Skip to main content

ENTR! JUNI 2026

Page 1


intro

Soms zie je pas goed wat een plek betekent wanneer je kijkt naar de verhalen die er ontstaan. In dit nummer van ENTR! komen er opnieuw heel verschillende verhalen samen, maar ze vertrekken allemaal vanuit dezelfde beweging: mensen die ruimte krijgen om te zoeken, te maken, te groeien en elkaar te ontmoeten.

Illustrator Jan De Kinder keert met de expo ‘2x Fragile’ terug naar Destelheide, een plek waar hij tijdens de Zomeracademies de vrijheid vond om te observeren, te portretteren en nieuw werk te laten ontstaan. In zijn tentoonstelling komen toegepast en vrij werk samen, maar vooral ook kwetsbaarheid en verbeelding. Het zijn precies die momenten, waarop kunst mensen ergens kan raken, die ons blijven inspireren.

Ook onze gebouwen dragen verhalen met zich mee. De Slekke lijkt op het eerste gezicht misschien gewoon een charmant paviljoen tussen het groen, maar achter die gevel schuilt een rijke geschiedenis. Met de geplande vernieuwing krijgt het gebouw opnieuw toekomst. Het is een mooi beeld voor wat we als organisatie voortdurend proberen te doen: zorg dragen voor wat er is, zonder stil te blijven staan. Die beweging zien we ook bij de jongeren van D’Broej, die in Destelheide samen met Joke Raes en Sylla Bahir werkten rond maskers, identiteit en beweging. Hun atelier groeide uit tot een moment van zelfonderzoek, vertrouwen en verbinding. Kunst werd er geen eindpunt, maar een weg om dichter bij zichzelf en bij elkaar te komen.

Verbinding loopt als een rode draad door dit nummer. In de Erasmus+-training Words Between the Lines kwamen meer dan 25 jeugdwerkers uit heel Europa samen rond communicatie, dialoog en intercultureel leren.

Al die verhalen zeggen iets over wat Destelheide en Hanenbos voor mij altijd zijn geweest: plekken waar mensen niet alleen verblijven, maar ook veranderen. Waar kunstenaars, jongeren, jeugdwerkers en makers

Magazine 77

Destelheide en Hanenbos

Juni 2026

de tijd en ruimte krijgen om iets uit te proberen. Waar ontmoeting niet altijd vanzelfsprekend is, maar wel telkens opnieuw mogelijk wordt gemaakt.

Voor mij krijgt dat in dit nummer een bijzondere betekenis. Dit is mijn laatste voorwoord als directeur van Destelheide & Hanenbos. Op 1 september geef ik de fakkel door aan Jaël Muls, vandaag coördinator van onze kunsteducatieve dienst Dharts. Ik blijf nog tot het einde van dit jaar aan boord, zodat de overgang vlot en zacht kan verlopen.

Het afscheid van onze centra stemt me dankbaar. Dankbaar voor de vele mensen met wie ik de voorbije jaren mocht samenwerken. Dankbaar voor de jongeren, kunstenaars, groepen, collega’s en partners die deze plekken mee betekenis hebben gegeven. En vooral dankbaar omdat ik weet dat Destelheide & Hanenbos blijven doen wat ze altijd hebben gedaan: ruimte maken voor ontmoeting, expressie, dialoog en verbeelding.

Ik wens Jaël alle vertrouwen en enthousiasme toe om dat verhaal verder te schrijven. En ik wens jullie, lezers, veel plezier met dit nummer van ENTR!.

& Hanenbos

De Slekke krijgt een nieuw leven

Voor wie vandaag langs het paviljoen De Slekke wandelt, lijkt het misschien gewoon een charmant gebouw tussen het groen van Destelheide. Maar achter die gevel schuilt een rijke geschiedenis én een toekomstplan dat het gebouw opnieuw helemaal klaarstoomt voor de komende decennia. Coördinator Techniek en Onderhoud van Destelheide Gert Taveirne en architecte Reine Van den Wijngaerde van DEWILarchitecten nemen ons mee in het verhaal van een van de meest bijzondere gebouwen op de site.

“Hoe meer we erover nadachten, hoe duidelijker het werd dat dit gebouw een enorme architecturale waarde heeft. Het is eigenlijk een pareltje binnen het oeuvre van Paul Felix.”

Oorspronkelijk was het paviljoen De Slekke helemaal geen verblijf voor groepen. Het gebouw werd samen met de rest van Destelheide opgetrokken tussen 1968 en 1971, naar een ontwerp van architect Paul Felix. In die beginjaren deed het dienst als directiewoning. “Het waren eigenlijk twee aparte woningen”, vertelt Gert. “Aan de ene kant woonde de directeur van Destelheide, aan de andere kant de directiesecretaris. Alles was gescheiden: verwarming, elektriciteit, leefruimtes … Zelfs wat vandaag de tv-ruimte en vergaderzaal zijn, waren toen gewoon woonkamers.

Pas in 1994 kreeg De Slekke een nieuwe functie en werd het gebouw omgevormd tot logies. Toch bleef het altijd een buitenbeentje binnen de slaapinfrastructuur van Destelheide. Kleinschaliger, huiselijker en meer gericht op privacy. “Je verblijft hier echt als groep samen”, zegt Reine. “Het heeft niet het klassieke systeem van grote slaapblokken waar verschillende groepen naast elkaar zitten. Dat zorgt voor een heel andere sfeer.”

Die eigenheid willen ze tijdens de renovatie absoluut bewaren. Tegelijk wordt het gebouw grondig aangepakt. Niet alleen esthetisch, maar ook technisch en praktisch. “De grootste uitdaging was eigenlijk dat het oorspronkelijk twee woningen waren”, legt Reine uit. “We wilden er één logisch geheel van maken dat ook volledig toegankelijk is. Daarom moesten we echt puzzelen met de niveauverschillen en circulatie.” Na de renovatie zal het paviljoen plaats bieden aan groepen van 16 personen, verspreid over 8 tweepersoonskamers, telkens met een eigen badkamer. Eén van de kamers wordt bovendien

“We wilden er één logisch geheel van maken dat ook volledig toegankelijk is.”

volledig aangepast voor rolstoelgebruikers. Daarnaast krijgt het gebouw verschillende gemeenschappelijke ruimtes met elk een eigen functie. Er komt een vergaderzaal met grote tafel, een vernieuwde kitchenette en een polyvalente ruimte met tribuneelementen waar groepen kunnen samenkomen of presentaties kunnen volgen.

Qua uitstraling sluit De Slekke straks opnieuw aan bij de vernieuwde slaapblokken van Destelheide. “We trekken dezelfde sfeer door”, zegt Reine. “Gelijkaardige materialen, hetzelfde kleurenpalet, dezelfde warmte. Alleen konden we hier minder repetitief werken omdat het bestaande gebouw zoveel karakter heeft.”

Ook duurzaamheid speelt mee in de renovatie. Regenwater wordt hergebruikt om de toiletten te spoelen. Daarnaast wordt een wadi aangelegd, zodat overtollig regenwater op een natuurlijke manier in de bodem kan infiltreren zonder de riolering te belasten. De toegangspaden worden aangepast en de nieuwe lifttoegang wordt gecreëerd in de geest van het oorspronkelijke ontwerp.

Voor directeur Guy Uyttebroeck en coördinator Gert was het behoud van De Slekke vanzelfsprekend. In een vroeger masterplan stond het gebouw zelfs op de lijst om afgebroken te worden. “Maar hoe meer we erover nadachten, hoe duidelijker het werd dat dit gebouw een enorme architecturale waarde heeft”, vertelt hij. “Het is eigenlijk een pareltje binnen het oeuvre van Paul Felix. Het zou echt jammer geweest zijn om dat te verliezen.”

