Skip to main content

Krax+ 2.2

Page 1

België - Belgique PB Gent X 3/8812

thema's van kinderen en jongeren in perspectief

cultuur

organisatie & educatie 15 20 26 36

KRAX_19+.indd 1

ruimte

welzijn

e]a bmfa *()+ *\] bYYj_Yf_ ' Fmee]j * N]jk[`abfl \ja]eYYd h]j bYYj 9^_a^l]cYflggj ?]fl P

jeugdinformatie

Vraaggesprek werkt empowerend De schoolspeelplaats: graag groen en avontuurlijk! Integrale Jeugdhulp kritisch bekeken Jongeren en dé grote verkiezingen van 2014

4/23/13 1:15:47 PM


Krax+, expertiseblad over thema’s die essentieel zijn voor kinderen, jongeren en hun organisaties. Krax+ is een initiatief van De Ambrassade. De kernredactie bestaat uit experten binnen en buiten het jeugdwerk. — EVELYNE BLANCKE hoofdredactie JAN DE RYCK eindredactie

+ THEMA’S MET EEN IMPACT! Kwaliteit zit niet in de veelheid. Je moet net inhoudelijke keuzes durven maken en daarin naar diepgang streven. In deze editie brengen we expertise over Cultuur, Organisatie & Educatie, Ruimte, Welzijn en Jeugdinformatie. Niet toevallig enkele van de thema's waar De Ambrassade de schouders onder zet.

BART VANHOENACKER (KATHO), VERA HOOGSTEYN (Jong & Van Zin), ELS MEERSSCHAERT (JINT), GEERT BOUTSEN (Sociale School Heverlee), JOHAN MEIRE (Kind & Samenleving), KATRIEN CRISPEYN (De Ambrassade), KATHLEEN DE SMEDT (De Ambrassade), TINEKE VAN DE WALLE (JOP), KRISTOF D’HANENS (Mediaraven), LEEN BARTHOLOMEUS (VVJ), LOTTE DE BRUYNE (Ladda), MIEKE NOLF (Uit De Marge), NANCY DE BACKER (De Ambrassade) kernredactie BRECHT DEMEULENAERE, DOMINIQUE VERSCHUREN, FARID MEZIANI, KATRIJN GIJSEL, WOUTER VERHEECKE, JAN NAERT, LILITH ROGGEMANS, BRAM SPRUYT, FILIP VAN DROOGENBROECK, GIL KEPPENS, WOUT VAN CAIMERE, SOFIE ISERBYT, MARIAN MICHIELSEN medewerkers

Maar De Ambrassade behartigt nog meer jonge zaken en andere inhoudelijke thema's. Zo lopen wij al warm voor de Verkiezingen in 2014. Dat lees je in het artikel op pagina 36.

MARK RIETVELD, H30, DOMINIQUE VERSCHUREN, KATRIJN GIJSEL, WWW.FLICKR.COM fotografie

Zoek even wat rust op en duik in deze editie vol onderzoek, duiding en boeiende cases. Hou even stil bij de eerlijke opinies en gewaagde standpunten. En laat vooral jouw eigen denken en doen inspireren. Want zo krijg ook jij een impact!

Redactieadres De Ambrassade – Krax+ Tijdelijk adres: Arenbergstraat 1D, 1000 Brussel T 02 551 13 50 F 02 551 13 85 www.ambrassade.be

Evelyne Blancke hoofdredacteur

EVA VEREECKE verantwoordelijke uitgever

—

— EMMA THYSSEN vormgeving DRUK IN DE WEER, GENT druk

Wil je een reactie of suggestie kwijt, oudere artikels opzoeken of je persoonsgegevens corrigeren? Surf dan naar www.kraxplus.be

KRAX_19+.indd 2

4/23/13 1:15:48 PM


30 4 36 IN DIT NUMMER... 4 8

Jeugdculturele zones Cultuureducatie in beleid en onderwijs

12 15 18

Hoe gaan jongeren om met hun levensvragen?

20 23

De schoolspeelplaats van de toekomst

26 30

Integrale jeugdhulp

33

Wegwijzers naar kwaliteitsvolle jeugdinformatie

36

Jongeren en de verkiezingen van 2014

Vraaggesprek werkt empowerend Socratisch coachen in de klas

Groene schoolspeelplaatsen in Vlaanderen

Wel jong, niet homofoob?

8 KRAX_19+.indd 3

4/23/13 1:15:48 PM


+ cul

+ cultuur +

tu

ur +

DOK is een tijdelijke zone, een werfplek voor verpozing en creatieve manoeuvres

JEUGDCULTURELE ZONES WORK IN PROGRESS

K R AX + I 4

Lotte De Bruyne, Ladda vzw

Jeugdculturele zones. Noem ze plekken van kruisbestuiving waar jeugdcultuur kan gedijen. Waar jonge mensen kansen en ruimte krijgen om te creëren, te experimenteren en elkaar in een los kader te ontmoeten. Of zoiets. Een eenduidige definitie is er niet, maar dingen moeten nu eenmaal benoemd worden. Dat vastgrijpen en toewijzen van een naam opent deuren, maar daarachter schuilen evengoed gevaren.

KRAX_19+.indd 4

Zogenaamde jeugdculturele zones an sich duiken al decennia lang op, in allerlei gedaantes en doorgaans in de marge van het culturele, artistieke en jeugdige landschap. Maar het is pas sedert een vijftal jaar dat de term ‘jeugdculturele zone’ rondzwerft in de Vlaamse beleidssferen. Het benoemen van een concept en er een naam op plakken heeft voordelen. Iets bestaat dan zogenaamd echt, en kan ondersteund worden. Anderzijds is de dreiging reëel dat het idee beknot of – erger nog – artificieel gemaakt wordt, en niet langer op een spontane manier ontstaat. Misschien wordt het tijd om enkele gedachten en aandachtspunten hieromtrent op een rijtje te zetten.

4/23/13 1:15:49 PM


KRAX_19+.indd 5

is Scheld’apen immers erkend als werkplaats en jeugdcultuurcentrum en krijgt ze centen van diezelfde overheid waar ze ook wel eens op durft te ‘schelden’.

Een essentieel gegeven bij jeugdculturele zones is de noodzaak waaruit ze ontstaan. Een individu, een collectief of gewoon een groep mensen heeft een zodanige drang om iets te doen, dat een grotere beweging ontstaat en een plek wordt ingenomen. Vaak komt hier heel veel drive en engagement bij kijken. Dit verklaart voor een deel de energie en de sfeer die vaak hangt op dergelijke plekken. Ook heel eigen aan veel originele, organisch gegroeide vrijplaatsen is het beweeglijke karakter. Zulke zones starten vaak als een tijdelijk gegeven. Opvallend veel plekken is maar een kort leven beschoren. Dit betekent niet dat ze altijd helemaal verdwijnen. Vaak transformeren ze in iets anders, verhuizen ze of verdwijnen ze onder de radar. Die beweeglijkheid, energie en tijdelijkheid die gekoppeld is aan deze plekken zie je ook terug in jeugdcultuur in het algemeen. Jeugdcultuur is een beweeglijke cultuur. Veel jonge creatievelingen voelen zich goed binnen die flexibele context met open karakter. Een jeugdculturele zone kan je ook niet zomaar isoleren. Cruciaal is het contact met de buitenwereld. In de zone wordt verder gewerkt aan ideeën die dan opnieuw de weg naar buiten vinden, misschien terugkeren en/of transformeren. Het netwerk en werkingsgebied van een jeugdculturele zone kan je niet louter fysiek afbakenen en beperkt zich niet tot die ene plek. Het gaat om dingen die verder leven, bewegen, online, offline, op andere plekken in de stad en de wereld.

© Mark Rietveld

Over noodzaak en beweging

Scheld’apen: artistieke vrijplaats voor jongeren en een forum voor deviante subculturen

Jeugdcultuur is beweeglijk. Veel jonge creatievelingen voelen zich goed binnen die flexibele context met open karakter.

Artistiek grensgebied Bij het nadenken over jeugdculturele zones zijn de artistieke werkplaatsen en huizen, erkend vanuit de kunsten, nooit ver weg. >

5 I K R AX +

Vrijhavens, vrijplaatsen, artistieke werkplaatsen, broeiplekken, jeugdculturele laboratoria… het zijn allemaal namen voor jeugdculturele zones. Ontmoeting en uitwisseling lopen vaak als rode draden doorheen de verschillende invullingen. Niet zelden is het jeugdculturele element slechts een deel ervan; een zone in een grotere werking of plek zoals bij DOK in Gent of de NDSM-werf in Amsterdam. Soms wordt er specifiek ingezoomd op jongeren, zoals bij H30 in Mechelen. Bij het verkennen van diverse spelers in dit behoorlijk brede veld merk je vrij snel verschillende invullingen en accenten op. Zo is er de eerder kunsteducatieve invulling met een focus op de kans op creatieve leer- en experimenteerervaringen. Er bestaan trouwens uiteenlopende motieven voor het creëren van zulke leerervaringen: van het opdoen van vaardigheden voor de arbeidsmarkt tot zelfontplooiing of het aanscherpen van artistieke vaardigheden. Anderen focussen op de mogelijkheden die deze plekken kunnen bieden voor kansengroepen. Ook is de aandacht voor anders georganiseerde jongeren en niet-klassieke cultuuruitingen nooit ver weg. En dan is er natuurlijk nog de artistieke focus. Vanuit het artistieke veld stelt tentoonstellingsmaker Stef Van Bellingen over Espace Ladda (een ondertussen verdwenen Gentse plek die vaak genoemd wordt als voorbeeld van een jeugdculturele zone): “Dergelijke plekken zijn belangrijk voor jonge kunststudenten omdat ze zo in contact komen met andere kunstenaars en ‘anders-opgeleiden’. Deze ontmoetingen zijn immers cruciaal voor jonge kunstenaars.” Ook de ontstaansgeschiedenis van de verschillende plekken is erg verschillend en speelt een grote rol in sfeer, aanpak, doelpubliek en missie. Zo ontstond Scheld’apen vanuit krakermiddens en maakt het rebelse, DIY- en underground karakter een wezenlijk deel uit van de Scheld’aapse identiteit. Een heuse evenwichtsoefening. Vandaag

+ cultuur +

Verschijningsvormen, visies en motieven

4/23/13 1:15:49 PM


© H30

+ cultuur + H30 is een artistieke werkplek voor jongeren in Mechelen. H30 zet zelf creatieve activiteiten en projecten op poten, maar laat ook ruimte voor jongeren en organisaties met eigen artistieke plannen.

Hoe verhouden jeugdculturele zones zich hiertoe? In sommige visies kunnen deze jeugdculturele plekken een soort opstap zijn, een voorbereidende leerplek. Ook zou er binnen jeugdculturele zones meer aandacht zijn voor andersoortige en zogenaamde urbane of ondergrondse cultuur. Door haar flexibele karakter zou je in een jeugdculturele zone beter en sneller kunnen inspelen op levende, jonge dynamieken in de maatschappij. Jaha… maar zou een cultuur- of kunstenhuis daar sowieso niet toe in staat moeten zijn? Misschien maakt iets in de organisatie en cultuur van de grotere en klassieke huizen het moeilijk voor andersoortige spelers om er in mee te spelen of tot door te dringen? Om mee te leven met wat leeft in verschillende geledingen van de maatschappij, is het noodzakelijk om divers en intens verankerd en geworteld te zijn.

Beperkende hokjes

Espace Ladda is een format waarmee Ladda vzw als curator samen met (jonge) artistiekelingen tijdelijk een ruimte intrekt.

Veel jonge kunstenaars voelen zich niet thuis in het klassieke kunsten- en cultuurveld. Het hokjesdenken werkt niet op jeugdcultureel vlak, en rijmt niet met het kunstenaarschap. Jeugdcultuur is niet te vatten in afgelijnde subculturen. En kunstenaars laten zich niet vastpinnen op één discipline. Ook zijn zo veel mensen op zo veel manieren creatief bezig dat het klassieke denken meer dan eens faalt en juist de interessante dingen geen plaats vinden. Beleidsdomeinen zijn eveneens hokjes. Jeugdculturele zones zweven net door verschillende domeinen heen: van

cultuur over kunst, jeugd en stad tot ruimte. Ook niet onbelangrijk: jonge mensen denken en leven niet vanuit deze domeinen, ze verdwalen er eerder in. En dan het laatste hokje: ‘de jeugd’. Jeugdig zijn is vandaag van alle leeftijden. Door activiteiten, sfeer en acties kan je een jeugdige focus nemen. Een te sterke afbakening in leeftijd is beperkend. Jeugdcultuur op zich is ook niet meer zo jong, net zoals de helden van jonge mensen. Net de uitwisseling tussen generaties kan interessant zijn. Vertrekken vanuit een jonge leefwereld zonder benadering vanuit het jong zijn (maar bijvoorbeeld eerder vanuit smaak, talent… ) lijkt aangewezen.

Aandacht voor marge en ruis Het verhaal van jeugdculturele zones kan je ook bekijken vanuit het gegeven dat er tout court meer ruimte voor ruis nodig is. Ruimte, zowel geestelijk als fysiek, voor dingen die misschien net iets anders zijn en niet noodzakelijk passen op een toeristische postkaart. Voor dingen en plaatsen die misschien niet helemaal afgewerkt en een beetje onbestemd zijn, die een duidelijke functie of een welomlijnde doelgroep missen. Niet alles moet tot in de puntjes gepland, voorbereid of uitgewerkt zijn. Juist in die speelruimte, die marge, die vrije ruimte ontwikkelen zich fijne, verrassende dingen en gedachten. Vandaag de dag is die marge misschien net erg interessant en belangrijk. In de marge gaat men vaak op zoek naar

K R AX + I 6

De kwaliteit van jeugdculturele zones is niet meetbaar met klassieke gekwantificeerde meetinstrumenten.

KRAX_19+.indd 6

4/23/13 1:15:51 PM


Rol van de overheid Je kan je afvragen of het überhaupt wel zinvol en mogelijk is om van overheidswege jeugdculturele zones op te richten en te ondersteunen. Het ondersteunen van levende, bestaande initiatieven kan en is noodzakelijk. Belangrijk is dan wel het kader waarbinnen ze ondersteund worden en aan welke criteria de werking wordt afgetoetst. De kwaliteit van dergelijke zones is immers niet meetbaar met klassieke gekwantificeerde meetinstrumenten. Jongeren in dergelijke zones zijn niet altijd deelnemers aan een workshop en wensen zich niet altijd bekend te maken. Uitwisselingen en leermomenten zijn vaak informeel, dus moeilijk te grijpen in uren en dagdelen.

Ook bots je op de eeuwig complexe relatie jeugdig en rebels versus overheid. Al is dit niet onoverkomelijk en kan je gerust stellen dat er op dat vlak al een hele weg is afgelegd, zowel in denken als doen. Misschien wordt deze moeilijkheid soms zelfs als een slap excuus aangehaald om niets te doen en gewoon op het oude pad verder te gaan. Het oprichten van een nieuwe zone is nog een heel ander verhaal. Onmogelijk is het niet, zolang het initiatief vertrekt vanuit reële noden aan de basis en een bestaand netwerk of verhaal. Daarnaast is het cruciaal om, hoe verwarrend ook, het geheel te durven bekijken. Het kruispunt met de kunsten, de manier waarop we de wereld en onze ruimte indelen, onze kijk op kunst, jongeren en jeugdcultuur… Tot slot is het niet onbelangrijk om enkele kernelementen van dergelijke zones vast te grijpen en een karakterschets te maken. Het gegeven ‘jeugdculturele zone’ zoals het op dit moment bestaat, dreigt een paraplubegrip te worden en tegelijkertijd een handig middel voor het vervullen van allerlei doelstellingen. Je laten leiden door de geest van waaruit organische plekken ontstaan en ontstonden, en tegelijk zeer dicht blijven bij de leefwereld en noden van jonge mensen, zijn sleutels in het verder ontwikkelen van dit gegeven. ×

+ cultuur +

andere oplossingen en alternatieve manieren van omgaan met en kijken naar de hedendaagse samenleving en haar problemen en fenomenen. Zo is de marge vaak in staat om meer te doen met minder en gelden er andere, vaak menselijkere regels dan de meetbare marktprincipes. En zijn het nu net niet die principes die vandaag hun duistere kanten laten zien en die in vraag worden gesteld? Geen pleidooi hier voor het klein houden van de marge, om nog meer uit nog minder te halen. Wel een pleidooi voor aandacht, en voor bewust en respectvol omspringen met de marge. Trouwens, alles gaat dood als het geen eten, drank of licht en liefde krijgt. Ook de marge.

