunst speelde daarin een steeds grotere rol. Maar ‘As you wish’ betekende een nieuwe stap: voor het eerst trad ze naar buiten met autonoom beeldend werk dat ze samen maakte met haar partner, beeldend kunstenaar Steven Fillet. De basis van de werken ligt in The Goldberg Variations, de choreografie die ze in 2020 maakte op Bachs compositie.

Voor De Keersmaeker zijn die variaties meer dan muziek. Ze vormen een structuur van herhaling en verschil.

Al meer dan veertig jaar tekent Anne Teresa De Keersmaeker om beweging

te begrijpen. In haar notitieboekjes staan grondplannen, cirkels, spiralen, rechthoeken en pentagrammen. Het zijn schema’s die later met op de scène worden uitgezet. Tijdens een residentie in Destelheide werden precies die lijnen het vertrekpunt.

“Eerst waren er alleen de lijnen,” vertelt Anne Teresa De Keersmaeker. “Rechthoeken, driehoeken en cirkels uit mijn schetsboeken. Steven heeft me aangespoord om er verder op te werken.”

In het atelier werden grote lappen canvas aan elkaar bevestigd en uitgespreid over de vloer. Het basispatroon van The Goldberg Variations werd onder de doeken gelegd en overgezet. Met oliestick werden de lijnen ingekleurd. Daarna werden de canvassen opnieuw losgemaakt en opgespannen. Na het maken van de doeken keerde De Keersmaeker terug naar Destelheide om te repeteren voor Insomnia, de soloperformance die deel uitmaakte van de tentoonstelling bij Xavier Hufkens.

“As you wish was de eerste tentoonstelling die Steven en ik echt samen maken”, vertelt De Keersmaeker. “Ze toonde gezamenlijke schilderijen en werken op papier, en werd aangevuld met mijn soloperformance ‘Insomnia’. Het is belangrijk voor ons dat beeldend werk en performance daarbij geen aparte lagen

De architectuur van Destelheide is uitgesproken maar niet dominant. In de stad is er altijd beweging, altijd overleg. Hier kan je je terugtrekken. Dat maakt een groot verschil in hoe diep je kan werken.

waren, maar elkaar wederzijds beïnvloedden. De tentoonstelling was dus geen achtergrond voor de performance, en de performance geen illustratie bij het beeldend werk.”

Focus zonder ruis

De keuze voor Destelheide was heel bewust. “Dit is een plek waar kunstenaars niet moeten uitleggen waarom ze stilte nodig hebben,” zegt Fillet. De brutalistische architectuur, gecombineerd met het groen rond het domein, creëert volgens De Keersmaeker een bijzondere vorm van concentratie. “De architectuur van Destelheide is uitgesproken maar niet dominant. In de stad is er altijd beweging, altijd overleg. Hier kan je je terugtrekken. Dat maakt een groot verschil in hoe diep je kan werken.” Destelheide bood niet alleen ruimte, maar ook tijd. Tijd om patronen uit te leggen. Tijd om opnieuw te kijken naar lijnen die ooit enkel functioneel waren. “Het is een plek die focus mogelijk maakt. Je kan hier echt werken, zonder ruis. Dat is zeldzaam”, besluit Steven Fillet.

Foto: Maarten Vanden

Deze voorstelling was tegelijk rijk en laagdrempelig – precies wat onze studenten nodig hebben om zélf creatief aan de slag te gaan.

— An Meermans, docent UCLL

Kunst als startpunt voor creatie

Via Dharts, de kunsteducatieve dienst van Destelheide, krijgen groepen die bij ons verblijven de kans om in contact te komen met Artiesten in Huis. Zo ontstond ook de ontmoeting tussen de studenten van UCLL en Duo Nu, die in Destelheide repeteerden voor hun voorstelling IMAGE. Docente An Meermans blikt terug op een inspirerende try-out.

Wat vond je van de try-out van Duo Nu?

“Heel tof. Ik ben vooral heel blij dat we dit samen met de studenten hebben kunnen meemaken. Het was een superleuke voorstelling: gevarieerd, met humor, verhaal, spanning en op het einde zelfs ontroering. Dat maakte het rijk en gelaagd, maar tegelijk bleef het heel toegankelijk. Wat mij vooral opviel, was hoe visueel alles was. De manier waarop hun lichamen de ladders mee vormgaven, vond ik sterk. Ook het kleurgebruik van de kostuums en de attributen was doordacht en sprak meteen aan.”

Eén van jullie studenten mocht zelfs meedoen?

“Ja, en dat verhoogt natuurlijk de betrokkenheid enorm. Plots sta je niet meer alleen te kijken, maar maak je er deel van uit. Dat maakt zo’n ervaring veel krachtiger. Voor studenten werkt dat ontzettend motiverend.”

Wat betekent zo’n ontmoeting met kunstenaars voor jullie opleiding?

“Dit is voor ons geen losse activiteit. We gaan er echt verder op bouwen. We hebben de voorstelling in ons

programma geïntegreerd. De studenten analyseren nu wat ze gezien hebben: wat betekent het, wat blijft hangen, wat raakt hen? Van daaruit gebruiken ze IMAGE als inspiratiebron voor hun eigen toonmoment. Eigenlijk is dit een startpunt om zelf creatief aan de slag te gaan. Ze worden niet alleen toeschouwer, maar ook maker.”

Jullie studenten gaan niet zo vaak naar theater?

“Klopt. Zij vormen geen evident theaterpubliek. We willen dat net stimuleren, maar dat blijft een zoektocht. Als iets te hoogdrempelig is, dan haakt men af en krijg je ze niet meer mee. Dan is de kans groot dat ze volgende keer geen zin meer hebben om nog eens te gaan kijken. Deze voorstelling was daarentegen heel begrijpbaar en visueel sterk. Dat maakt het veilig én boeiend. Het was superfijn en toegankelijk. Zo mag kunst voor mij vaker binnenkomen in een opleiding.”

Internationale ontmoetingen maken al jaren deel uit van het DNA van Destelheide en Hanenbos. Via het European Solidarity Corps krijgen jonge vrijwilligers uit heel Europa de kans om hier een tijdje mee te draaien, ervaringen op te doen en nieuwe mensen te ontmoeten.

Dit jaar verwelkomen we Noor en Camila uit Spanje. We laten hen zelf vertellen wie ze zijn en wat hen naar Dworp bracht.

Hey there!

My name is Noor and I’m originally from Málaga, a sunny city in the south of Spain. I studied Audiovisual Communication there and later moved to Dessau, where I specialized in Integrated Design.

My background is rooted in photography and design, but above all, my greatest passion is telling stories and translating ideas into meaningful forms—no matter the medium. I’m driven by the process of giving shape to concepts, emotions, and narratives, whether through images, design, or other creative formats.

I’m convinced that my time in Destelheide will allow me to learn a wide range of techniques and, at the same time, give me the freedom and support to explore my more artistic side without losing sight of purpose. I feel inspired by the art, the calm, and the surrounding nature, and I’m truly motivated to make the most of these ten months of volunteering.

I’m a very active person and a nature lover—so I deeply appreciate the environment in which this project takes place. Having breakfast while looking out at fields, trees, and sheep is something truly special.

I’m grateful for this opportunity and excited about what we’ll build along the way!

Hi everyone!

My name is Camila and I come from A Coruña, a city in Spain, surrounded by the Atlantic Ocean, green landscapes and changing skies.

In the short time I have been here, I have already been made to feel at home, not only because the Belgian clouds remind me of the sky back in my home region, but also because of the warmth and openness of the people around me.

I studied Journalism and Communication, always with the desire to connect them to culture, art, creativity, and self-expression. I love experiencing art in all its forms and I try to contribute by giving it a voice through writing, audiovisual documentation, and social media.

I always find joy in small moments: being moved by the ending of a book, hiking, watching a sunset, or sharing a drink while talking about life in good company.

Destelheide already feels like a place where I can truly grow, both personally and creatively. What I love most so far about this centre is the freedom to explore my skills in such an open and inspiring way. Being surrounded by creativity, nature, and such welcoming people makes every day feel meaningful. I am really looking forward to getting involved in as many projects as possible, learning from others, and contributing my energy and ideas.

DESTELHEIDE

Destelheidestraat 66

1653 Dworp

+32 2 380 39 15 info@destelheide.be

destelheide.be

Lotsesteenweg 103

1653 Dworp

+32 2 380 47 13 info@hanenbos.be hanenbos.be

ENTR! - Trimestrieel magazine

Erkenningsnr. P209319 3000 LEUVEN

PB- PP

BELGIE(N) - BELGIQUE

P209319

3000 LEUVEN

Nr. 73

Magazine Destelheide & Hanenbos

April 2025juni 2025

Trimestrieel magazine

V.U.

Nr. 76

Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme vzw beheert de Hoge Rielen, Destelheide en Hanenbos in opdracht van de Vlaamse Overheid.
Guy Uyttebroeck, Destelheidestraat 66, 1653 Dworp

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
ENTR! MAART 2026 by dehogerielen / destelheide&hanenbos - Issuu