Als alles volgens planning verloopt, moet De Slekke tegen het najaar van 2027 opnieuw klaar zijn voor gebruik. Daarmee is dan ook de volledige slaapinfrastructuur van Destelheide vernieuwd.

2x Fragile: waar kwetsbaarheid vorm krijgt

Vanaf 20 juli toont illustrator Jan De Kinder in Destelheide de expo 2x Fragile. Geen klassieke tentoonstelling met prenten uit kinderboeken, maar een combinatie van houtsneden, tekeningen, schilderijen en nieuw werk dat ter plekke ontstaat. Voor Jan voelt de expo een beetje als thuiskomen: tijdens de Zomeracademies vond hij in Destelheide de ruimte om vrijer te werken, te observeren en mensen te portretteren. In 2x Fragile komen twee sporen samen: zijn toegepaste werk als illustrator en zijn vrije werk als kunstenaar.

Voelt deze expo in Destelheide een beetje als thuiskomen?

“Ja, omdat het hier eigenlijk ook een beetje ontstaan is. Ik had al lang de uitgestelde droom om nog eens vrij werk te exposeren. Vroeger heb ik dat wel al eens gedaan, maar de laatste jaren werkte ik vooral in functie van boeken en opdrachten. In Destelheide kreeg ik een paar jaar geleden de kans om artist in residence te zijn tijdens de Zomeracademie. Eerst vooral als observator: mensen portretteren, kijken wat er gebeurt. Vorig jaar ben ik daar verder op doorgegaan en voelde ik dat het werk vrijer werd. Dat verblijf hier heeft een grote invloed gehad. De voorbije weken en maanden ben ik veel aan het schilderen en tekenen geweest in functie van deze expo.”

Je bent vooral bekend als illustrator. Is vrij werk iets dat lang op de achtergrond heeft gezeten?

“Voor ik illustrator werd, had ik al eens een tentoonstelling met schilderijen. Dat was rond 2000. Toen kwam iemand van een krant kijken, die zag daar iets in en vroeg of ik voor de krant wilde werken. Zo ben ik eigenlijk richting illustratie gegaan. Maar dat vrije werk is altijd blijven bestaan. Ik ben academie blijven doen, mensen blijven tekenen, vrienden, mijn vrouw, mijn kinderen. Die twee sporen zijn er altijd geweest. Mijn vrije werk is voor mij ook spelen met materie. En dat heeft dan weer invloed op mijn toegepaste werk.”

In de expo zit ook werk uit Archief van mogelijk verlies, het boek van Tine Hens. Hoe kwam die samenwerking tot stand?

“Ik had vroeger al eens met Tine samengewerkt. Voor Archief van mogelijk verlies vroeg ze of ik illustraties wilde maken. Ik ben toen zelf met het idee gekomen om houtsneden te maken, omdat dat aansloot bij wat zij wilde vertellen. Het boek gaat over dingen die verdwijnen. Tine had op een bepaald moment planken van een oude olm laten zagen, omdat ook de olm aan het verdwijnen is. Daar wilde ze iets mee doen. Toen ontstond het idee: wat als ik houtsneden maak met hout van die boom? Dat paste inhoudelijk

“Mijn

vrije werk is voor mij ook spelen met materie. En dat heeft dan weer invloed op mijn toegepaste werk.”

“De rode draad in de expo is kwetsbaarheid. Fragiliteit. Mensen observeren. Als iemand danst, zie je kleine bewegingen, kleine houdingen, subtiele dingen.”

en grafisch heel goed bij het boek. Uiteindelijk bleek de olm te moeilijk om mee te werken. Na veel proeven en experimenten ben ik richting lindehout gegaan. Maar het idee bleef hetzelfde: elk hoofdstuk kreeg een houtsnede, niet als letterlijke illustratie, maar als beeld van wat dat verhaal met mij deed.”

Houtsnede is een heel andere techniek dan tekenen of schilderen. Wat trok je daarin aan?

“Het is onvoorspelbaar. Op het moment dat je snijdt, is er geen weg terug. Soms mislukt het en moet je opnieuw beginnen. Soms schiet het hout plots af en gebeurt er iets onverwachts. Dan moet je kijken: kan ik daar iets mee? Dat zit ook in mijn vrije werk. Ik schilder of teken iets, en er ontstaat iets wat ik niet in mijn hoofd had. Maar dan begint het interessante: wat doe ik daarmee? Dat zoekproces vind ik heel belangrijk.”

Wat zal er precies te zien zijn in 2x Fragile?

“Het wordt een combinatie van houtsneden, tekeningen en schilderijen. Die komen tegenover elkaar te staan. Daarnaast maak ik ook nieuw werk in Destelheide zelf. Ik werk met modellen, mensen die ooit aan de Zomeracademie hebben deelgenomen en die ik vraag om te poseren. Ik vertrek daarbij vanuit bepaalde emoties. Het zullen realistische tekeningen zijn, maar door ze samen te brengen, ontstaat er iets tussen die personages. Ze staan niet letterlijk samen, maar er komt wel een spanning of beweging tussen.”

Wat is voor jou de rode draad in deze tentoonstelling?

“Kwetsbaarheid. Fragiliteit. Mensen observeren. Als iemand danst, zie je kleine bewegingen, kleine houdingen, subtiele

dingen. Iemand is verdrietig, iemand denkt na, iemand houdt zich in. Dat uit zich altijd in je lichaam. Dat fascineert mij enorm.”

Stel dat je geen illustrator of kunstenaar was geworden. Wat was je dan geworden?

“Archeoloog, denk ik. Ik vergelijk tekenen en schilderen daar graag mee. Je vindt dingen die niet compleet zijn, zoals scherven van een pot. Op een bepaald moment probeer je die weer samen te stellen met wat er is. Wat ontbreekt, vul je aan met nieuwe klei of met fantasie. Dat fascineerde mij als kind al. Als ik in de tuin of op vakantie een scherf vond, dacht ik: wat is dit? Dan begon ik dat schoon te maken, ook al was het misschien niets.”

Zit dat ook in je werk: iets bewaren, iets reconstrueren?

“Ja. Het gaat over wat iets met mij doet op een bepaald moment. Als ik iemand teken, probeer ik soms onbewust in mijn eigen

lichaam die houding aan te nemen om ze te kunnen terugvinden. Dat zit ook in mijn voorstellingen. Ik heb bijvoorbeeld een circusvoorstelling gemaakt met mijn dochter. Zij was trapeziste, ik was tekenaar. Wij keken voortdurend naar elkaar: zij naar wat ik tekende en ik naar haar bewegingen. Op basis daarvan ontstond iets nieuws.”

Je kwam in Destelheide ook via de podiumkunsten terecht?

“Ja, eigenlijk toevallig. Stefan Perceval gaf hier ooit een workshop ‘schrijven om te bloggen en om te spelen’. Ik zag mezelf nooit op een podium staan, maar schrijven wilde ik wel doen. Tijdens die workshop moesten we meteen een monoloog schrijven over onze moeder. Een uur later moesten we die voor de groep brengen, en halverwege de week stonden we ermee voor de zaal. Dat was confronterend, maar ook heel belangrijk. Die groep vindt elkaar hier nog altijd terug. Voor mij is dat atelier heel cruciaal geweest. Jaren later vroeg Stefan me ook om een stuk te maken op basis van een van mijn boeken.”

Wat hoop je dat bezoekers meenemen uit de expo?

“Ik hoop dat ze ergens geraakt worden. Door gevoeligheid. Door kwetsbaarheid. Misschien ook door herkenning. Soms zie ik dat zelf niet meteen, maar onlangs toonde ik mijn werk aan een paar mensen en zij zeiden: ik herken die gevoeligheid, die kwetsbaarheid. Ik ben blij dat ik dat kan overbrengen.”

De expo 2x Fragile van Jan De Kinder loopt van 20 juli tot en met 6 september 2026.

Meer info op www.destelheide.be

ZA 25: laatste plekjes

De zomer komt dichterbij, de Zomeracademie loopt stilaan vol! We lichten graag nog even twee ateliers uit waar je je van 20 tot 26 juli artistiek kan uitleven.

In het atelier Performatieve installatie onderzoek je hoe ruimte, materiaal en aanwezigheid samenkomen. Coach Nick Steur staat bekend om zijn locatiegebonden performances met natuurlijk gesteente. Zijn werk was onder meer te zien in M HKA, Bozar, Kanal Centre Pompidou en op internationale festivals.

In het atelier Geluid en elektronische compositie ga je aan de slag met klank, synthesizers en samplers. Coach Frederik De Clercq / Studio Ree is componist en songwriter. Hij maakt soundtracks voor theater, audiofictie, documentaires en reclame, en brengt eigen muziek uit als Hertenhout.

info

Benieuwd naar deze en de andere ateliers? Alle info op www.zomeracademie.be

Vlaams minister van Jeugd

Hans Bonte op bezoek

Op dinsdag 2 juni bracht Vlaams minister van Jeugd, Wonen, Klimaat, Energie en Toerisme Hans Bonte een bezoek aan Destelheide en Hanenbos. In beide centra kreeg hij een rondleiding en maakte hij kennis met de werking, de infrastructuur en de vele activiteiten die er plaatsvinden. De minister was onder de indruk van de vernieuwde gebouwen en de manier waarop Destelheide en Hanenbos blijven investeren in kwaliteitsvolle verblijfs- en werkplekken voor kinderen, jongeren en groepen. Ook de brede kunsteducatieve werking sprong in het oog. Van residenties en ateliers tot projecten waarin jongeren via kunst nieuwe ervaringen opdoen: de centra toonden hoe verblijf, vorming en creatie elkaar kunnen versterken. Het bezoek bood meteen de kans om te laten zien hoe Destelheide en Hanenbos hun rol als jeugdverblijfscentra vandaag invullen.

“De leerlingen moeten kunnen proeven van kunst.”

Al bijna twintig jaar komt de secundaire school

Mariagaarde uit Westmalle naar Destelheide voor het kunstenbad van De Veerman. Wat begon als een creatief traject binnen de sportrichtingen van de school, groeide uit tot een vaste traditie waarin derdejaarsleerlingen een paar dagen ondergedompeld worden in theater, dans, film en andere kunstvormen. Leerkracht Eddy Klein ziet het project als veel meer dan een uitstap. “Het gaat over creativiteit, durven, zelfkennis en jongeren eens uit hun comfortzone halen.”

“Wij zijn een secundaire school met onder meer sportrichtingen”, vertelt Klein. “En eigenlijk komt het hele derde jaar mee naar hier. Het idee van een kunstenbad blijft voor ons enorm belangrijk, zeker vandaag. Kunst en creativiteit staan steeds meer onder druk, terwijl net die creatieve manier van denken zo essentieel is.”

Zelf heeft Klein een achtergrond in theater. “Ik heb vanaf mijn acht jaar theater gespeeld. Voor mij was dat echt mijn wereld. Woensdag mocht ik naar theater, in het weekend speelde ik. Mijn vrienden zaten daar ook. School was school, maar theater was mijn leven.” Die persoonlijke ervaring neemt hij vandaag mee in zijn werk als leerkracht. “Ik vind het belangrijk dat jongeren kunnen proeven van kunst. Soms hoor je: ‘Kunst is toch niet zo belangrijk?’ Maar creativiteit is overal nodig. Zelfs als je puur rationeel denkt of bijvoorbeeld met wiskunde bezig bent, heb je een creatief brein nodig.”

Hoewel kunst en creativiteit nog altijd in de leerplandoelen zitten, merkt Klein dat scholen steeds vaker moeten vechten om zulke projecten mogelijk te maken. “Het kost geld, natuurlijk. Elk jaar opnieuw moet je dat verdedigen. Maar tegelijk zien ook collega’s de meerwaarde. Je kan dit niet zomaar op school nabootsen. Hier heb je professionele begeleiding, een omgeving die werkt en jongeren die even volledig uit hun dagelijkse context stappen.”

Dat uitstappen uit de vertrouwde omgeving is volgens hem cruciaal. “Op school blijven leerlingen

vaak vastzitten in bepaalde rollen. Hier worden ze op een andere manier bekeken. Sommige leerlingen verrassen zichzelf ook. Wij merken bijvoorbeeld dat leerlingen die kiezen voor theater of dans vaak veel lef tonen. Film of camera voelt soms veiliger, omdat je je een beetje kan verstoppen achter het beeld. Maar op een podium staan en jezelf tonen, dat vraagt moed. Voor mij draait het om ontplooiing. Gewoon doen, proberen, voelen. Veel jongeren hebben nog nooit met theater, dans of performance gewerkt. Dan is het waardevol dat ze dat hier zonder oordeel kunnen ervaren.” “Het bijleren komt eigenlijk per ongeluk”, vult Joeri Wens van De Veerman aan. “Omdat je jongeren meeneemt in een verhaal, pikken ze onderweg dingen op zonder dat ze daar bewust mee bezig zijn. Je ziet hen hier vaak dingen doen die ze op school of thuis misschien nooit zouden durven.”

Naast de workshops speelt ook de omgeving van Destelheide een belangrijke rol. “Het domein is fantastisch. Alleen al hier rondlopen doet iets met jongeren. En ook de rust helpt. We gaan soms wandelen of doen een stiltemoment in het bos. Dan proberen we daar ook verhalen of betekenis aan te koppelen. Dat maakt indruk.”

Voor Klein blijft het elk jaar opnieuw de moeite waard om voor het project te blijven vechten. “Je ziet jongeren hier dingen doen die ze thuis of op school misschien nooit zouden durven. En zelfs al onthouden ze later maar één ervaring of één moment waarop ze dachten: misschien zit er toch iets creatiefs in mij, dan is dat voor mij al geslaagd.”

artiest in huis

Undercoveragenten regisseren hun eigen verhaal in podcast Alpha

Met Alpha maken Wederik De Backer en Lieselot Mariën een zesdelige podcastreeks over Belgische exundercoveragenten. Geen klassieke true crime, maar een gelaagde audioreeks waarin undercoveragenten scènes uit hun eigen leven opnieuw laten spelen door acteurs. De reconstructies werden opgenomen in Destelheide, waar De Backer en Mariën ook verschillende keren in residentie kwamen monteren.

Wat is Alpha precies?

Wederik De Backer: “Alpha is een podcastreeks van zes afleveringen waarin elke aflevering vertrekt van één undercoveragent en één case. Die undercoveragent vertelt eerst zijn of haar verhaal aan ons. Daarna schrijven wij daar een scenario van. In een volgende fase wordt dat scenario gespeeld door acteurs, terwijl de undercoveragent erbij is en commentaar geeft. Je kan zeggen dat elke undercoveragent een soort film regisseert op basis van zijn eigen leven. Daardoor krijg je drie lagen: het interview, de gespeelde scènes en het behind-thescenesmateriaal waarin je hoort hoe die scènes tot stand komen.”

Waar kwam het idee vandaan?

Wederik De Backer: “Lieselot en ik kenden via via enkele undercoveragenten. Die vertelden soms heel heftige dingen, maar vaak op een manier alsof het

allemaal niet veel met hen had gedaan. In die verhalen zat veel gooi- en smijtwerk, bijna een soort heldennarratief. Maar de vraag wat zoiets met iemand doet, kreeg veel minder plek. Wij vonden het interessant om daar net wél aandacht voor te hebben.

Wat gebeurt er als je zo’n scène opnieuw laat spelen? Iemand kan in een interview zeggen: “Dat heeft mij niets gedaan.” Maar wanneer een acteur die scène speelt, merk je soms: wacht eens, dat klopt misschien toch niet helemaal. Dan ontstaat er ruimte om daar opnieuw over te praten.”

Mogen undercoveragenten daar zomaar over praten?

Wederik De Backer: “Het gaat om exundercoveragenten die al een tijd gestopt zijn. Natuurlijk zijn er grenzen. Sommige mensen moeten anoniem blijven, omdat ze nog op een of andere manier actief zijn binnen de veiligheid. Daar moet je zeer zorgvuldig mee omgaan. Maar het uitgangspunt is dat we werken met mensen die over bepaalde ervaringen kunnen spreken, binnen wat mogelijk en veilig is.”

Waarom koos je voor acteurs en reconstructies?

Wederik De Backer: “Omdat je zo iets zichtbaar of hoorbaar maakt wat in een gewoon interview soms verborgen blijft. Als iemand een herinnering vertelt, is dat één laag. Maar als je die herinnering omzet in

“Ik vind het heel verrijkend om vragen te mogen stellen aan mensen die je anders nooit zou stellen.”

een scène, wordt ze concreter. Dan kan iemand plots zeggen: “Nee, zo was het niet” of “Ik reageerde eigenlijk anders dan ik dacht.” Voor mij zit daar de kracht van het concept. Het gaat niet alleen over wat er gebeurd is, maar ook over hoe iemand zich dat herinnert en hoe iemand zichzelf daarin ziet.”

Hoe lang hebben jullie eraan gewerkt?

Wederik De Backer: “Drie jaar. Dat klinkt lang, maar het is ook een project met veel lagen. Je moet mensen vinden, vertrouwen opbouwen, interviews doen, scenario’s schrijven, acteurs zoeken, opnemen, monteren, opnieuw luisteren, laten beluisteren, herwerken. Dat vraagt tijd.”

Welke rol speelde Destelheide in dat proces?

Wederik De Backer: “Alle opnames van de reconstructies met acteurs en undercoveragenten zijn in Destelheide gebeurd. Daarnaast zijn Lieselot en ik ook een paar keer in residentie gekomen om te monteren. Dan zaten we daar een week met onze koptelefoon op. Voor de opnames zaten we in de mooie muziekstudio. Voor het monteren vroegen we altijd de saaiste ruimte. Gewoon een lokaal of iets zonder afleiding. Dat was perfect. Er was niets anders te doen dan luisteren, knippen, schuiven en opnieuw luisteren.”

Waarom werk je niet gewoon voor één vaste opdrachtgever?

Wederik De Backer: “Ik ben vast in dienst geweest bij de VRT, dus ik ken ook de keerzijde van altijd voor dezelfde doelgroep, in dezelfde stijl en toon te werken. Zodra je die stijl goed begrijpt, kan dat voor mij wat te voorspelbaar worden. Nu moet ik inderdaad telkens opnieuw op zoek naar geld en partners. Dat is soms lastig, maar ik vind het ook een meerwaarde. Elk medium heeft een andere toon, stijl en doelgroep. Ik vind het leuk om per verhaal te zoeken waar het het best past.”

Hoe werk je samen met Lieselot Mariën?

Wederik De Backer: “Voor dit project kenden we elkaar eigenlijk nog niet zo goed. Lieselot is juriste van opleiding en heeft jarenlang in de advocatuur gewerkt. Ze heeft ook haar eerste roman geschreven, Als de dieren, die voor zowat elke literaire prijs genomineerd is geweest. Wat zij heel

goed kan, is een verhaal structureren en een opbouw maken. Dat is voor een project als Alpha enorm belangrijk. Ze heeft veel gevoel voor hoe je materiaal ordent en spanning opbouwt.”

Zowat iedereen lijkt tegenwoordig podcasts te maken. Vind je dat een goede evolutie?

Wederik De Backer: “Op zich wel. Audio is in de basis een heel toegankelijk medium. Je kan thuis achter je computer zitten en met je stem een verhaal vertellen dat zich afspeelt in een dystopisch landschap op de maan. Als dat creativiteit bevordert bij mensen die daarvoor misschien niet creatief bezig waren, vind ik dat een goede evolutie. Ik zou het alleen jammer vinden als podcasts herleid worden tot iets puur corporates, waarbij bedrijven of merken denken: hoe kunnen we dit inzetten om targets te halen? Maar dat mensen zelf verhalen willen maken, vind ik alleen maar goed.”

Tegelijk maak jij wel podcasts waar veel tijd en geld in kruipt.

Wederik De Backer: “Ja, Alpha kost natuurlijk veel meer dan iemand die gewoon twee microfoons op tafel zet en begint te praten. Maar ik maak ook nog altijd graag werk dat ik gewoon zelf leuk vind, zonder dat daar veel geld tegenover staat. Samen met Lucas Derycke ben ik meer dan tien jaar geleden al podcasts beginnen maken, gewoon omdat we dat fijn vonden. Dat waren ook zwaar gemonteerde dingen waar veel tijd in kroop. Soms legden we daar zelf geld op toe, om muzikanten of acteurs te betalen. Maar dat was puur voor het plezier van een radioverhaal vertellen.”

Wat vind je zo aantrekkelijk aan audio?

Wederik De Backer: “Ik vind het heel verrijkend om met audio bezig te zijn en vragen te mogen stellen aan mensen die je anders nooit zou stellen. Je stelt normaal niet zomaar aan een undercoveragent de vraag: “Je zegt dat iets je niet geraakt heeft, maar waarom word je dan emotioneel wanneer je erover praat?” In een gewone cafésituatie kan je zo’n vraag niet stellen. In deze context kan dat wel. Voor mij zit daar veel waarde in. Je kan op een zorgvuldige manier dichtbij komen, zonder dat het sensationeel moet worden.”

Wanneer ben je tevreden?

Wederik De Backer: “Hoeveel mensen luisteren, heeft mij eigenlijk nooit echt geïnteresseerd. Natuurlijk speelt dat voor fondsen en partners mee, maar persoonlijk kan mij dat niet heel veel schelen. Het mooiste wat ik ooit gemaakt heb, is misschien door maar driehonderd mensen gehoord. Dat stoort mij niet. Mijn werk is gedaan op het moment dat ik op ‘exporteren’ duw. Wat er daarna mee gebeurt, ligt buiten mij.”

‘Alpha’ (NTR-Knack) is te beluisteren op alle podcastplatformen.

Een stem voorbij

grenzen

Veertig vrouwen uit Antwerpen, Marseille, Rotterdam en Barcelona die samen zingen, theater maken, schrijven en getuigenissen delen over genderongelijkheid en geweld tegen vrouwen: dat is 2026WOMEN, een internationaal socio-artistiek project van Madam Fortuna. Tijdens een residentie in Destelheide werkten de deelnemers toe naar performances in het kader van het Women Tribunal in Antwerpen, exact vijftig jaar na het historische vrouwentribunaal van 1976 waar 2000 vrouwen uit 40 landen getuigenissen deelden over geweld tegen vrouwen.

“Het voelt hier een beetje alsof je in een eigen kleine wereld zit. Alles is aanwezig: de rust, de natuur, de ruimtes om samen te werken. Daardoor kunnen mensen zich volledig focussen op het creatieve proces én op elkaar.”

Anna Cooper, die vanuit Frankrijk meewerkt aan de organisatie van het project, ziet van dichtbij hoe kunst vrouwen samenbrengt over taal-, cultuur- en generatiegrenzen heen. “Het project is eigenlijk gestart in 2022”, vertelt ze. “Madam Fortuna begon toen lokaal in Antwerpen socio-artistieke workshops te organiseren met vrouwen rond thema’s zoals genderongelijkheid, seksueel geweld, huiselijk geweld en intimidatie. In 2024 kregen we Erasmus+-middelen om het project internationaal uit te bouwen, samen met organisaties in Marseille en Rotterdam. Intussen is ook Barcelona aangesloten.”

“Kunst bereikt mensen die nooit naar een feministisch debat zouden komen.”

De werking combineert lokale trajecten met internationale residenties. In elke stad werken organisaties gedurende het jaar met groepen vrouwen via zang, theater, schrijven, dans en beeldende kunst. Pas later komen de verschillende groepen samen. “De voorbereiding gebeurt lokaal”, zegt Cooper. “Tijdens de residentie brengen we iedereen samen om in enkele dagen tijd een gezamenlijke performance op te bouwen. Dat klinkt heel intens en dat is het ook, maar er gaat natuurlijk al een heel traject aan vooraf.”

Wat meteen opvalt, is hoe belangrijk kunst als taal wordt gezien binnen het project. “Niet iedereen spreekt dezelfde taal”, zegt Cooper. “We hebben vrouwen die Nederlands, Frans, Engels, Spaans of Arabisch spreken. Via zang, dans en theater ontstaat er toch een sterke verbinding. Kunst maakt communicatie mogelijk op een andere manier dan enkel gesprekken of discussies.”

Die artistieke aanpak zorgt volgens haar ook voor een andere emotionele dynamiek. “Er zijn scènes rond thema’s zoals vrouwelijke genitale verminking of huiselijk geweld. Soms zien vrouwen zo’n scène op het podium en beginnen ze spontaan te huilen. Het heeft iets heel cathartisch. Via kunst komen emoties soms sneller naar boven dan in andere settings.”

De artistieke creatie verloopt opvallend participatief. Liedteksten ontstaan collectief tijdens schrijfsessies waarin vrouwen woorden, zinnen en thema’s aanbrengen die voor hen belangrijk zijn. “Alles groeit bottom-up”, vertelt Cooper. “Als iemand een zin in haar eigen taal wil toevoegen, dan gebeurt dat ook. De anderen leren die uitspraak dan van haar. Dat zorgt voor veel eigenaarschap én verbondenheid.”

Toch draait het project niet enkel om artistieke expressie binnen de groep. De performances zijn ook expliciet bedoeld om een breder publiek te raken. “Misschien bereikt kunst mensen die nooit naar een feministisch debat of een discussieavond zouden komen”, zegt Cooper. “Maar ze willen wel naar een voorstelling kijken. En via die emotionele ervaring ontstaat er toch een verbinding met de thema’s.”

Voor de deelnemers maakt ook de plek van de residentie een groot verschil. In tegenstelling tot eerdere edities verblijft nu iedereen samen op dezelfde locatie. “Dat verandert echt de dynamiek”, vertelt Cooper. “In Antwerpen gingen sommige deelnemers na de repetities terug naar huis. Hier blijf je samen eten, praten en tijd doorbrengen. Daardoor groeit de verbondenheid veel sneller.” Dat Destelheide daarin een rol speelt, verbaast haar niet. “Het voelt hier een beetje alsof je in een eigen kleine wereld zit”, zegt ze glimlachend. “Alles is aanwezig: de rust, de natuur, de ruimtes om samen te werken. Daardoor kunnen mensen zich volledig focussen op het creatieve proces én op elkaar.”

Twee lichamen, één tussenruimte

Tijdens hun residentie in Destelheide werkten Youssef Arbaoui en Juan Rossi van Duo N’Joy aan hun nieuwe voorstelling ‘Nous sommes le paysage de notre passage’. Samen met dramaturg en regisseur Mohamed Ouachen onderzoeken ze wat er gebeurt wanneer twee totaal verschillende lichamen elkaar ontmoeten in een tussenruimte. Een station als plek van wachten, overgang en mogelijke transformatie.

Waarom kozen jullie voor een station als setting?

Youssef Arbaoui: “Een station is een plek van overgang. Mensen zijn er op doorreis, onderweg naar ergens anders. Het is een ruimte waar toevallige ontmoetingen kunnen ontstaan tussen mensen die totaal verschillend zijn, maar die zich toch even in dezelfde tussenruimte bevinden.”

Juan Rossi: “Het gaat ons niet zozeer om wat de personages precies verwachten, maar om wat wachten met hen doet. Tijd is in de voorstelling zowel een leidraad als een mogelijke vijand. Als je te lang wacht, begin je te veel na te denken. En dan verandert alles.”

Jullie kiezen voor een dialoog zonder woorden. Waarom?

Juan Rossi: “We wilden dat het toegankelijk is voor iedereen. Zonder taalbarrière. Toeschouwers kunnen zichzelf makkelijker in de situatie plaatsen en hun eigen interpretatie maken.”

Youssef Arbaoui: “Woorden zijn soms te concreet. Ze sturen het publiek in één richting. Met het lichaam laat je ruimte voor meerdere betekenissen. Eén blik kan soms meer zeggen dan een hele zin.”

Juan Rossi: “Bovendien zijn woorden soms beperkend. Wat je voelt vanbinnen is vaak veel groter dan wat je met taal kan uitdrukken. Het lichaam kan die complexiteit tonen.”

In eerdere versies van het project waren thema’s als LGBTQ+ en moslimidentiteit explicieter aanwezig. Waarom kozen jullie ervoor om dat minder letterlijk te maken?

Youssef Arbaoui: “We hebben verschillende versies getest. In het begin waren die identiteitslagen

explicieter. Maar uiteindelijk besloten we om het minder uit te spreken en meer te tonen via wie we zijn, via onze lichamen en onze manier van bewegen.”

Juan Rossi: “We wilden vermijden dat het karikaturaal zou worden of zou vervallen in stereotypen. De identiteit zit er nog altijd in, maar subtieler. Ze is aanwezig in hoe we bewegen, hoe we naar elkaar kijken, hoe we afstand nemen of net nabijheid toelaten.”

Mohamed, wat is jouw rol in het proces?

Mohamed Ouachen: “Als dramaturg probeer ik helderheid te brengen in het materiaal dat er al is. Zij komen met hun disciplines, hun verhalen en hun fysieke taal. Ik sta er iets buiten en kijk: welke thematieken komen terug? Wat is de rode draad? Wat willen ze écht vertellen?”

Wat zag jij als kern van hun verhaal?

Mohamed Ouachen: “Ik ontdekte dat ze ooit samenwoonden. Dat vond ik een mooie metafoor in relatie tot het station. Je kan samen in één ruimte leven en toch elkaars onbekende blijven. De vraag is: hoe bouw je een gedeelde ruimte zonder dat de identiteit van de één de ander overschaduwt? In mijn werk probeer ik altijd ruimte te maken voor verschillende verhalen zonder dat het ene het andere ‘opeet’. De theaterzaal is een sociale constructieruimte, ook al is ze fictief. Hier vertrekken we van een reëel verhaal.”

Wat maakt deze voorstelling volgens jou bijzonder?

Mohamed Ouachen: “Hun lichamen zijn radicaal verschillend. In veel hedendaagse producties zie je een harmonisering van lichamen. Hier niet. Ze blijven verschillend. De harmonie ontstaat elders: in de complementariteit, in de manier waarop ze elkaar dragen, hoe ze elkaar benaderen. Wanneer de één de ander draagt,

“Een station is een plek van overgang. Een ruimte waar toevallige ontmoetingen kunnen ontstaan tussen mensen die totaal verschillend zijn.”

gebeurt dat op een totaal andere manier dan omgekeerd. Dat verschil wordt niet weggewerkt. Het wordt net zichtbaar gemaakt. Dat vind ik krachtig.”

Wat betekent deze residentie in Destelheide voor jullie?

Mohamed Ouachen: “Wat ik sterk vind aan deze plek, is dat er via onze try-out een mogelijkheid was tot ontmoeting met een publiek dat niet vanzelfsprekend naar theater gaat. De toonmomenten na een residentie, voor jongeren die misschien nog nooit een voorstelling zagen, zijn waardevol. Hun blik is fris en ongefilterd. Dat soort uitwisseling is belangrijk, voor hen maar zeker ook voor ons.”

Kei-Jong in Hanenbos

Even weg zijn van de dagelijkse routine, nieuwe mensen ontmoeten, samen koken, lachen en groeien: voor veel groepen die naar Hanenbos komen, is een verblijf veel meer dan alleen een weekendje weg. Het zijn momenten waarop jongeren zichzelf kunnen ontdekken, nieuwe ervaringen opdoen en gewoon plezier maken in een warme omgeving. Ook Kei-Jong vindt al jarenlang zijn weg naar Hanenbos.

24
groep
“Onze deelnemers zeggen alles wat ze denken ook gewoon meteen. Dat het personeel daar zo fijn mee omgaat, betekent echt veel.”

Kei-Jong organiseert weekends en vakantieprojecten voor werkbekwame jongeren met een licht tot matige mentale beperking. De deelnemers zijn tussen 16 en 31 jaar oud en komen uit heel Vlaanderen. “Sinds vorig jaar zijn we bovenlokaal jeugdwerk geworden”, vertelt begeleidster Lotte De Mey. “Dat is echt een sterkte van ons: we zijn actief over heel Vlaanderen. Wij halen onze deelnemers ook zelf op met onze busjes. Anders raken sommigen gewoon niet op onze locaties.”

De weekends van Kei-Jong draaien niet alleen om ontspanning, maar ook om zelfontwikkeling. Thema’s zoals weerbaarheid, talenten ontdekken, digitalisering of zelfstandig worden keren regelmatig terug. “Het voorbije weekend in Hanenbos werkten we rond geloof in jezelf”, zegt Lotte. “Dan gaat het over zelfvertrouwen, je mening durven geven en je talenten in de kijker zetten.”

Toch hoeft niet alles zwaar of serieus te zijn. Integendeel. Bij Kei-Jong is plezier minstens even belangrijk. Zo trekken ze binnenkort naar een chocolademuseum en organiseren ze kookweekends, zomerprojecten en creatieve activiteiten. Dat Hanenbos vaak terugkomt als verblijfplaats, is geen toeval. “Onze deelnemers komen hier heel graag”, vertelt ze. “Lekker eten is belangrijk, goeie bedden en douches ook. Maar wifi blijkbaar nog meer”, zegt ze lachend. “Dat is vaak het eerste wat ze vragen wanneer we ergens aankomen.”

Ook de warme ontvangst in Hanenbos maakt volgens haar een groot verschil. “Onze deelnemers zeggen alles wat ze denken ook gewoon meteen. Dat het personeel daar zo fijn mee omgaat, betekent echt veel. We voelen ons hier altijd welkom. En nog een belangrijk detail: de chocomelkmachine”, zegt Lotte. “Daar zijn ze echt gek op.”

Tussen diepgaande gesprekken, praktische ondersteuning en veel enthousiasme door bouwt Kei-Jong aan iets dat misschien nog belangrijker is dan een geslaagd weekend: een plek waar jongeren zichzelf mogen zijn, nieuwe dingen kunnen proberen en zich écht gezien voelen.

Between Instant and Infinite

Een verhaal voor altijd vastgelegd

Eind maart veranderde Destelheide tijdens een driedaagse masterclass onder leiding van kunstenaar Carmen de Vos in een levende fotografische filmset.

“Je moet nadenken over wat je wil doen. In een snelle wereld dwingen
Polaroids je om te vertragen.”

De praktijk van fotograaf en beeldend kunstenaar Carmen de Vos draait rond storytelling en geconstrueerde beelden. Haar werk bevindt zich op het snijvlak van beeldende kunst en editorial fotografie en werd zowel in België als internationaal getoond. Naast haar artistieke praktijk werkt ze regelmatig in opdracht voor magazines en kranten, waar ze haar uitgesproken visuele taal toepast op portret- en narratief werk.

Haar beelden worden gekenmerkt door een theatrale, sterk gecomponeerde stijl, gecontroleerd licht en een uitgesproken focus op narratief. Ze bouwt fictieve scenario’s op waarin intimiteit, verlangen, humor en het surreële samenkomen, vaak op een manier die de grens tussen werkelijkheid en verbeelding doet vervagen.

Vanuit die benadering nodigde de masterclass ‘Between Instant and Infinite –The Foxy Way of Seeing’ de deelnemers uit om binnen te stappen in Carmens eigen universum: een wereld waarin digitale en analoge fotografie moeiteloos in elkaar overvloeien en waarin elk beeld tegelijk zorgvuldig geconstrueerd én emotioneel geladen is.

Centraal in de masterclass stond Polaroid-fotografie. Verre van een nostalgisch gebaar werd instant film hier een discipline. De deelnemers werden aangemoedigd om te vertragen, aandachtiger te kijken en te werken binnen de beperkingen van een medium waarin elke opname gewicht draagt. Omdat er geen ruimte is voor eindeloze herkansingen, vraagt het proces om intentie, precisie en aanwezigheid. “Polaroids betekenen voor mij verschillende dingen”, vertelt Carmen De Vos. “Eerst en vooral: ze zijn imperfect. Ik hou ervan dat ze niet de perfectie van de Instagram-wereld hebben, maar net het tegenovergestelde zijn. Daarnaast zijn ze tastbaar. Je kan ze vasthouden, ruiken en zien ontwikkelen. Ze bestaan buiten bits en bytes. En ten derde: ze zijn traag. Je moet nadenken over wat je wil doen. In een snelle wereld dwingen Polaroids je om te vertragen.”

Tijdens de masterclass begeleidde Carmen de deelnemers niet alleen technisch, maar ook conceptueel. Ze daagde hen uit om opnieuw na te denken over hoe beelden worden opgebouwd en wat ze communiceren. Haar praktijk vertrekt vanuit experiment met licht, enscenering en intimiteit. In haar werk gebeurt niets toevallig: zelfs binnen de schijnbare spontaniteit van instant fotografie is elk element bewust gecomponeerd. “Ik gebruik fotografie niet als registratie,” zegt ze. “Ik gebruik het als een vorm van creëren. Ik bedenk wat ik wil maken en vervolgens zet ik het in scène. Met licht kan je sfeer, poëzie en een extra laag fantasie toevoegen. Het laat je toe om een beetje afstand te nemen van de realiteit.”

Haar visuele taal verkent vaak sensualiteit, vrouwelijkheid en intimiteit vanuit een blik die tegelijk bevrijdend en ontregelend werkt. Dromerige sferen gaan hand in hand met een onderliggende authenticiteit, waardoor beelden ontstaan die zowel surrealistisch als erg menselijk aanvoelen. Voor Carmen staat storytelling centraal. Elke foto wordt een geconstrueerd verhaal.

Voor de deelnemers werd de masterclass meer dan een technische oefening; het werd een onderdompeling in een andere manier van kijken en werken. Portretfotograaf Ioannis Tsouloulis nam deel precies om die verschuiving in perspectief te ervaren. Zijn eigen werk

focust op puurheid en de essentie van de persoon voor de lens, waarbij hij afleidingen weglaat om te tonen wat hij omschrijft als ‘innerlijke schoonheid’. Carmens aanpak, rijk aan enscenering en narratief, vormde voor hem een opvallend contrast. “Zij bouwt een volledig verhaal rond een beeld, en dat doe ik niet”, vertelt hij. “Ik wilde begrijpen hoe iemand anders denkt om zulke beelden te creëren. Dat was enorm inspirerend.” De kern van dat verschil ligt volgens hem in een gedeeld principe: verbinding. “In portretfotografie heb je een connectie nodig”, zegt Tsouloulis. “Een fotograaf vertelde me ooit dat een goede foto het verhaal vertelt van de geportretteerde persoon, van de fotograaf én van de interactie tussen beiden. Vandaag verliezen we dat soms door sociale media en algoritmes die beelden beginnen sturen.”

Ook andere deelnemers werden uitgedaagd om buiten hun vertrouwde werkwijze te stappen. Straatfotograaf Kathy Orbie, die gewend is aan spontane ontmoetingen in de publieke ruimte, belandde plots in onbekend terrein. “Ik ga meestal gewoon naar buiten en leg vast wat mijn aandacht trekt. Ik werk normaal niet in een studio, dus dit haalt me uit mijn comfortzone”, vertelt ze.

“Er zijn mislukkingen, en imperfectie aanvaarden hoort bij de uitdaging.“

Voor Noor Jorquera, die voornamelijk vanuit snelle digitale fotografie werkt, introduceerde de workshop een radicaal ander ritme: “Werken met intentie, sfeer opbouwen en personages ontwikkelen nog voor je afdrukt. Het vertragen, nadenken voor je handelt en bewust werken vanuit een verhaal was een van de belangrijkste inzichten die ik meekreeg.”

Carmen moedigde die verschuiving bewust aan. “Veel deelnemers werkten enkel digitaal, en Polaroid is niet eenvoudig. Er zijn mislukkingen, en imperfectie aanvaarden hoort bij de uitdaging. Maar wanneer ze beseffen dat ze de realiteit kunnen sturen, suggereren en manipuleren, beginnen ze anders te kijken.”

Achter het masker

Tijdens een weekend in Destelheide gingen jongeren van de Brusselse organisatie D’Broej en BX Jeunes samen met kunstenares Joke Raes en choreograaf Sylla Bahir aan de slag rond maskers, identiteit en beweging. Het artistieke atelier Maskerportretten — Meervoudige Identiteit groeide uit tot een moment van zelfonderzoek, vertrouwen en verbinding.

Wat gebeurt er wanneer je jongeren uit hun vertrouwde omgeving haalt en hen enkele dagen onderdompelt in natuur, kunst en stilte? Voor coördinator Rudy Raes van D’Broej is dat geen vrijblijvende vraag. “Veel jongeren dragen een zware rugzak met zich mee, letterlijk en figuurlijk. Ze stellen zich vragen, zijn op zoek naar zichzelf en naar elkaar. Precies daarom zijn plekken als Destelheide belangrijk: even weg uit de dagelijkse drukte, loskomen van wat vanzelfsprekend lijkt, en ruimte maken voor iets nieuws”, zegt Rudy.

Onder de noemer Impact Verbinding trokken D’Broej en BX Jeunes met een groep jongeren naar Destelheide. De deelnemers kwamen uit Brussel, maar ook uit onder

meer Duitsland en Oostenrijk. Wat hen verbond, was een openheid om via kunst na te denken over wie ze zijn, hoe ze zich tonen en welke lagen er schuilgaan achter een gezicht.

Centraal stond het thema identiteit. Niet als iets vasts of eenduidigs, maar als iets dat beweegt, verandert en uit verschillende facetten bestaat. Die gedachte kreeg letterlijk vorm in het maken van maskers. Samen met kunstenares Joke Raes bouwden de jongeren laag na laag aan een eigen masker. “Als vertrekpunt keek ik samen met de deelnemers naar maskers uit verschillende culturen en periodes, naar de invloed van Afrikaanse maskers op het kubisme van Pablo Picasso, naar het surrealisme en naar hedendaagse mode en performance, met referenties naar Walter

Van Beirendonck en Tom Van Der Borght”, vertelt Joke Raes. “Ook mijn eigen porseleinen maskerreeks vormde een aanleiding om stil te staan bij thema’s als kwetsbaarheid, identiteit en de vele lagen waaruit een mens bestaat. Vanuit deze inspiratiebronnen gingen de jongeren vooral op zoek naar hun eigen beeldtaal. Ze creëerden gelaagde maskerportretten waarin persoonlijke emoties, herinneringen, verlangens, dierlijke kenmerken, droombeelden en fictieve personages samenkwamen. Elk masker werd een unieke creatie die tegelijk kon verhullen en onthullen, beschermen en zichtbaar maken.”

Voor deelnemer Hervé Katagaruka was dat meteen ook een van de grootste verrassingen van het weekend. Toen Joke bij de start voorbeelden toonde, dacht hij niet dat hij zelf tot zoiets in staat zou zijn. “Ik had niet gedacht dat wij ook zoiets konden maken,” vertelde hij achteraf. “Zo gedetailleerd, zo mooi. Wat me vooral bijblijft, is dat de groep in korte tijd iets kon creëren dat er echt stond. Niet na weken oefenen of voorbereiden, maar door zich open te stellen voor het proces en stap voor stap te bouwen aan iets eigens.”

Volgens Rudy Raes lag daarin ook een belangrijke kracht van het atelier. De jongeren verlegden grenzen, maar zonder dat ze geforceerd werden. “Joke Raes voelde volgens hem goed aan wat de groep nodig had. Ze luisterde actief, respecteerde het ritme van de jongeren en gaf hun tools die aansloten bij hun leefwereld. De manier waarop zij onze jongeren gerespecteerd heeft en hen een plaats gaf, was voor mij de kern van de zaak,” vertelt hij.

“Wat me vooral bijblijft, is dat de groep in korte tijd iets kon creëren dat er echt stond. Niet na weken oefenen of voorbereiden, maar door zich open te stellen voor het proces en stap voor stap te bouwen aan iets eigens.” – deelnemer Hervé Katagaruka

Naast de maskers was er ook beweging. Daarvoor werkte de groep samen met Sylla Bahir, danser, choreograaf en cultureel promotor. In zijn workshop vertrok Sylla vanuit dansen uit verschillende landen. Zo wilde hij tonen hoe beweging zelf verschillende identiteiten kan dragen. Daarna liet hij de jongeren het lichaam opdelen in zeven delen. Elk lichaamsdeel werd een vertrekpunt om gevoelens te onderzoeken en uit te drukken. “We probeerden te tekenen wat we voelen met de verschillende delen van het lichaam,” legt hij uit. “En tegelijk gingen we ook richting een vorm van spiritualiteit.” Aan het einde van de workshop dansten de jongeren zelf. Hun performance begon met geluid en beweging, ging langs verschillende soorten dans en eindigde met de maskers die ze samen met Joke hadden gemaakt.

De combinatie van maken, bewegen en reflecteren maakte het weekend intens. In de slotronde vielen woorden als mystiek, verruimend en vreemd. Sommige jongeren leerden zichzelf op een nieuwe manier kennen. Anderen moesten wennen aan de oefeningen, net omdat ze zo ver af stonden van wat ze normaal doen. Maar de algemene sfeer was warm en enthousiast. “Voor mij is dat precies wat zulke projecten kunnen doen”, aldus Rudy Raes. “Jongeren laten ervaren dat verbinding mogelijk is, ook tussen verschillende talen, achtergronden, leeftijden en identiteiten.”

De natuur speelde daarin een stille maar belangrijke rol. Destelheide bood niet alleen werkruimtes, maar ook rust, lucht en afstand. “Noem het een soort terugkeer naar de basiselementen: aarde, lucht, water, natuur”, vertelt Rudy. “In die omgeving kunnen jongeren even hun dagelijkse realiteit loslaten. Niet om eraan te ontsnappen, maar om er nadien anders naar terug te keren. Het is niet de bedoeling om te blijven hangen. Het gaat erom dat ze hun rugzak even kunnen leegmaken en opnieuw vullen met positiviteit.”

In april bracht de Erasmus+training Words Between the Lines meer dan 25 jeugdwerkers uit heel Europa samen. De training werd georganiseerd door Destelheide, Hanenbos en de Hoge Rielen, in samenwerking met Pangeya Ultima uit Oekraïne. Een week lang verbleven de deelnemers in Destelheide, waar ze via non-formele educatie werkten rond communicatie, dialoog en intercultureel leren.

Deelnemers uit Oekraïne, Portugal, Finland en België doken samen in de wereld van betekenisvolle communicatie via workshops, groepsactiviteiten en creatieve methodieken. Door reflectie en praktijk met elkaar te combineren, moedigde het programma deelnemers aan om buiten klassieke vormen van expressie te stappen. “Voor mij werkten vooral de speelse en praktische activiteiten het best”, zegt trainee Kristina. “Ze brachten twee werelden samen waar ik me thuis in voel: jeugdwerk en theater. De combinatie daarvan leverde echt bruikbare tools en methodes op.”

De kern van het project draait om wederzijds begrip, kritisch denken en menselijke verbinding. Tegelijk wil het een veilige ruimte creëren waar deelnemers ideeën kunnen delen, verschillende perspectieven leren kennen en manieren ontdekken om verder te communiceren dan woorden alleen. Die impact werd al snel zichtbaar op persoonlijk vlak. ‘Voor het programma was ik me niet echt bewust van hoe mensen konden reageren op wat ik zei”, meent Angela, van het Portugese Centro de Juventude de Braga, “Nu voel ik me veel bewuster voelt van mijn communicatie.”

De week begon met verschillende teambuildingactiviteiten en spelvormen die de deelnemers hielpen elkaar beter te leren kennen en vertrouwen op te bouwen. Tegelijk nodigden die eerste ontmoetingen hen uit om stil te staan bij hun eigen communicatiestijl: hoe ze zichzelf uitdrukken, anderen interpreteren en omgaan met emoties binnen een groep. “De deelnemers evolueerden van zich wat onzeker

De kern van het project draait om wederzijds begrip, kritisch denken en menselijke verbinding.

voelen naar meer zelfvertrouwen krijgen en durven experimenteren met zowel emoties als interacties met anderen”, zegt Mary, trainer bij de Oekraïense organisatie Pangeya Ultima.

Een belangrijk onderdeel van het programma was leren hoe je veilige omgevingen kan creëren binnen elke communicatieve context, zelfs in situaties die ongemakkelijk of uitdagend aanvoelen. Via rollenspelen en gesimuleerde scenario’s verkenden deelnemers praktische tools om open, eerlijke en respectvolle communicatie te stimuleren. Ellinoora van het Finse Villa Elba benadrukte daarbij het belang van persoonlijke grenzen: “Ik heb veel geleerd over mijn grenzen, hoe ik ermee kan omgaan en hoe ik mezelf beter kan begrijpen en tegelijk situaties kan blijven beleven.”

Naarmate de week vorderde, werd de sterke verbondenheid binnen de groep steeds duidelijker. Ook buiten de geplande sessies ontstonden spontaan gezamenlijke activiteiten die het natuurlijke groepsgevoel weerspiegelden. Wandelingen in de natuur rond het meer in de omgeving van Destelheide werden een vaste gewoonte en boden momenten van rust, ontkoppeling en informele connectie. Zoals de Oekraïense deelnemer Dima vertelde: “Een van de mooiste momenten was samen wandelen in de natuur, langs de velden en het meer vlakbij. Deze omgeving is prachtig.”

Er was ook ruimte voor zelforganisatie en leiderschap. Tijdens de Open Spaces-dag kregen deelnemers de kans om zelf workshops te ontwerpen en begeleiden op basis van hun eigen interesses. Dat resulteerde in een breed aanbod: van bewegingssessies en groepsgesprekken tot meditatie, massage en zelfs een workshop klei. Een van de meest memorabele momenten van de week was een pianoconcert van een Oekraïense deelnemer. Haar verhaal en performance raakten de groep diep. Angela uit Portugal omschreef het als volgt: “Het hoogtepunt van de week was Alisa’s pianoconcert. Het was enorm ontroerend en iedereen leefde intens mee. De sfeer die ontstond was bijna magisch.”

Daarnaast stelden deelnemers ook hun eigen jeugdorganisaties voor. Ze deelden niet alleen hun werking, maar ook de waarden en maatschappelijke thema’s waarvoor ze zich inzetten. Die organisaties weerspiegelden niet alleen de diversiteit van de groep, maar speelden ook een essentiële rol in het mogelijk maken van het project en in het versterken van een breder Europees netwerk van samenwerking en impact.

Tegen het einde van de week was Words Between the Lines uitgegroeid tot veel meer dan een trainingsprogramma. Ondanks hun verschillende achtergronden slaagden de deelnemers erin een gedeelde ruimte van vertrouwen en openheid te creëren.

Destelheidestraat 66

1653 Dworp

+32 2 380 39 15 info@destelheide.be destelheide.be

Lotsesteenweg 103

1653 Dworp

+32 2 380 47 13 info@hanenbos.be

hanenbos.be

ENTR! - Trimestrieel magazine

Erkenningsnr. P209319 3000 LEUVEN

PB- PP

BELGIE(N) - BELGIQUE

P209319 3000 LEUVEN

Nr. 73

Magazine Destelheide & Hanenbos

April 2025juni 2025

Trimestrieel magazine

V.U.

Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme vzw beheert de Hoge Rielen, Destelheide en Hanenbos in opdracht van de Vlaamse Overheid.
Guy Uyttebroeck, Destelheidestraat 66, 1653 Dworp

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook