JEUGDLOKALEN & VERKEERSVEILIGHEID Maak werk van een verkeersveilige omgeving van jeugdlokalen augustus 2005
DEEL
DEEL
JEUGDLOKALEN & VERKEERSVEILIGHEID Maak werk van een verkeersveilige omgeving van jeugdlokalen augustus 2005
Redactie: Patrick Auwerx (Mobiel21 vzw) Veerle De Bent (Mobiel21 vzw) Dirk Verhoeven (Mobiliteitscel) Helmut Paris (Mobiliteitscel) Rik Gadeyne (Steunpunt Jeugd) Deden ook hun duit in het zakje: Bart Brepoels (KLJ) Els Pieraerts (KSJ-KSA-VKSJ) Joke Laukens (VVKSM) Kristof Vansteenkiste (VVJ) Sabine De Weser (Steunpunt Jeugd) Vormgeving & lay-out: Pepijn Haghebaert Drukkerij: De Riemaecker Printing BVBA Fotomateriaal: Chiro, FOS, KSJ-KSA-VKSJ, Mediatheek Mobiel21, VDS, VVKSM. augustus 2005
Locomotief Arenbergstraat 1 D 1000 Brussel Tel. 02 551 13 79 Fax 02 551 13 85 E-mail info@locomotief.be Website www.locomotief.be
VERKEERSVEILIGHEID ROND HET JEUGDLOKAAL? MAAK ER ZELF WERK VAN! Allerlei organisaties en de overheid leveren aanzienlijke inspanningen om de verkeersveiligheid van de zachte weggebruiker, zoals ďŹ etsers en voetgangers, te verbeteren. Heel wat van die initiatieven richten zich op de schoolomgeving. Kinderen en jongeren begeven zich echter ook vaak met de ďŹ ets of een ander vervoermiddel naar het jeugdhuis of het jeugdlokaal. Vaak worden ze tijdens deze verplaatsingen met onveilige verkeerssituaties geconfronteerd. Hier dienen we ons bewust van te worden. Hopelijk draagt deze brochure niet alleen bij tot die bewustwording, maar zorgt zij er ook voor dat er effectief werk gemaakt wordt van verkeersveiligheid naar en rond het jeugdlokaal. Een veiliger straatbeeld kan op verschillende manieren bekomen worden, maar zal vaak een inspanning vergen van vele betrokkenen. Wij hebben alvast een rotsvast vertrouwen in de kracht van jongeren. Binnen de leidingsploeg, jeugdhuiskern, jeugdraad of gemeente kunnen jongeren meewerken aan de verkeersveiligheid. Men kan sensibiliseren door middel van ludieke acties, een correct verkeersgedrag bij de kinderen en jongeren nastreven of meedenken bij infrastructurele maatregelen zoals bijvoorbeeld het aanleggen van verkeersdrempels. In deze brochure worden heel wat mogelijkheden aangereikt. Voor een goede oplossing is overleg met alle betrokkenen noodzakelijk. Een warme oproep dus om er samen voor te zorgen dat kinderen en jongeren de mogelijkheid krijgen zich op een veilige manier zelfstandig te verplaatsen. Kathleen Van Brempt Vlaams minister van Mobiliteit, Sociale Economie en Gelijke Kansen Bert Anciaux Vlaams minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel
7
8
INHOUDSTAFEL
Inleiding ______________________________________
11
DEEL 1 WAAROM WERKEN AAN VEILIG BEREIKBARE JEUGDLOKALEN? ____________________________
13
Verkeer & school ___________________________ Verkeer & vrije tijd __________________________ Verkeer en kwetsbaarheid ____________________ Kwetsbaarheid & beperkte zelfstandige mobiliteit _
13 14 16 18
De uitdaging(en) voor het jeugdwerk __________________
20
1. 2. 3. 4.
DEEL 11 HOE WERKEN AAN VEILIG BEREIKBARE JEUGDLOKALEN? ____________________________
23
1. Vier mogelijke actieterreinen _________________ 2. Ieder heeft zijn rol __________________________ 3. Inventarisatie ______________________________ 3.1. Inventarisatie van de verplaatsingswijzen ________ 3.2. Inventarisatie van de knelpunten ______________ 4. Doel _____________________________________ 5. Plan je acties _______________________________ 5.1. Zachte maatregelen _______________________ 5.1.1. Vervoersregeling en mobiliteitsbeheersing ______ 5.1.2. Informatie __________________________ 5.1.3. Sensibilisatie ________________________ 5.1.4. Vorming ___________________________ 5.2. Harde maatregelen _______________________ 6. Uitvoering ________________________________ 7. Evaluatie en opvolging _______________________
23 25 27 28 28 33 34 35 35 37 39 40 43 47 47
DEEL 111 CONTACTGEGEVENS & WEBSITES _____________
49
1. Links naar nuttige websites ___________________ 2. Contactgegevens organisaties/instanties ________ 2.1. Mobiliteit ______________________________ 2.2. Jeugd _________________________________
49 50 50 51
9
10
INLEIDING
Als je deze brochure volledig doorneemt, ben je goed op weg om de plaatselijke verkeersspecialist te worden. Neen, zo’n vaart zal het wellicht niet lopen, maar toch. Deze brochure reikt je veel informatie en actiemodellen aan om de verkeersveiligheid rond en naar je jeugdlokaal te vergroten. Zo willen we jou, als betrokkene bij het plaatselijke jeugdwerkbeleid, stimuleren om te werken aan de verkeersituatie en het verkeersgedrag in je omgeving. Zodat kinderen en jongeren zich zelfstandiger, veiliger en milieuvriendelijker naar het jeugdlokaal kunnen begeven. Zelf al voor de volle honderd procent overtuigd van het nut van veilig bereikbare jeugdlokalen? Goed zo! Hoe dan ook wapenen we je in het eerste deel van deze brochure met een resem goede argumenten die je kunnen helpen om derden te overtuigen met je plannen mee te werken. Nog niet genoeg hooi op je vork? Dan dagen we je ook uit om te werken aan ‘duurzame jongerenmobiliteit’. Zich zelfstandig en milieuvriendelijk verplaatsen is iets om van jongs af mee te beginnen. Als kinderen nooit leren een fiets te gebruiken, waarom dan verwachten dat ze op latere leeftijd naar de bakker zullen fietsen? Aan het jeugdwerk dus om zich niet alleen als organisatie zoveel mogelijk te voet en met de fiets te verplaatsen, maar dat gedrag ook bij hun leden te stimuleren. Het tweede deel van de brochure is het belangrijkste. Hier vind je een stappenplan met ideeën waarmee je aan de slag kan om voor (een deel van) de kinderen en jongeren in je gemeente het verkeer veiliger te maken. Sommige acties zorgen ervoor dat ze zich ook zelfstandiger kunnen verplaatsen. En als het verkeer naar het jeugdlokaal er veiliger op wordt, zullen ouders minder snel de auto van stal halen om hun kind te brengen. Wat niet alleen goed is voor het milieu, maar ook voor de verkeersveiligheid … In het derde en laatste deel vind je ook nog een aantal webadressen en contactgegevens van organisaties waar je terecht kan voor meer informatie. We wensen je alvast veel succes met je plannen en acties!
11
12
DEEL 1 DEEL
DEEL 1
WAAROM WERKEN AAN VEILIG BEREIKBARE JEUGDLOKALEN? Mobiliteit is een complexe materie en een essentieel onderdeel van onze samenleving. Mensen verplaatsen zich om te werken, school te lopen, om te ontspannen, om te werken, ... Vele verkeersproblemen hebben te maken met wanneer, naar waar, hoeveel en hoe we ons verplaatsen. Te veel auto’s op de baan geeft files, verhoogt de onveiligheid voor de weggebruikers en maakt onze steden en dorpen drukker en minder leefbaar. Bovendien stemt de voorspelde groei van het auto- en vrachtverkeer niet zo hoopvol ... Extra aandacht voor kinderen en jongeren in het verkeer is geen overbodige luxe. Ben je zelf nog niet helemaal overtuigd, of ken je mensen die overtuigd moeten worden? We geven je in dit deel argumenten waarom die aandacht er wel moet zijn. 1. VERKEER & SCHOOL ______________________________
---------------------------------------------1 Onderzoek verplaatsingsgedrag Vlaanderen, aandeel verplaatsingen per motief en leeftijdscategorie, 2000
Op weg naar school krijgen kinderen en jongeren overduidelijk met het verkeers- en mobiliteitsprobleem te maken. Terecht gaat er veel (beleids)aandacht naar de woon-schoolverplaatsingen. School lopen is voor jongeren een ‘verplichte’ activiteit die vele verplaatsingen met zich mee brengt: 36% van de verplaatsingen van kinderen tussen 6 en 12, en liefst 41% van de verplaatsingen van jongeren tussen 13 en 15 jaar.1 Het meeste schoolverkeer valt in de spitsuren, als ook het woon-werkverkeer, het zakelijk en het goederenverkeer volop in beweging is ... In dat drukke verkeer zijn jonge fietsers en voetgangers kwetsbare weggebruikers. Een groot aandeel van de letselongevallen met fietsers gebeurt binnen korte tijdsspannen: - tussen 8 en 9 uur ‘s morgens, - maar vooral tussen 16 en 17 uur - en tussen 12 en 13 uur op woensdagen. De aandacht voor ‘duurzame’ schoolmobiliteit wordt gelukkig stevig gevoed met tal van onderzoeken, ideeën, campagnes, actiemodellen, educatief materiaal, ...
13 DEEL 1
Mobiliteit wordt duurzaam2 genoemd als: - verplaatsingen mogelijk zijn, - functies bereikbaar zijn, - ze betaalbaar is voor gebruikers en overheid, - ze ecologisch verantwoord is, - ze niet ten koste gaat van de kwaliteit van de omgeving, - ze veilig is voor iedereen (ook kinderen, ouderen, minder kapitaalkrachtigen), - ze de mogelijkheid geeft om zich zelfstandig te verplaatsen.
---------------------------------------------2 Miermans, 1998.
Het lijkt misschien een ver-van-je-bed-show, maar het school-woonverkeer staat niet helemaal los van de jeugdsector. Ook een jeugdraad of jeugddienst kan initiatieven nemen met betrekking tot schoolmobiliteit. Uiteindelijk moet het belang voor het ‘welzijn’ van kinderen en jongeren voorop staan. Overleg met de onderwijsdienst en/of mobiliteitsdienst (bijvoorbeeld in het kader van het jeugdwerkbeleidsplan) kan veel duidelijk maken. Enkele mogelijke initiatieven: - Bij de opmaak van een schoolvervoerplan wordt het advies van de jeugdraad gevraagd. - Voorbeeldinitiatieven rond schoolmobiliteit kunnen een (aangepaste) navolging krijgen in de jeugdbeweging. - Een school en een jeugdhuis die in dezelfde straat liggen, kunnen gebiedsgericht samenwerken. 2. VERKEER & VRIJE TIJD _____________________________ Waar we school-woonverkeer kunnen typeren als een verplaatsing van punt A naar B, is mobiliteit van jongeren in de vrije tijd veel complexer! Gerekend in aantal afgelegde kilometers verplaatsen jongeren zich trouwens veel meer om zich te ontspannen, te winkelen, sociale contacten te leggen, ...3 Hoewel de meeste studies zich richten op het school-woonverkeer, gebeuren er meer ongevallen tijdens de andere verplaatsingen van kinderen en jongeren, namelijk ongeveer 70% van de ongevallen. Meer beleidsaandacht voor het vrijetijdsverkeer van kinderen en jongeren is dus geen luxe!
14 1
DEEL
---------------------------------------------3 Onderzoek verplaatsingsgedrag Vlaanderen, afgelegde kilometers per motief per leeftijdscategorie, 2002. Eigen interpretatie: als we de categorieën ontspanning, winkelen, bezoeken (uitgezonderd ‘school’ en ‘andere’) samen beschouwen als ‘vrije tijd’ gaat het over gemiddeld 52% tussen 6 en 15 jaar.
Je bent jong en actief. Je wil allerlei dingen doen. Daarom moet je je dikwijls verplaatsen. Maar soms fiets je ook zomaar rond ... Jongerenmobiliteit ---------------------------------------------4 Onderzoek betreffende de vervoersautonomie van kinderen. p. 3-4; PODO II, FOW, Langzaam Verkeer/Kind en Samenleving, 53pp. (Meire J. & Vleugels I, 2004) Kliksons-bevraging (2004)
Bestaat er zoiets als jongerenmobiliteit4? Kinderen en jongeren gedragen zich inderdaad anders in het verkeer dan volwassenen. Hun activiteiten vragen verplaatsingen en zeker kinderen moeten dat nog leren. Voor kinderen is mobiliteit vooral gekoppeld aan spelen, rondkijken en -hangen. De straat is een ‘verblijfplaats’! Naarmate men ouder wordt, breidt ook de actieradius zich uit en worden bestemmingen relevanter. Jonge kinderen zijn nog sterk gericht op de eigen buurt of de straat. Oudere kinderen en vooral jongens streven naar een grotere bewegingsvrijheid. Ze gaan zich meer op plaatsen richten waar ze zichzelf kunnen zijn. De stad, winkelcentra, café, jeugdhuis, festivals, ... zijn plaatsen waar zij hun eigen identiteit kunnen vormen. Om die nieuwe locaties te bereiken is doelgerichte mobiliteit nodig. (Je neemt bijvoorbeeld de bus om naar de stad te gaan of de trein om naar een festival te gaan.) Vervoerswijze De vervoerswijze is een complexe zaak omdat kinderen en jongeren zich niet altijd autonoom mogen, kunnen of durven te verplaatsen. Op de straten en pleinen kunnen ze geconfronteerd worden met risico’s (zoals verkeersonveiligheid en sociale onveiligheid) en ouders proberen die risico’s, maar ook de groei in onafhankelijkheid, in de hand te houden. - De fiets (en skates, bromfiets, ...) leent zich vlot voor sociale contacten met leeftijdsgenoten. - De bus is voor jongeren interessant voor autonome langere afstanden. - De auto is vooral praktisch inzetbaar over grotere afstanden. In die situaties waar het hen goed uitkomt kiezen kinderen ook voor de comfortabele auto. Zelfstandige mobiliteit heeft dus verschillende aspecten: verkeersveiligheid, sociale veiligheid, milieuvriendelijke vervoerswijzen, onafhankelijkheid en zelfstandigheid. 15 DEEL 1
3. VERKEER EN KWETSBAARHEID __________________ De meest gemeenschappelijke beleving die kinderen en jongeren in het verkeer hebben is ‘dat ze zich kwetsbaar voelen’.5 Dit gaat zowel over ‘verkeersveiligheid’ als over sociale onveiligheid: gedrag van oudere jongeren tegenover jongere, onveilige buurten, een niet verlichte fietsweg, ... Gevoelsmatig Op zich is het zich ‘niet veilig’ voelen in het verkeer een subjectieve beleving. - Jongeren vinden een bepaalde verkeerssituatie eerder ‘lastig’ of ‘gevaarlijk’. Geen fietspad op een landelijke weg is lastig, een onoverzichtelijk kruispunt is gevaarlijk. - Jongeren associëren de overmacht van de ‘auto’ met asociaal gedrag. “Ze rijden mij ‘expres’ bijna in de gracht.” Cijfermatig Er zit een grote ‘waarheid’ in die beleving van jongeren, zeker als we gaan kijken naar de ongevallencijfers. Ondanks de absolute daling van het aantal ongevallen blijven kinderen, jongeren én jongvolwassenen de grootste risicogroep. Bij 15- tot 29-jarigen is het verkeer zelfs doodsoorzaak nummer één! Wat alvast opvalt, is dat beleving van jongeren en objectieve waarnemingen elkaar hier ontmoeten! Waarom zijn kinderen en jongeren meer kwetsbaar? Ongevallen worden veroorzaakt door meerdere componenten, we denken dan vooral aan: - voertuig, - infrastructuur (omgeving), - gedrag (mens). Vaak is de oorzaak niet enkel aan één van bovenstaande factoren te wijten. Ongevallen worden immers veroorzaakt door een samenloop van meerdere ongunstige omstandigheden. Bijvoorbeeld overdreven snelheid in combinatie met weersomstandigheden, rijden onder invloed en de aanwezigheid van een scherpe bocht. De auto mist de 16 1
DEEL
---------------------------------------------5 Belevingsonderzoek vervoersautonomie, Meire 2002.
bocht en rijdt de nietsvermoedende, onbeschermde fietser aan ... Voertuig Jongeren zijn vooral gebruikers van ‘onbeschermde’ vervoerswijzen, zoals de fiets. Uit onderzoek6 blijkt dat voor (brom)fietsers, voetgangers en motorrijders het risico per afgelegde kilometer tien keer groter is dan de gemiddelde verkeersdeelnemer. Infrastructuur Een andere oorzaak vinden we in het gebrekkig ontwerp en slechte staat van de infrastructuur. Hierdoor worden vaak te hoge eisen gesteld aan de (nog beperkte) taakbekwaamheid van kinderen. Zo wordt een verkeersader een echte barrière op een fietsroute als er geen goede oversteekvoorzieningen zijn. Of een niet geschoren heg belemmert het zicht. Gedrag Ten slotte mogen we niet vergeten dat ook het gedrag van de verkeersdeelnemers een belangrijke, zoniet dé belangrijkste factor is van de ongevalrisico’s ...7
---------------------------------------------6 Onderzoek ‘versterken van het beleid t.a.v. kwetsbare verkeersdeelnemers’. ---------------------------------------------7 Een oude Britse studie beweert dat in 90% van de ongevallen het gedrag (niet alleen) een rol speelt.
Kinderen zijn nog volop in hun fysieke, mentale en sociale ontwikkeling. Daardoor zijn ze beperkt in hun mogelijkheden en wijken ze af van het ‘normaal’ geacht verkeersgedrag. Hun reactiesnelheid, evenwicht, informatieverwerkingscapaciteit, inzicht in het verkeersproces zijn immers niet optimaal. In omgevingen met kinderen en jongeren zouden dan ook volgende maximumsnelheden gehanteerd moeten worden: - voor peuters en kleuters (zonder begeleiding): geen autoverkeer of maximum 5 km/uur; - voor kinderen tot 12 jaar en speelse adolescenten: maximum 30 km/uur; - oudere jongeren en volwassenen: 40 à 50 km/uur. Kinderen en jongeren zijn ook niet gefocust op de verkeerstaak (ze zijn gefocust op het plezier van het zelfstandig kunnen fietsen en exploreren de nieuwe omgeving), beslissen niet-rationeel (ik neem de kortste baan om links af te slaan) en zijn snel afgeleid (praten met vriendjes is veel leuker). Het risico op ongevallen is het hoogst telkens men in contact komt met nieuwe vervoermiddelen of -situaties. Het vertrouwd raken of ervaring opdoen is uitermate belangrijk. De nodige capaciteiten en 17 DEEL 1
vaardigheden leert men al doende. Met de leeftijd neemt de kennis en inzicht in verkeerssituaties ook toe, maar soms overschat men zijn eigen vaardigheden al eens. Pas vanaf 13 à 14 jaar kan men adequaat reageren in het verkeer. __________________________________________________
__________________________________________________ Onderzoek bij jongeren tussen 12 en 15 jaar stelde vast dat jongeren zich in groep wel eens wagen aan onvoorzichtig gedrag in het verkeer. Ze vormen dan een bedreiging voor zichzelf en anderen! Als jongeren in de slachtofferrol zitten is dit natuurlijk ook het gevolg van het onvoorzichtig verkeersgedrag van andere verkeersdeelnemers. Verkeersdeelnemers die bijvoorbeeld aanbevolen snelheden niet respecteren, voetgangers geen voorrang verlenen, of skaters niet opmerken, ... 4. KWETSBAARHEID & BEPERKTE ZELFSTANDIGE MOBILITEIT _______________________________________ Kwetsbaarheid is ook dé grote zorg van ouders. Om kinderen voor de gevaren van het verkeer (en de samenleving) te beschermen worden zij in toenemende mate begeleid in hun mobiliteit. Meestal betekent dit: ‘veilig’ op de achterbank van auto overal naartoe gereden worden. In de vrije tijd boekt het aandeel auto als pas-
18 1
DEEL
---------------------------------------------8 Afhankelijk van het referentieondezoek (Kliksons 2002 of 2004) merken we toch aanzienlijke onverklaarbare verschillen
---------------------------------------------9 Onderzoek betreffende de vervoersautonomie van kinderen (Meire en Vleugels 2004).
sagier (enorme)8 winst ten koste van openbaar vervoer, te voet gaan en – in mindere mate – de fiets. In de vrije tijd daalt dus de vervoersautonomie van kinderen en jongeren, zeker bij de zogenaamde gestructureerde vrijetijdsbeleving (sportclubs, muziekles, jeugdbeweging, hobbyclubs, ...) die op specifieke tijdstippen plaatsvindt. De vrijheid van de volwassenen (autobezit) is ten koste gegaan van de vrijheid van kinderen9. Voor wie van een doordenkertje houdt: hoe meer de ouders moeten rondrijden met hun kinderen, hoe kleiner ook hun vrijheid wordt om hun eigen favoriete activiteiten te doen. Helaas vergeten ouders dikwijls dat ze door hun autoverplaatsingen kinderen geen kans bieden om bijvoorbeeld veilige fietservaring op te doen. Tegelijkertijd zijn die ouders zelf een potentiële factor van onveiligheid tegenover andere kwetsbare weggebruikers. Verkeersveiligheid van kwetsbare verkeersdeelnemers is niet los te zien van duurzame mobiliteit!
19 DEEL 1
DE UITDAGING(EN) VOOR HET JEUGDWERK Werken aan duurzame jongerenmobiliteit zou kunnen betekenen: - Maak specifieke jongerenbestemmingen bereikbaar. - Zorg voor veilige routes en een leefbare (speel)omgeving van die locaties. - Stimuleer autonome, milieuvriendelijke verplaatsingen! Inhoudelijke principes - Kies prioritair voor te voet en fiets. - Kies secundair voor openbaar vervoer. - Kies slechts in laatste instantie voor de auto. Welke principes zijn essentieel bij de aanpak? Geef een positief signaal Blijf niet langs de kant zitten. Jongeren zijn niet ondergeschikt aan de ‘volwassen wereld’. Als deelnemer aan het verkeer kunnen jongeren meedenken en initiatieven nemen om ‘samen’ te werken aan duurzame mobiliteit. Dit betekent ook verantwoordelijkheid opnemen voor het gedrag in het verkeer. Zoek partners Alleen kan je de problemen niet aan. Je leeft ook niet in een (jeugd)vacuüm. Daarom moet je streven naar een constructieve samenwerking met verschillende actoren: in de eerste plaats de kinderen en jongeren zelf, jeugd(bege)leiders, de verantwoordelijke jeugdinstantie, jeugddienst en -consulent, mobiliteitsdienst, school en/of onderwijsdienst, politie, ouders, parochie én soms ook met wegbeheerders of vervoeraanbieders als De Lijn, … In een partnership werkt men volgens het principe van gedeelde verantwoordelijkheid: elk is honderd procent verantwoordelijk, de ‘zwarte piet’ wordt niet doorgeschoven. Partnership maakt belanghebbenden tot ‘medestanders’. Laat factoren samen spelen ... De oorzaken van verkeer- en mobiliteitsproblemen zijn complex en een samenspel van factoren. Idem dito voor de oplossingen. De wisselwerking tussen en versterking van maatregelen is belangrijk. Al te vaak zoeken we al ons heil in wijzigingen in de verkeersinfrastructuur. Ze zijn echter slechts één element in het leefbaar en verkeersveilig maken van bijvoorbeeld de jeugdlocaties. 20
Het aanleggen van een bijkomende parking omdat er een tekort is aan parkeerplaatsen stimuleert misschien (ongewild) het aantal autoverplaatsingen en dus ook het aantal auto’s. Hierdoor blijft het tekort bestaan. Misschien was het stimuleren van het gebruik van de fiets en het openbaar vervoer een betere oplossing.
Infrastructuur schept misschien wel de voorwaarden, toch moet er ook oog zijn voor andere maatregelen zoals campagnes voor meer gebruik van de fiets of aantrekkelijke tarieven voor jongeren openbaar vervoer, ... Kijk verder dan je eigen lokaal Het is goed om je (actie)terrein af te bakenen zonder daarbij evenwel de ruimere omgeving uit het oog te verliezen. Jouw jeugdlocatie maakt samen met andere (jeugd)locaties deel uit van de favoriete plekken die veilig bereikbaar moeten zijn en blijven. We moeten ook voor ogen houden dat de leefwereld waarin kinderen en jongeren zich verplaatsen snel groter wordt met de leeftijd. Werk stap-voor-stap Duurzame jongerenmobiliteit vraagt een stappenplan. Hoe zo’n stappenplan nu precies werkt ontdek je in deel 2. 21
22
DEEL 11 DEEL
DEEL 11
HOE WERKEN AAN VEILIG BEREIKBARE JEUGDLOKALEN? Werken aan een veilige mobiliteit en veilig bereikbare jeugdlokalen doe je best stap voor stap. En zo komen we ook meteen aan het belangrijkste deel van deze brochure: het stappenplan. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Bepaal je actieterrein. Betrek partners. Inventariseer verplaatsingswijze en knelpunten. Vervolgens formuleer je het doel. Hierna plan je de acties. Daarna voer je de acties uit. Tenslotte evalueer je ze.
1. VIER MOGELIJKE ACTIETERREINEN _______________ Verderop in dit deel tref je mogelijke acties aan. Er zijn immers heel wat acties die je als jeugdwerkorganisatie kan ondernemen om de omgeving van en route naar je jeugdlokaal verkeersveiliger te maken. Vele initiatieven kan je echter niet alleen bolwerken. Of ze komen gewoon beter tot hun recht wanneer ze ruimer gedragen zijn. Je kan ook je acties uitbreiden en zo de doelstelling van deze brochure (verkeersveilige omgeving jeugdlokalen) overstijgen. Schematisch De informatie in deze brochure kan je op dus verschillende manieren aanwenden, en dit van heel beperkte acties binnen je eigen organisatie tot ruim gedragen initiatieven die veel kinderen en jongeren ten goede komen.
grondgebied gemeente
C
D
omgeving van je jeugdlokaal
A
B
binnen je eigen organisatie
‘binnen de jeugdraad en/of jeugddienst’
23 DEEL 11
A: ‘omgeving van je jeugdlokaal aanpakken binnen je eigen organisatie’ Je kan binnen je groep of jeugdhuis acties uitwerken die de verkeersveiligheid in de omgeving van je jeugdlokaal (en op de meest gebruikte routes ernaar) ten goede komen. Zorg voor een bewaakte oversteek. Plaats een hekken als scheiding tussen straat en terrein. Organiseer een fietspool. Enzovoort. B: ‘omgeving van alle jeugdlokalen aanpakken binnen een werkgroep van de jeugdraad’ Je kan naar de jeugdraad en/of jeugddienst stappen met de suggestie om in de gemeente te werken aan een grotere verkeersveiligheid in de omgeving van alle jeugdlokalen. C: ‘diverse routes aanpakken binnen je eigen organisatie’ Je kan binnen je groep of jeugdhuis niet enkel werk maken van een verkeersveiligere omgeving van je jeugdlokaal, maar ook stappen ondernemen om diverse routes van je jeugdlokaal naar het speelbos, het skatepark, het speelplein, het zwembad, ... verkeersveiliger te maken. D: ‘binnen de jeugdraad en/of jeugddienst je gemeente verkeersveiliger maken voor kinderen en jongeren’ Binnen de schoot van de jeugdraad en/of jeugddienst kan je het nog groter aanpakken. Kinderen en jongeren zouden zich in hun vrije tijd veilig en zelfstandig moeten kunnen verplaatsen. Waarom niet ijveren voor een zebrapad over de drukke baan waarlangs een speelpleintje ligt? Of kan er met De Lijn niet onderhandeld worden om een bushalte voor het zwembad te plaatsen? Werd er ooit al eens gedacht om een stadsplan op te stellen met aanduiding van de plaatsen waar kinderen en jongeren in hun vrije tijd komen? Kunnen op dit plan de verkeersonveilige situaties dan niet in kaart gebracht worden? En waarom niet meteen alternatieve én veilige routes voorzien? Meerdere mogelijkheden Deze opdeling in vier actiegebieden is natuurlijk theoretisch. Je beperkt je best niet tot één actiegebied. In de praktijk lopen ze door elkaar. Een advies van de jeugdraad aan de gemeente over bijvoorbeeld een verkeersdrempel ter hoogte van de jeugdlokalen, krijgt wellicht sneller een positief antwoord dan diezelfde vraag vanuit één organisatie. 24 11
DEEL
Andersom is het niet aan de jeugdraadvoorzitter om met de ouders van de leden van jouw organisatie afspraken te maken over carpoolen of parkeren voor het lokaal. Ieder zijn rol, ieder zijn taak ... Je merkt het al, je kan alle kanten op. Sommige zaken kan je binnen je eigen organisatie aanpakken, voor andere acties zoek je best partners in je omgeving. In het volgend blokje geven we je een overzicht van mogelijke gelijkgezinden die je kunnen helpen bij je project. 2. IEDER HEEFT ZIJN ROL ___________________________ Initiatieven die verkeersveiligheid en duurzame verplaatsingen bevorderen, zullen meer succes hebben, beter aanvaard en opgevolgd worden als je er de juiste mensen bij betrekt en ze samen met andere partners uitwerkt. Samenwerken en ‘medestanders’ zoeken is de allereerste stap op weg naar een geslaagd project! Je moet niet enkel de kinderen en jongeren bereiken met je boodschap of acties, maar ook ouders, alle begeleiders, politie, ... - Als je bijvoorbeeld een speelstraat wil organiseren, moet je de medewerking verkrijgen van gemeente en politie. - Wil je misschien een autovrije themadag organiseren? Dan moet je een werkgroep samenstellen met mensen die elk een speciďŹ eke taak op zich nemen. Mogelijke rol of inbreng binnen je organisatie Hierna overlopen we even de inbreng die kan komen van je leden, hun ouders en de verantwoordelijken in je organisatie. Leiding, begeleiding, bestuur, ... - Zich veilig en milieuvriendelijk verplaatsen en in hun rijgedrag aandacht hebben voor zwakke weggebruikers. - Initiatief nemen om projecten en acties uit te werken. - Contacten leggen en onderhouden met externen (buurtbewoners, gemeente, politie, ...). - Kinderen, jongeren en hun ouders sensibiliseren (speels en ludiek mag ook!). 25 DEEL 11
-
De regelgeving ‘groepsleiders’ en/of ‘gemachtigd opzichter’ kennen en toepassen. Een groep voetgangers of fietsers begeleiden. Knelpunten inventariseren en signaleren aan gemeente/politie. De organisatie vertegenwoordigen en in overleggroepen of raden een inbreng doen, ook over het thema verkeer en mobiliteit. ...
Kinderen en jongeren - Zich veilig en milieuvriendelijk verplaatsen. - Knelpunten opsporen en aangeven. - Actief meewerken aan initiatieven. - Ouders aanzetten tot een veiliger en milieuvriendelijker gedrag. - ... Laat zeker ook de stem van de kinderen en jongeren horen en betrek ze zoveel mogelijk bij je initiatieven. Kinderen en jongeren spreken dan misschien niet systematisch en spontaan over verkeer of mobiliteit, ze hebben er in elk geval een mening over (als je het hen vraagt)! Ze hebben vaak een andere kijk op de zaak. Kinderen beleven het verkeer ook anders dan volwassenen. Bij een onderzoek naar knelpunten in de omgeving bijvoorbeeld kunnen zij elementen aanbrengen waar ‘volwassenen’ geen oog voor hebben. Ouders - Zich veilig en milieuvriendelijk verplaatsen en tijdens het rijden aandacht hebben voor zwakke weggebruikers. - Knelpunten signaleren aan de leiding en/of gemeente/politie. - Initiatieven ondersteunen. - Initiatieven mee uitwerken. - ... Rol van mogelijke partners buiten de organisatie Niet alleen binnen, maar ook buiten de organisatie zijn er mensen en instanties met wie je kan samenwerken en die je initiatieven kunnen steunen. Door samen te werken met anderen kan je ideeën, maar misschien ook middelen en inzet met elkaar delen.
26 11
DEEL
Gemeente - Het uitwerken van initiatieven ondersteunen. - Vergunningen afleveren (bijvoorbeeld voor een speelstraat). - Initiatieven financiële ondersteuning (bijvoorbeeld bij de aankoop van spelmateriaal over verkeer, het verzekeren van begeleiders van een fietspool, het aankopen van hesjes en helmen, ...). - Wegen herinrichten, signalisatie aanbrengen, ... - Overleg en samenwerking stimuleren of opzetten (bijvoorbeeld tussen jeugddienst, mobiliteitsdienst, dienst ruimtelijke ordening, ...). - Aandacht voor jeugd (en andere kwetsbare groepen) in de ruimtelijke en verkeersplanning hebben. - ... Politie - Toezicht houden op oversteekplaatsen van en naar de lokalen of bij activiteiten. - Bepaalde initiatieven begeleiden (bijvoorbeeld een fietsuitstap, een prikactie, ...). - Advies geven om een veiliger vervoersregeling te bekomen. - Informatie over de uitrusting van fietsen geven. - ... Buurtbewoners / buurtlocaties - Begrip tonen als er bijvoorbeeld een autovrije dag of speelstraat in de straat wordt georganiseerd. - Samenwerken: samen een onderzoek instellen, knelpunten inventariseren, acties opzetten, ... - Verkeersveilig gedrag tegenover kinderen vertonen. - ... 3. INVENTARISATIE _________________________________ Een eerste stap om problemen aan te pakken, is zicht krijgen op: - de verplaatsingswijze van de kinderen, jongeren en leiding van je organisatie. - de knelpunten in de vervoersregeling, in de omgeving van de jeugdlokalen, op de routes naar de jeugdlokalen, maar ook naar de favoriete speelplekken (jeugdlokaal-speelbos, jeugdhuis-skatepark, ...), als je dat wenst. 27 DEEL 11
3.1.
Inventarisatie van de verplaatsingswijzen ____________
Met een eenvoudig systeem van handopsteken krijg je zicht op de verplaatsingswijze. Iemand vult op een fiche (zie voorbeeld op volgende pagina) in hoeveel mensen er zich te voet, met de fiets, met de bus, ... verplaatsen. Als je de gegevens van iedereen hebt samengeteld, krijg je een volledig overzicht van de verplaatsingswijzen. Eventueel moet je dit in elk seizoen eens hernemen. In de lente neemt men al eens sneller de fiets dan de auto ... 3.2.
Inventarisatie van de knelpunten __________________
Er zijn heel wat manieren te bedenken om een goed zicht te krijgen op een aantal knelpunten. We geven je er enkele mee: - Knelpunten inventariseren kan je doen via een enquête of een groepsgesprek. Je vraagt, afhankelijk van de leeftijd, de kinderen, jongeren en/of ouders op een bijgevoegd plannetje van de omgeving de belangrijkste knelpunten aan te duiden in de directe omgeving van de jeugdlokalen, de route ernaar en naar ‘andere’ favoriete plekken (bos, sporthal, …). Welk probleem ervaren zij of hun kind(eren) daar? Dat kan zijn: veel en druk verkeer, geen voetgangers- of fietsvoorzieningen, een gevaarlijke oversteek, onvoldoende verlichting, ... - Je kan ook met een groep kinderen de meest gebruikte parcours afstappen of fietsen en zo proefondervindelijk knelpunten vaststellen. - Heb je minder tijd beschikbaar en de kinderen zijn al wat ouder dan kan je gewoon een stadsplan erbij nemen. De leiding kan met de kinderen/jongeren op een kaart aanduiden waar zij knelpunten ervaren en ze bespreken. - Je kan aan de hand van een checklist (zie voorbeeld op pagina 30) ook vragen naar knelpunten in de vervoersregeling.
28 11
DEEL
29
DEEL 11
Totaal
Met de trein
Met ‘De Lijn’-bus (tram, metro)
Met de bromfiets
Fietsers in groep (fietspool)
Met de fiets
Voetgangers in groep (voetpool)
Te voet
Met de auto als bestuurder
Met de auto als passagier
Carpoolen
Kinderen 6-12 jaar
Jongeren 12-16 jaar
Jongeren 16-18 jaar
Jongeren + 18 jaar
Datum:
Verplaatsingswijze
Telefoonnummer:
Naam organisatie:
Contactpersoon:
Leiding
Totaal
%
Overloop de verschillende verplaatsingswijzen Je kan dit in een spelvorm doen. Kinderen, jongeren en leiding steken hun hand op bij het vervoermiddel waarvoor zij kozen. Vul in hoeveel mensen er met welk hoofdvervoermiddel meestal naar de jeugdlokalen komen. Maak een overzicht voor alle kinderen, jongeren en leiding. Doe dit een keer in herfst/winter en lente/zomer om eventuele verschillen vast te stellen.
Fiche ‘verplaatsingswijze’ Hoe komen kinderen/jongeren/leiding naar de jeugdlokalen?
Voorbeeld - checklist Gebruik dergelijke checklist om een overzicht te krijgen op hoe het vervoer georganiseerd is en welke knelpunten er zijn. KNELPUNTEN IN DE VERVOERSORGANISATIE Algemeen in de omgeving van jeugdlokalen • Is er toezicht voorzien? (van politie, ‘groepsleiders’ of ‘gemachtigd opzichters’) Te voet • Alleen of in groep? Met de fiets • Alleen of in groep? • Fietsenstallingen? • Voldoende • Overdekt • Logische inplantingplaats Met het openbaar vervoer • Is de halteplaats optimaal gelegen? • Is er begeleiding tot aan de halteplaats? • Is de uurregeling voldoende aangepast? Carpoolservice • Wordt het carpoolen gestimuleerd? • Zo neen: Is er nood aan het organiseren van carpoolen? Stationeer- en parkeermogelijkheden in de omgeving • Verloopt het stationeren ordelijk? • Verloopt het parkeren ordelijk? • Zijn de inplantingplaatsen van de parkeerplaatsen logisch?
Andere knelpunten:
30 11
DEEL
JA
NEEN
KNELPUNTEN
Als je het te omslachtig vindt om iedereen te bevragen, kan je ook een werkgroep samenstellen waar leiding, kinderen, jongeren en ouders vertegenwoordigd zijn. Het is dan de werkgroep die knelpunten probeert te inventariseren. Het vraagt wel wat werk om alles te inventariseren en overzichtelijk te presenteren. Maar dat werk zal vruchten afwerpen. Stel de resultaten van je inventarisatie voor op een overzichtsplan. Probeer hierbij een onderscheid te maken tussen: - knelpunten in de directe omgeving van de jeugdlokalen, - knelpunten op de routes naar de jeugdlokalen (of bij uitbreiding van jeugdlokalen naar speelplekken). Dat onderscheid is van belang bij het uitwerken van je acties. Hieronder geven we je een aantal richtvraagjes mee. Gesignaleerde knelpunten in de omgeving van de jeugdlokalen Bespreek de belangrijkste knelpunten per verplaatsingswijze (voetgangers, fietsers, auto’s, bus, eventueel tram/metro) en duid ze aan op een omgevingsplan. Voetgangers Is het veilig voor de voetgangers in de directe omgeving? - Is het oversteken er gevaarlijk? Zo ja, waar en waarom? - Zijn de trottoirs ruim genoeg en comfortabel? Zoniet, waar? Fietsers Is het veilig voor de fietsers in de directe omgeving? - Is het oversteken er gevaarlijk? Zo ja, waar en waarom? - Is het fietsen er veilig en comfortabel? Zoniet, waar en waarom? Auto’s - Zijn de snelheden van het autoverkeer aanvaardbaar? Zoniet, waarom? - Zijn er knelpunten in het parkeer- en stationeergedrag die leiden tot verkeersonveiligheid?
31 DEEL 11
Bus, tram of metro (Vragen over bus, tram of metro enkel behandelen indien aanwezig en er een halte is in de directe nabijheid van de jeugdlokalen.) - Is de halteplaats optimaal gelegen? Zoniet, formuleer dan het probleem. - Is de halteplaats veilig bereikbaar? Zoniet, formuleer dan het probleem. - Is de uurregeling voldoende aangepast? Zoniet, formuleer dan het probleem. Gesignaleerde knelpunten op de routes naar de jeugdlokalen In het vorige vragenlijstje kwam de directe omgeving van het jeugdlokaal aan bod. Hier verruimen we onze blik naar de ruimere omgeving. Bespreek de belangrijkste verkeersknelpunten op de routes naar de jeugdlokalen. Bekijk de verschillende routes vanuit elk standpunt (voetganger, fietser, ...). Vooraleer je alle routes bespreekt baken je best je werkterrein af. Neem een kaartje van je gemeente en trek een cirkel rond je jeugdlokaal van het gebied dat je wil aanpakken. Overdrijf hierbij niet, tijd kan een goede norm zijn: - jongeren vanaf 10 jaar kunnen in een kwartier 750 m tot 1 km stappen, - diezelfde jongeren fietsen in een kwartier ongeveer 3 à 4 km. Stip meteen ook andere belangrijke ‘ankerplaatsen’ voor jongeren (jeugdhuis, sporthal, skatepark, speelplein, scholen, ...) op het kaartje aan.
32 11
DEEL
Voetgangers Zijn de jeugdlokalen veilig en comfortabel te voet bereikbaar? - Zijn er gevaarlijke oversteekplaatsen op de belangrijkste routes naar de jeugdlokalen? - Zijn de trottoirs ruim genoeg en comfortabel genoeg op weg naar de jeugdlokalen? - Is het traject voldoende verlicht? - Zijn kortere routes wenselijk, mogelijk? Fietsers Zijn de jeugdlokalen veilig en comfortabel bereikbaar met de fiets? - Zijn er gevaarlijke oversteekplaatsen op de belangrijkste routes naar de jeugdlokalen? - Zijn de fietsvoorzieningen ruim genoeg en comfortabel genoeg op weg naar de jeugdlokalen? - Is het traject voldoende verlicht? - Zijn kortere routes wenselijk, mogelijk? Openbaar vervoer (bus, tram, metro, trein) - Is de halteplaats veilig bereikbaar vanuit de jeugdlokalen? Zoniet, formuleer dan het probleem. Je kan bovenstaande vragenlijst ook hanteren bij de analyse van knelpunten op de routes naar favoriete ‘speelplekken’.
4. DOEL _____________________________________________ Eenmaal je een goed zicht hebt op de verplaatsingswijze van de kinderen, de jongeren en de leiding en je een inventaris van prioritaire knelpunten hebt, kan je op papier zetten wat je wil aanpakken en welke doelstelling je wil bereiken. Enkele richtvragen die je hierbij kunnen helpen. “Wil je meer milieuvriendelijke verplaatsingen naar de jeugdlokalen?” Voorbeelden zijn: - Meer kinderen en jongeren die te voet of per fiets komen, - Kinderen meer doen bewegen, - Kinderen zelfstandiger aan het verkeer laten deelnemen. 33 DEEL 11
Om milieuvriendelijke verplaatsingen mogelijk te maken en te stimuleren kan je volgende principes hanteren: - Kies prioritair voor stappen en fietsen, - Kies secundair voor openbaar vervoer, - Kies slechts in laatste instantie voor de auto en overweeg of carpooling geen oplossing biedt. “Wil je de verplaatsingen naar de jeugdlokalen veiliger maken?” Voorbeelden zijn: - veiligere en betere fietspaden, - veilige oversteekplaatsen, - Weren of beperken van druk (vracht)verkeer in de straat, - Limiteren van het stationeren in de omgeving van het lokaal. Je kan bij de timing van de maatregelen een rangorde hanteren waarbij je vertrekt van de zachte weggebruiker: - de (kleine) voetganger krijgt de eerste plaats (bijvoorbeeld een verbreed autovrij voetpad), - daarna de fietser en de bus (fietsruimte en bushalte), - ten slotte de auto (rijwegversmalling, parking). 5. PLAN JE ACTIES __________________________________ Wat kan je als organisatie ondernemen om je doelstellingen te bereiken? De beste resultaten bekom je door samen met verschillende partners op verschillende terreinen maatregelen te nemen en initiatieven uit te werken. Daarbij kan je een actieplan als instrument gebruiken. In een actieplan schrijf je ideeën en initiatieven. Een actieplan kunnen we grosso modo opdelen in twee grote onderdelen: - Zachte maatregelen: initiatieven op vlak van vervoersorganisatie, informatie, sensibilisatie, educatie en preventie. - Harde maatregelen: initiatieven op vlak van infrastructuur, ruimtelijke ordening, ...
34 11
DEEL
5.1.
Zachte maatregelen ______________________________
Vooral op dit vlak kan je zelf actief zijn. Op de volgende pagina’s volgt eerst een korte omschrijving van een klein ‘gamma’ aan mogelijke initiatieven. We groepeerden deze als volgt: - vervoersregeling en mobiliteitsbeheersing, - informatie, - sensibilisatie, - vorming. Op het einde van dit deel zit een voorbeeld van een checklist. Als je een actieplan uitwerkt, dan maak je best zelf zo’n checklist op. Zo krijg je een beter overzicht op de acties die je wenst te voeren, welke partners je wil betrekken, welke timing je vooropstelt, ... 5.1.1
Vervoersregeling en mobiliteitsbeheersing
Als we willen dat kinderen en jongeren op een milieuvriendelijke én veilige manier naar de jeugdlokalen komen, dan moet er een goed georganiseerd vervoersaanbod zijn. De mobiliteit beheersen is een belangrijk aspect, een ander belangrijk aspect is dat je – vooral jonge – kinderen gaat begeleiden als opstap naar zelfstandige verplaatsingen ... ‘Groepsleider’ – ‘gemachtigd opzichter’ Sinds 1 januari 2004 is de term ‘groepsleider’ van kracht. Deze term is dus nog betrekkelijk nieuw in het verkeersreglement en – in tegenstelling tot de ‘gemachtigd opzichter’ – is het kader waarbinnen een ‘groepsleider’ mag opereren nog niet helemaal afgelijnd. Daar waar een ‘gemachtigd opzichter’ louter toezicht mag houden op een bepaalde plaats (bijvoorbeeld de ingang van de jeugdlokalen) mag een ‘groepsleider’ ook zijn groep begeleiden bij groepsuitstappen (ook buiten de gemeente) en kinderen helpen bij het oversteken. Deze personen moeten hiervoor geen cursus volgen en geen toestemming krijgen van de burgemeester. Ze hebben bovendien de bevoegdheid om het verkeer tijdelijk stil te leggen wanneer ze kinderen willen laten oversteken. Let op: de aanwijzingen van groepsleiders staan in geen geval boven de verkeerstekens en -regels! 35 DEEL 11
Om ‘groepsleider’ te zijn moet je (strikt) minimaal aan twee voorwaarden voldoen: - in praktijk de leiding van een (jeugd)groep hebben; dus bijvoorbeeld alle (bege)leiders van de jeugdbeweging, - beschikken over het C3-schijfje (reflecterend bord met rode rand). Hoewel dit door de wet niet wordt geëist, raden we toch aan om enkel volwassen (bege)leiders de rol van ‘groepsleider’ op zich te laten nemen. Ze dragen best ook reflecterend veiligheidsmateriaal. Voor meer informatie en extra aanbevelingen kan je wellicht terecht bij je koepelorganisatie of gemeentelijke jeugddienst. Wandelen in groep (voetpool) Je kan de verkeersveiligheid verhogen door een ‘voetpool’ te organiseren. De kinderen wandelen onder begeleiding in kleine groepjes naar een vaste bestemming. Als leiding zoek je eerst vrijwilligers die een groepje kinderen willen begeleiden. Dat kunnen ouders zijn, iemand van de leiding of oudere leden van je organisatie. Eenmaal voldoende begeleiders gevonden zijn, breng je de bestemming en de woonplaats van de begeleiders en kinderen in kaart om zo groepjes samen te stellen. Daarna stippel je de route uit. De veiligste route is niet steeds de kortste! Om de zichtbaarheid van de voetgangertjes te vergroten, kan je gebruik maken van reflecterende armbandjes, hesjes of stickers. Fietsen in groep (fietspool) Je kan de verkeersveiligheid verhogen door een ‘fietspool’ te organiseren. De kinderen fietsen onder begeleiding in kleine groepjes (best niet meer dan zeven) naar een vaste bestemming. Een fietspool start je op dezelfde manier op als een voetpool. Je zoekt begeleiders en brengt de informatie over de woonplaatsen van kinderen en begeleiders in kaart. Aan de hand van die gegevens teken je routes uit. De fietspoolers, de begeleiders en de ouders maken op voorhand afspraken over het uur en de plaats van vertrek, de kledij, ... Goede en duidelijke afspraken zorgen ervoor dat alles op wieltjes loopt! Om de zichtbaarheid en veiligheid van de fietsers te verhogen, draagt iedereen best reflecterende hesjes en fietshelmen. Fietspoolen kan ook wanneer er spontaan wordt afgesproken. Meer informatie kan je vinden op www.fietspoolen.be. 36 11
DEEL
Een goede fietsenstalling Met een kwaliteitsvolle fietsenstalling zorg je voor een goed onderkomen voor het stalen ros van je fietsers. Je kan een fietsenstalling voorzien op het terrein van het jeugdlokaal, maar ook erbuiten in de buurt is een optie. De stalling kan dan ook door de bezoekers van in een in de buurt gelegen sporthal, ander jeugdlokaal, ... gebruikt worden. Belangrijk is dat je een voldoende grote (overdekte, veilige) fietsenstalling voorziet en dat ze logisch ingeplant is. Carpool Kinderen die bij elkaar in de buurt wonen, worden samen in één auto naar de jeugdlokalen gebracht. Met carpoolen kunnen ouders de parkeerdruk en vooral het aantal autoritten verminderen. Bovendien moeten niet alle ouders elke keer de trip maken. Ouders kunnen onderling afspraken maken en rijden volgens een beurtrol. Carpoolen kan ook bij ‘activiteiten’ waarvoor verdere verplaatsingen nodig zijn. Vergewis je alleszins van de wettelijke bepalingen! Zo mag je nooit meer kinderen meenemen dan je gordels hebt (drie op de achterbank!) en moet je steeds vooraf je verzekeringspolis raadplegen. (Voor hoeveel inzittenden ben je verzekerd?) 5.1.2. Informatie Je informeert kinderen, jongeren en ouders over de verkeers(on)veiligheid op weg naar de jeugdlokalen, over veilige en milieuvriendelijke manieren om zich te verplaatsen, over concrete afspraken over parkeren, acties en campagnes over mobiliteit, ... Wees duidelijk (gebruik wat-, waarom-, waar- en wanneer-vragen). Geef diegenen die je informeert, de mogelijkheid om te reageren. Durf vooroordelen te doorprikken en hou je boodschap zoveel mogelijk positief. Bereikbaarheidsplan Je kan, eventueel in samenwerking met de gemeente, een bereikbaarheidsplan uitwerken. Dat is een eenvoudig maar leesbaar plan waarop je routes uitstippelt om de jeugdlokalen en andere ontmoetingsplaatsen voor jongeren (speelplein, sporthal, skatepark, …) op een veilige manier te bereiken. En dan liefst te voet, met de fiets of het openbaar vervoer. Je ontwikkelt een ‘netwerk’ van veilige routes 37 DEEL 11
voor jongeren. Leuke plaatsen en gevaarlijke punten op de routes kan je ‘markeren’. Nieuwe leden die voor de eerste keer alleen naar het jeugdlokaal komen, of hun ouders, kan je met dit plan alvast op de goede weg helpen. En waarom ga je hen de eerste keer niet eens ophalen om samen het beste traject te zoeken en af te leggen?
Info over verkeer en mobiliteit Bij het begin van een nieuw werkingsjaar kan je in je activiteitenboekje een bijlage over verkeer en mobiliteit opnemen. De info kan gaan over: - het belang van milieuvriendelijke verplaatsingen en de mogelijkheden naar het jeugdlokaal van je organisatie, - het bestaan of de mogelijkheid van voet-, fiets-, of carpools, - de dienstregeling van de bus en/of tram en tarieven, - afspraken over parkeren, - veilige fiets- en wandelroutes naar de jeugdlokalen, - initiatieven die de organisatie onderneemt en plant (bijvoorbeeld een speelstraat), - contactpersonen in het gemeentebestuur, de jeugdconsulent, de politie, ... 38 11
DEEL
5.1.3. Sensibilisatie Met ludieke acties, campagnes, wedstrijden, spelactiviteiten, voorbeeldgedrag, ... sensibiliseer je kinderen en jongeren om zich veilig en milieuvriendelijk te verplaatsen. Uitstappen op milieuvriendelijke wijze
-------------------------------------------10 zie BIVV of je koepelorganisatie voor meer informatie.
Kinderen vertrouwd maken met stappen, fietsen, het openbaar vervoer gebeurt het best door ze er zoveel mogelijk gebruik van te laten maken. Dat kan bijvoorbeeld door uitstappen bewust zoveel mogelijk te voet of per fiets te maken. Houd voor ogen dat je ook in groep10 (te voet of met de fiets) je aan de verkeersregels moet houden! Uitstappen verder weg kunnen met openbaar vervoer gebeuren, of desnoods via carpooling. Voorbeeldgedrag van leiding en ouders promoten en stellen Je maakt intern binnen de eigen jeugdorganisatie met de leiding en de ouders afspraken om zoveel mogelijk verplaatsingen te voet, per fiets en met openbaar vervoer te maken. Je kan de kinderen, jongeren, ouders en leiding oproepen om bij het fietsen en zeker bij uitstappen met de jeugdorganisatie altijd een fietshelm en een reflecterend hesje te dragen. Ludieke acties
-------------------------------------------11 KSJ-KSA-VKSJ had in 2002-2003 als jaarthema: “’t Loopt op wieltjes” en ontwikkelde heel wat bruikbaar spelmateriaal om het thema speels in de aandacht te brengen.
De jeugdsector werkt creatief met kinderen en jongeren. Die creativiteit, het speelse mag ook uitstralen in acties die je onderneemt, aangepast aan diverse leeftijdsgroepen. Dergelijke acties kunnen als apart luik de aandacht vragen voor een problematiek, maar kunnen ook speels ingebouwd worden in jaarprogramma-activiteiten11 (meezingers rond verkeer, groepsspel, slogans, ...). Autoluwe dag Op een autoluwe dag vraag je iedereen om zich niet of zo weinig mogelijk met de auto te verplaatsen. Een autoluwe dag is een sensibilisatieactie gedurende één dag met de bedoeling om alle betrokkenen bij de organisatie te laten proeven van een veilige en leefbare omgeving. Combineer een autoluwe dag met andere initiatieven zoals een ludieke fietsversierwedstrijd, een tentoonstelling over verkeer en mobiliteit, een uitstap met de bus of trein of een fiets herstellen. 39 DEEL 11
Eis de straat op! Je maakt de straat waar je jeugdlokaal ligt tijdelijk autovrij en eigendom van en voor kinderen. Enkele ‘sjorbalken’ (in plaats van de klassieke nadars) maken de straat tijdelijk autovrij. Je kan er naar hartelust activiteiten organiseren: - een stoet met versierde fietsen, toeters en bellen, - fietsversierwedstrijd, - race met zelfgemaakte voertuigen ( ‘zeepkisten’), - Miss en Mister fluo of -helmverkiezing op de catwalk, - tentoonstelling over verkeer en mobiliteit, - op straat tekenen met krijt over verkeer, - ballonwedstrijd: kinderen laten ballons met een slogan of tekening over verkeer op, - speel- en sportstraat: fitheidsparcours met oefeningen om de conditie te testen, oude volksspelen, reuzetrampoline, ..., - fietsstraat: fietsvaardigheidsparcours, fietscontrole, fietsen poetsen en herstellen, tentoonstelling van de mooist versierde fietsen, tentoonstelling van verschillende soorten fietsen: oude fiets, nieuwe fiets, mountainbike, ligfiets, kinderfiets, volwassenenfiets, bakfiets, aanhangfiets, tandem, step, ... Vraag de speelstraat op voorhand aan en maak goede afspraken met de omwonenden, de gemeente(lijke) diensten en de politie! Rol je zebra uit Ga eens op stap met een ‘zelfgemaakt’ zebrapad en rol het uit op die plaatsen waar jij vindt dat er nood is aan een veilige oversteek. Of je maakt een echt zebrapaard in triplex om zwart-wit te schilderen en ga hier mee wandelen. Je oprolbaar zebrapad of paard fotografeer je dan op onveilige oversteekplaatsen. Je fotodossier kan een advies van de jeugdraad versterken, en wie weet haal je er wel de pers mee. 5.1.4. Vorming Educatieve speelkoffer Doorheen de jaren ontwikkelden organisaties in Vlaanderen en Nederland interessant educatief en informatief materiaal over verkeer en mobiliteit.Veel van het materiaal dat voor scholen bestemd is, kan je ook aanpassen voor het jeugdwerk. Je kan eens grasduinen in het bestaande aanbod (zie contactgegevens achteraan), materiaal selecteren en aanschaffen en zo een educatieve 40 11
DEEL
‘speel’-koffer uitwerken. Informeer ook op de mobiliteitsdienst van je gemeente. ---------------------------------------------12 De handleiding ‘Fietsiefiets’ (Vlaamse Stichting Verkeerskunde) geeft je praktische info bij het opzetten van zo’n parcours, tips voor concrete oefeningen, materiaal dat je nodig hebt, enz.
Fietsvaardigheidstraining 12 Via een fietsvaardigheidstraining leer je kinderen op een veilige manier fietsen. De kinderen kunnen een fietsbrevet halen door het afleggen van bepaalde oefeningen op een parcours. Dat parcours kan variëren van een opstelling op het eigen terrein of een afgesloten stuk straat tot een heuse omloop op straat, afhankelijk van hoe fietsvaardig de kinderen al zijn. Sleutelen aan de fiets en fietscontrole Een lekke band (helpen) plakken, een fietsbel uit elkaar halen, je fiets onderhouden ... Samen met de fietsenmaker kan je kinderen en jongeren (al dan niet in spel/opdrachtvorm) leren hoe ze zelf aan hun fiets kunnen sleutelen. Je kan de oefeningen aanpassen aan de leeftijd. Bij jonge kinderen kan het accent liggen op het netjes houden van de fiets. Aan de hand van fietscontrolekaarten (verkrijgbaar bij het BIVV) of in samenwerking met de politie kan je de fietsen controleren. Je kan de resultaten bespreken met de kinderen of jongeren. Verkeerseducatieve route Een verkeerseducatieve route is een uitgestippelde route in de omgeving van de jeugdlokalen waar je met de kinderen verkeersborden en -regels kan bespreken, vaardigheiden kan inoefenen, leert omgaan met gevaarlijke verkeerssituaties. Jonge voetgangers en fietsers leren de verkeersrealiteit kennen en hoe ze zich moeten gedragen in concrete situaties. In een handleiding met de beschrijving en foto’s van de concrete situaties worden oefeningen en tips gegeven voor het oefenen van de route. Zo’n verkeerseducatieve route kan je zelf uitwerken met de hulp van de politie of dienst mobiliteit. Sommige gemeenten beschikken reeds over een of meerdere uitgewerkte routes. Move Move is een educatief project voor jongeren vanaf 16 jaar. Move staat voor ‘mobiliteit’ en ‘verantwoordelijkheid’ en vertrekt van een website die gekoppeld is aan het Geografisch Informatie Systeem (GIS) van 41 DEEL 11
Vlaanderen. Move nodigt uit om de eigen verplaatsingen te analyseren aan de hand van dit systeem én ze veiliger en duurzamer te maken. Meer info op www.move-vlaanderen.be. In Sint-Truiden heeft de jeugdbeweging in Melveren de primeur gehad om te werken met dit instrument. Het project loopt in samenwerking met de plaatselijke stedelijke jeugddienst én mobiliteitsdienst en voorziet in een budget voor de uitvoering van een nader te ontwikkelen actieplan. Voorbeeld van actieplan/checklist ‘zachte maatregelen’ Type Actie
Voor Wie
Wat
Vervoersregeling
Alle leden
Aandacht voor begeleidende taken groepsleiders
Vervoersregeling
Fietsers
Fietspool organiseren
Vervoersregeling
Fietsers
Nieuwe fietsenstalling installeren
Vervoersregeling
Busgebruikers
Begeleiding tot aan de halte organiseren
Vervoersregeling
Leden die met de auto komen
Carpool organiseren
Ouders
Informatie
Alle leden, eventueel de ouders
Een bereikbaarheidsplan (laten) opmaken met info over hoe de lokalen veilig bereikbaar zijn voor de verschillende vervoerswijzen
Gemeente-bestuur / jeugdraad
Informatie
Alle leden
Een infobijlage ‘veilig naar het jeugdlokaal’ bij het activiteitenprogramma voegen
Informatie
Busgebruikers
De dienstregeling van De Lijn ter beschikking leggen in de lokalen
Informatie
De leiding
Regelmatig relevante informatie over verkeer en mobiliteit doorspelen op leidersvergaderingen via een vaste contactpersoon die dat thema opvolgt
Sensibilisatie
De leden
Voorbeeldgedrag van leiding en ouders promoten en stellen
Sensibilisatie
Iedereen
Uitstappen met ‘De Lijn’-bus, trein, te voet of met de fiets plannen
Sensibilisatie
Iedereen
Straat opeisen
Vorming
Leiding
Vorming van leiding over het thema verkeer en mobiliteit mogelijk maken
Vorming
Alle leden
Een educatieve speelkoffer ‘verkeer’ uitwerken
Vorming
Fietsers
Sleutelen aan de fietsen
42 11
DEEL
Timing
Partners
Gemeente-bestuur / jeugdraad
De Lijn
Ouders
Buurt-bewoners, Gemeente-bestuur, jeugdraad
Politie
5.2.
Harde maatregelen _______________________________
De harde maatregelen worden uitgevoerd de specialisten-verkeersdeskundigen en de wegbeheerders: gemeente of gewest. Wat niet wegneemt dat je hen geen knelpunten kan signaleren, of je noden kenbaar maken. Vraag tevens om vroeg genoeg in het proces van infrastructuurwijzigingen rond je jeugdlokaal betrokken te worden. Je kan hierbij ook altijd ideeën formuleren. In dit stuk vind je ideeën voor een veiligere infrastructuur (weginrichting, ruimtelijke context, netwerken, ...). Het is immers ook belangrijk dat de omgeving van de jeugdlokalen en speelplekken en de routes ernaar veilig zijn. Problemen in de directe omgeving en op de routes verschillen natuurlijk van locatie tot locatie. Bepaalde knelpunten komen echter dikwijls terug: - de lokalen vallen niet of te weinig op in het straatbeeld, - auto’s, brom- en motorfietsen, vrachtwagens rijden te snel, - de infrastructuur voor parkeren en stallen is ontoereikend of zo georganiseerd dat het gevaarlijk is voor fietsers en voetgangers. Hoewel harde maatregelen omvangrijker zijn (en meer tijd vergen) dan zachte maatregelen, kan je er toch actief mee bezig zijn. Het is wellicht goed om met de jeugdraad afspraken te maken. Stel een checklist op, zoals bij de zachte maatregelen. Je kan dat doen voor de omgeving van alle jeugdlokalen en ook voor routes van/naar en de omgeving van speelplekken. Omgevingstypes Aan de hand van drie types van omgevingen geven we je enkele voorbeelden van infrastructurele maatregelen die op jouw situatie van toepassing kunnen zijn. De drie types zijn: - lokalen in een centrumgebied of woonstraat, - lokalen in een 50-km/uur-gebied met druk verkeer, - lokalen langs een (drukke) weg buiten de bebouwde kom (70 of 90 km/uur).
43 DEEL 11
Type 1: In een centrumgebied of woonstraat In een centrumgebied of woonstraat is 30 km/u als maximaal toegelaten snelheid aangewezen. Doorgaand verkeer vermijdt men zoveel mogelijk. Er dient een duidelijke afstemming te zijn tussen de functie die de straat vervult (verblijfsfunctie) en haar inrichting. Hier is gemengd verkeer wenselijk en zijn er geen afzonderlijke fietspaden nodig. Mogelijke infrastructurele maatregelen: - de lokalen laten opvallen in het straatbeeld, - een 30-km/uur-zone, - gelijkwaardige kruispunten (geen voorrang van rechts), - een verkeersplateau ter hoogte van de lokalen, - een ruime voetgangerszone/ontmoetingsruimte (plein) voor de toegangspoort, - (een) verkeersplateau(s) om de snelheid te remmen, - een oversteekplaats op het verkeersplateau in andere materialen, - een beperkte oversteeklengte, - een verkeersluwe straat. Type 2: In een 50-km/uur-gebied met druk verkeer Bij een snelheid van 50 km/uur gelden andere regels voor de inrichting van de weg. Voetgangers, fietsers en auto’s dienen meer gescheiden te worden. Mogelijke infrastructurele maatregelen: - afbakening 30-km/uur-zone in de omgeving, - een verhoogd aanliggend fietspad aan beide kanten van de weg, - een fietssuggestiestrook indien er weinig plaats is voor fietspaden, - ter hoogte van de lokalen snelheidsremmers, bijvoorbeeld rijbaanversmalling, - middengeleiders om de oversteekbaarheid van fietsers en voetgangers te verhogen, - een ruime voetgangerszone/ontmoetingsruimte voor de toegangspoort.
44 11
DEEL
Type 3: Langs een drukke weg buiten de bebouwde kom (70 of 90 km/uur) Gebruikers van trage en snelle voertuigen worden zoveel mogelijk strikt gescheiden. Mogelijke infrastructurele maatregelen: - afbakening 50-km/uur-zone in de omgeving, - een ruime voetgangerszone/ontmoetingsruimte voor de toegangspoort, - het oversteken: - een beveiligde oversteekplaats met verkeerslichten, - een beveiligde oversteekplaats met toezicht, - een beveiligde oversteekplaats met zebrapad en ruime middenberm. - comfortabele, ruime en afgescheiden ďŹ etspaden aan beide kanten van de weg, - ďŹ etsopstelstroken op kruispunten die met verkeerslichten geregeld zijn, - het op- en afhalen en parkeren van voertuigen: - best niet vlak langs de weg, - aparte stop- en parkeerplaats met gescheiden op- en afrit, - onverharde bermen afschermen voor parkeren en halt houden (door de wegbeheerder). Het type omgeving waarin je lokaal ligt is bepalend voor de maatregelen die genomen kunnen worden. Hieronder zie je duidelijk het verschil in aanpak per omgevingstype.
45 DEEL 11
verder … Los van het omgevingstype waarin je lokaal zich bevindt, kan je ook nog andere maatregelen nemen. De ingang in de kijker Zorg ervoor dat de lokalen duidelijk opvallen in het straatbeeld. Zo maak je de weggebruikers attent op de mogelijke aanwezigheid van kinderen en jongeren. Je kan bijvoorbeeld je lokaal in een opvallend kleurtje schilderen met de naam van je vereniging op. Of je vraagt aan de gemeente om enkele wegwijzers aan te brengen naar je jeugdlokaal. Bouwen aan een netwerk Niet enkel de omgeving van jeugdwerkinfrastructuur en speelplekken moeten veilig zijn. Ook de veilige bereikbaarheid is belangrijk. Hetzelfde geldt voor andere kind- en jeugdankerplaatsen. Vlotte en veilige verbindingen met inschakeling van trage, autoluwe wegen en gebruikmaking van de regelgeving ‘beperkt eenrichtingsverkeer’ is een aandachtspunt. Netwerken zorgen voor continuïteit van de reisweg, ook voor de kwetsbare weggebruikers. Als er een zwakke schakel in het netwerk zit moeten er bruggen geslagen worden (bijvoorbeeld oversteekbeveiliging, drempel, ...) anders worden de ‘zo’ belangrijke jeugdplaatsen eilandjes ...
46 11
DEEL
6. UITVOERING _____________________________________ Eens je weet wat je wil is het tijd voor de uitvoering. Enkele tips: - Overlaad je programma niet. - Spreid je acties in de tijd. - Het kan zinvol zijn om naar een hoogtepunt te werken als de kers op de taart van je project. - Communiceer naar je leden, ouders, de jeugdraad, ... - Probeer persaandacht los te weken. - Acties mogen best speels/ludiek zijn. - Via de jeugdraad kan je misschien ďŹ nanciĂŤle ondersteuning krijgen bij de gemeente. 7. EVALUATIE EN OPVOLGING ______________________ Evalueer je acties door jezelf de vraag te stellen of je het doel bereikt hebt. Ook tijdens je acties kan je best evalueren. Hou daarbij niet kostwat-het-kost vast aan een strak schema als je merkt dat je project dreigt de mist in te gaan. Zoek uit waar het probleem zit en stuur bij. Herhaling of het opfrissen van geheugens moet ook al eens. Als je merkt dat het helemaal vastzit (bijvoorbeeld: je wordt tegengewerkt, je timing zit compleet fout, ...) is het beter om de acties (tijdelijk) op te schorten en later opnieuw te starten. Ook is het mogelijk dat de omstandigheden veranderd zijn of dat je doel niet meer hetzelfde is. Bij de eindevaluatie kan je jezelf de volgende vragen stellen: - Welke acties zijn (niet) geslaagd? Waarom is dat zo? - Welke acties zijn voor herhaling vatbaar? - Hoe verliep de samenwerking? Wat ging goed, wat kan beter? Succesvolle acties kan je herhalen!
47 DEEL 11
48
DEEL 111 DEEL
DEEL 111
WEBSITES & CONTACTGEGEVENS
1. LINKS NAAR NUTTIGE WEBSITES ________________ We verzamelden ook een aantal links naar websites waar je meer informatie kan bekomen. - www.mobielvlaanderen.be (portaalsite naar alle informatie over mobiliteit) - www.mobiel21.be - www.wegcode.be (maakt je wegwijs in het Belgisch verkeersreglement) - www.mobilit.fgov.be (federale overheid) - www.verkeerskunde.be (Vlaamse Stichting Verkeerskunde) - www.vvsg.be (Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten) - www.voetgangersbeweging.be - www.fietserbond.be - www.komimo.be (Koepel Milieu en Mobiliteit) - www.delijn.be - www.nmbs.be - www.wegen.vlaanderen.be (een site van de administratie Wegen en Verkeer) - www.tragewegen.be (ijvert voor herwaardering van buurtwegen, veldwegen, kerkwegels en jaagpaden in Vlaanderen) - www.fietspoolen.be (met ook uitleg over voetpoolen) - www.taxistop.be (beheert carpooldatabanken) - www.spelinfo.be (het Centrum voor Informatieve Spelen ontwikkelde enkele spelen rond mobiliteit: verkeersspelenset, weg-wijzer, ...) - www.ikbenvoor.be (… veiliger verkeer in België - veiligheidscampagne BIVV) - www.bob.be (BOB drinkt niet als hij rijdt) - www.levenslijn.be (Levenslijn Kinderfonds is de laatste tijd actief rond kinderen en verkeer) - www.ryd.be (Responsible Young Drivers) - www.crow.nl (voorziet in kennis voor verschillende doelgroepen in het werkveld van infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte) - www.partywise.be (tips om veilig uit te gaan)
49 DEEL 111
2. CONTACTGEGEVENS ORGANISATIES/INSTANTIES 2.1.
Mobiliteit _______________________________________
Ben je geĂŻnfecteerd door de mobiliteitsmicrobe, dan vind je hier bronnen, adressen die je kan raadplegen of waar je extra informatie kan opvragen. Belgisch Instituut voor de verkeersveiligheid Haachtsesteenweg 1405 1130 Brussel Tel. 02 244 15 11 - Fax 02 216 43 42 E-mail: info@bivv.be Website: www.bivv.be (Educatief-vormend materiaal m.b.t. verkeersveiligheid) Vlaamse Stichting Verkeerskunde Bruul 101 2800 Mechelen Tel. 015 44 65 50 - Fax 015 44 65 59 E-mail: info@verkeerskunde.be Website: www.verkeerskunde.be (Educatief-vormend materiaal) Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Departement Leefmilieu en infrastructuur Mobiliteitscel Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albertlaan 20, bus2 1000 Brussel E-mail: mobiliteitscel@lin.vlaanderen.be Website: www.mobielvlaanderen.be (Allerhande nuttige informatie over mobiliteit in Vlaanderen) Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid Vooruitgangstraat 56 1210 Brussel E-mail: info.mob@mobilit.fgov.be Website: www.mobilit.fgov.be (Allerhande nuttige informatie over mobiliteit in BelgiĂŤ) 50 111
DEEL
2.2.
Jeugd ___________________________________________
Deze brochure werd verspreid door onderstaande jeugdorganisaties. Chirojeugd Vlaanderen Kipdorp 30 2000 Antwerpen Tel. 03 231 07 95 - Fax 03 232 51 62 E-mail: info@chiro.be Website: www.chiro.be FOS Open Scouting Kortrijksesteenweg 639 9000 Gent Tel. 09 245 45 86 - Fax 09 245 45 88 E-mail: info@fos.be Website: www.fos.be Katholieke Landelijke Jeugd (KLJ) Waversebaan 99 3050 Heverlee Tel. 016 47 99 99 - Fax 016 47 99 95 E-mail: info@klj.be Website: www.klj.be Kristelijke arbeidsjongeren (KAJ) Paleizenstraat 90 1030 Brussel Tel 02 216 64 32 - Fax 02 247 07 99 E-mail: info@kaj.be Website: www.kaj.be KSJ-KSA-VKSJ Vooruitgangstraat 225 1030 Brussel Tel. 02 201 15 10 - Fax 02 201 04 74 E-mail: info@ksj.org Website: www.ksj.org
51 DEEL 111
VVKSM, Scouts en gidsen Lange Kievitstraat 74 2018 Antwerpen Tel. 03 231 16 20 - Fax 03 232 63 92 E-mail: info@vvksm.be Website: www.vvksm.be _______________________________________________________ Jeugd Rode Kruis Motstraat 40 2800 Mechelen Tel. 015 44 35 70 - Fax 015 44 36 01 E-mail: jeugd.rode.kruis@rodekruis.be Website: www.rodekruis.be _______________________________________________________ JeF – JeugdhuisFederatie Missiestraat 11 9255 Buggenhout Tel. 052 33 57 01 - Fax 052 33 57 01 E-mail: info@JeFvzw.be Website: www.JeFvzw.be Jeugdhuiskoepel JGM Kipdorp 30 2000 Antwerpen Tel. 03 231 90 17 - Fax 03 232 51 62 E-mail: jgm@jgm.be Website: www.jgm.be Vlaamse Federatie van Jeugdhuizen Ommeganckstraat 85 2018 Antwerpen Tel. 03 226 40 83 - Fax 03 226 40 85 E-mail: info@vfj.be Website: www.vfj.be _______________________________________________________
52 111
DEEL
Vlaamse Dienst Speelpleinwerk (VDS) Nieuwelaan 63 1860 Meise Tel. 02 269 71 80 - Fax 02 269 78 72 E-mail: vds@staf.speelplein.net Website: www.speelplein.net _______________________________________________________ JEMP Apostelstraat 20 -22 2000 Antwerpen Tel. 03 231 01 84 - Fax 03 231 01 85 E-mail: jemp@jemp.be Website: www.jemp.be Vereniging Vlaamse Jeugddiensten en -consulenten Vijverlaan 53 2610 Wilrijk Tel. 03 821 06 06 - Fax 03 821 06 09 E-mail: info@vvj.be Website www.vvj.be Steunpunt Jeugd Arenbergstraat 1 D 1000 Brussel Tel. 02 551 13 79 - Fax 02 551 13 85 E-mail: info@steunpuntjeugd.be Website: www.steunpuntjeugd.be
53 DEEL 111
w w w . l o c o m o t i e f . b e Locomotief is een samenwerkingsverband van enkele jeugdwerkorganisaties die ijveren voor meer en beter jeugdlokalenbeleid. Daar deze brochure tot stand kwam dankzij inspanningen vanuit diverse organisaties en instanties, was locomotief de meest aangewezen plek om deze brochure uit te geven. Op de webstek www.locomotief.be kun je dan ook de brochure in PDF downloaden. Locomotief p/a Steunpunt Jeugd Arenbergstraat 1 D 1000 Brussel Tel. 02 551 13 79 - Fax 02 551 13 85 E-mail: info@locomotief.be Website: www.locomotief.be
111
DEEL