Welke ruimte hebben jongeren nodig voor hun creatieve manoeuvres? Dat is de kernvraag van de inspiratie- en ontmoetingsdag ‘Vrijhavens. Over ruimte voor jong cultureel verzet’ op woensdag 29 mei in het Openbaar Entrepot voor de Kunsten in Leuven. Vrijhavens is een initiatief van JINT en Vitamine C in samenwerking met Demos, de Afdeling Jeugd van de Vlaamse Gemeenschap en de provincie Vlaams-Brabant. De dag vindt plaats in het kader van de Europese Jeugdweek en wordt ingeleid door Lotte De Bruyne, researcher bij Ladda vzw. www.bruismee.be

Ladda vzw is begeesterd door maatschappelijke evoluties, ondergrond en hoe jongeren zich daarin bewegen. Ladda kijkt en opereert binnen die context op een eigenzinnige manier, verzamelt inzichten en deelt deze. www.ladda.be Dank en inspiratie: Winterkamp-sprekers en -denkers, Ladda-collega’s, Liesbeth Vlerick, NDSM-werf, Dēmos, Vitamine C, Conceptnota Groeien in Cultuur, eigen praktijk binnen DOK, Espace Ladda en Topo Copy, denkwerk en onderzoek in opdracht van De Bijloke tot Museum aan de Stroom, Vitamine C en Dēmos.

KRAX_19+.indd 7

7 I K R AX +

Jeugdig zijn is vandaag van alle leeftijden.

4/23/13 1:15:52 PM


+ cul

+ cultuur + K R AX + I 8

tu

ur +

CULTUUREDUCATIE IN BELEID EN ONDERWIJS Brecht Demeulenaere, directeur CANON Cultuurcel

KRAX_19+.indd 8

4/23/13 1:15:52 PM


Bamford-aanbevelingen Net als een spiegel kan de blik van een buitenstaander helpen om een waarachtig beeld van onszelf te krijgen. Vanuit die optiek engageerde CANON Cultuurcel, samen met de collega’s uit Nederland, in 2007 onderzoekster Anne Bamford om een ‘foto’ te nemen van cultuureducatie in het Vlaamse en het Nederlandse onderwijs. Bamford trok eropuit, gewapend met de expertise uit haar UNESCO-rapport The WOW Factor, en sprak met alle mogelijke stakeholders en betrokkenen: van de kleuterjuf in de klas tot en met de minister van Onderwijs in zijn kantoor. De resultaten van haar onderzoek waren opmerkelijk. Ze zetten heel wat in beweging. We zijn nu ongeveer vijf jaar later. De deining rond Bamfords conclusies is weggeëbd. Maar de aanbevelingen uit haar rapport werken nog elke dag door in beleid, praktijk en onderzoek.

KRAX_19+.indd 9

Meer aandacht voor cultuureducatie Een direct gevolg van het Bamfordrapport was de verhoogde maatschappelijke aandacht voor het thema cultuureducatie. Een effect dat tot op vandaag doorwerkt. Zo schoof de minister van Onderwijs in zijn huidige beleidsnota cultuureducatie prominent naar voor als “een essentieel element in de persoonlijke en de sociale ontwikkeling van iedere kind, van iedere jongere”. De Vlaamse regering wijdt sinds vorig jaar een van haar cultuurprijzen aan cultuureducatie. En steeds meer actoren, zowel op beleidsniveau als in de praktijk van Onderwijs, Cultuur en Jeugd, ontwikkelen een divers aanbod van analoge, sensibiliserende en praktijkondersteunende initiatieven. Tegelijkertijd groeit in academische kringen het aantal relevante onderzoeken en eindwerken. Ook de CANON Cultuurcel grijpt diverse kanalen en evenementen aan om het essentiële belang van kunst en cultuur in de ontwikkeling van ieder kind blijvend te benadrukken. Daarbij kozen we resoluut voor een bekrachtigende blik. Eerder dan te focussen op wat leerkrachten of scholen nog niet of niet goed genoeg doen, zetten we sterke punten en praktijken in de verf om van daaruit te groeien. Onderzoek toont immers aan dat onzekerheid en faalangst bij leerkrachten een belangrijke rem kan zijn voor creativiteit in de klas.2 > 2

INSites, 2006.

Onzekerheid en faalangst bij leerkrachten kan een belangrijke rem zijn voor creativiteit in de klas.

9 I K RA X +

1 Voor een vollediger overzicht verwijzen we onder meer naar Gedeeld/Verbeeld, Eindrapport van de Commissie Onderwijs en Cultuur (2008), Groeien in cultuur, conceptnota cultuureducatie van ministers Schauvliege en Smet (2012), Veldtekening Cultuureducatie van Lode Vermeersch en Anneloes Vandenbroucke (2011).

+ cultuur +

Cultuureducatie is de voorbije jaren stevig in opmars. Het is niet meer weg te denken uit de politieke agenda’s, de doelstellingen van allerlei beleidsdomeinen, het onderwijs en het jeugdwerk. Het Bamford-rapport uit 2007 is daartoe een belangrijke katalysator geweest. Dit artikel tracht de evolutie1 en tendensen te schetsen, hoewel summier en onvermijdelijk gezien vanuit een zeker perspectief. De focus ligt hier bewust op de ontwikkelingen in het onderwijsbeleid.

4/23/13 1:15:53 PM


+ cultuur +

De conceptnota Groeien in Cultuur biedt een antwoord op een aantal prominente aanbevelingen uit het Bamfordrapport.

De basisvisie van de Cultuurcel gaat eveneens uit van een bekrachtigende blik op kinderen en jongeren. Of, zoals kinder- en jeugdpsychiater Peter Adriaenssens het verwoordt3: “Creativiteit is respectvol zijn voor de taal die het dichtste aansluit bij je persoonlijkheid. We leven in een tijd die verbale communicatie overvaloriseert. (...) Er zijn heel wat jongeren die zich het best voelen als ze emoties mogen uitdrukken in dans, zang, muziek, beeldtaal enzovoort. Al die talen verwijzen we in het dagelijkse leven naar de zijlijn. (...) Daar ligt voor creatieve opvoeding een grote kans. Jonge mensen worden uitgenodigd om die taal te verkennen die hen het beste ligt, en zo vast te stellen dat er respect, en meer nog, interesse kan zijn voor die taal. Dat het belangrijk is werk te maken van de taal die je in je draagt.”

K R AX + I 10

Meer samenwerking op beleidsniveau

KRAX_19+.indd 10

Maar het effect op het beleid gaat verder. Een belangrijk aandachtspunt uit het rapport van Bamford was de afstemming tussen de beleidsdomeinen Cultuur en Onderwijs. Een grote stap voorwaarts was hierin de inrichting van de Ambtelijke Coördinatie CultuurEducatie (ACCE). Het ACCE fungeert als ankerpunt rond cultuureducatie en als aanspreekpunt voor de betrokken beleidsdomeinen. Samen ondersteunen we de ontwikkeling van een gezamenlijk beleid. We betrekken elkaar bij onze projecten en initiatieven. Bijvoorbeeld met de Dag van de Cultuureducatie zetten we samen in op sensibilisering en verdieping. 3

Uit Gedeeld/Verbeeld.

Conceptnota ‘Groeien in Cultuur’ Ook de politieke actoren vonden elkaar. Als voorlopig orgelpunt in de groeiende samenwerking stelden de minister van Onderwijs en Jeugd, en de minister van Cultuur in 2012 samen een conceptnota voor. Groeien in Cultuur is hun gezamenlijk strategisch actieplan4, een primeur in de relatief jonge geschiedenis van het Vlaamse Onderwijs- en Cultuurbeleid. De conceptnota biedt een antwoord op een aantal prominente aanbevelingen uit het Bamford-rapport. We staan kort stil bij drie essentiële elementen uit dit gezamenlijke actieplan.

Referentie- en kwaliteitskader Begin dit schooljaar ging het meerjarige onderzoekstraject Cultuur in de Spiegel – Vlaanderen van start. Het onderzoek heeft als doel om een permanent referentiekader te ontwikkelen voor geïntegreerde cultuureducatie in het Vlaamse onderwijs. Het project kan steunen op de expertise van het aflopende Nederlandse onderzoekstraject Cultuur in de Spiegel, ontwikkeld door professor Barend van Heusden. In dat denkkader wordt cultuuronderwijs verknoopt met de ontwikkeling van culturele basisvaardigheden en van het zelfbewustzijn van kinderen en jongeren. Expliciete aandacht gaat naar bewuste omgang met culturele en artistieke media. De Vlaamse onderzoeksgroep neemt dit referentiekader en de Nederlandse onderzoeksresultaten niet zomaar over, maar toetst af bij Lees de volledige versie van de conceptnota op www.canoncultuurcel.be.

4

4/23/13 1:15:53 PM


Netwerking

5 Lees de resultaten van deze projecten op www.ingebeeld.be.

KRAX_19+.indd 11

Praktijkondersteuning Uit de vele gesprekken die Anne Bamford voerde, bleek de nood aan een betere ondersteuning van creatieve projecten in scholen. CANON Cultuurcel hervormde – in dialoog met diverse stakeholders – de eigen projectlijn onder de noemer dynamo3. De Cultuurcel treedt nu eerder op als partner van de school. Projectondersteuning wordt gekoppeld aan visieontwikkeling.

Dynamo3 bereikt intussen op een systematische manier meer dan 1500 scholen, of zo’n 35% van de Vlaamse scholen. www.dynamo3.be

Het sluitstuk voor de hervorming van deze praktijkondersteuning is de realisatie van een cultuureducatief platform. Samen met de experts van Cultuurnet Vlaanderen werken we aan één Vlaams punt waar aanbod, vraag, ervaringen en praktijken tussen Cultuur en Onderwijs automatisch en laagdrempelig worden verzameld en ontsloten. De jeugdsector, bijvoorbeeld, kan hier dus haar culturele en cultuureducatieve initiatieven en aanbod invoeren; data die dan door meerdere partners en in diverse media ontsloten kunnen worden.

Projectondersteuning wordt gekoppeld aan visieontwikkeling. Positieve verandering Als we onszelf in de spiegel bekijken, vijf jaar na het bezoek van Anne Bamford, zien we nog lang geen volmaakt beeld. Heel wat projecten staan immers in de steigers of moeten hun bedding in de praktijk nog vinden. Sommige aanbevelingen kregen extra aandacht, andere werden als minder prioritair gewogen. En ongetwijfeld zou een nieuw onderzoek nog heel wat werkpunten en uitdagingen detecteren. Positieve verandering vraagt immers tijd en constante dialoog. Maar we zien wel een groeiend en divers veld waarin op het vlak van praktijk, onderzoek en beleid vanuit een groot engagement vooruitgang is en wordt geboekt. Het bezoek en de kritische blik van een buitenstaander als Anne Bamford hielpen ons niet alleen om aandacht te vragen voor deze dynamiek, maar boden en bieden vooral ook kapstokken om deze positieve verandering gestructureerd en gefundeerd aan te pakken. ×

Wat is CANON Cultuurcel? CANON is de cultuurcel van het Vlaamse onderwijsministerie. CANON Cultuurcel wil bruggen slaan tussen Cultuur en Onderwijs, en wil een breed publiek wegwijs maken in cultuureducatie. Daarom zet CANON zowel in op de ontwikkeling van beleid als op de ondersteuning en stimulering van praktijk en onderzoek. • www.canoncultuurcel.be • www.cultuurindespiegel.be • www.cultuurkuur.be

11 I K R AX +

Mede geïnspireerd door de bevindingen uit het rapport-Bamford investeert het gezamenlijke beleid in netwerking op diverse niveaus. De snel veranderende maatschappelijke en economische context heeft een impact op het cultuureducatieve veld. Er liggen grote uitdagingen op het pad, uitdagingen die volgens ons baat hebben bij een Europese en internationale dialoog. Daarom nemen ACCE en CANON Cultuurcel, de beleidsactoren op Vlaams niveau, het voorzitterschap van ACEnet waar. ACEnet is een Europees netwerk van beleidsmakers die rond cultuureducatie werken. ACEnet wil, in permanente dialoog met instellingen als de EU en UNESCO, een motor zijn voor uitwisseling, inspiratie en positieve verandering. Goed onderwijs staat of valt met de inzet van leerkrachten. Ook het rapport-Bamford wees op de doorslaggevende rol die zowel opleiding als nascholing van leerkrachten speelt bij het realiseren van kwaliteitsvolle cultuureducatie. Om die reden zetten we in op netwerking tussen lerarenopleiders. Samen met docenten van alle Vlaamse lerarenopleidingen werken we aan de opbouw en uitwisseling van expertise. We bieden hen ondersteuning aan voor de realisatie van media-educatieve projecten in hun hogeschool.5 En samen met het netwerk van docenten organiseren we jaarlijks een inspire-

rend evenement voor hun laatstejaarsstudenten. Hebben we hiermee de complexe problematiek van de opleiding van leerkrachten helemaal opgelost? De organisatie van een adequate opleiding en navorming van leerkrachten is een veld met vele spelers. CANON Cultuurcel wil er wel, samen met geëngageerde docenten en studenten, een eigen, positieve bijdrage aan leveren. Tot slot investeert het Vlaamse beleid sinds dit schooljaar ook in regionale netwerking. Door Expertise Netwerken CultuurEducatie (ENCE) te ondersteunen, brengt het beleid ook op regionaal vlak partners bij elkaar, uit de sectoren Cultuur, Jeugd en Onderwijs. De netwerken doen aan expertiseopbouw en -uitwisseling en stemmen vraag en aanbod af.

+ cultuur +

zowel een brede groep stakeholders als in de praktijk. Ook met de jeugdsector zal de dialoog worden aangegaan. Tegelijkertijd richtten de betrokken ministers de Commissie Groeien in Cultuur op. Die commissie heeft als opdracht om de diverse bestaande beleidsinstrumenten voor de ondersteuning van cultuureducatie in de Jeugd- en Cultuursector te screenen. Dit in dialoog met bovenstaand onderzoek en met het oog op afstemming en optimalisatie. De ministers verwachten van daaruit binnenkort ook concrete voorstellen voor een coherent en geïntegreerd kwaliteitskader.

4/23/13 1:15:53 PM


+ organisatie & educatie +

HOE GAAN JONGEREN OM MET HUN LEVENSVRAGEN?

“IK ZAG JONGEREN OPEN BLOEIEN, OMDAT ZE MEER ZELF NADACHTEN” Dominique Verschuren

nisatie & ga

+

ca edu tie

K R AX + I 12

+ or

Het is niet altijd simpel, leven. Er bestaat geen handleiding voor, buiten dan het gewoon ondergaan en ervan leren. En dat is misschien wel net het mooie. Maar hoe ga je om met dat ongrijpbare? Krax+ vroeg het aan enkele jongeren. Met welke levensvragen zitten ze? Hoe komen ze tot inzichten? En aan wie vragen ze raad?

KRAX_19+.indd 12

“Het ligt allemaal al vast,” zegt Kato, “je hebt er weinig invloed op. Het is de gewoonte van de maatschappij. Je hebt ook maar beperkt geld en je moet zien wat je ermee kunt doen.” Kato is 15 jaar en volgt ASO. Op de vraag welke levenskwesties haar bezig houden, geeft ze onmiddellijk dit algemene antwoord. Bij haar vriendin Jana (16 jaar, BSO) klinkt hetzelfde geluid: “Ik wil later trouwen met iemand waarvan ik zeker ben dat het blijft duren. Dat komt wel saai over. Alles

4/23/13 1:16:01 PM


Leren om zelf na te denken Deze jongeren klinken defaitistisch. Alsof er geen uitweg is, geen vermogen om een eigen wending te geven aan je toekomst. Maar laat hen wat langer en dieper doordenken, en er komt veel meer naar boven borrelen. Gerichte vragen stellen opent perspectieven. Via de methode van socratisch coachen, bijvoorbeeld, help je jongeren om zelf na te denken en tot inzichten te komen. De meisjes beamen: “Socratisch coachen is wel goed. Dan denk je zelf na. Je stelt meer vragen en je komt achter nieuwe dingen. Dan leer je van anderen die hun mening zeggen.” Soumya (18 jaar, ASO) is jeugdadviseur: “Ik vind socratisch coachen een heel slimme methode. Ik pas dat ook zelf toe door jongeren hun eigen uitspraken in twijfel te laten trekken. Ik vraag dan: ‘Ben je wel zeker? Wat denk je van het tegenovergestelde?’ Het is een goede methode om mensen niet meteen af te wijzen, maar wel te laten inzien dat het ook anders kan. Ik trek mezelf ook regelmatig in twijfel. Zo krijg je meer zelfkennis.” Is het socratische gesprek de sleutel tot meer activiteit, creativiteit en verantwoordelijkheidszin? Jongeren voelen dat wel zo aan. Alleen de scholen lijken nog wat achter te lopen op hun leerlingen. Jana: “Op school gebeurt het vaak dat de leraar iets zegt en dat wij dat moeten leren. Geen discussie, gewoon overnemen. Ik zit op een katholieke school en dan wordt alles altijd aan God gelinkt. Echte discussie is haast onmogelijk, helaas.”

KRAX_19+.indd 13

Het oordeel van volwassenen Welke rol spelen volwassenen in het zoeken naar antwoorden? Hun rol lijkt steeds kleiner. Maar enige nuance is wel op zijn plaats. Als jongeren een probleem hebben, ze voelen zich bijvoorbeeld eenzaam, dan trekken de meesten zich terug. Ze kijken televisie, ze beluisteren muziek, vervelen zich. Of ze grijpen naar sms en Facebook, eerder op zoek naar verstrooiing dan om een probleem bespreekbaar te maken. Facebook is bij uitstek niet het medium om je zwakke kant te tonen. Integendeel! Directe hulp vragen jongeren amper. Dit stond te lezen in het onderzoek Connected1 van In Petto uit 2011. Daaruit bleek ook dat slechts één procent van de jongeren actief op zoek gaat naar hulp. Naar wie gaan ze dan? In een op de vijf gevallen kunnen ouders een voorzichtige poging van hun tienerkind verwachten om iets te bespreken. Toch is dat niet voor iedereen zo eenvoudig. Kato: “Ik ben bang voor hun reacties. Mijn ouders zeggen wel: ‘Als er iets is, mag je altijd komen.’ Maar hun reacties verschillen toch heel erg van wat je verwacht. Niet altijd even prettig.” Het soort vragen dat de jongeren aan hun ouders stellen, laat zich al raden. Jana: “Toekomstvragen. Je bent daar zelf te jong voor, je weet dat niet. Dus aan je ouders kan je dat wel vragen. Zij hebben die dingen toch ook zelf meegemaakt.” De drempel om vragen te stellen aan ouders en andere volwassenen kan soms verrassend hoog liggen. Dat komt niet zozeer door wat volwassenen antwoorden, maar vaak door de toon die ze aanslaan. In Petto bevroeg 1800 jongeren tussen 15 en 20 jaar, over heel Vlaanderen.

1

Leonie: “Ouders zouden vooral helpen door niet te oordelen, maar gewoon te luisteren. Dat lukt niet zo goed, er is veel onbegrip.” Als je een cursus zou mogen geven aan je ouders of andere volwassenen over hoe ze zich het beste opstellen, wat zou je dan zeggen? Soumya: “Volwassenen zouden niet moeten oordelen. Wel in vraag stellen. Vaak heb je te maken met een andere cultuur, een andere leeftijd en beleving. Probeer je in te leven. Bedenk dat je zelf jong bent geweest. Geef jongeren tips, raadgevingen, maar veroordeel nooit. Het is niet altijd even gemakkelijk voor jongeren om te aanvaarden wat een volwassene zegt.” Toch denken niet alle jongeren er zo over. Sarah (17 jaar, ASO) gaat voor haar voornaamste vragen niet naar leeftijdgenoten. “Ik praat erover met mijn vriend, die is negen jaar ouder. Ik ben erg open tegenover hem. Ik voel me veilig en vertrouwd bij hem. Ook aan mijn grootmoeder kan ik zonder gêne een vraag stellen. Ik ga graag naar iemand met meer levenservaring, omdat je daarvan meer kan leren dan van heel jonge mensen. Volwassenen hebben dus meer invloed op mij dan jongeren.”

Praten met een wildvreemde Uit het onderzoek Connected komt naar voren dat jongeren er nogal tegen opzien om hun diepste zielenroerselen met volwassenen te delen. Vooral leraren, coaches en therapeuten worden amper in vertrouwen genomen. Slechts één procent van de ondervraagde jongeren praat spontaan met hen over hun problemen. Toch kan het helpen: praten met een persoon die een vertrouwde omgeving schept en tegelijk met iets meer afstand naar je levensvragen luistert. Maar voor jongeren blijkt die stap niet altijd even gemakkelijk te zijn. Soumya: “Als ik een therapeut zou nemen, dan zou de halve wereld er één nodig hebben. Levensvragen zijn er om zelf uit te zoeken. Neem zelf wat initiatief, kom uit je schulp en zoek. Levensvragen kunnen door niemand anders worden beantwoord dan door jezelf.” Maar kunnen therapeuten door >

13 I K R AX +

Het tegenovergestelde ondervond Soumya, die les kreeg volgens de socratische methode: “In het vijfde middelbaar kregen wij een leraar die altijd alles automatisch in vraag stelde.

Ook zijn eigen theorieën. Dat was bij cultuurwetenschappen. Dat was heel verfrissend vergeleken met de andere leraren, van wie we moesten aanvaarden wat ze zeiden. Ik zag jongeren open bloeien, omdat ze meer zelf nadachten. Je leert alles niet zomaar aanvaarden. Je leert zelf nadenken.”

+organisatie & educatie +

lijkt vast te liggen. Je gaat studeren, werk, huis, trouwen, kindjes, kleinkinderen. Dat is het.” Leonie (17 jaar, TSO) zit met een specifieke bezorgdheid: “Een vraag waar ik mee bezig ben is of we werk gaan vinden. En hoe lang we moeten blijven werken, tot welke leeftijd. Het is tegenwoordig allemaal zo onzeker. Je vraagt je bijna af waar je het voor doet.”

4/23/13 1:16:01 PM


+ organisatie & educatie +

“Met toekomstvragen ga ik naar mijn ouders. Zij hebben die dingen toch ook zelf meegemaakt.” Jana

“Ouders zouden vooral helpen door niet te oordelen, maar gewoon te luisteren.” Leonie

“Ik vind het niet evident om levensvragen met mijn ouders te bespreken.” Kato

Meer info

Huis van de Mens Het Huis van de Mens is een initiatief van deMens.nu, de vrijzinnig humanistische vereniging. Deze vorm van morele bijstand staat open voor iedereen die een luisterend oor nodig heeft: mensen die het even niet zien zitten, in een crisis verkeren, professioneel of persoonlijk, voor een eenmalig contact of een langdurig traject. DeMens.nu heeft ervaring met jongeren die worden doorverwezen of spontaan aankloppen om de dingen op een rijtje te zetten. DeMens.nu is verspreid over heel Vlaanderen. Je vindt alle adressen op www.demens.nu.

K R AX + I 14

• Onderzoeksrapport Connected, In Petto, p. 35-38. Gratis te downloaden op www.inpetto-jeugddienst.be • De dienstverlening van JAC: www.jac.be • www.jeugdadviseurs.be

de socratische methode juist jou geen nieuwe perspectieven aanreiken die je zelf niet meteen bedenkt? Soumya: “Die perspectieven kan je ook zelf vinden. Ik zou geen therapeut aanschaffen.” “Vertellen aan mensen die ik niet ken, zoals een therapeut, zou ik alleen doen als ik een serieus probleem heb”, geeft Jana toe. “Maar dan zou ik bijvoorbeeld aankloppen bij een JAC of een therapeut die echt met jongeren kan omgaan. En ik denk dat jongeren dat ook wel nodig hebben.” Sarah: “Het is soms gemakkelijker om je verhaal te doen aan een wildvreemde, die niet je hele leven kent. Dat is juist. Maar dat hoeft niet per se een therapeut of een moreel consulent te zijn. Dat kan ook op de bus aan een wildvreemde zijn, dat overkomt mij weleens. Mensen beginnen vaak hun halve levensverhaal te vertellen aan mij en dan vertel ik terug.” Sarah ziet zeker in welke constructieve raad volwassenen kunnen hebben: “Jongeren denken vaak aan het hier en nu, en kijken niet altijd verder in de toekomst. Dan kun je echt wel van volwassenen leren uit wat zij hebben meegemaakt.” ×

KRAX_19+.indd 14

4/23/13 1:16:10 PM


+organisatie & educatie +

nisatie & ga

+

ca edu tie

+ or

Farid Meziani

KRAX_19+.indd 15

15 I K R AX +

VRAAGGESPREK WERKT EMPOWEREND

4/23/13 1:16:12 PM


+ organisatie & educatie +

Tijdens een socratisch gesprek leren mensen denken, analyseren en helder formuleren. Daardoor komen ze op hun eigen manier tot betere inzichten, en dat versterkt hun zelfvertrouwen. Ook bij kinderen en jongeren werkt de methode empowerend. Krax+ sprak met expert Kristof Van Rossem.

Confrontatie en aansporing Krax+ • Wie was Socrates eigenlijk, en wat is zijn methode? Kristof Van Rossem • Er is niet zo heel veel geweten over deze Griekse filosoof. De meeste informatie over hem komt van Plato, een van zijn leerlingen. De methode van Socrates was overigens eerder een stijl, maar ook daarover weten we niet echt veel. Eén ding kunnen we wel met zekerheid stellen: hij werkte de mensen op hun zenuwen. En dat deed hij aan de hand van twee bewegingen. Bij de eerste beweging confronteerde hij mensen met de kennis die zijzelf dachten te hebben. Hij deed dat vooral bij militairen, studenten en dokters – mensen die analytisch denken en menen dat ze dingen het beste weten. Socrates pakte hen het hardste aan en

confronteerde hen met de ondoordachtheid van hun opvattingen. De tweede beweging is de meest kenmerkende. Nadat hij die mensen in verlegenheid had gebracht over hun onwetendheid, spoorde Socrates hen aan om het beter en geargumenteerd uit te leggen. Krax+ • Met welk doel? Kristof • De kern van zijn stijl is dat mensen nadenken over hun opvattingen, meer bepaald over hun ervaringen, zodanig dat ze deze helder kunnen formuleren en er ook argumenten voor hebben. Verder wordt ook het waarheidsgehalte bekeken. Veel mensen denken: ‘Wat ik vind over wat ik heb meegemaakt is altijd waar, want ik maakte het nu eenmaal mee.’ Socrates durfde dat in vraag te stellen, en net dat maakt zijn stijl indrukwekkend en ingrijpend. Krax+ • De stijl van Socrates wordt intussen breed toegepast. Kristof • Ja, zeker. Je kan filosoferen met kinderen, je hebt filo-cafés, er bestaat filosofisch advies aan bedrijven, bij consultancy, in de hulpverlening... De socratische gespreksvoering kent veel afgeleide vormen. Thema’s leren exploreren, de denkvaardigheden verbeteren van abstract naar concreet denken, leren scherp formuleren, samenvatten, goed luisteren en argumenteren. Dat zijn de zaken die zowel bij filosoferen met kinderen als bij het socratisch gesprek terug te vinden zijn. Toch is het socratisch gesprek veel meer analytisch, want je onderzoekt een ervaringsoordeel van één groepslid.

K R AX + I 16

Luisteren zonder empathie

KRAX_19+.indd 16

“Geef jongeren tips, raadgevingen, maar veroordeel nooit.”

Krax+ • Werkt filosoferen bij kinderen? Kristof • In filosofeersessies met kinderen leren ze wie de anderen zijn en wat die zeggen. Kinderen leren bijvoorbeeld om pestgedrag te bespreken, los van de aanvallen op elkaar. Je creëert daar bijgevolg een afstand. Als begeleider kan je hiervoor specifieke gesprekstechnieken aanleren. Krax+ • Wat is er zo typisch aan? Kristof • Kinderen kunnen soms heel scherp en confronterend zijn. Ze geven doorgaans veel anekdotes en voorbeel-

den bij hun stellingen. Stel hen bijvoorbeeld de vraag: ‘Kunnen dieren iets beslissen?’, en dan krijg je massa’s voorbeelden. De bedoeling is om vanuit die voorbeelden naar een algemener idee te gaan, van het concrete naar het algemene. Volwassenen blijven meestal in algemene abstractie zitten, en dit moet men herleiden naar de ervaring. Krax+ • Welke kwaliteiten moet de begeleider hebben? Kristof • Eerst en vooral moet hij of zij de juiste houding hebben. De coach moet vertrouwen in de redelijkheid van de ander. Kinderen kunnen heel rationeel zijn, maar hun stijl is wel kinderlijker. Verder moet er een soort van helderheid en alertheid aanwezig zijn waardoor je kan inspelen op hetgeen iemand zegt. Een socratisch gesprek vergt ook een soort van onbekommerdheid, een gebrek aan gêne en zelfs onvoorzichtigheid, evenwel zonder respectloos over te komen. Maar het allerbelangrijkste is dat de begeleider goed kan luisteren. En daarmee bedoel ik: echt letterlijk luisteren. Je moet de bedoeling van het kind negeren en je inlevingsvermogen op nul zetten. Want wie empathisch luistert, gaat allerlei dingen invullen op basis van wat de andere zegt. Door vragen te stellen, getuig je van een soort respect dat bij invoelend luisteren ontbreekt. Velen onder ons luisteren voortdurend invoelend. Krax+ • Hoe verloopt dat bij kinderen die over pijnlijke ervaringen praten? Kristof • Hier is het van belang om emotioneel wat te coachen. Maar dat sluit niet uit dat je ook bij zulke verhalen letterlijk kunt luisteren naar wat het kind zegt. Kinderen ervaren dat ook als een vorm van respect.

Denkvaardigheden verbeteren Kristof • Wat bij filosoferen met kinderen vaak voorkomt, is dat iedereen zowat zijn eigen opvattingen over een vraag weergeeft. Iedereen heeft zijn eigen redenen en daar blijft het vaak bij, terwijl het dan in feite pas begint. Die verschillende opvattingen met elkaar in verband kunnen brengen is niet zo eenvoudig, omdat je alles moet onthouden wat er gezegd werd.

4/23/13 1:16:12 PM


+organisatie & educatie +

“Als coach moet je vertrouwen hebben in de intellectuele capaciteiten en de creativiteit van de mensen met wie je werkt.” Kristof Van Rossem

Krax+ • Mag je als begeleider dan parafraseren of samenvatten? Kristof • Nee, dat mag je nooit doen. Alle denkactiviteit is gericht op de ander. Als begeleider moet je niet voor de ander gaan denken en samenvatten. Parafraseren is een onderschatting van de redelijkheid van de ander. Bovendien maak je de ander daardoor lui. Mensen moeten net leren om te horen wat ze zelf zeggen. Doen ze dit niet, dan is het aan de begeleider om door te vragen. Parafraseren gaat ook over de eigen onzekerheid.

KRAX_19+.indd 17

Flexibiliteit en vertrouwen Krax+ • Heb je tips voor iemand die het socratisch coachen wil leren? Kristof • De basisvaardigheden zijn: luisteren en vragen stellen. Je moet leren om de juiste vragen te stellen op het juiste moment en met de juiste woorden. Dit wil zeggen: flexibel zijn om in gelijk welke context de socratische bewegingen te kunnen inzetten en te werken met wat zich op het moment voordoet. Wat je zeker niet moet doen is met een vooraf gemaakt vragenlijstje naar een groep toestappen. Je moet echt kunnen loslaten! Loslaten heeft ook te maken met stijl van leiderschap. Als coach en vraagsteller moet je vertrouwen hebben in de intellectuele capaciteiten en de creativiteit van de mensen met wie je werkt.

Krax+ • De socratische stijl zou ook empowerend werken? Kristof • De methode werkt altijd empowerend, wat ook de afkomst of achtergrond van iemand mag zijn. Het lukt zelfs bij gevangenen, of bij kinderen met een beperking… Er is geen norm waaraan iemand zou moeten voldoen. Het gaat er ook niet om dat mensen worden aangesproken op hun talenten of dat ze daarin aangemoedigd worden; dat is maar een bijeffect ervan. Het is gewoon door je vraagstelling en vragende houding dat je iemand in staat stelt om voor zichzelf dingen helder te krijgen. En daarin zit nu net dat empowerende. Mensen ervaren dat ze de kans krijgen om zelf zaken te bedenken en dit op hun eigen manier. Hun zelfwaarderinggevoel krijgt daardoor een enorme boost. ×

Kristof Van Rossem studeerde Godsdienstwetenschappen en Filosofie in Leuven (KUL), Amsterdam (UvA) en Uppsala (UU). Hij werkte als leerkracht in het secundair en het hoger onderwijs en als freelance vormingswerker voor verschillende (hoge) scholen in Vlaanderen.

Meer info? www.socratischgesprek.be

17 I K R AX +

Krax+ • Zijn er verschillen tussen kinderen en jongeren? Kristof • Het grote verschil is dat jongeren heel sterk de confrontatie willen aangaan. Hun hoofd slaat op hol en ze vinden het leuk om geconfronteerd te worden met hetgeen ze zeggen. Bij kinderen gaat het er iets zachtaardiger aan toe. Met jongeren zullen we meestal een socratisch gesprek voeren uitgaande van het ervaringsoordelen. Jongeren werken dan vooral met wat zij zelf meegemaakt hebben. Bij kinderen gaan de vragen verder dan de eigen ervaring, bijvoorbeeld: ‘Wat zit er achter de sterren?’ Zo’n sessie bevat dan veel fantasievragen waarmee ze de denkbewegingen kunnen oefenen.

Krax+ • Wellicht komen er dan ook veel emoties naar boven? Kristof • Die emoties zullen er altijd zijn, maar het exploreren ervan is geen doel op zich. Het gaat over de analyse van de ervaring. Het emotionele wordt niet uit de weg gaan. Het is niet therapeutisch omdat het niet de bedoeling is om mensen te helpen. De socratische gespreksvoering heeft soms wel dat effect.

4/23/13 1:16:14 PM


+ organisatie & educatie +

nisatie & ga

+

ca edu tie

+ or

Dagmar Gooris: “In het socratisch gesprek proberen wij heel sterk de juiste toon en taal te vinden.”

SOCRATISCH COACHEN IN DE KLAS EEN ALTERNATIEF VOOR PURE KENNISOVERDRACHT? Dominique Verschuren

Iedere mens komt graag tot meer inzichten. Maar opgelegde wijsheid stuit ons ook vaak tegen de borst. Samen en gelijkwaardig op zoek gaan naar nieuwe perspectieven geeft een boost aan ons zelfbeeld. Socratisch coachen is zo’n methode. Dagmar Gooris, coördinator van Djapo Antwerpen, vertelt over haar ervaringen voor de klas.

K R AX + I 1 8

Iedereen heeft altijd een keuze Krax+ • In essentie is de socratische methode voor mij het zoeken naar het waarom achter evidenties. Daardoor worden jongeren kritischer. Daardoor aanvaarden ze zaken niet zomaar. Wij gaan niet beoordelen of iets goed of fout is. Wij willen stimuleren dat jongeren voor zichzelf uitmaken waarom iets is zoals het is voor hen. Weet waarom je een keuze maakt.

KRAX_19+.indd 18

Krax+ • Zijn heel jonge kinderen wel bekwaam genoeg om mee te gaan in het socratisch gesprek? Dagmar • Ja, natuurlijk! Het socratisch gesprek is een goede methode om bijvoorbeeld naar elkaar te luisteren. Wij zijn het niet meer gewend om zo’n gesprek met elkaar aan te gaan. Bij TSO’ers zijn het vaak daden en niet woorden die overheersen. Maar om tot een dialoog te komen, moet je ook luisteren voordat je zelf begint te praten. Je hoort vaak: ‘Met TSO en BSO valt niet te werken.’ Dat vinden wij van Djapo juist wel. Jongeren zijn vaak heel positief wanneer ze beseffen dat er iemand komt die met hen gaat werken. De moeilijkheid voor volwassenen is eerder dat ze moeten zoeken naar hun taal. Deze leerlingen hebben minder het vermogen om van taal te veranderen. In het socratisch gesprek proberen wij dan ook heel sterk de juiste toon en taal te vinden. Krax+ • Waarom is het zo belangrijk om die jongeren aan te spreken? Dagmar • We hebben sterke jongeren nodig, die anders en creatief durven te denken. Dat is heel belangrijk voor de

4/23/13 1:16:15 PM


Krax+ • Veranderen kan misschien niet, maar kan je ze beïnvloeden? Dagmar • We kunnen ze kritisch laten nadenken. Ik ben tevreden als zo’n jongere de volgende keer in de supermarkt komt en beseft dat het aanbod eigenlijk wel enorm groot is. Of als een kind stil staat bij de herkomst van een ananas en van een appel. Dan is mijn missie geslaagd. Dan heb ik de evidentie doorbroken en beseft de jongere dat hij of zij altijd een keuze heeft.

Filosoferen Dagmar • Voor kinderen van zes tot twaalf heeft Djapo De Scharlaken Pompelmoes ontwikkeld, in samenwerking met 11.11.11. Dat is een luisterverhaal waarin gesproken wordt over recht op voedsel. Het doet filosoferen over eerlijkheid. Krax+ • Hoe doe je dat, filosoferen met zesjarigen? Dagmar • Jij hebt een heel mooi kleedje aan, jij krijgt van mij een koekje. En jij ziet er een toffe uit, jij krijgt ook een koekje. Je verdeelt je koekjes en een aantal kinderen krijgt niets. Voilà! En wat dan? Welk gevoel heb je nu? Hoe eerlijk zijn de koekjes verdeeld? … En dan ontrolt zich de discussie op het niveau van zesjarigen. Met oudere kinderen kun je al veel dieper gaan... Wij van Djapo geloven in filosoferen.

Als socratisch coachen niet aanslaat

KRAX_19+.indd 19

Krax+ • Wat is de reactie daarop? Dagmar • De leerkracht is er vaak bij, en die is dan getuige als het proces niet verloopt zoals dat zou moeten. Als het echt niet lukt, dan moet je zo’n groep kunnen respecteren. Maar dat wordt vaak niet aanvaard in het onderwijs, want er zijn die twee uren waarin het moet gebeuren. Leerkrachten moeten ook voldoen aan het leerplan. Dan moet er gewoonweg resultaat worden getoond. En dat is iets wat nu eenmaal niet altijd lukt, zeker niet bij zoiets intensiefs als het socratisch gesprek.

Talenten ontdekken Krax+ • Is het socratisch coachen dan wel een zinvolle methodiek voor leerkrachten? Dagmar • Dat ligt eraan. Als buitenstaander word je door een klas meestal opener ontvangen. Jongeren zijn nieuwsgierig. Je wordt eerst getest, maar als je de aansluiting vindt, kun je veel bereiken. Ze stellen zich ook opener op tegenover iemand die ze niet kennen. Je komt, maar je gaat ook weer weg, en dat maakt het allemaal lichter. Voor leraren is het toch vaak moeilijker, omdat leerlingen een jaar lang met die persoon moeten samenwerken. Maar er zijn zeker leerkrachten die hier zeer behendig in zijn. Natuurlijk hangt het ook van het vak af. Voor cultuurwetenschappen is het een stuk evidenter dan voor wiskunde. Krax+ • Hoe zie je de toekomst van het socratisch coachen? Dagmar • Ik hoop dat het onderwijs dit systeem meer gaat overnemen. Dat het meer afstand doet van de pure kennisoverdracht. Het is belangrijk dat jongeren al vroeg reflecteren over zichzelf en over de wereld. Daardoor ontdekken ze ook sneller wat hun talenten zijn. En natuurlijk leren ze al vroeg wat een dialoog is en hoe die te gebruiken. Daar kan de samenleving alleen maar baat bij hebben. ×

Film als start van socratisch gesprek Een tijdje geleden liet Djapo vier jongeren naar België komen. Vier jongeren uit een heel andere realiteit: uit Botswana, Ecuador, China en Nicaragua. Dagmar Gooris • “Ze zijn hier tien dagen gebleven en we hebben ze bij ons laten rondkijken, we hebben ze laten ervaren. Ze gingen op bezoek in een bejaardentehuis, een crèche, scholen, de supermarkt... Bejaarden in een tehuis stoppen was voor het meisje uit Botswana verschrikkelijk. Maar ook de keuzeovervloed in de supermarkt baarde opzien.” Van die reacties heeft Djapo een film gemaakt: 10 Dagen België. Dagmar • “De film maakt deel uit van de methodiek waarmee we naar de Vlaamse secundaire scholen stappen. Hij toont hoe onze samenleving en ons consumptiegedrag in elkaar zitten. Met de film maken we typische jongerenonderwerpen bespreekbaar. En in het socratisch gesprek kun je echt doorvragen naar het waarom van de dingen. Dan kom je echt te weten wat jongeren drijft.” www.djapo.be/10dagen

Djapo vzw is een educatieve organisatie (ngo) rond mondiale vorming en duurzaamheid en richt zich naar kleuter-, basisen secundair onderwijs. Djapo ontwikkelt lesideeën, leer­ middelen, werk­instrumenten, geeft advies en begeleiding. Participatie van alle betrok­ kenen wordt hoog in het vaandel gedragen. Socratisch coachen is hierbij een dankbare methode. www.djapo.be

1 9 I K R AX +

Krax+ • Wat als het socratisch gesprek spaak loopt? Dagmar • Natuurlijk loop je soms tegen een muur. Het gebeurt dat jongeren niet willen meewerken. Dan ga je met hen het gesprek aan over de redenen waarom ze niet willen meewerken. Dat vraagt soms veel van je als begeleider. Maar het zit ook vaak bij jezelf. Soms

moet ik constateren dat het me echt niet lukt met een groep. En dan blijf je zoeken naar het poortje waarlangs je toch binnen geraakt. Vaak vind je dat, soms niet. Ik heb het laatste eens meegemaakt, en dat heb ik toen aanvaard.

+organisatie & educatie +

maatschappij van morgen, maar ook voor die jongeren zelf. We moeten veranderen, want hoe lang is het huidige systeem nog houdbaar? Indirect probeer ik die overtuiging mee te geven. Maar pas op: we kunnen mensen niet veranderen, ook jongeren niet.

4/23/13 1:16:17 PM


+ ruimte +

te +

+ rui

m

DE SCHOOLSPEELPLAATS VAN DE TOEKOMST GROEN EN AVONTUURLIJK SPELEN

K R AX + I 2 0

Katrijn Gijsel

De ‘speelkoer’ uit je schooljaren kan je je vast nog levendig voor de geest halen. Het eentonige plein van betontegels, begrensd door de schoolgebouwen en een hek, typeert al generaties lang de basisscholen in Vlaanderen. Maar tegenwoordig komt er een veelbelovende trend overwaaien vanuit Scandinavië, Duitsland en Nederland. De schoolspeelplaatsen ‘nieuwe stijl’ zijn groen en avontuurlijk!

KRAX_19+.indd 20

Weg met de klassieke koer Een klassieke speelkoer leent zich perfect tot touwtjespringen of hinkelen. De harde ondergrond zet kinderen aan tot snel en ruw spel. Met geschaafde knietjes vol kleine prikkende steentjes als gevolg. Maar de speelkansen staan onder druk. Voetbal wordt op heel wat scholen beperkt of zelfs verboden omdat de kleinste kinderen onder de voet worden gelopen. Of omdat er ruiten sneuvelen. Bovendien keren de kinderen na zo’n pauze vaak nog drukker en luidruchtiger terug naar de klas.

4/23/13 1:16:17 PM


In 2008 lanceerden Cera en Klasse de projectoproep ‘Droom je school’. Maar liefst duizend scholen deden een beroep op het creatieve brein van leerlingen, leerkrachten en ouders en stuurden hun droomwerk in. De prijzenpot van 250.000 euro werd verdeeld over vijftig winnende scholen. De jury formuleerde ook de belangrijkste droomtrends: 1 Er is grote nood aan groene en gezellige speelplaatsen. 2 Leerlingen hunkeren naar een plek waar ze tot rust kunnen komen. 3 De ‘dromen’ ontstaan voornamelijk in de eetzaal, op de speelplaats of in de bibliotheek. 4 Centen zetten de scholen doorgaans aan tot bijbouwen (container, bus, polyvalente ruimte).

Prikkelend en veelzijdig Groene, uitdagende en avontuurlijke speelruimte op school heeft tal van voordelen. Een prikkelende inrichting daagt uit tot diverse spelvormen: klauteren en klimmen, lopen, springen, maar ook fantasie- en rollenspel of rust in geborgen hoekjes. Elk kind vindt er zijn gading in. Bovendien biedt ze kinderen dagelijks contact met een stukje natuur, de veranderende seizoenen, planten en dieren. En dat zijn dan weer directe aanknopingspunten voor de les. In de klas zijn de kinderen trouwens over het algemeen rustiger na een groene speelpauze. Verder zijn er nog tal van (milieu) voordelen verbonden aan een stukje groen in een dichtbebouwde wijk en kan het mensen samenbrengen. Dat laatste werkt vooral als de zone ook buiten de schooluren toegankelijk is voor de buurt, en als de speelplek op een goede manier wordt ingeschakeld in het speelweefsel van de gemeente.

Is dat wel veilig?

KRAX_19+.indd 21

schappijen daarom een lagere premie aan te rekenen aan scholen met gevarieerde, groene speelruimte dan aan scholen met een klassieke betonstenen speelkoer waaruit al deze zogenaamde onveiligheden geweerd worden. Verantwoordelijkheden en toezicht blijven wel belangrijke aandachtspunten bij vergroening van de speelplaats. Maak er daarom van bij het begin goede afspraken over.

Populair in het buitenland In Berlijn zijn de voorbije twintig jaar meer en meer kleinschalige buitenspeelplekken ontstaan met fantasievolle artistieke objecten, spelletjes… Deze kunnen ook buiten de schooltijd worden bezocht en vormen groene oases in de stad. De impuls hiertoe komt onder meer van Grün macht Schule. Deze organisatie informeert, adviseert en ondersteunt vooral basisscholen en kinderdagverblijven bij inspraaktrajecten, ontwerp en uitvoering van buitenruimten. Meer dan vijfhonderd scholen werden al begeleid binnen een traject. Elk traject loopt minstens een half jaar. Zo kunnen ouders en kinderen ook echt participeren. Ouders en leerkrachten in Scandinavië kijken er niet van op hun kleuters een helling van beton en rotsblokken te zien opklauteren. De kleuters zijn er vertrouwd met zulke fysieke uitdagingen en leren de risico’s en hun eigen kunnen goed inschatten.

Beleving en waardering In Nederland ijveren organisaties als Jantje Beton en Springzaad al jaren voor groenere en aantrekkelijkere speelruimte, en voor sterke betrokkenheid van de kinderen bij de inrichting ervan. Springzaad onderzocht in twee basisscholen de veranderingen in speelgedrag na de metamorfose van grijs naar groen schoolplein. De gebruikswaarde van het schoolplein verbeterde: waar op het grijze plein voornamelijk werd gevoetbald, wordt op het groene schoolplein ook veel gerend, geklommen, gegleden, soms ook gewoon niet gespeeld of alleen gespeeld. De belevingswaarde en de attractiewaarde stegen eveneens: 87% van de kinderen voelt zich blij (tegenover 40% op het grijze schoolplein). Meer verschillende plekken op het plein worden nu leuk gevonden en gebruikt. >

Er gebeuren beduidend minder (of minder ernstige) ongelukken op groene schoolspeelplaatsen.

2 1 I K R AX +

Bij de gedachte aan hellingen, los materiaal, (klim)bomen en struiken, water of zelfs klauterrotsen gaan veel ouders en leerkrachten steigeren. Ten onrechte. Er gebeuren beduidend minder (of minder ernstige) ongelukken op groene schoolspeelplaatsen. In Duitsland blijken verzekeringsmaat-

+ ruimte +

Dromen van groene schoolspeelplaatsen

4/23/13 1:16:19 PM


+ ruimte +

Een prikkelende inrichting daagt uit tot diverse spelvormen. Kinderen maakten zelf de ontwerpen en maquettes voor hun ideale speelplaats, met verstophoekjes, hoogteverschillen en hellingen, integratie van (zelfgemaakte) kunst en hutten. (Basisschool Fläming in Schönberg)

Openbaar gebruik

Tijd voor verandering!

De meeste schoolspeelplaatsen in Vlaanderen worden alleen door de school gebruikt en zijn buiten de schooluren niet open. Voor vakantieperiodes zijn er soms afspraken met speelpleinwerk. Ook in Nederland zit men gewrongen met een tekort aan buitenspeelruimte en tegelijk een massa schoolspeelplaatsen die niet optimaal worden benut.

In Vlaanderen leven heel wat dromen en kiemen voor groene schoolspeelplaatsen. Het enthousiasme bij de basis is groot en de tijd is rijp voor actie! Vele handen maken licht werk, maar de schoolspeelplaats ‘nieuwe stijl’ vergt ook de overtuiging en steun van alle bevoegde (beleids)instanties op het terrein. Het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs zou alert moeten zijn voor elke kans om de buitenspeelruimte optimaal te benutten en/of openbaar te maken. De Vlaamse overheid moet een aanmoedigingsbeleid voeren, over de sectoren Onderwijs, Jeugd, Leefmilieu, Stedenbeleid en Welzijn heen, en voldoende financiële ondersteuning voorzien. Gemeentebesturen hebben eveneens een belangrijke rol. Avontuurlijke schoolspeelplaatsen verdienen zeker een plek in een goed speelweefsel van speelplekken en kindvriendelijke verbindingen. Scholen kunnen ondersteuning gebruiken om hun buitenruimte kwalitatief en groen in te richten en indien mogelijk ook voor andere doelgroepen open te stellen. Tot slot is het aan de ouders, leerkrachten en leerlingen om hardop te dromen en hun wensen kenbaar te maken. Maar zelf initiatief nemen is misschien nog een sterker signaal. Richt een werkgroep op. Ga samen op kijkbezoek in andere scholen. Vraag ondersteuning voor je goede ideeën en realiseer samen echte speelruimte waar je blij van wordt! ×

K R AX + I 2 2

Jantje Beton ziet vijf grote bedreigingen die scholen ervaren bij het openbaar maken van hun schoolplein: 1 Angst voor vandalisme op het schoolplein. 2 Onduidelijkheid over beheer en onderhoud. 3 Veiligheid, bijvoorbeeld van de schoolgebouwen. 4 Overlast voor de omwonenden. 5 Toezicht en verantwoordelijkheid. Om bovenstaande drempels te overwinnen formuleert Jantje Beton onder meer deze kansen: 1 Geef kinderen een actieve rol in het ontwerp en realisatie en creëer zo een breed draagvlak. Verruim ook naar andere doelgroepen en maak er een multifunctionele plek van die echt van en voor de buurt is. 2 Maak van bij het begin goede afspraken tussen school en gemeente in een beheer- en onderhoudconvenant. Regel in ieder geval de verantwoordelijkheden, financiële zaken en aanspreekpunten. Zorg ervoor dat het plein schoon blijft. 3 Zorg voor een goede inrichting van het schoolplein. Denk bijvoorbeeld aan verlichting, een eigen plek voor oudere jeugd, genoeg prullenbakken. Creëer ‘ogen op het plein’ als vorm van sociale controle. Benut alle kansen om de bereikbaarheid te verbeteren en vergroot het schoolplein door versnipperde stukjes openbaar groen in de directe omgeving te betrekken. 4 Gebruik kansen om het budget te vergroten. Een openbaar plein zorgt vaak voor meer financiële mogelijkheden bij de gemeente of fondsverstrekkende instellingen. 5 Sluit aan bij sociale partners: jongerenwerk, wijkagent, buren. Zoek de energie en gebruik het enthousiasme in de buurt en bij actieve ouders.

KRAX_19+.indd 22

Meer info • www.groenspeelweefsel.be: ondersteunende praktische instrumenten voor gemeenten • www.springzaad.be: visie, inspiratie, praktijkvoorbeelden en een pool van ontwerpers die scholen begeleiden in een groen, avontuurlijk en participatief herinrichtingtraject • www.springzaad.nl/litdocs/verandering_speelgedrag_groen_schoolplein.pdf • www.gruen-macht-schule.de • www.platformbuitenspelen.nl: lijvig dossier over schoolspeelplaatsen in Nederland

4/23/13 1:16:21 PM


+ ruimte +

te +

+ rui

m

HOE PAK JE HET AAN?

GROENE SCHOOLSPEELPLAATSEN IN VLAANDEREN Wouter Verheecke

Groene, avontuurlijke schoolspeelplaatsen zijn in Vlaanderen aan een voorzichtige opmars bezig. Her en der duiken inspirerende voorbeelden op van knappe speelinrichtingen voor lagereschoolkinderen. Krax+ zoomt in op twee cases en luistert naar het praktische advies van Kris Van Ingelghem, programmacoördinator bij GoodPlanet Belgium.

Praatplan en definitief plan

KRAX_19+.indd 23

Motivatie en middelen Krax+ • Wie moet je zoal meekrijgen in je verhaal? Kris • Het is noodzakelijk om de directie en de collega’s van het team te blijven betrekken, net als de ouders en leerlingen die de ideeën leverden voor het praatplan. Hoe breder het draagvlak, hoe groter de kans op slagen. Voor de verdere uitwerking zijn een goede coördinatie en communicatie onontbeerlijk. Richt daarom best een nieuw werkgroepje op, dat deze processen kan aansturen in nauw overleg met het hele team. Krax+ • Het financiële plaatje is wellicht de andere grote uitdaging. Kris • Geld is inderdaad een belangrijk aspect in het welslagen of het mislukken van het project. Zoek dus naar financiering via subsidies, want in heel wat provincies en gemeenten worden hiervoor centen voorzien. Daarnaast kun je ook benefietacties opzetten en dus een beroep doen op privésponsors. Vergeet ook niet het belang van materiële steun. Spreek je netwerk aan om gratis of goedkoper materiaal geleverd te krijgen.

Weerstand en oplossingen Krax+ • Waarom heeft Vlaanderen nog zo weinig groene schoolspeelplaatsen? Kris • Iedere verandering stuit op weerstand. Soms zien mensen eerder de nadelen dan de voordelen, waardoor ze maar moeilijk enthousiast te maken zijn. Ze houden niet het eindresultaat maar het vele werk voor ogen, of ze denken dat ze over onvoldoende kennis en vaardigheden beschikken om een actieve rol in een werkgroep op te nemen. Ook een gebrek aan fantasie kan een rem zetten op het bedenken van de plannen. Krax+ • Is al die weerstand dan onterecht? Kris • We moeten realistisch zijn. Zo’n groene speelplaats brengt een aantal aandachtspunten met zich mee. Bij regenweer kunnen de klaslokalen en de kleren van de kinderen al eens vuil worden. De hoge speeldruk van al die kindervoetjes kan soms moeilijkheden opleveren voor het beheer van het terrein. Maar als je deze punten realistisch inschat, kan je er vooraf ook oplossingen voor bedenken. Bijvoorbeeld spelen in aparte groepen om de speeldruk op het terrein te verlagen.

Rust en positief gedrag Krax+ • Een avontuurlijk schoolplein biedt meer voordelen dan louter spelplezier? Kris • Absoluut! Vooreerst wint de school enorm aan uitstraling, wat ook de leerkrachten als een voordeel ervaren. >

2 3 I K R AX +

Krax+ • Hoe begint een school best aan zo’n groene speelplaats? Kris Van Ingelghem • Een avontuurlijke speelplaats aanleggen vraagt in de eerste plaats inbreng van tijd en middelen. Daarnaast mag je ook de zorg op langere termijn niet onderschatten. Daarom is het zeer belangrijk dat zij die de plannen zullen uitwerken – directie en leerkrachten, maar ook ouders en leerlingen – van bij het begin erg gemotiveerd zijn. Maak dus een aantal mensen warm en start een werkgroepje op dat met een open blik voorstellen lanceert. In deze opstartfase hebben we het over een ‘praatplan’: meet alles op en maak een plan waarop je de gewenste elementen wil inplanten, compleet met schaal, noordpijl en de bestaande elementen.

De medewerking van alle betrokkenen biedt een enorme meerwaarde aan dit plan, dat als praatplan nog kan worden bijgewerkt. Uiteindelijk moet er evenwel een definitief plan worden opgesteld, met hierbij ook een financieel overzicht, een plantenlijst en een tijdsplan. Dan wordt het dus tijd voor het serieuze werk…

4/23/13 1:16:22 PM


+ ruimte +

De ouders die samen de handen uit de mouwen steken, leren elkaar beter kennen, en daaruit groeien vaak hechte vriendschappen. Maar het grootste voordeel is natuurlijk voor de leerlingen: zij vinden zo’n groene speelplaats veel aangenamer dan de stenen variant. Ze komen makkelijker tot rust in een natuurlijke omgeving en zullen dan ook rustiger zijn in de klas. Op een avontuurlijke speelplaats krijgen ze bovendien voortdurend uitdagingen om hun motorische, sociale, cognitieve en technische competenties te vergroten. Tot slot vertonen ze opmerkelijk minder ‘negatief’ gedrag, zoals pesten of andere kinderen uitsluiten. Krax+ • Heb je nog tips voor wie het voelt kriebelen? Kris • Bouw vanaf het begin een langetermijnvisie uit, met een totaalplan dat je uitvoert naargelang de specifieke mogelijkheden wat betreft tijd en middelen. Hou het ook simple & stupid. Ga het dus niet te ver zoeken tijdens je brainstorm, maar hou je geest wel open voor alle opties. Zoek gratis hulp en materialen binnen je netwerk, wat een groene speelplaats flink goedkoper maakt. Creëer blijvende, grote betrokkenheid bij de verschillende partners. Zo bekom je immers een breed draagvlak en dus meer kans op slagen. Verzorg je communicatie, zowel intern als extern. Een goede coördinatie is onontbeerlijk! ×

Ambities van GoodPlanet

K R AX + I 2 4

GoodPlanet.be (voorheen GREEN vzw) is een vzw die jongeren en volwassenen wil sensibiliseren en stimuleren om duurzaam te leven, om weloverwogen en actief aan milieubescherming te doen en in harmonie te leven met de aarde. Kris • De komende jaren willen we zo veel mogelijk scholen zien vergroenen, zeker ook in stedelijk gebied. Daarom moeten we het schoolbeleid blijvend laten nadenken over het belang van buitenspel in een groene en prikkelende omgeving. Scholen moeten daarbij meer vorming en ondersteuning krijgen. Ook uitwisseling tussen scholen onderling is zeker gewenst. www.goodplanet.be

KRAX_19+.indd 24

VRIJE BASISSCHOOL DE KREKEL, GENT

“Een avontuurlijke speelplaats is in de eerste plaats interessant voor de kinderen zelf: om te ravotten, creatief bezig te zijn en elkaar zo op een andere manier te leren kennen. Bovendien is er een sterke samenwerking en groter wederzijds respect ontstaan tussen de ouders en de school. We vinden het samen meedenken en meewerken aan de tuin even belangrijk als het eindresultaat. Zo’n groene speelplaats is een aanrader voor elke school, maar een sterke, gemotiveerde ploeg is noodzakelijk.” (directeur Wim De Smet) Inrichting Geen speeltoestellen, maar een avontuurlijke ‘speel-natuurplaats’ met veel reliëf, klautermogelijkheden, zit- en uitkijkpunten, zand, water en losse stenen. Timing • Schooljaar 2009-2010: Realisatie van het plan dat werd opgemaakt door architectenbureau Fris in het Landschap vzw. • Schooljaar 2010-2011: Verdere realisatie van het project. • Schooljaar 2011-2012: Onderzoek van nieuwe pistes met nieuwe tuinontwerper. • Schooljaar 2012-2013: Opstellen van een nieuw plan met de bedoeling de schooltuin te ontsluiten als leer- en speelruimte. Kosten Het totale kostenplaatje is nog niet gekend. De school werkt stapsgewijs met de middelen die er op dat moment zijn. Zo beschikt ze onder andere over 5000 euro prijzengeld van de wedstrijd ‘Droom je school’ van Klasse en Cera, 5000 euro van de ouderraad (mosselsouper) en 12.000 euro van de Stichting Koningin Paola. Leveranciers gaven vaak korting. Uitvoerders Een enthousiaste ploeg van leerkrachten, ouders en kinderen tijdens maandelijkse ‘werfdagen’. Obstakels • Geld. • Soms beperkte technische knowhow bij de groep ‘doe-het-zelvers’. • Duurzaamheid en onderhoud. De ‘erosie en aftakeling’ door spelende kinderen zijn moeilijk te bestrijden.

4/23/13 1:16:28 PM


+ ruimte +

LEEFSCHOOL DE VLIEGER, OOSTENDE “We wilden een volledig andere beleving op de speelplaats, en die hebben we nu effectief. Een avontuurlijke speelplaats is zeker een aanrader voor kleine tot middelgrote scholen die nu over een betonnen speelplaats beschikken. Scholen met meer ruimte moeten volgens mij echter niet zo drastisch ingrijpen; daar kan de implementatie van enkele groene en avontuurlijke accenten volstaan.” (directeur Joeri Demey)

Inrichting Speelheuvels, glijbaan, zandbak, zitplateaus, steltenparcours, zigzagstammen, wilgentunnel, riviertje, geïntegreerde tribune. Timing • Schooljaar 2010-2011: Bevraging van de verschillende actoren. Opmaak van het plan door architectenbureau Fris in het Landschap vzw. • Schooljaar 2011-2012: Fondsenwerving. Afbraak van oude en aanleg van nieuwe toiletten. • Grote vakantie tot eind september: Opbouw van de nieuwe speelplaats door ouders en team, onder leiding van gespecialiseerde aannemer Speelokee. Eind september was het schoolplein speelklaar. • Schooljaar 2012-2013: Planten en zaaien. Speeltoestellen plaatsen. Algemene opsmuk. Einde werken voorzien in juni 2013. Kosten In totaal 50.000 euro, waarvan 5000 euro gesubsidieerd door de provincie West-Vlaanderen en 2000 euro van serviceclub De Ronde Tafel. De Scholengroep-aan-Zee stond in voor de nieuwe toiletten en groenaanleg. Extra fondsenwerving via champagneverkoop, fuif, filmpremière, quiz, brunch, paellafestijn, rommelmarkt en allerlei spaaracties. Uitvoerders Het schoolteam, (groot)ouders, kinderen en sympathisanten, onder leiding van de aannemer en de architect. Obstakels • Geld. • Lange tijdspanne tussen start en einde van de werken, met heel wat hinder tussen de aanvang en oplevering. • Constante motivering van de vrijwilligers, gespreid over drie schooljaren.

2 5 I K R AX +

KRAX_19+.indd 25

4/23/13 1:16:30 PM


+ wel

+ welzijn +

zij

n +

INTEGRALE JEUGDHULP K R AX + I 2 6

OVER KNELPUNTEN EN OPPORTUNITEITEN

KRAX_19+.indd 26

Jan Naert

4/23/13 1:16:31 PM


Effecten op het werkveld Na ruim tien jaar ontwikkelingswerk is er op het werkveld eigenlijk nog niet zo veel veranderd. Wat zien we wel? Een volledige hertekening van de bovenbouw van de jeugdzorg, met een beter afgestemd aanbod, meer samenwerking en sterkere netwerken tot gevolg. Her en der werden ook concrete projecten geïmplementeerd. Maar desondanks blijven de globale verwezenlijkingen op het veld minimaal voelbaar. Bovendien blijken veel hulpverleners vandaag de dag niet goed op de hoogte te zijn van deze ontwikkelingen. De veranderingen getuigen van een vrij sterke top-downbeweging.

Integrale Jeugdhulp in grote lijnen

KRAX_19+.indd 27

De verhoogde aandacht voor verontrustende situaties is een andere krachtlijn. De verantwoording voor een interventie vormt sinds jaar en dag een moeilijk punt binnen de jeugdzorg. Wanneer moet worden ingegrepen in een opvoedingssituatie ter bescherming van het kind of de jongere? Wanneer is er sprake van maatschappelijke noodzaak en wie bepaalt dit? Door een grotere rol toe te bedelen aan de vertrouwenscentra voor kindermishandeling wil men sneller en adequater handelen in verontrustende situaties.

Perspectief van kinderen en jongeren Dit zijn enkele grote lijnen die nu vooral beleidsmatig zijn uitgewerkt. De voorbije jaren werd er echter veel geïnvesteerd in structureel overleg tussen de verschillende sectoren, waarbij ook vertegenwoordigers van kinderen en jongeren en hun ouders betrokken werden. Een positief gevolg is dat er hierdoor meer intersectoraal wordt nagedacht. Toch kunnen we heel wat vraagtekens plaatsen bij de evoluties in de jeugdhulp, zeker vanuit het oogpunt van kinderen en jongeren. We geven hieronder weer wat dat betekent vanuit het perspectief van het jeugdwerk.

Spanningen en knelpunten In het project van de Integrale Jeugdhulp zien we een aantal spanningen tussen de oorspronkelijke doelstellingen op papier en de effectieve aanpak om dit alles te realiseren. In een aantal proefregio’s is men aan de slag gegaan met het project. Hierbij werd sterk vertrokken vanuit het bestaande aanbod. Sectoren zoals onderwijs, jeugdwerk en straathoekwerk werden niet aangesproken. De mate van inbreng van onderuit was bovendien minimaal. En de inbreng die er al was, doofde vaak uit omdat mensen er niets van begrepen. We betreuren ook dat een van de oorspronkelijke knelpunten in de jeugdzorg, namelijk de hoge drempels voor kinderen en jongeren en hun context om beroep te doen op hulp, niet is weggewerkt. Anderzijds stellen we vast dat sommige kinderen en jongeren nog steeds te snel vrij ingrijpende vormen van hulp opgelegd krijgen. De belangrijkste reden hiervoor lijkt het niet aansluiten op de leefwereld en het perspectief van kinderen, jongeren en hun gezinnen. Er is dan ook weinig doorleefde kennis over de leefwereld van potentiële gebruikers van de jeugdhulp. Bovendien heerst er een sterk interventionistische visie: ingrijpen als het verkeerd gaat. En het is vooral ‘de hulpverlening’ die definieert wat er verkeerd gaat en wanneer. De stem van kinderen en jongeren zelf blijft beperkt. >

2 7 I K R AX +

En toch zijn de voorziene veranderingen ingrijpend. De hoofdschakel daarin is de zogenaamde toegangspoort. Je hebt immers hulpaanbod dat vrij en rechtstreeks toegankelijk is, maar ook hulpaanbod waarvoor je een toegangsticket nodig hebt in de vorm van een toewijzing of een diagnose. De toegangspoort moet beide vormen optimaliseren. Wat de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp betreft, zorgt de ‘brede instap’ voor verbeterde toegang. Dit houdt in dat het onthaal van de jeugdhulp breed genoeg moet zijn

zodat minder mensen uit de boot vallen. Op het terrein is hiervan nog maar weinig merkbaar. Er zijn iets meer middelen gegaan naar de sectoren die dit onthaal belichamen, met name de Centra voor Algemeen Welzijn (CAW), Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB) en Kind en Gezin. Maar al bij al is er weinig concrete verandering in het werken met jongeren. Veel jongeren krijgen dan wel toegang tot de jeugdhulp, maar deze soort toegang gebeurt vooral onder dwang. Bovendien gaat men uit van een winkelmodel, waarbij toegang tot de hulp een vrij enge invulling kent. En wat met de niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp? Tot nu toe zijn er twee ‘circuits’ die kinderen en jongeren een ‘ticket’ verlenen. Enerzijds is er de plaatsing via het Comité Bijzondere Jeugdzorg, voor kinderen en jongeren die zich in een problematische opvoedingssituatie bevinden of die een misdrijf hebben gepleegd. Een tweede circuit is er voor kinderen en jongeren met een handicap. De architecten van de Integrale Jeugdhulp beogen meer zorg op maat. Daartoe willen ze de toegang minder afhankelijk maken van de verschillende sectoren die deze toegang organiseren. Iets wat vandaag niet mogelijk is doordat de muren tussen de betrokken sectoren te hoog zijn. Ze willen een onderscheid maken tussen de mensen die bekijken welke hulp aangewezen is (merk op dat we hier niet spreken over hulp vragen, maar eerder over een diagnose krijgen) en de mensen die de hulp dan effectief toewijzen binnen het grote aanbod.

+ welzijn +

In de tweede helft van de jaren negentig bleek steeds duidelijker dat de druk op de bijzondere jeugdzorg onhoudbaar werd. Knelpunten waren: een te snelle en willekeurige instroom in de bijzondere jeugdzorg, te weinig aanbod daarbuiten en versnippering van de jeugdhulp. Als antwoord hierop werd in Vlaanderen een Strategisch plan Integrale Jeugdhulp gemaakt. De jeugdhulp moest integraal worden. Maar wat is er nu anno 2013 concreet gerealiseerd? Hoe zien de grote lijnen eruit? En in hoeverre is dit alles belangrijk voor het jeugdwerk?

4/23/13 1:16:31 PM


+ welzijn +

Zeker kinderen en jongeren die met een vraag zitten en de weg naar de jeugdhulp niet vinden, blijven een stuk onderbelicht. Ondanks tal van pogingen om het perspectief van minderjarigen en hun ouders mee te nemen, is dit dikwijls meer vormelijke dan reële participatie. De signalen hierover vinden weinig weerklank bij het beleid. Het is ook de vraag of dat zomaar kan. Een basisprincipe van de Integrale Jeugdhulp is dat de problemen kunnen worden aangepakt door in te grijpen op de structuren van de jeugdhulp. Wat we verder nog constateren is dat er veelal naar de hulpverleners zelf wordt gewezen als verantwoordelijken voor de problemen in de jeugdhulp. Ten dele zal dit kloppen, maar veldwerkers krijgen nu eenmaal weinig flexibiliteit om echt hun job te doen. Ook hierover zijn reeds tal van aanbevelingen geformuleerd.

K R AX + I 2 8

Het is vooral ‘de hulpverlening’ die definieert wat er verkeerd gaat en wanneer. De stem van kinderen en jongeren zelf blijft beperkt.

KRAX_19+.indd 28

We verstaan niets van dat integralees! Mensen die in contact komen met Integrale Jeugdhulp, zowel professionals uit andere sectoren als insiders, en natuurlijk ook de gebruikers van de aangeboden hulp, getuigen vrijwel unaniem over het moeilijke jargon, de vele afkortingen, het complexe kader… We pleiten ervoor dat jeugdhulp die zichzelf serieus neemt daar aandacht voor heeft en de gebruikers een minimum aan inzicht biedt in wat er allemaal gebeurt en hoe de zaken werken. Want gebruikers kunnen niet volwaardig participeren in een systeem dat ze niet ten volle begrijpen.

Aanbod op maat Aanmelding bij de toegangspoort en de toewijzing van hulp zijn volledig van elkaar gescheiden. Daar zit een goede reden achter: men wil vermijden dat er te veel wordt doorverwezen naar een hulpaanbod binnen de eigen sector, en wil meer toewerken naar een aanbod op maat. Daarbij is het mogelijk dat een jongere verschillende potentiële hulpmodules aangeboden krijgt, die dan nog eens los van elkaar uitgevoerd kunnen worden, bijvoorbeeld in verschillende voorzieningen. Wel is niet nagedacht over de effecten hiervan voor de jongere zelf en zijn omgeving. Een constante die we terugzien bij vrijwel elk proces binnen Integrale Jeugdhulp.

Toegankelijkheid van jeugdhulp We geloven sterk dat al die bewegingen rond de Integrale Jeugdhulp bedoeld zijn om de zaken beter te maken. Al is het ook hier maar de vraag hoe kinderen en jongeren zich in dit alles bewegen. Het is net over dit soort vragen dat er heel weinig gepraat wordt. Zelden wordt vertrokken van wat kinderen en jongeren zelf aangeven, terwijl zij net het ijkpunt horen te zijn. Dit gemis toont zich opvallend in het denken over toegankelijkheid van de jeugdhulp. Dit wordt verengd tot instroom in de jeugdhulp. De cijfers stijgen jaar na jaar. Geen probleem dus met de toeleiding en de toegang tot jeugdhulp, of wel?

Wat vinden jongeren zelf belangrijk? Door de sterke nadruk op het aanbod zelf en de coördinatie daarvan, blijft de vraag van jongeren zelf onderbelicht. Bij vzw Jong in Gent, die zich richt op kinderen en jongeren in kwetsbare situaties, stellen we vast dat heel wat kinderen en jongeren niet of onvoldoende toegang krijgen tot hulp. Dit heeft in hoofdzaak te maken met volgende zaken: • Jongeren hebben meestal geen expliciete hulpvraag in een intakegesprek. Hun vraag lijkt niet meteen te passen in het bestaande aanbod, waardoor ze geen verdere toegang krijgen. • Kinderen en jongeren, maar ook hun gezinnen, hebben onvoldoende vertrouwen in maatschappelijke (hulp-)voorzieningen om zomaar ergens binnen te stappen met een hulpvraag. • De fysieke en mentale afstand tot het hulpaanbod is veel te groot. Het aanbod wordt door kinderen en jongeren niet aangevoeld als ‘behorend tot hun leefwereld’. • Vaak komt er maatschappelijk pas een antwoord als jongeren overlast veroorzaken of feiten plegen. Mede hierdoor heeft jeugdhulp bij veel kinderen en jongeren een negatieve bijklank. Jongeren geven zelf aan wat ze belangrijk vinden: ze willen gehoord worden, iemand kunnen spreken die ze vertrouwen en die hen neemt voor wie

4/23/13 1:16:31 PM


De rol van het jeugdwerk

KRAX_19+.indd 29

Een basisprincipe van de Integrale Jeugdhulp is dat de problemen kunnen worden aangepakt door in te grijpen op de structuren van de jeugdhulp. Integrale Jeugdhulp wou men het jeugdwerk met maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren en het straathoekwerk nauw betrekken. Toch kregen deze werkvormen een marginale positie en werden ze niet beschouwd als hulpverlening. Nochtans bereiken net zij heel wat jongeren met hulpvragen. Anderzijds leeft toch de verwachting dat dit ‘voorveld’ jongeren moet toeleiden naar de ‘echte’ hulpverlening (Naert, 2011), terwijl die voorzieningen in feite veel minder ‘aanspreekbaar’ zijn voor kinderen en jongeren. De expertise van het jeugd(welzijns)werk is uniek en moet dus ook voor vol worden aanzien. Niet enkel als vindplaats of visvijver voor problemen.

Samenwerking is noodzakelijk We kunnen er niet omheen, Integrale Jeugdhulp komt er. Normaal gezien treedt het nieuwe decreet in werking op 1 januari 2014. We willen hier, ondanks alle kritische bemerkingen, wel duidelijk stellen dat samenwerking vanuit het jeugdwerk met Integrale Jeugdhulp noodzakelijk is. Niet alleen om kinderen en jongeren tot bij de juiste hulp te krijgen, maar ook om blijvend die kritische stem te zijn en op te komen voor de belangen van kinderen, jongeren en hun ouders. We willen tegelijk ook nuanceren. Veel veldwerkers en hulpverleners staan open voor samenwerking. En daar liggen de kansen tot verbetering. We kunnen nu eenmaal ook niet ‘niet samenwerken’ met de Integrale Jeugdhulp. Wel is het zo dat jeugdwerkers zich voldoende bewust moeten zijn van het mandaat dat kinderen en jongeren hen geven. In de complexiteit en de soms afstandelijke logica’s van de Integrale

Jeugdhulp is het daarenboven belangrijk dat er personen zijn die opkomen voor de belangen van kinderen en jongeren, en die hen een vaste terugvalbasis bieden. De visie van jeugdwerk, die start vanuit sterktes van kinderen en jongeren zelf en hen aanziet als gelijken in de relatie, moet vooral blijven bestaan. Jeugdwerk kijkt met een heel brede blik naar kinderen en jongeren. In die zin is jeugd(welzijns)werk vaak echt integraal en ontstaan er kansen om verbanden te smeden met jeugdhulp. Daarvoor hebben we de complexiteit van ‘integrale’ jeugdhulp niet echt nodig. ×

Wat is jeugdhulp? Kort en eenvoudig gezegd gaat het om de hulp die wordt aangeboden aan jongeren door professionals. De jeugdhulp wordt vandaag nog georganiseerd door zes ‘sectoren’: • Centra voor Leerlingenbegeleiding • Algemeen Welzijnswerk • Kind en Gezin • Jongerenwelzijn • Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap • Centra voor Geestelijke Gezondheid Om het jeugdhulpaanbod meer overzichtelijk, toegankelijk en op maat te maken, werd gestart met de integrale jeugdhulp. Van zes sectoren gaan we naar één grote jeugdhulpsector: de integrale jeugdhulp.

Referenties • Naert J. (2011). Toegankelijke jeugdhulp? Nog veel werk aan de winkel. Alert, 37(1), 28-34. • Roose, R. (2006). De bijzondere jeugdzorg als opvoeder. Gent: Academia Press.

2 9 I K R AX +

Binnen die optiek is het belangrijk om vanuit jeugdwerk voorzichtig om te springen met de ‘machine’ jeugdhulp. Het is immers de vraag of en wanneer we iemand doorverwijzen naar de jeugdhulp, en wat we daar dan van verwachten. Bij de start van de

+ welzijn +

ze zijn, iemand die hun leefwereld en wijk kent. In eerste instantie wenden ze zich tot familie, vrienden, leerkrachten, jeugdwerkers of andere ‘nietprofessionele’ hulpverleners. Daar wordt hun verhaal vaak helemaal niet problematiserend aangehoord. En als er een probleemdefiniëring zou zijn, dan komt die volledig vanuit de jongere zelf. De uitgesproken behoeften van de jongeren botsen met de opbouw van het model van Integrale Jeugdhulp. Daarin is weinig ruimte voor flexibiliteit. De ‘toegang’ tot zorg en hulp wordt in het model immers gestuurd door diagnostische modellen, met een te sterke nadruk op het momentane karakter en te weinig aandacht voor het proces. Bovendien start hulpverlening vaak in een ongelijke relatie, waarbij iemand iets problematiseert voor jongeren (en hun gezinnen). Jongeren zelf ervaren dit, dikwijls terecht, als een sanctionerende interventie van een systeem dat hen in de eerste plaats al kansen ontnam. Toegankelijkheid als concept schiet tekort als we dit proces ten volle willen vatten. In die zin spreken we liever over bruikbaarheid van de jeugdhulp, ofwel de mate waarin hulpverlening als ondersteunend wordt ervaren door de cliënten zelf (Roose, 2006). Als we dit doortrekken komen we tot een nieuwe definiëring van jeugdhulpverlening, met de jongere in de hoofdrol. Het zijn de vragen van de jongere die het proces sturen en niet de hypotheses van de hulpverlener. Dit vergt een compleet andere aanpak van en visie op hulpverlening (Naert, 2011). Het is net die visie die niet wordt opgepikt binnen het project van Integrale Jeugdhulp. Jongeren staan niet centraal. Vandaar ook de moeilijke verhouding met alle dienstverlening uit het zogenaamde ‘voorveld’. Er wordt niet geluisterd naar de expertise die daar aanwezig is. Moeten we dan wel jongeren doorverwijzen?

4/23/13 1:16:31 PM


+ wel

+ welzijn + K R AX + I 3 0 KRAX_19+.indd 30

zij

n +

WEL JONG, NIET HOMOFOOB? Lilith Roggemans, Bram Spruyt, Filip Van Droogenbroeck, Gil Keppens

4/23/13 1:16:32 PM


Religie en homofobie Uit de literatuur blijkt dat homonegativiteit een historische en erg sterke relatie heeft met religie. Religieuze jongeren rapporteren veel meer vooroordelen ten aanzien van homoseksualiteit en gendergelijkheid dan ongelovige jongeren. Gelovigen verwerpen homoseksueel gedrag op basis van geloofsvoorschriften van hun religieuze leiders (Olson, Cadge & Harrison, 2006; Adolfson et al., 2006). Deze negatieve houding neemt toe naarmate de intensiteit van de religieuze beleving toeneemt (Seltzer, 1992). Gelovige jongeren houden er ook een meer traditionele visie op relaties op na. In onze dataset vinden we twee grote groepen van religieuze jongeren terug. De christelijke jongeren vormen de grootste groep. Een derde van alle respondenten noemt zichzelf gelovig of twijfelend christelijk. De moslimjongeren vormen met 25% de tweede religieuze groep. De gemiddelde scores op de somschaal homofobie leren ons dat er grote verschillen zijn in de houding ten aanzien van homoseksualiteit bij christenen (25,7), ongelovigen (21,6) en moslims (48,7). Hierbij springt de afwijkende houding van moslimjongeren sterk in het oog. Veel meer dan de andere jongeren geven zij aan negatief te staan tegenover homoseksualiteit. Daarom zullen we de procentuele verdelingen voor deze drie schalen apart bespreken voor moslims en niet-moslims.

de niet-moslimjongeren), willen moslimjongeren vier keer vaker dan niet-moslims geen homoseksuele leerkracht en vindt 44% van de moslims homo’s niet geschikt om kinderen op te voeden (bij niet-moslims is dat 12%). Ook een aantal consensuswaarden onder autochtone jongeren wordt niet gedeeld met moslimjongeren. Het idee dat agressie tegen homo’s niet aanvaardbaar is (84% bij niet-moslims) wordt door de moslimjongeren niet volledig gedeeld. Slechts de helft van hen verwerpt de aanvaardbaarheid van agressie expliciet. Ook over het recht voor homo’s om te huwen bestaat veel onenigheid tussen moslim- en niet-moslimjongeren. 7% van de niet-moslimjongeren wil het homohuwelijk afschaffen. Bij moslims loopt dit percentage op tot 46%. Ook over de meest controversiële van alle voorgelegde stellingen, ‘Ik vind het goed dat in sommige landen homo’s de doodstraf krijgen’, bestaat geen eensgezindheid. 92% van de niet-moslims verwerpt deze stelling expliciet; bij de moslimjongeren is dat 60%. Uit de vergelijking van de antwoordpatronen van moslim- en niet-moslimjongeren blijken grote verschillen. Homoseksualiteit is onder niet-moslimjongeren breed aanvaard. Slechts 5 tot 10% van hen waagt zich aan homofobe uitspraken. Deze thematiek ligt een stuk delicater bij moslimjongeren. Niet alleen vinden homonegatieve uitspraken steun bij soms de helft van de moslimjongeren, bovendien geeft een kwart van de moslimjongeren aan geweld tegen homo’s aanvaardbaar te vinden (een ander kwart antwoordt tussen beide) en 20% vindt het goed dat in sommige landen de doodstraf geldt voor homo’s. Deze anti-homohoudingen zijn een stuk explicieter dan de homofobe uitspraken die we bij een kleine minderheid van niet-moslimjongeren waarnemen.

Geslacht, leeftijd en opleiding

Alle items van de homofobieschaal laten zeer hoge verschillen optekenen tussen moslims en niet-moslims. Zo geeft de helft van de moslimjongeren aan te vinden dat homomannen geen echte mannen zijn (tegenover 17% van

Uit de literatuur blijkt dat homofobie ook sterk samenhangt met geslacht. Meisjes zouden zich verdraagzamer opstellen tegenover homoseksualiteit en de gelijkheid der geslachten (Davies, 2004; Van de Meerendonk et

KRAX_19+.indd 31

Etnische afkomst Twee variabelen die wijzen op een andere etnische afkomst, zoals allochtoon zijn of thuis geen Nederlands praten, hebben een invloed op de houding tegenover homo’s en gendergelijkheid. Jongeren van een andere origine en jongeren die thuis geen Nederlands spreken, stellen zich negatiever op tegenover homo’s en vrouwengelijkheid dan autochtone jongeren en jongeren voor wie Nederlands thuis de voertaal is. Moslimjongeren scoren het hoogst op de homofobieschaal. Ook christelijke jongeren scoren hoger voor homofobie dan ongelovige en vrijzinnige jongeren. Uit de analyse van de gegevens blijkt dat religie de belangrijkste verklarende variabele is voor een negatieve houding ten aanzien van homoseksualiteit. >

3 1 I K R AX +

Moslims en niet-moslims

al, 2003). Deze hypothese wordt bevestigd in de JOP-analyses. Jongens vertonen significant hogere scores voor homofobie. Ook de leeftijd heeft een bepalende invloed. Jongere leerlingen geven aan negatiever te staan ten aanzien van homoseksualiteit dan oudere leerlingen. De literatuur wijst nog op een sterke samenhang tussen homofobie en opleiding. Hoogopgeleiden zouden meer dan laagopgeleiden gelijkheid tussen homo’s en hetero’s uitdragen (Van de Meerendonk et al, 2003). De invloed van het opleidingsniveau van jongeren op hun houdingen is moeilijk na te gaan, omdat de bevraagde jongeren (secundair onderwijs) hun finale onderwijsniveau nog niet hebben bereikt. Daarom onderzoeken we de impact van twee parameters die als voorspeller kunnen dienen voor het latere opleidingsniveau: de onderwijsvorm waarin jongeren les volgen en het onderwijsniveau van hun ouders. Uit de analyse blijkt het opleidingsniveau van de ouders geen bepalende invloed te hebben op de houdingen rond homoseksualiteit. De onderwijsvorm waarin jongeren les volgen wel. Jongeren uit het ASO vertonen een meer tolerante houding ten aanzien van homo’s dan jongeren uit het BSO.

+ welzijn +

Stedelijke jongeren zijn over het algemeen heel tolerant tegenover homoseksualiteit. Opvallend is wel de invloed van religie. Hoe geloviger de jongere, hoe minder hij of zij open staat voor mensen met een andere seksuele geaardheid. Ook leeftijd en geslacht bepalen mee de mate van homofobie.

4/23/13 1:16:32 PM


+ welzijn +

Religieuze jongeren rapporteren veel meer vooroordelen ten aanzien van homoseksualiteit en gendergelijkheid dan ongelovige jongeren.

Vooral tolerante jongeren Er bestaat een grote tolerantie tegenover homoseksualiteit bij Antwerpse en Gentse jongeren. De idee dat homoseksuele mannen en vrouwen het leven mogen leiden dat ze zelf willen, dat ze mogen huwen en kinderen krijgen, is wijdverspreid. Algemeen gesproken zien we een tolerante jongerengroep.

K R AX + I 3 2

Gelovigen minder verdraagzaam Uit verdere analyse blijkt dat dit plaatje van verdraagzaamheid niet opgaat voor moslimjongeren. Meer dan de andere jongeren geven zij aan problemen te hebben met gelijke rechten voor homoseksuelen, het tonen van affectie van homo’s of het hebben van homoseksuele vrienden. De aanvaardbaarheid van agressie tegen homo’s ligt in de moslimgemeenschap gevoelig hoger dan bij de niet-moslims, en een vijfde van de moslims schrikt niet terug voor de doodstraf voor homo’s. Deze grote religieuze verschillen blijken ook uit de multivariate modellen: meer dan de helft van de verklaringen van homofobie is geworteld in de religieuze overtuiging van de jongeren. Dit geldt voor alle religies, maar wordt het meest uitgesproken vastgesteld voor moslimjongeren. Een meer intense religiebeleving versterkt dit effect. Dit kunnen we zien als deel van een ruimer cultureel patroon, waarbij strenge eisen worden gesteld aan traditioneel gedrag en seksuele voorschriften. Regelmatig wordt gewezen op de socio-economische achterstelling van moslimjongeren, die vaak gepaard gaat met een hogere mate van homonegativiteit, stellen Hooghe en collega’s (2007). Deze stelling wordt in hun analyse niet bevestigd. Ook uit onze analyse blijken

KRAX_19+.indd 32

socio-economische gegevens van de jongeren nagenoeg geen invloed te hebben. Ondanks liberalisering en bewustzijn van individuele rechten door hogere opleiding en meer communicatiekanalen, zijn er nog steeds culturele minderheden die sterk houden aan een traditionele moraal, met een erg strikte kijk op familie, rollen, structuren en seksualiteit. Christelijke en vooral islamitische jongeren zijn nog niet zo ver in het aanvaarden van deze alternatieve of ruimere kijk op relaties, familie en seksualiteit. Moslimjongeren zien homoseksualiteit als een bedreiging van hun manier om een familie te organiseren, waarin duidelijk te onderscheiden genderrolpatronen essentieel zijn. ×

JOP en Jeugdmonitor Het JeugdOnderzoeksPlatform (JOP) is een interuniversitair en interdisciplinair samenwerkingsverband tussen het Leuvens Instituut voor Criminologie (KU Leuven), de Vakgroep Sociale Agogiek (UGent) en de Vakgroep Sociologie (VUB). Het JOP heeft een dubbele opdracht: een systematische ontsluiting van bestaand onderzoek in Vlaanderen en de uitbouw van recurrente metingen om de leefwereld van jongeren en de evoluties hierbinnen in beeld te brengen. Met het oog op deze tweede doelstelling heeft het JOP een Jeugdmonitor ontwikkeld. De bedoeling hiervan is het leven van de jeugd over de tijd heen in kaart te brengen en trends uit te zetten om de jeugd zelf, het werkveld, beleidsmakers en wetenschappers beter te informeren. In 2012 bevroeg het JOP 3800 leerlingen uit het secundair onderwijs, in 33 scholen in Antwerpen en Gent. De vragenlijsten werden klassikaal ingevuld.

Bronnen • Adolfsen, A., Keuzenkamp, S., & Kuyper, L. (2006). Opinieonderzoek onder de bevolking. In S. Keuzenkamp, D. Bos, J. W. Duyvendak & G. Hekma (Eds.), Gewoon doen. Acceptatie van homoseksualiteit in Nederland. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. • Davies, M. (2004). Correlates of Negative Attitudes Toward Gay Men. Sexism, Male Role Norms, and Male Sexuality. The Journal of Sex Research, 41(3), 259-266. • Hooghe, M., & Meeusen, C. (2012). Homophobia and the transition to adulthood: a three year panel study among Belgian late adolescents and young adults, 2008-2011. Journal of Youth and Society, 41 (accepted). • Olson, L., Cadge, W., & Harrison, J. (2006). Religion and Public Opinion about Same-Sex Marriage. Social Science Quarterly, 87(2), 340-360. • Seltzer, R. (1992). The Social Location of Those Holding Antihomosexual Attitudes. Sex Roles, 26(9/10), 391-398. • van de Meerendonk, B., & Scheepers, P. (2004). Denial of Equal Civil Rights for Lesbians and Gay Men in the Netherlands, 19801993. Journal of Homosexuality, 47, 63-80.

4/23/13 1:16:32 PM


g d i n fo

eu

+j

KWALITEITSVOLLE JEUGDINFORMATIE

atie +

+ jeugdinformatie +

WEGWIJZERS NAAR

rm

Sofie Iserbyt

33 I K R AX +

KRAX_19+.indd 33

4/23/13 1:16:33 PM


+ jeugdinformatie +

We consumeren informatie als nooit tevoren. De hoeveelheid beschikbare informatie is de voorbije decennia dan ook geëxplodeerd. Maar kinderen en jongeren vinden niet altijd even gemakkelijk hun weg in dit grote aanbod. Ze zijn niet per sé beter geïnformeerd, ze blijven met vragen of met twijfels zitten. Kwaliteitslabel Trusty en Jongerengids.be wijzen hen de weg naar betrouwbare jeugdinformatie.

Makkelijke toegang Wikipedia, YouTube, Google… de snelwegen naar informatie liggen volledig open. De toegang tot informatie leek nog nooit zo evident. Goed nieuws dus, want informatie is nodig om deel te nemen aan de samenleving. Het is een basisvoorwaarde voor actief burgerschap. Maar zorgt dat grotere aanbod aan informatie er wel voor dat we beter geïnformeerd zijn? En geldt dat ook voor kinderen en jongeren? De Ambrassade onderzocht of jongeren hun weg vinden in het informatiekluwen, en hoe zij omgaan met al die mogelijkheden om zich te informeren.

Moeilijke zoektocht Net als volwassenen hebben kinderen en jongeren behoefte aan informatie. Maar het bestaande aanbod is vaak

niet aangepast aan hun taalgebruik, leefwereld of behoeften. Bovendien is niet alle informatie even kwaliteitsvol. De zoektocht naar neutrale en up-to-date informatie verloopt lang niet altijd even vlekkeloos. In 2012 voerde Trendwolves een online survey bij meer dan 2.500 jongeren tussen 12 en 25 jaar. Daaruit blijkt dat iets meer dan 40% het als eerder moeilijk of zeer moeilijk ervaart om juiste, betrouwbare informatie te vinden.

Nood aan een wegwijzer Als we diezelfde jongeren vragen of ze een label voor betrouwbare en correcte info een goed idee vinden, dan wordt de nood aan een herkenbaar symbool nog duidelijker: 64,34% vindt zo’n label nuttig. Slechts 5% zou een label dat duidt op betrouwbare informatie overbodig vinden. De Ambrassade startte een tijdje geleden met een project om een antwoord te bieden op deze situatie: een kwaliteitslabel voor correcte en betrouwbare jeugdinformatie. Dit label wordt toegekend aan organisaties en informatieverstrekkers die zich engageren om in een traject te stappen en dergelijke informatie te maken. Bij aanvang van dit project werd de nood aan een sterk grafisch logo als wegwijzer al meteen duidelijk. De Ambrassade betrok de doelgroep in haar zoektocht naar een herkenbaar symbool. Dat werd de uil Trusty. Het Trusty-label geeft aan dat de gevonden informatie op maat van kinderen en jongeren is gemaakt en hen niets probeert wijs te maken.

K R AX + I 3 4

Wie Trusty spot, wordt niet bedot.

KRAX_19+.indd 34

Wat is kwaliteitsvolle jeugdinformatie? Maar wanneer is jeugdinformatie nu eigenlijk kwaliteitsvol? En welke infoverstrekkers mogen uitpakken met het Trusty-label? Trusty-partners engageren zich om op een kwaliteitsvolle manier informatie voor kinderen en jongeren te maken en te verstrekken. Zij respecteren daarbij zeven principes. De organisatie… 1 verstrekt info op maat van kinderen en jongeren: duidelijk, herkenbaar, aantrekkelijk en aangepast aan hun leefwereld, 2 verspreidt correcte, neutrale, actuele en onafhankelijke informatie die een overzicht van de verschillende keuzemogelijkheden biedt, 3 verspreidt info die past binnen de visie van De Ambrassade en communiceert haar visie helder en open naar de buitenwereld, 4 creëert een boodschap die onafhankelijk is van religieuze, politieke, ideologische of commerciële beïnvloeding, 5 streeft naar het bereiken van haar doelpubliek en doelstelling, 6 betrekt haar doelgroep, 7 kent zichzelf, evalueert en meet of zij haar doelpubliek en doelstelling bereikt.

Zeven principes “Die zeven principes voor goede jeugdinformatie komen natuurlijk niet zomaar uit de lucht gevallen”, zegt Kathleen De Smedt, die aan de wieg stond van het project. “Ze werden naar voren geschoven door de kerngroep die al sinds oktober 2012 het project Trusty van a tot z in elkaar steekt.” De leden van die kerngroep zijn niet de minste: Jeugd en Seksualiteit, In Petto, KSJ-KSA-VKSJ, Mediaraven, VAD, Maks, Joetz, JAC Plus, Jeugd Rode Kruis, Onderwijskiezer en De Ambrassade. “Met deze elf kernleden startten we een kwaliteitstraject dat intussen is uitgegroeid tot een vorm van intervisie. Trusty-leden nemen enkele keren

4/23/13 1:16:34 PM


JONGERENGIDS.BE HELPT JE VERDER

+ jeugdinformatie +

per jaar deel aan kwaliteitsmomenten. Tijdens de intervisie delen ze hun expertise en leren ze van elkaar, met als doel nóg betere jeugdinformatie te maken. In het kwaliteitstraject stappen is een even belangrijke voorwaarde als het onderschrijven van de principes.”

Tools en intervisie Het Trusty-label is niet alleen zinvol voor de kinderen en jongeren die naar informatie zoeken. Ook voor de deelnemende partners zijn er tal van voordelen. Als Trusty-lid kan je gebruikmaken van de tools die werden ontwikkeld door de ervaringsdeskundigen van de kerngroep. Bijvoorbeeld een vragenlijst om de totstandkoming van je eigen infoprojecten grondig te evalueren, of een checklist om je infoproduct of je dienstverlening kritisch onder de loep te nemen. Maar wellicht is het belangrijkste aanbod wel de intervisie. ‘Hoe kan ik mijn bereik bij mijn doelgroep meten?’, ‘Hoe betrek ik jongeren bij het maken van mijn informatieproject?’ … Allemaal vragen die we op tafel gooien en waarop we samen met alle jeugdinformatieexperten een antwoord zoeken.

Start en uitbreiding In juni 2013 lanceert De Ambrassade het kwaliteitslabel voor goede jeugdinformatie, samen met de tien kernleden. De bedoeling is dat steeds meer organisaties aansluiting zoeken. Op die manier bieden we kinderen en jongeren al meer visuele wegwijzers waarop ze kunnen vertrouwen in hun informatiezoektocht. ×

Interesse? Surf naar www.juistejeugdinfo.be of mail naar info@juistejeugdinfo.be. Met dank aan Marian Michielsen en Kathleen De Smedt.

‘Kunnen twee mannen ook kindjes maken?’, ‘Kan een meisje zwanger worden tijdens haar menstruatie?’, ‘Is een vakantiejob in het zwart voordeliger dan één met een contract?’ … Kinderen, tieners en jongeren zitten met veel vragen die ze niet altijd aan hun ouders durven te stellen en waarop hun vrienden geen antwoord weten. Met de publicaties en websites van Jongerengids.be geeft De Ambrassade een antwoord op maat. Er zijn aparte gidsen en websites voor 8- tot 11-jarigen, voor 12- tot 15-jarigen en voor 16-plussers. De gidsen worden om de twee jaar vernieuwd. Jongerengids.be werd op 4 maart 2013 opnieuw uitgegeven. “De gidsen en de websites zijn enerzijds opgevat als vertrekpunt van waaruit kinderen, tieners en jongeren een antwoord kunnen zoeken op hun vragen”, vertelt Marian Michielsen van De Ambrassade. “Anderzijds vormen ze ook een informatieportaal voor iedereen die gewoon nieuwsgierig is. Het is de bedoeling om jongeren degelijk te informeren en hen tegelijk een middel aan te reiken om hun eigen weg te vinden in het grote informatieaanbod. We verwijzen door naar organisaties en degelijke websites die dagdagelijks met die bepaalde materie bezig zijn.” ‘Zoek het zelf’, daar staat Jongerengids.be voor. Jongerengids geeft de info en verwijst door, waarna de jongere zelf kan kiezen welke richting hij daarmee uitgaat. “Een voorbeeld: wat kan je doen als je ongepland zwanger bent? De zwangerschap verderzetten en de baby houden? De baby opgeven voor adoptie? Of plaatsen in een pleeggezin? Of de zwangerschap stopzetten?”, gaat Marian Michielsen verder. “We geven een overzicht van alle mogelijkheden en duwen de jongere niet in een bepaalde richting. De jongere bepaalt zelf wat hij/zij met die info doet en welke keuze hij/zij maakt.” Omdat leerkrachten en jeugdwerkers ook grote bronnen van informatie zijn voor kinderen, tieners en jongeren, wil De Ambrassade hen meer betrekken bij Jongerengids.be en hen bewust maken van hun informatierol. Daarom heeft De Ambrassade een methodiekenbundel ontwikkeld. Zo kunnen leerkrachten met de gidsen aan de slag in de klas. Ook jeugdwerkers kunnen de methodieken gebruiken in hun werking en op die manier kinderen, tieners en jongeren op een ontspannen manier goed informeren over de thema’s die in de gidsen staan.

Meer info? Surf naar www.jongerengids.be of download de methodiekenbundels gratis vanaf Jeugdinfotheek.be/producten/jongerengids. 3 5 I K R AX +

KRAX_19+.indd 35

4/23/13 1:16:37 PM


JONGEREN EN DE VERKIEZINGEN VAN 2014

“GOEDE INFORMATIE IS EEN VAN DE BOUWSTENEN OM ECHT TE KUNNEN PARTICIPEREN” K R AX + I 3 6

Wout Van Caimere

KRAX_19+.indd 36

4/23/13 1:16:37 PM


Over ruim een jaar trekken we naar de stembus voor wat de ‘moeder der verkiezingen’ wordt genoemd. Massa’s jongeren moeten een keuze maken. Er staat veel op het spel. Krax+ ging praten met twee jonge politicologen: Ferdi De Ville (27, Ugent) en Dave Sinardet (37, VUB). Over de kloof tussen jongeren en politiek, de inzet van deze verkiezingen, het belang ervan voor jongeren en de rol die jongeren kunnen spelen.

Interesse in politiek Krax+ • Jongeren zouden hun geloof en interesse in de politiek verloren hebben. Mee eens? Dave Sinardet • Of hun interesse in de tijd echt daalt, is moeilijk te zeggen. Dat vermoeden is niet echt goed bestudeerd. Uit recent onderzoek blijkt wel dat ongeveer één op drie jongeren helemaal niet geïnteresseerd is in politiek en ongeveer de helft maar een beetje. De cijfers liggen trouwens veel hoger bij leerlingen uit het BSO dan bij ASO-leerleerlingen. Het is overigens geen trend die zich specifiek bij jongeren manifesteert: ook heel wat volwassenen tonen weinig interesse voor politiek. En dat is een zeer jammere zaak want het gaat natuurlijk over de maatschappij waarin we allemaal leven. Jongeren zijn misschien niet zo bezig met het pensioendebat, maar nochtans is dat ook voor hen belangrijk.

Ferdi De Ville • Ik heb niet het gevoel dat jongeren zich minder interesseren in politiek. Integendeel, ze zijn misschien wel meer dan ooit tevoren op de hoogte. Jongeren zijn zich bijvoorbeeld bewust van de hoge werkloosheid en weten met welke problemen Europa kampt. Jongeren houden zich vandaag wel op een andere manier met politiek bezig. Via sociale media en door deel te nemen aan een niet-traditionele vorm van protest, zoals de Indignados en de SHAME-betoging. Krax+ • Vinden jongeren nog aansluiting bij de traditionele politieke partijen? De Ville • Hier situeert zich wel een probleem. De instroom en doorstroom van jongeren in politieke partijen verloopt vandaag moeizaam. Ze krijgen moeilijk een prominente plaats in de partijen. Jongerenpartijen en studiediensten waren vroeger de kweekvijver van politiek talent. Dat is vandaag minder het geval. De jongere generatie toppolitici bestaat vaak uit zonen en dochters van. Al begin ik hier en daar wel een kentering te zien. Krax+ • Zien politieke partijen jongeren als een belangrijke doelgroep? Sinardet • Naast hun algemene campagnes voeren partijen ook deelcampagnes naar doelgroepen. Jongeren vormen daar één van. Men zorgt verder voor diversiteit bij de lijstvorming. Jongerenkandidaten voeren vaak een aparte campagne. Er zijn wel partijen die traditioneel meer aansluiten bij jongeren.

De Ville • Partijen richten zich vooral op die groep waarbinnen zich de meeste kiezers bevinden: de babyboomers en de generatie er net onder, de 35- tot 55-jarigen. Alle partijen spreken wel veel over jongeren en er wordt veel gekaderd in de termen van een generatieconflict. Partijen die graag de welvaartstaat hervormd zien, instrumentaliseren de jonge generatie en voeren jongeren op als diegenen die anders de rekening zullen betalen. Wat onze generatie nu echt denkt, waar onze generatie nu echt mee bezig is: daar is veel minder aandacht voor. Krax+ • Laten jongeren zich voldoende horen in het politieke debat? De Ville • Ze laten zich wel degelijk horen. Opgroeien in tijden van crisis en de impact van sociale media zorgen ervoor dat jongeren politiek bewust en actief zijn. Dit gebeurt wel op een erg vluchtige manier. Wat ik mis is een gekanaliseerde en georganiseerde manier om dit te uiten. Ik mis ook het aanbrengen van alternatieven en frisse ideeën door jongeren in het maatschappelijk debat. Jongeren stappen makkelijk mee in dingen die worden aangeklaagd en roeren zich dan online. Ze nemen die kritiek echter vaak te makkelijk aan. Daarom doen ze vaak aan cherry picking in hun kritieken op het huidige systeem en ontbreekt het hen aan een coherente visie. Sinardet • Ik heb niet het gevoel dat jongeren heel sterk op het publieke debat wegen. Net zoals bij politieke partijen hangt ook veel af van personaliseren en communicatie. Wanneer er op een bepaald moment een charis- >

KRAX_19+.indd 37

3 7 I K R AX +

Dave Sinardet pleit voor politieke wijsheid: “Jongeren zijn beter gewapend als ze inzicht hebben in het politieke spel.”

4/23/13 1:16:38 PM


“De instroom en doorstroom van jongeren in politieke partijen verloopt vandaag moeizaam.” Ferdi De Ville

matische en vlot sprekende jongere een aantal dingen naar voor brengt, kunnen ‘de jongeren’ als groep ineens wel meer aandacht krijgen. Jong/oud is ook een potentiële maatschappelijke breuklijn die echter politiek niet echt aangeboord wordt. Waarschijnlijk omdat we in België gefocust zijn op de communautaire breuklijn. In Nederland is de breuklijn jong/oud veel levendiger. Daar heb je dan ook zo iemand als Sywert van Lienden, een jonge dynamische kerel die het goed kan uitleggen.

Moeder aller verkiezingen

K R AX + I 3 8

Krax+ • Waarom zijn die verkiezingen van 2014 zo belangrijk? Sinardet • De Vlaamse, federale en Europese verkiezingen vallen dan samen. In 1999 was dit al eens het geval en ook toen sprak men ook al over de ‘moeder aller verkiezingen’. Er staat bovendien heel veel op het spel, en dit op heel veel vlakken. De Ville • De verkiezingen vallen in het midden van een crisis en nadien zullen er vijf jaar geen verkiezingen zijn. De verkiezingen worden dus heel richtinggevend voor het beleid in alle belangrijke thema’s. Krax+ • Hoe zou je de inzet van de verkiezingen omschrijven? Sinardet • Het is moeilijk om hier een neutraal antwoord op te geven. Elke partij zal er een verschillende invulling aan geven. Een deel van de verkiezingsstrijd gaat nu net over welke thema’s de verkiezingen zullen overheersen en hoe de mensen de

KRAX_19+.indd 38

verkiezingen percipiëren. De inzet wordt ook mede bepaald door de media en iedereen die in het politieke debat aanwezig is. Objectief valt nu wel al vast te stellen dat een eventuele splitsing van België een belangrijke inzet zal zijn. De Ville • Inderdaad, veel mensen beschouwen 2014 als het jaar waarin over de toekomst van België wordt beslist. Voor jongeren betekent dit dat deze verkiezingen zullen bepalen in welk land ze hun volwassen leven zullen doorbrengen. Krax+ • Thema’s als klimaatverandering, jeugdwerkloosheid en de impact van de crisis vinden veel jongeren belangrijk. Welk gewicht krijgen deze in de verkiezingsstrijd? De Ville • Ik denk dat de aanpak van de crisis en het economische aspect een tweede belangrijke inzet van de verkiezingen zijn. Sinardet • Dit zijn absoluut belangrijke thema’s. Ik vrees echter dat ze niet zo veel aan bod zullen komen in de kiesstrijd. Trouwens, de vraag wat nu de inzet van de verkiezingen was, zal ook een strijdpunt blijven na de verkiezingen, namelijk bij de interpretatie van de uitslagen: ‘wat hebben de kiezers met hun stem nu precies willen zeggen?’ Jeugdwerkloosheid wordt wél meer en meer een issue. Jarenlang heeft men iedereen wijsgemaakt dat jongerenwerkloosheid niet echt een Vlaams probleem is. Het arbeidsmarktbeleid is net gesplitst omdat er een andere situatie zou zijn op de arbeidsmarkt in Vlaanderen en in Wallonië. In Wallonië zouden er vooral

Jongerenpartijen en studiediensten waren vroeger de kweekvijver van politiek talent. Dat is vandaag minder het geval.

4/23/13 1:16:39 PM


Opgroeien in tijden van crisis en de impact van sociale media zorgen ervoor dat jongeren politiek bewust en actief zijn. jonge werklozen en in Vlaanderen vooral oudere werklozen zijn. Maar wat blijkt nu? Jongerenwerkloosheid is plots toch een probleem in Vlaanderen. Het verschil situeert zich dan ook eerder tussen de grootsteden en de rest van het land. In de grote steden is er een hogere jongerenwerkloosheid, en dat geldt voor beide landsdelen.

Europese verkiezingen

KRAX_19+.indd 39

Schrijnend gebrek aan basiskennis Krax+ • Hoe belangrijk is het dat jongeren goed geïnformeerd zijn over de verkiezingen? Sinardet • Informatie is de basis van alles. Een standpunt innemen zonder informatie is wel mogelijk, maar niet het beste idee. Goede informatie is een van de bouwstenen om echt te kunnen participeren. De Ville • Jongeren moeten zich goed informeren over de keuzes waar we voor staan. Daardoor zullen ze ook merken dat de standpunten van partijen meer samenhang vertonen dan ze vaak denken. We hadden het er al over dat jongeren zich niet herkennen in partijpolitiek. Ze voeren vaak aan dat ‘elke partij wel ergens gelijk heeft’. Ze zijn een beetje voor Groen want die zijn voor het klimaat, en een beetje voor Open Vld, want vrijheid vinden ze ook belangrijk. Partijen vinden ze te dogmatisch. Krax+ • Hebben jongeren minder kennis over politiek dan vroeger? Sinardet • De politiek is in elk geval een pak complexer en daarom moeilijker om te volgen. Die complexiteit is een belangrijke drempel om op een gefundeerde manier te participeren aan politiek. Hierin ligt een grote uitdaging voor het onderwijs. Ik pleit voor een apart vak Maatschappelijke Vorming op school, met aparte leraren die hiervoor worden opgeleid. De Ville • Ik ben ook voorstander van zo’n vak. Ikzelf had gelukkig een zeer geëngageerde leraar Geschiedenis die bij mij het politiek bewustzijn heeft

aangewakkerd, en me heeft geleerd om op een kritische manier om te gaan met de actualiteit. Krax+ • Welke kennis is essentieel om goed voorbereid te zijn? Sinardet • Een eerste niveau is de basiskennis over het politieke systeem. Daar is nu een schrijnend tekort aan. Wij zijn een federaal land: jongeren moeten weten wat dat betekent. Wat is het verschil tussen de federale en de Vlaamse regering en het Europese niveau? Wie oefent welke bevoegdheden uit? Wie zit in de meerderheid en de oppositie, op welk niveau? … Op een tweede niveau is het noodzakelijk om te weten waar elke partij voor staat, wat de grote standpunten zijn en hoe die binnen een ruimer ideologisch kader passen. Een derde niveau is een vorm van politieke wijsheid. Jongeren moeten beseffen dat er meer is dan louter het officiële verhaal en de officiële rollen. Ze zijn beter gewapend als ze inzicht hebben in het politieke spel en als ze de communicatie van politici kunnen doorprikken. Krax+ • Wie heeft daar een rol in te spelen, naast het onderwijs? Sinardet • Zeker de media! Bij de federale verkiezingen in 2010 was er al een grote rol weggelegd voor jongeren in de verkiezingsprogramma’s van de VRT. Jammer genoeg werd toen enkel ingezoomd op thema’s die heel dicht bij de leefwereld van jongeren staan. Het is belangrijk dat jongeren gevormd worden tot burgers die het algemene politieke gebeuren volgen. De Ville • Ik durf ook te kijken naar organisaties als de Vlaamse Jeugdraad en allerlei jeugdorganisaties. Zij vervullen een belangrijke megafoonfunctie naar jongeren toe. Ik zie dit ook in mijn eigen omgeving, bij politieke jongerenorganisaties en de lokale jeugdraad. Door te dialogeren en te discussiëren ondervinden jongeren wat democratie inhoudt. ×

De Ambrassade en de Vlaamse Jeugdraad werken al volop aan een project naar aanleiding van de verkiezingen in 2014. www.ambrassade.be www.vlaamsejeugdraad.be

3 9 I K R AX +

Krax+ • Wat met de Europese verkiezingen? Sinardet • Ik vrees dat het Europese niveau weinig aandacht zal krijgen.

Veel mensen hebben bovendien het gevoel toch geen grip te krijgen op dit niveau. Over de Europese integratie an sich is er ook een grote consensus in Vlaanderen. Al kan dat met deze verkiezingen misschien nog veranderen. De Ville • Ik merk dat zeker bij jongeren de aandacht voor Europa is toegenomen. Ze kennen het belang en de impact van de Europese besluitvorming. Ik kan me voorstellen dat veel jongeren eigenlijk niet wakker liggen van de toekomst van België. Europa heeft als gevolg van de crisis immers veel bevoegdheden overgenomen.

4/23/13 1:16:39 PM


V.U.: Eva Vereecke | Arenbergstraat 1D | 1000 Brussel

t

ABONNEMENTEN Krax+ verschijnt drie maal per jaar. Een abonnement op Krax+ is gratis. Wil je het magazine ontvangen, je abonnement stopzetten of je persoonsgegevens wijzigen? Surf naar www.kraxplus.be voor meer informatie. Het overnemen van artikels uit Krax+ is toegelaten mits de bron volledig wordt vermeld. Krax+ is solventvrij gedrukt op 100% gerecycleerd papier, met inkten op vegetale basis.

KRAX_19+.indd 40

4/23/13 1:16:41 PM


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook