België - Belgique PB Gent X 3/8812
thema's van kinderen en jongeren in perspectief
cultuur
jeugdinformatie 8 14 20 26
KRAX_20+.indd 1
ruimte
welzijn
gclgZ]j fgn]eZ]j *()+ *\] bYYj_Yf_ ' Fmee]j + N]jk[`abfl \ja]eYYd h]j bYYj 9^_a^l]cYflggj ?]fl P
beleid
Prioriteit Jeugdcultuur: aan de slag ermee! Op bezoek bij drie jongerenredacties Vlaams mobiliteitsbeleid kan een pak jeugdvriendelijker Jeugdwerkloosheid
9/23/13 10:29:39 AM
Krax+, expertiseblad over thema’s die essentieel zijn voor kinderen, jongeren en hun organisaties. Krax+ is een initiatief van De Ambrassade. De kernredactie bestaat uit experten binnen en buiten het jeugdwerk. — EVELYNE BLANCKE hoofdredactie JAN DE RYCK eindredactie
+ THEMA’S MET EEN IMPACT! Kwaliteit zit niet in de veelheid. Je moet net inhoudelijke keuzes durven maken en daarin naar diepgang streven. Krax+ stelt scherp op enkele domeinen met een grote impact op het leven van kinderen, jongeren en hun organisaties. In deze editie brengen we expertise over Cultuur, Jeugdinformatie, Ruimte, Welzijn en Beleid. Niet toevallig enkele van de thema's waar De Ambrassade de schouders onder zet. Maar De Ambrassade behartigt nog méér jonge zaken! In het cahier Beleid, op p 35-39, voel je hoe belangrijk het is dat jongeren geïnformeerd naar de verkiezingen van 2014 trekken. Zoek dus wat rust op en duik in deze editie vol onderzoek, duiding en boeiende cases. Hou even stil bij de eerlijke opinies en gewaagde standpunten. En laat vooral jouw eigen denken en doen inspireren. Want zo krijg ook jij een impact! Evelyne Blancke hoofdredacteur
BART VANHOENACKER (KATHO VIVES), VERA HOOGSTEYN (Jong & Van Zin), LEEN VAN BOCKSTAL (JINT), JOHAN MEIRE (Kind & Samenleving), KATRIEN CRISPEYN (De Ambrassade), TINEKE VAN DE WALLE (JOP), KRISTOF D’HANENS (Mediaraven), LEEN BARTHOLOMEUS (VVJ), ROBERT CRIVIT (Uit De Marge), NANCY DE BACKER (De Ambrassade) kernredactie NATHALIE VAN CEULEBROECK, JITSKE VERWIMP, SOFIE ISERBYT, ELINE MADOU, PETER VERDONCK, RAF VERBRUGGEN, ELKE VAN OS, PASCAL DEBRUYNE, JAN NAERT, CAROLINE VERSCHUEREN, DOMINIQUE VERSCHUREN medewerkers STIJN DUJARDIN, JORIS CASAER, KEVEN ÇAKIR JOUBERT, DE KRACHT VAN JE STEM, KATRIJN GIJSEL, WWW.FLICKR.COM fotografie — Redactieadres De Ambrassade – Krax+ Leopoldstraat 25, 1000 Brussel T 02 551 13 50 F 02 551 13 85 www.ambrassade.be EVA VEREECKE verantwoordelijke uitgever — EMMA THYSSEN vormgeving DRUK IN DE WEER, GENT druk
Wil je een reactie of suggestie kwijt, oudere artikels opzoeken of je persoonsgegevens corrigeren? Surf dan naar www.kraxplus.be
KRAX_20+.indd 2
9/23/13 10:29:39 AM
14 4 20 IN DIT NUMMER... 4 8
Jeugdcultuur als Vlaamse prioriteit Creatief met jeugdcultuur: van prioriteit naar praktijk
12 14 18
De zoektocht naar informatie
20 23
Naar een jeugdvriendelijk mobiliteitsbeleid
26 31
Hoe problematisch is de jeugdwerkloosheid?
35 38
“We hopen dat de betrokkenheid bij politieke besluitvorming omhoog gaat�
Jongerenredacties Jongeren Informatie Punt: Hoe werkt dat juist?
"Kinderen, eis de straat op!"
Onderzoek bij moslimjongeren
Speelse lessen politiek
26 KRAX_20+.indd 3
9/23/13 10:29:39 AM
+ cul
+ cultuur +
tu
ur +
WAT? EN HOE?
JEUGDCULTUUR ALS VLAAMSE PRIORITEIT K R AX + I 4
Nathalie Van Ceulebroeck, Jitske Verwimp
KRAX_20+.indd 4
9/23/13 10:29:41 AM
Vlaamse (jeugd)beleidsprioriteiten voor dummies Onze grondwet bepaalt dat de gemeente bevoegd is voor alle aangelegenheden van gemeentelijk belang. Het gemeentedecreet verfijnt dit tot “beleid dat het welzijn van de burgers beoogt”. Gemeenten hebben de volle bevoegdheid om die opdracht waar te maken, via alle acties en doelstellingen die zij daarvoor nodig achten. Al die doelstellingen stipuleren ze in hun strategisch meerjarenplan 2014-2019, dat vanaf 1 januari 2014 effectief in werking treedt. De Vlaamse overheid moedigt de gemeenten echter aan om in te zetten op bepaalde jeugd(werk)beleidsthema’s. Dat doet ze via beleidsprioriteiten. Gemeenten die intekenen op zo’n beleidsprioriteit(en) krijgen daar extra subsidies voor.
prioriteiten waarvoor lokale besturen subsidie van de Vlaamse overheid kunnen ontvangen: 1 Jeugdwerkondersteuning in algemene zin. 2 De bevordering van de participatie aan het jeugdwerk van kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties. De Vlaamse regering kan verder een of meer extra beleidsprioriteiten bepalen. Voor de periode 2014-2019 viel de keuze opnieuw op jeugdcultuur.
Financiële impulsen Intekenen op een prioriteit betekent een financiële impuls. De Vlaamse subsidie vertegenwoordigt vaak ook maar een beperkt aandeel in het totale budget voor jeugd(werk)beleid van gemeentebesturen. Het globale budget van de Vlaamse overheid voor het lokale jeugdbeleid wordt verdeeld op basis van verdeelsleutels. Na een voorafname voor de uitvoering van het jeugdbeleid van de Vlaamse Gemeenschapscommissie wordt 15% van het resterende budget voorbehouden voor de uitvoering van de Vlaamse beleidsprioriteit jeugdcultuur in het strategisch meerjarenplan. De gemeente is vrij om op een prioriteit in te spelen. Gemeenten die dit niet doen, krijgen uiteraard de bijbehorende middelen niet. Het trekkingsrecht wordt bepaald op basis van het aantal jonge inwoners van de gemeente. Een voorbeeld. De gemeente Aarschot telt ongeveer 28.000 inwoners, waarvan 6.798 jonger dan 25 jaar, wat overeenkomt met 25% van de totale bevolking (cijfers van 2009). Voor een gemeente met dit aantal jonge
inwoners betekent dit een raming van 12.116,89 euro voor 2014. Voor de meeste gemeenten komt dit ongeveer overeen met 1,6 euro per jonge inwoner.
+ cultuur +
Lokale beleidsmakers en -medewerkers kennen jeugdcultuur al enkele jaren als een beleidsprioriteit. Dat was al zo in het jeugdbeleidsplan 20112013 en het geldt opnieuw voor de beleidsperiode 2014-2019. Maar wat is nu eigenlijk zo’n beleidsprioriteit? Hoe kan een gemeente er concreet mee aan de slag? Hoe worden er middelen aan gekoppeld en hoe rapporteren gemeenten hierover? Maar vooral: welke kansen biedt de prioriteit jeugdcultuur?
Prioriteit Jeugdcultuur In het jeugdbeleidsplan 2011-2013 moest de gemeente die intekende in het hoofdstuk jeugdbeleid een apart onderdeel voorzien over het jeugdcultuurbeleid dat ze wilde voeren, met daarin zowel de uitgangspunten als de uitvoering van het geplande beleid. Minimaal moet minstens een van de volgende twee aspecten aan bod komen: • De wijze waarop de gemeente wil inspelen op de jeugdcultuureigen uitingsvormen van kinderen en jongeren en hoe ze die willen ondersteunen, stimuleren en faciliteren; • De wijze waarop de gemeente de artistieke expressieve beleving van kinderen en jongeren wil stimuleren, ondersteunen en faciliteren. Met de verlenging van de prioriteit jeugdcultuur is daar nog een aspect aan toegevoegd: • Het ondersteunen, stimuleren of faciliteren van jeugdwerk als een actieve partner in lokale samenwerkingsverbanden tussen onderwijs, welzijn, cultuur en jeugd.
Brede invulling Jeugdcultuur is een begrip met veel ladingen. De Vlaamse overheid kiest dus ook voor een brede invulling van de prioriteit. In aanmerking komen zowel jeugdcultuureigen uitingsvormen als artistiek-expressieve beleving door jongeren. >
Vaste en extra prioriteiten
KRAX_20+.indd 5
Jeugdcultuur is een begrip met veel ladingen. De Vlaamse overheid kiest dus ook voor een brede invulling van de prioriteit.
5 I K R AX +
De voorbije jaren werd het decreet dat lokaal jeugdbeleid ondersteunt en reguleert grondig herbekeken. Vanaf 2014 is het decreet houdende de ondersteuning en stimulering van het lokaal jeugdbeleid en de bepaling van het provinciaal jeugdbeleid van 9 juli 2012 van toepassing. Beleidsplanning en verantwoording over het beleid zal voortaan via het strategisch meerjarenplan lopen. Het nieuwe decreet voorziet twee vaste
9/23/13 10:29:41 AM
+ cultuur +
Voor jeugddiensten is het een heuse uitdaging om het lokale jeugdbeleid evenwichtig te enten op jeugdcultuur zonder deze aan banden te leggen, op te blazen of net dood te knuffelen.
‘Jeugdcultuureigen uitingsvormen’ zijn alle elementen uit de algemene cultuur die kinderen en jongeren zich toe-eigenen en waarmee ze eigen jeugdcultuur ontwikkelen: de eigen initiatieven van kinderen en jongeren, zoals rondhangen, gamen, musiceren, skaten, body art, stand-upcomedy, fuiven, graffiti, naaien, car tuning, verzamelingen... ‘Artistieke en expressieve beleving’ zijn zowel het deelnemen als het deelhebben van kinderen en jongeren aan artistieke en expressieve uitingsvormen. Deelnemen gaat om passieve beleving, bijvoorbeeld een museum- of theaterbezoek. Deelhebben slaat op actieve beleving, zoals zelf acteren of dansen in een voorstelling. Er bestaan uiteraard zeer uiteenlopende disciplines waarmee kinderen en jongeren kunnen kennismaken of die ze zelf actief kunnen beoefenen: muziek maken, dansen, schrijven… Of iets nu onder het ene of het andere thuishoort, is niet altijd even gemakkelijk te zeggen. En die vraag is ook niet eens zo relevant. Een evenement als Fenix1 in het oude provinciehuis in Antwerpen, bijvoorbeeld, geeft ruimte aan jeugdcultuureigen uitingsvormen, maar wel binnen een formeler, georganiseerd kader. Daardoor wordt het tegelijk ook artistieke en expressieve beleving. Dit voorbeeld toont aan Fenix Festival vond plaats in het (leegstaand) provinciehuis in Antwerpen. Het gebouw werd gedurende drie dagen, in juni 2013, een ‘culturele ontmoetingsplek’ voor en door jongeren.
K R AX + I 6
1
KRAX_20+.indd 6
dat onder deze prioriteit heel erg veel mogelijk is, en zeker niet alleen hetgeen vaak al gekend is in de gemeente.
Uitdaging en spanningsvelden Voor jeugddiensten is het een heuse uitdaging om het lokale jeugdbeleid evenwichtig te enten op jeugdcultuur zonder deze aan banden te leggen, op te blazen of net dood te knuffelen. De prioriteit jeugdcultuur kent namelijk enkele spanningsvelden. Ten eerste ontwikkelt jeugdcultuur zich razendsnel. Het is bijna een onmogelijke taak voor jeugddiensten om op elke golf mee te surfen. De jeugddienst als organisatie, en anderzijds de jeugdcultuur die haast ongrijpbaar is, ontwikkelen en evolueren aan een verschillend tempo. Dit vormt voortdurend een bron van spanningen en conflict tussen je beleid en de behoeften van kinderen en jongeren, en ook binnen je aanbod. Een tweede spanningsveld tussen jeugdcultuur en jeugdbeleid bestaat uit de pogingen van jongeren om een ‘eigen jeugdcultuur’ te creëren, en de pogingen van volwassenen om hierin regulerend of ondersteunend op te treden. Jeugdcultuur groeit en ontstaat als reactie op de ‘volwassen wereld’, op structuren die hen aangeboden en voorgeschoteld worden. Vanuit het lokale niveau kan men ervoor zorgen dat jongeren ruimte hebben om zichzelf te zijn, te experimenteren en te ontdekken.
9/23/13 10:29:42 AM
Noodzakelijke ruimte Jeugdcultuur is alles wat het leven van jongeren een eigen kleur of invulling geeft. Voor dit proces hebben kinderen en jongeren ruimte nodig. Kinderen en jongeren zoeken net die ruimte op die het best aansluit bij hun noden en wensen van dat moment. Deze ruimte kan fysiek en/of virtueel zijn, onder of zonder het toeziend oog van begeleiders. De conditio sine qua non daarbij is mentale ruimte. Fysieke ruimte scheppen wil zeker niet zeggen dat je jongeren kunt opsluiten in ‘jeugdreservaten’. Een skateterrein aanleggen mag niet uitsluiten dat jongeren hun board kunnen bovenhalen op andere plekken in de gemeente. En één legale graffitimuur voorzien, stilt niet de honger van alle jongeren die met graffiti bezig zijn. Verschillende jongeren geven immers andere betekenissen aan hun hobby, en sommigen blijven graag wat in de ‘schemerzone’ hangen. Virtuele ruimte is de vrije zone waarin jongeren online kunnen deelnemen, uitwisselen, creëren en presenteren. Het internet als vrijplaats voor jeugdcultuur: de virtuele ruimte kan worden ingevuld als een plaats voor creatief experiment, een plaats met een hoog labo-gehalte die zich vaak verweeft met de offline jeugdcultuur.
KRAX_20+.indd 7
Voorwaarden scheppen Ruimte is dus een voorwaarde voor jeugdcultuur en een uiting van jeugdcultuur. Het is (slechts) een van de maatregelen waar de jeugddienst een rol in kan spelen. Een jeugdcultuurbeleid moet in de eerste plaats gekenmerkt worden door openheid. Maar die openheid realiseren is een evenwichtsoefening tussen de diverse spanningsvelden. Een te rigide keurslijf kan jeugdcultuur beknotten en insnoeren. Het maakt dat jeugdcultuur en de inherente veranderingsprocessen afgeremd worden of helemaal stilvallen. Géén beleidskeuzes maken daarentegen gaat voorbij aan de belangrijke taak die een overheid kan spelen op het vlak van creativiteit stimuleren en prikkelen, deuren openen, kansen creëren. Een open beleid combineert het beste van beide kanten: het is proactief en laat ruimte om jongeren zelf de hoofdrol te laten spelen. Beleidsmatig kan een open beleid zich vertalen in: • Prospecteren en detecteren: Voeling houden met de leefwereld van jongeren en het gegeven ‘jeugdcultuur’. • Faciliteren en ondersteunen: Faciliteren gaat over een gunstig klimaat en randvoorwaarden scheppen die jeugdcultuur toelaten: infrastructuur, logistiek, geld of informatie voorzien, beeldvorming beïnvloeden... Actief ondersteu-
nen gaat hierin een stapje verder en vertaalt zich ook in eigen initiatieven. • Platform bieden: Ruimten creëren die ontmoetingsplaatsen kunnen zijn tussen gelijkgezinden en een platform om creaties te tonen, bijvoorbeeld in cultuurcentra, gemeenschapscentra, bibliotheken, jeugdhuizen. • Communicatie met, over en voor jongeren: Goede communicatie kan informatie op de juiste plaats krijgen, kan beeldvorming van de ‘goegemeente’ wijzigen, kan conflicten ontmijnen, kan kansen bieden.
Jongeren als actieve partner Jeugdcultuur als aandachtspunt in lokaal jeugdbeleid is wat dansen op een slappe koord. Allerlei spanningsvelden steken de kop op: tijdelijkheid versus duurzaamheid, inmenging versus loslaten. De basis blijft echter dezelfde. Maak de positie die je inneemt ten opzichte van jeugdcultuur expliciet in een visie, en gebruik die als het uitgangspunt voor beleidsmaatregelen. Elke beslissing heeft gedragenheid nodig in de vorm van een breed erkende mentale ruimte voor jongeren. Jongeren zijn zelf een actieve partner in dit beleid. Ze weten het beste wat er leeft en welke de bestaande behoeften en noden zijn. ×
7 I K R AX +
2 Van Mullem, P.; De Schrijver, V.; Versluys, F.; Van Bouchaute, B. (2001) Onderzoek ‘Beleid inzake jeugdcultuur’. Eindrapport.
Jeugdcultuur is alles wat het leven van jongeren een eigen kleur of invulling geeft. Voor dit proces hebben kinderen en jongeren ruimte nodig.
+ cultuur +
Onderzoekers van de Artevelde Hogeschool Gent2 onderzochten in 2001 het beleid ten aanzien van jeugdcultuur en formuleerden aanbevelingen op basis van een aantal cases. In dit onderzoek wordt bovenstaande zoektocht naar evenwicht geformuleerd als enerzijds de taak van de overheid om “de kwaliteit en diversiteit van het aanbod te stimuleren en mogelijkheden tot participatie te bevorderen”, en anderzijds de terughoudendheid ten aanzien van jongeren omwille van “het gevaar van betutteling, recuperatie en controle. Bovendien berust jeugdcultuur (…) op plezier en ongebondenheid. Beleid heeft de suggestie van saaiheid, van gebondenheid aan voorschriften en regels, aan begeleiding en verantwoording.”
9/23/13 10:29:42 AM
+ cul
+ cultuur +
tu
ur +
Deelnemers van Art.19 brainstormen, maken ruwe schetsen voor zowel individuele als groepsopdrachten. Ze halen inspiratie uit boeken, online‌
CREATIEF MET JEUGDCULTUUR VAN PRIORITEIT NAAR PRAKTIJK
K R AX + I 8
Nathalie Van Ceulebroeck, Jitske Verwimp
Onbekend maakt onbemind, en dat geldt ook voor de prioriteit jeugdcultuur. Daarom blijven de kansen ervan vaak onbenut. Toch zijn er in Vlaanderen best wel gemeenten die heel creatief omspringen met deze beleidsprioriteit. Krax+ stelde een inspirerende lijst samen en zoomt in op twee concrete projecten.
KRAX_20+.indd 8
9/23/13 10:29:44 AM
TELEX TELEX TELEX TELEX TELEX TELEX TELEX
• De skatewedstrijd Best of the West wordt georganiseerd in samenwerking met de jeugddienst van Brugge. De wedstrijd vindt plaats op verschillende locaties in West-Vlaanderen. Er wordt ook randanimatie door dj’s voorzien. • Het Beleg Van Schoten, uitgegroeid tot een tweejaarlijks cultureel evenement, is een bruisend festival met de meest uiteenlopende disciplines rond kunst en cultuur, zoals woord, drama, theater, stand-up comedy, rock, jazz, elektronica, dj-sets, circus, kortfilm, beeldende kunst, schilderkunst, dans… • HARTBEATS is een creatief jongerenlaboratorium van CC De Ploter en de jeugddienst van Ternat. Centraal in de werking van HARTBEATS staan kinderen en jongeren tussen 8 en 22 jaar. Ze worden bijgestaan door een begeleider die het kader schept, onderwerpen aanreikt en methodieken uitwerkt. Het uiteindelijke product is echter volledig in handen van kinderen en jongeren.
• De vzw Rock Monsieur uit Halle organiseert Festivhalle, een stadsmuziekfestival. Naast muziek kunnen jonge kunstenaars hun werk voorstellen in de Festibar.
9 I K RA X +
• De jaarlijkse scholenveldloop in Asse werd aangevuld met een muzikaal luik. Samen met de cultuurdienst en CC Asse organiseerde de jeugddienst het festivalletje Krossrock voor de leerlingen van de middelbare school in Asse.
TELEX
• Tijdens de zomervakantie organiseert de jeugddienst van Maasmechelen samen met vzw Thebe voor de vijfde keer haar kinderkunstenweek Kunstkriebels. Kinderen van 6 tot 12 jaar kunnen er proeven van een uitgebreid kunstaanbod. Vier dagen lang kunnen ze kennismaken met disciplines als mode, verf, circustechnieken of fotografie.
TELEX
• Rockoekoe is een klein en gezellig muziek- en cultuurfestival in Knesselare, met de ambitie om een kwalitatief en gevarieerd programma aan te bieden. De organisatoren streven naar een combinatie van enkele opkomende bands met toch al enige naambekendheid en nog te ontdekken groepen. De deur staat ook open voor stand-up comedy, straattheater…
TELEX
• CC’s, GC’s, jeugddiensten en jeugdhuizen van de regio’s Pajottenland en Zennevallei organiseerden samen Zennetoer, een regionaal vrij podium. Beginnende groepen die door de selectie raken, mogen optreden op een van de podia van culturele centra uit de regio. Gevolgd door de finale met prijsuitreiking.
TELEX
• StArt is een transdisciplinair, multimediaal, gratis kunstlab voor jongeren in Tienen. StArt reikt jongeren in hun vrije tijd een intensief artistiek parcours aan, wat resulteert in een krachtige mix van live-disciplines en mixed media op z’n breedst. StArt is een project van vijf opeenvolgende dagen, met een fulltime en intensieve samenwerking tussen jongeren en begeleiders.
TELEX
TELEX
• Cinema007, de filmclub van de jeugddienst van Gingelom, presenteert in de vakantie op een unieke locatie films voor jongeren. De vertoningen zijn gratis.
TELEX
TELEX
• Met Piekniek Elektriek wordt in Waregem afscheid genomen van het voorbije schooljaar en dat met een picknick op het graspleintje voor de stadsbib. Jongeren genieten van muziek die verschillende dj’s draaien, frisbee... De jeugddienst en sportdienst ondersteunen het initiatief.
TELEX
TELEX
• Jongeren kunnen meer dan hangen alleen. Om dit te bewijzen organiseerden Turnhoutse jongeren het urban festival 23Dubbel0 On FIRe!. Met optredens van bekende namen uit de hiphop-scene, een open-mic contest en graffitiworkshops leverden ze een creatieve bijdrage aan hun stad.
TELEX
TELEX
• De Dolle Tiener Dagen in Vilvoorde zijn dagen vol cultuur en wetenschap in een school voor beeldende kunsten. De doelgroep bestaat uit leerlingen uit het eerste en tweede middelbaar.
TELEX
• Met HangArt organiseert Kalmthout een tentoonstellingsruimte, een concertzaal, een ontmoetingsplaats voor liefhebbers van cultuur in de brede zin van het woord. De gemeentelijke hangar achter de brandweerkazerne wordt omgetoverd tot een cultureel centrum voor een weekend. Op het programma: concerten, een cultuurmarkt...
TELEX
• Heist-op-den-Berg organiseert jaarlijks Hestival, een gratis muziekfestival voor jongeren. Dit evenement brengt jongeren samen en laat hen een engagement opnemen in de gemeente.
TELEX
KRAX_20+.indd 9
• Aarschot organiseert voor de 12- tot 30-jarigen Plug-in en Plug-out. Plug-in zijn cursussen zang, drum, graffiti... met verdiepende workshops in olievatenpercussie, kukkuklei, radioman, cupcakes... De reeks gaat door tijdens het schooljaar en wordt afgesloten met een podiumervaring voor alle cursisten. Plug-out zijn workshops, uitstappen, concerten, sportactiviteiten… tijdens de zomermaanden.
+ cultuur +
Allemaal inspiratie!
9/23/13 10:29:44 AM
+ cultuur +
ART.19
CARAVANS, COMMUNITY EN CREATIEF PARCOURS Kunstenaar Jonas Brants noemt zijn werk: “IKEAcatalogus voor toekomstige skylines.” (thema 2013: de toekomst)
© Stijn Dujardin, jeugddienst Zonnebeke
WIE EN WAAR
Gemeenten die samenwerken onder de naam Pas Partoe: Alveringem, Heuvelland, Ieper, Langemark-Poelkapelle, Lo-Reninge, Mesen, Poperinge, Vleteren, Wervik en Zonnebeke.
WAT
Tijdens Art.19 krijgen jonge mensen de kans om op één speciale plek hun creatieve ding te doen, onder professionele en vooral inspirerende artistieke begeleiding. Het project begint met een startweekend en loopt gedurende een week. Tijdens Art.19 leeft, werkt, eet en slaapt iedereen op dezelfde locatie. Zo vormen de jongeren een soort kleine, dissidente kunstnatie waar ze zich zo weinig mogelijk van de wereld aantrekken en vooral hun eigen ding doen. Deelname is gratis en de voorwaarden zijn vrij simpel: de jongeren zijn minstens zestien en doen iets met dans, toneel, video, penseel, spuitbus, planken, video… Zolang het maar kunst is.
SUCCESFACTOREN
• • • • •
VALKUILEN
Communitygevoel Zowel individueel (vrijheid, eigen ding) als in groep werken Deelnemers worden ingezet als ambassadeurs, ze leveren ook vooraf inhoud aan Prikkelende locaties, inspirerende begeleiders Streven naar kwaliteit
• Aandacht voor de juiste begeleiding die niet louter jongeren stuurt • Kader vastleggen en realistische verwachtingen scheppen bij de deelnemers: hoe ver kan je gaan?
• Jaar na jaar blijven rekruteren! • September: startoverleg met kerngroep van geïnteresseerde deelnemers uit de vorige editie AANPAK
• December/januari: rekrutering door ambassadeurs • Februari: startweekend met eerste improvisaties, individuele opdrachten, groepssessies rond het vastgelegde thema
• Paasvakantie: werkweek • Mei: evaluatie
INFO
www.art19.be
K R AX + I 10
BUDGET
Zo’n 25.000 euro, maar het totaalbudget hangt ook af van hoe ver de initiatiefnemers willen gaan. Er wordt fors geïnvesteerd in de begeleiding door ervaren kunstenaars, in rekrutering, in materiaal. Elke deelnemende gemeente draagt een stuk bij. De middelen komen onder andere uit de pot voor de prioriteit jeugdcultuur.
KRAX_20+.indd 10
9/23/13 10:29:48 AM
+ cultuur +
STORM Ham
RAP/VIDEO PROJECT 2011-2012 STORM project: jonge clipmakers filmen jonge rappers
WIE EN WAAR
Gemeente Ham (jeugddienst & straathoekwerker) in samenwerking met Villa Basta vzw en een dertigtal tieners tussen elf en vijftien jaar uit diverse milieus
WAT
Via muziek en film wil project STORM de leefwereld van jongeren zichtbaar maken en het contact tussen kansarmere en kansrijkere jongeren versterken. Een groep ging aan de slag met rap (schrijven/opnemen) onder begeleiding van rapmeester Nupstr uit Genk. Een andere groep maakte filmpjes en een stukje van de videoclip. De eigenlijke videoclip werd gemaakt door de rappers zelf. Het camerawerk en de montage werden door Villa Basta verzorgd. Weetje: Een kortfilm van de andere groep won een prijs op een filmfestival.
• Het laat kansarme en kansrijke jongeren zien en voelen dat ze kansen krijgen in hun gemeente als ze verantwoordelijkheid opnemen
• Het project stuurt de beeldvorming over jongeren bij en dat betekent een grote meerwaarde voor zowel de jongeren zelf (en hun peergroep) als voor het publiek SUCCESFACTOREN
• Als gevolg van hun contacten met gemeentediensten en beleid krijgen jongeren een ander beeld van de ‘instellingen’
• Jeugddienst en straathoekwerkers leggen achteraf makkelijker contact. De boodschap ‘Die zijn oké’ verspreidt zich binnen de vriendengroep van jongeren
• In zo’n mixed project ontdekken middenklasse jongeren andere visies en ontdekken ze hun eigen talenten
• Start nooit een project zonder voorafgaand engagement • Breng dezelfde boodschap naar alle deelnemers: iedereen start met evenveel kansen aan een VALKUILEN
project; hoe ze die zelf invullen is wel hun eigen verantwoordelijkheid, al dan niet geruggesteund door de jeugddienst of straathoekwerker • Zorg voor een professionele partner en zorg zelf voor motivatie, opvolging op Facebook, persberichten en promo
AANPAK
In eerste instantie werd er op straat en in het Kids Café gepolst naar de interesse om een langdurig project op te starten. In september 2011 werd er extra geld vrijgemaakt door het College. De duur van STORM is één jaar met circa 15-20 sessies.
BUDGET
2.500 euro + 300 euro opnamestudio, onder andere met middelen van de prioriteit jeugdcultuur
INFO
www.jeugdraadham.be
11 I K R AX +
KRAX_20+.indd 11
9/23/13 10:29:50 AM
atie +
eu
g d i n fo
+ jeugdinformatie +
rm
+j
DE ZOEKTOCHT NAAR INFORMATIE HOE PAKKEN KINDEREN EN JONGEREN HET AAN? Sofie Iserbyt
Kinderen en jongeren zitten regelmatig met vragen: ‘Welke studierichting ligt mij?’ ‘Wat moet ik doen als ik gepest word?’ ‘Op welke politieke partij moet ik stemmen?’ … Maar waar gaan ze precies op zoek naar informatie en advies? Hoe pakken ze dat aan? En vinden ze ook effectief correcte informatie? Het onderzoek Infoscan brengt een schets van het informatienetwerk en de zoekstrategieën van de bevraagde kinderen en jongeren. De plaats waar zij op zoek gaan naar informatie hangt uiteraard af van het onderwerp, de context van de informatievraag, en van de achtergrond en omgeving van de informatiezoeker. Toch zijn er een aantal duidelijke algemene trends in het informatiezoekgedrag van kinderen en jongeren.
Soort vraag bepaalt zoektocht Over het algemeen zien we dat kinderen en jongeren voor gevoelsgebonden thema’s zoals pesten, vriendschap of verliefdheid vaak naar hun sociaal netwerk trekken. Voor thema’s als politiek, milieu, religie of rechten vinden ze dan weer sneller hun weg naar digitale of traditionele media. Wanneer kinderen echter informatie zoeken rond problemen thuis, zien we dat de rol van de ouders sterk afneemt. Het anonieme contactkanaal Awel, samen met de informatiebron ‘vrienden’, scoort bij dit thema wel hoog.
K R AX + I 12
Onmiddellijke omgeving Kinderen en jongeren halen hun informatie over het algemeen in hun directe omgeving: ouders, vrienden en leerkrachten. Het Jeugd Informatie Punt (JIP), Awel, het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) of andere organisaties die
KRAX_20+.indd 12
zich verder van de alledaagse realiteit bevinden, scoren merkelijk lager. Ook het internet is populair bij kinderen en jongeren. Ze consulteren het wereldwijde web op zoek naar informatie over uiteenlopende zaken. Het is voor hen een snelle en eenvoudige manier om te zoeken. “Op een website kan je meestal gewoon direct iets opzoeken door te typen wat je zoekt, terwijl je een folder helemaal moet lezen.” (jongen, 14 jaar) Aan sociale media wordt, in het kader van actief informatiezoekgedrag, niet veel waarde gehecht. “Gewoon aan uw vrienden vragen wat zij gaan doen (school kiezen) en daar eens over babbelen, dat wel. Maar niet op Facebook gaan opzoeken, neen. Dat is gewoon om te chatten.” (jongen, 15 jaar)
Ouders als ankerpunt Binnen het sociaal netwerk zijn het vooral de ouders een niet te onderschatten informatiebron voor kinderen, tieners en jongeren. Kinderen tussen acht en elf jaar gaan zelfs over het algemeen in eerste instantie bij hun ouders op zoek naar informatie. Zij geven eveneens aan daar ook de beste informatie te vinden. Vanaf twaalf jaar is Google over het algemeen de eerste plaats waar tieners hun zoektocht aanvatten én waar ze de beste informatie denken te vinden. Toch blijven ook dan de ouders als informatiebron een sterke tweede plaats innemen. De bevraagde jongeren geven aan dat ze hun ouders benaderen als experten bij onderwerpen die aansluiten bij hun beroep, interesses of ervaringen.
9/23/13 10:29:50 AM
+ jeugdinformatie +
Google & co Google is als toegangspoort naar informatie ontzettend populair. In zes op de tien gevallen waarbij kinderen op zoek gaan naar informatie, maken ze onder meer gebruik van Google. Bij jongeren stijgt dit tot meer dan acht op tien keer. “Ik zou dat via Google opzoeken. Dat is makkelijk, je hoeft maar een paar letters in te tikken en de rest volgt vanzelf, dus ik doe dat veel.” (jongen, 10 jaar) Vanaf de leeftijd van twaalf jaar doet men in eerste instantie beroep op Google bij een informatievraag, én geeft men aan daar ook de beste informatie te vinden. Wat ze precies doen op de zoekmachine, welke zoektermen ze precies ingeven, blijft echter een black box. De jongeren uit het onderzoek melden wel dat het niet altijd eenvoudig is om iets te vinden in het gigantische digitale aanbod. Sommige jongeren ervaren een virtuele ‘overload’. Dat verklaart misschien ook de appreciatie van jongeren voor traditionele, tastbare media zoals folders. “Al het digitale gaat gewoon heel snel. Als je dan iets in je handen krijgt, is dat wel tof en dan blijf je daar toch iets langer bij stilstaan.” (meisje, 21 jaar) Daarnaast geven kinderen, tieners en jongeren aan dat de informatie op sommige websites niet op hun maat is geschreven. “Ik vind dat het vaak veel te moeilijk wordt uitgelegd. Ik zou liever hebben dat er een website is die moeilijke dingen makkelijk uitlegt, meer op ons niveau. Nu lees ik soms al die moeilijke woorden, snap ik er niets van en moet ik elk woord nog eens apart gaan opzoeken.” (meisje, 14 jaar) Digitale bronnen worden steeds kritischer bekeken naarmate men ouder wordt. Informatie op het web wordt over het algemeen als minder betrouwbaar beoordeeld dan gedrukte media. “Als ik een flyer in mijn handen krijg en dezelfde flyer op internet vind, dan zou ik de flyer meer geloven dan op internet. Zo veel mensen kunnen gemakkelijk op internet een grapje of een stunt uithalen, terwijl je veel moeite moet doen om flyers te maken en uit te delen.” (meisje, 20 jaar)
KRAX_20+.indd 13
Informatiezoekpatronen blijven complexe trajecten, waarbij het aftoetsen en combineren van verschillende bronnen, ook met de eigen voorkennis, centraal staan. Daarenboven verloopt een zoektocht niet altijd even logisch. De eerste bron die kinderen en jongeren aanspreken, is niet noodzakelijk ook de bron waar ze denken de beste informatie te vinden. Toch zijn er voldoende signalen dat kinderen en jongeren zoekstrategieën ontwikkelen en optimaliseren doorheen de tijd. Hoe ouder men wordt, hoe meer informatiebronnen men rond een specifiek onderwerp raadpleegt. Terwijl kinderen vooral exploreren en uitproberen, weten jongeren veel beter welke infobronnen ze rond specifieke thema’s moeten aanspreken.
Kritisch reflecteren Opvallend is ook dat het verifiëren van de informatie bij jongeren vanaf zestien jaar dubbel zo hoog is als bij tieners tussen twaalf en vijftien, en zes keer zo hoog is als bij kinderen tussen acht en elf. Toch, besluiten de onderzoekers, komt kritisch reflecteren over informatie en informatiebronnen niet vanzelf en zeker niet van vandaag op morgen. Het is dan ook van groot belang om er thuis, op school of zelfs in de jeugdbeweging voldoende aandacht aan te besteden. ×
Het onderzoek Infoscan is een onderzoek van de Hogeschool Gent in opdracht van De Ambrassade. Meer dan 600 kinderen (8-11 jaar), tieners (12-15 jaar) en jongeren (16-25 jaar) vervolledigden een survey met tien casussen rond informatiebehoeften. Ongeveer veertig van hen vulden ook een dagboek in. Daarnaast namen nog eens veertig kinderen, tieners en jongeren deel aan focusgroepen.
Meer weten? • Volledig onderzoeksrapport downloaden: www.ambrassade.be/infoscan • Nog meer over jeugdinformatie: www.jeugdinfotheek.be
13 I K R AX +
Bij het beoordelen van een website hanteren kinderen en jongeren enkele criteria. Zo zou een professionele vormgeving of een rustige huisstijl betrouwbaarder overkomen. De mate waarin achter de website een officiële, gekende organisatie zit, zou ook een invloed hebben. Afwezigheid van banners, reclame of pop-ups, alsook de afwezigheid van fouten (zowel inhoudelijk als op het vlak van taal) zou de betrouwbaarheid van een website ten goede komen. De aanwezigheid van bronvermeldingen en de goedkeuring van volwassenen worden eveneens als positief beschouwd.
Zoekstrategieën
9/23/13 10:29:52 AM
atie +
eu
g d i n fo
+ jeugdinformatie +
rm
+j
Een redactievergadering bij StampMedia
INFORMATIE VOOR EN DOOR JONGEREN
JONGERENREDACTIES Eline Madou
Jonge mensen hebben doorgaans een grote informatiehonger. Maar er zijn ook jongeren die zelf nieuws brengen, informatie creëren, reportages maken… De jongerenredactie is een sterke vorm van informatie voor en door jongeren. In bijna elke Vlaamse grootstad is er wel zo’n jongereninitiatief te vinden. Daar krijgen de jonge vrijwilligers de kans om hun eigen stempel te drukken op de media en nieuws te brengen aan iedereen die het wil horen. Krax+ sprak met StampMedia, Mediaraven en Project Wolf.
K R AX + I 14
Ontstaan Jongerenredacties worden voor verschillende redenen opgestart. StampMedia zag vijf jaar geleden het levenslicht op vraag van de Antwerpse jeugddienst, die jongeren met een eigen mening de kans wilde geven om die ook ergens kwijt te kunnen. C.H.I.P.S. vzw, een organisatie die culturele initiatieven rond nieuwe media en communicatie ondersteunt, nam die taak op zich. ‘Mijn collega Stefan Kölgen kwam op het idee om een jongerenpersagentschap op te richten’, zegt hoofdredacteur en coördinator Han Zinzen. “We zijn snel begonnen met het werven van onze eerste vrijwilligers en samen met hen hebben we StampMedia gevormd tot hoe we het vandaag kennen. De jongeren hebben altijd al veel inspraak gehad.”
KRAX_20+.indd 14
De redactie van Mediaraven is het resultaat van een fusie van JAVI.tv en Jeugdwerknet, twee jongerenorganisaties die samen meer dan vijftien jaar aan ervaring hebben in het mediawijs maken van jongeren. “Maar zowel JAVI.tv als Jeugdwerknet zijn uit dezelfde vzw ontstaan”, legt voormalig coördinator van JAVI.tv en huidig beleidsmedewerker Wouter De Meester uit. “Beide waren we onafhankelijke organisaties, maar we merkten dat we veel gezamenlijke projecten hadden en vaak voor dezelfde opdrachten gevraagd werden.” In januari 2013 ging Mediaraven officieel van start, maar ze moesten niet van nul beginnen. Wouter: “De werkwijze en de jongeren waren er al. Het enige wat is veranderd, is onze naam.” De kiem voor Project Wolf ontstond, net als bij StampMedia, bij de jeugddienst. Maar toch heeft het nog meer dan een jaar geduurd voor het medialab in Mechelen de deuren kon openen. “Project Wolf is een ambitieus project, en daar kruipt tijd in”, legt coördinator Ninah Van Aelst uit.“ Mechelen vergelijkt zich graag met grote steden en zag dat er hier ook wel plaats was voor een eigen radio, voor en door jongeren. Maar omdat jongeren vandaag met veel meer media bezig zijn dan alleen radio, werd er beslist om er een medialab van te maken. Jongeren kunnen zich er dus ook uitleven met televisie, print, lay-out en fotografie.”
9/23/13 10:29:53 AM
Project Wolf is een erg uitgebreid project dat tot stand kwam met een duo-financiering. ‘Vijftig procent van de subsidies komt van de stad Mechelen, de andere helft van 2 Zeeën, een Interreg-organisatie die samenwerking stimuleert tussen landen grenzend aan de Noordzee.’ De redacties van Mediaraven en StampMedia worden bijna volledig door de overheid gefinancierd. “Dat ervaren wij als een zegen en een last”, zegt Han. “De subsidies zijn meer dan welkom, maar we zijn altijd afhankelijk van de overheid. En die afhankelijkheid brengt nadelen met zich mee, want de regering bespaart. We verliezen volgend jaar twintig procent van onze subsidies en dat brengt StampMedia in een lastig parket. Hoe we dat gaan oplossen, weten we nog niet.” Omdat de redactie van Mediaraven het meest zichtbare deel is van de organisatie, is die ook het meest bekend. “We ontvangen alleen voor onze redactie subsidies van de Vlaamse overheid, ook al is Mediaraven veel meer dan dat”, zegt Wouter. “De jongerenredactie is eigenlijk maar een klein deel van onze werking. Verder kan je bij ons workshops en vormingen of videoproducties boeken, je website laten bouwen en je hosting laten verzorgen.”
Werken met vrijwilligers
KRAX_20+.indd 15
“De jongeren mogen fouten maken zonder dat daar herexamens tegenover staan.”
15 I K R AX +
Veel jongerenredacties kennen over het algemeen dezelfde structuur, maar hun doelstellingen, grootte en uiteraard hun manier van werken durven nogal eens verschillen van die van een professionele redactie. “Ik stel Project Wolf altijd voor als een wolf met vier poten”, zegt Ninah. “De vrijwilligers kunnen kiezen tussen video, radio, fotografie en print. Elk medium heeft zijn eigen redactie, wat ook wil zeggen dat ze aparte redactievergaderingen hebben. Daar wordt er niets beslist over de inhoud van de stukken, maar overlopen we het programma voor de komende weken. Op de feestjes die ik af en toe voor de vrijwilligers organiseer om hen te motiveren, zijn ze natuurlijk allemaal welkom. Samen zijn we met zo’n vijftig vrijwilligers, maar het aantal actieve vrijwilligers dat regelmatig iets voor
het project maakt is veel kleiner.” “Dat is normaal en zeker ook bij StampMedia het geval”, valt Han bij. “Wij bereiken per jaar gemiddeld zo’n driehonderd jongeren. Maar vrijwilligers komen zelden uit de lucht vallen, daar moet je actief naar op zoek gaan. Dat doen we door wervingscampagnes op te starten, hogescholen aan te spreken en samen te werken met andere jongerenorganisaties. Sociale media en mond-tot-mondreclame zijn zeer belangrijk. Je moet het contact met je vrijwilligers warm kunnen houden, want anders verdwijnen ze weer.” Bij StampMedia komen de jongeren wekelijks samen, om onderwerpen aan te brengen en verdelen, en de stukken die ze eerder al inleverden te bespreken. “Ik sta erop elke vrijwilliger persoonlijk feedback te geven”, zegt Han. “Dat is een groot verschil met andere redacties en hogeschoolopleidingen Journalistiek. De jongeren mogen fouten maken zonder dat daar herexamens tegenover staan. Want de enige manier om daadwerkelijk iets bij te leren, is juist door fouten te maken.” De redactie van Mediaraven bestaat uit zo’n honderd vrijwilligers. Een harde kern van ongeveer zeventig actieve vrijwilligers trekt er regelmatig op uit en maakt reportages. Vrijwilligers zoeken doet Mediaraven via dezelfde kanalen als andere jongerenredacties. Wouter: ‘Af en toe plaatsen we een oproep online, en ook sociale media zijn een goede manier om jongeren te bereiken. We gaan langs op scholen, maar zoeken geen bepaald profiel. Het is niet zo dat we enkel studenten Journalistiek willen bereiken. Iedereen met interesse in digitale media is welkom.’ De redactievergaderingen gaan door onder de noemer ‘redactiekaffee’ en vinden één keer per maand plaats. ‘De vergaderingen worden van begin tot einde voorbereid en georganiseerd door de kernredactie’, zegt Wouter. ‘Dat is een groep van zes enthousiaste vrijwilligers die voor minstens een jaar het engagement opnemen om de grote groep vrijwilligers te motiveren. Zij krijgen ook de concrete doelstelling om de kijkcijfers te behalen die Mediaraven opgelegd kreeg door de overheid. Maar we hebben net een tussenstand van de kijkcijfers bekeken, >
+ jeugdinformatie +
Financiering
9/23/13 10:29:53 AM
+ jeugdinformatie +
Project Wolf kan je live aan het werk zien.
en hebben na zes maanden de vooropgezette doelstelling al ver overschreden. Het enthousiasme van de kernredactie werkt overduidelijk aanstekelijk.’
K R AX + I 16
“Wanneer onze vrijwilligers hun stukken tegenkomen in Knack of in Het Nieuwsblad, werkt dat enorm motiverend.”
KRAX_20+.indd 16
Ervaring laten opdoen Jongerenredacties halen dus heel wat uit de kast om hun vrijwilligers te motiveren. Bij Project Wolf trekken de vrijwilligers elk jaar op uitwisseling naar Groot-Brittannië, waar ze hun Engelstalige partners bezoeken. “Ook het magazine Gromm blijkt een grote motivator, omdat het blad gedrukt, gepubliceerd en verspreid wordt”, zegt Ninah. Dat ontdekten ze ook bij StampMedia, waar hun tijdschrift Pidmag volledig samengesteld wordt door de jongeren tijdens een workshop van enkele dagen. “Die workshops worden telkens begeleid door een gasthoofdredacteur. Zo leren de jongeren werken onder verschillende hoofdredacteurs en leer ook ik altijd bij”, legt Han uit. Verder onderhoudt StampMedia contacten met verschillende kranten en tijdschriften die ze geregeld artikels doorgeven die hen kunnen interesseren. “Wanneer onze vrijwilligers hun stukken tegenkomen in Knack of in Het Nieuwsblad, werkt dat enorm motiverend”, vertelt Han. “Bovendien leggen ze zo een portfolio aan die erg van pas kan komen bij het solliciteren. Daarom wil ik ook graag de maximale leeftijd waarop je bij ons terecht kan naar omhoog krijgen. Op dit moment liggen de leeftijdsgrenzen bij jongerenredacties van 16 tot 25 jaar. Als het van mij
zou afhangen, mag dat doorlopen tot 30 jaar. Het zijn nu eenmaal barre tijden op de arbeidsmarkt, en het is lang geen uitzondering meer dat een 26-jarige moeilijk een job vindt. Bij een jongerenredactie krijgen ze de kans om meer ervaring op te doen en zo beter gewapend te zijn bij het solliciteren.” Mediaraven kreeg dezelfde leeftijdsbeperkingen opgelegd, maar ze gaan daar creatief mee om. “We hebben een speciale werking voor jongeren vanaf 12 jaar: ‘De Uittesters’. Ze leren er werken en spelen met digitale media”, vertelt Wouter. “Natuurlijk wordt een vrijwilliger niet uit de redactie gezet op zijn 26ste verjaardag, iedereen is minstens even welkom. We hebben actief naar manieren gezocht om de 26-plussers en hun kennis binnen Mediaraven te houden. De iets oudere vrijwilligers kunnen ook vormingen en workshops geven als ze dat willen.”
Uniek karakter Ondanks de vele gelijkenissen hebben de drie jongerenredacties een erg verschillend karakter. Wat maakt elk van hen dan eigenlijk uniek? “De ligging van Project Wolf is enig in zijn soort”, zegt Ninah. “Onze radiostudio ligt aan de straatkant en nieuwsgierige voorbijgangers kunnen volgen wat er binnenin gebeurt. Dat zorgt voor een speciale vibe. Wat ons verder typeert is onze grote ambitie. We zetten op elk medium evenveel in. Iedere jongere kan dus zijn gading vinden bij Project Wolf.” “Mediaraven onderscheidt zich door het grote en kwalitatieve aanbod aan workshops en vormingen”, zegt Wouter. “We zijn daar erg trots op en willen daar in de toekomst nog meer op inspelen. Andere jongerenredacties leveren uiteraard ook goed werk en wij houden ons niet bezig met het analyseren van hun werking. Wij doen het op onze manier en we weten dat die werkt.” “Als jongeren zich verder in de journalistiek willen verdiepen en ontwikkelen, zijn de kansen die ze bij StampMedia krijgen op zijn zachtst gezegd uniek”, vertelt Han. “We pakken elk onderwerp aan, zolang de journalistieke link er is. Net omdat we zo breed gaan, overlappen onze stukken weleens met die van andere jongerenredacties. Maar ik weiger om andere redacties als concurrenten te bekijken. We werken elk op ons eigen terrein en vullen elkaar aan waar we kunnen.” ×
9/23/13 10:29:54 AM
.
ap in België
Het eerste
ch persagents e jongeren ige officiël
en en
. coördinator Wie? dacteur en re fd oo h is Han Zinzen jaar. illigers per Team? eer 300 vrijw ev g on , rs ke is 7 medewer l lopen. Het de muur za en n g ka te t je h ic je waarin et je gez Tip? d te vinden n. at je veel m ie d aa g eb ee g or m n g vo ee in er ken dactie om dactie en re re n “Hou er re e d ee Er . in or w u in opnie en hebben wringen vo is vertrouw recht en beg l wroeten en ip ee ti ru n K se r! u de mu . Maar es .” icht tegen ontplooien is het waard met je gez op lo , maar het en en or ez ki te Ga ervo om eg akkelijke w is geen gem
+ jeugdinformatie +
ia StampMed Wat?
Info? pmedia.be www.stam
Project Wolf
Wat? creatieve ei kwijt kunnen. k waar Mechelse jongeren hun Fysieke en virtuele verzamelple Wie? lente van de stad van Project Wolf en jeugdconsu Ninah Van Aelst is coördinator Mechelen.
© Joris Casaer
Team? illigers. 1 medewerker, ongeveer 60 vrijw Tip? ctie. Je kan als organigeloven in het project, in de reda “Zorg ervoor dat de vrijwilligers mee zijn, sta je nergens. wil, maar als je vrijwilligers niet satie zo veel vertellen wat je het enthousiasme moeten ten lopen voor de redactie en Het zijn zij zelf die warm moe reclame niet. Want je kan ond . Onderschat mond-tot-m overbrengen op andere jongeren jongeren er niet achter staan, wereld insturen, maar als de honderden persberichten de reven.” is de redactie ten dode opgesch Info? http://projectwolf.be
Mediaraven Wat? Mediaraven laat jongeren en jeugdwerkers experimenteren met
digitale media.
Wie? Wouter De Meester is beleidsmedewerker van Mediaraven en was voorheen coördinator van JAVI.tv. Team? 15 medewerkers, ongeveer 100 vrijwilligers.
KRAX_20+.indd 17
17 I K R AX +
Tip? “Luister naar de vrijwilligers en het verhaal dat zij willen vertellen. Het gaat om wat zij willen doen en niet wat je als organisatie wil bereiken. Zet de jongeren centraal.” Info? www.mediaraven.be
10/2/13 10:27:15 AM
atie +
eu
g d i n fo
+ jeugdinformatie +
rm
+j
JONGEREN INFORMATIE PUNT
HOE WERKT DAT JUIST? Peter Verdonck
K R AX + I 1 8
In een Jongeren Informatie Punt (JIP) kan elke jongere terecht met vragen. Je vindt een JIP op 62 plaatsen in Vlaanderen. JIP’s zijn laagdrempelig, qua ligging en openingsuren. Dagelijks krijgen JIP-medewerkers over gans Vlaanderen tientallen vragen van kinderen en jongeren. Wie zich laat helpen door een JIP kan voor 100 % vertrouwen op kwaliteitsvolle, aangepaste en correcte informatie.
Bereikbaar en op maat
Kwaliteitsvolle dienstverlening
Om kinderen en jongeren goed te kunnen helpen, streven JIP’s ernaar om goed bereikbaar te zijn. Ze liggen liefst op een plek waar veel jongeren komen, bijvoorbeeld in het Jeugdcentrum. Verder is het JIP open wanneer kinderen en jongeren de tijd hebben om langs te gaan, bijvoorbeeld op woensdagnamiddag of online buiten de schooluren. JIP-medewerkers zijn altijd bezig met het verschaffen van juiste jeugdinformatie. Ze behandelen binnengekomen vragen, ze voeren persoonlijke babbels, ze mailen en chatten, of verwijzen door. Waarover dat gaat? Een animator wil iets weten over studentenjobs, een jongere zit met relatieproblemen, de Werkwinkel vraagt informatie over jeugdwerkloosheid, enzovoort. Bij een JIP gebeurt niet alles binnenshuis. Ze gaan ook outreachend tewerk. Sommige JIP’s trekken de straat op of willen echt aanwezig zijn op plekken waar jongeren samenkomen, bijvoorbeeld in het park of op een festival. Tot slot zetten JIP’s ook informatieprojecten op poten. Sommige organiseren een jongerenbeurs rond thema’s zoals verder studeren of alleen gaan wonen. Andere maken bijvoorbeeld een folder over de verkiezingen. Of ze starten een samenwerking met scholen.
JIP’s zijn altijd ingebed in een andere dienst of organisatie, meestal in een jeugddienst of een JAC, of in een samenwerking tussen beide (zie kader). Tussen al die JIP’s onderling zijn er dan ook verschillen. Elk JIP heeft zo zijn specifieke kenmerken en werking. Inhoudelijk is er daarentegen een heel duidelijke overeenkomst: ze bouwen allemaal kwaliteitsvolle dienstverlening rond jeugdinformatie uit. Hun werking baseren ze unaniem op enkele vaste principes: toegankelijkheid, vraaggericht werken, allesomvattende informatie geven, op maat werken, open (vrij), vertrouwelijk, betrouwbaar, professioneel, onpartijdig, ethisch en betrokken. Het vormgeven van deze principes is een permanente zoektocht naar verbetering. JIP’s krijgen een officiële erkenning. Ze garanderen een kwaliteitsvolle dienstverlening en daarom mogen ze het JIP-label dragen. Ook de informatie die ze verschaffen is altijd kwaliteitsvol, en dat maken ze zichtbaar met Trusty, een label in de vorm van een uil.
KRAX_20+.indd 18
Belangrijke (beleids)rol Wie rond jeugdinformatie werkt, komt onvermijdelijk in contact met uiteenlopende (beleids)domeinen. De vragen van kinderen en jongeren gaan immers over alle facetten van hun
9/23/13 10:29:58 AM
+ jeugdinformatie +
Bezoek aan JIP Kalmthout
Hoe gaat het eraan toe op een JIP? We vroegen het aan Florence Gommeren, bezieler van JIP (JACpunt) Kalmthout en Stefan Beyers, jeugdconsulent van Kalmthout. Specifiek aan dit JIP is de samenwerking tussen drie gemeenten en een CAW.
Bij een JIP kan je binnenstappen voor een spontane babbel.
leven. Voor de JIP-medewerker betekent dit dat hij vaak moet samenwerken met lokale partners uit andere sectoren. Daarbij is een echte regisseursrol voor hem of haar weggelegd. Meer nog, het JIP kan die centrale rol ook spelen voor het overstijgende jeugdinformatiebeleid. Op die manier blijft het overzicht rond jeugdinformatie-initiatieven binnen één organisatie. Voor de gemeentelijke jeugddienst betekent het JIP een rijke bron van informatie over het soort thema’s en vragen die kinderen en jongeren bezighouden. Deze vorm van omgevingsanalyse biedt stof om juiste doelstellingen te formuleren rond het thema jeugdinformatie voor de doelgroep jeugd. Voor het JAC betekent de uitbouw van een JIP-werking dat het voorziet in een aanbod dat past in de missie en visie van het CAW rond kwaliteitsvolle hulpverlening ten aanzien van jongeren.
Ondersteuning voor JIP’s Een JIP runnen vergt veel organisatie en personeelstijd. Werken rond jeugdinformatie blijft niet beperkt tot één medewerker, of het plaatsen van een informatierek vol folders. Als een JIP echt een regisseursrol rond lokaal jeugdinformatiebeleid opneemt, komt dat de informatiebehoeften van alle kinderen en jongeren in de gemeente alleen maar ten goede. De Ambrassade wil daarop inzetten en start daarom een traject op, samen met VVJ, om te komen tot een brede visie op lokaal jeugdinformatiebeleid. Sinds 2013 ondersteunt De Ambrassade ook alle JIP’s met een aangepast vormingsaanbod (studiedagen, praktijktafels, een opleiding jeugdinformatiewerker…) en een breed gamma van informatieproducten (Jongerengids.be, folders, infozuilen). Daarbij wil De Ambrassade ondersteuning bieden op maat van elk JIP. × Trusty staat voor kwaliteitsvolle jeugdinformatie: www.juistejeugdinfo.be
KRAX_20+.indd 19
Krax+ • Wat zijn de sterke punten van de samenwerking? Florence Gommeren • De bundeling van tijd, krachten en middelen. Doordat het JIP/JACpunt voor de drie gemeenten werkt, bereiken we veel meer jongeren. De drie gemeenten lijken ook op elkaar qua bevolkingsaantal, landelijk karakter, jongeren die dezelfde scholen bezoeken… De gemeenten doen allemaal hun financiële inbreng. Daardoor zijn er meer middelen voorhanden en kunnen we grotere projecten realiseren, zoals rond preventie bij het uitgaan. We hebben al een oordopjesdispenser, nu komen er nog fuifbussen bij. Krax+ • Hoe is de JIP-werking ingebed? Stefan • De samenwerking tussen de JIP-medewerker, de verschillende gemeenten en het CAW gebeurt op overlegmomenten. Zo is er jaarlijks een evaluatievergadering met de gemeentelijke diensten; bij het CAW gebeurt dit door overleg met de teamcoördinator. Op die manier wordt de JIP-werking steeds aangepast. Voor de meerjarenplanning van 2014-2020 geldt dat de JIP-werking ingeschreven staat in de drie betrokken gemeenten. Dat wil zeggen dat de budgettering voor de komende zes jaar verzekerd is, mits een gunstige (jaarlijkse) evaluatie. Jeugdinformatie wordt op die manier verankerd in de beleidsplanning van de drie gemeenten, in samenspraak met het CAW. Krax+ • Zijn er aandachtspunten voor de toekomst? Florence • De promotie van het JIP/JACpunt blijft een voortdurende zorg. Je moet constant naar buiten komen. Wat het beste werkt is een combinatie van verschillende methodieken. Er moet een fysieke plaats zijn waar de jongeren kunnen langskomen. Maar de medewerker moet zelf ook naar buiten gaan, bijvoorbeeld op het tienerfestival T-day. Tot slot is ook online aanwezigheid niet meer weg te denken. Je moet actief zijn met mail, Facebook, de website... Het JIP/JACpunt is er immers voor alle jongeren; niet enkel voor degenen die al de jeugddienst of andere diensten weten te vinden.
1 9 I K R AX +
• CAW = Centrum Algemeen Welzijnswerk • JAC = Jongeren Advies Centrum; elk JAC is een onderdeel van de bredere werking van een CAW
Krax+ • Vanwaar kwam de behoefte om een JIP op te richten? Stefan Beyers • Vanuit de bevraging die gebeurde voor de opmaak van het jeugdwerkbeleidsplan 2011-2013 van de gemeente Kalmthout. Jongeren gaven aan dat ze het goed zouden vinden om ergens hun vragen te kunnen stellen, of om een JAC te hebben. Op ons intergemeentelijk overleg bleek dat in nog andere gemeenten deze nood leefde. Uiteindelijk besloten Kalmthout, Wuustwezel en Essen om samen een JIP/JACpunt op te richten en dit uit te besteden aan CAW De Terp.
9/23/13 10:30:00 AM
+ ruimte +
te +
+ rui
m
NAAR EEN JEUGDVRIENDELIJK MOBILITEITSBELEID Raf Verbruggen
Kinderen en jongeren nemen dagelijks deel aan het verkeer. Ze gaan per fiets of met de bus naar school, worden met de auto naar de muziekschool gebracht, of verkennen de buurt op hun skateboard. Mobiliteit en het daarrond gevoerde beleid hebben dan ook een bijzonder grote impact op kinderen en jongeren. En toch is er in ons almaar drukker wordende verkeer steeds minder plaats voor hen. Een meer jeugdvriendelijk mobiliteitsbeleid dringt zich op.
K R AX + I 2 0
Mobiliteit volgens kinderen en jongeren Mobiliteit is een begrip met verschillende ladingen. Vraag eens aan volwassenen wat mobiliteit voor hen betekent, en dan hoor je vooral termen als ‘snelheid’ en ‘efficiënt verplaatsen’. Kinderen daarentegen denken ruimer dan dat puur functionele. Voor hen is mobiliteit dikwijls een doel op zich: ze gaan ‘gewoon wat fietsen’ of ontdekken de wijk op hun rolschaatsen of step. Het sociale aspect van mobiliteit, bijvoorbeeld babbelen met vrienden, en het contact met buurt en natuur zijn voor hen de voornaamste eigenschappen van een verplaatsing.
KRAX_20+.indd 20
Kinderen of jongeren hebben weinig verkeerservaring. Ze krijgen ook onvoldoende de kans of het vertrouwen om zich (alleen) in het verkeer te begeven. Nochtans is het belangrijk voor hun ontwikkeling dat kinderen en jongeren zich zonder begeleiding leren verplaatsen. Die zelfstandige verplaatsingen doen zij overigens vooral te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer. Meer dan volwassenen zijn zij dan ook zwakke weggebruikers. Kinderen en jongeren gedragen zich dus op een andere manier in het verkeer dan volwassenen. Door hun vaak speelse omgang met mobiliteit, hun prille verkeerservaring en hun kwetsbare positie als zwakke weggebruikers worden ze – uit verkeerskundig oogpunt – vaak geproblematiseerd.
Obstakels Nochtans hebben kinderen en jongeren evenveel recht op mobiliteit als volwassenen. Om dit recht te garanderen moeten de voornaamste obstakels voor een meer jeugdvriendelijke mobiliteit worden aangepakt: 1 De verkeersonveiligheid. 2 Het heersende verplaatsingsgedrag met de auto. 3 Een te functionele invulling van mobiliteit door het beleid.
9/23/13 10:30:02 AM
Verkeersveiligheid is, ook volgens kinderen en jongeren zelf, van groot belang. Als kinderen en jongeren het hebben over onveiligheid in hun buurt, noemen ze meestal de gevaren van het verkeer. Dit wordt jammer genoeg bevestigd door de cijfers. Uit het meest recente Jaarrapport Verkeersveiligheid van het Steunpunt Verkeersveiligheid en het BIVV (met cijfers tot en met 2011) blijkt dat jongeren van 15 tot en met 29 jaar nog steeds oververtegenwoordigd zijn in de verkeersdoden en zwaargewonden in Vlaanderen. De algemene daling van het aantal doden en zwaargewonden sinds 2005 situeert zich trouwens grotendeels bij de sterke weggebruikers. Bij de voetgangers en fietsers – waaronder uiteraard heel wat kinderen en jongeren – is het aantal doden en zwaargewonden zelfs licht toegenomen. De kern van dit verkeersonveiligheidsprobleem ligt bij de enorme toename van het autogebruik gedurende de laatste vijftig jaar. Uit onderzoek blijkt dat daardoor de zelfstandige mobiliteit van kinderen in deze periode zeer sterk achteruit is gegaan.
Weg met Koning Auto Om kinderen en jongeren terug de ruimte in het verkeer te geven die zij gedurende de laatste decennia hebben moeten afstaan, is een drastische verlaging van het aantal autokilometers noodzakelijk. Jammer genoeg blijkt uit de meest recente cijfers dat het autogebruik van de Vlaming tussen 2007-2008 en 2010-2011 opnieuw is gestegen. Kinderen en jongeren tonen zelf aan dat het anders kan. Ondanks hun
beperkingen blijven zij zich op een veel duurzamer manier verplaatsen dan volwassenen. Hoewel kinderen niet onverdeeld negatief zijn over het gebruik van de auto (bijvoorbeeld als het regent), verplaatsen zij zich liever te voet of met de fiets. Dat blijkt ook uit de cijfers. Volgens het recentste Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen (2010-2011) nemen volwassenen voor zowat 70 tot 80% van hun verplaatsingen de auto (als bestuurder of passagier). Voor kinderen en jongeren ligt dat heel wat lager: ongeveer 60% voor 6- tot 12-jarigen, 45% voor 13- tot 17-jarigen, en 42% voor 18- tot 24-jarigen. Voor ongeveer 20% van hun verplaatsingen maken kinderen en jongeren gebruik van de fiets. In nog eens 15 tot 20% van de gevallen kiezen zij ervoor om te voet te gaan. Terwijl jonge kinderen nog nauwelijks het openbaar vervoer nemen, zijn jongeren veruit de grootste gebruikers van deze vervoersmodus: voor meer dan 15% van hun verplaatsingen kiezen zij voor trein, tram of bus.
Ambities van het Vlaams mobiliteitsbeleid Het mobiliteitsbeleid in Vlaanderen heeft langetermijndoelstellingen die zijn geformuleerd in het Pact 2020 van Vlaanderen in Actie. Ze worden verder geconcretiseerd in het Mobiliteitsplan Vlaanderen dat momenteel in opmaak is. Echter: geen van deze documenten besteedt expliciet aandacht aan kinderen en jongeren, en dat is een gemiste kans. Desondanks zijn er in het Pact 2020 een aantal ambities opgenomen die de jeugdvriendelijkheid van onze mobiliteit ten goede moeten komen. Zo wordt
+ ruimte +
Verkeersonveiligheid
Als kinderen en jongeren het hebben over onveiligheid in hun buurt, noemen ze meestal de gevaren van het verkeer. het STOP-principe gepromoot als de hoeksteen van het Vlaamse mobiliteitsbeleid. Dit STOP-principe houdt in dat mensen gestimuleerd zullen worden om voor hun verplaatsingen in de eerste plaats te kiezen om te stappen (S), dan om te trappen (T), vervolgens voor het openbaar vervoer (O), en pas in de laatste instantie voor privaat gemotoriseerd vervoer (P). Ook wordt in het Pact 2020 gestreefd naar een drastische verlaging van het aantal afgelegde kilometers per persoon in het woon-werkverkeer per auto, en naar een sterke daling van het aantal dodelijke en zwaargewonde verkeersslachtoffers tegen 2020. >
2 1 I K R AX +
KRAX_20+.indd 21
9/23/13 10:30:05 AM
© Bilsen
+ ruimte +
Speelweefsel is een manier om meer ruimte en kansen te geven aan de informele mobiliteit van kinderen en jongeren.
Informele mobiliteit Uit de hogervermelde cijfers blijkt echter dat het niet de goede richting opgaat met deze ambities van het Pact 2020. Meer inspanningen zijn dus nodig om tot een meer jeugdvriendelijke mobiliteit in Vlaanderen te komen. Dé grote uitdaging is echter om de visie op mobiliteit te verbreden tot meer dan enkel het zich functioneel verplaatsen van de ene plek naar de andere, en ook de speel- en belevingsaspecten van mobiliteit te erkennen. Enkel op die manier kan de straat op termijn (terug) een aangename verblijfs-, belevings- en ontmoetingsplek worden. Deze ‘informele’ mobiliteit wordt echter volledig genegeerd in beleidsdocumenten zoals het Pact 2020 of het Mobiliteitsplan Vlaanderen. Een van de hoofdredenen hiervoor is dat, om tot een meer belevingsrijke mobiliteit te komen, intensieve samenwerking met andere beleidsdomeinen, zoals ruimtelijke ordening of leefmilieu, noodzakelijk is.
Belang van speelweefsel
K R AX + I 2 2
Meer ruimte en kansen geven aan de informele mobiliteit van kinderen en jongeren kan bijvoorbeeld door het realiseren van speelweefsel. Een kind- of speelweefsel is een netwerk dat alle informele en formele (speel)plekken omvat die betekenis hebben voor kinderen, evenals de routes die die plekken verbinden. Deze plekken moeten voor kinderen – liefst op eigen kracht – bereikbaar zijn. Daarbij moet er voldoende aandacht gaan naar veiligheid, maar ook naar beleefbaarheid en speelwaarde. Een van de basispijlers van kindweefsel is inspraak en participatie van kinderen en jongeren zelf. Zij weten namelijk het best welke plekken belangrijk zijn, en welke routes en weggetjes gebruikt worden om deze plekken te bereiken. Bij uitbreiding is het ganse mobiliteitsbeleid, zowel op lokaal als op Vlaams niveau, gebaat bij een participatieve aanpak, waarbij ook geluisterd wordt naar de stem van kinderen en jongeren. Pas dan zullen kinderen en jongeren erkend kunnen worden als volwaardige mobiliteitsgebruikers met hun eigen noden en wensen. ×
KRAX_20+.indd 22
Aanbevelingen Een jeugdvriendelijk mobiliteitsbeleid betekent: • Het STOP-principe consequent toepassen, waarbij alle beleidsmaatregelen en -beslissingen (ook budgettair) aan dit principe worden afgetoetst. • Het autoverkeer terugdringen, wat leidt tot meer verkeersveiligheid voor de zwakke weggebruiker. • De speel- en belevingskansen van mobiliteit versterken voor kinderen en jongeren. • Doordacht speelweefsel realiseren in elke gemeente. • Participatie van kinderen en jongeren structureel verankeren in het mobiliteitsbeleid.
Wat vragen kinderen en jongeren? Volgens een bevraging (2010) door de Vlaamse Jeugdraad bij zo’n 350 jongeren betekent jeugdvriendelijke mobiliteit: • Verkeersinfrastructuur op maat van de zwakke weggebruiker. • Gratis openbaar vervoer. • Uitbreiding van het openbaar vervoersaanbod overdag en ’s nachts. • Park & Ride-parkings. • Het aanmoedigen van carpooling. Jongeren blijken minder te vinden voor een wegenvignet of een tolheffing, of voor het verhogen van de brandstofprijzen. Toch kan men zich afvragen of een massale overschakeling op duurzame vervoersmodi überhaupt wel mogelijk is zonder zulke maatregelen.
• http://bivv.be • http://k-s.be/perspectief-van-kinderen/vrije-tijd-en-spelen • www.groenspeelweefsel.be • www.mobielvlaanderen.be/ovg • www.vlaamsejeugdraad.be • www.vlaandereninactie.be/over/pact-2020
9/23/13 10:30:07 AM
+ rui
te +
+ ruimte +
“KINDEREN, EIS DE STRAAT OP!”
m
Elke Van Os
2 3 I K R AX +
KRAX_20+.indd 23
9/23/13 10:30:08 AM
+ ruimte +
De openbare ruimte is van cruciaal belang voor kinderen, tieners en jongeren. Ze hebben straten en pleinen nodig om naar school te gaan, om vrienden te ontmoeten, om te spelen… Verkeer en mobiliteit bepalen in sterke mate de leefbaarheid van die plekken. En toch zijn allerlei vernieuwings- en herinrichtingsprojecten niet of nauwelijks gericht op de jonge gebruikers. Tijd om je stem te laten horen!
Gevaarlijk verkeer
K R AX + I 2 4
In onze Vlaamse steden worden wel plekken voor kinderen en jongeren voorzien. Maar veelal voldoen die niet aan de wensen van de doelgroepen. Bereikbaarheid is vaak het probleem. De plek is te afgelegen of de weg ernaartoe gevaarlijk. Nochtans is het voor kinderen erg belangrijk om zich zelfstandig te leren verplaatsen. Het hoort bij opgroeien. Maar net omdat jeugdplekken te veraf liggen of enkel via gevaarlijke routes te bereiken zijn, wordt hen dit recht ontnomen. Ouders vinden het onveilig om hun kroost alleen te laten stappen of fietsen. De plek wordt dus vermeden. Of kinderen worden met de auto gebracht en opgehaald. Zo kom je natuurlijk terecht in een vicieuze cirkel: meer auto’s maken de situatie almaar drukker en onveiliger! Bovendien ontstaat er zo een achterbankgeneratie van kinderen en jongeren die op steeds latere leeftijd echt autonome verkeersdeelnemers worden.
KRAX_20+.indd 24
Verkeersleefbaarheid Maar wanneer is een stad of plaats dan wel leefbaar voor kinderen en jongeren? En wat is verkeersleefbaarheid? Het begrip geeft aan hoe aantrekkelijk of geschikt een gebied is om er te wonen. Het is overigens een term met vele dimensies. Iedereen heeft een idee van de betekenis, maar de exacte invulling is sterk afhankelijk van tijd, plaats en individu. Mobiel 21 wijdde een korte studie aan verkeersleefbaarheid en formuleerde acht aspecten: 1 Verkeersveiligheid: het risico op verkeersongevallen. 2 Oversteekbaarheid: de fysieke barrière om veilig en comfortabel de overkant van de straat te bereiken. 3 Belevingswaarde van straten en pleinen: de mate waarin hun inrichting ervoor zorgt dat een aangenaam verblijf gecombineerd wordt met het (noodzakelijke) rijdende en stilstaande verkeer. 4 Milieuhinder: een verzameling van zintuiglijk hinderlijke factoren zoals geluids-, geur-, licht- en trillinghinder, en hinder van grof stof, roet of rook. 5 Geluidshinder: de schade aan de gezondheid, veroorzaakt door geluidsoverlast van wegverkeer. 6 Luchtkwaliteit: de schade aan de gezondheid omwille van vervuilende luchtcomponenten veroorzaakt door wegtransport. 7 Bereikbaarheid: het gemak of de moeite (uitgedrukt in tijd, afstand, geld en fysieke inspanning) voor ieder om de gewenste bestemmingen te bereiken. 8 Voorzieningen: de kwaliteit van fiets- en voetgangersvoorzieningen.
Deze lijst maakt het mogelijk om verkeersleefbaarheid op een objectieve en onderbouwde manier te meten, te beoordelen en te evalueren, op zowel een kwalitatieve als een kwantitatieve manier. De acht aspecten kunnen overigens niet los van elkaar worden gezien, omdat vaak dezelfde factoren aan de grondslag liggen van een probleem. Het spreekt voor zich dat een straat waar veel zwaar vervoer langskomt en waar snel gereden wordt, lager scoort op het vlak van geluidshinder en luchtkwaliteit. De 8-punten-opdeling is trouwens de keuze van Mobiel 21; er zijn vele andere mogelijkheden denkbaar en gangbaar in binnen- en buitenland1, al naargelang de focus op objectieve meetbaarheid, verkeersveiligheid, milieu, enzovoort.
Constructieve mening Door hun eigen keuze voor een bepaald vervoermiddel zijn jongeren mee verantwoordelijk voor de verkeersleefbaarheid van hun woon- en schoolomgeving. Bovendien maken ze dagelijks gebruik van straten en pleinen. Waarom zouden ze er dan geen mening over hebben? Gemeente- of stadsbesturen zijn echter vaak terughoudend om de mening van hun jongste inwoners te vragen. Ze vrezen dat er weinig haalbare of onrealistische voorstellen zullen opborrelen en denken dat het vooral zal gaan over skateparken, speeltuigen, pretparken en snoepautomaten. Een participatieproject in Jette leerde Mobiel 21 dat de kinderen zich best een eigen, constructieve mening kunnen vormen over herinrichtingsStudie UGent, Dekoninck, L et al. (2010)
1
Acht aspecten van verkeersleefbaarheid
9/23/13 10:30:09 AM
+ ruimte +
projecten. De top 3 van het wenslijstje van de jonge Jettenaren: zitbanken, vuilbakken en gras. Geen onhaalbare kaart, toch?!
Zelf stappen ondernemen Volgens Lies Lambert (Mobiel 21) is het beslist aan de lokale overheden om hun jonge volkje een stem te geven. Maar dat is geen reden om een inspraakmoment gewoon af te wachten. Lies: “Verhef zelf je stem, maar stel je professioneel op. Dat verhoogt je geloofwaardigheid en je sérieux.” Om hen daarbij te helpen ontwikkelde Mobiel 21 de Live-map, een interactief lessenpakket rond verkeer en mobiliteit. Aan de hand van tien lessen nemen de leerlingen de verkeersleefbaarheid van de schoolomgeving onder de loep. Verschillende thema’s komen aan bod: verkenning van de schoolomgeving, ruimtegebruik, geluidshinder, verkeerssnelheid, oversteekbaarheid, verkeersongevallen… Daarna trekken de leerlingen zelf de straat op voor diverse metingen. Jan Christiaens (Mobiel 21): “De Live-map bewijst dat je relatief snel en gemakkelijk al heel wat gegevens kan verzamelen. Ga gewoon al eens met je klas ergens gaan tellen: hoeveel auto’s komen hier langs op een uur? Hoeveel vrachtwagens? Hoeveel brommers? Je moet het gewoon dóen. En als je dat doet, dan kan je soms al eens iets meer bereiken bij een burgemeester dan wanneer je de zoveelste klacht op zijn bureau deponeert.” Een andere manier is heel zichtbaar opkomen voor je plek en je rechten. Jan: “Eis je plek op als jongere. Ga buiten op straat spelen! In Wijgmaal is er een straat waar ik op het eerste gezicht mijn kinderen niet zou laten spelen. Toch spelen de kinderen daar de ganse dag buiten. Ze creëren zo een situatie die autobestuurders wel verplicht om rekening met hen te houden, en niet omgekeerd. Ze eisen de ruimte op, en dat is knap.” ×
KRAX_20+.indd 25
Met het project ‘Kindvriendelijke publieke ruimte in Jette’ werkte Mobiel 21 een evenwichtig participatietraject uit. In Jette stonden net enkele grote infrastructurele werken op stapel. Het project omvatte twee luiken. In een eerste fase ontwikkelde Mobiel 21 methodieken om de visie van kinderen op de openbare ruimte te leren kennen. Mobiel 21 wilde zicht krijgen op de routes en plaatsen waar(langs) kinderen gaan en hoe ze die evalueren. Vervolgens konden kinderen hun ideeën visualiseren in een eigen pleinontwerp en in een prioriteitenlijst voor het beleid. Lies Lambert en Jan Christiaens begeleidden het project: “Eerst zijn we samen met de jongeren gaan kijken wat er allemaal al was. Daarna dachten we samen na over wat wij en zij ermee zouden willen doen. Daarbij kregen ze een paar restricties, maar vooral ook veel vrijheid. En dat leverde veel leuke ideeën op!”
Kinderen visualiseren hun wensen
In het tweede luik legde Mobiel 21 de brug tussen de kinderen en het beleid. Beleidsmakers werden gesensibiliseerd over het belang van de stem van kinderen in grote infrastructuurwerken. Daarnaast was er ook plaats voor dialoog tussen kinderen en beleidsmensen. Lies Lambert en Jan Christiaens: “We keken hoe we alles konden samenbrengen om het als laatste stap te gaan voorstellen aan de pers en de lokale beleidsmensen.”
Pascal Smet in dialoog met de kinderen
Het project maakte de jonge Jettenaars heel enthousiast. De samenwerking met de kinderen resulteerde in een lijst met concrete aanbevelingen waarmee het lokale en gewestelijke bestuur rekening zou houden.
2 5 I K R AX +
Meer info over Dossier Leefbaarheid en Live-map? www.mobiel21.be
Kinderparticipatie in Jette
9/23/13 10:30:10 AM
+ wel
+ welzijn + K R AX + I 2 6 KRAX_20+.indd 26
zij
n +
HOE PROBLEMATISCH IS DE JEUGDWERKLOOSHEID? Robert Crivit, Uit de Marge vzw
9/23/13 10:30:12 AM
Wat is er aan de hand?
KRAX_20+.indd 27
Werkloosheid gaat gepaard met gevoelens van ontmoediging en overbodigheid, afnemende ambitie en verlaagd zelfvertrouwen.
2 7 I K R AX +
De werkgelegenheidscrisis treft vooral de jongere werknemers: ze hebben minder ervaring, zijn lager geschoold en minder goed beschermd tegen ontslag dan werknemers die langer in dienst zijn. Als werkgevers mensen ontslaan, laten ze eerst de laatst aangeworvenen vertrekken, en dat zijn meestal de jongsten. De jeugdwerkloosheid neemt snel toe, en daarmee armoede en onzekerheid. In Vlaanderen is meer dan 20% van de actieve jongeren werkloos (mei 2013) met pieken in de grotere steden en in Limburg. In Brussel bedraagt de werkloosheid bij jongeren 35%. Vooral kortgeschoolde jongens riskeren werkloosheid. En jongeren met een migratie-achtergrond zijn extra bedreigd: de discriminatie op de arbeidsmarkt is een realiteit, blijkt uit een stroom aan onderzoek (zie onder
meer Stijn Baert e.a., 2012). We vinden jongeren ook veel meer in precaire contracten: 42% van de jongeren werkt met een tijdelijk en 32% met een deeltijds contract. Jongeren blijven ook langer werkloos. Uit een onderzoek van de Internationale Arbeidsorganisatie ILO (2013) blijkt dat meer dan een derde van de jongeren in de OESO-landen in 2011 meer dan zes maanden werkloos was, en in België is dat voor 48,3% van de werkloze jongeren het geval. De kostprijs van die werkloosheid is enorm, onder meer door minder inkomsten voor de sociale zekerheid en meer uitgaven aan uitkeringen of minder inkomsten uit belastingen. Die kosten worden vooral afgewenteld op de jongeren zelf of op de gezinnen waarin ze opgroeiden. Een verlengd verblijf in ‘hotel mama’ klinkt leuk in de media, maar die gedwongen realiteit gaat gepaard met veel familiale spanningen. Schoolverlaters die nieuw zijn op de arbeidsmarkt, staan financieel volledig in de kou: er is geen kinderbijslag meer en de wachtvergoeding voor schoolverlaters is zo goed als afgeschaft. Mede als prikkel om snel werk te zoeken – dat er niet is. En dan zijn er nog de indirecte kosten, zowel voor de jongere als voor de maatschappij. Gevolgen van zowel psychologische als van materiële aard, ook op langere termijn. Jongeren met een werkloosheidservaring lopen ook later een groter risico op werkloosheid. Er is sprake van een ‘loonlitteken’: hoe langer de periode van werkloosheid, hoe groter het effect. En die ‘littekens’ beperken zich niet tot de mensen die effectief werkloos waren. “Afgestudeerden in ongelukkige cohorten lijden een loondaling van 6-7% voor elk procent dat de totale werkloosheid stijgt. Dat effect verdwijnt na verloop van tijd, maar is 15 jaar later nog statistisch significant”, aldus The Economist (10.9.2011) wijzend op Amerikaans en Brits onderzoek. Een van de oorzaken van dat ‘loonlitteken’ zou de neiging zijn om, na een periode van werkloosheid, om het even welke job aan te nemen, en gedeeltelijk het resultaat van een overheidsbeleid dat ten alle koste de jeugdwerkloosheid wil terugdringen. >
+ welzijn +
Wat een gedoe was dat, bij het begin van de komkommertijd in de pers. Federaal minister van Werk Monica De Coninck (sp.a) ging in de clinch met haar Vlaamse collega Philippe Muyters (N-VA) toen bleek dat de VDAB ondanks de hoge werkloosheid 40.000 vacatures niet ingevuld kreeg. Dat het vooral gaat over meer dan 22.000 jobs in de schoonmaaksector – slecht betaald, trieste status, onmogelijke werkuren – mocht geen probleem zijn: activeren was de opdracht. Of De Coninck het dan zo veel beter deed, wilde men op de N-VA-banken weten. Waar blijft de modernisering – lees: flexibilisering – van het arbeidsrecht? Waar blijft de verlaging van de lasten op arbeid? Tegelijk werd herinnerd aan de belofte van De Coninck om 10.000 stageplaatsen voor jongeren te scheppen. Maar daar had Vlaanderen dan weer niet enthousiast gereageerd, terwijl Vlaanderen verantwoordelijk is voor de uitvoering. Resultaat: van de 10.000 stageplaatsen zijn er één jaar na de invoering nog maar 178 ingevuld…
9/23/13 10:30:12 AM
+ welzijn +
Werkloosheid gaat gepaard met gevoelens van ontmoediging en overbodigheid, afnemende ambitie en verlaagd zelfvertrouwen. Er is sprake van een hoger risico op hartaanval en zelfmoord. Naast de hoge indirecte maatschappelijke kosten (gezondheidszorg, begeleiding…) is er gevaar voor sociale onrust. En ten slotte vreest men voor een toename van allerlei ongewenste overlevingsstrategieën. Onderzoek van professor Ides Nicaise e.a. (2013) legt daarenboven een verband tussen de verslechterde macro-economische perspectieven en voortijdige schooluitval.
K R AX + I 2 8
Wat moeten we doen?
KRAX_20+.indd 28
Om de werkloosheid echt terug te dringen is nieuwe economische groei nodig. Uiteraard is niet elk soort economische groei wenselijk, maar dat is een ander debat. Ook groei in sociale huisvesting, duurzame energie of isolering van woningen is alleen mogelijk via investeringen en stimulansen door overheden. Het aanhoudende bezuinigingsbeleid verdiept echter de crisis, en leidt naar hogere werkloosheid en economische recessie. Die stelling wordt verdedigd door notoire economen als Paul Krugman, Paul De Grauwe of André Decoster. Ze krijgt ook voet aan de grond bij belangrijke instellingen, zoals het Internationaal Monetair Fonds of de OESO, met echo’s in opiniërende tijdschriften, zoals The Economist, die tot voor kort eenzijdig neoliberale standpunten verdedigden. De sleutel is de ongelijkheid, aldus Ferdi De Ville en Sacha Dierickx (beiden verbonden aan de UGent en Poliargus) in De Morgen (23.01.2013). Het World Economic Forum poneerde jarenlang neoliberale dogma’s: vrijmaking van de markten, flexibilisering van de arbeidsmarkt, privatisering… Maar nu noemt het in zijn Global Risk-rapport inkomensongelijkheid het grootste risico voor de komende tien jaar. En ook bij het IMF groeit het inzicht dat de crisis grotendeels te verklaren is door de ongelijkheid. Internationale economische instellingen herzien nu de hoekstenen van de neoliberale consensus. Ook binnen de EU-structuren zelf is er
enige beweging. Volgens een rapport van het Directoraat voor Werkgelegenheid en Sociale Zaken doorstaan Europese lidstaten met sterke sociale zekerheidssystemen het beste de crisis. En men ziet een licht positief verband tussen de hoogte van minimumlonen en de werkgelegenheid. De Ville en Dierickx: “Liberalisering van internationale kapitaalstromen, flexibilisering van de arbeidsmarkt, vrijhandel, financiële liberalisering… alle hoekstenen van het neoliberalisme kwamen de laatste maanden onder vuur te liggen. (…) Toch is verre van iedereen van gedacht veranderd.” Binnen de Europese Commissie, bijvoorbeeld, blijven Commissaris voor Economische en Monetaire zaken Olli Rehn en co hameren op besparingen en structurele hervormingen (newspeak voor snijden in sociale bescherming). Veel rechtse politici zien in de crisis nog altijd een kans om de Europese welvaartstaten eindelijk onherkenbaar te ‘hervormen’ (newspeak voor afbouwen). Het IMF blijft vinden dat de Belgische index eraan moet, en de OESO stelde recent nog dat de minimumlonen en werkloosheidsuitkeringen in België verlaagd moeten worden. “De ideologische strijd is nog lang niet gestreden”, aldus De Ville en Dierickx: “Bijkomende en aanhoudende druk van progressieve krachten zal hard nodig zijn om de Europese en internationale instellingen verder te doen opschuiven, weg van de neoliberale ideeën.”
Intussen: Kurieren am Symptom? De ideologische strijd gaat hard. Geregeld klagen stemmen uit ondernemershoek over het gebrek aan inzet van werknemers: ze laten zich te snel ziek verklaren, ze gaan te vroeg met pensioen en vooral ‘ze willen niet werken!’. Baggeraar Jan De Nul spant voorlopig de kroon: “Er is gewoon geen goesting om te werken. Omdat het zonder werken ook kan. We hebben zoveel systemen opgebouwd om betaald te worden zonder te werken (…) Er is maar één oplossing, er zijn 6,1 miljoen mensen in België die de leeftijd hebben waarop ze zouden moeten werken. Doe ze werken! Bouw
9/23/13 10:30:14 AM
Jongeren goedkoper maken
KRAX_20+.indd 29
‘Flexibiliseren’ Hoe wil Van Overtveldt vermijden dat de ‘explosie’ op de arbeidsmarkt door mensen in laag betaalde banen aan het werk te zetten niet gepaard gaat met een explosie van het aantal ‘werkende armen’? “Uiteraard kan men met 450 euro per maand niet menswaardig leven. De overheid kan evenwel inkomensondersteunend werken.” De eventuele invoering van de mini-jobs en dergelijke wordt dus niet alleen een zware dobber, met blijvende gevolgen, voor de jongere en andere werklozen: ze dreigt ook uit te draaien op een zware rekening voor de gemeenschap. En waar zou het politieke draagvlak vandaan moeten komen om de nodige bedragen op te hoesten? Er bestaat nu al geen politiek draagvlak om de één op zeven mensen die in armoede leven boven die financiële armoededrempel te tillen. Bovendien volgen dan wellicht weer klachten van Van Overtveldt en consorten over stijgende overheidsuitgaven of een groeiend overheidsdeficit. Dat soort uitgaven zou trouwens zwaar gaan wegen op de mogelijkheid voor investeringen in een duurzame economie. Kortom, een neerwaartse spiraal wenkt. En met welke toekomstperspectieven komen jongeren in dat soort jobs terecht? Bieden deze hen voldoende basis om een gezinsleven op te bouwen? Kansen om zich verder te bekwamen? Om dat soort kwesties lijken de voorstanders van mini-jobs, nul-urencontracten, flexi-jobs en andere creatieve ‘oplossingen’ zich niet te bekommeren. Niemand is gebaat bij een ‘flexibilisering’, zeg maar een verslechtering van de arbeidsstatuten, door een verdere toename van vormen van interim- en ander tijdelijk werk. Zoals ook geïllustreerd door het Zwart-
De jeugdwerkloosheid neemt snel toe, en daarmee armoede en onzekerheid. boek Interimwerk van de KAJ, biedt dat soort jobs geen enkele toekomstperspectief. Centraal op de agenda van de neoliberale opiniemakers staat het laten dalen van de lonen, en niet zo’n klein beetje: “Onze loonkosten zitten zwaar uit koers: al naargelang de bron en het tijdsperspectief gaat het om een handicap van 10 tot 25%. Vooral de laaggeschoolden krijgen als gevolg van te hoge loonkosten in functie van hun productiviteit onvoldoende kansen op een job.” (Johan Van Overtveldt, Knack, 27.05.2013) Maar zo problematisch kan die “hoge loonkost” niet zijn: in de praktijk is er een loonstop. En bij discussies over loonvorming houden vakbonden terdege rekening met het loonniveau bij de belangrijkste handelspartners van België. Trouwens, welke gevolgen zou een inkrimping van de koopkracht met 10% hebben voor onze economie en voor de werkgelegenheid? Die implosie van de binnenlandse markt zou pas echt een economische recessie inleiden. Intussen zijn er wel degelijk maatregelen genomen om de indienstneming van jongeren te stimuleren. “Deze gaan van een RSZ-vermindering voor minderjarigen, over een bonus bij een stage van langer dan twee maanden, tot de betaling van een deel van het loon door een overheidsinstantie. De voorwaarden voor de meeste maatregelen zijn echter streng, en de meest ‘genereuze’ maatregelen zijn enkel beschikbaar voor langdurig werkloze jongeren die laaggeschoold zijn.” (Cathy Lecocq e.a.) >
2 9 I K R AX +
De OESO dringt nu aan op meer staatsinterventie, bijvoorbeeld door bedrijven te subsidiëren om jongeren in dienst te nemen. Topman Yves Leterme: “De situatie is heel uitzonderlijk. Binnen de OESO is er de voorbije jaren ook een bijsturing geweest van een aantal economische concepten. Maar in dit geval hebben we gewoon gekeken en berekend wat het voor een overheid kost om een langdurig werkloze aan het werk te krijgen. Wel, dat kost een pak meer dan iemand tijdelijk een gesubsidieerde job te geven. Het is dus zinvoller om daar geld in te pompen dan nu niets te doen en later de rekening te moeten betalen.” (De Morgen, 18.07.2013) Frank Van Massenhoven, voorzitter van de FOD Sociale Zekerheid, schaart zich ook achter die idee, maar waarschuwt: “Vandaag zien we de werkloosheid pieken bij laaggeschoolde jongeren. Die moet je in het arbeidscircuit krijgen en dat lukt niet met een DAC-job bij een sympathieke vzw. Dat was goed om hooggeschoolden in gang te krijgen, nu zijn andere oplossingen nodig.” (De Morgen, 19.07.2013) Vicepremier Johan Vande Lanotte (sp.a) meent: “We gaan niet opnieuw beginnen met jongeren in kwetsbare nepstatuten onder te brengen. Door de lasten voor deze doelgroep te verlagen en de werkloosheidsuitkering te activeren maken we het aanwerven van jongeren weer interessant. Ik geloof niet dat de overheid massaal zelf jobs moet creëren, ik geloof wel dat we jongeren minder duur moeten maken. Dan volgen de jobs wel vanzelf.” (De Morgen, 19.07.2013) Dat vat eigenlijk het huidige beleid goed samen: jongeren activeren en ze goedkoper maken voor mogelijke klanten. Sommigen willen hier zeer ver in gaan, zoals Trends-hoofdredacteur Johan Van Overtveldt: “De dienstencheques bij ons en de mini-jobs in Duitsland tonen duidelijk aan dat wanneer de loonkost echt significant naar beneden gebracht wordt, de vraag naar weinig geschoolde arbeid
explodeert.” (Knack, 27.05.2013) In welke sectoren de vraag naar weinig geschoolde arbeid zou exploderen, maakt Van Overtveldt niet meteen duidelijk. Bovendien verschilt de Duitse economie grondig van de Belgische: Duitsland produceert nog altijd heel wat afgewerkte producten die vlot hun weg vinden naar de internationale markten. Op dat vlak lopen de Belgische werkgevers achterop. De mogelijke klanten geven dus niet thuis.
+ welzijn +
de overheid af.” En, voor de goede verstaander, vroeg hij retorisch: “Weet u hoeveel er van onze Noord-Afrikaanse migranten werken?”
9/23/13 10:30:14 AM
+ welzijn +
Intensieve begeleiding bij de zoektocht naar werk? Vlaanderen bereikt via verschillende trajecten 10.447 werkloze jongeren op een totaal van 44.878, zo bleek uit het antwoord op een parlementaire vraag van Güler Turan (sp.a). Slechts één op vier werkloze jongeren krijgt dus begeleiding. De VDAB stuurt iedere jonge werkzoekende binnen de vier maanden een e-mail of een sms en af en toe is er een gesprek met een consulent. Maar volstaat dat? Güler Turan: “De intentie om de jeugdwerkloosheid aan te pakken staat in het regeerakkoord. Maar de grote visie ontbreekt, de resultaten blijven uit. Enerzijds door een gebrek aan budget, anderzijds door een gemis aan efficiëntie.” Ook CD&V vindt dat er meer mogelijk is, zeker nu Vlaanderen met de zesde staatshervorming de mogelijkheid heeft om de loonkosten van doelgroepen te verlichten. (De Standaard, 19.03.2013)
Jeugdgarantieplannen, stageplaatsen en opleiding In de logica van de actieve welvaartsstaat fungeren werkloosheidsuitkeringen niet meer als veiligheidsnet maar wel als een trampoline, terug naar de arbeidsmarkt, via herscholing en job placement. De Scandinavische landen kennen de ‘jeugdgarantieplannen’ – persoonlijke trajecten die elke jongere een job of een opleiding aanbieden. Maar dat vraagt grote investeringen en ook de Scandinavische landen klagen dat ze de massale jeugdwerkloosheid niet het hoofd kunnen bieden. Is er een mismatch tussen de vaardigheden van jongeren en de eisen van werkgevers? Werkgevers klagen dat ze geen kandidaten vinden met de juiste vaardigheden. Veel jongeren zouden te laaggeschoold zijn. De werkloosheidsgraad van jongeren zonder een middelbare opleiding is dubbel zo hoog als bij universitaire opgeleiden. Landen met een nauwe samenwerking tussen school en ondernemerschap kennen minder werkloosheid. Maar het is een vergissing om aan te nemen dat er een oorzakelijk verband is, aldus The Economist (20.07.2013). Duitsland kent een lange traditie van leerplaatsen in ondernemingen, maar dat heeft niet belet dat de jeugdwerkloosheid in 2005 in Duitsland ook piekte tot meer dan 15%. Begin juli besliste de Europese Raad om van de bestrijding van de jeugdwerkloosheid een topprioriteit te maken. Maar, aldus The Economist (20.07.2013), in verhouding met de schaal van het probleem zet men amper middelen in. Een investering van 8 miljard euro over een periode van twee jaar komt neer op minder dan 0,1% van het BNP van de landen die ervoor in aanmerking komen, of 850 euro per jaar voor elke NEET-jongere (not in education, employment, or training) in die landen.
K R AX + I 3 0
Tot besluit Een meer ‘vrije’ werking van de arbeidsmarkt zet ons overlegmodel, en daarmee de sociale cohesie, onder druk: dat sociaal overleg tussen vakbonden en overheid heeft precies tot doel om de arbeids- en sociale verhoudingen minder te laten afhangen van de onvoorspelbaarheid van de markt, door ze te reguleren via bilaterale akkoorden, bekrachtigd door de overheid. Dat systeem op de helling zetten, betekent terugkeren naar de instabiele jaren 30. Flexibiliseren van de arbeidsmarkt – of het afbouwen van de
KRAX_20+.indd 30
bescherming van werknemers – is gevaarlijk in een periode waarin de ondernemingen bezig zijn met het herbekijken van hun activiteiten, onder meer door hoogwaardige taken te scheiden van andere die men kan outsourcen. Onder deze omstandigheden dreigt ‘flexibilisering’ van de arbeidsmarkt te leiden tot een toename van de werkloosheid. Opleiding, stages en individuele begeleiding, of een gedeeltelijke verlaging van de loonkosten, zijn het organiseren waard, maar op zich helpt dit jonge werklozen maar weinig: die maatregelen scheppen geen nieuwe jobs. Die komen er alleen als de EU en de overheden in de lidstaten actieve stappen zetten om de groei te stimuleren. Dat betekent zowel het monetaire en budgettaire beleid bijsturen als afstappen van het gelaten wachten tot de markten de economie weer laten aantrekken. Wie de jeugdwerkloosheid wil aanpakken, maakt best werk van een actief economisch beleid. ×
Bronnen • The jobless young: left behind, The Economist, 10.09.2011 • Ongelijkheid verklaart de crisis, neoliberalen zeggen het zelf – Ferdi De Ville en Sacha Dierickx, De Morgen, 23.01.2013 • Vlaanderen bereikt slechts één op vier werkzoekenden, De Standaard, 19.03.2013 • Generation Jobless, The Economist, 27.04.2013 • Inleidende discussienota jeugdwerkloosheid, Workshop Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen en Kunst – Cathy Lecocq, Jozef Konings en Thomas Minten, KU Leuven Faculteit Bedrijfseconomie, 21.05.2013 • Mini-jobs: de foute discussie – Johan Van Overtveldt, Knack, 27.05.2013 • Presentatie Tom Vrijens (ACV-jongeren) voor de Werkgroep Jeugdwerkloosheid van de Vlaamse Jeugdraad, 18.06.2013 • Do employers discriminate less if vacancies are difficult to fill: evidence from a field experiment in the youth labour market – Stijn Baert e.a., UGent, mei 2012 – http://ftp.iza. org/dp7145.pdf • Determinanten van voortijdig schoolverlaten op systeemniveau: een vergelijkend onderzoek voor de EU27 – Ides Nicaise, e.a., Steunpunt SSL, HIVA/KU Leuven, onderzoek gepresenteerd op 06.06.2013 – https://steunpuntssl.be/ Nieuws_en_activiteiten/Presentaties-studiedag-5-juni2013/Presentatie-Ides-Nicaise • Moeder waarom werken wij? – Jan Pieter De Nul, Trends, 21.06.2013 • Niet de minimumlonen, maar de mini-jobs afgekraakt – Chris Serroyen, De Wereld Morgen, 14.07.2013 • “Er gaat een hele generatie jongeren verloren” – Interview met Yves Leterme, De Morgen, 18.07.2013 • Het spook van de nepstuten duikt weer op, De Morgen, 19.07.2013 • Guaranteed to fail. German-led plans for tackling youth unemployment in Europe are far too timid, The Economist, 20.07.2013 • Ministers van Werk kibbelen over VDAB, De Standaard, 22.07.2013 • Zwartboek interim, Brussel: KAJ, september 2013.
9/23/13 10:30:14 AM
+ wel
+ welzijn +
‘VIJFTIG TINTEN GRIJS’
zij
n +
Pascal Debruyne (UGent-MENARG), Jan Naert (UGent)
KRAX_20+.indd 31
3 1 I K R AX +
ONDERZOEK BIJ MOSLIMJONGEREN
9/23/13 10:30:15 AM
+ welzijn +
Religieuze jongeren zouden meer homofobe opvattingen over holebi’s hebben dan niet-gelovige jongeren in de stad. Met name moslimjongeren zouden het minst verdraagzaam zijn tegenover andere geaardheden. Dat is althans het dominante beeld dat de media scheppen en dat terugkomt in onderzoeksrapporten. Waar of niet, of iets daartussenin: homofobie bij moslimjongeren is voer voor complex en sterk gelaagd onderzoek. En daar wringt tot nu toe het schoentje.
What’s in a word? Het woord ‘homofobie’ roept in de populaire mindset al vlug een web van vanzelfsprekende, gerelateerde woorden op: ‘allochtonen’, ‘moslims’, ‘religie’, ‘islam’, ‘radicalisering’. In vanzelfsprekendheid − het geheel van regels die bepalen welke zaken kunnen gezegd worden en verbanden die als normaal aangevoeld worden − schuilen heel wat valkuilen (Foucault, 1990). Jongeren (in de stad) vanop een afstand bekijken, met gegevens verzameld via vragenlijsten, biedt weinig zicht op de dynamiek en complexiteit van het (stedelijke) leven1, en daagt die ‘normalisering’ weinig uit. Kritische en degelijke wetenschap stelt Oosterlynck, S. (2013), Gebruik de middenklasse niet als buffer: www.brusselnieuws.be/artikel/gebruik-de-middenklasse-niet-als-buffer
K R AX + I 3 2
1
KRAX_20+.indd 32
zulke normale feiten in vraag en verbindt ze met een bredere context. Het ontbreekt echter aan kritisch onderzoek dat nagaat of bepaalde percepties van maatschappelijke fenomenen wel afdoende beantwoorden aan die complexe realiteit. En we missen onderzoek dat nagaat welke impact het beleid heeft op identiteitsvorming bij bepaalde groepen jongeren. Etnograaf Aaron Cicourel refereerde naar ‘ecologische validiteit’: in hoeverre beantwoorden resultaten van onderzoek aan de dagdagelijkse realiteit van de ondervraagden (Witzel & Cicourel, 2004)? De decontextualisering van de vragenlijsten over ethische opvattingen bij jongeren is een slechte strategie om vormen van gedrag en opvattingen te leren begrijpen (Suchman & Jordan, 1990). Als je vragenlijsten gebruikt, dan best als fundamenten voor focusgroepen die dieper kunnen ingaan op gevonden correlaties, om te toetsen of ze er überhaupt zijn of wat ze betekenen.
Botsende beschavingen? Homofobie en moslimjongeren zijn erg aanwezig in de media. De analyse van deze feiten mondt echter al te vaak uit in een vingerwijzing die steeds in één richting gaat: ‘onze’ maatschappij is tolerant, onze publieke cultuur is verlicht, terwijl ‘de Andere’ (vooral moslims) intolerant is (Zemni, 2009: 33). Het kernprobleem lijkt dus al vlug een kwestie van ‘botsende beschavingen’. We verwijzen naar het onderzoeksluik hieromtrent in de recentste JOP-stadsmonitor Antwerpen-Gent. Hierin wordt de complexe interactie tussen een reeks maatschappelijke factoren herleid tot ‘cultuur’ en ‘religie’; waarbij die twee fenomenen
volkomen ondergedefinieerd blijven. Daarmee komen ze niet verder dan een cultuursociologie waarbij “cultuur als verklarende factor wordt gezien voor achterstanden en problemen. Cultuur wordt als potentieel intrinsiek problematisch gezien, en als incompatibel met ‘de dominante cultuur’.” (Schinkel, 2007: 148) Door een beperkte invalshoek te hanteren en ‘andere’ invloeden zoals klasse en andere sociaaleconomische factoren uit te sluiten, mondt het specifieke hoofdstuk van de JOPstadsmonitor ‘noodwendig’ uit op religie (islam) en inherente traditionele opvattingen als dé kern van het probleem.
Identiteitsformatie in de superdiverse stad Er is zonder twijfel een verband tussen religie en het openstaan voor homoseksualiteit of ‘gendertolerantie’. In kwalitatief onderzoek naar jongeren met zeer uiteenlopende religieuze achtergronden (katholiek, orthodox, joods, islamitisch) was dit een constante (Poelman, 2011: 30). Ook de recente studie in 2011 rond homofobie bij jongeren van Marc Hooghe (KUL) toont aan dat het negatieve beeld dat moslimjongeren van holebi’s hebben ondanks een kleine daling van 5,3% ten opzichte van 2008 hoog blijft (Hooghe & Meeusen, 2012). Maar waar we zicht op moeten krijgen, wat − ook voor beleidsmakers − echt boeiend zou zijn, is de rol die religie is gaan spelen in de identiteitsvorming van stedelijke jongeren (met een migratieachtergrond), waarom en tegen welke sociaalruimtelijke achtergrond dit plaatsvindt.
Religie is onderdeel geworden van zowel een ‘gangbare identiteitsvorming’ alsook van een ‘tegenidentiteit’.
9/23/13 10:30:15 AM
Koen Pelleriaux deed onderzoek naar de attitudes van Antwerpse scholieren ten opzichte van holebi’s in 2003. Het ging in onze steekproef om een groep van 1.672 leerlingen bij wie (thuis) Turks, Arabisch of Berbers wordt gesproken, waarbij er een hogere aanwezigheid van negatieve stereotypen en een grotere terughoudendheid is tegenover holebiseksualiteit dan bij ‘Nederlandstalige leerlingen’. Maar het onderzoek stelt eveneens een negatievere houding vast bij scholieren met een lagere sociaaleconomische status, een lage scholingsgraad, weinig participatie, weinig toegang tot informatie en weinig contact met diversiteit. Bovendien zijn de verschillen tussen ‘allochtonen’ en ‘autochtonen’ eerder kleiner dan men op basis van de gangbare clichés zou verwachten. Etnische afkomst en/of religieuze overtuiging zijn minder relevant voor een positieve houding tegenover homoseksuelen dan de graad waarin
KRAX_20+.indd 33
de individuen zich vereenzelvigen met de Belgische maatschappij en het gevoel van institutionele discriminatie (Teney & Subramanian, 2010: 165). Er is een sterk verschil tussen scholen door de nadruk op de islam, en de manier waarop er wordt omgegaan met discriminatie en inclusief burgerschap. Hoe meer leerlingen met een migratieachtergrond voelen dat zij zelf worden gediscrimineerd, des te negatiever zij staan tegenover homo’s en lesbiennes.
In de alledaagse praktijk In het werkveld proberen ook organisaties om ‘de vijftig tinten grijs’ te incorporeren. Om (ped)agogisch te werken met jongeren is er een mandaat nodig, en dat verwerf je niet zomaar. Het uitgangspunt van deze praktijkwerkers is steeds ‘het verhaal van de jongere’. Het is door de inbreng en discussie van thema’s als seksualiteit door referentiefiguren als jeugdwerkers dat er mogelijkheden tot verandering ontstaan. Deze referentiefiguren staan ook op, bijvoorbeeld figuren als Muhsin Hendrickx, een Zuid-Afrikaanse homoseksuele imam. Ook organisaties als Merhaba of geëngageerde jeugdwerkers die deze gesprekken met moslimjongeren voeren, maken deze thema’s maatschappelijk bespreekbaarder. Zo organiseerde Merhaba een congres over homofobie en migratie waar alle nuances aan bod konden komen. >
Hoe meer leerlingen met een migratieachtergrond voelen dat zij zelf worden gediscrimineerd, des te negatiever zij staan tegenover homo’s en lesbiennes.
33 I K R AX +
Woussen, W., (2011), Moslimbroeders en salafisten winnen terrein. Brusselse jongeren islamiseren zichzelf, DS 20/09/2011
2
+ welzijn +
Kwalitatief onderzoek verwijst naar religie als onderdeel van een postmoderne identiteitsbricolage, waarbij bepaalde onderdelen van religieus-zijn worden opgenomen en geïnterioriseerd: zowel bepaalde opinies, praktijken en gedragingen, alsook bepaalde symbolen. Sociologe Leïla El Bachiri (ULB) stelt vast: “Zo re-islamiseren de Brusselse moslimjongeren tot strenge neo-salafisten (die rekruteren onder achtergestelde groepen), tot eerder intellectuele moslimbroeders, of tot moslimfeministes.”2 Religie is onderdeel geworden van zowel een ‘gangbare identiteitsvorming’ alsook van een ‘tegen-identiteit’ (Blommaert & Varis; 2012). Indien de dominante samenleving zich identificeert met liberale waarden en normen, en dus ook seksuele vrijheden of keuzes zoals homoseksualiteit, zal de ‘counteridentity’ van jongeren die zich geen onderdeel voelen van die maatschappij zich sterker profileren ten aanzien van die dominante waarden en opvattingen (Teney & Subramanian, 2010). Onze samenleving speelt dus een wezenlijke rol in de opinievorming van groepen jongeren.
9/23/13 10:30:15 AM
+ welzijn +
Uit respect voor deze veldwerkers enerzijds en voor de principes van wetenschappelijk onderzoek anderzijds, willen we waarschuwen voor sterke veralgemeningen en verregaande normatieve uitspraken over complexe en gelaagde maatschappelijke processen. We zouden durven stellen dat de scherpe kanten af moeten van onvoldoende genuanceerd onderzoek. Steevast komen we zo tot hetzelfde beeld: ‘Wij’ (liberale beschaafden) versus ‘Zij’ (de moslims). Elke keer opnieuw steken ontoereikende oplossingen de kop op: opvoedingsondersteuning van falende ‘allochtone’ ouders of een beschavingsoffensief voor moslimjongeren om ‘bij te benen’… Dat beleid is al duidelijk in de recente oproep van de Vlaamse overheid, na eenzijdig onderzoek, waarbij de focus ligt op essentialistische uitgangspunten van religie (Islam) en cultuur (moslims).3 Maar dit zijn ‘onze’ jongeren, ondergedompeld en gesocialiseerd in ‘onze’ superdiverse samenleving en deel van ‘onze’ toekomst. Het stelt niet alleen ‘hen’ maar evengoed ‘ons’ (mét hen) voor onontkoombare uitdagingen. Het middenveld en wat kritische onderzoekers geven de voorzet. We nodigen andere academici en beleidsmakers uit om te volgen. In het volgende JOP-onderzoekskader zien we alvast enkele hoopgevende sporen. ×
K R AX + I 3 4
De auteurs zijn beiden onderzoekers aan de Universiteit Gent en actief in Werkingen met Maatschappelijk Kwetsbare Kinderen en Jongeren. De lange versie van dit artikel lees je op www.kraxplus.be. www.allesoverjeugd.be/nieuws/projectoproep-bestrijden-van-homofobie-bij-jong
3
KRAX_20+.indd 34
Bronnen • Blommaert, J. & Varis, P., (2012), How to ‘how to’? The prescriptive micropolitics of Hijabista. The Tilburg papers cultural studies, Paper 30 • Foucault, M., (1990), The History of Sexuality, Volume I: An Introduction. Robert Hurley, trans. New York: Vintage • Haudenhuyse, R., Debruyne, P., Crivit, R., Vanbrabant, L. en Naert, J., (2013), Van JOP naar FLOP? Een kritische kijk op 10 jaar jeugdonderzoeksplatform, Alert, Mei 2013 • Hooghe, M & Meeusen, C. (2012) Homophobia and the Transition to Adulthood: A Three Year Panel Study among Belgian Late Adolescents and Young Adults, 2008–2011. J Youth Adolescence (2012) 41:1197–1207. DOI 10.1007/s10964012-9786-3. Springer. • Pelleriaux, K., (2003), Stereotypering van holebi’s in het secundair onderwijs. PSW-paper 2003/8, Sociologie, http://webhost.ua.ac.be/psw/pswpapers/ PSWpaper%202003-08%20pelleriaux.pdf • Poelman, M., (2011), Drempels die allochtone holebi’s ervaren bij coming-out met specifieke aandacht voor het genderperspectief. Steunpunt Gelijke Kansenbeleid, Consortium Universiteit Antwerpen en Universiteit Hasselt, 2011 • Schinkel, W., (2010), Denken in een tijd van sociale hypochondrie. Kampen: Klement • Suchman, L. & Jordan, B., (1990), Interactional troubles in face-to-face survey interviews. Journal of American Statistical Association. Vol. 85. No. 409. pp.232 -253 • Teney, C. & Subramanian, S.V., (2010), Attitudes Toward Homosexuals Among Youth in Multiethnic Brussels, Cross-Cultural Research, 44(2) 151-173 • Vettenburg, N., Elchardus, M., Put, J. & Pleysier, S., (2013), Jong in Antwerpen en Gent: Bevindingen uit de JOP-monitor Antwerpen-Gent, Leuven, Acco • Witzel, A. & Cicourel, A., (2004), Aaron Cicourel in Conversation With Andreas Witzel and Günter Mey, Forum Qualitative Sozialforschung / Forum: Qualitative Social Research, Volume 5, No. 3, Art. 41 - September 2004 • Zemni, S., (2009) Het islamdebat, EPO
9/23/13 10:30:18 AM
+ b el
+ beleid +
ei
d +
JONGEREN ORGANISEREN VLAAMS JEUGD PARLEMENT
“WE HOPEN DAT DE BETROKKENHEID BIJ POLITIEKE BESLUITVORMING OMHOOG GAAT” Caroline Verschueren
KRAX_20+.indd 35
Voor en door jongeren Krax+ • Hoe ontstond het idee voor een Vlaams Jeugd Parlement? Kasper Vanpoucke (voorzitter) • We haalden de mosterd in Canada. Op een gegeven moment wou men daar allerlei jongeren samenbrengen voor een jeugdsimulatie van het parlement. De oprichters hadden twee doelen: enerzijds jongeren beter bekend maken met de parlementaire instellingen en democratie; anderzijds hen laten kennismaken met de procedures die daarbij horen. >
3 5 I K R AX +
Eind oktober nemen 124 jongeren drie dagen lang het zitje in van een Vlaams volksvertegenwoordiger. Al doende leren ze hoe een parlement werkt en hoe politiek er in de praktijk aan toegaat. Ze leren debatteren en hun mening vormen over enkele belangrijke thema’s. Dit grootse simulatieproject wordt overigens ook opgezet door jongeren. Krax+ vroeg twee hoofdrolspelers naar hun motivatie, aanpak en doeleinden.
9/23/13 10:30:19 AM
+ beleid +
David-Jan Bosschaert (ondervoorzitter) • Wat later werd er, dichter bij huis, een Waals Jeugd Parlement Jeunesse opgestart, gevolgd door een federale simulatie. Toen begon ook in Vlaanderen de ambitie te groeien om iets gelijkaardigs te doen. Het is een manier om Vlaamse bevoegdheden zoals Jeugd, Cultuur en Onderwijs aan bod te laten komen. Kasper • Eind 2010 legden enkele jongeren hun idee voor aan Jan Peumans, de voorzitter van het Vlaams Parlement. De educatieve dienst, De Kracht van je Stem, was meteen enthousiast. Zo ging de bal aan het rollen. Krax+ • Welke doelen staan voorop? David-Jan • We willen jongeren laten voelen hoe een beslissing wordt genomen in een formele setting als het parlement. We willen ze ook overtuigen van het belang van dialoog. Politiek is een groepssport: je kan zaken veranderen aan het beleid, maar je moet leren onderhandelen. En je kan daarbij niet om enkele formele regels heen. Tot slot willen we aantonen dat politiek en democratie heel leuk kunnen zijn om actief te beleven.
K R AX + I 3 6
Diversiteit in het parlement Krax+ • Welke jongeren willen jullie aantrekken? David-Jan • We richten ons specifiek op de leeftijdscategorie van 17 tot 23 jaar. Hierin zitten zowel toekomstige eerste stemmers als jongeren die in 2012 al eens stemden. Voor de rest mikken we echt heel breed: zowel op werkende als studerende jongeren, en op jongeren met uiteenlopende achtergronden. Maar liefst van al zien we jongeren opdagen die zich in eerste instantie niet voor zo’n simulatie zouden inschrijven. Krax+ • Hoe bewaak je de diversiteit? Kasper • Er is plaats voor maximaal 124 deelnemers. Ongeveer een derde van hen willen we aantrekken uit allerlei lerarenopleidingen. Zij zijn de leerkrachten van morgen en hopelijk inspireert deze simulatie hen om later hun eigen leerlingen te prikkelen voor politiek. Een ander derde van de deelnemers zal bestaan uit jongeren met weinig politieke affiniteit. Krax+ • Hoe bereik je hen? Kasper • We maakten een lijst van
KRAX_20+.indd 36
jeugdorganisaties die omgaan met een divers publiek. We bellen ze op, bezoeken sommige organisaties persoonlijk en gaan echt in dialoog met jongeren. We brengen een voorstelling, flyers en affiches mee. Verder promoten we ons project ook via zogenaamde ‘roadshows’. We gaan langs in allerlei steden met een parlementaire zetel. Jongeren kunnen even plaatsnemen en hun mening verkondigen. Uiteraard zetten we ook internet en sociale media in. David-Jan • We schakelen andere organisaties in om mee te helpen kandidaten te motiveren. We maakten het zelfs mogelijk voor begeleiders van organisaties om aanwezig zijn tijdens de grote simulatie. Dat verlaagt de drempel.
Durven debatteren Krax+ • Op de site lezen we: ‘Je krijgt de steun van ervaren coaches en je staat er nooit alleen voor.’ Wat houdt dat in? Kasper • Tijdens de driedaagse voorzien we coaches die ervaring hebben met politiek op vele vlakken. Sommigen vanuit hun studie, anderen vanuit het Federaal Jeugd Parlement of uit een of ander (politiek) engagement. De coaches waken erover dat iedereen aan het woord kan komen en dat niemand zich geremd voelt om mee te discussiëren. We gaan ook een juridische dienst oprichten. Deze dienst vervult een beetje de functie van parlementsmedewerkers. Deelnemers kunnen tijdens de simulatie advies vragen aan deze dienst of nagaan of hun voorstellen wel juridisch correct zijn. Ook dat neemt remmingen weg. David-Jan • We stellen alles in het werk om de deelnemers te laten scoren.
Partijen en thema’s Krax+ • Simuleren jullie ook de partijen die we vandaag kennen? David-Jan • We werken eerder met ideologische strekkingen. Zonder zulke kaders krijg je een onrealistische simulatie en is het voor deelnemers moeilijk om bondgenoten te vinden. Kasper • Het aantal partijen komt ongeveer overeen met de aanwezige partijen in het Vlaams Parlement, maar we gebruiken uiteraard fictieve
partijnamen. David-Jan • De strekkingen liggen vast, maar deelnemers kunnen wel zelf kiezen waarbij ze aansluiten. Krax+ • Loop je dan niet het risico dat je enkel progressieve jongeren verzamelt? Of dat iedereen zich in het centrum positioneert? Kasper • We trachten dit te vermijden door geen vaste coalities te hanteren. Dat is dan ook ons grote verschil met de realiteit. Het zorgt ervoor dat er rond elk thema een eigen dynamiek kan ontstaan. En de partijdiscipline, waarbij men weinig vrijheid krijgt om anders te stemmen, valt ook weg. Ervaring leert ons trouwens dat er zeker niet altijd één dominante strekking is, net doordat er geen vaste meerderheden zijn en meningen dus snel kunnen wijzigen door met elkaar in dialoog te gaan. Krax+ • De brede thema’s liggen vooraf vast. Hoe worden die verder verfijnd? David-Jan • We kiezen vooraf voor thema’s die een grote impact op jeugd hebben en die tot de deelstaatbevoegdheden behoren. De concrete invulling ervan gebeurt dan weer door de werkgroep die gevormd wordt rond een minister. Zij werken samen verder uit welke richting een thema uitgaat tegen de simulatie in oktober. Kasper • Het voelt inderdaad wat dubbel. We willen bottom-up werken vanuit de jongeren, maar we kunnen niet de eerste dag met een blanco blad beginnen. Dus wordt er ‘iets’ voorbereid, zoals een ministeriële visienota. Maar starten doen we met hoorzittingen in de commissies. We trachten jongeren te motiveren om te gaan luisteren naar diverse experten uit het veld. Daarna wordt elke visienota toegelicht door de minister, die een politieke stelling inneemt. Vervolgens kan de bespreking ervan starten. Krax+ • Die ‘ministers’ zijn ook jonge deelnemers. Hoe selecteer je hen? Kasper • Ons organisatieteam telt een veertigtal vrijwilligers. Deze groep is heel divers samengesteld. Van die jongeren verwachten we een groot engagement en een stuk voorbereiding van de effectieve simulatie. Uit die ploeg selecteren we dan ook de ministers. Want voor ministers is het belangrijk de nodige kennis, ervaring en eigenschappen te hebben om zich
9/23/13 10:30:19 AM
Effect op het beleid
KRAX_20+.indd 37
“Coaches stimuleren en ondersteunen de deelnemers, zodat iedereen zijn zegje durft doen.” Kasper Vanpoucke
“Het is uitdrukkelijk onze bedoeling om alle voorstellen te overhandigen aan vertegenwoordigers van het Vlaams Parlement.” David-Jan Bosschaert
Het Vlaams Jeugd Parlement is een parlementaire simulatie en wordt georganiseerd door een veertigtal jongeren, de educatieve dienst van het Vlaams Parlement, De Kracht van je Stem, en het Agentschap SociaalCultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen.
De driedaagse simulatie vindt plaats van 24 tot 27 oktober 2013. De 124 parlementszitjes zijn intussen allemaal ingenomen. Je kan wel nog toekijken vanaf de publieksbanken, zeker tijdens de plenaire slotzitting op zondag. www.vlaamsjeugdparlement.be
3 7 I K R AX +
Krax+ • Leggen jullie ook de link met de ‘moeder der verkiezingen’ in 2014? Kasper • Dat is geen expliciete doelstelling. Voor deelnemers is het wel leuk dat ze kort na de simulatie zelf zullen gaan stemmen. De simulatie staat dus zeer dicht bij de realiteit, en dat is mooi meegenomen. Krax+ • Krijgt het Vlaams Jeugd Parlement gehoor bij onze beleidsmakers? David-Jan • De ‘echte’ politici en het middenveld zijn wel geïnteresseerd in de resultaten. Het is uitdrukkelijk onze bedoeling om alle voorstellen op zondag te overhandigen aan vertegenwoordigers van het Vlaams Parlement. Ook de verschillende fracties van het Vlaams Parlement zullen onze voorstellen ontvangen. Kasper • De hoorzittingen van de commissievergaderingen hebben ook een effect, zij het indirect. We nodigen namelijk experten uit, en we hopen hen warm te maken voor wat er leeft bij onze jongeren. Verder nodigen we ook enkele politieke actoren uit om vanuit het publiek interessante ideeën op te pikken voor hun beleidsdomein. Krax+ • Wanneer is voor jullie het Vlaams Jeugd Parlement geslaagd? David-Jan • Als we stille of twijfelachtige jongeren op zondagavond horen zeggen: ‘Ik heb veel geleerd, ik heb vrienden gemaakt en ben uit mijn schulp gekomen.’ We hopen uiteindelijk dat de participatiegraad en de betrokkenheid bij politieke besluitvorming omhoog gaat. Kasper • Het succes van het project hangt niet af van het welslagen van de wetsontwerpen. Discussies en debatten in een goede sfeer zijn het belangrijkste. De jongeren moeten iets opgestoken hebben van de simulatie. ×
+ beleid +
goed te kunnen voorbereiden met een werkgroep die ook divers is samengesteld. Ministers ondersteunen de deelnemers bij de opmaak van decreten. David-Jan • Het gaat ook niet om die minister als persoon. Ministers zijn er om voorstellen te doen, om een onderwerp voor discussie aan te bieden gedurende de simulatie. De discussie staat centraal, niet de minister als persoon. Al moet de minister zich natuurlijk wel kunnen verdedigen, en in dat opzicht tegen een stootje kunnen.
9/23/13 10:30:21 AM
+ b el
+ beleid +
ei
d +
DE KRACHT VAN JE STEM PRIKKELT LEERLINGEN
SPEELSE LESSEN POLITIEK Dominique Verschuren
K R AX + I 3 8
‘Jongeren zijn niet geïnteresseerd in politiek.’ Die uitspraak klinkt als een dooddoener. Toch zit er wellicht een kern van waarheid in. Met de verkiezingen van 2014 in zicht ontstaan er nochtans genoeg initiatieven die daaraan iets willen veranderen. Een daarvan is De Kracht van je Stem. Tien jaar geleden begon het Vlaams Parlement met deze lespakketten. De coördinator van de educatieve dienst, Kris van den Bremt, legt uit. Kris van den Bremt • De Kracht van je Stem is meer dan een spel. Het is een bundel van lespakketten, allerlei methodieken die leerkrachten kunnen gebruiken. Aan de lesgever kunnen we zeggen: ‘Dit is ons volledige aanbod. Pik eruit wat voor jou het beste past in je eigen programma.’
KRAX_20+.indd 38
Krax+ • Maar alles speelt zich af in het Vlaams Parlement? Kris • Leraren kunnen de lespakketten evengoed in de klas gebruiken. Ze hoeven niet per sé naar Brussel te komen. We hebben voor scholen wel een programma ontwikkeld in het Vlaams Parlement zelf. Dat zit helemaal vol! We ontvangen 3000 à 3500 leerlingen per jaar. Die jongeren komen naar hier voor een simulatie van verschillende parlementscommissies. Ze spelen zelf volksvertegenwoordiger. Vooraf spreken we met de leerkracht af welke commissie we gaan behandelen. Krax+ • Hoeveel tijd neemt dat in beslag? Kris • Voor het educatieve programma in het Vlaams Parlement moeten leraren een volledige dag uittrekken. Maar ook de voorbereiding in de klas is belangrijk. Inschrijven voor het dagprogramma kan niet online, leerkrachten moeten bellen. Eerst wordt er een intake gesprek gevoerd. We proberen leerkrachten te stimuleren om het bezoek aan het parlement te kaderen in een schooltraject ‘democratie’. We hebben ook een
9/23/13 10:30:22 AM
Levensechte simulatie Kris • Gedurende tweeënhalf uur komen drie thema’s aan bod. Het laatste halfuur gaat naar de nabespreking. Deze is superbelangrijk omdat er van alles gebeurt tijdens de simulatie. De deelnemers houden vaak stevige discussies, moeten zoeken naar een meerderheid om maatregelen te kunnen treffen… Daarna moeten ze hun gevoelens van frustratie of overwinning kwijt kunnen. Leerlingen moeten stoom kunnen afblazen. En natuurlijk ook de link kunnen leggen met de realiteit, met de politiek. Krax+ • Er volgt een stemmingsronde? Kris • Jazeker! De klas wordt verdeeld in partijen. Iedere leerling krijgt een fiche. Dat is een soort van sturing: iedere maatregel heeft invloed op de begroting en op de tevredenheid van de bevolking. De begroting mag niet onder nul zakken en de bevolking moet relatief tevreden zijn. De leerlingen moeten proberen binnen die marges te blijven. Dat zit allemaal in dit spel Overstemmen. Krax+ • Dat klinkt levensecht. Kris • Wat deze simulatie zo boeiend maakt, is dat er een strategie achter zit: welke gevolgen heeft deze maatregel voor mijn partij? Dan krijg je dus ook een verschil tussen de persoonlijke voorkeur en wat de partij ten goede komt. Wat doe je daar dan mee? Kies je voor je partij of toch voor je eigen gevoel? Hoe ver ga je in compromissen sluiten? Eerst discussiëren ze over een standpunt binnen hun fractie, daarna komen ze als fractie naar buiten. Die zaken zijn interessant om tijdens de nabespreking op in te gaan.
Democratisch bewustzijn aanmoedigen
KRAX_20+.indd 39
Scholieren simuleren verschillende parlementscommissies.
De deelnemers houden vaak stevige discussies, moeten zoeken naar een meerderheid om maatregelen te kunnen treffen… Daarna moeten ze hun gevoelens van frustratie of overwinning kwijt kunnen.
De nabespreking is essentieel om de opgedane ervaringen te kaderen en te duiden.
3 9 I K R AX +
Krax+ • Welk doel beoogt het spel? Kris • Het spel, net als de lespakketten, wil het democratisch bewustzijn en de burgerzin aanmoedigen. ‘Welk verschil kan ik als jongere maken? Ik kan iets inbrengen in mijn leefwereld op school. En bij uitbreiding in de
gemeentepolitiek. Welke stem heb ik daarin?’ In de lesmappen verwijzen we telkens naar de situatie op school. ‘Hoe werkt mijn eigen leerlingenraad?’ Stapje verder: ‘Hoe werkt de jeugdraad? Is dat iets wat ons aanbelangt of staat dat ver van ons bed?’ Dat is een eerste stapje naar beleid. Er wordt altijd vertrokken van de eigen klassituatie. Dat is essentieel in de methodiek. Of het nu gaat om mensenrechten, democratie, rechtstaat, verkiezingen, partijen... Krax+ • Is het nodig om de politieke betrokkenheid bij jongeren te bevorderen? Kris • Ik denk het wel, ja. Krax+ • Is dat engagement dan zo ver weggezakt? Kris • Mij lijken jongeren daarin niet anders dan volwassenen. Je merkt het ook in onderzoek: het vertrouwen in de politiek bij jongeren of bij volwassenen verschilt niet van elkaar. Het is eerder laag bij beide groepen. Wij hebben zelf twee keer een effectenmeting gedaan van onze programma’s: het effect is er. We hadden niet verwacht dat het meetbaar zou zijn. Maar dat blijkt wel zo te zijn. Jongeren die deelnamen aan onze programma’s hebben nadien meer interesse en vertrouwen in het parlement als instelling – gemeten twee maanden nadat ze hier zijn geweest. Krax+ • Is politiek opvoeden een taak van het parlement? Kris • Ik denk het wel. Het Vlaams Parlement heeft geoordeeld dat we daar een rol in hebben. Een parlement krijgt zijn legitimiteit door de bevolking, vanuit de burgers. Dat is de essentie van democratie. Het is van belang voor de democratie om bewuste burgers achter zich of voor zich te hebben staan. Hoe kritischer de burgers, hoe meer druk ze kunnen uitoefenen op de politici. Krax+ • Kan er nog iets beter aan De Kracht van je Stem? Kris • We kunnen niet voldoen aan de grote vraag. Het zou fijn zijn als we meer groepen kunnen ontvangen. Daarnaast ervaren we dat studenten in de lerarenopleiding nood hebben aan meer vorming om beter inzicht te krijgen in democratie, zodat ze daarmee op school nog beter kunnen werken. Nu vermijdt men soms thema’s als politiek of democratie, omdat men er te weinig over weet of er te weinig inzicht in heeft. Die nieuwe jonge leerkrachten blijven een doelgroep die we nog meer moeten bereiken met onze pakketten. ×
+ beleid +
brochure met voorbeeldoefeningen: Kom In De Stemming. Het is dus niet de bedoeling dat je gewoon een dag langskomt, zodat je in de eindtermen ‘burgerzin’ kunt wegvinken.
9/23/13 10:30:33 AM
V.U.: Eva Vereecke | Leopoldstraat 25 | 1000 Brussel
t
ABONNEMENTEN Krax+ verschijnt drie maal per jaar. Een abonnement op Krax+ is gratis. Wil je het magazine ontvangen, je abonnement stopzetten of je persoonsgegevens wijzigen? Surf naar www.kraxplus.be voor meer informatie. Het overnemen van artikels uit Krax+ is toegelaten mits de bron volledig wordt vermeld. Krax+ is solventvrij gedrukt op 100% gerecycleerd papier, met inkten op vegetale basis.
KRAX_20+.indd 40
9/23/13 10:30:35 AM